Onderzoeksverslag
Leerstijl Concreet / Reflectief / Kernwoorden Leert het beste van...
Abstract Actief
Doener Concreet Actief Wat is er nieuw? § directe ervaring, dingen doen
§ nieuwe ervaringen, het oplossen
Accommoderen Ik ben in voor van problemen
alles. § in het diepe gegooid worden met
een uitdagende taak
Dromer Concreet Reflectief Ik wil hier graag § Activiteiten waar ze de tijd
Divergeren krijgen/gestimuleerd worden
even over (achteraf) na te denken over acties
§ als de mogelijkheid wordt geboden
nadenken
eerst na te denken en dan pas te
doen.
§ Beslissingen nemen zonder limieten
en tijdsduur.
Denker Abstract Reflectief Hoe is dat met § Gestructureerde situaties met
Assimileren elkaar duidelijke doelstellingen
(congressen, colleges, boeken)
gerelateerd?
§ als ze de tijd krijgen om relaties te
kunnen leggen met kennis die ze al
hebben
§ situaties waar ze intellectueel
uitgedaagd worden
§ de kans krijgen vragen te stellen en
de basismethodologie, logica etc. te
achterhalen
§ theoretische concepten, modellen
en systemen
Beslisser Abstract Actief Hoe kan ik dit aActiviteiten waar:
Convergeren
toepassen in de - een duidelijk verband is tussen
praktijk? leren en werken
- ze zich kunnen richten op
praktische zaken
- ze technieken worden getoond
met duidelijke praktische
voorbeelden
- ze de kans krijgen dingen uit te
proberen en te oefenen onder
begeleiding van een expert
Tabel 1: Overzicht leerstijlen (Moeskops, 2010)
Er kan uit de tabel worden opgemaakt dat er activiteiten te verzinnen zijn per leerstijl, van waaruit de
student het prettigst van kan leren. Om niet alleen bij één leerstijl aan te sluiten maar om aanspraak
te doen op de vier verschillende leerstijlen kan er gebruikt gemaakt worden van meerdere
didactische werkvormen in een les.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
27
Onderzoeksverslag
Kolb beschrijft dat er twee dimensies ten grondslag liggen aan het leren van deelnemers, te noemen
van concreet naar abstract en van actief naar reflecties. In dit kwadrant is de leerstijl de benaming
voor de voorkeur van een individu voor een effectieve leerervaring.
Tabel 2: indeling kwadrant Kolb (Kolb, 1984)
Indien je volgens Kolb een werkvorm wilt koppelen aan een leerstijl, is het noodzakelijk om te weten
of de werkvorm concreet of abstract is en of de werkvorm actief of reflectief is. In het onderzoek van
Karlijn Moeskops (2010) is er gedefinieerd wat deze begrippen inhouden.
- Reflectief: werkvorm waarbij de leerling alleen waarneemt
- Actief: werkvorm waarbij de leerling zelf actief moet deelnemen
- Concreet: werkvorm waarbij de nadruk ligt op dingen zien of vastpakken
- Abstract: werkvorm waarbij de nadruk ligt op horen en denken
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
28
Onderzoeksverslag
Gebaseerd op deze definitief heeft Moeskops (2010) een aantal werkvormen gekoppeld aan
leerstijlen.
Werkvorm Concreet Actief Leerstijl
Abstract Reflectief
Begeleide discussie Abstract Actief Beslisser
Casus Concreet/Abstract Reflectief Dromer/Denker
Check in duo’s Abstract Actief Beslisser
Demo practicum Concreet Reflectief Dromer
Docent stelt klassikaal vragen Concreet/Abstract Reflectief Dromer/Denker
Excursie Concreet Actief Doener
Frontaal lesgeven Abstract Reflectief Denker
Groepswerk, praktisch Concreet Actief Doener
Groepswerk, theoretisch Abstract Actief Beslisser
Klassikale behandeling van opgaven Concreet/Abstract Reflectief Dromer/Denker
Leerlingen verzinnen een proefje Abstract Actief Beslisser
Leraar beantwoordt vragen Abstract Reflectief Denker
Lezen van leerstof Abstract Reflectief Denker
Onderwijsleergesprek Abstract Actief/Reflectief Beslisser/Denker
Opgaven maken Abstract Actief/Reflectief Beslisser/Denker
Practicum Concreet Actief Doener
Quiz Concreet Actief/Reflectief Doener/Dromer
Spel Concreet/Abstract Actief Doener/Beslisser
Toneelstukje Concreet Actief/Reflectief Doener/Dromer
Veldwerk Concreet Actief Doener
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
29
Onderzoeksverslag Concreet/Abstract Reflectief Dromer/Denker
Video bekijken
Werkstuk, praktisch Concreet Actief Doener
Werkstuk, theoretisch Abstract Actief Beslisser
Tabel 2: Bepaling van de leerstijl(en) die aangesproken worden door bepaalde werkvormen (Moeskops, 2010).
Volgens Hoogeveen en Winkels (2011) wordt de keuze van een werkvorm gebaseerd op 1) de
(pedagogische en onderwijskundige) doelen van de les en 2) de relevante situatiekenmerken.
Situatiekenmerken betreffen de leerlingen (denk bijvoorbeeld aan beginniveau, leertype, motivatie
en dergelijke
Met relevante situatiekenmerken bedoelen Hoogeveen en Winkels het beginniveau van de leerling,
het leertype, de motivatie van de leerlingen en dergelijke. Ook beschrijven zij dat de onderwijsstijl en
didactische vaardigheden van de docent van belang zijn.
Leerlingen verschillen van elkaar, bovendien ontwikkelen ze zich op verschillende wijze. Dit heeft
betrekking op hun capaciteit om te leren, op datgene wat ze willen leren, op hun stijl van leren e.d.
Binnen het onderwijs probeert men daar rekening mee te houden (zonder leerlingen te ‘labelen’). Dit
kan onder andere door een zo rijk mogelijke leeromgeving voor elke leerling te creëren (didactische
differentiatie). Didactische differentiatie komt onder andere voort uit de wetenschap dat een
bepaalde werkvorm (bijvoorbeeld instructie) zelfden optimaal is voor alle leerlingen in een groep.
Naast redenen als verschillen in voorkennis, bekwaamheden e.d. is een belangrijke reden daarvoor
het verschil in leerstijl (Winkels, Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de
praktijk, 2011).
Hoogeveen en Winkels (2011) maken onderscheid in twee globale leerstijl te noemen de reflectieve
en impulsieve stijl. Te vergelijken met de reflectieve fase en de actieve fase volgens Kolb. De
reflectieve leerling is vraagstelling gericht en gaat systematisch volgens een bepaalde strategie te
werk. De impulsieve leerling is oplossingsgericht en gaat meer op zijn gevoel af.
Hoogeveen en Winkels hebben in hun boek aan de hand van de leercyclus van Kolb (1984) een tabel
gemaakt met daarin mogelijke werkvormen per leerstijl.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
30
Onderzoeksverslag
Tabel 4: Werkvormen per leerstijl (Winkels, Het didactische werkvormenboek, 2011)
Volgens Hoogeveen en Winkels ontwikkelen leerlingen vooral de leerstijl waar ze al goed in zijn. Een
doener zal het liefst een taak uit willen voeren met uitdaging waarin keuzes gemaakt moeten worden
en waarbij hij direct ervaring op doet. Kolb spreekt dan ook over een leerproces welke pas volledig is
als alle leerfasen van de leercirkel doorlopen zijn, concreet ervaren, waarnemen en reflecteren,
analyseren en abstract denken en experimenteren. Extra aandacht voor een leerstijl waarin men zich
minder thuis voelt is daarom belangrijk (Winkels, Het didactische werkvormenboek. Variatie en
differentiatie in de praktijk, 2011).
Hoogeveen en Winkels doen in hun boek een aanbeveling voor het gebruik van werkvormen die een
variatie aan leerstijlen ondersteunen. De leercirkel van Kolb is een instrument om variatie binnen de
lessen aan te brengen en daardoor zo veel mogelijk leerlingen aan te spreken en te motiveren.
Bepaalde werkvormen zijn geschikt om in een bepaalde fase te gebruiken (Winkels, Het didactische
werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk., 2011)
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
31
Onderzoeksverslag
3. Conclusie
Naar aanleiding van de beantwoording van onze deelvragen, willen wij tot een gedegen antwoord op
onze centrale vraagstelling komen. De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt; ‘Aan
welke lesontwerpeisen moet een les voldoen zodat alle vier de leerstijlen volgens Kolb aan bod
komen?’
3.1 Beantwoording centrale vraagstelling
Na een uitvoerige literatuurstudie naar de theorie van Kolb, lesontwerpen en didactische
werkvormen, denken wij tot een conclusie te zijn gekomen waarmee wij onze centrale vraagstelling
willen en kunnen beantwoorden.
Onze hoofdvraag richt zich op ‘een lesontwerp waarin alle vier de leerstijlen van Kolb aan bod
komen’. Gebleken uit de resultaten op de deelvragen is dat, lesgeven een zeer variabel vak is wat
niet bestaat uit vaste formats. Er kan geen ijsje gegoten worden in een voor iedereen hetzelfde
ijsvormpje. Voor dat ijsvormpje is echter wel een richtlijn met enkele formats als materiaal wat ter
ondersteuning kan gebruikt worden.
Nu is dat natuurlijk geen antwoord op onze deelvraag maar het geeft ongetwijfeld weer hoe wij
denken over het antwoord op deze hoofdvraag. Uit de beantwoording op deelvraag 5 is gebleken dat
er per leerstijl van Kolb, een aantal didactische werkvormen goed bruikbaar zijn. Deze verschillende
werkvormen zouden gecombineerd kunnen worden in één grote opdracht.
Als we kijken naar de lesontwerp-eisen waar zo’n ‘Kolb-les’ aan zou moeten voldoen komen wij tot
de conclusie dat deze lesontwerp-eisen niet verschillen met een andere les. Zo zal er allereerst
vastgesteld moeten worden wat de leer- en lesdoelen zijn, wordt een les gestart met het activeren
van voorkennis waarna er overgegaan zal worden op de kern van les met daarin de
onderwijsactiviteiten. Gevolgd door een afsluiting van de les waarin wordt herhaald, samengevat en
geëvalueerd op les- en leerdoelen.
Gedurende de kern fase met daarin de uitvoering van de onderwijsactiviteiten, kan men gebruik
maken van een ruim arsenaal aan didactische werkvormen. Om aan alle leerwensen uit de groep te
voldoen, is het raadzaam om minstens vier verschillende werkvormen te combineren of te gebruiken
tijdens de les. Dit kan echter tijdrovend zijn en wellicht niet haalbaar binnen een les van 60 minuten.
Dan zou onze voorkeur ook uitgaan naar een combinatie van (kleine gedeeltes uit) werkvormen
gecombineerd tot een grotere opdracht.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
32
Onderzoeksverslag
3.2 Aanbeveling
Na het uitvoeren van dit onderzoek willen wij u, de lezer, graag een aanbeveling doen.
Om een les een ontwerp te geven waar in alle vier de leerstijlen van Kolb aan bod komen, is het een
naar ons idee een vereiste om een combinatie van didactische werkvormen te gebruiken. Met een
gevarieerd aanbod van (activerende) didactische werkvormen, zul je naar ons idee meer leerlingen
aanspreken in de groep dan wanneer je je focust op één werkvorm of bijvoorbeeld twee
werkvormen die aanspraak doen op dezelfde competenties van leerlingen. Leerlingen zullen niet snel
uit zichzelf buiten hun ‘comfort zone’ stappen, docenten zullen hen daarvoor moeten motiveren en
stimuleren. Dit bereik je ook door andere werkvormen aan te bieden. Daarbij willen wij noteren dat
het van belang is om van tevoren te analyseren om welke voorkeurs leerstijlen het in jouw groep
gaat. Hier kun je achter komen door de leerlingen voorafgaand aan het maken van een lesontwerp,
de leerstijlen-test van Kolb te laten maken.
Een combinatie van werkvormen zou kunnen leiden tot een brede aanspraak van de vier
verschillende leerstijlen. Dit zou er als volgt uit kunnen zien;
Kern van de les:
- Het klassikaal bekijken van een videofragment passend bij het lesonderwerp à spreekt de
leerstijlen denker en dromer aan.
- Het voeren van een door de docent begeleide discussie omtrent het beeldmateriaal wat getoond is
en het invoeren van een stelling à spreekt de leerstijl beslisser aan.
- Het uitvoeren van een groepsopdracht (gevarieerd groepje wat betreft voorkeurleerstijlen) met
daarin vragen met betrekking op een casus uit de praktijk à spreekt de leerstijl doener aan.
- Groepsreflectie na afloop van het uitvoeren van de groepsopdracht, hoe heeft ieder geleerd, op
welke manier, wat brengt dat de leerling, wat kan een ander daar van leren à spreekt alle voorkeurs
leerstijlen aan en stimuleert het ‘leren van elkaar’.
3.3 Discussie
Tijdens dit onderzoek (een literatuuronderzoek) zijn er interessante vragen gerezen.
1. Bestaan de leerstijlen van Kolb en of van anderen wel, en hebben ze effect?
2. Hoe komt het dat juist de leerstijlen en de cyclus van Kolb zo populair zijn en eigenlijk zonder
reserves toegepast worden wereldwijd in het onderwijs en bedrijfsleven. En hoe verhoudt
zich dat ten opzichte van de andere leerstijlen?
Het heeft ook de vraag naar boven gebracht of het onderzoek niet vollediger zou zijn geweest als we
ons niet alleen op Kolb hadden gericht maar ook een vergelijk hadden kunnen maken met andere
stijlen. Hierdoor kan de aanbeveling nog gedetailleerder en completer zijn.
Leerstijlen, de toepassing en resultaten daarvan zijn complex. Om het goed te begrijpen, waardoor je
hbOeentad neetfrwfzeooceotikresdvveeenrr skvlaaanng gdeeb hriueirkbeonv ienn j eg elensoseemn d(we evlr oafg ennie ht ebte gweehzeeenl) d aulsid teoloijlk oerf heno ubveatsetr, tzooeup daosobra ahre t
m aken. Wellicht was er de mogelijkheid geweest om het een en ander ook praktisch uit te proberen
en vergelijken. We zijn geprikkeld en one nieuwsgierigheid is gewekt. Een vervolg onderzoek zou een
goede stap zijn om toch bewust de leerstijlen te gebruiken in de lesontwerBpOeOnT., M .S. & VRIES, DE, G.S.
33
4. Evaluatie
U leest hier de evaluatie op ons onderzoek middels twee persoonlijke reflectieverslagen.
In beide persoonlijke reflectieverslagen, is gebruik gemaakt van de hulpvragen passende bij de
verschillende reflectievragen volgens de cirkel van Korthagen (Groen, 2015).
4.1 Reflectie Marlon
Kwaliteiten als onderzoeker.
Op het moment dat er een onderzoeksvraag geformuleerd moest worden, was ik direct erg
nieuwsgierig naar de theorie omtrent leerstijlen. Het fenomeen leerstijlen was naar mijn idee al
ontzettend vaak besproken, bediscussieerd en bekritiseert en tegelijkertijd waren er ook veel
voorstanders van de verschillende theorieën, waaronder enkele van mijn collega’s. Toen ik
voorstelde hier onderzoek naar te willen doen (maar niet exact te weten waar naar dan precies), was
Glenda direct enthousiast. Gedurende het proces van de module opdrachten ‘Ik als Verbinder 1 en
2’, zijn Glenda en ik veel met elkaar in gesprek gegaan én gebleven. Brainstormen en plannen maken
waren naar ons idee belangrijke stappen in de samenwerking. Ik heb Glenda hier in echt nodig
gehad, vooruit plannen is niet mijn sterkste kant en Glenda wist mij op de juiste momenten te
attenderen op onze agenda’s en planning. Als ik mijn eigen sterkten zou moeten omschrijven, is dat
waarschijnlijk mijn vermogen tot het vertalen van complexe vraagstukken naar praktische teksten/
opmerkingen én mijn ervaring in het doen van onderzoek (tijdens mijn vorige opleiding, de hbo-v). Ik
heb getracht de ervaring die ik toen gedurende een half jaar heb opgedaan, met Glenda te delen en
hier voorbeelden uit te tonen aan haar. Daar waar Glenda met geduld uren literatuur kon
bestuderen, probeerde ik sterk af te bakenen en ons terug naar de kern van het onderzoek te krijgen.
De intrinsieke motivatie van Glenda was groot, iets wat bij mij nog wel eens miste (zeker aan het
eind).
In de fase waarin het onderzoeksplan is geschreven zijn Glenda en ik samen gestart om daarna het
e.e.a. individueel uit te werken (voorkeur voor onderzoeksmethode, planning e.d.) om vervolgens
met elkaar kort te sluiten wat de voorkeur heeft. We waren het hier in snel met elkaar eens en na
een studiebijeenkomst met Jacqueline waren we erover uit dat het een literatuurstudie zou
betreffen. Iets wat ik interessant vind daar ik graag de relevante theorie induik maar hier eerlijk
gezegd nooit tijd voor vrij maakte. Nu het een ‘verplichting’ is kon ik hier niet om heen.
Bijdrage aan het eindproduct
De globale opzet van dit einddocument is van mijn hand, ik heb mij hierin vastgehouden aan het
eerdere onderzoek dat ik heb uitgevoerd en het onderzoeksplan welke ik heb opgesteld. Het
opzetten van een inhoudsopgave met daarin alle van belang zijnde hoofdstukken, geeft mij richting
en een bepaalde mate van rust. Glenda kon hier op haar beurt een voorbeeld uit halen. Al het
‘gepersonaliseerde’ uit dit bestand is (onder andere) Glenda haar werk. Iets waar ik mij overigens wel
helemaal in kan vinden. Ik durf te stellen dat de inzet van ons beiden evenredig is geweest, zowel
tijdens de fase van het ontwikkelen van het onderzoeksplan, als het uitvoeren van de
onderzoeksactiviteiten.
Onderzoeksverslag
Bijdrage aan de samenwerking
In een samenwerking is het altijd zoeken naar de juiste balans tussen ‘jezelf en de ander’, er moet
ruimte zijn voor overeenstemming waarin je niet je eigen standpunt te veel moet door willen
drukken. Ondanks dat Glenda en ik al 1,5 jaar kennen en ‘studiemaatjes’ zijn, vond ik dit op sommige
momenten lastig. Glenda denkt breed, creatief en niet in hokjes. Ik ben daarentegen niet creatief, erg
van de ‘nette lijntjes’ en qua handelswijze to the point en nadrukkelijk afgebakend.
Maar met wederzijds respect voor elkaars inbreng zijn wij met elkaar aan de slag gegaan. Er was wel
eens wat frustratie aan elkaar te bemerken, althans ik denk dat Glenda dat wel beaamt. De
studieopdrachten volgden elkaar in rap tempo op wat maakte dat wij onze planning van het
onderzoek niet goed hebben gehanteerd. Dit resulteerde in weinig tijd voor de afronding van het
onderzoek. Ondanks dat ik momenten heb beleefd waar in ik dacht ‘dat certificaat is zo ver weg, ik
weet het even niet meer’, heb ik geprobeerd dit nooit naar Glenda uit te stralen maar het juist
positief te blijven benaderen. Glenda ging hier vrolijk in mee en bedacht de term ‘Parijs here we
come’. Typerend voor onze samenwerking is de steun én de feedback die we elkaar geven op
momenten dat we er simpelweg even geen zin meer in hadden, we zijn als studiemaatjes echt naar
elkaar toe gegroeid en zullen elkaar, als het aan mij ligt niet snel uit het oog verliezen.
Wijze waar op ik nieuwe expertise ga inzetten
Met de kennis die ik nu bezig over de theorie van de leerstijlen van Kolb, ben ik me meer bewust van
de verschillen in voorkeursleerstijlen van mijn leerlingen. Ik maak gebruik van een variëteit van
didactische werkvormen in mijn les maar ik ben mij er echter niet van bewust bij welke leerstijl deze
werkvormen aansluiten. Ik baseer mijn keuze voor werkvormen op andere zaken dan de leerstijlen.
Zo zou het voor kunnen komen dat ik drie werkvormen in een les van twee uur toepas die
voornamelijk aanspraak doen op de ‘beslissers’. Ik zal in het vervolg graag willen uitproberen hoe een
les tot stand gebracht kan worden met daarin één grote opdracht waarin alle verschillende leerstijlen
worden aangesproken. Er van uitgaande dat er verschillende leerstijlen aanwezig zijn in de groep.
Hier kan ik achter komen door middel van het uitvoeren van de leerstijlentest van Kolb.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
36
4.2 Reflectie Glenda
Kwaliteiten als onderzoeker.
Een onderzoek, had ik dat weleens gedaan werd er gevraagd. Ach ja zei ik..... niet zo academisch
natuurlijk, want in mijn vak doe je research en dat doe je kort en bondig en verwerk je bijna
pragmatisch het resultaat. Wat een nieuwe ervaring was dit voor mij. En als je me vraagt wat mijn
kwaliteiten zijn dan kan ik meteen concluderen dat ik echt een onderzoeker met geduld ben, steeds
maar doorga, er dieper en dieper op in ga, veel literatuur zoek en bestudeer, steeds enthousiaster
wordt en dan niet opschiet met de kernvraag te beantwoorden. Volgens Kolb een bezinner of te wel
een dromer! Mijn kwaliteit in dit onderzoek traject was vooral veel info verzamelen en die ter
discussie brengen bij Marlon zodat we erover konden praten. En praten over kolb hebben we veel
gedaan. Elke vraag die naar boven kwam als ik wat had gelezen deelde ik met Marlon en zo werd ze
met regelmaat gevoed. Zij is perfect in het gestructureerd in het verwoorden van hetgeen we willen
zeggen in de teksten. En haar ervaring met de structuur van hoe een onderzoek eruit moet zien was
voor mij erg welkom. Ik zou dat in dit stadium echt niet een twee drie kunnen. Als maatjes was het
ook echt een leeravontuur. De gesprekken die we hadden vonden fysiek plaats, maar nog veel meer
via Whats app en facetime. De moderne middelen zijn volop gebruikt en daarom konden we
(ondanks de grote afstand) gewoon goede maatjes zijn en misschien juist zo ‘strait to the
point(Marlon) ‘werken.
Bijdrage aan het eindproduct
Creatief Glenda de dromer en gestructureerd Marlon de doener. Mijn eerste twijfel en perceptie is
dat Marlon veel meer deed dan ik en mij er zelfs met bepaalde onderdelen doorheen moest trekken.
Dat frustreerde mij dan eigenlijk heel erg. Want ja, je wilt gelijk opgaan met je maatje. Je wilt elkaar
steunen en helpen en zo een goed product maken. En dat vond ik soms lastig. Maar dan zag ik ook
wel in dat we elkaar vaak zo goed hebben leren aanvullen, opbeuren en in de ‘positieve vibe’
houden, soms onder het genot van een hapje, drankje ect. Over de gehele linie bekeken was het
redelijk in balans. Zoals al omschreven de stabiele structuur van Marlon met de creatieve twist van
mij.
Bijdrage aan de samenwerking
Paris here we come, le macarons en de Eclairs…… het moment waar ik /we naar toe leven want dat
betekent dat we het getuigschrift hebben ontvangen. Maar in de tussentijd gebeurt er veel en ik ben
echt dankbaar voor mijn maatje, haar geduld en de dingen die we in ons samenwerken hebben
gedeeld. Het kan niet altijd makkelijk voor Marlon geweest zijn om met mij samen te werken, ook
vanwege andere zaken die het soms buiten mijn keus om moeilijk maakten. Ja Parijs of geen
Parijs….geen BFF’s, maar MaatjesF (maatjes forever). Ik heb in de samenwerking enorm veel geleerd
van Marlon. vooral in het begin toen ik niet eens wist hoe ik moest studeren of een eindopdracht
moest maken (Kunstacademie is heel anders). En het leeftijdsverschil heeft ook nooit een rol
gespeeld. Ik vond het juist erg fijn dat het creatieve tegenover het plezierig ‘to he point’ geplaats
werd toen wij bij elkaar kwamen. En zo is dat ook te zien in dit onderzoek.
Onderzoeksverslag
Wijze waarop ik nieuwe expertise ga inzetten
Ik heb stiekem al een poging gewaagd om iets in een grote ‘Beurs’opdracht te doen met de vier
leerstijlen in een groepje in okt 2016-dec 2016. Met de tweede jaars. Toen was het lastig om goed te
kunnen volgen at er precies gebeurde tussen de leerlingen in de groepjes (wat het leren van elkaar
betreft). Alles wat ik nu te weten ben gekomen zal ik vooral al tool en achtergrondinformatie
gebruiken als ik bezig ben met het schrijven van nieuwe lessen. Wetende dat er zoveel (wat de
leerstijlen betreft) discutabel is. Ik zal het af en toe gebruiken niet als een regel, maar meer als het
stimuleren om over jezelf als leerling na te denken en hoe je kennis tot je kan nemen. En zoals Paul
Kirschner (Kirschner, 2013) zegt: ‘TOCH HEEFT UITZOEKEN WAT VOOR TYPE IEMAND IS’ EEN GROTE
AANTREKKINGSKRACHT OP ONDERZOEKERS, DOCENTEN, LEERLINGEN EN OUDERS VAN JONGE
LEERLINGEN. WAAROM???? Omdat het gevoel er dan is dat iedere leerling een uniek persoon met
uniek talent is.
Overigens Kolb of geen Kolb… bewezen of niet! Dat laatste heb ik altijd
geloofd en nu nog……
Glenda DROMER Marlon DOENER
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
38
Onderzoeksverslag
Bibliografie
(sd).
Apotheker, J. (2012). Vernieuwing in het natuurwetenschappelijk onderwijs. Didactisch gereedschap
voor docenten. Groningen: Rijskuniversiteit Groningen.
Donk, v. d. (2016). Praktijkonderzoek in de school. In v. d. Donk, Praktijkonderzoek in de school (pp.
108, 109). Bussum: Coutinho.
Ebbens, S. E. (2005). Effectief leren. Utrecht: Noordhoff.
Eisenberg, M. &. (1992). Information problem-solving: The big six skills approach. School library
media activities monthly , 27-29, 37, 42.
Geerts, W. K. (2014). Handboek voor leraren. Bussum: Coutinho.
Groen, M. (2015). Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen. Houten:
Noordhoff.
Heide, L. B. (2006). Het gaat steeds beter! Activerende werkvormen voor de opleidingspraktijk. In L.
B. Heide, Het gaat steeds beter! Activerende werkvormen voor de opleidingspraktijk. (p. 16).
Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Huigen, S. (2012, december 6). Wees creatief in je lesontwerp. Opgehaald van Tumult:
https://www.tumult.nl/wees-creatief-in-je-lesontwerp/
Kirschner, P. (2013).
Kolb, D. (1984). Experiental Learning. Englewood Clifs, New Jersey: Prentice Hall.
Kralingen, W. G. (2014). Handboek voor leraren. In W. G. Kralingen, Handboek voor leraren (pp. 95-
96). Bussum: Coutinho.
Migchelbrink, F. (2008). Praktijkgericht onderzoek in zorg en welzijn. Amsterdam: SWP.
Moeskops, K. (2010). Leerstijlen in de klas, houden leraren rekening met de verschillende leerstijlen in
de klas? Eindhoven: Hogeschool Eindhoven.
p.kirschner. (2013).
Post-HBO Opleidingen . (2016, mei 25). Cursushandleiding Ik als Verbinder 1 en 2. Rotterdam:
Hogeschool Rotterdam. Opgehaald van https://fronter.com/transfergroep/main.phtml
Vries, d. G. (2016). Onderzoeksplan 'Aan welke lesontwerpeisen moet een les voldoen zodat alle vier
de leerstijlen van Kolb aan bod komen? Den Haag: ROC Mondriaan.
Onderzoeksverslag
Winkels, P. H. (2011). Het didactische werkvormenboek. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
Winkels, P. H. (2011). Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk. In P.
H. Winkels, Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk (p. 15).
Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
39
Beoordelingsformulier eindpresentatie
Namen : Glenda de Vries
Marlon Boot
De eindpresentatie is een groepsproduct. De presentatie De mate van reflectie
wordt met ‘voldoende’ beoordeeld, wanneer alle onderdelen 1= niet .. 5= vaak
(1 t/m 5) met 3 punten of hoger worden afgerond. De
presentatie wordt als ‘goed’ beoordeeld, wanneer alle
onderdelen hoger worden gescoord dan 4 punten.
1 2 3 4 5
0. Inhoud
X
Een korte samenvatting van het onderzoek X
De onderzoeksresultaten worden helder gepresenteerd X
Delen van de belangrijkste conclusies X
X
Waarde van het onderzoek voor de praktijk is duidelijk X
De wijze waarop het product/tool kan worden X
geïmplementeerd is duidelijk X
1. Vorm
De presentatie is duidelijk, creatief en interessant
De leden van de groep beschikken over
presentatievaardigheden (houding, stem, intonatie, mimiek)
2. Interactie
Er wordt gebruik gemaakt van een interactieve werkvorm
Bij de deelnemers wordt een leerproces op gang gebracht
3. Reflectie
De groep reflecteert op het leerproces als groep X
De groep benoemt welke inzichten er zijn ontwikkeld over de X
rol die de groepsleden zelf hebben als begeleider van groepen
Feedback :
Een duidelijk goed uitgevoerde presentatie, de onderzoek werd helder gepresenteerd, de
onderzoeksresultaten zijn helder uiteengezet.
De werkvorm is interactief en nodigt deelnemers uit om actief mee te doen.
Beoordeling eindverslag “Ik als verbinder I en II”
Namen: Glenda de Vries
Marlon Boot
Docent: Jacqueline den Draak
Beoordeling: Goed/behaald
voldoende /
goed
0. Algemeen ¥ Verslag is uitnodigend, aantrekkelijk, G
gestructureerd en volledig
1. Inleiding en beschrijving ¥ Het verslag is goed leesbaar en bevat < 5 taalfouten G
van de context ¥ Het is duidelijk voor wie en waarom het praktijkprobleem complex, actueel en relevant is
(bijvoorbeeld door gebruik te maken van 5xW+H of soortgelijke methode)
¥ De kernbegrippen zijn gedefinieerd
¥ Er zijn minimaal drie betrouwbare en relevante bronnen die inzicht geven in het
praktijkprobleem
¥ Er is gebruik gemaakt van betrouwbare, toonaangevende nationale literatuur
¥ De bronnen zijn relevant en actueel
¥ Het doel van het onderzoek is beschreven
¥ De inleiding leidt naar een centrale vraagstelling
2. Vraagstelling ¥ De vraagstelling is eenduidig en concreet G
¥
3. Methode/literatuurstudie ¥ De vraagstelling past bij het onderzoeksdoel
en dataverzameling ¥
¥ de deelvragen zijn onderling volledig in samenhang
¥
¥ De deelvragen leiden naar een antwoord op de centrale vraag
De onderzoeksgroep is gedefinieerd. G
De keuze voor de onderzoeksmethode past bij de onderzoeksvraag
Uit de verantwoording van de methode van dataverzameling blijkt een brede oriëntatie op
bestaande methoden
¥ Er is methode en bronnentriangulatie
¥
¥ De methode(n) van dataverzameling is haalbaar en helder beschreven
¥
4. Resultaten De resultaten van alle deelvragen zijn in samenhang met de (deel) vragen beschreven. G
Er is navolgbaarheid door de verbinding tussen de onderzoekinstrumenten en de beschrijving
van de resultaten
5. Conclusies en ¥ De resultaten zijn geïnterpreteerd vanuit theoretisch en praktisch oogpunt. G
aanbevelingen ¥
¥ Een kritische reflectie vanuit de theorie ten aanzien van de conclusies
¥
¥ Met het beschrijven van de conclusies wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag
¥
¥ De aanbevelingen zijn praktijk- en oplossingsgericht
Bij de aanbevelingen wordt aangegeven wat de winst is voor de beroepspraktijk
Gebruik van aantoonbare feedback van critical friends
De aanbevelingen geven richting aan de wijze waarop deze in de praktijk kunnen worden
geïmplementeerd
6. Tool ¥ Het is een bruikbare tool die waardevol is voor docenten en/of de schoolorganisatie G
7. Groepsreflectie ¥
¥ Er is beschreven hoe de tool geïmplementeerd kan worden
¥
Er wordt gereflecteerd op het groepsproces vanuit de theorie van groepsdynamica G
In de reflectie wordt een verbinding gemaakt naar de eigen rol als begeleider van
groepsprocessen
Feedback Het onderzoek heeft van meet af aan mijn aandacht gehad, ik ben niet overtuigd van het wetenschappelijk bewezen
feit dat er verschillende leerstijlen bestaan. Natuurlijk zijn er voorkeuren voor werkvormen die aansluiten bij de
voorkeur van leren. Julli8e onderzoek toont dit ook aan. Belangrijk is afwisselingen in werkvormen en aanbieden van
nieuwe leerstof.
Het onderzoek is op zo’n manier opgezet en uitgevoerd dat de resultaten ervan betrouwbaar genoemd kunnen
worden. Het doel van het onderzoek is helder gedefinieerd en afgebakend. De formulering van het doel gaat
gepaard met een beschrijving van de reikwijdte ( in termen van tijd en plaats), de beperkingen (in termen van tijd,
middelen, toegang tot informatie) en de exacte betekenis van de gebruikte termen.
Het is een grondig gepland onderzoeksontwerp.
Jullie zijn openhartig over de beperkingen. Door te wijzen op de “gebreken” van het onderzoek en de gevolgen
hiervan op de validiteit en betrouwbaarheid van de resultaten zijn jullie positief kritisch voor en laten jullie ten
tweede zien dat je een competente onderzoeker bent die weet wat goed onderzoek is.