5 Skills*** ROC (2015 -2019)
De geplande activiteiten ten aanzien van Skills
Skills heeft tot doel het talent bij studenten te ontwikkelen door middel van vakwedstrijden,
kwalificaties, nationale finales en uiteindelijk ook internationale wedstrijden. Zij leveren een
extra bijdrage in de kwaliteitsagenda van de mbo-sector.
Activiteiten en doelen op hoofdlijnen
¥ Deelnemen aan Skills-wedstrijden door studenten van 50% van onze scholen
¥ Betrekken van meer docenten (teams) en leerbedrijven bij de ontwikkeling van
wedstrijdopdrachten/schoolvakwedstrijden en excellentieontwikkeling studenten.
¥ Professionaliseren van docenten en teams, doordat ‘hun’ studenten zich meten met anderen,
¥ Intensiveren van contacten met het regionale bedrijfsleven.
¥ Vakwedstrijden stimuleren per branche de kennisontwikkeling en –uitwisseling op sectoraal
niveau met andere scholen over excellentie, vakmanschap, talentontwikkeling en vakinhoud en -
didactiek. Het is als ware een benchmark tussen de sectorale beroepsopleidingen.
¥ De wedstrijden uitbreiden naar het buitenland.
¥ Verbeteren van de samenwerking in de beroepskolom
¥ Het imago van beroepsonderwijs verbeteren en excellent vakmanschap bewerkstelligen.
Dit alles wordt bereikt door als ROC te participeren in de Skills vakwedstrijden. In de
komende vier jaren wil Mondriaan meer opleidingen en meer studenten op school/
instellingsniveau laten meedoen aan schoolvakwedstrijden om daarmee meer excellentie
en bevordering van vakmanschap bij mbo-studenten te creëren. Om dit te bereiken nemen
wij de volgende extra 180stappen:
1. Inventariseren welke scholen gaan meedoen aan de wedstrijden.
2. Het opzetten van een selectieprocedure per school.
3. Het verwerken van deze procedure in de curricula van de betreffende opleidingen. Studenten en
groepen worden uitgedaagd mee te doen. Door middel van selectie wordt de excellente student
afgevaardigd.
4. Het organiseren van de begeleiding van de studenten.
50% van de scholen doet in 2019 mee aan de skills-wedstrijden,
Doelstelling nationaal of internationaal.
In 2019 doen jaarlijks minimaal 10 studenten mee aan nationale
Aantal excellente of internationale wedstrijden.
studenten dat
meedoet op jaarbasis
in 2019
Beoordeling Maatwerkopdracht I l
Naam: Glenda Beoor- Feedback
Datum: 12 juni 2017 deling
Maatwerkopdracht II SKILLS voor goud! G Overnemen van eerder mede georganiseerd onderdeel
Naam beoordelaar: Arno de Koningh
Beoordeling: Ruim voldoende
1. De opdracht
Je beschrijft waar de opdracht vandaan komt.
2. Aanleiding v Verschillende invalshoeken mbt stappen nemen worden
benoemd.
Je beschrijft de aanleiding van deze maatwerkopdracht. G
Je beschrijft de uitdaging, situatie of welk probleem zich in je werksituatie Beschreven en gekoppelde doelen
heeft voortgedaan.
Je beschrijf de aanleiding en de situatie aan de hand van de 5 x W + H
methode .
3. Doelstellingen
Je geeft duidelijk aan op welke leervragen je antwoord wilt krijgen? Je
maakt hier de koppeling met je POP en je beschrijft je doelstellingen
4. Bronnen v Voldoende breder uitgezocht
Je hebt gebruik gemaakt van minimaal 2 relevante bronnen. (internet,
literatuur).
5. Oplossingen G Praktische handvatten: stappenplan en optimalisering
Je beschrijft welke oplossingsrichtingen je gevonden hebt de literatuur.
6. Toepassing in de praktijk G Resultaten genoeg!
Je hebt beschreven wat de effecten in de praktijk zijn, wat je hebt
uitgeprobeerd, wat de resultaten daarvan waren.
Je hebt je leerervaringen, leerwinst en effect, beschreven.
Urenverantwoording : 2016-2017 60?
FASHION
(NEWS) ROOM
LETS BE UP TO DATE ….LETS GET INSPIRED …..LETS TALK &
SHARE….
1
FASHION
(NEWS) the FR@
ROOM
Inleiding:
Mijn doel:
Een project dat voortdurend is, in ontwikkeling is, en een groei zal moeten meemaken.
Langzaam de steun en begrip van alle collega’s in het team krijgen en uiteindelijk een mooie
plek om alle verkregen informatie uit en voor de modewereld met elkaar te delen.Een
digitale plek asap geopend.
De aanleiding:
Het modevak is een vak waarbij stilzitten uit den boze is. Het is een vak dat constant in
beweging is. Denk maar aan de ‘Pret a Porter/ Ready to Wear’ modeshows die tweemaal per
jaar, zelfs 4 keer per jaar worden getoond. Het nieuwe ‘See now, Buy now’ wat inhoud dat er
meteen na de shows ingekocht kan worden en collecties beschikbaar zijn. De snelle
marketing en verkoop initiatieven via Facebook en Instagram zijn erg snel. De snelheid van
de stroom informatie via Bloggers en Vloggers is ook een snelle stroom. Al deze zaken
maken dat Mode constant in beweging is. Er zijn zo’n 380 ontwerpers en Brands die shows
of presentaties geven en die zijn dus constant in beweging. Er zijn regelmatig veranderingen
vooral in deze zeer veranderlijke en dynamische maatschappij waarin we ons nu bevinden,
en het is belangrijk om zoveel mogelijk op de hoogte te zijn. We leiden tenslotte leerlingen
op om het Modebedrijfsleven in te gaan. Ook al hebben we met z’n allen een goede basis, en
velen van ons een loopbaan in het bedrijfsleven achter de rug, toch is het van belang de
veranderingen in de gate te houden. En zo op tijd de belangrijkste informatie toe te passen
in de lessen. Met een lange loopbaan en veel ervaring vanuit het bedrijfsleven en nog steeds
werkzaam in dat bedrijfsleven met een goede vinger aan de pols vind ik het belangrijk om
zoveel mogelijk informatie die ik krijg en tegenkom te delen met mijn collega’s in het Mode
team.
Ik voel me geroepen en enig sinds verantwoordelijk om al het nieuws dat ik op verschillende
manieren te horen en te zien krijg, te delen met mijn collega’s, zodat zij ook geinformeerd
zijn. De uitdaging hierin is om de relevante informatie te onderscheiden, waarvan je vindt
dat het gedeeld moet worden. En een grotere uitdaging is om het zodanig vorm te geven en
in te vullen dat de collega’s geinteresseerd worden en blijven en de moeite zullen nemen het
te blijven lezen en zelfs in actie zullen komen.
2
Probleemstelling:
Ik zie dit niet als een probleem, maar een uitdaging en een
ontwikkeling voor ons team op ons gezamenlijk vakgebied Mode en
onze gezamenlijke passie.
Ik merk dat mijn colleges niet altijd echt up to date zijn. Dit geldt niet voor iedereen maar er
zijn verschillen in ervaring en achtergrond.
Wie:
Dit project of initiatief zal van invloed zijn op de collega’s van de Mode. Het zou ook van
invloed moeten zijn op de lesontwerpen en lesinhoud. De collega’s op onze school voor
mode ‘Fashion en Handel’ kunnen profiteren van en ook zelf bijdragen aan de Fashion Room.
Het gaat vooral om de collega’s die de modevakken geven. Maar ook voor de andere
docenten is deze informatie interessant. Te gebruiken b.v. bij Nederlands, Engels en
Economie en Organisatie. Regelmatig lezen en gebruiken van de informatie door de collega’s
zou gewenst en plezierig moeten zijn.
Wat:
Dit is wat er zou moeten gebeuren.
Met de stroom van mode- en marktinformatie zullen wij als docenten ‘Up to date” zijn en zo
ook de leerlingen kunnen informeren en enthousiasmeren voor het vak. We kunnen zo het
vak ook van verschillende invalshoeken benaderen zodat de leerling het niet vanuit een kant
blijft zien. De informatie komt o.a. uit vakliteratuur, en verwijzingen naar sites die allerlei
trend- en forecast richtingen en informatie geven.
Waar komt de fashion Room?
Het is even zoeken naar een geschikte plek die als ‘Fashion Room’ kan fungeren. Ik ben
begonnen in 2015 met een totaal seizoenverslag als boekwerk ingebonden en al. Dat wordt
even doorgebladerd en in grote lijnen bekeken (sommige collega’s die lezen het
daadwerkelijk en gaan een gesprek erover aan met mij en hebben vragen), en dan beland
het op de plank. Dit is niet het gewenste resultaat. Vervolgens ben ik met enkele collega’s in
gesprek gegaan om te kijken hoe we het beste de Fashion Room vorm kunnen geven en het
juiste draagvlak kunnen creeren.
Begin dit jaar, en aan het begin van het modeseizoen heb ik een map aangemaakt met
informatie, artikelen en beeld dat ik verzameld had zo’n drie maanden ervoor en besloot die
te mailen naar beide modeteams. (zie de mail en voorbeeld).
Ook al was dit niet de ultieme manier, toch wilde ik zo de collega’s deze belangrijke
onderwerpen niet onthouden. In de tussentijd ben ik in gesprek met een collega die als taak
heeft de nieuwe KD te coordineren en dus goed kan inschatten wat er inderdaad nodig zou
kunnen zijn aan informatie dat aansluit ook aan de behoeften voor het schrijven van de
nieuwe lessen.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat het een goed idee zou zijn om in ieder geval een digitale
plek te creeren als fashion Room waar ik kan voeden met informatie, maar waar ook
collega’s hun gevonden informatie kunnen delen.
3
Waarom zoveel moeite doen? Ontwikkelen is belangrijk in dit vak met grote beweging. En de
informatie bundelen is een goede doelbewuste manier.
Wanneer en hoe vaak de toestroom en het voeden moet gebeuren valt nog nader te
bepalen.
Doelstelling en Pop:
Leerdoelen 5, 6, en 7 hebben onderdelen waarbij dit project
aansluiting vindt.
Leerdoel 5, Beter een vergadering voorbereiden met goed onderbouwde ideeen en punten.
De koppeling ligt in het feit dat ik nieuwe ideeen en invalshoeken wil inbrengen. Het zou
maandelijks moeten in de vergadering. Met dit specifieke doel van de FR zal de inbreng en
de frequentie anders worden.
Leerdoel 6, Bij bezoeken aan BPV bedrijven alle interessante informatie verzamelen,
contacten leggen en dit uitwisselen met collega’s.
De koppeling hier is in het bezoeken van de BPV bedijven. Dat is ook een mogelijkheid om te
netwerken en informatie te verzamelen over ontwikkelingen en productie aangelegenheden.
Leerdoel 7, Bij gebeurtenissen de juiste reflectie methoden gebruiken.
De koppeling is dat ik inderdaad bij het bezig zijn met dit project, regelmatig zal moeten
reflecteren. Ik kies nu voor STARR, maar wellicht is de volgende keer Kessel beter.
Bronnen:
Literatuur:
Robert J. Marzano. The new art and science of teaching.
Websites:
De website van: Academy of minds, (www.academyofminds.com/nl/5wh-voorbeeld/)
Oplossing: een stappenplan zou kunnen zijn….
1- Digitale plek regelen voor de Fashion Room.
2- Onderverdelingen maken in de FR om de verschillende onderdelen en onderwerpen
een plek te geven.
3- Gesprekken met enkelen collega’s met de vragen: Wat gaat er in de FR? Wat is de
frequentie? Moeten er bespreek momenten komen?
4- Seminars, beurzen en modeactiviteiten bezoeken en verslagen uploaden. (door
meerdere collega’s).
Een oplossing als het gaat om het samenwerken met collega’s en
draagvlak creeren?
Het zou mogelijkerwijze verstandig zijn een intervisie te hebben om punten als macht,
weerstand, aandacht, eigen visie, en deskundigheid te bespreken. Zo wordt de taal in het
team 1 gezamelijke taal. En kan er meer begrip komen.
Het kijken naar een teamscan waardoor we elkaars zwakten en sterkten zien maakt het
geheel ook duidelijker.
4
In de praktijk: genomen stappen……
1- Boek verslag
2- Input bij vergaderingen.
3- Via mail een introductie en verzameling van informatie.
4- Gesprekken en sparren met enkele collega’s.
Reflectie: Starr
Bij mijn start als docent op de school voor mode viel het mij als snel op dat er een verschil
was in hoe er met het Modevak werd omgegaan, en wat er in de lesinhoud te zien was.
Tijdens vakvergaderingen en teamdagen waren de gesprekken voor mij een verrassing. Een
groot verschil in kennis van het bedrijfsleven en de processen en de nieuwe ontwikkelingen
die gaande zijn. Niet iedereen was (volgens mij, zoals het op mij overkwam) goed op de
hoogte. In het team werd door enkelen ook sceptisch gereageerd op mijn opmerkingen en
verhalen uit het bedrijfsleven, het werd niet altijd even goed ontvangen. Ik was natuurlijk
het tempo van het bedrijfsleven gewend en het feit dat men gewend is informatie te delen
en het niet ziet als concurrentie en of een zucht naar controle. Ik kwam al gauw tot de
ontdekking dat in het onderwijs het tempo heel anders is, en niet iedereen het ziet als iets
wat meteen nodig is.
Er werd een reactie van mij verwacht op al bestaande lesinhoud zoals gepresenteerd in de
blokboeken, en er werd ook regelmatig naar mij gekeken met een blik die vroeg om nieuwe
ideeen. En als kersverse nieuwe ‘zij instroom’ docent verwachten enkele collega’s wat
nieuwe input, echter…vooral niet te snel! Na een tijdje van ‘de kat uit de boom kijken’ had ik
in ieder geval de behoefte om zelf ‘up to date’ te blijven door persoonlijke ontwikkeling. En
vandaaruit groeide natuurlijk de behoefte de kennis opgedaan te delen met de collega’s. En
dus begon ik na te denken over een manier waarop ik dat zou kunnen doen en waar men er
wat aan zou hebben. En misschien zelf op prijs stellen. Dus ontstond mijn zoektocht naar een
mogelijkheid om te delen. Ik probeerde in onze wekelijkse vergadering nieuws te delen,
maar vaak waren er urgentere zaken en weinig of geen ruimte hiervoor. Tussendoor kwam
dat boekwerk met het verslag van Lidewij Edelkoort en toegevoegde informatie en artikelen.
Er volgden een aantal gesprekken met een tweetal collega’s om van ideeen te wisselen,
waarbij de naam Fashion Room is ontstaan en om tenslotte de stap te nemen het mapje met
de verzameling van artikelen en verwijzingen begin dit jaar te versturen.
Ik heb maar magertjes ervaren dat collega’s er wat mee gedaan hebben. Gelukkig als er
bepaalde onderwerpen te spraken kwamen, kon ik verwijzen naar dat mapje in
desbetreffende mail.
Het is op dit moment een Fashion Room in wording. Collega’s gaan er hoop ik wat aan
wennen. De volgende stap is de digitale vorm opzetten. Het presenteren en acceptatie
creeren. Ik leer dat het onderwijs kleine stapjes vraagt om uiteindelijk het beoogde te
bereiken. Ik moet het dus stap voor stap aanpakken en niet te veel in een keer verwachten.
Ik ben blij dat er nu al twee collega’s meegaan naar Lidewij Edelkoort. Dit is voor mij ook een
belangrijk onderdeel van weten wat er aan de hand is, in de ontwikkelingen en trends. Het
eerste jaar ging ik alleen, het tweede met 1 collega om eenzelfde ‘mode’ taal te gaan
spreken en nu al twee collega’s die mee zijn gegaan. Daar ben ik heel erg blij mee voor dat
resultaat tot nu toe.
5
Ik zou een volgende keer eerst een inventarisatie proberen te doen om een beeld te krijgen
van wat men weet, wat de behoeften en visies zijn ect.
En dan met een strategische planning opstarten, ten aanzien van de FR.
Competentie nr 5, dat is samenwerken met de collega’s, heb ik hiervoor ingezet en nodig. Ik
heb de collega’s nodig voor draagvlak en ik doe dit voor ons als team.
Competentie nr 6, dat is samenwerking met de omgeving. Ik beschouw netwerken als een
onderdeel hiervan. En dat is belangrijk om op de hoogte te blijven van wat er allemaal in
beweging is.
Competentie nr 7, dat is eigen (of gezamenlijke team) ontwikkeling en reflectie. Dit heb ik
hierbij nodig om helder te blijven in mijn handelen en te zorgen voor mijn verdere
ontwikkeling.
Tijd- datum Activiteit Verantwoording
Het seminar bezocht en Dit hele proces heeft
2015: Eerste bezoek naar vervolgens een verslag met ongeveer 30 uur in beslag
Lidewij onder het persoonlijk aanvullende informatie genomen. Inclusief overleg
ontwikkelen en gemaakt, en uitgedeeld aan met de genen die
professionalisering. de collega’s goedkeuring moeten geven.
Het aftasten bij collega’s en Een aantal kleine gesprekken
Schooljaar 2015/ 2016: het sparren om een beeld te van een half to 1 uur en de
krijgen hoe de Fashion room minuten in de
te starten. vergaderingen. Geschat 8
uur.
Schooljaar 2016/ 2017
En pending ….. Sparren met collega en Een aantal kleine gesprekken
In ontwikkeling……. daadwerkelijk tot een naam van 1 uur. En het verzamelen
en evt. vorm komen voor de van de informatie en
fashion Room. artikelen voor de eerste
input mail in feb. Geschat 12
uur.
SLOT……
Het proces van de mode en de FR is voor mij een belangrijk project.
Ik hoop dat het beter zal lukken en succesvol zal zijn.
Glenda
6
FASHION MOVEMENT
“catwalk with no walk”
7
Fashion Room https://outlook.ofÞce.com/owa/projection.aspx
Fashion Room
A Aubri - de Vries, G.S. Allen beantwoorden |
ma 23-1, 09:00
Versluijs, M.I.; Neves, M.D.S.; Diermen, D.C. van; Koetsier, D.; Selanno, P.+; 6 meer
work
BoF_Issue-06_The-New-… fashion changes.pdf fashion movement.pdf
7 MB 51 kB 752 kB
Alle 4 bijlagen (8 MB) weergeven Alle downloaden Alles opslaan in OneDrive - ROC Mondriaan
Goede morgen Iedereen, Fashion Loving collegas
Het mode seizoen is al in volle gang. De mannen shows in Milaan zijn net voorbij en Parijs is
begonnen. De Modefabriek is bezig en er zijn verschillende seminars, lezingen en fashion Cafe's
(denk ChrisDne Boland vorige week, De Gouden eeuw en Mode gisteren, Fashion Counsel
vandaag en Peclers as Donderdag).
Daarbij start Amsterdam fashion week Donderdag a.s. en wordt gevolgd door de vrouwen shows
in Parijs, Milaan, London en New York, voor degenen die dit ritme nog aanhouden ( er zijn al
enkele Brands en Designers die afwijken). Zie arDkelen.
Catwalk shows zijn niet alDjd meer bewegend, maar een 'Tableau Vivant.
Wat is een beter moment om jullie met nog wat extra fashion vitaminen te voeden.
Er is veel beweging dus we kunnen het beste zo veel mogelijk op de hoogte blijven.
Deze veranderingen zijn direct of indirect van invloed op onze kennis die we overdragen aan onze
studenten. Vandaar bijgevoegd een aantal arDkelen, onderdelen van arDkelen om te lezen.
Ik wens jullie veel lees en "Ponder & Digest' plezier.
groet
Glenda
PS Heb ik iemand vergeten let me know.
1 of 2 09-06-17 16:53
8
Beoordeling Maatwerkopdracht I Fashion newsroom
Naam: Glenda Beoor- Feedback
Datum: 12 juni 2017 deling
Maatwerkopdracht I G Het kriebelde bij jou zelf …..
Naam beoordelaar: Arno de Koningh
Beoordeling: Goed, bijna, de urenverantwoording ….. :)
1. De opdracht
Je beschrijft waar de opdracht vandaan komt.
2. Aanleiding G Up to date…..
Bescheiden stappenplan uitgevoerd
Je beschrijft de aanleiding van deze maatwerkopdracht. G Hoe groot is t draagvlak? …..
Je beschrijft de uitdaging, situatie of welk probleem zich in je werksituatie
heeft voortgedaan. Duidelijk en expliciet beschreven
Je beschrijf de aanleiding en de situatie aan de hand van de 5 x W + H
methode .
3. Doelstellingen
Je geeft duidelijk aan op welke leervragen je antwoord wilt krijgen? Je
maakt hier de koppeling met je POP en je beschrijft je doelstellingen
4. Bronnen G Beschreven, ruimschoots toegevoegd
Je hebt gebruik gemaakt van minimaal 2 relevante bronnen. (internet,
literatuur).
5. Oplossingen G Fashion room in wording ….
Je beschrijft welke oplossingsrichtingen je gevonden hebt de literatuur. Het gras groeit niet sneller als je er aan trekt ….
6. Toepassing in de praktijk G En uitgebreide reflectie.
Je hebt beschreven wat de effecten in de praktijk zijn, wat je hebt
uitgeprobeerd, wat de resultaten daarvan waren.
Je hebt je leerervaringen, leerwinst en effect, beschreven.
Urenverantwoording ?
Onderzoeksplan
‘Aan welke lesontwerpeisen moet een les voldoen
zodat alle vier de leerstijlen volgens Kolb aan bod
komen?’
Naam: Glenda Aubri de Vries Marlon Boot
[email protected]
E-mailadres: [email protected] School voor Zorg
School: School voor Fashion & Handel
In opdracht van: Hogeschool Rotterdam
Opleiding: Pedagogisch Didactisch Getuigschrift
Begeleidend docent: Mw. J. den Draak
Onderzoeksplan
Inhoudsopgave
1. De inleiding ......................................................................................................................................... 4
1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4
1.2 Context .......................................................................................................................................... 4
1.3 Onderzoeksorganisatie .................................................................................................................. 4
1.4 Aansluiting van het onderzoek in de school .................................................................................. 4
2. Het praktijkprobleem .................................................................................................................. 6
2.1 Resultaten literatuurverkenning ................................................................................................... 7
2.2 Praktijkprobleem ........................................................................................................................... 9
3. De literatuurstudie, het onderzoeksdoel en de onderzoeksvraag .................................................. 11
3.1 Literatuurstudie ........................................................................................................................... 11
3.2 Onderzoeksdoel ........................................................................................................................... 11
3.3 Onderzoeksvraag ......................................................................................................................... 11
4. De onderzoeksaanpak ...................................................................................................................... 12
4.1 Onderzoeksactiviteiten ............................................................................................................... 12
4.2 Tijdsplanning ............................................................................................................................... 14
4.3 Randvoorwaarden ....................................................................................................................... 15
5. Bronvermelding ................................................................................................................................ 16
BOOT, M.S. 2
Onderzoeksplan
1. Inleiding
U leest hier de inleiding van ons onderzoeksplan. Aan bod komt de aanleiding tot het onderzoek
wat wij willen gaan uitvoeren, binnen welke context het onderzoek uitgezocht dient te worden,
vanuit welke organisatie wij het onderzoek uit gaan voeren en wat de aansluiting is tussen ons
onderzoek en het beleid van de school.
1.1 Aanleiding
Vanuit onze opleiding Pedagogisch Didactisch Getuigschrift, hebben wij de opdracht gekregen om
een onderzoek uit te voeren welke uiteraard aansluiting heeft met onze werkzaamheden binnen
‘onze’ scholen. Wij voeren dit onderzoek uit binnen de school voor Zorg, locatie Delft en de school
van Fashion en Handel, locatie Den Haag.
Het onderwerp leerstijlen trekt ons beiden al aan sinds het begin van onze opleiding. Wij zijn
voorstander van variatie binnen het aanbod aan werkvormen in een lessenserie en het liefst zelfs
binnen een les. De manier waarop leerlingen als individu leren vinden wij erg interessant. Als
docent zou je naar ons idee onderwijs moeten kunnen aanbieden wat aanspreekt bij de
verschillende leerstijlen in de groepen. We hoefden dan ook niet langs na te denken over een
geschikt onderwerp voor ons praktijkonderzoek.
Wij hebben ons onderzoek voorgesteld aan de onderwijsmanagers van beiden scholen, wij worden
o.a. door hen en door onze teams gesteund in de uitvoering van dit onderzoek. Wij hopen dat de
uitkomsten van ons onderzoek uiteindelijk iets positiefs zullen opleveren voor ons team en onze
leerlingen.
1.2 Context
Dit onderzoeksplan en het onderzoek wat hier uit volgt, heeft betrekking op twee verschillende
werkplekken binnen het ROC Mondriaan. Glenda is werkzaam als docent Modevorming binnen de
school voor Fashion en Handel en Marlon is werkzaam als docent Verpleegkundige binnen de
school voor Zorg. Aan de school voor Zorg wordt de niveau 4 opleiding ‘verpleegkunde’ gegeven
en aan de school voor Fashion en Handel de niveau 4 opleiding tot ‘junior stylist en productie
assistent’.
1.3 Onderzoeksorganisatie
De opdrachtgevers van ons onderzoek zijn mw. A. Stefan (school voor Fashion en Handel) en dhr.
A. Goedhart (school voor Zorg). De onderzoeksactiviteiten zullen plaats vinden in beide scholen.
Ter info, de school voor Fashion en Handel bevindt zich op de locatie Leeghwaterplein te Den Haag,
de school voor Zorg is gesitueerd in Delft op de Brasserskade. De scholen waar binnen de
onderzoeksactiviteiten plaats vinden, bieden opleidingen aan op niveau 2 (zorg), 3 en 4 (beide
scholen). Wij zijn werkzaam binnen de niveau 4 teams.
1.4 Aansluiting van het onderzoek in de school
MBO bereidt voor op het bedrijfsleven en de praktijk. Daar gebruiken we Kwalificatie Dossiers voor
waaraan de opleiding en leerstof moet voldoen. Dit valt onder het beleid van ROC Mondriaan
school voor Mode en ROC Mondriaan school voor Zorg.
Bij het voorbereiden van de leerling op het bedrijfsleven speelt samenwerken en in teamverband
werken een belangrijke rol. Hier kunnen de 4 leerstijlen van belang zijn.
Het geheel en het uiteindelijke resultaat van de studie valt onder het beleid van de school.
BOOT, M.S. 3
Onderzoeksplan
Beide scholen hebben nog niet eerder onderzoek gedaan naar de inzet van didactische
werkvormen direct gerelateerd aan de 4 leerstijlen volgens Kolb (1994). Wel zijn beide scholen
uiteraard bekend met een variëteit aan (activerende) didactische werkvormen en de inzet van de
leerstijlentest volgens Kolb (1994).
BOOT, M.S. 4
Onderzoeksplan
2. Het praktijkprobleem
U vindt in dit hoofdstuk een toelichting op het praktijkprobleem waarop wij ons onderzoek richten.
Met behulp van de 5xW+H methode (Migchelbrink, 2008) trachten wij u als lezer een helder beeld
te geven over het praktijkprobleem. Met antwoord op deze 6 vragen geven wij inzicht in de
informatie die wij verzameld hebben tijdens de verkennende probleemanalyse. Door middel van
verkenning in de literatuur welke wij willen gaan gebruiken voor ons uiteindelijke onderzoek
hebben wij ons verdiept in de meningen van de schrijvers over de kernbegrippen en deelaspecten
welke van belang zijn binnen dit onderzoek.
BOOT, M.S. 5
2.1 Resultaten literatuurverkenning
Kernbegrip Deelaspect Bronnen Toelichting
Lesontwerpeisen Volgens Huigen zijn er geen eisen aan de
Huigen, S. (2012) Wees creatief in je lesontwerp. Verkregen op structuur of methodiek van een lesontwerp.
18 oktober 2016 via https://www.tumult.nl/wees-creatief-in-je-
Didactische lesontwerp/ Gebaseerd op de theorie van Marzano.
Werkvormen werkvormen Cuppers, F. (2012) Opbrengsten Maak je Samen: wat werkt?
Verkregen op 18 oktober 2016 via
https://www.onderwijsmaakjesamen.nl/actueel/opbrengsten-
Activerende maak-je-samen-wat-werkt-marzano/ Overzicht van 9 didactische aanpakken welke
werkvormen Profcoaches, David Kolb en de Leerstijlen. Verkregen op 18 het niveau van leerlingen verhogen.
oktober 2016 via http://s01.qind.nl/userfiles/ Onderzoek naar de inzet van werkvormen die
271/File/Kolb%20leerstijlen%20en%20werkvormen%20.pdf aansluiten bij de leerstijlen van Kolb.
Leerstijlen van Marzano, R.J., Pickering, D.J. (2013) Wat werkt in de klas? Theorieboek over didactische werkvormen,
Kolb Didactische werkvormen. Uitgeverij Bazalt. wordt ook een verband gelegd met Kolb.
Moeskops, K. et al. (2016) Leerstijlen & Werkvormen. Houden
leraren rekening met de verschillende leerstijlen in de klas?
Hoogeveen, P., Winkels, J. (2006). Het didactische Onderzoeksverslag naar werkvormen welke
werkvormenboek. Uitgeverij van Gorcum. aansluiten bij de leerstijlen.
Bakker, C. en Deunum, J.F. (2002) Activerende Didactiek, een Onderzoeksverslag naar activerende
actief lerende leerling in de klas. Uit Levende talen tijdschrift, werkvormen.
jaargang 3 nummer 3.
Van de Berk, H. (2007). Activerende didactiek hanteren bij
leerstijlen. Een onderzoeks verslag met als vraag wat de
Carree, S. et al. (2011) Aan de slag! Docenten ontwerpen aantrekkelijkheid is van de stijlen en of het ‘’just
activerende en effectieve lessen. common sense’ is.
Kirschner, P. & Merriënboer, J. (2013). De onzin van leerstijlen.
Van Twaalf tot Achttien.
Coffield, F. (2004) Should we be using learningstyles? Verkregen
op 15 oktober 2016 via
http://itslifejimbutnotasweknowit.org.uk/files/LSRC_LearningStyl
es.pdf
Onderzoeksplan Kaldeway, I. (2007)Leerstijlen, dan wel denkstijlen als In dit artikel wordt het nut en noodzaak van een
uitgangspunt .Verkregen op 25 Oktober via denkstijlvriendelijke didactiek besproken en ook
www.che.nl/~/media/academieEducatie/lectoraat/leerstijlenDan de precieze relaties tussen leerinhouden,
Leerstijlen WelDenkstijlen.pdf werkvormen en de denkstijlen van de
volgens Kolb leerlingen.
Coffield, F. (2004b) Learningstyles, time to move on. Verkregen Een opinie verslag dat gaat over het bewijzen
op 15 oktober 2016 via van het nut van toepassen van de Leerstijlen.
Leerstijlen www.learnersfirst.net/private/wp`content/uploads/Opinion-
complementair Piece-Learning-styles-time-to-move-on-Coffield.pdf Een onderzoek naar het toepassen en het
effectief zijn van de stijlen op de werkvloer in
Berings, M. (2006) On the job learningstyles.Verkregen via de verpleging.
https://pure.uvt.nl/ws//files/761297/proefschriftberings.pdf
De kern van dit onderzoek is observeren of de
vier stijlencomplementair zijn bij bezoek aan
Engel,H.C., Kwak,S.,Verhoff, E.G.J. (2012)Leerstylen in musea.
kunstmusea. In hoeverre zetten leerlingen de verschillende
Leerstijlen van KOLB in bij museumbezoek? Verkregen 15
Oktober via
www.studenttheses.liberary.uu.nl/Searcy.php?language=advanc
e&v1=Leerstijlen,kolb,museum,educatie
BOOT, M.S. 7
2.2 Praktijkprobleem
Wat is het probleem?
Kolb (1994) stelt dat iedereen heeft een voorkeurs leerstijl heeft, dus ook de leerlingen van de
school voor Zorg en de school voor Fashion & Handel. Wij hebben gedurende het afgelopen
schooljaar geconstateerd dat onze leerlingen bij voorkeur in groepsverband, samenwerken
met studiegenoten welke dezelfde voorkeurs leerstijl hebben. Wij zien hier in een probleem
ontstaan, leerlingen worden op deze wijze onvoldoende gestimuleerd om vaardigheden vanuit
andere leerstijlen te ontwikkelen. Daarnaast zouden docenten een geringe afwisseling in
werkvormen aan bod laten komen tijdens één les, waardoor mogelijk niet alle leerstijlen
worden aangesproken.
Wie heeft er te kampen met het probleem?
De Docent: De lessen en de daarbij behorende opdrachten zouden toepasbaar moeten zijn
voor alle 4 leerstijlen (volgens Kolb).
De docent moet bij het ontwikkelen en schrijven van de opdrachten en de instructie rekening
houden met de 4 leerstijlen van de leerlingen.
De Leerling: En daardoor ook bv het stage bedrijf.
De leerling vind het lastig om samen te werken met anderen die niet dezelfde
voorkeursleerstijl hebben als zijzelf. Daarnaast zie je dat leerlingen bepaalde vaardigheden
onvoldoende hebben ontwikkeld welke voortkomen uit een leerstijl welke niet de voorkeur
geniet. Dit is vaak te zien als men aan de slag gaat in groepjes die ze zelf niet gevormd hebben.
Je ziet dit terug tijdens de lessen op school maar ook tijdens de uitvoering van de
werkzaamheden tijdens de stageperiode.
Wanneer treedt het probleem op?
Het probleem treedt op tijdens de uitvoering van verschillende vakken van de opleidingen.
Ook is het zichtbaar tijdens het skills onderwijs, bij uitstek het vak waar ‘doen’ centraal staat.
Zichtbaar is dat leerlingen de handen uit de mouwen willen steken en direct aan de slag willen
gaan met de handelingen welke zij aangeleerd krijgen. Dit is op zich geen probleem, maar skills
onderwijs vergt bijvoorbeeld ook analyseren, plannen, en organiseren.
Waarom is het een probleem?
Leerlingen missen de verdieping en de ontwikkeling in bepaalde vaardigheden die voortkomen
uit andere leerstijlen. Dit is iets wat vanuit de kwalificatiedossiers wel van de leerlingen wordt
verwacht. Wanneer onze leerlingen in de praktijk gaan werken, op stage gaan, wordt van hen
verwacht dat zij op verschillende wijzen bepaalde processen kunnen analyseren en kunnen
behandelen.
Het kan zijn dat het de leerling belemmerd in de verdere ontwikkeling, als ze er moeite mee
hebben om met verschillende types te werken.
Leerlingen zijn zich niet vaak bewust van de verschillende Leerstijlen en de kenmerken
daarvan. Dus beseffen ze niet dat ze het als een voordeel kunnen zien om wellicht elementen
van de andere Leerstijlen te gebruiken. Dit bv. binnen een team (teamwork) of straks in het
bedrijfsleven.
Onderzoeksplan
Waar doet het probleem zich voor?
Het probleem doet zich binnen de kaders van de opleiding voor. Dat wil zeggen, tijdens de
lessen, tijdens het maken van groepsopdrachten als huiswerk en tijdens de stageperiodes.
Hoe is het probleem ontstaan?
1. Zekerheid.
Vaak verzamelen de leerlingen mensen om zich heen (vaak in een groepje) waarvan ze
verzekerd zijn dat ze het werk snel en goed tot het gewenste resultaat kunnen brengen.
2. Op zoek naar veiligheid.
Omdat je veilig voelen belangrijk is zoeken gelijkgestemden (hoeft niet altijd leerstijl te zijn)
elkaar op. De neuzen zijn dezelfde kanten op alle fronten. Leren van een andere aanpak is er
dan niet echt bij.
BOOT, M.S. 9
Onderzoeksplan
3. De literatuurstudie, het onderzoeksdoel en
de onderzoeksvraag.
3.1 Resultaten literatuurstudie.
Middels de bestudeerde literatuur zoals op pagina 7 en
8 te vinden is, hebben wij getracht een aantal
begrippen voor onszelf en voor de lezer helder te
krijgen.
Wij behandelen met dit onderzoek de leerstijlen
volgens David Kolb, een leerpsycholoog en pedagoog
uit de Verenigde Staten. Er zijn vele theorieën die
betrekking hebben op leerstijlen, onze voorkeur ging
vanwege onder andere de duidelijkheid van de
methodiek uit naar de leerstijlen volgens Kolb.
Daarnaast sluit de theorie volgens Kolb gemakkelijk aan bij de schoolse werkvormen welke
binnen onze scholen naar voren komen.
Kolb heeft in 1984 in zijn boek ‘Experiential learning: experience as the source of learning and
development’ zijn uitkomsten op het gebied van onderzoek naar ervaringsgericht leren. Kolb
stelt dat leren het proces is waarbij kennis wordt gecreëerd door de transformatie van
ervaring. Het vermeerderen van kennis volgt dus uit ervaringen en dit noemen wij leren. Dit
leren is een proces dat ingedeeld kan worden in verschillende fasen. Volgens Kolb zijn dit de
fasen concrete ervaring, reflectief observeren, abstract conceptualiseren en actief
experimenteren. Volgens Kolb herhalen deze vier fasen zich continu. Het is echter niet nodig
om iedere keer vanuit hetzelfde kwadrant te beginnen. Het kwadrant waar de leerling begint
is volgens Kolb de voorkeursleerstijl van de leerling.
Iedere leerling heeft een voorkeursleerstijl, zo ook de leerlingen welke wij les geven. Onze
lessen zijn gebaseerd op vakinhoudelijke informatie welke wij over moeten brengen op onze
leerlingen. Docenten geven les vanuit de theorie die zij hebben aangeleerd tijdens hun
opleiding maar ook vanuit hun eigen voorkeurstijl voor lesgeven. Niet iedere les zal
verschillende werkvormen bevatten, wat logischerwijs tot gevolg heeft dat niet iedere leerstijl
wordt aangesproken.
Een didactische werkvorm is de manier waarop de docent les geeft en vorm geeft aan de
onderwijsleerinhoud. Een wenselijk idee is dat de werkvormen aansluiten bij de verschillende
leerstijlen van leerlingen. Hoogeveen en Winkels (2006) stellen dat docenten kennis moeten
hebben van een grote variëteit aan werkvormen en dat deze flexibel ingezet moeten kunnen
worden. Van belang is het hierbij volgens deze schrijvers, dat docenten rekening houden met
de verschillende leerstijlen in hun groep als het aankomt op de keuze voor werkvormen.
Activerende werkvormen worden door Hoogveen en Winkels (2005) omschreven als de
principiële weg die docent en leerlingen samen bewandelen, om de in het schoolwerkplan
omschreven onderwijsdoelen – voor wat betreft vorming en opvoeding – te bereiken, en om
de in het schoolwerkplan omschreven inhouden over te dragen, respectievelijk zich eigen te
maken, op een doelgerichte en effectieve wijze.
BOOT, M.S. 10
Onderzoeksplan
3.2 Onderzoeksdoel
Met behulp van dit onderzoek willen wij uiteindelijk een aanbeveling schrijven voor een
lesontwerp waarin alle vier de leerstijlen in één les aan bod komen. In dit lesontwerp zullen
verschillende activerende didactische werkvormen worden opgenomen.
3.3 Onderzoeksvraag
AanOnze onderzoeksvraag luidt als volgt; welke
lesontwerpeisen moet een les voldoen
zodat alle vier de leerstijlen volgens
Kolb (1994) aan bod komen?
Wij trachten deze deelvraag te beantwoorden door middel van antwoorden op de volgende
deelvragen;
1. Kunnen leerlingen van elkaar leren vanuit de verschillende leerstijlen van Kolb?
2. Kunnen de vier leerstijlen complementair aan elkaar zijn?
3. Wat houden de vier leerstijlen volgens Kolb in?
4. Wat zijn de eisen aan een lesontwep?
5. Welke didactische werkvormen zijn er gericht op de vier leerstijlen volgens Kolb?
BOOT, M.S. 11
Onderzoeksplan
4. De onderzoeksaanpak.
4.1 Onderzoeksactiviteiten.
Om tot gedegen en betrouwbare antwoorden te komen op onze deelvragen, gaan wij binnen
dit onderzoek uiteraard data verzamelen. Gericht op de deelvragen gaan wij ons verdiepen in
de bestaande literatuur omtrent de onderwerpen, deelaspecten en kernbegrippen.
De onderzoeksaanpak zoals hier onder beschreven wordt, passen wij toe op al onze
deelvragen.
Waar ontleen je de data?
Er wordt gebruikt gemaakt van bestaande literatuur, welke wij raadplegen middels Google
Scholar, HBO Kennisbank en ERIC.
Hoe voer je de activiteit uit?
§ Research: zoeken naar onderdelen in de publicaties en literatuur volgens de kernwoorden
die we hebben bepaald.
§ Inlezen: de diverse publicaties lezen en steeds weer toetsen welk gedeelte kan helpen de
deelvragen te beantwoorden.
§ Info bundelen: zorgen voor voldoende perspectief vanuit de literatuur. Dit houd in de
hoeveelheid verschillende informatie terug brengen zodat het bruikbaar is. De hoofdzaken
benoemen die het beantwoorden van de hoofdvraag mogelijk maken.
§ Vergelijken en concluderen: de geordende en gereduceerde data aanwenden om de
onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden.
Wanneer voer je de activiteit uit?
Zie de planning in de volgende paragraaf.
Analyseren, Concluderen, Rapporteren en Presenteren.
Gericht op het analyseren van gegevens, doorlopen wij vier fasen (Van Lanen en Van der
Donk, 2015);
1. Orden de verzamelde data per deelvraag; in een schematisch overzicht zullen we inzichtelijk
maken met welke data wij onze deelvragen kunnen beantwoorden.
2. Reduceer, combineer en/ of transformeer de verzamelde data; hier gaan wij hoofd- en
bijzaken van elkaar scheiden. Dit wordt ook wel datareductie genoemd.
3. Presenteer de analyseresultaten; in deze stap houden we de data over waarmee we onze
deelvragen kunnen beantwoorden, onze analyseresultaten. We presenteren deze in de vorm
van cijfers, teksten of visualisaties.
4. Trek heldere conclusies op basis van de analyseresultaten; we beantwoorden onze
onderzoeksvraag op basis van onze analyseresultaten. Onze conclusies komen voort uit de
gereduceerde onderzoeksdata.
BOOT, M.S. 12
Onderzoeksplan
Gericht op het concluderen van onze bevindingen in dit onderzoek, gebruiken wij het
stappenplan zoals beschreven op bladzijde 247 uit het boek Praktijkonderzoek in de School
van Van der Donk & Van Lanen (2015).
Gericht op het rapporteren en presenteren zijn wij bezig met het verspreiden en toegankelijk
maken van de resultaten van het onderzoek. Zodoende willen de onderzoeksuitkomsten ook
herkenbaar presenteren voor onze (werk)omgeving. We zullen de belangstelling van onze
doelgroep (onze collega’s) moeten wekken. Voor de verslaglegging van onze
onderzoeksresultaten zullen we gebruik maken van de indeling volgens Van der Donk & Van
Lanen (2015) wat op bladzijde 297 staat beschreven in het boek Praktijkonderzoek in de
School. Alvorens we het onderzoeksplan gaan uitschrijven, zullen we gebruik maken van een
tekstplan zoals op bladzijde 299 in Praktijkonderzoek in de School wordt beschreven. Dit plan
kunnen we tussentijds aanvullen met informatie. We zullen aandacht besteden aan de
zichtbaarheid en duidelijkheid van onze resultaten, het taalgebruik, de lay out en de
visualisatie van onze onderzoeksuitkomsten. De presentatie van ons onderzoek zal
plaatsvinden binnen de Hogeschool Rotterdam, onder leiding van onze begeleidende
docenten en onze klasgenoten. We presenteren de belangrijkste zaken, stimuleren
betrokkenheid door middel van nieuwsgierigheid voorafgaand te kweken en een interactieve
presentatie te verzorgen. Mogelijk kunnen we een workshop inzetten voor de presentatie.
4.2 Tijd splanning
U vindt hier onze voorlopige planning voor het uitvoeren van het onderzoek. Het voordeel van een onderzoek naar literatuur is naar ons idee dat je
hier weinig randvoorwaarden voor nodig hebt op voldoende tijd na. Veel Van deze activiteiten kunnen buiten werktijden om plaats vinden. We zijn
bijvoorbeeld niet afhankelijk van aanwezigheid van bepaalde collega’s voor onze onderzoeksactiviteiten.
Een planning is altijd onderhevig aan (geringe) veranderingen, vandaar dat dit document wekelijks op de agenda staat en zal worden geëvalueerd.
De rode weken zijn vakantieweken waarin niet aan het onderzoek gewerkt kan/ zalworden.
Deelvraag Onderzoeksactiviteit Oktober 2016 November 2016 December 2016 Januari 2017 Februari 2017 Maart 2017
n.v.t Onderzoeksplan opstellen
Deelvraag 1 Literatuurond.
Deelvraag 2 Literatuurond.
Deelvraag 3 Literatuurond.
Deelvraag 4 Literatuurond.
Deelvraag 5 Literatuurond.
BOOT, M.S. 13
4.3 Randvoorwaarden
Onze belangrijkste randvoorwaarde is onze tijdsinvestering. Gedurende de komende maanden
gaan wij aan ons onderzoek werken waarin wij met elkaar hebben afgesproken om op vaste
tijden en vaste dagen in de week contact met elkaar op te nemen. Afwisselend zullen we elkaar
op zoeken maar ook met ondersteuning van social media en digitale hulpmiddelen kunnen wij
met elkaar vergaderen. Denk aan Skype voor Bedrijven. De onderzoekstijd is deels opgenomen
in onze opleiding. De onderzoekstijd zal geen beslag nemen op onze werktijd.
Aan fysieke middelen hebben wij een werkruimte en een laptop nodig. Gedurende schooluren
wordt een fatsoenlijke werkruimte aangeboden in de vorm van de symposiumzaal op de
Aspasialaan of een ander lokaal. Onze werkruimte thuis geven wij uiteraard zelf vorm.
Wij hebben begeleiding nodig vanuit de Hogeschool Rotterdam in de vorm van onze
begeleidende docenten en vanuit het ROC Mondriaan hebben wij begeleiding nodig van onze
coaches Greta Kreuze (Marlon) en Hans Sint (Glenda).
5. Bronvermelding
Lanen, van der, C., en Lanen, van, B. Praktijkonderzoek in de school. (2016) Uitgeverij
Coutinho.
Velde, van der, M., Jansen, P., Dikkers, J. Toegepast onderzoek. (2013) Concept uitgeefgroep.
Verhoeven, N. Wat is onderzoek? (2010) Uitgeverij Boom onderwijs.
Beoordelingsformulier Onderzoeksplan “ Ik als Verbinder 1” Deelnemers: Glenda Aubri de Vries
BTeohoermdae:linVgiesrfolremerusltieijrlenOvnadnerKzooelbksplan “ Ik als Verbinder 1” Marlon Boot
ThBeemooar:deVliaearrl:eeJ.rsdteijnlenDrvaaank Kolb
BEeoinodrbdeeolaoarrd:eJli.ndge: nVODLraDaOkENDE Deelnemers: Glenda Aubri de Vries
EiDnadtbuemoo:3rd1eolikntg:20V1O6LDOENDE Marlon Boot
Datum:31 okt 2016
Voldoende
1. Inleiding en ¥ Het is duidelijk voor wie en waarom het De aanleiding en context is logisch beschreven. Er is helder
beschrijving van de
Voldporeankdtiejkprobleem complex, actueel en relevant is beschreven wat het onderzoek moet opleveren en voor wie.
1. Incloenidtienxgt en
beschrijving van de ¥ H(edtoiosrdgueidberluijik vteoomr awkieenevnawna5axrWom+Hheotf soortgelijke De aanleiding en context is logisch beschreven. Er is helder
context
prmaekthijkopdreo)bleem complex, actueel en relevant is beEsrczhijrnevdeinvewrsaet ehnetkownadlietraztoieefkgmoeodeet boprolenvneernen(lietnervaotuourrweien.
2. Vraagstelling
2. Vraagstelling ¥ (dDoeorbegsecbhrruiijkvitnegmisavkoelnlevdaigne5nxWge+dHetaoifllseoeordrtgelijke sleutelpersonen) gebruikt om het praktijkprobleem te
3. Methodebeschrijving ¥ mDeethkoedren)begrippen zijn gedefinieerd Erbezsijcnhdriijvveerns.e en kwalitatief goede bronnen (literatuur en
Bestaande (per
deelvraag) uit ¥ ¥ DEerbzeijsnchmriijnviimngaaisl dvroilelebdeigtroeunwgbeadreetaeinllereerldevante sleutelpersonen) gebruikt om het praktijkprobleem te
databronnen en
datatechnieken ¥ Dberkoenrnnebnedgireipipneznichzitjngegveednefiinniheeetrdpraktijkprobleem beDsechprriojvbelene.moriëntatie is goed beschreven, een van de
¥ ¥ ErHzeitjndomeilnvimanaahledt roiendbeertzroeukwbisabreesecnhrevleevnante belangrijkste stappen in het scriptieschrijfproces. Een goede
¥ brDoenninelneidineginlezicdht tngaeavreeneninohnedteprzraoketkibjkaprreocbelenetmrale Doeripërnotbalteiemleoidritëtnottateienisggooeeddabfgeesbcharkeevnedne, pereonblveaenmdsetelling
¥ Hvertadaogesltevlalinnghe(ht ooonfddevrrzaoaegk) is beschreven belnandgoreijlsktsetlelinsgtaepnpehnelipnthjetospcrwipetgieoscmhrdijefpjruoisctees. Een goede
¥ De inleiding leidt naar een onderzoekbare centrale oroinëndetartzioeelkesidvtratgoet neeonp gteoesdteallfegne.bakende probleemstelling
vraagstelling (hoofdvraag) en doelstelling en helpt je op weg om de juiste
onDdeeorzroiëenktsavtireagisenafogpertoensdtealllsenje. weet welk vraagstuk
opgelost moet worden en waarom. Uit de probleemoriëntatie
Dbeliojkritëvnetarvtioelgisenasfgdeerohnodofadlsvrjaeawg emetetwdeelkdverealavgrasgtuekn.
opgelost moet worden en waarom. Uit de probleemoriëntatie
¥ De centrale vraagstelling (hoofdvraag) is eenduidig en blEijrkitsvveorlvdoalagnenasadneohnodoefrdsvtaraangdemcertitedreiad.eDeelvrfoargmenu.lering
concreet onderzoeksvragen voldoet aan de richtlijnen (van der Donk
¥ ¥ DDeecevnratraaglestverllainaggs(theolloinfdgv(rhaoaogf)dpvarasat gb)ijisheetenduidig en Er&isvavnolLdaanaenna, a2n01o5n,depr.1st2a1a)n.de criteria. De formulering
onderzoeksdoel De deelvragen betreffen aspecten van de onderzoeksvraag
¥ De deelvragen leiden naar een antwoord op de en zijn nodig om de onderzoeksvraag te beantwoorden.
centrale vraag (hoofdvraag)
Alle kernbegrippen uit de onderzoeksvraag en alle begrippen
waarvan de betekenis niet vanzelfsprekend is, zijn
geoperationaliseerd m.b.v. duidelijke definities.
¥ De onderzoeksgroep is gedefinieerd. In het onderzoeksplan beschrijven julllie hoe je het
¥ De keuze voor de onderzoeksmethode (soort onderzoek gaat uitvoeren. Gaan jullie ook gebruikmaken van
onderzoek) is verantwoord in relatie tot de een enquête en of andere informatie van leerlingen /
onderzoeksvraag collega’s?
Afhankelijk van de (hoofd – deel)vraag, bepaal je welke
¥ Uit de verantwoording van de methode van
dataverzameling blijkt een brede oriëntatie op onderzoeksoorten en -methoden je kiest.
bestaande methoden Jullie geven goed antwoord op de vraag ‘Hoe kan het
¥ De relatie tussen de deelvraag, databron en
dataverzamelingstechniek is duidelijk en congruent onderzoek het beste gedaan worden?’
¥ Er is methode- en bronnentriangulatie
¥ Van minimaal vier betrouwbare bronnen is Het theoretisch kader bevat een overzicht van de
aangegeven wat de relatie is tot de deelvragen belangrijkste hoofdthema’s en deelaspecten en onderlinge
relaties van het praktijkprobleem. Daarbij sluit het
¥ Er is een relatie tussen de gekozen begrippen uit de
literatuurstudie en de uitwerking van de theoretisch kader logisch aan op de onderzoeksvraag
onderzoeksinstrumenten (datatechnieken) /vragen. Het belang van het theoretisch kader voor de
¥ Er is gebruik gemaakt van betrouwbare, onderzoeksvraag/vragen is helder beschreven.
toonaangevende literatuur
Het theoretisch kader is gebaseerd op relevante bronnen die
in eigen woorden en kritisch beschreven zijn. De bronnen
zijn actueel en toonaangevend in het vakgebied.
APA-normen zijn bij verwijzingen en in literatuurlijst correct
toegepast.
¥ De dataverzamelingstechnieken zijn gekoppeld aan de In de operationalisering van de aanpak is beschreven wie tot
deelvragen de onderzoeksgroep behoort, wat bij hen gemeten wordt en
¥ De inhoud van de dataverzamelingstechniek is een wanneer die metingen zijn gedaan. De keuzes hiervoor
operationalisatie van de te meten begrippen sluiten logisch aan vanuit het praktijkprobleem en de
¥ De validiteit en betrouwbaarheid van het onderzoek onderzoeksvragen.
word uitgelegd
4. Planning ¥ De onderzoeksactiviteiten, inzet van de betrokkenen De planning van het onderzoek is duidelijk en strak
en de deadlines zijn duidelijk beschreven beschreven, zorg dat dit het onderzoek niet te veel
beinvloedt.
¥ De activiteiten en tijdsplanning zijn haalbaar en
realistisch
Feedback
Prima en goede opzet !! Duidelijk en “to the point”. Wat ik waardeer is dat er geen overbodigheden zijn. Ik begeleid jullie graag
bij de uitvoering.
Onderzoeksverslag
‘Aan welke lesontwerpeisen moet een les voldoen
zodat alle vier de leerstijlen volgens Kolb aan bod
komen?’
Naam: Glenda de Vries Marlon Boot
[email protected] [email protected]
E-mailadres: School voor Fashion & Handel School voor Zorg & Welzijn
Hogeschool Rotterdam
School: Pedagogisch Didactisch Getuigschrift
Mw. J. den Draak
In opdracht van: 31 mei 2017
1.0
Opleiding: Den Haag, Delft, Wateringen, Vught
Begeleidend docent:
Inleverdatum:
Versienummer:
Locatie uitvoering:
Onderzoeksverslag
Colofon
Marlon Boot
Glenda de Vries
Auteur:
Hogeschool Rotterdam
Instituut voor Lerarenopleidingen
Museumpark 40
3015 CX Rotterdam
Opdrachtgever:
Mw. J. den Draak (docent, Hogeschool Rotterdam)
ROC Mondriaan
Leeghwaterplein 72
2521 DB Den Haag
Onderzoeksverslag ‘Aan welke lesontwerpeisen moet een les voldoen zodat
Begeleider: alle vier de leerstijlen volgens Kolb aan bod komen?’
mei 2017
Plaats:
Titel:
Datum:
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
3
Onderzoeksverslag
Inhoudsopgave
Voorwoord ............................................................................................................................................. 6
Samenvatting ......................................................................................................................................... 7
1. De inleiding ........................................................................................................................................ 8
1.1 Aanleiding ......................................................................................................................................... 8
1.1.1 Context .............................................................................................................................. 8
1.1.2 Onderzoeksorganisatie ..................................................................................................... 8
1.1.3 Aansluiting van het onderzoek in de school ..................................................................... 9
1.2 Probleemanalyse ............................................................................................................................ 10
1.2.1 Probleemstelling ............................................................................................................. 10
1.2.2 Onderzoeksdoel .............................................................................................................. 11
1.2.3 Hoofdvraag ..................................................................................................................... 11
1.2.4 Deelvragen ...................................................................................................................... 12
1.3 Methoden en technieken ............................................................................................................... 13
1.3.1 Onderzoeksactiviteiten ................................................................................................... 13
1.3.2 Onderzoeksmodel ........................................................................................................... 15
1.3.3 Afbakening ...................................................................................................................... 15
1.4 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 16
2 Resultaten ......................................................................................................................................... 17
2.1 Wat houden de vier leerstijlen volgens Kolb in? ........................................................................... 17
2.2 Kunnen de vier leerstijlen complementair aan elkaar zijn? ............................................................ 21
2.3 Kunnen leerlingen van elkaar leren vanuit de verschillende leerstijlen van Kolb? ......................... 22
2.4 Wat zijn de eisen aan een lesontwep? ........................................................................................... 23
2.5 Welke didactische werkvormen zijn er gericht op de vier leerstijlen volgens Kolb? ...................... 26
3 Conclusie ........................................................................................................................................... 32
3.1 Beantwoording centrale vraagstelling ............................................................................................ 32
3.2 Aanbeveling .................................................................................................................................... 33
3.3 Discussie ......................................................................................................................................... 34
4 Evaluatie ............................................................................................................................................ 35
4.1 Reflectieverslag Marlon .................................................................................................................. 35
4.2 Reflectieverslag Glenda .................................................................................................................. 37
5 Literatuurlijst ..................................................................................................................................... 39
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
4
Onderzoeksverslag
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
5
Onderzoeksverslag
Voorwoord
Voor u ligt de verslaglegging van ons onderzoeksverslag. Ons onderzoeksverslag is een
uitwerking van de module opdracht ‘Ik als Verbinder 2’. Deze opdracht hebben wij
gezamenlijk uitgevoerd in het kader dan onze opleiding Pedagogisch Didactisch Getuigschrift.
Met deze module opdracht hebben wij ons verder ontwikkeld in de volgende competenties
(Wet BiO):
Competentie 1: interpersoonlijk.
Competentie 5: samenwerken met collega’s
Competentie 6: samenwerken met de omgeving
Competentie 7: reflectie en ontwikkeling
Aan het eind van de modules ‘Ik als Verbinder 1 en 2’, wordt er van ons verwacht in staat te
zijn om bij te dragen aan de ontwikkeling en verbetering van onderwijs door middel van een
zelfstandig opgezet en uitgevoerd praktijkgericht onderzoek waarbij op systematische wijze,
in interactie met de omgeving, antwoord wordt verkregen op een centrale onderzoeksvraag
(Post-HBO Opleidingen , 2016).
Om dit leerdoel te behalen hebben wij onder andere gebruik gemaakt van de kennis en
medewerking van mensen uit onze omgeving die wij daar voor willen bedanken. In de eerste
plaats gaat onze dank uit naar onze begeleidend docent van de Hogeschool Rotterdam,
mevrouw J. den Draak. De gesprekken wij hebben gevoerd met haar, hebben ons erg
gemotiveerd. Wij willen haar danken voor al haar inzichten, tips en leermomenten.
Ook willen wij de heer A. de Koningh bedanken voor de leermomenten die hij creëerde
gedurende het afgelopen leertraject tijdens al onze bijeenkomsten.
Tenslotte een persoonlijk woord van dank voor onze coaches mevrouw. A. Stephan en
mevrouw G. Kreuze.
Wij wensen u veel leerplezier.
Marlon Boot
Glenda de Vries.
Vught, mei 2017
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
6
Onderzoeksverslag
Samenvatting
In dit verslag wordt ons onderzoek besproken naar de leerstijlen van Kolb en de
mogelijkheid tot het ontwikkelen van een lesopzet waarin alle vier de leerstijlen aan
bod komen. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt ‘Aan welke
lesontwerpeisen moet een les voldoen zodat alle vier de leerstijlen volgens Kolb aan
bod komen?’. Om tot een antwoord op deze vraag te komen, hebben wij
deelvragen opgesteld en beantwoord. Het onderzoeksmodel wat wij hebben
toegepast is het uitvoeren van een literatuurstudie.
Door middel van het beantwoorden van onze deelvragen, zijn wij tot een aanbeveling
gekomen en een antwoord op onze hoofdvraag. Onze deelvragen waren o.a. gericht
op de theorie van de leercyclus van Kolb (1984), les ontwerpeisen en didactische
werkvormen. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat een les gebaseerd op de vier
verschillende voorkeurs leerstijlen van Kolb een gevarieerd aanbod in werkvormen
betekent. In eerdere onderzoeken is naar voren gekomen welke didactische
werkvormen aansluiten bij welke leerstijl van Kolb. Een aanbeveling zou dan ook zijn
om in je lesontwerp gebruik te maken van een variatie in werkvormen gebaseerd op
de verschillende leerstijlen. Een overzicht van passende werkvormen per leerstijl
wordt getoond in paragraaf 2.5.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
7
Onderzoeksverslag
1. Inleiding
U leest hier de inleiding van ons onderzoeksverslag. Aan bod komt de aanleiding tot het onderzoek
wat wij willen gaan uitvoeren, binnen welke context het onderzoek uitgezocht dient te worden,
vanuit welke organisatie wij het onderzoek uit gaan voeren en wat de aansluiting is tussen ons
onderzoek en het beleid van de school.
1.1 Aanleiding
Ons onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de module-opdrachten ‘Ik als Verbinder 1 en 2'
van de opleiding Pedagogisch Didactisch Getuigschrift. Dit is dan ook de aanleiding tot het
uitvoeren van het onderzoek.
Wij deelden de interesse naar de theorie van de leerstijlen van Kolb (1984), tijdens een ochtend
brainstormen over gepaste onderwerpen voor onze onderzoeken kwamen we snel overeen dat
wij hier samen meer over te weten wilden komen. Voorafgaand aan het opstellen van ons
onderzoeksplan, hadden wij beiden al de nodige kennis omtrent de theorie van Kolb (1984)
echter een mening hier over formuleren lukte ons nog niet. De ervaring en de benodigde kennis
hiervoor was nog niet in ons bezit.
Dit bij elkaar maakte ons zeer gemotiveerd om een (kleinschalig) onderzoek uit te voeren naar de
‘zin en onzin’ van de theorie van Kolb (1984).
Context
1.1.1 Dit onderzoek heeft betrekking op twee verschillende werkplekken binnen het ROC
Mondriaan. Glenda is werkzaam als docent Modevorming binnen de school voor Fashion en
1.1.2 Handel en Marlon is werkzaam als docent Verpleegkundige binnen de school voor Zorg en
Welzijn. Aan de school voor Zorg en Welzijn wordt de niveau 4 opleiding ‘verpleegkunde’
gegeven en aan de school voor Fashion en Handel de niveau 4 opleiding tot ‘junior stylist en
productie assistent’.
Onderzoeksorganisatie
De opdrachtgevers van ons onderzoek zijn mw. A. Stephan (school voor Fashion en Handel) en
dhr. A. Goedhart (school voor Zorg en Welzijn). De onderzoeksactiviteiten zullen plaats vinden
in beide scholen. Ter info, de school voor Fashion en Handel bevindt zich op de locatie
Leeghwaterplein te Den Haag, de school voor Zorg is gesitueerd in Delft op de Brasserskade.
De scholen waar binnen de onderzoeksactiviteiten plaats vinden, bieden opleidingen aan op
niveau 2 (zorg), 3 en 4 (beide scholen). Wij zijn werkzaam binnen de niveau 4 teams.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
8
Onderzoeksverslag
1.1.3 Aansluiting van het onderzoek in de school
MBO bereidt voor op het bedrijfsleven en de praktijk. Daar gebruiken we Kwalificatie Dossiers
voor waaraan de opleiding en leerstof moet voldoen. Dit valt onder het beleid van ROC
Mondriaan school voor Mode en ROC Mondriaan school voor Zorg en Welzijn.
Bij het voorbereiden van de leerling op het bedrijfsleven speelt samenwerken en in
teamverband werken een belangrijke rol. Hier kunnen de 4 leerstijlen van belang zijn.
Het geheel en het uiteindelijke resultaat van de studie valt onder het beleid van de school.
Beide scholen hebben nog niet eerder onderzoek gedaan naar de inzet van didactische
werkvormen direct gerelateerd aan de 4 leerstijlen volgens Kolb (1984). Wel zijn beide scholen
uiteraard bekend met een variëteit aan (activerende) didactische werkvormen en de inzet van
de leerstijletest volgens Kolb (1984).
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
9
Onderzoeksverslag
1.2 Probleemanalyse
U vindt in dit hoofdstuk een toelichting op het praktijkprobleem waarop wij ons onderzoek richten.
Met behulp van de 5xW+H methode (Migchelbrink, 2008) trachten wij u als lezer een helder beeld
te geven over het praktijkprobleem. Met antwoord op deze 6 vragen geven wij inzicht in de
informatie die wij verzameld hebben tijdens de verkennende probleemanalyse. Door middel van
verkenning in de literatuur welke wij willen gaan gebruiken voor ons uiteindelijke onderzoek
hebben wij ons verdiept in de meningen van de schrijvers over de kernbegrippen en deelaspecten
welke van belang zijn binnen dit onderzoek.
1.2.1 Probleemstelling
Wat is het probleem?
Kolb (Kolb, 1984) stelt dat iedereen heeft een voorkeurs leerstijl heeft, dus ook de leerlingen
van de school voor Zorg en de school voor Fashion & Handel. Wij hebben gedurende het
afgelopen schooljaar geconstateerd dat onze leerlingen bij voorkeur in groepsverband,
samenwerken met studiegenoten welke dezelfde voorkeurs leerstijl hebben. Wij zien hier in
een probleem ontstaan, leerlingen worden op deze wijze onvoldoende gestimuleerd om
vaardigheden vanuit andere leerstijlen te ontwikkelen. Daarnaast zouden docenten een
geringe afwisseling in werkvormen aan bod laten komen tijdens één les, waardoor mogelijk
niet alle leerstijlen worden aangesproken.
Wie heeft er te kampen met het probleem?
De Docent: De lessen en de daarbij behorende opdrachten zouden toepasbaar moeten zijn
voor alle 4 leerstijlen (volgens Kolb 1984).
De docent moet bij het ontwikkelen en schrijven van de opdrachten en de instructie rekening
houden met de 4 leerstijlen van de leerlingen.
De Leerling: En daardoor ook bv het stage bedrijf.
De leerling vindt het lastig om samen te werken met anderen die niet dezelfde
voorkeursleerstijl hebben als zijzelf. Daarnaast zie je dat leerlingen bepaalde vaardigheden
onvoldoende hebben ontwikkeld welke voortkomen uit een leerstijl welke niet de voorkeur
geniet. Dit is vaak te zien als men aan de slag gaat in groepjes die ze zelf niet gevormd hebben.
Je ziet dit terug tijdens de lessen op school maar ook tijdens de uitvoering van de
werkzaamheden tijdens de stageperiode.
Wanneer treedt het probleem op?
Het probleem treedt op tijdens de uitvoering van verschillende vakken van de opleidingen.
Ook is het zichtbaar tijdens het skills onderwijs, bij uitstek het vak waar ‘doen’ centraal staat.
Zichtbaar is dat leerlingen de handen uit de mouwen willen steken en direct aan de slag willen
gaan met de handelingen welke zij aangeleerd krijgen. Dit is op zich geen probleem, maar skills
onderwijs vergt bijvoorbeeld ook analyseren, plannen, en organiseren.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
10
Onderzoeksverslag
Waarom is het een probleem?
Leerlingen missen de verdieping en de ontwikkeling in bepaalde vaardigheden die voortkomen
uit andere leerstijlen. Dit is iets wat vanuit de kwalificatiedossiers wel van de leerlingen wordt
verwacht. Wanneer onze leerlingen in de praktijk gaan werken, op stage gaan, wordt van hen
verwacht dat zij op verschillende wijzen bepaalde processen kunnen analyseren en kunnen
behandelen.
Het kan zijn dat het de leerling belemmerd in de verdere ontwikkeling, als ze er moeite mee
hebben om met verschillende types te werken.
Leerlingen zijn zich niet vaak bewust van de verschillende Leerstijlen en de kenmerken
daarvan. Dus beseffen ze niet dat ze het als een voordeel kunnen zien om wellicht elementen
van de andere Leerstijlen te gebruiken. Dit bv. binnen een team (teamwork) of straks in het
bedrijfsleven.
Waar doet het probleem zich voor?
Het probleem doet zich binnen de kaders van de opleiding voor. Dat wil zeggen, tijdens de
lessen, tijdens het maken van groepsopdrachten als huiswerk en tijdens de stageperiodes.
Hoe is het probleem ontstaan?
1. Zekerheid.
Vaak verzamelen de leerlingen mensen om zich heen (vaak in een groepje) waarvan ze
verzekerd zijn dat ze het werk snel en goed tot het gewenste resultaat kunnen brengen.
2. Op zoek naar veiligheid.
Omdat je veilig voelen belangrijk is zoeken gelijkgestemden (hoeft niet altijd leerstijl te zijn)
elkaar op. De neuzen zijn dezelfde kanten op alle fronten. Leren van een andere aanpak is er
dan niet echt bij.
1.2.2 Onderzoeksdoel
1.2.3
Met behulp van dit onderzoek willen wij uiteindelijk een aanbeveling schrijven voor een
lesontwerp waarin alle vier de leerstijlen in één les aan bod komen. In dit lesontwerp zullen
verschillende activerende didactische werkvormen worden opgenomen.
Hoofdvraag
Aan welke lesontwerpeisen moet een les voldoen zodat alle vier de leerstijlen volgens Kolb
aan bod komen?
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
11
Onderzoeksverslag
1.2.4 Deelvragen
Wij trachten deze centrale vraagstelling te beantwoorden door middel van antwoorden op de
volgende deelvragen;
1. Kunnen leerlingen van elkaar leren vanuit de verschillende leerstijlen van Kolb?
2. Kunnen de vier leerstijlen complementair aan elkaar zijn?
3. Wat houden de vier leerstijlen volgens Kolb in?
4. Wat zijn de eisen aan een lesontwep?
5. Welke didactische werkvormen zijn er gericht op de vier leerstijlen volgens Kolb?
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
12
Onderzoeksverslag
1.3 Methoden en technieken
Ter voorbereiding op het onderzoek is bepaald welke onderzoeksmethode en -techniek het
meest geschikt zijn voor de uitvoering van het onderzoek. Wij hebben in overleg met mevrouw J.
den Draak een keuze gemaakt voor een literatuurstudie naar de theorie van Kolb (1984).
Een literatuurstudie is een overzicht van bestaande kennis en inzichten uit de vakliteratuur over
het praktijkprobleem dat centraal staat in het onderzoek en de mogelijke oplossingen ervan. Er
wordt een vergelijking gemaakt tussen de beschrijving van het praktijkprobleem in de eigen
beroepspraktijk en de beschrijving het van praktijkprobleem vanuit de literatuur (Donk, 2016)
1.3.1 Onderzoeksactiviteiten.
Om tot gedegen en betrouwbare antwoorden te komen op onze deelvragen, gaan wij binnen
dit onderzoek uiteraard data verzamelen. Gericht op de deelvragen gaan wij ons verdiepen in
de bestaande literatuur omtrent de onderwerpen, deelaspecten en kernbegrippen.
De onderzoeksaanpak zoals hier onder beschreven wordt, passen wij toe op al onze
deelvragen.
Waar ontleen je de data?
Er wordt gebruikt gemaakt van bestaande literatuur, welke wij raadplegen middels o.a. Google
Scholar, HBO Kennisbank en ERIC.
Hoe voer je de activiteit uit?
§ Research: zoeken naar onderdelen in de publicaties en literatuur volgens de kernwoorden
die we hebben bepaald.
§ Inlezen: de diverse publicaties lezen en steeds weer toetsen welk gedeelte kan helpen de
deelvragen te beantwoorden.
§ Info bundelen: zorgen voor voldoende perspectief vanuit de literatuur. Dit houd in de
hoeveelheid verschillende informatie terug brengen zodat het bruikbaar is. De hoofdzaken
benoemen die het beantwoorden van de hoofdvraag mogelijk maken.
§ Vergelijken en concluderen: de geordende en gereduceerde data aanwenden om de
onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden.
Analyseren, Concluderen, Rapporteren en Presenteren.
Gericht op het analyseren van gegevens, doorlopen wij vier fasen (Van Lanen en Van der
Donk, 2015);
1. Orden de verzamelde data per deelvraag; in een schematisch overzicht zullen we inzichtelijk
maken met welke data wij onze deelvragen kunnen beantwoorden.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
13
Onderzoeksverslag
2. Reduceer, combineer en/ of transformeer de verzamelde data; hier gaan wij hoofd- en
bijzaken van elkaar scheiden. Dit wordt ook wel datareductie genoemd.
3. Presenteer de analyseresultaten; in deze stap houden we de data over waarmee we onze
deelvragen kunnen beantwoorden, onze analyseresultaten. We presenteren deze in de vorm
van cijfers, teksten of visualisaties.
4. Trek heldere conclusies op basis van de analyseresultaten; we beantwoorden onze
onderzoeksvraag op basis van onze analyseresultaten. Onze conclusies komen voort uit de
gereduceerde onderzoeksdata.
Gericht op het concluderen van onze bevindingen in dit onderzoek, gebruiken wij het
stappenplan zoals beschreven op bladzijde 247 uit het boek Praktijkonderzoek in de School
van Van der Donk & Van Lanen (2015).
Gericht op het rapporteren en presenteren zijn wij bezig met het verspreiden en toegankelijk
maken van de resultaten van het onderzoek. Zodoende willen de onderzoeksuitkomsten ook
herkenbaar presenteren voor onze (werk)omgeving. We zullen de belangstelling van onze
doelgroep (onze collega’s) moeten wekken. Voor de verslaglegging van onze
onderzoeksresultaten zullen we gebruik maken van de indeling volgens Van der Donk & Van
Lanen (2015) wat op bladzijde 297 staat beschreven in het boek Praktijkonderzoek in de
School. Alvorens we het onderzoeksplan gaan uitschrijven, zullen we gebruik maken van een
tekstplan zoals op bladzijde 299 in Praktijkonderzoek in de School wordt beschreven. Dit plan
kunnen we tussentijds aanvullen met informatie. We zullen aandacht besteden aan de
zichtbaarheid en duidelijkheid van onze resultaten, het taalgebruik, de lay out en de
visualisatie van onze onderzoeksuitkomsten. De presentatie van ons onderzoek zal
plaatsvinden binnen de Hogeschool Rotterdam, onder leiding van onze begeleidende
docenten en onze klasgenoten. We presenteren de belangrijkste zaken, stimuleren
betrokkenheid door middel van nieuwsgierigheid voorafgaand te kweken en een interactieve
presentatie te verzorgen. Mogelijk kunnen we een workshop inzetten voor de presentatie (de
Vries & Boot, 2016).
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
14
Onderzoeksverslag
1.3.2 Onderzoeksmodel
Om ons literatuuronderzoek vorm te geven, hanteren wij de regels van de Big6 ™
(Eisenberg, 1992). Deze regels zijn schematisch terug te vinden in het stroomdiagram welke
ter verduidelijking hier onder te vinden is (vertaald naar het Nederlands).
Welke Waar ga je Hoe ga je Resultaten Resultaten Resultaten
informatie ga zoeken informatie bestuderen organiseren evalueren
je zoeken zoeken
1.3.3 Afbakening
Om het onderzoek tot een goed einde te weten brengen binnen de gegeven aantal weken
hiervoor, is het van belang om aan te geven wat wel, maar vooral ook wat niet tot het
onderzoek behoort.
Met ons onderzoek richten wij ons op de theorie omtrent de leerstijlen volgens Kolb (1984).
Wij richten ons expliciet niet op de leercyclus van Kolb.
Daarnaast beperken wij ons onderzoek alleen op de leerstijlen theorie van Kolb en niet op
andere theorieën omtrent verschillende soorten leerstijlen (bv. Dewey, Vermunt, Honey &
Mumford, Coffield).
O nderzoeksverslag
1.4 Leeswijzer
Dit verslag is te lezen in de volgende volgorde. Na dit inleidende hoofdstuk tonen wij u de
resultaten van het onderzoek. Dit doen wij aan de hand van het beantwoorden van de
deelvragen. In hoofdstuk 3 is vervolgens de conclusie en de discussie te lezen. In het hoofdstuk
hierna, hoofdstuk 4, evalueren en reflecteren wij op ons onderzoek. In hoofdstuk 5 vindt u de
geraadpleegde literatuur.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
15
2. Resultaten
U leest hier de resultaten van onze literatuurstudie naar onze deelvragen. De resultaten worden
weergegeven per deelvraag.
2.1 Wat houden de vier leerstijlen van Kolb in?
Onderzoeksverslag
David A. Kolb schreef en creëerde samen met zijn partner Roger Fry (kolb, 1975) het populaire, zeer
bekende, en bekritiseerde theorie en model van de ‘Experiental learning Theory‘ cyclus met de vier
fasen van de cyclus en de bijbehorende 4 leerstijlen. Dit schreef hij in 1984 (Kolb D. A., experiental
learning theory, 1984)
De vier leerstijlen van Kolb zijn een onderdeel van de leercyclus. Volgens Kolb hoort men de hele
cyclus te doorlopen en kan men op elk punt instappen als de hele cyclus maar doorlopen wordt.
Zonder begrip van de leercyclus van Kolb is het tot stand komen en toepassen van de 4 leerstijlen
niet duidelijk. Het één hoort bij het ander. Het is, zo zegt Kolb , ‘kennis correspondeert met de
leerstijlen’.
De leercyclus van Kolb volgens de ‘LSI, Learning Style Inventory’ (Kolb, 1984) stelt de volgende vier
fasen in de cyclus:
1. Abstract
2. Concreet
3. Reflectief
4. Actief
Afgeleid van: (Kolb D. A., 2000) Deze omschrijving is tot stand gekomen nadat er veel critiek was op
de omschrijvingen van 1984. En de KLSI
1. Type 1: ‘The Converging style’ (abstract, actief). Met de nadruk op het oplossen van
problemen, beslissingen nemen, praktisch toepassen van ideeën. Heeft controle over het
uiten van emoties, en houd zich het liefst bezig met technische problemen in plaats van
interpersoonlijke situaties.
2. Type 2: ‘The diverging style (concreet, reflectief). Met de nadruk en de aandacht op concrete
ervaringen en reflectie. Is imaginatief en bewust van normen en waarden. Bekijkt concrete
situaties vanuit verschillende perspectieven en standpunten. Past zich liever aan na
observatie dan het overgaan op actie. Is geinteresseert in mensen en is gevoelig.
3. Type 3: ‘The assimilating style (abstract en reflectief). Houd zich met het maken van
concepten bezig en reflective. Houd van discussieren en het maken van theoretische
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
18
Onderzoeksverslag
modellen. Vind de uitdaging meer in de conceptuele ideen en theorieeen dan interesse
hebben in mensen. Ideeen moeten logisch zijn niet per definitie praktisch.
4. Type 4: ‘The accomodating style (concreet, actief). Met de nadruk op concrete ervaringen en
actief experimenteren. Met de nadruk op aanpakken, plannen uitvoeren en deelnemen aan
nieuwe ervaringen. Kan zich goed aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Is goed in het
oplossen van problemen op een intuitieve manier. Door schade en schande wijs worden.
Vind de omgang met mensen prettig, maar lijkt vaak ongeduldig en pusherig.
Voor verder verdieping aangaande de ‘strengths’ en ‘weaknesses’ van ieder afzonderlijk stijl zie
(Grabowski, 1993)
In een vorig onderzoek van de 'Kolb Learning Style Inventory' (afgekort KLSI) had de vier leerstijlen
van Kolb al uitgebreid omschreven. Vier groepen van eenzelfde samenstelling en of vorm die een
andere benadering hebben van leren. Genaamd: 'Diverging', 'Assimilating', Converging', en
'Accommodating'.
Volgens onderzoek worden de vier leerstijlen beïnvloed door Cultuur, Persoonlijkheid, Kennis en
Ontwikkeling, Werkzaamheden en Taken. Daarom worden de stijlen gezien als een
sociaalpsychologisch concept. (2 THE KOLB LEARNING ST YLE INVENTORY - Version 4.0 A
Comprehensive Guide to the Theory, Psychometrics, Research on Validity and Educational
Applications, 2013, p. kolb alice Y)
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
19
Onderzoeksverslag
EEN OVERZICHT:
De omschrijving van de stijlen heeft van 1984 tot 2011 een ontwikkeling doorgemaakt.
DOENER= DROMER:
Feel & Do Feel & watch
Accommodating Diverging
BESLISSER: DENKER:
Think & Do Think & watch
Converging Assimilating
Onderzoeksverslag
2.2 Kunnen de vier leerstijlen complementair zijn aan elkaar?
David Kolb (kolb D. A., 1974) stelt en ziet effectief leren als een geintegeerd proces met elke fase
even belangrijk, ondersteunend en voedend tot in de volgende fase van de cyclus. Het effectieve
leren vindt alleen plaats als een persoon in staat is alle vier fasen van het model te doorlopen.
Daarom is niet elke fase (lees ook stijl) opzich even effectief als de cyclus in zijn geheel.
In een opinie stuk van Frank Coffield, Time to Move on, (www.education.gov.uk/nationalcollege)
stelt Coffield dat de leerstijlen geen vrije stijl zijn, maar dat een bepaalde stijl ook past bij een
bepaald beroep. Dit vanwege de aanpak van dat beroep. Bv Een loodgieter ten opzichte van een
kapper. Daar kan niet dezelfde stijl van toepassing zijn.
Paul Kirschner (p.kirschner, 2013) schrijft dat we graag een leerling in een hokje willen plaatsen
(hokje = leerstijl). Maar als we dat doen dan rijst het probleem dat niet iedere leerling totaal binnen
een leerstijl past, maar er vaak overlappingen zijn met de andere leerstijlen. Dat betekent dat er heel
veel combinaties zijn en dan wordt het lastig. Er zijn zoveel leerdimensies en dan al de combinaties,
maakt het onwerkbaar om met al deze verschillen rekening te houden bij het lesgeven.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
20
Onderzoeksverslag
2.3 Kunnen leerlingen van elkaar leren vanuit de verschillende leerstijlen van Kolb?
Er zijn verschillende boeken, rapporten en stukken waar wordt gesteld dat het gegeven van leren
met de 4 leerstijlen onstabiel is.
Volgens Kolb en Fry is het belangrijk om alle stappen van de cyclus te doorlopen. Het is echter
afhankelijk van de situatie en het startpunt van een actie van een persoon hoe dat verloopt. Op dat
moment wordt geleerd uit ervaring. Degene die het meemaakt (de situatie) ziet het effect van het
handelen en leert wat de gevolgen zijn. Het is niet altijd voor die persoon mogelijk de ervaringen
onder woorden te brengen, maar als de stappen genomen worden dan ontstaat er een algemeen
begrip van de situatie en het effect, en kan er een anticipatie op de actie voor de volgende keer
ontstaan. Het verbaal uitten(communiceren) hiervan kan moeilijk zijn en kan hun leren(ervaring) niet
goed overgebracht worden aan anderen als we spreken van groepsverband. (fry, 1975)
Jarvis vind dat Kolb te weinig diepgang heeft in zijn model over kennis en leren. (jarvis, experiental
learning, 1987) Hij vindt dat er meer voor nodig is om te bewijzen hoe men echt leert. In de uitleg
van Jarvis, (jarvis, 1994) over het leren met elkaar in groepen, constateert hij dat er personen zijn die
wel interactief zijn in gedrag met een bepaald patroon(terugkerend), maar dat er anderen zijn die
niet reageren op de potentie van het leren tijdens de situatie
Daar zijn een aantal punten om rekening mee te houden volgens Jarvis. Het belangrijkste punt is
Reflectie. Dit moet besef aansporen.
In een opinie stuk van Frank Coffield, Time to Move on,
(www.education.gov.uk/nationalcollege)concludeert Coffield dat de leerstijlen geen invloed hebben
op het leren.
In ditzelfde opinie stuk van F. Coffield wordt aangehaald dat zelfs in een les waarvan de lesinhoud
aangepast is aan de individuele leerstijlen, er geen versterking van het leren plaatsvindt. (H.Pashler,
2009). Er is ook geen bewijs volgens Hattie dat de leerstijlen van enige invloed zijn of effect hebben
op het leerproces. (hattie, 2012)
Omdat volgens onderzoek de vier leerstijlen beinvloed worden door: Cultuur, Persoonlijkheid, kennis
en ontwikkeling, werkzaamheden en taken. (2 THE KOLB LEARNING ST YLE INVENTORY - Version 4.0
A Comprehensive Guide to the Theory, Psychometrics, Research on Validity and Educational
Applications, 2013, p. kolb alice Y), zijn bovenstaande punten een mogelijke voorwaarde om van
elkaar te leren. Mits allen aanwezig.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
22
Onderzoeksverslag
2.4 Wat zijn de eisen aan een lesontwerp?
Eén van de meest creatieve fases in het proces is het maken van een lesontwerp. Net zoals een
architect een ontwerp maakt voor een nieuw gebouw, of een kunstenaar voor een kunstwerk, maak
je een soort schets van het lesmateriaal dat je voor ogen hebt. Hoe meer aandacht je besteedt aan
deze ontwerpfase, hoe makkelijker het straks wordt om je idee uit te werken tot een waanzinnig
goed leermiddel! (Huigen, 2012).
Sandra Huigen is enthousiast over het ontwikkelen van een lesontwerp, anderen beschrijven het als
een pittige maar noodzakelijke klus. Volgens Apotheker start het ontwerp van een lessenserie met
het vaststellen van het onderwerp. Daarbij kan gekozen worden uit verschillende uitgangspunten. Er
kan gekozen worden voor het beginnen met vaststellen van concepten welke aan de orde moeten
komen (Apotheker, 2012). Apotheker beschrijft drie verschillende uitgangspunten voor het
ontwikkelen van een lesontwerp. Te noemen: traditioneel, kennisontwikkeling en context concept.
De traditionele wijze is tot nu toe de meest gebruikte methode, Apotheker (2012) omschrijft deze
methode als ‘een goede basis en correcte uitleg’. Er wordt in deze theorie begonnen met het
vaststellen van de grote ideeën van het onderwerp, daarbij wordt gekeken naar de meest
eenvoudige bouwstenen die vervolgend worden uitgebouwd tot meer complexe begrippen.
De kennisontwikkeling methode richt zich volgens Apotheker sec op de (het woord zegt het al)
‘kennisontwikkeling’ van het te geven vak. Er wordt teruggekeken in de geschiedenis naar de
ontdekking van de kennis omtrent het onderwerp en hoe deze kennis tot stand is gekomen.
Context concept richt zich meer op de authentieke situaties en om die goed te begrijpen is kennis
reeds nodig. Die kennis moet verworven worden maar staat in directe verhouding tot de vragen die
voortkomen uit die authentieke situatie. Een nadeel aan deze laatste methode is dat de leerstof niet
tot een samenhangend geheel blijft ‘hangen’ aldus Apotheker (2012).
De eerste stap in het maken van een lesontwerp is volgens Apotheker het maken van een concept
map, het voordeel hiervan is dat het veel informatie oplevert over de voorkennis van de leerlingen
wat het een goed startpunt voor het onderwijs maakt. Daarnaast schrijft Apotheker dat het van
belang is om aan de hand van de conceptmap met de leerlingen te bespreken wat het doel van je
onderwijs is. Apotheker linkt het bespreken en duidelijk maken van de lesdoelen aan zelfvertrouwen
van de leerling, de belangstelling en motivatie van de leerlingen en het belang duidelijk te hebben
welke vragen de leerlingen na afloop van het onderwijs kunnen beantwoorden.
Ook Ebbens (2005) beschrijft zijn visie op het ontwerpen van onderwijs. Effectief leren en directe
instructie kan een methode zijn waar aan je een lesontwerp ontleend (Ebbens, 2005). Ebbens en
Ettekoven noemen directe instructie de sleutel tot effectief leren. De volgende 6 uitgangspunten
staan hier in centraal:
1 Heldere opbouw in de structuur van de leerstof
Heeft vooral te maken met de voorbereiding van de lessen. Als docent moet je weten
welke stappen je leerlingen moeten doorlopen om de leerstof te kunnen begrijpen.
Op die manier kun je inspelen op eventuele denkfouten, deze corrigeren of
deelhandelingen aanbieden (Geerts, 2014).
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
23
Onderzoeksverslag
2 Leerstof aanbieden op het juiste niveau
Is de leerstof te complex, verdrinkt de leerling in het geheel. Is de leerstof te laag van
niveau dan wordt de leerling niet uitgedaagd. Geerts & Kralingen citeren in hun boek Lev
Vygotsky (1896-1934) ‘de mens leert het beste en meeste als je de leerstof aanbiedt in
de zone van naaste ontwikkeling’.
3 Betekenis geven aan de leerstof
Leerlingen zullen beter gemotiveerd raken wanneer leerstof iets voor hen betekent
omdat ze dan begrijpen wat het nut van de leerstof is (Geerts, 2014).
4 Individuele aanspreekbaarheid
De docent is verantwoordelijk om leerlingen zodanig te benaderen dat iedere leerling
aanspreekbaar is tijdens de les. Je kunt dit bereiken door verschillende werkvormen te
hanteren en je manier van vragen stellen aan te passen aan de leerlingen (Ebbens &
Ettekoven, 2005).
5 Zitbaarheid van leren/ denken
Pas als je weet waar je leerlingen zijn in hun leerproces kun je hier op inspelen en
eventueel bijstellen of verfijnen (Ebbens & Ettekoven, 2005).
6 Aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie
Als de docent de leerling weet te prikkelen zal dit de nieuwsgierigheid en motivatie van
de leerling vergroten (Ebbens & Ettekoven, 2005).
Volgens Ebbens en Ettekoven (2005) kun je een lesontwerp middels de door hen opgestelde
belangrijke elementen vormgeven. Dat ziet er schematisch als volgt uit:
Voorafagaand aan de les: Het Voorafgaand aan de les: Aan 1 Presentatie en uitleg geven
formuleren van de kern van de hand van deze lesdoelen van nieuwe lesstof
de les. De doelen moeten
kun je leeractiviteiten
helder, concreet en plannen om de doelen te
betekenisvol zijn.
kunnen halen
2 Oefening van de leerstof 3 Heldere en directe 4 Zelfstandig oefenen
aanbieden op een feedback.
nauwgezette en
gestructureerde manier
5 Afronding (& evaluatie)
Ebbens en Ettekoven (2005) hanteren deze stappen als onderbouwing voor een gedegen lesontwerp.
In hun boek geven ze nadrukkelijke aandacht aan het formuleren van lesdoelen.
Op lesdoelen kun je een les ontwerpen.
Zonder lesvoorbereiding zou lesgeven leiden tot leerdoelloos onderwijs (Geerts, 2014). Daarnaast
dwingen lesvoorbereidingen beginnende leraren tot aandacht voor leerling activiteiten en
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
24
Onderzoeksverslag
docentenactiviteiten. Als derde voordeel noemen Geerts & Kralingen dat lesplannen een leraar in
staat stellen om meerdere lessen aan elkaar te koppelen.
Geerts & van Kralingen (2014) beschrijven in hun Handboek voor leraren, verschillende
lesvoorbereidingsformats. Een van de formats welke zij toelichten is het VUT model. De letters VUT
staan voor Vooruitkijken, Uitvoeren en Terugblikken.
Het doel van vooruitkijkende activiteiten is dat leerlingen ingeleid worden en dat ze een duidelijk
beeld krijgen van wat er in de les gaat gebeuren. Hier kun je bijvoorbeeld denken aan het toelichten
van het lesprogramma, het terugvragen van al besproken begrippen (voorkennis activeren) en
noemen van de leerdoelen. De uitvoerende activiteiten zijn gericht op het uitleggen van de leerstof,
het uitwerken van leeropdrachten, zelfstandig werken etc. De terugblikkende activiteiten zijn gericht
op het afsluiten van de les. De leraar richt zich op het samenvatten van de les (of laat de leerlingen
dit doen), de leraar herhaalt de belangrijkste begrippen (of laat de leerlingen dit doen), evalueert de
les en de leerdoelen etc.
Het klassieke lesvoorbereidingsformulier richt zich in chronologische volgorde op de beginsituatie
van de leerlingen, de leerdoelen, de opening van de les, de kern van de les en de afsluiting. Hierin is
dezelfde vorm terug te vinden als in het VUT model en in de theorie volgens Ebbens. Het didactische
basismodel van Van Gelder (De Korte, 1981) is door Geerts en van Kralingen aangepast en aangevuld
tot het didactisch analysemodel en bestaat uit 5 onderdelen.
- De officiële leerdoelen van de opleiding of het studiejaar
- De beginsituatie
- Realistische leerdoelen, gebaseerd op reële inschatting
- De onderwijsactiviteiten
- De reflectie.
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
25
Onderzoeksverslag
2.5 Welke didactische werkvormen zijn er gericht op de vier leerstijlen volgens Kolb?
Een didactische werkvorm wordt door Lia Bijkerk en Wilma van der Heide gedefinieerd als een
middel dat een docent inzet om een bepaald leerdoel te bereiken (Heide, 2006). Activerende en
inspirerende werkvormen kunnen helpen bij het creëren van volwaardige leerprocessen door
deelnemers uit te dagen en in beweging te zetten.
Als docent heb je primair de taak leerlingen te laten leren. Voor het inrichten van een les, maak
je als docent gebruik van bouwstenen, deze bouwstenen worden door Walter Geerts en René
van Kralingen werkvormen genoemd (Kralingen, 2014). De werkvormen worden onderscheiden
in docent-gestuurde en leerling-gestuurde werkvormen. Geerts en Kralingen beschrijven dat
individuele uitleg de meest effectieve werkvorm is. De uitleg wordt dan aan slechts één leerling
gegevens, er is dus een-op-eencontact tussen docent en leerling. In het huidige lessysteem is
echter weinig tijd voor veelvuldige toepassing van individuele uitleg. Docenten zullen dus op
zoek moeten naar de meest effectieve werkvormen die toepasbaar zijn in een groep.
Om een passende werkvorm te kiezen is het belangrijke de volgende stappen te doorlopen.
- stap 1: Doelgroep inschatten
- stap 2: Doel vaststellen
- stap 3: Fasen van de les bepalen
- stap 4: Groepsgrootte nagaan
- stap 5: Mogelijkheden van de ruimte inventariseren
- stap 6: Beschikbare tijd bepalen
- stap 7 Energieniveau van de deelnemers inschatten
- stap 8 Inschatten van de eigen vaardigheid als docent
- stap 9: Werkvorm kiezen en aanpassen
- stap 10: Werkvorm checken. (Heide, 2006)
Zoals eerder beschreven wordt er in de leercyclus van Kolb gesproken over vier verschillende
fasen. Te noemen ervaren, reflecteren, verkennen van theorie en experimenteren. Afhankelijk
van de voorkeurs leerstijl start je op een bepaald punt in de cyclus. Vanuit iedere voorkeurs
leerstijl zijn er leeractiviteiten waar diegene het meeste of het liefste van zou leren, zie
onderstaande tabel opgesteld door Karlijn Moeskops e.a. (Moeskops, 2010).
BOOT, M.S. & VRIES, DE, G.S.
26