Lesvoorbereidingsformulier Kallenberg
De leerling kan gemaakte producten van onderdelen 1, 2, en 3 goed
onderbouwen en koppelen.
Vaardigheid:
De leerling is in staat internet goed te kunnen gebruiken.
De leerling kan goed researchen d.m.v. Het gebruik van verschillende
media en sites.
De leerling is instaat goede keuzes van beeld te maken om hun
vertaling te weergeven.
De leerling kan een goede ondersteunende lay-out neerzetten.
De leerling is instaat een verhaal van het geheel te maken en te
onderbouwen. (nu van deel 1 en 2).
De leerling is in staat ontwerpschetsen te maken.
De leerling is in staat kleur toe te passen.
De leerling is in staat voor een doelgroep te ontwerpen.
Houding:
De leerling vertoont een (pro)actieve houding. Een luisterende
houding bij de instructie. Een houding van samenwerking door met
verschillende medeklasgenoten te sparren en of elkaar te helpen. En
een interesse in het onderwerp van de opdracht. Ook een interesse
in elkaar als klasgenoten tonen, wanneer het hele product aan elkaar
gepresenteerd wordt.
Lesvoorbereidingsformulier Kallenberg
Interesse: Mode, de ontwikkeling van de mode op korte termijn Studiefase/ leerlijn: De blokken 5 en 6. Tweede leerjaar
en langere termijn. Trends op korte- en langere termijn. Interesse
op internationaal vlak. Het vak Modevorming. P1 – K1 – W1, W2, W3.
Leergebied: Mode en Trends. Een brede kennis en begrip van de P1 – K1 Ontwikkelen van uitgangspunten en concepten.
mode en Trends. Een kijk op een brede Trendanalyse die het
denken en de inzichten moet doen groeien en omgezet kan P1 – K1 – W1 Voert onderzoek en analyses uit ten behoeve van de
worden in de praktijk opdrachten. Een betere toepassing en collectie-ontwikkeling. Met als onderliggende competenties:
herkennen van seizoen Trends. Vakdeskundigheid toepassen, Analyseren, Onderzoeken.
P1 – K1 – W2 Visualiseert de onderzoeks- en analyseresultaten en
ontwikkelt concepten. Met als onderliggende competenties:
Vakdeskundigheid toepassen, Creëren en innoveren, Materialen en
middelen inzetten.
P1 – K1 – W3 Presenteert en onderbouwt de uitgangspunten en het
concept. Met als onderliggende competenties: Presenteren,
Vakdeskundigheid toepassen, Plannen en organiseren.
Ontwikkeling:
De leerling zal door de stappen van de gehele opdracht (deel 1, 2, en
3) leren en doorlopen om kritischer te denken en grondig te
researchen. Het besef van het hele proces van Inspiratie naar het
eindproduct toe, (dat is de collectie) moet een vastere vorm voor de
leerling gaan aannemen. Vooral het begrip wordt steeds beter. Een
aantal handelingen worden een bekende logische stap.
De leerling zal ook het schetsen en ontwerpen binnen proces leren en
ontwikkelen.
Lesvoorbereidingsformulier Kallenberg
Dit is de groei van de leerling, na doorlopen van het hele proces.
Bijzonderheden: De leerlingen moeten tijdens de les kunnen laten zien hoe ze hun beeld vinden (researchen) en de link leggen naar de
gegeven opdracht onderdelen. Het proces wordt bekeken en gevolgd. Met vragen kan ik coachen op individueel niveau.
4.3. Beoordelingsformulier opdracht ‘Ontwerpen van Onderwijs” bij Ik als docent 2
Ontwerp en toets leerarrangement onvoldoende voldoende goed
¥ Je kan ontwerpeisen formuleren die ¥ het ontwerp is niet of niet volledig te herleiden ¥ de ontwerpeisen zijn te herleiden naar de zie beoordeling voldoende en:
bepalend zijn voor het succes van het naar de ontwerpeisen; doelgroepanalyse, ¥ het ontwerp laat een volledige samenhang
ontwerp leerdoelen, aantal ects, ordening, didactische doelgroepanalyse, de leerdoelen, aantal ects,
vormgeving, toetsing ordening, didactische vormgeving, toetsing zien tussen leerdoelen, ordening,
¥ Je kan een helder ontwerp maken met didactische vormgeving en toetsing
heldere leerdoelen, een heldere ordening ¥ de samenhang tussen doelgroep, leerdoelen, ¥ het ontwerp laat een samenhang zien tussen of
en een adequate didactische vormgeving ordening, didactische vormgeving en toetsing ¥ het ontwerp omvat aantoonbaar een geheel
ontbreekt leerdoelen, ordening, didactische vormgeving nieuwe cursus waarvoor materiaal is
¥ Je kan de wijze van ontwerpen bepalen en en toetsing ontwikkeld dat er voorheen nog niet was
relevante hulpbronnen verzamelen ¥ relevante hulpbronnen ontbreken of
¥ het ontwerp bevat minder dan 2 of geen ¥ er zijn relevante hulpbronnen verzameld ¥ het ontwerp laat een innovatie zien op het
¥ het ontwerp bevat toepassing van ¥ het ontwerp bevat 2 of meer digitale gebied van didactische vormgeving
mimimaal 2 verschillende digitale toepassing van digitale leermiddelen en/of er of
leermiddelen die in overeenstemming zijn is geen koppeling met leerdoelen van de les leermiddelen waarbij een koppeling is gemaakt ¥ het ontwerp laat een innovatie zien op het
met leerdoelen met leerdoelen van de les gebied van digitale leermiddelen die de
toepassing in een specifieke les overstijgen
¥ Je kunt de leeractiviteiten en ¥ De toets betstaat uit vragen/opdrachten op het ¥ De toets bevat vragen/opdrachten van niveaus Zie beoordeling voldoende en:
¥ De toets bevat vragen/opdrachten van een
studievoortgang monitoren en evalueren niveau van onthouden en begrijpen. die een beroep doen op de verschillende redelijke moeilijkheidsgraad en op niveaus
die een beroep doen op ‘het hogere orde’
waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of het ¥ De toetsvragen zijn niet voldoende niveaus van leren en denken. denken.
¥ De toetsvragen zijn volledig representatiMefet opmerkingen [TL1]: indien van toepassing, bijvoorbeeld
leerproces vanje tot het gewenste resultaat representatief voor de leerstof. ¥ De toetsvragen zijn voldoende representatief zijn voor de leerdoelen voor de gehele bij niveau 2 niet
leerstof.
leidt ¥ Er is (g)een toetsmatrijs, met een indicering voor de leerdoelen voor de gehele leerstof. ¥ Er is een toetsmatrijs die de validiteit en
betrouwbaarheid van de toets en
¥ Je kunt (competentiegerichte) op (hoge orde) denkniveaus. ¥ Er is een toetsmatrijs die de validiteit en toetsvragen borgen. De validiteit en
betrouwbaarheid van de toets wordt
beoordelingsinstrumenten construeren, ¥ De cesuur en beoordelingscriteria worden niet betrouwbaarheid van de toets en de verantwoord door gebruik te maken van
hanteren en evalueren. aangegeven. toetsvragen borgen. relevante literatuur.
¥ De toetsmatrijs bevat een indicering op
¥ De toetsmatrijs bevat een indicering op denkniveaus.
¥ Voor de beoordeling van de toets is
denkniveaus aangegeven hoe deze is ontstaan, cesuur
en beoordelingscriteria. Dit wordt
¥ Voor de beoordeling van de toets is verantwoord door gebruik te maken van
relevant literatuur.
aangegeven hoe deze is ontstaan, cesuur en
beoordelingscriteria.
Verantwoordingsverslag
¥ Je kunt je aanpak van het ontwerpproces ¥ Niet alle fasen in het ontwerpproces zijn ¥ met de opdrachtgever zijn voorwaarden en ¥ Naast de verplichte literatuur is gebruik
en het resultaat daarvan (het ontwerp) op beschreven randvoorwaarden voor het ontwerp besproken gemaakt van andere aanvullende relevante
methodische wijze verantwoorden waarbij ¥ de afstemming met de opdrachtgever over In het verantwoordingsverslag is gebruik literatuur om het handelen te
je een koppeling kunt maken met relevante voorwaarden en randvoorwaarden wordt niet gemaakt van de verplichte literatuur om het verantwoorden.
literatuur. aangetoond handelen te verantwoorden. ¥ er wordt verantwoord hoe validiteit en
¥ In je verantwoordingsverslag betrek je alle ¥ er is geen tussentijdse feedback gevraagd ¥ de ontwerpstappen zijn gevolgd betrouwbaarheid zijn geborgd met gebruik
fasen van het ontwerproces, gekoppeld ¥ aan relevante betrokkenen ¥ er is tussentijdse feedback gevraagd aan ¥ van relevante literatuur.
aan de leerdoelen die onder 2.4. van deze ¥ ¥ relevante betrokkenen In het verantwoordingsverslag zijn de
¥ modulehandleiding zijn beschreven er is geen gebruik gemaakt van feedback van leerdoelen (onder 2.4) zijn gekoppeld aan
¥ de ontwerpeisen zijn afgestemd met de relevante betrokkenen, terwijl dit aantoonbaar ¥ op basis van feedback van relevante de wijze waarop het ontwerpproces is vorm
opdrachtgever nodig was betrokkenen is het ontwerp zo nodig aangepast gegeven. Naast de verplichte literatuur is
Je kan adequate feedback van relevante er is geen beschrijving van de wijze van er is benoemd hoe de evaluatie plaatsvindt gebruik gemaakt van aanvullende relevante
evaluatie
¥ er wordt verantwoord hoe validiteit en
betrokkenen vragen en gebruiken bij het ¥ er is geen koppeling met relevante literatuur betrouwbaarheid zijn geborgd. literatuur.
aanpassen van het ontwerp; ¥ onjuiste toepassing van APA-richtlijnen
¥ Je kan een evaluatie van het ontwerp ¥ In het verantwoordingsverslag zijn de
voorbereiden. leerdoelen (onder 2.4) zijn gekoppeld aan de
¥ Je past juiste literatuurverwijzingen toe wijze waarop het ontwerpproces is vorm
volgens de APA-richtlijnen. gegeven.
Persoonlijke Reflectie ¥ er is geen sprake van methodische reflectie ¥ de persoonlijke leerdoelen bij aanvang van de zie beoordeling voldoende en:
¥ er worden geen persoonlijke leerdoelen cursus Ontwerpen van Onderwijs worden
¥ Je kunt methodisch reflecteren op je benoemd
leerproces tijdens de uitvoering van je beschreven
ontwerpopdracht. Je betrekt daarin je ¥ er is geen aantoonbare feedback gevraagd ¥ er wordt op methodische wijze gereflecteerd
persoonlijke leerdoelen, samenwerking ¥ er wordt niet of in onvoldoende mate ¥ er is aantoonbaar feedback gevraagd aan
met verschillende partijen tijdens het
ontwerpproces en je leerwinst. gereflecteerd op samenwerking met verschillende partijen
verschillende partijen ¥ er wordt gereflecteerd op de samenwerking met
¥ Je vraagt op aantoonbare wijze feedback ¥ er is geen leerwinst beschreven
verschillende partijen
aan collega’s en experts. ¥ de leerwinst wordt beschreven
Beoordeling Ik als docent 2
Datum: 7 juni 2017
Beoordelaar: Arno de Koningh
Deelnemer: Glenda
Beoordeling: goed
Ontwerp en toets leerarrangement o v g Toelichting
g Mode en mode, je leren verankerd in
¥ Je kan ontwerpeisen formuleren die
bepalend zijn voor het succes van het het geheel der opdrachten.
ontwerp Nieuwe lessen Trendanalyse
Doelen beschreven en bedacht
¥ Je kan een helder ontwerp maken met Ontwerpen zit in je genen
heldere leerdoelen, een heldere ordening Digitaal: ppt grensverleggend?
en een adequate didactische vormgeving Prezie jawel
¥ Je kan de wijze van ontwerpen bepalen g Duidelijk vermeld in de 5 stappen
en relevante hulpbronnen verzamelen Ontwikkelingsstappen op unieke wijze
gedaan
¥ het ontwerp bevat toepassing van Toets is verantwoord en duidelijk.
mimimaal 2 verschillende digitale Het blijft spannend creativiteit en
leermiddelen die in overeenstemming eisen te matchen ….
zijn met leerdoelen
¥ Je kunt de leeractiviteiten en g Ruimschoots
studievoortgang monitoren en evalueren
waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of het
leerproces vanje tot het gewenste Met mcp in overleg geweest…
resultaat leidt
¥ Je kunt (competentiegerichte)
beoordelingsinstrumenten construeren,
hanteren en evalueren. G Glendaversie:
Je legt in alle eenvoud uit waar de crux
zat: een toets ontwerpen inclusief de
Verantwoordingsverslag matrijs. Daar kan het knellen tussen
creativiteit, mening en eisen.
¥ Je kunt je aanpak van het ontwerpproces Soepel opgepakt! J AdK
en het resultaat daarvan (het ontwerp)
op methodische wijze verantwoorden
waarbij je een koppeling kunt maken met
relevante literatuur.
¥ In je verantwoordingsverslag betrek je
alle fasen van het ontwerproces,
gekoppeld aan de leerdoelen die onder
2.4. van deze modulehandleiding zijn
beschreven
¥ de ontwerpeisen zijn afgestemd met de
opdrachtgever
¥ Je kan adequate feedback van relevante
betrokkenen vragen en gebruiken bij het
aanpassen van het ontwerp;
¥ Je kan een evaluatie van het ontwerp
voorbereiden.
¥ Je past juiste literatuurverwijzingen toe
volgens de APA-richtlijnen.
¥
Persoonlijke Reflectie
¥ Je kunt methodisch reflecteren op je
leerproces tijdens de uitvoering van je
ontwerpopdracht. Je betrekt daarin je
persoonlijke leerdoelen, samenwerking
met verschillende partijen tijdens het
ontwerpproces en je leerwinst.
¥ Je vraagt op aantoonbare wijze feedback
aan collega’s en experts.
Glenda Aubri-de Vries
Een opdracht als deze (Analyse pedagogisch Klimaat) doet je beseffen waar je staat in je
proces als begeleider.
Er zijn punten, handelingen en reacties die je gemakkelijk afgaan omdat “They come
naturally “.Het zit in mijn aard en persoonlijkheid Daarmee bedoel ik te zeggen dat vanuit
mijn eigen levensvisie, handelen opvoeding ,geloof en leven die boven genoemde punten
mij redelijk makkelijk afgaan. Maar nu besef ik pas dat bij een klas (situatie)het belangrijk is
dat je weet waarom je voor die handelingen kiest. Bewust van je keuze en handelen en wat
het resultaat kan zijn. Daarom is het belangrijk om de onderstaande theorieën te begrijpen
en toepassen.Ook reflecteren speelt een belangrijke rol bij het beseffen van hoe je handelt.
Met het toepassen van de theorieën (CAR* , Tuckman**, Roos van Leary***, Reflectie
Korthagen****,leerstijlen van Kolb*****, Piramide van Maslow******),ga je steeds meer
ontdekken waar je nog aan moet werken.Of simpelweg: ontdekken dat je nog zoveel kan
leren om het beter te gaan doen als begeleider.Bewust verantwoordelijk worden voor je
handelen.
Je kijkt dan terug en leest je leerdoelen die je hebt omschreven in je POP & PAP plan en
beseft dat er hier en daar wat aanpassingen zouden moeten worden gedaan.
Oefening baart kunst wordt een realiteit.
Met mijn uitwerking van deze opdracht hoop ik stappen en begrip voor situaties te kunnen
laten zien.
Een kleurrijk lees plezier gewenst,
GLENDA
*** sterretjes = voor referentie
Analyse van het pedagogische klimaat:
De school
Een specifieke groep , een klas.
Docentvaardigheden(CAR)
Methodische reflectie (Korthagen)
Leerdoelen & Conclusie
Groepsdynamiek:
Een specifieke groep , een klas:
Groepsontwikkeling( Tuckman)
Pyramide van Maslow
Groepsdynamiek (Roos van Leary)
Methodische reflectie (Korthagen)
TIP
Bron vermelding
BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE:
Aan een tweede jaar, klas D2A wordt het vak Modevorming gegeven. Dit zijn studenten die
de richting ‘Junior stylist’ hebben gekozen.
Klas D2A is een leuke klas die bestaat uit alleen maar jonge dames, zo’n 25 in totaal in de
leeftijds categorie van 16 tm 21 jaar.Deze klas krijgt in totaal drie en een half uur les
Modevorming en modebeschouwing per week. Het vak modevormgeving is een belangrijk
onderdeel van de opleiding tot junior stylist.
Modevorming leert een van de belangrijkste processen. Dat is om van inspiratie tot een
(kleding) collectie te komen. Ze moeten dus het hele’ design’ proces of ook’ collectioneren’
genoemd Leren. Al deze stappen zijn leerdoelen in de lessen.
De les Modevorming waarbij het belangrijkste is dat de leerlingen de processen leren die
horen bij het vak mode en het maken van een mode collectie.Bijvoorbeeld de moodboards
maken, het schetsen ,de kleurkaarten en dessins. Het collectioneren leren ze van het begin
startende bij de trends en inspiratie, tot het eind product de kleding zelf. Elke opdracht voor
Modevorming is een proces en is het dus belangrijk dat de leerlingen die weg gaan.Dat is
hun ontwikkeling....hun ontdekkingsreis van hun talent en hun kunnen.
Omdat het een gemengde klas is met verschillende etnische archtergronden en culturen
heerst er soms een drukke ietswat luide sfeer in de lessen, en gaat het proces niet gelijk op.
Zo zijn er kids met Surinaamse, Antiliaanse, Turkse, Javaanse, Indonesische,Hindustaanse,
Koreaans, Afrikaans en gemende afkomst en culturen.En natuurlijk ook met een
Nederlandse achtergrond.Dit geeft een klas met zeer uiteenlopende leerlingen,en
verschillende werkhoudingen. Bij de lessen moet ik daar ook zeker rekening mee houden
want er is regelmatig extra aandacht nodig op verschillende vlakken en onderdelen.
Dit doe ik door de juiste vragen te stellen.Dit zijn vaak specifieke vragen over de opdracht of
de instructie die net gegeven is. Als dat niet voldoende is dan worden de vragen wat meer op
de persoon om te achterhalen wat er mogelijk aan de hand is. Aan de houding of reactie van
de leerling kan ik vaak zien of extra aandacht gewenst is. Door vragen te stellen kan je
geruststellen,helpen en dan op weg helpen (aansturen).Dit is ook iets wat ik graag
doe.Vooral om resultaat te kunnen krijgen. Sommige hebben naast de algemene uitleg van
een opdracht die iedereen krijgt nog even persoonlijke aandacht of uitleg nodig.
Wat mij opvalt is dat de ethnische achtergrond niet per definitie bepalend hoeft te zijn voor
het talent. Ik vraag me wel af of de culturele achtergronden en het milieu waarin men
opgroeit van invloed kan zijn op de motivatie en het doorzettings vermogen van die
leerlingen. Mogelijkerwijs zou dat de snelheid van de groei en de ontwikkeling kunnen
bepalen??Maar het proces van’ collectioneren’ dat ze moeten leren en ervaren is voor een
ieder hetzelfde.De hoeveelheid tijd die erover gedaan wordt dat verschilt per student.
Zo heb ik een leerling van Curacao.Een jonge dame met een mooi creatief talent die
makkelijk deze opleiding aankan en de dingen die ze maakt erg goed en mooi doet.In haar
werkhouding is ze wat eigenwijs, en moet daar met regelmaat op gewezen worden. Ze is
vaak met periodes achterelkaar niet in de les.Dit heeft tre maken met een zieke moeder die
persee door haar verzorgd wil worden(ook al zijn er andere oplossingen voor handen).De
verantwoording voor het geregel van de zaken voor de moeder komen op haar schouders
terwijl haar moeder zich bewust is van haar studie. Dit is vaak iets typisch vanuit familie
verhoudingen en de cultuur.Haar afwezigheid en soms hierdoor gebrek aan concentratie zou
mogelijkerwijs haar ontwikkeling kunnen vertragen. Gelukkig is ze snel,mondig en
competatief van karakter waardoor het goed komt. Een andere leerling ook van Curacao,wat
ouder en ook een typische gezinssituatie,ook talentvol heeft er juist last van.En haar
ontwikkeling gaat langzaam.Er moet ook veel aandacht aan deze leerling besteed
worden.Exra aandacht kost tijd, dat is dus de investering.
Als dit type leerling door heeft dat je bekend bent met hun afkomst en leefwereld,worden
gesprekken makkelijker en verdwijnt vaak de schroom. Ze zijn dan geneigd makkelijker over
‘thuis’ ivm hun school werk te praten. Dit is positief. Ze voelen zich veiliger en gehoord
hierdoor en je kan ze zo beter helpen in de les en adviezen geven.
*****
Deze klas heeft aardig wat ‘denkers’ (Zij denken graag na over de gegeven
informatie,bekijken het van verschillende kanten maken een samenvatting . Ze zijn
flexibel.Opdrachten moeten kort en krachtig zijn maar uitdagend.Er moet ruimte zijn voor de
leerling om vragen te stellen.En met een duidelijke uitleg en een goede nabespreking werkt
dit t beste. Dit om hun denk proces te bespoedigen).Dit zie je meteen.Want deze leerlingen
kijken in het begin eerst wat bedenkelijk en komen dan met vragen om logisch te kunnen
denken en redeneren.Deze klas heeft ook wat’ beslissers’(Ze zijn pragmatisch en willen de
zaken snel oplossen.Gaan actief aan de slag zonder meteen te weten hoe of wat.) Deze
leerlingen zie je als eerste grijpen naar hun spullen en starten.Er zijn ook ‘doeners’(Deze
doen het gewoon.Houden van iets nieuws en de bijbehorende spanning.) Ik zie ze zich vol
enthousiasme op de opdracht storten en meteen met verschillende ideeën komen.
Daarentegen zijn er maar weinig ‘dromers’( Deze willen graag even afstand nemen,de
opdracht en informatie overpeinzen.Maar kunnen vaak maar langzaam tot een beslissing
komen) .We hebben er vier stuks.
WAT DOE IK?Na dit te hebben geconstateerd, besteed ik bewust aandacht aan hoe ik de
opdrachten schrijf en aan de klas presenteer. En de verschillende wensen ten aan zien van
het leren in gedachten hou. Daarnaast zorgen deze Leerstijlen voor leuke uiteenlopende
reacties op de opdrachten en leerstof. Deze klas heeft onze kandidaat voor de ‘Skills Heroes’
wedstrijd opgeleverd, waarbij deze jonge dame met Curacaose achtergrond de bronze
medaille in de wacht heeft weten te slepen bij de landelijke finale voor onze school ROC
Mondriaan school voor mode. Een Kinderkleding collectie van uitstekend niveau en
uitvoering.
Het vak modevormgeving is een belangrijk onderdeel van de opleiding tot junior stylist
nogmaals benadrukt.
Modevorming leert een van de belangrijkste processen. Dat is om van inspiratie tot een
(kleding) collectie te komen. Ze moeten dus het hele design proces vanaf Trend analyse,de
stappen die daarna volgen tot aan het uiteindelijke ontwerpen en de collectie als resultaat
leren. Al deze stappen vallen onder het leerdoel beschreven in de KD’s en dus in de lessen.
Dit vak doet een beroep op hun talent en doorzettingsvermogen met name in een proces.
Dit wordt getest met de ‘Skills’ wedstrijd.
Van deze leerlingen eis ik ook meer kennis door middel van zelfstudie en ‘up to date’ zijn en
blijven wat het mode vak betreft.
DOCENTVAARDIGHEDEN,
C competentie : Weten dat je het kunt !
A autonomie : IK heb een vrije keuze !
: Ik hoor erbij!
R relatie
BELONING : Succes ervaren, dat is het ware compliment.
Bij deze groep studenten ontdek ik de volgende behoeften.
Een groep van ongeveer zes leerlingen heeft geen idee wat ze kunnen.
Wat hun potentie is en wat ze ermee willen. Deze moeten nog gemotiveerd worden en
gewezen op het doel van goede studie resultaten. ‘Wat kan je ermee doen en wat ga je
ermee doen’ Hier kijk ik naar de 3 stappen van het ‘CAR’model.
Een tweede groep van ongeveer vijf leerlingen zijn zich zeker bewust van hun kunnen en
hebben een ‘drive’ om te presteren.
Een groepje met de mentaliteit ‘have fun & pluk de dag ‘ die genoeg kunnen, ze weten dat
ook en balanceren met hun werk, tijd, fun en resultaat op het randje.
De andere leerlingen werken en maken hun opdrachten redelijk naar behoren en zelfs met
plezier.Ook schromen ze niet om vragen te stellen. Iets wat ik met regelmaat stimuleer.
EEN VEILIG LEERKLIMAAT:
Het klimaat in mijn lessen is veilig.Ik heb aandacht voor elke leerling in de klas.Ik observeer
zodat ik weet wie aandacht nodig heeft.
De leerlingen kunnen mij vertrouwen.De leerlingen weten wat mijn grenzen zijn.De leerlingen
weten dat wederzijds respect belangrijk is.De leerlingen weten dat ik het beste met hun Als
leerling en hun leerproces voor heb. De leerlingen ervaren stimulans om zich te
ontwikkelen.De leerlingen weten dat ik vragen stellen belangrijk vind.
Mijn lessen zijn er opgericht om de lesstof via opdrachten in een proces te leren. Er is onder
andere ruimte om vragen te stellen.Ook vind ik het belangrijk dat ze respect hebben voor
elkaar.En resultaten en informatie leren delen met elkaar. Uitlachen en ongewenst gedrag
naar elkaar toe stel ik aan de kaak.
Ik heb een paar vaste quotes die ongemak moet voorkomen.
1- Er zijn geen domme vragen! Als je geen vragen stelt ,kan je niets leren. En het is zelfs
belangrijk indien mogelijk naar elkaars vragen te luisteren.Je kan tenslotte ook
daarvan leren.
2- Iedereen heeft een talent.Met het goed volgen van de les en de opdracht(het stappen
proces)kun je je talent leren kennen en laten schijnen.En ik vertel ook dat een ieders
talent anders en Unique is.
3- Als communiceren met respect en eerlijkheid gedaan wordt dan kom je vooruit.En is
er altijd hulp. Je kan ook altijd een gesprek met mij voeren.
4- Als je het werk niet doet, kan ik je niet helpen leren zodat je een goed resultaat
behaalt.Het gevolg meestal een niet zo prettige is dan voor jezelf.Dit geef ik mee.
In het proces van de opdracht is het meestal zo dat ik de voortgang individueel bespreek.
En dus komt het regelmatig aan de orde of die gene wel beseft wat ze kan.Dat zijn ook
meestal de momenten waarbij je merkt of ze zelfstandiger wil werken,’hun eigen ding
doen’,of liever veel overleg heeft.
Ook heb ik bij enkele opdrachten juist een onderdeel waarbij eigen ‘research’wordt
gevraagd.Men moet dus in de eerste instantie zelfstandig aan de slag.Dit stimuleer ik ook
door hun aan te moedigen gewoon te beginnen en niet te schromen hulp en uitleg te
vragen bij onderdelen of informatie die ze tegenkomen en niet helemaal begrijpen.
De groeps projecten vragen van de deelnemers om samen te werken.
En als er conflicten ontstaan,of iemand voelt zich toch niet prettig in de groep,zal ik altijd
adviseren eerst samen open te zijn en te proberen tot een samenwerking te komen.
Tenslotte zijn dit ook situaties die in het’echte’bedrijfsleven voorkomen.
Komen de groepsleden er niet uit,dan kom ik erbij om samen met hun een oplossing te
vinden.(interventie).
Als al het boven gestelde werkt dan is de sfeer in de klas / groep goed en prettig om in te
werken voor de leerlingen.
Als ik mij eigen automatische handelen in de lessen tegen het “Car’ *model aan houd, dan
is de volgorde als volgt:
1- RELATIE, relaties en vertrouwen zijn automatisch belangrijk Dit komt voort uit mijn
eigen levens invulling en opvoeding.En het ligt in mijn aard om daar meteen mee aan
de slag te gaan. Dit doe ik door interesse te tonen voor de leerling ,wat hun bezig
houd en ze zich welkom te laten voelen.Te laten weten dat ik hun’zie’. En dat ze bij mij
terecht kunnen (dit zeg ik ook en handel er ook naar). Zo bouw je een schooljaar lang
aan de relatie.Deze gesprekken, observeringen en voortgang hou ik bij in korte
verslagen.ER is een leerling die ondanks dat ze een goede SLBer heeft toch graag met
mij praat over wat haar privé en met school bezighoud. Dus hebben we met
regelmaat na de les een gesprekje van tien tot fijftien minuten.
2- AUTONOMIE, het stimuleren van zelfstandig werken en zelfs proactief zijn.En samen
regels maken zodat dit zelfstandig werken makkelijker kan. In de opdrachten zitten
vaak onderdelen van research wat zelfstandigheid vraagt. Ik ben er om ze te
begeleiden, vragen te antwoorden en richting te geven. Dit wordt ingepland en
geregistreerd.
3- COMPETENTIES, hun duidelijk maken dat ze echt wel wat kunnen. De manier waarop
ik dit doe kan nog wel wat uitbreiding gebruiken. Door na elke opdracht feedback te
geven op de stappen die ze gemaakt hebben,kan ik de leerling wat dichterbij brengen
bij het inzien en herkennen van hun talent en kunnen.De leerling kan zelf ook actiever
worden bij het maken van de opdracht.Dat zie ook gebeuren,ze worden enthousiast.
Als dit een heel schooljaar wordt vol gehouden moeten er wat ontdekkingen te zien
zijn aan het einde van het schooljaar.Een leerling moest voor een mode illustratie
opdracht gaan tekenen.De eerste stap of tekening was een grote drempel.Te durven
een figuur op papier te zetten. Nadat Ik uitgebreid met haar de eerste tekening heb
bekeken en de correcties heb begeleid, en ik haar liet inzien dat het echt wel goed
was.Werd de leerling enthousiast en ging veel makkelijker tewerk om zo dat tekenen
te ontwikkelen.
DOCENTVAARDIGHEDEN: WAT KAN IK BETER DOEN!
1. 2. 3.
- Leren deelnemers te -Ieders kwaliteitenin de groep -Deelnemers elkaar laten
reflecteren op hun eigen bespreken. helpen zonder ermee te
gedrag.(ondersteunen) -Aan deelnemers laten merken bemoeien.(vertrouwen en
-Deelnemers laten vragen dat ze zich houden aan de waarderen)
stellen aan elkaar.(uitdagen) afspraken. -Rekening houden met
-Deelnemers laten merken dat -Bevorderen dat deelnemers verschillen in mogelijkheid tot
hun samenwerking belangrijk hun succes aan zichzelf en behoefte aan
wordt gevonden.(uitdagen) toeschrijven.(Ondersteunen) autonomie.(ondersteunen)
-Laten merken dat er
verschillende leerstijlen
zijn.(Ondersteunen).
-Deelnemers stimuleren hun
waardering of kritiek over de
les te uiten (uitdagen).
4. 6.
5.zie uitgebreide
-Deelnemers self laten kiezen
of ze instructie nodig
hebben.(uitdagen).
-Laten merken dat deelnemers
het recht hebben zich af en toe
toelichting. terug te trekken.(uitdagen).
7. 8. 9.
-Werkvormen gebruiken -Deelnemers control even hun
waardoor deelnemers op eigen werk en houden hun
verschillende manieren kunnen vorderingen bij.
leren.(uitdagen) -Zorgen voor een duidelijke les-
-Stimuleren dat deelnemers en tijdsindeling.
hun eigen werk
nakijken.(uitdagen)
Vak 4 en 7 zijn niet ingevuld.Dat bevat onderdelen die al aangetipt zijn, en nr 5 had meer
uitdagingen.
5. VAARDIGHEDEN INSTRUCTIE / COMPETENTIE:
Bij dit onderdeel zijn er meedere aandachts punten.En punten waar actie geboden is.
Waarderen:
-Laten merken dat ear hoge,realistische verwachtingen zijn.
-De beurten goed verdelen.
Ondersteunen:
-De vragen en opdrachten aanpassen aan het niveau van de deelnemers.
-Denkpauzes inlassen. De leerlingen zeggen ja!
-De deelnemers niet overvragen. De leerlingen zeggen nee!
-Elke les uitleggen wat het doel is. De leerlingen zeggen de uiteg en opdracht duidelijk
te vinden en voldoende tijd ervoor te hebben.
-Met de deelnemers bespreken dat er verschillende leerstijlen zijn. De leerlingen
hebben de “leerstijlen test van Kolb’ gedaan.
-Deelnemers leren te reflecteren op leerprocessen die zij doormaken.Door na de opdracht
de juiste vragen te stellen hetzij individueel of klassiekaal zullen de leerlingen nadenken over
wat ze gedaan hebben met de opdracht en wat ze ervaren hebben.
Uitdagen:
-De onderwijsinhoud zo zinvol en betekenisvol mogelijk maken.Door de opdrachten met
wisselende onderwerpen in te vullen alsook op verschillende manieren te communiceren
maak je de inhoud interessant. Zinvol wordt het als ik ook mijn praktijk voorbeelden vertel en
die als anvullende uitleg geef. Door de voorbeelden uit mijn dagen in het bedrijfs leven te
gebruiken gaat het leven en betekenis krijgen.
Voor punt 1, 2 en 3 heb ik feedback van de leerlingen gevraagd.
TOEGEPAST:
Punt 3 : ‘Elke les uitleggen wat het doel is.’
Ik heb extra aandacht besteed aan het duidelijk maken wat het doel is van de opdracht.
Waarom je de specifieke stappen van de opdracht goed moet uitwerken en dat je zo het
gewenste resultaat dat is het ‘eindproduct’ bereikt.
Dat kan in het vak modevorming zijn een ontwerp, een collectie, een illustratie,een
moodboard of een verslag.
De opdracht gaat over 4 wereld mode themas en de keuze van 3 vrouwen of mannen met
steeds 10 jaar leeftijds verschil en een keuze van een kleding brand.Dit geheel moet een
kleine collectie opleveren van 3 kledingsets voor de gekozen mannen of vrouwen.De
opdracht is duidelijk gemaakt door een PPT presentatie en een handout.
De opdracht bestaat uit een process van 3 stappen naar het eind product.
Doormiddel van vragen check ik of ze weten wat ze precies leren door deze opdracht. Door
aan het begin van de les te vragen of alles nog duidelijk is en of ze besef hebben van wat ze
moeten opleveren kan ik zien of extra verduidelijking nodig is. Aan het einde van de les
herhaal ik dit weer.
METHODISCHE REFLECTIE:
Ondanks dat de leerlingen zeggen dat de uitleg en het doel,( het eindproduct)van
bovengenoemde opdracht duidelijk is ,zijn er in elke les toch weer leerlingen met
vragen.Wat mij opvalt is dat het meestal leerlingen zijn die veel afwezig zijn of
gewoon niet aandachtig genoeg luisteren omdat ze met andere dingen bezig zijn en
of kletsen.Het is dus belangrijk om er voor te zorgen dat ze gaan beseffen dat ze de
opdracht goed moeten begrijpen zodat het resultaat ook goed kan zijn. De hierboven
beschreven ‘check’ aan het begin van de les en aan het einde van de les maakt
duidelijk wie het snappen en correct bezig zijn.
Mijn doel is extra zorg dragen dat de opdracht helder omschreven en uitgelegd
wordt.En daarbij systhematisch elke les de ‘check’ dmv vragen over de voortgang van
de opdracht stellen.Dit van te voren in mijn lesvoorbereiding en planning inbouwen en
meteen toepass
Punt 4: ‘ Met de deelnemers (leerlingen) bespreken dat er verschillende leerstijlen
zijn.’
De eerste vraag die ik aan de leerlingen heb gesteld was:’ Weten Julie wel wat voor leerstijl
Julie hebben? Hoe jullie leren?’
Enkele leerlingen hadden er wel van gehoord. Maar toen ik vertelde dat er een test is waar
je snel erachter kan komen wat jouw stijl precies is, zaten de leerlingen in de startblokken
om de test te maken. Een behoorlijk aantal leerlingen heeft de test gemaakt en ze ontdekten
ook bij elkaar welke leerstijl ze hebben. Er kwamen reacties zoals ‘maar mevrouw hebben we
niet teveel denkers???’ Hierop kon ik in het kort vertellen dat de mix best interresant is.En
dat het voor hun goed is te weten hoe ze met deze info hun lessen en opdrachten kunnen
benaderen.En dus weten wat ze nodig hebben.
Test :www.thesis.nl/testen/test/Kolb-test
METHODISCHE REFLECTIE:
De leerlingen die de ‘kolb leerstijlen test’hebben gemaakt waren verbaasd over de
uitkomsten, ook bij hun klasgenoten. Ze hadden ook aardig wat vragen over de uitleg
die bij hun leerstijl werd gegeve via deze test . Wat me op viel is dat ze het leuk en
interessant vonden ,en er meer over zouden willen weten.De interesse die ze toonden
vond ik belangrijk. Dit maakt dat ik van plan ben te kijken offer een moment is om er
op terug te komen en wat meer ermee te doen.Hoe zij het voorzichzelf kunnen
gebruiken in de toekomst.Maar ook ik zou met de manier waarop ik mijn lessen
aanbied er wel rekening mee kunnen houden. Dat zou kunnen betekenen dat bij een
opdracht met meerdere stappen,de stappen voor verschillende leerstijlen omschreven
zouden kunnen zijn. Wel wat ambitieus?
Leerdoel & Conclusie:
Deze opdracht doet mij beseffen dat mijn leerdoel nr 1’ ‘IK WIL EEN SFEER IN DE KLAS
WAARIN ALLERLEI LEERLINGEN ZICH VRIJ KUNNEN UITTEN EN VEILIG VOELEN.
ONGEACHT CULTUUR OF ACHTERGROND.’ Nog steeds een hele belangrijke voor mij
is. Dat het een groot leerdoel is en dat het stap voor stap geleerd moet worden.
En dat bv ‘CAR’ met betrekking tot de culturele achtergrond belangrijk is.
Na een school jaar moet een start van een goede vertrouwens relatie te zien zijn. Eerlijk
communiceren en betrouwbaar zijn van af het begin kan dit bewerkstelligen. Waar aan de
orde, informeren naar eigenschappen of elementen van de verschillende culturen en door
met elkaar te delen daar begrip en respect voor creëeren.
EEN SPECIFIEKE GROEP, EEN KLAS
BESCHRIJVING VAN DE GROEPSDYNAMIEK :
**TUCKMANS 5 STAGES:Forming-Storming-Norming-Performing-Adjourning.
De D2A klas zoals omschreven in gedeelte A was voor zo'n 85% met deze leerlingen al bij
elkaar in het eerste jaar. Dat wil zeggen dat er aan het einde van het eerste jaar zich al een
aantal groepen gevormd hebben die nu in dezelfde samenstelling verder gaan in het 2e jaar.
Er zijn wat leerlingen afgevallen aan het begin van het schooljaar en enkele van klas
verwisseld ivm de keuze voor productie assistant of assistant styling,de twee studie rich
tingen. De groepje zoals die nu zijn in het 2e jaar zijn grotedeels hetzelfde met hier en daar
een kleine aanpassing.
Het is bijna einde van het schooljaar en de leerlingen zijn inmiddels op stage. Als ik terug kijk
naar de afgelopen maanden kan ik zeggen dat er zeker groepjes zijn die in de ‘Adjourning’
fase terecht zijn gekomen nu ze op stage gaan, en solo verder gaan in deze stage periode. Bij
een groepje van 3 meisjes die een hechte band met elkaar hadden zag ik wat meer
ruzietjes.Daar tegenover stond wel dat ze de allerlaatste schooldag het voor elkaar hebben
opgenomen toen er werk ingeleverd moest worden en ze zo elkaar hebben geholpen om
geen onvoldoende te krijgen. De allerlaatste schooldag was een bezoek met gezamenlijke
lunch In de ‘Picknickroom’ in het’ Rijks Museum’ waarbij door iedereen het werk ingeleverd
en gepresenteerd moest worden.Er hing een sfeer van afscheid Rn van verwachting op
sommige gezichten duidelijk te lezen.Van mij kregen ze een laatste ‘verhaal’over het vak, het
bezig zijn met de eigen ontwikkeling en zo een spannende stage tegemoet gaan. Een
interessante en inspirerende afsluiting van het schooljaar.In de stage periode die ze toen zijn
ingegaan is de relatie van dit groepje er nog steeds en 2 meisjes lopen zelfs bewust gekozen
stage in hetzelfde bedrijf.Het derde meisje moest van school af en heeft afscheid van het
groepje genomen in die zin dat het anders is geworden en minder. Er zijn ook drie groepjes
die nog in de ‘Performing’ fase zitten, goed met elkaar kunnen opschieten en samen kunnen
leren en projecten doen, en die zelfs nu al er voor kiezen om samen op stage gaan.(Zij zitten
hoog in de Pyramide van Maslow,lekker in hun vel en ‘ready’ om aan te pakken ******)
Zij kiezen dezelfde bestemming en ook sommige hetzelfde bedrijf (zelfs in het buitenland).
Bij die groepjes zijn de rollen ook duidelijk te zien.De rol van presentator, organisator en
coördinator.Het is steeds dezelfde leerling die het woord doet.Of het project en de stappen
uitzet en organiseert.En de leerling die dit alles bij elkaar houd en overzicht heeft.
De Beurs: Dit is een grote opdracht van 10 weken waarin er in groepjes wordt gewerkt (niet
zelf gekozen groepjes).Hier komt dan wat “storming’fase gedrag in voor.Omdat de groepjes
niet door de leerlingen zelf zijn gekozen krijg je een voor hun niet altijd gewenste
samenstelling. Ze zullen moeten leren met elkaar om te gaan en de opdracht tot een
gezamenlijk goed einde te volbrengen.Dat betekent dat ondanks dat de leerlingen elkaar als
klasgenoot kennen, ze gaan’uitvechten’ wie welke belangrijke plek heeft inhet groepje.
Welke posities er door wie bekleed worden, wie de meeste invloed heeft.En zeker wie de
leider is. Dit is sterk te zien en komt naar boven als ze de verschillende taken die tot de
‘Beurs’opdracht behoren moeten verdelen.Dan zie je onderlinge strijd.Er ontstaan
meningsverschillen en irritaties. Door met ze praten en hun te wijzen op de sterke kanten
van elk groepslid help ik ze tot een goede keuze en verdeling van taken te komen.Maar de
regels voor deze opdracht blijven gehandhaafd en wordt ook door mij gecontroleerd. De
communicatie hou ik sterk in de gate.
***Groepsgedrag en veiligheid volgens de ROOS VAN LEARY:
Maandag ochtend een les modevormgeving extra van anderhalf uur.
Zonder al teveel legitieme redenen komen leerlingen iets te laat tot veel te laat binnen
druppelen. Per groepje wordt er gemeld dat enkelen nog komen met uiteenlopende
redenen van trein vertraging, tandarts,tram panne tot verslapen.
De les start officieel om 8.30.Gezien het tijdstip bouw ik een 10 min tot 15 min met geldige
reden in om te laat te komen. Ik start met een begin van de week ‘hoe gaat het’ en het
welkomstpraatje.Maar dan na die 15 min start de les.
Te laat komen is storend.En des te meer als elke 5 tot 10 min men denkt te kunnen
binnenlopen. De les loopt niet meer vlot en er moet een oplossing komen om steeds weer
de stof of de opdracht uit te leggen.Ik draag klasgenoten op elkaar te informeren en als het
echt niet duidelijk is dan kunnen ze naar mij toekomen.
Door het steeds laat binnendruppelen van de leerlingen, terwijl ze heel goed weten dat de
les al is begonnen en ze met een nonchalante houding plaatsnemen, reageer ik geirriteerd
en ‘aanvallend’ ,terwijl ze van mij ‘meewerkend’gedrag gewend zijn.Het werd tijd om
duidelijk te maken dat dit zogenaamd ‘inloop universitair ‘gedrag niet gewenst is.In deze
korte les krijgen ze meestal een opdracht die in de les gemaakt moet worden en klaar moet
zijn.
Dat betekent dat ik hun meedeelde dat hun tijd kort was ivm hun te laat komen,maar dat de
opdracht toch af moest zijn.
De reacties waren verschillend.
Een aantal boden excuses aan en gingen snel aan het werk.(meewerkend)
Enkele mopperden,probeerden nog de boel recht te trekken met allerlei ‘maar’ en allerlei
redenen( opstandig).
METHODISCHE REFLECTIE: ****
Leerdoel uit mijn POP
Deze opdracht heeft my doen beseffen wat mijn gedrag is in de omschreven situatie.
Een lastige situatie met wat negatief gedrag. (Mijn leerdoel nr 2,’Beter omgaan met
een negatieve sfeer in de klas’in het algemeen, niet specifiek zoals omschreven).
En dat ik wellicht eerder naar de leerlingen toe duidelijker moet zijn over punten zoals
te laat komen (naast de school regels natuurlijk).Regels samenstellen.Het liefst deze
regels/afspraken met de leerlingen samen.
Door meteen duidelijk te maken dat hun gedrag niet gewenst is wordt t direct
duidelijk dat ik de leiding heb, en respect en goed gedrag wil.Ook omwille van de hele
klas en het met z’n allen rustig kunnen werken(veilig).
Van te voren beseffen welke situaties zich zouden kunnen voordoen en welke reacties
en kunnen komen,zou een voordeel zijn.Toetsen aan de Roos van Leary.Ik heb echter
geen idee of het haalbaar is.Toch denk ik dat door het regelmatig als situaties zich
voordoen grijpen naar wat je weet over de Roos van Leary, me zal oefen in sneller
gewenst reageren.
Van Marlon mijn studie maat mocht ik de volgende feedback
ontvangen :
Marlon heeft het stuk als duidelijk, origineel en erg prettig om te lezen ervaren.
De specifieke kenmerken voor de groep die ik als aanvulling omschrijf bij gedeelte B
hadden ook toegevoegd kunnen worden bij A, ‘beschrijving van de situatie’.Dit werd
gezien als een keuze, en ik besluit het zo te laten.
Als tweede haalt Marlon aan dat het leerdoel van de groep misschien niet duidelijk
genoeg omschreven staat. Ik heb het doel wat meer toegelicht.Het past zo ook in de
KD’s van de opleiding. Wellicht is het geheel nu duidelijk.
TIP:uit ‘IK ALS BEGELEIDER 1’ VEILIG LEERKLIMAAT.ppt Hogeschool Rotterdam
1- Wees niet jezelf (wees profesioneel).
2- Maak contact.
3- Hanteer de eerste lessen een vast patroon.
4- Keep them busy.
5- Eigen regels eerst.
6- Als je kleine dingen groot maakt krijg je minder grote dingen.
7- Vraag je bij een bepaald gedrag af: ‘Wil ik dit twintigmaal?’ Zo niet:doe er direct wat
aan.
8- Wees als een spin in het communicatieweb.
9- Start consequent en houd dat vol tot dat het in de klas gaat zoals jij het wilt.
10- Als iets niet werkt doe dan wat anders.
DIT IS EEN GOEDE CHECKLIST VOOR MIJZELF!!!!
BRON VERMELDING:
Websites:
De website van Thesis (http://www.thesis.nl.testen.kolb) geeft uitleg en de mogelijkheid om
de Kolb test te doen.
De website van Carrieretijger(www.carrieretijger.nl/funcioneren/ontwikkelen ) geeft
beknopte uitleg over een aantal ontwikkelingsvaardigheden.
Literatuur:
Groen, M.(2015).Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen.
Geerts, W & Kralingen, R.(2014). Handboek voor Leraren.
IK ALS BEGELEIDER 1 VEILIG LEERKLIMAAT een handleiding van Rotterdam Universaty.
IK ALS BEGELEIDER 1 COACHING een handleiding van Rotterdam Universaty.
Beoordeling opdracht ‘analyse pedagogisch klimaat”
Student: Glenda Aubri
Beoordeling:
.
Deel A onvoldoende voldoende goed
1. Beschrijving van de situatie (A) Is onvolledig en geeft geen specifieke bevat specifieke informatie over leerdoe- De beschrijving is volledig en gedetail-
informatie. len van de groep, leerjaar, kenmerken als leerd.
2. Beschrijving van het leerklimaat leeftijd, geslacht, aantal groepsleden, bij-
(A) Er is geen koppeling gemaakt tussen het zondere omstandigheden. Er wordt met de drie onderdelen van
CAR model en een veilig klimaat en/of Er wordt met de drie onderdelen van CAR CAR duidelijk gemaakt hoe een veilig
Kan aan de hand van het CAR model onderdelen ontbreken duidelijk gemaakt hoe een veilig leerkli- leerklimaat kan worden gecreëerd. De
benoemen op welke wijze hij inspeelt maat kan worden gecreëerd. De beschrij- beschrijving bevat concrete voorbeel-
op een veilig leerklimaat Er wordt niet methodisch gereflecteerd ving bevat concrete voorbeelden in de den in de praktijk en een koppeling
en/of geen concrete (leer) voorbeelden praktijk. naar literatuur.
Reflecteert methodisch (bijv. Kortha- gegeven en/of geen verbeterpunten be- Methodische reflectie aan de hand van
gen) op eigen functioneren aan de noemd Methodische reflectie aan de hand van concrete voorbeelden, met concrete
hand van concrete situaties. onvoldoende concrete voorbeelden, met concrete ver- verbeterpunten en smart nieuwe leer-
beterpunten doelen
Deel B goed
voldoende
3. Beschrijving van de groepsdyna-
miek (B)
Kent de fasen van groepsontwikkeling De beschrijving is niet of niet correct ge- De beschrijving is met concrete voorbeel- Concrete voorbeelden gekoppeld aan
volgens de theorie van Tuckman koppeld aan de fasen van Tuckman den gekoppeld aan een fasen van Tuck- fasen van Tuckman èn effect op voor-
(1965) man waarden veiligheid
Kan een relatie leggen tussen Onvolledige of onjuiste koppeling met de Bevat concrete voorbeelden gekoppeld Concrete voorbeelden, gekoppeld aan
(groeps) gedrag volgens de Roos van Roos van Leary aan onderdelen van de Roos van Leary de Roos van Leary èn het effect op
Leary (1957) en veiligheid in een voorwaarden veiligheid
groep.
4. Beschrijving van eigen aan-
Geen beschrijving van aandachtspunten
dachtspunten en interventies (B) of mogelijke interventies Minimaal 2 aandachtspunten en1 interven- Meer dan 2 aandachtspunten en 1 in-
Weet hoe hij de eigen communicatie- tie zijn gekoppeld aan eerder genoemde terventie zijn gekoppeld aan eerder ge-
stijl kan afstemmen op het gedrag van Er wordt niet methodisch gereflecteerd voorbeelden noemde voorbeelden èn de bijdrage
studen t(en en/of geen concrete (leer) voorbeelden aan het creëren van veiligheid in de
gegeven en/of geen verbeterpunten voor Methodische reflectie aan de hand van groep.
Reflecteert methodisch op eigen func- het POP benoemd concrete voorbeelden, met concrete ver-
tioneren aan de hand van concrete beterpunten voor POP Methodische reflectie aan de hand van
situaties. concrete voorbeelden, met concrete
verbeterpunten en smart nieuwe leer-
Feedback doelen voor POP
In je inleiding geef je het verschil aan tussen bewust en onbewust. “They come naturally “.Het zit in mijn aard en persoonlijkheid. Mijns inziens is dit het
verschil tussen onbewust handelen en verantwoording kunnen geven aan je handelen.
Je beschrijft de situatie van de groep, de groepsleden(leerlingen) ik mis wat meer specifieke informatie met betrekking tot leerdoelen, aantal leerlingen en
bijzondere omstandigheden.
Je stelt: “ het leerklimaat in mijn klas is veilig” Wat is specifiek een veilig leerklimaat ? In een veilig leerklimaat bv. voelen de meeste leerlingen zich veilig
en worden gestimuleerd en uitgedaagd om te leren. Ze zijn actief en betrokken bij de lessen. De pedagogische visie van de docent en de achterliggende
waarden bepalen de manier waarop de docent een pedagogisch klimaat schept. Er zijn diverse factoren die een positief effect hebben op de ontwikkeling
van de leerling en het leerklimaat in de groep. De eerste factor is het opdoen van positieve ervaringen. De tweede factor is de mate van welbevinden. De
derde factor is het stellen van grenzen. Deze dingen beïnvloeden het pedagogisch klimaat, dat op zijn beurt invloed heeft op de ontwikkeling van het
zelfbeeld en het vermogen tot zelfregulatie.
Vanuit de beschrijving van het CAR – model formuleer je persoonlijke leerdoelen. Dit doe je in haalbare termen. Een SMART-doelstelling is
richtinggevend: het geeft aan wat je wilt bereiken en stuurt het gedrag van jezelf aan. Bovendien geef je aan welke resultaten wanneer (tijd) moeten
worden bereikt. Door een doelstelling SMART te formuleren is de kans groter dat er in de praktijk iets van terecht komt.
Bij de beschrijving van de fases van Tuckman, geef je aan dat leerlingen in verschillende fases zitten, waar herken je dat dan aan, iedere fase heeft nl een
aantal kenmerken. ( zie literatuur) op zijn minst beschrijf wat je ziet.
Je hebt de opdrachten niet voldoende afgerond, om meer diepgang te krijgen verbind je de huidige situatie de praktijk, zoals je die hebt beschreven, meer
met de theorie met literatuur. Dit geeft je handelen meer betekenis. Laat zien dat je handelen snapt.
De opdracht is niet volledig uitgevoerd. Ik mis een aantal onderdelen van de opdracht “Ik als begeleider” bv Kan een relatie leggen tussen (groeps) gedrag
volgens de Roos van Leary (1957) en veiligheid in een groep. Maar ook een beschrijving van eigen aandachtspunten en interventies. Lees de opdracht nog
eens goed door( blz 21 t/m 24 van de handleiding.
Stuur je opdracht eerst via de mail naar me toe dan kan ik nog beter gerichte feedback geven.
De ‘Choco’ het unieke zeldzame holenuiltje van Aruba.
Het uiltje kruipt graag weg in zijn ondergrondse holletje als het te
heet is om vervolgens weer met volle pit naar buiten te komen om
het doel, de jongen en het hol te beschermen op strategische wijze.
Heel zacht, grappig met zijn lichaamsmimieken geeft hij richting.
Begeleidt, beschermt en lost op.
Coachkenmerken????
1
INLEIDING:
Bij het maken van deze eindopdracht ik als begeleider Twee met als centraal
punt de zorg en begeleiding voor de leerlingen heb ik heel wat regels,
functies en mogelijkheden bekeken.
Het eerste dat in mij opkwam was...
”CUTTING TROUGH THE RED TAPE”.
Ik was wat overweldigd met de hoeveelheid aan info, mensen en
mogelijkheden. En natuurlijk vraag ik me af of het niet met minder regels
kan...... Of wat kortere lijnen. Heel voorzichtig zeg ik..minder poppetjes?????
Wat ik me realiseerde (met schrik) was:
# Wat een hoop problemen en soms’letterlijke’ ellende is er onder onze
jongeren.
# Wat enorm veel stappen en zijstappen moet je nemen om bij de juiste hulp
te komen.
MAAR.......
# Wat geweldig dat er zoveel hulp mogelijk is en geboden wordt. Dat er
zoveel steun mogelijk is.
En ja ik vond het een ware ‘JUNGLE’ om alle lijnen te vinden en dacht hoe
kunnen we dat beter, anders doen.
Deze module heeft mij in iedergeval wederom duidelijk gemaakt hoe
belangrijk deze hulp is voor leerlingen en hoe hard nodig en wat mijn
bijdrage ‘steentje’ zou kunnen zijn.
Het wordt dus een tocht door een dicht begroeide jungle vol met
nuttige geweldige lianen waar we af en toe doorheen moeten
hakken.
2
INHOUDSOPGAVE:
Inleiding: Redtape & Jungle
Coaching:
Coaching vaardigheden:
¥ Coachgesprekken
¥ Interview transcriptie.
¥ Coachbeoordeling opdracht 2 & 3
Zorgstructuur & Sociale Kaart:
¥ Zorgstudent Mila, een casus
¥ Stappenplan Zorgstructuur
¥ Sociale Kaart
¥ SWOT van de zorgstructuur
¥ Ik als SLBer.... Een korte reflectie
Reflectie & nieuw leerdoel
Bronvermelding
3
Introductie: De gesprekken zijn met leerling Aoki uit mijn SLB klas. De klas is een
tweedejaarsklas op de school Fashion & Handel. De gesprekken zijn SLB gesprekken en
hebben als kern en doel de voortgang van het leerproces van de leerling te monitoren. Hoe
gaat het met de leerling aangaande rapportcijfers, absentie, en de totale resultaten richting
de overgang naar jaar drie het examenjaar. Als tweede punt is het belangrijk te weten ‘hoe’
het met de leerling gaat. Privézaken, lichamelijke zaken en zo meer kunnen een belangrijke
invloed hebben op de leerresultaten. Dit zowel positief als negatief.
Aoki is een leerling van Surinaams - Javaanse afkomst. Ze woont in Amsterdam en brengt
veel tijd door bij haar vriend thuis. Ze heeft een hoog verzuimpercentage. Een lieve meid,
zacht van karakter en zeer onzeker. Vooral in een situatie en omgeving waar ze zich niet
helemaal thuis is en zich geaccepteerd voelt. Dit is het geval in de klas, en helaas ook het
geval in haar gezin. Ze ervaart haar gezinssituatie als een zaak, een bedrijf. Met losse (gezins
onderdelen. Ook ervaart ze dat ze daar zelf niet zoveel aan de situatie kan doen. Hetzelfde
gevoel heeft ze in de klas. Ze kijkt vaak naar het gedrag en resultaten van de klasgenoten en
vindt dat ze daar niet zo bij past en dus faalt.Ook is ze gaan twijfelen of deze studie
(richting) wel een goede keuze is.
Ik ben van mening dat dat wel het geval is.
Door deze gevoelens van minderwaardigheid en faalangst blijft ze in bed of thuis en heeft
erg veel moeite om naar school te komen. Dat is ook een van de punten die we
overeengekomen zijn dat ze elke ochtend bewust de beslissing gaat nemen naar school te
komen en aanwezig te zijn. Aoki heeft nu ook in het huis waar ze woont in Amsterdam een
klasgenoot en samen hebben ze goede gesprekken over school en het vak mode. Deze
stimuleren elkaar en dat maakt dat het vooruit gaat. Bij het eerste gesprek hierover in
december was er een verbetering te bespeuren wat het aanwezig zijn in de lessen betreft.
Helaas is ze nog vaak ziek. Er is een achterstand ontstaan als het gaat over het inleveren en
inhalen van lessen. De tweede afspraak is dan ook met spoed een lijst te maken en bij alle
docenten het net op te halen wat de achterstand betreft.
Helaas moet ik vertellen dat ze sinds dit laatste gesprek drie weken terug zeer veel afwezig is
geweest. Daardoor zijn we op dit moment nog niet verder gekomen met de stappen. Wel is
ze bij Leerplicht gemeld. En we hebben een nieuwe afsprak gemaakt. Ze is nu bereid extra
hulp te accepteren.
4
TRANSCRIPTIE
Opdrachtgever PDG
Tijdsduur : Totaal 10 Min (vanuit 2 gesprekken ).
Bestandsnaam : Coaching Interview
Soort Transcriptie: Letterlijke transcriptie – Puur en Light
De tekst is van de opname en zo exact uitgetypt. Zoals er gesproken zo is er ook
getypt. Er zijn geen taalfouten gecorrigeerd of aanpassingen gedaan. De niet
relevante teksten zijn weggelaten.
Pseudoniem leerling: A (Aoki)
Interviewer : G.
I: Hai ........., goedemiddag. Aoki.
Ja
I: Hoe gaat het met je?
Het gaat goed, beter dan eerst. Dus
I: Mm, Vertel eens wat
Uhm ja ik heb um sinds die tijd niet echt veel nare gevoel of zo, wel soms nog even dat ik wel
um wel even verdrietig bij voelt maar voor de rest gaat wel gewoon op zijn gangetje.
I: ja want je voelde je verdrietig, we hebben gesprekken gehad, over het feit dat je vond dat
je niet in de klas paste, in het beroep paste en daar was je heel verdrietig over, je kon heel
moeilijk uit bed komen en je voelde je down over. En dat was een van de oorzaken. En hoe
gaat dat nu?
A: Gaat goed. Ik um ja ik leer de andere kant van de klas ook kennen, waar ik zeg maar die
mij vorig jaar niet mee in de klas zat. En dan ging ik toch meer beseffen van het verschil van
niveau en zo. Dan ging ik mezelf beter voelen. Ik ben niet de enige of zo die zeg maar een
beetje ‘the last’ is in die vak of zo.
I: Maar waarom denk jij, dat jij de ‘the last’ zou zijn?
A: Omdat mijn tempo ligt niet zo hoog net als bij de anderen. En dan ga ik mij onzeker bij
voelen van, um ja, doe ik het wel goed of komt het dat ik zeg maar niet zo snel ben met iets
bedenken.
I: Maar is dat bij alle vakken zo? Want als ik naar je rapport kijk, dan word ik een beetje
verdrietig.
A: Ja, tis zeg maar, leren dat kan ik gewoon. Maar in de creatieve kant, dat is echt gewoon
mijn minpuntje, en dan ga ik echt twijfelen aan de opleiding die ik nu doe, van ja, is dit nu
echt mijn ding.
I: maar je twijfelt omdat jij vindt dat jij het niet goed doet.
A: Ja,
I: dat is waarom je twijfelt. Maar wat ik tot nu toe heb gezien, en dat heb ik jou ook verteld,
valt dat reuze mee, maar je moet er wel zijn.
5
A-Ja
I: en hoe vind je dat dan?
A-Dat ik er ben en zo?
I: nou je zegt van mijn creatieve kant is mijn minpuntje en ik zeg van ja, dat valt wel mee,
maar je moet wel aanwezig zijn, zodat je bij blijft. Hoe zie jij dat dan?
A: Ja dat is ook zo doordat ik niet zoveel aanwezig ben dan kom ik in de klas en zie ik dat ik
zoveel heb gemist. En dan moet ik een beslissing nemen van, ga ik gewoon door? Of ga ik me
daar nog meer iets van aantrekken. Ja
I: En is dat elke keer? Elke keer als je in de MV lessen of technische tekening komt dat je dat
gevoel hebt?
A: ja dan heb dat gevoel ja
I: maar snap je dan wel dat...als je lang wegblijft.....
A: Ja dat ik er dan dieper in gaat.
I: Ja, ik heb het er niet over dat als je ziek bent geweest...want je bent heel wat ziek geweest,
en Ok , als je ziek bent, ziek is ziek...dan kunnen we er altijd over praten. We kunnen er altijd
over praten en dan kunnen we inplannen dat het werk ingehaald wordt.
A. Ja
I: Moet er wat ingehaald, en zo ja hoe wat en wanneer
A: ja
I: Ik vind het veel lastiger dat ik hoor dat je een soort faal angst (ik hou niet zo van dat
woord) maar Dat het voor jou een drempel is als je ziek bent geweest twee keer of drie keer,
en je bent dan..loop je achter en dan vind inhet heel moeilijk voor jou om in de klas te zitten
A: Ja.
I. moeilijk voor jou om in de klas te gaan zitten.
A: Ja Ik vind dat moeilijk , om hulp te vragen ,zeg maar..te vragen of hulp aan te nemen.
I: Je vind het moeilijk om hulp te vragen,
A: Ja, dan ga ik. Ik probeer eerst met mezelf eruit te komen ....dan pas met school.
I: Maar je zegt hier twee belangrijke dingen...je zegt je vind het heel moeilijk om hulp te
vragen, en je vind het heel moeilijk om hulp te accepteren. Maar dat zijn wel twee hele
moeilijke punten want vragen is een, maar als je het dan krijgt dan moet je het wel
accepteren anders kom je nog nergens.
A: Ja, zeg maar ongevraagd hulp dat vind ik soms moeilijk dan denk ik van stst
I: Maar ik heb je ongevraagd hulp gegeven.... maar dat vind je dan moeilijk.
A: Soms..ligt er aan aan de persoon.
STILTE hmmmm
I: maar hoe kan ik je dan helpen? Dat is dan een hele lastige vraag voor jou als ik zeg hoe kan
ik jou helpen, wat kan ik voor je doen...opdat je naar school komt...opdat je je gemakkelijker,
prettiger voelt in de klas.... en niet constant kijkt ... naar hoe anderen presteren. En
begrijpen van.... ok dat wil ik ook.
A: Ik wil een soort bevestiging dat ik me dan beter bij voel, net als Toen u tegen mij zei je
doet het goed het is een soort bevestiging dan ga ik erin geloven dan voel ik mij beter en dan
ga ik er wat aan doen.
6
I: Wat je nu dus zegt is..... de gesprekken vind je wel prettig , put je moed uit. Is dat wat je
bedoelt...maar die hulp accepteer je nu wel....van mij
A: Ja, maar dat is dat ik ....omdat ikhet wel echt nu nodig heb. En andere mensen zeggen
ook dat ik het moet doen,dat ik het nodig heb.
I: Ja ik vind ook dat je het moet doen ik zie nog geen drama. ok je rapport is niet gezellig, je
rapport is totaal niet gezellig. daar moeten we het wel over hebben.We hebben nu even een
gesprek omdat ik wil weten hoe je je nu na de vorige gesprekken je nu voelt.Of het nu
makkelijker voor je is om te komen, of daar vooruitgang in is Maar we moeten wel praktisch
gaan kijken van hoe gaan we die cijfers ophalen want je moet ze wel ophalen om gewoon
verder te komen op school...dat is punt twee.
Nu wil ik weten of je geaccepteerd hebt dat je hulp nodig hebt, niet alleen van mij dit stukje
accepteer je van mij...maar hoe kan ik je dan helpen dat je nog meer .......je hebt al stappen
gedaan. En dan niet alleen wanneer je ziek bent,want ziek is ziek.
Is er verschil voor jou al een verschil tussen ziek zijn of je ziek voelen? Is daar voor jou
verschil in?
A: Als er iets belangrijks is een toets of zo en ik moet daar bij zijn, dan kom ik een uurtje en
dan ga ik weer naar huis.
Nee ik hebben laats na de zomer merkte ik dat ik slechte weerstand had.Dus was ik naar de
dokter geweest.En had hij mij gezegd je moet meer slapen en goed eten.Dus je hebt
lichamelijke klachten???En dan regelmatig eten en dan met dit weer, in de nacht heb ik
meteen koortsige lichaam. En zo en dan voel ik me de volgende ochtend
I: Heb je je vitamine D laten checken...wij zijn donkere mensen
A: ja vooral ook winter enzo dan heb ik ook uitslag en zo. De dokter zei waarschijnlijk moet je
misschien lichttherapie doen....
I: Ga je dat doen??? Want als je je lichamelijk goed voelt, dan ben je ook sterker als je in de
klas zit.
A: Ja
I: Want als je in de klas zit ....en je denkt dat je het niet goed doet, en daar ben ik het er niet
mee eens. En je bent lichamelijk niet lekker goed dan wordt het pittiger.Dus ga dat dan ook
doen.
I: Thuis....... Thuis na ons laatste gesprek.
A:Ik was laatst nog thuis geweest,.....het is gewoon zo
I: maar nog steeds hetzelfde ?
A: ja
I: niets veranderd?
A: Nee
I: OK
I: vind je het altijd vervelend als naar huis gaat?.....
A: thuis zitten vind ik het wel vervelend maar....
IK ga voor m’n moeder te zien maar als ik zeg maar... thuis hoor al de situaties hoor wat er
thuis gebeurd, die ik hoor....want ik woon niet thuis ,dus als thuis ben en ik krijg alle situaties
over me heen van dit en dit is er gaande ....dan krijg ik wel weer meteen weer zo’n stressend
gevoel
I: is dat stress voor je
A: ja dat is grotendeel ...heeft het wel echt met thuis te maken.
7
STILTE hmmmmmm
I: Amsterdam.....gaat dat beter.....
Sommige dagen niet...dan ben ik nog steeds bezig mijn eigen plaats te vinden....
Maar je hebt wel veel contact met Yvana.....
Ja
Hoe gaat dat dan?
We praten niet zoveel......
I: maar jullie stimuleren elkaar
Na deze gesprekken hebben we nog even gesproken over het op een rijtje zetten en plannen
van de in te halen opdrachten en de in te leveren zaken. Aoki zou daar een lijst van maken
en dat mij voorleggen. Er staat weer een gesprek gepland.
REFLECTIE OP BOVENSTAANDE GESPREKKEN:
Een reflectie volgens Korthagen( 1993) op GROW model ( John Whitmore) in bovenstaande
gesprek.
Doel van deze gesprekken:
Het doel van deze SLB gesprekken is om de voortgang van het leerproces van Aoki te
monitoren. Haar te motiveren naar school te komen en haar inzet te activeren. Haar twijfels
weg te nemen zodat ze aan het einde van het schooljaar overgaat naar het examen jaar.
Alle onderdelen die daar van invloed op zijn erbij betrekkend.
De gesprekken vinden wekelijks op school plaats. Ik stuur aan op een acceptatie van hulp
door Aoki. Daar heeft ze moeite mee. Dit resultaat zou ik graag in werking zien voordat ze op
stage gaat (dat is midden April).
8
Goal:
Wat zou jij willen dat goed gaat dit schooljaar?
Zelfverzekerder zijn in de klas en leren zien dat ik dit vak(mode) zal kunnen.
“Ik wil het ook”.... Dat houd in overgaan naar het derde jaar en een diploma
halen.
In de tekst van het intervieuw aangegeven in het blauw.
Reality:
Maar..Wat is er nu gaande als we kijken naar de leerresultaten?
De leerresultaten zijn niet goed. Er is een hoge absentie en een grote
achterstand.
Dit is een probleem. Het komt door het thuis blijven(door ziekte en
demotivatie, faalangst), en de thuissituatie. De lichamelijke problemen zijn na
de zomer verslechterd.
Concrete voorbeelden staan in de tekst van het intervieuw in het rood!
Options:
Wat kan jij doen om vooruit te komen......?
Welke opties/ideeën hebben we bedacht?
Een goed idee is om Vitamine D te gebruiken.
Door gesprekken( met docenten, slbers en of loopbaan begeleiders)
gemotiveerd te raken, en dus ‘op school en in de les zijn’ positief te ervaren.
Praten met mede klasgenoten kan ook oppeppend werken.
Keuzes maken, bv bewust kiezen om elke dag toch naar school te gaan.
Deze zijn aangegeven inhet intervieuw in het groen.
Will/Wrap-up:
Wat zijn de volgende stappen die je wilt neme?? Actie’s????
De eerste stap zal zijn het accepteren van hulp.(loopbaan coach ect).
Een tweede stap zou moeten zijn het volgen van een ‘faalangst’ cursus.
Een constante zou moeten zijn je gezondheid goed in de gaten houden.
Hiermee zou gestart moeten worden dit schooljaar nog, zodat de resultaten
snel verbeterd kunnen worden. Dit staat aangegeven in intervieuw in het paars.
9
Opmerking: Deze lijstjes zijn door de coach ingevuld toen de transcriptie nog
niet volledig was (tijdsgebrek). De transcriptie is daarna aangevuld en
afgemaakt.
10
11
Zorgstudent Mila: een casus.
WIE – WAT – WAAR – WAAROM – WANNEER........
ZIEN & SIGNALEREN
Jonge dame, leerling Niveau 3, met dyslexie, 21 jaar, Islamitische achtergrond,
getrouwd en heeft een eerder afgeronde opleiding.
Mila is erg enthousiast over de studie ‘junior Fashion Stylist’.
Helaas door onverwerkte negatieve ervaringen in het verleden heeft ze
trauma’s opgelopen. Hierdoor is het voor haar moeilijk om aanwezig te zijn op
school.
Dit uit zich in Psychische problemen (leed en angst verwerking) en dat
weerspiegelt zich weer in haar lichamelijke toestand( ze is altijd moe).
Emotioneel is deze jonge dame zeer fragiele.
Dit zie en ervaar je aan het feit dat, met wat wij een normaal gesprek met wat
lichte feedback vinden , zij dan al in tranen is. Die lijn is erg dun.
Die emoties en tranen zijn niet altijd per definitie omdat ze zich gekwetst voelt?
Maar alles ligt zeer gevoelig.
Mila is dan ook vaak nerveus en onzeker in de klas of wanneer ze opdrachten
(af) moet maken en inleveren. En omdat ze wat langzamer is heeft ze ook vaak
stress thuis en op school. Tranen komen er dan aan te pas en ze wil graag vaak
praten. Door deze problemen loopt ze vaak vast bij zichzelf en met haar
schoolwerk.
Als voorbeeld: Mila is een aantal keren afwezig en heeft daardoor haar
opdracht niet af. Dit start al met een klein gesprek meestal al snel met tranen
waarin ze vraagt of ze het kan inhalen. Daar wordt positief
opgereageerd.Dan..tranen van opluchting en ze gat aan de slag. Bij het
inleveren is ze zo onzeker dat voor elk klein onderdeel waarvan zij denkt dat t
niet goed is weer op een onzekere nerveuste manier meteen uitleg wil
geven.meestal komen ook daar weer de waterlanders. Na geruststelling gaat ze
weer aan het werk en kunnen we zelfs weer een glimlach zien.
Op dit moment is deze Mila bijna niet meer op school ,de psychische klachten
zijn verergerd en daardoor de vermoeidheid en wat depressie achtige
symptomen.
12
Haar gedachten vertellen haar dat ze nog gewoon naar school kan komen om
het schooljaar af te maken, maar dat is niet meer haalbaar op dit moment.
De hoop blijft bestaan bij haar want ze is /was altijd heel blij met school en de
mode richting.
Na een aantal gesprekken met Mila en de opties die we hebben voorgelegd,
wachten we nu op een beslissing ten aanzien van school.
Mila is al vanaf het begin doorverwezen door haar SLBer naar de
zorgcoordinator. Samen is er in kaart gebracht wat haar hulpvragen inhouden
en welke stappen er binnen en vanuit school genomen kunnen worden.
Zij heeft hulp nodig bij en van :
¥ Plannen( ivm met absentie door de klachten en concentratie problemen
krijgt ze vaak haar opdrachten niet optijd af).
¥ Omgaan met reistijd ( dit in het verlengde van het plannen omdat ze
verhuist is en verder weg woont).
¥ Loopbaancoach voor gesprekken (vooral ook over hoe ze om kan gaan
met school zaken en een verwijzing naar maatschappelijk werk).
¥ En geoorloofd verzuim ivm individuele psychische begeleiding.(om te
leren omgaan met o.a. de klachten en problemen die ontstaan zijn door
de trauma’s en onverwerkt leed.)
De voortgangs gesprekken met de SLBer gaan gewoon met regelmaat door.
De gesprekken met de zorgcoordinator en SLBer samen worden ook regelmatig
ingepland. Mila wordt dan per mail uitgenodigd en de gesprekken zijn altijd
rustig en met een lange inleiding voordat we op het uiteindelijke punt komen,
dit om de emoties bij haar zoveel mogelijk rustig te houden.
Afspraken met de loopbaan coach worden door desbetreffende personen zelf
gemaakt en de frequentie ook door hen met Mila samen besproken. Verslag
daarvan wordt ook aan de zorgcoordinator gedaan, die het geheel weer
bijhoud en overzicht heeft.
Ook is er maatschappelijk werk aan te pas gekomen om de gezinssituatie en de
financiele situatie te begeleiden. Op dit moment is er ook intensieve
individuele psychische begeleiding. Dit gebeurt wekelijks.
13
ZORGSTRUCTUUR EN SOCIALE
KAART.
ZORGSTRUCTUUR EN SOCIALE
KAART. ZORGSTRUC
STAPPENPLAN KAART.
In de slb gesprekken met de student signaleer je een probleem.
Je adviseert en bespreekt wat de mogelijkheden zijn voor hulp om het
Stap 1 probleem te kunnen oplossen.
Gesignaleerd het
probleem Of de hulpvraag Hier gaan een of meerder gesprekken overheen, of tot het moment
1st lijn dat je ziet dat het echt niet goed gaat of dat de leerling dat
duidelijk aangeeft.
Stap 2 Als SLBer heb je bovenstaande gesprekken gevoerd. En
Docent / Mentor/SLB geconcludeerd dat de situatie niet verbeterd en dat het zo het
Functie omschrijving:De SLBer leerproces van de student niet ten goede komt. En dat er wellicht
monitort de studenten in de specialistische hulp nodig is. Als SLBer ga ik advies zoeken bij de
klas, is eerste aanspreekpunt bij afdelingscoördinator en of rechtstreeks naar de Zorgspecialist.
STAPPENPLANproblemen en zet indien nodig
door naar de zb-specialist.
1 st lijn
Stap 3 De zorgspecialist brengt de situatie en de hulpvraag van de leerling
DZ oer gspecialist(coördinator ) in kaart.En verwijst zonodig door.
In de slb gesprekken met de student signaleer je een probleem.
Stap 1 Je adviseert en bespreekt wat de mogelijkheden zijn voor hulp om het
S1 pGt rsaetop slb ii4jgnl e neamle eOrfd d hee ht u lpvrDIanotaeorrgnvee r zwoirjgzH pivdnreigaeor ltkreb a njglneien a gegzaa im(aneAnt ) e nt odeaefa a enkrtx: u tohenfren nmtee ezenoce rhogrvtpde lenrolerise ngsitnee ggns o(p.B er) ed k gkaeant oovf edrahte deen ,l eoef rtlointg h deat tm oment
STAPPENPL Stap 2
D1osotr vliejrnw ijzing duidelijk aangeeft.
Als SLBer heb je bovenstaande gesprekken gevoerd. En
Docent / Mentor/SLB Binnen integrneec voernzcorlugidnge keurndn edna wte d eee ns biteuroaetpie d oneine ot pv deer beterd en dat het zo het
GS teaspig 1n aleerd het I(pkmFNAluraT)oon sEnbc,R itlitNeisoe mEer oZtee mOdrnsRes teGc esnhV ta rEuziaRedjvnLteiEs nniNpngtIrdeN:eDinGeee nki npS n Lu*v*ltvdeeooeBDDnse rldkeemgebt i eji eoSrokgbnLt nege dBidenjreele iih nrjrp1,kogw e4hsals eteair epj efssmwdedowmeeenereecna npeaelin n eilargksan.noi lgjttig keeegcses aertebn cmsikrs spoame crwnnvöeeh gaaketreet krndd nbek e .ihinu djn S nubkeaLnealB teptnseorn torw nr udkwo okoedraeeddntenn eei n ngwovrt o ogbfi o esrnirndrd. ien edaeAenceatn lh no ls et dtmo eeSesmr n tLwli rnB aeggteoe .b rker egsdd aene r ia kkao arm ddvte.i eEZsno z rdogaseptk eeecnr i wablieijs ltdli.ce h t
door naar de zb-specialist.* De ouders kunnen afhankelijk van het probleem ook erbij
betrokken worden (er zijn vele situaties van leerlingen waar probleem Of de hulpvraag
1 st lijn
1st lijn bmeettr odkek secnhhoDeoidel ( viznaotne rrdgne)s ohpuaedncedrieasl enlinise ott fvb aarfnsezpenrlafgsktpe rnde mkee anskdiet nius.) a, teine z oe nsa mdeen h ulpvraag van de leerling
1S tsat lpijn 3
De in kaart.En verwijst zonodig door.
E(ZBXo)T rEgRsNpE eZcOiRaGliVsEtR(LcEoNöINrdG inaDmitat oaist rsdc eh) a twppeeeldijek lwijne rokp) osfc hLoooopl. bBaeasntacoanacdhe eunit aSnMdWer e(s. cEhr oiso ol ok een Stap 2
mogelijkheid om door te verwijzen naar een externe organisatie Docent / Mentor/SLB
21e setn l3iej nlij n (derde lijn)die de school kan gebruiken (door de tweede lijn).
Bovenstaand maatschappelijk werker en de loopbaan coach kunnen Functie omschrijving:De SLBer
h*hDueliopsoveern se tmvinaegltu. DI vanetotireeos cgrrhenvisleelperr nezwdkoekir ejzgznaivk nmeegner ,tl k evdaanenn iz np oglrgagan c(anoAneon)r dn otioanftaa ehtroex:rl tp weeonrrn mdete itnz okaragrvt erlekmnliaonsgn, (iiBtso) e rte drset es tauadnesnptreene kinp udnet bij
gebracht en bijgehouden hoe en of er vooruitgang is.Aan de hand
SSltoat p(la 4at s te Stap) daarvan kan er besloten worden: WIE – WAT – WAAR – problemen en zet indien nodig
HDooeo wrovredrt wheitj zzoinrggp roces
gg eeemvoanluiteoerrdd ? e n WAARVOOR. door naar de zb-specialist.
Loopbaanadvies 1 st lijn
WIE – WAT - WAAR Loopbaancoaching
Stap 3
Schoolmaatschappelijk w1e4rk De
Casemanagement
Zorgspecialist(coördinator )
SOCIALE KAART
Wat doet deze persoon Via wie en waar is deze
Wie – Welke Instantie
of Instantie persoon/Instantie
SLBer
Studieloopbaan centrum bereikbaar
SLC * (extern)
De SLBer begeleidt en Via de receptie (Fausia) en
Vertrouwenspersoon
monitort de studie of eigen telefoon.
Minizat
voortgang van de leerlingen ( Negen SLBer voor
Extra Rekenen
confectie)
Loopbaanadvies: T. Wienbelt/Y.Dettingmeijer
Loopbaancoaching: T. Wienbelt/Y.Dettingmeijer
E.van Espelo/K.Helmstrijd
School-maatschappelijk J.Valoun
werk:
Mirjam Stommen
Casemanagement:
Met een vertrouwens S.Scheers
persoon kun je spreken over
ongewenst gedrag.Bij de
vertrouwens persoon wordt
je verhaal serieus genomen,
is integer, gaat zorgvuldig
met informatie om. En help
verder met allerlei advies.
Mini-ZAT is een overleg P.Kloeg
vorm over studenten die S. Van Lenteren Voorzitter
verzuimen en die extra Minizat
ondersteuning nodig
hebben. Aan het overleg
nemen deel:
teamcoordinatoren,
verzuimcoordinator,
zorgspecialist,
loopbaancoach,
maatschappelijk werker en
de leerplichtambtenaar uit
Gemeente Den Haag.
Bijlessen in rekenen M.Borsje
Zorg- en Deze specialist biedt S.van Lenteren
begeleidingsspecialist(zb-
individuele ondersteuning
aan studenten,verwijst waar
16
specialist), ook wel nodig door naar SMW,lba of
zorgcoordinator.
Schoolmaatschappelijk extra ondersteuning vanuit
werk.
het loket handicap en
Loopbaanadviseur/-
coaching. scholing.
(gedetacheerd door het SLC
zie *) De smw’er geeft J.Faloun
Financieel dienstverlener kortdurende ondersteuning
Leerplicht Den Haag:** bij problematiek die niet
Extra ondersteuning direct studie gerelateerd is,
(passend onderwijs).
zoals bij psycho-
Decaan
sociale/psychische
problematiek,
schuldverlening, problemen
in de thuissituatie en
woonproblematiek.
De loopbaanadviseur biedt
coaching bij studie- en
leerproblemen en
ondersteuning bij school- en
beroepskeuzevragen.
K.Helmstrijd
Begeleid jongeren bij hoge
schulden 10.000/40.000
Leerplicht stelt op aanvraag
van de schoolinformatie
beschikbaar over studenten
die aangenomen zijn met de
indicatie verzuim op het
doorstroomformulier.
Ondersteuning wordt D. Akkerbouw
ingezet wanneer basis-
ondersteuning niet
voldoende is.
Het is gelimiteerde
specialistische
ondersteuning dmv
*eenmalige consultatie
*voorlichting
*een workshop
*een langdurend
ondersteunings traject voor
school en student.
Advisering studie en H.Sint
hulpverlening studie
financiering.
17
SWOT VAN DE ZORG
STRUCTUUR:
Sstrengths:
+ Een korte lijn tussen de zorgcoordinator en het SLC, studie loopbaan centrum. Hier door
kan er snel gehandeld worden, en hoeven leerlingen niet zo lang op hulp te wachten.
+ De functie van Zorgcoordinator is nieuw. Dat houd in dat er sinds dit jaar een collega
hiervoor is aangesteld. Zo is er beter zicht op de problematiek van de leerlingen en is er een
eenduidiger aanpak.
+ Er is een grote betrokkenheid van de SLBers en deze hebben onderling goed contact over
de leerlingen. Ook in gezamenlijk wekelijks overleg is er altijd ruimte om het een en ander op
de agenda te zetten.
+ Er is een korte lijn tussen de vertrouwens persoon en de onderwijs manager. Dit maakt dat
er snel gehandeld kan worden vooral als het gaat om specialistische gevallen.
Wweaknesses:
- Er zijn op deze MBO Opleiding leerlingen uit allerlei plaatsen rondom Den Haag. En als we
het over Leerplicht hebben dat heeft onze school alleen maar direct contact met leerplicht
Den Haag (dit in het MiniZat overleg). Het betekent dus dat de verzuimcoordinator elke
afzonderlijk plaats (van desbetreffende leerling) moet benaderen. Dit is tijdrovend en
omslachtig.
- Op de Homepage van de school is informatie te vinden over de zorgstructuur en de sociale
kaart. Echter als je het nagaat, dan is de informatie niet meer actueel.Er zijn personeels
verschuivingen, andere telefoon nummers, functie verschuivingen en of toevoegingen
ect.Dit zorgt voor een verwarrend geheel en vaak een ware ‘jungke’ om doorheen te
worstelen.
- De SLBer is verplicht (dit jaar) voor iedere docent.Dit heeft als gevolg dat iedereen zijn best
doet, maar als het een keuze is dan is er net wat meer betrokkenheid en bevlogenheid?
- Er is niet een directe lijn tussen het BPV bureau en de vertrouwens persoon. De
vertrouwens persoon zou in rechte lijn willen dat leerlingen die van alles meemaken op de
stage plek bij de vertrouwens persoon terecht kunnen.Ongeacht of het goed wordt opgelost
ten aanzien van het stagebedrijf.
18
O opportunities:
¥ Meer korte lijnen tussen hulpverleners indien mogelijk, want dat maakt dat de hulp
sneller bij de leerling is.
¥ Er zou een vaste vergader structuur wenselijk zijn (Pedagogische visie) met bv de
SLBers om samen nog beter naar de problemen van de leerlingen te kijken en aan te
pakken. Denk aan passend onderwijs, extra ondersteuning en zo meer. Ook dit zou
met de onderwijsmanager moeten zijn.
¥ Ten aanzien van de kortere lijn tussen BPV en de vertrouwenspersoon, zou de
onderwijsmanager hier een oplossing (lijn) officieel voor kunnen inzetten.
T threats:
~ Er zullen veel meer leerlingen komen die speciale hulp-, ondersteuning en meer nodig
hebben.We moeten daar heel goed op voorbereid zijn. Scherper en wellicht ook aan t begin
van het schooljaar al wat stappenplannen maken voor de leerlingen waarvan we de
achtergond bij aanname al weten.
~ Goed kijken naar het feit dat leerlingen zichzelf kunnen ziekmelden waardoor er wat
vraagtekens kunnen ontstaan over het echt ziek zijn of dat de ouders wel op de hoogte zijn.
IK ALS SLBer... Een korte reflectie.
Als SLBer vind ik Het belangrijk om het vertrouwen te hebben van mijn leerlingen. Ik heb
veel kleine 5 min gesprekken met de leerlingen en niet meteen een echt SLB gesprek. Daar
wil ik ook niet op wachten. Belangrijk vind ik in de’ loop’ te blijven. Ik vind het vaak moeilijk
om meteen in actie te komen als er zich leer problemen of verzuim problemen voordoen bij
de leerlingen. Als eerste ga ik met ze praten. Ik vind het belangrijk dat er een goede veilige
onderlinge omgang en sfeer is in de klas. Dit was een uitdaging. De klas bestond uit 2
groepen. Daar heb ik twee hele lessen aan besteed om de groepen tot elkaar te laten
komen.Het bijhouden van de leerresultaten in deze klas vind ik lastig, de dames en heer
hebben wat gebruiksaanwijzingingen.
Ik weet dus dat ik het lastig vind het juiste tijdstip te bepalen wanneer ik een leerling door
moet verwijzen. Ook weet ik dat ik nog moet leren inschatten wanneer contact met ouders
gewenst is. Waar ik blij mee ben is dat de leerlingen niet bang zijn vertrouwelijk met mij te
praten. Dat maakt dat er heel wat punten door gesprekken kunnen worden opgelost.
Als ik kijk naar wat voor leerdoel ik zou omschrijven na dit alles te beseffen,dan zou mijn
eerste streven zijn naar een goede balans tussen de relatie met de leerlingen als SLBer en
het strikt handhaven van de stappen die genomen moeten worden om dit alles
19
Een laatste reflectie......
En dus nieuw te leren.
Wat heeft het maken van deze module mij uiteindelijk geleerd?
En wat precies heb ik ervaren.
De zorg in het MBO voor onze leerlingen heeft veel meer voeten in de aarde
dan ik had gedacht.Dit heeft verschillende gevoelens bij mij los gemaakt.
Vooral verbazing, schrik, bezorgdheid en zelfs soms wat boosheid.
Enkele gedachten heb ik al gedeeld in mijn inleiding. Red Tape & Jungle!
Wat ik wel belangrijk vind is dat ik heb gezien dat er velen wegen zijn om hulp
te verkrijgen. En dat is heel belangrijk, aangezien het zo hard nodig is.
Overigens stemt dat mij wel een beetje ‘sad’.
Als ik terug kijk op hoe ik het heb gedaan, dan weet ik dat ik in iedergeval zeker
heb geprobeerd mijn gevoel, empathie in balans te hebben met wat er
daadwerkelijk nodig is. Is dat me helemaal gelukt......??????
Maar het bezig zijn met het bouwen van een relatie als docent, SLBer en
persoon met deze leerlingen helpt enorm in het vertrouwen en dus in de
mogelijkheid te helpen en sturen.
Ik heb hierdoor al wat stappen genomen om meer hierover met mijn collega’s
te praten. Hun ervaringen en adviezen kunnen mij zeer helpen.
Nieuw te leren: een leerdoel.
Een gerichtte communicatie hebben met mijn naaste collega’s over hun
ervaringen en wijsheden ten aanzien van de zorg voor leerlingen.
In deze gesprekken zal ik met gerichte vragen komen over een specifiek
onderdeel van een situatie die zorg behoeft.
Hierdoor kan ik beter handelen dat wil zeggen beslissen wat het beste is. Welke
weg te bewandelen op oplossing te vinden.
Dit is ten alle tijden toe te passen. Maar ik start met de beschreven studenten
in deze modulen en pas het toe nog voor het einde van dit schooljaar.
20
Bron Vermelding:
Websites:
-De website van Notuleercentrum
(www.notuleercentrum.nl/voorbeelde-transcripties)
Legt de verschillende stijlen van het maken van transcripties uit.
-De website van Your coach
( www.yourcoach.be/coaching-tools/grow-coaching-model.php)
Legt de stappen van het GROW coaching model uit.
-De website van Signpostcoaching
( www.signpostcoaching.co.uk/services/coaching-model-grow)
Een uitleg over het GROW coaching model.
-De website van Deadolescent
( www.deadolescent.wordpress.com/leer-klimaat-docentengedrag/)
-De website van de Carrieretijger
( www.carrierretijger.nl/functioneren/professionele-vaardigheden/coachen)
Legt coaching vaardigheden uit in de breedste zin des woord.
-De website van raamstijn
( www.raamstijn.nl/eenblogjeom/index.php/lean-six-sigma/4095-5ws-en-1h-
methode.) Legt de 5ws en H methode uit.
-De website van Kennisobject
( www.kennisobject,studieroute.nl/observeren/schema-uitleg.html)
Geeft een uitleg over waarnemen en signaleren.
Literatuur:
Geerts, W & Kralingen, R. (2014). Handboek voor leraren.
Groen, M. (2015). Reflecteren: de basis. Opweg naar een bewust en bekwaam
handelen.
21
IK ALS LID VAN HET
ONDERWIJSTEAM.
Library of Bagdad
De ideale school............=
DE INSPIRERENDE SCHOOL
- 1 -
INLEIDING:
De Inspirerende school is een ideaalbeeld van een school zoals ik mij dat heb ingebeeld
en gevormd. Een school waar alle elementen die volgens mij zo belangrijk. Ook is er rekening
gehouden met de zaken die de overgang naar de praktijk, het bedrijfsleven en de
maatschappij soepel maken.
Deze school heeft:
+ Een inspirerende leeromgeving, (flexibiliteit in ruimten, spannende aankleding,
bedrijfsvertegenwoordiging in school).
+ Inspirerende Leerstof (tot stand gekomen door kennis en ervaring met theorieën te
mengen. Ook kritisch zijn t.o.v. de resultaten)
+ Inspirerende docenten (gepassioneerde docenten, een bevlogen team en mensen uit het
vak).
Dit zijn maar enkele punten. Wel heb ik het besef om me te realiseren dat als deze school er
moet komen er ook ruimte moet zijn om veranderingen te implementeren. De vraag is of de
tijd rijp is voor grote veranderingen in het ‘Schoolleven’.
Belangrijk is in ieder geval goede kennis te hebben van onze Nederlandse systemen en
mogelijkheden en open te staan voor nieuwe ideeën die school, leerling, docent, ouders en
tenslotte de toekomst van al deze personen ten goede komt.
OPDAT HET ONS WEL GA,..DAT IS, GOED GAAT!
- 2 -
Bij het maken van deze eindopdracht heb ik de vele verschillen en overeenkomsten van de
diverse scholen kunnen bekijken. Het brengt me tot dieper nadenken ook over hoe we als
team en als individu met elkaar (samen)werken binnen het onderwijs. En kan ik zo ook een
eigen mening vormen over welk concept mij aanspreekt.
- 3 -
INHOUDS OPGAVE
1- HET NEDERLANDSE ONDERWIJS.
- Het Nederlandse onderwijssysteem
- Onderwijsconcepten & vergelijk.
- Werkplek bezoek ROC Amsterdam en vergelijk met eigen
school
2- DE KRANT EN IK…..EN DAN?
- Een opinie.
3- PROFESSIONELE LEERCULTUUR.
- Het docententeam
- Wat zegt de teamscan
- Mijn rol binnen het team
- Een conflictsituatie
- Missie, visie en Organisatiestructuur ROC Mondriaan Den
Haag.
- Veranderstrategie, een casus.
4- LITERATUUR EN BRONNEN.
GLENDA - 4 -
HET NEDERLANDSE ONDERWIJSSYSTEEM:
Het Nederlandse onderwijssysteem biedt aan iedereen de kans om te kunnen studeren.
Ieders talent kan met de juiste keuze van onderwijs tot ontwikkeling komen om een prettige
toekomst te hebben en een goede bijdrage aan de maatschappij te kunnen leveren.
Of je nu technisch bent, of kunstzinnig, zorgzaam en sociaal en of hoogbegaafd. Er is voor
ieder wat wils. Mogelijkheden genoeg en in ieder geval kan iedereen zich algemeen
ontwikkelen.
Het start met het Basisonderwijs (8 jaar lang). Vanaf vier jaar tm 12 jaar wordt het
basisonderwijs gevolgd. Dit is verplicht. De scholen zijn voor basisonderwijs en speciaal
onderwijs die men kan bezoeken. Dit wordt wel ‘PRIMAIR’ onderwijs genoemd.
Het is erg afhankelijk van de individuele resultaten van de leerling en de toekomstdroom of
wens wat de keuze van voortgezet onderwijs om door te stromen zal zijn.
Het Voorgezet onderwijs, vroeger middelbaar onderwijs genoemd (onder de Mammoetwet
1968) is de logische volgende stap en brengt de leerling dichterbij de toekomst. De weg naar
het uiteindelijke beroep of loopbaan. Vanaf 16 jaar is dit voortgezet onderwijs verplicht. Het
voortgezet onderwijs duurt 5 of 6 jaar (vanaf de leeftijd 12 tm 18 jaar).
Het is ‘Beroepsgericht voortgezet onderwijs, VMBO (VMBO BBL/ VMBO GL/ VMBO KBL/
VMBO TL). Maar ook PRAKTIJKONDERWIJS), bereidt voor op MBO beroepsonderwijs of een
stap naar de HAVO. Praktijkonderwijs bereidt voor op volwassen educatie.
Hierna kan gekozen worden uit Middelbaar beroepsonderwijs (mbo met vier
opleidingsniveaus), of het Algemeen voortgezet onderwijs, HAVO en VWO.
Als je een diploma HAVO of VWO op zak hebt kun je verder studeren aan ‘Hoger Onderwijs”
dat bestaat uit HBO en Universitair onderwijs. Je bezoekt dan een hogeschool, universiteit of
academie.
Als de slagroom op de taart kun je daarna het traject tot promoveren in gaan en aan dat
einde de titel ‘Professor’ dragen
- 5 -
ONDERWIJSCONCEPTEN:
We hebben het klassieke onderwijs en het bijzonder onderwijs in Nederland.
Naast de klassieke leerscholen zijn er andere leerconcepten.
Natuurlijke leerscholen, Competentiegerichte scholen, Daltonscholen, Vrije scholen,
Montessoriescholen, Profielscholen en Jenaplanscholen.
Ik licht er een paar toe.
Daltononderwijs, HET DALTONPLAN, THE FEARLESS HUMANBEING. Een vrijheid
Het Daltononderwijs, valt onder het algemeen bijzonder onderwijs in Nederland.
Door Parkhurst gestart zegt zij zelf dat het geen systeem is, geen methode maar een
beinvloeding. Ontstaan aan het begin van de twinstigste eeuw in Amerika waar behoefte
was naar goed onderwijs. Parkhurst zocht toen naar een vorm van individualiseren en
differentieeren, om de leerlingen in meer ‘vrijheid’ te laten leren (dat betekent overigens
niet dat je kan doen wat je wilt) en niet steeds op elkaar hoeven te wachten of op de leraar
moeten wachten. Ze richt thema tafels in waar de leerlingen zelfstandig aan het thema
kunnen werken. Als de scholen groot zijn dan worden er thema lokalen gebruikt. Er zijn
maandtaken en er zijn weektaken voor de verschillende leeftijden. Zelf geeft ze groepslessen
en individuele begeleiding. De grote kinderen monitoren de kleinere kids, en met z’n allen
zorgen ze voor orde in de les. Het is ook heel gewoon om elkaar, maar ook de leerkracht om
hulp te vragen. Dit is het basismodel van het Daltonplan dat verder werd ontwikkeld.
Enkele Punten uit het doel van het Daltonplan:
1- Is pragmatisch en praktisch.
2- Het onderwijs is flexibel en niet voortschrijdend.
3- Het onderwijs wordt ingevuld door de school
4- Leerlingen kunnen leren, samenleven, werken en actief zijn.
5- Door middel van vrijekeuze wordt het leren plezieriger en leerzamer
6- Aandacht voor een meer begeleidende rol van de leraar
Het Daltononderwijs van nu is anders. Het is niet meer hetzelfde als boven omschreven. In
het kort gezegd moet de school zich bezighouden met een voortschrijdende ontwikkeling,
een progressie en varieeren met Parkhurst gedachten goed, als de school maar niet
vastloopt in routinematig handelen. Een belangrijk onderdeel is het onderwijs efficienter in
te richten door kerndoelen wat de lesinhoud betreft aftestemmen op de leerbehoeften,
interesses en competenties.
Jenaplan, ELK MENS IS UNIEK, een vrijheid
Het Jenaplanonderwijs is ontstaan in het Duitsland van Peter Petersen in het stadje Jena. De
reformpedagogiek was de basis voor dit onderwijs. Men noemde het de nieuwe-
schoolbeweging die ontstond in 1921 uit onvrede over het toenmalige 19e eeuwse
schoolsysteem, waarbij individuele vrijheid werd ingeperkt. Dus strakke regels en disciplines.
De reformpedagogiek had als kenmerk gericht zijn op het kind. Het kind centraal en niet de
leerstof. Er kwam veel nadruk op lichamelijke en kunstzinnige vorming. Dit werd
bewegingsonderwijs en kunstonderwijs. Het onderwijs en de lesstof moesten aansluiten bij
de interessewereld van de kids. In 1962 kwam het Jenaplanonderwijs in Nederland,
geintroduceerd door S. Freudenthal-Lutter (1908 – 1986). Freundenthal is de grondlegger
- 6 -
van de acht principes die leidend waren in de zeventigerjaren om het Jenaplan vorm te
geven.
De 8 principes (later naar 20) en zes kwaliteitskenmerken:
Elk mens heeft, is uniek, heeft recht een eigen identiteit te ontwikkelen, heeft persoonlijke
relaties nodig, wordt als totale persoon erkend, is een cultuurdrager, werken aan een
samenleving die stimuleert, werken aan samenleving die rechtvaardig en vreedzaam is, een
respectvolle samenleving, werken aan een samenleving die de natuurlijk- en culturele
bronnen verantwoordelijk benaderd. (in mijn eigen woorden weergegeven).
Het Jenaplan van nu en de scholen die het Jenaplan onderwijs geven houden zich aan die
basisprincipes, de 20 die daarna gevormd zijn en de kenmerken die daar aan vast zijn
gekoppeld.
Vrije scholen, een vrijheid
Het vrijeschoolonderwijs is:
Ontwikkeld door Rudolf Steiner, de grondlegger van antroposofie. Hij heeft de vrijeschool als
concept in de wereld gezet.
“leren is in de vrijeschool leren met hoofd, hart en handen.
Met handen wordt het lichaam-motorisch bedoeld.
Met het hart wordt het hele gevoelsleven bedoeld. Betrokkenheid, inlevingsvermogen, het
sociale IQ, zelfvertrouwen, zelfwaardering, gevoel voor schoonheid zijn enkele aspecten
hiervan. Het hoofd tenslotte geeft het vermogen tot denken en begrijpen; tot concluderen en
abstaheren.” www.watisdevrijeschool.nl
Het leerplan van de vrijeschool is van 4 tot 18 jarigen. Dit is van de kleuterleeftijd tot het
einde van de middelbare school. Maar veel leerlingen gaan na groep 8 naar het reguliere
vervolgonderwijs en dit verloopt prima.
Een aantal kenmerken van de vrijeschool zijn, er is altijd beweging in alle lessen, er is
warmte en enthousiasme, er is ruimte voor begrijpen, onthouden, concluderen en
abstraheren, beleving van de eigen creativiteit. Dit maakt ons volledig mens.
Vergelijkingen en overeenkomsten van de concepten:
Als ik deze concepten bekijk zie ik weinig overeenkomsten met de Roc Mondriaan MBO
school voor mode. Er is een globaal vergelijk mogelijk. Het MBO is een beroepsopleiding en
vraagt van de leerlingen op hun niveau groei en zelfstandigheid en een beroepshouding in
spe. De ‘vrijheid’ die hoog in het vaandel staat bij boven genoemde concepten is niet
aanwezig bij onze school in die vormen in de visie of kenmerken.
Het is niet een ‘vrije’ school want er zijn regels waar de leerlingen zich aan moeten houden
en wij als school ook.
Als je de visies en kenmerken van de scholen naast elkaar zou plaatsen dan is wel duidelijk te
zien dat de aandacht ligt op persoonlijke/ individuele en maatschappelijke ontwikkeling van
de leerlingen. Een overeenkomst is ook dat er een betrouwbare respectvolle prettige manier
van leren en samen werken wordt nagestreefd.
Waar het MBO de brug maakt naar bedrijfsleven, maatschappij, en vervolg onderwijs (HBO,
Universiteit), is het basis onderwijs natuurlijk gericht op een goede ontwikkeling van de
leerlingen om naar dat vervolgonderwijs (VMBO, HAVO, VWO of MBO) te gaan
- 7 -