The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Geografie Arteveldehogeschool, 2020-09-24 14:01:29

Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920

multicultureel land is, betekent niet alleen pleiten voor meer integratie-inspanningen van
jonge migranten, maar ook erkennen dat er wel degelijk gediscrimineerd wordt in onze
samenleving. In deze context is het problematisch dat de samenleving in de meeste
handboeken nog steeds als monocultureel wordt beschouwd, met slechts her en der
kleine lapjes multiculturaliteit, met name in bepaalde buurten van onze steden. Op die
manier worden immers niet alle leerlingen uitgedaagd om medeverantwoordelijk te zijn
voor een verdraagzame samenleving waarin elke vorm van discriminatie, eender waar,
totaal onaanvaardbaar is.


▪ Verwerpen dat samenleven van verschillende culturen leidt tot spanningen

Conflicten moeten niet doodgezwegen worden, maar geplaatst in een breder kader van
socio-economische achterstelling en discriminatie. De leerling een vertoog aanbieden
waarin de andere de zondebok is voor al het onheil in de wereld, is veel gemakkelijker dan
duidelijk maken dat samenlevingsproblemen complex in elkaar zitten.

▪ Correct benaderen van andere culturen


Een eerste stap in de benadering van andere culturen is een poging doen om iets van hun
gewoontes en hun samenleving te begrijpen. De buitenlaag (kleding, woningen, e.d.)
springt het meest in het oog. Het gevaar bestaat dat we bij het leren kennen van een
andere cultuur in deze eerste laag blijven steken, namelijk we blijven in de uiterlijke
kenmerken steken en dat kan niet de bedoeling zijn. De tweede laag betreft de manier
waarop groepen georganiseerd zijn, de instellingen van een bepaalde groep. De derde
laag betreft de waarden, de overtuiging, de religie, de kosmologie van een volk. Een
tweede stap die dan kan genomen worden is het beoordelen van andere culturen. Dit
moet met de grootste omzichtigheid gebeuren. Normaal gezien kan je een cultuur alleen
maar beoordelen als je er zelf toe behoort. Als laatste stap willen we met nog meer
weerhouding spreken over veranderen van andere culturen.



8.4 Voorbeeldexamenvragen
In wat volgt zijn een aantal voorbeeldexamenvragen geformuleerd over dit thema. Voor
de figuren wordt verwezen naar de PowerPoint-presentatie van dit subhoofdstuk.


VOORBEELDEXAMENVRAAG
Leg bondig uit waarom er een foutief wereldbeeld vervat zit in het stripfragment,
kaartbeeld en tekst uit bronnen 1, 2 en 3 (zie PPTx).




















1 AA VS 2 251 © 2019 Arteveldehogeschool

9 MILIEUGEOGRAFIE











COMPETENTIES
▪ Op excursie het ecolandschap waarnemen en analyseren volgens diverse invalshoeken
en die gegevens in een aanschouwelijk opgemaakt verslag integreren.
▪ In een ecolandschap op foto in de klas en op terrein tijdens een excursie socio-
economische kenmerken herkennen en in relatie brengen met verticale en horizontale
componenten om aldus relevante keuzes met betrekking tot foto’s en excursiepunten
te maken.
▪ Via analyse van ecologisch waardevolle landschappen waardering en respect
opbrengen voor het natuurlijk erfgoed
▪ Op excursie of op foto’s de voor het Vlaamse landschap typische boomsoorten
herkennen en benoemen.
▪ Op excursie of op foto de belangrijkste ecolandschappen in Vlaanderen herkennen en
benoemen.
▪ Een ecolandschap analyseren volgens een aangeleerde methode, waarbij je
horizontale en verticale verbanden legt tussen verschillende ecotopen.




9.1 Inleiding

Het milieu wordt vaak als synthese toegevoegd na het behandelen van alle voorgaande
functionele landschappen. Immers, iedere menselijke activiteit (landbouw, industrie,
toerisme, wonen) houdt in dit opzicht een gevolg in voor het milieu. Het milieu kan echter
ook als afzonderlijk onderwerp behandeld worden. De zogenaamde ecolandschappen
vertonen dan ook eigen kenmerken, bepaald door de aldaar voorkomende natuurtypes
(§9.2), en vragen bijgevolg een specifieke analyse (§9.3). Anderzijds wordt het milieu ook
veel gekaderd in termen van natuurbeleid en -behoud (§9.4).



9.2 Natuurtypes in Vlaanderen
46

9.2.1 Inleiding
De landschapsecologie hanteert een eigen indeling en typologie van de landschappen. Het
criterium voor deze indeling berust veelal op het voorkomen van dominerende
plantengroepen. Zo komt men tot verschillende ruimtelijk begrensde eenheden met een
karakteristieke homogeniteit, bijvoorbeeld een hakhoutbos, droge of natte heide, waar
een ecosysteem zich ontwikkelt (d.i. het geheel van relaties tussen de levende en niet-
levende componenten van een milieu). Deze eenheden noemt men ecotopen of


46 (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2013) (De Blust, Froment, Kuyken, Nef, & Verheyen, 1985) (Froment, Tanghe,
& Vanhecke, 1992)


1 AA VS 2 252 © 2019 Arteveldehogeschool

plantengemeenschappen. In Nederland en Vlaanderen is een indeling in ecotopen
uitgewerkt die gebaseerd is op een aantal kenmerken die het meest bepalend zijn voor
de plantensamenstelling van een ecotoop, namelijk vegetatiestructuur, zoutgehalte,
vochttoestand, voedselrijkdom en zuurtegraad. Zo komt men bijvoorbeeld tot een
‘'grasland op natte, voedselarme, zwak zure bodem', of een 'bos op zeer voedselrijke
natte bodem'.


Met de term biotoop bedoelt men dan weer een ruimtelijk homogeen gebied bewoond
door een bepaalde levensgemeenschap, of dus het woongebied van een groep
organismen. De ruimtelijke spreiding van biotopen wordt gekarteerd en onderzocht in het
project Biologische Waarderingskaart. De Biologische Waarderingskaart (BWK) is een
uniforme en gebiedsdekkende inventarisatie van het biologische milieu, waarbij men
zowel vegetatie als kleine landschapselementen zoals een bomenrij, een poel en een holle
weg in opneemt, en de bodembedekking van Vlaanderen en Brussel. Een inkleuring in
groentinten duidt de biologische waarde van het milieu, in functie van het belang ervan
voor natuurbehoud. De criteria voor toekenning van zo’n biologische waarde zijn
zeldzaamheid, biologische kwaliteit, kwetsbaarheid en vervangbaarheid. Men kan dus uit
de kaarten het landschap lezen en in een oogopslag het 'groene' karakter van een bepaald
gebied afleiden. De ecologische groeperingen die in de BWK door het Instituut voor
Natuur- en Bosonderzoek (INBO) onderscheiden worden, zijn:

- Stilstaande wateren - Mesofiele bossen
- Heiden - Vallei-, moeras- en veenbossen
- Hoogveen - Ruderale bossen
- Duinen, slikken en schorren - Populierenaanplanten
- Moerassen - Naaldhoutaanplanten
- Akkers - Andere aanplanten
- Graslanden - Andere gekarteerde elementen
- Struwelen - Urbane gebieden

Een groepering van de eco- en biotopen levert verschillende ecolandschappen, waarbij
het landschap wordt beschouwd als een ecosysteem.

9.2.2 Naar een eenduidige natuurtypologie voor Vlaanderen


Voor de opmaak van beheersplannen, erkenningsdossier, monitoringsrapporten, e.d. is
er veel vraag naar een consistente natuurtypologie voor Vlaanderen. In opdracht van het
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (AMINAL, afdeling Natuur) werd daarom enige
tijd geleden een natuurtypologie voor Vlaanderen opgemaakt. Het merendeel van de in
Vlaanderen voorkomende biotopen werd daarmee beschreven. In totaal werden
(voorlopig) twaalf natuurtypen voor Vlaanderen onderscheiden.

▪ Waterlopen


Om het mogelijk te maken een typologie op te stellen voor alle waterlopen in Vlaanderen,
waarvan er enkele sterk vervuild zijn, werden er naast een aantal biotische gegevens,






1 AA VS 2 253 © 2019 Arteveldehogeschool

zoals macro-invertebraten, waterplanten en vissen, ook abiotische gegevens gebruikt.
Volgende waterlooptypen werden vervolgens als natuurtypen onderscheiden:

- Bronbeek: Waar grondwaterlagen aan de oppervlakte dagzomen, kunnen bronnen
ontstaan. Dit kan zowel sterk op één plaats gelokaliseerd zijn, waardoor er van een
'echte' bron gesproken wordt, maar het kan ook meer diffuus zijn, zodat een groter
gebied als brongebied wordt aanzien. Bronbeken hebben een constant debiet en de
temperatuur van het water schommelt weinig doorheen de seizoenen.
- Kleine of grote beek: Onder het type 'kleine beken' worden de kleine waterlopen
gerekend die voorkomen in gans Vlaanderen, met uitzondering van de Antwerpse en
Limburgse Kempen. Het zijn beken met een vrij hoge productiviteit, waardoor ze een
rijke en gevarieerde fauna en flora kunnen herbergen. De ‘grote beken’ vormen de
overgang tussen het type 'kleine beek' en de rivieren. Het zijn waterlopen met een
oeverbreedte kleiner dan 15m.
- Rivier of grote rivier: Onder het type 'rivier' worden enkele van de grotere
waterlopen gerekend, zoals de Demer, de Gete, de Dijle en de Zenne. Tot het type
'grote rivier' worden slechts enkele waterlopen gerekend. Het betreft de Boven-
Schelde, Leie, Dender en IJzer. Het zijn allen benedenlopen, wat wil zeggen dat ze
een klein verval kennen, dat sedimentatie overweegt boven erosie en dat er grote
meanders en alluviale vlakten gevormd worden. Het type 'grote rivier' onderscheidt
zich van andere grote waterlopen doordat ze niet tijgebonden zijn.
- Kleine of grote Kempense beek: Onder het type 'kleine Kempense beken' worden de
kleine waterlopen gerekend die voorkomen in de Antwerpse en Limburgse Kempen.
Het zijn beken met een lage productiviteit. Een aantal beken zijn zuur, waardoor ze
een specifieke fauna en flora herbergen. Onder de ‘grote Kempense beken’ worden
de grotere waterlopen in de Antwerpse en Limburgse Kempen gerekend.
- Grindrivier: Een grindrivier kan herkend worden aan de brede bedding bestaande uit
grind en de vorming van eilanden en zand- en grindbanken.
- Zoetwatergetijdenrivier en brakwatergetijdenrivier: Door de invloed van de
getijden ontstaan langs rivieren van dit type gebieden tussen hoog en laag water, de
zogenaamde slikken en schorren. Samen met de aanwezigheid van een getijgeul en
de uitgesproken erosie en sedimentatieprocessen, hebben deze rivieren een
karakteristiek uitzicht, waardoor ze van alle andere waterlopen kunnen worden
onderscheiden. Brakwatergetijdenrivieren worden onderscheiden van de
zoetwatergetijrivieren doordat een oplopende zoutgradiënt van stroomopwaarts
naar stroomafwaarts aanwezig is.
- Polderloop: Polderwaterlopen zijn door de mens gegraven systemen, die meestal
omwille van het lage verval geen of weinig stroming kennen.
- Kanaal: Kanalen zijn gegraven en daardoor volledig kunstmatige systemen. De
meeste kanalen zijn gegraven omwille van de scheepvaart, enkele andere voor de
ontwatering van een gebied.

▪ Stilstaande wateren

De indeling van de natuurtypen van stilstaande wateren vertrekt van twee belangrijke
basisaspecten van de waterkwaliteit: ionensamenstelling en de voedselrijkdom. Onder



1 AA VS 2 254 © 2019 Arteveldehogeschool

ionensamenstelling wordt de som van alle in het water aanwezige, opgeloste ionen
begrepen, terwijl tot de nutriënten (maat voor voedselrijkdom) enkel stikstof- en
fosforhoudende ionen gerekend worden. De opsplitsing volgens ionenrijkdom en
nutriënten resulteert in een driedeling: brakwater, zoet voedselarm water en zoet
voedselrijk water.


▪ Moerassen

Moerassen vormen de geleidelijke overgang van open water naar land, waarbij een
opeenvolging van levensgemeenschappen, van pioniersgemeenschappen tot
broekbossen, typerend is. In het algemeen vertonen deze gebieden een bodem die het
hele jaar waterverzadigd is, waardoor zuurstofarmoede optreedt, wat aanleiding geeft tot
veenvorming. Uitzondering wordt gemaakt voor natte heiden, natte vegetatietypes die
door beweiding of hooien te beschouwen zijn als graslanden en berken- en
elzenbroekbossen, die besproken worden onder een ander biotooptype. Moerassen
nemen slechts 0,4 tot 1,1% in van de totale oppervlakte van Vlaanderen, waarvan rietland,
natte ruigte met moerasspiraea en mesotroof elzenbos met zeggen de hoofdmoot
uitmaken. De meeste moerastypen zijn nagenoeg verdwenen, enkele zijn zeldzaam tot
uiterst zeldzaam. Hiermee dreigen ook enkele rode lijst plantensoorten en bedreigde
spinnen en libellen te verdwijnen. De achteruitgang van moerassen is vooral te wijten aan
verdroging en aan verbossing, maar ook aan beplanting en omzetting naar graasweide.


▪ Pioniersmilieus

Deze biotoop omvat de gemeenschappen waarvan de vegetatie spontaan opschiet op
kale bodem. In afwezigheid van een dynamiek die de bodem opnieuw vrijmaakt en de
gemeenschappen uit de verdere successie verwijderd, komen deze gemeenschappen
slechts gedurende één of enkele jaren voor op een plaats. Binnen de pioniersmilieus
kunnen verschillende natuurtypen onderscheiden worden. Enkele voorbeelden zijn:
varen- en mosrijke begroeiingen op stenige ondergrond, pioniersgraslanden op en steen
en gruis met vetkruiden, kustgebonden vloedmerkvegetaties met Zeeraket, vochtige
bodems met ‘dwergbiezen’, akkergemeenschappen, embryonale duinen met
Biestarwegras, stuifduinen met Helm, kruidige kapvlaktebegroeiingen met Gewoon
Wilgenroosje, pioniersgemeenschappen met Zeekraal en Engels slijkgras.

▪ Graslanden


Vegetaties die onder de noemen graslanden behandeld worden, nemen in Vlaanderen
een oppervlakte in van 26.700 tot 42.900 ha en vormen daarmee de meest voorkomende
biotoop. De overgrote meerderheid van die graslanden zijn echter uiterst soortenarme,
sterk bemeste en vaak ingezaaide landbouwgraslanden. Een groot aantal waardevolle
graslandtypes daarentegen is zeldzaam, met een geografisch erg beperkt en/ of
versnipperd areaal. De belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van waardevolle
graslanden zijn omzetting in productievere graslanden, eutrofiëring (vermesting), het
achterwege blijven van beheer, verdroging en overbetreding. De biologische rijkdom van
graslanden wordt in belangrijke mate bepaald door de omgevende structuren, zoals
kleine landschapselementen en mozaïekelementen van andere biotopen.



1 AA VS 2 255 © 2019 Arteveldehogeschool

Blauwgraslanden, kalkgraslanden en kalkrijke duingraslanden zijn zo rijk aan enkele
bijzondere Rode-lijst plantensoorten en droge en vochtige schrale graslanden zijn van
groot belang voor Rode-lijst vlinders. De graslandtypen in Vlaanderen worden
onderverdeeld in binnendijkse zilte vegetaties en storingsgraslanden (met Zeekraal,
kweldergras, Engels gras en Zilverschoon), droge graslanden (waaronder
stuifzandbegroeiingen van landduinen), natte hooilanden van voedselarme gronden (met
Biezenknoppen, Pijpenstrootje en Dotterbloem), graslanden van voedselrijke gronden en
heischrale graslanden.


▪ Heiden en landduinen

Heiden worden gedomineerd door altijd groene dwergstruiken zonder of met weinig
struiken en bomen, en met een wisselend ontwikkelde moslaag. Heiden behoren tot de
zeer zeldzame biotopen in Vlaanderen (0,72-1,4 %), en komen voornamelijk voor in de
Zandige Kempen. Natuurtypen die onderscheiden worden onder 'heide en landduinen'
zijn halfnatuurlijke droge heiden op voedselarme zandgronden, natte heiden op
podzolgronden met een dunne veenlaag en hoogveenbultengemeenschappen. De natte
heiden en hoogvenen zijn nagenoeg verdwenen en herbergen proportioneel veel
bedreigde plantensoorten. Naast zeldzame plantensoorten kenmerken heel wat Rode-
Lijstsoorten libellen, dagvlinders en spinnen de heiden en vennen, hoogvenen en
oligotrofe waters. De grote knelpunten situeren zich, behalve in de lange periode van
omzetting naar naaldbos, voornamelijk in de grondwaterpeildalingen, de toegenomen
recreatiedruk en de eutrofiëring door landbouw. De hoofdoorzaak van het verdwijnen
van een groot deel van de kleine heiden in het laatste decennium is echter te wijten aan
het achterwege blijven van intern beheer en bosaanplanting.


▪ Ruigten en zomen

Onder de term ruigte verstaat men kruidachtige vegetaties waarin bij gebrek aan beheer
een sterke strooiselophoping optreedt, waardoor minder forse kruiden het veld ruimen
voor forsere, meestal hoogcompetitieve kruiden. Veelal komt een gering aantal soorten
tot dominantie. Zomen zijn slechts een speciaal geval van ruigten. Het zijn ruigten die de
overgang vormen van grasland naar bos. Ze bestaan daardoor uit een mix van
graslandplanten en bosplanten en meestal een beperkt aantal soorten, dat typisch is voor
dit overgangsstadium.

▪ Struwelen en mantels


Mantels en struwelen worden beiden structureel bepaald door struiken, waarbij struweel
een algemene term is die slaat op het dominante structuurtype ‘struik’ en mantel slaat op
een struweel, dat zich manifesteert als een in de tijd voortschrijdende rand langs een zich
ontwikkelend bos en waar zeer vaak sluierelementen (lianen, kruidige klimplanten)
voorkomen. Een mantel is altijd een struweel, maar zeker niet elk struweel gedraagt zich
als mantel. De natuurlijke verspreiding van struwelen is in vele gevallen te koppelen aan
deze van de geassocieerde zomen en bossen. Men onderscheidt ondermeer
bermstruwelen, braamstruwelen, doornstruwelen en wilgenstruwelen.





1 AA VS 2 256 © 2019 Arteveldehogeschool

▪ Bossen

Bos vormt in het grootste gedeelte van Vlaanderen de natuurlijke eindtoestand van de
vegetatie-ontwikkeling. Volgende natuurtypegroepen worden onderscheiden voor de
Vlaamse bossen:


- Eiken-berkenbossen: Het Eiken-Berkenbos is het meest voorkomende type maar
mooie voorbeelden zijn zeldzaam. Het is typisch op droge, zeer zure voedselarme
zandgronden. Gezien zijn standplaats is het extra gevoelig voor vermesting.
- Eiken-beukenbossen: Het Droog Wintereiken-Beukenbos komt voornamelijk voor
op lemige, vrij voedselarme, zure zandgronden maar door overmatige kap zijn er
grote oppervlakten van verdwenen
- Eiken-haagbeukenbossen: De kenmerkende soort van dit bostype is Wilde hyacint.
Het Eiken-haagbeukenbos werd voornamelijk gevonden op leem- en
zandleembodems met het zwaartepunt vooral in het westelijk deel van de
leemstreek. Dit bostype bestaat vooral uit oud bos.
- Beukenbossen: Het Gierstgras-Beukenbos komt vooral voor in het Brabants district
op zandleem en leembodems. Het Parelgras-Beukenbos wordt voornamelijk
aangetroffen op kalkrijke leemgronden die zich vooral situeren in de Voerstreek,
elders wordt dit bostype zéér fragmentair aangetroffen. De kenmerkende soorten
zijn Eenbloemig parelgras en Vogelnestje.
- Alluviale en rivierbegeleidende bossen: Dit zijn veelal smalle lijnvormig bossen,
langs bronnen en bosbeekjes, al dan niet temporeel geïnundeerd, die kalkhoudend
zuurstofrijk en voedselrijk water aanvoeren en die ook zeer voedselrijk zijn.
- Elzenbroekbossen: Dit bostype bevat de minst oude bossen. Het Elzenbroek komt
voornamelijk voor op veenbodems of zeer natte lemige zand in de zand- en
zandleemstreek. Elzenbroekbossen zijn weinig gelaagde, betrekkelijk soortenarme
broekbossen, met een relatief rijke kruidlaag. Het zijn bossen die moeilijk
begaanbaar zijn daar ze vooral in moerassige of langdurig overstroomde gebieden
worden aangetroffen. Ze kunnen spontaan ontstaan als eindstadium van de
verlanding van open water.
- Elzen-eikenbossen: Het Elzen-Eikenbos wordt voornamelijk op vrij zure, natte
lemige zand- en zandgronden aangetroffen. Dit bostype ontstaat door verdroging
uit het Elzenbroek op plaatsen waar water stagneert en wordt gekenmerkt door
Hennegras en Grote Wederik.

▪ Kustduinen

In de geografisch afgebakende biotoop kustduinen komen zeer uiteenlopende
natuurtypes voor, gaande van open, bijna onbegroeide blonde duinen (stuifduinen) en
vloedmerkgemeenschappen over mosduinen, graslanden, struwelen tot duinbossen. De
verschillende vegetatietypes in de duinen worden door een groot aantal abiotische
componenten bepaald, zoals diepte en schommeling van de grondwatertafel, kalkgehalte,
reliëf, expositie, afstand tot de zee en humusgehalte. Naast duindoornstruweel, vertonen
mosduinen op kalkrijk zand, kalkminnende duingraslanden en vochtige kruidachtige
duinvalleivegetaties een hoge mate van duinspecificiteit. Ze herbergen het grootste




1 AA VS 2 257 © 2019 Arteveldehogeschool

aandeel aan zeldzame en bedreigde soorten, waaronder een groot aantal kustspecifieke.
Dit geldt voor zowel vaatplanten, loopkevers als sprinkhanen. Belangrijke knelpunten
voor de duinen zijn de menselijke activiteiten en onnatuurlijke verstoringen, zoals water-
en zandwinning, bebouwing, kustverdediging, militaire activiteiten en recreatie.

▪ Slik en schor


Slikken en schorren omvatten alle door getijden beïnvloede, niet permanent onder water
staande, luwe en daardoor slikrijke milieus, en herbergen dus een breed spectrum aan
vegetaties, gaande van onbegroeide slikken tot en met wilgenvloedbossen. De vegetaties
van zoute en brakke milieus zijn meestal uniek voor slikken en schorren, hoewel een
aantal binnendijkse zilte graslandtypes er zeer nauw bij aansluit. Slikken en schorren zijn
in Vlaanderen uiterst zeldzame biotopen; samen nemen ze nog geen 0,1% van het
Vlaamse oppervlak in. Aan de Vlaamse kust vinden we zoutwaterslikken en -schorren
enkel in het Zwin, aan de monding van de IJzer en in de Baai van Heist. Brakwaterslikken
en -schorren zijn in Vlaanderen beperkt tot de buitendijkse gebieden langs de Zeeschelde
stroomafwaarts Antwerpen. De bedreigende factor voor het voortbestaan van intertidale
milieus was tot voor kort de inpoldering van voldoende hoog opgeslibde schorgebieden.
Recent is er meer aandacht voor deze biotoop zowel langs de Zeeschelde als langs de
Vlaamse kust; slikken en schorren worden her en der in ere hersteld. Slikken en schorren
hebben dan ook een internationaal belang. In slikken en schorren worden veel zeldzame
en bedreigde soorten aangetroffen, waaronder vaatplanten, loopkevers en sprinkhanen.
Ook vinden we er een aantal Rode Lijst spinnensoorten terug


▪ Cultuur- en landbouwmilieus

Hoewel absoluut niet als biotoop te definiëren, werd er toch een nood gevoeld om voor
het verstedelijkte en door landbouw geboetseerde Vlaamse landschap een aparte
natuurtypering op te maken voor landbouw- en cultuurmilieus. Natuurtypes die aan de
volgende vier vereisten voldoen, werden in dit ‘rest’-groepering ondergebracht: het type
moet landschappelijk relevant zijn, het type mag niet of moeilijk in een ander natuurtype
onder te brengen zijn, het type moet een belangrijke ecologische waarde bevatten, het
type moet in landelijk gebied gelegen zijn. Natuurtypen die bijgevolg onderscheiden
worden in landbouw- en cultuurmilieus zijn: wegvlakken, muren, tuinen en parken,
boomgaarden, hagen en houtkanten, bomenrijen, holle wegen, spoorwegen, akkers,
ontginningen en ophogingen, terrrils en storten.

OPDRACHT

Benoem in de tabel de natuurtypes en boomsoorten voorgesteld in de PowerPoint-
voorstelling.

Natuurtype Boomsoort

1


2




1 AA VS 2 258 © 2019 Arteveldehogeschool

3

4


5



9.3 Analyse van ecolandschappen
47

Het al of niet waardevol zijn van een landschap voor natuurbehoud wordt pas duidelijk
door er de ecologie van te gaan. Dit bekomen we door de organisatie en de samenhang
van de ecosystemen te bestuderen en af te bakenen, zoals het regionaliseren bij de
landschappen in het algemeen. Via landschapstransecten visualiseren we hoe een
levensgemeenschap van planten en dieren functioneert in het overeenstemmende
milieutype (biotoop). Horizontale relaties worden ondermeer gelegd door sommige
milieufactoren (lucht, water, bodem) te verbinden met de verspreidingswijze van zaden,
dieren en planten en het optreden van de mens. Een reliëfprofiel wordt in een aantal
morfotopen verdeeld. Op dit micro- of mesoreliëf is een micro- of mesoklimaat geënt, en
zo kunnen dus verschillende klimatopen onderscheiden worden. De studie van de
waterhuishouding en de bodem leveren een opdeling in hydrotopen en pedotopen
waarop uiteindelijk de fytotopen aan de hand van de vegetatieve kenmerken worden
geplaatst. De grote structuur levert tenslotte de indeling in ecotopen.









































Figuur 162: Analyse van een ecolandschap


47 (Leser, 1976)


1 AA VS 2 259 © 2019 Arteveldehogeschool

OPDRACHT
Pas bovenstaande analyse van een ecolandschap toe op het volgende fictieve
voorbeeldlandschap. Noteer daartoe de kenmerken van de verschillende ‘topen’.








































































Morfotoop Klimatoop Hydrotoop Pedotoop Fytotoop Ecotoop








1 AA VS 2 260 © 2019 Arteveldehogeschool

9.4 Het (Vlaamse) natuurbeleid en -behoud
48
9.4.1 Inleiding

Natuurbeleid staat veelal in teken van natuurbehoud, en is dus toekomstgericht.
Natuurbehoud vindt zijn bestaansreden op vier gebieden:

- Wetenschappelijke motieven: Natuur en landschap bieden niet enkel een
onmisbare informatie over het plantaardige, dierlijke en menselijke leven
(educatief motief), ze vormen ook een genetisch reservoir dat van groot belang is
voor de diversiteit en het voorbestaan van de soorten.
- Gezondheidsmotieven: De natuur heeft een signaalfunctie ten opzichte van
vervuiling en biedt ruimte voor wonen en recreatie ten behoeve van het fysische
en psychische welzijn van de mens.
- Economische motieven: De reservoirfunctie is tevens een productiefunctie voor
oogsten van natuurproducten, geneesmiddelen, voedsel en andere.
- Culturele motieven: De mens is ethisch verantwoordelijk voor het voortbestaan

van het leven op aarde. Verder verwijzen de esthetische motieven naar de
belevingswaarde van de natuur en landschap zoals tot uiting komt in de kunst.
Inzicht in de ontstaansgeschiedenis van elke omgeving en de hieraan aangepaste
leefgewoonten vormen eveneens een cultuurhistorisch motief voor
natuurbehoud.

9.4.2 Natuurbehoudsrecht in België

De ontwikkeling van het natuurbehoudsrecht in België en de gewesten verliep niet
gelijkmatig nog gelijktijdig met de ontwikkeling van het natuurbeleid. In het begin van de
e
19 eeuw waren er vier grote wetgevingsdomeinen: de bos-, jacht-, riviervisserij- en
veldwetgeving. Na de onafhankelijk werd de wetgeving op de jacht algauw uitgebreid met
de vogelbescherming.

Hoewel de visie rond bosbeheer veranderde, blijft het Boswetboek in het Waalse en
Brussels Hoofdstedelijk Gewest van kracht tot heden. In het Vlaamse Gewest werd in 1990
een nieuw Bosdecreet goedgekeurd, dat het behoud, de bescherming, de aanleg en het
beheer van zowel openbare als privébossen regelt. In Vlaanderen worden volgens dit
decreet voor alle bosreservaten beheersplannen opgemaakt, met het oog op de
verhoging van de natuurwaarde en de biodiversiteit. In Wallonië wordt het analoge
statuut van réserves forestières veel minder gebruikt; in Brussel zijn twee bosreservaten
afgebakend.

De verschillende statuten van de natuurreservaten werden vastgelegd door de Wet op
het Natuurbehoud van 1973 (of het Natuurdecreet), als gebieden die door hun bijzondere
natuur- en landschapswaarden van belang zijn voor het behoud en de ontwikkeling van
de natuur. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen natuurreservaten die
aangewezen of erkend worden. Door het Natuurdecreet kan de Vlaamse regering
natuurreservaten aanwijzen (op gronden die in eigendom, huur of ter beschikking zijn van



48 (Van Hecke, Antrop, Schmitz, Sevenant, & Van Eetvelde, 2010)


1 AA VS 2 261 © 2019 Arteveldehogeschool

het Vlaamse Gewest); dit zijn de Vlaamse natuurreservaten. Het equivalent in Wallonië
zijn de réserves naturelles domaniales. De erkende natuurreservaten in Vlaanderen of
réserves naturelles agrées in Wallonië zijn gebieden die door een rechtspersoon worden
beheerd; in de praktijk gaat dit veelal om terreinbeherende natuurverenigingen.

Een meer geïntegreerd concept ligt besloten in de bescherming van de parkgebieden, die
het statuut van ‘regionaal landschap/parcs naturels’ of ‘nationaal park’ krijgen. In
Vlaanderen zijn tien regionale landschappen actief. Dit zijn samenwerkingsverbanden die
door een provincie of door minstens drie gemeenten worden opgestart, en die in een
gebied werken aan de versterking van de kwaliteit van de natuur en het landschap en aan
de promotie ervan, onder andere door de mogelijkheden voor fietsen en wandelen te
verbeteren. In Wallonië zijn er negen ‘parcs naturels’. Dit zijn gebieden met een ruraal
karakter die biologisch van groot belang zijn. De afbakening ervan wordt bepaald door de
oppervlakte. In de parcs naturels wil men in samenspraak met de inwoners de
waardevolle landschappen beheren, zonder de menselijke activiteit te verhinderen. In het
Brussels Gewest zijn er geen gebieden met een dergelijk statuut. Het statuut van
nationaal park kan worden omschreven als een gebied met een relatief grote
oppervlakte, gekenmerkt door bijzondere natuur- en landschapswaarden en een geringe
menselijke beïnvloeding of een traditioneel landgebruik, dat is aangewezen en onder een
speciaal bestuur is geplaatst, en dat met oog op het behoud van natuur- en
landschapswaarden wordt beschermd. Het eerste en voorlopig enige nationale park in
België is het nationaal park Hoge Kempen.






































Figuur 163: Natuurgebieden in België
49




49 (Uitgeverij De Boeck nv, sd)


1 AA VS 2 262 © 2019 Arteveldehogeschool

9.4.3 Internationaal en Europees natuurbehoudsrecht
In 1971 werd in Ramsar (Iran) een intergouvernementele overeenkomst getekend tussen
136 partners inzake watergebieden met internationale betekenis, in het bijzonder als
woongebied voor watervogels. De ondertekenende landen verbinden zich tot nationale
actie en internationale samenwerking. Vijf Ramsargebieden werden in het Vlaamse
Gewest aangeduid, en vier in het Waalse Gewest.

Op het Europees niveau wordt ernaar gestreefd om een netwerk van beschermde
gebieden uit te bouwen, Natura 2000, met het oog op het handhaven van de
biodiversiteit. De gebieden die deel uitmaken van dit netwerk worden door twee
complementaire Europese richtlijnen bepaald: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De
Vogelrichtlijn heeft tot doel de instandhouding van alle natuurlijke in het wild levende
vogelsoorten op het Europese grondgebied te bevorderen. De Habitatrichtlijn heeft tot
doel de biodiversiteit te behouden en streeft naar de instandhouding en het herstel van
de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die er deel van uitmaken. Elke Europese
lidstaat wordt verplicht op basis van wetenschappelijke criteria een aantal speciale
beschermingszones aan te duiden. Voor Vlaanderen zijn er 23 Vogelrichtlijngebieden en
40 Habitatrichtlijngebieden aangeduid. In Wallonië wordt het Natura 2000-netwerk
gevormd door zo’n 231 sites d’importance communautaire, verdeeld over les zones de
protection spéciale en lees zones spéciale de conservation. Het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest heeft geen gebieden die onder de Vogelrichtlijn afgebakend konden worden,
maar er zijn wel drie Habitatrichtlijngebieden aangeduid.


Wat het opstellen van ecologische netwerken betreft, zijn de gewesten verder gegaan dan
voorgeschreven door de Europese richtlijnen. Zo werd binnen het Ruimtelijke
Structuurplan Vlaanderen (RSV) in de afbakening van het Vlaamse Ecologisch Netwerk
(VEN) voorzien. Twee types gebiedseenheden kunnen worden afgebakend: Grote
Eenheden Natuur (GEN) en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO), die
geïntegreerd worden binnen een Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk
(IVON). Dit IVON bestaat uit natuurverwevingsgebieden (NVWG) en natuurverbindings-
gebieden (NVBG). De VEN-gebieden omvatten 125.000 ha GEN’s en GENO’s en 150.000
ha IVON. In deze gebieden krijgt de natuur extra bescherming en worden er instrumenten
ingezet, zodat eigenaars en beheerders mogelijkheden en middelen krijgen. Er wordt
gestreefd naar integratie met andere sectoren, zoals landbouw, bosbouw en recreatie.


In Wallonië is er het project cartographie du réseau écologique. Dit netwerk bestaat uit
de centrale zones, waarbinnen natuurbehoud prioritair is, de biologisch minder
waardevolle ontwikkelingszones met groot potentieel, en de verbindingszones. In het
Brussels Hoofdstedelijk gewest hebben de programma’s maillage vert en maillage bleu
in het regionaal ontwikkelingsplan de bedoeling netwerken te concipiëren, respectievelijk
voor de groene ruimtes en de waterlopen.












1 AA VS 2 263 © 2019 Arteveldehogeschool

50
Figuur 164: VEN en IVON
OPDRACHT

Ga op Geopunt na welke ecologische netwerken er in jouw woongemeente aanwezig zijn
(cfr. digitale kaartenset).
















































50 (Agentschap voor Natuur en Bos, 2006)


1 AA VS 2 264 © 2019 Arteveldehogeschool

LIJST VAN DEFINITIES











Gas dat in poriën in de ondergrond zit, ontstaan uit
Aardgas afgestorven plankton of bij inkoling, het hoopt zich op boven
aardolie of water of een ondoordringbare laag.
Olie die evenals aardgas in poriën in de grond zit en is
Aardolie
ontstaan uit afgestorven plankton.
Gebied dat op een bepaalde stad georiënteerd is, ook
Achterland
ommeland genoemd.
Landen uit Afrika, de Caribische Zee en de Stille Zuidzee die
ACP-landen door de overeenkomst van Lomé bijzondere banden hebben
met de Europese Unie.
De binnenstad vergroeid met de omliggende gemeenten uit
Agglomeratie
de stadsrand.
Reeks van gunstige factoren, zoals infrastructuur, diensten
Agglomeratie-effect
e.a., die voortkomen uit de nabijheid van andere industrieën.
Geïntegreerd complex van landbouw- en voedingsbedrijven
Agrobusiness
die zowel het kweken als het verwerken van voedsel beheren.

Agro-industrie Industrie die landbouwproducten als grondstof heeft.
Forensisme of het heen en weer reizen tussen de werkplaats
Allochtone pendel
(in het stadsgewest) en de woonplaats op het platteland.
Allochtoon Van elders afkomstig.

Alluviale vlakte Het laag gelegen deel van de dalbodem.

Een veelal klein bedrijf, waarin de werkzaamheden
Ambacht
grotendeels handmatig verlopen.
Analfabetisme Het niet kunnen lezen of schrijven.

Antraciet Magere steenkool.

Arrondissement Een bestuurlijke groepering van kantons.
Associatlon of South East Aslan Nations. Economische
ASEAN-groep
samenwerking tussen landen van Zuidoost-Azië.

Autarkie Economisch onafhankelijk zijn van het buitenland.
Forensisme tussen de banlieue (woonplaats) en de kernstad
Autochtone pendel
(werkplaats).

Autochtoon In het betrokken gebied, stad of dorp thuis horend.
Invoering van machines die zelfstandig bepaalde
Automatisering
bewerkingen verrichten en zichzelf controleren.




1 AA VS 2 265 © 2019 Arteveldehogeschool

Balkal-Amoer-Magistrale spoorlijn van 3150 km lang tussen
BAM-spoorweg
het Baikalmeer en Oost-Siberië. De aanleg startte in 1974.
Banlieue Voorstedelijk gebied.

Barrel Inhoudsmaat uit aardoliesector = 158,987 liter.

Basisindustrie Eerste bewerking van grondstoffen, bv. van ijzererts tot staal.

Ook wel industrieterrein, maar er komen ook andere
Bedrijventerrein bedrijven zoals opslagplaatsen, garages en dienstverlenende
bedrijven op voor.
Streek in de Verenigde Staten met overwicht van een
Belt activiteit zowel op economisch (Dairy Belt) als cultureel vlak
(Black Belt).

Beroepsbevolking Actieve bevolking.
Indeling van de bevolking volgens beroep, d.w.z. In de
Beroepsstructuur
primaire, de secundaire of de tertiaire sector.
Betalingsbalans Totaal aan uitgaven en inkomsten van een land.

2
Het gemiddeld aantal inwoners per km van een bepaald
Bevolkingsdichtheid
gebied.
Verhouding tussen behoeften van de bevolking en de
Bevolkingsdruk
bestaansmiddelen die het milieu kan verzekeren.
Bevolkingsevolutie Veranderingen in inwonertal en bevolkingssamenstelling.

Bevolkingsexplosie Een zeer sterke toename van de bevolking in een korte tijd.

Krottenwijk aan rand van grote steden in
Bidonville
ontwikkelingslanden.
Natuurlijke verbinding tussen twee stroomgebieden zodat
Bifurcatie het water uit het ene stroomgebied naar het andere
overstroomt.

Bilateraal Betrekking hebbend op twee landen.

Binnenhaven Haven achter een schutsluis.
De stadszone bestaande uit de stadskern en de vergroeide
Binnenstad
wijken binnen de middeleeuwse omwalling (ring).
Veeteelt op industriële wijze, op stal, geautomatiseerd,
Bio-industrie
wetenschappelijk gecontroleerd e.a.
Tijdelijke opslagplaats voor overtollig water, ook potpolder
Boezem
genoemd.
Bijzonder plan van aanleg, een grafisch plan dat de
bodembestemmingen bepaalt voor een deel van de
BPA
gemeente. Ook hierbij horen stedenbouwkundige
voorschriften.
Immigratie naar de Verenigde Staten van hooggeschoold
Brain drain
personeel uit andere landen.




1 AA VS 2 266 © 2019 Arteveldehogeschool

Vorm van akkerbouw waarbij een stuk natuurlijke vegetatie
Brandcultuur
wordt afgebrand om zo de bodem te bemesten.
Fossiele nog niet volledig verkoolde brandstof in het stadium
Bruinkool
tussen turf en vette steenkool.
Bruto nationaal product , de waardesom van de productie van
goederen en diensten in één jaar tot stand gebracht, incl. Alle
BNP
investeringen maar zonder aftrek van afschrijvingen nodig om
economisch versleten kapitaalgoederen te vervangen.
Schuld gemaakt door geld te lenen in het buitenland via het
Buitenlandse schuld
Internationaal Monetair Fonds.
Werking van vloeistoffen door oppervlaktespanning zodat de
Capillaire werking vloeistof zich op en neer kan begeven in smalle openingen al
naar gelang van de oppervlaktespanning.
Central Business District, centraal gelegen zaken wijk in een
CBD
stad.
Houtpulp, basisbestanddeel van hout (50% van totaal
Cellulose
gewicht).
Goederen en diensten die in een relatief klein aantal plaatsen
Centrale functie aangeboden worden, maar in een groot aantal verspreid
liggende punten verbruikt worden.
Elke plaats, dorp of stad, die het verzorgend middelpunt is van
Centrale plaats
een bepaald gebied en die functies vervult.
Het centrum is het meest ontwikkelde deel van een land met
een infrastructuur die in het hele land invloed heeft. Het
Centrum-periferie
beïnvloedt de periferie, het deel van het land met weinig
autonomie.
Stadscentrum gekenmerkt door verkantoring, veel winkels en
City
weinig woongelegenheid.
Vergaste steenkool door het onvolledig verbranden en tijdig
Cokes
blussen van vette steenkool in een zgn. Cokesoven.
Een vereniging van grotendeels autonome naties onder
Commonwealth of
leiding van het Verenigd Koninkrijk. De nu onafhankelijke
Brits Gemenebest
landen waren vroeger kolonies.
Op en neergaan van de economische toestand in periodes van
Conjunctuur
hoogconjunctuur en depressie.
Heel groot oppervlakte land, dat men kan doorkruisen zonder
Continent een zee over te steken. Het continent Europa is dus europa
zonder de eilanden.
Vaststellen van de maximale hoeveelheid aan invoer of aan
Contingentering
uitvoer van een bepaald product.
Ploegen van de grond volgens de hoogtelijnen om
Contourploegen
bodemerosie minder kans te geven.

Conurbatie Gebied met aan elkaar groeiende steden met hun banlieue.






1 AA VS 2 267 © 2019 Arteveldehogeschool

Samenwerking van mensen of organisaties om de
Coöperatie
gemeenschappelijke belangen te behartigen.
Costa Spaans voor kust.

Landschap waarin de mens sterk heeft ingegrepen door het
Cultuurlandschap
aanbrengen van allerlei elementen.
Dagbouw Winning van delfstoffen in een open groeve.
Bij een planmatige uitbreiding van de stad greep men vroeger
Dambordpatroon vooral naar een evenwijdig net van straten die elkaar
loodrecht kruisen.
Een scheidingslijn vastgesteld tussen twee of meer landen die
Demarcatielijn
met elkaar in conflict leven.
Wat de omvang van de bevolking en de veranderingen daarin
Demografisch
betreft.

Diaspora Verspreiding (van de Joden) over de hele wereld.
Openbare of privé-instellingen die ten dienste staan van de
Dienstenfunctie
bevolking.
Werkgelegenheid in hoogtechnologische industriesectoren,
DIRV-tewerkstelling gestimuleerd door het programma van de Vlaamse Regering:
‘Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen’ (DIRV).
Distributie Het brengen van goederen van producent naar verbruiker.

Leefruimte van een kleine gemeenschap bestaande uit een
Dorp dichtbebouwde woonkern en eventueel verspreide woningen
met soms een gehucht in de omgeving.
Min of meer aaneengesloten bebouwing rond om de kerk; het
Dorpskern
centrum van de woonkern.
De minimumvraag uit het verzorgingsgebied opdat het
Drempelwaarde aanbieden van een bepaald product of dienst renderend zou
zijn.

Droogtelandbouw Landbouw zonder kunstmatige bevloeiing.
Droogtelandbouw waarbij percelen een tijd niet bewerkt
Dry farming
worden om aldus voldoende water op te slaan.
Stofkom, gebied waar stofstormen de bodem hebben
Dust bowl
geërodeerd in de Great Plains in de Verenigde Staten.
Vorm van binnenscheepvaart waarbij duwbakken
Duwvaart
voortgeduwd worden door een duwboot.
De relatie tussen levende organismen en hun omgeving.
Ecologie
Hierbij neemt de humane ecologie een belangrijke plaats in.
Geheel van factoren die op elkaar inwerken om een
Ecologisch systeem
ecologisch evenwicht tot stand te brengen.
Ecotoop Plaats waar een bepaalde planten- of diersoort voorkomt.

Emancipatie Greep krijgen op eigen situatie.





1 AA VS 2 268 © 2019 Arteveldehogeschool

Uitwijking wegtrekken uit een gemeente, streek of land om
Emigratie
elders te gaan wonen.
Uitwijkingsoverschot het aantal uitwijkelingen is groter dan
Emigratie-overschot
het aantal inwijkelingen.
Enclave Door vreemd grondgebied omsloten stukje van een land.

Endemisch Voorkomend binnen een gebied of groep.
Toestand waarbij de huwelijkspartner binnen eenzelfde
Endogaam
groep gezocht wordt.
Energie Kracht nodig om grondstoffen om te vormen.
Groep mensen met een eigen cultuur, godsdienst, taal en
Etnische groep
geschiedenis.

Etnologie Volkenkunde of studie van de niet-westerse volken.

Fabrikaat Afgewerkt product dat direct bruikbaar is.

Facetbeleid Integratie van overheidsactiviteiten vanuit één gezichtspunt.
Food and Agricultural Organization. Deelorganisatie van de
FAO VN die zich bezighoudt met de studie en oplossing van
voedsel- en landbouwproblemen in de wereld.
Bondgenootschap waarvan deelstaten een zelfstandigheid
Federatie
behouden, maar vertegenwoordigd zijn in een bestuur.
Pendelaar, iemand die zich naar een andere gemeente dan
Forens
zijn woonplaats verplaatst om er te gaan werken.
Brandstoffen die in het verleden gevormd werden zoals turf,
Fossiele brandstoffen
bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas.
Geboortecoëfficiënt, het aantal geboorten per duizend
Geboortecijfer
inwoners gedurende een burgerlijk jaar.
Geboorteoverschot Het aantal geboorten is groter dan het aantal sterfgevallen.
Geconcentreerde
Alle huizen staan gegroepeerd en vormen een woonkern.
bewoning
Een bos dat ten gevolge van menselijk ingrijpen niet meer
Gedegenereerd bos
volledig tot maximale ontwikkeling komt.
(Overdadig) voedselrijk water waar in veel biologisch leven
Geëutrofieerd water
voorkomt, zodat zuurstoftekort ontstaat.
Woonkern zonder kerk, scholen of gemeentehuis op een
Gehucht
afstand van de dorpskern.
Een bedrijf met meer productierichtingen, bv. akkerbouw en
Gemengd bedrijf
veeteelt samen.
Een economie waarbij de principes van vrij initiatief, vrije
Gemengde economie markt en de daaraan gekoppelde loon- en prijsvorming in
belangrijke mate door de overheid worden beïnvloed.
Gemiddelde
De gemiddelde leeftijd van de inwoners bij hun overlijden.
levensduur




1 AA VS 2 269 © 2019 Arteveldehogeschool

Verband tussen de geografie en de politieke situatie van een
Geopolitiek
land.
Streekverkenning waarbij de aandacht gaat naar het
Geotoerisme
landschap en het ontstaan ervan.
Landelijk landschap waarin de percelen door hagen, struiken
Gesloten landschap
of bomen zijn omgeven.
Stadswijk die opvalt door haar gesloten karakter en
Getto overwegend bewoond wordt door een bepaalde
bevolkingsgroep.
Grafisch gekleurd bodembestemmingsplan waarbij algemene
Gewestplan en bijzondere voorschriften als gebruiksaanwijzingen zijn
gevoegd.
Het bewust regelen van de grootte van het gezin door de
Gezinsplanning ouders of door de overheid, meer bepaald om het
geboortecijfer te doen dalen.
Aantal kinderen dat een vrouw gemiddeld ter wereld zal
Globaal geboortecijfer brengen, indien zij het op een bepaalde plaats gebruikelijke
vruchtbaarheidspatroon volgt.
De landen die grenzen aan de Perzische Golf, met o.a. Saudi-
Golfregio Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Irak, Koeweit,
Qatar.
Industriegebied dat door zijn omvang en nood aan grondstof-
Groeipool
en eindproducten nieuwe industrieën aan trekt.
Ingrijpende modernisering van de graanteelt, vooral
Groene revolutie gebaseerd op het gebruik van geselecteerde zaadvariëteiten
die een veel hoger rendement kunnen geven.
Bossen of parken in de onmiddellijke omgeving van een stad
Groene zone
(de longen van de stad).
Geheel van maatregelen van de overheid om eigendomsrecht
Grondbeleid
en bestemming van de grond te regelen.
Onbewerkt materiaal dat omgevormd wordt tot een
Grondstof
bruikbaar element.
Door een smalle landtong of schoorwal ontstane inham aan
Haf
de Oostzee-kust.
De grond wordt slechts oppervlakkig omgewoeld met een
Hakbouw
hak, meestal met weinig bemesting en teeltwisseling

Halffabricaat Halfafgewerkt product dat nog verder verwerkt kan worden.
Landschap waarin de mens slechts in geringe mate heeft
Halfnatuurlijk
ingegrepen. De meeste van onze natuurreservaten zijn
landschap
halfnatuurlijke landschappen.
Handelsbalans De verhouding tussen de uitvoer en de invoer van een land.

Gewas dat op de wereldmarkt verhandeld wordt, meestal als
Handelsgewas grondstof voor de industrie (rubber, katoen) of
genotsmiddelen (koffie, thee).



1 AA VS 2 270 © 2019 Arteveldehogeschool

Stadsgedeelte met een uitgesproken handelsfunctie (winkels,
Handelswijk
handelskantoren).
De aantrekking van zonnige streken op bewoners van
Heliotropisme
koudere en vochtiger gebieden.
Achterland, een gebied waarvan in- en uitvoer van goederen
Hinterland
over een bepaalde haven gaat.
Vakantie doorgebracht op een landbouwbedrijf, waarbij je
Hoevetoerisme tegen vergoeding deelneemt aan het gezinsleven en
eventueel arbeidsleven op de hoeve.
Maatschappij die door het bezit van aandelen een groot
Holding
aantal firma’s controleert en beheerst.
Oven om uit ijzererts ruw ijzer te maken door verhitting met
Hoogoven
cokes.

Hoogseizoen Periode waarin de meeste vakanties samenvallen.
Veen gevormd uit land planten waaronder het zich
Hoogveen
opstapelend veenmos.

Horeca Hiertoe behoren hotels, restaurants en cafés.
Het op elkaar aangewezen zijn van bedrijven, vooral voor
Horizontale Integratie
levering en afwerking van grondstoffen en halffabrikaten).
Iedere grond- of brandstof (1), iedere fysische eigenschap van
een plaats (2), of iedere technische ontwikkeling (3) die op
Hulpbron
een of andere wijze kan worden gebruikt ter bevrediging van
de menselijke behoefte.
De turbines die elektriciteit produceren worden aangedreven
Hydro-elektrische
door water. Om over genoeg water te beschikken, dient
centrale
meestal een stuwdam aangelegd.
Een haven die het hele jaar door, ook in winter, toegankelijk
Ijsvrije haven
is.
Inwijking, zich van elders op een andere plaats komen
Immigratie
vestigen.
Inwijkingsoverschot, het aantal inwijkelingen is groter dan het
Immigratieoverschot
aantal uitwijkelingen.
Maximaal aantal toegelaten immigranten per jaar en per
Immigratiequota
nationaliteit.

Imperialisme Machtsuitoefening buiten het eigenlijke territorium.
Landschappen, gebouwen, machines, e.d. die herinneren aan
Industrieel erfgoed
een vroegere industriële activiteit.
Landbouwgewassen die dienen als grondstof voor de
Industriegewassen
industrie, bv. vlas, suikerbieten.
Cultuurlandschap dat overheerst wordt door
Industrielandschap
fabrieksgebouwen, opslagplaatsen en verbindingswegen.








1 AA VS 2 271 © 2019 Arteveldehogeschool

Als een basisindustrie zich op een bepaalde plaats vestigt,
Industriële
trekt deze industrie andere industrieën aan zoals
concentratie
verwerkende industrie en toeleveringsbedrijven.
Groei of achteruitgang van de industrie, vooral vanuit het
Industriële dynamiek
standpunt van de tewerkstelling.
Soort van industrie waarbij van gelijksoortige grondstoffen
Industrietak
gebruik wordt gemaakt.
Traagheid, bv. in de verschuiving van de industrie ook al zijn
Inertie
de lokalisatiefactoren verandert.
Kleinschalige bedrijfssector met niet-officieel geregistreerd
Informele sector werk of inkomen, als middel om te kunnen overleven of wat
bij te verdienen
Kettingreactie van nieuwe investeringen en nieuwe
Innovatiecyclus industriële vestigingen die op gang komt door een
winstgevende vernieuwing in één sector.
Een gebied afschermen van de zee of winnen op zee door
Inpolderen
dijkaanleg, waarna drainage moet volgen.
Vorm van veeteelt die veel zorg vraagt, maar een hoge
Intensieve veeteelt
opbrengst geeft op een beperkte oppervlakte.
Prijs waartegen interventiebureaus van de Europese Unie de
Interventieprijs hun aangeboden producten moeten kopen. Er zijn bv.
interventieprijzen voor granen, suiker, boter, melkpoeder e.a.
Irrigatielandbouw Landbouw mogelijk gemaakt door kunstmatige bevloeiing.

Samenwerkingsverband tussen een bedrijf uit een gastland
Joint venture met een vreemd bedrijf met het doel een gezamenlijke
activiteit op te zetten in het gastland.
Kaarten en lijsten waarop de eigenaar van de grond is
Kadaster
vermeld.
Een rivier bevaarbaar maken door ze uit te diepen, te
Kanaliseren
verbreden, bochten recht te trekken, sluizen te bouwen, enz.
Dat veel kapitaal vergt in verhouding met het aantal
Kapitaalintensief
arbeidskrachten.
Socio-economisch systeem waarbij de productiemiddelen
Kapitalisme
(arbeid, kapitaal en grond) eigendom zijn van particulieren.
Overeenkomst tussen verschillende maatschappijen of staten
Kartel
om de onderlinge concurrentie te beperken of uit te sluiten.
Arbeid door kinderen beneden de 14 jaar. In alle westerse
Kinderarbeid
landen is kinderarbeid verboden
Samengeperste kalkachtige lagen liggend tussen de
Kolenkalk
steenkoollagen.
Gas dat ontstaat bij verbrandingsprocessen en een zgn.
Koolstofdioxide
Broeikasgas vormt binnen de atmosfeer.
Kwelder Begroeide op- of aanwas in het kustgebied van Nederland.






1 AA VS 2 272 © 2019 Arteveldehogeschool

Laagveen Veen gevormd uit waterplanten zoals riet.

Lagune Een door een strandwal bijna geheel afgesloten stuk zee.

Verzamelnaam voor akkerbouw, veeteelt, tuinbouw.
Landbouw Landbouw behoort samen met mijnbouw, visserij, bosbouw
tot de primaire sector.
Het productiesysteem in de landbouw waarin men kan
onderscheiden, de productierichtingen, de teelttechnieken,
Landbouwsysteem
de zelfvoorziening en/of de marktgerichtheid, de mate
waarin de productiemiddelen worden ingezet.
Herverdeling van de gronden van grootgrondbezitters onder
Landhervorming landarbeiders en kleine boeren, die dan eigenaars of
gebruikers worden.

Landschap Een deel van het aardoppervlak met eigen kenmerken.
Bevolkingshistogram die de verschillen de leeftijden per
Leeftijdspiramide
geslacht weergeeft in de vorm van een piramide.
Het materiële, culturele en sociale niveau van het leven in
Levensstandaard
een bepaalde gemeenschap.
Te verwachten gemiddelde duur van het leven in een bepaald
Levensverwachting
gebied.
In Azië hebben veel gezinnen enorme schulden. Om die afte
Lijfeigenschap betalen, worden kinderen soms ‘verkocht’ aan bedrijven. Zo
worden ze onbetaalde werknemers van het bedrijf.
Aaneengesloten huizenrij aan wegen. De gronden achter de
Lintbebouwing
huizenrij blijven open ruimte.
Factor die de vestiging van een bedrijf bepaalt zoals de
Lokalisatiefactor
transportkosten, aanwezigheid van grondstoffen e.a.
Lokaliseren De plaats aangeven van iets.

Maritimisatie Tendens om bedrijven in de nabijheid van de kust te vestigen.
Verzorgingsgebied, het gebied waarvoor de centrale plaats
Marktgebied
als middelpunt geldt. Naar gelang van de functie onderscheidt

men verzorgingsgebieden van hogere of lagere rangorde.
Productie van planken en platen door het hout te zagen, te
Mechanische
slijpen, te schillen en te persen. De houtstructuur blijft
houtindustrie
behouden.
Reusachtig verstedelijkt woon- en werkgebied ontstaan
Megalopolis
door het aaneengroeien van stadsgewesten.
Melting pot Smeltkroes van volken met verschillende culturen.

Halfbloed, afstammeling van een Indiaanse moeder en een
Mesties
blanke vader of omgekeerd.
Wereldstad, een grote stad, gewoonlijk de voornaamste van
Metropool
het land, met een sterk overheersende positie qua





1 AA VS 2 273 © 2019 Arteveldehogeschool

economische en sociale uitrusting; ze oefent een sterke
aantrekkingskracht uit op de bevolking in de rest van het land.
De beweging van de bevolking: een verandering van
woonplaats over de grenzen heen. Men onderscheidt de
Migraties
binnenlandse en buitenlandse, de trage en de plotse, de
individuele en collectieve, de gedwongen en vrije migraties.

De fysieke, niet-levende en levende omgeving van de mens
Milieu
waarmee hij in wederkerige relatie staat.
Een ingreep in het milieu waarbij in de toekomst de kans op
Milieurisico
een milieuramp bestaat.
Nieuwe CBD’s aan de verkeersassen door het suburbaan
Minicity’s
gebied.

Minimum Kern van lagedrukgebied waar winden toekomen
Godsdienstige sekte gesticht door Joseph Smith, gebaseerd
Mormonen op het zogenaamde Boek van Mormon, dat een interpretatie
gaf van de bijbel voor de Nieuwe Wereld.

Mortaliteit Sterftecijfer.
Door de eroderende werking van het zeewater gevormde
Mul
laagte in een strandwal.
Mulat Kind van een blanke en een zwarte.

Multilateraal Betrekking hebbend op verschillende landen.

Multinational Bedrijf met vestiging in meerdere landen.

Nataliteit Geboortecijfer.

Gebied met een uitzonderlijke landschappelijke of
Nationaal park ecologische waarde waarvan het natuurlijk evenwicht wordt
beschermd.
Landschap met uitsluitend natuurlijke elementen, zoals
bergen, valleien, rivieren, gesteenten, plantengroei en
Natuurlandschap
dierenwereld, die door de mens helemaal niet beïnvloed
werden.
Het verschil tussen geboorten- en sterftecoëfficiënt. Dit cijfer
Natuurlijke aangroei geeft niet het juiste bevolkingsverloop van een gebied; ook de
migraties veranderen de bevolking.
Grens bestaande uit natuurlijke obstakels zoals rivieren,
Natuurlijke grens
gebergten.
NATO, militair bondgenootschap van westers gezinde landen
NAVO
onder leiding van de Verenigde Staten.
Verderzetting van de overmacht van de industrielanden t.o.v.
Neokolonialisme
de inmiddels onafhankelijk geworden ontwikkelingslanden.
Netto- De coëfficiënt die aan geeft hoeveel meisjes dezelfde leeftijd
reproductiecoëfficiënt als hun moeder zuilen bereiken.





1 AA VS 2 274 © 2019 Arteveldehogeschool

Nieuw gebouwde stad waar men woont en werkt en bedoeld
Newtown
om de concentratie in Londen te verminderen.
Niet-gouvernementele organisatie voor ontwikkelings-
NGO samenwerking, zoals Broederlijk delen, Oxfam,
Vredeseilanden.
Een onbewoond, tijdelijk of zeer dun bevolkt gedeelte van de
Niet-oecumene
aarde (door kou, droogte, vochtige hitte).
Mensen zonder vaste woonplaats, die meestal leven van de
Nomaden veeteelt. Ze trekken met hun kudden van de ene weideplaats
(drinkplaats) naar de andere volgens vaste routes.

Non-ferro-ertsen Niet-ijzerhoudende ertsen, zoals bauxiet, koper, zink.

Nulgroei Stabilisering in de (economische) groei.

Occupatiegrens Lijn tot waar de kolonisatie van het grondgebied gevorderd is.

Oecumene Een vrij dicht bevolkt gedeelte van de aarde
Organisatie voor Economische Samenwerking en
OESO Ontwikkeling, een groepering van industrielanden met een
markteconomie.
Aardolie- en aardgaswinning onder de zeebodem op en om
Offshore
de continentale plateaus.
Kapitaal door de Arabische landen verworven door
Oliedollars
exploitatie van hun aardolierijkdom.
Onshore Aardolie- en aardgaswinning op het vasteland.

Organisatie van aardolie uitvoerende landen, met o.a Saudi-
OPEC Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Irak, Iran, Koeweit,
Indonesië, Algerije, Libië, Nigeria, Venezuela.
Het gedeelte van het landschap dat niet bebouwd is, meestal
Open ruimte
ingenomen door groen en akkers.
Organogeen Ontstaat door opeenhoping van plantaardige en dierlijke
gesteente organismen (steenkool, kalksteen).
Te veel vee op een gebied laten grazen of het er te lang laten,
Overbeweiding
zodat het gewas er onvoldoende kan bijgroeien.

Paddestoelstad Stad met een heel snelle groei.
Sterke vergrijzing van de bevolkingsgroep afkomstig van de
Papyboom babyboom van na de Tweede Wereldoorlog in de
industrielanden.
Mensen die geen dak boven het hoofd hebben en op straat
Pavement dwellers
leven.
Pendelcoëfficiënt Binnenkomende op uitgaande pendel x 100.

Binnenkomende en uitgaande pendel op werkende actieve
Pendelmobiliteit
bevolking die in de gemeente woont.






1 AA VS 2 275 © 2019 Arteveldehogeschool

Het dagelijks heen en weer reizen tussen woon- en
Pendelverkeer
werkplaats.
Verzamelnaam voor een groot aantal verschillen de planten
Plankton
en dieren die in zee zweven.
Planologie Wetenschap van de ruimtelijke ordening.

Groot bedrijf waar een hoofdgewas geteeld wordt.
Kenmerkend is de planmatige aanpak door een
Plantage kapitaalkrachtige leiding. Een groot aantal slecht betaalde
landarbeiders doen het werk. De productie is hoofdzakelijk
bestemd voor de uitvoer.

Polarisatie Het naar één plaats toekomen van de activiteiten.
Een stuk land dat veroverd is op water, zoals zeepolders en
Polder rivierpolders. In een polder wordt de afwatering kunstmatig
geregeld.
Prijsschaar Verkoopswaarde gedeeld door productiekost.

Primaire dam Dam die het zeegat aan de zeezijde afsluit.

Productiefactoren Middelen nodig om te produceren.

Een politiek waarbij de eigen productie en handel beschermd
Protectionisme
worden t.o.v. het buitenland.
Het straten patroon van de historische steden is gericht op
het centrum en wijkt uit naar de naburige steden. Door de
Radiaal-concentrisch
opeenvolgende versterkingen ontstaan ook concentrische
ringen.
Hoefijzervormige rij van steden in West-Nederland:
Randstad Holland Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem,
Amsterdam, Hilversum, Amersfoort, Zeist, Utrecht.
Grote inham in een continent die met de oceaan in geheel
Randzee
open verbinding staat.
Politiek van omschakeling: de industrie reorganiseren of de
Reconversie
streek aanpassen aan een nieuwe toestand
Geheel van activiteiten die in de vrije tijd ondernomen
Recreatie
worden en gericht zijn op ontspanning.
Het geheel van recreatieve gedragingen en inplantingen die
Recreatiedruk
het oorspronkelijk landschap verdringen.
Planning van vooral economische activiteiten om een streek
Regionale planning
te ontwikkelen.
De grootste afstand die een verspreid wonende bevolking wil
Reikwijdte afleggen om een goed te kopen of om op een dienst een
beroep te kunnen doen in een centrale plaats.
Remigreren Na emigratie terugkeren naar zijn vroeger woongebied.

De prijs die via de gemeenschappelijke markt ordening voor
Richtprijs
de producent wordt nagestreefd.



1 AA VS 2 276 © 2019 Arteveldehogeschool

Riviera Italiaans voor kuststreek.

Wijze van akkerbouw waarbij geen bemesting plaatsvindt en
Roofbouw de bodem snel uitgeput geraakt zodat men steeds nieuwe
gronden moet exploiteren.
Herverdelen van gronden van verschillende eigenaren zodat
Ruilverkaveling grotere percelen tot stand komen dichter bij de
exploitatieplaats.
De hoeveelheid van een product die verkocht moet worden
Ruilvoet om genoeg geld te verkrijgen om iets anders terug te kunnen
kopen.
Het beleid dat de resultaten van de ruimtelijke planning
toepast. De ruimtelijke ordening maakt een keuze uit de
Ruimtelijke ordening
alternatieven die voorgelegd worden door de ruimtelijke
planning.
Heeft als doel de ruimte te ordenen, zowel fysisch (regelen
van bodemgebruik en bestemming van de bodem) als
Ruimtelijke planning
normatief (alle mogelijke sociale en economische
maatregelen om dit doel te bereiken).
Rurale exodus Verlaten van het platteland om zich in de stad te vestigen.

De verstedelijking van landelijke gebieden in de omgeving van
Rurbanisatle
een stad.
Infrastructuurwerken uitvoeren om een wijk weerwoonbaar
Saneren te maken; meestal worden ze daarbij voorzien van riolen,
elektriciteit, drinkbaar water en open ruimten.
Stad waarin woon- en werkgelegenheid is, maar waar de
Satellietstad bevolking voor de meeste diensten naar de nabijgelegen
centrale stad moet.
Toename van de omvang (oppervlakte, productie) van een
Schaalvergroting
(landbouw)bedrijf.
Concrete programmering van een tak van overheidsactiviteit
Sectorbeleid
gericht op een zo soepel mogelijk verlopen van deze activiteit.

Sedentair Met een vaste verblijfplaats
Scheiding van bevolkingsgroepen door familiale of socio-
Segregatie
economische kenmerken.
Toeristische aantrekkingsfactoren als sun, sand,sea, sex,
S-factoren
show, snow, sensation.
Site De plaats van de eerste nederzetting van een stad.

Het geheel van economische en verkeersgeografische
Situatie
mogelijkheden van een stad.
De ligging van een plaats t.o.v. andere ruimtelijke gegevens
Situeren
aanduiden.
Skyline Manier waarop de stad zich aftekent tegen de horizon.





1 AA VS 2 277 © 2019 Arteveldehogeschool

Stad in de aantrekkingszone van een grotere stad die weinig
Slaapstad eigen werkgelegenheid biedt en waarvan een groot deel van
de beroepsbevolking pendelt.
Sloppenwijk, de achterbuurten in ontwikkelingslanden, een
Slum
verzameling van krotten met primitieve materialen gemaakt.
Toerisme dat erop gericht is iedereen de kans te geven met
Sociaal toerisme
vakantie te gaan tegen haalbare kosten.
Spaarbekken Grote vijver waar drinkwater tijdelijk wordt opgeslagen.

Industrieën die voortbouwen op ver gevorderde en snel
Speerpuntindustrie
evoluerende nieuwe technologieën.
Omvat de agglomeratie en de recent sterk verstedelijkte
Stadsgewest
gemeenten aan de rand van de agglomeratie
Nieuwe woongelegenheid scheppen door het herstellen van
Stadsinbreiding
de woonfunctie in de kernstad.
Het hart of het centrum van de stad met historische en
Stadskern
administratieve gebouwen en concentratie van de handel.
Vorm en uitzicht van de stad. Geografisch wordt daarbij
Stadsmorfologie
vooral het straten patroon bekeken.
De uitbreiding van de stad rondom de binnen stad. De
Stadsrand
woonfunctie overheerst er.
Het vernieuwen van de stad door een reeks technische
maatregelen, o.a. Krotten sanering, verkeersvrij maken van
Stadsrenovatie
winkelstraten, restaureren van oude gebouwen, aanbrengen
van groen.
Vernieuwingsprocessen in destedelijke omgeving als gevolg
Stadsvernieuwing van handelingen van personen en belangengroepen, volgens
hun waarden patroon, hun behoeften en hun mogelijkheden.
Heuvel van steenafval afkomstig van een mijn, ook terril
Steenberg
genoemd.
Sterfte-overschot Het aantal sterfgevallen is groter dan het aantal geboorten.

Sterftecijfer Of sterftecoëfficiënt, aantal sterfgevallen per 1 000 inwoners
gedurende een burgerlijk jaar.
Een damconstructie met openingen die kunnen afgesloten
Stormvloedkering
worden bij storm.
Langwerpige rug, evenwijdig aan de kust, gevormd door zee-
Strandwal
afzettingen.
Het in smalle stroken verbouwen en oogsten van gewassen
Stripcropping
om ziekten en bodemerosie tegen te gaan
Flexibele planning methode die de mogelijkheid biedt zich zo
Structuurplannlng vlug mogelijk aan te passen aan de tijdsevolutie en de
dynamiek van de maatschappelijke leefpatronen.
Muur of dam in een rivier om het water op een bepaald peil
Stuw
te houden.





1 AA VS 2 278 © 2019 Arteveldehogeschool

Industrietak die in een streek ook andere industrieën en
Stuwende nijverheid
diensten aantrekt.
Minderheidsgroepen op basis van ras, taal, godsdienst die
Subcultuur
zich niet integreren inde algemeen aanvaarde cultuur.
Technopool Concentratie van onderzoekscentra en high tech-bedrijven.

Verdeling van de landbouwgrond voor verschillende
Teeltdiagram
productierichtingen.
Of wisselbouw: met regelmaat afwisselend bebouwen van
Teeltrotatie eenzelfde perceel met verschillende gewassen om bodem
uitputting en plantenziekten te voorkomen.
De minimale fysische omstandigheden die in een teeltgebied
Teeltvoorwaarden moeten heersen, om een bepaald gewas nog te kunnen
kweken.
Een door de mens opgeworpen woon- en vluchtheuvel in
Terp
een met overstroming bedreigd gebied.
Vrijetijdsbesteding in een vreemde omgeving met aandacht
voor de verplaatsing naar de omgeving. We onderscheiden
Toerisme
eendagstoerisme en verblijfstoerisme naar gelang een of
meer dagen verbleven wordt.
Transhumance, migratie van de bevolking met vee tussen
Trekveehouderlj zomer- en winterweiden. De mensen hebben een vaste
woonplaats.
Tuinbouw Omvat groenten-, fruit- en sierteelt.

Productiegoederen, zoals vrachtwagens, fabrieksgebouwen,
Uitrustingsgoederen
spoorwegen, schepen, machines.
United Nations Conference on Trade and Development.
Unctad Organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met
ontwikkeling van economisch achtergebleven gebieden.
United Nations Educational, Scientific and Cultural
Organisation. Organisatie van de VN die de internationale
UNESCO
samenwerking op gebied van onderwijs, cultuur en
wetenschap nastreeft.
Streekdorpen ontstaan bij het afgraven van turf, meestal
Veenkolonie
langgerekt aan kanalen.
Waterrijke laag, bestaande uit plantenresten. Ze is er ter
plaatse ontstaan uit plantengroei in een ondiep en stilstaand
Veenlaag kunstmoeras en dus geen gevolg van sedimentatie. De
veenlaag werd bij latere transgressie door sedimenten
bedekt.
Landschap ontstaan door degradatie van de oorspronkelijke
Veld
bosvegetatie door beweiding.
Vennen Ondiepe vijvers gevormd op ondoorlatende ondergrond.







1 AA VS 2 279 © 2019 Arteveldehogeschool

Natuurlijke ophoping van een gebied door afzetting,
Verlanding
waardoor de wateroverlast verdwijnt.
De toevoeging van chemische verbindingen en fysische
Verontreiniging
elementen aan het milieu.
Niet-geconcentreerde bewoning, de huizen staan verspreid in
Verspreide bewoning
het landschap, los van de woonkern.
Trek naar de stad, waardoor de stad zich uitbreidt over de
Verstedelijking
omgeving.
Verstedelijkingsgraad Percentage van de bevolking dat in steden woont.

Ontginning van grondstoffen, basisbewerking en afwerking
Verticale integratie
tot het eindproduct worden beheerd door één bedrijf.
Enerzijds het verdwijnen van de typische kenmerken van een
Vervlakking van het geografische streek, anderzijds het ontstaan van nieuwere
landschap kenmerken die voorheen niet of nauwelijks in het landschap
voorkwamen en die niet differentiërend werken.
Verwerkende Vormt halffabricaten om tot gebruiksvoorwerpen, zoals van
Industrie planken tot stoel.
De woestijn die oprukt in steppe- en savannegebieden, door
Verwoestijning
overbeweiding of verdroging van het klimaat.
Levenswijze waarbij men zich van voedsel voorziet door het
Verzamelcultuur
plukken en jagen van wat de natuur biedt.
Landbouwgewassen die dienen als voedsel voor dieren, zoals
Voedergewassen
maïs of bieten.
Landbouwgewassen die dienen als voedsel voor de mens
Voedselgewassen
(tarwe).
Voorhaven Haven die dichter bij zee ligt dan de oorspronkelijke haven.

Het achtereenvolgens wisselen van bepaalde teelten op
Vruchtwisseling
eenzelfde perceel.
Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer, een onthaalkantoor
VVV
waar toeristen informatie over de streek kunnen krijgen
Waterrecreatie Watersporten, o.a. roeien, waterski, surfen en zwemmen.
Elk van de zes grote, natuurlijk begrensde delen van het
Werelddeel vasteland. Een werelddeel omvat het continent met de
eilanden eromheen.
Een zone met een gemeenschappelijk natuurlijk of menselijk
Wereldzone
kenmerk en een zekere eenheid van levenswijze
Iemand die in een andere gemeente woont dan waar hij
Werkforens
werkt.

Witte steenkool Hydro-elektriciteit.

Woonforens Iemand die in een gemeente woont waar hij niet in werkt.








1 AA VS 2 280 © 2019 Arteveldehogeschool

Dat deel van het landschap dat bestaat uit aaneengesloten
Woonkern bebouwing, met inbegrip van de tussenliggende
verkeerswegen, fabrieken, tuintjes en pleinen.
Groepering van nieuwe(re) huizen op speciaal daarvoor
Woonwijk
voorziene verkavelingen.
Zeehaven Haven toegankelijk voor zeeschepen.

Met eigen middelen en op eigen initiatief uit de problemen
Zelfontwikkeling
van onderontwikkeling komen, ook selfreliance genoemd.
Zelfvoorzienende
De opbrengst van de landbouw is voor eigen verbruik.
landbouw
Productie gedeeld door het geschatte verbruik, procentueel
Zelfvoorzieningsgraad
uitgedrukt.
Procentueel aandeel van sterfte van kinderen jonger dan 1
Zuigelingensterfte
jaar.
Landbouw waarbij de bevolking telkens op zoek trekt naar
Zwerflandbouw nieuwe ontginningen nadat de bodem uitgeput is, ook
shifting cultivation genoemd.























































1 AA VS 2 281 © 2019 Arteveldehogeschool

TOPOGRAFISCHE KENNIS










51
Lijst van landen

Land Officiële naam Hoofdstad Bijvoeglijk naamwoord Inwoneraanduiding
Islamitische Republiek
Afghanistan Kaboel/Kabul Afghaans Afghaan
Afghanistan
Albanië Republiek Albanië Tirana Albanees Albanees
Democratische
Algerije Algiers Algerijns Algerijn
Volksrepubliek Algerije
Amerikaanse Territorium de
Charlotte Amalie van … van …
Maagdeneilanden Maagdeneilanden
Territorium Amerikaans- Amerikaans-
Amerikaans-Samoa Pago Pago Amerikaans-Samoaans
Samoa Samoaan
Andorra Vorstendom Andorra Andorra la Vella Andorrees Andorrees
Angola Republiek Angola Luanda Angolees Angolaan
Anguilla Anguilla The Valley Anguillaans Anguillaan
Antarctica Antarctica - Antarctisch -
Antigua en Barbuda Antigua en Barbuda Saint John’s van … van …

Argentinië Argentijnse Republiek Buenos Aires Argentijns Argentijn
Armenië Republiek Armenië Erevan/ Jerevan Armeens Armeniër/ Armeen
Aruba Aruba Oranjestad Arubaans Arubaan
Australië Gemenebest Australië Canberra Australisch Australiër
Azerbeidzjan Republiek Azerbeidzjan Bakoe Azerbeidzjaans Azeri/ Azerbeidzjaan

Gemenebest van de
Bahama’s Nassau Bahamaans Bahamaan
Bahama’s
Bahrein Koninkrijk Bahrein Manamah Bahreins Bahreiner/ Bahreini
Volksrepubliek
Bangladesh Dhaka Bengalees Bengaal/ Bengalees
Bangladesh
Barbadaans/ Barbadaan/
Barbados Barbados Bridgetown
Barbadiaans Barbadiaan
Belarus/ Wit- Belarussisch/ Wit-
Republiek Belarus Minsk Belarus/ Wit-Rus
Rusland Russisch

Belau/ Palau Republiek Belau/ Palau Melekeok Belaus/Palaus Belauer/ Palauer
België Koninkrijk België Brussel Belgisch Belg
Belize Belize Belmopan Belizaans Belizaan
Benin Republiek Benin Porto-Novo Benins Beniner


51 (Bron: Nederlandse Taalunie, 2000-2012)


1 AA VS 2 282 © 2019 Arteveldehogeschool

Bermuda Bermuda Hamilton Bermudaans Bermudaan
Bhutan Koninkrijk Bhutan Thimphu Bhutaans Bhutanees
Plurinationale Staat
Bolivia/ Bolivië Sucre Boliviaans Boliviaan
Bolivia/ Bolivië
Bosnië en
Bosnië en Herzegovina Sarajevo Bosnisch/ van … Bosniër/ van …
Herzegovina
Botswana Republiek Botswana Gaborone Botswaans Botswaan
Federale Republiek
Brazilië Brasilia Braziliaans Braziliaan
Brazilië
Britse
Britse Maagdeneilanden Road Town van … van …
Maagdeneilanden
Bandar Seri
Brunei Brunei Darussalam Bruneis Bruneier
Begawan
Bulgarije Republiek Bulgarije Sofia Bulgaars Bulgaar
Burkina Faso Burkina Faso Ouagadougou Burkinees Burkinees

Burundi Republiek Burundi Bujumbura Burundees Burundees
Cambodja Koninkrijk Cambodja Phnom-Penh Cambodjaans Cambodjaan
Canada Canada Ottawa Canadees Canadees
Cayman/ Cayman/ Cayman/ Cayman/
Georgetown
Kaaimaneilanden Kaaimaneilanden Kaaimaneilands Kaaimaneilander
Centraal-Afrikaanse Centraal-Afrikaanse
Bangui Centraal-Afrikaans Centraal-Afrikaan
Republiek Republiek
Chili Republiek Chili Santiago Chileens Chileen
China Volksrepubliek China Peking/ Beijing Chinees Chinees
Territorium
Christmaseiland Flying Fish Cove Christmaseilands Christmaseilander
Christmaseiland
Colombia Republiek Colombia Bogota Colombiaans Colombiaan
Comoren Unie der Comoren Moroni Comorees Comorees

Congo(-Brazzaville) Republiek Congo Brazzaville Congolees Congolees
Democratische Republiek
Congo(-Kinshasa) Kinshasa Congolees Congolees
Congo
Cookeilanden Cookeilanden Avarua Cookeilands Cookeilander
Costa Rica Republiek Costa Rica San José Costa Ricaans Costa Ricaan
Cuba Republiek Cuba Havana Cubaans Cubaan
Curaçao Curaçao Willemstad Curaçaos Curaçaoënaar

Cyprus Republiek Cyprus Nicosia Cyprisch/ Cypriotisch Cyprioot
Denemarken Koninkrijk Denemarken Kopenhagen Deens Deen
Djibouti Republiek Djibouti Djibouti Djiboutiaans Djiboutiaan
Dominica Gemenebest Dominica Roseau Dominicaans Dominicaan
Dominicaanse
Dominicaanse Republiek Santo Domingo Dominicaans Dominicaan
Republiek
Duitsland Bondsrepubliek Duitsland Berlijn Duits Duitser




1 AA VS 2 283 © 2019 Arteveldehogeschool

Ecuador Republiek Ecuador Quito Ecuadoraans Ecuadoraan
Arabische Republiek
Egypte Caïro/ Kaïro Egyptisch Egyptenaar
Egypte
El Salvador Republiek El Salvador San Salvador Salvadoraans Salvadoraan
Republiek Equatoriaal- Equatoriaal-
Equatoriaal-Guinea Malabo Equatoriaal-Guinees
Guinea Guineeër
Eritrea Staat Eritrea Asmara Eritrees Eritreeër
Estland Republiek Estland Tallinn Ests/ Estisch/ Estlands Est/ Estlander

Federale Democratische
Ethiopië Addis Abeba Ethiopisch Ethiopiër
Republiek Ethiopië
Faeröer Faeröer Tórshavn Faeröers Faeröerder
Falklandeilanden Falklandeilanden Stanley Falklandeilands Falklandeilander
Fiji Republiek Fiji-eilanden Suva Fijisch Fijiër
Filipijnen Republiek der Filipijnen Manilla Filipijns Filipijn/ Filipino
Finland Republiek Finland Helsinki Fins Fin
Frankrijk Franse Republiek Parijs Frans Fransman
Frans-Guyaans/ Frans- Frans-Guyaan/
Frans-Guyana Frans-Guyana Cayenne
Guyanees Frans-Guyanees
Frans-Polynesië Frans-Polynesië Papeete Frans-Polynesisch Frans-Polynesiër

Gabon Republiek Gabon Libreville Gabonees Gabonees
Gambia Republiek Gambia Banjul Gambiaans Gambiaan
Georgië Georgië Tbilisi Georgisch Georgiër
Ghana Republiek Ghana Accra Ghanees Ghanees

Gibraltar Gibraltar Gibraltar Gibraltarees Gibraltarees
Grenadaans/ Grenadaan/
Grenada Grenada Saint George’s
Grenadiaans Grenadiaan
Griekenland Helleense Republiek Athene Grieks Griek
Groenland Groenland Nuuk Groenlands Groenlander
Guadeloupe Guadeloupe Basse-Terre Guadeloups Guadelouper
Guam Territorium Guam Agana Guamees Guamees
Guatemalaans/ Guatemalaan/
Guatemala Republiek Guatemala Guatemala-Stad
Guatemalteeks Guatemalteek
Guinee Republiek Guinee Conakry Guinees Guineeër
Guinee-Bissau Republiek Guinee-Bissau Bissau Guinee-Bissaus Guinee-Bissauer
Coöperatieve Republiek
Guyana Georgetown Guyaans/ Guyanees Guyaan/ Guyanees
Guyana
Haïti Republiek Haïti Port-au-Prince Haïtiaans Haïtiaan

Honduras Republiek Honduras Tegucigalpa Hondurees Hondurees
Hongarije Republiek Hongarije Boedapest Hongaars Hongaar
Speciale Administratieve
Hongkong Regio Hongkong van de Hongkong Hongkongs Hongkonger
Volksrepubliek China



1 AA VS 2 284 © 2019 Arteveldehogeschool

Ierland Ierland Dublin Iers Ier
IJsland Republiek IJsland Reykjavik IJslands IJslander
India Republiek India New Delhi Indiaas Indiër

Indonesië Republiek Indonesië Jakarta Indonesisch Indonesiër
Irak Republiek Irak Bagdad Iraaks Irakees/ Iraki
Islamitische Republiek
Iran Teheran Iraans Iraniër
Iran
Jeruzalem, Tel
Israël Staat Israël Israëlisch Israëliër/ Israëli
Aviv
Italië Italiaanse Republiek Rome Italiaans Italiaan
Ivoorkust Republiek Ivoorkust Yamoussoukro Ivoriaans Ivoriaan
Jamaica Jamaica Kingston Jamaicaans Jamaicaan
Japan Japan Tokio/ Tokyo Japans Japanner
Jemen Republiek Jemen Sanaa Jemenitisch Jemeniet

Hasjemitisch Koninkrijk
Jordanië Amman Jordaans Jordaniër
Jordanië
Kaapverdië Republiek Kaapverdië Praia Kaapverdisch Kaapverdiër
Kameroen Republiek Kameroen Yaoundé Kameroens Kameroener
Kazachstan Republiek Kazachstan Astana Kazachs/ Kazaks Kazach/ Kazak
Kenia/ Kenya Republiek Kenia/ Kenya Nairobi Keniaans/ Kenyaans Keniaan/ Kenyaan
Kirgistan/ Kirgizië Kirgizische Republiek Bisjkek Kirgizisch Kirgies

Kiribati Republiek Kiribati Tarawa Kiribatisch Kiribatiër
Koeweit Staat Koeweit Koeweit Koeweits Koeweiter/ Koeweiti
Kosovo Republiek Kosovo Pristina Kosovaars Kosovaar
Kroatië Republiek Kroatië Zagreb Kroatisch Kroaat
Democratische
Laos Vientiane Laotiaans Laotiaan
Volksrepubliek Laos
Lesotho Koninkrijk Lesotho Maseru Lesothaans Lesothaan
Letland Republiek Letland Riga Letlands/ Lets Let/ Letlander

Libanon Republiek Libanon Beiroet Libanees Libanees
Liberia Republiek Liberia Monrovia Liberiaans Liberiaan
Libisch-Arabische
Libië Socialistische Volks- Tripoli Libisch Libiër
Jamahiriyah
Vorstendom
Liechtenstein Vaduz Liechtensteins Liechtensteiner
Liechtenstein
Litouwen Republiek Litouwen Vilnius Litouws Litouwer
Groothertogdom
Luxemburg Luxemburg Luxemburgs Luxemburger
Luxemburg
Speciale Administratieve
Macau Regio Macau van de Macau Macaus Macauer
Volksrepubliek China



1 AA VS 2 285 © 2019 Arteveldehogeschool

Voormalige
Macedonië Joegoslavische Republiek Skopje Macedonisch Macedoniër
Macedonië
Madagaskar Republiek Madagaskar Antananarivo Malagassisch Malagassiër
Malawi Republiek Malawi Lilongwe Malawisch Malawiër
Maldiven, Republiek der Maldiven/ Maldivisch/ Maldiviër/
Malé
Malediven Malediven Maledivisch Malediviër
Maleisië Maleisië Kuala Lumpur Maleisisch Maleisiër
Mali Republiek Mali Bamako Malinees Malinees

Malta Republiek Malta Valletta Maltees Maltees
Marokko Koninkrijk Marokko Rabat Marokkaans Marokkaan
Republiek der
Marshalleilanden Majuro Marshalleilands Marshalleilander
Marshalleilanden
Martinique Martinique Fort-de-France Martinikaans Martinikaan
Islamitische Republiek
Mauritanië Nouakchott Mauritaans Mauritaniër
Mauritanië
Mauritius Republiek Mauritius Port Louis Mauritiaans Mauritiaan
Departementale
Mayotte Mamoudzou van … van …
Gemeenschap Mayotte
Verenigde Mexicaanse
Mexico Mexico-Stad Mexicaans Mexicaan
Staten
Federale Staten van
Micronesia Palikir Micronesisch Micronesiër
Micronesia
Moldavië Republiek Moldavië Chisinau Moldavisch Moldaviër
Monaco Vorstendom Monaco Monaco Monegaskisch Monegask
Mongolië Mongolië Ulaanbaatar Mongolisch Mongoliër
Montenegro Montenegro Podgorica Montenegrijns Montenegrijn

Montserrat Montserrat Plymouth Montserrataans Montserrataan
Mozambique Republiek Mozambique Maputo Mozambikaans Mozambikaan
Birmaans/ Birmees/ Birmaan/ Birmees/
Myanmar Unie van Myanmar Rangoon
Myanmarees Myanmarees
Namibië Republiek Namibië Windhoek Namibisch Namibiër
Nauru Republiek Nauru Yaren Nauruaans Nauruaan
Koninkrijk der
Nederland Amsterdam Nederlands Nederlander
Nederlanden
Nederlandse Nederlands-
Nederlandse Antillen Willemstad Nederlands-Antilliaan
Antillen Antilliaans
Nepal Nepal Kathmandu Nepalees Nepalees
Nicaragua Republiek Nicaragua Managua Nicaraguaan Nicaraguaans

Nieuw-Caledonië Nieuw-Caledonië Nouméa Nieuw-Caledonisch Nieuw-Caledoniër
Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland Wellington Nieuw-Zeelands Nieuw-Zeelander
Niger Republiek Niger Niamey Nigerees Nigerees




1 AA VS 2 286 © 2019 Arteveldehogeschool

Federale Republiek
Nigeria Abuja Nigeriaans Nigeriaan
Nigeria
Niue Republiek Niue Alofi van … van …
Noordelijke Gemenebest der
Saipan Mariaans Mariaan
Marianen Noordelijke Marianen
Democratische
Noord- Korea Pyongyang Noord-Koreaans Noord-Koreaan
Volksrepubliek Korea
Noorwegen Koninkrijk Noorwegen Oslo Noors Noor
Norfolk Territorium Norfolkeiland Kingston Norfolkeilands Norfolkeilander
Republiek Oeganda/ Oegandees/
Oeganda/ Uganda Kampala Oegandees/ Ugandees
Uganda Ugandees
Oekraïne Oekraïne Kiev Oekraïens Oekraïner
Oezbekistan Republiek Oezbekistan Tasjkent Oezbeeks Oezbeek

Oman Sultanaat Oman Masqat Omaans Omani/ Omaniet
Oostenrijk Republiek Oostenrijk Wenen Oostenrijks Oostenrijker
Democratische Republiek
Oost-Timor Dili Oost-Timorees Oost-Timorees
Oost-Timor
Islamitische Republiek
Pakistan Islamabad Pakistaans Pakistaan/ Pakistani
Pakistan
Palestina Palestina Jeruzalem Palestijns Palestijn
Panama Republiek Panama Panama-Stad Panamees Panamees
Papoea-Nieuw- Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-
Port Moresby Papoea-Nieuw-Guinees
Guinea Papoea-Nieuw-Guinea Guineeër
Paraguees/ Paraguees/
Paraguay Republiek Paraguay Asunción
Paraguayaans Paraguayaan
Peru Republiek Peru Lima Peruaans/ Peruviaans Peruaan/ Peruviaan
Pitcairneilanden Pitcairneilanden Adamstown Pitcairneilands Pitcairneilander
Polen Republiek Polen Warschau Pools Pool
Porto Rico/ Puerto Gemenebest Porto Rico/ Porto Ricaans/ Puerto Porto Ricaan/
San Juan
Rico Puerto Rico Ricaans Puerto Ricaan
Portugal Portugese Republiek Lissabon Portugees Portugees

Qatar Staat Qatar Doha Qatarees Qatarees/ Qatari
Réunion Réunion Saint-Denis Réunions van …
Roemenië Republiek Roemenië Boekarest Roemeens Roemeen
Rusland Russische Federatie Moskou Russisch Rus

Rwanda Republiek Rwanda Kigali Rwandees Rwandees
Federatie Saint Kitts en
Saint Kitts en Nevis Basseterre van … van …
Nevis
Saint Lucia Saint Lucia Castries Saint Luciaans Saint Luciaan
Territoriale
Saint-Pierre en
Gemeenschap Saint- Saint-Pierre van … van …
Miquelon
Pierre en Miquelon




1 AA VS 2 287 © 2019 Arteveldehogeschool

Saint Vincent en de Saint Vincent en de
Kingstown van … van …
Grenadines Grenadines
Salomonseilanden Salomonseilanden Honiara Salomonseilands Salomonseilander
Onafhankelijke Staat
Samoa Apia Samoaans Samoaan
Samoa
San Marino Republiek San Marino San Marino San Marinees San Marinees
Sao Tomé en Democratische Republiek
Sao Tomé Santomees Santomees
Principe Sao Tomé en Principe
Saoedi/ Saudi- Koninkrijk Saoedi/ Saudi- Saoe(au)di-Arabisch/ Saoe(au)diër/
Riyad
Arabië Arabië Saoe(au)disch Saoe(au)di
Senegal Republiek Senegal Dakar Senegalees Senegalees
Servië Republiek Servië Belgrado Servisch Serviër
Seychellen Republiek der Seychellen Victoria Seychels Seycheller

Sierra Leone Republiek Sierra Leone Freetown Sierra Leoons Sierra Leoner
Singapore Republiek Singapore Singapore Singaporees Singaporees
Sint-Helena, Ascension,
Sint-Helena Jamestown Sint-Heleens Sint-Helener
Tristan da Cunha
Gemeenschap Sint-
Sint-Maarten Marigot Sint-Maartens Sint-Maartenaar
Maarten
Slovakije Slovaakse Republiek Bratislava Slovaaks Slovaak
Slovenië Republiek Slovenië Ljubljana Sloveens Sloveen
Soedanees/
Soedan/ Sudan Republiek Soedan/ Sudan Khartoem Soedanees/ Sudanees
Sudanees
Somalië Somalië Mogadishu Somalisch Somaliër
Spanje Koninkrijk Spanje Madrid Spaans Spanjaard
Democratische
Sri Lanka Socialistische Republiek Colombo Sri Lankaans Sri Lankaan
Sri Lanka
Suriname Republiek Suriname Paramaribo Surinaams Surinamer
Swaziland Koninkrijk Swaziland Mbabane Swazisch Swazi/ Swaziër

Arabische Republiek
Syrië Damascus Syrisch Syriër
Syrië
Tadzjikistan Republiek Tadzjikistan Doesjanbe Tadzjieks Tadzjiek
Taiwan Taiwan Taipei Taiwanees Taiwanees
Verenigde Republiek
Tanzania Dodoma Tanzaniaans Tanzaniaan
Tanzania
Thailand Koninkrijk Thailand Bangkok Thais/ Thailands Thailander/ Thai
Togo Republiek Togo Lomé Togolees Togolees
Tokelau-eilanden Tokelau-eilanden Fakaofo Tokelau-eilands Tokelau-eilander

Tonga Koninkrijk Tonga Nuku’alofa Tongaans Tongaan
Republiek Trinidad en Trinidadaans/ Trinidadaan/
Trinidad en Tobago Port of Spain
Tobago Trinidadiaans/ van ... Trinidadiaans/ van …




1 AA VS 2 288 © 2019 Arteveldehogeschool

Tsjaad Republiek Tsjaad Ndjamena Tsjadisch Tsjadiër
Tsjechië Tsjechische Republiek Praag Tsjechisch Tsjech
Tunesië Republiek Tunesië Tunis Tunesisch Tunesiër

Turkije Republiek Turkije Ankara Turks Turk
Turkmenistan Turkmenistan Asjchabad Turkmeens Turkmeen
Turks- en
Turks- en Caicoseilanden Cockburn Town van … van …
Caicoseilanden
Tuvalu Tuvalu Funafuti Tuvaluaans Tuvaluaan
Republiek ten oosten van Uruguayaans/ Uruguayaan/
Uruguay Montevideo
de Uruguay Uruguees Uruguees
Vanuatu Republiek Vanuatu Port Vila Vanuatuaans Vanuatuaan
Vaticaanstad Staat Vaticaanstad Vaticaanstad van … Vaticaans
Bolivariaanse Republiek
Venezuela Caracas Venezolaans Venezolaan
Venezuela
Verenigde Verenigde Arabische
Abu Dhabi van … van …
Arabische Emiraten Emiraten
Verenigde Staten van
Verenigde Staten Washington Amerikaans Amerikaan
Amerika
Verenigd Koninkrijk van
Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië en Londen Brits/ van … Brit
Noord-Ierland
Socialistische Republiek
Vietnam Hanoi Vietnamees Vietnamees
Vietnam
Wallis en Futuna Wallis en Futuna Matâ'utu van … van …
Westelijke Sahara Westelijke Sahara Laayoun Saharaans Saharaan
Zambia Republiek Zambia Lusaka Zambiaans Zambiaan
Zimbabwe Republiek Zimbabwe Harare Zimbabwaans Zimbabwaan

Zuid-Afrika Republiek Zuid-Afrika Pretoria Zuid-Afrikaans Zuid-Afrikaan
Zuid-Georgië en de
Zuid-Georgië en de Zuid- King Edward
Zuid- van … van …
Sandwicheilanden point
Sandwicheilanden
Zuid-Korea Republiek Korea Seoel/ Seoul Zuid-Koreaans Zuid-Koreaan
Zuid-Soedan Republiek Zuid-Soedan Djoeba/Juba Zuid-Soedanees Zuid-Soedanees
Zweden Koninkrijk Zweden Stockholm Zweeds Zweed
Zwitserland Zwitserse Bondsstaat Bern Zwitsers Zwitser

















1 AA VS 2 289 © 2019 Arteveldehogeschool

Contextueel te leren topografische kennis

52
Algemeen overzicht

Punten Lijnen Vlakken

Lokaal Woonplaats, centrum,
Alle hoofdstraten Alle buurgemeenten
Woongemeente kerk, stadhuis en markt
Regionaal Alle rivieren en Alle gemeenten van je
Provincie Alle steden bijrivieren arrondissement
Nationaal Alle provincies en
Alle steden Alle rivieren
België gewesten
Internationaal Alle landen, eilanden,
Europa Alle hoofdplaatsen Alle grote rivieren zeeën en reliëfgebieden
Wereldsteden met meer
dan 5 miljoen inwoners, Alle grote rivieren Alle landen, eilanden,
Mondiaal
hoofdsteden van landen En bergketens per zeeën en reliëfgebieden
Werelddelen
met meer dan 10 miljoen werelddeel per werelddeel
inwoners

53
Richtinggevende overzichtslijst

BELGIË

▪ Administratieve ligging
─ Ligging van de buurlanden (let op de drielandenpunten)
─ De provincies en de provinciehoofdplaats
─ De taalgrens (let op Komen, de Voerstreek en Brussel)
─ Het Duitse taalgebied
▪ Reliëfstreken zijn regionale eenheden, veelal benoemd door een toponiem
─ Vlaamse Kustvlakte ─ Condruzische heuvelruggen
─ West-Vlaamse heuvelland ─ Lotharings plateau
─ Brabants plateau ─ Ardens plateau
─ Heuvelruggen van het Hageland
▪ De rivieren: waar ligt de bron, de monding, samenvloeiing met …?
─ IJzer ─ Gete ─ Maas
─ Leie ─ Demer ─ Semois
─ Schelde ─ Grote Nete ─ Lesse
─ Haine ─ Kleine Nete ─ Lomme
─ Dender ─ Rupel ─ Ourthe
─ Zenne ─ Samber ─ Jeker
─ Dijle
▪ De waterscheidingskam tussen IJzer en Schelde en tussen Schelde en Maas
▪ De steden die langs de rivieren liggen aanduiden op de juiste plaats
- Diksmuide ─ Tienen ─ Bouillon
─ Nieuwpoort ─ Hasselt - Gent
─ Kortrijk ─ Aarlen ─ Bergen
─ Brussel ─ Lier ─ Doornik
─ Leuven ─ Charleroi ─ Han

52 Bron: (Neyt, s.d.)
53 Bron: (Van Broeck & Gaeremynck, s.d.)


1 AA VS 2 290 © 2019 Arteveldehogeschool

─ Rochefort ─ Stavelot ─ Eupen
─ Dinant ─ Luik ─ Verviers
─ Namen - Antwerpen ─ Maastricht
─ Hoei ─ Mechelen ─ Maaseik
─ La Roche ─ Dendermonde
─ Durbuy ─ Coo
▪ De ligging van de belangrijke industriezones en het kerngebied
─ As Antwerpen-Brussel ─ Midden-Limburg ─ ’t Kortrijkse
─ Waalse industrieas ─ ‘t Gentse ─ De Vlaamse ruit
▪ Kanalen
─ Zeekanaal Gent-Terneuzen ─ Het kanaal Willebroek-Brussel-
─ Zeekanaal Brugge-Zeebrugge Charleroi
─ Het Albertkanaal ─ De Leuvense vaart
▪ De autosnelwegen
─ E40 ─ E17
─ Boudewijnsnelweg ─ E42
▪ Landbouwstreken
─ Polders ─ Leemstreek ─ Famenne
─ Vlaamse Zandstreek ─ Condroz ─ Ardennen
─ Kempen ─ Luikse weidestreek ─ Jurastreek
─ Zandleemstreek ─ Fagne ─ Hoge Ardennen
▪ Geografische streken
─ Kuststreek ─ Henegouwse ─ Ardennen
─ Polders Leemstreek ─ Land van Herve
─ Zandig-Vlaanderen ─ Brabantse Leemstreek ─ Lotharingen
─ Zandlemig-Vlaanderen ─ Vochtig Haspengouw ─ West-Vlaamse heuvels
─ Kempen ─ Droog Haspengouw ─ Vlaamse Ardennen
─ Maasland ─ Condroz ─ Waasland
─ Groentestreek ─ Fagne-Famenne ─ Pajottenland
─ Hageland ─ Kalksteenzoom ─ Hoge Venen

EUROPA

▪ De oceaan en de zeeën die Europa begrenzen
▪ De Oeral en de Kaukasus als begrenzing Europa-Azië
▪ De landen van de Europese Unie kunnen benoemen en situeren; de kandidaat-
lidstaten hiervan kunnen onderscheiden
▪ De demarcatielijn of het IJzeren Gordijn was de scheidingslijn tussen de landen met
kapitalistische economie en de communistische landen
▪ Benoemen van gebieden met een hogere bevolkingsdichtheid o.a. door
industriemogelijkheden: Europese Banaan en Europese Sunbelt
▪ De oceanen en zeeën en rivieren die er in uitmonden
─ Atlantische Oceaan ─ Garonne ─ Wolga
─ Noordelijke IJszee ─ Loire ─ Don
─ Oostzee ─ Seine ─ Dnejpr
─ Noordzee ─ Maas ─ Donau
─ Middellandse Zee ─ Rijn ─ Po
─ Zwarte Zee ─ Elbe ─ Rhône
─ Kaspische Zee ─ Oder ─ Saône
─ Guadalquivir ─ Petsjora ─ Ebro
─ Taag ─ Oeral





1 AA VS 2 291 © 2019 Arteveldehogeschool

▪ Intekenen van de Rijn, Rhône, Schelde, Maas, Po, Donau en Wolga op een blinde
landenkaart. Waar vallen ze samen met een grens en welke steden liggen er langs?
▪ De eilanden
─ Corsica ─ Rhodos ─ de Canarische
─ Sardinië ─ Cyprus eilanden
─ Sicilië ─ de Balearen ─ Malta
─ Kreta ─ de Azoren
▪ De reliëfgebieden
─ West-Europese Vlakte ─ Schots Hoogland ─ Apennijnen
─ Russisch Laagland ─ Centraal Massief ─ Dinarische Alpen
─ Donauvlakte ─ Rijnleisteen-massief ─ Kaukasus
─ Povlakte ─ Oeralgebergte ─ Karpaten
─ Scandinavisch ─ Pyreneeën
Hoogland ─ Alpen

NEDERLAND

▪ Zeeën, meren en aanverwanten
─ De Noordzee ─ De afsluitdijk ─ Het IJsselmeer
─ De Westerschelde ─ De dijken van ─ Flevoland
─ De Waddenzee Deltaplan in Zeeland
▪ De rivieren
─ Schelde ─ Rijn ─ Waal
─ Maas ─ Lek
▪ Industrie en bevolking
─ De haven van Rotterdam (Europoort) en toegang ervan vanuit zee via de Nieuwe
Waterweg
─ Randstad Holland
─ Het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal verbinden Amsterdam
respectievelijk met de Noordzee en met de Rijn
─ De kortste route die een binnenschip volgt van Rotterdam naar Antwerpen:
Europoort, Nieuwe Waterweg, Oude Maas, Hol¬lands Diep, Volkerak, Schelde-
Rijn-kanaal

FRANKRIJK

▪ De rivieren
─ Schelde ─ Moezel ─ Garonne
─ Maas ─ Seine ─ Rhône
─ Rijn ─ Loire ─ Saône
▪ De reliëfgebieden
─ Rhônevallei ─ Centraal Massief ─ Jura
─ Juragebergte ─ Pyreneeën
─ Vogezen ─ Alpen
▪ Grootste (haven)steden
─ Parijs ─ Lille ─ Le Havre
─ Lyon ─ Marseille ─ Duinkerken
─ Straatsburg ─ Bordeaux
─ Grenoble ─ Nantes
▪ Zuidelijke toeristische gebieden
─ Languedoc ─ Provence ─ Azurenkust
▪ Franse wijngebieden




1 AA VS 2 292 © 2019 Arteveldehogeschool

─ Bourgogne ─ Bordeaux ─ Champagne

BRITSE EILANDEN

▪ Omringende zeeën en oceanen
─ Atlantische Oceaan ─ Noordzee ─ Nauw van Calais
─ Ierse Zee ─ Het Kanaal
▪ De verschillende eilanden en administratieve eenheden
─ Schotland ─ Noord-Ierland ─ Hebriden
─ Engeland ─ Ierland
─ Wales ─ Orkney Eilanden
▪ Reliëfgebieden
─ Penninisch gebergte
▪ Grootste steden
─ London ─ Cardiff ─ Glasgow
─ Manchester ─ Birmingham
─ Liverpool ─ Belfast
▪ De vijf belangrijkste Europese passagiershavens die verbinding hebben met Engeland

DUITSLAND

▪ De rivieren en meren en kanalen
─ Rijn ─ Neckr ─ Oder
─ Lippe ─ Donau ─ Neisze
─ Ruhr ─ Ems ─ Bodenmeer
─ Moezel ─ Weser
─ Main ─ Elbe
▪ De kanalen
─ Noord-Oostzeekanaal ─ Mittellandkanaal
─ Dortmund-Emskanaal ─ Rijn-Main-Donaukanaal
▪ De binnenscheepvaart van de Rijn is verbonden met…
─ De Schelde door het Schelde-Rijnkanaal
─ De Rhône door het Rijn-Rhônekanaal
─ De Marne door het Rijn-Marnekanaal
▪ Steden in het Ruhrgebied
─ Duisburg ─ Essen ─ Dortmund
▪ Steden langs de Rijn
─ Düsseldorf ─ Keulen
─ Bonn ─ Mainz
▪ Andere steden
─ Berlijn ─ Dresden
▪ De vroegere grens tussen West- en Oost-Duitsland

SCANDINAVIE

▪ De ligging van de noordpoolcirkel en de Noordkaap
▪ Het voorkomen van taïga en toendra
▪ De namen van de landen en hun hoofdsteden
▪ De ijzerertsontginning bij Kiruna







1 AA VS 2 293 © 2019 Arteveldehogeschool

MIDDELLANDSE ZEEGEBIED

▪ De zeeën die een deel zijn van de Middellandse Zee of van de Zwarte Zee
─ Tyrrheense Zee ─ Ionische Zee ─ Zee van Azow
─ Adriatische Zee ─ Egeïsche Zee
▪ De schiereilanden
─ Iberisch schiereiland ─ Balkan schiereiland
─ Apennijns schiereiland ─ Krim schiereiland
▪ De zee-engten
─ Bosporus ─ Dardanellen ─ Straat van Gibraltar

DE ALPEN

▪ De landen waarover de Alpen zich uitstrekken
▪ De rivieren die ontspringen in de Alpen
─ Rhône ─ Rijn ─ Po
▪ De hoge Alpentoppen
─ Mont Blanc ─ Monte Rosa ─ Grossglockner
▪ De voornaamste verkeersassen
─ Mont Cenis ─ St. Gotthardtunnel ─ Tauerntunnel
─ Simplontunnel ─ Brenner

DE WERELDKAART

▪ Intekenen van de belangrijkste meridianen en parallellen
─ Evenaar ─ Steenbokskeerkring ─ Datumgrens
─ Kreeftskeerkring ─ Zuidpoolcirkel
─ Noordpoolcirkel ─ Nulmeridiaan
▪ Oceanen benoemen
▪ Vegetatiezones aanduiden
─ Toendra ─ Loofbos ─ Savanne
─ Taïga ─ Woestijn ─ Tropisch regenwoud
▪ De werelddelen
─ Europa ─ Afrika ─ Oceanië
─ Azië ─ Amerika ─ Antartica
▪ De continenten
─ Eurazië ─ Noord-Amerika ─ Australië
─ Afrika ─ Zuid-Amerika ─ Antartica
▪ De wereldblokken
─ Angelsakisch Amerika ─ Arabische wereld ─ Moesson-Azië
─ Latijns Amerika ─ Midden Oosten ─ Verre Oosten
─ Midden-Amerika ─ Nabije Oosten

AFRIKA

▪ Indeling in Noord-, Zuid, West-, Oost-, Centraal- en Subsaharisch Afrika
▪ Intekenen van de belangrijkste parallellen
─ Evenaar ─ Kreeftskeerkring ─ Steenbokskeerkring
▪ De steden met meer dan 1 miljoen inwoners
▪ Reliëfgebieden
─ Laagland: smalle strook aan de kusten
─ Middelland: 2/3 van de totale Afrikaanse oppervlakte o.a. Rode Zeegebergte




1 AA VS 2 294 © 2019 Arteveldehogeschool

─ Hoogland: Ahaggar en Tibesti in de Sahara, Atlas, Mount Kenia, Kilimanjaro, Oost-
Afrikaanse slenk of de Riftvallei
▪ Eilanden en schiereilanden
─ Canarische eilanden ─ Madagascar
─ Madeira ─ Kaap de Goede Hoop
▪ Zeeën, rivieren, kanalen en meren
─ Rode Zee ─ Congostroom ─ Turkanameer
─ Golf van Aden ─ Zwambezi ─ Victoriameer
─ Golf van Guinee ─ Oranjerivier ─ Kivumeer
─ Suezkanaal ─ Niger ─ Tanganikameer
─ Nijl ─ Tsjaadmeer ─ Malawimeer
▪ Potentiële natuurlijke vegetatie
─ Tropisch regenwoud ─ Woestijnen en halfwoestijnen
─ Bossvanne of gesloten savanne ─ Hardbladige vegetatie in NW-Afrika
─ Grassavanne of open savanne
▪ Industrie en transport
─ Copperbelt in Shaba-Zambia
─ Gouden boog van Zuid-Afrika (Johannesburg-Pretoria)
─ Onderbroken Benguelaspoorlijn naar Lobito
─ Tanzam door Tanzania naar Dar es Salaam

AZIE

▪ Grenzen
─ Oeral ─ Suezkanaal ─ Grote Oceaan
─ Kaukasus ─ Noordelijke IJszee ─ Indische Oceaan
▪ Reliëfgebieden
─ West-Siberisch ─ Laagvlakte van de ─ Himalaya-
laagland Ganges en de hooggebergte
─ Bekken van Tarim of Brahmaputra ─ Kwen Lungebergte
Djoengarije ─ Chinese laagvlakte ─ Hoogplateau van Tibet
─ Laagland van Toeran ─ Plateau van Iran ─ Plateau van Mongolië
─ Laagvlakte van ─ Plateau van Anatolië ─ Plateau van Dekan
Mesopotamië ─ Tien Sjangebergte
─ Induslaagvlakte ─ Altaïgebergte
▪ Rivieren, zeeën en meren
─ Rode Zee ─ Lena ─ Ganges
─ Perzische Golf ─ Amur ─ Indus
─ Golf van Bengalen ─ Huang He ─ Tigris
─ Amu Darja ─ Chang ─ Eufraat
─ Syr Darja ─ Jiang ─ Aralmeer
─ Ob ─ Mekong ─ Bajkalmeer
─ Jenisej ─ Brahmaputra ─ Kaspische Zee
▪ Klimaatgordels
─ Polair klimaat ─ Gematigd klimaat ─ Tropisch klimaat
▪ De Aziatische tijgers of de kleine draken
─ Hong Kong ─ Zuid-Korea ─ Nieuwkomers als
─ Singapore ─ Taiwan Maleisië
▪ De industriegordel van Japan: de stedelijke conurbatie kustzone Japan







1 AA VS 2 295 © 2019 Arteveldehogeschool

OCEANIE

▪ Reliëfgebieden
─ Oost-Australische middelgebergte met o.a. de Australische Alpen
─ Australisch laagland met de Darling-Murray-laagvlakte en deze bij het Eyre Meer
─ Macdonnell Range ─ Kimberleyplateau
▪ Potentiële natuurlijke vegetatie
─ Bossavanne/bush ─ Steppe/scrub/mulga ─ Grote Zandwoestijn
▪ Eilanden en eilandgroepen
─ Tasmanië ─ Nieuw-Guinea
─ Nieuw-Zeeland ─ Nieuw-Caledonië

AMERIKA

▪ Grens tussen Angelsaksisch-Amerika en Latijns-Amerika
▪ De evenaar en de keerkringen
▪ Reliëfgebieden
─ Appalachen ─ Sierra Nevada ─ Andes
─ Atlantische kustvlakte ─ Hoogland van Mexico ─ Laagland van
─ Great Plains ─ Hoogland van Guyana Amazonië
─ Rocky Mountains ─ Hoogland van Brazilië
▪ Schiereilanden
─ Alaska ─ Patagonië ─ Falkland eilanden
─ Florida ─ Vuurland ─ Bahama’s
─ Yucatan ─ Eilanden ─ Groenland
─ Labrador ─ Grote Antillen ─ Aleoeten
─ Californië ─ Kleine Antillen
▪ Rivieren, zeeën en meren
─ Mississippi ─ Orinoco ─ Golf van Californië
─ Rio Grande ─ Parana ─ Hudson¬baai
─ Missouri ─ Rio de la Plata ─ St. Lawrence Baai
─ Mackenzie ─ Amazone ─ de Grote Meren
─ Colorado ─ Paraguay ─ Titicacameer
─ Ohio ─ Caribische Zee
─ Tennessee ─ Golf van Mexico
▪ Potentiële natuurlijke vegetatie
─ Toendra ─ Evenaarswoud ─ Woestijnen
─ Taïga ─ Savanne ─ Halfwoestijnen
─ Loofbos ─ Steppe of prairie
▪ Nationale parken
─ Yellowstone ─ Grand Canyon
─ Yosemite ─ Death Valley N.P.

RUSLAND EN ZIJN BUREN

▪ Noordpoolcirkel en de zuidgrens van de permafrost
▪ Reliëfgebieden
─ West-Siberisch laagland ─ Oeral
─ Midden-Siberisch bergland
▪ Potentiële natuurlijke vegetatie
─ Toendra ─ Steppe
─ Taïga ─ Woestijnen




1 AA VS 2 296 © 2019 Arteveldehogeschool

▪ Rivieren, zeeën, meren en eilanden
─ Petsjora ─ Amu Darja ─ Bajkalmeer
─ Ob ─ Syr Darja ─ Novaja Zemlja
─ Jenissei ─ Zwarte Zee ─ Schiereiland Kola
─ Lena ─ Kaspische Zee ─ Kamtsjatka
─ Amur ─ Oostzee ─ Kurilen
─ Dnejpr ─ Beringzee ─ Sachalin
─ Don ─ Aralmeer
─ Wolga ─ Balchasjmeer










































































1 AA VS 2 297 © 2019 Arteveldehogeschool

BIBLIOGRAFIE











Agentschap voor Natuur en Bos. (2006). VEN en IVON. Opgeroepen op december 23,
2011, van
http://www.natuurenbos.be/Home/Natuurbeleid/Natuur/VEN_en_IVON/
Antrop, M. (1992). Geografische aspecten van de Europese cultuur. De Aardrijkskunde,
87-125.
Antrop, M. (2004). Van nature een monument. De Koerier, 4-11.
Antrop, M. (2007). Perspectieven op het landschap. Achtergronden om landschappen te
lezen en te begrijpen. Gent: Academia Press.
Bosma, N. (sd). De ongelijkheid in Europa verklaard. Opgehaald van
http://www.geobronnen.com
De Blust, G., Froment, A., Kuyken, E., Nef, J., & Verheyen, R. (1985). Biologische
waarderingskaart van België. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
Froment, A., Tanghe, M., & Vanhecke, L. (1992). De ecotopen. In J. Denis, Geografie van
België. Brussel: Gemeentekrediet.
Halman, L., Krause, U., & Palings, H. (2006). Atlas of European Values: Aan de slag met
Europese waarden en normen. Geografie, 28-31.
Hermans, R. (2005). Landbouw en Europa na 1945. Het Gemeenschappelijk
Landbouwbeleid. Opgehaald van Het Virtuele Land:
https://www.hetvirtueleland.be/exhibits/show/europeeslandbouwbeleid/europ
ees_landbouwbeleid
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. (2013). Natuurtypologie in Vlaanderen.
Opgeroepen op Januari 4, 2013, van Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek:
http://www.inbo.be/content/page.asp?pid=BIO_NT_start
Jebbink, K. (2011, oktober). Butler concreet. Het groeicyclusmodel van toeristische
regio's als levend diagram. (J. De Rudder, Vert.) Praxis Geographie, 8-11.
Katsaros, G., & Schmengler, D. (2004). Regionale ongelijkheden in de uitgebreide EU.
Praxis Geographie.
Leser. (1976). Geografie van België. Brussel: Gemeentekrediet.
Maes, S. (2001). Beeldvoming over andere culturen. Gent: Arteveldehogeschool.
Myria. (2015, December). Immigrant, vreemdeling, Belg van vreemde origine: over wie
hebben we het nu eigenlijk? Opgehaald van http://www.myria.be:
http://www.myria.be/files/Myriatics2__layout-NL-bis.pdf
Neyt, R., Tibau, G., & Coppenholle, J. (2009). Geogenie 2. Antwerpen: Uitgeverij De
Boeck.
Neyt, R., Tibau, G., Coppenholle, J., Van Mol, R., Verstappen, H., Gaeremynck, V., & Van
Broeck, C. (2009). Geogenie 2. Leerwerkboek. Antwerpen: Uitgeverij De Boeck
nv.
Paul, L., van Ooyen, E., & Schukking, R. (2006). Het Ruhrgebied. Verrassend veelzijdig.
Utrecht: KNAG.
Plantyn. (sd). Geografische streken. Opgeroepen op Januari 4, 2013, van Online Plantyn
Atlas: http://www.algemenewereldatlas.be/
Platteau, J., Lambrechts, G., Roels, K., & Van Bogaert, T. (2018). Uitdagingen voor de
Vlaamse land- en tuinbouw. Landbouwrapport 2018. Brussel: Departement
Landbouw en Visserij.




1 AA VS 2 298 © 2019 Arteveldehogeschool

Rotterdamse haven lonkt naar Antwerpen. (2011, mei 20). De Morgen, p. 22.
Schuermans, N. (2007). Leggen handboeken aardrijkskunde een racistisch en
etnocentrisch wereldbeeld op? De Aardrijkskunde, 3-18.
Uitgeverij De Boeck nv. (sd). De Boeck Atlas online. Opgeroepen op Januari 4, 2013, van
De Boeck Atlas: http://atlas.deboeck.com/
United Nations. Department of Economic and Social Affairs. Population Division. (2017).
World Populations Prospects. The 2017 Revision. Key Findings & Advance Tables.
New York: United Nations.
Van Hecke, E., & Luyten, S. (2007). Stadsgewesten. Leuven: KU Leuven.
Van Hecke, E., Antrop, M., Schmitz, S., Sevenant, M., & Van Eetvelde, V. (2010). Atlas
van België. Landschappen, platteland en landbouw. Gent: Academia Press.
Van Hecke, E., Vanderhallen, D., & Devos, L. (2013). Zenit 5/6 Infoboek ASO. Kalmthout:
Pelckmans.
Van Hecke, L., & Vanderhallen, D. (2009). Excursie bebouwde kernen Drongen-Gent.
Leuven: KU Leuven.
Vanderhallen, D. (2014). Bebouwing. Leuven: KU Leuven.
Vanderhallen, D., Verstappen, H., & Van Hecke, E. (2009). Topics nieuwe leerplan
aardrijkskunde 1e jaar. Leuven: KU Leuven.
Vandresse, M. (2018). Demografische vooruitzichten 2017-2070. Bevolking en
huishoudens. Brussel: Federaal Planbureau en Statbel.
Vlaams infocentrum land- en tuinbouw. (2018, juni 2). EU-commissaris Hogan stelt
plannen GLB na 2020 voor. Opgehaald van Vlaams infocentrum land- en
tuinbouw: http://www.vilt.be/eu-commissaris-hogan-stelt-plannen-glb-na-
2020-voor
Vlaamse Overheid. Departement Omgeving. (2017). Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.
Opgehaald van Ruimte Vlaanderen: https://www.ruimtelijkeordening.be/BRV
Vlassenbroeck, W. (1997). Industriegeografie. Cursusnota's. Gent: UGent.
Waeyaert, N. (2018). Kerncijfers. Statistisch overzicht van België 2018. Brussel:
Algemene Directie Statistiek.









































1 AA VS 2 299 © 2019 Arteveldehogeschool


Click to View FlipBook Version