The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.

alle columns zoals gepubliceerd op de website van Netwerk de Peelhorst, inclusief de afleveringen van de mini-reeks Buurman & Boerman door Frank van den Dungen en Herman Litjens

Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by frank van den dungen, 2019-05-28 05:29:10

Frank van den Dungen, BOERENVERSTAND, met illustraties van Sarah Linde, Uitgave DUVINCI, 2017

alle columns zoals gepubliceerd op de website van Netwerk de Peelhorst, inclusief de afleveringen van de mini-reeks Buurman & Boerman door Frank van den Dungen en Herman Litjens

Keywords: columns,Frank van den Dungen,Herman Litjens,Sarah Linde,varkens,intensieve veehouderij,Anne Marie Spierings

BOERENVERSTAND

alle columns zoals gepubliceerd op de website van Netwerk de Peelhorst
door

FRANK VAN DEN DUNGEN

inclusief de afleveringen van de mini-reeks

BUURMAN & BOERMAN

door
FRANK VAN DEN DUNGEN & HERMAN LITJENS

met oude en nieuwe illustraties
van

SARAH LINDE

UITGAVE: DUVINCI, 2017

1


deze digitale versie van
BOERENVERSTAND
mag vrijelijk verspreid worden
met inachtneming van bronvermelding

het échte boek,
de hard-cover versie,
kunt u bestellen door
€23,50 - incl. verzendkosten-
over te maken op rekening
NL57 INGB 0007 0342 10
t.n.v. DUVINCI te HEESCH

vermeld daarbij naam en postadres van de ontvanger
het boek wordt toegestuurd als brievenbuspakketje.

Colofon

© MMXVII, DUVINCI

COPYRIGHT BOERENVERSTAND: FRANK VAN DEN DUNGEN
COPYRIGHT BUURMAN & BOERMAN: FRANK VAN DEN DUNGEN & HERMAN LITJENS
COPYRIGHT GETEKENDE ILLUSTRATIES: SARAHLINDE
UITGAVE: DUVINCI, HEESCH
illustratie pagina 6, rechtsonder: ZLTO

ISBN: 978-90-826525-0-5
NUR: 401

Deze uitgave bevat de columns van de reeks BOERENVERSTAND die vanaf 9-2-2015 tot 17-3-2016 verschenen zijn op
de website van Netwerk de Peelhorst, inclusief de tussentijds verschenen afleveringen van BUURMAN & BOERMAN.
De publicatie van de columns op de website werd verzorgd door Lotty Nijhuis van De Lynx, communicatiebureau voor
natuur en landelijk gebied, uit Wageningen. De afbeeldingen die zij in het begin van de serie op internet bij elkaar zocht ter
illustratie van de columns, zijn in deze uitgave vervangen door tekeningen van Sarah Linde, die later als vaste illustrator de
tekeningen bij deze columns ging verzorgen. In deze uitgave zijn bij sommige latere columns ook eerder gebruikte
illustraties vernieuwd.
In de oorspronkelijke columns op de website bevatte de tekst hyperlinks waarmee verwezen werd naar andere publicaties,
video’s of websites. Deze links zijn in deze uitgave weggelaten, omdat ze niet altijd meer werken.
Teksten uit deze uitgave mogen in combinatie met de bijbehorende illustraties, mét bronvermelding, vrijelijk digitaal worden
geciteerd. Voor elk gebruik van illustraties afzonderlijk en voor de combinatie van illustraties en teksten op papier is
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever vereist.

2


Jij schrijft deze column voor de Peelhorst?

Yep.
En jij bent zelf van een burgerbeweging?
Jazeker.
En jij noemt die column van je ‘boerenverstand’?
Klopt.
Snap jij, dat ik het niet snap?
Yes.
Wil je me het uitleggen?
‘tuurlijk.
Komt ‘ie:
Voor jou kan dit niet.
Een burger met boerenverstand.
En dan nog wel een burger van een burgerbeweging.
Jij gaat er vanuit dat alleen boeren boerenverstand kunnen hebben.

Tja…

uit: BOERENVERSTAND 14

3


4


BOERENVERSTAND 1

HYBRIDE BURGERS

Hybride is hip. Burgers ook. Hybride burgers zijn dus dubbel hip. Maar, hoezo, hybride
burgers? Ter zake: Hybride is een mengvorm. Zowel het een, als het ander. Tegenwoordig
vooral bekend als kenmerk van auto’s. Hybride auto’s hebben onder de kap een elektromotor
én een fossiele brandstofmotor. En wat hebben hybride burgers dan? Ook twee systemen
onder de kap? Nee, bij burgers, ten minste bij de groep die ik bedoel, zit het dubbele systeem
niet onder de kap, maar tussen de oren. Ze zijn een beetje dubbel in hun denken en doen.
Half-om-half. Vlees noch vis. Maar pas op. Dit is geen waardeoordeel. Eerder een
constatering. Volg me.

Kontzak
Even inzoomen. Burgers zijn consumenten. Grofweg twee groepen. Aan de ene kant de vegetariërs
en de een-, twee-, drie-sterrenvleeseters. Aan de andere kant de gewone super-consumenten.
Karretje met plofkip en kiloknaller. Meer voor minder. Vrijheid blijheid. De eerste groep eet bewust
vanuit overtuiging. De andere groep eet overtuigd vanuit de kontzak. Ook een bewustzijn. Niks mis
mee. Daartussenin zit een groeiende groep hybride burgers. Rekkelijk. Zo Brabants als het maar zijn
kan. De zondagse intentie - ik wil eigenlijk wel verantwoord eten – is getrouwd met een door-de-
weekse werkelijkheid. Dus de koelkast is vijf van de zeven dagen gevuld met super-aanbiedingen.
Maar pas op. Dit is geen waardeoordeel. Eerder een constatering. Volg me.

Kilo & Plof
De super is gemakkelijk. Doordeweeks comfort. Bovendien goedkoop. Dus je houdt misschien een
beetje budget over. Voor extra’s. Bijzondere dagen. Of voor als er gasten komen. Dan winkel je wél
met je zondagse overtuiging. Voor de beoogde transitie van de landbouw is ingezet op het Verbond
van Den Bosch. Een gefaseerde evolutie van boeren, burgers en supers. Nu de supers zo’n beetje
afgehaakt hebben, moeten de burgers en de boeren ’t vóór 2020 samen zien te rooien. Dat vordert.
Stukje bij beetje. Maar langzaam. O, zo langzaam. In de Peelhorst groeit het productie-aandeel van
Kilo & Plof. De veestapel blijft daar groeien. Harder dan de Principiëlen en de Zondagsen samen
weg kunnen eten. Dat vraagt om een stand-still. Anders halen we 2020 nooit.

Verleiden
Maar meer nog dan een stand-still is er een doorbraak nodig. Een revolutie in het grijze koelvak met
de anonieme schaaltjes vlees. De wereld van Food heeft een hele regenboog aan listige
marketingtechnieken in huis. Daarmee kun je de doordeweekse consument tot meer zondagse
daden verleiden. Met marketing kan dat. Dat wordt in de supers elke dag bewezen. We kunnen aan
onze kant als burger-consumenten natuurlijk ook gaan samenzweren. Of een klantenbinding
organiseren voor de Varkenslapjes van het Verbond. We kunnen ook boeren over de streep gaan
praten. Om voortaan aan hun goeie buren te leveren. In plaats van te exporteren naar wel heel verre
vrienden. Als we de deadline van 2020 willen halen, moeten we het zelfs alle drie doen. Maar we
zullen dan, als vierde, tegelijk ook serieus over euro’s moeten praten.

Want met halfslachtigheid komen we d’r niet.

Wie neemt het voortouw?

5


6


BOERENVERSTAND 2

AGRO ZUS & ZO

BOERENVERSTAND - 1 ging over hybride burgers. Samengevat: Er zijn drie soorten burgers.
Een kudde consumenten in het midden. Twee soorten principiëlen op de vleugels. Links de
vegetariërs en sterrenvleeskopers. Rechts de karretjesvullers. Links kiest bewust voor
biologisch en kleinschaligheid. Rechts kiest budget-bewust voor Kilo & Plof. Bij schaalgrootte
denken zij alleen aan serviesgoed. Tussen deze uitersten winkelt een grote groep hybride
burgers. Ze hebben een zondagse intentie. Maar ze vullen hun koelkast met doordeweekse
lappen & ballen. Onze opdracht is deze halfslachtige club te bewegen tot meer zondagse
daden. In BOERENVERSTAND - 2 zoomen we in op een soortgelijke driedeling binnen Agro &
Co.

Het peloton
Ik ken flink wat Brabantse boeren. Ze verschillen eigenlijk weinig van de burgers. Ze zijn ook een
beetje halfslachtig. Ze hebben ook een zondagse intentie: Ze hadden liever gewoon kleinschalig
willen blijven boeren. Maar ook zij hebben noodgedwongen een doordeweekse werkelijkheid. Hun
eerste varkensstal staat er nog. De varkens daarin doen nog steeds hun stinkende best. Daarnaast
staat stal twee. Die was toen al een maatje groter. Maar ‘t bouwblok was nog niet vol. En stilstand is
achteruitgang. Dus werd onlangs – nog nét voor de BZV - de nieuwe twee-kapper opgeleverd. Nét
niet mega, maar wel XXX-L. Met luchtwasser. En met allerlei certificaten. Hoort erbij tegenwoordig.
Maar kost ook rabobakken vol geld. Zo’n investering moet je terugverdienen. En de prijzen dalen.
Dus moet je wel meer varkens gaan houden. Toch?

Koplopers & Cowboys
Links en rechts van dit midden hebben we twee vleugels met progressieven. Links de nieuwetijds
boeren. De koplopers van duurzaamheid, streek, kringloop, dierenwelzijn en volksgezondheid. Zij
beseffen dat de intensieve veehouderij in een maatschappelijk isolement is geraakt.
Rechts de ondernemers die de boerderij vér achter zich hebben gelaten. Hier vind je de agro-
euronomen van de vrije markt. Cowboys die weten hoe je korting op korting kunt krijgen. En
ondernemers die weten hoe je een betere prijs kunt afdwingen. Hier geldt één recept: minimalisatie
van kosten. Maximalisatie van productie. Want wij moeten de wereld voeden. Toch?

Analyse
Links, midden en rechts samen zorgen hier voor een alsmaar groeiende veestapel. En mét het
aantal staarten en snavels groeit de overlast en nemen ook de risico’s toe. Deze concentratie van
stallen en dieren heeft het absorptievermogen van het gebied al lang overschreden. En tegelijk is het
maatschappelijk draagvlak voor de sector gekelderd. De Wetenschappelijke Raad voor Integrale
Duurzame Landbouw en Voeding heeft de oorzaken van deze crisis genadeloos blootgelegd.
Zie www.ridlv.nl. Kort, maar dan ook héél kort door de bocht: De boer heeft door industrialisering en
liberalisering elke verbinding verloren met omwonenden & omgeving, met bodem & milieu en met
voedselketen & consument.

Remedie
De ZLTO heeft een verwante diagnose gesteld. Als remedie tegen deze malaise hebben ze ‘Visie op
2020’ gelanceerd. Dit kompas wijst naar links van het midden. Boeren moeten weer boeren worden.
Ze moeten het aandeel zondagse werkelijkheid op hun bedrijf vergroten. De boerderij moet weer
multifunctioneel worden. Dat wil zeggen dat het niet langer volstaat om een bijdrage te leveren aan
ons voedsel. Een boer moet ook bijdragen aan energie, biodiversiteit, recreatie, beleving, innovatie,
leefbaarheid, zorg én aan natuur en landschap. Niet alles tegelijk natuurlijk. En niet alles ineens.
Maar het moet wel degelijk anders. Breder. Beter.

Visie 2020 is een richtinggevend verhaal. Getuigt van inzicht en lef. Nu nog een koersplan. Boeren
die meer zondags gaan boeren. Burgers die zondagser inkopen. En een faciliterende overheid. Zo
een die een weg kapt in het woud van regels. En die bovendien af en toe een stimuleringspakket
parachuteert. Voor de koplopers in deze jungle. Wat extra power. En een enthousiasmerende regie.

Want vanzelf gaat het zeker nie.

7


8


BOERENVERSTAND 3

EIGEN BOEZEM & BELEID

Aan het begin van de jaren tachtig overviel ons de Zure Regen. Massale vissterfte stond ons
te wachten. Vogelsoorten zouden verdwijnen. Onze bomen zouden het loodje leggen. De
oorzaak: De vervuiling van lucht, water en bodem. De Zwarte Pieten hiervoor gingen naar de
industrie. Naar het verkeer. En als derde naar de intensieve veehouderij. Later bleek ‘t mee te
vallen. De dramatische sterfte bleef uit. De natuur stond er niet best voor. Maar ‘t probleem
was complexer. Moeder natuur had zelf ook last van up’s en down’s. En we hadden ook
bomen geplant die hier niet thuis hoorden? Of iets dergelijks.

Eisen aan industrie en auto
De massale onrust over de Zure Regen als ‘onafwendbare ramp’ had echter ook zijn gunstige bij-
werking. Alle commotie heeft een enorme push gegeven aan de innovatie van onze bedrijvigheid.
Centrales en raffinaderijen gingen op de schop. De uitstoot van zwaveldioxide is sindsdien met 89%
gedaald. De eisen voor bedrijvigheid werden overal aangescherpt. De industriële geurnorm is daar-
door momenteel strenger dan die voor veebedrijven op het platteland. De verzurende auto werd aan
twee kanten gepakt. Aan de ene kant werd het autogebruik zwaar ontmoedigd. De automobilist werd
met gewetensbezwarende campagnes de trein in geprezen. Kostenverhoging, oplopende files en
een standstill in de wegenbouw waren hielpen daarbij. Aan de andere kant werden de eisen voor
nieuwe auto’s periodiek aangescherpt. Bovendien kwam er een APK-keuring voor het héle wagen-
park. Ook ‘eerder vergunde’ oldtimers moesten gewoon aan de nieuwste milieueisen voldoen.

Averechts effect
Deze alsmaar strengere eisen brachten de auto-industrie echter in een innovatie-versnelling. De
handschoen werd opgepakt. Het bleef niet bij de verplichte katalysator. De technici stortten zich op
zuinige én schone motoren. Nieuwe drivers zoals elektriciteit en waterstof. Uit pure overlevings-
drang werd de auto compleet herontworpen. Klantvriendelijkheid ging hand in hand met milieu-
vriendelijkheid. De overheid moest dan ook bakzeil halen met haar anti-auto-beleid. Ook omdat de
NS keer op keer faalde. Ook omdat men het automobilistje pesten niet meer pikte. De dagelijkse file
ging stemmen kosten. Maar vooral omdat de auto-industrie was genezen van de kwaal. Dus het roer
ging helemaal om. Meer wegen. Experimenteerruimte. En belangrijk: stimuleringsbeleid. Subsidie in
de vorm van belastingvoordeel. Met dat soort premies gaf de overheid een enorme push aan de
markt voor duurzame auto’s.

Té succesvolle lobby
Vergelijk dat eens met de agrarische sector. De Zure Regen maakte weliswaar een eind aan het
onbeperkt ‘zoeien’ van drijfmest. Ammoniakwassers werden ook verplicht. En de boeren deden op
zich stuk voor stuk wel hun best. Maar er was te weinig dwingende noodzaak. De boerenlobby wist
elke pijnlijke maatregel te verzachten. En het ‘eigen’ ministerie pleitte op zijn beurt in Brussel ook
telkens weer voor uitstel en uitzonderingen. De sector kon dus blijven voorthobbelen. Maar de
branche krijgt nu de rekening van dit lobby-succes. Er is te veel groei - steeds méér van hetzelfde.
En er is te weinig ontwikkeling. Daardoor zijn de prijzen én het maatschappelijk draagvlak gekelderd.
Pal daarachter brokkelt ook de politieke steun onherroepelijk af.

Hand in eigen boezem
Binnen Europa haalden we zo’n dertig jaar ná de Zure Regen wéér erbarmelijk slechte cijfers. De
Nationale Rekenkamer constateerde onlangs in ‘Duurzaamheid intensieve veehouderij’ dat de
beteugeling van de ammoniakuitstoot opnieuw onder de maat blijft. Maatregelen als PAS zijn,
vóórdat ze van kracht worden, door groei tijdens het uitstel, al voor de helft achterhaald. Het kan zo
echt niet verder.We gaan anno 2015 echter niet opnieuw Zwarte Pieten. Maar lobbyen helpt ook niet
meer. Evenmin als wijzen naar de consument. Tijd om lering te trekken uit de transitie in de auto-
industrie. De sector moet de hand in eigen boezem steken. Maar tegelijk moet ook de overheid de
regie nemen. Beleid. Harde eisen stellen aan de achterkant. Tegelijk aan de voorkant perspectief
bieden. Spijkers met koppen. Een standstill. Een APK. Niet voor uitbreidingen, maar voor de héle
veehouderij. Lokaal spreidingsbeleid voor veestapels. Maar ook innovatieruimte. Stimulering van
koplopers. Subsidie voor stankreductie. Premies voor sterrenvlees. Of beter: belastingverlaging voor
sterrenboeren. Maak de Peelhorst tot Proeftuin van Brabant. De nood is daar hoog genoeg. Breng
nu de redding dichterbij.

9


10


BOERENVERSTAND 4

PROVINCIALE VERKIEZINGEN:
VOORSPEL

BLONDE LOGICA
Een té blonde schoonheid uit Bern -, Mil- of Maarheze
Vond al die partijprogramma’s best wel lastig te lezen
Toch leek haar de provinciale politiek wel geinig:
Dus ga ik 18 maart stemmen, en zeker niet te weinig
Het hoogste nummer… zal hier toch ook wel ‘t beste wezen?

BOERENVERSTAND 5

PROVINCIALE VERKIEZINGEN:
TUSSENSPEL

OPSPRAAK & AANSTOOT
Een aspirant statenlid, als verwilderd politicus op tournee
had over een succesvolle campagne zo z’n eigen idee:
Stemming maken is effectiever dan met folders leuren
of stemmers overhalen om jouw rondje in te kleuren,
dus zorg ik wel voor opspraak & aanstoot in kerk & café.

BOERENVERSTAND 6

PROVINCIALE VERKIEZINGEN:
NASPEL

DE UITSLAG LEERT: DE RVS REGEERT

Een oud & ervaren afdelingshoofd bij de Raad van State
gaf commentaar bij de uitslag voor z’n jongere maten:
Het doet er niet toe wie er straks daar gaan regeren
ze zullen toch allemaal ooit hun lesje moeten leren
want uiteindelijk maken wíj de dienst uit, hou dát in de gaten.

11


12


BOERENVERSTAND 7

ONZE SUPERS:

HYBRIDE, HYPER OF PLUS

Burgers zijn hybride. Ze hebben als burger een zondags idee over verantwoord eten. Als
consument zijn ze echter snel verleid. Het karretje vult zich met doordeweekse Kilo & Plof.
Boeren zitten in hetzelfde schuitje. Ook voor hen zijn de euro’s leidend voor hun
doordeweekse handel en wandel. Supers zijn nog een graadje erger. Hun praktijken kun je
nauwelijks nog hybride noemen. Die zijn bijna hyper. Misschien zelfs eerder ‘virtueel’ - om
een mooi woord in de buurt van schijnheilig te gebruiken.

Doordeweekse praktijken
De supers hebben nog wel hun zondagse voornemens. Sterker nog. Zij hebben er zelfs het Verbond
van Den Bosch voor getekend: “In 2020 ligt er alleen nog duurzaam vlees in het schap”. Maar elk
jaar lijkt 2020 verder weg te komen liggen. Sinds de supers ook op zondag open zijn, etaleren ze 6,5
dag per week hun doordeweekse praktijken. En hun zondagse visie ligt achteraan op het onderste
schap.

Meer kilo-lokkertjes
“Eerlijk voedsel voor een eerlijke prijs”. Twee jaar geleden hebben de supers nog beterschap beloofd
aan staatsecretaris Sharon Dijksma. En het leek toen ook eventjes de goede kant op te gaan. Er
kwam minder bulk-vlees in de aanbieding. Maar vorig jaar ging het weer helemaal mis. Wakker Dier,
ons nationale geweten, heeft dat voor ons bijgehouden. Het aantal aanbiedingen steeg over heel
2014 met maar liefst 19%. Vrijwel alle grote supers kwamen vaker met stuntvlees. Want de vleesprijs
blijft hét middel om klanten te binden. De kopgroep klantenlokkers wordt gevormd door C1000, Emté
en Albert Heijn. De minste aanbiedingen lagen bij de Lidl, de enige super, die sowieso al heel weinig
stunt met vleesprijzen, maar die ook elk jaar structureel minder vlees onder de prijs aanbiedt. Klik
hier om te zien hoe vaak je eigen supermarkt met lokkertjes werkt.

Snavels en sterren
Toch zijn er hier en daar ook lichtpuntjes in het schap. Emté komt sinds kort met vlees van
natuurgrazers. Plus komt met ‘Nederlandse’ Blonde Aquitaine met twee sterren. Plus brengt een
3-sterren ei. En kip heeft ook weer perspectief. Alle supers samen hebben voor een nieuwe kip
getekend: de Kip van Morgen. Iets minder plof. De Autoriteit Consument en Markt heeft die kip
echter geblokkeerd. Op hol geslagen bureaucratie. Maar die nieuwe kip komt er wel. Stukje bij
beetje. Met snavel en al. De Jumbo heeft de nieuwe Standaard-kip. En bij Lidl kun je met Pasen een
3 sterrenkip kopen. Label Rouge nog wel.

Staarten en ballen
De supers hebben ook al afspraken gemaakt over een nieuw varken. Compleet met staart en ballen.
In 2015 kunnen we daar volgens het draaiboek ook de eerste staarten van zien kwispelen.
Tenminste, als er niet weer een autoriteit vóór gaat liggen. De criteria van dit nieuwe varken kun
je nu al vinden bij het CBL, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel. Plus schijnt hierin voorop te
willen gaan lopen. Ze zouden een uitweg gevonden hebben in de loopgravenoorlog van de
supermarkten rond de vleesprijs. Plus gaat de Betere Big bieden voor de standaard prijs. Dat zouden
ze kunnen realiseren door de boeren aan zich te binden. Niet met wurgcontracten. Integendeel. Ze
schijnen de boeren juist te gaan helpen met samenwerking en support. De coöperatie wordt opnieuw
uitgevonden. Ketenbrede samenwerking die boeren voordeel biedt. Zo kunnen ze samen een beter
product leveren voor een courante prijs.

Allemaal naar de Plus
Dus: Allemaal naar de Plus? Want we kunnen als klanten natuurlijk ook zelf iets doen. Behalve ons
gedwee door de supers heen en weer te laten lokken. Wíj kunnen de supers ook verleiden. Wíj
kunnen de boeren ook aan ons binden. Wíj kunnen ons als consumenten ook organiseren? Toch?
Wordt het niet eens tijd om “Al het vlees duurzaam” zelf dichterbij te brengen? Wie neemt het
voortouw? De BMF? Milieudefensie? Of moeten we als burgers zelf een consumenten-coöperatie
oprichten?

13


14


BOERENVERSTAND 8

C.C. HET VAREND VARKEN

De varkenshouderij staat voor een keerpunt. Het kan zo niet verder. Brabant zit vol. De
Peelhorst zit tjokvol. En in dorpen als Boekel, Sint Anthonis en Bernheze loopt het over de
rand. Waarom? Omdat we dat hier nu eenmaal zo doen. De sector is hier uit armoede
geboren. En als je van niks komt, wil je altijd meer. Toch?

Iedereen kon zomaar varkens houden
De intensieve veehouderij was ooit een uitkomst voor deze schrale hoek van Brabant. Want er viel
hier niet zo heel veel te boeren. De oudste zoon nam de boerderij over. Voor de tweede werd het
altaar als alternatief steeds minder aantrekkelijk. Maar je kon gelukkig ook varkensboer worden.
Zomaar. Je had eigenlijk niks nodig. Een stukje grond. Een vergunning. En dan zorgde de bank voor
de rest. Dat plaatje gold niet alleen voor boerenzonen. Maar ook voor bouwvakkers die net weer een
stal gezet hadden. Voor installateurs die de stal ingericht hadden. Of voor chauffeurs die brokken
kwamen lossen.

Laag innovatief vermogen
Iedereen kon zomaar varkensboer worden. En daarna kon je zomaar uitbreiden. Dus de sector kon
voortwoekeren. Maar nu is het eind in zicht. Het draagvlak is verdampt. Het roer moet om. Transitie
is het toverwoord. Maar de branche heeft volgens deskundigen een laag innovatief vermogen. Ook
weinig vet op de botten. En de varkensboer zelf opereert vanuit een isolement. Behalve de
inspecteur, de dierenarts en de storingsmonteur komt er niemand de stal in. Ga dan maar eens out-
of-the-box-denken. Daarom. BOERENVERSTAND biedt hier een nieuw perspectief. Innovatieve
ideeën. Frisse denkbeelden. Analyse, diagnose en remedie.

In- en export
Komt-ie: De bulk van het voer wordt via de Rotterdamse haven geïmporteerd. De overgrote hoop
van de varkens gaat ook weer de grens over. Als levende big of als varkensvlees. Incourante
onderdelen en kadavers worden ‘vierkant verwaard’ ook wereldwijd vermarkt. Het merendeel van de
mest die al die beesten hier produceren, moet ook op transport. En dan houden we hier drie dingen
over: de emissies, de stank en de zoönosen. De vraag rijst waarom we al die varkens dan in
godsnaam juist hier willen houden. Want voor de werkgelegenheid maakt de branche ook steeds
meer gebruik van medewerkers van over de grens. Stel dat we de sector opnieuw zouden mogen
uitvinden. Zonder te snijden in de aantallen. Dan zou je als provincie zeker niet weer voor de
Peelhorst-concentratie kiezen. Dan zou je als Agrifood-gemeente mikken op balans in je
buitengebied en op draagvlak onder je bevolking. Als sector zou je onnodig en onrendabel transport
van grondstoffen en producten willen vermijden. Als je varken was, zou je ook niet kiezen voor heen-
en-weergesleep. Als je boer was koos je minder regels en minder gezeur. En als je buurman was,
dan wenste je de veestapel vér van je bed.

Coöperatieve Compagnie
Dus bieden we de nieuwe generatie megastallenboeren een herontwerp. We beginnen samen een
coöperatieve compagnie: C.C. Het Varend Varken. We hebben duurzaamheid hoog in het vaandel.
Dus we kiezen voor transport over water. Voor een vaartuig heb je bovendien geen dure grond
nodig. Schepen gaan momenteel voor een schijntje van de hand. De mestput zit er al in. Zeugen op
het bovendek. Vleesvarkens op de onderdekken. De voerkeuken op het voordek. De slachterij en het
vrieshuis op het achterdek. De mestverwerker tenslotte in het vooronder. Geen gedoe met
vergunningen. Geen omwonenden. Geen BZV. Varen maar. Naar Heinde & Verre. Hierheen voor de
afzet van hamlappen. Daarheen voor het bunkeren van voer. Onderweg verkoop je links en rechts je
mestkorrels. En je pikt hier en daar een partijtje reststromen van de lokale voedingsindustrie mee.

Wie denkt er mee?
Welke Wageninger rekent het businessplan door van deze maritieme veehouderij? Welke HAS-
student telt uit hoeveel megastal we op een duwbak-combinatie naar Duitsland kwijt kunnen? Welke
etholoog becijfert hoeveel dierenleed er zo bespaard wordt? Wie doet de CO2 reductie? Wie gaat de
rode vlekken op de Brabantse emissie-kaarten weer groen kleuren? Wie beschrijft de vreugde dat de
was weer naar buiten kan? En dat je in de Peelhorst weer met de ramen open kunt slapen?

15


City-Pig
Toch is het varken-als-vuilnisman wel een stap in de goeie richting. De functionaliteit levert herstel
van draagvlak. Zeker als deze business gecombineerd kan worden met andere biobased-activiteiten.
En als je zo’n afvalbedrijf ook dicht bij de bron, aan de rand van de stad, neer zou zetten. En als je
zorgt voor zero emissie en zero zoönosen. Elke stad en elk dorp zijn eigen afvalvarkensbedrijf. Dit
ideale perspectief is jaren geleden al eens verkend door Winy Maas en de TU Delft. Het is zelfs
gevisualiseerd: City-Pig. Een verbeelding die tot de verbeelding spreekt. Investeer 7 minuten. Ga dit
filmpje kijken.. En aspirant varkenshouders… doe d’r ook wat mee. Want Brabant verdient beter.

16


BOERENVERSTAND 9

HET VARKEN ALS VUILNISVAT

Lang geleden heeft de mens het wilde varken als landbouwhuisdier opgenomen in zijn
leefgemeenschap. Gedomesticeerd, in vakjargon. Dat betekende bescherming, onderdak en
voer voor het varken. In ruil voor een tegenprestatie. Tuurlijk. Die tegenprestatie begon ooit
met een duobaan voor het varken als loonwerker annex vuilnisman. Maar het varken heeft in
dienst van de mens carrière weten te maken. Tenminste in het christelijke Westen. Want hier
heeft het varken zich gespecialiseerd in de productie van ham & bacon. En sinds kort is het
varken hier ook leverancier van menselijke onderdelen, zoals hartkleppen.

Luxe varkens
In ruil voor deze carrièresprong heeft het varken hier wel wat taken en privileges moeten inleveren.
Eeuwenlang werden de varkens hier bewust uitgelaten om woeste gronden te ontginnen. Of om als
schoffelploeg landbouwgrond onkruidvrij te maken, los te woelen en tegelijk te bemesten. Maar de
mechanisatie heeft ze zoetjesaan uit die taak verdrongen. Varkens hebben hun vrijheid ingeleverd.
Ingeruild voor een luxer bestaan: Golfplaten boven het hoofd. Roosters onder de voeten. Lopend
buffet. En alle dagen airco.

Spaanse eikels
De Spaanse Iberico-varkens zitten nog wel in het grondwerk. Ze scharrelen zelf hun eikelrantsoen bij
elkaar. Voor dit vlees wordt per kilo navenant veel betaald. Vergeleken met onze eigen industriële
hamlappen. Hier kun je zien wat Iberico doet. Maar ja, dan heb je het wel over oer-varkens die nog
‘natuurlijk’ in functie zijn. En daardoor blijkbaar ook beter vlees leveren. Waar ze in Amsterdam meer
voor betalen. Véél meer.

Varken als afvalverwerker
Dichter bij huis zijn er varkensboeren die de vleesproductie ook weten te combineren met die andere
oer-functie: het varken als vuilnisvat. Een enkeling laat het varken zelf zijn kostje scharrelen. Maar
binnen de intensieve veehouderij zet men steeds vaker in op het structureel benutten van
afvalstromen. Dat scheelt voerkosten. Daar zit de kneep. Maar je moet het, vanwege de
bederfsnelheid van reststromen, wel groots aanpakken. Daarmee verstevig je je bestaansrecht als
varkensboer. Je toko krijgt zo een maatschappelijke verankering. Je helpt de mensheid van zijn afval
af. En je beestjes maken daar weer voedsel van. Duurzaam. Ja toch?

Deeltijdbaan
In Nederweert heeft de familie Van Leeuwen op deze grondslag een afvalvarkenshouderij
ontwikkeld. We waren er onlangs. Zie het verslag van het werkbezoek vanuit Netwerk de
Peelhorst. Het voer bestaat hier uit oud brood en té kleine frietjes. Die worden gecombineerd met
allerlei industriële afvalstromen, zoals kaaswei, aardappelstoomschillen en sojaschroot. Maar er
wordt voor deze 10.000 varkens op jaarbasis ook 300 hectare mais ingekuild. En er gaat in de eigen
voerkeuken ook volop tarwe en gerst bij. Waardoor deze varkens slechts een deeltijd-job als
afvalverwerker blijken te hebben.

Dilemma’s en vragen
Met de verwerking van granen in varkensvoer belanden we in de ethische discussie. De vraag is of
deze aanpak wel past in het people-planet-profit denken. Je zou met diezelfde granen - zonder het
varken als omweg - immers direct veel meer mensen kunnen voeden. Een andere vraag is of het niet
eens tijd wordt om te praten over opheffen van het swill-verbod (geen dierlijk afval in veevoer). Dan
kun je varkens ook het horeca- en keukenafval opvoeren. Maar er is ook nog de echte hamvraag.
Proef je aan die varkens dat ze op afval groot geworden zijn? Smaken ze beter? Of juist niet?
Betalen we daar dan ook meer voor? En onvermijdelijk komt ook de vraag op hoeveel varkens we
eigenlijk kunnen houden op onze berg afval, over-de-datum-producten en reststromen. Een moeilijke
vraag. Want juist die afvalstromen zijn ook weer in trek om varkensmest te vergisten.

lees links verder

17


Het provinciaal krimpfonds
Nog één verzoek aan de student of expert die dit gaat uitzoeken. Doe er meteen ook een paragraaf
over de euro’s bij. Reken ons in een inleidende alinea voor wat de maatschappelijke kosten zijn
voor hinder, eco-schade en volksgezondheid. Zet die eens af tegen de export-euro’s. Tel dan uit
hoeveel geld we nodig hebben om de boventallige varkens uit de markt te houden. Een lege-stallen-
regeling. Zoiets als braaklegging. Hoeveel miljoen moet er in zo’n Provinciaal Krimpfonds? Hoeveel
minder-marge draagt de burger bij als provinciale toeslag bovenop de prijs van de kiloknaller? Helpt
het om voor een halverende boer ook de belastingaanslag te halveren? Of kom met een andere
boeren-bonus. Want het moet wel ergens van kunnen, natuurlijk.

18


BOERENVERSTAND 10

KRIMPFONDS OF BOEREN-BONUS?

Burgers in Brabant willen minder beesten. Soms lijken sommige burgergroeperingen zelfs
alle varkens, kippen en koeien uit Brabant te willen verbannen. Dat zal van de weeromstuit
zijn. Maar daarom niet minder begrijpelijk. Want we hebben er nu ook wel héél véél te veel.
Maar hoeveel we er eigenlijk te veel hebben, hoor je eigenlijk nooit. Toch is dat van belang.
Als je iets wilt bereiken, moet je eerst je beleidskader helder hebben. Toch?

Facts & figures
De cijfers: De Brabantse veehouderij telt zo’n 61 miljoen dieren. Meer als de helft daarvan zit in de
Peelregio. Als we alleen naar varkens kijken, dan hebben we die in Brabant 5,7 miljoen. Daarvan is
80% in de Peelregio geconcentreerd. Als we uitrekenen wat dat voor de veedichtheid betekent, dan
kom je uit op 2.333 varkens per vierkante kilometer. Zo veel varkens op één hoop kom je nergens
per wereld tegen. Bedenk wel: dat cijfer is een gemiddelde. In een gemeente als Boekel hebben ze
met 5.253 varkens per vierkante kilometer het absolute record. Maar ook in Venray, Sint-Anthonis en
Bernheze kunnen ze met recht spreken van een vee-stapel. Op de website van “Mens, Dier & Peel”,
kun je voor je eigen gemeente alle cijfertje en tabellen zien. Urgentie genoeg. En wie al veel heeft,
krijgt altijd meer. Zo werkt dat.

Wat eten wij - wat eten zij?
Laten we deze overvloed eens van de andere kant bekijken. Ons boerenverstand gebruiken. Want
hoeveel hebben we er eigenlijk nodig? We eten per kop een half varken per jaar. Voor een kleine
gemeente als Bernheze hebben we het ooit becijferd. Om alle 30.000 inwoners een heel jaar lang
van karbonaadjes, lappen en ballen te voorzien, heb je genoeg aan één bouwblok van 2 hectare.
Alles erop en eraan. Diervriendelijke stallen.
Voor een grote stad als Den Haag is ook al eens uitgeteld hoeveel varkens daar nodig zijn om de
reststromen en het eetbaar afval van de hele stad te verwerken. Zie Boerenverstand – 9. Kijk het
filmpje City Pig. Nog niet gezien? Nu kijken. Zeven minuutjes. Aanrader.

Slimmeriken gezocht
Met deze twee gegevens kun je een beleidskader opstellen. Aan de ene kant de sociaaleconomische
vraag naar varkensvlees. Dat halve varken per kop. Aan de andere kant het maatschappelijk aanbod
aan reststromen en over-de-datum-spullen. Ik ga dat hier niet uitrekenen. Dan wil ik u als lezer niet
aandoen. En mezelf ook niet. Maar er zijn genoeg slimmeriken die wél een exacte knobbel hebben.
Welke student haalt voor ons deze getallen boven water? Welke piggonoom schudt ze uit de mouw?

Extra’s voor nieuw beleid
Als we deze facts & figures eenmaal scherp krijgen, dan weten waar we het over hebben. Dan kun je
als nieuw provinciebestuur beleid maken. Dan wordt functionaliteit van betekenis. Laten we eerst
maar eens de ondergrens definiëren van hoeveel vee hier nut en noodzaak heeft. En de rest? De
rest is dus voor de rest van de wereld. Het voer voor al die beesten kan hier nog niet eens groeien.
Dat wordt geïmporteerd. De mest kunnen we hier ook niet kwijt. Die gaat ook de grens over. Wat we
over houden is brood op de plank. Maar wel voor steeds minder boeren. Werkgelegenheid
dan? Nou, het werk wordt ook steeds meer overgelaten aan ver-van-huis-werkers. En
verder? Verder zitten we hier vooral met de gebakken peren. Elk extra varken levert extra golfplaten
en damwand in het landschap. Extra transport. Extra stank. Extra fijn stof. Inclusief steeds nieuwe
grauwe griebels.

Al met al genoeg extra’s voor nieuw beleid. Toch?

lees links verder

19


20


BOERENVERSTAND 11

HET VLIEGEND VARKEN

De intensieve veehouderij staat onder druk. De branche is gegroeid. Té hard gegroeid. Hier
althans. Wereldwijd is er echter nog vraag. En onze varkensboeren zien daar een taak voor
zich weggelegd. Hun opdracht is de wereld te voeden. Want ondernemen is leuk. En dat dat
iets oplevert, is vanzelfsprekend. Maar als je met je bedrijvigheid ook nog een
maatschappelijk doel dient, dan stijgt dat uit boven je eigen belang. Dán heb je nog eens een
‘license to produce’.

Vraagtekens bij voeden van de wereld
Toch hebben wij vraagtekens bij dat ‘voeden van de wereld’. We gaan even voorbij aan de vraag of
je de hele wereld wel vlees kunt laten eten - want met plantaardig eiwit kun je immers heel wat meer
monden voeden. De hamvraag is: Moet je al dat vlees voor de wereld per sé hier in Brabant
maken?
Productie concentreren op een klein areaal heeft natuurlijk voordelen. Maar de nadelen beginnen
hier wel zwaarder te wegen. Het incasseringsvermogen van het gebied en van de bewoners is
ver overschreden. Maar ook voor de sector zelf vormt de op één plek geconcentreerde productie
een steeds groter risico. Veterinaire en politieke kwesties blijken keer op keer een makkelijk excuus
voor de rest van de wereld om de grenzen te sluiten voor ons vee en ons vlees.

Simpel boerenkunstje
Daar zit iets achter. Varkens houden lijkt een simpel boerenkunstje. Dus dat wil de rest van de
wereld liefst ook zelf kunnen. Daar hebben ze net zo goed afval en reststromen. Ze kunnen ook voer
verbouwen. Ze kunnen de mest goed gebruiken. En ze hebben daar volop ruimte en
arbeidskrachten. En in dat streven naar zelfvoorziening ligt een kans voor Brabant. Want onze
boeren weten als geen ander hoe je dat simpel ogende boerenkunstje professioneel moet opzetten.
En hoe je het renderend maakt. En zij hebben door schade en schande ook geleerd hoe nauw het
luistert. Dat je ver moet blijven van hormonen, antibiotica en andere kunstgrepen.

Het Vliegend Varken
Dus. Wat staat ons hier te doen? Stuur de top van onze ondernemende varkenshouders naar Vught.
Geef ze daar bij de nonnen een stoomcursus Russisch, Chinees, Oesbeeks en wat dies meer zij.
Geef ze, behalve Hans Huijbers, ook wat extra sociale en communicatieve vaardigheden mee. Voor
de zekerheid. Zet ze dan op het vliegtuig. Een sixpack Miss Piggy erbij. Vul de rest van de stoelen
met Helicon-ers, HAS-ers en Wageningers. Doe er nog een etholoog en een microbioloog bovenop.
In de handbagage wat coöperatief en ecologisch gedachtengoed. Geen spiegeltjes en kralen. Wel
presentexemplaren van het Varkenstoilet, het Vair appelkanon, de Vewi Feeder en andere
Brabantse innovaties. En stuur deze club op tournee. Op export-missie: Dutch Pigs all over the
World. Peelhorst Knowledge Providers on Tour. Het Vliegend Varken. Of zoiets.

Vierkant verwaarden
De opdracht is simpel. Onze boeren moeten nu niet hun product maar hun proces vierkant
verwaarden. Hun ondernemendheid, gekoppeld aan hun kennis, technologie en expertise aan de
man brengen. Wereldwijd uitzaaien. We gaan de mensen aan de andere kant van de wereld zelf
leren vissen, in plaats van steeds vis van hier naar daar te blijven vliegen. Zo kunnen we onze
bijdrage blijven leveren om de wereld te voeden. Voor zover de wereld varkensvlees wil eten,
tenminste.

I-Pig
Kortom: We gaan onze voorsprong verkopen. Wordt een gouden tijd voor varkenshoudend Brabant.
Maar dan moeten we wel zorgen dat we die voorsprong hier blijven houden. Wij moeten hier de I-Pig
uitvinden, uittesten en doorontwikkelen. Zodat we de I-Pig’s wereldwijd kunnen blijven upgraden. We
kunnen zo’n evolutiesprong maken. We hebben daarvoor alles in huis. Het momentum is er. We
hebben een nieuw provinciebestuur. Dat gaat nieuw beleid maken. Focus op ontwikkelen in plaats
van op groeien. Agrofood krijgt hierdoor een écht nieuw perspectief. Er komt rek en ruimte. Een
stimuleringsfonds. Een experimenteerregeling. Ze sluiten dat vooraf natuurlijk wel even kort met de
Raad van State. Maar dan krijgt ook de hele Peelhorst-regio een Proeftuinstatus. VIC Sterksel van
de WUR wordt Pig City. En in Brabant gaan duizend bloemen bloeien.

21


22


BOERENVERSTAND 12

M’N NEUS

Vier onderzoekers. Twee toonaangevende instituten. IRAS en GGD. Zo’n dikke dertig
pagina’s. Eén rapport. Eén onderwerp. Geur. De zaak wordt van twee kanten belicht. Dat wel.
Aan de ene kant de geurbelasting. Dat is de met aroma’s beladen lucht die de stal uitkomt.
Aan de andere kant de geurhinder. Dat is de geurdeken die vanuit de stallen neergelegd wordt
op de omgeving. Geur die als stank ervaren wordt door mijn neus. Maar ook door de neuzen
van omwonenden en voorbijgangers. Verder is er veel vakjargon. Het wemelt van termen
als niet-olfactorische factoren, sensitiviteitsanalyse en blootstellingresponsrelatie. Eén
conclusie kun je direct trekken. Ga niet scrabbelen met een geuronderzoeker. Dat win je
nooit.

Geurpatroon
Alle gekheid op ’n stokje. M’n neus is een goeie graadmeter voor stank. Hij reageert op elke
verandering in de geurenzee om me heen. Bijvoorbeeld als de buurman op ander voer overstapt. Of
als de deuren van de stal open gezet worden. Of als er geladen wordt. Of als de wind gedraaid is.
Of, nog erger, als de wind is gaan liggen. Soms word je ’s nachts zelfs wakker van zo’n verandering.
Na pakweg een kwartier is je neus echter aan het nieuwe geurpatroon gewend. Dan wordt zelfs dát
weer als normaal geaccepteerd. Zo weet ’n neus te overleven. Het rapport bewijst ook dat m’n neus
het doorgaans bij het rechte eind heeft. Zo wordt geconcludeerd dat je meer last hebt van stank, als
de geurbelasting vanuit de stal groter is. En de onderzoekers komen tot de slotsom dat de stank van
kippen en varkens als heftiger ervaren wordt dan de geur van koeien. M’n neus wist dat al. Maar
prettig dat zoiets nu wetenschappelijk onderbouwd is. Dan sta je toch wat steviger in de dialoog.
Want anders is het jouw neus tegen die van een ander. Toch?
Een belangrijke conclusie uit het rapport is ook dat de overlast vaker voorkomt en ernstiger is dan op
basis van de berekende oudeur-eenheden aangenomen zou mogen worden. Dat komt omdat de
rekenmodellen voor geur niet deugen en daarin ook geen rekening gehouden wordt met de
cumulatie van geuren van andere stallen. Voor mijn neus geen nieuws. Die is van huis uit uitgerust
met zo’n cumulatie-sensor.

Boerenverstand
Al met al genoeg aanleiding om het beleid rond geur grondig te updaten. Temeer daar er
onlangs nóg een geuronderzoek is gepubliceerd. Ook van de IRAS. In dit (Engelstalige) onderzoek
wordt geconcludeerd dat omwonenden van stallen, die meer stankoverlast hebben, daardoor ook
meer gezondheidsklachten hebben. Tegelijk signaleert het rapport dat deze mensen vaker hoger
opgeleid zijn. Mijn boerenverstand zegt dat zoiets natuurlijk niet aan de stank te wijten is. En er wordt
ook geconstateerd dat ze niet met hun klachten naar de huisarts gaan. - Tuurlijk niet. Die kan daar
niks aan doen. Ze moeten bij de buurman zijn. Díe kan er wel iets aan doen.

24/7 visitekaartje
En daar wringt de schoen. In geen van de rapporten, of reacties op de uitkomsten ervan, wordt
gesignaleerd dat hier een mega-kans ligt voor de branche. De intensieve veehouderij kent voor
omwonenden in essentie twee pijnpunten. 1) Hinder. 2) Risico. Van het risico ben je je niet alle
dagen bewust. Dat de intensieve veehouderij een potentieel gevaar vormt voor de volksgezondheid,
is namelijk niet waarneembaar. Dat merk je pas als het al te laat is. Als er een nieuwe afkorting
uitbreekt. Stankhinder is er echter altijd. En dat merk je dag en nacht. Zeven dagen per week. Stank
is daarom het visitekaartje van alles wat er mis is met de industriële veehouderij.

Zero emissie
Veehouders proberen vandaag de dag de hele winkel aan PR-instrumenten te benutten om hun
bedrijfstak beter te presenteren en wat op te leuken. Maar er wordt navenant weinig gedaan aan de
oorzaak van hun negatieve imago. De aanhoudende stankhinder. En juist daar ligt de basis voor
maatschappelijke ópwaardering. Dus, veehouder, als je op zoek bent naar draagvlak, zet dan in op
forse vermindering van de stank. Beter nog: zero emissie. Want je kunt als burger of buurman van
goede wil zijn. Hoog of laag opgeleid. Toegerust met een la-la neus of met een 1e klas reukorgaan.
Maar je kunt ‘m niet uitzetten. De geurgevoeligheid van je neus omlaag zetten kan evenmin. De
andere kant op ruiken gaat ook al niet. Op geen enkele manier. De stank terugdringen daarentegen,
kan wel. Op héél veel manieren.

23


BOERENVERSTAND 13 16 juni
2015

24


BOERENVERSTAND 13

M INDER DIEREN

& TWEE KEER TIEN MANIEREN OM JE BUREN TE PLEZIEREN

Elk vak heb experts. En alle experts hebben vakjargon. Zo ook geur. Geurexperts hebben het
over hedonische waarden. Klinkt chique. Maar de hedonische waarde is niks anders dan de
beleving van geur. Je kunt een geur positief waarderen of negatief.
Als het positief is heb je het over een heerlijk luchtje. Of over ’n mooi aroma. Daarmee kun je
een wijn aanprijzen. Maar ook mensen mee genezen. Aromatherapie. Je kunt een geur ook
negatief beleven. Dan heet ‘t stank. Stank is pathogeen. Je kunt er ziek van worden. Daar is
recent een rapport over verschenen. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. We mikken
op de plussen van minder geur. Twee keer tien tips om je boerderij hedonisch op te
waarderen.

Krimp: fundamentalistische paradox
Minder dieren lijkt de simpelste manier om de geuroverlast te verminderen. Krimp van de veestapel.
Brabantbreed krijgt dit idee steeds meer aanhangers. Ook in kringen van bestuurders. Navenant de
overlast van de veestapel groeit, neemt de bereidheid toe om er een rem op te zetten. Steeds meer
mensen willen minder dieren. Maar, het is sociaal-economisch nogal een ingreep. En er zitten ook
adders onder het gras. De mensen die minder dieren willen, willen ze meestal ook beter huisvesten.
Diervriendelijker. En dan bedoelen ze liefst buiten. Vrije uitloop en zo. En dan heb je je boerenver-
stand hard nodig. Want als je de veestapel halveert en je haalt de overblijvende helft onder de lucht-
wassers uit, dan zal de stank op z’n minst verdubbelen. Daarom. Kijk verder dan je neus lang is.

Limburgse lessen
De roep om krimp van de veestapel zal vanzelf minder worden als de geuroverlast afneemt. En er
zijn heel wat mogelijkheden om de stank terug te dringen. Recent verscheen in opdracht van de
provincie Limburg en de LLTB het rapport "Handvatten om de geuroverlast te verminderen". Een
helder overzicht met pakweg tien manieren om je buurman te plezieren. Want dat is het
achterliggende uitgangspunt van deze Limburgse lessen in stankreductie. Het meest probate middel
blijkt preventie. Door het voorkomen van hokbevuiling valt veel geurwinst te behalen. Héél véél. Maar
er is daarnaast ook een heel scala aan technische verbeteringen mogelijk. Van geurvermindering via
het voer-systeem, de stalinrichting, de rooster, de mestopslag, de ventilatie, de luchtwassers tot
minder stank via gekoelde kadaveropslag. Essentieel hierbij is dat Limburg een zak stimuleringsgeld
ter beschikking heeft gesteld. Ze gaat 50% bijleggen bij maatregelen die 25% minder stank
opleveren. Zoiets laat je als boer natuurlijk niet aan je neus voorbijgaan.

Vlaamse ‘mildering’
Iets zuidelijker heeft de Vlaamse overheid haar neus ook in het geurprobleem gestoken. Zij heeft
onder het motto “Boeren met Buren” ook een tiental praktische maatregelen op een rijtje gezet om de
stank terug te dringen. Onder de "milderende maatregelen in de stal" vind je onder andere
optimalisatie van de ventilatie, vermindering van eiwit in het voer, brijvoermanagement, hygiënisch
werken en verkorten van de verblijfsduur van mest. Onder de “milderende maatregelen buiten de
stal” is opvallend veel aandacht voor de aanleg van groen als buffer en filter voor stank.

Nog géén Brabantse geur-remmers-regeling
In de Peelhorst hebben we meer varkens en kippen dan in Limburg en Vlaanderen samen. En ook
meer overlast. Maar ik zoek vergeefs naar een Brabantse top tien van bewezen remedies om de
stank in te perken. Terwijl we hier volop innovatieve boeren hebben. En sommigen doen hun
stinkende best om de geuroverlast te beperken. Eric van den Heuvel uit Nistelrode vernevelt pro-
biotica. Hij gaat daarmee niet alleen MRSA, maar ook geur en fijnstof te lijf. Harry Henst uit Schaijk
vond het varkenstoilet uit. Marijke Nooijen uit Erp heeft dat idee toegepast in haar diervriendelijke
varkenspension. Erwin van der Wielen uit Vinkel smoort met z’n feeder de stank van voervermorsing
in de kiem. En Gezinus Bonkestoter uit Heesch broeit op ‘n revolutionaire techniek om Brabantse
boeren en burgers méér lucht te geven. Voorbeelden uit mijn kleine kringetje. Er zijn er natuurlijk véél
meer. Maar wat we missen is een toegankelijk overzicht. Een rijtje simpele geurmaatregelen die zich
in Brabant in de praktijk bewezen hebben. En behalve dat overzicht, missen we ook een
experimenteer-regeling om nieuwe zaken uit te kunnen proberen.
En, Annemarie, zo’n Limburgse geur-remmers-regeling, die hebben we hier ook nog nie.

25


Schaamgroen
Er zijn natuurlijk boeren die het pico bello voor elkaar hebben. Maar er zijn er ook bosjes die formeel
aan hun wettelijke plicht voldaan hebben met een miniem randje schaamgroen. En er zijn ook nog
volop kale kansen: Hardgele silo’s. Versteende blokkendozen. Damwand en golfplaat. Een bouwblok
in plaats van een boerenerf. Letterlijk. Er moet natuurlijk ergens wel groen staan. Of in ieder geval
ooit eens aangeplant zijn. Of ingetekend, maar niet uitgevoerd. Zoveel procent. Wettelijk verplicht.
Maar niet gedragen. Want rationeel bekeken zijn bomen en struiken natuurlijk alleen een extra
kostenpost. En grote bomen al helemaal. Je ziet daar niks van terug in de kiloprijs. Dus waarom zou
je?

Drie functies van groen
En dat terwijl je van iedere knotwilg gratis stekken kunt halen, die je tot wel 7 meter lang zó kunt
poten. Mét groeigarantie. Van moeder natuur zelf. Dan heb je tenminste een begin. En dat is nodig.
Want groen kan zoveel doen: Een stevige aanplant rond een stallencomplex heeft drie functies. Ten
eerste het uitzicht. Stallen worden weer onderdeel van het landschap. Belangrijk. Het oog wil ook
wat. Het buitengebied hoort er niet bij te liggen als een industrieterrein. Ten tweede heb je het
fijnstof. Een stevige aanplant, met een mix van naaldhout en loofhout, levert een bijdrage aan de
afvangst van fijnstof. En als je rond de uitlaat van de luchtwasser je bomen het gezelschap gunt van
klimop, haal je het hoogste rendement uit je groen.

Boerenfatsoen
Tenslotte de geur. Geur wordt, net als fijnstof, voor een deel weggefilterd door groen. Maar een goed
ontworpen houtwal kan de luchtstroom, en daarmee de geurdeken, ook opstuwen. En daarmee kun
je, tenminste als het niet windstil is, de stank over je buren heen tillen. De luwte erachter heeft een
lengte van 10 tot 15 maal de hoogte van je windsingel. En je kunt met je klompen aanvoelen dat
zoiets je punten oplevert in de dialoog. Maar als je je boerenhart zou volgen, zou je het eigenlijk
sowieso al doen. Zonder wettelijke verplichting. Zonder subsidie. Want groen, dat is gewoon
boerenfatsoen. Toch? En dat het werkt? Tuurlijk. Dat wist je met je boerenverstand al lang.

26


BOERENVERSTAND 14

GEENGROEN, SCHAAMGROEN &
BOERENFATSOEN

Gesprekje: Jij schrijft deze column voor de Peelhorst? - Yep. En jij bent zelf van een
burgerbeweging? - Jazeker. En jij noemt die column van je BOERENverstand? - Klopt. Snap
jij, dat ik het niet snap? - Yes. Wil je me het uitleggen? - Tuurlijk. Komt ‘ie: Voor jou kan dit
niet. Een burger met boerenverstand. En dan nog wel een burger van een burgerbeweging. Jij
gaat er vanuit dat alleen boeren boerenverstand kunnen hebben. Tja… Dat is misschien lang
geleden ooit zo geweest. In het tijdperk dat boeren ook voor ‘stom’ werden weggezet. Ze
hadden immers niet gestudeerd. Was ook niet nodig. Ze kregen het vak thuis met de paplepel
ingegoten. En voor de rest was de natuur hun leermeester.

Boerenverstand – waar zit dat?
Tegenwoordig ligt dat anders. Maar eerst vertel ik je wat boerenstand is en waar het zit. Het is
moeilijk om het boerenverstand te lokaliseren. Het is zeker geen ratio. Geen intellect. Geen primair
instinct. Het is ook geen emotie of onderbuikgevoel. Het zit wel dichter bij het hart dan bij de
hersenen. Maar als je het moet aanwijzen, zit het net boven het hoofd. Ergens bij het kruinchakra.
Want boerenverstand heeft te maken met je intuïtie. Maar aan de andere kant zit het ook lager. Zelfs
lager dan je basis-chakra. Want als je op je boerenverstand vertrouwt, dan kun je iets met je
klompen aanvoelen.

Boerenverstand – bij wie komt het voor?
Boerenverstand komt meer voor op het platteland dan in de stad. In de Randstad kom je het zelfs
nauwelijks nog tegen. In de Amsterdamse grachtengordel is het een zeldzaamheid. Maar
boerenverstand is zeker geen exclusief kenmerk van boeren. Ook daar is het zeldzamer geworden.
Zeker in dit tijdperk, nu de meeste boeren een upgrade tot agrarisch ondernemer hebben ondergaan.
De boer is geen boer meer. Door rationalisering van de bedrijfsvoering, economisering van de
business en vergaande mechanisatie, is het boerenbedrijf een industrie geworden. En een aantal
boeren is, sinds ál hun bedrijfsprocessen door ratio en bankrekening gestuurd worden, daarbij hun
boerenverstand en tegelijk ook de verbinding met hun natuurlijke omgeving kwijtgeraakt.

Hoe is het zover gekomen?
Een clubje wetenschappers en doordenkers, de RIDLV, voluit: de Wetenschappelijke Raad voor
Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, heeft de situatie van de industrialiserende boer
haarscherp geanalyseerd. In hun rapport wordt geconstateerd dat er sprake is van een verbroken
verbinding op vrijwel alle fronten. Zo is de verbinding tussen de boer en de burger compleet
verbroken. Maar ook de verbinding tussen de boer en zijn bodem, tussen de boer en zijn bedrijf en
tussen de boer en het beleid is verbroken. Dat wordt verwoord in heldere taal en geïllustreerd met
treffende voorbeelden. Het rapport legt niet alleen de vinger op de zere plek. Het geeft ook aan wat
er moet gebeuren om de zaak weer gezond te maken. En da’s nie niks.

Richtinggevend voor Brabant
Het eerste Brabantberaad heeft in zijn slotverklaring de visie uit dit rapport neergezet als
richtinggevend voor de Brabantse transitie. Het bestuur van de ZLTO heeft de analyse van de RIDLV
zeker gelezen. In hun visie op 2020 wordt duidelijk gemikt op herstel van de verbinding met de
omgeving. Maar voor individuele leden, en ook voor leden van de NVV, of voor intensive pigboys die
helemaal nergens bij zijn, zijn de aanbevelingen uit het rapport nog een ver van mijn bed show. Kijk
maar eens om u heen hoe het boerenbedrijf erbij ligt, als u van de zomer door Brabant rijdt, fietst of
wandelt. Er liggen, zeker op het gebied van inbedding in de natuurlijke omgeving, nog heel wat
uitdagingen langs de weg.

lees links verder

27


28


BOERENVERSTAND 15

ZOMERSTOP

Geen tekst deze keer.
Volgende maand is ie er weer.

29


Vier keer een kwartje extra
Dit is de verkeerde discussie. Zoveel zal duidelijk zijn. Burgers gaan meebetalen. ‘Tuurlijk. Maar niet
zo. Dit is symptoombestrijding. Dweilen met de kraan open. We gaan meebetalen. Niet als buurman.
Niet als burger. Maar als consument. Wat mij betreft toch gauw één euro extra per kilo. Een kwartje
voor de stoppende boer. Een kwartje voor kwaliteit van de leefomgeving. Een kwartje voor de
kontzak van de kleinschalige boer: een eerlijke prijs voor een eerlijk product. En een kwartje voor
extra krimp.

Beter begint met minder
Want beter begint met minder. En daaraan willen we zeker meebetalen. Boerenorganisaties kunnen
bij ons aankloppen. Maar laat ze eerst onderling afspraken maken over het plafond van hun
productie. Hoeven ze elkaar niet langer te beconcurreren. En ook de leefomgeving van hun buren
niet langer te verzuren. Win-Win.

Anne-Marie
En tenslotte, Anne-Marie, waarom is die standstill er nog altijd nie?

30


BOERENVERSTAND 16

‘TUURLIJK GAAN WE MEEBETALEN

Zomer. Komkommertijd. Minder mensen moeten met minder nieuws de media vullen. Dus
wordt een mug snel een olifant. Rechttoe rechtaan. Want dat vult de kolommen. Zo ook de
oprisping van het urgentieteam: De gedachte dat burgers misschien wel eens mee zouden
kunnen willen mogen moeten betalen om de boerderij van hun buurman te
verplaatsen. Nieuws. Want zó’n signaal was nog nooit eerder afgegeven. En uit onverwachte
hoek. Van het urgentieteam verwacht je zoiets al helemaal niet.

Tikje schijnheilig
Via de media regende het natuurlijk reacties: Bespottelijk. Kan niet waar zijn. Cabaret. De wereld op
z’n kop. Etc. Herman van Ham, bestuurder van de ZLTO, reageert met een opiniërend stuk op deze
commotie. Hij probeert dit cadeautje uiterst behoedzaam binnen te hengelen: We moeten dit idee
zien in het perspectief van een terugtredende overheid. Burgers en boeren moeten hier samen uit
komen. Dus meebetalen is wel degelijk een optie. De boer is immers niet de enige die altijd maar
moet investeren. Herman eindigt, een tikje schijnheilig, dat hij zoiets natuurlijk zelf nooit bedacht zou
hebben. Maar nu de gedachte er is, vindt hij het helemaal geen bezopen idee.

Boerman & buurman
De oorspronkelijke kwestie ging over een boer die weggekocht zou worden. En als de stallen weg
zouden zijn, zou de waarde van burgermans buitenverblijf stijgen. Klinkt logisch. Tenminste, als deze
boer daar de énige boerman zou zijn. Dus is het ook niet onlogisch als buurman alvast een stukje
van zijn waardevermeerdering investeert in het vertrek van deze boer. Aldus het urgentieteam. Maar
dat geeft nog gedonder. De Brabantse politiek heeft namelijk uitdrukkelijk vastgelegd dat de buren
juist niet hoeven mee te betalen. Dit levert nog een pittig debat.. Want zeg nou zelf, Anne-Marie, zó’n
averechtse draai dat kan toch helemaal nie?

Struisvarken voor Van Ham
De pers had deze mug al eerder opgewaardeerd tot olifant. En Van Ham greep in zijn fluwelen
betoog deze kans gretig aan. Hij maakt de uitzondering tot regel. De case van de vertrekkende boer
werd opgerekt tot de aanpak van overlast in zijn algemeenheid. Hij heeft het doodleuk over burgers
die gaan meebetalen “aan de vermindering van geurhinder”: Burger betaalt boer. Boer zal
bovenwettelijk iets minder stinken. Maar boer blijft boeren. Ongelooflijk. De sector blijft de kop in het
zand steken. Blind voor de eigen problematiek. Van Ham verdient de struisvarken award. Hij mag
hem hierboven uitknippen en boven de ingang van het ZLTO-gebouw hangen. Want hij is voor
iedereen.

Meebetalen levert geld op
Laten we, met het oog op het beloofde debat, het denkspoor van de hypothetische slachtoffer-
bijdrage eens volgen. Stel-1: Burgers gaan meebetalen aan bovenwettelijke vermindering van
overlast. Dan zijn er natuurlijk ook boeren die zoiets bovenwettelijks helemaal niet van plan zijn.
Gaan die boeren omgekeerd de burgers betalen voor de vermindering van waarde en woongenot?
Gaat de gemeente de WOZ-aanslag verlagen? Stel-2: Er is ergens een burger wél zo gek om wel
mee te gaan betalen omwille van voorgespiegelde waardevermeerdering. Wordt dan ook de eerdere
waardevermindering verrekend? Er zijn nog volop openstaande posten: Het wegvallen van de
stankcirkels. Het schrappen van het cumulatieprincipe. Het bombarderen van de woonomgeving tot
LOG. De vergrotingen van de bouwblokken. Uitbreiding op uitbreiding. Verstening. Mestscheiding.
Etc. Als alle overlast, risico en woonschade gekapitaliseerd wordt, krijgt die meebetalende burger er
straks netto dan niet een flinke bak geld bij?

lees links verder

31


Stukjes van de puzzel
Maar elke omfietsboer is wél een stukje van de puzzel. En om samen omfietsvarkens te kunnen
arrangeren, moeten alle puzzelstukjes op de kaart. En er moet ruimte komen. Experimenteerruimte.
Een innovatiefonds. Een stimulerend steuntje in de rug. Dus Brabant: Initieer de ontwikkeling van
een Omfiets-TomTom. Biedt boeren een uitweg uit de file in de vleeskolom. Stimuleer daarmee
ketenverkorting voor koplopers. Meer marge voor de boer. Betaal beter voor een beter product. Meer
voor een beter proces. Extra voor een betere omgeving. Koppel aan de Omfiets-TomTom de
kennisdeling binnen de voorhoede. Wijs ze de weg naar de gemakswens van de consument. Kant &
klare hamlappen op catering niveau. Attendeer ze op nieuwe technieken, zoals HPP, om de
gekoelde kant & klare karbonaadjes tot 10 x langer houdbaar te maken. Creëer voor nieuwe
producten langs nieuwe kanalen een nieuwe markt. Overheidskantines geven het goeie voorbeeld.
En de abonnees van de Omfiets-TomTom vormen samen een consumenten-coöperatie. Een club
die alleen nog koopt bij onze koplopers.

Anne-Marie… Daarom! Doe ons zo’n Omfiets-Tom-Tom.

32


BOERENVERSTAND 17

DE OMFIETS-TOMTOM

EEN UITWEG UIT DE VLEESKOLOM

Een extra Boerenverstand n.a.v. het Bossche Foodlog-debat van donderdag 8 oktober 2015

Omfietsvarkens? Brabant zit er vol mee. In gemeenten met een hoge veedichtheid, zoals
Asten, Boekel, Gemert of Bernheze, kun je er gewoon niet omheen. Stal na stal. Ettelijke
duizenden dieren per vierkante kilometer. Je zou best willen omfietsen. Ga je neus maar na.
Maar dat lukt je niet. Je bent de ene stankcirkel nog niet uit, of je zit al in de volgende. De geur
hangt als een deken over het hele gebied.

Toch omfietsen voor varkens
Dus in Brabant moet je noodgedwongen nogal omfietsen als je die stankcirkels wil mijden. Daarom
willen we daar een nieuw boerenbedrijf. Een varkensbedrijf waar we willens en wetens juist wél voor
willen omfietsen. Niet alleen omdat het er niet meer stinkt. Maar juist omdat de speklappen van zo’n
bedrijf wél geur en smaak hebben. Omdat er diervriendelijk gewerkt wordt. De kringlopen gesloten
worden. Er niet gegoocheld wordt met additieven, chemicaliën en medicamenten. Omdat het draait
om dieren op een boerderij. Niet om industriële productie van kilo’s onder de kostprijs en vierkant
verwaardbare bulk.

Boer schenk koffie & klare taal
Die karbonaadjes voor afbraakprijzen zijn bij elke straathoeksuper te koop. Voor omfietsvarkens
moet je meer kilometers maken. En uiteraard ook meer betalen. Value for money. En omgekeerd.
Maar daar wringt de schoen. Want we kennen in Brabant boeren die hun stinkende best doen. En
beleidsmakers en medewerkers rijden daar de berm plat. De boer schenkt koffie en klare taal. Laat
zien dat het anders kan. Doet het hoe & waarom van zijn transitie uit de doeken. Maar laat ook zien
dat hij er níet mee uit kan.

Boer wordt er niet wijzer van
Als de bobo’s vertrokken zijn, zit hij met de schouderklopjes en de vuile vaat. O ja… Hij mocht zijn
kosten factureren. En er kwamen er zeker nog meer. Want zijn verhaal was goed. Zijn varkens
waren ook goed. En hij verdiende zeker beter. Tja. Maar daar wordt hij niet wijzer van. Want geen
van die beleids-figuren of figuranten koopt ’n varken. Zijn top-product verdwijnt toch voor de bulkprijs
in de anonimiteit.

Omfietsvarken bestaat nog niet
Het omfietsvarken is volgens mij in Brabant nergens te koop. Sterker. Het bestaat zelfs nog niet.
Maar het kan wel gearrangeerd worden. Want er zijn links en rechts al wel stukjes van het
herontwerp van dit nieuwe varken te vinden. De een heeft ’n schone stal met varkenstoilet. De ander
voorkomt MRSA met probiotica. Een derde insleep van ziekte via schone waterleidingen. Anderen
werken aan minder stank. Zetten hun varkens in als vuilnisvat. Of telen met hun eigen mest hun
eigen voer. Samenvattend. De ene helft van de kopgroep werkt aan een beter product. De andere
helft aan een beter proces. De derde helft aan een betere omgeving. En met zoveel varkens heb je
wel drie helften kopgroep nodig. Toch?

Koplopers over de kop
Maar onze koplopers dreigen over de kop te gaan. Ze hebben zich ieder met veel moeite hun weg
gekapt door het woud van regels en regeltjes. Maar ze lopen stuk op de markt. De macht van de
supers. Het hybridegedrag van de klanten. Zondagse burgers en doordeweekse consumenten. De
spagaat van beleidsmakers. Visionaire provinciebestuurders. Grondgebonden dorpswethouders.

33


34


BUURMAN & BOERMAN 1

AGENDAPUNTEN VOOR ’N DUO-BLOG

Alle begin is moeilijk. Dus beginnen we klein. Buurman belt Boerman. Koppen bij elkaar.
Afspraak. Datum & tijdstip. Aan tafel. Met de wil om er samen uit te komen. Pijnpunten
genoeg. Maar daarop willen we niet focussen. We zoeken liever oplossingen. Smart Solutions.
Díe liggen echter niet voor het oprapen. Maar we hebben ieder wel een idee waar het heen
moet. Feeling voor de richting waarin we elkaar zouden kunnen vinden. We gaan dus het
gesprek aan. Maar willen op voorhand misverstanden uitsluiten. Geen loze hoop wekken.
Geen valse verwachtingen koesteren. Dus moet je weten waar je voor staat. Waar je naar toe
wilt. Daarom beginnen we onze dialoog met ons profiel. Ieder z’n vertrekpunt. Elk z’n stip aan
de horizon.

aantallen
Buurman: Hoog tijd voor een stop op dierenaantallen in gemeentes met een hoge veedichtheid.
Boerman: Ik weet niet welk probleem dit oplost ? Volgens mij geen een.
economie
Boerman: Discussie over verduurzaming veehouderij binnen overheid en burgerij wordt te veel
gevoed door wensdenken. Een verplichte basiscursus economie zou veel inzicht brengen.
Buurman: Oké. Gaan we ook de maatschappelijke en natuurlijke schadeposten kapitaliseren.
geur
Buurman: Aanpakken en oplossen van het stankprobleem, is de basis voor herstel van draagvlak.
Boerman: Helemaal mee eens. Je kunt discussiëren over hoe je dat doet. Alleen extra regels helpen
niet, ze kunnen soms zelfs een averechts effect hebben.
duurzaamheid
Boerman: De Nederlandse veehouderij is wereldwijd koploper in duurzaamheid, de waardering
daarvoor missen we wel eens.
Buurman: Met iedere open dag in de intensieve veehouderij, komen er vegetariërs bij.
gezondheid
Buurman: Als er een nieuwe voor de mens riskante dierziekte uitbreekt, moeten er direct en
adequaat ingegrepen kunnen worden. Daarom moet er, om te beginnen in de Peelhorst, een
signalerings- en alarmeringssysteem van veterinairen en humane artsen opgezet worden.
Boerman: Over de vorm en effectieve uitwerking moeten we overleggen, maar de gedachte is goed.
inruil
Buurman: Voor elke nieuw te bouwen stal, moeten - binnen dezelfde gemeente - minstens evenveel
vierkante meters oude stal worden ingeruild.
Boerman: Ook een boer kan zijn geld maar een keer uitgeven. Het is belangrijker dat boer investeert
in de kwaliteit van de eigen locatie.
schaalgrootte
Buurman: Op het platteland is alleen plaats voor grondgebonden gezinsbedrijven. Industriële
veehouderij en mestverwerking hoort thuis op een industrieterrein.
Boerman: Waar ligt dat industrieterrein dan? Waarschijnlijk toch weer op het platteland. In mijn ogen
is er ruimte voor alle vormen van landbouw op het platteland. Alleen natuurlijk wel op de goede plek.
subsidies
Buurman: Er moet een financiële regeling komen om duurzame veehouderij te stimuleren met een
toeslag, belastingvrijstelling of iets dergelijks. Anders gaan de koplopers stuk voor stuk over de kop
Boerman: Financiële regelingen kunnen helpen om veehouders een bepaalde richting uit te sturen.
Maar subsidies zijn altijd tijdelijk. Niet duurzaam. Uiteindelijk moet er uit de markt een verdienmodel
komen. En zowel kleinschalige als grootschalige bedrijven kunnen koploper zijn
dialoog
Buurman: De verplichte dialoog bij uitbreiding is zonder burgerrechten en regels niet meer dan een
extra bureaucratische hindernis op weg naar een vergunning.
Boerman: Fatsoenlijk omgaan met je buren. Dat is de kern van de omgevingsdialoog. Dat is geen
bureaucratisch instrument, maar een belangrijke maatschappelijke waarde.
Mail ons uw top-3
Deze punten vormen de agenda van ons overleg. Als lezer bent ú uiteraard koersbepalend. Kies
hieruit uw top drie. Of nomineer zelf een nieuw punt. Mail het ons. Zo stuurt u onze dialoog. Soms
een duel. Soms een duet. Soms op het scherp van de snede. Dan weer zoekend naar het midden.
Maar in ieder geval altijd in gesprek.
En tenslotte, Anne-Marie, krijgen we van jou ook een top-drie?

35


36


BUURMAN & BOERMAN 2

GEUR, MEUR EN ODEUR

We lieten u als lezers beslissen. Zie BUURMAN & BOERMAN 1. Makkie dus. Geur, meur &
odeur staan op 1. Met stip. Alles wat de neus beroert scoort. En dat terwijl in hartje Tilburg,
Breda, Oss of Den Bosch geen varken te bespeuren is. Nou ja, één zeug met biggen op een
sokkel voor het provinciehuis. Maar die kun je met je ogen dicht nog niet ruiken. Anders was
5 odeur al lang de bovengrens in de BZV. Onze oproep in deze duo-blog moet dus relatief veel
respons gekregen hebben van lezers op het platteland. En van één beleidsmaker. Een die zich
kan verplaatsen in de problematiek waar boeren én burgers daarbuiten mee te kampen
hebben.

Buurman: De intensieve veehouderij staat dus in een kwade reuk. Toch groeien ze tegen de wind
in.
Boerman: Wat wil je? Onze boeren werden verplicht te investeren in luchtwassers. Specifiek om de
natuur te beschermen tegen ammoniak. Over geurwassers heeft niemand gerept. En ook een boer
kan zijn geld maar één keer uitgeven. Bovendien is er minder geur omdat veel boeren gestopt zijn.

Buurman: Klopt. Maar je wilt nu meer maatschappelijk draagvlak voor de sector. Meest effectief om
iets aan geur te doen. Stank – die term past beter bij mijn ervaring – is een voortdurende belasting.
365 dagen per jaar. 24 uur per dag. 7 dagen per week.
Boerman: Je weet wel beter, Buurman. Je neus signaleert een geur. Hoe jij die geur waardeert is
subjectief. Dat is de hedonische waarde. Verschilt per persoon. Geur kan als prettig worden ervaren.
Of als hinderlijk. Maar los van deze beleving, is iedere neus – ook die van jou – na een kwartier
gewend. Dus er is 24 uur per dag geur. Maar dat is, zelfs in jouw geval, geen continue belasting.

Buurman: Weet ik. Weet ik. Maar weet je? Mijn sensoren springen telkens op rood als er iets
verandert. Als ik thuis kom, ruik ik het. Als ik naar buiten ga, komt het op me af. Maar ik ruik het ook
als ze ander voer krijgen. Of als de deur daar open staat. Of als de mest verwerkt wordt. En mijn
handicap is, dat ik dan nu eenmaal niet de andere kant op kan ruiken.
Boerman: Oké. Oké. Daar heb je een punt. Maar wat wou je d’r aan doen? Want er moet iets
gebeuren. Al het goeie wat de veehouderij doet, wordt nu overschaduwd door gezeur over odeur.

Buurman: Probleem oplossen bij de bron. Ander varken. Ander voer. Andere stal. Andere indeling.
Andere mestopslag. Andere mestverwerking, Andere ....
Boerman: Ja, ja. Andere tijden. Andere burgers. Andere prijzen. Natuurlijk kan het anders. Maar er
zijn drie punten waar je rekening mee moet houden. (1) Het moet breed haalbaar zijn. Dat betekent
dat je er ook in oudere stallen iets mee moet kunnen. (2) Het moet betaalbaar zijn. Momenteel geen
vetpot bij de varkens. (3) Het moet aantrekkelijk zijn. Je kunt zoiets niet eventjes wettelijk regelen.

Buurman: Kan ik helemaal volgen. Als ik doordenk zouden we eigenlijk een geur-remmer moeten
hebben, waar ook de boer , zijn medewerkers en zijn varkens plezier aan beleven. Dan verkoopt
zoiets zichzelf. Als het niet te duur is, tenminste.
Boerman: Nou. Daar hebben we dus de criteria geformuleerd. Maar zo’n geur-remmer kunnen wij
hier samen niet zo een-twee-drie niet uit onze hoge hoed of platte pet toveren.

Buurman: Nee. Dat lukt ons nu niet. Maar we kunnen hier wel een oproep doen. Aan alle
slimmeriken op de HAS, Avans, Helicon, KW1 en andere scholen. En aan alle experts die elders
geuren afvangen. In Rijnmond. Of in Antwerpen. En aan boeren die zelf iets nieuws uitgevogeld
hebben.
Boerman: Ik heb het: Een wedstrijd. Een concours d’odeur. Een uitdaging. Voor jong talent en voor
oude rotten. We nodigen iedereen uit om mee te denken om het geurprobleem uit de wereld te
helpen. Denk met ons mee. Mail [email protected]

Buurman: Goed plan. Ga ik thuis aankaarten. Doe jij dat ook? Binnenkort zien we elkaar weer.
Dan hebben we het over de jury. Over de inzendtermijn. En over de prijzen. Want er moet wel iets te
winnen zijn.Ik gooi alvast een balletje op:
Anne-Marie, wil jij de prijzen komen uitreiken? Want budget hebben wij nie, zo een-twee-drie.

37


38


BOERENVERSTAND 18

ZEKER METEN & ZEKER WETEN

Als je niet kunt zien, ben je blind. Als je niet kunt praten, ben je stom. Als je niet kunt horen, ben je
doof. Als je niet kunt ruiken, ben je… Tja, wat ben je dan? Daar is geen Nederlands woord voor. Niet
kunnen ruiken komt zo weinig voor, dat we er geen woord voor hebben. Medici wel. Die hebben
overal vaktermen voor. Ook voor zeldzame gevallen. Als je niets kunt ruiken, ben je een anosmoot.

Waargenomen geur en berekende geur
Anosmie - zo heet de afwijking dan - komt weinig voor. Af en toe zie je concentraties anosmoten.
Vooral in een ambtelijke omgeving. Daar snuift men kunstlucht. Die is via de airco gestandaar-
diseerd. Daar bestaat ook geen waargenomen geur. Daar telt alleen de berekende geur. Maar als je
buiten woont, vertelt je neus je wat er in de lucht hangt. Daar kun je niet om heen. Je kunt immers
niet de andere kant op ruiken. Je kunt ook geen eelt op je neus ontwikkelen. En klagen helpt al
evenmin. Integendeel. Door negatieve aandacht groeit je probleem. En bovendien komt de respons
op je klacht - áls die al komt - vrijwel altijd later. En dan is er geen vuiltje meer aan de lucht. Sta je
met lege handen. Geen geur-foto. Geen geur-tapes. Geen bewijs. Want geur is vluchtig en kun je
niet opslaan.

Digitale neus
Maar dat gaat veranderen. Onlangs maakte het urgentieteam de uitkomsten bekend van een pilot.
Een proef met een E-nose, een elektronische neus. Daarmee kun je op je digitale dingetje tot op de
minuut nauwkeurig aflezen welke stank, wanneer, hoe lang en in welke mate door je
slaapkamerraam naar binnen kwam. Kijk, dan sta je als burger niet meer met lege handen.Tegelijk
werd een ander nieuwigheid gepresenteerd. De geur-radar. Daarmee kan je de bui als het ware ook
nog eens zien aankomen. De radar meet de luchtvochtigheid, temperatuur, windrichting en
windsnelheid. En geeft dan een prognose van de geurbelasting die je te wachten staat. Dus dan
weet je wanneer je ramen en deuren gesloten moet houden en alle kieren moet afkitten. Maar met
zo’n geur-radar kunnen benedenwindse boeren, natuurlijk ook maatregelen treffen om de geur te
remmen.Rondom geur komen er nog meer zekerheden. Vanaf 1 januari moeten boeren de
activiteiten van hun luchtwassers digitaal doorlussen naar de provincie. Als je dan meldt dat je wat
ruikt, krijg je in ieder geval een bevestiging en mogelijk een verklaring. Bijvoorbeeld dat er inderdaad
een storing aan een luchtwasser is. Of dat ‘ie een beurt krijgt. En als ze het niet weten, rukt t.z.t.
natuurlijk de geurbrigade uit om, gewapend met mobiele e-noses, het verdachte luchtje vast te
leggen en te identificeren.

Basiskennisdocument
Er komt dus meer zekerheid aan de kant van het meten. Maar bij het weten komt er ook meer
houvast. Tot nu toe kon je volop met elkaar steggelen over de potentiele gevaren die je neus
belagen. Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar nu is het Kennisplatform Veehouderij en
Gezondheid opgericht. Daar worden de uitkomsten van alle onderzoeken en rapportjes samengevat.
Er komt een ‘basiskennisdocument’. Daarin staat alles bij elkaar wat we weten. Natuurlijk ook een
hoofdstuk over geur. En wat geur betekent voor onze gezondheid. En die kennis wordt gedragen
door alle partijen: door het RIVM, de GGD’en, de universiteiten van Utrecht en Wageningen, de
omgevingsdiensten, de overheid én, niet onbelangrijk, óók door LTO-Nederland.

Basics voor Burgers
Er ontbreekt maar één partij. De burgers. Alle neuzen staan dezelfde kant op, maar de burgers zijn
niet gevraagd. Terwijl die nou net dé ervaringsdeskundigen zijn. Maar dat tekort kunnen we met z’n
allen goedmaken: De BMF, de Brabantse Milieufederatie, die ook het dakloze Brabants Burger
Beraad onderdak biedt, heeft een arts-onderzoeker opdracht gegeven om een begaanbaar pad te
hakken in de jungle van publicaties. Deze arts wordt daarbij ondersteund door de WRIDL&V
(Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw & Voeding). De opdracht van de BMF
is simpel: Oude én nieuwe kennis in kaart brengen. En - nu komt het wezenlijk belang - die in voor
burgers begrijpelijke taal opschrijven. En er staat natuurlijk - u kon het zien aankomen – ook een
hoofdstuk in over geur. Nieuwsgierig naar deze Basics voor Burgers? U kunt hier de crowdfunding-
actie van de BMF steunen.

En, Anne-Marie, help ook een handje - anders lukt het misschien nie, zo een-twee-drie.

39


40


BOERENVERSTAND 19

JEROEN BOSCH

DE BRUILOFT VAN MEER & BETER

Vijfhonderd jaar geleden. Jeroen Bosch penseelt uitersten. Zijn schilderijen weerspiegelen
het krachtenveld van zijn tijd. Sterk verbeeld in tegenpolen. Uitvergroot en met veel feeling
voor PR vormgegeven: Engelen en duivels. Lust en kwezelarij. Water en vuur. Bosch had
visie. Maar Bosch was ook een Brabander. Hij wist in zijn drieluiken deze uitersten ook met
elkaar te verenigen.

Tuin der Lusten
Het leeuwendeel van zijn werk kunnen we het komend jaar in Den Bosch zien en herbeleven. En met
enige verbeelding kunnen we daarin ook onze eigentijdse eigenaardigheden herkennen. Er ontbreekt
één belangrijk werk op de overzichtstentoonstelling van Jeroen Bosch. De Tuin der Lusten. Bij de
gemeenten rondom Den Bosch is nog een heteluchtbakker langs geweest. Ze hebben zich laten
vertellen dat ze deze gelegenheid niet mogen laten schieten. Op de kaart zetten en zo. Want de Tuin
der Lusten is er wel degelijk. Hij ligt er gewoon. En je kunt hem anno nu vinden in het buitengebied
van Oss.

Tuin der Lasten
Ik misgun de citymarketeer die dit bedacht heeft het goud niet dat voor zijn sprookje uitgeteld is. En
ik vind met hem dat ons buitengebied heel wat bekoringen kent. Maar toch vind ik het te gortig om
dat te afficheren als Tuin der Lusten. Er is hier een hoop te zien en te beleven. Dat zeker. Maar er is
links en rechts ook een hoop te doen. Men doet in deze hoek van Brabant zijn stinkende best op het
platteland. En dat kun je daarbuiten overal zien en ruiken. We zijn hier evenzeer een Tuin der
Lasten.

Drieluik Meer & Beter
Als ik focus op het beeld van de Peelhorst en de Kempen, komt er een ander schilderij van Bosch bij
mij op: De Bruiloft van Meer & Beter. Ook een drieluik. Links: Onafzienbare rijen zeugen tussen
ijzeren hekken. Golfplaat en damwand. Silo’s en giertonnen. In schril contrast daarmee het
rechterpaneel: Stro en struweel. Modderpoelen en dartelende biggetjes. Een varken dat met behulp
van springveren de laaghangende appels uit de bomen weet te happen. Het lijkt Vair wel. Op het
middenpaneel zie je hem terug in het bruidspaar Meer & Beter. Daarachter de bruidstoet van met
trechters getooide bestuurders. Daartussendoor en -omheen is het doek gelardeerd met typische
Bosch-figuren zoals speklappers, geldschuivers, spandoekers, zondagssprekers, strontvliegers,
fosfaatverkopers, dierenrechters, parttime vegetariërs, mooipraters, zwartkijkers en vuilnisvarkens.

Boerman & Buurman
Als je goed kijkt, zie je dat Bosch in het middenpaneel deze uitersten toch heeft weten te verenigen.
Links en rechts van het bruidspaar Meer en Beter zie je, dik gearmd, de liberalen, socialisten en
democraten als bruidsmeisjes en bruidsjonkers. In de bonte bruidsstoet lopen carnivoren arm in arm
met veganisten. Je ziet een polonaise van digitale schuifmaten met een schoffelploeg. En aan de
bruiloftstafel in het midden zitten Boerman en Buurman vrolijk aan het bier en de wijn.

Circulair ontwerp
In het landschap daarachter zie je her en der boerderijen tussen het groen. En een stoet mensen, die
weer anderen met de hakken uit het zand trekken. Aan de rechterkant is een dominante plaats
ingeruimd voor een vrouw met een verrekijker op een vuurtoren. Als je goed kijkt zie je dat zij haar
kijker richt op een sciencefictionachtig complex. Een kathedraal van torens, silo’s en bollen.
Verbonden met pijpleidingen als luchtbogen. Volgens het expertteam, dat dit drieluik onderzocht, zijn
deze gebouwen samen gepositioneerd op een perfecte cirkel. Recente röntgenfoto’s hebben
bevestigd dat de perspectieftekening van deze circulaire grondslag al in de houtkoolschets van
Bosch zichtbaar is.

Hij had visie. En die is zo gek nog nie. Anne-Marie, past dit script in jouw regie?

41


42


BUURMAN & BOERMAN 3

VARKENS MET AFSTANDSBEDIENING

OF SUPERFOOD VAN SUPERBOER?

Boerman zoekt naar nieuw toekomstperspectief. Dat valt nog niet mee. Buurman weet raad.

Buurman: Het gaat niet zo goed, hoor ik. Ik lees in de krant dat je er geld bij moet leggen. Bij die
krulstaarten van jou, bedoel ik. En dat moet je natuurlijk niet doen.
Boerman: Nou, geld bijleggen, nog net niet. Maar het houdt niet over. M’n zoon Rik heeft besloten
om het niet over te nemen. Dus er komt ‘n keer een eind aan.

Buurman: Heb ik je nog nooit horen zeggen, Boerman. Da’s natuurlijk niet leuk voor je. Want je hebt
daar levenslang wel hard gewerkt in die schuren van je. Wat ga je dan doen?
Boerman: Het duurt nog wel een paar jaar. Maar ik ben er wel over aan het nadenken. In mijn
stallen zit al mijn geld, dus ook mijn pensioen. Snappie? Het zal wel wat moeten opleveren, als ik ga
stoppen. Maar ik wil eigenlijk niet stoppen, maar verder. En bovendien wil ik hier eigenlijk voorlopig
ook wel blijven wonen.

Buurman: Eh… Je gaat dan toch zeker geen wiet telen of zo?
Boerman: Nou… Dat brengt in ieder geval wél op. Dan ben ik zo uit de schulden. Maar ik moet daar
niks van hebben. Ik wil gewoon eerlijk kunnen boeren. En ik wil m’n stallen benutten. Daar heb ik in
geïnvesteerd. Kan zijn dat een andere varkenshouder mijn stallen wil overnemen. Want door al die
strenge regels van de provincie kunnen veel bedrijven niet meer uitbreiden. Maar door er een bedrijf
bij te nemen, kun je natuurlijk ook uitbreiden.

Buurman: Dan krijg ik hier dus te maken met een superboer, die weet ik waar woont. Een boer met
thuis een afstandsbediening op z’n varkens hier. Lijkt me niet zo’n goed idee. Maar Boerman, jij zou
hier toch ook een zorgboerderij kunnen beginnen. Of je kunt biologisch gaan boeren. Dan laat je
varkens buiten lopen en rond wroeten. Brengen ze wel meer op, heb ik gehoord.
Boerman: Hoor je zelf wat je zegt? Je hangt nu al aan de telefoon en ik hoor je vrouw zelfs hier
mopperen als m’n luchtwasser ‘n keer een onderhoudsbeurt krijgt. Wat denk je dat je neus ervan
vindt als ik hier buiten varkens ga houden? Dat geeft wel extra aroma, dat kan ik je verzekeren. En
buiten kan ik er natuurlijk geen luchtwasser achter hangen.

Buurman: Ja… Had ik even niet bij nagedacht. Want het zou eigenlijk prettig zijn, als er iets kwam
wat juist niet eh.. stinkt.
Boerman: Ja, dat ben ik ook aan het uitzoeken met mijn adviseur. Maar dat valt nog niet mee. Maar
we gaan nu beginnen om eens met de gemeente te gaan praten. We willen weten wat er hier
eigenlijk allemaal mag.

Buurman: Goed idee. Want je mag hier natuurlijk niet zomaar iets gaan doen. Ofschoon, je moet
hier natuurlijk wel iets anders mogen dan alleen maar varkens houden.
Boerman: Klopt. Maar het moet wel passen in het buitengebied. Dus het mag geen overlast
veroorzaken. Maar van de andere kant moet het andere boeren ook niet in de weg zitten. En ik wil
ook geen gedoe met risico’s voor milieu en volksgezondheid. Eigenlijk moet het buitengebied er
beter van worden. En ik ook natuurlijk.

Buurman: Snap het helemaal. Je gaat je stallen vol zonnepanelen leggen. En dan ga je binnen iets
doen met algenteelt. Heb ik laatst gelezen. Daar moet licht bij van ledlampjes en dan groeit dat spul
tegen de klippen op. En het schijnt erg gezond te zijn. Soort superfood.
Boerman: Ja, en dan word ík zeker de superboer. Algen, zeg je? Nou, ik weet nog zo net niet of het
zoiets wordt. Van mijn adviseur hoorde ik dat gemeenten al werken met een dubbelbestemming.
Dan weet je al aan de voorkant wat je nog meer kan doen als alleen varkens houden. Maar jij zit
meestal vol ideeën. Ik nodig je uit. Bedenk iets wat ik hier zou kunnen doen. En het moet iets zijn
waar ik natuurlijk wel wat aan over hou.
Buurman: Top. Op mij kun je rekenen. Hand erop. Ga ik broeien op iets dat van jou – zonder
varkens en zonder afstandsbediening - toch een superboerman kan maken. Moet lukken.

43


44


BOERENVERSTAND 20

OPSCHONEN BEGINT VAN ONDER

In de jaren negentig van de vorige eeuw had je de Zure Regen. Met drie boosdoeners: de
industrie, de auto en de boer. Het was rampzalig. De vissen waren op sterven na dood. De
bossen zouden het loodje leggen. De boodschap was helder: het westen moest alles op alles
zetten om dit tij nog tijdig te kunnen keren.

Zure regen
De zure regen werd voor het eerst in de Scandinavische landen vastgesteld. In de jaren 50 en 60
van de vorige eeuw. Er werd toen in meren een dramatische teruggang van de visstand
geconstateerd. Uit onderzoek bleek dat de vissen verdronken. Het water was te zuur. In 1981
signaleerde de Duitse bodemkundige Bernhard Ulrich een ‘Waldsterben’ van dezelfde orde. Heel
Europa zou geteisterd worden door deze kaalslag. En onze kalkstenen kathedralen, zoals de Sint
Jan, zouden op de lange termijn evengoed weggevreten worden. Het begrip zure regen was
inmiddels uitgegroeid tot de naam voor de massale weerstand tegen elke soort luchtvervuiling.

Emissie-reductie
De overheid begreep dat er echt iets mis dreigde te gaan en begon paal en perk te stellen aan
emissies. Er kwamen verplichte ontzwavelingsinstallaties bij centrales en raffinaderijen. De emissies
van zwaveldioxide zijn hier daardoor met 89% gedaald sinds 1980. De invoer van de
driewegkatalysator bij personenauto’s zorgde voor een emissiedaling van 40%. En om de emissies
van de landbouw te beteugelen werd het ‘gieren’ verboden en kwamen er luchtwassers om de
ammoniak uit de stallucht te halen.
In 1995 moest Ulrich zijn stelling intrekken dat onze bossen op omvallen stonden vanwege de
verzuring. Er was geen wetenschappelijk bewijs. En er waren meer factoren zoals klimaat,
schimmels, virussen en plagen die naast de verzuurde lucht- en bodemcondities zorgden voor de
achteruitgang van ons bossen. Maar de maatschappelijke trend naar een schoner milieu was
onmiskenbaar gezet.

Strengere criteria en normen
De industriële eisen werden jaar na jaar aangescherpt. Voor de autofabrikanten golden voor nieuwe
modellen telkens strengere emissie-eisen. Voor automobilisten werd het met fiscale maatregelen
aantrekkelijk gemaakt om over te stappen naar schonere voertuigen. In de voorhoede is een nieuwe
generatie auto’s die rijden op waterstofgas in ontwikkeling. Om het bestaande wagenpark van
achteruit op te schonen werd de APK ingevoerd. Een keuring met criteria en normen voor veiligheid
en milieu die jaarlijks bijgesteld konden worden. En recent leidde de aangescherpte oldtimer-regeling
tot een koude sanering in het nog vervuilende segment aan de achterkant van het wagenpark.

Stil in de landbouw
In de landbouw is het hierbij vergeleken rustig gebleven. Te rustig. Voor nieuwe stallen werden
luchtwassers verplicht. Maar daarbij mocht je weer salderen*. Zoiets als dat je een vrijstelling kreeg
om rond te blijven rijden met je oude roetmobiel, als je er maar een nieuwe schone auto bij kocht. En
natuurlijk hebben individuele boeren ook niet stil gezeten. En er kwamen natuurlijk ook Europese
maatstaven en normen. Maar de sector bleek vooral succesvol in de lobby voor het binnenhalen van
ontheffingen en uitstel. Met name voor de intensieve veehouderij.

Draagvlak is verdampt
Het verzurend effect van de veehouderij is inmiddels breed over Brabant uitgewaaierd. Behalve
natuurbeschermers trekken ook burgers en consumenten aan de bel. De aantallen dieren, het
gezond-heidsrisico en met name de altijd aanwezige deken van geur en fijn stof, breken de sector nu
op. Het draagvlak is compleet verdampt. Met de BZV, de Brabantse Zorgvuldigheidscore
Veehouderij, zijn er criteria en normen gesteld voor de uitbreiding van de voorhoede. Dat is goed.
Maar er ligt nóg een gigantische kans. Echte grote schoonmaak begint aan de achterkant. Want daar
is het ‘t hardst nodig.
Anne-Marie, mogen wij zo’n APK, voor de onderste trede van je trap naar transitie?

45


46


Click to View FlipBook Version
Previous Book
Furore 2019 nr. 2 juni 2019
Next Book
Prioridade Jovem – Promoção da Saúde Mental e Sexual