EEN UITGAVE VAN KNCV VOOR LEDEN VAN KNCV, KVCV, NBV & NVBMB 02 2025 ‘BUITEN DE ACADEMIE IS COMPLEXITEIT EEN LIABILITY’ MICHAEL BOOT, MEDE-OPRICHTER BIO-OLIE PRODUCENT VERTORO: Materialen AI JUREERT MOF-VERKIEZING Opinie ‘BIOBASED PLASTICS ONTERECHT BUITENSPEL GEZET’ Industrie VLOEIBARE KUNSTMEST ZIT IN DE LIFT LABORAMA SPECIAL
Laboratoriumbenodigdheden Life Science en Chemikaliën. www.carlroth.nl Onze kwaliteitsbelofte is EXCiPACT®- gecertificeerd. Bij Carl ROTH maken we tijd voor de kwaliteit en veiligheid van onze producten . En onze ervaring en ons engagement werden nu met de EXCiPACT®-certificering beloond. Ontdek ons veelzijdige assortiment gekeurde hulpstoffen voor de farmaceutische industrie. Farmaceutische hulpstoffen conform EXCiPACT®-standaard Onze kwaliteitsbelofte. Veel meer dan zomaar standaard.
Podium Onze leden geven de chemie en life sciences kleur en betekenis; wie zijn zij? 3 nummer 2 2025 laatste tien jaar. Momenteel zijn nextgeneration medicijnen vaak biologicals en is bioconjugatie een begrip dat zeer bekend is geworden. Het feit dat het COVID-vaccin gebaseerd is op nucleïnezuren en oligonucleotiden heeft de bekendheid van het onderzoek ook een enorme boost gegeven.’ WAT IS HET MEEST WAARDEVOLLE CONGRES WAAR JE BENT GEWEEST EN WAAROM? ‘Een van mijn favoriete congressen is SCNAC: Symposium on Chemistry of Nucleic Acid Components. Dit driejaarlijkse, kleinschalige congres in Cesky Krumlov, Tsjechië, brengt zo’n 250 collega’s en peers in de nucleïnezuurchemie samen. Naast inspirerende lezingen van prominente wetenschappers staat ook cultuur en interactie centraal. Het symposiumdiner in historische klederdracht bevordert de onderlinge interactie enorm en is een uitstekende voedingsbodem voor interessante samenwerkingen. Het is een topcongres van begin tot eind.’ WAAROM VIND JE HET BELANGRIJK OM VOORZITTER TE ZIJN VAN DE PAS OPGEWAT DOE JE MET CHEMIE? ‘In mijn onderzoeksgroep modificeren wij peptiden, proteïnen en nucleïnezuren via organische synthese om hun therapeutische werking te verbeteren. We gebruiken de gemodificeerde moleculen ook als diagnostische probes voor bijvoorbeeld het detecteren van biomarkers. Verder ontwerpen we nieuwe zogenaamde bioorthogonale methoden om modaliteiten zoals oligonucleotiden en nanobodies aan elkaar te linken.’ WELK ONDERZOEK MAAKT JOU HET MEEST ENTHOUSIAST? ‘Ik haal veel motivatie uit samenwerking, bijvoorbeeld in Europese projecten waar we verschillende expertises bundelen om naar een bepaald doel toe te werken. Zo hebben we recent samen met een academische partner uit Southampton en een klein bedrijf uit Zweden kunnen werken aan een nieuwe methode voor het gericht afleveren van een antisense oligonucleotide aan welbepaalde cellen.’ HOE IS JOUW WERK OVER DE AFGELOPEN TIEN JAAR VERANDERD? ‘Ruim twintig jaar geleden draaide geneesmiddelenontwikkeling volledig om kleine moleculen en hadden farmaceutische bedrijven weinig tot geen interesse in de chemie waar wij ons als groep in specialiseerden, namelijk peptide- en oligonucleotidechemie. Dit is veel veranderd over de RICHTE KVCV-SECTIE ORGANISCHE EN BIO-ORGANISCHE CHEMIE? ‘De oprichting van deze sectie was belangrijk om de (bio)organische chemie in België een uniform “gezicht” te geven. We hebben één sectie gecreëerd over KVCV en SRC en verenigen zo collega’s uit Vlaanderen en Wallonië. We hopen zo ons onderzoek en jonge onderzoekers meer zichtbaarheid en kansen te geven. Mijn voorzitterschap is eerder toevallig ontstaan, omdat ik degene was die aan deze “kar” begon te trekken.’ Ontdek de nieuwe sectie hier: WAT BETEKENT DEZE FOTO VOOR JOU? ‘De foto is genomen samen met mijn wetenschappelijke “vader” emeritus Prof. Pierre De Clercq die aan de figuurlijke wieg van mijn carrière stond. De foto is genomen in 2019 tijdens het Symposium “Organic Chemistry and the Synthesis of Complex Molecules: A tribute to István E. Markó” ter ere van Prof. István Markó, een goede vriend en een van de beste organisch chemici van België die helaas te vroeg heenging.’ ‘Ik haal veel motivatie uit samenwerking, bijvoorbeeld in Europese projecten’ ANNEMIEKE MADDER TEKST: NINE GERRITS
4 nummer 2 2025 Inhoud 68 GRENZEN VERLEGGEN: LIZAH VAN DER AART MICHAEL BOOT: ‘Het is eigenlijk net koffiezetten’ 18 MET AI ZOEKEN NAAR DE BESTE MOF 12 53 DIELS-ALDER DATABASE
EN VERDER nummer 2 5 2025 I n deze editie van C2W | Mens & Molecule trakteren we u op een vleugje Brussel. In het hart van dit nummer vindt u een Frans-Nederlandstalig katern, speciaal samengesteld ter gelegenheid van de Laborama-beurs waar de internationale laboratoriumwereld op 20 en 21 maart samenkomt. Hoofdredacteur Esther Thole sprak Michael Boot, mede-oprichter van Vertoro, dat lignine-olie wint uit biomassa als duurzaam alternatief voor aardolie. Voor Boot is de hele wereld het speelveld: hij wil niets minder dan ’s werelds eerste écht duurzame oliemaatschappij opbouwen. Een (h)eerlijk nuchter en praktisch verhaal waarin hij uitlegt waarom hij zich meer door Ryanair en Picasso laat inspireren dan door Science en Nature. C2W | Mens & Molecule begint daarnaast steeds meer een platform voor debat te worden, en dat juichen we toe. De recensie in het vorige nummer over Paniek om niets, het nieuwste boek van Simon Rozendaal, bleek een steen in de vijver. Wim van Tilborg plaatst in dit nummer kritische kanttekeningen bij Rozendaals betoog, waarna laatstgenoemde op zijn beurt weer in de pen klom. Daar houden we van: wetenschap gedijt immers bij discussie. Dat wetenschap dan weer juist niet gedijt bij ad-hoc-beleid blijkt uit actuele reorganisaties waar met een botte bijl een einde wordt gemaakt aan onderzoeksprojecten en levenswerken. Wat het bestuur van de KNCV daarvan vindt kunt u lezen op pag 10. � Voorwoord 7 Opinie: ‘Biobased plastics worden onterecht buitenspel gezet’ 16 Onderzoek: Polymeren in beweging 22 Onderzoek: Vluchtige actieve sites vormen superzuur 24 Industrie: Ieder molecuul telt mee 37 Onderzoek: Groene oplosmiddelen voor biogasmembranen 45 Start-up: Secoya 59 Onderwijs: Vaardig voor de polymeerindustrie 61 Achtergrond: Onbekend chloorbijproduct opgehelderd 64 Opinie: ‘Zijn we echt onnodig panisch over nanogrammen?’ 67 Opinie: ‘Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest’ VERENIGINGEN 26 KNCV 28 KVCV 31 NBV RUBRIEKEN 3 Podium 8 Actueel 11 Redactioneel: Esther Thole 32 Ons kent Ons 72 Agenda 74 In de Media COVERBEELD: IKON IMAGES/CURVE.NL 50 IN BEELD: BESCHERMENDE BUBBELFOLIE RECENSIE: ZIJN NAAM WAS ÉÉN-DRIE-ZEVEN Jan-Willem Toering Uitgever C2W | Mens & Molecule 55
Caroline Paul KNCV Gouden Medaille 2024 Nomineren kan tot 30 april Eind 2025 reiken wij weer de KNCV Gouden Medaille uit, de belangrijkste Nederlandse prijs voor chemisch talent. Kent u iemand die in aanmerking komt om de ‘hall of fame’ van de Nederlandse chemie te betreden? Meld uw kandidaat dan nu aan. Op www.kncv.nl/goudenmedaille kunt u alles lezen over de criteria en de procedure. Uw voordracht zien wij graag voor 30 april 2025 tegemoet. Wie wint de KNCV Gouden Medaille in 2025?
7 nummer 2 2025 TEKST: YUKI KABE BEELD: SHUTTERSTOCK Opinie Volgens Yuki Kabe leidt een beleidskloof tot een onjuiste beoordeling van biobased plastics in levenscyclusanalyses. En daardoor wordt het potentieel van deze materialen onvoldoende benut. Ondanks hun mogelijkheden en duurzame eigenschappen, hebben bioplastics nog steeds moeite om te concurreren met ‘gewone’ plastics. Dit komt vooral door ongelijke beleidsregels en een gebrek aan erkenning van hun bijdrage aan duurzaamheid. Laat me wat context schetsen: veel biobased plastics zijn chemisch hetzelfde als hun fossiele tegenhangers. Die gelijkenis biedt verschillende voordelen. Zo kunnen dezelfde machines worden gebruikt, wat investeringen bespaart en de overstap naar deze materialen makkelijk maakt. Daarnaast passen biobased plastics perfect in de circulaire economie. Ze kunnen worden ingezameld, gerecycled en opnieuw gebruikt, net zoals traditionele plastics. Vanuit milieuoogpunt zijn biobased plastics bijzonder waardevol. Ze verminderen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en slaan biogene koolstof op. Dit laatste betekent dat koolstof die door planten uit de atmosfeer is opgenomen, in het materiaal wordt opgeslagen, waardoor het CO2-gehalte in de atmosfeer tijdelijk verlaagd wordt. Als biobased plastics gerecycled worden, wordt die koolstofopslagperiode zelfs verlengd. Dit voordeel wordt echter vaak genegeerd in huidige koolstofboekhoudmethoden. Biobased plastics hebben te maken met een uniek nadeel als het gaat om hoe ze worden beoordeeld in levenscyclusanalyses. Methodologieën zoals de Product Environmental Footprint (PEF) van de EU tellen emissies van biobased plastics al vooraf mee, omdat de koolstof uiteindelijk weer vrijkomt — of dat nu over een paar decennia of over een eeuw is. Daarentegen worden bij fossiele plastics pas meegeteld als ze geoxideerd zijn. Dit betekent dat fossiele plastics die worden gerecycled of op stortplaatsen belanden, minder emissies tonen in analyses. Deze discrepantie creëert een ongelijk speelveld en negeert de waarde van de tijdelijke koolstofopslag die biobased plastics bieden. Hoewel de EU ambitieuze doelstellingen heeft gesteld voor hernieuwbare energie, waaronder biobrandstoffen, zijn er geen vergelijkbare doelstellingen voor biobased materialen die afkomstig zijn van dezelfde hernieuwbare bronnen. Dit zorgt voor een kloof in het beleid, waardoor de kosten voor grondstoffen voor biobased materialen stijgen en het moeilijker wordt voor hen om te concurreren. Volgens het prioriteitsprincipe van biomassa moet de productie van materialen prioriteit krijgen boven de productie van energie om de efficiëntie van hulpbronnen te maximaliseren, alleen het huidige beleid weerspiegelt deze logica niet. duurzaamheid, beleid Een andere hindernis is het ontbreken van bindende duurzaamheidseisen voor biomassa. Momenteel bestaat alleen een niet-bindend beleidskader, wat bedrijven dwingt om met inconsistente regels om te gaan. Dit kan eenvoudig worden opgelost, aangezien er al duurzaamheidseisen zijn voor biobrandstoffen die ze als voorbeeld kunnen nemen. Al met al ervaart de biobased plasticindustrie op beleidsniveau meer weerstand dan steun. Veranderende regelgeving legt de verantwoordelijkheid bij bedrijven om te bewijzen dat hun initiatieven werken, vaak met hoge kosten. Dit vertraagt hun concurrentiepositie ten opzichte van fossiele bedrijven, die minder worden gereguleerd. Om het potentieel van biobased plastics te benutten, is beleidsverandering nodig. Wetgevers moeten duidelijke, wetenschappelijke duurzaamheidscriteria ontwikkelen die technologieneutraal zijn en voor de hele EU gelden. Deze criteria moeten gebaseerd zijn op bestaande certificeringssystemen en het koolstofopslagpotentieel van biobased plastics erkennen in levenscyclusanalyses. Door een gelijk speelveld te creëren, kunnen beleidsmakers de groei van biobased plastics stimuleren en bijdragen aan een duurzamere, lage-emissie-economie. Yuki Kabe is Technical Advocacy Specialist bij Braskem en heeft als chemisch ingenieur 20+ jaar ervaring in duurzaamheid en levenscyclusbeheer. Reageren? redactie@kncv.nl ‘Biobased plastics worden onterecht buitenspel gezet’
Actueel 8 nummer 2 2025 CREDIT: VAN DER HEIJDEN ET AL. (2025) CHEMBIOCHEM E202400882 CREDIT: HIMS / AVANTIUM MEDICIJNPROBE HENGELT NAAR BIJVANGST Olaparib is een veelgebruikt medicijn bij borsten eierstokkanker. Daarbij is bekend dat het de zogenoemde PARP1- en PARP2-enzymen remt, maar eventuele off-targets zouden voor ongewenste bijwerkingen kunnen zorgen. Om een compleet beeld te krijgen van wat het medicijn nog meer bindt in de Cel besloten onderzoekers van de Universiteit Leiden, Het NKI en de Radboud Universiteit het medicijn een ‘biotinestaart’ te geven die je later kunt opvissen als het medicijn is gebonden met andere eiwitten of enzymen. De resultaten staan in ChemBioChem. Normaal gebruik je daar koperklikchemie voor, maar dat is soms schadelijk voor de cel. Om dat te omzeilen zetten de onderzoekers van te voren al de biotinestaart aan het medicijn. Daarnaast voorzagen ze Olaparib van een foto-crosslinker, in dit geval een driering met een N=N-gedeelte. Het medicijn zelf bindt namelijk wel aan targets, maar vaak is dat reversibel. Met de crosslinker kun je – nadat je er uv-licht op schijnt – Olaparib permanent vastzetten aan eventuele targets. Op die manier vonden de onderzoekers dat Olaparib meer bindt dan alleen PARP1 en PARP2, waaronder de kinases CDK8 en CDK19. Ze hopen dat deze methode een tool kan zijn die helpt bij het verlagen van off-targets van nieuwe medicijnen. (DL) Meer lezen? Scan de QR-code! DE VUILE WAS IN ZOUTZUUR HANGEN Met de komst van fast fashion en de weggooimentaliteit is de textielindustrie gestegen tot de derde plek in het lijstje van meest vervuilende industrieën. Een oplossing voor de grote hoeveelheden afgedankt textiel is dan ook hard nodig, maar tot nu toe blijft het lastig om de mengsels van katoen en synthetische materialen goed te scheiden. Nienke Leenders, Gert-Jan Gruter en collega’s van de Universiteit van Amsterdam hebben voor polykatoen – mede dankzij de Dawn-technologie van Avantium – een oplossing gevonden, zo schrijven ze in Nature Communications. Polykatoen is een mengsel van katoen en polyester, een veelvoorkomende combinatie in kleding. Eerdere processen om de twee uit elkaar te halen waren niet werkbaar genoeg door bijvoorbeeld te lage opbrengsten. Maar de onderzoekers vonden dat je met sterk geconcentreerd zoutzuur (43 wt-% in water) veel betere resultaten krijgt. Het door Avantium gepatenteerde Dawn-proces zet katoen met dat zoutzuur om in een glucoseoplossing. Bewerk je die verder, dan heb je glucose dat als basis kan dienen voor hernieuwbare plastics. Bij het proces bleek het katoen volledig los te raken van de polyestercomponenten, met een opbrengst van 75% molair glucose. Je kunt dat dan weer makkelijk scheiden van het polyester (PET in dit geval), dat de onderzoekers vervolgens omzetten met glycolyse in bis(2-hydroxyethyl)tereftalaat (BHET). Een ander Nederlands bedrijf – CuRe – kan dit gebruiken voor het herpolymeriseren van BHET tot PET. (DL) Meer lezen? Scan de QR-code!
IN ’T KORT 9 nummer 2 2025 €1,5 miljard Dsm-firmenich verkoopt hun deel uit de Feed Enzymes Alliance waar zij samen met het Deense Novonesis voederenzymen ontwikkelde voor de veemarkt. De afsplitsing van de Animal Nutrition & Health tak stond al langere tijd op de planning. CREDIT: DANIËL LINZEL, CANVA.COM LASERLAB TIEN JAAR DOOR Eind vorig jaar is bekend geworden dat de HFMLFELIX-onderzoeksfaciliteit dat zich specialiseert in lasers doorgaat binnen een nationaal samenwerkingsverband dat naast het laserlab bestaat uit de Radboud Universiteit, NWO en zes andere Nederlandse universiteiten. Dat zorgt ervoor dat HFML-FELIX de komende tien jaar kan rekenen op structurele financiering. 300.000 TON AFVALSTROMEN OMV Renewable Fuels & Feedstock heeft vergevorderde plannen om een fabriek te bouwen dat bijna 300.000 ton organische afvalstromen omzet in duurzame brandstoffen. De fabriek, die in Kallo dichtbij het Antwerpse havengebied moet komen, wordt volgens de planning in het tweede kwartaal van 2025 gebouwd en zou dan begin 2028 operationeel moeten zijn – mits er een positieve investeringsbeslissing valt over de €560 miljoen die ermee gemoeid is. PAKKETJE VOOR HET BEENMERG Het afleveren van moleculen of medicijnen in het lichaam kent zo zijn uitdagingen, vooral als je op een specifieke plek moet zijn waarvoor het molecuul eerst door de lever heen moet. Een van de lastigere bestemmingen is het beenmerg en de cellen die zich daar bevinden. Een team onder leiding van de TU Eindhoven presenteert in Nature Nanotechnology een prototype op basis van apolipoproteïne-lipidenanodeeltjes (aNP’s) die onder andere small interfering RNA (siRNA) kunnen vervoeren. Het kan op die manier dienen om medicijnen gebaseerd op nucleïnezuren op de juiste plek te krijgen. Na het ontwerpen van een dikke zeventig aNP’s kozen de onderzoekers acht verschillende uit om verder te testen in muizen. Dat deden ze door te kijken hoe goed de verpakte siRNA’s het gen voor het fluorescerende eiwit LAMP1 kon uitzetten. Twee van de aNP’s lieten een brede uitschakeling zien in zowel beenmergcellen (hematopoëtische stamcellen) als de voorlopers daarvan (myeloid progenitors). De auteurs verwachten dat het aNP-platform de basis kan zijn voor klinische toepassingen als immunoregulatie, vaccinaties en zelfs genbewerkingen in stamcellen bij zeldzame erfelijke ziektes. (DL) Meer lezen? Scan de QR-code!
Ad-hoc beleid schaadt chemisch onderzoek De recente ontslagronde bij de faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW) van de Universiteit Twente laat zien hoe kwetsbaar vakgebieden als chemie en natuurkunde zijn geworden binnen het Nederlandse universitaire landschap. Het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging maakt zich grote zorgen over de gevolgen van deze en mogelijk toekomstige reorganisaties binnen het hoger onderwijs, die niet alleen de carrières van individuele onderzoekers en docenten raken, maar ook de opleiding van toekomstige experts en daarmee de positie van Nederland als innovatief en kennisrijk land ondermijnen. Chemie en natuurkunde zijn onmisbaar voor de grote uitdagingen van deze tijd: van de energie-, grondstoffen- en materialentransitie tot de ontwikkeling van duurzame productieprocessen en nieuwe medicijnen. Toch worden deze vakgebieden steeds vaker getroffen door financiële tekorten en bestuurlijke keuzes die ten koste gaan van kwalitatief hoogwaardig onderwijs en onderzoek. Dit probleem beperkt zich niet tot één faculteit of één universiteit. Overal in Nederland staan wetenschappelijk onderzoek en onderwijs – nadrukkelijk ook in de exacte en technische gebieden – onder druk, terwijl ze cruciaal zijn voor de kenniseconomie en innovatiekracht van ons land. De KNCV roept daarom beleidsmakers en universiteitsbesturen op om fundamenteel na te denken over de vraag hoe we wetenschappelijk onderzoek en onderwijs in Nederland duurzaam kunnen financieren en besturen. Kortetermijnoplossingen en ad-hoc bezuinigingen mogen niet de toekomst van de wetenschap en daarmee het innovatievermogen van Nederland in gevaar brengen. Namens het bestuur van de KNCV Prof. Dr. Yvonne van der Meer Voorzitter Prof. Dr. Matthias Bickelhaupt Vice-voorzitter
Column 11 nummer 2 2025 Wat is de grootste bedreiging voor effectief opruimen? Voor mij is het de afleiding door alle herinneringen die naar boven komen. Ik vind opruimen an sich best een lekker klusje en ik ben ook niet bang om keuzes te maken. Het geeft mij een goed gevoel om allerlei opgehoopte ballast de deur uit te doen. Dat creëert lucht en licht en ruimte voor het nieuwe. Maar tegelijkertijd vind ik het ook heerlijk om tijdens dat opruimen te stuiten op foto’s, souvenirs, kledingstukken of krantenknipsels die me meteen terugbrengen naar een moment in het verleden. En dat is dus voor mij de grote valkuil. Het kost me echt moeite om niet iedere kaart of kindertekening, ieder diploma, poëziealbum of visitekaartjevan-dat-leuke-restaurant-in-[vul maar in] uitvoerig te herlezen en te bekijken. Of, nog liever, het hele verhaal over dat item (nog maar weer eens) te vertellen aan de ongelukkige toehoorder die toevallig net in de buurt is. Dus stop ik al die financieel waardeloze, maar emotioneel onbetaalbare spulletjes gewoon weer terug in de doos. Niet dat je zonder spullen die herinneringen niet meer hebt, maar met spullen heb je die herinneringen sneller terug. En dat is fijn. Datzelfde geldt, ook al is de aanleiding droevig, voor artikelen waarin je leest over het leven van iemand die (onlangs) is overleden. Als je diegene hebt gekend, roept het herinneringen op. Maar ook als je diegene niet persoonlijk hebt gekend, kan het wel in bredere zin je geheugen op een goede manier prikkelen. Omdat het raakt aan een vakgebied, een plaats, een periode, een school, een bedrijf of wat dan ook, waar je iets in herkent. Daarom wordt in uiteenlopende media de In Memoriam-rubriek meestal goed gelezen. Op de redactie krijgen we ook regelmatig de vraag of het verzoek om aandacht te besteden aan het overlijden van een chemicus van naam en faam. Dat is heel begrijpelijk en tegelijkertijd vind ik het heel lastig om daar goed op te antwoorden. De realiteit is namelijk dat juist een IM niet zomaar ‘een stukkie’ is. Nou is daar nog wel een mouw aan te passen, zeker omdat er vaak al een (aanzet tot) een tekst wordt meegestuurd. Maar wat ik echt lastig vind, is om te bepalen wie dan wel en niet de aandacht krijgt. Verdient alleen de vooraanstaande emeritus met een indrukwekkende prijzenkast en publicatielijst een IM? Is dat het enige dat telt om een mens te herinneren? Dat lijkt me niet. Maar hoe moet het dan? Wie bepaalt wie belangrijk genoeg was? Voor het selecteren van papers om een nieuwtje over te schrijven vind ik dat helemaal niet ingewikkeld, maar waar het gaat om een IM kun je dat besluit maar één keer nemen. Dat maakt het moeilijk, want het laatste wat ik wil is dat de willekeur regeert. Of dat het een onbetamelijke popularity contest wordt. Wie suggesties heeft voor een respectvolle, professionele, lezenswaardige en haalbare (!) overlijdensrubriek in C2W | Mens & Molecule; ik hoor het graag. De dood is al willekeurig genoeg. Laat dat niet ook het geval zijn voor onze aandacht en herinneringen. o HERINNERING ‘Wie bepaalt wie belangrijk genoeg was?’ ESTHER THOLE HOOFDREDACTEUR C2W | MENS & MOLECULE ethole@kncv.nl
12 nummer 2 2025 Geïnspireerd door het werk van Pablo Picasso en de strategie van Ryanair, wil ondernemer Michael Boot van bio-olieproducent Vertoro ‘s werelds eerste duurzame oliemaatschappij maken. ‘Je moet je product uitkleden tot de essentie.’ Interview ondernemen, lignine TEKST: ESTHER THOLE BEELD: ROB VAN HOORN Wie denkt dat vernieuwing en innovatie gepaard moeten gaan met ingewikkelde, imponerende technische vindingen die slechts voor weinigen te begrijpen zijn, is bij Michael Boot aan het verkeerde adres. Boot is mede-oprichter van Vertoro, een spin-off van de TU Eindhoven die lignine-olie uit biomassa produceert als vervanger van aardolie. Hij houdt het graag simpel. ‘Het is eigenlijk net koffiezetten. We lossen de vaste biomassa op in een verwarmde vloeistof, sturen het door een filter, en we hebben “groene” olie.’ Ook de ambities van het bedrijf vat hij eenvoudig samen: Vertoro wil ‘s werelds eerste duurzame oliemaatschappij worden. En om serieus mee te spelen in de wereld van Big Oil moet je het zo eenvoudig mogelijk houden, aldus Boot en zijn team, want anders verlies je het van een industrie die een optimalisatievoorsprong van zo’n 150 jaar heeft. ‘In de academische wereld wordt complexiteit nog steeds gezien als een asset, terwijl het in de wereld daarbuiten vooral als een liability geldt.’ Jouw pleidooi voor een simpel verhaal valt op in een wereld waarin veel universitaire spin-offs er juist prat op gaan dat ze iets heel ingewikkelds hebben uitgevogeld. ‘Dat is ook niet heel gek, want de incentives liggen nou eenmaal anders. Binnen de academie is nog steeds een Science- of Naturepaper het hoogst haalbare en daarvoor geldt: hoe complexer, hoe beter. Wat je vervolgens ziet is dat een enthousiaste wetenschapper die op basis van zo’n paper een bedrijfje begint, in eerste instantie veel heeft aan die complexiteit. Dat wekt bewondering, er worden prijzen gewonnen, grants binnengesleept en het is eerst heel succesvol. Een paar early investors vinden lukt ook nog wel, want die zijn ook onder indruk van hoe knap het allemaal is. Maar zodra je de stap van het lab naar een pre-commerciële schaal moet maken, komt de realiteit van de markt om de hoek. Dan blijkt dat de waarde van jouw product, bijvoorbeeld een biobrandstof of een bioplastic, al min of meer vastligt. Dat zijn grote markten en de prijs van het product kan niet door een enkele speler worden beïnvloed. Met als gevolg dat de marge afhankelijk is van de complexiteit van je product. Hoe moeilijker, hoe minder er onder de streep overblijft.’ Maar jullie gaan die valkuil omzeilen? ‘Wij hebben besloten om het juist heel anders te doen en alles tot de essentie uit te kleden. Ik heb ook een MBA gedaan en daar raakte ik geïnspireerd door de casussen over SouthWest Airlines en Ryanair. Die bedrijven hebben heel goed gekeken naar wat de klant eigenlijk wil, namelijk van A naar B worden gebracht, en hun dienst tot die essentie teruggebracht. Alle extra’s, van mooie outfits voor de stewardessen tot luxe zoutjes en drankjes tijdens de vlucht, dragen bij aan de kostprijs, maar niet in even grote mate aan de waarde voor de klant. Dat hebben die prijsvechters heel goed gezien. Bij Vertoro proberen we ook op die manier ernaar te kijken. Dat zit ook in onze naam, die heeft eigenlijk twee betekenissen.’ Twee? Ik dacht dat het over ‘groen goud’ ging. ‘Ja, maar ook “ver toro”, als in “zie de stier”. Picasso heeft een serie schilderijen gemaakt van een stier die hij stapsgewijs terugbrengt tot de essentie. Het begint met een stier in alle details en steeds verdwijnt er iets totdat er slechts een paar lijnen overblijven en toch weet je als kijker: daar staat een stier. Ik las later dat deze serie ook een favoriet was van ‘DE SNELSTE EN GOEDKOOPSTE MANIER OM TE DE-FOSSILIZEN IS MÉT EN DOOR DE OLIE-INDUSTRIE’
13 nummer 2 2025 ‘Wat is ruwe olie nou eigenlijk anders dan een mengsel van vloeibare kool- waterstoffen?
14 nummer 2 2025 de raffinage en zijn de verdere producten net zo als iedereen is gewend. En bij een raffinaderij is de FCC [fluid catalytic cracker, red.] de meest logische plek om onze bioolie in te brengen en dan verwerk je het verder als aardolie.’ Dus als basis voor brandstoffen en voor chemicaliën? Maar is het niet zonde van de lignine met die gewilde aromaten om daar gewoon brandstof van te maken? ‘Ook hier kijken we er weer anders tegenaan. Vanaf de start denken we niet zozeer aan wat we met ons product willen doen, maar denken we in termen van het bedrijf dat we willen zijn. Het doel van Vertoro is om een duurzame, grote oliemaatschappij te worden. Een Oil Major, maar dan met bio-olie. En dan is het slim om te kijken hoe de fossiele bedrijven dat hebben aangepakt, want die sector is gewoon ongelooflijk succesvol. Dan zie je dat al die bedrijven een 90:10 ratio hanteren: negentig procent van de productie is voor energietoepassingen, dus brandstoffen, en tien procent is voor Steve Jobs en bij Apple zag je dat terug in het design. Waar een afstandsbediening van Philips wel vijftig knoppen had, kwam Apple met een versie met maar twee knoppen en daar kon je ook alles mee.’ Hoe vertaalt dit alles zich naar jullie duurzame olie? ‘Wij komen vanuit de wereld van de wetenschappelijke excellentie waarin het steeds complexer werd. Superkritische vloeistoffen, heterogene katalyse, waterstof; alles werd uit de kast gehaald om uit biomassa mooie moleculen te maken in hoge opbrengsten. Allemaal prachtig, maar wie zit daar op te wachten? At the end of the day proberen we een alternatief voor fossiele olie te maken en wat is ruwe olie nou eigenlijk anders dan een mengsel van verschillende vloeibare koolwaterstoffen? Dat is de essentie van ruwe olie. Het probleem van biomassa is dat het vast is en dan is het niet zomaar te verwerken. Als ik een baal hooi bij Shell in Pernis neerzet, kunnen ze er niks mee. Maar als ik er een vat olie neerzet, dan kunnen ze dat wel ergens in de raffinaderij toevoegen. Beetje de zaken bijstellen hier en daar, maar dan weten ze wel wat ze moeten doen. Dus dat is wij doen: van vaste biomassa een mengsel van koolwaterstoffen maken dat vloeibaar is onder atmosferische condities. Dat is het uitkleden tot de essentie. De grootste waardestap zit in de overgang van vast naar vloeibaar, als je dat kunt leveren, dan ben je er. Zie het als “Ryanair-olie”. Ingewikkelder hoeft niet.’ Maar jullie olie is anders qua samenstelling. ‘Ja, onze olie bestaat uit aromaten, de lignine, opgelost in alcoholen. Dus ook een mengsel van koolwaterstoffen, vergelijkbaar ‘Van alle koolstofdragers heeft de vloeibare vorm de hoogste waarde’ qua viscositeit, [lachend], het is ook bruin en het belangrijkste: het is vloeibaar bij atmosferische condities. Daar zit de waarde in, want daardoor kun je het goed transporteren, verwerken in de legacy assets van de fossiele industrie en je kunt het in een verbrandingsmotor injecteren. Dat lukt je niet met een baal hooi of een klomp steenkool. Van alle koolstofdragers, of het nou fossiel is of uit biomassa, heeft de vloeibare vorm de hoogste waarde.’ En dan gebruik je die bio-olie gewoon als aardolie? ‘Je kunt biomassa op twee manieren inzetten ter vervanging van fossiele olie. Je kunt het introduceren in producten door blends te maken. Dat is bij ABS [acrylonitril-butadieen-styreen, een veelgebruikte thermoplast, red.] gedaan en dan krijg je een kunststof die best wel op ABS lijkt. Maar dat willen producenten niet, die willen gewoon ABS maken. De andere optie is om je “groene” koolstof zo vroeg mogelijk in het proces te injecteren. Dan gaat het meteen mee in
15 nummer 2 2025 chemicaliën. Maar de waarde ratio is precies andersom, want die tien procent chemicaliën zorgt voor negentig procent van de winst. Dus dat proberen wij ook. De bulk van onze productie is voor energie en een klein deel voor high-end toepassingen, zoals de productie van farmaceutische ingrediënten of polymeren op basis van de aromaten uit lignine.’ Jullie maken hier op Chemelot op demoschaal bio-olie, maar hoe zie je het opschalen naar het niveau van Big Oil voor je? Hoe gaan jullie je daar invechten? ‘Dat kan op drie manieren. Zelf fabrieken bouwen voor de productie van lignine-olie, maar dat vraagt veel investeringen en kost veel tijd. Licenties op onze technologie verkopen en zelf niks bouwen, maar dan worden we geen Oil Major. Of, wat wij gaan doen, een hybridemodel waarin we een minderheidsbelang nemen in de plants die onze licentienemers gaan bouwen. Dan hebben we een zetel in het bestuur bij al die bedrijven en dan worden we via een soort franchisemodel ‘s werelds eerste sustainable Oil Major.’ je meer marge pakt of je marktaandeel gaat vergroten. Zo kunnen wij via de premium die nu voor scheepsbrandstof geldt, groeien in die markt.’ Je hebt een duurzame agenda, maar je bewondert het businessmodel van de verguisde fossiele sector en dat wil je kopiëren. Hoe valt dat in de groene sector? En hoe kijk jij naar de discussie over samenwerking tussen universiteiten en fossiele bedrijven? ‘Ik geloof niet in degrowth. Onze hele geschiedenis laat zien dat de mens standaard vervalt in een streven naar maximale luxe. Dat vind ik ook geen probleem, maar waar we nu mee kampen met het gebruik van aardolie is dat de tijdschalen niet zijn opgelijnd. We gebruiken de fossiele koolstof in zo’n hoog tempo dat de opname het niet kan bijbenen. Daar moeten we iets aan doen, we moeten die koolstofcyclus echt sluiten en dat kan met bio-olie. Ons doel is om de mate van luxe die we nu hebben te behouden, maar dan op een duurzamere manier. De snelste en goedkoopste manier om te de-fossilizen is mét en door de olie-industrie. Niet er omheen, dat duurt veel te lang en wordt veel te duur, want er valt niet op te concurreren tegen een volledig geoptimaliseerde industrie met bijna afgeschreven plants. De oproep om niet samen te werken met de fossiele industrie vind ik daarom nogal myopisch en ook hypocriet, want al die tegenstanders willen ook op vakantie en comfortabel wonen.’ Wat hebben jullie nu nodig om verder te komen? Iets als bijmengverplichtingen? ‘Die bijmengverplichtingen zijn al in werking door de EU Renewable Energy Directive en dat helpt zeker, want dan concurreren we niet meer direct met de producten van Big Oil, wat onhaalbaar is, maar met andere “groene” producenten. En dan zijn we de beste van die duurdere opties. Het andere wat nodig is, is een sense of urgency dat er iets moet veranderen.’ Dan bedoel je op politiek niveau? ‘Ja, maar dat moet via de kiezers gaan. Politici doen wat de kiezers willen, dus als het volk echt een duurzame verandering wil, dan gaat het ook gebeuren.’ o CV MICHAEL BOOT 2017 Mede-oprichter en ceo Vertoro 2016 Fellow biomass valorization into chemical and fuels, (part-time), TU Eindhoven 2011 - 2017 Mede-oprichter Salvage Rivale 2010 -2015 Innovatiemanager / universitair docent, TU Eindhoven 2010 PhD, TU Eindhoven 2008 - 2017 Mede-oprichter Progression Industry Maar hoe ga je je inkopen bij al die nog te bouwen fabrieken? ‘Het lijkt misschien gek, maar er is geld genoeg in de markt als je maar met grote projecten komt, waarmee je meteen een flinke slag slaat. De olieindustrie is een miljardenbusiness, dus je moet meteen groot inzetten om serieus genomen te worden door investeerders.’ En wie zijn de beoogde licentienemers? ‘Partijen die droge biomassa hebben, zoals bedrijven die hout of landbouwproducten verwerken. Qua gebruikers is voor ons de maritieme sector een belangrijk startpunt, want zij moeten voldoen aan de EU directive voor advanced sustainable marine fuels. Zij moeten dus duurzame brandstoffen gaan gebruiken. Deze richtlijn geeft aan welke grondstoffen meetellen en een daarvan is tweedegeneratiebioethanol. Wij hebben nu een project met Raízen, een joint venture van Shell en het Braziliaanse Cosan. Zij produceren bioethanol uit suikerriet en uit de bagasse, de stengels en bladeren, ook tweedegeneratiebioethanol, maar met wat er dan nog overblijft kunnen ze nu verder niks. Dat verstoken ze, maar dat levert meer energie dan ze nodig hebben en de restwaarde is beperkt. Maar tweedegeneratiebioethanol is goedgekeurd als scheepsbrandstof volgens die EU-richtlijn. Die kun je dus meteen verkopen. En als je die bagasse, die rijk is aan lignine, in vloeibare vorm omzet door het op te lossen in de bioethanol die er toch al is, maak je van de vaste lignine een liquid carbon carrier. De calorische waarde van lignine is per ton weliswaar gelijk aan die van ethanol, maar door de veel hogere dichtheid van lignine per volume-eenheid, zeg maar een volle tank, heeft lignine ruim 50% meer calorieën dan ethanol. En omdat door die EU-richtlijn scheepsbrandstoffen nu veel meer opleveren, schiet de waarde van je product wel honderd keer omhoog. Een partij als Raízen kan dan in plaats van één, twee producten maken in dezelfde plant. Daardoor gaat hun kostprijs per producteenheid weer omlaag. Hoe meer “groene” moleculen we gaan maken, die bovendien een hogere volumetrische energiedichtheid hebben, hoe meer de kostprijs per joule zal dalen. Dan kun je als producent kiezen of
nummer 2 2025 16 Onderzoek soft matter, microrobotica TEKST: DANIËL LINZEL BEELD: SHUCONG LI Zachte materialen voor chirurgische robotica, dat is het doel van de Groningse onderzoeksgroep van Michael Lerch. De groep zette onlangs een verrassende stap in de goede richting, melden ze in Science. POLYMEREN IN BEWEGING Wil je robots in de chirurgie gebruiken, dan moet je ze klein maken. Tot een schaal van een paar millimeter zijn traditionele mechanische en elektronische componenten een prima keuze, maar ga je nog een stap kleiner, dan worden de harde componenten een probleem. ‘Een alternatief uit de biomedische hoek vind je in zachte materialen’, zegt Michael Lerch, universitair docent autonome zachte materialen aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Denk aan een materiaal als contactlenzen: die zijn biocompatibel, beschadigen het weefsel niet en zijn gemakkelijk te vervaardigen. Maar een groot nadeel is dat het programmeren van hun bewegingen verdraaide lastig is.’ Traditioneel kunnen zachte materialen alleen in alle richtingen tegelijk samentrekken en uitzetten, vergelijkbaar met een spons. Bepaalde soorten materialen – vloeibaar-kristallijne elastomeren (LCE’s) – kunnen in een bepaalde richting bewegen, maar dat blijft simpel. ‘Uiteindelijk willen we complexere bewegingen uitvoeren, zoals een drinkbeweging’, zegt Lerch. ‘Onze belangrijkste vraag was: hoe kunnen we zulke bewegingen opbouwen uit eenvoudige bouwstenen, en dan het liefst binnen hetzelfde materiaal?’ VERBAASD Lerch en zijn groep vonden veel potentieel in LCE’s, polymeren van vloeibare kristallen die je in LCD-schermen terugvindt. ‘Als je ze bijvoorbeeld met warmte stimuleert, kunnen ze overschakelen van een geordende naar een ongeordende toestand, wat je een faseovergang noemt’, legt Lerch uit. ‘Leuk weetje: een van de eerste Nederlandse vrouwelijke doctoren in de scheikunde, Ada Prins, werkte aan het begin van de twintigste eeuw in Amsterdam al aan vloeibare kristallen.’ Vloeibare kristallen hebben veel verschillende fases, wat betekent dat de moleculen op veel verschillende manieren kunnen worden gestapeld. ‘Afhankelijk van de moleculaire structuur en de omstandigheden kun je tussen deze fases heen en weer springen’, zegt Lerch. ‘Het mooie van LCE’s is dat deze polymeren ook door verschillende fases kunnen gaan, maar op een manier die we niet helemaal hadden verwacht.’ Samen met onderzoekers van Harvard ontdekten ze een manier om het materiaal bij sommige faseovergangen verschillende bewegingen te laten uitvoeren. ‘Bij toeval ontdekten we dat sommige overgangen twee bewegingen in tegengestelde richtingen geven, wat hoogst ongebruikelijk is.’ ‘We waren echt verbaasd toen we deze twee tegengestelde vervormingen ontdekten, want het was in eerste instantie niet waar we naar op zoek waren’, vervolgt Lerch. Dit was des te meer het geval omdat de algemene consensus is dat vervorming maar in één richting plaatsvindt. ‘Het was een grote verrassing en echt verbazingwekkend om te zien.’ ZIGZAG Deze twee bewegingen zijn te zien in de overgang tussen de structuren chevron Smectic C en Smectic A en worden beschreven als opeenvolgende krimp of uitzetting en rechtshandige of linkshandige verdraaiing en kanteling in tegengestelde richting. Lerch: ‘Smectic C heeft een zigzagpatroon, terwijl Smectic A vlak is. Als je de materiaMICHAEL LERCH ‘Tussen nanoen millimeterschaal ligt een moeilijk gat om dingen te laten bewegen’
17 nummer 2 2025 len belast, krijg je een vouwpatroon dat lijkt op gevouwen geologische lagen.’ De reden voor dit vouwen was ook een verrassing. ‘Als de moleculen gaan polymeriseren, zal stress door polymerisatie een richtingseffect hebben op het materiaal, omdat het geheel al geordend is.’ De volgende grote stap zou zijn om te kijken of je dit materiaal kunt gebruiken in een biologische omgeving. ‘Maar eerst moeten we de temperatuur voor bewegingen verlagen, en we willen de vervormingen ook kunnen triggeren met licht en andere prikkels’, zegt Lerch. GAT Als we naar het grote geheel kijken, kun je deze materialen zien als een soort middenweg, filosofeert Lerch. ‘Op de subnanoschaal van moleculen zou je met moleculaire machines kunnen werken. Op de schaal van centimeters en millimeters is de standaardelektronica nog steeds een mogelijkheid, maar daartussen ligt een moeilijk gat waarvoor je nieuwe manieren moet vinden om dingen te laten bewegen en te besturen. Daarom is onze groep betrokken bij projecten met chirurgen en robotici van het UMCG [Universitair Medisch Centrum Groningen, red.], omdat we geloven dat als we dit onderzoek verder doorzetten, we chirurgische ingrepen minder invasief kunnen maken.’ o Yao, Y. et al. (2024) Science 386(6726), DOI: 10.1126/science.adq6434 De foto bovenaan is een CT-scan van een LCE-schijf op centimeterschaal die vervormd wordt tot een zadel of koepel. De foto's daaronder zijn SEM-plaatjes van de siliconenmaster om LCE-microstructuren te verkrijgen.
nummer 2 2025 18 Achtergrond materialen, algoritmen TEKST: MARGA VAN ZUNDERT BEELD: SHUTTERSTOCK/CURVE.NL AI JUREERT MOF-VERKIEZING
19 nummer 2 2025 E r gaat geen dag voorbij of er wordt AI-succes gemeld. Kunstmatige intelligentie verbetert medische diagnoses en industriële processen, vindt nieuwe antibiotica en versnelt communicatie en transport. En de verwachtingen blijven torenhoog. OpenAI, Oracle en MGX willen gezamenlijk maar liefst $500 miljard in AI-infrastructuur pompen. Niet verwonderlijk dat AI ook in beeld is om een van de nijpendste wereldproblemen op te lossen: de opwarming van de aarde. Kunstmatige intelligentie zou bij uitstek geschikt zijn om een superefficiënte CO2-afvanger te ontdekken. Nu wordt CO2 met waterige oplossingen van alkylamines uit gasstromen verwijdert. Je bubbelt de gasstroom door de oplossing, waarbij het CO2 selectief aan de amines absorbeert. Is de vloeistof verzadigd, dan verwarm je die om het vrijkomend CO2 op te slaan of om te zetten. Juliana Monteiro, senior onderzoeker Energy & Materials Transition bij TNO zorgt dat bedrijven die CO2-opslag overwegen, goed geïnformeerd de markt opgaan. Maar de huidige technologie vraagt veel energie. Monteiro: ‘CO2-afvang en -opslag kost veel meer dan bedrijven betalen voor uitstoot via het ETS systeem. Er is dus geen business case.’ Gaat AI hier het verschil maken? ‘Er is al veel werk gestoken in optimalisatie van de vloeistofsamenstelling met AI, maar dat heeft geen groot succes opgeleverd. Als je naar de thermodynamica kijkt, is er zeker nog ruimte voor verbetering, maar niet voor bijvoorbeeld een halvering van energievraag’, aldus Monteiro. Het aanwezige water vormt een obstakel. ‘De vloeistoffen bevatten zo’n zeventig procent water, dat verwarm en koel je allemaal mee’, vertelt Berend Smit, hoogleraar computational modelling bij EPLF in Lausanne. ‘Dat maakt de technologie intrinsiek inefficiënt.’ TRILJOEN MOFS AI-experts zoals Smit richten hun pijlen daarom op vaste stoffen. Hij doet mee aan de wereldwijde zoektocht naar de meest geschikte MOF (metal organic framework) voor CO2-afvang; een poreuze vaste stof bestaande uit metaalionen gestructureerd en bijeengehouden door organische liganden. Met tachtig verschillende metalen en miljarden verschillende liganden bedraagt het aantal mogelijke MOF’s zo’n honderd triljoen (een 1 met 20 nullen). Daarvan zijn er nu zo’n 80.000 gesynthetiseerd en bestudeerd; dagelijks komen er een of twee nieuwe kristalstructuren bij. Het vinden van de juiste MOF is door die grote getallen een spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Maar tegelijkertijd is het een probleem dat juist met AI is te kraken, denken computationele chemici. ‘Bovendien is het door die grote getallen haast onmogelijk om een ander type materiaal te ontwerpen voor gasscheiding dat beter presteert dan de beste MOF’, stelt Smit. De crux in deze queeste is het trainen van algoritmes in het correct afleiden van de eigenschappen van virtuele MOF’s om vervolgens de meest ideale te selecteren en synthetiseren. Maar daarvoor zijn trainingsvoorbeelden nodig. ‘De huidige voorbeelden zijn inderdaad beperkt en nieuwe experimentele data genereren is duur’, mailt Max Welling vanuit de VS. Hij is deeltijdhoogleraar machine learning aan de Universiteit van Amsterdam Grote techbedrijven, maar ook de Nederlandse start-up CuspAI, investeren fors in computationeel onderzoek voor CO2-opslag. AI moet materialen ontdekken die efficiënt en goedkoop CO2 uit schoorsteengas of de atmosfeer slurpen. Ook hoogleraar Berend Smit mengt zich in de queeste, maar tempert de hooggespannen verwachtingen. ‘AI gaat niet ineens alles oplossen.’ MAX WELLING, CUSPAI ‘Wij kunnen sneller en gerichter manoeuvreren dan Big Tech’
SAVE THE DATE
21 nummer 2 2025 en oprichter/CAIO van start-up CuspAI. Hun tactiek: ze ‘omzeilen’ het tekort aan voorbeelden door de eigenschappen van virtuele MOF’s te simuleren met precieze computationele modellen. De eigenschappen van die MOF’s worden dan weer gebruikt als trainingsvoorbeelden om nog betere MOF’s te ontdekken. Welling: ‘Ook die simulaties zijn duur, maar we werken onder andere samen met Meta.’ En CuspAI heeft dertig miljoen aan investeringen opgehaald om zelf experimentele MOF-data te genereren. ‘Het liefst wil je een grote en diverse startset van MOFs hebben om je algoritmen te trainen, maar je moet ergens beginnen’, vindt ook Smit. Overigens is die diversiteit volgens hem meteen een interessant probleem. ‘Hoe definieer je “gelijkenis” tussen twee MOF’s? Vaak hangt dat af van de context; waarvoor wil je een MOF gebruiken? Vraag een architect, een verkeersdeskundige en een kaptein welke bruggen op elkaar lijken en dan krijg je ook verschillende antwoorden.’ Voor CO2-afvang ligt de focus qua eigenschappen in eerste instantie op de efficiëntie waarmee een MOF CO2 verzamelt. Maar je moet andere eigenschappen als stabiliteit niet uit het oog verliezen, waarschuwt Monteiro vanuit haar praktijkervaring. ‘Dan kun je eindigen met een materiaal dat niet te synthetiseren is, dat na een maand uiteenvalt, niet herbruikbaar of veel te duur is.’ SNELLER MANOEUVREREN Welling denkt dat machine learning voor een grote omwenteling in materiaalontwerp gaat zorgen. Generatieve modellen zullen het onderzoek gaan aansturen. Je voert er de gewenste materiaaleigenschappen in, en het model selecteert een aantal kansrijke opties. Zo lanceerde Microsoft onlangs MatterGen, een generatief model voor anorganische materialen. CuspAI wil dit voorjaar een eerste versie gereed hebben van hun generatieve platform voor MOF’s. Komende zomer moet vervolgens een eerste MOF zijn ontworpen, gefabriceerd en getest. Welling: ‘Een start-up als CuspAI kan sneller en gerichter manoeuvreren dan Big Tech en ons machinelearningteam is een van de beste van de wereld.’ Het team van Smit bouwde mee aan een groot simulatiemodel (PrISMa) dat met AI inschat hoeveel het kost om met een MOF één ton CO2 op te slaan uit een gasstroom, de zogeheten netto carbon avoidance cost. Gasscheiding is geen rocket science, aldus Smit. ‘We kennen de principes en technologie. De enige vraag die de industrie stelt is: hoe duur is het voor ons?’ Het PrISMa-model kan voor duizenden MOF’s die kosten berekenen. En die ‘praktijkkennis’ moet helpen de beruchte Valley of Death voor innovaties te overbruggen. ADSORPTIE-ISOTHERMEN PrISMa werkt als volgt. Eerst worden de CO2-adsorptieisothermen voor een bekende MOF gesimuleerd. Die worden gevoed aan een model voor procesoptimalisatie, dat doorrekent hoe groot je afvanginstallatie moet zijn voor een bepaalde gasstroom, bijvoorbeeld uit de cement-, staal- of chemische industrie. Ook de hoeveelheid energie die het proces vraagt en wat de investeringskosten zijn, rolt uit het model. Er zit zelfs een life cycle assessment in. Smit: ‘We konden zo de kosten voor CO2-afvang doorrekenen voor duizend bestaande MOF’s. En dat is weer voldoende om een machinelearning model te voeden dat weer zo’n 30.000 virtuele MOF’s test op geschiktheid.’ Het PrISMa-onderzoek leverde een Nature-paper op. Smit wil nu graag een open science platform maken waarin wetenschappers de kristalstructuur van een nieuwe MOF kunnen invoeren. Het model berekent vervolgens hoe geschikt de MOF is voor bepaalde doeleinden. Ook waterstof- of methaanafvang zou je aan het model kunnen koppelen. Het is zo al gelukt om een verbeterde MOF te vinden voor direct air capture, waarbij je CO2 direct uit de atmosfeer plukt. Maar daarover wil Smit op dit moment niet meer kwijt. Staan we nu voor een omwenteling in materiaalonderzoek dankzij AI zoals Welling voorziet? Monteiro: ‘De thermodynamica van CO2-afvang doorgronden we goed, dus daar kun je met simulaties en AI wellicht een belangrijke slag slaan. Maar bij andere belangrijke materiaalaspecten zoals stabiliteit of corrosiviteit is dat veel minder het geval. Kun je daar met AI juiste correlaties leggen zodat je praktische materialen selecteert? Daar ben ik wat sceptisch over.’ Smit ziet AI als een belangrijke opkomende technologie, maar relativeert alle verwachtingen ook meteen. ‘AI kan een nieuw materiaal voorspellen, maar het mist nog de creativiteit van een chemicus om te voorspellen of het ook te maken is. Kortom, AI lost niet opeens alles op; het is gewoon mooi nieuw gereedschap. Of klink ik nu te erg als “Opa vertelt”?’ o BEREND SMIT, EPFL ‘De enige vraag die de industrie stelt is: hoe duur is het voor ons?’
nummer 2 2025 22 Onderzoek katalyse, computationele chemie TEKST: DANIËL LINZEL BEELD: EVGENY PIDKO Onderzoek naar plastic recycling met gesulfateerd zirkoniumoxide nam een interessante fundamentele wending toen een team van Nederlandse en Amerikaanse chemici tekenen van vluchtige superzuren vond, zoals gemeld in Angewandte Chemie International Edition. VLUCHTIGE ACTIEVE SITES VORMEN SUPERZUUR ‘Onze groep werkt al jaren samen met de groep van Matthew Conley van de University of California, Riverside’, zegt Evgeny Pidko, hoogleraar inorganic systems engineering aan de TU Delft. ‘Ze deelden een vreemd voorval met ons dat ze zagen tijdens hun organometallische oppervlaktechemie-experimenten met zirkonium.’ Conley en collega’s werkten aan het afbreken van polypropyleen en polyethyleen in kleinere stukjes met gesulfateerde zirkoniumoxiden (SZO). ’Ze kregen kleine koolwaterstoffen, die nuttig kunnen zijn voor vliegtuigbrandstoffen’, zegt Pidko. ‘Maar ze begrepen niet helemaal wat de C-H-bindingen activeerde.’ INSPIREREND Bij verder onderzoek werden de ‘usual suspects’ voor dit soort activering, namelijk de metaalsites en het zwavelzuur, uitgesloten. ‘Eerder onderzoek wijst naar σ-bond metathese, heterolytische splitsingsmechanismen en Brønsted-sites als oorzaak voor de activering, maar dat is niet wat wij in de experimenten zagen’, legt Pidko uit. ‘We hebben alle verschillende mechanismen doorgerekend en geen enkele kon deze reactiviteit verklaren. De plaatsen die goed bereikbaar zijn voor adsorptie en interactie op het evenwichtsoppervlak vertonen een matige reactiviteit, wat niet genoeg is om de bindingen te splitsen. Onder de reactieomstandigheden gebeurde er echter iets wat het makkelijker maakte.’ Na een inspirerende avond – ‘We hebben meetings met Matthew’s groep om 21.00 uur vanwege het tijdsverschil’ – en wat DFT-berekeningen ontdekten Pidko en zijn postdoc Alexander Kolganov dat het geadsorbeerde pyrosulfaat zich kortstondig kan openen tot een geadsorbeerd SO3 dat zich gedraagt als een superzuur en gestabiliseerd wordt door de reactant. ‘Het begint onmiddellijk te reageren met het polymeer en verdwijnt daarna weer. Het is iets waar we zonder de berekeningen niet aan gedacht zouden hebben.’ OPENBARING Pidko vond het een openbaring om te zien dat een niet-metallisch reactief ensemble als katalysator kon werken op het oppervlak van het metaaloxide. ‘Het laat zien dat katalytische reacties kunnen plaatsvinden op reactieve plaatsen die “vluchtig” of van voorbijgaande aard zijn, iets dat ingaat tegen de gedachtegang in het katalytische veld.’ Hij legt uit: ‘Het belangrijkste doel van katalysatorontwerp is om de thermodynamische eigenschappen van een materiaal te verbinden met de kinetiek van een katalytische reactie. Met andere woorden, je wilt de lage “dalen” van de grondtoestanden die het materiaal in de kast definiëren verbinden met de reactiebarrières tijdens de katalyse. Het blijkt echter dat deze barrières EVGENY PIDKO ‘Onze ontdekking gaat in tegen de gedachtegang in het katalytische veld’
23 nummer 2 2025 eerder worden bepaald door de kortstondige deeltjes en hun eigenschappen, die zeer ongrijpbaar zijn en ontstaan door de synergie tussen de reactant en de verzamelingen aan het oppervlak nét voor de reactie plaatsvindt.’ KANSEN Een logische volgende stap voor de groep van Pidko is het computationeel onderzoeken van de reactiviteit van vergelijkbare zuren zoals boorzuur en fosforzuur. ‘We willen begrijpen hoe je deze heterogene katalysator kunt aanpassen en die kortstondige sites die opduiken optimaal kunt benutten.’ De ontdekking biedt mogelijkheden voor nieuwe benaderingen in katalysatorontwerp, vooral als je kijkt naar het openen van andere anhydriden en hoe de reactiviteit dan verandert. ‘Als katalytisch chemici zoeken we voortdurend naar nieuwe gereedschappen om reactieve assemblages te maken. Als je een oppervlak kunt bedekken met inerte moleculen die onder bepaalde omstandigheden openen, heb je veel meer controle over de kinetiek van het product, vanwege de voorbijgaande aard van de actieve sites.’ PLAN Een bijzonder detail aan dit onderzoek is dat het geen onderdeel uitmaakte van een officieel project. ’Dit onderzoek werd door geen enkele instelling gesteund’, zegt Pidko. ‘We vertrouwden op de supercomputerinfrastructuur die beschikbaar was voor de berekeningen.’ Voor hem laat het project zien dat je ontdekkingen of innovaties niet kunt plannen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het niet de gefinancierde projecten zijn die voor de ontdekking zorgen, maar dat het onderweg gebeurt wanneer je het het minst verwacht. Mijn ervaring is dat de mooiste inzichten niet voortkomen uit de projecten waarvoor je een aanvraag indient.’ o Jammee, R. et al. (2024) Ang. Chem. Int. Ed. e202421699, DOI: 10.1002/anie.202421699
nummer 2 2025 24 Industrie integratie, ammoniak TEKST: JACQUELINE VAN GOOL BEELD: TESSENDERLO KERLEY / CHEMELOT Vloeibare kunstmest zit in de lift met de opkomst van de precisielandbouw. Tessenderlo Kerley speelt hierop in met een nieuwe fabriek voor de productie van ammoniumthiosulfaat. De keuze voor Chemelot als locatie komt voort uit de mogelijkheden om aan te sluiten bij de aanwezige ammoniakwaardeketen. ‘We zoeken naar een maximale integratie van grondstoffen, reststromen en energie.’ IEDER MOLECUUL TELT MEE E ind 2024 opende Tessenderlo Kerley op Chemelot in Geleen een nieuwe fabriek voor de productie van ammoniumthiosulfaat (ATS), een vloeibare meststof die stikstof en zwavel, beide cruciale voedingsstoffen voor landbouwgewassen, levert. De vraag naar dit type meststof groeit door de opkomst van de zogeheten precisielandbouw; met vloeibare kunstmest kun je nauwkeuriger doseren dan met korrels. Daarbij komt dat Tessenderlo Kerley in Frankrijk onlangs erkenning kreeg voor het feit dat haar ATS-product, Thio-Sul® genaamd, stikstofverliezen remt. Het gebruik van Thio-Sul® zorgt ervoor dat de nitrificatie en vervluchtiging vertraagt. Ammonium wordt minder snel in nitraat en ammoniak omgezet, waardoor de kans op uitspoeling en verdamping kleiner is. Zo is er meer stikstof voor de planten beschikbaar. KORRELMEST Ondanks deze aantrekkelijke eigenschappen worden vloeibare meststoffen zoals ATS in West-Europa nog niet breed toegepast. Jeroen Van Cauwenbergh, Technology Director bij Tessenderlo Kerley, ziet dat daar wel verandering in komt. ‘In de Verenigde Staten worden deze stoffen al sinds de jaren zestig toegepast in de landbouw. In Europa gebruikt men voornamelijk meststoffen in korrelvorm. Maar de grootschalige landbouw ziet steeds meer voordelen van vloeibare meststoffen. Het is bijvoorbeeld een groot voordeel dat bemesting heel precies en efficiënt via de irrigatiesystemen kan plaatsvinden. Voor Thio-Sul® komt daar nog de remming van stikstofverliezen bovenop.’ Tessenderlo Kerley werkt met verschillende instituten samen om de efficiëntie van bemesting met Thio-Sul® te onderzoeken. ‘Tessenderlo Kerley is één van de weinige bedrijven in Europa die dit type meststoffen levert. Sinds 2017 hebben we in Frankrijk een productielocatie voor Thio-Sul®. Daarnaast hebben we een fabriek in Italië overgenomen voor de productie van ATS. Met de nieuwe faciliteit op Chemelot, met een capaciteit van ruim 100.000 ton per jaar, zijn we de grootste producent in Europa.’ RONDOM DE KERK De keuze voor Chemelot is een logische, aldus Van Cauwenbergh. ‘Dat is enerzijds vanwege de nabijheid van potentiële klanten. We hebben al een fabriek voor dit product in Frankrijk waarvanuit we onze Franse klanten bedienen. Chemelot ligt strategisch ten opzichte van de Benelux, Duitsland en Noord-Frankrijk.’ En er is het logistieke voordeel, benadrukt Alvaro Torres Centellas, Business Development Manager van Chemelot. ‘Kunstmest is een typisch product dat je “rondom de kerk” verkoopt. De afnemers bevinden zich op maximaal 200 tot 300 kilometer van de productielocatie. Dankzij de aanwezigheid van het Julianakanaal zijn klanten in Duitsland en België goed bereikbaar.’ AMMONIAK Een ander groot voordeel van het Limburgse chemiecluster is de mogelijkheid om de JEROEN VAN CAUWENBERGH, TESSENDERLO KERLEY ‘De grootschalige landbouw ziet steeds meer voordelen van vloeibare meststoffen’
25 nummer 2 2025 nieuwe fabriek maximaal te integreren in het bestaande ecosysteem. Torres Centellas: ‘Jaarlijks wordt hier zo’n 2,3 miljoen ton kunstmest geproduceerd. De producten van Tessenderlo Kerley zijn een extra toevoeging aan het kunstmest-portfolio van Chemelot en de nieuwe fabriek past perfect in de ammoniak-waardeketen. Ammoniak is één van de grondstoffen voor Thio-Sul® en wordt hier op de site geproduceerd door OCI. Het is voor ons erg belangrijk dat ammoniak lokaal wordt gebruikt en niet naar elders hoeft te worden vervoerd, voornamelijk vanwege de veiligheid. Het scheelt bovendien in de CO2-uitstoot.’ Voor de andere grondstof, zwavel, is al een logistieke keten beschikbaar omdat dit ook door andere partijen op Chemelot wordt gebruikt. Tessenderlo Kerley kon ook het ALVARO TORRES CENTELLAS, CHEMELOT ‘Het is voor ons erg belangrijk dat ammoniak lokaal wordt gebruikt’ proces zelf maximaal integreren met de bestaande faciliteiten. De restwarmte die in de vorm van stoom bij de productie vrijkomt, kan als energiebron worden gebruikt door naburige bedrijven, legt Van Cauwenbergh uit. ‘Hierdoor wordt op maximale productiecapaciteit ongeveer 6700 ton CO2 per jaar vermeden. Tessenderlo Kerley heeft als slogan “Every Molecule Counts”. Dat betekent dat we maximaal inzetten op het gebruik van iedere molecule en zoeken naar een maximale integratie van grondstoffen, reststromen en energie.’ Torres Centellas voegt toe: ‘Alle site-users delen deze visie. Dat maakt wel dat bedrijven afhankelijk zijn van elkaar. Iedereen moet buiten de eigen parochie kijken. Bijvoorbeeld bij storingen zoeken alle bedrijven naar een oplossing die voor heel Chemelot de beste is, en die niet alleen voor jouw proces voordelig is.’ Tessenderlo Kerley ziet veel voordelen aan de integratie van het proces op Chemelot, zegt Van Cauwenbergh: ‘Je hebt te maken met tientallen verbindingen tussen het project en de buitenwereld, zowel op Chemelot met de buren en daarbuiten. Daardoor zijn we afhankelijk van anderen. Maar de operationele voordelen wegen op tegen deze afhankelijkheid. De operationele kosten van een stand alone installatie kunnen zo’n twintig procent hoger uitvallen ten opzichte van een geïntegreerd proces.’ o AMMONIUMTHIOSULFAAT Het proces start met zwavel, dat in een eerste stap geoxideerd wordt. Bij deze reactie komt stoom vrij, die door andere bedrijven op Chemelot gebruikt kan worden. In een tweede stap reageert geoxideerd zwavel met ammoniak tot het tussenproduct ammoniumbisulfiet. Dit reageert vervolgens verder met zwavel en ammoniak tot ammoniumthiosulfaat.
26 nummer 2 2025 KNCV nieuws SNUFFELEN AAN DE VOLGENDE EDUCATIEVE STAP Op maandag 13 januari brachten 80 masteropleidingen van meer dan 10 hbo- en wo-instellingen hun expertise samen om studenten te helpen bij hun studiekeuze. Studenten konden nu op één locatie diverse mogelijkheden verkennen, zonder het hele land door te reizen. Deze editie markeerde het derde jaar van onze samenwerking met NIBI en LOBS, waarin we twee masterdagen samenvoegden tot één om de raakvlakken tussen biologie en chemie te belichten. Sindsdien is het aantal deelnemers gegroeid van 200 naar 300 – een mooie bevestiging van het belang en succes van dit initiatief. PROFESSIONAL SPEED DATING Studenten konden niet alleen opleidingen ontdekken, maar ook speed-daten met alumni uit verschillende vakgebieden, van beleid en communicatie tot onderzoek in de academie en industrie. Tijdens deze speed-dates kregen ze waardevolle inzichten van oud-studenten die recent nog in hun schoenen stonden. SNUFFELEN Ook was het mogelijk om niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk te snuffelen tijdens de Next Step Master Day. Bij de KNCV-stand daagde de ‘Guess the Scent-challenge’ deelnemers uit om drie geuren te herkennen uit een klein bekerglas. De winnaar ontving een KNCV-periodieksysteem badhanddoek. Dit interactieve spel, gecombineerd met informatie over de vereniging en haar activiteiten, zorgde ervoor dat we 15 nieuwe studentleden mochten verwelkomen bij de vereniging. Met een gemiddelde beoordeling van een 8.0 was het event een groot succes. We kijken er dan ook naar uit om volgend jaar opnieuw een inspirerende dag te organiseren! Het wetenschapslandschap biedt een wereld vol mogelijkheden: van Industrial Ecology en Nanomaterials Sciences tot Drug Discovery en Chemical Engineering. Met zoveel keuzerichtingen kan het vinden van de juiste masterstudie een uitdaging zijn. Om bachelorstudenten te helpen bij de volgende stap in hun educatieve reis, organiseerde Jong KNCV samen met NIBI en LOBS de Next Step Master Day. Dit jaar mochten we maar liefst 300 studenten verwelkomen.
nummer 2 2025 nummer 1 27 2025 EVEN VOORSTELLEN: ELBRIG JANSMA Vorige maand maakten jullie kennis met onze nieuwe collega Shirin, maar we hebben nóg een enthousiaste en proactieve aanwinst in ons team. Sinds februari is Elbrig Jansma gestart als projectmedewerker bij de KNCV. In deze rol werkt ze mee aan activiteiten zoals de Avond van de Chemie en de Next Step Master Day, en gaat ze bijdragen aan rubrieken in het magazine, waaronder de Ons Kent Ons. Dat Elbrig uiteindelijk bij de KNCV terecht zou komen, had ze aan het begin van haar studie niet direct verwacht. Een chemische achtergrond heeft ze namelijk niet, maar de wetenschap is haar niet onbekend. In 2017 startte ze met de bachelor Psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam, waarvoor ze haar Friese thuis voor Diemen inruilde. ‘Na mijn bachelor wist ik dat ik niet het onderzoek in wilde, maar ik vond het nog te leuk om over de hersenen en wetenschap te leren,’ vertelt ze. Daarom koos ze voor de master Biomedical Sciences: Neurobiology, met een speciale focus op Science Communication. ‘Daar ontdekte ik hoe leuk en belangrijk het is om wetenschap toegankelijk te maken. Communiceren, organiseren en daarbij toch de connectie houden met de wetenschap spreekt mij heel erg aan’. Toen Elbrig afstudeerde, wist ze dan ook precies welke richting ze op wilde. ‘Toevallig stuurden zowel mijn zus als een vriendin van mij de vacature voor deze functie door. Dus het heeft zo moeten zijn!’ SPORTIEF EN CREATIEF Inmiddels woont Elbrig in Amstelveen, maar wanneer het even kan, reist ze graag af naar het hoge noorden om familie en vrienden te bezoeken. In haar vrije tijd is ze op allerlei manieren actief: volleyballen, lezen, puzzelen en creatieve projecten zoals haken, naaien en sieraden maken behoren tot haar favoriete bezigheden. Elbrig begint vol enthousiasme aan haar nieuwe rol bij de KNCV. ‘Ik kijk ernaar uit mooie evenementen op te zetten, boeiende content te creëren en mij in te zetten voor de vereniging.’ THE ANALYTICAL CHALLENGE 2025 Eind januari kwam een select gezelschap van 50 experts in analytische chemie samen aan de Hogeschool van Amsterdam voor The Analytical Challenge 2025. Het evenement, georganiseerd door de KNCV Sectie Analytische Chemie (SAC), bood de perfecte gelegenheid voor boeiende discussies over de nieuwste analytische technieken. Het thema van dit jaar was ‘Fast Analytical Screening Techniques’. In een wereld waarin snelheid en nauwkeurigheid essentieel zijn, zijn snelle screeningmethoden belangrijker dan ooit—of het nu gaat om forensisch onderzoek, klinisch onderzoek, voedselveiligheid of drugsanalyse. De sprekers zorgden voor interactieve lezingen. Zo kregen de gasten tijdens de sessie over het screenen en samplen van Heineken-bier de kans om verschillende geursetjes te ruiken die in het brouwproces worden gebruikt.
nummer 2 2025 28 KVCV nieuws TERUGBLIK “THE CHEMISTRY IN HEALTH INNOVATION” Maandagavond 16 december was KVCV te gast op het Wetenschapspark van de Universiteit Antwerpen te Niel voor een leerrijke avond omtrent de chemie in gezondheidsinnovatie. De aanwezigen kregen een unieke kijk achter de schermen bij ViTalent, genoten van inspirerende keynote lezingen en applaudisseerden voor de verdiensten van talentvolle chemici tijdens de huldigingen. BEELD: LAWRENCE SCHOONBROODT
29 nummer 2 2025 RONDLEIDING VITALENT De avond ging van start met een rondleiding bij ViTalent, het eerste gespecialiseerde opleidingscentrum voor farma en biotech in Vlaanderen. Tijdens dit bezoek aan labo’s, praktijkruimtes en zelfs een gesimuleerde cleanroom, kregen we een waardevolle inkijk in de typische werkomstandigheden van farma- en biotechbedrijven, en de vele procedures die hierbij komen kijken. NOOD AAN TALENT Na de rondleiding verzamelde de groep zich in het auditorium voor drie interessante lezingen. Elise Pepermans, CEO & medeoprichter van ImmuneSpec, nam ons mee in de wereld van immunopeptidomics en haar toepassingen, zoals immunotherapie en de beoordeling van immunogeniciteitsrisico’s bij biotherapeutica. Kris Bosch, adviseur Arbeidsmarkt en Onderwijs bij essenscia, benadrukte de dringende nood aan talent in de chemie- en life sciencessector om de broodnodige innovaties te realiseren. En Viggo Van Tendeloo, Director Early Innovation Partnering Benelux bij Johnson & Johnson, sprak over baanbrekende innovaties in immuunceltherapie en de revolutionaire successen in kankerbehandeling die hieruit voortvloeien. DRIE MAAL HOERA Kristof Van Hecke (UGent) werd erkend als Chemistry Europe Fellow, een prestigieuze titel die wordt toegekend aan chemici voor hun uitzonderlijke bijdrage als auteur, adviseur, gastredacteur of reviewer, of door hun inzet voor hun nationale chemische vereniging. De onderscheiding wordt toegekend door Chemistry Europe, waarvan KVCV mede-eigenaar is. Met talrijke publicaties in Chemistry Europe journals, het zijn van gewilde spreker op KVCV-lezingen, en meerdere juryfuncties op ChemCYS-congressen, is Kristof een meer dan terechte laureaat. Ibrahim Khalil (KU Leuven) en Enrico Cadoni (UGent) werden elk bekroond met een KVCV-SRC Incentive Award, een erkenning voor uitmuntende onderzoekers in de chemie die verbonden zijn aan Belgische onderzoeksinstellingen. De laureaten gaven korte presentaties over hun onderzoek en ontvingen een geldbedrag van €2500. Ook in 2025 kun je jezelf weer kandidaat stellen voor deze prijs. Om in aanmerking te komen, moet je minstens twee jaar lid zijn van KVCV of de Waalse zustervereniging SRC en minimaal één publicatie hebben in een Chemistry Europe tijdschrift. De deadline voor kandidaatstelling is 28 maart 2025. Scan de QR-code voor de details. ERELEDEN Ook Jos De Sadeleer en Rudolf Vanheertum werden in het zonnetje gezet voor hun jarenlange inzet voor de vereniging en ontvingen het KVCV-erelidmaatschap. De avond werd feestelijk afgesloten met een netwerkreceptie, waar de gasten de lezingen konden nabespreken en de laureaten feliciteren. Sprekers: Viggo Van Tendeloo, Elise Pepermans, Kris Bosch KVCV-RSC Incentive Award: Christophe De Bie, Enrico Cadoni, Claudine Buess-Herman, Ibrahim Khalil, Thomas Vranken Chemistry Europe Fellow: Christophe De Bie, Kristof Van Hecke, Thomas Vranken Ereleden: Christophe De Bie, Jos De Sadeleer, Rudolf Vanheertum, Thomas Vranken
Om echt op de hoogte te blijven moet je soms de diepte in Duik in al onze online content voor méér actualiteit en verdieping. Zo ben je altijd op de hoogte. Let op: leden hebben al onbeperkt toegang! Ben je lid van KNCV, KVCV, NBV of NVBMB? Dan heb je altijd vrij en onbeperkt toegang tot C2W.nl en mensenmolecule.be. Je hoeft je niet te registreren en kunt direct inloggen. Op onze website vind je naast alle artikelen uit het magazine nog zoveel meer: meer actualiteit, webinars over actuele onderwerpen en toegang tot het online archief met ruim 10.000 artikelen. Benieuwd naar onze online content? Scan de QR-code en maak vandaag nog jouw gratis account aan. Zo ben je altijd op de hoogte!
NBV nieuws The Future of Foodtech Save the date! The Working Party Food and Biobased technology invites you to join our technology event where professionals in ,,,,,,,,,discuss the latest advancements in Biotechnology When: 19th of March 2025 Where: Koppert, Berkel en Rodenrijs Program: 13:00 Walk-in / Networking 13:30 Speakers 14:30 Facilities Koppert 16:00 Speakers 17:00 Drinks Registration: https://nbv.kncv.nl/food-reg Prof.dr.ir Rene Wijffels Matthew de Roode (PhD) Hugo Frederico Cueto (PhD) Roxina Soler (PhD) Victor Meijer (MBA) 31 nummer 2 2025 Call voor nominaties: Zilveren Zandloper Award De call voor nominaties voor de Zilveren Zandloper Award is geopend! Jaarlijks reikt de NBV de Zilveren Zandloper Award uit. De prijs bestaat, naast eeuwige roem, uit een beeldje en een geldprijs van €2500. In 2025 wordt de Zilveren Zandloper Innovatie Award uitgereikt aan één of meer ondernemers of onderzoekers die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de toepassing van biotechnologisch onderzoek. Deadline voor nominaties is 1 juni 2025. Meer info: nbv.kncv.nl/nl/ zilveren-zandlopers Caroline Paul keynote speaker NBC-25 Op 23 september 2025 vind de volgende editie van het Nederlands Biotechnologie Congres plaats in het Omnia Congrescentrum in Wageningen. Er wordt hard gewerkt om er weer een memorabele dag van te maken die je als biotechnoloog niet wilt missen. Een van de highlights in het programma is de plenaire lezing van biokatalyse expert Caroline Paul, aan wie eind 2024 de prestigieuze KNCV Gouden Medaille werd toegekend. MAAK JE KLAAR VOOR NBV EVENT THE FUTURE OF FOODTECH! Voor meer info volg NBV op LinkedIn of navigeer naar nbc.kncv.nl. BEELD: SHUTTERSTOCK
Ons kent ons Newmancollege NSG Groenewoud 32 nummer 2 2025 RECTIFICATIE In C2W | Mens & Molecule nr 1 2025 meldden we ten onrechte dat André de Vries (Symeres) een SPRONG-subsidie had ontvangen voor CONNECT. De penvoerder is echter Hogeschool Zuyd (KNCV-lid Tim den Hartog). Symeres is slechts een geïnteresseerde gebruiker, zo liet De Vries ons weten. WINNAARS BÈTA TOURNAMENT 2025 Het Bèta Tournament laat vmbo-leerlingen ervaren hoe divers en spannend werken in een laboratorium kan zijn.In totaal streden 39 scholierenteams in deze uitdagende labwedstrijd. Dit jaar werd de wedstrijd georganiseerd op de mbo-instellingen Rijn IJssel in Arnhem en het Summa in Eindhoven. De leerlingen van het Newmancollege uit Breda wonnen in Eindhoven en het team van NSG Groenewoud uit Nijmegen behaalde de overwinning in Arnhem. ZWITSERSE OVERWINNING Stefano Bonciolini, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam bij de Flow Chemistry-groep, won de posterprijs tijdens het Swiss Industrial Chemistry Symposium voor zijn onderzoek naar sulfonylhydrazonen in fotokatalyse. SANDERS AWARD FOR ADVANCING BIOTIC SCIENCE Remco Kort ontving de 2e Sanders Award for Advancing Biotic Science. Kort is principal investigator bij Systems Biology aan AIMMS VU en voorzitter van het ARTISMicropia museum. Deze jaarlijkse prijs erkent individuen die uitzonderlijke bijdragen hebben geleverd aan wetenschappelijke vakgebieden zoals probiotica, prebiotica, synbiotica, postbiotica, gefermenteerde voedingsmiddelen en het microbioom. NIEUWE TOPMAN COVESTRO Marc Roelands is benoemd tot Managing Director van Covestro Nederland, waar hij het stokje overneemt van Aukje Doornbos. Roelands heeft de ambitie om van Covestro een ‘employer of choice’ te maken en de onderneming verder te positioneren als een toekomstbestendige speler in de Nederlandse chemiesector. CREDITS: BOB BRONSHOFF CREDITS: HIMS POST-DOC PRIZE Lars Longwitz, postdoc in de groep van KNCV-lid Gerard Roelfes, heeft de Post-Doc Prize 2024 ontvangen van de faculteit Science and Engineering van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze prijs beloont uitstekend onderzoek en stimuleert veelbelovende postdocs in hun wetenschappelijke carrière. De winnaar ontvangt €2500 voor een internationale wetenschappelijke reis. CREDITS: BRATISLAV DAČEVIĆ CREDITS: ANDRÉ LUBBERS CREDITS: JEROEN LIEBERS
33 nummer 2 2025 DOCENT VAN HET JAAR Susanne Dirks – Trommelen, scheikundedocent en opleidingscoördinator bij Fontys Educatie in Tilburg, is uitgeroepen tot Docent van het Jaar 2025 bij Fontys Hogeschool. De finalisten werden genomineerd door hun studenten, waarna een professionele jury de uiteindelijke winnaar koos. PMSE FELLOW KVCV-lid Richard Hoogenboom, hoogleraar aan de Universiteit Gent, is geselecteerd als PMSE Fellow 2025 voor zijn onderzoek naar computermethoden die helpen complexe synthetische en biologische macromoleculen beter te begrijpen. PMSE is een divisie van de American Chemical Society die een forum biedt voor polymeeronderzoek. HEB JE OOK EEN LEUK NIEUWTJE VOOR DEZE RUBRIEK? Laat het ons weten via oko@kncv.nl ERC PROOF OF CONCEPT GRANTS De European Research Council heeft Proof of Concept Grants toegekend aan 134 onderzoekers uit twintig landen. Vijftien Nederlandse onderzoekers ontvingen de subsidie van €150.000, bedoeld om het potentieel van nieuwe technologieën te onderzoeken en een volgende stap richting innovatie te zetten. Onder deze onderzoekers bevinden zich leden van KNCV en NVBMB. KNCV-lid Syuzanna Harutyunyan, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, ontvangt de subsidie voor haar onderzoek naar een efficiëntere en duurzamere productie van chirale moleculen. KNCV-lid en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden Sebastian Pomplun krijgt de subsidie voor het MYSTIC-project, dat de behandeling van kanker moet transformeren door de ontwikkeling van HeloMYC. NVBMB-lid Geert van den Bogaart, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, gebruikt de subsidie om een snelle en goedkope diagnostische test voor tuberculose verder te ontwikkelen. NVBMB-lid René Bernards, hoofd moleculaire carcinogenese bij het Nederlands Kanker Instituut, ontvangt de subsidie om te onderzoeken hoe chemotherapie effectiever kan worden ingezet met minder bijwerkingen. NVBMB-lid Daan Swarts, universitair docent aan Wageningen University & Research, zal verder onderzoeken hoe prokaryotische argonauten kunnen worden gebruikt voor diagnostische toepassingen. CREDITS: ANDRE JAGT CREDITS: CHARLOTTE GRIPS FOTOGRAFIE]
Tried and Tested: Particle Sizing in Any Environment Litesizer DIF 500 Measure samples from 0.01 µm to 3,500 µm Reliable results even in harsh environments Switch between liquid and dry dispersion in just one move Kalliope software: No training required, integrated QC mode www.anton-paar.com
34 Anton Paar 36 Infors / PMT Benelux 37 Groene oplosmiddelen voor biogasmembranen Des solvents verts pour les membranes du purification du biogaz 40 Analytik Jena / KNF Neuberger 42 The Binding Site 43 Grenke — Invest in excellence: Flexible financing for cleanrooms and laboratories 44 Kuhner / Hamamatsu Photonics 45 Secoya — De kracht van microfluïdica in drievoud Secoya — La puissance de la microfluidique sous trois formes 48 HITMA / HETTICH / Testo 50 In Beeld: Beschermende bubbels En Image: Bulles protectrices 52 AnalytiChem 53 Diels-Alder database voor computer en experiment Base de données Diels-Alder pour l'ordinateur et l'experience Inhoud / Table des matières 35 nummer 2 2025
WE BRING LIFE TO YOUR LABORATORY. Shakers | Bioreactors | Bioprocess Platform Software www.infors-ht.com The best Multitron ever. The latest generation of the world’s best-selling incubation shaker. See for yourself: www.infors-ht.com/multitron
37 nummer 2 2025 Pour contribuer à rendre le secteur agricole plus durable, une équipe de la KU Leuven a mis au point une membrane utilisant une stratégie à base de solvants verts pour la purification du biogaz. « Nous ne visons pas une efficacité maximale du processus, mais plutôt un coût abordable. » Om de landbouwsector duurzamer te helpen maken, ontwierp een team van de KU Leuven een membraan met een groene-oplosmiddelenstrategie voor biogaszuivering. ‘We mikken niet op maximale procesefficiëntie, maar eerder op maximale betaalbaarheid.’ Onderzoek Recherche groene chemie, duurzaamheid chimieverte, durabilité TEKST: DANIËL LINZEL BEELD: KU LEUVEN TEXTE: DANIËL LINZEL IMAGES: KU LEUVEN DES SOLVANTS VERTS POUR LES MEMBRANES DE PURIFICATION DU BIOGAZ GROENE OPLOSMIDDELEN VOOR BIOGASMEMBRANEN Doorsnede van polyimide membranen ontwikkeld met ‘groene’ oplosmiddelen (MTG, KU Leuven) Coupe transversale de membranes en polyimide développées avec des solvants «verts» (MTG, KU Leuven)
Omdat overheden, bedrijven en onderzoek steeds meer afstappen van fossiele brandstoffen, kijken veel onderzoekers naar biogas als een haalbaar alternatief. Biogas is een bijproduct van veel landbouwactiviteiten en wordt vaak gewoon verbrand voor warmte of stroom. Om efficiënter gebruik te maken van de waardevolle moleculen die in het gas verborgen zitten, kun je het zuiveren met membranen. Een van de manieren om deze membranen te maken is via niet-oplosmiddel geïnduceerde fasescheiding (non-solvent induced phase separation, NIPS). ‘Het is een proces waarbij een polymeeroplossing wordt omgezet in een vast, poreus materiaal door contact met een niet-oplosmiddel’, legt Ivo Vankelecom uit, hoogleraar aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Vankelecom, Amit Shenoy en collega’s ontwierpen zo’n membraan met behulp van polyimide Matrimid 5218s in combinatie met groene oplosmiddelen, zo melden ze in het Journal of Membrane Science. GROEN ‘Conventioneel worden deze polyimide-membranen gemaakt met oplosmiddelen zoals DMF of NMP’, zegt Shenoy, promovendus in de groep van Vankelecom. Hoewel deze heel gangbaar zijn en prima werken voor het oplossen van polyimiden, is het grote nadeel dat ze niet altijd veilig zijn in gebruik. Tijdens het fabricageproces ontstaat er veel afvalwater met oplosmiddelen. ‘Het afval is schadelijk voor waterleven en mogelijk gevaarlijk voor operators als je er niet voorzichtig mee omgaat’, vervolgt Shenoy. ‘We kozen voor een combinatie van oplosmiddelen die minder giftig zijn voor het milieu en minder schadelijk voor operators.’ Deze oplosmiddelen – dimethylsulfoxide (DMSO), methyl-THF en Tamisolve® – kun je volgens Vankelecom als groen beschouwen. ‘Groen is een heel breed begrip in de chemie. Er zijn twaalf principes waarin een chemische stof of proces groen kan zijn, zoals het milieu, toxiciteit, vluchtigheid enzovoort. Deze drie oplosmiddelen zijn groen in minstens één van deze aspecten.’ Shenoy voegt toe: ‘Tamisolve® wordt beschouwd als niet-reprotoxisch, wat betekent dat het niet schadelijk is voor de voortplanting van leven. DMSO en methylTHF zijn beiden biologisch afbreekbaar en de laatste is ook biobased.’ KOFFIEFILTER Het was niet eenvoudig om de groene oplosmiddeF ace à la transition progressive des gouvernements, des entreprises et des chercheurs vers des alternatives aux énergies fossiles, le biogaz apparaît comme une option prometteuse. Issu de nombreuses activités agricoles, il est souvent brûlé pour produire de la chaleur ou de l’électricité. Pourtant, ce gaz contient des molécules précieuses qui pourraient être mieux valorisées grâce à des procédés de purification par membranes. L’une des méthodes utilisées pour fabriquer ces membranes repose sur la séparation de phase induite par un non-solvant (NIPS, pour Non-Solvent Induced Phase Separation). « Ce procédé consiste à transformer une solution polymère en un matériau poreux solide au contact d’un non-solvant », explique Ivo Vankelecom, professeur à la faculté des bioingénieurs de la KU Leuven. Avec Amit Shenoy et leur équipe, ils ont conçu une membrane à base de polyimide Matrimid 5218s, combiné à des solvants verts. Ces travaux ont été publiés dans le Journal of Membrane Science. VERT « Habituellement, ces membranes en polyimide sont fabriquées avec des solvants comme le DMF ou le NMP », explique Amit Shenoy, doctorant au sein du groupe de recherche de Vankelecom. Ces solvants, bien que largement utilisés et très efficaces pour dissoudre les polyimides, présentent un inconvénient majeur : leur impact sur la santé et l’environnement. Au cours du processus de fabrication, une quantité importante d’eaux usées contaminées par ces solvants est produite. « Ces déchets sont nocifs pour la faune aquatique et peuvent représenter un danger pour les opérateurs s’ils ne sont pas manipulés avec précaution », ajoute Shenoy. Pour contourner ce problème, l’équipe a opté pour une combinaison de solvants moins toxiques, aussi bien pour l’environnement que pour la santé des travailleurs. Parmi eux, le diméthylsulfoxyde (DMSO), le méthyl-THF et le Tamisolve®. « Le terme «vert» en chimie est très large », précise Vankelecom. « Il existe douze critères permettant de qualifier un produit ou un procédé de durable, comme l’impact environnemental, la toxicité, la volatilité, etc. Ces trois solvants sont considérés comme verts selon au moins l’un de ces aspects. » Shenoy complète : « Le Tamisolve® n’est pas reprotoxique, ce qui signifie qu’il ne nuit pas à la reproduction. Le DMSO et le méthyl-THF sont biodégradables, AMIT SHENOY: ‘We wilden weten wat er gebeurde tussen de verschillende componenten’ « Nous voulions comprendre ce qui se passe entre les différents composants.» 38 nummer 2 2025
39 nummer 2 2025 len te laten werken. ‘Hoewel er veel literatuur is over polyimiden, wordt het een compleet nieuwe syntheseomgeving als je de standaard oplosmiddelen verandert’, legt Shenoy uit. ‘En sommige van deze groene oplosmiddelen zijn pas sinds kort goed verkrijgbaar, er was praktisch geen literatuur waarop we ons werk konden baseren.’ Dit betekende dat het Leuvense team niet alleen hun protocol bijna vanaf de grond moest opbouwen, maar ook de fundamentele wetenschappelijke concepten die in het spel waren moest onderzoeken. ‘We wilden weten wat er gebeurde tussen het polymeer, het niet-oplosmiddel en de groene oplosmiddelen.’ Het was een lastige balanceeract. ‘Membranen voor biogaszuivering moeten hele kleine poriën hebben om gasmoleculen zoals methaan of kooldioxide te scheiden’, zegt Vankelecom. ‘Voorzichtigheid was daarom geboden voor ons NIPS-protocol; de verschillende onderdelen kunnen zich heel onvoorspelbaar gedragen, waardoor je ofwel een membraan krijgt met nanoporiën of iets dat meer lijkt op een koffiefilter.’ INDUSTRIEEL NIVEAU Hoewel de publicatie vrij recent is, werkt het team al een paar jaar hard aan dit membraantype. Vankelecom: et ce dernier est également issu de ressources biosourcées. » FILTRE À CAFÉ Faire fonctionner ces solvants alternatifs n’a pas été simple. « Bien que les polyimides soient documentés dans la littérature scientifique, le fait de changer les solvants traditionnels crée un tout nouvel environnement de synthèse », explique Shenoy. « De plus, certains de ces solvants verts ne sont disponibles à grande échelle que depuis peu, ce qui signifie que nous avions très peu de références pour guider notre travail. » L’équipe de Leuven a donc dû partir de zéro pour mettre au point un protocole efficace, tout en menant des recherches fondamentales sur les interactions entre le polymère, le non-solvant et les solvants verts. « Nous voulions comprendre les mécanismes à l’œuvre entre ces différents composants. » Trouver le bon équilibre a été un véritable défi. « Les membranes destinées à la purification du biogaz doivent posséder des pores extrêmement fins pour séparer les molécules de méthane et de dioxyde de carbone », explique Vankelecom. « L’adaptation de notre protocole NIPS nécessitait une grande précision, car Continue membraansynthese in een pilot-scale roll-to-roll SmartCoater (MTG, KU Leuven) Synthèse continue de membranes dans un SmartCoater pilote en roll-to-roll (MTG, KU Leuven)
The TOC/TNb analyzers of the new multi N/C x300 series make your day-to-day laboratory routines easier while delivering results fit for any interlaboratory study. Discover the unique technologies and the intuitive software of the multi N/C x300 series that help you master your matrix. TOCnology made for you. www.analytik-jena.com/tocnology E-Mail: sales@analytik-jena.com Phone: 00800 3135 2526 TOCnology made for You Discover the new multi N/C x300 series CONTACT US for more information UNIQUE DESIGN FOR LAB LIFE LABOPORT® VACUUM PUMPS AND SYSTEMS Easy use for new approaches to everyday lab practice: n Individually expandable for a custom-fit vacuum system n ATEX-compliant internal atmosphere only and chemically resistant n Environmentally friendly technology: Safe recovery of solvents n Highlight: The new vacuum controller provides intuitive handling and maximum operating comfort knf-laboport.com SMART CONTROLLED
41 nummer 2 2025 ‘In deze paper laten we ons begrip van het systeem zien, maar op de achtergrond hebben we gekeken naar het opschalen en op de markt brengen van onze uitvinding. We hebben al een paar plekken waar we de membranen kunnen testen, om te zien hoe ze zich gedragen in een echte omgeving vergeleken met het lab.’ Deze piloottests beginnen over een paar weken. Shenoy had de leiding over het opschalen en testen van het membraan. ‘Dat was echt een hoogtepunt voor mij’, zegt hij. ‘We hebben een tijdje met dit membraan gewerkt in het lab, maar werken op pilootschaal is heel anders. Hiervoor gebruikten we onze zogenoemde Smart Coater, die NIPS via een continue roll-to-roll procedure op grote schaal kan doen, wat de synthese geschikter maakt voor de industrie.’ Het team werkt samen met het onderzoeksinstituut Inagro, dat organisch afval uit de lokale landbouw vergist. Daarnaast maken collega’s van de VUB in Brussel, die zich richten op verdere zuivering van biogas door adsorptie, deel uit van dit FWO-SBO-project. ‘We willen uitzoeken of onze membranen de biogaszuivering op zichzelf kunnen uitvoeren of dat ze de adsorptietechnologie nodig hebben die aan de VUB ontwikkeld is om de uiteindelijke zuiveringsdoelen te bereiken’, verduidelijkt de Leuvense professor. In het algemeen is het doel van dit onderzoek om een zeer goedkoop systeem te maken dat zelfs op boerderijschaal kan werken. ‘Op dit moment richten we ons niet op de zeer grote industriële operaties, maar op kleinere en meer lokale boerderijen of gegroepeerde boerderijen’, zegt Vankelecom. ‘We mikken dus niet per se op maximale procesefficiëntie, maar eerder op maximale betaalbaarheid en gebruiksgemak. Dat is de niche waar we naar op zoek zijn’. o les différents éléments du mélange réagissent parfois de façon imprévisible. Sans contrôle optimal, nous pouvions obtenir soit une membrane aux nanopores adéquates, soit un matériau trop poreux, ressemblant davantage à un filtre à café. » UNE APPLICATION INDUSTRIELLE Bien que les résultats de cette recherche aient été publiés récemment, le projet est en développement depuis plusieurs années. « Dans cette étude, nous présentons notre compréhension du système, mais en parallèle, nous avons aussi travaillé sur son industrialisation et sa mise sur le marché », précise Vankelecom. L’équipe a déjà identifié plusieurs sites pour tester ces membranes en conditions réelles et évaluer leurs performances comparées aux résultats en laboratoire. Les premiers essais pilotes débuteront dans les prochaines semaines. Shenoy, qui a supervisé l’industrialisation et les tests, considère cette étape comme une avancée majeure. « C’était un vrai moment fort pour moi », confie-t-il. « Nous avons travaillé avec ces membranes en laboratoire pendant un certain temps, mais le passage à l’échelle pilote est une tout autre expérience. Nous avons utilisé notre Smart Coater, un dispositif permettant une synthèse en continu via un procédé roll-to-roll, rendant la production bien plus adaptée à l’industrie. » Le projet est mené en collaboration avec le centre de recherche Inagro, qui travaille sur la méthanisation des déchets organiques issus de l’agriculture locale. En parallèle, des chercheurs de la VUB à Bruxelles développent une technologie d’adsorption pour affiner encore davantage la purification du biogaz. « Nous voulons déterminer si nos membranes peuvent suffire à purifier le biogaz ou si nous devons les combiner à la technologie d’adsorption développée par la VUB pour atteindre le niveau de pureté souhaité », précise Vankelecom. L’objectif principal de cette recherche est de mettre au point un système de purification du biogaz à faible coût, utilisable même à l’échelle des exploitations agricoles. « Nous ne ciblons pas les grandes industries, mais plutôt des fermes locales ou des groupements d’exploitations agricoles », conclut Vankelecom. « Notre priorité n’est donc pas l’efficacité maximale du procédé, mais plutôt son accessibilité et sa facilité d’utilisation. C’est sur ce créneau que nous nous positionnons. » o IVO VANKELECOM: ‘Deze oplosmiddelen zijn groen in minstens één van de twaalf groene chemie aspecten’ « Ces solvants sont verts se- lon, au moins, un des douze principes de la chimie verte. »
Explore our broad menu of high-quality protein assays at www.thermofisher.com/bindingsite/immunoassays PR001.2_0225 Feb 2025 * Based on 12 months global data between January 2023 and December 2023 Unique menu with over 60 assays The robust and proven analyzer from The Binding Site, bringing you a reliable and optimized solution for special protein testing Transform your diagnostic testing with the Optilite® Analyser For extraordinary protein diagnostics 3 methods for antigen excess detection No manual dilutions Global installed base > 1700 systems supported by technical Fast and consistent throughput averaging 120 tests/hour Compact and robust analyser with average MTBF > 19 months* Unique menu with over 60 assays 2797 Optilite Assay Menu Monoclonal Gammopathies Central Nervous System Disorders Complement Disorders Immune Status Disorders Renal Diseases Inflammatory Diseases Cardiovascular Disorders Automimmune/ Rheumatic Diseases Anemia/Iron Metabolism Disorders Other Protein Assays
I n today’s rapidly evolving industries, having a state-of-the-art cleanroom or laboratory is crucial for maintaining high standards of research, production, and quality control. Whether you are in pharmaceuticals, biotechnology, electronics, or healthcare, a cleanroom ensures precision and compliance. However, the high costs of setting up and maintaining such facilities can be a challenge. That’s where Grenke comes in – offering flexible and cost-effective financing solutions tailored to your needs. WHY CHOOSE FINANCING OVER PURCHASING? 1. Preserve Liquidity – Avoid large upfront investments and keep capital available for other critical business needs. 2. Stay Technologically Up-to-Date – Leasing or renting through Grenke allows for regular upgrades, ensuring your facility meets the latest industry standards. 3. Tax Benefits – Monthly leasing payments may be tax-deductible, improving your company’s financial efficiency. 4. Tailored to Your Needs – Flexible terms and customized plans help align financing with your business growth. 5. Fast & Hassle-Free Process – grenke offers a straightforward application and approval process, ensuring you get the equipment you need without delays. HOW TO GET STARTED Financing your cleanroom or laboratory through Grenke is simple. Contact our team today per mail or by phone to find out more. LET’S BUILD THE FUTURE OF YOUR BUSINESS TOGETHER! Visit grenke.be or contact our specialists at +32 2 333 50 50 or send a mail to direct. sales@grenke.be. INVEST IN EXCELLENCE: FLEXIBLE FINANCING FOR CLEANROOMS & LABORATORIES TEXT AND IMAGE: GRENKE SPECIAL Laborama Secure the best financing solution for your cleanroom or laboratory today with grenke, your trusted partner in innovation and growth. 43 nummer 2 2025
ISF1-Z: your unique process deserves unmatched technology Ultra-durable backed by a 5-Year Warranty Highly flexible over your decades of use High performance to enable all type of cells even the most demanding More information : beneluxoffice@kuhner.com Highly flexible over your decades Our mission is to benefit society through the development of photonic technologies that capture, measure and generate various types of light. We are one of the only companies in the world that develops a wide range of both light sensors, such as photomultiplier tubes and photodiodes, and light sources such as lasers and LEDs. Our portfolio of more than 10,000 products includes components, modules and systems, designed to cover the entire optical spectrum. They are used in a broad range of applications, including everyday technology such as smartphones to medical instruments that support cutting-edge academic research. Light-powered innovation We are one of the only companies in the world that develops a wide range Our portfolio of more than 10,000 products includes components, modules and systems, designed to cover the entire optical spectrum. They are used in a broad range of applications, including everyday technology such as smartesearch. Light-powered innovation www.hamamatsu.com
45 nummer 2 2025 Cristallisation, émulsification et pervaporation. Mais cette fois, en s’appuyant sur la microfluidique. Ces trois technologies ont été réunies au sein d’une seule et même entreprise spin-off, Secoya Technologies, issue de l’Université libre de Bruxelles (ULB). « Nous parvenons à un niveau de contrôle du processus de production pharmaceutique qui frise la perfection. » Kristallisatie, emulsificatie en pervaporatie. Maar dan op basis van microfluïdica. De drie technologieën zijn samengebracht in één spin-off-bedrijf, Secoya Technologies, van de Université libre de Bruxelles (ULB). ‘Wij slagen erin een mate van controle te verkrijgen op het farmaceutische productieproces die de perfectie nadert.’ Start-up Start-up farma, productie pharma, production TEKST: MARYSA VAN DEN BERG BEELD: CURVE.NL TEXTE: MARYSA VAN DEN BERG IMAGES: CURVE.NL LA PUISSANCE DE LA MICROFLUIDIQUE SOUS TROIS FORMES DE KRACHT VAN MICROFLUÏDICA IN DRIEVOUD
‘Vóór onze onderzoeken aan de ULB bestond er eigenlijk nog geen technologie die focust op het grensvlak tussen microfluïdica en (bio)farmaceutische productie’, zegt Bart Rimez, medeoprichter en technologieleider kristallisatie van Secoya Technologies. ‘Dat is eigenlijk gek, want door fysisch-chemische transformaties juist binnenin die piepkleine microfluïdische kanaaltjes te laten plaatsvinden, krijg je een optimale mix en warmte-uitwisseling. En dat komt het product absoluut ten goede. Wij zijn in dat gat gedoken.’ De start-up combineert maar liefst drie microfluïdische technieken, in de velden kristallisatie, emulsificatie en pervaporatie. Later dit jaar moeten de eerste kilogrammen met behulp van hun apparaten geproduceerd kunnen worden, met een focus op de productie van 12 ton per jaar van een lichaamseigen hormoon in 2026 of 2027. ‘Ik verwacht dat ons bedrijf vanaf dan hard gaat groeien’, geeft Rimez aan. KRISTALLISEREN EN SCHEIDEN Om welke technieken gaat het eigenlijk? Ten eerste de kristallisatie, het domein van Rimez. ‘In 2013 startte ik mijn postdoconderzoek aan de ULB in het TIPs (Transfers, Interfaces, Processes) lab - Microfluidics van professor Benoit Scheidt’, vertelt hij. ‘Het doel was het transformeren van een industrieel kristallisatieproces gebruikmakend van microfluïdische kanalen. Dat leidde tot een apparaat dat het opgeloste materiaal door nauwe buisjes stuwt. Door een zeer uniforme manier van afkoelen kunnen we heel gericht kristalkernen laten vormen.’ Met het apparaat kun je volgens Rimez voorspellen wat de uiteindelijke grootte van de kristallen gaat zijn. ‘Dat is ideaal voor medicijnen die specifieke groottes nodig hebben. Bovendien krijg je economische winst, omdat er minder klassieke productiestappen, zoals het zeven, nodig zijn.’ Bij de door medeoprichter Adrien Dewandre ontwikkelde emulsificatie-technologie wordt eveneens gebruik gemaakt van microfluïdische principes, maar dan gaat het om het maken van exact gelijke vloeistofbol- « Avant nos recherches à l’ULB, il n’existait pas de technologie se concentrant sur l’interface entre la microfluidique et la production (bio)pharmaceutique », explique Bart Rimez, cofondateur et responsable technologique de la cristallisation chez Secoya Technologies. « C’est assez surprenant, car en faisant se produire des transformations physico-chimiques directement dans ces minuscules canaux microfluidiques, on obtient un mélange et un échange thermique optimaux. Et cela profite directement au produit final. Nous avons saisi cette opportunité. » La start-up combine trois techniques microfluidiques distinctes : la cristallisation, l’émulsification et la pervaporation. Les premiers kilogrammes de production devraient voir le jour d’ici la fin de l’année grâce à leurs équipements, avec pour objectif d’atteindre une production de 12 tonnes par an d’ici 2026 ou 2027 pour une hormone présente naturellement dans l’organisme. « Je m’attends à une forte croissance de notre entreprise à partir de cette étape », confie Rimez. CRISTALLISATION ET SÉPARATION De quelles technologies parle-t-on concrètement ? Tout d’abord, la cristallisation, domaine de spécialisation de Rimez. « En 2013, j’ai commencé mon postdoctorat 46 nummer 2 2025
47 nummer 2 2025 letjes binnenin een andere vloeistof. Rimez: ‘Dankzij de microfluïdische kanalen van ons apparaat kunnen wij heel nauwkeurig duizenden van die bolletjes per seconde maken.’ Tenslotte de pervaporatie. Tot nu werd deze scheidingstechniek vooral gebruik door petroleumraffinaderijen. Maar medeoprichter Jean Septavaux heeft hem geschikt gemaakt voor lab- en pilotproductieschaal door gebruik te maken van een dik membraan in een microfluïdisch systeem. ‘Dit membraan laat alleen het beoogde product in gasvorm door’, vertelt Rimez. ‘Dat leidt tot nagenoeg honderd procent zuiverheid. En je vermijdt de mechanische stress die optreedt bij een klassieke scheiding.’ De voordelen zijn dus duidelijk, de toepassingen volgens Rimez ook. ‘Vooral bedrijven die zich bezighouden met engineering van medicinale deeltjes kunnen van onze technologieën profiteren. Denk dan wat kristallisatie betreft aan klassieke farmaceutische bestanddelen zoals Budesonide bij astmabehandeling en hoog-toxische medicijnen voor kankerbehandelingen. Bij emulsificatie kun je denken aan moderne antilichaamproductie en slow-release-medicijnen en wat betreft pervaporatie aan de opzuivering van lipidenanodeeltjes als vector voor een mRNA-vaccin.’ GMP-LICENTIE De drie technologieën zijn dus apart van elkaar ontwikkeld, door drie onderzoekers. ‘Maar doordat wij als collega’s – een Vlaming, een Waal en een Fransman nota bene – letterlijk bureaugenoten waren, in dezelfde groep werkten en dezelfde klanten zouden bedienen, leek het ons een goed idee de drie technologieën onder te brengen in één spin-off-bedrijf’, aldus Rimez. ‘De ULB ging daarin mee en dat is vrij uniek, want meestal wordt zo’n idee als zeer risicovol bestempeld.’ Secoya Technologies werd in september 2019 opgericht, vlak voor het beruchte coronajaar. De eerste paar jaren waren daardoor niet mals, want klantbezoek zat er niet in. Ook speelt mee dat verandering in het productieproces vaak erg lastig is voor de farmaceutische industrie, zegt Rimez. ‘Wij kregen bijvoorbeeld steevast de vraag: “Hebben jullie al een good manufacturing à l’ULB, dans le laboratoire TIPs (Transfers, Interfaces, Processes) - microfluidique du Professeur Benoit Scheidt », raconte-t-il. « L’objectif était de transformer un processus de cristallisation industriel en utilisant des canaux microfluidiques. Cela a abouti à un dispositif propulsant le matériau dissous à travers des microcanaux. Grâce à un refroidissement ultra-uniforme, nous pouvons générer des noyaux cristallins de manière extrêmement précise. » Avec cet appareil, il est possible de prédire la taille finale des cristaux, ce qui est idéal pour les médicaments ayant des exigences strictes en la matière. « Cela offre également un avantage économique, car il réduit le besoin d’étapes classiques de production, comme le tamisage », précise Rimez. La technologie d’émulsification, développée par son cofondateur Adrien Dewandre, repose aussi sur les principes de la microfluidique. Cette fois, il s’agit de créer des gouttelettes de liquide parfaitement identiques au sein d’un autre liquide. « Nos canaux microfluidiques permettent de produire avec une extrême précision des milliers de ces gouttelettes par seconde », explique Rimez. Enfin, la pervaporation. Jusqu’à présent, cette technique de séparation était principalement employée dans les raffineries de pétrole. Jean Septavaux, autre cofondateur, l’a adaptée à une échelle de laboratoire et de production pilote en utilisant une membrane épaissie dans un système microfluidique. « Cette membrane ne laisse passer que le produit cible sous forme gazeuse », explique Rimez. « Cela garantit une pureté proche de 100 % et évite le stress mécanique propre aux méthodes de séparation classiques. » Les avantages sont clairs, tout comme les applications, selon Rimez. « Notre technologie bénéficiera principalement aux entreprises qui conçoivent des particules médicinales. Concernant la cristallisation, elle s’applique notamment à des principes actifs pharmaceutiques classiques comme le budésonide, utilisé dans le traitement de l’asthme, ou encore à des médicaments hautement toxiques destinés aux traitements contre le cancer. L’émulsification, quant à elle, est idéale pour la production moderne d’anticorps et les médicaments BART RIMEZ ‘Bovendien krijg je economische winst, omdat er minder klassieke productiestappen, zoals het zeven, nodig zijn’ « Cela représente également un avantage économique, car il y a moins d’étapes classiques de production, comme le tamisage, à effectuer. »
www.testo.com Datamonitoring Zorgen voor kwaliteit en compliance met meetoplossingen van Testo Bezoek ons op stand D6 Surveillance des données Assurer le qualité et la conformité avec les solutions de mesure de Testo Visitez-nous au stand D6 testo maart.indd 1 11/02/2025 14:25:32 Hitma Instrumentatie Discover our innovative solutions for temperature and environmental condition monitoring at Laborama 2025, booth F16. Safety and quality in your laboratory With a JRI MySirius data registration system from Hitma www.hitma-instrumentatie.be Clean bench & Laminar flow Hettich Benelux levert horizontale flowkasten voor productbescherming van het merk Haier Biomedical. De flowkasten zijn geschikt voor: - Bescherming van producten of processen; - Steriele werkomgeving; - Electronica- en precisie industrie; - Medische en farmaceutische toepassingen. Voor de bescherming van de gebruiker, de omgeving en het monster biedt Haier de biologische veiligheidskasten. - Voorkomt besmetting door stof, bacteriën en andere deeltjes door een constante luchtstroom via het HEPA-/ULPA-filter. - Veel gebruikt bij het voorbereiden van steriele oplossingen, het kweken van cellen en bacteriën en bij farmaceutische productontwikkeling. - Hanteren steriele materialen/weefselkweekprocedures. - Bij de steriele bereiding & verpakking van voedsel- producten en schadelijke stoffen. Enkele eigenschappen: 900, 1300 of 1710 mm breed HEPA filter efficiëntie van 99.99% (0,3 μm) ISO 14644.1 klasse 5 schone lucht Hettich Benelux B.V. I GELDERMALSEN I 088 221 99 00 www.hettichbenelux.com Hettich Benelux levert horizontale flowkasten voor product bescherming van het merk Haier Biomedical. Bescherming van producten of processen; Medische en farmaceutische toepassingen. Voor de bescherming van de gebruiker, de omgeving en Hettich Product preview 90x120 C2W haier.indd 1 6-2-2025 14:22:06
49 nummer 2 2025 practice (GMP)-kwalificatie binnen?” Het is natuurlijk niet aan ons die te halen, want hij is specifiek voor elk product. Maar we hopen dit of volgend jaar wel de bestelling te kunnen leveren die tot zo’n licentie moet gaan leiden. Pas dan zal het grootste struikelblok voor ons als bedrijf zijn gehaald.’ Daarnaast houdt het team zich doorlopend bezig met verbeteringen van de technologieën. ‘Dat gaat uiteraard continu door’, zegt Rimez. ‘Wat betreft de kristallisatie denk ik dan aan het verder intensiveren van het mixen tijdens het proces, zodat we een nog fijnere controle krijgen over de kristalgrootte.’ In eerste instantie ontwikkelden Rimez en collega’s hun apparaten trouwens op zo’n manier dat ze ook zouden bijdragen aan het vergroenen van de farmaceutische industrie. ‘Maar we kwamen er al snel achter dat dat niet de overtuigende factor is om bedrijven mee te krijgen. Bij hen ligt de focus toch vooral op de economische winst.’ Maar duurzaamheid en het geldbelang hoeven elkaar absoluut niet te bijten, zo constateert het team nu ook. ‘Door het reduceren van het aantal productiestappen en de betere controle over de kwaliteit van het eindproduct gebruik je automatisch minder oplosmiddel en stroom. Dus we zijn nog altijd bezig met green chemistry. En zo hopen ook wij bij te dragen aan het realiseren van een duurzamere toekomst voor de farmaceutische industrie.’ o à libération prolongée, tandis que la pervaporation est particulièrement adaptée à la purification des nanoparticules lipidiques servant de vecteurs aux vaccins à ARNm. » LICENSE GMP Ces trois technologies ont été développées séparément par trois chercheurs. « Mais en tant que collègues – un Flamand, un Wallon et un Français, qui plus est – nous partagions le même bureau, travaillions dans le même groupe et ciblions les mêmes clients. Il nous a donc paru logique de réunir ces technologies au sein d’une même entreprise spin-off », raconte Rimez. « L›ULB a soutenu notre projet, ce qui est plutôt rare, car ces initiatives sont souvent jugées trop risquées. » Secoya Technologies a été fondée en septembre 2019, juste avant l’année marquée par la pandémie. Les débuts ont été compliqués en raison des restrictions sur les rencontres avec les clients. « Dans l’industrie pharmaceutique, modifier un processus de production est très complexe », explique Rimez. « On nous posait souvent la question : «Avez-vous déjà une qualification GMP (good manufacturing practice) ?». Ce n’est pas à nous d’obtenir cette certification, car elle est spécifique à chaque produit. Mais nous espérons fournir d’ici l’année prochaine la première commande qui permettra d’obtenir cette licence, ce qui représente le plus grand obstacle actuel pour nous. » L’innovation ne s’arrête pas là. « Nous continuons à améliorer nos technologies. Pour la cristallisation, nous travaillons sur une intensification du mélange pendant le processus, afin d’obtenir un contrôle encore plus précis sur la taille des cristaux », déclare Rimez. Enfin, même si la durabilité n’est pas toujours un argument décisif pour l’industrie, Secoya Technologies constate que ses innovations réduisent l’utilisation de solvants et d’énergie, contribuant ainsi à une chimie plus verte et à un avenir plus durable pour la production pharmaceutique. o BART RIMEZ ‘Vooral bedrijven die zich bezighouden met engineering van medicinale deeltjes kunnen van onze technologieën profiteren’ « Nos technologies offrent un réel atout aux entreprises travaillant sur l’ingénierie des particules médicamenteuses.
50 nummer 2 2025 In Beeld En Image lipiden, skelet lipides, squelette TEKST: ESTHER THOLE BEELD: PLIKUS LAB, UNIVERSITY OF CALIFORNIA, IRVINE TEXTE: ESTHER THOLE IMAGE: PLIKUS LAB, UNIVERSITY OF CALIFORNIA, IRVINE Vetweefsel is een belangrijke reservebron voor energie. Maar het functioneert ook als een superstabiele beschermende ‘bubbelfolie’ voor fragiele onderdelen van het skelet. Le tissu adipeux est une réserve essentielle d’énergie. Mais il joue aussi un rôle inattendu en servant de véritable « film à bulles » ultra-stable pour protéger les parties fragiles du squelette. BESCHERMENDE BUBBELS BULLES PROTECTRICES