Iers Dagboek 2.0
Dagboek van een reis langs de westkust van
Ierland in 2015
Fred Kulik
Iers Dagboek 2.0
Dagboek van een reis langs de westkust van Ierland in 2015
Fred Kulik
....................................................................................................................................................................................
1
Titel: Iers Dagboek 2.0
Auteur: Fred Kulik
Januari 2016
ISBN: 978-90-823083-1-0
NUR-code: 500
NUR-omschrijving: Reizen algemeen
Uitgeverij: A&FP- Schalkhaar
Copyright: Fred Kulik
....................................................................................................................................................................................
2
Het einde van een fles houden over de reis die we door Ierland zouden
Ketel 1 maken. Je wordt met de jaren tenslotte
vergeetachtiger. En langs de Wandelwinkel om
toch nog een wandelgidsje voor Engeland te
halen.
Zo was het drie jaar geleden afgesproken. Op Om twee voor vier stap ik een verlaten Floors
mijn laatste werkdag zouden we samen een goed binnen. Tafeltje rechts om de hoek, daar waar ik
glas wijn drinken. En dan om vijf uur was het vaker zit. En om vier uur exact steekt Romain
einde dienstverband. Dus toen ik een half jaar zijn hoofd om de deur en zet pontificaal een fles
voor mijn pensioen in zou gaan een brief kreeg Ketel 1 op tafel. Omdat er toch iets gevierd moet
dat ik recht had op AOW heb ik hem een mail worden. Oude mannen halen herinneringen op
gestuurd: aan dat wat ze vroeger gedaan hebben. Omdat er
in de toekomst geen dingen meer zijn die ze
Dag Romain, samen gaan doen. En er wordt gezwegen over dat
Op 1 juni 2015 zal ik, naar het zich nu laat wat niet genoemd mag worden. Over dat wat niet
aanzien, de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. goed is gegaan. Zo doen mannen dat. Het ‘it
Het is mijn voornemen dan ook om op die datum never rains in a pub’, een korte samenvatting
mijn dienstverband bij de Stichting van wat ook besproken is, is ook van toepassing
Carmelcollege, dat begon op 1 augustus 2000 bij op dit afscheidsgesprek. En om klokslag vijf uur
de start van het Etty Hillesum Lyceum, te staan we beiden op. Het zit er op. Als er een
beëindigen. Daarmee komt een einde aan een volgende ontmoeting is zijn de verhoudingen
periode van ruim 38 jaar dat ik in het onderwijs anders.
werkzaam ben geweest, in (bijna) alle onderwijs- Het is nog een riskante onderneming om de fles
en leidinggevende functies die je zou kunnen Ketel 1 tussen de snelbinders naar huis te
bedenken. Mijn verzoek aan jou is om al datgene vervoeren, maar het gaat goed. En ik leg de fles,
in werking te zetten dat nodig is om mijn vertrek in zijn witte plastic zak, neer op de stoel in de hal
ook daadwerkelijk te kunnen effectueren. Dit alles om straks in te pakken. Elke avond tijdens de
nog wel onder één voorwaarde. Bij mijn vertrek reis, na het eten en bij de espresso, een klein
van het Etty Hillesum in 2012 heb ik (eenzijdig) glaasje Ketel 1 om terug te denken aan dat wat
met je afgesproken dat we op mijn laatste voorbij is.
werkdag nog samen een borrel zouden drinken. Voor morgen de camper wordt opgehaald wordt
Aan die afspraak die ik met je heb gemaakt wil ik alles wat mee moet in de gang gezet.
je dan ook houden. Die borrel, alleen wij tweeën, Slaapzakken, keukenspullen, tent, schoenen,
zal plaatsvinden op donderdag 28 mei 2015 om laarzen, wandelstokken. Het witten plastic tasje
16:00 uur bij café Floors op de Brink in Deventer. op het rode biechtstoeltje, hoe toepasselijk, glijdt
Om 17:00 uur kan ik dan formeel mijn van de stoel af. En hoewel ik geen idee meer had
werkzaamheden neerleggen en jou bedanken voor wat er in het tasje zat realiseer ik me dat
de samenwerking etc. in de afgelopen 18 jaar. Er onmiddellijk als ik de doordringende lucht proef
moet tenslotte wat te vieren zijn. van de alcohol in de Ketel 1. Stukgevallen voor ik
Ik hoor graag of je mijn verzoeken zult inwilligen er een slok van had kunnen nemen. Waar staat
Groet, dit symbool voor?
Fred
En zo stapte ik op 28 mei 2015, om kwart over
drie, op de fiets richting Deventer. Mijn laatste
werkdag, met als enige activiteit een borrel
drinken. Voor ik naar Floors ging eerst een
Moleskine boekje halen om een dagboek bij te
....................................................................................................................................................................................
3
....................................................................................................................................................................................
4
Iers Dagboek dronkenschap , liefde, bidden en vloeken: God
wordt heftig bemind en zeker even heftig gehaat.
Op de donkere binnenplaatsen die Swift nog met
eigen ogen gezien heeft, ligt het vuil van tientallen
Ergens in 1976 moet ik Iers Dagboek van en tientallen jaren opgestapeld, als bezinksel, het
Heinrich Böll hebben gekocht. Geen idee wat de verschrikkelijke bezinksel van de tijd. In de
aanleiding was. De Nobelprijs had hij toen al etalages van de tweederangs winkels lag bonte
gewonnen, maar ik kan me niet voorstellen dat verwarde rommel, maar hier ontdekte ik een van
ik me dat realiseerde toen ik het kocht. Op de gestelde doelen van mijn reis: de achterkamer
Duitse literatuur had ik het niet zo begrepen. afgeschut met het leren gordijn. Voor eenzame
Een trauma van de middelbare school. Het klikte drinkers; hier sluit de drinker zichzelf op als een
nooit tussen mij en mijn docenten Duits. paard, in een box; om met whisky en verdriet
Aan het boek heb ik vaak terug gedacht. Twee alleen te blijven, met geloof en ongeloof, en leeft
zaken stonden daarbij centraal. Ierland was echt diep onder de tijd als in een ondergrondse cel,
een heel ander land dan het land waar ik zolang het geld toereikend is; tot hij gedwongen is
woonde, daar wilde ik naar toe, dat wilde ik zien. weer aan de oppervlakte te verschijnen, aan de
Het kwam er niet van tot vele jaren later ik in vermoeiende zwembewegingen deel te nemen,
Cork kwam. Ik herkende er weinig van de sfeer zinloze en hulpeloze bewegingen, omdat toch
die ik in het boek had gevonden, het was iedere boot onverbiddelijk naar de donkere
misschien ook al te lang geleden. En wat me was wateren van de Styx drijft.
bijgebleven was de beschrijving van een man die Geen wonder dat voor de vrouwen, de
in een pub zich dronken drinkt. Alleen. daadkrachtige dezer aarde, in deze kroegen geen
Opgesloten achter een leren gordijn. In mijn plaats is; hier is de man alleen met zijn whisky,
herinnering ging een groot deel van het boek verre van alle ondernemingen waarmee hij zich
daarover. Op de boot onderweg naar Ierland noodgedwongen wel eens in moet laten,
bleek het eigenlijk alleen om deze passage te ondernemingen die familie heten, beroep, eer,
gaan: gemeenschap. De whisky is bitter, en weldoende.
En ergens in het westen, vierduizend kilometer
‘…De beide mouwen van de jas hingen de over het water, en ergens in het oosten, - twee
bedelaar leeg van het lichaam: ze waren vuil zeeën moet men oversteken om er te komen- zijn er
maar behoefden geen ledematen meer te mensen die aan daden en vooruitgang geloven.
beschermen: hij had ze niet; een epileptische Ja, die bestaan wel, maar de whisky is bitter en
siddering voer hem als het licht voor onweer over weldoende; de waard met de stierennek geeft al
het gezicht, en toch was dit smal donker gezicht een ander glas aan door het gordijn. Zijn ogen
van een schoonheid die nog ergens anders dan in zijn nuchter en blauw: hij gelooft aan wat de
mijn reportersboekje bewaard blijft. Ik moest hem mannen die hem rijk maken niet geloven. Aan de
de sigaret aangestoken tussen de lippen steken, en houten beschotten van de kroeg, aan de panelen
het geld in zijn zijzak: het was alsof ik een lijk van de eenmans zatladderskamertjes, kleven
geld gaf. Duisternis hing over Dublin; alles wat er grollen en vloeken, hoop en gebeden; hoeveel
tussen wit en zwart aan grauwe tinten bestaat zouden het er wel niet zijn.’
had zich aan de hemel een eigen wolkje gezocht; Uit: Iers Dagboek – Bidt voor de ziel van Michael
de hemel was bedekt als met vleugels van O’Neill – Heinrich Böll
veelkleurig grijs; geen zweem, geen vlekje van het
Ierse groen; langzaam stuiptrekkend wandelde Alleen al om deze passage wilde ik naar Ierland.
onder deze hemel de bedelaar van St. Patrick’s Al meer dan dertig jaar. En het was er tot nu toe
Park de sloppen in. In deze stegen hangt op vele nooit echt van gekomen.
plaatsen het vuil in zwarte vellen tegen de
vensterglazen alsof het er opzettelijk tegenaan
gesmeten was, opgehaald uit schoorstenen en
kanalen; maar er geschied hier niet veel met
opzet, en ook om andere redenen niet veel: behalve
....................................................................................................................................................................................
5
....................................................................................................................................................................................
6
Het moet wel een beetje Omdat het ergste wat je kan overkomen in de
huiselijk zijn camper is dat je met vuile schoenen of laarzen
naar binnen stapt, rijden we direct door naar de
Vrijdag 29 mei 2015 Karwei. Droogloopmat en een borstelrek voor de
schoenen. En twee plastic kratjes om alle
Daar zit je dan, op de eerste dag van je pensioen. keukenspullen overzichtelijk op te bergen. Is het
En er is maar een eerste dag. De lucht van de idee.
gebroken fles jenever ruik je nog als je in de hal Nu moet alles nog in de camper worden gedaan.
staat. Vier weken de tijd om weg te trekken. En waar dan wel. Tent bovenin of onderin. En
Alleen de kleren moeten nog worden ingepakt. waar dan de slaapmatjes? Slaapzakken onder
Altijd veel te veel, maar je weet niet wat je thuis handbereik. Tassen met kleding ook, en de jassen
moet laten. Wat voor weer zou het zijn in dan, aan een hangertje, in het minikastje
Ierland? Korte broek? Toch maar mee. Dik achterin. Zo is het dus te vol. Tent dan toch maar
fleecejack? Toch maar mee. Zwembroek? Je kunt niet mee? (‘We nemen natuurlijk wel de tent mee,
nooit weten. Dikke sokken? Dunne sokken? Zo want ik wil buiten slapen als het kan.’) ‘De tent
komt je tas wel vol. Laarzen niet vergeten. En laten we thuis, dat neemt veel te veel plaats in!’
een paraplu. En de grens is: een tas per persoon. En zo wordt de camper vijf keer in en vier keer
Niet smokkelen. toch weer uitgeladen. Uiteindelijk zit alles wat
’s Middags de camper, of beter: het campertje, we wel mee willen nemen er toch in. Hoop ik.
ophalen in Nijverdal. Staat al klaar in de loods. Deur dicht en op slot. En de bearlock niet
Is dat ons huis/thuis voor de komende vier vergeten. Je wilt toch niet ’s ochtends wakker
weken? Even oefenen. Dak opzetten, bank naar worden en een lege oprit aantreffen.
voren trekken. Niet vergeten deur open te zetten
als het dak omhoog of omlaag gaat. De sleutel
van de watertank in het vakje van de deur,
onderin. Bearlock. Om te voorkomen dat je
camper door een of andere onverlaat ongevraagd
wordt meegenomen. In de bearlockstand kun je
alleen in de achteruit rijden. Is nog een hele
uitdaging op smalle wegen. Of als je met de
achterkant tegen een muurtje staat geparkeerd.
Moet je toch niet aan denken. Nog nooit
gekampeerd met elektriciteit. Niet laten merken.
Luifel uitdraaien. En weer indraaien. Wat is de
stand van de voetjes? Links, rechts, onder,
boven? Verwarming. Nog nooit gehad bij het
kamperen. Koelkastje. Ook niet, maar het
vooruitzicht van koel bier of koele witte wijn is
erg aantrekkelijk. En je moet er ook nog in
kunnen rijden. Met versnelling weer. En straks,
in Engeland en Ierland, links rijden. Maar
gelukkig eerst oefenen aan de rechterkant. ‘Veel
plezier.’ En hij rijdt, rammelend, schuddend en
met meer geluid dan we gewend zijn. Nog zonder
GPS, ook al ben ik niet zeker van de weg terug,
want die zet ik er thuis wel op. Dat is wel even
wennen. Hoger boven het verkeer, ander stuur,
schakelen, de goede weg vinden. En dat op de
eerste dag van je pensioen.
....................................................................................................................................................................................
7
Wel links blijven rijden werkelijkheid is altijd ingewikkelder dan de
route op het scherm. Als je van de boot afrijdt
Zaterdag 30 mei 2015 kom je terecht in een slalomparcours van, alweer,
betonblokken, hekken en dikke vrachtwagens
Vooraf een overtocht naar Engeland boeken. Dat waarbij je je oriëntatie volledig kwijt raakt
valt nog niet mee. Tunnel? Te duur. Rotterdam? alvorens je op de echte weg komt en links moet
Te lang en te duur. Oostende? Te lang. rijden en rotondes, waar er gelukkig veel van
Duinkerken of Calais? Duinkerken. Overweging: zijn, linksom in plaats van rechtsom moet rijden.
ligt dichter bij dan Calais (blijkt uiteindelijk En voorsorteren is ook net andersom. Binnen vijf
twintig minuten te schelen). In elk geval een boot kilometer drie keer fout gereden. Probeer dan op
geboekt om twaalf uur. Dankzij het tijdsverschil de kaart maar eens terug te vinden waar je bent.
met Engeland kunnen we dan nog een stuk in Dat duurde ongeveer een half uur. Omdat de
Engeland rijden, wat verder van Londen. Hoewel GPS was ingesteld op ‘snelwegen vermijden’
ook dat in de praktijk tegenvalt. waren de wegen rustig en smal en duurde het
De wekker staat op half zes, zodat we om half drie uur in plaats van anderhalf uur voor we in
zeven kunnen vertrekken. Mijn kortste nacht Petworth aankwamen. Precies vanaf de kant
ooit volgens ‘sleepcycle’ op mijn iPhone. waarvan in de beschrijving van de camping stond
Aannemende dat we niets zijn vergeten in te dat je die niet moest nemen vanwege de smalle
pakken, rijden we keurig op tijd weg. Nog bijna straatjes. Soms zit het mee, soms zit het tegen.
niemand op de weg op dit tijdstip. Wel wat Er is zelfs een parkeerterrein met een, zelfs voor
lawaai in het busje, maar dan moet je de deur de lokale bevolking, onbegrijpelijke
ook goed dicht doen. Hersteld voor we de snelweg parkeermeter. Dat werd dus gratis parkeren en
opgaan. Zo vroeg, dat rijdt lekker door, zelfs op er het beste van hopen. In de plaatselijke
de meest luidruchtige weg, de weg tussen supermarkt was alles dat we nodig hadden
Eindhoven en Antwerpen. Zeker als je het gelukkig te koop en konden we vervolgens
vergelijkt met de Saab. Antwerpen zonder vertrekken voor de laatste mijlen naar de
probleem voorbij en in de buurt van Jabbeke camping. Over een onverhard pad het bos in en
eindelijk koffie bij Delifrance, met een er was waarachtig een camping, vol met
chocoladebroodje dat geen chocoladebroodje is. bloeiende rododendrons. De beheerder voor ons
Ook de rust is hier voorbij, want hier stoppen alle uitlopend naar een rustige plek, inderdaad,
bussen met scholieren die een paar dagen naar onder de rododendrons. De eerste keer de camper
Londen gaan. En dat hangt en leunt op, over en installeren viel nog niet mee. Luifel uitdraaien,
onder elkaar. Maar die tijd ligt nu achter me. dat ging nog wel (indraaien was een ander
Voorbij Duinkerken ligt de terminal van de verhaal). De bank die we moesten uitrekken om
veerboot. Een groot, met hoog hekwerk en op te kunnen slapen bleek nog niet zo soepel te
prikkeldraad omsloten gebied, waar je gaan. Het dreigde uit te draaien op bovenin
zigzaggend tussen betonblokken door de rij slapen, maar met een uiterste krachtsinspanning
bereikt waar je in de rij moet staan om de boot op lukt het toch. Jammer van de slaapmatjes die we
te gaan. Niet een plek waarvan je denkt: ‘nu zijn hadden meegenomen. Te breed voor dit bed.
we gezellig op vakantie’. Uitgeput van de reis, maar vooral van het voor
Het is druk op de boot, met heel veel kinderen. de eerste keer inrichten van onze slaapplaats,
Maar hoe kon ik weten dat de scholen in deze vielen we in een diepe slaap. Dat het die nacht
week vrij waren geweest in Engeland? regende is aan ons voorbij gegaan.
Onthouden: de week na Pinksteren is vrij in
Engeland. En de patat (met cola) was natuurlijk
niet te eten, maar je maag moet toch een beetje
gevuld zijn voor het stuk dat we nog door het
zuiden van Engeland willen afleggen.
Je kunt de GPS wel instellen op de plek waar je
naar toe wilt rijden, Graffham, maar de
....................................................................................................................................................................................
8
....................................................................................................................................................................................
9
....................................................................................................................................................................................
10
De wereld van het public Zoals altijd in Engeland: ja. In een gestencild
foothpath. boekje (waar vind je dat nog in de wereld?), met
slordige krabbels die de route, zo ongeveer,
Zondag 31 mei 2015 moesten voorstellen, stond een wandeling
beschreven die begin- en eindpunt had op de
Niets mooier dan wakker worden met het gezang camping. Maar waar was dat begin- en/of
van de vogels: merels, lijsters en nog veel meer eindpunt? In elk geval niet daar waar wij het
kleinere vogeltjes. Ondanks een beetje miezerige zochten. Dat waren paadjes die doodliepen in het
regen. Het dak van de luifel was doorgezakt bos of tegen een onneembaar hek. Toch maar
vanwege de grote plas water die er in stond. In even vragen… Dat wisten ze eigenlijk ook niet zo
de handleiding stond ook dat het een luifel was goed. Probeer het eens rechts van de uitgang, en
tegen de zon, indraaien bij regen. Te laat gezien. dan aan het einde van de camping rechts.
De douches lagen aan de andere kant van het Misschien… Met wat fantasie kon je bedenken
heuveltje. Een kleine wandeling door het bos. dat dit het goede pad was. Het hield op met
Toen ik terug kwam was Anneke niet meer in de miezeren en het werd zachte regen. Tijd voor de
camper, dus ook naar de douches. Omdat ze regenbroeken en voor de regenpetten. Over
zomaar de weg niet terug zou kunnen vinden bridleways en public footpaths: ‘Steek het veld
naar de camper loop ik haar tegemoet, en ga over naar de hoek rechts achterin’. Een
zitten in het schuilhutje op de top van de heuvel, duidelijke aanwijzing en we zagen in die richting
daar zit ik tenminste droog. En na enige tijd zie ook een pad lopen. Maar het liep dood tegen een
ik Anneke aankomen. En inderdaad, ze loopt het dichte haag en een onneembare sloot. Zwerven
pad naar het heuveltje straal voorbij en ziet of en gokken dat we ergens een doorgang zouden
hoort mij niet. Ik ren het heuveltje aan de andere vinden. Toen ik een haag door was gekropen zag
kant af en loop haar snel tegemoet, voordat ze de ik links twee reeën, fazanten, hazen. Regen in de
camping kan verlaten. Net op tijd: ‘Ik geloof dat South Downs, zo mooi en zo landelijk. En zo
ik verdwaald ben…’ Het zondagse eitje daarna kwamen we toch weer op een plek waarvan we
smaakte er niet minder om. Alleen jammer dat er vermoeden dat die onderdeel uitmaakte van onze
geen water uit de kraan in de camper komt. Dan route. Over ‘stiles’, door hagen en onder
maar uit de waterzak, al is het vulpunt nog wel prikkeldraad door kwamen we toch weer uit bij
een stukje lopen. de camping. En het was droog. Tijd voor een goed
Rustig aan vandaag, en dat is niet moeilijk, het glas wijn. Er was wel een café in Graffham, maar
regent of miezert. Het wordt, als je een geen idee hoe we daar moesten komen en hoe ver
optimistische levensvisie hebt, zelfs een beetje het was. Maar dit was ook goed. Tussen de
droog. Tijd om in het kampwinkeltje te kijken of rododendrons en zingende vogels.
er wandelingen zijn te maken in de omgeving.
....................................................................................................................................................................................
11
It will be better when the miezerig. In Brecon maken we, ondanks de
days go by. regen, een stop. We moeten nog bedenken waar
we de nacht zullen doorbrengen, en het is ook wel
Maandag 1 juni 2015 tijd om iets te eten en te drinken. Regenjas en
regenbroek aan, op zoek naar een cafeetje. Het
Als we de boot naar Ierland wilden halen was het miezert niet meer, het druilt van de regen. Het
zaak vandaag te vertrekken richting Wales. Alles maakt de aanblik van het stadje er niet beter op.
in de camper netjes opruimen en niet vergeten Achter de kerk is een koffietentje, met
het elektriciteitssnoer los te koppelen. Het blijft huisgemaakte taartjes. Maar het leukst is de
me achtervolgen, wegrijden terwijl je dat snoer mevrouw die druk in de weer is om alle gasten
nog niet hebt losgemaakt. Waar zou deze dag ons van koffie, thee en taart te voorzien. Op de vraag
brengen? Eerst maar eens tanken in het of het weer nog beter wordt, antwoordt ze:
dichtstbijzijnde stadje, Midhurst. Weer zo’n
onbegrijpelijke parkeerautomaat op een grote
parkeerplaats aan het begin van de hoofdstraat. ‘It will be better when the days go by’
Die hoofdstraat is ook gelijk het hele stadje,
maar je kunt er wel alles vinden dat je nodig Dat geeft je, ondanks de regen, weer een blij
hebt. Dus ook ‘saucisses’ voor bij het ontbijt. En gevoel.
een echt koffietentje waar ze ook scones hebben. Ondertussen een kampeerplek gevonden een
Maar aan scones heb ik slechte herinneringen stukje verderop, in het hart van de Brecon
(het mag best iets minder droog) dus dat laten we Beacons. Mocht het morgen beter weer zijn, dan
zitten. Door de Tesco, eten inslaan voor de kunnen we daar altijd nog wat gaan lopen. Het
komende dagen, vers brood van de bakker en gaat harder en harder regenen. We rijden door de
vlees (en saucisses) bij de slager. In een wolkenflarden door het lange dal dat er vast
hoofdstraat die je alleen in Engeland kunt prachtig uitziet als de zon zou schijnen, maar het
vinden. is zoals het is. Camping in Grawen
Beetje saaie route over de snelweg richting Wales voorbijgereden, omgedraaid en toch gevonden.
om op te schieten, pas bij Abergavenny, als we de Alles ziet er somber uit in de regen, maar de
snelweg verlaten en we Wales binnen rijden, campingmevrouw maakt alles weer goed: ‘Oh
wordt het weer leuk. Hoewel: regen. Geen plek dear, what a weather!’ Om de camper stroomt het
gevonden om even wat te eten, dus doorrijden water naar beneden. Wat een geluk dat we met
maar tot we in het hart van de Brecon Beacons de camper en niet met de tent deze reis maken.
zijn, Brecon. Als het droog is en de wolken hoog En het uitzicht, als je de grauwe regenwolken
hangen of verdwenen zijn, onder een blauwe wegdenkt, is best wel mooi. Eigenlijk. En met het
hemel, ziet het er vast prachtig uit. Dat laten de kacheltje is het zelfs aangenaam binnen.
plaatjes tenminste zien. Nu is het grauw en
....................................................................................................................................................................................
12
....................................................................................................................................................................................
13
Terug naar St Davids de kust van Pembrokeshire, waar de zon leek te
Head schijnen. Maar vlak voor St Davids begon het
toch weer te regenen, en hield het weer op toen
Dinsdag 2 juni 2015 we het stadje binnenreden. We vonden de
camping waarvan we tenminste dachten dat het
Laten we het positief duiden: het is een beetje dezelfde camping was als waar we toen, in 1992,
droog. Maar niet droog genoeg om hoger in de gekampeerd hadden. En het veld was bijna
bergen een wandeling te maken. Dus toch maar verlaten. Achteraan, achter een rijtje struiken
opbreken en naar de kust, hoewel de die natuurlijk geen enkele bescherming boden
campingmevrouw ons waarschuwde dat het weer tegen de harde wind, zetten we de camper neer,
daar niet best was: ‘Oh dear, oh dear. Storm!’. Op met uitzicht op de kust en de zee, alsof we er
naar St Davids Head, waar we jaren geleden aan alleen stonden.
de kust kampeerden, met tent, en een prachtig Tijd voor een wandeling langs het Pembrokeshire
uitzicht over zee. Daarvandaan is het niet ver Coast Path, hoog boven de zee, met de wind pal
naar de boot die ons naar Ierland zal brengen. in het gezicht. Niemand te zien op het pad, alleen
Een GPS is mooi, maar niet altijd even slim. het geluid van de wind en diep onder ons de
Nadat we de camping hadden verlaten gaf de golven die op de kust letterlijk uiteen spatten.
GPS al na een paar kilometer aan dat we naar Wordt morgen een leuke overtocht naar Ierland.
links moesten. En ik had gedacht helemaal terug De weg liep met een boog terug naar St Davids,
naar Brecon. Maar goed, er was een weg. Die en via de kerk kwamen we bij de pub op het
werd al snel smaller. En steiler. En slechter. Met pleintje in het centrum van het stadje. Precies
kuilen, en mist en druilregen. Hoger en hoger tot zoals het hoort. The Bishops, met een donkere
er niet veel meer over was dan een min of meer gelagkamer zoals het hoort. Twee Guinness,
verhard grindpad vol kuilen en zo smal dat het maar wel halve, want we moeten nog terug naar
onmogelijk was elkaar te passeren als iemand je de camping, lopend en de heuvel op.
tegemoet kwam. Maar er kwam niemand, alleen De wind wil maar niet gaan liggen, het gaat zelfs
schapen doemden af en toe op uit de mist en harder waaien. De camper staat te schudden in
eenmaal over de top werd het beter. En zelfs een de wind, of beter nog, in de storm. Hoewel ik al in
beetje droog. Daarna werd het saai door dorpen bed lig ga ik er toch maar uit om het dak naar
en stadjes die bestonden uit huizen die langs de beneden te doen, dat geeft in elk geval nog een
doorgaande weg lagen. Voor ons de Ierse Zee en beetje rust.
....................................................................................................................................................................................
14
....................................................................................................................................................................................
15
‘Hello mister Kulik’ Om op de boot te komen moet je een
ingewikkelde route afleggen, maar het lukt. Het
Woensdag 3 juni 2015 is heel rustig op de boot, plek in overvloed. Tijd
om te lezen in ‘Iers Dagboek’, op de Ierse Zee,
Het onwaarschijnlijk geschiedde: de wind ging eindelijk op weg naar Ierland.
liggen in de loop van de nacht. Met een warm Na ruim drie uur varen komt de boot aan in
fleecejack aan lukt het zelfs om aan de Rosslare. Klinkt mooier dan het is. Een
picknicktafel voor ons te ontbijten, met gebakken aanlegplaats voor boten en verder niets. We
worstjes, haar in de wind, uitzicht op zee. Dit is besluiten naar de eerste camping te rijden, maar
vakantie. Een beheerder van de camping hebben die is zo dichtbij dat we prompt verkeerd rijden.
we niet gezien, maar bij de uitgang hangt een Afslag gemist. Via smalle weggetjes binnendoor,
‘honestybox’. Braaf als we zijn doen we het geld, moed houden en hopen op geen tegenliggers,
met de hartelijke groet, in de brievenbus en vinden we de camping toch. Niet onbelangrijk:
vertrekken naar Fishguard waar de boot in de de, alweer erg aardige mevrouw van de camping,
loop van de middag zal vertrekken richting heeft ook een boekje met alle campings van
Ierland. We parkeren in het stadje en doen de Ierland, voor het luttele bedrag van twee euro.
nodige boodschappen: bakker en supermarkt. Weer een zorg minder.
Tijd voor een wandeling langs de kust. Als we een De camping is wat ik al vreesde. Veel witgoed,
bocht omgaan zien we onze boot naderen. Die tijd grote campers en geasfalteerde haventjes met
op ons ticket, is dat de Nederlandse tijd of de daartussen een strookje groen gras. Het is maar
Engelse tijd? Wat te doen? Toch maar terug naar voor één nacht.
de camper en richting boot. ‘Hello mister Kulik’, Jammer van dat snijplankje dat we laten staan
zegt het meisje bij het loket van de boot. Ze in de afwasruimte, maar daar zouden we morgen
weten ook alles van je. De afvaart is gewoon om pas achter komen. Nog wel een wandelingetje
half drie plaatselijke tijd, logisch toch? En naar het strand, maar dat nodigt niet uit om hier
lunchen kun je gewoon in je campertje, met thee langer te blijven. Morgen gewoon verder Ierland
en/of koffie, deur open, zitten op de treeplank in, op naar de Wild Atlantic Way.
want het is gewoon lekker weer, het lijkt wel
zomer.
....................................................................................................................................................................................
16
....................................................................................................................................................................................
17
....................................................................................................................................................................................
18
Fishy Fishy! voortreffelijk. En het werd prachtig geserveerd.
Er zijn slechtere plaatsen om de eerste echte dag
Donderdag 4 juni 2015 van je pensioen en AOW te vieren.
Wandelingetje langs de haven en toch maar een
Eindelijk Ierland in! En dat op mijn allereerste flesje whisky, Jameson (en let op de uitspraak),
echte AOW- en pensioen dag. Eerst nog over de gekocht bij de plaatselijke slijter. Voor als het een
snelweg, langs Cork en langs het vliegveld van beetje koud zou zijn ’s avonds.
Cork. Bekend terrein na het optreden van de We hadden in ons net gekochte campinggidsje
Heeren van de Heijs in Cork. En dan de echte een camping gevonden niet ver van Kinsale.
Ierse weggetjes op, binnendoor naar Kinsale. En Maar dat was toch echt helemaal niks. Verlaten,
daar komen we ook het eerste bord tegen van de op de top van een heuvel weliswaar, maar met
Wild Atlantic Way, de route die we de komende niets anders dan troosteloze stacaravans, wel
weken gaan rijden. Op deze speciale dag een keurig naast elkaar. Het zat even tegen, want
speciale lunch. Fishy Fishy aan de haven van een kopje thee in Clonakilty ging niet door omdat
Kinsale: de weg naar het centrum was afgesloten. Dan
maar doorrijden naar Glandore. Dat was een
“Arguably the best seafood restaurant in the camping waar het wel prettig is, klein en
country.” prachtige plekken, met bomen en rododendrons
‘Fishy Fishy is a superb place for fish. The setting en een vlakke plek om op te staan. De eigenaar
is beautifully understated, with stark white walls moest wel even gebeld worden, maar dat ging
splashed with bright artworks and a terrific allemaal soepel. Dus: camper neerzetten en de
decked terrace at the front. All the fish is caught weg naar beneden, naar de zee. Het kon niet
locally; have the cold seafood platter, a tasty anders of daar moest een cafeetje zijn. En
spectacle that’s a concert of what’s fresh. Scallops inderdaad, P.Casey’s pub. Met alleen locals en
are dollops of goodness. Front-of-house staff are klokken. En prachtige foto’s en zegswijzen van
charmers, but waitstaff can look as tired as week- vroeger:
old haddock.’
Lonely Planet Ireland
‘When I die, burry me under the pub,
Fishy Fishy was snel gevonden, en er was in een So my husband will visit me seven times a week’
rustig hoekje een tafel vrij. Buiten kon ook, maar
ja, de echte zomer moest nog beginnen. De
bediening viel, na bovenstaande beschrijving, De weg terug omhoog was een ander verhaal.
reuze mee, en de vis/krab en wijn waren Dat valt niet mee met een halve pint Guinness.
....................................................................................................................................................................................
19
Warm appelgebak op We zijn nog maar net onderweg of het begint te
Sheep Head regenen. Geen zorg, regenbroeken aan en verder
lopen. Dit is Ierland, en daar regent het soms.
Vrijdag 5 juni 2015 Hopen we. Op het uiterste puntje, zoals het
hoort, ligt de fel witte vuurtoten van Sheep
’s Nachts viel er nog een beetje regen, maar toen Head. We besluiten een rondje te lopen, hoewel
we ’s ochtends wakker werden was het alweer dat niet meevalt. Dit pad wordt duidelijk veel
droog met een waterig zonnetje. Op naar het minder gelopen dan de weg vanaf de
westen, wandelen aan de kust. We laten parkeerplaats. Het is echt zoeken af en toe, en
Baltimore, waar we nog optraden met de Heeren door de regen van afgelopen periode zijn er veel
van de Heijs, links liggen en besluiten ook Mizen plassen of modderige plekken. We vinden zelfs
Head over te slaan, hoewel ze beiden aan de Wild het pad dat ons weer omhoog brengt, terug naar
Atlantic Way liggen. Je kunt niet alles doen in de de parkeerplaats. Het is ook weer droog
tijd die we hebben. Doel is Sheep Head, aan het geworden, en op een steen, op onze zitlapjes, eten
einde van een schiereiland bij Bantry Bay. Dat we een appeltje en kijken door de kijkers naar de
gaat zonder problemen tot we bij Durrus vogels op de hellingen naar de zee. Een van de
aankomen. Het is dan nog twintig mijl naar lensdoppen valt uit mijn hand en rolt tussen de
Sheep Head. De weg kronkelt verder langs de zee stenen een holletje in. Weg. Niet meer te vinden.
en wordt smaller en smaller. Dankzij de Vanaf de parkeerplaats moeten we het smalle
passeerhavens lukt het om de spaarzame weggetje ook weer terug rijden en ook dat gaat
tegenliggers te passeren. Nu wordt het ook goed. De weg naar Bantry is niet veel breder en
steiler. En nog smaller. En liggen de leidt over een pas met op de pas een groot beeld
passeerhavens steeds verder van elkaar. Geen van een Piëta. We zijn tenslotte in Ierland.
parkeerplekjes om van daaruit te wandelen, Bantry herinnerde ik me als een heel leuk stadje
omkeren is geen optie. Er zit niets anders op dan met een mooi café. En toch herken ik het maar
door te rijden en te hopen dat er niemand van de half, het is rommeliger en het leuke café is niet te
andere kant komt. En dan, over een laatste vinden. Dus toen maar in Olive thee en koffie
hobbel, ligt een parkeerplaatsje, met café. En gedronken en biologische pasta en pastasaus
niet alleen is er koffie en thee, maar ook gekocht. En een boekje met alle leuke winkeltjes,
appelgebak dat zonder te vragen wordt boetiekjes en restaurantjes langs de Wild
opgewarmd. ‘Heb ik zelf gebakken vanmorgen’, Atlantic Way. In een onwaarschijnlijk chaotische
zegt de waardin. En spreken aan de muur die mij winkel (Blokker is hiermee vergeleken een
eindelijk, na vijfenzestig jaar, veel duidelijk toonbeeld van orde en overzicht) vonden we toch
maken: nog een zeef en een borstel. Zo’n droogloopmat is
leuk (als je schoenen nat zijn) maar het pluist
hevig zodat je een borstel nodig hebt om al die
‘Women are meant to be loved. Not to be pluizen weer weg te krijgen. Het moet er
understood.’ tenslotte wel een beetje netjes uit blijven zien.
De camping bij Bantry was drie keer niks, lange
rijen stacaravans waar je dan je camper tussen
Het leven zou dragelijker zijn geweest als ik dat kon zetten. Doorrijden dan maar naar
eerder had geweten. Glenngarrif, een veel leuker stadje (hoewel we er
Hoewel het prima is om hier te zitten, breken we nauwelijks iets van gezien hebben) en een
toch op om naar de vuurtoren op het einde van camping waar je wel prettig kon staan. En weer
Sheep Head te lopen. Je wilt tenslotte toch altijd met zo’n hele aardige mevrouw die je ontvangt.
naar dat uiterste puntje lopen, zal ook later En weer zo’n geasfalteerd stukje vlak terrein,
blijken. Bij de deur hangt nog zo’n mooie spreuk: waar ik nu het nut van ga inzien: geen modder
en lekker vlak. En weer heel veel rododendrons,
ruisend water en gezang van vogels.
Everybody brings joy in this room. Some by
entering. Some by leaving.
....................................................................................................................................................................................
20
....................................................................................................................................................................................
21
....................................................................................................................................................................................
22
....................................................................................................................................................................................
23
Een muts van wol en niet nadat we eerst nog even naar het kapelletje
bamboe met een Maria-beeld links zijn gelopen. De
verharde weg gaat langzaam over in een pad, en
Zaterdag 6 juni 2015 na een hek in een smal en soms nauwelijks
herkenbaar paadje. Het waait flink, dus de muts
We hadden het ons niet gerealiseerd, maar we die Anneke net heeft gekocht komt goed van pas.
waren op het schiereiland Beara terecht Het paadje loopt hoog boven de kust en kronkelt
gekomen. En net ten zuiden daarvan lag een soms landinwaarts en soms weer naar de zee.
eiland, Bere Island. Misschien iets om te Plotseling ligt aan onze voeten de fel witte
wandelen? Als er al een boot gaat, dan mogelijk vuurtoren van Bear Island. Tijd voor de lunch en
vanaf Castletown-Bearhaven, twintig mijl tijd om te kijken hoe het pad verder gaat. Een
verderop. Maar of en hoe laat, geen idee. Op naar kaart hebben we niet, en op de GPS is er geen
Castletown en dan zien we wel verder. Gelukkig pad te vinden. Maar als je de kustlijn blijft
was de elektriciteit weer afgekoppeld en lag alles volgen kom je altijd weer bij de veerboot terug.
in de camper toen we wegreden, behalve, krak, Mary-Ann had gezegd dat we over de ‘ridge’ terug
de borstels om je schoenen schoon te maken voor konden lopen vanaf de vuurtoren naar de
je instapte. Banden waren gelukkig wel heel veerboot. Inderdaad, met wat fantasie kon je zien
gebleven, gewoon geen vuile schoenen meer dat er wel eens wandelaars omhoog liepen, dat
maken. deden we dus ook maar. Hoe hoger we kwamen,
En het ongelooflijke was waar: midden in het hoe steviger de wind, maar ook hoe prachtiger
stadje was een haventje met parkeerplaats en het uitzicht. Aan de overkant van de baai zien we
een veerboot die een uur later zou vertrekken. ook Sheep Head liggen. Als we na de top afdalen
Met het gisteren aangeschafte boekje het stadje en de wind weer gaat liggen zien we net de
in op zoek naar een bakker en een winkel waar je veerboot vertrekken naar de overkant. Tijd zat
mutsen kunt kopen. Ik had wel, maar Anneke dus voor de volgende boot komt. Aan deze kant
had geen muts meegenomen. Maar met de harde van de heuvel merk je niets meer van de wind en
en frisse wind die er stond zou dat toch wat hebben we alle tijd om uit de wind en in de zon
aangenamer zijn. Keuze uit zes mutsen, dus dat onze vanochtend gekochte appeltjes te eten.
viel nog niet mee. Wol en bamboe, met allerlei Afdalend naar het dorp komt ons een hoog
kleurtjes. We waren nog net op tijd voor de boot. beladen kruiwagen met afgeknipte
De camper kon op de parkeerplaats blijven want fuchsiastruiken tegemoet. Geduwd door Mary-
er was maar één weg op het eiland, verder moest Ann, puffend en hijgen: ‘Oh dear!’
je lopen. Dat was trouwens nog een heel gedoe, In het verlaten café bij de haven wachten we tot
die auto’s op het bootje krijgen. Achteruit er op, de boot ons naar de overkant brengt.
dan was het aan de overkant makkelijker om Na de boodschappen in de plaatselijke Super
weer van de boot af te komen. Weinig toeristen Valu, recht tegenover de aanlegsteiger van de
(alleen wij twee) en verder wat locals, waaronder boot, haventje, dus verse vis: tong, vertrekken we
Mary-Ann. Volgens haar moesten we de naar het uiterste puntje van Beara, op zoek naar
rondwandeling maken naar de vuurtoren. Als je een camping. Prachtige smalle, zeer steile
van de boot afkwam naar boven lopen en dan weggetjes met spectaculaire uitzichten. Als er al
rechtsaf. Wees zich vanzelf. een camping was, dan hebben we hem niet
Hoewel het maar een korte overtocht was, gezien. Terug dan maar, binnendoor, naar een
hooguit twintig minuten, kwamen we in een camping die we vanochtend hadden gezien en die
andere wereld. Stil en met een prachtige er prima uitzag, Hungry Hill. Er is net een grote
vegetatie: overal in alle kleuren bloeiende groep Fransen met (grote) campers gearriveerd,
bloemen en struiken, rododendrons en fuchsia maar voor ons is er nog wel een plekje te regelen.
hagen. Met een verlengsnoer lukt het om ook de
We lopen het weggetje naar boven, verdwalen is elektriciteit aan te sluiten en kunnen we gaan
hier uitgesloten. Op de T-splitsing rechtsaf, maar koken. Verrassing: de tong blijkt makreel te zijn.
Ook lekker.
....................................................................................................................................................................................
24
....................................................................................................................................................................................
25
....................................................................................................................................................................................
26
....................................................................................................................................................................................
27
Mortimer dat de fleece jacks, voor het eerst deze vakantie,
uit kunnen.
Zondag 7 juni 2015 En verder rijden we naar Mannix Point, die beste
camping. Als we ons melden zie ik waarom dit de
De beste camping van Ierland ligt op Kerry, aan beste camping is, de ligging is prachtig, pal aan
de ring van Kerry, de ringweg over het zee en omringd door heuvels, wordt gevonden. De
schiereiland. Dat had ik tenminste gelezen op de eigenaar van de camping, Mortimer, is
website en in allerlei gidsen. Dat moest dus wel weergaloos Iers.
waar zijn. Van de campingbaas kregen we nog
een nieuwe campinggids voor Ierland. Gratis. Hij Pal aan zee, prachtig uitzicht, en de wind op de
weigerde zich aan te sluiten bij de bestaande kop. De waarschuwing van Mortimer op de
gids, dat kostte hem te veel geld en dat moest website van de camping zou wel eens terecht
worden doorberekend aan de gasten. kunnen zijn:
Sympathiek. En op weg naar die beste camping,
via de Henly Pass naar Kenmare. Toen we Beware: One holiday here can result in a lifetime
Kenmare binnen reden herkende ik het
onmiddellijk: dit was dat leuke stadje met dat of return visits!
leuke café waar ik de vorige keer was geweest.
Gezellig druk op deze zondagmorgen met
dagjesmensen en locals. Het café was er nog,
maar wel met een andere uitbater. Na het ontbijt
van vanochtend volstond één appeltaart voor ons
beiden. Volgens Anneke. Dat was jammer voor
haar, want de appeltaart smaakte voortreffelijk.
Na een wandelingetje door het stadje, een feest
van herkenning, inclusief een mooi Maria-beeld,
speciaal voor mij daar neergezet, op weg naar
Cahersiveen. De ring van Kerry was een stuk
drukker dan alle andere wegen die we in Ierland
hadden gereden. Veel touringcars die de Ring
reden, misschien omdat het zondag was. En veel
huizen langs de weg, die steeds langs de kust
liep. Onze volgende stop was in Derrynane, waar
we een wandeling wilden maken over Abbey
Island. De parkeerplaats bij Derrynane House
was behoorlijk vol, maar dat was voor bezoekers
van het House. Honderd meter van de
parkeerplaats was het al heel rustig en liepen we
over het strand naar Abbey Island. Op het eiland
ligt, zoals de naam al doet vermoeden, een oude
abdij uit de zesde eeuw, omringd door graven.
Van de abdij is niet meer over dan drie resten
van muren. De graven zijn van recenter datum,
en sommige werden nog verzorgd toen we over
het eiland liepen. Het is een bijzondere plaats, zo
op het einde van het schiereiland, en dat is het.
We lopen verder, omhoog in de richting van de
weg. Het is ondertussen zelfs zo warm geworden
....................................................................................................................................................................................
28
....................................................................................................................................................................................
29
....................................................................................................................................................................................
30
....................................................................................................................................................................................
31
....................................................................................................................................................................................
32
....................................................................................................................................................................................
33
Fungie bedelend heen en weer loopt. Als we verder rijden
zien we midden in zee een eiland oprijzen. Great
Maandag 8 juni 2015 Blasket, het grootste van de Blasket eilanden.
Tot in 1953 was het eiland bewoond, wat niet
Pal aan zee staan heeft zo zijn voordelen voor vanzelfsprekend is, want het is door de
wat betreft het uitzicht. Maar als dan de wind rotsachtige kust moeizaam bereikbaar, en het
van zee komt staat het allemaal wel een beetje te regent en stormt er vaak. We bezoeken het
schudden. Niet zeuren, het is droog, de zon museum dat laat zien hoe de mensen daar
schijnt, het uitzicht is prachtig en het is destijds leefden, schaapherders en wevers.
ontspannend stil. Als we over de baai kijken Omdat het lang niet altijd mogelijk was om
kunnen we de bestemming van vandaag al bijna medische zorg te verlenen besloot de overheid de
zien, maar diezelfde baai snijdt diep het land in, bewoners naar het vaste land te brengen. En
dus het is nog wel een eindje rijden. Geen straf, ontstond er weer een ‘verlaten dorp’. Van die
want de weg volgt voor een groot deel de kustlijn. verlaten dorpen waren er meer op Slea Head, en
Groen van het land, groen van de zee en een ook elders in Ierland. Dorpen die tijdens de grote
blauwe lucht daarboven. We verlaten de Ring hongersnood, The Great Famine, tussen 1845 en
van Kerry en komen op het volgende 1851 ten onder gingen doordat de mensen dood
schiereiland, Dingle. Veel stiller dan Kerry wat gingen van de honger of vertrokken naar
vast komt doordat de wegen er smaller en Amerika. Het treurige was dat er genoeg voedsel
kronkeliger zijn. Het eerste echte stadje of dorpje werd geproduceerd, maar dat de boeren,
dat we tegenkomen is Dingle. Op een gedwongen door de landheren, het voedsel zagen
stormachtige avond in december 2006 geeft Amy verdwijnen naar Engeland.
Winehouse hier in de Saint James Curch een In het bezoekerscentrum ontdekken we dat er
concert voor vijfentachtig mensen. Meer gaan er een bootje vaart dat je naar het eiland kan
niet in de kerk. Helemaal akoestisch, en brengen en dat je er kunt wandelen. Op zoek dus
misschien wel het beste concert dat ze ooit heeft naar een plekje voor de camper. Niet ver van het
gegeven. haventje waarvandaan een bootje naar Great
De toeristen hier komen vooral om Fungie te Blasket vertrekt vinden we een camping met een
zien. Fungie is een dolfijn die in 1984 verdwaalde plek uit de wind. Eigenlijk voor het eerst kunnen
in baai van Dingle en de baai sinds die tijd niet we buiten zitten, onder de luifel. En de was doen,
meer heeft verlaten. Op de kade van het haventje want in de wind en de zon moet alles zo droog
zijn dan ook een paar bureautjes die rondvaarten zijn.
aanbieden door de baai met een ‘je zult hem zien’ Na het eten maken we nog een wandeling rond
garantie. Wij dwalen alleen door de twee de camping, maar het valt niet mee, geen pub te
kleurrijke straten op zoek naar winkeltjes om ontdekken. Als we later wat rond de camping
eten te kopen. Dat zullen straks alle toeristen die rijden blijkt er in de verste verte ook geen kroeg
hier komen moeten doen, want Fungie is aan het te zijn. Ook al is dit Ierland.
einde van zijn leven, nageslacht is er niet. Of er
moet weer een dolfijn in de baai verdwalen.
We verlaten Dingle en kiezen er voor de Slea
Head Loop te rijden, een ringweg over de punt
van het schiereiland, pal boven de zee, smal en
kronkelig. Als we zo’n beetje op het meest
westelijke puntje zijn, Slea Head, vinden we een
inhammetje in de weg waar we kunnen lunchen.
Onder ons een smal steil weilandje met wat
schapen, en dan de zee, die wild op de rotsen
beukt. En overal meeuwen die weten dat hier
vaker wordt geluncht en die brutaal over het
muurtje dat weg scheidt van het graslandje
....................................................................................................................................................................................
34
....................................................................................................................................................................................
35
Great Blasket Island paar zeehonden zwemmen in het heldere water.
De afgelopen week had het strand vol gelegen
Dinsdag 9 juni 2015 met zeehonden die op weg waren naar het
noorden. Zelfs voor hen was de zee blijkbaar te
De eerste nacht misschien wel in Ierland zonder wild. Na de koffie zoeken we naar wat een pad
heel veel wind. Met dank aan de haag achter de moet zijn om een rondje om het eiland te lopen.
camper. Om negen uur bel ik met de schipper Hoog boven de zee, met schapen overal, lopen we
van de boot. Vandaag varen ze, voor het eerst in stevig in de wind met een muts op. Niemand
een week, vertrek om half elf. Snel ontbijten, meer te zien nadat ik de Fransen die we tegen
opruimen en op naar het haventje bij Dunquin. kwamen de trui had gegeven die ze op een
Normaal is er plaats voor zes mensen op de boot, rustplekje hadden laten liggen. Alleen schapen
maar vandaag is er een grotere boot met plaats en meeuwen. En één bootje dobberend voor de
voor twaalf passagiers. Kaartjes gekocht en op kust. We lopen naar het hoogste punt van het
naar de boot. Van een haventje is eigenlijk geen eiland en zoeken beschutting tegen de wind om
sprake. We dalen een steil pad af naar een rustig te kunnen lunchen. En dat lukt, in een
aanlegplaatsje. De golven spatten flink op. kommetje op de helling. En als je over de rand
Honderd meter voor de kust dobbert een klein kijkt zie je de zee met daarin overal rotsige
bootje op de golven. Dat bootje moet ons dus naar eilandjes onder een blauwe hemel met hier en
Blasket Island brengen. Het bootje komt daar wat wolkenplukjes. En alleen de wind die je
inderdaad naar de kust om ons op te halen. Het hoort waaien. We dalen langs de noordelijke kant
gaat flink op en neer als we opstappen en we van de berg, een beetje uit de wind, terug naar
krijgen ook gelijk zwemvesten om aan te het verlaten dorpje. Ik loop nog wat verder naar
trekken. Een geruststellend gevoel. De boot is punt van het eiland om te kijken of daar nog wat
half vol, of half leeg en er staat op zee aardig wat zeehonden zijn. Ik vind alleen schapen en veel
wind en deining. De aanlegplaats op het eiland is konijnen. Het kleine strandje waar een paar
te klein voor dit bootje, dus gaan we een paar dagen geleden de zeehonden nog lagen is
honderd meter voor de kust van Blasket Island verlaten. Het is niet makkelijk te bereiken,
voor anker. De rubberboot achter de boot was er alleen via een heel steil en glibberig paadje. We
dus niet voor het geval dat, maar om ons aan laten het maar voor wat het is en dwalen langs
land te brengen. Hij wordt stevig vast gemaakt de verlaten huizen naar de plaats waar de boot
aan de boot en we moeten een voor een ons weer komt ophalen. De rubberboot komt ons
overstappen, drie treden en dan op de rubberboot weer ophalen en brengt ons naar het bootje dat
stappen, zonder in het water te vallen. Gaat ons terug zal brengen naar het vasteland. Het is
allemaal goed en met flinke snelheid varen we nu wat harder gaan waaien, wat het lastiger maakt
naar een inhammetje op het eiland waar we uit om uit de rubberboot op het bootje te klimmen.
kunnen stappen en de zwemvesten uit kunnen Het is nu ook laagwater geworden, en dat
trekken. Als het weer het toelaat worden we over betekent dat we niet meer kunnen aanleggen bij
een paar uur op deze plek weer opgepikt… de kust. Weer overstappen op zee, waar de golven
We klimmen het steile pad op en komen bij de hoger zijn dan vanochtend en aan wal stappen,
eerste huisjes van het verlaten dorp. Wat niet terwijl de rubberboot hevig heen en weer gaat op
meer verlaten is, is een klein cafeetje met een de golven. En alleen nat van wat spetters door
paar slaapplaatsen. Tijdelijk wel verlaten, want het uitspattende water.
de beheerder moest nog, met een bolderkar, eten We rijden naar Dingle om boodschappen te doen
en drinken ophalen bij de aanlegplaats. Aan de voor het avondeten. We gaan terug naar de
picknicktafel voor het huisje zitten twee mannen camping waar we vannacht hebben gestaan. Ons
en een vrouw koffie te drinken uit een plekje is nog vrij, je bent snel gewend. Buiten
thermosfles. Kanovaarders uit Nederland. Ze koken zit er niet in, want de aansluiting van de
zitten hier al een week ‘vast’ omdat de golven te gasslang op het kooktoestel is afgebroken. Die
hoog zijn om met de kano de zee op te gaan. En hebben we dus ook voor niets meegenomen.
op het witte strand recht onder ons zien we een Voortaan toch koken in de camper.
....................................................................................................................................................................................
36
....................................................................................................................................................................................
37
....................................................................................................................................................................................
38
....................................................................................................................................................................................
39
....................................................................................................................................................................................
40
The Blasket Islands
THE PEOPLE / Na Daoine
According to Charles Smith, author of "The Ancient and the Present State of the County of Kerry (1756)",
the Great Blasket was uninhabited prior to about 1710, except for monks in ancient times. A recently-
discovered document, however, records people living there in 1597. (A ship's captain left the document
which was found in an archive in Samancas, Spain. He calls the Islands "Yslas de Blasques" and would
have us believe that the inhabitants were all fluent Spanish speakers!) The very fact that the Ferriters
controlled these Islands as far back as the 13th Century, and maintained their own castle there, is a clear
indication that they were inhabited at an early stage.
According to popular tradition, the first people to live on the Blaskets herded animals, grew crops and
hunted. That folk memory must extend a long way back, because the seine boat changed their way of life
completely when it made its appearance for the first time on the Blaskets at the beginning of the 19th
Century or shortly before. Until then they fished only from the rocks with hand lines. The seine boat gave
them the means to take to fishing as a way of life, and they gave up tillage almost completely apart from
potatoes, a little oats and some vegetables.
POPULATION / Lion na nDaoine
The number of people living on the Island has ebbed and flowed. There was a population of about 150
living there in 1840, but after the Great Famine that had decreased to 100. The population is said to have
reached its peak in 1916, at 176. From then on it was in decline until 1953/54 when the Blasket was
abandoned.
The population of the Island grew with the influx of tenants evicted from their holdings by Lord Ventry
during the first half of the 19th Century. It is certain that the Criomhthain and Duinnshléibhe families
from Márthainn and Baile na Rátha on the mainland settled on the Blasket during that period. Many
others followed the same path, because the way of life there was better than what they had to endure on
the mainland. Nevertheless, Island life was a constant hardship and struggle – a three-mile crossing to
the mainland, followed by a five-mile walk by road for a priest, or a twelve-mile walk to reach a doctor.
THE WAY OF LIFE / Mar a Mhaireadar
The Islanders survived mainly on fishing, a few ridges of potatoes, and a patch of oats or rye. Some of
them had a cow or two; others who had none would depend on a drop of milk from the neighbour who had.
The land was poor and sandy around the houses and their own plots were scattered here and there. A
year's supply of manure would not go far on the smallest of holdings, and the dung had to be
supplemented by material from the beach – mussel shells and seaweed; sometimes even the soot from the
chimney was spread as fertilizer. Seaweed was plentiful on their own shores but they had to cross over to
nearby Beiginis to gather mussels.
The mountain was held in common by all the Islanders, with turbary rights and a right to hunt rabbits.
There was an unwritten rule in force regarding the grazing of sheep: 25 sheep for each grazing cow, and
the man who did not have a cow was not allowed to graze sheep on the mountain. Nobody now remembers
pigs being reared on the Island, although there were pigs kept during the 19th Century. Nobody
remembers any horses there either; but it appears they once did have horses drawing wooden ploughs.
Donkeys – males only – took the place of the horse; they had no use for females because the land was so
steep and precipitous that they would have driven each other over the cliff when in season. The donkey
carried turf in panniers from the mountain, and sand and seaweed from the strand. The donkey was
never harnessed for ploughing on the Island.
Uit: The Blaskets - Pádraig Ua Maoileoin
....................................................................................................................................................................................
41
Saaie dagen horen er bij Op het kruispunt bij de camping zijn pubs, maar
helaas, nergens live-muziek. Dan toch maar een
Woensdag 10 juni 2015 stuk verder lopen, daar waren ook wat pubs
hadden we eerder gezien. Het zat mee: er was
We vervolgen de Wild Atlantic Way naar het een pub, Gus O'Connor’s Pub, en om half tien zou
noorden. Eerst over de pas achter de camping er live muziek zijn. Tot dan: fresh food served all
naar Dingle, en dan de weg naar de Connor Pass, day. Grote hoeveelheden frites, hamburgers, fish
de hoogste pas van Ierland. Na twee kilometer en ander ondefinieerbaar maar vet, walmend
een bord: niet meer dan 2 ton, omdraaien niet eten werd in een enorm tempo geserveerd. Tot
mogelijk, draai hier om. Klein probleem dus. De half tien. De menukaarten worden weggehaald,
camper weegt meer dan twee ton, straks sta je vanaf nu alleen drank. Aan een tafeltje voor de
daar ergens op die pas, klem, en geen bar zitten drie muzikanten, die zich niets
mogelijkheid om te draaien. Hoe kom je daar dan aantrekken van de mensen die zich om hen heen
weg? Terug naar Dingle en via een andere route hadden verzameld. Het is dringen om nog iets te
richting de Shannon. We weten niet zeker of we zien. En dan gaan ze spellen, alleen muzikaal.
nog ergens kunnen overvaren, of dat we door Prachtige melancholische nummers, rifs en
moeten tot het einde van baai bij Limerick. De reedles, denk ik. Dus dit is Ierland, eindelijk.
weg is een beetje saai en het schiet niet echt op. Na twee Guinness was het nog een eind
Achter een tractor en geen mogelijkheid om te teruglopen naar de camper. En hoewel het al ver
passeren. In Tarbert zien we een bordje dat naar in juni was, liepen we de hele weg in het donker.
een veerboot wijst. En er komt zowaar een boot Wel aan de rechter kant.
aangevaren. Dat scheelt een heel eind rijden. Als
we de Shannon zijn overgestoken rijden we
richting Kilkee. Daar of een dorpje verder, in
Doonbeg, zou een camping moeten zijn. Niet dus,
of het zou het caravanpark moeten zijn dat er
meer dan onaantrekkelijk uit ziet. Verder dan
maar, dicht langs de zee die we niet kunnen zien.
Volgende toeristische punt: Cliffs van Moher. En
dus een gigantische parkeerplaats, betaald
parkeren, veel touringcars. Die cliffs zijn vast
prachtig, maar we besluiten door te rijden naar
Doolin. De camping die we zochten vinden we
niet en de camping die we vinden willen we niet.
Coördinaten maar ingetoetst in de GPS en
vervolgens worden we over onmogelijke smalle
en kronkelige landweggetjes het binnenland
ingestuurd, tot we, echt in het midden van niets,
horen; ‘bestemming bereikt, de bestemming ligt
links’. We zien niets anders dan weilanden en
bosjes. Geen huizen of boerderijen en zeker geen
camping. Foute coördinaten in de campinggids.
Toch maar terug naar Doolin. Midden in het dorp
de kruising oversteken, en dan ligt daar een
camping. Voor het eerst is het druk. Blijkt er dit
weekend een driedaags festival Ierse muziek te
zijn. En het zal nog veel drukker worden. Nog
een nadeel: veel Nederlanders. Toch maar een
plekje gezocht, zonder elektriciteit, maar dat
redden we wel voor één nacht.
....................................................................................................................................................................................
42
....................................................................................................................................................................................
43
Kai Café · Sea Road Fishfingers: Buttermilk + panko
crumb pollock w/ khol rabi + cucumber salad,
Donderdag 11 juni 2015 wild garlic ranch + brown bread (Fred)
· Spiced lentil + roast sprouting broccoli filo
Het is al druk genoeg op deze camping, dus parcel w/ garden salad, stormy port + apricot
trekken we verder, wetende dat het vandaag nog chutney + nutty brown bread (Anneke)
veel voller zal worden vanwege het
muziekfestival van dit weekend. Onze buren, die En een glaasje wijn, uiteraard. Jammer dat
met te veel in een te klein campertje zitten, Galway niet in de buurt ligt, het is een prima
blijven wel. Eén van hen heeft een tijdje in restaurant.
Leeuwarden gewoond en gewerkt voor het project Terug naar de haven lopen we nog door het
‘Leeuwarden, culturele hoofdstad van Europa’. drukke en gezellige centrum van Galway, met
Het moet niet gekker worden… veel muzikanten en nog meer pubs. En dan
We maken een omweg via Black Head, een dwars door County Galway naar de kust. In
merkwaardige berg die lijkt te bestaan uit keurig Letterfrack, als je denkt dat je zo’n beetje aan het
gestapelde rotsplaten. Gelukkig vandaag wel een einde van de wereld bent, doen we boodschappen
mooie route tussen de bergen en de zee, met links in een biologische supermarkt. Zelfs hier. Nog
en rechts verdwaalde huizen. Galway is de eerste een paar kilometer naar de kust, naar Rinvyle,
echte stad die we in Ierland aandoen. En met een maar wel achter een tractor, dus dat duurt even.
special reden. In Galway bevindt zich een En dan is er een steil pad naar de kust. Aan het
uitstekend restaurantje, Kai Café, en we hebben begin is het kantoortje waar we ons aanmelden,
ons voorgenomen daar te gaan lunchen. Aan de waarna we afdalen tot het strand en een plekje
haven vinden we een parkeerplaats en met zoeken helemaal alleen, maar met elektriciteit.
behulp van de iPhone lukt het zelfs het Aan zee, met bergen op de achtergrond die met
restaurant te vinden. Dat is minder dat de tijd verstrijkt steeds van kleur
vanzelfsprekend dan het lijkt, want het ligt een veranderen. ’s Avonds ga ik naar het strand om
stuk buiten het centrum. In elk geval nog een foto’s te maken van de ondergaande zon. Het is
eindje lopen vanaf de haven. Ik had vooraf behoorlijk fris, maar pas als de zon echt in het
geprobeerd te reserveren, maar dat blijkt voor de water is weggezonken ga ik terug naar de
lunch niet mogelijk. Er is gelukkig nog precies camper en doe de kachel aan.
één tafeltje vrij. Meer is ook niet nodig. Het ziet
er allemaal heel gemoedelijk uit, en uit de
menukaart kiezen we:
....................................................................................................................................................................................
44
....................................................................................................................................................................................
45
....................................................................................................................................................................................
46
....................................................................................................................................................................................
47
Daimond Hill Ergens naar het westen moet de zee liggen, maar
het is niet helder genoeg om die te zien. Aan de
Vrijdag 12 juni 2015 andere kant van de berg dalen we af. Dat gaat
een stuk makkelijker dan de beklimming. Er is
Zachtjes tikt de regen op het camperdak. Van die zelfs een plekje waar we rustig ons dagelijkse
regen waarvan je weet dat het nog wel even kan appeltje kunnen eten, op een plekje min of meer
duren voor het droog wordt. De wandeling die we uit de wind.
bedacht hadden lijkt met dit weer niet zo’n goed Vlak bij Clifden is een eco-camping aan de kust
idee. Dan maar naar Clifden, het enige echte tegenover Omey Island. We kijken er even rond,
stadje op deze verre punt van Galway. De camper maar het is zelfs voor ons te eco (en te druk).
kunnen we midden in het stadje parkeren, in een Terug naar Clifden. Niet ver van Clifden is een
van de twee winkelstraten. Eerst maar eens naar camping wat meer landinwaarts, dat is een
het toeristenbureau, dat wel heel groot maar voordeel vanwege de wind. Die is daar veel
vooral ook heel leeg is. We verzamelen wat minder, hopen we. We vinden een plekje en
foldertjes met leuke dingen die je kunt doen. Als willen ons installeren als we twee oudere
het droog is. We lopen terug naar de winkelstraat Fransen bij een tent tegen de bosrand licht in
op zoek naar een klein cafeetje om koffie te paniek zien raken. Bos, dus minder wind, dus
drinken. Recht tegenover de plaats waar we de meer midgets, dat is een ijzeren wet. We maken
camper hebben geparkeerd. Een cafeetje waar de ons plekje, op het gras, weer vrij zodat ze hier
mevrouw die het café bestiert nog zelf de taarten hun tent neer kunnen zetten, en wij zetten de
bakt en met de hand koffie en thee zet. Een camper op een verhard stuk, temidden van wat
oefening in geduld. Ondertussen vraag ik me af andere campers. Morgen gaan we toch vroeg
wat de mannen hier doen. Op de campings weer weg. En van de midgets hebben we die
worden de kantoortjes bemenst door de vrouwen, avond maar weinig last gehad.
in de winkels bijna alleen maar vrouwen, en in
de meeste cafés ook alleen maar vrouwen. Dat
vind je in geen enkele reisgids terug.
Bij de bakker kopen we nog wat brood en bij de
Supervalu kaas en andere dingen voor lunch en
avondeten en bij de slager nog vlees en saucisses.
Het lijkt nu ook weer wat droger te worden en we
keren terug naar Connemara National Park. Een
goede plek om te wandelen en een plek om te
lunchen. Dat doen we in de camper, want het
restaurantje bij het park is druk en ongezellig.
Hoewel de regen bijna weg is zien we top van
Daimond Hill slechts af en toe door de wolken
heen. Met jassen aan gaan we op weg naar de
top. Al snel kunnen de jassen uit en klimmen we
gestaag omhoog. In het begin zijn er nog wel
meer wandelaars, maar hoe hoger we komen hoe
minder het er zijn, tot we helemaal alleen zijn.
Het pad wordt rotsiger en steiler en
wolkenflarden vliegen steeds om je hoofd, en
steeds verder onder ons zien we het meertje dat
aan het begin van de wandeling ligt, totdat ook
dat verdwijnt als we aan de andere kant van de
berg komen en we het laatste stuk naar de top
beklimmen. Het stormt bijna, zo hard waait de
wind hier, en de wolkenflarden schieten voorbij.
....................................................................................................................................................................................
48