....................................................................................................................................................................................
49
Het huwelijk van Cora en tijd dat wij bij de kerk zijn is deze verlaten en
Phil zijn alle bruiloftsgasten al in de pub. In de kerk
van Saint Colman liggen nog wat liturgieën van
Zaterdag 13 juni 2015 de dienst, zodat we nu weten dat vandaag Cora
en Phil zijn getrouwd. Met hele traditionele
De boot vanuit de haven van Cleggan naar teksten en traditionele Ierse muziek.
Inishbofin vertrekt om half elf. Vroeg op om op De bruiloftsgasten zitten nu in de Beach Days
tijd bij de boot te zijn en een kaartje te kunnen Bar. We gaan eerst buiten zitten, wachten tot de
kopen. Bij de haven kun je niet parkeren, maar boot komt, maar het is frisjes, en dus gaan we
een boer heeft een stukje land vrij gemaakt tussen de bruiloftsgasten binnen zitten en
waarop je, tegen betaling, de auto neer kunt drinken een halve Guinness.
zetten. Het is druk, veel jonge mensen, keurig in De boot, die nu vrijwel leeg is, brengt ons terug
het pak of met een keurig pak in de hand of in naar het vasteland en we keren terug naar de
een koffer. En allemaal mee op de boot, die groter camping bij Renvyle. ‘Ons’ plekje is bezet, door
en comfortabeler is dan de boten die we tot nu een oude T2 camper, dat maakt het draaglijk en
toe hebben gehad. Op de boot ook het bruidspaar. dus zoeken we een ander plekje, plaats zat. Het
Er ligt ook een simpel plattegrondje van het weer is er niet beter op geworden: veel wolken,
eiland, zodat je een idee hebt hoe je kunt lopen. veel wind en een beetje regen. En fris. Vandaag
Inishbofin is te groot om het in één dag rond te zien we de zon niet ondergaan in de zee.
lopen, dus kiezen we voor een tocht om de meest
westelijke punt, langs een paar strandjes waar
zeehonden te zien zijn. Als we van boord gaan
slaan we links af, de bruiloftsgasten gaan naar
rechts, naar de kerk en de pub van het eiland.
Het eerste deel gaat nog over een redelijk
begaanbaar pad, maar na het laatste huis blijft
er van een pad weinig over. Alleen een groot
groen grasland vol heuveltjes dat eindigt bij de
zee. De golven spatten uiteen op de rotsen en de
meeuwen krijsen. Meer is er niet, maar het is
genoeg. Oriënteren kan aan de hand van de
palen die zo af en toe in de grond staan. Denk ik.
En altijd de wind die om je hoofd waait en die er
voor zorgt dat het met een muts op net even
comfortabeler is. Altijd is er wel een plekje aan
de andere kant van een heuveltje te vinden waar
de wind net iets minder hard waait. Daar kun je
dan je brood en kaas, cheddar, eten. We dwalen
over het gras en langs de kust, de zee diep onder
ons die op de rotsen beukt en schuim doet
opspatten. We dalen af naar het strandje waar de
zeehonden zouden moeten zijn. Er is alleen een
smal, wit, strand, maar geen zeehond te zien.
Het dagelijkse appeltje eten we weer achter een
heuveltje, uit de wind en we keren terug naar het
dorp. In de verte horen we de klokken van de
kerk. Het huwelijk is voltrokken. Als we over de
laatste heuvel lopen zien we iedereen uit de kerk
komen en horen we de muziek, ver weg. Tegen de
....................................................................................................................................................................................
50
....................................................................................................................................................................................
51
....................................................................................................................................................................................
52
....................................................................................................................................................................................
53
Killary Harbour trekt een groepje schapen schichtig voorbij over
de weg, ons steeds in de gaten houdend. Om
Zondag 14 juni 2015 terug te komen bij de auto moeten we een flinke
doorsteek maken tussen twee heuveltoppen. Een
Zondag, dus een ontbijtje met ei. Langs de kust lang en steil pad omhoog en een nog steilere
rijden we verder naar het langste fjord van afdaling. Dan is het nog een uurtje lopen naar de
Ierland, Killary Harbor. Het zou te bereiken camper, die er gelukkig nog staat.
moeten zijn via een smal weggetje, een afslag Via de Doo Lough Pass rijden we verder naar
van de hoofdweg. Met enig zoeken lukt het, Clew Bay. Een uitstapje naar Clare Island
vooral vanwege het bordje ‘Killary Sheep Farm’. bewaren we voor een volgende keer. We rijden
Heel smal, dus duimen dat er geen tegenliggers langs de beroemdste berg van Ierland, Croagh
komen, want er zijn nauwelijks passeerhavens. Patrick, een bedevaartplaats voor echte Ieren,
Niet ver van de farm vinden we een maar wij vinden het er weinig aantrekkelijk
parkeerplekje voor de camper, net klein genoeg uitzien. Het eerste stadje waar we aankomen is
om te parkeren, wel op de handrem, want het is Westport. Net vandaag is er een muziekfestival
behoorlijk schuin. Langs de farm, met onder ons waar we nog wat van mee kunnen pikken. En de
het fjord, lopen we naar het uiterste puntje van Super Valu (waar zouden we zijn zonder!) is op
dit schiereiland. Soms springen de dolfijnen in deze zondag open zodat we ook wat
het fjord, maar natuurlijk niet nu wij daar lopen. boodschappen kunnen doen. We besluiten om in
Het eerste stuk is er nog sprake van een Westport te overnachten, alternatieven zijn nog
weggetje, maar dat gaat langzaam over in een een eind rijden. De camping ligt op een oud
pad en op het einde zelfs in een onduidelijk landgoed. Vanwege het festival is het behoorlijk
rotspad. Op het puntje zou een cafeetje zijn, goed druk. Tot overmaat van ramp krijgen we ook nog
voor de lunch, maar we ontdekken tot onze een plek toegewezen die al bezet is. Daarna
ontzetting dat we allebei onze portemonnee in de mogen we een plek zoeken op het tentenveld
camper hebben laten liggen… Als we bij het waar het gelukkig veel rustiger is. Daar voelen
puntje van het schiereiland komen, zitten er we ons ook meer thuis.
twee fietsers, met mountainbike. Amerikanen. Ze Van ons voornemen naar het muziekfestival
vragen of het een fietsbaar pad is, en ik zeg dat komt niets terecht. De directe toegang vanaf de
mij dat onwaarschijnlijk lijkt. Het zal vooral fiets camping naar het stadje is afgesloten, en dat zou
dragen zijn. Maar ik geloof niet dat ze naar me betekenen dat we een flink eind om moesten
geluisterd hebben. Voor de zekerheid speuren we lopen. We laten het aan ons voorbijgaan.
toch nog naar het cafeetje, maar we vinden het
(gelukkig in deze situatie) niet. We lunchen dus
langs de weg, een stukje de helling op. Onder ons
....................................................................................................................................................................................
54
....................................................................................................................................................................................
55
Artist in residence
Maandag 15 juni
Vanuit Westport vertrekken we naar Achill Island. Eerst nog over de hoofdweg, maar zodra we de kans
krijgen slaan we linksaf en volgen het weggetje dat, weliswaar met een omweg, naar Achill Island leidt.
Een stuk rustiger en een weids uitzicht over Clew Bay. Via een brug komen we op het eiland. Het is de
enige verbinding met het vaste land. We rijden zover door als we kunnen, uiteindelijk over een steil en
smal weggetje omhoog en omlaag tot we niet verder kunnen. We zoeken een parkeerplekje met uitzicht
over zee bij Keem. Het waait behoorlijk hard dus lunchen we in de camper terwijl onder ons dappere
kajakkers een weg zoeken onder de kust. Wandelen zit er hier niet echt in. We keren om en gaan naar
Doogort dat wordt gedomineerd door Slievemoore, een hoge bergrug, vandaag aan het zicht onttrokken
door een dikke wolkenlaag. Van hieruit lopen we onderlangs naar het Deserted Village dat door
Heinrich Böll beschreven wordt in zijn Iers Dagboek. Niet verwonderlijk, want hier was hij in de jaren
vijftig ‘artist in residence’ en later had hij hier een huisje.
In Achill Sound gaan we boodschappen doen en we zijn van plan te overnachten in Doogort. De
camping bestaat uit een grote verzameling grotendeels verlaten stacaravans. Dat gaat hem niet
worden, en we rijden door naar Dooagh. Ook hier natuurlijk stacaravans, maar gelukkig wel op een
ander deel van het terrein. De wind is behoorlijk opgestoken. Slievemoore en alle andere bergen zijn nu
in een dik wolkenpak verborgen. En het wordt frisjes, tijd om de kachel aan te doen.
De afwas doen we in de wasruimte op het terrein. Een moeder met haar twee dochters zitten daar te
eten, en we raken in gesprek. Als ik, voor het eerst, vertel dat ik met pensioen ben, en zeg dat ik
vijfenzestig bent, kijken ze me vol ongeloof aan ’That can’t be true!’. Mijn dag kan niet meer stuk,
ondanks dat de wind verder aantrekt en de regen miezerig is. Het dak van de camper gaat omlaag, de
wind komt hier pal van zee.
....................................................................................................................................................................................
56
....................................................................................................................................................................................
57
SKELET VAN EEN tijd, keurig klaar gelegd op de donkere helling, als
MENSELIJKE een skelet voor de anatomische les: het skelet van
NEDERZETTING een dorp: 'kijk, daar, net een ruggegraat' - de
hoofdstraat, enigszins krom als de ruggegraat van
Uit: Iers Dagboek – Heinrich Böll een mens die levenslang zware lasten heeft moeten
dragen. Er mankeert geen werveltje van. En er
Plotseling, toen wij de hoogte van de berg bereikt liggen armen en benen, de zijstraten, en, verder opzij
hadden, zagen wij het skelet van het verlaten dorp op gerold, het hoofd: de kerk, een wat grotere grauwe
de naaste heuvel liggen. Niemand had er ons iets van driehoek. Linkerbeen: de straat die oostwaarts de
verteld, niemand had ons gewaarschuwd: er zijn helling opgaat; rechter: de andere straat die naar het
zoveel verlaten dorpen in Ierland. De kerk, de kortste doel voert, dit been is wat korter. Het skelet van een
bwreogo dn, abaort ehre et ns tsriagnarde tetne nd ke awn inkkriejgl ewna, ahra dm mene nt hoenes,AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA lichtelijk hinkend schepsel. Zo zou, na drie eeuwen,
gewezen, ook de krantenkiosk, het postkantoor en de als zijn gebeente werd opgegraven, de man eruit zien
kleine haven waar de geharpoeneerde haaien bij ebtij die zijn vier magere koeien langs ons voorbij drijft
in de modder liggen als omgeslagen boten, met de naar de wei: zij laten hem de illusie dat hij ze drijft.
donkere rug naar boven, - als niet toevallig de laatste Zijn rechterbeen is door een of ander ongeluk verkort,
golven van de vloed hun witte buik, waar de lever al zijn rug is krom van het zware werk der turfstekerij,
uitgesneden was, naar boven hadden gespoeld – dat en ook zijn moe hoofd zal wel even terzijde zinken als
scheen de moeite waard om te weten, maar niet het men hem in de aarde legt. Hij is ons al voorbijgegaan,
verlaten dorp, grauwe gelijkvormige stenen hij heeft zijn 'nice day' al gemompeld, voor wij diep
huismuren, die wij eerst zonder perspectief zagen als genoeg ademgehaald hadden om hem antwoord te
dilettanterig opgestelde coulissen voor een spookfilm; geven, of naar dit dorp te vragen. Geen
met ingehouden adem trachtten wij ze te tellen, en gebombardeerde stad, geen met geschutvuur
gaven het bij veertig op, maar het waren er zeker beschoten dorp ziet er zo uit; bommen en granaten
honderd. De volgende bocht van de weg kregen wij er zijn ten slotte slechts nieuwe vormen van
een andere kijk op en nu zagen wij het van terzijde: tomahawks, slagbijlen en slaghamers waarmee men
huizen in aanbouw die op de timmerman te wachten alles breekt en stuk hakt, maar hier is geen spoor
schenen, grauwe muren, donkere vensterholen, geen van geweld te zien: tijd en de elementen hebben alles
stuk hout, geen lap gordijn, niets dat kleur had, als wat geen steen is met eindeloos geduld weggevreten
een lijk zonder haren, zonder ogen, zonder vlees en en uit de aarde groeien groene polsters, waarop deze
bloed: het skelet van een dorp, gruwelijk duidelijk gebeenten rusten als relikwieën: mos en gras.
van bouw: de hoofdstraat en de bocht waar de kroeg Niemand zal trachten hier een muur omver te halen
geweest moet zijn bij een klein rond plein. Een of uit een verlaten huis hout mee te nemen, dat hier
zijstraat en nog een zijstraat. Alles wat niet van zeer kostbaar is. Bij ons noemt men dat uitbenen,
steen was, weggevreten door regen, zon en wind - en maar hier beent niemand uit; zelfs de kinderen niet
door de tijd die hier voorbijgaat als langzame regen, die des avonds uit de weiden boven het verlaten dorp
vierentwintig uren per dag. Als iemand dit zou het vee naar huis drijven; zelfs de kinderen proberen
trachten te schilderen, dit gebeente van een geen muren of deuren te slopen; onze kinderen
menselijke nederzetting waar voor honderd jaar nog echter, toen wij midden in het verlaten dorp waren,
vijfhonderd mensen leefden en thans niets dan probeerden op slag alles met de grond gelijk te
grauwe vierkanten zijn op de groengrauwe maken. Hier maakt niemand iets met de aarde gelijk,
berghelling, dan moest hij er ook het meisje in een men laat de wekere delen van verlaten huizen als
rode trui bij zetten, dat juist met een kruiwagen turf prooi en voedsel voor wind, regen, zon en tijd en na
door de hoofdstraat komt: een streekje rood voor haar zestig, zeventig jaren zijn het dan weer huizen in
trui en een donkerbruin voor de turf een lichter bruin aanbouw geworden, waarop geen timmerman nog
voor haar gezicht; er zouden ook de witte schapen op ooit de krans zal steken: zo ziet dus een menselijke
moeten staan die als ongedierte tussen de ruïnes nederzetting er uit die men na de dood met vrede
leven. Men zou de schilder voor stapelkrankzinnig heeft gelaten. Nog steeds onder de indruk liepen wij
houden: zo abstract is dus de realiteit. Alles wat geen tussen de kale gevels langs de hoofdstraat, en
steen is, weggevreten door de wind, zon en regen en drongen door in de zijstraatjes; langzaam ging onze
bedrukte stemming over: er groeide gras op de
wegen, mos had muren en aardappelvelden
overwoekerd en steeg omhoog langs de huizen en de
....................................................................................................................................................................................
58
stenen van de gevels waartussen de kalk was regen en wind zijn er nog niet binnen geweest. De
weggespoeld, het waren geen gehakte of tichelstenen, oude vrouw die in het huis naast ons woonde, wist
muurbrokken rots zoals de berg ze in haar beken niet te vertellen wanneer het dorp verlaten was; toen
naar het dal gerold had; de dekstenen boven deuren zij nog een klein meisje was, in 188o, stond het al
en vensters waren platen rots, en de twee platen leeg. Van haar zes kinderen waren er slechts twee in
steen die uit de muur staken waar de haard geweest Ierland gebleven; twee woonden en werkten in
was, breed als schouderbladen; daar had eens de Manchester en twee in de Verenigde Staten, een
ketting voor de ijzeren kookpot gehangen; voor bleke dochter is hier in het dorp getrouwd (deze dochter
aardappels die in bruinachtig water gaar werden. Wij heeft zes kinderen, waarvan er wel weer twee naar
gingen van huis tot huis, als venters doen, en steeds Engeland en twee naar de U.S.A. zullen gaan) en de
weer als wij door de schaduw van de drempel waren oudste zoon is bij haar gebleven: in de verte, als hij
stond het blauwe vierkant van de hemel boven ons met het vee van het land komt ziet hij er uit als een
hoofd: groter bij de huizen waarin eens welgestelden jongen van zestien, als hij dan om de hoek van het
huis de dorpsstraat inslaat denkt men dat hij zo
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA omstreeks in de dertiger jaren moet zijn en als hij
dan het huis voorbij komt en schuw door het venster
geleefd hadden, kleiner bij de armen; alleen deAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA grijnst, ziet men dat hij vijftig is. 'Hij wil niet
grootte van het blauwe hemelvierkant liet hier nog trouwen,' zeide zijn moeder; 'is het geen schande?' Ja,
enig verschil zien. In vele kamers zette zich al veen dat is een schande. Hij is zo ijverig en netjes, hij heeft
af, vele drempels waren al bedekt met het de poort rood geschilderd en alle uitstekende stenen
bruinachtige water, in enkele muren waren nog de van de muur ook rood en onder het groenbemoste dak
palen voor het vee te zien: schenkelbeenderen van alle vensterlijsten en kozijnen blauw van onder tot
ossen, waaraan eens de ketting was vastgemaakt. boven; hij heeft geestigheid in zijn ogen en hij klopt
'Hier was de haard'-'Ginder het bed'- 'Hier boven de zijn ezeltje teder op de rug. 's Avonds, toen wij de
haard hing het crucifix' - 'En daar stond een stenen melk haalden, vroegen wij hem naar het verlaten
kast'; twee rechtopstaande steenplaten en dorp. Maar hij wist er niets van te vertellen, niets; hij
daartussen twee liggende. In deze kast ontdekte een was er nog nooit geweest: zij hebben daar geen
van de kinderen de ijzeren spijl, die toen wij hem weigrond en hun turfstekerij ligt ook de andere kant
eruit haalden als mors hout in de hand verbrokkelde; op, ten zuiden, niet ver van het monument dat er
er bleef een hardere kern ter dikte van een spijker staat voor de Ierse patriot die in 1799 werd
over, die ik omdat de kinderen het vroegen als opgehangen. 'Hebt u het al gezien?' Ja, wij hebben
herinnering in mijn jaszak borg. Wij bleven vijf uren het gezien en Tony gaat weer heen, als vijftigjarige,
in dit dorp, en de tijd verging snel, omdat er niets verandert op de hoek in een dertiger, wordt op de
geschiedde: wij schrikten alleen een paar vogels op, helling als hij even de ezel staat te kroelen, zestien
een schaap sprong voor ons weg door een lege jaar en als hij daarboven staan blijft bij de
raamopening, de helling op; in knoestige fuchsiaheg ziet hij er, op dat ogenblik, voor hij achter
fuchsiaheggen hingen bloedrode bloemen, aan de haag verdwijnt, uit als de jongen die hij eens
uitgebloeide bremstruiken hing nog wat geel als van geweest is.
vuile koperen munten, witte steen stak als gebeente
uit het mos omhoog; in de straten lag geen vuil, in de
beken geen afval; en geen geluid was te vernemen.
Wellicht wachtten wij wel zolang op het meisje met
de rode trui en de kruiwagen bruine turf, maar wij
zagen haar niet weer. Toen ik op de terugweg in mijn
zak zocht om de spijl nog eens te bekijken, kreeg ik
slechts bruin, roodachtig stof in mijn hand: het had
dezelfde kleur als het veen rechts en links van onze
weg en ik smeet het daarin weg.
Niemand wist precies te zeggen wanneer en waarom
het dorp verlaten was: er zijn zoveel verlaten huizen
in Ierland, op de een of andere wandeling van een
uur of twee kan men ze tellen: het een werd voor tien,
een tweede voor twintig, een ander vijftig of tachtig
jaar geleden verlaten en men ziet zelfs huizen waar
de spijkers nog niet zijn doorgeroest in de planken
die men voor vensters en deuren geslagen heeft;
....................................................................................................................................................................................
59
Vader en zoon
Dinsdag 16 juni 2015
Hoewel het dak van de camper naar beneden was stond hij nog wel behoorlijk te schudden in de wind,
die gedurende de nacht nog verder aantrok. Het was zelfs zo erg dat de deuren van douche op slot
waren om te voorkomen dat ze uit hun sponning zouden vliegen als ze open werden gedaan. Beetje
behelpen dus. Dat douchemuntje dat we hadden gekocht konden we overigens weer inleveren. Op nu
naar Donegal, het uiterste noordwesten van Ierland en berucht om het weer. De wegen, dwars door de
turfvelden, zijn eenzaam. Overal hangt mist die maar langzaam optrekt, ondanks de harde wind, en de
onmiskenbare zoetweeïge geur van turf. In Mullaghmore maken we een stop voor de lunch. Bij de
haven is een echt havencafé waar we koffie drinken. In de camper eten we, na een wandelingetje langs
de haven, onze boterhammetjes met cheddar. En verder, naar Donegal, de ‘hoofdstad’ van het
gelijknamige county. We lopen wat rond door het stadje en halen informatie bij het plaatselijke
toeristenbureau. Verder gaan we, naar Killybegs, de grootste vissershaven van Ierland. Aan de rand
van het plaatselijke industriegebied vinden we een camping, maar dat gaat hem niet worden. Verder
dan maar, terwijl het weer begint te regenen. Welkom in Donegal. Met enige moeite vinden we een
camping niet ver van Kilcar. Er is een camping met een hostel, gedreven door vader en zoon. In het
kantoortje hangt een foto van vader Sean met een enorme vis die hij heeft gevangen. Maar als ik de
zoon vraag of die vis hier gevangen is, lacht hij, de foto is in scene gezet. Maar dat hoeft niet iedereen
te weten natuurlijk.
De wolken zakken steeds verder, totdat we de overkant van de baai niet eens meer kunnen zien. En het
blijft maar miezeren. Kachel aan, eten, espresso en een glaasje Jameson, en dan hopen dat het weer
morgen beter is.
....................................................................................................................................................................................
60
....................................................................................................................................................................................
61
‘This is Donegal’ staan, want er komen zo eenentwintig campers
van de NKC en hij had een indeling gemaakt en
Woensdag 17 juni 2015 op deze plaats had hij een camper gedacht en de
camping is al zo klein en dus is er geen plaats
Als we de gordijntjes opendoen zien we dat het voor ons. Dus overleg met de aardige
niet meer regent. De wolken hangen heel laag campingmevrouw, die ook niet zo goed wist wat
zodat we de heuvels aan de overkant niet meer haar overkwam. Een soort van overval. Er is,
kunnen zien. En buiten merk je dat je ook daar helemaal in de uiterste hoek, nog wel een stukje
door de wolken loopt: heel fijne waterdruppeltjes. gras waar we de camper neer kunnen zetten, in
Tijdens het ontbijt zien we de wolken langzaam, het vergeethoekje. Dat doen we dan maar, want
heel langzaam, optrekken. de volgende camping is een stuk verder. Tijd nu
We dalen af naar Kilcar. Dit is het dorp waar de om de vuile kleren in de wasmachine te doen op
Ierse truien in de Wandelwinkel in Deventer de camping, voor het eerst in al die jaren. De
gemaakt worden. Behalve inkopen voor de lunch mevrouw van de camping, die ons wel aardig
lopen we ook het wolatelier in, bij de wolfabriek vindt, helpt en zal de was ook in de droger doen
in het centrum van het dorp. Schapen in als het wassen klaar is. Kunnen wij het dorp in
overvloed hier. Het is ook de enige toeristische naar het toeristenbureau en de pub. Het
attractie hier, dus stopt er één bus die zorgt dat toeristenbureau is in een oude kerk, dat kan ook
er nog wat aanloop is in het winkeltje. in Ierland, en we doen twee belangrijke
We rijden verder naar Slieve Head, misschien ontdekkingen. Een klein stukje verder is een
kunnen we dar nog een wandeling maken. Met bootje dat ons naar een eilandje voor de kust kan
wat moeite vinden we in Teelin een cafeetje waar brengen, en helemaal in het noorden vaart een
we koffie kunnen drinken. En het is er behaaglijk veerbootje naar Noord-Ierland dat ons een hele
warm. In het café ook nog een winkeltje met omweg bespaart. Tijd voor de pub, tijd voor een
allerlei dingen die je van wol kunt maken. En halve Guinness. Als we enthousiast aan de
verder over alweer een steil en smal weggetje mevrouw van de bediening vertellen dat het
naar Slieve Head. Bij de parkeerplaats stoppen morgen beter weer is, zegt ze veelbetekenend:
we. De weg gaat hier wel verder, maar er rijden 'This is Donegal'. We moeten maar geen illusies
vooral bussen met toeristen omhoog. Om daar te hebben, hier in Donegal regent het iedere dag.
gaan wandelen, met dit miezerige weer, laag Soms lang, soms wat korter. Nog even naar de
hangende wolken en dus geen uitzicht, is niet zo Super Valu (waar zouden we zijn zonder?) en de
aantrekkelijk. We rijden verder in de richting mevrouw achter de kassa vraagt waar we
van de kust bij Glencolumbkille, en klein, stil en vandaan komen: Netherlands. ‘Is it a nice
verlaten dorpje in een kom achter de kust. Er is country?’
aan de kust een picknickbank die in bezit is Terug op de camping weten we niet wat we zien:
genomen door een kudde schapen. En het waait. alle eenentwintig campers zijn gearriveerd, de
Met de deur open, maar uit de wind, lunchen we kleinste drie keer zo groot als ons VW-busje, de
op ons gemak. We kijken hoe we het best naar grootste met de lengte van een flinke touringcar.
Dunglow kunnen rijden, de volgende stop. Er is Het is geen gezicht. Het beste is om de humor er
een pas, de Glengesh Pass, maar iets in me zegt van in te zien. Gelukkig houden ze geen barbecue
dat er een verstandiger oplossing is. We rijden maar gaan ze eten in het dorp. En ze zorgen zelfs
terug naar Killybegs en buigen daar af naar het bij terugkeer niet voor overlast. Laat dit niet
noorden. Het wordt stiller en eenzamer hier en in mijn voorland zijn.
de loop van de middag bereiken we Dungloe. De
camping ligt midden in het stadje en er staan
twee campers, waarvan één Nederlandse. We
melden ons en zoeken een plekje en doen het
hefdak omhoog. Dat staat. Op dat ogenblik zie ik
dat de bewoner van de Nederlandse camper naar
ons toeloopt. Foute boel. Hier kunnen we dus niet
....................................................................................................................................................................................
62
....................................................................................................................................................................................
63
The Glen Hotel verderop staat een monument voor de Ieren die
hiervandaan naar Amerika zijn vertrokken, naar
Donderdag 18 juni 2015 Beaver Island in Lake Michigan, waar ze een
nieuw bestaan probeerden op te bouwen.
Voor de andere campers vertrekken zijn we al We dalen af naar het dorp en zien dat het kleine
onderweg naar Burtonport om over te varen naar café aan de haven nu wel open is. Tijd voor een
Arranmore Island. Het is niet ver, maar de boot Guiness. Op het strandje rijden twee meiden met
vertrekt al vroeg. Er zijn nog twee andere een buggy het strand op en neer. Driehonderd
passagiers op de boot, dat is alles. We varen door meter heen, driehonderd meter terug. In een
een smal, natuurlijk kanaal, naar de zee. Soms rechte lijn. Het enige vertier voor jongeren op dit
zwemmen hier de dolfijnen mee, maar vandaag eiland. En we ontvangen een appje dat Lente,
laten die het afweten. Onze hoop op een cafeetje tegen de verwachting in, in één keer is geslaagd
waar we koffie kunnen drinken is tevergeefs. Alle voor haar HAVO-diploma.
cafeetjes die we tegenkomen (twee) zijn nog We varen terug naar het vasteland en rijden
dicht. We lopen wat verder en komen een stukje langs de kust naar Dunfaraghy, een wat verlaten
buiten het dorpje een afgelegen hotel tegen, the stadje aan de noordkust van Donegal. Hier is
Glen Hotel. De deur is open, en als we wat zelfs geen Super Valu meer, maar wel een slager.
andere deuren open doen komen we een vrouw En een kleine supermarket. De camping ligt een
tegen die wel koffie voor ons wil maken, hoewel stukje voor het stadje, heel klein op de top van
het hotel gesloten is. Dat smaakt, en we lopen een heuvel, met een weids uitzicht over de baai.
verder, langs de noordkant van het eiland, door De eigenaar is, tot mijn verbazing, een Russische
de turfvelden waar hier en daar nog turf wordt vrouw, Marina, met wie ik snel in een discussie
gestoken. Overal ruik je de wat zoetige geur van over Poetin terecht kom: ‘You didn’t answer my
turf die gestookt wordt. We lopen door tot het question!’ Als ik vraag hoe we op Tory Island
uiterste puntje waar de vuurtoren staat en waar kunnen komen kijkt ze minachtend: dat is een
een beschermd plekje is voor de lunch, uit de stapel grijze en grauwe rotsen. Je kunt veel beter
wind want het waait behoorlijk. We lopen terug naar Glenveagh gaan, een kasteel met tuinen
dwars over het eiland, en komen langs de plaats niet ver van hier. Wie durft Marina tegen te
waar de man aanspoelde die als eerste in zijn spreken?
eentje de oceaan is overgestoken en die geen idee
had waar hij aan land was gekomen. Even
....................................................................................................................................................................................
64
....................................................................................................................................................................................
65
....................................................................................................................................................................................
66
....................................................................................................................................................................................
67
Glenveagh van het dal en de vogels rond het water. En we
zien dat de luchten boven de bergen donkerder
Vrijdag 19 juni 2015 worden en de wolken boven in het dal langzaam
naar beneden zakken. Aan de beek die in het
Het is droog maar frisjes, kachel aan, want de meer stroomt nog even lunchen en dan terug
doucheruimte is hier niet verwarmd. En je moet naar het kasteel. We blijven de regen voor, maar
toch een beetje op temperatuur komen. We zien de wolken steeds donkerder en steeds dieper
volgen het advies van Marina toch maar op en zakken. We lopen door de tuinen, vol
vertrekken naar Glenveagh National Park. We Boeddhabeelden en vol vogels en prachtige,
maken een omweggetje door de Muckish exotische, bloemen uit alle streken van de
Mountains, heel eenzaam en verlaten, met wereld. Als we in het busje stappen dat ons terug
beekjes en uitzichten met wolkenluchten van zal brengen naar de parkeerplaats zegt de
blauw tot rood. Dan zien we de afslag naar chauffeur ‘rain will come’. In Donegal kun je dat
Glenveagh National Park. Het is echt een park, nauwelijks als een profetische uitspraak
hier ver in het noorden, met een grote beschouwen.
parkeerplaats en zelfs een aparte parkeerplaats We stellen de GPS in op een camping die dicht
voor bussen. Met de auto mag je hier niet naar aan zee ligt. Onderweg begint het te regenen,
binnen, je moet lopen naar het kasteel of met een steeds harder, dit is Donegal. We hebben geen
taxibusje. Wij kiezen voor het laatste, we hebben idee waar we zijn, op de kaart is de route niet te
geen zin langs de weg te lopen en willen liever volgen. Zonder probleem vinden we de camping,
vanaf het kasteel verder het dal inlopen. Diep in waarvan we vermoeden dat die aan zee ligt. Het
het dal ligt plotseling een groot kasteel, gebouwd uitzicht vanuit de camper is wel steeds anders:
aan het einde van de 19e eeuw en omringd door wel een overkant, geen overkant. We hebben
tuinen met planten en bomen uit de hele wereld. geen idee waar de zee is: in het oosten of in het
Maar eerst koffie en appeltaart. We lopen een westen? Hoewel we op een stukje betonplaat
klein stukje door de tuinen en nemen dan het staan, staat de camper niet helemaal recht. Voor
pad dat langs Lough Beagh omhoog loopt door het eerst zetten we de camper op de blokken,
het dal. Hier is het stil en kom je niemand meer maar dat is geen succes. Hij staat nu scheef naar
tegen. Je hoort alleen de waterval aan het einde de andere kant…
....................................................................................................................................................................................
68
....................................................................................................................................................................................
69
....................................................................................................................................................................................
70
....................................................................................................................................................................................
71
Binion Bay Zodra het kan slaan we af naar het noordelijkste
puntje van Ierland, Malin Head. Het kost even
Zaterdag 20 juni 2015 moeite, maar we vinden een cafeetje aan zee
waar we koffie kunnen drinken. Als je
Het is droog deze morgen. Maar nog steeds geen hiervandaan met je bootje naar het noorden
idee waar we nu eigenlijk zijn. En waar is de zee? vaart kom je tot de noordpool geen land meer
Zonder dat we daar achter komen vertrekken we. tegen. Het ziet er mooi en ruig uit, met een zee
Vandaag een dag om wat boodschappen te doen. die telkens van kleur verandert. Ook in deze pub
Het treft dat we in de buurt komen van een geldt: ‘fresh food served all day’. Er zijn hier veel
stadje met enige omvang, Letterkenny. De tocht Amerikanen met Ierse roots die zich het vette
gaat over een stil weggetje door een eindeloze pubfood goed laten smaken, ook als ze heel klein
vlakte. De zon schijnt sprookjesachtig op de zijn. Ik bedenk dat ze leuze voor de deur beter
toppen van de heuvels. Als we bovenop een van kunnen veranderen in ‘fat food served all day’.
de heuvels komen stappen we uit om te kijken We proberen drie keer een parkeerplekje te
waar we zijn. Een grote, lege, lichtbruin vinden op Malin Head, maar op zaterdag (en vast
gekleurde vlakte, zonder teken van leven, ligt ook op zondag) is dat geen goed idee. Geen van de
onder ons. De zon kleurt de toppen van de pogingen slaagt, dus rijden we naar de volgende
heuvels Iers groen. We dalen af naar parkeerplaats, een paar kilometer verderop. Het
Letterkenny en komen in een heel andere wereld. lukt hier wel de auto te parkeren, maar de kust
Veel verkeer (we zijn niet veel meer gewend) en bereiken zit er niet in. Dan maar op zoek naar
zelfs een rookbom en hard wegrennende jongeren een overnachtingsplek. Dit is het meer verlaten
in het centrum van het stadje. Aan de rand van deel van Ierland. Via een zijweggetje van een
het centrum ligt een groot winkelcentrum met zijweggetje vinden we de camping bij Binion
een enorme vestiging van Tesco. Wij hebben Beach die bestaat uit een lange rij stacaravans.
genoeg aan een winkelmandje om onze Helemaal achter aan de rij is nog ruim voldoende
boodschappen te doen. Ook tijd, en gelegenheid, plaats voor ons. Als we de camper dwars zetten
om te tanken. We vallen wel op tussen alle hebben we een vrij uitzicht over de kust. Er is
gepimpte auto’s met luid klinkende geen beheerder, maar er hangt een
muziekinstallaties en jongens die meiden aan het vertrouwenwekkend briefje dat die vanzelf langs
versieren zijn. Alles afkomstig uit Londonderry komt.
in Noord-Ierland. En uiteraard met een uitlaat Na het eten lopen we naar het dorp. Dat blijkt
die ruim boven het wettelijk toegestane toch een stuk verder dan we gedacht hadden
maximum aan geluid produceert. Om indruk te (volgende keer: fiets mee!) en halverwege keren
maken moet je vooral met hoge snelheid we om en lopen we in de richting van de kust.
optrekken en inhalen waar het niet mag en niet Ook dat pad loopt vast bij een beek die te diep is
kan. De enige weg is richting Londonderry, dus om te doorwaden. Terug naar de camper, tijd om
we mogen hier nog even genieten van het te gaan slapen.
imponeergedrag van de Noord-Ierse jongens.
....................................................................................................................................................................................
72
....................................................................................................................................................................................
73
Red Door Café tafel vrij. Meer is niet nodig. Op tafel een beker
met een houten pollepel met daarop een ‘red
Zondag 21 juni 2015 door’ en het tafelnummer. De deur waardoor je
het café binnen komt is rood, dus daar zal de
Begin van de zomer! En het is nog steeds droog, naam wel vandaan komen. Hier geldt in elk
dat is een goed begin. De douche is iets minder: geval niet ‘fat food served all day’.
soms wel, meestal geen warm water. En ook Na de lunch maken we een wandeling naar het
vergeten eitjes te kopen, dat is dus een sober strand dwars door een dicht bevolkte wei met
begin van de zondag. En ook geen beheerder schapen. Goed opletten dat je niet in de
gezien, dus vertrokken zonder te betalen. schapenpoep stapt, want dat ligt hier in
Het is een stille zondagmorgen. Op weg naar overvloed. Halverwege het strand begint het toch
Greencastle komen we niemand tegen, geen te regenen. En te waaien. Jas en regenbroek aan
auto’s, geen wandelaars. Alle dorpjes en huizen en terug naar de camper. We rijden verder langs
lijken verlaten. Als eerste komen we aan bij de de kust en steken vervolgens de Antrim
ferry die ons naar Noord-Ierland zal brengen. Mountains over, het land van Game of Thrones,
Het scheelt omrijden via Londonderry, waar ik de plaats waar Winterfell zou liggen. Het ademt
na de dag van gisteren ook niet meer zo’n in elk geval dezelfde sfeer. Winter is coming.
behoefte aan had. Het begint een beetje te In Cushendall vinden we een camping. Ook hier
regenen en we moeten een uurtje wachten voor weer veel stacaravans, maar we krijgen een
de boot vertrekt. En verder gebeurt er niets. plekje op het deel dat gereserveerd is voor
Het eerste wat we tegenkomen in Noord-Ierland rondtrekkende campertjes, pal aan zee. De
is een enorm gevangeniscomplex. We rijden golven kletsen bijna tegen de camper aan. Aan de
kilometerslang langs de hekken. Hoe afgelegen overkant zien we Kintyre liggen waar ik, jaren
kun je vast zitten? We nemen de route langs de geleden alweer, met Lode de Kintyre Way
kust. Er is veel zondagse drukte in de stadjes of probeerde te lopen. Soms zien we Kintyre wel,
dorpjes die elkaar in hoog tempo opvolgen. Op soms niet. In het haventje voor ons is veel
een bordje langs de weg zien we dat er in drukte: vissers op de pier en bootjes die
Ballantry een café/tearoom is, Red Door Café. vertrekken en aanleggen en uit het water worden
Tijd voor de zondagse lunch. Er is nog net een gehaald. En het miezert. Maar binnen is het
plekje voor de camper en er is nog precies één droog.
....................................................................................................................................................................................
74
....................................................................................................................................................................................
75
Schotland? zijn hoofd had gestoten tegen het dak. De boot is
dit keer redelijk vol. Na eerdere ervaringen met
Maandag 22 juni 2015 eten aan boord volstaat en colaatje. En de
overtocht duurt net lang genoeg om op mijn
Vandaag varen we over naar Engeland. De boot gemak de krant van vandaag te lezen.
vertrekt pas om twee uur vanmiddag en het is Als we aankomen in Cairnryan kunnen we als
hooguit een uur rijden naar Larne. Tijd om rustig een van de eersten van boord. Doorrijden tot in
en uitgebreid te ontbijten, met uitzicht op zee en het Lake District is niet haalbaar, dus wordt het
Kintyre. Gebakken eitje en gebakken worstjes, Dalbeattie. Aan de vlaggen langs de kant zien we
hoeveel vakantie wil je hebben? tot onze verbazing dat we niet in Engeland zijn,
De GPS geeft een andere richting aan dan ik had maar in Schotland. Maakt voor de route verder
gedacht. Vreemd. Toch maar braaf doen wat niet uit. We vinden een hele stille camping aan
wordt aangegeven. Gelukkig, linksaf slaan de rand van het centrum. Eerst de beheerder
richting de kust, dat was de bedoeling. En de weg bellen die er binnen vijf minuten is, en een plekje
daalt ook, en de kust zien we al onder ons liggen. zoeken, eindelijk weer eens tussen de
Dan komt er plotseling een scherpe bocht, smal rododendrons en de konijnen, die hier talrijk
en tussen twee rotspunten door. Past de camper aanwezig zijn. We kunnen lopend naar het stadje
daar wel tussendoor? Vooruit, achteruit, vooruit, voor wat kleine boodschappen en voor de pub.
achteruit. En nog een keer. Terug omhoog is geen Het ziet er hier een stuk armer uit dan in
optie, maar doorrijden wel? Kaarsje branden dat Ierland, een beetje sjofel, zeg maar.
de camper geen schade oploopt of, erger nog, vast In de Kings Arms (want hoe moet een pub hier
blijft zitten tussen de rotspunten. Met veel anders heten) bestelt Anneke twee biertjes,
draaien en prutsen lukt het om tussen de rotsen waarna de barman Anneke subtiel verteld dat
door te manoeuvreren, maar ik durf niet te het wel de bedoeling is dat die eerst betaald
kijken of alles nog heel is. moeten worden. Welkom in Schotland. Aan de
We komen weer op de weg die pal langs de zee bar zit een bonte verzameling eenzame mannen
naar Larne gaat. In Carnlogh stoppen we even te drinken. Ze wisselen geen blikken en geen
om bij de Spar boodschappen te doen. En om de woorden met elkaar. En verder gebeurt er niets.
camper te controleren: nog geen veegje… Klein Na het eten maken we een wandeling door het
wandelingetje door het dorp, maar geen pub voor plaatselijke park waar ook de camping ligt. De
koffie, dus verder langs de kust tot Larne. We dorpsjeugd hangt wat rond op de bankjes, want
komen gelijk met de ferry aan in Larne, tijd om wat is hier verder te doen? En als het gaat
te lunchen en te wachten tot de boot vertrekt. schemeren verdwijnt iedereen naar huis: ‘Home
Nog wel even bezoek van de douane, tot in de before dark, love’.
camper, maar alles is in orde nadat de douanier
....................................................................................................................................................................................
76
....................................................................................................................................................................................
77
Appletreewick kronkelig en nauwelijks uitwijkplaatsen.
Gelukkig komen we niemand tegen en vinden we
Dinsdag 23 juni 2015 in Conistone nog een parkeerplekje. Even
bijkomen van dit traject…
Eindelijk kunnen we weer een keer buiten, in de We trekken de wandelschoenen aan en
zon, ontbijten. Het is een drukte van belang op vertrekken voor een wandeling over de Dales.
het weggetje langs de camping. Kinderen worden Een weids uitzicht, bijna tot aan Grassington en
door hun moeders naar school gebracht, lopend overal schapen. Vanaf het plateau waar we lopen
of op de fiets. De school waar ze vast vroeger zelf dalen we door een steile kloof af naar Conistone
op zaten. En vast ook in hetzelfde uniform dat de om vervolgens boodschappen te gaan doen in
kinderen nog steeds dragen. Ook dat is Grassington, een ‘sentimental journey’, want hier
continuïteit. De vakantie is ook hier nog niet waren we al twee keer eerder. Op zoek naar een
begonnen. schaap voor Eline. Schapen waren alleen buiten
We beginnen met een lang stuk autoweg tot we te vinden, maar knuffelschapen, die waren er
vlak voor Kendal de Yorkshire Dales inrijden. Dit niet. Wel een biertje in de pub.
is bekend terrein. In 1985 hebben we hier een Via alweer een heel smal weggetje bereiken we
stuk van de Dalesway gelopen. In Hawes willen de camping in Appletreewick, vlak voor het
we lunchen, maar tot ver voor het stadje staan de bureau gaat sluiten. Het is er, voor ons doen,
auto’s geparkeerd vanwege de jaarmarkt die daar behoorlijk druk, maar de camping ligt er wel heel
net vandaag wordt gehouden. Dan maar verder mooi, tussen de rivier en een heuvel vol schapen.
naar Buckden. In 1985 eindigde hier het eerste Dit is, helaas, onze laatste nacht in de camper.
deel van onze tocht door de Dales vanwege een Ook ons flesje Jameson is nu tot op de laatste
blarenprobleem bij Anneke. De Buckden Inn druppel leeg. Echt tijd om naar huis terug te
bestaat nog steeds, dus tijd voor koffie. keren. Een kort avondwandelingetje naar de pub
We verlaten Buckden en rijden verder naar het (verlaten als we er aankomen) en langs de rivier
volgende dorp, Kettlewell, waar we ooit (even dan, want teveel muggen) en dan naar bed.
kampeerden. We kiezen hier het weggetje aan de
verkeerde kant van de Wharfe. Smal en
....................................................................................................................................................................................
78
....................................................................................................................................................................................
79
....................................................................................................................................................................................
80
Oerend Hard scones. Nou ja, vooruit dan maar. In het
winkeltje ook hier geen schaapjes voor Eline. Om
Woensdag 24 juni 2015 de tijd te verdrijven sturen we een foto van het
terras met de vraag: waar zit Opa Fred? De
Alles kan nu worden opgeborgen, dit was de eerste die mij kan vinden krijgt een ijsje. Binnen
laatste nacht in de camper. Vannacht slapen we een minuut reageert Marieke: Eline heeft je
op de boot die ons naar Hoek van Holland zal gevonden! Afrekenen volgt later. De vraag wie
brengen. Ik kijk nog even naar het tentje, Cavendish was (dus niet de wielrenner!) is
zithoogte, dat naast ons campertje staat. De overigens nooit beantwoord. En verder, terug
vakantie is ook daar voorbij en ik verbaas me naar de camper voor het laatste stuk door
over wat er uit dat tentje komt, van kachel tot Engeland.
koelkast. Er moeten minstens twee verdiepingen Via Harrogate, wat een drukte, dat was ik niet
in die tent hebben gezeten. Maar wij kunnen in meer zo gewend, verder naar Hull. Het plannetje
het zonnetje ontbijten. Het is een klein stukje om voor Hull nog wat te eten voor we aan boord
rijden tot Barden Bridge. Hier kruisen we een gaan valt in het water. We komen niet echt iets
stuk van de Dales Way. Wandelschoenen aan tegen dat voldoet aan onze minimale wensen. We
voor een ‘sentimental walk’ naar Bolton Abbey. In zijn daardoor aan de vroege kant bij de boot,
1985 liepen we dit stuk ook, in de miezerregen, maar het inschepen is al begonnen, dus we
maar dan in de omgekeerde richting en met een hoeven nauwelijks te wachten. Er gaan
zware rugzak. Tijden veranderen. Het is nu tientallen motorrijders, met motor en al, de boot
lekker zonnig, we hebben één klein rugzakje, op. Zaterdag is in Assen de TT.
voor de zekerheid, en het paadje van toen is een Aan boord zoeken we eerst onze hut op en daarna
goed en breed wandelpad dat ook nog druk de Ierse Pub, waar we in stijl de laatste Guinness
belopen wordt. Sommige stukken herken ik nog van deze reis drinken, en weer een halve! Overal
wel, maar er is vast ook veel veranderd. In elk motorrijders en in de rij voor het restaurant
geval is er bij Bolton Abbey niet meer het café allemaal Duitse pensionado’s, op terugreis uit
waar ik toen applepie met (vloeibare!) slagroom Schotland met een busreis. Onze toekomst ligt
at. En daar had ik me nog zo op verheugd… toch meer bij een campertje. Op het menu
Terug dan maar langs de andere kant van de vandaag Indiaas eten en spareribs. We nemen er
rivier. Bij Cavendish House is gelukkig wel een een glaasje wijn bij.
café, met terras en zelfs op deze woensdag, met
veel bezoekers. De applepie is op, dus worden het
....................................................................................................................................................................................
81
....................................................................................................................................................................................
82
Weer thuis
Donderdag 25 juni 2015
Het slaapt toch wel een beetje benauwd in zo’n binnenhut, zeker als je vier weken min of meer buiten
hebt geslapen. Vroeg opstaan, zodat we nog kunnen ontbijten, met uitzicht op zee. Worstjes,
champignons en sap, hoewel het nog heel wat zoekwerk vraagt voor alles gevonden is. En langzaam
komt Hoek van Holland weer in zicht.
Er zijn nog veel meer motoren aan boord dan ik gisteren had gezien. Het duurt dan ook wel een uur
voor we van boord kunnen. En dan ook nog paspoortcontrole. Midden in het spitsuur komen we in het
verkeer richting Rotterdam. Dat wordt kruipen. Welkom in Nederland, zoals het bord bij het verlaten
van de haven aangeeft. En niet vergeten: hier rijden we rechts.
Als we eenmaal voorbij Gorinchem zijn en de spits voorbij is, gaat het beter. Om half twaalf draaien we
de oprit voor het huis op. Wat nu nog rest is het uitpakken en schoonmaken van de camper. Gelukkig
past de camper net in de wasstraat, hoewel de deur van de wasstraat niet dicht gaat. Beetje opzij gaan
staan om niet zelf ook gewassen te worden. Door naar Nijverdal om de camper in te leveren en de Saab
op te halen.
En toen waren we weer thuis.
Wat blijft is de herinnering. En dit boek.
....................................................................................................................................................................................
83
....................................................................................................................................................................................
84
Iers Dagboek 2.0
Op 1 juni 2015 zou ik met pensioen gaan. Dacht ik. Want blijkbaar waren de regels
zo dat je echt 65 jaar en 3 maanden oud moest zijn voor je recht had op AOW. Dat
regeltje had ik over het hoofd gezien, dus moest ik zelf vier dagen overbruggen. Er
zijn ergere dingen. Van echt werken, in loondienst, naar in ‘vrijheid’ werken aan
dingen enkel en alleen omdat je dat leuk vindt, is een transitie. En bij transities
moet je stilstaan of, beter nog, aandacht besteden. Tijd om je dromen waar te
maken. Ik had, en heb, heel veel dromen, maar er waren er twee die zich goed
leenden voor deze transitie.
De eerste droom was ‘Ierland’. Nadat ik, heel lang geleden, van Heinrich Böll de
roman/verhalenbundel ‘Iers Dagboek’ had gelezen, had ik besloten ooit Ierland te
doorreizen. Mijn eerste bezoek aan Ierland, een paar jaar geleden, naar Cork, deed
mijn hart niet echt sneller slaan. Aardig, maar ook een beetje saai, afgezien van de
pubs en de muziek. Behalve dan dat stukje aan de westkust waar ik niet meer dan
twee uur was. Pas toen ik in ‘Vlaanderen Vakantieland’ op de Vlaamse televisie een
reis langs de Ierse westkust zag, begon het weer te kriebelen.
De tweede droom die ik, lang geleden, had was om ooit met een camper het Rode
Plein in Moskou op te rijden in een camper. Ondertussen ben ik een aantal keren op
het Rode Plein geweest en heb ik met eigen ogen gezien dat het nog niet zo
eenvoudig, zo niet onmogelijk, is om met een auto dat plein op te rijden. Als je al
met je camper over de Russische wegen ooit Moskou zou halen. Als het dan Moskou
niet werd, dan was Ierland met een camper misschien een goed alternatief, ook al is
er, bij mijn weten, in heel Ierland geen rood plein te vinden. De camper zou in elk
geval beter beschutting tegen het weer, regen en kou, geven dan de tent waar we
normaal gesproken mee reizen.
En zo vertrokken we op een zaterdagmorgen, het eerste weekend van mijn
vermeende pensioen, in een gehuurde VW-camper vanuit Schalkhaar naar Ierland
voor een lange reis naar de Ierse westkust. Heen door het zuiden van Engeland,
terug door Schotland en de Yorkshire Dales. Om deze transitie vast te leggen
besloot ik, een dag van tevoren, een dagboek bij te houden van deze reis. Zo is, bijna
vijftig jaar na het verschijnen van ‘Iers Dagboek’ van Heinrich Böll, overigens een
prachtig boek om te lezen, mijn versie tot stand gekomen: Iers Dagboek 2.0.
Fred Kulik