The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici, 2020-10-20 07:38:05

HO 2012-4

HO 2012-4

het ORGEL

Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici

04 Nicolaas Arnoldi Knock (1759-1794) deel 1

16 Het Heyneman/Van Hirtum-orgel in Esch

26 Zuid-Afrikaanse orgelmuziek

Jaargang 108 (2012) nummer 4


colofon Cover:
Detail front orgel in de
Nummer 4 jaargang 108 (2012) St.-Willibrordus te Esch
Het Orgel Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Foto: Cees van der Poel
Kerkmusici, voor het eerst verschenen in 1886. De Koninklijke Vereniging
van Organisten en Kerkmusici is in 2009 opgericht op christelijke grondslag.
Doelstelling: de behartiging en bevordering van de orgelcultuur en de
kerkmuziek.
Leden van verdienste
Kees Hoeksma (erevoorzitter) - Piet Kee - Rein van der Kluit (erevoorzitter)
Overleden: Hendrik Andriessen - Klaas Bolt - Adriaan Engels - Dirk Andries
Flentrop - Jaap de Haan (erevoorzitter) - Cor Kee - Albert de Klerk - Ewald
Kooiman - Gustav Leonhardt - Willem Mudde - Adriaan C. Schuurman - Willem
Vogel
Bestuur KVOK
Frits Zwart (voorzitter), Hans Beek (1ste secretaris), Ad Krijger (2de secretaris),
Cor Rooijackers (penningmeester), Maarten Diepenbroek, Jack Gardeniers,
Willeke Den Hertog-Smits, Olga de Kort-Koulikova en Jeroen Pijpers
Adres secretariaat: Hans Beek - Klipper 49 - 9801 MT Zuidhorn - 0594 507876
[email protected]
Adres penningmeester: Cor Rooijackers - Professor Schermerhornlaan 91 -
5707 KG Helmond - 0492 548488 - [email protected]
Ledenadministratie KVOK
Harco Clevering - Jabbingelaan 21 - 9591 AL Onstwedde - 0599 331890 -
[email protected]
Bankrekeningen KVOK
Nederland POSTBANK 10 20 03 - ABN AMRO 45 48 03 184
IBAN no. NL17ABNA0454803184 / SWIFT-BIC code ABNANL2A
België Bank van de Post 000-3258201-68
Duitsland Oldenburgische Landesbank 710 87159 01 (Bankleitzahl 280 200 50)
Website
wwww.kvok.nl
Lidmaatschap KVOK
Men kan zich als lid opgeven bij de ledenadministratie. Leden kunnen zich
abonneren op de verenigingstijdschriften Het Orgel, Muziek&Liturgie en het
actualiteitenblad NotaBene (zie hieronder). Ze krijgen tevens de ZomerAgenda
(eenmaal per jaar een overzicht van orgelconcerten in de zomer) toegezonden.
Het lidmaatschap loopt parallel aan het kalenderjaar en wordt automatisch
verlengd indien niet één maand voor de vervaldatum is opgezegd.
Abonnementsvormen tijdschriften KVOK
Leden van de KVOK kunnen uit de volgende abonnementsvormen kiezen:
Muziek&Liturgie + NotaBene € 50 (Europa € 60, buiten Europa € 65)
Het Orgel + NotaBene € 60 (Europa € 70, buiten Europa € 75)
Muziek&Liturgie + Het Orgel + NotaBene € 75 (Europa € 90, buiten Europa
€ 95)
Contributie
Informatie over de contributie en de tijdschriften waarop leden zich kunnen
abonneren kunt u vinden op de website van de KVOK. Ook kunt u contact
opnemen met de penningmeester.
Redactie Het Orgel
hoofdredacteur Jan Smelik - H. van Steenwijckstraat 10 - 8331 KK Steenwijk

0521 521276 - [email protected]
redacteuren Jan Hage (orgelmuziek)
René Verwer (orgelmuziek)
Jan R. Luth (kerkmuziek)
Cees van der Poel (orgelbouw)
Geert Jan Pottjewijd ([email protected])
De deadline voor inzending van de kopij voor Het Orgel is op de vijftiende dag
van de oneven maanden.
Corrector
Roel te Velde - Vianen
Vertalingen samenvattingen
Op de website www.hetorgel.nl staan samenvattingen van de artikelen die in
Het Orgel verschenen zijn. Vertalers: Dale Carr (Engels), Christian Michel
(Duits) en Willemijn Roodbergen (Frans)
Vormgeving
Jan en Gerda Smelik - Steenwijk
Druk
Drukkerij Verloop - Ablasserdam
Website
www.hetorgel.nl
Advertenties
CREoTnRtaActPpuebrliscoitoenit:ssCeirsvcicaeK-rPaomstebru-s 033233-527014804A8H0 -Zfaanxdv0o2o3rt5716002 -
[email protected]
© KVOK 2012
ISSN 0166-0101

2 HET ORGEL 2012 | nummer 4


INHOUD

04 Nicolaas Arnoldi Knock:

‘Een dilettant van eerste klasse’

deel 1: Levensloop, loopbaan en muzikale activiteiten

Victor Timmer

16 Het orgel in de St.-Willibrorduskerk
te Esch glansrijk herboren
Rogér van Dijk en Cees van der Poel 04

26 Zuid-Afrkikaanse orgelmuziek

Een zoektocht naar
culturele identiteit

Gerrit Jordaan

38 Column 16

Wietse Meinardi 26

40 Orgelbouwnieuws 3HET ORGEL 2012 | nummer 4

Enkhuizen, Westerkerk

Diessen, r.-k. parochiekerk H.-Willibrordus
Helmond, parochiekerk van de H.-Jozef



48 Boeken & bladmuziek



55 Brieven


NICOLAAS ARNOLDI
‘EEN DILETTANT VA

Ter herinnering aan Jan Jongepier,
groot kenner van orgels, waar hij
zo kundig en inventief op speelde,
zo toegankelijk over schreef en
zo fantastisch over kon vertellen

Victor Timmer De hoofdpersoon van dit tweedelige artikel heeft binnen de orgelwereld nagenoeg alleen bekendheid
door zijn boekje met orgeldisposities uit 1788. Dat achter het begrip ‘Knock’ een mens van vlees en bloed schuilging,
zouden we daardoor haast vergeten. J.W. Enschedé kenschetste hem ooit als ‘liefhebber-orgeldeskundige’.1) Daarmee
behoort Knock tot een rij illustere personen die naast (en/of na) hun normale professie ook actief waren op muzikaal
gebied, en vaak op professioneel niveau. Men denke bijvoorbeeld aan Constantijn Huygens en Graaf Unico Wilhelm
van Wassenaar als componist. Ook op orgelgebied zijn er in Nederland diverse voorbeelden, van Rudolph Agricola,
Jhr. Emanuel Frederick van Montfoort, Joos Verschuere Reynvaan, J.W.F. Snethlage, F.C. Kist, G.H. Broekhuyzen senior,
Jhr. Mr. S.W. Trip, [de Franse diplomaat] Charles Philbert en niet te vergeten Enschedé zelf, tot in onze decennia onder
anderen Arend Jan Gierveld en Gerard Verloop. Zeldzamer is het gelijktijdig uitoefenen van twéé of meer professionele
loopbanen.2)
Nicolaas Arnoldi Knock werd slechts 34 jaar oud en leefde in de tweede helft van de achttiende eeuw, een periode
met velerlei tekenen van verandering op geestelijk gebied (zoals Verlichting en rationalisme) en maatschappelijk ter-
rein (zoals een opkomend nationalisme), onder andere in relatie tot de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk. In
Nederland, zeker ook in de provincie Friesland, werd dat bijvoorbeeld zichtbaar in de groeiende tegenstelling tussen
Patriotten en Prinsgezinden.
Het eerste deel van dit artikel beoogt een indruk te geven van het leven van N.A. Knock en zijn diverse muzikale activi-
teiten, in het bijzonder op orgelgebied. In de tweede aflevering zal de aandacht nader worden gericht op zijn relatie met
de bekende orgelvirtuoos Georg Joseph (Abt) Vogler, die in de periode 1785-1790 ook in Nederland veel concerten gaf.
Daarnaast richten we de blik op de Dispositien, het boekje waardoor Knock tot in onze tijd bekend is gebleven.

1) J. W. Enschedé, ‘De orgelconcerten van den Abt Vogler in de Nederlanden 1785-1790’, in: Oud-Holland, 38 (1920) 49. Met dank aan Bart van Buitenen voor het
verstrekken van een fotokopie van dit artikel.
2) Men denke hier o.a. aan psychiater/pianist/componist Hans Henkemans, universitair docent oud-Frans/organist/hoogleraar Orgelkunde Ewald Kooiman en tandarts/
organist/orgeladviseur Ton van Eck.

4 HET ORGEL 2012 | nummer 4


DE GALERIJ

KNOCK:
AN EERSTE KLASSE’

deel 1: Levensloop, loopbaan en muzikale activiteiten

PERSOON EN PROFESSIE
N.A. Knock (1759-1794) kwam voort uit het Fries-
Groningse patriciaat. Hij stamde aan moederskant [de
‘Arnoldi-kant’] uit een geslacht waarvan diverse leden
met name in de achttiende eeuw werkzaam waren
voor de Friese stadhouders en belangrijke openbare
onderwijs- en bestuursfuncties bekleedden in Fries-
land. Zijn betovergrootvader Nicolaus Arnoldi (Lesna,
Polen, 1618 - Bolsward, 1680) had in zijn jeugd Grieks,
Latijn en wijsbegeerte gestudeerd, o.a. bij Comenius
en in Danzig. Na een verblijf in (opnieuw) Polen (stu-
die Theologie), Nederland (Franeker), Engeland en
Frankrijk, kwam hij terug naar Franeker en werd ver-
volgens in 1648 predikant in Beetgum. Van 1651 tot
zijn dood was hij hoogleraar theologie aan de Hooge-
school (universiteit) in Franeker. Zijn kleinzoon Nico-
laas Arnoldi (Leeuwarden, 1696 - Franeker,1777) had
vele jaren een zeer vooraanstaande positie aan het
hof van de Friese Nassau’s in Leeuwarden, was daar
burgemeester en vervulde diverse functies binnen de
Staten van Friesland.3)

3) Hij was sinds 1747 ook zaakwaarnemer van de
Friese Nassau’s toen die naar Den Haag vertrokken.

N.A. Knock op dertienjarige leeftijd. Olieverfschilderij (op
canvas, afmetingen: 82,2 x 65,9 cm) door Friedrich Ludwig
Hauck, gedateerd 19 september 1772.
De jongeheer Knock staat schuin voor een clavecimbel, zijn
rechterhand rust op een boek met op de rug het opschrift
[naam auteur]‘TERENTIUS’ en daaronder de niet goed
leesbare titel [‘MYSTERICUM’’?]. Foto: collectie Rijksinstituut
voor Kunsthistorische Documentatie RKD, Den Haag

5HET ORGEL 2012 | nummer 4


Eén van de zes kinderen uit zijn huwelijk met Barbara Knock, te weten grootmoeder Barbara een zilveren beker (met familiewapen), vervaar-
Jetske Anna Arnoldi (1735-1759), trouwde met Wesselius Knock (Gro-
ningen, 1722 - Rotterdam, 1793). Hij was een telg uit de uitgebreide digd door de Leeuwarder zilversmid Jan Peereboom, met als opschrift:
familie van zijn schoonmoeder [de ‘Knock-kant’], welke diverse pre-
dikanten en bekleders van openbare bestuursambten in Groningen en ‘Nicolaas Knok, op syn eerste verjaardag 7 april 1760’.6)
Friesland telde. Wesselius Knock (die op 17 september 1743 als student In 1763 trouwde zijn vader (inmiddels weduwnaar) met Clasina Bos-
theologie werd ingeschreven in het album studiosorum van de Leidse
universiteit) was gereformeerd predikant te Schingen en Slappeterp schaert (1731-1778).7) Van augustus 1768 tot augustus 1775 volgde
(1744-1748), Meeden (1748-1753)4), Amersfoort (1753-1756), Leeu-
warden (1756-1758) en Rotterdam (1758-1793), waar hij overleed op Nicolaas onderwijs aan de Latijnse School in Leeuwarden.8) Hij moet
8 september 1793. Uit zijn huwelijk met Jetske Arnoldi werd op 7 april
1759 Nicolaus (later meestal Nicolaas) Arnoldi Knock5) geboren te Rot- een vlijtige leerling zijn geweest die graag met zijn neus in de boeken
terdam, waar hij drie dagen later werd gedoopt. Op dat moment woon-
de de familie Knock aan de Botersloot. Een jaar later kreeg Nicolaas van zat. Uit deze periode bleef een portret van hem bewaard, in 1772 ver-

Bewaard gebleven correspondentie uit hoofde van deze functie (waarbij de vaardigd door de portretschilder Friedrich Hauck (Hamburg, 1718 -
persoonlijke noot niet ontbrak) getuigt van de nauwe band tussen Arnoldi en de
stadhouderlijke familie. Een groot portret van hem is aanwezig in het Historisch Offenbach, 1801).9)
Centrum Leeuwarden.
Nicolaas Knock werd op 12 september 1775 ingeschreven als student
4) Zijn naam staat hier vermeld op de orgeltribune in verband met de bouw
van het Hinsz-orgel in 1751. Voor de volledige tekst, zie A. Pathuis, Groninger rechten aan de Academie (de latere Rijksuniversiteit) te Groningen10):
Gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen/
Amsterdam 1977) 456. ‘1775 Die 12 [september] Nikolaas Arnoldi Knock, Roterodamensis’, en
hij werd vervolgens in de jaren 1776 tot en met 1779 (de lijst van het
5) De naam Arnoldi werd door N.A. Knock (en ook door anderen) soms ook als
deel van zijn achternaam gebruikt (bijvoorbeeld in 1793 in correspondentie met jaar 1777 ontbreekt) genoemd in de ‘recenci’-lijsten.11)
de graaf van Wassenaar); de zoon van Knock stond in 1800 ook op die manier
ingeschreven aan de Universiteit in Groningen. Hij woonde in 1777 in de Professoren Gang (gelegen aan de westzijde

van het toenmalige Academiegebouw), dus ‘op de stoep’ van het Aca-

demiegebouw en de Academiekerk.12) Op 14 juni 1780 promoveerde

hij summa cum laude op het onderwerp ‘De legum naturalium et civi-
lium natura’ [= Over (de aard van) de natuurwetten en de burgerlijke

wetten].13)

6) A.C.Beeling, Nederlands zilver 1600-1813, deel 1 (Leeuwarden 1979) 178
(beschrijving) en 179 (afbeelding). De beker heeft een hoogte van 7 cm en een
diameter (boven) van 6 cm. Jan Peereboom was als zilversmid in Leeuwarden
werkzaam van 1751-1805. De beker is sinds 1979 in particulier bezit in België.
Met dank aan dhr. Peter Popken, zoon van de fotograaf Frans Popken (†), voor
het leveren van een afdruk van het origineel.

7) W. Knock werd daarbij omschreven als ‘weduwnr., afkomstig uit Groningen’.
Uit dit huwelijk [getuige o.a. zijn broer Bernhard Herman Knock, ‘mr. Raadsheer
in de hove van Stad & Lande’] werd geboren Angelia Medina Johanna, gedoopt
op 24 november 1769 te Rotterdam. Op dat moment woonde de familie Knock
aan de Leuvehaven. Angelia trouwde later met Christiaan Willem Schuller uit
Rotterdam en overleed er op 30 juni 1811 ‘na eene langdurige ziekte, echter nog
op het onverwachtst’ (documentatie CBG, Den Haag).

8) Historisch Centrum Leeuwarden [HCL], toegang 903, inv.nr. 4 en 5, alba
studiosorum. Het is niet bekend waarom hij dit onderwijs in Leeuwarden genoot
en niet in of nabij Rotterdam. In Leeuwarden woonde hij bij zijn grootouders van
moederskant (Nicolaas Arnoldi en diens vrouw Barbara Knock).

9) Vgl. W.K. van der Veen, ‘F.L. Hauck en zoon, portretschilders van Frankfort a.d.
Main, te Groningen´, Groningse Volksalmanak 1963, 115-130. Het uit familiebezit
afkomstige schilderij werd op 15 oktober 2003 geveild bij veilinghuis Christie’s te
Amsterdam; de huidige verblijfplaats is onbekend.

10) Groninger Archieven [GrA], toegang 46, archief van de Senaat en de
faculteiten van de Groningse Universiteit, inv.nr. 45, album studiosorum 1698-
1809.

11) GrA, t 46, inv.nr. 46, recensielijsten. De studenten moesten zich elk jaar
opnieuw als zodanig registeren.

12) Blijkens GrA, klapper op de nieuwe lidmaten der Ned. Herv. Gemeente
Groningen, 1701-1800, werd hij ingeschreven als lidmaat in mei 1777. Zie voor
de ligging van dit doodlopende straatje, waar toen diverse hoogleraren woonden,
J. Hermus en M. Voorhoeve, The Academy Building. Heart of the university,
(Groningen 1989) 12.

13) GrA, t 46, inv.nr. 20, Acta senatus academia (kladresoluties Senaat) 1773-
1783, 14 juni 1780; idem, inv.nr. 48, album doctorum 1645-1803. Een exemplaar
van de dissertatie, in 1780 uitgegeven bij Petrus Doekema te Groningen, is o.a.
nog aanwezig in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen. Twee van zijn
(tien) ‘Theses’ (stellingen) luiden: ‘Donatio omnium bonorum, etiam futurorum
valet’ en: ‘Tutor, propter culpam latam remotus a tutela, non fit infamis’. De
kwaliteit van de juridische faculteit was omstreeks 1775-1780 overigens niet

De beker die Nicolaas Arnoldi Knock kreeg op zijn eerste verjaardag
Foto: Frans Popken (Leeuwarden 1979)

6 HET ORGEL 2012 | nummer 4


In 1780 werd hij (als 21-jarige!) benoemd tot grietman van de Friese huizinge, Hovinge, stallinge en verdere getimmerten, mitsgaders vier
grietenij Stellingwerf Oosteinde (Ooststellingwerf). In deze functie wa- kamers agter de Hovinge’, waarvan het huis aan de Grote Kerkstraat
ren min of meer het tegenwoordige werk van burgemeester van een en de ‘stallinge’ sinds 10 januari 1786 verhuurd waren (het huis aan
grotere gemeente en dat van kantonrechter verenigd, in zijn geval met burgemeester Franciscus Rinia van Nauta)20).
als standplaats Makkinga. Hij had er tien dorpen onder zijn hoede en In 1781 schonk zijn grootmoeder Barbara Arnoldi-Knock hem op 20
hield er ‘regtdag’ op maandag14) en (daarna) op dinsdag.15) januari een zathe bij Kooten (= Kootsterstertille),21) ongetwijfeld als
Afgezien van enkele annonces in de Leeuwarder Courant, die meldden huwelijkscadeau, want vier dagen eerder was hij in Leeuwarden ge-
dat hij toestemming gaf ‘gouden rijders’ en ‘zilveren sporen’ uit te rei- trouwd met Rinske Ypkjen van Boelens uit Leeuwarden (Hardegarijp,
ken aan winnaars van harddraverijen in Donkerbroek, werd van zijn 30 maart 1763; gedoopt te Leeuwarden, 14 mei 1783 - Leeuwarden,
dagelijkse werk nauwelijks iets vermeld in de toenmalige pers. Als griet- 8 september 1820). De ondertrouw had plaatsgevonden op 5 januari
man was hij (vanaf 1781) één van de vier vertegenwoordigers van de 1781, het huwelijk ten huize van de bruid vond (‘voor het gerecht’)
grietenij in de Staten van Friesland; daarnaast was hij van 1783-1785 lid plaats in Leeuwarden op 16 januari door burgemeester Coulon. Het
van de Rekenkamer van Friesland. huwelijk is niet kerkelijk ingezegend, althans niet in een gereformeerde
Vanwege deze bezigheden in Leeuwarden, maar vermoedelijk ook van- kerk te Leeuwarden. Op 10 april 1783 werd van beide echtelieden al-
wege een aantrekkelijker sociaal en cultureel klimaat, had hij een huis leen ‘Knok’ met attestatie (vanuit Groningen) ingeschreven als lidmaat
in de Friese hoofdstad aan de Grote Kerkstraat. Daar woonde hij met van de hervormde gemeente Makkinga.22) Ook van zijn echtgenote is
zijn gezin waarschijnlijk een groot deel van het jaar; zijn beide kinderen een (toegeschreven) portret bekend.23)
werden dan ook niet in Makkinga maar in Leeuwarden gedoopt.
Op 29 september 1781 kocht hij een koetshuis met stal in het nabij- Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Barbara Jetske Anna
gelegen Heer Ivostraatje 21 voor 425 caroliguldens en 4 stuivers; hij Arnoldi Knock (Leeuwarden, 30 november 1781; gedoopt 19 decem-
verkocht het drie jaar later weer.16) Begin 1785 werd de verkoop aan- ber 1781 - Leeuwarden, 9 april 1853) en Nicolaus Wesselius Arnoldi
gekondigd van zijn ‘Heerlyke HUIZINGE en HOVINGE cum annexis’ in Knock (Leeuwarden, 25 maart 1783; gedoopt 14 mei 1783 - Gronin-
Leeuwarden.17) Of dit betekende dat hij fulltime in Makkinga wilde gaan gen, 22 december 1801). Laatstgenoemde volgde evenals zijn vader
wonen, is niet duidelijk. Hij had daar wel (vermoedelijk als belegging) in onderwijs aan de Latijnse School in Leeuwarden, waar hij stond inge-
1784 een zathe (boerderij met landerijen), respectievelijk de helft van schreven van augustus 1792 tot augustus 1796.24)
een zathe land gekocht bij Appelscha, elk met alle bijhorende opstallen Waar hij gedurende de volgende drie jaren onderwijs volgde, is niet be-
etc. voor 2000, respectievelijk 1260 gulden.18) Ook gaf hij in dat jaar bij kend. Hij werd op 6 oktober 1799 ingeschreven aan de universiteit in
enkele andere transacties Makkinga op als woonplaats.19) Later werd Groningen als ‘Nicolaus Wesselius Arnoldi Knock Leovardia Frisius’.25)
ook weer Leeuwarden genoemd. In de recensielijst van 1800 staat: ‘Post diem 3 septembris inter cives
Mogelijk werd in 1785 geen passende koper gevonden voor genoemde academicus nomina sua prosessi sunt sequentis N.W. Arnoldi Knock
‘HUIZINGE’, etc., want in 1792 verkocht Knock, ‘thands woonende Leovardia Frisius’. In de lijst van het jaar daarop ontbreekt hij (al).26)
binnen de stad Leyden’ (waarover later meer) aan zijn toen van hem Hij overleed in Groningen op 22 december 1801, ‘na een langzaam uit-
‘gesepareerde Huisvrouw’ voor 10.000 caroliguldens ‘Een heerlijke teerende ziekte’, zoals zijn moeder (inmiddels al een aantal jaren feitelijk
‘weduwe’) in het overlijdensbericht meedeelde.27)
onomstreden (zie K. ter Laan, Groninger Encyclopedie, Groningen 1954, 6).
Hoewel men als grietman in principe voor het leven werd benoemd,
14) Naamregister der leeden, steeden en regeeringe derzelve, uyt welke vergade- trad N.A. Knock toch al in 1788 terug uit deze functie: ‘Stellingwerf
ringe van […] de heeren Staten van Holland en West-Vriesland bestaat […] Voor Oosteinde. Deze Grietenye door den vrywilligen afstand van den Heer
den jare 1783, 91. Nicolaas Arnoldi Knock opengevallen zynde (…).’28) Naar de reden kun-

15) Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, XXV, Amsterdam 1789, 20) HCL, Groot-Consentboek 1793, fol. 83 e.v. Met ‘kamers’ zullen kleine
590. Er bleven (van de hand van Jacob Stellingwerf) afbeeldingen uit de eerste huurwoningen zijn bedoeld.
helft van de achttiende eeuw bewaard van zijn woonhuis (huisnummer 12,
het zogenaamde ‘Lycklama huis’, waar hij zich officieel tussen juni 1780 en 21) Idem, t 330, inv.nr. 337. De landerijen besloegen een oppervlakte van 30 ½
1781 vestigde) en van het ‘regthuis’(naar huidige maatstaven: gemeentehuis of pondematen [1 pondemaat was in dat deel van Friesland iets meer dan 0,3 ha].
secretarie, waar ook recht werd gesproken].
22) Tresoar, toegang 244-46, archief Hervormde gemeente Makkinga, Elsloo en
16) J. Faber, ‘Uit eersugt en om geld en eer en hoge staat’. De familie Bourboom, Langedijke, inv.nr. 2.
het succesverhaal van een Leeuwarder regentengeslacht temidden van tijdgenoten
(1651-1791), 48 (ontleend aan http://www.gemeentearchief.nl/PDF-bestanden/ 23) Het betreffende schilderij werd in 2004 en 2005 geveild bij veilinghuis Glerum;
uit_eersugt.pdf [artikel, verschenen in Aed Levwerd, VI-1997]). Elders (HCL, huidige verblijfplaats onbekend.
Klein-Consentboek d.d. 21 juli 1781, folio 57) wordt gerept van een bedrag van
320 goudguldens. Volgens hetzelfde boek verkocht hij dit goed drie jaar later 24) HCL, t 903, inv.nr. 5 en 6, alba studiosorum.
weer voor 286 goudguldens (2 juli 1784, folio71).
25) GrA, t 46, inv.nr. 4, album studiosorum 1698-1809.
17) Volgens de annonce in de Leeuwarder Courant van 1 januari 1785 zou dit
pand ‘by den Heere Grietman Knock als Eigenaar bewoont’ op een nog nader te 26) GrA, t 46, inv.nr. 46, recensielijsten.
bepalen moment ‘publieq by Strykgeld gepraesenteert worden te Verkopen’, maar
was het ook uit de hand te koop. 27) Overlijdensbericht in de Groninger Courant, d.d. 25 december 1801, de
Leeuwarder Courant, d.d. 30 december 1801, resp. 2 en 6 januari 1802, en in de
18) Tresoar, toegang 330, archief van de familie Van der Haer-Arnoldi en van Oprechte Haerlemse Courant, d.d. 31 december 1801.
aanverwante families, inv.nr. 340, actes d.d. 24 oktober 1784.
28) Nieuwe Nederlandsche jaerboeken, XXXIII, TWEEDE STUK ( november 1788)
19) Zoals bij de laatstgenoemde transactie uit noot 16 en bij de verkoop van drie 1701.
stukken greidland aan de Marsummerweg in 1785 (HCL, Groot-Consentboek
1785, resp. folio 23, 24 en 169). 7HET ORGEL 2012 | nummer 4


nen we slechts gissen. Mogelijk speelde zijn politieke voorkeur – hij was notariële acte werd Rinske Y. van Boelens op 7 oktober 1789 ‘ontslagen
behoorlijk prinsgezind en dat was lang niet iedereen in Friesland in deze van de maritale magt en voogdije van den gemelden haaren man (…)
tijd - daarbij een rol. voor den notaris Jan Nieuwenhuis en getuigen’.35) Na het overlijden van
Die oranjegezindheid liet hij duidelijk blijken toen hij op 7 augustus Knock vijf jaar nadien noemde zij zich niettemin wel ‘weduwe Knock’.
1788 de ‘geboortedag’ van ‘Hoogstdesselfs KONINKLYKE GEMAAL-
INNE, (…) te Leuwarden, met voorkennis van den Weldenkenden toen- KNOCK EN DE VRIJMETSELARIJ
maaligen Præsident Burgemeester Abelus Siccama, door op de Klok- N.A. Knock is actief geweest binnen de vrijmetselarij. Eerst in Gronin-
ken te speelen vierde, ofschoon door de Regeering van Leuwarden was gen, waar hij op 2 februari 1780 − aan het eind van zijn studietijd – als
besloten, dat er op dien dag geene openbaare Plechtigheden zouden ‘leerling’ toetrad tot de in 1773 opgerichte Loge ‘L’Union Provinciale’.
plaats vinden; zynde dit ook de eenigste plechtigheid geweest, dit dus Op 16 februari reeds werd besloten ‘om den Leerling Knock, uit hoofde
den weldenkenden Friesen, dubbel aangenaam moet zyn.’29) van desselfs anstaande vertrek tot Compagnon aan te nemen.’36)
Aldus werd hij een week nadien al gezel.37) Hij zou hier maar kort lid blij-
TESTAMENT EN SCHEIDING ven vanwege zijn benoeming als grietman van Ooststellingwerf, waar-
Een jaar later liet N.A. Knock een testament opstellen30), ‘uit overden- door hij naar Friesland vertrok.38)
king van de onzeekere uure des zeekeren Doods’; daarin wordt als zijn De laatste vergadering die hij in Groningen als lid meemaakte was die
woonplaats Leeuwarden genoemd. Hij was duidelijk niet in gemeen- op 13 maart 1780.39) Hij werd in Leeuwarden één van de vier burger-
schap van goederen getrouwd, want het grootste deel van zijn bezit- leden van ‘la Loge Militaire Ambulante de St. Jean de Jérusalem, sous
tingen en geld werden gelegateerd aan de beide kinderen, dan wel ver- L’emblème L´Esprit du Corps’.
wanten aan vaderskant.31) Hij verbood met nadruk het opstellen van Deze feitelijk ‘mobiele’ militaire loge was officieel opgericht in 177740)
een inventaris van zijn ‘na te laten goederen’, zodat we daardoor een te Kampen en (door verplaatsing van het betreffende legeronderdeel)
kijkje in zijn ‘huiselijke keuken’ mislopen. via Hoorn in 1781 Leeuwarden gevestigd.41) Knock verkreeg de rang
In een enige maanden later toegevoegd codicil vermaakte hij onder an- van ‘meester’ op 24 maart 1781.42) Op een bewaard gebleven ledenlijst
dere ‘aan de Heere Johan Gottlieb Nicolai, organist van de Groote Kerk van 1 april 1781 staat hij als ‘Grietman Knock’ bij de ‘Officieren’ en
te Zwolle mijn Forte-Piano musijcq-instrument, mijn zilver en voorts wordt hij verder aangeduid als ‘Orch. Mr.’ (Orchest Meester). Moge-
alle mijne geen uitgezonderde meubelen, die bij mijn overlijden zullen lijk duidt dat op de functie als leider van muziekuitvoeringen tijdens de
worden gevonden in mijne wooning en verblijf te Zwolle.’32) bijeenkomsten, in die tijd ook elders in Nederland niet ongebruikelijk
Hij had met Nicolai in 1787 het door Schnitger & Freitag herstelde orgel in loges.43)
in de Grote Kerk van Zwolle gekeurd33) en op 16 juli 1789 samen met
Nicolai (en Bovenkerk-organist Buys) het orgel in de Kamper Boven- 35) Bron als noot 20.
kerk geëxamineerd.34) Blijkbaar was die samenwerking Knock op het
persoonlijke vlak buitengewoon goed bevallen; hij zou Nicolai een jaar 36) GrA, toegang 426, archief van de Vrijmetselaarsloge ‘L’Union Provinciale’,
later steunen toen deze een conflict kreeg over diens vermeend slecht inv.nr. 9, Notulen van de Loge L’Union Provinciale Leerlingsgraad 2 Octbr. 1773 -
onderhoud van het orgel in de Michaelskerk te Zwolle. 26 Mart 1788, d.d. 16 februari 1780.
De relatie van Knock met zijn echtgenote verging het minder goed: bij
37) GrA, t 426, inv.nr. 46, naamlijst 1771-1917. Hij werd ingeschreven als ‘N.A.
29) Ommelander Courant, d.d. 13 maart 1789, fragment uit een verslag van Knok, I U st.’ De Loge vergaderde van 1775-1795 in de concertzaal (tot 1785
festiviteiten in de Martinikerk te Groningen. In de resoluties van het stadsbestuur eigendom van stadscantor Johan Philip Riedel) op het adres Poelestraat 30, in
van Leeuwarden werd van deze ‘daad‘ geen melding gemaakt. een pand dat in onze tijd tot voor enige jaren bekend stond als bioscoop ‘Het
Concerthuis’, momenteel ‘Images’, vgl. André Huitenga en Frans Westra, Het
30) Tresoar, t 330, inv.nr. 345, testament [d.d. 30 april 1789] en codicil [d.d. 12 Concerthuis. Geschiedenis van een Patriciërshuis en kleurrijk Volkspaleis in de
oktober 1789] van N.A. Knock. Uit de tekst blijkt dat dit testament een ouder Poelestraat (1325-2002) (Groningen 2002) 33. Riedel was zelf in 1775 ook
equivalent uit 1784 verving. Of hij tussen 1789 en 1794 nog een nieuwere versie vrijmetselaar geworden, evenals zijn knecht.
van zijn testament heeft laten opmaken, is niet bekend.
38) Hij zou later als ‘visiteur’ nog driemaal de Groninger loge bezoeken: op 15
31) Zijn vrouw legateerde hij slechts een relatief klein bedrag van 5000 januari 1783, 23 februari 1785 (‘als zijnde een kind van deze loge’) en op 29 maart
caroliguldens, met afzien door haar van verdere aanspraken op zijn nalatenschap. 1786. (bron: als noot 36, inv.nr. 5, Naamen van Viesieteuren 1772-1840, en inv.nr.
Wel had zij na zijn overlijden ten behoeve van de kinderen het vruchtgebruik van 9, d.d. 23 maart ). Het laatste bezoek komt elders nog nader aan de orde.
zijn nagelaten bezittingen, zoals blijkt uit latere stukken.
39) GrA, t 426, inv.nr .9, d.d. 13 maart 1780.
32) Zie ook: Henny Wullink en Frits David Zeiler, ‘Johan Gottlieb Nicolai (1744-
1801)[;] stadsmusicus en organist’, Het Orgel, 92/6 (juni 1996) 6-12, waar (op 40) [z.a.], De Resolutiën van de Groote Loge (Den Haag 1979)146. De nieuwe
pagina 10) ook al melding van deze bepaling uit het testament werd gemaakt. loge was ‘geaffecteert aan het Regiment Cavallerie van den Heere Grave van
Waar de (huur- of koop)woning van Knock zich bevond, is tot op heden Rechteren.’
onbekend (mededeling van Henny Wullink, Zwolle). Het is de vraag of dit deel
van het testament na Knocks overlijden in 1794, als deze versie van het testament 41) Deze informatie en die over de opvolgende loge ‘De Friesche Trouw’ werd
toen nog geldig was, ook daadwerkelijk is uitgevoerd, gezien het feit dat hij in de merendeels ontleend aan het archief van laatstgenoemde loge, aanwezig in HCL
jaren na het opstellen van dit testament in Kampen, dan wel Leiden was gevestigd (toegang 877). Inzage van het archief werd namens de loge verleend door dhr.
en het niet bekend is of hij toen zijn woonruimte in Zwolle nog had. Marius van den Berg te Leeuwarden. Overigens ging vrijwel het gehele oude
archief van de Loge verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niettemin kon
33) Bert Smit, De orgelmakers Frans Casper Snitger & Heinrich Hermann Freitag enige informatie worden ontleend aan: ‘De Friesche Trouw 1782-1982’, in: Thoth.
en de (Noord-) Nederlandse markt voor kerkorgels rond 1800 (Groningen 2003 ) Tijdschrift voor Vrijmetselaren, 33/1 (februari 1982), alsmede aan een map losse
(doctoraalscriptie) 109. aantekeningen, aangelegd door dhr. Y.N. Ypma t.b.v. diens bijdrage over de
geschiedenis van de loge in dit jubileumnummer.
34) Wullink en Zeiler, 10. Het orgel was door F.C. Schnitger jr. en H.H. Freytag
hersteld en aanzienlijk uitgebreid. 42) Tresoar, t 330, inv.nr. 336. Het mede door hem ondertekende document is
conform de maçonnieke tijdrekening gedateerd op ‘le 24me jour du 1e mois de la
8 HET ORGEL 2012 | nummer 4 lumière 5781’.

43) Vgl. Albert Clement, ‘Maçonnerie en muziek in de tijd voorafgaand aan de


Toen in 1782 het verblijf van het betreffende regiment in Leeuwarden note is (met de kinderen) steeds in Leeuwarden blijven wonen. In april
ten einde liep, werd mede door de achterblijvende leden de nog steeds 1788 blijkt Knock in Den Haag te verblijven.49)
bestaande loge ‘De Friesche Trouw’ gesticht.44) Knock was derhalve één In 1789 woonde hij te Leeuwarden, maar had hij ook een onderkomen
van de oprichters en werd toen benoemd tot ‘Officier’ en ‘2e Opsigter’, in Zwolle (zie de bepaling in het codicil van zijn testament). In 1790 en
in 1783 tot ‘Gedeputeerde meester’. In 1786-1789 stond hij genoteerd 1791 woonde hij in Kampen, in 1792 verbleef hij enige tijd te Amster-
als ‘Meester’. Hij werd daarna niet meer genoemd; kennelijk had hij dam.50) In hetzelfde jaar (1792) was hij in juli in Hoorn.51)
bedankt, exacte reden onbekend (mogelijk vanwege het veranderende Van zeker al medio oktober 1792 tot begin 1794 woonde hij in Leiden
politieke klimaat of zijn gewijzigde persoonlijke omstandigheden?). en stond hij er geboekt als ‘lidmaat’ van de Leidse universiteit.52) Hij
In 1790 en 1791 vinden we hem in Kampen terug als lid van de loge schreef zich daar op 22 november 1792 in als ‘Nicolaas Arnoldi Knok,
‘Le Profond Silence’. 45) Zijn intrede vond plaats op 24 november 1790: Roterodamo-Batavus, ann. 33, J.U.D’ in het Album Studiosorum, zon-
‘Alwaar naa behoorlyke voordragt tot nieuw lid (…) is aangenomen de der specifieke studierichting.53) Vermoedelijk deed hij dit, zoals veelvul-
broeder Nicolaas Arnoldi Knock thans hier woonagtig (…) [waarna] dig voorkwam, als ‘aanzienlijk man’, want hij wordt niet genoemd bij
de Broeder Knock met een fraaie redevoering zyne dank zegging heeft het personeel van de universiteit.54)
betuigd, wegens het voordeel van als lid (…) te zyn aangenoomen.’46) Op deze manier genoot hij privileges op financieel en juridisch terrein.
Hij heeft binnen de loge geen functie bekleed en heeft voor zover be- Misschien was hij in Leiden actief als zelfstandig jurist. Hij betrok woon-
kend alleen de bijeenkomsten bijgewoond op 29 december 1790 en op ruimte bij Abraham Liber ‘op’ de Haarlemmerstraat55). Daar stond hij
26 januari en 2 maart 1791. In 1792 bleek Knock te wonen in Leiden, ook nog geboekt in de twee volgende jaren.56) Hij reed er merkbaar een
waar hij op toetrad tot de loge ‘La Vertu’47): hij werd op 22 januari 1793 scheve schaats, getuige het verzoekschrift,57) ingediend bij de Acade-
voorgesteld als nieuw lid, de dag daarna ging de leden daarmee ak- mische Vierschaar van de Leidse universiteit [het eigen rechtsprekend
koord en op 24 januari legde hij de belofte van trouw af.48) orgaan voor universiteitslidmaten] door Helena de Meij − de werkster
Knock woonde er geregeld vergaderingen bij en meldde op 27 april van van zijn hospes − die een oplossing zocht voor de blijvende gevolgen
dat jaar dat ‘te Campen de illuminatien gebannen zijn uit alle loges’. Zijn van haar ‘vleeschelijke conversatie’ met Knock tijdens de Leidse kermis
naam komt voor het laatst op 18 december 1793 voor in de presentie- in 179358). Het levend bewijs daarvan was een zuigeling, op 23 februari
lijst bij de notulen. 1794 gedoopt in de Hooglandse Kerk, genaamd Willemina Arnoldina,
waarvan werd vermeld dat het een ‘onecht’ kind was van ‘Nicolaas
LAATSTE LEVENSJAREN
Het is vooralsnog niet precies bekend of hij in de jaren na zijn terugtre- 49) Tresoar, t.330, inv.nr. 343, adressering op een brief van de weduwe J.P.
den als grietman in 1788 nog maatschappelijke functies heeft vervuld, Lootens te Zierikzee.
en zo ja, welke en waar. Hij woonde (zoals we al zagen) in elk geval in
Zwolle, alsmede te Kampen en Leiden. In de laatste twee plaatsen ver- 50) Haarlem, Oud-Stadsarchief, Resoluties van de burgemeesters, 8 juni 1792 fol.
bleef hij lang genoeg om daar lid van de plaatselijke loges te worden. 35’-36’ [ uit een request van N.A. Knock om een concert te mogen geven in de
Hij lijkt een nogal ambulant bestaan te hebben geleid. Zijn (ex-)echtge- Grote Kerk]: ‘woonagtig te Amsterdam’.

Bataafse Republiek’, in: Paul van Reijen (red.), Hef aan ! Bataaf ! Beschouwingen 51) Hij zou daar op 20 juli een obligatie (‘twee duizend guldens Hollands courant’)
over muziek en muziekleven in Nederland omstreeks 1795 (Alphen aan den Rijn hebben getekend ten laste van een zekere D. v.d. Velden, die in 1797 (vergeefs)
1997) 54-76. De huidige ‘tempel’ in het gebouw van de loge in Leeuwarden bevat trachtte dit bedrag terug te krijgen (bron: Tresoar, t 330, inv. nr. 346, stukken
een pneumatisch orgel (Bakker & Timmenga, 1928, I/P/7). Of er in de daaraan betreffende afbetaling van schulden door Rinske Ypkje van Boelens, 1791-1817,
voorafgaande lokaliteiten van de loge muziekinstrumenten aanwezig waren, is brief d.d. 17 oktober 1797).
niet bekend.
52) Voor meer informatie over de wijze van inschrijving en de vraag wie
44) Als noot 40 [Resolutien], 169. allemaal ‘lidmaat’ konden worden van de academische gemeenschap in Leiden,
de voordelen van dat lidmaatschap, etc., zie de zeer leesbare dissertatie van
45) Mededeling mevr. Marijke de Vries, directeur Cultureel Maçonniek Centrum Martine Zoeteman-van Pelt, De studentenpopulatie van de Leidse universiteit
‘Prins Hendrik’ in Den Haag, onleend aan de centrale ledenkartotheek. 1575-1812.`Een volk op zyn Siams gekleet eenige mylen van Den Haag woonende’
(Leiden 2011).
46)Frans Walkate Archief Kampen, archief van de Vrijmetselaarsloge ‘Le
Profond Silence’, inv. nr. XII, map 1, Notulenboek 16 juli 1770 - 3 mei 1821, 53) Universiteitsbibliotheek Leiden, archief van Senaat en Faculteiten [ASF], inv.
vergadering 24 november 1790. Dit boek is nog het enig aanwezige archiefstuk nrs. 15 (Volumen Inscriptionem, 1755 - 1808) en 507 (Album Studiosorum 1755-
uit de achttiende eeuw. Aangezien het mij niet mogelijk was zelf het archief te 1808).
raadplegen, werden de gevraagde gegevens namens de loge voor mij verzameld
door mevr. dr. Iet Erdsieck te Kampen. (waarvoor hartelijk dank). Het was de 54) Vgl. Ronald Sluijter, ‘Tot ciraet, vermeerderinge ende heerlyckmæckinge der
tweede keer, dat Knock lid werd van een loot van de militaire loge ‘L’Esprit du universiteyt’. Bestuur, instellingen, personeel en financiën van de Leidse universiteit,
Corps’ (waarvan hij in Leeuwarden ook lid was geweest). Informatie over de 1575-1812 (Hilversum 2004) (dissertatie) 284 -314. Knock wordt hier niet
begintijd van de loge in Kampen (en de jaren dat Knock daar lid was) is te vinden genoemd in de lijsten met docenten en ander personeel in de betreffende periode.
in: I. Erdsieck, Maçons met mededogen (Kampen 2009) in het bijzonder 16-39.
55) Abraham Liber was op 20 oktober 1792 ook een van de getuigen die de
47) Regionaal Archief Leiden [RAL], toegang 1297, archief van Vrijmetselaarsloge verkoopactie van het ‘Huis’ te Leeuwarden ondertekende (bron: als noot 20).
‘La Vertu’, notitie in het Constitutieboek. Met dank aan dhr. A.J.M. Alink te Leiden
voor deze informatie. In deze notitie heet Knock afkomstig te zijn uit Rotterdam, 56) ASF, inv.nr. 161, Recensielijst 1790-1795.
maar daarmee wordt de plaats van geboorte bedoeld.
57) Nationaal Archief Den Haag, toegang 3.03.06, archief van de Academische
48) RAL, t 1297, inv.nr. 109, notulenboek 1768-1800. Op 24 januari 1793 betaalde Vierschaar Leiden, inv.nr. 31, civiele zaken, d.d. 24 februari 1794, fol. 206v en
hij tegelijk ook het ‘Liedschapt’ (de lidmaatschapsbijdrage) van f 10.10.- (t 1297, 207 [deels geciteerd in Zoeteman-van Pelt, 386]. De volledige tekst staat bij de
inv.nr. 191, kasboek 1783-1822). Zijn naam wordt ook eenmaal genoemd in samenvatting van dit artikel op www.hetorgel.nl.
inv.nr. 144, Nootele Boeck der Ecossoischap [notulen van de comparities in de
(hogere) Schotse graden 1768 -1808]. 58) Valt de Leidse kermis tegenwoordig samen met Leidens Ontzet op 3 oktober,
vroeger werd deze kermis gehouden op de acht dagen na Hemelvaart. Op 3
oktober was er toen slechts een vrijmarkt waar iedereen mocht handelen in
allerhande levensmiddelen en goederen. (Naar mededelingen van André van
Noort, Regionaal Archief Leiden.) In 1793 viel Hemelvaart op 9 mei (A.M.
Overwater, De Tijdgids. Zakkalender voor 16 eeuwen, Franeker 1994, 26).

9HET ORGEL 2012 | nummer 4


Arnoldes Knok’ en Helena de Meij.59) Amsterdam gepubliceerde bundel vierhandige composities, welke is
Of het op de dag daarna behandelde verzoekschrift ook het voor de opgedragen aan Knock: ‘SIX DIVERTISSEMENTS Pour le CLAVECIN
moeder gewenste resultaat opleverde, is niet bekend. Het verzoek- OU PIANO FORTE a Quatres Mains Dediés À MONSIEUR ARNOLDI
schrift was nodig omdat haar overleg met Knock over genoegdoening KNOCK Amateur de Musique à Leuwarden, par son tres humble Ser-
zijnerzijds niet tot bevredigende resultaten had geleid, waarna hij ziek viteur J.A. JUST, Maitre de Musique de S.A.R. Madame la Princesse d’
was geworden en vervolgens was overleden. Hij blijkt gestorven te zijn Orange a Nassau &c.&c.&c. OEUVRE XII.’65)
op 14 februari 1794.60) De plaats van overlijden is niet bekend en even- Mogelijk hebben Just en Knock deze stukken ook wel eens samen ge-
min waar hij is begraven.61) speeld.

KNOCK EN DE MUZIEK Welke relatie Knock als student in Groningen had met de veel oudere
Knock moet een talentvol amateurmusicus zijn geweest. Al tijdens zijn organisten J.W. Lustig en J.H. Tammen is niet precies bekend. Lustig
schooltijd in Leeuwarden bespeelde hij diverse instrumenten, zoals on- kende Knock wel, hij heeft hem in ieder geval horen spelen. Hoewel zelf
der andere blijkt uit een fragment van een verjaardagsgedicht door zijn professional, had hij over ‘liefhebber’ Knock toch een zeer positief oor-
oom Barold Johan Knock in 1776:62) deel, getuige zijn reactie in 1786 op de opmerking van Charles Burney
dat deze in Rotterdam weinig muzikaals had aangetroffen: ‘Ja, had hij
‘Mocht ik verleden jaar op uw verjaardag zingen, de hoogedelgestrenge heer mr. N. Arnoldi Knock, thans rechter in Oos-
Ik vind mij weer genoopt mijn plicht nu te volbringen. teradeel [sic], daar in zijn geboorteplaats [=Rotterdam] aangetroffen en
Hoord ik voorleden jaar het aangenaam geluid, op het klavier of op het orgel horen fantaseren, dan was hem (…) door
De zoete melodij van bas, fiool en fluit, een dilettant van eerste klasse nog meer plezier verschaft.’66)
Den clavecimbaal daar gij meesterlijk op speelde Een opmerkelijk compliment voor een zo kritisch iemand als Lustig!
En daar met ons gehoor, ja onze zinnen streelde. Hiermee wat in tegenspraak en enigszins raadselachtig lijkt zijn eerdere
Men hoort hier niet meer zulk aangenaam muzijk, commentaar in verband met het voornemen om (in zijn plaats) Knock
Want in deez’ edele konst is niemant u gelijk.’ te vragen het nieuwe Hinsz-orgel in Roden in 1780 in te spelen:
‘[ik] wilde ook den Heere Knok gaarne het vermaak gunnen, zyne ga-
In een gedicht bij gelegenheid van zijn huwelijk in 1781 werd over hem ven te laaten hooren, te meer, daar [ik] genoegzaam vooraf wist, dat
opgemerkt:63) ‘die nergens in Musyck, Die eedle kunst vond zyn gelyk.’ [hij] wegens eenig gebrek van syn natuurlyk (niet muzikaal) gehoor, op
Thuis en bij zijn grootouders in Leeuwarden waren kennelijk diverse ´t orgel, van de uitmuntende kanzel-rede, weinig zoude konnen ver-
muziekinstrumenten aanwezig, waarop hij naar hartelust kon oefenen staan, en in groote, aanzienelyke geselschappen niet wel passe.’67) Hoe-
en spelen. Het clavecimbel speelde al vroeg een hoofdrol, zie ook de wel dit een negatieve kwalificatie lijkt of een teken dat de onderlinge
afbeelding op het schilderij van de jonge Knock. Later (in 1789) had verhouding niet bijster goed zou zijn68), duidt het er mijns inziens eerder
hij een pianoforte, wellicht als opvolger van een mogelijk voorheen in op dat het met Knocks muzikale gehoor wel goed zat, maar dat hij mo-
eigen huis aanwezig clavecimbel. Het is niet zeker van wie (en waar en
hoelang) hij tijdens zijn jeugdjaren en daarna muziekles heeft gehad. hij behalve (haar) muziekmeester ook lid was van de hofkapel en een vruchtbaar
Hoge ogen gooit in elk geval de aan het stadhouderlijk hof in Den Haag componist. Hij gold in zijn tijd tevens als een voortreffelijk klavierspeler.
werkzame Johann August Just (circa 1750 - december 1790; leerling
van Johann Philipp Kirnberger)64), gezien diens in 1781 in Berlijn en 65) In de Amsterdamsche Courant werd al op 19 september, 21 september en
2 november 1780 door uitgever J.J. Hummel gemeld, dat ‘Onder de pers’ was:
59) RAL, klappers op de doopregisters. JUST 6. Son. À 4 Mains op 12 à f 4:-’. Een exemplaar van de bundel (27 pagina's)
is aanwezig in de Bayerische Staatsbibliothek (Musik-Abteilung), cat.nr. 4 Mus.
60) Tresoar, t 330, inv.nr. 41, Register van portretten van de familie Arnoldi en pr. 62290. Dit opus 12 was ook aanwezig in de verzameling van de musicoloog
aanverwanten, met aantekeningen van Bonifacius van der Haer, circa 1810. Op J.W. Enschedé (P.C. Molhuysen en P.J. Blok, Nieuw Nederlandsch biografisch
een kladje staat ‘N A Knock overl. half febry 1794’, waarbij ‘half’ is doorgestreept woordenboek, deel I (Leiden 1911) 1236-1237, met nadere bijzonderheden over
en vervangen door ‘14’. Johann August Just). Just droeg vaker werken op aan leerlingen ‘van niveau’. Zo
bezit ik een exemplaar van opus 3, Six Sonatines Pour le Clavecin, a l’usage des
61) Sommige bronnen vermelden (zonder opgave herkomst) Makkinga, andere Commençans, met daaraan toegevoegd ‘Air Lison dormoit dans un bocage, variée
Leeuwarden (CMC, Den Haag). Hij is in elk geval niet overleden en/of begraven Pour le Clavecin Dediée a Madame Pabst, né Hop à Amsterdam.’ (Rijksbaronesse
in Leiden en Leeuwarden. In Makkinga (en in het archief van de Hervormde Sara Agatha Hop, 1753-1776, op 15 juni 1773 getrouwd met Jonkheer Johan
gemeente aldaar) zijn geen gegevens voorhanden waaruit blijkt dat overlijden en/ Maurits van Pabst van Bingerden, ‘secretaris van Amsterdam’).
of begraven daar heeft plaatsgevonden.
66) Charles Burney, Muzikale reizen. Kroniek van het muziekleven in de 18de eeuw
62) Tresoar, t 330, inv.nr. 331. (Antwerpen/Baarn 1991) 261 (voetnoot Lustig). Dit is een moderne bewerking
van de Nederlandse vertaling door J.W. Lustig [getiteld: Rijk gestoffeerd verhaal
63) Tresoar, t 330, inv.nr. 334, gedicht door J. Heringa. van de eigenlijke Gesteldheid der hedendaagsche Toonkonst (Groningen 1786)] van
het boek van Burney: The Present State of Music in Germany, The Netherlands, and
64) Het contact van Nicolaas Arnoldi Knock met Just kan tot stand gekomen zijn United Provinces (Londen 1773-1775).
dankzij de nauwe banden van zijn grootvader Nicolaas Arnoldi (bij wie Nicolaas
immers tijdens zijn schooltijd in Leeuwarden woonde) met de stadhouderlijke 67) Drentse Archieven (Assen), toegang 0616, Huisarchief Mensinge te Roden,
families van Willem IV en V (zie ook noot 3). Bijzonderheden over Just en inv.nr. 301, documenten over de bouw van het orgel te Roden. In facsimile
zijn plaats als musicus aan het hof en in de hofkapel (periode oktober 1767 - ook afgedrukt in: Thijs den Os, De totstandkoming van het Hinsz-orgel in de
december 1790), zijn te vinden bij Monique de Smet, La Musique à la cour de Catharinakerk te Roden (Elburg 2007) (donateurspublicatie nr. 66 van de Stichting
Guillaume V, Prince d’Orange (1747-1806) (Utrecht 1973) met name 42-128. Zie tot behoud van het Nederlandse orgel) 22.
over Just ook Dick van Heuvel en Frits David Zeiler, ‘Biografieën’ [Just, Johann
August] in, Van Reijen, 157-159. Just kwam in 1767 met Wilhelmina van Pruisen 68) Vgl. K.P. Timmer, ‘De ontstaansgeschiedenis van het Hinsz-orgel in Roden´,
(bij haar huwelijk met stadhouder Willem V) mee naar het hof in Den Haag, waar Nieuwe Drentse Volksalmanak 2008, 99.

1 0 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Het titelblad (origineel 24,97 x 34,9 cm) van de aan N.A. Knock opgedragen vier- groep musici. Was hij in Groningen somtijds betrokken bij de muzika-
handige Divertissements van Johann August Just | Repro: Münchener Digitalisie- le omlijsting van academische plechtigheden, zoals promoties?71) Dat
rungsZentrum - Bayerische Staatsbibliothek, München Knock de capaciteiten had om bij belangrijke officiële gelegenheden
een groot ensemble te dirigeren, blijkt uit twee voorbeelden.
gelijk een (partieel) gehoorprobleem had69), met name met gesproken Allereerst was hij actief op 22 en 23 september 1785 tijdens het Tweede
woord in grotere groepen mensen en in een grotere ruimte. Misschien Eeuwfeest van de Hoogeschool te Franeker.72) Dat werd uitgebreid ge-
ook lagen zijn sterke kanten eerder bij het vrij musiceren en improvise- vierd in aanwezigheid van ‘haare K. Hoogheid73), Vorstelijke Spruiten,
ren dan bij het passend begeleiden van de gemeentezang. en hooge Collegien’ (d.w.z. het Stadsbestuur, Gedeputeerde Staten en
Curatoren en Professoren van de Hoogeschool).
MUZIKALE ACTIVITEITEN Bij het betreden van de Franeker Martinikerk ‘wierd er telkens een
Knock zal als student in Groningen vermoedelijk geregeld op het schoon en heerlijk musiek gehoord, door circa vijftig van uitgelezene
Schnitger-orgel in de Academiekerk hebben gespeeld en op die manier Musikanten, onder directie van de heeren N.A. Knock en W. Tammes74)
Tammen beter hebben leren kennen.70) Heeft hij les van hem gehad? beroemd Klokkenist te Groningen.’ Ofwel: telkens als een deel van het
In elk geval heeft hij met hem samengewerkt bij muziekuitvoeringen, hoge gezelschap de kerk betrad, ‘liet zich een keurig en verrukkelyk
zoals in Franeker (zie hierna). Mogelijk heeft hij van Tammen (die ook musyk hooren door een rey uitgezogte Musikanten, onder de Directie
‘campanist’ was) geleerd hoe een beiaard te bespelen, zie het eerder van den Hoog Edelen Gestrengen Heere Mr. N. Arnoldi Knock Grietman
genoemde ‘klokkespel’ in 1788 te Leeuwarden. van Ooststellingwerf, geadsisteerd van den Heer … Tammes, beroemd
Daarnaast heeft hij enkele malen samen met Tammen orgels gekeurd Organist en Klokkenist te Groningen, uit verscheidene plaatsen van Ne-
(o.a. te Sneek). Hij werd bij de vrijmetselaars in 1781 al ‘Orchest Mr.’ derland verzameld, die alle geplaatst waren op een daar toe opgerigt
genoemd en was dus kennelijk toen capabel voor het leiden van een Orchest [= podium], voor het Orgel, en regt tegen over de Vorstelyke
Personen.’
69) Volgens een door de auteur geraadpleegde arts kan het een aangeboren Na deze ‘voormusiek’ volgde een rede in twee delen door de Rector
afwijking zijn geweest, maar ook het begin van doofheid. Magnificus, ‘houdende tusschen beiden een weinig ruste, in deze tijd
werd er een fraij Airtie door een beroemde Zangeres, door instrumen-
70) Johannes Henricus Tammen (1733-1809), wiens achternaam soms werd ten geaccompaigneerd gezongen.’
verbasterd tot ‘Tammes’, was in Groningen vanaf 1759 tot zijn dood beiaardier Na een volgende redevoering ‘begon de musiek zich [opnieuw] te laaten
van de Martinitoren; daarnaast was hij organist van het Schnitgerorgel in de hooren, [en begonnen] de klokken te luiden’, waarna het feestelijke ge-
Academiekerk. Hij heeft heel wat orgels gekeurd in Friesland en Groningen van zelschap zich naar het Stadhuis begaf. Later was er een feestelijk banket
orgelmakers als Hinsz, Wenthin, Lohman en Schnitger & Freytag. Daarnaast voor honderd personen in de Academie.
verkocht hij muziekinstrumenten en bladmuziek. In voorbereiding is een apart De dag daarna volgde de feestelijke promotie van drie personen. Bij het
artikel door de auteur over Tammen, zijn rol als organist en orgeldeskundige. betreden van de kerk ‘wierd er weder gelijk de voorigen dag een fraij
musiek gehoord.’ Van de festiviteiten bleef een uitgebreide eindafreke-
ning bewaard, opgesteld in 1786,voor een totaalbedrag van f 12933,15,
waarvan ‘( …) aan dejeunées, leverancie van wijnen, selserwater, Loge-
ment van den Heer Grietman Knock, den Heer Tammes, domestiquen
etc. alsmede op ordre van den Heer Knock aan 36 muziekanten een
maaltijd gegeven te zamen bedragende eene somma van f 798-10.’75)
Hij vergat zijn medewerkers dus niet.

In 1789 was Knock als organist en dirigent actief bij festiviteiten in

71) In de Broer- of Academiekerk werd bij diverse academische plechtigheden
gemusiceerd, met welke regelmaat is niet bekend. Het orgelbalkon bood toen voor
uitvoerenden meer ruimte dan tegenwoordig. Volgens Peter van Dijk, adviseur bij
de laatste orgelrestauratie, is bij de overplaatsing van het Schnitger-orgel in 1815
naar de Der Aa-kerk de afstand tussen de kassen van Hoofd- en Rugwerk met
zeker een halve meter verkleind.

72) [z.a.], Verhaal van het tweede Eeuw-feest van Vrieslands Hooge School te
Franeker. Plegtig gevierd op den XXII van Herfstmaand MDCCLXXXV [Franeker
1785]; zie verder ook het verslag in de Leeuwarder Saturdagse Courant, d.d. 24
september 1785, resp. Leeuwarder Woensdagse Courant van 28 september 1785.

73) Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van stadhouder Willem V.

74) Hier in Franeker zal Knock het gelegenheidsensemble hebben gedirigeerd en
zal Tammen een deel van de begeleiding (als continuospeler en/of op het orgel)
voor zijn rekening hebben genomen.

75) Bron: D. Cannegieter, ´Eene oude rekening (Tweede Eeuwfeest der Franeker
Academie)’, in: Friesche Volksalmanak 1887, 18-14 (met name pag. 14).

1 1HET ORGEL 2012 | nummer 4


Groningen ter gelegenheid van de verjaardag van prins Willem V:76) Noordzijde van het schip van de r.-k. Broerkerk (de voormalige Academiekerk)
‘Groningen den 12 Maart. De geboorte Verjaaring van Zyne DOORL. in Groningen, opname uit 1880 door Fr. Von Kolkow en Co. (Groningen). De Pro-
HOOGHEID, NEERLANDS GELIEFDEN ERFSTADHOUDER, wierd hier fessoren Gang, waar Knock woonde, lag recht tegenover de ingang in de noord-
den 9 dezer, met zeer veel plechtigheden gevierd. Nadat de Parade met wand van het schip. Collectie: Groninger Archieven
veel Luister was opgetrokken, liet zich den Heer Nicolaas Arnoldi Knock
J.U.D., wiens uitmuntende Gaven op het Orgel, in ons Gemeenebest be- In januari 1790 werd hij vanuit Kampen in De Boekzaal omschreven
kend genoeg zyn, op het Orgel der Groote of Martini Kerk hooren en als ‘den in dit vak [van organist] mede beroemde kenner, en tot eene
bewees voor Zynen DOORLUCHTIGEN VORST niet minder Eerbied te ongemeene hoogte gevorderden liefhebber en uitoeffenaar’.78) Enige
hebben, dan voor Hoogstdesselfs KONINKLYKE GEMAALINNE, wier jaren na zijn overlijden werd nog over hem opgemerkt: ‘(…) zijnde zeer
Geboortedag, voorn. Heer, den 7 Aug. van het voorleede Jaar, te Leu- beroemd geweest, wegens zijne grote bedrevenheid in de muzijk, en
warden, met voorkennis van den Weldenkenden toenmaaligen Præsi- bijzonder al wat het orgelwerk betreft.’79)
dent Burgemeester Abelus Siccama, door op de Klokken te speelen vier- Van enkele orgelconcerten door Knock in 1792 zijn aankondigingen
de, ofschoon door de Regeering van Leuwarden was besloten, dat er op bekend, daarover later meer.
dien dag geene openbaare Plechtigheden zouden plaats vinden; zynde Als ‘liefhebber’ en ‘dilettant’ probeerde hij op veel orgels te spelen, zo-
dit ook de eenigste plechtigheid geweest, dit dus den weldenkenden wel oudere instrumenten, zoals het orgel in de Bovenkerk te Kampen,
Friesen, dubbel aangenaam moet zyn. – De Namiddags ten 2 uur was dat hij meermalen moet hebben bespeeld80), als destijds nieuwe, zoals
er ten voordeele der Nederduitsche Armen, in de Academie Kerk onder het Hinsz-orgel te Roden uit 1780. In hoeverre hij zich ook de toen
Directie van voorn. Heer Knock, een groot Concert Vocal en Instrumen- gangbare literatuur op het gebied van de orgelbouw aanschafte, is niet
tal in de volgende Orde: De Entree was Wilhelmus, met Pauken, Trom- bekend, maar hij zal in het bezit zijn geweest van de Dispositien van
petten en Clarinetten; voorts 2 Symphonien a Grand Orchestre; hierna Hess, waarvan hij immers voor een vervolg en aanvulling zorgde (zie
heeft zich den Heer C.G. Klamberg, Piqueur van het Lyf Regiment van deel 2 van dit artikel).
Zyne Doorlucht. Hoogheid, Orange Friesland, op eene verrukkende N.A. Knock kreeg spoedig naam als orgeldeskundige. De door hem ver-
wyze laaten hooren, zingende een zeer fraaye Aria; vervolgens wierd zamelde orgelgegevens vonden hun neerslag in zijn Dispositien. Ook na
wederom als boven gemusiceerd. Hierna hoorde men met ongemeen het verschijnen daarvan probeerde hij zijn kennis verder te vergroten.
genoegen, den bovengenoemde Heer N.A. Knock op het Orgel, eenen Zo informeerde hij in 1788 bij de weduwe van de Zierikzeese organist
zeer geruimen tyd speelen. Vervolgens was de 2e Acte van dit Concert
in de volgende orde geschikt: op eene Symphonie a Grand Orchestre,
volgde een Trio Vocaal uit de Opera van Felix, gezongen door den kun-
digen Heer Masch, de Juffrouwe Heuser, en den Heer Heuser; en, na het
executeeren van noch een Symphonie, eindigde dit fraay Musicq zo als
het begon, met Wilhelmus – Ten half 6 uuren paradeerden de Burger
Wachten en Militairen, en deden de gewoone Salvoos, terwyl by tus-
schenpoozing, het Klokke spel, en Trompetten wederom het oud, maar
nochtans niet verouderd Wilhelmus &c. lieten hooren – Ten 8 uur, half
9 en 9 uur, wierden de Canonnen van de Stads Wallen gelosd, en voorts
die dag, met het afsteeken van Vuurwerken, het houden van een Bal, en
vreugde Maaltyden, tot blydschap van alle, die billyke achting voor het
DOORLUCHTIG HUIS VAN ORANGE voeden, in de geregeldste orde
doorgebragt.’
De genoemde ‘Nederduitsche Armen’ werden van de collecte ‘by ’t
houden van eenig muziek’ door Knock en consorten, ’s middags in de
Academiekerk, ‘Veertien guldens, tien stu[i]v[er]s en ses duiten’ rijker.77)

KNOCK EN HET ORGEL
Een functie als organist heeft Knock – voor zover bekend – nooit ge-
had, hij bespeelde het orgel ‘uit Liefhebberij’, louter voor zijn genoegen.
Hij moet niettemin spoedig naam hebben gemaakt, gelet op bovenge-
noemde uitspraak dat zijn ‘uitmuntende Gaven op het Orgel, in ons Ge-
meenebest bekend genoeg zyn.’

76)Volgens het verslag van dit festijn in de Ommelander Courant, d.d. 13 maart 78) Als geciteerd in Smit, De orgelmakers Frans Casper Snitger & Heinrich
1789. Hermann Freitag, 22.

77) ‘GrA, toegang 1329, archief van de diaconie der Hervormde Gemeente 79) J.A. de Chalmot, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel I
Groningen, inv.nr. 554, inkomsten en uitgaven 1788-1789, d.d. 9 maart 1789. (Amsterdam 1798) 347.
Blijkens de aankondiging van dit concert in de Groninger Courant van 3 maart
1789, bedroeg de entree een ‘zestehalf’ (5 ½ stuivers). 80) Smit, De orgelmakers Frans Casper Snitger & Heinrich Hermann Freitag, 22.

1 2 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Het orgel in de Hervormde Kerk te Burgum, dat in 1788 mede gekeurd de brief) de nieuwe Van Dam-orgels in Oldeboorn (1779) en Burgum
is door Knock en door hem ook is bespeeld tijdens de ingebruikneming (1788, samen met organist H.B. Idzerda uit Grouw83)) en herstelwerk
Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed door Van Dam in Sneek (1780). In elk geval heeft hij daarnaast nieuwe
instrumenten gekeurd in Langweer (Van Dam, 1784), Sneek, doops-
en uitgever J.P. Lootens nog naar een exemplaar van de door hem uitge- gezinde kerk (A. van Gruisen, 1786; keuring samen met G. Muizelaar),
geven ‘beschreyvingh’ van het orgel in de Grote Kerk van Zierikzee.81) Wiewerd (Rudolph Knol, 1788; keuring samen met ‘G.[=S?] de Vries,
Knock was ook actief met het keuren van gerepareerde of nieuwge- organist te Leeuwaarde’84)), Heerenveen (A. van Gruisen, 1790; inspe-
bouwde orgels. Hoe hij daarbij te werk ging, is niet bekend. Mogelijk ling door Sybe de Vries uit Leeuwarden85)), Kampen (178986)) en Zwolle
heeft hij daarvoor aanvankelijk zijn ogen en oren de kost gegeven bij (1787, samen met J.G. Nicolai87)).
J.H. Tammen, die al langer ervaring op dit terrein had en met wie hij bij Mede als gevolg van grote problemen die Lambertus van Dam in 1780
zijn eerstbekende keuringen (Oldeboorn en Sneek) ook samenwerkte. had met een reparatie van het Schnitger-orgel in de Martinikerk in
Kwam hij in het ‘kielzog’ van Tammen mee (in Oldeboorn bijvoorbeeld Sneek (zie later), raakte deze na het negatieve oordeel daarover door
wordt hij niet officieel genoemd als examinator) en heeft hij Tammen in de examinatoren (onder wie Knock) ook de vervolgopdracht kwijt van
Friesland geïntroduceerd? deze door hem in 1779 begonnen reparatie en ook die van het orgel in
Volgens eigen zeggen in september 1793 had hij [Knock] tot dan toe Oosterend.88)
al 16 instrumenten geëxamineerd82), waaronder (zoals blijkt uit dezelf- In de rol van examinator werd Knock voornamelijk bekend in Friesland
en aangrenzende gebieden. Daarbuiten was hij niet of nauwelijks be-
81) Tresoar, t 330, inv.nr. 343, brief van de weduwe Lootens, d.d. 28 april 1788. kend, zoals ook blijkt uit de volgende episode.
Het betrof hier ongetwijfeld het boekje van haar zwager Willem Lootens,
Beschryving van het oude en nieuwe Orgel in de Groote- of St. Lievens Monster- DE KWESTIE ‘WASSENAAR’
Kerk der Stad Zierikzee (Zierikzee 1771). Door het overlijden van haar man was Dat Knock niet overal als orgeldeskundige altijd welkom was, blijkt uit
ze ’blijven sitten met twee kinderen’ en verkeerde ze financieel in een ‘bedroeve de gebeurtenissen in 1793 rond het orgel in de dorpskerk te Wassenaar.
staedt’. Ze wilde wel een exemplaar van het gevraagde boekje toezenden, maar A.A. Hinsz had daar in 1769 een éénklaviers instrument gebouwd89),
wist niet wat ze er voor moest vragen en hoopte op een passende vergoeding dat door Lambertus van Dam in 1792 was uitgebreid met een rugwerk;
door Knock. Ze had ‘noch verschijde boekiens dogh niet ingebonden, maer als het was gekeurd door de Leidse organist C.F. Ruppe.90)
ick magh weete ofte UE dat oock geliefde soos al het mijn plisier weeze van te
moogen weete [,] hebbe oock noch verschijde stucke van musieck[,] was t dat sijn van brieven, uitgegaan van de kerkpatroon en baljuw van Wassenaar betreffende
Edele daer spiculaesie in hadde soude ongetwijffelt groot plis[ier] weesen om van gebreken aan het rugpositief van het orgel, 1793, brief d.d. 6 september 1793.
het een met het ander af te helpe. Want weete daer nu hier te lande geene ocaesie
toe soo laete ick het alle aen seijn Edele over om mijn daer van af te helpe. (…..) 83) AANTEKENINGEN bij DISPOSITIEN der merkwaardigste Kerkorgelen in
ick sal altijd tijdingh verwachte ofte UE dit boekie aenstadt en alsUE het goedt de Provintien VRIESCHLAND GRONINGEN en elders zijnde een vervolg op
vindt soo sal [ik] het ander alle bij malcander doen en soo toesenden.’ Of Knock het Werk van J. Hess door N.A. KNOCK vervolgd en bijgevoegd door GEORGE
haar op de gevraagde wijze heeft geholpen is niet bekend. HENDRIKUS BROEKHUYZEN Senior en JAN ZWART, Kampen 1973, 10.

82) Huisarchief Archief Twickel, inv.nr. 7994, Brieven, ingekomen en minuten 84) G.H. Broekhuyzen Senior, Orgelbeschrijvingen (Amsterdam 1986) 843.
Dit gegeven zal zijn ontleend aan De Boekzaal, juli 1788, 139-142, waar een
uitgebreid bericht staat over de ingebruikneming van het nieuwe Knol-orgel.
Behalve Knock (‘zowel kundig in de behandeling als beproeving van Musikaale
Instrumenten’) wordt hier genoemd G. de Vries, ‘voornaam organist en
Klokkenist te Leeuwarden’.

85) Het orgel heet hier geëxamineerd te zijn door Sybe de Vries (Leeuwarden)
en Gosling Jans (Dokkum), ‘ten overstaan van Nicolaas Arnoldi Knock.’ [bron:
Jan Jongepier, Frieslands orgelpracht I (Sneek 1970)]. Dit gegeven is ontleend aan
het artikel ‘bericht van het Orgel te HEERENVEEN’, in De Boekzaal, deel 151,
december 1790, 739-742, waar (op pag. 741) ook wordt gemeld dat Knock moest
getuigen, ‘dat, niettegenstaande zyn Hoog Ed. reeds veele Orgels had onderzogt,
echter hy nog geen had bevonden, ’t welke zo ter eere strekte van deszelfs Maker,
te meer daar die nog vervaardigt had verscheydene dingen tot deszelfs versiering
en meerdere volmaking, waartoe hy volgens ’t gemaakt bestek niet eens verpligt
was.’

86) W.J. Dorgelo Hzn, Albertus Anthoni Hinsz, Orgelmaker, Augustinusga, 1985,
99.

87) Smit, De orgelmakers Frans Casper Snitger & Heinrich Hermann Freitag, 108
en 109.

88) Zie ook A.H. Vlagsma, De Friese orgels tussen 1500 en 1750 (Leeuwarden
2003) 403.

89) Zie huisarchief Twickel, inv.nr. 7992, Stukken betreffende de bouw van een
orgel door Albertus Antony Hinsz, 1767-1769. Zie ook in hetzelfde archief inv.
nr. 7996, Bestek voor een nieuw orgel van de orgelbouwer P. van Assendelft (18e
eeuw).

90) Huisarchief Twickel, inv.nr. 7793, Stukken betreffende de uitbreiding van het
orgel met een rugpositief, 1791-1792, (…), verklaring d.d. 16 december 1792.
Ruppe omschreef zichzelf als ‘Capelmeester aan ’s Lands Universiteit te Leijden
en organist van de Lutherse Kerk van gemelde Stad.’ Meer informatie over hem is

1 3HET ORGEL 2012 | nummer 4


Het Hinsz-orgel in de dorpskerk te Wassenaar, met het Rugwerk van Lambertus van Dam (1792) | Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Over het verzoek van Knock in 1793 om het vergrote orgel te mogen (begin juli) in Leeuwarden gehoord van ‘eenen sekeren Orgelmaker;
bespelen, ontstond enige discussie, waarvan de neerslag deels nog als buiten Leuwarden woonachtig’ en ‘een sekere Organist, die selfs met
correspondentie aanwezig is in het Huisarchief Twickel.91) Hieruit blijkt de Heer Rouppe correspondentie heeft in het debyteeren van muzyk’,
onder andere dat Knock voordien het orgel in de oude toestand reeds dat er werd beweerd dat het Rugwerk van Van Dam volstrekt niet be-
tweemaal ‘met veel genoegen’ had bespeeld. Gezien de opmerking over antwoordde aan het bestek en dat er aan dat Rugwerk niets goeds was.
Lambertus van Dam ‘als voor een goed gedeelte in desselfs vervaardi- Hij kon ook niet geloven dat volgens dezelfde geruchten Van Dam ge-
ging deel gehad hebbende’, had deze in 1769 meegewerkt aan de bouw vraagd zou hebben hem [Knock] niet bij het orgel toe te laten omdat hij
en plaatsing van het instrument in Wassenaar. Om die reden zal men dan stellig de gebreken zou ontdekken. Ruppe zou die mankementen
hem na de dood van Hinsz hebben benaderd voor de uitbreiding van niet openbaren en de gemeente wel wijs maken dat het orgel juist zeer
het orgel. goed was!
Knock vroeg op 30 augustus 1793 vanuit Leiden schriftelijk toestem- Daarom wilde Knock spoedig eens naar Wassenaar wandelen om het
ming aan de graaf, respectievelijk baljuw van Wassenaar om het ver- orgel een half uurtje te kunnen bespelen, ‘sonder dat ik begeer het bin-
grote instrument te mogen bespelen. Hij had namelijk kort tevoren nen werk te sien; Want ik twyfel niet, of [ik] sal het werk goed bevinden;
en daar de Orgelmaker van Dam een vriendt van mij is; zo ben ik als
onder andere te vinden in: Jan A.F. Doove en J. Luc Knödler, Een ding van Parade. vriendt verpligt (om hem van die laster; die hem te laste wordt gelegd;
400 jaar muziek binnen de Leidse universiteit, Leiden 1775, 22-32 en 72-86. als of er veele gebreken; ja selfs ondeugend het orgel was) te bevryden.
Ten tweeden; ben ik sulks verpligt; om mijn eigen eer, dewijl ik het orgel
91) Huisarchief Twickel, inv.nr. 7794 (Met dank aan Bart van Buitenen voor het in 1784 te Langweer door hem aangenomen; en het orgel te Bergum,
mij verstrekken van een afschrift van stukken uit de inventarisnummers 2292-
2294).

1 4 HET ORGEL 2012 | nummer 4


in 1788 volkomen heb goedgekeurt; derhalven souden de vyanden van aanvankelijk ‘voor Liefhebberij’ het Rugwerk samen met Ruppe willen
van Dam mij ook kwade naam kunnen geven; en dat die orgels ook niet examineren. Omdat dat niet doorging, had hij het instrument toch voor
goed souden syn. zichzelf willen bekijken. De kwaadsprekerij was afkomstig van orgelma-
Ten derden daar de heer Rouppe; so als ik verneem; het orgel heeft ker ‘Rudolf Kool’ [lees: Rudolph Knol], die inmiddels ‘na de Oost’ was
geexamineert; en goed gekeurt; so is het aan dien Heer ook eene seer vertrokken (dat bleek Overijssel te zijn) en de niet genoemde organist
grote satisfactie; dat ik in de gelegenheit worde gebragt; om die Laster, had alleen meegediscussieerd.
in Vrieslandt van van Dam; met daden; en te bewyzen tegen te gaan; Daarna kraakte hij enkele kritische noten over Van Dam (zie onder),
want de Heer Rouppe het Orgel hebbende goedgekeurd; en niet goed reden om toch het orgel zelf te willen bekijken, samen met ‘de Heer
synde: so soude dezelve een kwade naam kunnen krijgen; als of hij met Mittenreijter, alhier [= Leiden] orgelmaker’ bij wie de geruchten ook ter
van Dam onder een deken had geschuild, en daar geld voor soude heb- ore waren gekomen, om op die manier de lucht te klaren. Wat betreft
ben geprofiteert.’ Ruppe: ‘[ik] hebbe voor dezelve alle achting; in zyne kunst op ’t clavier
Dit schrijven werd door de graaf in ‘uiterste verontwaardiging’ ontvan- en Compositie.’
gen en hij reageerde direct. Niet alleen liet hij een afschrift sturen naar
Ruppe, ook zond hij deze ‘sotte’ brief aan baljuw Adriaan van der Does KNOCK OVER HET WERK VAN LAMBERTUS VAN DAM
met de mededeling Knock niet op het orgel toe te laten. Hoewel Knock zich ‘altoos’ een vriend van Van Dam noemt, is hij in zijn
Tevens antwoordde hij Knock: ‘Daar het niet genoeg is infame laster- brief van 6 september aan de graaf bepaald kritisch over deze orgelma-
taal uittebraaken, sonder die te bewijzen’, sommeerde hij deze ‘als een ker, als hij nogmaals aangeeft wat zijn persoonlijke beweegreden is om
eerlijk mens’ hem per ommegaande te melden wie de twee bedoelde het Wassenaarse orgel te willen bespelen: ‘(…) daar ik 2 orgels in vries-
lasteraars in Friesland waren, opdat hij passende maatregelen kon tref- landt van hem (so hij seit van hem gemaakt) heb goedgekeurd; maar
fen. Wat betreft het verzoek om het orgel te bezoeken schreef hij: ‘(…) hoe is het gegaan; de Heer Feddema;92) van Harlingen; de Heer Tam-
dat gij mij reeds eens door een derde hebt laaten doen, heb ik zulx [nu] men; van Groningen en ik; hebben; twee, drie maal, moeten komen; om
geweigerd, en weigere het alsnog, niet, om dat ik vreese voor uwe die Orgels te examineeren. Ja zelfs is het orgel te Oldeboorn ingewijd
gewaande kundigheid, om fouten in hetzelve te ontdekken, en waar sonder dat de Trompet of Dulciaan er in was; Dus syn die Orgelen (door
omtrent gy schynd in het denkbeeld te zyn, dat zulx wel waar konde ons goedgekeurd) nu wel in goede staat; maar tog met onze adsistentie
weesen, door op eene ingewikkelde wyse te belooven dat gy het bin- want gedurig was het; die pijp moet nog iest hoger die iets lager – Daar
nenwerk niet zult bezien maar, alleen, om dat ik dat bespeelen volstrekt bij als van Dam een orgel aan neemt in 2 jaar te leveren; so mag men
onnodig oordeele, want, ofschoon ik uwe kunst in het bespeelen van wel tevreden sijn; als het in 4 jaar geheel is afgedaan. (…) Daar en boven
een orgel in zyne volle waarde laate, zoo heb ik geen de minste blyk van weet van Dam wel; hoedat wy (namelyk; de Heer Tammen; Feddema;
van uwe kundigheid in het bekeuren van het binnenwerk van een orgel, en ik) het orgel in Grote kerk te Sneek hebben bevonden,93) als mede
en hebbe ook uwe goedkeuring of afkeuring daarover int geheel niet waar om hij te Oosterend is afgekeurd; om daar het Orgel niet te maken
nodig, waar aan my ook niets hoegenaamd geleegen legt.’ (ik mag mij hier over niet meer uit laten.).’
Daarmee kon Knock het doen. Het is duidelijk dat hier op verschillende Dit alles wijst eerder op problemen die Van Dam (aanvankelijk) had met
golflengtes werd geredeneerd: waar Knock meende redenen te hebben zijn werk en de kwaliteit daarvan dan op een zucht naar perfectie.94)
om door zijn bezoek aan het orgel de naam van Van Dam, Ruppe en Of Knock, al dan niet samen met Johannes Mitterreiter, het orgel in
niet in de laatste plaats die van zichzelf van alle mogelijke blaam te kun- Wassenaar alsnog heeft mogen bezoeken, is niet bekend.95)
nen zuiveren, zag de graaf de inhoud van de brief juist als een aantasting
van zijn goede naam ! 92) Jan Feddema was organist van de Grote kerk te Harlingen. Hij voerde tevens
Nog onwetend van diens antwoord en in afwachting van zijn eventuele onderhoud en kleine reparaties uit, zoals in Dronrijp (1780), Menaldum (1780)
toestemming, had Knock op 3 september alvast ook een verzoek aan en Wijnaldum (1777-1787). Daarnaast examineerde hij orgels (zoals te Berlikum,
de baljuw in Wassenaar gericht om het orgel op de daaropvolgende za- 1780; Sneek, Grote Kerk, 1780, samen met Tammen en Knock; idem 1782, samen
terdag of zondag te mogen bespelen tijdens een ‘wandeltourtje’ met met Tammen en organist Muizelaar; Bolsward, 1781, samen met Tammen; Tzum,
zijn vriend en hospes Abraham Liber naar Wassenaar. 1791).
De inhoud van deze brief kwam uiteraard vrijwel overeen met die aan
de graaf. Knock merkte nogmaals op: ‘Ik doe het meer tot ophouding 93) Augustus 1780: voor ruim achttien gulden ‘verteringen’ door de heren ‘Knok’,
van de eer; van van Dam; als voor mij selfs.’ Tammens en Feddema i.v.m. hun onderzoek naar de herstellingen en wijzigingen
Ruppe reageerde op 6 september. Hij deelde de graaf mee nooit over door L. van Dam in 1779/1780; op basis van hun tussentijdse keuring werd het
het orgel in Wassenaar te hebben gesproken met zijn drie noordelijke werk overgedragen aan Hinsz/Van Gruisen [bron: L. Kooistra (red.), Een Zeer fraai
‘correspondenten’, t.w. de heren [Auke] van der Meulen (organist van en schoon Orgel’ (Sneek 1988)] ongepag.
de Leeuwarder Galilëerkerk te Leeuwarden), [A.S.] Hempenius, ‘Or-
gelmaker en musicus’ te Franeker en [J.H.] Tammen (organist van de 94) Ook Jacob Wilhelm Lustig had in 1777 in verband met de keuze van een
Groninger Academiekerk). Met hen had hij alleen geschreven over zijn orgelmaker voor het in Roden te bouwen orgel al vraagtekens geplaatst bij de
’Musicwerken’ en hij kende hen niet persoonlijk. Hij had het orgel naar kwaliteiten van Van Dam, van wie op dat moment bovendien nog geen proeve
eer en geweten goedgekeurd en meende daarbij ‘kundige Liefhebbers’ van bekwaamheid beschikbaar was. Wel was er sprake van een orgel dat ‘in
als baron du Tours en baljuw Van der Does stellig aan zijn zijde te weten. Vriesland vervaardigt wierde, onder opsigt van een seer bequaam organist, bij
Op diezelfde dag schreef ook Knock opnieuw aan de graaf. Hij had hem Lustig wel bekend.’ (bron Drentse Archieven, toegang 0616, Huisarchief
Mensinge Roden, inv.nr. 301, o.a. geciteerd door Th. den Os, 10). Het betreft
hier stellig Van Dams eersteling te Oldeboorn, waarbij Lustig met ‘een seer
bequaam organist’ ongetwijfeld J.H. Tammen bedoelde. Was Tammen hier de
officiële examinator en was Knock hierbij betrokken als ‘Liefhebber’/assistent? De
opdracht in Roden ging overigens naar A.A. Hinsz.

95) Het archief van de Hervormde Gemeente Wassenaar zelf bevat geen gegevens
dienaangaande (mededeling van dr. Jan van Biezen te Wassenaar, waarvoor
hartelijk dank).

1 5HET ORGEL 2012 | nummer 4


Het orgel in de St.-
te Esch

1 6Foto: CeeHs vEanTdOer RPoGelEL 2012 | nummer 4


HET INSTRUMENT

-Willibrorduskerk
glansrijk herboren

Rogér van Dijk en Cees van der Poel In 1961 kocht het kerkbestuur van de St.-Willibrorduskerk te Esch het
voormalige orgel van de Hervormde Kerk te Vught. Lange tijd was de geschiedenis van het instrument in nevelen
gehuld. Zelfs bij aanvang van de recent voltooide restauratie bestonden er nog veel onduidelijkheden over de oor-
spronkelijke maker en de technische aanleg van het instrument. Een grondige bestudering van de oude onderdelen
en aanvullend onderzoek in archieven en andere orgels heeft ertoe geleid dat er thans veel meer over het instrument
bekend is. In dit artikel wordt de geschiedenis en de recente restauratie van het instrument beschreven door Rogér
van Dijk, die als adviseur bij de restauratie betrokken was. Cees van der Poel schreef de paragraaf 'Impressie'.

GESCHIEDENIS moet zijn gebouwd door de orgelmaker Antonius Friedrich Gottlieb
De oudste bron voor de geschiedenis van het orgel in de Hervormde Heyneman. Zowel de makelij van de windlade als de inscripties op het
of Sint-Lambertuskerk te Vught is de Boekzaal der geleerde wereld. oudste pijpwerk geven aan dat hij de maker van het instrument was.
Daarin is het volgende bericht opgenomen: Dat Heyneman de opdracht kreeg voor de bouw van een nieuw orgel
in de Hervormde Kerk te Vught was niet verwonderlijk; hij had kort
[16 november 1788] ‘Gelijk de plechtigheid van deezen dag geluk- tevoren het nieuwe orgel in de St.-Jan te ’s-Hertogenbosch voltooid.
kig en tot stichting afliep, zo wierd dezelve ook veraangenaamd door Bovendien had Jan van Heurn, die goed van Heynemans werk op de
het gehoor van een nieuw en voldoend Orgel, dat door de verplich- hoogte was, een buitenverblijf in Vught. Als hij bij de totstandkoming
tende milddaadigheid van aanzienlijke Heeren, in deze Heerlijkheid van het Vughtse orgel betrokken is geweest, ligt het voor de hand te
van Vucht hunnen zomer verblijfplaatzen hebbende, ten openbaaren veronderstellen dat hij Heyneman heeft aanbevolen.
Godsdienste aan deze Kerk geschonken, en in dezelve geplaatst was,
en het geen heden voor de eerste maal bespeeld wierd, op eenen ver- Het instrument dat Heyneman voor de Hervormde Kerk van Vught
rukkenden trant door de behandeling van eenen kundigen Heer lief- bouwde, kende geen gelukkige geschiedenis. Bij de ingebruikneming
hebber, die zich daartoe vrijwillig had gelieven te verbinden, en die werd het weliswaar door een liefhebber bespeeld, maar in de daarop-
dit zo ten aanzien der opgegeevene Psalmen, bij deze plechtigheid, volgende jaren zweeg het instrument omdat het geld voor het onder-
als met opzicht tot het tusschen- en na-gespeel heeft uitgevoerd, ten houd en de bezoldiging van een organist ontbrak.
genoegen van alle kundigen.’1) In november 1790 vroegen de Vughtse schepenen aan de Raad van
State of zij het onderhoud van het orgel en het traktement van de or-
Het instrument werd geschonken door de familie Deutz,2) maar de ganist op de dorpsrekening mochten brengen. Toen de toestemming
naam van de orgelmaker en concrete gegevens over het orgel kunnen daarvoor in juli 1791 eindelijk binnenkwam, werd in de eerstvolgende
helaas niet uit de beschikbare bronnen worden afgeleid. Uit nader on- schepenvergadering Johan Georg Walger aangesteld als organist. Voor
derzoek van het orgel na de demontage is gebleken dat het instrument elke dag dat hij het orgel bespeelde zou hij een vergoeding van één
gulden en vijf stuivers ontvangen.3) In het begrafenisregister beschreef
1) Boekzaal der geleerde wereld, 1788 B, p. 608-609.
2) Dit kan worden afgeleid uit GA Vught, inv. nr. 6, resolutieboek, p. 67. 3) GA Vught, inv. nr. 6, p. 66-67.

1 7HET ORGEL 2012 | nummer 4


de koster het als volgt: ‘Anno 1788 in augustus is den nieuwen orgel keurig te examineeren en op te geven de noodige kosten tot herstel-
alhier in de kerk geplaatst en stil gestaan tot den 24 juli 1791; als dan ling en in volkoomen in order brenging van het orgel’.8) Voordat er aan
heeft den orgel een aanvanck genomen met speelen alle zondagen.’4) het orgel zou worden gewerkt, diende echter eerst de consistorie − die
In datzelfde jaar werd timmerman Gerrit van Vlijmen betaald voor de eventueel als werkplaats zou kunnen dienen − te worden gereinigd en
levering van hout, nagels en arbeidsloon voor een nieuwe trap ‘voor de trap naar het orgel binnen het kerkgebouw te worden aangebracht.
het coor off aan het orgel’.5) Deze trap bevond zich overigens aan de Het is echter niet bekend of er vervolgens ook daadwerkelijk aan het
buitenzijde van het kerkgebouw.6) instrument gewerkt werd; de nog bewaarde archivalia geven daarover
Het orgel heeft vervolgens maar enkele jaren gefunctioneerd. In 1795 geen uitsluitsel.
werd het door Franse soldaten grotendeels vernield. Uit de overblijfse-
len werd vervolgens ‘een zeer gebrekkig, onvolledig en bijna onbruik- Pas ruim tien jaar later is er opnieuw sprake van werkzaamheden aan
baar orgel’ samengesteld,7) dat niettemin een aantal jaren dienst deed. het orgel. Op 24 februari 1817 tekenden de gebroeders Van Hirtum
Helaas is vooralsnog niet bekend wie daarvoor verantwoordelijk was. een kwitantie waarin zij verklaarden driehonderd gulden ontvangen
In 1805 besloot de kerkenraad een orgelfonds te vormen om het ‘zeer te hebben ‘in mindering der som van vijfhonderd’ guldens, het bedrag
ontramponneerd’ orgel te laten herstellen. Aan de al eerder genoemde waarvoor het werk aangenomen was. De uitgaven voor het orgel be-
Jan van Heurn werd gevraagd om een ‘bij Z. Ed. welbekenden en be- droegen daarmee de helft van de kosten die met de bouw van het
kwaamen orgelmaaker te ontbieden ten einde het orgel eens nauw- nieuwe orgel in de Hervormde Kerk van Chaam (1815-1816) waren
gemoeid; dit in grootte vergelijkbare instrument kostte duizend gul-
4) N. van de Langenberg-Scheepers, ‘Wie bouwde het Vughtse orgel in de Essche den.
Sint Willibrorduskerk?’. De Kleine Meijerij, 25 (2004), 109-120. De werkzaamheden aan het Vughtse orgel waren kennelijk op 26 juni
5) GA Vught, inv. nr. 202, p. 13. 1817 voltooid. Op die dag verklaarde B.P. van Hirtum de resterende
6) Dit kan worden afgeleid uit het feit dat men deze trap in 1805 binnen het som van tweehonderd gulden ‘voor het repareren en hernieuwen’ van
kerkgebouw liet plaatsen. Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1, fol. het orgel te hebben ontvangen.9) Drie dagen later, op 29 juni, volgde
100v. de ingebruikneming van het vernieuwde instrument. In de Boekzaal
7) Boekzaal 1817B, 113-114. der geleerde wereld is het volgende bericht opgenomen:
‘Het Orgel der Hervormde Gemeente alhier, in den jare 1795, door
De orgelmaker Heyneman het Fransche Krijgsvolk geheel vernield zijnde, werden de overblijf-
selen, voor zoo veel men dezelfde konde magtig worden, met moeite
Heyneman was afkomstig uit Laubach (Hessen) en werd op weder bij elkander gevoegd, en daar uit een zeer gebrekkig, en bijna
20 juni 1781 burger van de stad Nijmegen. Inmiddels staat onbruikbaar Orgel zamengesteld, waarmede de Gemeente, zich tot
vast dat hij al een aantal jaren eerder in het gezelschap van hier toe bij hare openbare Godsdienstoefeningen moest vergenoegen.
de orgelmaker Carl Philip König (1750-1795) naar Nederland Thans ziet zij zich in het bezit gesteld, van een geheel nieuw Orgel,
kwam. In dienst van zijn leermeester werkte Heyneman onder hetwelk niet alleen door zijne uitwendige pracht, tot een sieraad van
andere aan het orgel van de Waalse Kerk te Nijmegen (1777, ons Kerkgebouw verstrekt, maar waarvoor de Heeren Gebroeders A.
thans in de Waalse Kerk te Arnhem).1) Meteen na de opleve- en B. VAN HIRTUM, de eerste Orgelmaker te Hilvarenbeek, de laatste
ring van dit instrument ging Heyneman als zelfstandig orgel- thans te Philadelphia, die hetzelve vervaardigd hebben, den grootsten
maker verder. Belangrijke orgels die door hem zijn gebouwd lof en de beste getuigenissen verdienen. Mogt het nog vele jaren on-
of veranderd, waren die te Weurt (1777), Tiel (Grote Kerk, geschonden in ons midden bewaard blijven, tot opwekking en verster-
1780), Nijmegen (Evangelisch Lutherse Kerk, 1781), Waar- king van geloof, liefde en hoop!’
denburg (1781), Den Bosch (St.-Jan, 1784-1787), Nijmegen Kort daarna werd het uiterlijk van het instrument nog verder ver-
(Minderbroederskerk, 1788), Zaltbommel (Grote Kerk, 1796), fraaid. De Amsterdamse beeldengieter Anthoni Boggia leverde in
Gouda (Janskerk, 1800-1801) en Rotterdam (Waalse Kerk, september van datzelfde jaar voor 43 gulden en 10 stuivers nog drie
1804). Heyneman overleed op 17 november 1804 te Rotter- ‘groote witte en vergulde’ beelden voor het orgel.10)
dam.2) Volgens de in ’s-Hertogenbosch woonachtige orgeldes- Jammer genoeg ontbreken verdere gegevens over de herbouw van
kundige en jurist Jan van Heurn (1751-1815) behoorde hij tot het orgel. Uit het nog aanwezige materiaal kan in elk geval worden
de ‘beste Inlandsche Konstenaaren en Handwerkslieden’.3) afgeleid dat de orgelmakers Van Hirtum een nieuwe orgelkas vervaar-
digden en ten minste ook een deel van het pijpwerk leverden. Vast
1) Informatie verstrekt door Aart van Beek. staat ook dat in 1817 de oude windlade en een aanzienlijk deel van het
2) De biografische informatie over Heyneman is grotendeels ontleend pijpwerk van Heyneman opnieuw werden gebruikt.
aan: A.J. Gierveld, Het Nederlandse huisorgel in de 17de en 18de eeuw
(Utrecht 1977)169-170. ONDERHOUD VAN HET ORGEL IN DE NEGENTIENDE EEUW
3) Jan van Heurn, De Orgelmaaker, deel 1 (Dordrecht 1804/1805) 8. In 1821 begon een omvangrijke restauratie van het kerkgebouw, die

1 8 HET ORGEL 2012 | nummer 4 8) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1, fol. 100v.

9) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1318.

10) Zie noot 9.


De orgelmakers Van Hirtum ook voor het orgel de nodige gevolgen zou hebben. In november van
dat jaar besloot men het torentje op de viering af te breken met als
In 1781 begon de in St.-Oedenrode geboren Nicolaas van gevolg dat het dak van de kerk geruime tijd open lag en de inventaris
Hirtum (1752-1810) een bescheiden orgelmakerij in Waal- aan de elementen werd blootgesteld.11) Ook het orgel had daarvan te
wijk.Vijf jaar later vestigde hij zich te Hilvarenbeek. Naar ei- lijden, maar vooralsnog bleven herstelwerkzaamheden uit.
gen zeggen had Nicolaas van Hirtum het orgelmaken in Keu- In 1824 werden het oksaal met bijbehorende kolommen, het orgel en
len geleerd; concrete bewijzen daarvoor zijn echter niet voor- de preekstoel voor 84 gulden opnieuw geschilderd.12) Uit de rekening
handen. Het grootste deel van zijn activiteiten bestond uit van de timmerman is ook af te leiden dat er in deze periode banken
het stemmen, repareren en vernieuwen van bestaande orgels. vóór het orgel stonden. Dit geeft aan dat het instrument niet in de ba-
Daarnaast bouwde hij een aantal nieuwe instrumenten. De lustrade stond. Gezien de indeling van de windlade is het verder zeker
belangrijkste daarvan waren de orgels voor de katholieke ker- dat het orgel − in tegenstelling tot de orgels die van Van Hirtum be-
ken van Waspik (1784), Helmond (1786), Eindhoven (1789- waard bleven − aan de voorzijde werd bespeeld. Omstreeks dezelfde
90), Grave en Gorinchem (1797), evenals de Hervormde Kerk tijd nam ‘J. Zubeleé, meester orgelmaker’ ook het instrument zelf on-
van St.-Oedenrode (1809). Behalve deze ‘kerkorgels’ bouwde der handen. Zijn eindafrekening van 21 februari 1825 verschaft daar-
Nicolaas van Hirtum een aantal kabinetorgels, een draaiorgel over de nodige informatie:
alsmede veel ‘kleyne orgels tot t leeren van voogelen’. ‘Voor het repareren van het kerk orgel, en veranderen van twee Regis-
In de bescheiden orgelmakerij werkten vanaf ongeveer 1803 ters, doorspraken verbetert, de Abstractuur verholpen, alle de pijpen
ook de beide zoons van Nicolaas van Hirtum, Antonius Cas- nagezien en schoongemaakt, met het veranderen de registers, nieuwe
par (1789-?) en Bernard Petrus (1792-1875) mee. Na de dood pijpen daar bijgemaakt, blaasbalken nagezien en digt gemaakt.’13)
van hun vader zetten zij de orgelmakerij voort onder de naam De kosten voor deze werkzaamheden bedroegen 63 gulden en 16
‘Gebroeders van Hirtum’. Deze samenwerking was echter van stuivers, inclusief vier gulden voor leer en lijm. Uit bovenstaande in-
korte duur, want in 1817 vertrok Antonius naar Amerika. In formatie kan verder worden afgeleid dat ook de dispositie van het
1815-1816 leverden de beide broers nog een orgel voor de orgel gewijzigd werd, maar welke registers werden veranderd en op
Hervormde Kerk van Chaam, maar het orgel voor de Her- welke wijze dit geschiedde, is helaas niet met zekerheid vast te stellen.
vormde Kerk te Vught wordt niet in de werklijst van Bernard Het is denkbaar dat bij die gelegenheid de oorspronkelijk aanwezige
Petrus genoemd. Had Antonius Caspar wellicht de hoofdrol Quint 3 werd opgeschoven tot een Fluit 2 met gebruikmaking van be-
gespeeld bij de totstandkoming van dit instrument? In elk ge- staand pijpwerk. Verder lijkt Zubeleé het pijpwerk van de Mixtuur te
val vertoont het pijpwerk van de bas van de Mixtuur dezelfde hebben gebruikt voor een ‘nieuwe’ Cornet 3 sterk discant echter zon-
makelij en inscripties als het oudste pijpwerk in het orgel van der tertskoor. In technisch opzicht was het werk van Zubeleé kennelijk
Chaam. Omdat deze inscripties afwijken van hetgeen (later) niet afdoende, want nog in datzelfde jaar voerde de orgelmaker J.C.
van Bernard Petrus bekend is, mag worden aangenomen dat Schmidt opnieuw herstellingen aan het orgel uit:
Antonius Caspar aanvankelijk degene was die het pijpwerk ‘Voort reparere van de blaasbalke en naazien vant defekte pijpwerk
vervaardigde. als ook de Trompet met ooge en stifte vast gezet, an arbijds loon en
Vanaf 1817 zette Bernard Petrus de orgelmakerij in Hilvaren- verschotte aan leer en lijm op den 4 dezember 1825 de zomma van
beek alleen voort. Gedurende de periode 1820-1860 leverde vijftien gulde, 9 st.’14) Het orgel zal bij deze gelegenheid echter niet
hij een tiental nieuwe instrumenten, waarvan een aantal gewijzigd zijn. Daarvoor waren de uitgaven te gering.
tot op de dag van vandaag (in meerdere of mindere mate) In 1827 werden orgel en oksaal schoongemaakt, waarbij de beelden
bewaard bleef. Daarbij moeten vooral de orgels van Capelle op het orgel werden bijgepleisterd en vervolgens ‘3 maal met fijne cre-
(Hervormde Kerk, 1823), Cuijk (Hervormde Kerk, 1830), mas wit’ geverft. Ook het goud werd schoongemaakt en ‘bij verguld’.
Hilvarenbeek (Sint-Petruskerk, 1843) en Diessen (St.-Willi- De kosten voor de benodigde verf, goud, vernis en het arbeidsloon
brorduskerk, 1859) worden genoemd. Het instrument dat de bedroegen 4 gulden en 9 stuivers.15) Een jaar later werkte J.C. Schmidt
familie Van Hirtum voor Vught bouwde is het oudste kerkor- opnieuw aan het orgel. Bij deze gelegenheid herstelde en stemde hij
gel dat van deze orgelmakers bewaard gebleven is. Opvallend het instrument voor 21 gulden en 15 ½ stuivers. Daarnaast maakte hij
is wel dat Van Hirtum na 1817 niet meer aan dit orgel heeft een voor 18 gulden een ‘nieuw voetpedaal of Contrabas en het me-
gewerkt. chaniek voor hetzelve’.16) Uit deze informatie zou men wellicht kun-
nen opmaken dat er voorheen − zoals bij meer orgels van Van Hirtum
De meeste informatie over de familie Van Hirtum is overgenomen − geen pedaalklavier aanwezig was.
uit: Frans Jespers en Ad van Sleuwen, De orgelmakers van Hirtum
(Hilvarenbeek 1976); Frans Jespers en Ad van Sleuwen, ‘Kronyk of 11) Archief Gemeente Vught, inv. nr. 430, fol. 96r. en 96v.
gedenkenis van Nicolaas van Hirtum’. De Mixtuur, 22 (1977), en F.P.M.
Jespers, Nicolaas en Bernard van Hirtum Orgelmakers te Hilvarenbeek 12) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1323.
(Tilburg 1990).
13) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1324.

14) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1324.

15) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1326.

16) Archief Hervormde Gemeente Vught, bijlage bij de rekening 1828, inv. nr.
1327.

1 9HET ORGEL 2012 | nummer 4


In 1832 ontving men een gift van vijftig gulden voor reparatie aan het orgel was sterk verbeterd en zuiverder geworden, maar de werking
orgel. In het daaropvolgende jaar kreeg de in ’s-Hertogenbosch ge- van het pedaal was niet hersteld. Desondanks ontving Van der Aa in
vestigde heer Verbeek17) het verzoek om het orgel te inspecteren. Hij twee termijnen de overeengekomen 175 gulden. Over de aard van de
begrootte de noodzakelijke reparaties op veertig gulden, maar merkte door hem uitgevoerde werkzaamheden is helaas niets in de beschik-
daarbij wel op dat hij de indruk had dat aan de Trompet ‘door eene bare archivalia opgenomen.24) Zeker is wel dat er bij die gelegenheid
onkundige hand’ was gewerkt.18) Het is echter niet bekend of er ver- (enig) nieuw papier in de hoeden van de gedekte pijpen werd aan-
volgens ook daadwerkelijk aan het orgel gewerkt werd. gebracht. In 1986 werd in elk geval een fragment van de Provinciale
In 1846 besloot men het kerkinterieur en het orgel opnieuw te schil- Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant van 3 oktober 1885
deren. De schilders namen daarbij aan de deuren en vensters enzo- aangetroffen. In 1897 stemde Augustin Ostertag (’s-Hertogenbosch)
voort ‘Spaans groen, en verders alle het houtwerk dat zich in kerk en het instrument.25)
verdere vertreke bevind aan de binne zijde drie maal te oververwen
en vernissen, de banken en binne deure lichtehoud coleur Den Predik- HET ORGEL IN DE TWINTIGSTE EEUW
stoel en het orgel zoo als die tans bestaan of door de directie zal geor- In 1906 besloot men een orgelfonds te stichten om eventuele repara-
derneert worden, alle ornementen die met Goud zijn afgezet met Best ties in de toekomst te kunnen bekostigen. De eerste inleg bedroeg tien
Ducaten Goud te vernieuwen; verders alle de verzilveren orgel Pijpen gulden. In de daaropvolgende periode werd jaarlijks twintig gulden
met zuiver zilver te vernieuwen.’19) Een jaar later voerde de Luikse or- gestort.26) In 1922 was het bedrag (inclusief de rente) dermate aange-
gelmaker Arnold-Joseph Graindorge voor honderd gulden niet nader groeid dat men besloot het orgel te laten restaureren. Tevens zouden
omschreven werkzaamheden aan het orgel uit.20) Daarna werd het ‘eenige verbeteringen’ worden aangebracht. De kerkvoogdij had in-
instrument gekeurd door de organisten G. Sterk (Vught) en A. Christi- middels bij de firma O. Koch & Zonen, ‘orgelfabrikanten’ te Tilburg,
aans, organist van de Sint-Catharinakerk te s’-Hertogenbosch.21) een prijsopgave gevraagd. Volgens de beschikbare informatie was de
firma bereid om het orgel voor vierhonderd gulden in orde te brengen
Ofschoon er dus maar weinig technische gegevens over het orgel be- en het instrument tevens uit te breiden door middel van het aanbren-
kend zijn, kunnen we er ons dankzij een beschrijving uit het midden gen van twaalf nieuwe houten pijpen en een geheel nieuw ‘uitgebreid’
van de negentiende eeuw toch een beeld van vormen. Men noteerde pedaal.27) Uit deze formulering zou kunnen worden afgeleid dat een
toen in elk geval de volgende dispositie:22) nieuw pedaalklavier werd aangebracht, evenals een (zelfstandige?)
[Manuaal]: Prestant 4 vt, Holpijp 8 vt, Fluit trav. [8 vt], Fluit 4 vt, Oc- Subbas (?) van 12 tonen. De totale uitgaven bedroegen uiteindelijk
taaf 2 vt, Cornet 3 st., Fluit 2 vt, Trompet B/D 8 vt. tremulant, ventil 467 gulden en 21 cent. Daarin was ook de assistentie van de timmer-
aangehangen pedaal. twee blaasbalgen man begrepen die een nieuwe orgelbank, een nieuw knieschot en drie
Uiteraard is het niet zeker of deze opgave geheel correct is en of deze houten pijpen vervaardigde.
van vóór of na de werkzaamheden van 1847 dateert. Hoewel daarover geen gegevens bewaard bleven, is het zeer aanne-
melijk dat de firma Koch ook de dispositie van het orgel wijzigde. Mo-
Over de lotgevallen van het instrument gedurende de tweede helft gelijk zijn toen de registers V. Celeste 8’ D en Fl. Travers 8’ D geplaatst
van de negentiende eeuw is maar weinig bekend. In de jaren 1857- c.q. vernieuwd, waarbij voor het laatst genoemde register bestaand
1870 werd het orgel jaarlijks gestemd door de firma J.J. Vollebregt pijpwerk (F.C. Smits?) van elders werd gebruikt. Vermoedelijk is bij die
& Zn., die gedurende deze periode zelfs enige tijd in Vught gevestigd gelegenheid de bestaande Octaaf 2’ verdwenen.
was.23) Op 17 maart 1885 werd besloten de in Oosterhout gevestigde
orgelmaker Huibert Cornelis van der Aa (1828-1897) aan te schrijven In 1933/34 volgde een zeer ingrijpende restauratie door de firma J. de
met het verzoek het orgel te inspecteren. In de vergadering van 23 Koff & Zn. (Utrecht) onder advies van de Nederlandsche Klokken- en
april kon men melden dat Van der Aa de kosten voor een ‘deugdelijke Orgelraad (NKO). In het archief van de Hervormde Gemeente Vught
reparatie’ begrootte op 175 gulden. Uit de notulen van de vergadering bleef daarover maar weinig informatie bewaard.28) In de archieven van
van 30 november blijkt dat de reparatie was voltooid. De toon van het de firma De Koff & Zn. is daarover wel iets meer te vinden.29) Op 12
september 1933 stuurde de NKO een uitnodiging aan de firma De Koff
17) Vermoedelijk betrof het de organist van de Sint-Jan te ’s-Hertogenbosch, om offerte voor de restauratie van het orgel uit te brengen. De offerte
Paulus Verbeek, die ook hier en daar onderhoudswerkzaamheden aan orgels was op 20 september gereed, maar bleef helaas niet bewaard. Op 28
uitvoerde. oktober gaf de NKO, ‘namens en voor rekening van het College van
Kerkvoogden’, de opdracht voor de restauratie en uitbreiding van het
18) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 2, fol. 36v. instrument voor een bedrag van 1.875 gulden.

19) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 818, ‘Opneminge van 24) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 697, 1382 en 1384.
noodzakelijke reparatien en herstellingen aan de Hervormde Kerk en Pastorie
Huijzinge te Vught’, 3 april 1846. 25) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1394.

20) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1346. 26) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 697.

21) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 849. 27) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 697.

22) Arend Jan Gierveld (ed.), Orgelbeschrijvingen door George Hendricus 28) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 698, p. 21, en inv. nr. 4, p. 130.
Broekhuyzen Senior (handschrift ca 1850-1862) zijnde een vervolg en verdere
uitbreiding van de dispositieverzamelingen van Joachim Hess (1774) en Nicolaas 29) Met dank aan Flentrop Orgelbouw (Zaandam) voor inzage in het archief van
Arnoldi Knock (1788) (Amsterdam 1986) V34. de firma J. de Koff & Zn.

23) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1354-1367.

2 0 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Ondanks het ontbreken van archivalia kan aan de hand van het orgel had.34) Het instrument is bij die gelegenheid niet gewijzigd. Wel werd
zelf toch een beeld van deze restauratie worden geschetst. Men ver- de orgelkas hersteld en aan de nieuwe situatie aangepast. Aansluitend
wijderde de deuren uit de achterwand van de oorspronkelijke kas en zijn de kas en de beelden opnieuw geschilderd. De ingebruikneming
plaatste daarachter een grote aanbouw met daarin een aparte wind- vond plaats op 9 september 1962. Bij die gelegenheid werd het orgel
lade voor drie nieuwe registers: Prestant 8’, Octaaf 4’ en Subbas 16’. bespeeld door niemand minder dan Hans Klotz met medewerking van
Om dit te realiseren werd het orgel naar voren geplaatst en verhuisde Evert van Tricht (hobo).
de claviatuur van de voorzijde naar de rechterzijde van de kas. Verder
werd de kas aan de onderzijde ingekort en verwijderde men aan de In 1986 voerde J. Clerckx geassisteerd door vrijwilligers groot onder-
beide zijwanden de profielen van de band. Vanwege de verplaatsing houd aan het orgel uit. Voor zover bekend, is het orgel sinds 1934 niet
van de claviatuur werden de mechanieken vernieuwd. De bediening gewijzigd. De dispositie luidde sindsdien als volgt:
van de oude windlade bleef mechanisch, maar voor de nieuwe regis-
ters gebruikte men een kegellade met pneumatische tractuur die van- Manuaal (C-f3) Pedaal (C-d1)
uit de ventielkast van de oude lade werd gevoed. V. D’Amour 8’ Subbas 16’
Daarnaast kreeg het orgel een nieuwe windvoorziening, bestaande Holpijp 8’
uit een magazijnbalg die onder in de verdiepte kas werd geplaatst. V. Celeste 8’ [D] Pedaal koppel
Vermoedelijk zijn toen de oude frontpijpen buiten werking gesteld en Fl. Travers 8’ [D]
plaatste men op de stok van de Prestant 4’ een nieuwe V. D’Amour 8’. Fluit 4’
Om dit te realiseren werden de bestaande stokken en roosters deels Woudfluit 2’
gewijzigd. Daarnaast plaatste men een nieuwe Hobo 8’ B/D op de Cornet III [D]
plaats van het tot dan toe aanwezige tongwerk en werden de pijpen in Hobo 8’ B/D
de tussenvelden vervangen door zinken exemplaren. Prestant 8’
In 1937 renoveerde men de bestaande orgelgalerij, waarbij tevens een Octaaf 4’
nieuwe balustrade werd geplaatst. Uit deze periode is een afbeelding
van het orgel beschikbaar waaruit blijkt dat de kas toen bruin van DE RECENTE RESTAURATIE
kleur was en de beelden deels verguld waren. In december 2003 kreeg de Katholieke Klokken- en Orgelraad
(KKOR) het verzoek om de toestand van het orgel te beoordelen en
Ook na 1934 bleef het orgel in onderhoud bij de firma J. de Koff & Zn. aan te geven wat de historische waarde van het orgel was. Dat was
In 1947 verrichtte men het stemmen en het afregelen van de mecha- het begin van een lange weg, die uiteindelijk tot de in 2010 voltooide
nieken en leverde men drie nieuwe abstracten en vier houten winkel- restauratie heeft geleid. Op 31 mei 2005 was het restauratieplan vol-
haken.30) Vier jaar later was de conditie van het kerkgebouw zodanig tooid en begin 2006 werden drie orgelmakers uitgenodigd een offerte
verslechterd dat de firma De Koff dringend adviseerde het afbrok- uit te brengen.
kelende gewelf te laten herstellen. Dit advies werd in 1953 nog eens Uiteindelijk kreeg orgelmaker Hans van Rossum de opdracht voor de
herhaald. Kort daarna besloot men tot een omvangrijke restauratie restauratie. Nadat in het voorjaar van 2009 een positieve subsidiebe-
van het kerkgebouw. De laatste dienst vóór de restauratie vond plaats schikking in het kader van de Rrwr2008 was ontvangen, volgde in juli
op 31 oktober 1956. Daarna werd het orgel door De Koff voor 160 de demontage van het instrument. De restauratie werd begeleid door
gulden gedemonteerd en opgeslagen.31) In maart 1957 werden de on- Rogér van Dijk namens de KKOR en Wim Diepenhorst namens de
derdelen overgebracht naar een opslagruimte van de firma Sprang te Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
Vught.32) Ofschoon de restauratie van het kerkgebouw nog datzelfde Na demontage ontstond meer duidelijkheid over de (oorspronkelijke)
jaar werd afgerond, is het orgel nooit in Vught herplaatst, omdat men de aanleg van het instrument en de opeenvolgende wijzigingen die
de kosten daarvoor te hoog vond en niet bereid was er zitplaatsen in de daaropvolgende jaren zijn uitgevoerd. De vondst van de naam
voor op te offeren. Het zou bijna twintig jaar duren voordat in de Her- van de oorspronkelijke maker (Heyneman) en de aanwezigheid van de
vormde Kerk te Vught weer een orgel geplaatst werd. windlade, slepen en stokken, alsmede een groot deel van het pijpwerk
Het oude orgel werd uiteindelijk in februari 1961 voor drieduizend uit deze periode, hebben in hoofdzaak het klankconcept bepaald.
gulden aangekocht door het kerkbestuur van de r.-k. St.-Willibror- Uit onderzoek van het pijpwerk kon verder worden vastgesteld dat
duskerk te Esch33), waar het een jaar later door vrijwilligers onder lei- alleen de Cornet (oorspronkelijk de bas van de Mixtuur) nog van Van
ding van Jan Clerckx (Boxtel) werd geplaatst. Voor het stemmen en Hirtum was. Daarbij staat vrijwel vast dat dit pijpwerk werd vervaar-
intoneren deed men een beroep op de firma Adema (H. Schreurs), die digd door Antonius van Hirtum en niet door Bernard Petrus. De in-
destijds ook het orgel van de St.-Petruskerk in Boxtel in onderhoud scripties op het pijpwerk zijn daar zeer duidelijk over. Ook bij het orgel
van Chaam (1815-1816) dat door beide broers werd gebouwd, zijn
30) Archief Hervormde Gemeente Vught, bijlage bij de rekening 1947, inv. nr. dezelfde inscripties te zien.35)
1444.
34) Ineke Platel, Nieuwe toekomst voor St. Willibrorduskerk Esch (Esch 1994) 33-
31) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1453. 35. Met dank aan Dhr. Bindels voor het beschikbaar stellen van dit exemplaar.

32) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 1454. 35) Met dank aan Aart Bergwerff voor het beschikbaar stellen van deze
inscripties.
33) Archief Hervormde Gemeente Vught, inv. nr. 852.
2 1HET ORGEL 2012 | nummer 4


De orgelkas door Gerard de Jongh.
De kas van het instrument is na demontage uitgebreid onderzocht. In De drie beelden op het orgel zijn gerestaureerd en opnieuw geschil-
het algemeen kan gezegd worden dat de constructie van de boven- derd door Joachim van den Heuvel uit Esch. Ze zijn ongeveer zeventig
kas met de kappen nog van Van Hirtum is. Door de in het verleden centimeter hoog en gemaakt van gips dat verstevigd is met hout (harp
uitgevoerde veranderingen waren de achterstijlen en de deuren niet en bazuinen) en ijzerdraad. In de loop der jaren zijn de beelden meer-
meer aanwezig; deze zijn thans nieuw gemaakt. Het dak bij de tus- dere malen overgeschilderd en gerepareerd. De laatst aangebrachte
senvelden was niet meer aanwezig en is gereconstrueerd. De band met laag was een gepatineerde bronsverf, in 1962 aangebracht door Mar-
profilering is op kleine delen na ook van Van Hirtum en is nu weer tijn van Vught uit Esch. Uit kleurenonderzoek is gebleken dat de origi-
gecompleteerd. nele kleur gebroken wit was met vergulde accenten. Bij het maken van
Bij de onderkas is in de loop der jaren veel meer veranderd en ver- het behandelingsvoorstel is er rekening gehouden met de wens van de
vangen. Toen de claviatuur aan de rechterzijde van het orgel werd RCE om de afwerklagen (met al haar gebreken zoals oude reparaties)
geplaatst, zijn daar delen van de kas verwijderd inclusief een stuk van zoveel mogelijk intact te laten. Dit om het historisch overzicht te be-
de band. Uit het oogpunt van symmetrie zal toen ook aan de andere houden voor de toekomst. Waar mogelijk is er gebruik gemaakt van
zijde het profiel zijn verwijderd; het was in elk geval bij demontage niet reversibele materialen, zodat de restauratie omkeerbaar is.
meer aanwezig. Allereerst zijn de beelden schoongemaakt om ze te ontdoen van stof
De voorzijde van de onderkas was in de loop der jaren ingrijpend en vuil. Op een tweetal plaatsen zijn de reparaties ongedaan gemaakt
gewijzigd. Bij demontage bleek dat het zichtbare deel vrijwel geheel omdat de verbinding ondeugdelijk was. De harp van Koning David
uit triplex bestond dat ernstig door houtworm was aangetast. Ver- was op alle drie de hoeken gebroken. Overige storende beschadigin-
moedelijk is dit deel van het orgel in 1934 of in 1961 vernieuwd. De gen en lelijke overgangen tussen de (oude) reparaties zijn opgevuld
gesneden consoles waren nog wel oud, maar de bevestiging daarvan met een vulmiddel.
was gewijzigd. De beide oude hoornen van overvloed waren op een De onderdelen die verguld zouden worden, zijn voorzien van een gele
zeer slordige wijze op de voorzijde van de onderkas aangebracht. De grondkleur. De rest is geschilderd in een gebroken witte kleur, speci-
herkomst van deze ornamenten is niet duidelijk. Mogelijk behoorden aal voor de gelegenheid gemengd. De gebruikte verf heeft een zeer
zij tot vleugelstukken aan weerszijden van het front die in de loop der mat uiterlijk, net zoals de oorspronkelijke afwerklaag. Ten slotte is het
jaren verloren zijn gegaan. In elk geval zijn aan de kas duidelijke spo- bladgoud aangebracht.
ren zichtbaar die op de vroegere aanwezigheid van vleugelstukken
duiden. De windlade
Onder het triplex was een verzaagd houten schot aanwezig in een De windlade, die nog uit 1788 dateert, heeft in de loop van de geschie-
kleurstelling die verder niet op het orgel werd aangetroffen. Mogelijk denis weinig veranderingen ondergaan. Zelfs dispositiewijzigingen en
betrof het een restant van de oude balustrade in de kerk van Vught. het aanbrengen van pneumatiek hebben vrijwel geen blijvende schade
Het heeft er alle schijn van dat, toen het orgel in 1934 werd verbouwd, gegeven. De windlade was wel in desolate staat, met veel scheuren en
het ontstane ‘gat’ aan de voorzijde van de kas is gedicht met materiaal kapot leer. Bovendien was de lade doorgezakt als gevolg van slechte
dat afkomstig was van de balustrade. ondersteuning en was de fundamentbalk sterk verwormd. Bij de stok-
Bij de restauratie is het voorste deel van de onderkas geheel nieuw ge- ken waren door het aanbrengen van andere registers door middel van
maakt, waarbij de oude resten maatgevend zijn geweest. De lezenaar een opdik enige veranderingen aangebracht, maar originele gaten wa-
is geen kopie, maar gemaakt op een wijze die zowel praktisch als visu- ren na verwijderen van de opdikken nog aanwezig.
eel passend is bij dit concept. De linkerzijkant vanuit het front gezien Zeker is dat Van Hirtum alle stokken heeft gelaten zoals Heyneman ze
is vrijwel origineel. Hier waren enkele delen zodanig aangetast door gemaakt had, behalve de stok van de Mixtuur. Daar is duidelijk door
houtworm dat deze moesten worden vervangen. De deuren en schot- Van Hirtum een ander register geplaatst en heeft hij de originele gaten
ten van de onderkas zijn alle nieuw. Het basement is geheel nieuw, van Heyneman dichtgemaakt en nieuwe gaten geboord voor de Mix-
waarbij de maatvoering is bepaald door de resten die er nog waren. tuur; bij Heyneman was dat een enkel koor.
Heyneman heeft de windlade gemaakt met torens van zeven pijpen.
Een belangrijk element bij de restauratie was ook de reconstructie van Bovendien staat vast dat in het front de pijpen voor C-d1 van de Pres-
de oorspronkelijke kleurstelling van het instrument. Op basis van ver- tant 4’ sprekend waren. Hoe de oorspronkelijke indeling van de tus-
kennend kleuronderzoek door M. Polman van de Rijksdienst voor het senvelden is geweest, is helaas niet bekend.
Cultureel Erfgoed (2006) is de beschildering van het orgel na de de- In 1817 is door Van Hirtum een nieuwe orgelkas gemaakt met in de
montage verder onderzocht door Gerard de Jongh (Waardenburg) en drie torens telkens vijf pijpen. Hij heeft de discrepantie met de be-
Rob Bremer (Den Haag). De uitkomsten van dit onderzoek vormden staande lade opgelost door groot C en Cis binnen te zetten en vanaf
de basis voor het herstel van de oorspronkelijke kleuren. Spectaculair groot D in het front; de verdere verschuiving heeft hij met conducten
zijn daarbij vooral de draperieën. Deze zijn met bladzilver beplakt en opgelost. Zeker is dat ook bij Van Hirtum de Prestant 4’ vanaf dis1 op
vervolgens gepatineerd met Pruisisch blauw en ultramarijn op basis de lade heeft gestaan.
van lijnolie en secetief (een goedje dat zorgt dat lijnolie droogt). Voor Bij de pijproosters zijn, doordat hier ook opdik is gebruikt bij disposi-
de houtimitatie is gebrande omber gebruikt. Het schilderwerk aan de tieveranderingen, nog een aantal originele roosters van Heyneman en
kas is vervolgens in water geglaceerd en daarna gevernist. Het schil- Van Hirtum bewaard gebleven. De niet meer oorspronkelijke roosters
derwerk aan de kas en het bijbehorende snijwerk werd uitgevoerd zijn vernieuwd in eiken.

2 2 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Foto: Cees van der Poel De windvoorziening
Het is niet bekend of in 1817 nieuwe balgen zijn gemaakt of dat de
Bij de restauratie van de windlade zijn alle onderdelen losgeweekt en gebroeders Van Hirtum de bestaande balgen hebben gebruikt. Zeker
na reiniging en reparatie weer in elkaar gelijmd met beenlijm. De fun- is wel dat het orgel in de negentiende eeuw twee blaasbalgen had.
damentbalk bleek zeer krom te zijn en was bovendien ernstig door Vermoedelijk zijn deze oude balgen in 1934 vervangen door een ei-
houtworm aangetast; daarom is besloten de lade van een nieuwe ei- gentijdse magazijnbalg die onder in de (verdiepte) kas werd geplaatst.
ken fundamentbalk te voorzien. Verder is alle bedrading vernieuwd en Omdat deze balg in slechte staat verkeerde en bovendien een verant-
zijn er nieuwe pulpeten gemaakt, tevens is al het leer vernieuwd. woord herstel van het orgelmeubel en de windhuishouding in de weg
stond, is besloten tot het maken van twee nieuwe spaanbalgen. Omdat
De mechanieken er van de orgels van Heyneman geen geschikt voorbeeld voorhanden
De mechaniek van het orgel − zowel de speelmechaniek als de regis- was, zijn de nieuwe balgen gebaseerd op het werk van de gebroeders
termechaniek − is geheel nieuw gemaakt. Daarbij is het werk van Van Van Hirtum. Daarbij verschafte het contract voor het orgel in Chaam
Hirtum als uitgangspunt genomen, uitgaande van het feit dat de afme- (1815) belangrijke gegevens, die voor de gereconstrueerde balgen als
tingen van de kas in grote mate bepalend zullen zijn geweest voor de uitgangspunt zijn gebruikt. De balgstoel en de balgen zijn van grenen;
technische aanleg van het instrument. Het walsbord, de walsen en de de kanalen zijn van eiken. De maatvoering van de kanalen is mede
armpjes zijn van eiken. De winkels zijn van messing en de abstracten bepaald door de originele windinlaat in de lade.
zijn van grenen. De registerknoppen zijn van ahorn; de trekkers zijn
van eiken en de registerwalsen van ijzer. De registerplaatjes zijn van Het pijpwerk
orgelmetaal, waarop de registernamen geschilderd zijn; daarbij is de Het pijpwerk is na onderzoek geïnventariseerd, gerestaureerd en op
schrijfwijze van Van Hirtum als uitgangspunt genomen. de oorspronkelijke plaats op de windlade gezet. Nadat het instrument
technisch is opgesteld, is het geïntoneerd en gestemd. Hierbij is het
Het klavier nog bestaande frontpijpwerk als basis voorwinddruk en verdere into-
De herkomst van het oude handklavier is niet bekend. Vast staat wel natie gebruikt. Deze tonen (D-e), die voor de restauratie al lange tijd
dat het niet van Heyneman of Van Hirtum is. Het klavier is voor zover buiten gebruik waren, gaven zowel wat de toonhoogte als de intonatie
mogelijk gehandhaafd waarbij het beleg van de ondertoetsen is ver- betreft waardevolle inzichten hoe dit instrument verder moet hebben
nieuwd in been en de boventoetsen zijn vervangen door ebbenhouten geklonken.
exemplaren. Het raamwerk met een deel van de stiften is gehand- Doordat bij de windlade de stokken bewaard gebleven zijn, alsmede
haafd. De bakstukken zijn vernieuwd. een deel van de pijproosters en een groot deel van het pijpwerk, was
het niet moeilijk om de oorspronkelijke dispositie, zoals die bij Van
Hirtum moet zijn geweest, te reconstrueren. Vanwege de aard van het
aanwezige historische materiaal is bij het nieuw te maken pijpwerk
(behalve bij de Mixtuur) zoveel mogelijk, het werk van Heyneman als
uitgangspunt genomen. Voor het tongwerk is het orgel van de Waalse
Kerk in Arnhem (1777) als uitgangspunt genomen. Het is gebouwd
door Carl Philipp König toen Heyneman nog bij hem in dienst was. De
inscripties op het pijpwerk zijn van Heyneman.

Bij de intonatie zijn voor zover als mogelijk de diepe kernsteken uitge-
wreven. Voetopeningen gelijk gemaakt, kernen gericht en kernsple-
ten gelijk gemaakt. Bij de gedekte pijpen zijn de hoeden afgedicht met
blauw papier. Het frontpijpwerk is van 90% tin, binnenpijpwerk 28%
tin.

IMPRESSIE
Het orgeltje in Esch is zo’n instrument waarop je als speler bij de eerste
aanblik al verliefd raakt. De kas moet opboksen tegen het uitgespro-
ken blauw van het oksaal en doet dat met gemak. Het orgel nodigt
met zijn intense rode kleur, het blauw-zilveren snijwerk en de tinte-
lende frontpijpen uit tot spelen. De klank van het instrument maakt
de visuele indruk waar.
De Prestant 4’ vormt de ruggengraat van de klank. Het register straalt,
maar tegelijk geeft de soms wat aarzelende fluwelen aanspraak de
klank met name in de bas iets breekbaars.
De Holpijp zet zeer goed door in de ruimte zonder brutaal te worden.
In de luidheid van het instrument speelt de vrij harde akoestiek van de

2 3HET ORGEL 2012 | nummer 4


orgelmakerij

Bakker Timmenga b.v.

Kleine Kerkstraat 25 J.L.van den Heuvel
8911 DL Leeuwarden
Orgelbouw BV
(058) 212 96 87
www.bakker-timmenga.nl Amstelwijckweg 44
3316 BB Dordrecht
Zuidbroek Hervormde Kerk
H.H. Freytag – F.C. Snitger 1795 tel.: 078 6179540
e-mail: [email protected]
Restauratie 2006-2007 website: www.vandenheuvel-orgelbouw.nl

nieuwbouw en restauratie
onderhoud en stemmen
gebruikte orgels en opslag

VAN PLANK TOT KLANK

Nieuwbouw, restauratie en onderhoud.
Ambachtelijk uitgevoerd.

Studio Cor Brandenburg BAG Orgelmakers b.v. Telefoon 053 4322072
Van Beekstraat 124-B De Ossenboer 20 Email [email protected]
1121 NT Landsmeer 7547 SJ Enschede

2 4 HET ORGEL 2012 | nummer 4


kerk overigens een grote rol. de bas van de Prestant, de Kromhoorn is ook te combineren met een
De Fluit travers heeft een prestantkarakter, zoals te verwachten bij een discant met Holpijp en Fluit 4’.
ouder, niet overblazend type. Dikwijls klinkt deze effectstem wat af- In 2005 bezocht ik het instrument in zijn toen nog fysiek en vooral
standelijk, in Esch zeker niet, en dat is niet geheel op het conto van de artistiek deplorabele toestand. Enkele oude registers deden het ver-
akoestiek te schrijven. De Fluit 4’ is het meest intrigerende register. De moeden rijzen van een in de kern hoogwaardig orgel. Het is bijna niet
verschillende bouwwijzen zijn in de klank duidelijk waarneembaar; ze te geloven dat dát verminkte instrument voor oog en oor zo glansrijk
zijn (bewust) niet weggepoetst. De bas is dunner van klank dan de dis- is herboren. Het resultaat rechtvaardigt dubbel en dwars de moed en
cant waar het register enige streek bezit en op zijn charmantst klinkt. avontuurlijke instelling van de parochie, orgelmaker en adviseur.
Als brug tussen de achtvoet en de drievoet voldoet de Fluit 4’ in de bas Het is te hopen dat het rondwarende spook van de kerksluitingen aan
dan ook minder dan in de discant. Bij solistisch gebruik van de Fluit de bijzondere combinatie van kerk en orgel in Esch voorbijgaat. Zo
4’ is de prachtige karakteristiek van de wind duidelijk waarneembaar. niet, dan zal voor dit juweel ongetwijfeld een goede plek te vinden zijn.
De combinatie met de fijne speelaard en het goede repetitievermo- Bijzonder is dat in korte tijd zowel dit orgel, voor zover we weten het
gen van de tractuur maken bespeling van dit register (en van het hele eerste van Van Hirtum, en zijn laatste instrument in de Willibrordus-
orgel) een feest. De Octaaf 2’ is zeer spits, maar voegt zich makkelijk kerk van Diessen (1859, zie in dit nummer pagina 43-45) in optimale
in veel combinaties. De bekronende Mixtuur heeft door zijn samen- staat zijn gebracht. En niet te vergeten de klankrestauratie van Van
stelling een zuidelijk accent. De repetitie op c² maakt dat het register Hirtums orgel in Hilvarenbeek in 2005. Tussen Esch en Diessen ont-
in de hoge regionen door zijn luidheid niet ontaardt. Homofone mu- wikkelde Van Hirtum zich van een zeer klassiek gericht orgelmaker
ziek past het best bij deze stem, hoewel meerstemmig weefsel wel te naar een meer moderne. Onveranderd bleef het artistiek hoge niveau.
doorgronden blijft. De Quint 3’ is in ensemble nogal eigenzinnig. Dat Brabant mag zich gelukkig prijzen met dit kostbare orgelbezit.
is grotendeels te verklaren door de vrij geprononceerde aanspraak,
meer dan bij de andere stemmen. Het register werkt ondanks en dank- Met uitzondering van de paragraaf 'Impressie' is dit artikel gebaseerd op een bro-
zij deze trek heel goed in combinaties. In de bas is de Prestant nodig chure Het Heyneman- van Hirtum-orgel in de St.-Willibrorduskerk te Esch, die de
om volledig te binden. St.-Willibrordusparochie te Esch in 2010 uitgaf ter gelegenheid van de restauratie.
Tot slot zijn er nog de twee halve tongwerken. Die zijn bijzonder goed
geslaagd. Beide bieden naast hun tutti-functie mogelijkheden voor so-
loregistraties. De gulle Trompet moet daarbij tegenwicht krijgen van

Dispositie Heyneman/Van Hirtum-orgel in de St.-Willibrorduskerk te Esch

Manuaal, C-f3

Prestant 4 vt. D-e (middentoren en de zijtorens Heyneman); f-d1 tussenvelden (nieuw); C, Cis en dis1-f3

nieuw binnen

Holpyp 8 vt geheel metaal (Heyneman)

Flute travers 8 vt.Disc. Herkomst onbekend, mogelijk van F.C. Smits.Vanuit de zijkanten rond opgesneden

Fluyt 4 vt Heyneman; vanaf d2 conisch (Van Hirtum). In het gedekte deel zijn vermoedelijk door Van

Hirtum de onbrekende pijpen bijgemaakt. Fis-A, d1-dis1, g1-cis2: deze lopen niet door in

mensuur (ze zijn enger en hoger opgesneden)

Quintfluit 3vt C-f gedekt, vanaf fis open, conisch. C-D a2-f3 nieuw. Dis-f Heyneman, overige oude pijpwerk

(fis-gis2) Zubeleé (?) met zijbaarden

Octaaf 2 vt nieuw

Mixtuur 3 st. Bas Van Hirtum discant nieuw. Samenstelling:

C 1 2/3 1/2

c1 2 1 1/3 1

c2 4 2 2/3 2

Kromhoorn Bas

Trompet 8 vt. dis. Nieuw naar voorbeeld van het König-orgel in de Waalse Kerk Arnhem. Maten beschikbaar

gesteld door Aart van Beek

Winddruk: 60 mm wk
Toonhoogte: a1 = 425,5 Hz bij 24,5ºC
Stemming: Vallotti

2 5HET ORGEL 2012 | nummer 4


Zuid-Afrikaanse orge

Een zoektocht naar culture

Gerrit Jordaan Traditioneel wordt het orgel niet met Afrika geassocieerd. Tot nu toe ontving orgelmuziek uit
Afrika1) weinig aandacht, wat onder meer veroorzaakt werd door een gebrek aan Afrikaanse orgelcomposities
en het feit dat slechts een handjevol organisten deze werken spelen. De Nigeriaanse componist Akin Euba2) wijst
erop dat juist het idee van wat Afrikaanse ‘kunstmuziek’ inhoudt, niet overeenkomt met wat in het Westen typisch
Afrikaans gevonden wordt. De komst van nieuwe marketingsetiketten als ‘world beat’ en ‘world music’ is enorm
succesvol geweest. Het effect hiervan was dat in Europa en Amerika3) een nieuwe vraag ontstond naar ‘authen-
tieke’, traditionele Afrikaanse muziek, maar er werd weinig aandacht besteed aan de relatie tussen Afrikaanse
‘kunstmuziek’ en de internationale muziek.4) In het Zuid-Afrika van na de apartheid leeft men in de veronderstel-
ling5) dat zijn kunstwerken een identiteit weerspiegelen die gekenmerkt wordt door vermenging van uiteenlo-
pende genres en cross-culturele bestuiving.
Volgens de catalogus van de South African Music Rights Organisation (SAMRO) bestaat het Zuid-Afrikaanse
orgelrepertoire momenteel uit ongeveer duizend composities. Het grootste deel daarvan betreft muziek die ge-
schreven is voor de liturgie. Van de vrije (lees: niet-koraalgebonden) orgelwerken zijn ongeveer vijftig werken
geschikt voor de concertpraktijk. Deze orgelwerken zijn over het algemeen kleurrijk, ritmisch uitdagend en tech-
nisch veeleisend.

1) Godwin Sadoh heeft artikelen gepubliceerd over Nigeriaanse orgelmuziek. Vermeldenswaard zijn de orgelwerken van de Nigeriaanse componisten Fela Sówándé, Ayo
Bankole en Godwin Sadoh (Johnson 2006).
2) Akin Euba, Modern African Music: A Catalogue of Selected Archival Materials at Iwalewa-Haus, University of Bayreuth, Germany (Bayreauth 1993) 1.
3) M. Scherzinger geeft als voorbeeld Louis Sarno’s bayaka: The Extraordinary Music of the Babanzélé Pygmies (1995) met jungle-geluiden, jodelende vrouwen en getrom-
mel tussen de delen. Zie: M. Scherzingen, ‘Art’ music in a cross-cultural context: the case of Africa, in: N. Cook en A. Pople (red.), Cambridge History of Twentieth century
music (Cambridge 2004) 589
4) Scherzinger, ‘‘Art’ music’, 590.
5) Zie M. Blake, ‘The present-day composer refuses to budge: case studies in new South African orchestral music’, SAMUS: South African Journal of Musicology, 25 (2005)
134: ‘[The] appropriation of African musical material as a compositional resource is to be expected in South Africa.’

2 6 HET ORGEL 2012 | nummer 4


DE MUZIEK

elmuziek

ele identiteit

Dit artikel bevat een inleiding op het Zuid-Afrikaanse concertreper- eeuw. De term ‘trans-etniciteit’ is gebruikt om het vroege werk van
toire voor orgel, waarbij we twee vragen voor ogen houden: een paar Zuid-Afrikaanse componisten te karakteriseren, zoals aan de
hand van een paar orgelwerken uitgewerkt zal worden in de derde
1. Is er sprake van een duidelijk te omschrijven culturele identiteit in paragraaf.
het Zuid-Afrika van na de apartheid?
2. Voor het orgel, één van de oudste instrumenten, is er een enorm I . CULTURELE IDENTITEIT NA DE APARTHEID
omvangrijk repertoire gecomponeerd. Zijn er in het Zuid-Afrikaanse
orgelrepertoire werken te vinden die iets nieuws en unieks toevoegen Identiteitskwesties zijn normaliter belangrijk in landen met een kolo-
aan de bredere canon van orgelrepertoire waardoor de muziek inter- niaal verleden, zoals Zuid-Afrika, waar een nieuwe complexe identiteit
nationaal ‘verkoopbaar’ wordt? ontstaan is.7) De Zuid-Afrikaanse componist Kevin Volans, die afwis-
Uit het Zuid-Afrikaanse orgelrepertoire heb ik zes recente werken ge- selend in Zuid-Afrika en Ierland woont, schreef over zijn identi-teit:
selecteerd. Deze composities zijn gemaakt in het Zuid-Afrika van na ‘Like many white South Africans of my generation I was brought up to
de apartheid en laten de zoektocht zien naar een inclusieve culturele think I was European. I went to live in Europe and found this was not
identiteit: true. I returned to Africa and was disappointed to find I could not re-
 Nkosi (1997) van Henk Temmingh ally regard myself as African … One of the biggest crises facing whites
 Walking Song (1984) van Kevin Volans (transcriptie voor orgel (and perhaps urban blacks) in this country today is that of identity.’8)

door de componist, 1986) Culturele identiteit is niet statisch of iets dat reeds bestaat, iets dat
 O tswanetse go reetsa (1994) van John Reid Coulter plaats, geschiedenis en tijd overstijgt: zij verandert voortdurend.9)
 But there went up a mist from the earth watering the face of the Identiteit is volgens M. Palmberg te omschrijven als de manieren

ground… (1997) van Bongani Ndodana-Breen 7) Zie de postkoloniale publicaties van Veit Erlmann, David Coplan, John Blacking,
 Mayibuye Suite (2001) van Surendran Reddy Christopher Ballantine, Louis Meintjies en Martin Scherzinger. K. Agawu, Repre-
 Afrika Hymnus II (1997) van Stefans Grové senting African Music (New York 2003) xviii; Maria Baaz, M.E. Baaz, ‘Introducing
– African Identity and the Postcolonial’, in: M.E. Baaz en M. Palmberg, Same and
Het midden van de jaren tachtig, toen het eerste van bovengenoemde Other: Negotiating African Identity in Cultural Production (Uppsala 2001).
werken ontstond, was een periode waarin gediscussieerd werd of 8) K. Volans, ‘Of White Africans and White elephants’. Gepubliceerd als A New
het verbod van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) opgeheven note in Leadership (Cape Town. 18.02.1986). www.kevinvolans.com. Geraad-
moest worden. Integratie en cultureel bewustzijn van alle bevolkings- pleegd: 12 oktober 2011. Vertaling: Vert. Zoals veel blanke Zuid-Afrikaners van
groepen in het land werden sleutelbegrippen. De zoektocht naar een mijn generatie groeide ik op met het denkbeeld dat ik een Europeaan was. Ik ging
nieuwe, inclusieve identiteit zal besproken worden in de eerste para- in Europa wonen en ontdekte dat dit niet waar was. Ik keerde terug naar Afrika
graaf van dit artikel. Daarop volgt een gedeelte over de receptie van en was teleurgesteld te ontdekken dat ik mezelf niet echt als Afrikaner kon zien…
een aantal orgelwerken bij het publiek. Volgens M. Scherzingen6) werd Eén van de grootste crises waarmee de blanken (en mogelijk stedelijke zwarten)
‘unfrettered’ (ongelimiteerde) transcriptie, het parafraseren en citeren vandaag geconfronteerd worden, is die van de identiteit.
van lokale Afrikaanse muziek, kenmerkend voor de Zuid-Afrikaanse
‘kunstmuziek’ in de tachtiger en negentiger jaren van de twintigste 9) M. Palmberg, ‘Expressing Cape Verde – Morna, Funaná and national identity’,
in: M. Palmberg en A. Kirkegaard (red.), Plating with identities in contemporary
6) Scherzinger, ‘‘Art’ music’, 607. music in Africa (Uppsala 2002) 118.

2 7HET ORGEL 2012 | nummer 4


waarop wij onszelf positioneren binnen de verhalen van het verleden. van dit steeds voortdurende, dynamische proces ook sprake bij de
De dynamische aard van identiteit kan heel goed geïllustreerd wor- identiteitsvorming in het Zuid-Afrika van na de apartheid.
den aan de hand van de iconische toespraak ‘I am an African’10) van De vraag of er een culturele identiteit aan te wijzen is in het Zuid-
oud-president Thabo Mbeki, waarin deze zijn persoonlijke identiteit Afrika na de apartheid, is dus illusoir en niet van een definitief ant-
beschrijft vanuit historische perspectief. De toespraak werd gehouden woord te voorzien.
bij gelegenheid van het aanvaarden van de nieuwe Zuid-Afrikaanse
grondwet op 8 mei 1996. Mbeki was toen vice-president van Zuid- II. EEN UNIEK ORGELREPERTOIRE?
Afrika. In zijn typerende retorische stijl stelde hij dat hij zijn bestaan
dankt aan de onderscheiden karakteristieken die zijn geboorteland Wanneer we gaan nadenken over de tweede vraag, die betreffende de
kenmerken, alsook aan de mensen die hem gevormd hebben. Hij her- uniciteit van de geselecteerde werken uit het Zuid-Afrikaanse orgel-
innert de Khooi en de San, de migranten uit Europa, de Malay-slaven repertoire, wordt duidelijk hoezeer deze muziek verschilt van het
en migrant-arbeiders uit India en China. Hij noemt zich een product standaard-orgelrepertoire, vooral als deze muziek uitgevoerd wordt
van de historische gevechten tussen de Zulu-strijders en de Boeren, en in een andere omgeving, zoals een kathedraal in Europa.
ook van het racisme dat definieerde wie mens en wie ‘Untermensch’ Ik geef sinds 1998 recitals in het buitenland met de bedoeling Zuid-
was. Hij is kind van hen die geen verzet tolereerden, die weigerden Afrikaanse orgelcomposities aan een internationaal publiek te pre-
te accepteren dat het Afrikaanse karakter gedefinieerd moet worden senteren. De overheersende reactie op deze muziek is gelijk aan wat
door ras, kleur, geslacht of herkomst. Hij besloot met de veelzeggende in recensies van concerten in het Duitse Gelsenkirchen (2000) en het
opmerking: ‘It is a firm assertion made by ourselves that South Africa Finse Turku (2001) verwoord werd.
belongs to all who live in it, black and white.’11) Naar aanleiding van mijn concert in Gelsenkirchen, waar ik composi-
De Zuid-Afrikaanse musicoloog David Coplan, die gespecialiseerd ties van Ndodana, Volan, Grové, Reddy en Zaidel-Rudolph speelde,
is in de stedelijke muziekcultuur in Zuid-Afrkia, bekritiseert Mbeki’s maakte Von Heinz-Albert Heindrich (2000) een aantal opmerkingen
benadering, evenals diens visioen van een Afrikaanse renaissance.12) over de uniciteit van de gespeelde werken: ‘Zu einem ungewöhnlichen
Hij is bezorgd dat een complexe, dynamische Zuid-Afrikaanse identi- Konzert mit südafrikanischer Orgelmusik kamen am Sonntagabend
teit ten onrechte geïnterpreteerd wordt als een statische hybride. viele, vor allem auch junge Zuhörer in die Urbanuskirche. Dort war
Kevin Volans vindt als componist die het cultiveren van een post- eine Musik zu hören, die dem Kircheninstrument einmal ganz andere
apartheid-identiteit overpeinst: ‘we have to embark on a reconcilia- Rhythmen und Klänge entlockt, als sie bei Europäern üblich sind. ...
tion of African and European aesthetics’.13) Voordat culturen geïnter- [Der organist] ... bewies auf eindrucksvolle Weise, dass er mit seinen
greerd kunnen worden, moet een componist op de hoogte zijn van Orgelprogrammen einen Brückenschlag zwischen den Kontinenten
de klankverschillen tussen Westerse ‘kunstmuziek’ en ‘Afrikaanse und Kulturen zuschlagen versteht. Mit Spannung und Neugier hören
muziek’. De vermaarde Ghanese musicoloog Kofi Agawu pleit daar- wir hier zu Lande, wie die Afrikaner völlig anders ausschöpfen und sie
entegen voor een holistische, inclusieve benadering.14) Volgens hem auf ihre eigene Klangwelt zu projizieren vermögen.’
moeten musici en musicologen bij het verklaren en analyseren van Op het voortreffelijke Virtanen-orgel in de kathedraal van Turku speel-
Afrikaanse muziek meer aandacht hebben voor de overeenkomsten de ik – naast de eerste sonate van Paul Hindemith – Zuid-Afrikaanse
dan voor de verschillen met de Europese muziek. Deze academische werken van Ndodana (But there went up a mist from the earth water-
benadering herinnert aan de inclusieve identiteit die Mbeki ideali- ing the face of the ground…), Volans (Walking Song), Grové (Afrika
seerde. Hymnus I) en Reddy (Toccata for Madiba). Atte Tenkanen (2001)
schreef in zijn recensie van dit concert dat hij verscheidene Afrikaanse
Het lenen van naburige culturen en het geleende als iets van de elementen kon onderscheiden en dat men zich kon indenken wat voor
lener beschouwen, is altijd onderdeel geweest van het proces van nieuwe werelden zij openden.
identiteitsvorming.15) Zoals de geciteerde literatuur laat zien, is Na uitvoering van But there went up a mist from the earth watering the
face of the ground… in Cambridge en Londen schreef Mike Wright,
10) De SAMRO Endowment for the National Arts (SENA) achtte deze toespraak destijds voorzitter van Music in Africa and its Diaspora, eveneens dat
uiterst belangrijk voor het definiëren van de Zuid-Afrikaanse identiteit en gaf deze compositie ‘een duidelijk inzicht bood in wat voort kan komen
daarom opdracht aan de Zuid-Afrikaanse Peter Klatzow om de toespraak op mu- uit een nieuwe generatie Zuid-Afrikaanse componisten’.16)
ziek te zetten. Dit werk (een lied met orkestbegeleiding) ging op 31 augustus 2011 In breder verband laat Scherzinger een soortgelijk geluid horen:
in première bij het National SAMRO Competition for singers. ‘De creatieve spanning tussen lokale, Afrikaanse muziektradities en
Westerse “kunst”-muziek heeft het vermogen om nieuwe richtingen
11) T. Mbeki, ‘I am an African. Speech on behalf of the African National Congress in de ontwikkeling van internationale “kunst”-muziek te stimuleren’.17)
in Cape Town on 8 May 1996. www.soweto.co.za/html/i_iamafrican.htm. Geraad- Met deze opmerking geeft Scherzingen een antwoord op de tweede
pleegd: 12 november 2011. Vertaling: Zelf beweren wij met stelligheid dat Zuid- vraag, te weten dat het Zuid-Afrikaanse orgelrepertoire in potentie
Afrika behoort aan allen die daar leven, zwarten en blanken.
16) M. Wright, ‘Composition in Africa and the Diaspora – three landmark organ
12) D.B. Coplan, ‘Sounds of the “Third Way” – Zulu Maskanda, South African recitals. Music Research Institute’. Intercultural Musicology Bulletin, 3/1-2 (decem-
Popular Traditional Music’, in: Palmberg en Kirkegaard (red.), Playing with identi- ber 2001).
ties, 115.
17) Scherzinger, ‘‘Art’ music’, 611.
13) Volans, ‘Of White Africans and White elephants’. Vertaling: …we moeten
beginnen met een verzoening van Afrikaanse en Europese esthetica.

14) K. Agawu, Representing African Music,169.

15) ‘Zie de ontwikkeling in de Afrikaanse kerklied, waar Westerse liederen ‘ver-
afrikaniseerd’ werden.

2 8 HET ORGEL 2012 | nummer 4


iets nieuws of unieks toe te voegen heeft binnen de brede canon van III. INTERCULTURELE BEVRUCHTING,
het orgelrepertoire. Deze opvatting is tot nu toe gebaseerd op een GEÏLLUSTREERD MET EEN AANTAL ORGELWERKEN
klein aantal werken.
Het weergeven van recensies en reacties vanuit het publiek is een sub- Bij de bespreking van de geselecteerde orgelwerken zal de nadruk
jectieve aangelegenheid en hoeft niet noodzakelijkerwijs de impact liggen op de bevruchtende werking van het contact tussen culturen,
weer te geven die het programma, of bepaalde werken daaruit, had- zoals deze blijkt uit de vorm en textuur van de composities. Aan het
den op het publiek. Aangenomen mag worden dat het buitenlandse einde van elke bespreking van een werk zal ik kort wijzen op andere
publiek genoten zal hebben van de confrontatie met een klankwereld Zuid-Afrikaanse composities met soortgelijk invloeden en texturen.
die verschilt van die waarmee het vertrouwd is.
a. Nkosi (I) van Henk Temmingh
Het is zeker dat niet elke plaatselijke poging op het gebied van ‘kunst’- De productieve componist23) Henk Temmingh (die in 1939 in Neder-
muziek geapprecieerd wordt buiten Zuid-Afrika, maar een kunst- land werd geboren en als jonge knaap naar Zuid-Afrika emigreerde)
zinnig focussen op de best te exporterende muziekproducten kan componeerde Nkosi (I)24) (1997) – een orgelprelude op Nkosi sikelel’i
een interessante buitenlandse markt creëren. Men kan zich afvragen Afrika – als een virtuoze compositie voor een concours. The can-
waarom minder dan een handjevol uitvoerende kunstenaars dit reper- tus firmus in het pedaal wordt begeleid door een op de mbira-geïn-
toire plaatselijk en over de grenzen uitvoert of waarom evenzo weinig spireerde homofone textuur.
componisten muziek componeren met deze markt in het achter- Het timbre van de mbira wordt opgeroepen door het vier-tonenmotief
hoofd? Een antwoord kan zijn dat het niet altijd de intentie van de F# G# C# D# (zie notenvoorbeeld 1) in de rechterhand met wisselende
gast-artiest is continenten en culturen te overbruggen.18) metrische verdeling van acht kwartnoten in de maat. (Met de A# in
Niet alle plaatselijk artiesten hoeven per se gelieerd te worden aan de cantus firmus zijn de buitenstemmen pentatonisch.) De componist
de lokale muziek die in Zuid-Afrika gemaakt wordt. Sommige com- probeert niet de mbira te imiteren of welk traditioneel Afrikaans in-
ponisten grijpen bij gelegenheid naar andere culturen (zie Henk Tem- strument dan ook. Met elke nieuwe cantus-firmusfrase wordt de be-
mingh en Peter Klatzow). Toen Zuid-Afrikaanse componisten begon- geleiding steeds complexer door chromatiek aan de harmonie toe te
nen ‘Afrikaans materiaal’ in hun composities te verwerken, werden voegen.
ze daarom bekritiseerd, vooral plaatselijk.19) De Zuid-Afrikaanse com- Hoewel de componist in een gesprek met mij zei dat ‘Afrika’ nooit
ponist Robert Fokkens20), die momenteel in Londen leeft, probeert een echt een factor in zijn composities is geweest, omdat Afrika naar
antwoord te vinden vanuit het gezichtspunt van de componist (en zijn mening niet geassocieerd kan worden met het orgel en symfo-
voor de uitvoerend musicus kan hetzelfde gelden): ‘The Western con- nieorkesten, componeerde hij deze drie werken over Nkosi voor
sumer market demands that music from countries other than those of een concours van het SAMRO, waarbij hij aansluit bij de tijdgeest
Western Europe and the US be sufficiently identifiable as non-Western van ‘inclusiviteit’.25) Volgens hem kunnen het Afrikaanse lied Sarie
… to allow the music to be marketed and sold’.21) Hoewel dit een mid- Marais26) en de traditionele Boeren-liedversie van Psalm 130 gezien
del kan zijn om succes te bereiken, is het volgens hem uiteindelijk be- worden als onderdeel van een ‘inclusief’ Afrika. (Op beide van deze
langrijker dat een componist (dan wel: uitvoerend artiest) ‘explores melodieën schreef Temmingh een aantal variaties, respectievelijk Ses
its own individual and complex voice’ (zijn eigen individuele en com- Sariasies en Variations de Concert.) Hij definieert zijn stijl als ‘eclec-
plexe stem verkent) dan dat hij probeert om stemmen te adopteren die tisch’, een term die iets weergeeft van de complexe ontwikkeling van
vreemd zijn aan wie de componist is.22) de Afrikaanse identiteit.

18) Zie H. von Heindrichs, ‘Dem Kircheninstrument andere Klänge entlockt’, De beroemde anthem Nkosi sikelel’i Afrika van Enoch Sontoga
Buersche Zeitung, 1 augustus 2000. wordt geciteerd in twee andere Zuid-Afrikaanse orgelcomposi-

19) De complete discussie kan gevolgd worden, zie: J. Bräuninger, ‘Gumboots 23) Henk Temmingh heeft tot nu toe 23 orgelwerken toegevoegd aan het Zuid-
to the rescue’, SAMUS: South African Journal of Musicology, 18 (1998) 1-15. De Afrikaanse orgelrepertoire, inclusief groots opgezette reeksen koraalvariaties. Zijn
reactie op dit artikel: G. Olwage, ‘Who needs rescuing? A reply to ‘Gumboots Nkosi II (2009), Nkosi III (2009), Three Organ Pieces (1999), Farri Hasies – Goudie
to the rescue’, SAMUS: South African Journal of Musicology, 19/20 (1999-2000) Hamoes (2000) (variaties op Gaudeamus Igitur) en Variations de Concert (2003)
105-108. (variaties op de melodie van Psalm 130, in de stijl van Bonnets virtuoze Concert
Variations) en Sonata in D (2010) zijn belangrijke werken.
20) Schrijvend over de Zuid-Afrikaanse componist Peter Klatzow realiseert R.
Fokkens zich dat uit pogingen van Zuid-Afrikaanse componisten zichzelf te 24) Nkosi (I) werd gecomponeerd in opdracht van SAMRO Endowment for the
positioneren in de Westerse hoofdstroom ‘remarkably little awareness of them’ National Arts als verplichte werk voor de ‘SAMRO overseas scholarship Competi-
is gebleken. Hij wijst er verder op dat de enige Zuid-Afrikaanse componist die tion’ in 1997, en Nkosi II en Nkosi III voor hetzelfde concours in 2009. Deze drie
internationaal een rol van betekenis heeft gespeeld, tot op heden Kevin Volans is, werken duren elk vijf tot zes minuten. Nkosi II is gecomponeerd in de stijl van een
‘initially by importing ‘black African’ sounds, songs and techniques into Western koraalfantasie, en in dit geval ontleent de componist al zijn melodische materiaal
music’ (in het begin door ‘zwarte Afrikaanse’ klanken, liederen en technieken in aan de cantus-firmusregels. De cantus firmus dicteert de structuur van deze twee
de Westerse muziek te importeren). R. Fokkens, ‘Peter Klatzow: Perspectives on werken. Het materiaal van Nkosi III is in zijn geheel ontleend aan de eerste twee
context and identity’, SAMUS: South African Journal of Musicology, 24 (2004) 104. cantus-firmusregels.

21) Fokkens, ‘Peter Klatzow’, 105. Vertaling: De Westerse consumentenmarkt 25) G.A. Jordaan. In gesprek met Henk Temmingh, Vir die Musiekleier, 36 (2009)
eist dat muziek uit andere landen dan die van West-Europa en de Verenigde 64.
Staten, voldoende herkenbaar is als niet-Westers (…) om op de markt gebracht en
verkocht te worden. 26) De melodie van Sarie Marais is afkomstig van de Amerikaanse song Sweet El-
lie Rhee en werd populair met een Afrikaanse tekst over gebeurtenissen uit Eerste
22) Fokkens, ‘Peter Klatzow’, 106. Boerenoorlog.

2 9HET ORGEL 2012 | nummer 4


Notenvoorbeeld 1: Henk Temmingh, Nkosi (I), maat 10-13

ties: Variations on Nkosi sikelel’i van Shirley Gie (niet uitgegeven) en gezien worden als een expressie van minimalisme (zie notenvoorbeeld
Toccata for Madiba van Surendran Reddy (uitgegeven door SAMRO). 2a).
De toccata ontleent zijn inspiratie aan het naast elkaar plaatsen van De tempo-aanduiding van het eerste deel is ‘vivace’ (kwartnoot: MM
diverse stijlen (mbaqanga, jazz-trio en fugatisch schrijfwijze). Het laat- 146-152). Aan het begin van dit deel wisselt de maatsoort vaak, maar
ste gedeelte van de toccata is een virtuoze fughetta over de opening verderop, in maat 33, vestigt zich een regelmatige 6/8-maat, hoewel
van de anthem, dat zowel Czerny-achtige als jazz-geïnspireerde figu- de plaatsing van topnoten die als accenten waargenomen worden,
raties bevat. Het werk But there went up a mist from the earth watering voortdurend gevarieerd wordt.
the face of the ground… van Bongani Ndodana-Breen eindigt ook met Het tweede deel (meno mosso maat 164 en verder, zie notenvoor-
de eerste twee regels van Nkosi sikelel’i Afrika in mineur. beeld 2b) is geschreven in een regelmatige, dansachtige 6/4-maat. Het
is gebaseerd op een begeleidingsfiguur in de linkerhand die één maat
b. Walking Song van Kevin Volans omvat (zie maat 174) en speelt met een vaag hemiool-achtige maat,
Het acht minuten durende Walking Song van Kevin Volans (geboren in wisselend tussen groeperingen van 3+3 en 2+2+2.
1949) is een teer, transparant werk, dat de componist in 1986 maakte De voorgeschreven fijnzinnige articulatie in deze delen kan goed uit-
als een orgelbewerking van zijn gelijknamige compositie uit 1984 gevoerd worden op een mechanisch instrument met karakteristieke
voor fluit, clavecimbel en twee musici die in de handen klappen en met fluitregisters. Het is jammer dat dit vroege werk tot op heden het
de vingers klikken. De compositie is in handschrift uitgegeven door enige orgelwerk van Volans is.
Chester Music London.27) Het eerste werk werd geïnspireerd door
opnamen van een bamboeriet-blaasensemble van Benzélé Pygmies uit
Centraal Afrika, die de hoketus-techniek gebruikte28). Ook Tswana,
Khoisan, Pedi en Venda hebben het spel van riet-blaasensembles
gecultiveerd. Een dergelijk ensemble kan men in zekere zin vergelijken
met een pijporgel waar elke pijp, die een enkele noot speelt, te
vergelijken is met de enkele toon uit een bamboepijp die door een
persoon aangeblazen wordt.
Volans’ imitatie van de hoketus-techniek resulteert in een fijnzinnige
textuur die ‘pointillistisch’ genoemd kan worden. De textuur is aan-
vankelijk monodisch en breidt uit tot vijfstemmigheid aan het einde.
Het hele werk door baseert Volans zijn materiaal op de pentatonische
toonladder (des - es - f - as - bes) . Vanuit dit gezichtspunt kan het

27) Beide versies zijn op YouTube te beluisteren: www.youtube.com/ Kevin Volans
watch?v=cPNGDyOJaQI en www.cmc.ie/shop/cd_detail.cfm?itemID=2575.

28) ‘Hoketus’ verwijst naar de uitvoeringspraktijk waarbij partijen, enkele noten
of groepen van noten alterneren. De term duidt gewoonlijk op de compositietech-
niek die geassocieerd wordt met de middeleeuwse Notre-Dame-School. De hoke-
tus-techniek in Afrikaanse riet-blaasensembles betekent dat elke speler slechts één
noot kan produceren, maar door samen en na elkaar te spelen worden melodie en
harmonie gecreëerd van een korte basisfrase of -patroon waarop geïmproviseerd
wordt. De hoketus-techniek wordt ook gebruikt in andere Afrikaanse culturen,
zoals in Centraal Afrika en Oost-Afrika.

3 0 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Notenvoorbeeld 2a: Kevin Volans, Walking Song (orgelversie), maat 59-63

Notenvoorbeeld 2b: Kevin Volans, Walking Song (orgelversie), maat 173-176

Andere composities uit het Zuid-Afrikaanse orgelrepertoire dat naar positie bevat slechts noten van de C-groot-toonladder. Op het eerste
minimalisme tendeert, zijn San Polyphony (1998, herzien 1999/2000) gehoor roept het diatonisch materiaal niet direct de Afrikaanse klank-
van Michael Blake, Palimpsest (2001) voor saxofoon en orgel van wereld op, hoewel de procedure en de ritmische vitaliteit de luisteraar
Clare Loveday29), en The Garden en A Mari usque ad Mare… van herinneren aan de ‘Afrikaanse musiceerpraktijk’. De hele compositie
Bongani Ndodana-Breen. is gebaseerd op een ritmisch basispatroon (zie notenvoorbeeld 3a).
Dit werk met zijn geïmproviseerde polyfone textuur is uniek binnen de
c. Organ duo: O tswanetse go reetsa van John Reid Coulter Zuid-Afrikaanse orgelliteratuur. Notenvoorbeeld 3b is illustratief voor
Het orgelduet O tshwanetse go reetsa, wat ‘je moet/zult luisteren’ de tekst-partituur, waar de bovenste notenbalk het materiaal voor de
betekent, uit 1994 (speelduur 15-20 minuten) van John Reid Coulter eerste partij. De driehoek waarvan de punt omhoog wijst, geeft aan
(geboren in 1958) is geschreven in een beschrijvende notatie (als een dat in die ronde de uitvoerder de volger is. De rol (leider of volger)
tekstpartituur). Deze notatie maakt het voor de componist mogelijk
een partituur te schrijven met een open uitkomst. Beide spelers wor- John Reid Coulter
den voorzien van materiaal waarmee zij op elkaar moeten reageren
(of, met een verwijzing naar de titel: moeten luisteren en reageren op
elkaar).
De spelers krijgen in elke ronde een andere rol (leider of volger)
toegewezen. De leider initieert wijzigingen in textuur in het materi-
aal die door de uitvoerder gekozen worden, de volger dient te rea-
geren door een antwoord te formuleren aan de hand van het gegeven
materiaal. Deze benadering doet denken aan de roep-en-antwoord-
structuur die nauw verbonden is met ‘Afrikaanse muziek’. Het werk
bestaat uit zes ronden, waarvan elk gebaseerd is op de opeenvolgende
noten van het klassieke hexachord (C, D, E, F, G, A).30) De hele com-

29) http://clareloveday.co.za/recordings.html

30) Zie bijvoorbeeld ‘Hexachordum Apollinis’ (1699) van Johann Pachelbel.

3 1HET ORGEL 2012 | nummer 4


wisselt na elke ronde. Het begrijpen van de uitvoerings-voorschriften ponist schrijft dat zijn ‘coincidental exile in Germany often produces
is waarschijnlijk de grootste uitdaging om grip te krijgen op het werk. in [him] music which yearns towards things African, although [he is] at
heart a rootless person who abhors the idea of nationalism, patriotism
d. Mayibuye Suite van Surendran Reddy and so on’. 31) De Mayibuye Suite bestaat uit een Prelude, An African
Jazz-pianist Surendran Reddy (1962-2010) liet zich eveneens inspi- Hymn en een Toccata. De textuur van het openingsdeel is technisch
reren door de multiculturaliteit van Zuid-Afrika. Hij noemde zijn com- ingewikkeld om op orgel te realiseren: zes pagina’s met tweeëndertig-
positiestijl ‘clazz’, een samensmelting van ‘classical’ en jazz-stijlen, ste noten met bijna voortdurende arpeggio’s in tegengestelde bewe-
die geïnspireerd is door de ‘populaire’ Zuid-Afrikaanse stijlen van de ging, geïnspireerd op Chopins eerste Etude in C, opus 10. Het is een
zogeheten ‘Township jazz’, waartoe de mbaqanga en kwela behoren. grote uitdaging voor degenen die dit werk willen gaan uitvoeren.
Zijn Mayibuye Suite (2001) heeft een speelduur van twintig minuten
en is samen met de Toccata for Madiba het enige orgelwerk van Reddy. 31) S. Reddy, Toccata for Madiba, Notes to the performer. SAMRO (Johannesburg
Volgens het Woord vooraf van de componist herinnert de titel 1997) 1. Vertaling: ..toevallige ballingschap in Duitsland hem vaak tot muziek
‘Mayibuye’ aan het concept van ‘coming back [to Africa]’. De com- inspireert die doet verlangen naar Afrikaanse dingen, hoewel hij eigenlijk een ont-
heemd persoon is die het idee van nationalisme, patriotisme enzovoort verfoeit.

Notenvoorbeeld 3a: John Reid Coulter, O tswanetse go reetsa (ritmisch basispatroon)

Notenvoorbeeld 3b: John Reid Coulter, O tswanetse go reetsa (Round 2)

3 2 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Notenvoorbeeld 4: Surendran Reddy, ‘An African Hymn’ uit de Mayibuye Suite, maat 25-28

Het tweede deel vertolkt een nostalgische, zich herhalende e. But there went up a mist from the earth watering the face of the
hunkering met een koraalachtige textuur die gebaseerd is op de ground… van Bongani Ndodana-Breen
harmonische sequens I(7), IV (ii7), I 6/4 V7 (I…) van de mbaqanga But there went up a mist from the earth watering the face of the
(zie muziekvoorbeeld 4). Deze harmonische sequens heeft zijn ground… (1997; speelduur 12 minuten) werd gecomponeerd door
oorsprong in de Westerse kerkzang, zoals deze geïntegreerd is in een Xhosa-componist Bongani Ndodana-Breen (geboren in 1975). Hij liet
‘Afrikaanse stijl van zingen’. Dit middendeel ontwikkelt zich in een zich uitvoerig inspireren door de voornamelijk vocale muziektraditie
homofone stijl van gitaar-begeleiding (later elektronisch orgel) met van de Oostkaap in Zuid-Afrika.
een karakteristieke klank. De componist beschouwt de mbaqanga als Naast zijn studie compositie, studeerde hij eveneens orgel. De com-
typisch Zuid-Afrikaans. ponist heeft een uitzonderlijk goed begrip voor het instrument, zoals
blijkt uit het volgende citaat uit een ongepubliceerde toelichting op de
Surendran Reddy compositie die hier besproken wordt: ‘For an organist it is much more
difficult to play music that demands delicate phrasing, subtle shades of
In het laatste deel schrijft de componist dat hij de gedachte ‘disco’- colour and nuances than it is with pulling out all the stops and blowing
invloeden te incorporeren in een orgelwerk (het orgel is traditioneel the roof of the building’.33)
een kerkelijk instrument) ‘onweerstaanbaar’ vond.32). In genoemde toelichting beschrijft de componist wat hij met het werk
Een soortgelijke textuur treft men aan in de laatste van de Five African wil zeggen: hoewel de titel van dit werk (uit Genesis 2:6) de schep-
Sketches (1991) van Jeanne Zaidel-Rudolph voor solo-gitaar, dat in sa- ping van de mens door God voorspelt, is het geen religieus werk. De
menwerking met mij in 1998 bewerkt werd voor orgel. Dit deel bevat antropologie vertelt ons dat de mens een product is van de ‘African
een ‘township jazz’ kwela (letterlijk ‘klim op’ [de politiewagen]) die Soil’ – en in essentie is dit alles gevat in een simplistische, men mag wel
stilistisch een voorloper is van de mbaqanga. zeggen: ‘postmodernistische’ taal, die voortkomt uit feitelijk niets en
in een volledige kringloop terugkeert naar een rustig niets.
32) Reddy, ‘Toccata for Madiba’,1. De structuur herinnert aan de retorische principes die de basis vor-
men van de preludia van Buxtehude. De verfijnde, door Afrika geïn-
spireerde polyritmische textuur van het openingsdeel (zie notenvoor-
beeld 5a) die vijf keer in het werk voorkomt, wordt geplaatst naast de
rapsodische, recitatieve en koraalachtige textuur van andere secties.
De componist schrijft in zijn toelichting dat de rapsodische gedeelten
geïnspireerd zijn op werk van Jean Langlais. Vermeldenswaard is dat
de componist in zijn compositie bewust relaties legt met de Europese
orgeltraditie, hoewel hij stelt dat het natuurlijk om een ‘merkwaardig
huwelijk met de Afrikaanse muziek’ gaat. (Begripvol wijst hij er ech-
ter op dat Afrika een enorm continent is en zo ook zijn muziek.) Het

33) B. Ndodana, Programme notes: But there went up a mist from the Earth
watering the face of the ground… e-mail ontvangen op 3 maart 1998 (niet gepub-
liceerd). Vertaling: Voor een organist is het veel moeilijker om muziek te spelen die
een verfijnde frasering, subtiele kleuringen en nuances vraagt dan om alle registers
open te trekken en het dak van het gebouw te blazen.]

3 3HET ORGEL 2012 | nummer 4


best kan de stijl omschreven worden met het woord ‘eclectisch’: post- Hymnus II (1997) en Afrika Hymnus III (2008) van Stefans Grové – elk
romantische lyriek gecombineerd met Afrikaanse ritmische vitaliteit. met een speelduur van circa 20 tot 25 minuten – vormen de spil van
het Zuid-Afrikaanse orgelrepertoire. Afrika Hymnus II kent vijf delen,
Notenvoorbeeld 5a toont de fijnzinnig trio-textuur waarmee het werk terwijl de andere twee werken slechts drie delen hebben.
opent (mogelijk een verklanking van regen of mist). Het gebruik van Stefans Grové (geboren in 1922) behoort tot de componisten die een
een ritme van twee-tegen-drie en de karakteristieke zestoons toonlad- individuele compositiestijl ontwikkeld hebben, waarin opzettelijk in-
der van Xhosa-muziek voor ‘musiek-boog’ kan waargenomen wor- heemse karakteristieken van de Zuid-Afrikaanse muziek verwerkt
den. zijn. Met zijn Sonate op Afrika-motiewe voor viool en piano (1984)
In notenvoorbeeld 5b zien we hoe de kwintolen-figuur, die geïntro- opent hij de serie Musiek uit Afrika die in 2011 44 werken omvatte.
duceerd wordt in de linkerhand in maat 5, zich ontwikkelt in het rap- M. Botha onderscheidt in deze werken vijf steeds terugkerende mo-
sodische gedeelte (maat 146-189). De componist suggereert dat dit tieven waardoor de composities uit deze verzameling onderlinge sa-
gezien kan worden als een verwijzing naar de strijd van de mens tegen menhang krijgen.36) Uitbundige dans en mysterieuze nachtmuziek zijn
de zonde34) (zie notenvoorbeeld 5b). twee tegengestelde polen in Grové’s op Afrika geïnspireerde werken.
Naar aanleiding van de positieve reacties van het publiek op dit werk, Melodische lijnen die legato gespeeld moeten worden, en die vaak
heb ik de componist gevraagd om twee stukken35) toe te voegen zodat verdubbeld worden in staccato-articulatie, zijn kenmerkend gewor-
een triptiek ontstaat. den voor de stijl van Grové.

f. Afrika Hymnus II by Stefans Grové Afrika Hymnus II verwijst naar opmerkelijke Zuid-Afrikaanse gebeur-
De drie monumentale orgelwerken Afrika Hymnus I (1991-93), Afrika tenissen in het vroege post-apartheidtijdperk. Het tweede deel draagt
als titel ‘Afrika Madonna’ en is geïnspireerd door de eerste houtsculp-
34) Ndodana, ‘Programme notes’. tur van Ernst Mancoba; deze behoort tot een groep artistieken die
als bannelingen in Europa leefden en die de nieuwe regering in Zuid-
35) De componist componeerde in reactie hierop The Garden (1998) en A Mari Afrika kort na haar aantreden in 1994 eerden.
usque ad Mare… (And he shall have dominion from sea to sea, 1998), beide Het derde deel Vuka! herinnert aan de lezingen van voormalig presi-
geïnspireerd op het scheppingsverhaal uit de Bijbel. Hij stelt voor om But there dent Mandela waarin hij jongeren opriep om verantwoordelijkheid
went up a mist from the earth watering the face of the ground… als het centrale,
tweede stuk van de triptiek te spelen. De tweede stukken die later gecomponeerd 36) M. Botha, Stefans Grové: Concertino vir Klavier en Kamerorkes – ‘n analise
zijn, schreef de componist nadat hij verhuisd was naar Canada en daar invloeden (Pretoria 2007) (D.Mus thesis).
onderging van andere benaderingen. De texturen en structuren van deze com-
posities kunnen vanwege het aanzienlijk frequente gebruik van herhalingen als
minimalistisch getypeerd worden.

Notenvoorbeeld 5a: Bongani Ndodana, But there went up a mist watering the face of the ground…, maat 1-8

Notenvoorbeeld 5b: Bongani Ndodana, But there went up a mist watering the face of the ground…, maat 151-153 (rapsodische sectie)

3 4 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Stefans Grové te nemen en aan het werk te gaan. Het laatste deel, ‘The Singer of
Notenvoorbeeld 6: Stefans Grové, Afrika Hymnus II, maat 1-11 Praise’, was geïnspireerd op de eerste opening van het parlement in
het democratische Zuid-Afrika, toen de meeste burgers de ceremonie
op televisie volgden, en hij blij verrast was te horen hoe Mandela’s
persoonlijke lofzanger de deugden van zijn leider bezong.
De opening van Afrika Hymnus II (notenvoorbeeld 6) is illustratief
voor Grové’s complexe, dynamische timbre-texturen, in dit geval:
‘kleur’-modulaties door de vlugge manuaal- en registratiewisselingen.
De beschrijvende titel van het eerste deel van Afrika Hymnus II luidt:
‘Double scene: young women dancing; drumming with hand clap-
ping.’ De post-impressionistische, kleurrijke opening schildert snel
bewegende wolken boven het landschap waarop zingende vrouwen
verschijnen, is geplaatst naast een sectie met sterk bewegende ac-
ciaccatura-akkoorden (geïnspireerd door het geluid van handgeklap)
boven een virtuoze pedaalpassage (als imitatie van heftig trommelen).

Eén van de jongste bijdragen aan de Zuid-Afrika orgel-concertreper-
toire is Grové’s Afrika Hymnus III (2009). Dit toongedicht is korter
dan de andere Hymni en ook introverter. De titels van het middelste en
het laatste deel luiden: ‘Voices from the Darkness’ en ‘Liberation’. Het
laatste deel geeft de indruk dat het abrupt tot een conclusie komt en
eindigt met een referentie aan het begin van Afrika Hymnus I. Als dit
werk een maatschappelijk commentaar is, dan eindigt de cyclus met
een uitroep van de onzekerheid en het mysterie van het Afrikaanse
continent.

BESLUIT
De zes werken die hierboven besproken zijn, werden alle gecompo-

3 5HET ORGEL 2012 | nummer 4


neerd in een tijd dat de apartheid afgebroken werd en ze illustreren de LITERATUUR
zoektocht naar een inclusieve identiteit. Al deze werken vormen een - K. Agawu, Representing African Music: postcolonial notes, queries,
‘merkwaardig huwelijk met Afrikaanse muziek’. Deze karakteristiek positions (New York 2003).
is het best te illustreren door het eclectisch gebruik van vorm en tex- - M.E. Baaz, ‘Introducing – African Identity and the Postcolonial’,
tuur in elk werk samen te vatten: a) koraalvoorspel voor Nkosi sikelel’i in: M.E. Baaz en M. Palmberg, Same and Other: Negotiating African
Afrika met een homofone structuur die geïnspireerd is op het mbira- Identity in Cultural Production (Uppsala 2001).
timbre (Temmingh); b) pygmee-wandellied in tweedelige structuur - C. Ballantine, ‘The polyrhythmic foundation of Tswana pipe melo-
met pointilistische texturen, die geënt zijn op de hoketus-techniek dy’, African Music Society Journal, 3/4 (1965) 52-67.
van een riet-blaasensemble (Volans); c) roep- en antwoord-structuur - M. Blake, ‘The present-day composer refuses to budge: case stud-
met improvisatie-achtige polyfone textuur die gebonden is aan een ies in new South African orchestral music’, SAMUS: South African
intrinsiek vast ritme (Coulter); d) retorische structuur van de Noord- Journal of Musicology, 25 (2005) 127-143.
Duitse preludia, met rapsodische en koraalachtige texturen, geplaatst - M. Botha, Stefans Grové: Concertino vir Klavier en Kamerorkes – ‘n
naast fijnzinnige Xhosa-musiekboog-muziek (Ndodana); e) suite met analise (Pretoria 2007) (D.Mus thesis).
etude, koraal en toccata met texturen die geïnspireerd zijn door de vir- - J. Bräuninger, ‘Gumboots to the rescue’, SAMUS: South African
tuoze pianomuziek, en populaire, lokale en mondiale stijlen (Reddy): Journal of Musicology, 18 (1998) 1-15.
toongedichten met ABABA-structuur in het eerste deel, en texturen - D.B. Coplan, ‘Sounds of the “Third Way” – Zulu Maskanda, South
die ontleend zijn aan motivische ontwikkeling van teruggewonnen African Popular Traditional Music’, in: M. Palmberg en A. Kirkegaard
klankkarakteristieken van de Zuid-Afrikaanse cultuur (Grové). (red.), Playing with identities in contemporary music in Africa
Kortom, Zuid-Afrika van na de apartheid heeft in zijn zoektocht naar (Uppsala 2002) 104-115.
culturele identiteit een aantal orgelwerken opgeleverd die uniek en - R. Fokkens, ‘Peter Klatzow: Perspectives on context and identity’,
waardevol zijn binnen het bestaande, internationale repertoire voor SAMUS: South African Journal of Musicology, 24 (2004) 99-107.
het instrument. Er is geen reden waarom dit repertoire niet overal - H. von Heindrichs, ‘Dem Kircheninstrument andere Klänge ent-
gekocht en gespeeld kan worden. Hopelijk is het een fontein die nooit lockt’, Buersche Zeitung, 1 augustus 2000.
meer zal droogvallen. - C. Johnson, Organ Works by Black Composers (2008). http://www.
agoatlanta.org, geraadpleegd: 3 oktober 2010.
Vertaling: Jan Smelik (met dank aan Dale Carr) - G.A. Jordaan, Die interpretasie en uitvoering van Stefans Grové se
‘Afrika Hymnus II’. (Potchefstroom 2007) (D.Mus thesis). ZIe http:/

3 6 HET ORGEL 2012 | nummer 4


hdl.handle.net/10394/771. Geraadpleegd: 3 oktober 2010. - A. Tenkanen, ‘African music gave a treat to the imagination’, Turun
- G.A. Jordaan. In gesprek met Henk Temmingh, Vir die Musiekleier, Sanomat, 16 augustus 2001.
36 (2009) 61-65. - K. Volans, ‘White Man Sleeps’ (1986), www.kevinvolans.com.
- A. Le Roux, “I am an African” set to music for SAMRO competition Geraadpleegd: 10 oktober 2011.
(2011). www.samro.org.za/master/news_detail/i_am_an_african-_ - K. Volans, ‘Of White Africans and White elephants’. Published as A
set_to_music_for_samro_competition. Geraadpleegd: 10 november New note in Leadership (Cape Town. 18.02.1986). www.kevinvolans.
2011. com. Geraadpleegd: 12 oktober 2011.
- T. Mbeki, ‘I am an African. Speech on behalf of the African National - M. Wright, ‘Composition in Africa and the Diaspora – three
Congress in Cape Town on 8 May 1996. www.soweto.co.za/html/i_ia- landmark organ recitals. Music Research Institute’. Intercultural
mafrican.htm. Geraadpleegd: 12 november 2011. Musicology Bulletin, 3/1-2 (december 2001).
- B. Ndodana, Programme notes: But there went up a mist from the
Earth watering the face of the ground… e-mail 3 maart 1998. (niet Gerrit Jordaan hoopt in de maanden augustus en september de
gepubliceerd).
- G. Olwage, ‘Who needs rescuing? A reply to ‘Gumboots to the volgende drie concerten in Nederland te geven, waar hij ook
rescue’, SAMUS: South African Journal of Musicology, 19/20 (1999-
2000) 105-108. een aantal Zuid-Afrikaanse werken zal uitvoeren:
- M. Palmberg, ‘Expressing Cape Verde – Morna, Funaná and na-
tional identity’, in: M. Palmberg en A. Kirkegaard (red.), Playing with 25 augustus, 14.00 uur , Grote kerk te Purmerend
identities in contemporary music in Africa (Uppsala 2002) 117-133.
- S. Reddy, Toccata for Madiba, Notes to the performer. SAMRO. 1 september, 14.30 uur, St.-Nicolaaskerk in IJsselstein
(Johannesburg 1997).
- S. Reddy, Mayibuye Suite, SAMRO (Johannesburg 2001). 8 september, 15.00 uur, St.-Catharinakerk in Eindhoven
- SAMRO Music Archive – organ solos by South African composers as
at April 2007 (Johannesburg 2007).
- M. Scherzinger, ‘‘Art’’ music in a cross-cultural context: the case of
Africa’, in: N. Cook en A. Pople (ed.), Cambridge History of Twentieth
century music (Cambridge 2004).

3 7HET ORGEL 2012 | nummer 4


COLUMN

Van de redactie
Vanaf heden treft u in elk nummer van Het Orgel een column aan. De redactie wil met deze nieuwe rubriek een bijdrage leveren aan discus-
sies over actuele onderwerpen uit de orgelwereld. Elke column wordt geschreven bij een stelling. Na publicatie van de column kan over de
stelling gediscussieerd worden op de website van het Het Orgel, waarbij u natuurlijk ook in discussie kunt gaan met de columnist en met
elkaar. De eerste column is geschreven door Wietse Meinardi, die de redactie een tijd geleden uitdaagde de opiniërende functie die Het Orgel
heeft meer tot zijn recht te laten komen.

Stelling: De geschiedenis moet de orgelbouw inspireren, niet dicteren

Mijmeringen in Speyer

Juli 2011. Ik stap de Dom in Keulen binnen voor een orgelconcert. Veertig
minuten voor aanvang blijkt de indrukwekkende ruimte al stampvol. Ik
vind nog net een zitplaats. Wie later komt, gaat op de grond zitten, blijft
staan of zit op een zelf meegebrachte tuinstoel. De Duitse vrouw naast
me vertelt me dat dit tafereel zich wekelijks herhaalt. Hoe is dit mogelijk?
Al lang stond het ‘nieuwe’ Klais-orgel uit 1998 op mijn verlanglijstje. Het
front is prachtig: zou het ook mooi klinken? Ik ben op doorreis en grijp
de kans.
Het orgel wordt niet bespeeld vanaf de plaats waar je het zou verwach-
ten, tussen Hoofd- en Rugwerk hoog in de kerk, maar vanaf een centrale
speeltafel bij het ‘oude’ Klais-orgel uit 1948, op de grens van dwarsschip
en koor. Ik blijk beide orgels te horen te krijgen, afzonderlijk en samen.
De klanken van beide instrumenten laten zich horen in een stevig, doch
afwisselend programma, waarin onder anderen Bach, Tournemire en
Franck voorbijkomen. Soms klinkt het ene orgel, dan weer het andere,
maar vaker nog samen. Het geluid vult de ruimte uitstekend en versmelt
optimaal. Een indrukwekkende ervaring.

Maar… Klais-orgels klinken toch scherp en dun? Althans, dat hoor ik in
Nederland vaak beweren. En het principe zou toch ook niet deugen? Or-
gels met een dispositie waarop je de gehele orgelliteratuur kunt spelen,
dat gaat nooit bevredigend werken…

Enkele dagen later bezoek ik alweer één van de beroemde Duitse kerken,
nu de romaanse Dom van Speyer. Er blijkt toevallig door orgelbouwer
Seiffert aan een groot nieuw orgel gewerkt te worden, een instrument
met 86 stemmen. Er klinken enkele veelbelovende klanken, maar ik ben
te vroeg om het geheel te horen.
En alsof dat niet genoeg is: in het koor van deze kerk bouwde dezelfde
bouwer in 2008 een koororgel van 38 stemmen en 3 manualen. Mechani-

Het Seiffert-orgel (2008) in de Kaiser- und Mariendom te Speyer
Foto: Jan Smelik

3 8 HET ORGEL 2012 | nummer 4


sche speeltractuur en uitgerust met een uitgebreide Setzer en andere ge- plekken is samenspel niet meer mogelijk, op weer andere plekken moet
avanceerde mogelijkheden. Het wordt bovendien straks mogelijk vanaf men zich bedienen van een historisch pedaal met vervelende maten, op
het nieuwe hoofdorgel ook dit koororgel te bespelen. Al weer twee orgels weer andere plekken hoort men veel valsheid omdat de stemming van
tegelijk… het orgel niet past bij het repertoire. Soms moeten elektronische instru-
Pikant detail: er zijn ook vijf registers in middentoonstemming. Zodra je menten worden aangerukt om koorbegeleidingen mogelijk te maken…
die inschakelt wordt de rest van het orgel uitgeschakeld en gedraagt het Zijn we niet doorgeslagen? Zijn we niet te rigide geworden? Mogen al-
klavier zich als een kort octaaf. Fascinerend. leen de archieven nog bepalen hoe een orgel gaat klinken? Is dit wel ge-
zond? Hebben wij ook nog wat in te brengen?
Ik neem plaats op een bank in het schip en laat de prachtige ruimte op me
inwerken. Gedachten over ontwikkelingen in de orgelbouw dringen zich Wat zouden onze grote helden van weleer hiervan vinden? Schnitger,
aan mij op. Hoe is het toch mogelijk dat ik hier ontwikkelingen aantref, Hinsz, Van Dam, Naber, Maarschalkerweerd? Zouden ze zich thuis voe-
die geheel aan Nederland lijken voorbij te gaan? Hebben de Nederlanders len bij al dat archiefonderzoek en die haast nederige houding ten opzichte
geen behoefte aan al die moderniteiten? van hun instrumenten? Zouden ze bezwaar maken tegen enkele aanpas-
En hoe kan het dat ik eerder ook al onder de indruk raakte van som- singen aan hun oorspronkelijke bedoelingen (met de garantie dat we ui-
mige moderne orgels in Duitsland, orgels van Kuhn, Klais en Seiffert? En terst respectvol met hun materiaal zullen omgaan)? Ik dacht altijd dat ze
waarom lees ik er nooit iets over in Het Orgel en blijven er in de wandel- creatief waren en steeds vernieuwingen toepasten.
gangen vooral negatieve opvattingen klinken over het ‘Universalorgel’? Wat zouden ze liever hebben: dat hun fraaie registers maar beperkt be-
Heeft men de laatste ontwikkelingen wel echt gehoord? Of zijn de me- speeld worden of dat hun instrumenten volop mee kunnen doen in de
ningen misschien gebaseerd op de minder geslaagde voorbeelden, die er muziekcultuur en uitdagingen van vandaag?
zeker ook zijn?
Hoe kan het toch dat in Nederland sinds pakweg 1980 de historiserende En trouwens, wat zouden ze vinden van die nieuwe orgels, hier in Speyer?
orgelbouw vrijwel de enige weg is geworden, ook bij nieuwbouw? Hoe
kan het dat er in het buitenland – naast de historiserende richting − ook WIETSE MEINARDI
ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. Waarom in Nederland niet? Is het
de invloed van de spraakmakende adviseurs? Organisten? Orgelbou- Reageren / meediscussiëren? Ga naar: www.hetorgel.nl
wers? Monumentenzorg?
3 9HET ORGEL 2012 | nummer 4
Mijn gedachten verplaatsten zich naar de historische orgels. Eeuwenlang
paste het orgel zich aan aan de wensen van de gebruikers. Rond 1970
werden disposities nog aangepast, stemmingen genormaliseerd om sa-
menspel met andere instrumenten mogelijk te maken, pedaalliggingen
verbeterd voor een comfortabeler zit, pedaalkoppels toegevoegd.
Maar dat alles mag nu niet meer.
We hebben ons grondig verdiept in de historie, er is veel van geleerd en
het heeft indrukwekkende resultaten opgeleverd. Zonder meer.
Maar op sommige plekken klinkt nu wel heel van het zelfde, op andere


ORGELBOUWNIEUWS

ENKHUIZEN, WESTERKERK ge kleur zwart met goud. In 1888 kwam er een nieuwe magazijnbalg.
Inmiddels werd er diep nagedacht hoe het orgel bij de tijd te bren-
In 1549 vervaardigde Hendrik Niehoff het orgel van de Westerkerk gen. Groot obstakel hierbij vormden de kassen, die voor een orden-
in Enkhuizen. Zijn auteurschap wordt niet (meer) ondersteund door telijk modern binnenwerk te krap bemeten waren. De kerkvoogdij
bronnen en berust geheel op de grote overeenkomsten met andere vroeg architect C.B. Posthumus Meyjes jr. om advies. Deze roemde de
orgelkassen die toegeschreven worden aan Niehoff in samenwerking schoonheid van het meubel en ontraadde verplaatsing en vergroting
met Adriaen Schalcken en diens zoon Jan. van de kas; het uiteennemen ervan zou gelijk staan aan vernietigen.
Van Niehoff zijn naast de kas in Enkhuizen vijf andere meubels be- Orgelmaker Pieter Flaes wilde het bestaande binnenwerk herstellen,
waard gebleven: Schoonhoven (1540, nu in Rotterdam, transeptorgel de Van Dams en C.F.G. Witte ontwikkelden plannen voor nieuwbouw
Laurenskerk), Schiedam (1552, Grote Kerk), Lüneburg (1563, St.- in de kas. Witte bracht de kas en vele details van het bestaande bin-
Johannis), Gouda (1556, nu in Abcoude HH.-Cosmas en Damianus) nenwerk minutieus in kaart op – gelukkig – bewaard gebleven teke-
en Brouwershaven (1557, Grote Kerk). Uit de kas valt af te leiden ningen. Na lang wikken en wegen kwam ook hij tot de conclusie dat
dat Niehoff voor Enkhuizen een orgel met Bovenwerk, Hoofdwerk, het niet mogelijk was in de bestaande kas een modern instrument te
Rugwerk maakte. Er is ook een klein orgel bekend in de Westerkerk verwezenlijken dat in goede verhouding tot de kerkruimte zou zijn.
dat eveneens wordt toegeschreven aan Niehoff (1557): dit instrument
is verdwenen. Uiteindelijk waagden de kerkvoogden de sprong met Daniël Gerard
In 1597 werkte meester Jeronymus aan het grote orgel. Daarna zijn Steenkuyl, die veel orgel voor weinig geld beloofde. Hij plaatste in
werkzaamheden bekend van leden van de familie Van Hagerbeer. Uit 1899 een volledig nieuw binnenwerk in de oude kas. Zijn orgel was
het midden van de zestiende eeuw stamt een ongesigneerd en onge- rein pneumatisch geregeerd (destijds voor Nederland nog een novi-
dateerd bestek, dat wel toegeschreven wordt aan Germer Galtusz. teit) en telde eenentwintig registers, verdeeld over twee klavieren en
van Hagerbeer en vermoedelijk onderdeel was van een plan om het een vrij pedaal.
Niehoff-orgel te wijzigen en te vergroten. Het gehele binnenwerk van Duyschot ging verloren, de frontpijpen
In de jaren 1679 tot 1683 bouwden Roelof Barentz. Duyschot en zijn bleven bewaard en werden door Steenkuyl hergebruikt. De lege rug-
zoon Johannes een nieuw instrument in de bestaande kas van Niehoff werkkas benutte hij voor de speeltafel.
met drieëntwintig registers verdeeld over drie handklavieren. Het Al snel bleek het instrument niet draagkrachtig genoeg voor de be-
pedaal was aangehangen. Duyschot moet de frontindeling enigszins geleiding van de samenzang. In 1925 volgde uitbreiding met een Voix
hebben gewijzigd vanwege de komst van een Prestant 16’ op het Céleste op het Bovenwerk, schoonmaak en gedeeltelijke vernieuwing
Hoofdwerk. De velden ter weerszijden van de ronde middentoren van de membranen.
bevatten in Niehoffs ontwerp drie etages waarvan de onderste twee Vanaf 1938 onderhield Dirk Andries Flentrop het instrument. In de
waarschijnlijk spiegelvelden waren. Duyschot creëerde twee etages jaren 1940 schoof hij de Salicet 4’ (BW) op tot Quint 3’ en de Octaaf
waarvan de onderste plaats bood aan lange pijpen. Duyschot verving 2’ (HW) tot Terts 1³⁄₅’. Opnieuw gingen plannen voor uitbreiding niet
alle frontpijpen van Niehoff. door. In 1955 ruilde Flentrop de Voix Céleste (BW) in voor een Fluit
Na deze ingreep zijn er onderhoudswerkzaamheden bekend uit 2’, de Salicionaal 8’ (HW) schoof hij op tot Prestant 4’, de Terts (HW)
omstreeks 1715 van Jan en Hendrik van Giessen. Johan Frederick werd weer een Octaaf 2’ en de Cornet gewijzigd tot Sesquialter 2 st.
Kerckman maakte in 1738 nieuwe klavieren en in 1741 voerden Op het Pedaal veranderde de Violoncello in een Octaaf 4’.
Christiaan en Pieter Müller herstel uit. Albertus Anthoni Hinsz had
het instrument in portefeuille van 1746 tot 1785. Daarna ging het In de jaren 1986 tot 1990 werkten amateur-orgelbouwers aan het in-
onderhoud over op Frans Caspar Schnitger jr. en Heinrich Hermann strument. Zij verwijderden de speeltafel van Steenkuyl en plaatsten in
Freytag, weer later op de weduwe van Freytag. de rugwerkkas een mechanische sleeplade met negen stemmen. De
Vanaf 1826 tot 1895 onderhielden verschillende leden van de familie frontpijpen van Duyschot van het Rugwerk werden weer aangeslo-
Van Dam het instrument. In 1838 wijzigden Luitjen Jacob en Jacob ten. Er kwam een nieuwe drieklaviers speeltafel op de oorspronkelijke
van Dam de dispositie. Zeer waarschijnlijk kreeg de kas toen de huidi-

4 0 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Foto: Gert Eijkelboom

4 1HET ORGEL 2012 | nummer 4


Kern van de grootste frontpijp met de tekst: Besloten werd dit niet vanaf de onderzijde te doen maar het balkon
‘door twiest en tweedragt omhoog te trekken met behulp van een stalen I-balk. Het was mo-
is ons lant gelijkheid de verzakking geheel ongedaan te maken, maar na ampele
verarmt en vernielt overweging koos men ervoor de situatie voor het grootste deel te ac-
tot onse schant cepteren als historisch gegroeid en alleen de aangenomen krimp van
de onderslagbalk op te vullen omdat anders naden zouden ontstaan
Johannes Duijschot tussen het rugwerkgewelf en het portaal onder het orgel.
fecit 1681
enchuijsen’ Daarna was de hoofdkas aan de beurt. Sinds 1899 konden de orgel-
luiken van de hoofdkas niet meer dicht. Behalve de verzakking van
Foto: Erik Winkel het front waren grote moeren waarmee Steenkuyl trekstangen aan de
stijlen verbond daarvan de oorzaak. De trekstangen en moeren van
plek in de onderbouw van de hoofdkas. Vanaf midden jaren negentig Steenkuyl zijn verwijderd. Na opkrikken van het midden van het front
zweeg het orgel; de gebreken waren talloos en de bereikbaarheid voor bleek dat de luiken bij het sluiten in het midden naar beneden hingen.
onderhoud minimaal. De frontstijlen waaraan de luiken scharnieren waren als gevolg van
Constructieve problemen met de kas vormden de aanleiding voor res- een verlenging en het ontbreken van een zijwaarts verband niet opge-
tauratie van het orgel. Flentrop demonteerde in 2003 het Steenkuyl- wassen tegen de krachten die de luiken uitoefenden. De plaats waar-
binnenwerk en sloeg het op. In 2009 en 2010 volgde restauratie van op de stijlen zijn verlengd correspondeert overigens met de plaats
de kas door de Zaanse orgelmaker. waarop de luiken zijn verlengd; dit moet dus gebeurd zijn al tijdens de
Na uitgebreid onderzoek aan de verzakking en vervorming van de bouw door Niehoff. Na het aanbrengen van een provisorische druk-
kassen bleken er twee oorzaken te zijn voor de problemen: de verzak- verbinding die de zijstijlen op hun plek hield, sloten de luiken goed. Ko
king van de draagbalken onder het orgelbalkon en het Rugpositief, Boogaard van Flentrop (die het grootste deel van de kasrestauratie
en het wegnemen van enkele horizontale balken in de hoofdkas door uitvoerde) ontwierp ijzeren drukstangen met een aangepaste vorm die
Steenkuyl. het terugplaatsen van de frontpijpen niet belemmerden en die vanuit
Deze laatste ingrepen uit 1899 hadden tot gevolg dat de hoofdkas aan de kerk aan het zicht onttrokken zijn.
de trekstangen boven in de kas hing. Die waren echter ooit alleen be- Na enig onderzoek werd duidelijk hoe men in het verleden de orgel-
doeld om de kas rechtop te houden. Door de cirkelbeweging vanuit luiken opende en sloot. De luiken van de hoofdkas worden nu weer
de bevestigingspunten in de muur trok de diagonale bevestiging de bediend met vier touwen, voor ieder luik één om te openen en één
verzakkende frontstijlen van de hoofdkas naar binnen. om te sluiten. Het touw om mee te openen loopt via een geleideklos
De problemen bij het balkon en het Rugwerk werden in de eerste op de trekstangen tussen de pilaren van het middenschip. Het is niet
plaats veroorzaakt door doorbuigen van de draagbalken onder lang- bekend hoe de luiken van het Rugwerk zijn bediend. Het enige dat
durige belasting. In de tweede plaats speelde krimp van één van de bo- teruggevonden is, zijn ogen ten behoeve van een haak. Nu is een lan-
venslagbalken in de muur een rol. De dwars geplaatste bovenslagbalk ge pikhaak gemaakt waarmee de luiken geopend kunnen worden. De
verdeelt de druk van de draagbalken over het metselwerk. constructie van de scharnieren is van oorsprong zodanig dat de luiken
Geringe krimp van de bovenslagbalk leidde aan de andere zijde van bij het openen iets omhoog komen en bij het sluiten terugzakken; zo
een dwarsbalk tot een flinke daling. Na meten en doorrekenen van de vergemakkelijkt de werking van de zwaartekracht het sluiten.
constructie bleken het doorbuigen en de krimp van de bovenslagbalk Flentrop herstelde de oude opleggingen van de windlade ter hoogte
precies de gemeten verzakking te verklaren. Het idee om de construc- van de overgang van onderkas naar bovenkas. Steenkuyl zaagde deze
tie van het balkon met staal te verstevigen werd losgelaten. opleggingen door om plaats te maken voor zijn binnenwerk. Zoals
eerder opgemerkt, werd hiermee de vervorming van de hoofdkas in
Voor het repareren van de onder- en bovenslagbalk en het opnieuw verticale en horizontale richting ingezet. Ook de opleggingen voor
aanbrengen van de in 1899 verdwenen horizontale balken in de de bovenwerklade van voor de situatie-Steenkuyl zijn op basis van
hoofdkas moesten balkon en rugwerkmeubel worden opgevijzeld. sporen gereconstrueerd. Op de gedetailleerde tekeningen die Witte
maakte, is te zien hoe Duyschot in 1683 zijn bovenwerklade hoger
4 2 HET ORGEL 2012 | nummer 4 in het orgel legde met behulp van houten jukken. Dit deed hij om de
benodigde hoogte voor het nieuwe Hoofdwerk te creëren. Flentrop
trok de grenen beschieting van Steenkuyl tegen de muur achter in het
orgel door tot in het Bovenwerk om vervuiling met steengruis te voor-
komen. De kas gaf tijdens de restauratie geen aanwijzingen prijs over
de aanleg van de oude speel- en registermechanieken. Daarvoor is er
te veel verdwenen in 1899. De tekeningen van Witte werpen hierop
overigens nog wel enig licht.

In 1899 verdween de achterwand van de rugwerkkas, toen Steenkuyl
zijn speeltafel in het Rugwerk bouwde. In de jaren 1986–1990 bracht


men een nieuwe achterwand aan. Flentrop reconstrueerde op ba- een uitgebreide publicatie het licht zien. In ruim honderd pagina’s full-
sis van sporen (die in overeenstemming bleken met de tekening van colour worden de geschiedenis van de kerk, het orgel en het restau-
Witte) de achterwand met stijl- en regelwerk, en stemluiken en deu- ratieproces uit de doeken gedaan. De rijkdom van het meubel komt
ren. In de stijlen in de onderkas zijn opnieuw een klavierregel en een voor het voetlicht door talrijke illustraties en instructieve tekeningen.
teenplank aangebracht, in aansluiting op oude sporen. Eén en ander Het boek eindigt met een artikel over de toekomst van het orgel. Het
als voorschot op de komst van een nieuwe speeltafel. is de bedoeling dat kas niet leeg blijft, maar ooit weer een instrument
Veel lindehouten snijwerk van de rijke ornamentiek van de kas was herbergt. De situatie-Duyschot lijkt volgens de schrijver voor de hand
opgegeten door de houtworm en moest worden bijgemaakt. Tico Top te liggen als uitgangspunt voor een reconstructie. Hoe dan ook, de
voerde dit deel van de restauratie uit. Schilder Helmer Hut vergulde en gerestaureerde kas biedt aanknopingspunten voor een interessant ex-
patineerde de nieuwe delen. Een grote puzzel vormden de talloze on- periment.
derdelen van de drie paviljoens die de hoofdkas bekronen. Ooit wer- CEES VAN DER POEL
den ze gedemonteerd en op slordige wijze in elkaar gezet met tape. Ko Bron: Gert Eijkelboom, Gerrit Vermeer, Erik Winkel Het grote orgel van
Boogaard vond de oorspronkelijke samenstelling weer terug. de Westerkerk in Enkhuizen ...uitgevoerd in de fijne, sierlijke vormen van
De restauratie van de frontpijpen vormde een hoofdstuk apart. Het de vroegrenaissance... (Enkhuizen 2011).
pijpwerk is overgebracht naar de werkplaats in Zaandam. Daar zijn
de verschillende lagen tinfolie, bladgoud en goudverf onderzocht. Met dank aan Erik Winkel (Flentrop Orgelbouw).
Steenkuyl kortte het frontpijpwerk van 1683 in en verlengde het ver-
volgens om expressions te kunnen aanbrengen. Voor de verlengingen DIESSEN, R.-K. PAROCHIEKERK H.WILLIBRORDUS
gebruikte hij pijpwerk uit het binnenwerk van Duyschot. Na verwij- Bernard Petrus van Hirtum (1792–1875) maakte in 1859 een orgel
dering van alle lagen folie et cetera kwamen oude inscripties tevoor- voor de Willibrorduskerk van Diessen, voor zover bekend het laatste in
schijn, die echter voor een groot deel waren weggesleten. Door het zijn oeuvre. Al in 1856 was er contact tussen hem en pastoor Boeren.
combineren van verschillende parameters, zoals de verspringingen Uitgangspunt was een niet uitgevoerd contract voor een orgel in de
van de voetlengtes, pijpdiameters en constructiecirkels, werden de kapel van het seminarie in het naburige Haaren. Na toestemming van
toonhoogte en de oorspronkelijke plaatsing in het front teruggevon- de bisschop tekenden de parochie en Van Hirtum op 1 oktober 1856
den. Het orgel heeft in 1683 geklonken op ongeveer 465 Hertz voor een contract, de aanneemsom bedroeg 3.300 gulden. Het contract
a¹. De volledig loden frontpijpen zijn gerestaureerd en voorzien van
nieuwe tinfoelie of bladgoud. Foto: Cees van der Poel
Van Dam wisselde de frontpijpen om. Dit betekende dat bij het terug-
plaatsen pijphaken en stiften in de rugstukken van het front dienden 4 3HET ORGEL 2012 | nummer 4
te worden verplaatst. Veel haken kwamen weer op de oorspronkelijke
plaats op het corpus, daar waar oude soldeersporen zichtbaar waren.
Dit bevestigde de herschikking. De herplaatsing van de frontpijpen
vond plaats in de tweede helft van november 2010.
Het uitgebreide kleuronderzoek aan de kas door onder anderen Ruth
Jongsma van de Universiteit van Amsterdam en enkele studenten leg-
de een rijke geschiedenis bloot. Uit 1549 zijn groenblauwe en felrode
resten gevonden, zoals die ook bekend zijn van het orgel in Schiedam.
Het orgel is rond 1680 geheel overgeschilderd. Uit de tijd van de om-
bouw van Duyschot dateren figuratieve schilderingen, zogenaamde
‘bruintjes’. Deze zijn op een groot aantal panelen van de kas en ook
op de luiken van de hoofdkas aangetroffen. Omdat op basis van een
eerdere aanname de planvorming niet voorzag in herstel van de ze-
ventiende-eeuwse kleurlaag, werd besloten de zwarte afwerking uit
1838 (die in goede staat verkeerde) in stand te houden. Mocht er ooit
de behoefte aan bestaan, dan is de laag van rond 1680 alsnog bloot
te leggen.
De kas is voorzichtig schoongemaakt. Om de gelijkenis tussen het
zwart op de luiken en dat op de kas te vergroten, is de kleur van de
kas verzadigd met een vernis. Oneffenheden in de vergulding zijn bij-
gewerkt door Max en Leonieke Polman. De gesneden frontstijlen van
de hoofdkas kregen vergulding. Onderzoek toonde aan dat op deze
plaatsen in de zeventiende eeuw verguldsel was aangebracht. De uit-
straling van de kas is hierdoor verrijkt.

Ter gelegenheid van de kasrestauratie deed de Stichting De Westerkerk


Foto: Cees van der Poel In 1976 volgde een algehele restauratie. Daarbij werd de vermeende
oorspronkelijke toestand hersteld. Het orgel kwam weer in de balu-
vermeldde onder meer de maten voor kas en drie spaanbalgen in de strade te staan en men bracht kas en front aan de hand van de oor-
‘Rijnlandsche maat’ van ‘12 duijm in een voet’. Interessant is de me- spronkelijke ontwerptekening in de oude toestand terug. De claviatuur
dedeling dat de winddruk ‘33 graden’ wind zou bedragen. Uit latere keerde terug naar de achterzijde en er kwam een nieuwe mechanisch
aantekeningen op het contract blijkt dat de werkzaamheden in het bediende sleeplade voor het Positief. Kennelijk was men niet bekend
voorjaar van 1860 werden afgerond. met de oorspronkelijke dispositie van het orgel. In plaats van de oor-
spronkelijke Cornet D III kwamen er op het Positief een Quint B 1¹⁄₂’
Uit de periode na 1860 is er niet veel over de verdere lotgevallen van het en een Sesquialter D 2 st., naar analogie van het orgel van Van Hirtum
orgel bekend. Vooralsnog wordt aangenomen dat het orgel omstreeks in Hilvarenbeek. Alle oude pijpwerk keerde naar zijn oorspronkelijke
1880 werd gewijzigd door A. Vingerhoets, die de orgelmakerij van plaats terug en de toonhoogte werd verlaagd tot 415 Hertz voor a¹.
Van Hirtum na diens overlijden voortzette. Bij die gelegenheid zou de De achttiende-eeuwse Trompet bleef gehandhaafd, net als de niet ori-
toonhoogte zijn verhoogd, zouden kernsteken zijn aangebracht en zou ginele windvoorziening uit 1937. Nadat in 1977 de oorspronkelijke
de dispositie zijn gewijzigd. Uit aantekeningen in het parochiearchief dispositie van het orgel werd gepubliceerd, wijzigde men de Quint B
zou men kunnen afleiden dat de firma Gebr. Franssen uit Roermond in 1¹⁄₂’ en Sesquialter alsnog in een Cornet D III. Daarvoor werd aan de
1903 een tweetal strijkende registers op het Positief plaatste. In 1934 Sesquialter een tweevoets koor toegevoegd. De bekers van de Trompet
diende het kerkbestuur bij de gemeente Diessen een verzoek in voor 8’ werden (verder) verlengd.
het aanpassen van het portaal en de toegang tot de kerk. De houten In 2007 kwam er een eerste plan voor groot onderhoud; het orgel was
scheidingswand tussen toren en schip werd vervangen in steen met een in de loop der jaren vervuild geraakt en veel pijpen kwamen niet of
doorgang naar het orgelbalkon. In de toren bracht men langs de nieu- slecht tot spreken. Belangrijke punten waren ook reconstructie van de
we muur een balkon aan en maakte dat bereikbaar door een doorgang oorspronkelijke windvoorziening, het vervaardigen van een nieuwe,
te hakken vanuit de bestaande wenteltrap in de torenmuur; voordien in mensuur en factuur passende Cornet, en onderzoek naar de toon-
was het orgel alleen te bereiken via een opgang in de kerk zelf. hoogte van het orgel. In 2010 bleek dat het orgel grote droogteschade
had opgelopen ten gevolge van problemen met het nieuwe verwar-
Uit de opname van de dispositie van voor de werkzaamheden uit 1937 mingssysteem van de kerk. Daarom waren er meer werkzaamheden
blijkt dat de Octaaf 2’ en Cornet van het Positief waren vervangen door nodig dan aanvankelijk voorzien. De parochie verleende orgelmaker
een Salicionaal 8’ en een Voix Céleste 8’. In 1937 verplaatste men het Hans van Rossum uit Wijk en Aalburg opdracht voor restauratie van
orgel vanuit de balustrade naar achteren. Daarbij gingen belangrijke het orgel. Rogér van Dijk trad op als adviseur namens de KKOR. De
delen van de kas (waaronder de achterwand) verloren. De claviatuur werkzaamheden vonden plaats in 2011. De feestelijke ingebruikne-
verhuisde van de achterzijde naar de voorzijde van het orgel. Met het ming was op 27 november 2011.
oog daarop werd het front van het Positief omhooggebracht en gewij-
zigd. Deze ingrepen impliceerden ingrijpende wijzigingen in de mecha- Van Rossum maakte een nieuwe balgstoel met drie enkelvouwige
nieken. Verder vervaardigde men voor het Positief nieuwe windladen spaanbalgen, volgens de maatvoering bekend uit het contract met
voor bas en discant met pneumatische tractuur en verving men de drie Van Hirtum en gegevens uit de Kronyk of gedenkenis van Nicolaas van
spaanbalgen door een magazijnbalg. Op het Hoofdwerk ruimde de Hirtum. De balgstoel kreeg een plaats achter het orgel in de kerk, daar
Trompet 8’ het veld voor een achttiende-eeuws exemplaar. Het groot waar hij in 1859 ook stond volgens overlevering en gegevens uit het
octaaf van de Viola di Gamba 8’ verdween; dit register was vanaf dat parochiearchief. Doordat in 1976 bij de terugplaatsing van de kas en
moment van C-H gecombineerd met de Holpijp 8’. Op het Positief ver- het herstel van het orgelbalkon niet exact de maatvoering werd gere-
viel de Fluit travers D 8’ en stelde men de frontpijpen buiten werking. construeerd en de deur naar het orgelbalkon bleef, is de calcant vanuit
De windmotor kreeg een plaats op het nieuwe balkon in de toren. de kerk gezien nu aan de rechterzijde geplaatst. Een nieuwe windmo-
tor is opgesteld op het orgelbalkon. Verder kwamen er nieuwe kana-
4 4 HET ORGEL 2012 | nummer 4 len, die vanuit de balgen naar de windladen toe enigszins vernauwen.
In 1976 werd de constructie van de onderkas aan de frontzijde niet ge-
heel hersteld. Daardoor ontstond een forse verzakking, die doorzette
naar de liggers van de hoofdwerkladen, die op hun beurt doorbogen.
De verbindingsregel waarop de stijlen van de hoofdwerkkas rusten is
opgekrikt en met een ijzeren stang aan de balken van het balkon vast-
gemaakt. De ladeliggers zijn zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke
positie gebracht en uitgevlakt met spieën. Veranderde aansluitingen als
gevolg van de enorme droogteschade en het omhoogbrengen van het
middendeel van het front zijn hersteld.
De windladen van het Hoofdwerk zijn geheel gedemonteerd, inclu-
sief scheien en raamwerk, en opnieuw in elkaar gelijmd met warme
beenderlijm en daarna gevlakt en voorzien van nieuw leer. De slepen
en dammen zijn waar mogelijk hersteld. Bij de slepen zijn de in 1976


Dispositie Van Hirtum-orgel in Diessen

Hoofdwerk (II, C–f³) Positief (I, C–f³)
Bourdon 16’ (1859) Holpyp 8’ (1859)
Praestant 8’ (1859) Fluit travers D 8’ (1976)
Holpyp 8’ (1859) Praestant 4’ (1859)
Viola di Gamba 8’ (1859/1976) Fluit 4’ (1859)
Octaaf 4’ (1859/1976) Octaaf 2’ (1859)
Fluit 4’ (1859) Waltfluit 2’ (1859)
Quint fluit 3’ (1976) Cornet D 3 st. (2011)
Super-octaaf 2’ (1859)
Mixtuur 3 st. (1859)
Trompet 8’ (B/D XVIII/2011)

Pedaal aangehangen (C–f)

Werktuiglijke registers
Ventiel
Manuaalkoppel

toonhoogte: a¹= 398 Hz bij 22°C
winddruk: 63 mm Wk
stemming: naar Vallotti

Foto: Cees van der Poel

in de bas veranderde boringen teruggebracht naar de oorspronkelijke inderdaad een hele toon betrof. Als Gregoir daarbij is uitgegaan van
maatvoering. De pulpetenplank is hersteld en er zijn nieuw pulpeten de Parijse orkesttoon, zou dat betekenen een toon onder 435 Hertz.
aangebracht. De houten pijpen van Bourdon en Holpijp zijn op hun Het pijpwerk is dienovereenkomstig gerestaureerd en verlengd. Voor
oorspronkelijke plaatsen gezet. het Positief maakte Van Rossum een nieuwe Cornet naar factuur en
De lade van het Positief is gedemonteerd tot raamwerk en scheien en mensuur van het gelijknamige register in Hilvarenbeek. Bij het houten
plaat; besloten werd de plaat te handhaven. De pulpetenplank is aan- pijpwerk zijn de eerder toegepaste spijkers verwijderd en alle naden en
gepast in stijl van Van Hirtum, pulpeten en draadwerk zijn vernieuwd. scheuren gelijmd. Het groot octaaf van de Viola di Gamba is verlengd.
De ventielen zijn gevlakt en opnieuw beleerd; de ventielveren zijn inte- Bij verschillende tonen zijn de opsneden verlaagd. Tijdens de intonatie
graal vervangen. In de bas van de Holpijp zijn de boringen in lade, sleep zijn de voetopeningen gebracht naar de maten zoals in Hilvarenbeek
en stok teruggebracht naar verhoudingen zoals bij het Hoofdwerk. De aangetroffen en, voor zover mogelijk, kernsteken uitgewreven. Bij de
pijpen van het groot octaaf zijn geordend op de lade zoals dat bij Van Trompet zijn in het groot octaaf de kistjes en koppen gereconstrueerd.
Hirtum is geweest. De maatvoering hiervoor is teruggevonden bij de stok en de pijpen-
plank. De oude metalen koppen en stevels zijn bewaard bij het instru-
Kromgetrokken toetsen zijn gericht. In de toetsmechaniek zijn lederen ment.
moeren en waar nodig draadwerk vervangen en alle draaipunten ge-
controleerd. Verder werden nog enkele kleine wijzigingen in het werk Zowel de opbouw van de kas als de dispositie en toonhoogte van het
van 1976 doorgevoerd. orgel geven een klassieker beeld dan in het midden van de negentiende
eeuw gangbaar was. Het is daarom aannemelijk dat het orgel oor-
Onderzoek aan de frontpijpen toonde aan dat de toonhoogte van het spronkelijk een niet-gelijkzwevende stemming heeft gehad. Gekozen is
orgel oorspronkelijk lager was dan de in 1976 aangehouden 415 Hertz. voor de stemming naar Vallotti.
Eerder werd bij de klankrestauratie van het orgel in Hilvarenbeek een CEES VAN DER POEL
stemtoon van 390 Hertz (bij 18°C) teruggevonden. Bovendien schreef
de negentiende-eeuwse orgelchroniqueur Edouard Gregoir over de Bron: Rogér van Dijk/Hans van Rossum, Verantwoording werkzaam-
orgels van B.P van Hirtum: ‘Tous ces instruments sont un ton plus bas heden aan het orgel gebouwd door B.P. van Hirtum in 1859 staande in
que le ton d’orchestre.’ de Sint Willibrordus-kerk te Diessen (De Bilt/Aalburg november 2011)
Het feit dat Gregoir dit expliciet noemt lijkt erop te wijzen dat het (niet gepubliceerd).

4 5HET ORGEL 2012 | nummer 4


Orgelmakerij Van der Gutten bv

nieuwbouw | restauratie | onderhoud

Hoofdweg 99 | 9684 CC Finsterwolde
tel 0597 - 33 14 72 | 06 - 22 90 94 79 | fax 0597 - 33 15 27
www.orgelmakerij.nl | [email protected]

Er zijn orgels…. én er bestaan BAROK TOT IN DETAIL
orgels van Steendam.
Henk Klop Baroque Keyboard Instruments
Jarenlang vakmanschap en liefde voor het vak Paleisweg 6 • 3886 LC Garderen • The Netherlands
laten de kwaliteit van onze handgemaakte orgels PHONE +31 (0)577 461 512 • FAX +31 (0)577 461 787
tot grote hoogten stijgen. De Steendamorgels
worden tot 9 meter hoogte in eigen atelier afge- WEB www.klop.info • E-MAIL [email protected]
bouwd, dus het plaatsen en afmonteren in uw
kerk gaat veel sneller en bezorgt aanmerkelijk Sound
minder overlast. En… het is op die manier nog craftmanship
een stuk voordeliger ook! Duurzame, eersteklas
materialen en een doordachte constructie geven Zuidergracht 17 3763 LS Soest The Netherlands
elk Steendamorgel precies die kwaliteit en Tel. +31 (0)35 - 601 25 92 Fax +31 (0)35 - 603 11 50
draagkrachtige toon, waar u naar zoekt.
Op maat gemaakt en exact volgens uw wensen.
Wij hebben een coöperatieve samenwerking met
een team ervaren Tsjechische orgelbouwers.
Onze orgels zijn in heel Nederland en in diverse
buurlanden te vinden.
Tevens hebben wij tweedehands orgels die
aangepast kunnen worden aan uw situatie.
Wij geven zelfs 15 jaar garantie. Een orgel van
Steendam klinkt naar een nadere kennismaking.
Belt u ons voor een geheel vrijblijvende afspraak
of kijk op onze uitgebreide website.

www.orgelmakerijsteendam.nl
Westerdijkstraat 21, 9983 PR Roodeschool
tel. 0595-412261

4 6 HET ORGEL 2012 | nummer 4


Helmond, parochiekerk van de H.-Jozef kregen een plaats op pneumatisch bediende kegelladen.
In 1983 bracht Verschueren Orgelbouw het instrument zoveel moge-
De bewogen geschiedenis van het orgel dat zich tot voor kort in de lijk terug in de midden-negentiende-eeuwse toestand. Het orgel kreeg
bij deze gelegenheid een historisch front, afkomstig uit de Hervormde
kerk van Onze-Lieve-Vrouw Middelares te Brouwhuis bevond, gaat Kerk van Oisterwijk, dat de basis vormde voor de huidige kas. Dit front
dateert van vermoedelijk omstreeks 1840 en deed in Oisterwijk dienst
terug tot 1788/80. In die periode bouwde de orgelmaker Albertus van als schijnfront. Verschueren voorzag het orgel verder van een nieuwe
windvoorziening, gedeeltelijk nieuwe mechanieken en nieuwe frontpij-
Gruisen (1741–1824) een nieuw orgel voor de r.-k. schuilkerk van St.- pen en herstelde de oorspronkelijke toonhoogte.
In 2011 werd een plan uitgewerkt om het orgel over te plaatsen naar
Martinus te Bolsward. Blijkens een inscriptie in de windlade was het de St.-Jozefkerk in Helmond. Verschueren Orgelbouw verzorgde de
overplaatsing en voltooide die op 3 mei van dit jaar. De werkzaamhe-
instrument een geschenk van pastoor Pluijm. In 1848/50 bouwde men den vonden plaats onder advies van Rogér van Dijk namens de KKOR.
In de Jozefkerk paste de parochie in eigen beheer de trappen ter plaatse
een nieuwe kerk, naar ontwerp van Th. Molkenboer. Het schuilkerk- van het orgel aan, in de nieuwe ruimte vond de windmotor een plek.
Bij schoonmaak van de orgelonderdelen is een deel van de lederen stel-
orgel werd vervolgens door Dirk Sjoerd Ypma (1813-1854) vanuit de moeren vervangen. De claviatuur is hersteld en er zijn nieuwe regis-
teropschriften aangebracht naar voorbeeld van die van het orgel van
oude kerk naar de nieuwe overgebracht. G.H. Broekhuyzen noteerde Van Gruisen in Jorwerd (1799). Om de leesbaarheid te verbeteren is
voor de beginkapitalen een eenvoudiger letter gebruikt zoals bekend
in zijn verzameling de volgende dispositie: van kabinetorgels van Van Gruisen. Na controle van de intonatie is het
instrument gestemd op de bestaande winddruk in de bestaande stem-
‘Prestant 4 vt Quintadena D. 8 vt Octaaf 2 vt ming.
CEES VAN DER POEL
Prestant 8 vt Fluit 4 vt Mixtuur 4 st
Bronnen: adviesrapport en eindrapport Rogér van Dijk, welwillend
Holpijp 8 vt Quint 3 vt door de auteur ter beschikking gesteld.

ventil’

Het is niet aannemelijk dat deze dispositie geheel correct is. De Prestant

8’ was alleen in de discant aanwezig. Verder wordt aangenomen dat

Ypma in 1850 al de Quintadena D 8’ had vervangen door de nu nog

aanwezige Bourdon D 16’.

In 1874 besloot men tot de bouw van een nieuw orgel. Het oude in-

strument is in 1876 door Lodewijk Ypma (die ook het nieuwe orgel

leverde) voor 270 gulden ingenomen en in een tot nog toe onbekende

kerk geplaatst. In 1935 kreeg het orgel een nieuwe bestemming in

de kerk van Helmond-Brouwhuis. Bij deze gelegenheid is het orgel

door de firma Gebr. Vermeulen (Weert) gewijzigd. Mogelijk is bij die

gelegenheid (of al eerder) de oorspronkelijke kas verloren gegaan. In

1935 kreeg het orgel nieuwe zinken frontpijpen en werden de registers

Bourdon 16’ en Prestant 8’ volledig uitgebouwd. De extra baspijpen

Dispositie orgel in de H.-Jozef te Helmond

(registernamen volgens nieuwe opschriften)

Manuaal (C-f3)
Bourdon 16 voet disc:
Holpyp 8 voet
Prestant 8 voet disc:
Prestant 4 voet
Fluit d’Aamoer 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 2 sterk
Tremulant

Pedaal (C-f) aangehangen

Samenstelling Mixtuur: C c1

1 1/3 2 ²/3
1 2

toonhoogte: a¹ = 415 Hz

winddruk: 52 mm Wk

stemming: evenredig zwevend

4 7HET ORGEL 2012 | nummer 4


Margaretha Chr. de Jong, Fantaisie KORAALBEWERKINGEN VAN door de lengte meer de tijd nemen om deze
sur Christe qui lux es et dies. DE JONG EN LEMCKERT Prélude mooi uit te werken. Zij weet op
Veenhuizen: Boeijenga Music De laatste jaren verschijnen er regel- hoog niveau de spanning qua melodiek en
Publications (BE1028) matig nieuwe orgelwerken, geschreven harmoniek vast te houden, en op de juiste
Prijs: € 12,95 door Nederlandse componisten. Veelal momenten te variëren. Na deze Prélude vol-
www.boeijengamusic.com zijn deze composities koraalgebonden en gen vier variaties; na een (fraai) Choral vol-
Margaretha Chr. de Jong, Prélude, geschreven voor gebruik in de eredienst. gen een kleine fughetta (c.f. in het pedaal)
Choral varié et Fugue sur "Veni Er zijn echter ook componisten die regel- en een canonische variatie met de melodie
redemptor gentium" (Nun komm, matig werken voor concertant gebruik in de tenor. Als derde variatie is gekozen
der Heiden Heiland) pour Orgue schrijven. Margaretha Christina de Jong voor een soort van Alla Marcia, het enige
Veenhuizen: Boeijenga Music en Johann Th. Lemckert hebben de laat- deel waarin het voorbeeld Duruflé ver weg
Publications (BE 1079) ste jaren regelmatig werk bij Boeijenga is… ‘Variation IV’ zou je een Berceuse kun-
Prijs: € 14,95 (eerst te Veenhuizen, nu te Leeuwarden) nen noemen, de grote grepen vragen om
uitgegeven. Het is verheugend dat deze een mooi en precies legato. De Fugue begint
Johann Th. Lemckert, Luther- uitgeverij zich zó actief inzet voor het weer vanuit de beweging van de Prélude en
Preludes voor orgel verspreiden van met name Nederlandse wordt - naar goed Frans gebruik - besloten
Veenhuizen: Boeijenga Music composities. met een Toccata. Aan het slot is steeds meer
Publications (BE 1097) invloed te horen van een andere grote naam
Prijs: € 35 Margaretha Chr. de Jong heeft in de twee uit de Franse orgelliteratuur: Marcel Dupré.
Johann Th, Lemckert, 12 voorliggende composities (een ‘Fantaisie Het gevaar om composities als deze te
Orgelwerken voor Concert & sur Christe qui lux et dies’ - bij ons bekend vergelijken met het (veelal bekende) voor-
Liturgie (2 delen) als het lied ‘De nacht, de moeder van de beeld is natuurlijk aanwezig, vooral omdat
Veenhuizen: Boeijenga Music rust’- en een ‘Prélude, Choral varié et het oeuvre van Duruflé relatief klein is. De
Publications (BE 1072) Fugue sur Veni redemptor gentium’, bij vraag is hoe je deze composities moet be-
Prijs: € 22, 50 per deel ons bekend als ‘’ Kom tot ons, de wereld oordelen. Ze zijn zeer vakkundig geschre-
wacht’) consequent gekozen voor een ven en qua idioom heel homogeen. Toch
4 8 HET ORGEL 2012 | nummer 4 stijlkopie. In het voorwoord bij het eerste bekruipt me tijdens het doorspelen van bo-
werk geeft de componiste aan dat ‘het venstaande werken regelmatig het gevoel
idioom van de compositie herinnert aan dat het maken (of improviseren) van stijl-
het oeuvre van Maurice Duruflé’. Bij het kopieën heel goed is om iets te leren. Of het
tweede werk geeft ze aan dat de com- vervolgens artistiek overtuigend is om de
positie ‘verwijst naar het oeuvre van de werken een bredere bekendheid te geven,
Franse componist en organist Maurice is voor mij de vraag. De Duitse componist
Duruflé’. Harald Genzmer (1909-2007) zei in 1999 in
Beide werken starten identiek: tegen een een interview: ‘Alleen wat echt is, blijft’…
triolenbeweging worden elementen of
fragmenten uit de cantus firmus gezet. Luther - Preludes voor orgel
In de Fantaisie mondt dit uit in een ca- Van Johann Th. Lemckert zijn de afgelo-
non (zoals in de variaties over het ‘Veni pen jaren drie lijvige bundels verschenen.
Creator’ van Duruflé), waarna de trio- Allereerst twee delen die samen de ‘12
lenbeweging herhaald wordt, maar met Orgelwerken voor Concert & Liturgie’ vor-
een intensere harmoniek. Een feestelijke men. Verder de 31 ‘Luther Preludes voor or-
Toccata besluit het werk. gel’, gebaseerd op melodieën en teksten van
In het grotere werk over het ‘Veni re- of bewerkt door Maarten Luther.
demptor gentium’ kan de componiste De invloeden waaronder deze componist


BOEKEN & BLADMUZIEK

staat, zijn tweeërlei. Enerzijds de invloed Duitse, Franse en Spaanse elementen. Ook stijgt mijn gebed’. Een dalende beweging
vanuit het Noorden en daarmee verbonden gebruikt de componist veelal een combina- verbeeldt de tekst van Psalm 130, de can-
de helderheid in klank, vorm en de retorica tie van polyfone vormen (Duits), gecombi- tus firmus van het lied wordt daar doorheen
die je onder anderen bij de oude Noord- neerd met een Frans georiënteerde harmo- geweven. ‘Vater unser im Himmelreich’
Duitse componisten ziet. Anderzijds is er de niek. is een orgelkoraal met een versierde can-
invloed vanuit het Zuiden, en dan met name De ‘Luther-Preludes’ zijn goed realiseerbaar tus firmus, maar bevat tevens polyfonie in
Frankrijk in het ongecompliceerde, vanuit op een relatief klein tweeklaviersorgel met de begeleiding − een origineel voorbeeld
de klank gerichte musiceren. pedaal. De bewerkte melodieën worden van een synthese. ‘Kom tot ons, de wereld
Lemckert geeft aan dat de werken in eerste volledig verwerkt, zodat de gemeente als wacht’ is een compositie waarin drie ele-
instantie ontstaan zijn vanuit zijn ervaringen het ware een goede instructie krijgt wat er menten worden verwerkt: 1. het beginmo-
met het hoofdorgel van de Laurenskerk in gezongen gaat worden. De werken duren tief van de melodie, 2. elke melodieregel in
Rotterdam (Marcussen, 1973), waar hij van gemiddeld tussen de 2 en 4 minuten. driestemmige canon en 3. een beweging,
1969 tot 2006 organist was. In dat instru- Een mooi voorbeeld van de combinatie getiteld ‘libre’. ‘Vom Himmel hoch da komm
ment is ook sprake van een synthese van van vrijheid en vorm is ‘Uit angst en nood ich her’ begint (natuurlijk) met een dalende
toonladderfiguur, die iedere keer uitgebreid
Johann Th. Lemckert, ‘Aus tiefer Not’ uit Luther Preludes voor orgel (Boeijenga 2011) en gevarieerd wordt. Het contrapunt dat te-
gen de melodie gezet wordt, is in dit werk
een motet op zich.
En zo zijn er in iedere bewerking mooie mo-
menten te vinden. Het is niet te doen om in
dit kader alle delen te behandelen; ik geef nu
verder even een paar voor mij opvallende
delen aan. ‘O zalig licht, Drievuldigheid’ is
een bewerking in drie (!) delen waarbij de
componist het karakter van de gregoriaanse
hymne respecteert door de uitkomende
cantus-firmusregels alsof je ze zingt en reci-
tant te laten spelen.
‘Wij geloven allen in één God (Credo)’ is
één van de meest uitgebreide bewerkingen.
Het begin is een fanfare, die als een rode
draad door het hele werk loopt. Daartussen
worden de regels van het lied in diverse
varianten behandeld; polyfoon, homofoon
en fugatisch. ‘Vom Himmel kam der Engel
Schar’ bevat weer de dalende beweging
die ook in ‘Vom Himmel hoch’ gebruikt
werd, maar hier totaal anders uitgewerkt.
Harmonisch valt er ook genoeg te beleven,
die prachtige modulaties op de tweede blad-
zijde bijvoorbeeld.

Het spreekt voor zich dat iedere componist
elementen gebruikt die in diverse stukken
terugkomen. Maar voor mij staat vast dat

4 9HET ORGEL 2012 | nummer 4


de Preludes zeker voor de niet-professionele Op die delen levert de ‘orgelpartij’ dan weer
organisten onder ons veel speel plezier her- commentaar in de tenorligging op het posi-
bergen! tief.
Deel 2 van de ‘Orgelwerken voor Concert
Johan Zoutendijk: Jehan Titelouze, 12 Orgelwerken voor Concert & Liturgie & Liturgie’ bevat een ‘Toccata over ‘Komm,
Louis Couperin & Henri Dumont De ‘12 Orgelwerken voor Concert & Heiliger Geist, Herre Gott’, ‘Palmarum’ (een
en de ontwikkeling van de Franse Liturgie’ zijn bestemd voor orgels met een werk voor Palmzondag), verder een ‘In
orgelmuziek in de periode 1620- veelheid aan mogelijkheden. Ze zijn duide- Memoriam’ (met die prachtige melodie van
1660. lijk bestemd voor de gevorderde organist Strategier ‘Heer, herinner u de namen’ en het
Stichting Orgelhistorische Studies en werden veelal opgedragen aan bekende In Paradisum uit de Requiemmis). Verder een
2011. Nederlandse organisten. Deel 1 bevat een ‘Communion’, een werk voor de adventstijd
74 blz. ‘Triptyque’, een ‘Chamadron’ (voor het en als laatste een ‘Petite Suite de Noëls’. De
ISBN 978-90-809757-3-6. Chamadron te Havelte), verder een werk Toccata begint met een pedaalsolo die over-
Prijs: € 18,50 (excl.Verzendkosten) getiteld ‘Louange’, een ‘Prières de Psaumes’, gaat in een toccata (in 12/8). Opvallend is
Bestellen: een ‘Fantaisie Jesu dulcis memoria’ en een dat Lemckert op zich eenvoudige motieven
[email protected] ‘Dialogue pour Noël’. (bijv. gebroken kwarten) zo bewerkt en va-
De ‘Triptyque’ is een vrij werk (gebaseerd rieert dat het resultaat geen schoolse indruk
Jürgen Ahrend, Winfried Dahlke, op een thema van Albert de Klerk) bestaand ademt. Kortom: de componist probeert ie-
Dokumentation der Orgel der uit Prélude en Rondeau, waarbij het Rondo dere keer het maximale te halen uit de can-
Evangelisch-Reformierten verrassend besloten worden met één van tus firmi, en dat te combineren met de eigen
Großen Kirche zu Leer. de coupletten, verder een Fugue, waarbij invallen. Dat lijkt me voor een goede com-
Wilhelmshaven: Florian Noetzel de strengheid van de vorm gecombineerd positie essentieel.
Verlag 2011. wordt met improvisatorische invallen, en De ‘Petite Suite de Noëls’ ademt een folklo-
296 blz. plus cd-rom een feestelijke Final, die hymnisch besloten ristische sfeer. Ook hier worden weer lie-
ISBN: 9783795909277 wordt. deren uit twee tradities gecombineerd. Een
Prijs: € 88 In diverse werken worden liederen uit de werk dat in de kerstnachtdienst niet zou mis-
rooms-katholieke en de protestantse tradi- staan…
5 0 HET ORGEL 2012 | nummer 4 tie gecombineerd. Dat is niet het geval in de Naar mijn mening vormen beide bundels een
‘Prières de Psaumes’ waar eerst psalm 51 en goede aanvulling op de Nederlandse orgel-
vervolgens de psalmen 132 en 123 worden literatuur. Jarenlange ervaring met harmo-
bewerkt. De ‘Fantaisie Jesu dulcis memoria’ nieleer en contrapunt hebben geresulteerd
vermengt de devotie van het eerste met de in een eigen idioom met creativiteit en zeg-
ingehouden vreugde van de laatste strofe. gingskracht. Dat nieuwe muziek niet per se
Het fugato heeft een vast contrasubject en vernieuwend hoeft te zijn, noch alleen een
eindigt in een Toccata met diverse ritmen in stijlkopie, laten deze composities duidelijk
één deel, wat een uitstapje vanuit de Franse zien.
en Noord-Duitse vorm is. De ‘Dialogue pour
Noël’ kan ook op instrumenten die geen Van alle uitgaven geldt dat ze zeer verzorgt
zwelwerk bezitten goed vertaald worden. zijn vormgegeven en dat er rekening gehou-
Wat dat betreft zijn de Franse registratieaan- den is met omslagpunten.
wijzingen alleen een indicatie. GERBEN MOURIK
In dit werk wordt bijna een vocale dialoog
tot stand gebracht. De delen van het ‘Puer TITELOUZE, COUPERIN, DUMONT
natus’ worden eenstemmig door de hoge De bloeitijd van het Frans-klassieke orgel
stemmen (sopraan of tenor) gereciteerd. kunnen we grofweg plaatsen tussen 1665


Click to View FlipBook Version