The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici, 2020-10-20 07:38:05

HO 2012-4

HO 2012-4

en 1770. Tot de wegbereiders tijdens de haar boek Originale Registrieranweisungen rend en Dahlke is naar voren gekomen dat
eerste helft van de zeventiende eeuw, de in der französischen Orgelmusik des 17. Und dat instrument gebouwd was door Martens
zogeheten pre-klassieke periode, behoren 18 Jahrhundert (Kassel 1975) echter dat de vader Andreas de Mare, die uit Gent afkom-
Louis Couperin en Je(h)an Titelouze, met or- eerste Récits van 1628 of 1631 stammen, stig was. Hij was door gebrek aan werk met
gelmakers als Carlier, Pescheur en Lesselier terwijl de werken van Titelouze in 1623 en zijn gezin uitgeweken naar Groningen. Deze
in hun kielzog. Het Franse orgeltype bezat 1626 zijn uitgegeven. Over het jaar waarin trek naar het noorden was het gevolg van
rond 1610 twee klavieren en een uiterst de vroegste pedaalkoppel (‘tirasse’) Grand- de Reformatie, die als consequentie had dat
bescheiden pedaal, maar twintig jaar later – Orgue werd gemaakt, bestaat onzekerheid; de orgelbouw in Nederland stagneerde, het
onder invloed van Titelouze – wél met een hiermee werd de altpartij (in lange noten) eerst in het zuiden. Later sloeg de Reforma-
omvang tot d¹ of e¹. In dezelfde tijd ontstond gespeeld. Ter wille van de uitvoeringsprak- tie over naar het noorden en waren de or-
het derde (Récit-)klavier met een transmis- tijk kozen vader en zoon Guilmant ad libi- gelmakers gedwongen over de grens werk
sie van de Cornet van het Grand-Orgue, de tum voor het gebruik van de Tirasse Récit, te zoeken. In Noord-Duitsland was toen nog
zogenaamde Cornet ‘à double effet’. met Flûte en Clairon 4’. de Lutherse Kerk de belangrijkste geloofsge-
In tegenstelling tot de Hymnes en Magnificats Een boeiende, zorgvuldig geschreven mate- meenschap en Luther was een voorstander
van Titelouze (1563-1633), welke in 1898 rie met veel hypotheses. Orgels uit de vroege van orgelspel.
door Guilmant werden gepubliceerd, zijn zeventiende eeuw zijn in de oorspronkelijke Het boek begint met de geschiedenis van
de circa zeventig orgelwerken van Louis staat overgeleverd. Zoutendijk geeft een het orgel. Eerst wordt het werk van vader
Couperin (1626-1661) pas in 1993 (deels) overzichtelijk beeld van de mogelijkheden in en zoon De Mare besproken, gevolgd door
uitgegeven. Van Dumont verschenen onder die dagen, geïllustreerd met notenvoorbeel- diverse werkzaamheden van andere orgel-
redactie van Litaize en Bonfils in 1956 vier den, tabellen en tekeningen. Samenvattingen makers. In 1685 werd het orgel gerenoveerd
Préludes. in het Engels en het Frans. voor ruim 213 rijksdaalders. De naam van
In zijn boek focust Zoutendijk met betrek- RENÉ VERWER de orgelmaker is niet bekend, evenmin als
king tot Couperin op de trio’s uit 1656- die van degene die in 1734 aan het orgel
1657, die verschillend worden uitgevoerd: DOCUMENTATIE ORGEL LEER werkte en vierhonderd rijksdaalders kreeg
(1.) twee klavieren en pedaal, (2.) Trio ‘avec Het boek Dokumentation der Orgel der Evan- uitbetaald.
la poulce’, dat wil zeggen met de rechter- gelisch-Reformierten Großen Kirche zu Leer is Vanaf de tweede helft van de zeventiende
duim op het eerste klavier (de ‘quatuor- tot stand gekomen dank zij NOMINE (Nord- eeuw zijn de namen bekend, te beginnen
techniek’ uit de achtteinde eeuw is daar deutsche Orgelmusikkultur in Niedersach- met Albertus Anthonij Hinsz. In 1763 werd
een uitvloeisel van) en (3.) als ‘Trio à trois sen und Europa) en de financiële steun van aan hem de verbouwing van het Hoofd-
mains’, met andere woorden de derde hand de Stiftung Niedersachsen, Klosterkammer werk en een uitbreiding met een Rugwerk
werd door een ‘amy’ (assistent) gespeeld. Hannover en Land Niedersachsen. aanbesteed. Dit kwam neer op een nieuw-
In 1688 schreef Raison deze speelwijze ex- bouw met het oude pijpwerk. Het werk
pliciet voor, Balbastre later eveneens (in Het orgel in de Evangelisch Reformierten werd opgeleverd in 1766. De hoofdwerkkas
Engeland werd dit al eerder door Bull en Grote Kerk in Leer is van bijzondere beteke- van Hinsz is gedeeltelijk bewaard gebleven,
Byrd gepraktiseerd). Met betrekking tot de nis omdat het met een geschiedenis van ruim evenals de windladen en een groot gedeelte
tweede vorm was het bespelen van twee vierhonderd jaar één van de oudste orgels van het pijpwerk.
klavieren met één hand mogelijk omdat de van Oost-Friesland is. Het orgel is van een In 1785 werd de oude kerk afgebroken en
klavieren dichtbij elkaar lagen. klein instrument uitgegroeid tot een repre- het orgel opgeslagen. In 1787 werd het in de
Over het algemeen waren de ondertoet-sen sentatief groot stadsorgel. Van nagenoeg nieuwe kerk geplaatst door Johann Friedrich
korter en smaller, de octaafmaat in Le Petit alle werkzaamheden is bekend welke orgel- Wenthin uit Emden. In 1845 onderging het
Andely (1674) verschilt bijna 12 mm met het makers die hebben uitgevoerd. een grote verbouwing door Wilhelm Höff-
transeptorgel in de Nieuwe Kerk Amsterdam. De eerste was Marten de Mare uit Bremen, gen, die ook uit Emden kwam. Hij verving
Titelouze maakte al eerder van deze techniek die in 1609 het orgel van de kloosterkerk het Rugwerk door een Bovenwerk en bouw-
gebruik, én van de rechterpink op het Récit van Thedinga overbracht naar de St.-Liud- de een Pedaal erbij in kassen aan weerszij-
(Cornet). Susanne Diederich vemeldt in geruskerk in Leer. Bij het onderzoek van Ah- den van de hoofdwerkkas van Hinsz. Ruim

5 1HET ORGEL 2012 | nummer 4


Nieuw uitgegeven werken van veertig jaar later (in 1888) vond een grote deze pijpen de mensuren opgemeten en in
Johannes Gijsbertus Bastiaans: reparatie plaats door de firma Röhlfing uit het boek opgenomen. Een deel van de foto’s
Orgelwerken Osnabrück, waarbij de Sesquialter vervan- is in het boek afgedrukt maar het merendeel
gen werd door een Gambe 8’. In 1900 ver- (ca. 3000) is op een cd-rom geplaatst.
14 delen [zie specificatie in het nieuwde Johannes Diepenbrock uit Norden Dit onderzoek is wat de documentatie be-
de balgen, de handklavieren en het pedaal- treft uniek. In het verleden zijn al vele or-
kader op blz. 53] klavier. De firma Furtwängler uit Hannover gels onderzocht, maar nooit zo minutieus
Amsterdam: Muziek Centrum plaatste in 1914 een windmachine. Helaas als dit. Voor wie de ambitie heeft om veel
Nederland 2012 (Donemus moesten in 1917 de frontpijpen worden in- gegevens te bekijken van een orgel en het
Klassiek) geleverd voor oorlogsdoeleinden. In 1924 bewaard gebleven pijpwerk is het zeer de
Bestellen: www.mcn.nl zette orgelmaker Klassmeyer uit Lemgo er moeite waard. Eén van deze lezers ben ik
zinken pijpen voor in de plaats; ook ver- zelf, omdat ik bezig ben met een onderzoek
ving hij enige registers. Op de plaats van de naar het werk van de orgelmakers Andreas
Trompet 16’ van het Hoofdwerk kwam een en Marten De Mare. Zo’n volledig overzicht
Gedackt 4’, de Scherp van het Bovenwerk van pijpinscripties en mensuren is tot nu toe
werd vervangen door een Oboe en twee niet niet gepubliceerd. Het zou toe te juichen zijn
nader genoemde registers moesten wijken om in de toekomst meer onderzoek op dit
voor een Salicional 8’ en een Aeolsharfe 8’. niveau te doen.
Het dieptepunt van de onttakeling van dit De bijbehorende cd-rom is ingedeeld in ne-
orgel kwam in de jaren 1953-1955 met de gentien groepen. De eerste bevat de foto’s
werkzaamheden van Paul Ott, die het Bo- die in het boek zijn geplaatst, daarna worden
venwerk verwijderde en de pedaaltorens de bewaard gebleven registers gedocumen-
verhoogde. Er kwamen twee rugwerken teerd. Eerst die van het Hoofdwerk: Quinta-
en een nieuwe vrijstaande speeltafel. He- dena 16’, Holhlflöte 8’, Octave 4’, Quinte 3’,
laas moest ook het pijpwerk het nogal ont- Octave 2’, de Sesquialtera en de Trompete
gelden: er werden pijpen ingekort, andere 8’. Dan die van het voormalige Rugwerk
kregen nieuwe kernen en de intonatie werd met de Gedackten 8’ en 4’ en de Waldflöte
gewijzigd. 2’, en vervolgens het Pedaal met de Subass
De rehabilitatie van het instrument kwam 16’, Octave 4’, Nachthorn 2’ en de vier ko-
in de jaren tussen 1963 en 1970, toen Jür- ren van de Mixtur. In groep negentien zijn de
gen Ahrend en Gerhard Brunzema opdracht gegevens opgenomen van de Quintadena 8’
hadden gekregen het orgel te restaureren. van het orgel dat Marten de Mare in 1610
Zij consolideerden en repareerden de oude bouwde voor de Gutskapelle in Stellichte. In
pijpen, vervingen een aantal pijpen van Ott dit orgel verwerkte hij het in Leer overge-
die niet in het mensuurconcept pasten en bleven pijpwerk van het orgel dat zijn vader
maakten zeven nieuwe tongwerken. Verder voor het klooster Thedinga maakte.
verbeterden ze de intonatie en de wind- AUKE H. VLAGSMA
verzorging van Hoofdwerk en Pedaal door
twee magazijnbalgen bij te plaatsen. ORGELWERKEN BASTIAANS
In dit jaar, waarin de tweehonderdste jaar-
De essentie van het boek is het uitgebreide dag van Johannes Gijsbertus Bastiaans wordt
onderzoek van het pijpwerk. Vrijwel alle pij- herdacht, verscheen bij uitgeverij Donemus
pen zijn in series per register gefotografeerd (onderdeel van het Muziek Centrum Neder-
en van de afzonderlijke pijpen zijn van alle land – MCN) te Amsterdam een stapeltje
orgelmakers die er tot 1850 aan werkten de bundels met orgelwerken van de jubilerende
inscripties gefotografeerd. Tevens zijn van al Haarlemse componist en organist. De or-

5 2 HET ORGEL 2012 | nummer 4


gelwerken maken deel uit van het project 1. Vijf orgelsonates (5 delen)
‘Nieuw uitgegeven werken van Johannes Symphonie in D; Sonate n° 1 in b; Fantasiesonate in c [Jesu meine Freude]; Fantasiesonate in
Gijsbertus Bastiaans’, dat onder leiding van Bes [Wien Neêrlands bloed]; Sonate n° 2 in b
Fons Brouwer uitgevoerd wordt. Het project
deelt Bastiaans composities in vier catego- 2. Zes orgelstukken
rieën in: A. Orgelwerken, B. Pianowerken, Groot praeludium en fuga; Andante op een nieuwe koraalmelodie; Fughetta a 5 voci op het
C. Kamermuziek en D. Vocale werken. koraal ‘Herzliebster Jesu was hast du verbrochen’; Praeludium a 4 voci; Gefigureerd koraal a 4
In het A-gedeelte zijn vrijwel alle orgelgenres voci op de melodie 'Jesu meine Freude’; Dubbelfuga; N°1 Praeludium; N°3 [6] Chromatisch
ondergebracht, uitgezonderd de voorspelen
die Bastiaans bij nieuwe en bestaande me- 3. Groot praeludium en fuga over psalm 98 (orgel vierhandig, koperblazers en pauken
lodieën componeerde: deze zijn geschaard ad lib.)
onder onder de vocale werken, waar ze een
eenheid vormen met de koraalzettingen die 4. Vrije werken (2 delen)
Bastiaans van deze melodieën maakte. Deel 1: Praeludium en fuga in c; Elegie of treurzang; Andante in Des; Dies irae, dies lila, kerke-
Het A-gedeelte bevat de uitgaven met or- lijke fantasie; Fantasie in a; Fantasie 'Nur durch das Morgentor des Schönen' en dubbelfuga in
gelwerken die in een kader bij deze aankon- g (sopraan, orgel)
diging staan afgedrukt. De delen werden
ingeleid en verzorgd door Jan ten Bokum Deel II (selectie korte stukken): Praeludium in d; Vrij praeludium; Fughetta in G; Fughetta in e;
of Frank van Wijk. Elk deel opent met een Trio in Bes; Trio canon alla quarta in As; Adagio (Troost) in D; Andante (Hoop) in C; Fuga in
korte inleiding over de componist, zijn leven B; Fuga in a; Fuga in f; Fuga in F; Largo, fuga en andante; Fünfstimmiger Orgelsatz
en werk, gevolgd door een toelichting op de
orgelwerken die dat deel bevat. Hierop volgt 5. Koraalbewerkingen (selectie)
een passage ‘Bronnen en verantwoording’ Trio psalm 24 'Al d' aard en alles wat zij geeft'; Variaties psalm 24; Psalm 36 in E; Psalm 48;
en een ‘Kritisch commentaar’. Psalm 65/72; Psalm 84:5 variaties en finale; Jubelpsalm 98/118; Psalm 36 in Es; Fughetta:
Alle bundels kunnen gekocht worden als Vorspiel zu dem Choral: Durch Adams FalI ist all verdrückt; Jesu meine Zuversicht; Jesu meine
pdf-download en als hardcopy. De hardco- Freude (koraal en 2 bewerkingen); Nun ruhen alle Wälder; O Haupt vol Blut und Wunden (2
py-versie is zelfs in drie formaten te koop: versies); Wachet auf, ruft uns die Stimme; Warum betrübst du dich, mein Herz; Wer nur den
groot formaat (h 37cm x b 25 cm), zakfor- lieben Gott lässt walten
maat (A5) en studieformaat (A4). Bij de bun-
del ‘Groot praeludium en fuga over psalm 6. Bach- en Schumanntranscripties
98 voor orgel vierhandig, koperblazers en Intrada, fantasie en ricercare (Bach); Goldbergvariaties (Bach); Abendlied (Schumann); 'Feier-
pauken ad lib.’ zit een cd bijgesloten met een lich' n°4 uit de derde Symfonie (Schumann)
opname van het werk, uitgevoerd door de
organisten Frank van Wijk, Pieter van Dijk 7. Vier stukken van Handel, Nicolai/Liszt Schumann en Bastiaans (voor orgel, koperbla-
en het koperkwintet Slide fever (o.l.v. Jaap zers en pauken)
Dekker) in de St.-Laurenskerk te Alkmaar. Halleluja (Händel); Kerkelijke feestouverture Ein feste Burg (Nicolai/Liszt); 'Feierlich' n° 4 uit
Zoals bekend heeft het cultuurbarbaarse de derde symfonie (Schumann); Jubelpsalm 98 / 118 (Bastiaans).
kabinet vorig jaar besloten het MCN per 1
januari 2013 op te heffen. Het is op dit mo- 8. Sextetto, Canon en Choral voor orgel (solo of vierhandig)
ment onduidelijk of en zo ja, waar de uitga-
ven van Donemus na sluiting van het MCN 9. Harmonie der Spheren
verkrijgbaar zullen zijn. Het klinkt wat cy- (arrangement voor orgel vierhandig of twee toetsinstrumenten)
nisch maar is wel realistisch: wilt u verzekerd
zijn dat u de Bastiaans-uitgaven in uw bezit 5 3HET ORGEL 2012 | nummer 4
kunt krijgen, bestel ze dan nog dit jaar.
JAN SMELIK


Het ontstaan van het Groninger orgellandschap De beide andere normen zijn niet bepalend voor het ontstaan van het orgel-
Ingezonden landschap, hooguit voor de ‘krenten in de huidige pap’. Bepalend voor de
bouw van orgels was volgens de schrijvers de ‘adel’, - hoewel niet ‘echte
Met stijgende verbazing heb ik kennis genomen van de inhoud van ge- adel’, maar over wie dan wel in het algemeen deel uitmaakten van deze
noemd artikel in Het Orgel 2012/3. Hoewel het op zichzelf verfrissend kan ‘bevolkingslaag’ blijven we in het ongewisse. Het aantal keren dat ’hun’
zijn het onderhavige onderwerp vanuit een andere optiek te benaderen dan kerkbanken boven de preekstoel uitstaken is in de provincie trouwens echt
‘de organologie’ (waarvan niet duidelijk is wat de auteurs daar in dit ge- maar te tellen op de vingers van één hand!
val onder verstaan), kan ik met het resultaat weinig ingenomen zijn. Ervan Belangrijk was dat deze ‘adel’ beschikte over het collatierecht [overigens
uitgaande dat ze met ’het Groninger orgellandschap’ het gehele huidige niet hetzelfde als ‘heerlijke rechten’!]; daarvan wordt zelfs tweemaal uitge-
bestand bedoelen – ruimtelijk gezien in het gebied van Kloosterburen tot legd wat dat inhield. Dat dit recht werd opgeheven in 1795 is op zichzelf
Ter Apel, dan wel van Opende tot Nieuweschans − (ze bedoelen met ‘van juist [het orgel in Zuidbroek was echter wel al eerder besteld], maar dat
Adorp tot Zijldijk’ toch niet de letterlijke - geografische – afstand tussen het in 1815 weer werd ingevoerd en eerst in 1922 bij wet werd afgeschaft
beide plaatsen?) willen ze nagaan welke factoren aan het ontstaan van dat vermelden ze echter niet!
(wat krom geformuleerde) ‘Groninger orgelland’ hebben bijgedragen. Een Ook varieerde de ‘macht’ van dit recht per plaats. Het lijkt waarschijnlij-
(nog steeds het huidige?) landschap dat volgens hen vooral is ontstaan in de ker dat de ’adel’ grote orgels eerder liet bouwen uit prestige-overwegingen
periode 1650–1850 (op grond van welke niet-organologische literatuur?). ten aanzien van ‘collega’s’ (‘het mijne heeft nóg meer registers!’) dan uit
Door de door henzelf geformuleerde normen om aan een in hun ogen re- machtsoverwegingen naar hun ‘onderdanen’ toe. Hadden de auteurs de
presentatieve groep orgels te komen, roepen ze de problemen over zichzelf gangbare literatuur over Allert Meijer en Jan de Rijk nagelezen, dan was
af. De genoemde drie instrumenten ( grote tweeklaviers orgels met vrij pe- hun direct het waarom van de rolverdeling tussen beide ’hout-heren’ dui-
daal) zijn als zodanig al niet representatief (ook niet qua bouwtijd - over delijk geworden.
orgels tussen 1800 en 1850 horen we niets - en ruimtelijke spreiding) en Waarom wijzen op de voor Groningen zo kenmerkende centrum-periferie-
door te kiezen voor ‘bij voorkeur kleine dorpen’ (wat is klein? toen? nu?) structuur (een stokpaardje van wijlen H.J. Keuning, eertijds oprichter van
staan de grote stadsorgels al direct buitenspel. de studie sociale geografie aan de Groninger universiteit) en vervolgens
‘stad’ feitelijk volledig buiten hun analyse laten? De stad Groningen was
5 4 HET ORGEL 2012 | nummer 4 eeuwenlang de spil van de provincie, als politiek, economisch (marktfunc-
tie/ stapelplaats voor vee, granen, zaden en (later) bieten en aardappels)
en cultureel middelpunt. Bovendien had ze de jurisdictie in een groot deel
van de provincie, vooral richting de oostgrens, waar dus het collatierecht
er minder of niet toe deed. Ook kerkelijk had de stad daar een zeer grote
vinger in de pap (tot de bouw van orgels, benoeming van organisten en
predikanten, en de controle van de jaarrekeningen toe) − een heel ander
beeld dus dan op het Hogeland.
Ook op hun benadering vanuit de economie valt het nodige af te dingen.
Of er bijvoorbeeld ’voldoende ruimte’ voor landbouw is hangt niet per se
af van een lage bevolkingsdichtheid. Bevolkingsspreiding op het platteland,
het soort landgebruik en de mate van intensiteit daarvan leiden econo-
misch-geografisch tot heel verschillende uitkomsten, ook in ons land.
Het voorkomen van schapenteelt boven Kloosterburen wordt geweten
aan de vele te begrazen dijken, niet aan bijvoorbeeld de (bij deze relatief
jonge bodems) specifieke samenstelling van de daar aanwezige zavelklei.
Bovendien: bij Zuidbroek (werkelijk bij het ‘Bourtangermoeras?) bestaat de
bodem niet uit humeus materiaal, maar bevat ze deze (zoals élke bodem).
Voor hun uitvoerige agrarische exercities maken de auteurs gebruik van
een werk van Meihuizen, overigens niet genoemd in de ‘bronnen en litera-
tuur’ (waarbij ook de nodige vraagtekens zijn te plaatsen). Recentere stu-
dies, welke een wat genuanceerder beeld opleveren, blijven helaas buiten
beschouwing.

Door deze op vele fronten onevenwichtige benadering móeten ze wel tot
de conclusie komen dat uiteindelijk de landadel dé bepalende factor was bij
de ontwikkeling van het Groninger orgellandschap. Het moge uit het voor-


BRIEVEN

gaande duidelijk zijn dat daarop wel wat valt af te dingen. ruimtelijke spreiding niet representatief zijn. Volgens ons is de geografische
Alleen al door geen kennis te (hebben willen?) nemen van de vele literatuur positie van Leens, Uithuizen en Zuidbroek dusdanig dat zij een goed beeld
op het gebied van de orgelbouw in Groningen, hebben de auteurs − goed- geeft van de verschillende regio’s in de provincie Groningen. De norm dat
bedoeld − een eenzijdig en onjuist beeld geschapen van wat ze beoogden de orgels in een zo authentiek mogelijke staat dienen te verkeren, voorkomt
te laten zien. bovendien dat orgels van mindere importantie voor het huidige Groninger
Hoe het óók kan, bewijst bijvoorbeeld een doctoraalscriptie uit 2003 (in aan- orgellandschap aan onderzoek worden onderworpen.
gepaste vorm ook gepubliceerd in het Historische Jaarboek Groningen 2005) Verderop komt Victor Timmer terug op het ontbreken van de stad
van Bert Smit, die vanuit de economische hoek de (Noord-)Nederlandse Groningen in ons artikel, nu in het kader van enkele opmerkingen aan het
‘orgelmarkt’ ten tijde van Schnitger & Freytag analyseerde. Maar die maak- begin van het ‘landbouwgedeelte’ van het onderzoek. De feiten die hij aan-
te dan ook wél gebruik van informatie vanuit ‘de organologie’. draagt zijn als het gaat om de culturele en economische functie van de stad
Met het hier besproken artikel wordt helaas geen recht gedaan aan het Groningen juist, maar zijn volgens ons nauwelijks relevant voor de situatie
Groninger orgellandschap, dat verdient beter. in Leens, Uithuizen en Zuidbroek. Daarom hebben we ze niet in ons artikel
VICTOR TIMMER genoemd. Als het gaat om de jurisdictie die de stad Groningen had, zegt
Timmer dat dit gold voor een groot deel van de provincie. Of dat werkelijk
Weerwoord zo was, is zeer de vraag. In de praktijk bleek vaak dat de landadel zich wei-
nig aantrok van de machthebbende factoren in de stad.
Graag willen we ingaan op de kritiek van Victor Timmer. Allereerst willen Victor Timmer schrijft: ‘Het lijkt waarschijnlijker dat de ‘adel’ grote orgels
wij zeggen dat het nooit onze bedoeling is geweest verslag te doen van een eerder liet bouwen uit prestige-overwegingen ten aanzien van collega’s
uitvoerig wetenschappelijk onderzoek, waarbij zoveel mogelijk aspecten (‘het mijne heeft nóg meer registers!’) dan uit machtsoverwegingen naar
van de historie van het Groninger orgellandschap behandeld, uitgewerkt hun onderdanen toe.’ Het is ons niet duidelijk hoe deze zin te interpreteren
en verantwoord worden. De intentie was om in vogelvlucht de belangrijk- in verhouding tot ons artikel. Want met de zin: ‘Zeer waarschijnlijk wilde
ste aspecten te behandelen op basis van uitgebreid literatuuronderzoek en het geslacht Starkenborg door het schenken van het orgel te Leens zijn
interviews. De vraag is dus of ons artikel een verkeerde voorstelling van macht tonen aan de kerkelijke gemeente van Leens en de omringende dor-
zaken geeft, niet of er van alles en nog wat aangevuld en genuanceerd kan pen en borgen’ geven wij immers aan dat het doel van de schenking waar-
worden. schijnlijk tweeledig is geweest: het tonen van welvaart aan zowel burgers als
Timmer vindt het niet duidelijk wat wij met ‘Groninger orgellandschap’ be- medebestuurders. Het is moeilijk na te gaan wat nu echt de motivatie van
doelen. We bedoelen daarmee de gehele provincie Groningen en alle daarin de landadel is geweest.
aanwezige orgels. In ons artikel schrijven wij dat dit orgellandschap vooral Terecht zegt Timmer dat het collatierecht in 1815 weer werd ingevoerd en
is ontstaan in de periode 1650 tot 1850. De heer Timmer vraagt zich af op in 1922 bij wet verdween. Omdat dit gegeven niet erg van invloed is ge-
grond van welke literatuur wij tot deze stelling komen. Dit verbaast ons: weest op de door ons onderzochte orgels, hebben wij dit in ons artikel niet
het is toch algemeen bekend dat de provincie juist vanwege de bewaard vermeld.
gebleven instrumenten uit de zeventiende en achttiende eeuw (niet de ne- Victor Timmer stelt dat op onze economische analyse van de provincie
gentiende en twintigste eeuw) de ‘orgeltuin van Europa’ genoemd wordt? Groningen het nodige valt af te dingen. Helaas noemt hij dan een paar zaken
Niet alleen het aantal historische orgels in Groningen is uniek, bijzonder die niet wij niet in ons artikel beweerd hebben: wij hebben niet gesteld dat
is ook dat de orgels zich vooral bevinden in kleine dorpen. In geen andere voldoende ruimte voor landbouw per se afhangt van een lage bevolkings-
Nederlandse provincie worden in zoveel dorpen zoveel kwalitatief hoog- dichtheid. Evenmin schreven we dat schapenteelt boven Kloosterburen
waardige orgels uit de zeventiende en achttiende eeuw gevonden. Vandaar voorkomt vanwege de vele te begrazen dijken. Bovendien, op een algemeen
onze keus voor Leens, Uithuizen en Zuidbroek, en vandaar dat we – zoals beeld is altijd wel wat af te dingen en te nuanceren, maar daarmee geeft het
Timmer terecht opmerkt – voorbijgegaan zijn aan de periode 1800-1850. beeld nog niet per se een verkeerde voorstelling van zaken.
We hebben dus niet gezocht naar orgels die per se representatief zijn voor Timmer vindt eveneens dat recentere studies een genuanceerder beeld ge-
het gehele Groninger orgelbestand, maar naar orgels die representatief zijn ven dan dat wij op basis van Meihuizen boden in het algehele landbouwge-
voor de situatie dat in dorpen grote, dure orgels gebouwd werden. Daarmee deelte van ons artikel. Het is jammer dat hij deze werken niet concretiseert.
is direct ook verhelderd dat de grote stadsorgels buitenspel staan in ons ar- Nu blijft het gissen welke werken hij bedoelt.
tikel. De invloed van de stad op de orgelbouw in het Ommeland verdient
uiteraard nadere uitwerking, maar viel buiten de scope van ons artikel. Met het bovenstaande denken wij te hebben aangetoond dat het beeld dat
wij schetsen van het Groninger orgellandschap niet verkeerd is en geen bij-
Dat de beide andere normen die wij hanteerden niet bepalend zijn voor het stelling behoeft. Wel hopen we dat aspecten van de geschiedenis van dit
ontstaan van het Groninger orgellandschap, is op zichzelf genomen juist. landschap die nu nog onderbelicht zijn in de toekomst verder uitgewerkt
De norm dat de orgels verspreid over de provincie gesitueerd moeten zijn, gaan worden, zodat meer kennis opgedaan kan worden over de ontstaans-
draagt echter bij aan de representatie van het onderzoek. Zo kan immers geschiedenis hiervan.
worden nagegaan of de ontstaanssituatie van de verschillende orgels, door RICK BOELE en GERARD VERWEIJ
de provincie heen, identiek is ja of nee. Timmer beweert dat de orgels qua
5 5HET ORGEL 2012 | nummer 4


N.A. Knock op dertienjarige leeftijd.
Olieverfschilderij (op canvas, afmetingen: 82,2 x 65,9 cm)
door Friedrich Ludwig Hauck, gedateerd 19 september 1772.


Click to View FlipBook Version