The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici, 2020-10-20 07:34:28

HO 2012-5

HO 2012-5

het ORGEL

Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici

04 Nicolaas Arnoldi Knock (1759-1794) deel 2
14 Muziekretoriek in Sweelincks geestelijke klavierwerken (I)
24 Orgelbewerkingen van Vivaldi’s L’ Estro Armonico

Jaargang 108 (2012) nummer 5

colofon Cover:

Nummer 5 jaargang 108 (2012) Vrouwenfiguren met
Het Orgel Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en muziekinstrumenten op het
Kerkmusici, voor het eerst verschenen in 1886. De Koninklijke Vereniging
van Organisten en Kerkmusici is in 2009 opgericht op christelijke grondslag. Rugwerk van het
Doelstelling: de behartiging en bevordering van de orgelcultuur en de Schonat-orgel in de
kerkmuziek. Nieuwe Kerk Amsterdam
Leden van verdienste Foto: archief Het Orgel
Kees Hoeksma (erevoorzitter) - Piet Kee - Rein van der Kluit (erevoorzitter)
Overleden: Hendrik Andriessen - Klaas Bolt - Adriaan Engels - Dirk Andries
Flentrop - Jaap de Haan (erevoorzitter) - Cor Kee - Albert de Klerk - Ewald
Kooiman - Gustav Leonhardt - Willem Mudde - Adriaan C. Schuurman - Willem
Vogel
Bestuur KVOK
Frits Zwart (voorzitter), Hans Beek (1ste secretaris), Ad Krijger (2de secretaris),
Cor Rooijackers (penningmeester), Maarten Diepenbroek, Jack Gardeniers,
Willeke Den Hertog-Smits, Olga de Kort-Koulikova en Jeroen Pijpers
Adres secretariaat: Hans Beek - Klipper 49 - 9801 MT Zuidhorn - 0594 507876
[email protected]
Adres penningmeester: Cor Rooijackers - Professor Schermerhornlaan 91 -
5707 KG Helmond - 0492 548488 - [email protected]
Ledenadministratie KVOK
Harco Clevering - Jabbingelaan 21 - 9591 AL Onstwedde - 0599 331890 -
[email protected]
Bankrekeningen KVOK
Nederland POSTBANK 10 20 03 - ABN AMRO 45 48 03 184
IBAN no. NL17ABNA0454803184 / SWIFT-BIC code ABNANL2A
België Bank van de Post 000-3258201-68
Duitsland Oldenburgische Landesbank 710 87159 01 (Bankleitzahl 280 200 50)
Website
wwww.kvok.nl
Lidmaatschap KVOK
Men kan zich als lid opgeven bij de ledenadministratie. Leden kunnen zich
abonneren op de verenigingstijdschriften Het Orgel, Muziek&Liturgie en het
actualiteitenblad NotaBene (zie hieronder). Ze krijgen tevens de ZomerAgenda
(eenmaal per jaar een overzicht van orgelconcerten in de zomer) toegezonden.
Het lidmaatschap loopt parallel aan het kalenderjaar en wordt automatisch
verlengd indien niet één maand voor de vervaldatum is opgezegd.
Abonnementsvormen tijdschriften KVOK
Leden van de KVOK kunnen uit de volgende abonnementsvormen kiezen:
Muziek&Liturgie + NotaBene € 50 (Europa € 60, buiten Europa € 65)
Het Orgel + NotaBene € 60 (Europa € 70, buiten Europa € 75)
Muziek&Liturgie + Het Orgel + NotaBene € 75 (Europa € 90, buiten Europa
€ 95)
Contributie
Informatie over de contributie en de tijdschriften waarop leden zich kunnen
abonneren kunt u vinden op de website van de KVOK. Ook kunt u contact
opnemen met de penningmeester.
Redactie Het Orgel
hoofdredacteur Jan Smelik - H. van Steenwijckstraat 10 - 8331 KK Steenwijk

0521 521276 - [email protected]
redacteuren Jan Hage (orgelmuziek)
René Verwer (orgelmuziek)
Jan R. Luth (kerkmuziek)
Cees van der Poel (orgelbouw)
Geert Jan Pottjewijd ([email protected])
De deadline voor inzending van de kopij voor Het Orgel is op de vijftiende dag
van de oneven maanden.
Corrector
Roel te Velde - Vianen
Vertalingen samenvattingen
Op de website www.hetorgel.nl staan samenvattingen van de artikelen die in
Het Orgel verschenen zijn. Vertalers: Dale Carr (Engels), Christian Michel
(Duits) en Willemijn Roodbergen (Frans)
Vormgeving
Jan en Gerda Smelik - Steenwijk
Druk
Drukkerij Verloop - Ablasserdam
Website
www.hetorgel.nl
Advertenties
CREoTnRtaActPpuebrliscoitoenit:ssCeirsvcicaeK-rPaomstebru-s 033233-527014804A8H0 -Zfaanxdv0o2o3rt5716002 -
[email protected]
© KVOK 2012
ISSN 0166-0101

2 HET ORGEL 2012 | nummer 5

INHOUD

04 Nicolaas Arnoldi Knock:

‘Een dilettant van eerste klasse’

Deel 2: Over zijn relatie met Abt Vogler en

over de Dispositien

Victor Timmer

14 Muziekretoriek in Sweelincks
klaviervariaties over geestelijke
(i)
liederen 04

Julia Dokter

24 Orgelbewerkingen van Vivaldi's
L' Estro Armonico

Geert Bierling

32 Paul Goussot wint het
improvisatieconcours Haarlem 2012

Dick Sanderman

36 Column 14

Wietse Meinardi

38 Orgelbouwnieuws 24

Beetsterzwaag, Dorpskerk 3HET ORGEL 2012 | nummer 5

Blauwhuis, St.-Vituskerk

Burgwerd, Hervormde Johanneskerk de Evangelist

Kloosterburen, St.-Willibrorduskerk

Uithuizen, Menkemaborg



50 Reacties

NICOLAAS ARNOLDI
‘EEN DILETTANT VA

Victor Timmer In het eerste deel van dit artikel over Nicolaas Arnoldi Knock (1759-1794) (Het Orgel 2012/4, 4-15)
werd aandacht besteed aan diens levensloop, studie en loopbaan en aan de muzikale activiteiten die hij als ‘liefheb-
ber’ in zijn vrije tijd ondernam, met name op orgelgebied. Centraal in het tweede deel staan allereerst zijn contacten
met Georg Joseph (Abt) Vogler. Een relatie die verrassend lijkt, gezien het grote verschil in status: Knock is vermoe-
delijk nooit in het buitenland is geweest, genoot aanvankelijk alleen in zijn tijd binnen de landsgrenzen enige bekend-
heid (en dan nog hoofdzakelijk in Friesland) en kreeg pas echt naam – en dan nog alleen in orgelkringen – in onze
tijd dankzij de heruitgaven van zijn boekje met disposities. Daarentegen was Vogler in zijn tijd juist alom in Europa
bekend door zijn activiteiten op muziekgebied, in het bijzonder door zijn spectaculaire orgelconcerten. Hij werd al
tijdens zijn leven zowel geroemd als verguisd1) en dat is tot in onze tijd eigenlijk zo gebleven, zowel in het buitenland2)
als in Nederland.3) We zullen nader ingaan op de relatie tussen Knock en Vogler en welke sporen die heeft nagelaten.
Ten slotte zullen we de blik richten op het boekje waardoor Knock het meest bekend werd, zijn ‘Dispositien’.

1) Mooie voorbeelden pro en contra kan men in de negentiende eeuw bijvoorbeeld aantreffen in XLVII. Neujahrsgeschenk an die zürchersche Jugend von der allgemeinen
Musik-Gesellschaft in Zürich aus das Jahr 1859. Die Orgel mit Notizen über Abt Vogler (Zürich 1859), alsmede in K.E. von Schafhäutl, Abt Georg Joseph Vogler (Augsburg
1888, repr. Hildesheim/New York 1979). Mozart, bijvoorbeeld, moest niets van Vogler hebben en vond hem een charlatan. Vogler kon dan wel fameus goed muziek van
blad lezen, maar diens wijze van interpreteren van andermans muziek was dat in 1778 in Mozarts ogen (en oren) bepaald niet: ‘Er hat ein Concert von mir herabgehudelt
und alle Tempi darin vergriffen; die Zuhörer konnten sagen, dass sie Musik und Clavierspielen – gesehen haben.’ [Neujahrsgeschenk, 18; bedoeld wordt hier de ‘aanslag’
van Vogler op Mozarts zogenaamde ‘Lützow-concert’, KV 246. - VT ] Mozart vergeleek het orgelspel van Vogler met dat van een ‘Berenmeister’, en door diens muzikale
theorie leerde men eerder beter rekenen dan componeren. Er waren anderen – onder wie Voglers vele leerlingen (bijv. Carl Maria von Weber, Giacomo Meyerbeer en Justin
Heinrich Knecht) – die juist vol lof over hem waren.
2) Naast de al genoemde werken uit noot 1 kunnen worden genoemd van Hertha Schweiger: ‘Abbé Voglers Simplifikationssystem und seine akustische Studien’,
Kirchenmusikalisches Jahrbuch 29 (1934) 73-123; idem, Voglers Orgellehre. Ein Beitrag zur Klanggeschichte der frühromantischen Orgel (Freiburg i.Br./Wenen 1938). Van
recente datum zijn aan te bevelen: Martin Balz, ‘Die Orgel als Orchester – Zum 250. Geburtstag von Georg Joseph Vogler’, Ars Organi, 47/4 (december 1999) 194-204,
alsmede: Uwe Pape (Herausg.), Georg Joseph Vogler. Umbrüche im Orgelbau. Band II (Berlijn 2007).
3) Enkele voorbeelden van publicaties over Vogler in Nederland: E.A. Melchior, Wetenschappelijk en biographisch woordenboek der toonkunst (Schiedam 1890) 704-705;
‘De orgelconcerten van Abt Vogler in de Nederlanden 1785-1790’, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 april 1918 (verslag van een lezing door J.W. Enschedé voor het
Koninklijk Oudheidkundig Genootschap op 29 april 1918); ‘Abt Vogler in de Nederlanden’, Het Orgel 15/8 (mei 1918) 47 en 48 (een samenvatting van dezelfde lezing);
J.W. Enschedé, ’De orgelconcerten van den Abt Vogler in de Nederlanden 1785-1790’, Oud-Holland 38 (1920) 34-59 (de volledige tekst van genoemde lezing); J. van
Voorthuyzen, ‘Orgieën op het orgel’, Het Vaderland, 31 december 1942; J. van Voorthuyzen, ‘Een vogelaar aan het orgel’, Het Vaderland, 5 februari 1944; W.H. Thijsse,
‘Een onbekend orgelconcert van Abt Vogler’, Het Orgel 45/8 (januari 1949) 4-5; Bart van Buitenen, ‘Das Orchestrion des Abt Vogler und dessen Erbauer Johannes Pieter
Künckel’, in: Pape, Georg Joseph Vogler, 149-202 (dit artikel geeft ook veel informatie over door Vogler in Nederland gegeven concerten); Victor Timmer, ‘Rond Abt Vogler
en zijn orgelconcerten in Leeuwarden’, Friese Orgelkrant 2011, 18-19.

4 HET ORGEL 2012 | nummer 5

DE GALERIJ

KNOCK:
AN EERSTE KLASSE’

Deel 2: Over zijn relatie met Abt Vogler en over de Dispositien

ABT VOGLER
Georg Joseph Vogler (1749, Würzburg-1814, Darmstadt) was een
zeer veelzijdig persoon. Hij was de zoon van een vioolbouwer; deze
en (daarna) zijn stiefvader lieten hem goed muziekonderwijs volgen.
Hij betoonde zich een zeer vlijtige en eigenzinnige leerling: ‘Auf eine
Pedalflügel übte er halbe Nächte durch die Füsse so unauflässig, dass
Niemand unter seinem Zimmer wohnen wollte. Er soll sich eine eigene,
ganz abweichende Applicatur in Hand und Fuss ausgefonnen haben,
die er lebenslang beibehielt.’4) Hij studeerde muziek (onder andere bij
‘padre’ Martini, Vallotti5) en Hasse) en theologie, maakte naam als mu-
ziekwetenschapper en muziekpublicist en was daarnaast behalve uit-
voerend musicus en orkestleider ook een vruchtbaar componist. Zo
schreef hij zeker 140 orgelwerken, daarnaast kamermuziek, opera’s en
geestelijke werken (waaronder motetten, hymnen en enkele requiems);
in 1888 waren er reeds 314 opusnummers van hem bekend (al dan niet
in manuscript), het aantal aparte nummers was nog veel groter.6)
Vogler werd te Rome tot priester gewijd (vandaar zijn titel Abt) en be-
noemd tot kamerheer van de paus, maar hoewel hij zijn priesterschap
niet veronachtzaamde was hij vooral actief in de muziekwereld, niet
alleen door zijn uitgebreide concerttournees door Europa, maar ook
als kapelmeester in onder andere Mannheim, Stockholm en Darmstadt.

4) Neujahrsgeschenk, 17 (voetnoot).

5) De leergierigheid van Vogler blijkt ook uit de opmerking van Vallotti:
‘Sie wollen in 5 Monaten schon wissen, wozu ich 50 Jahre gebraucht habe.’
[Neujahrsgeschenk, 18].

6) Voor een overzicht, zie Von Schafhäutl, Abt Georg Joseph Vogler, 245-281.

Georg Joseph (Abt) Vogler. Steendruk (zoals afgedrukt in het ‘Neujahrsgeschenk’)
van A. Gräter naar de kopergravure van Dürmer, gebaseerd op het bekende
olieverfschilderij door August Friedrich Oelenhainz uit 1799

5HET ORGEL 2012 | nummer 5

Hij maakte naam met een aantal muziektheoretische werken. Op or- groote Attaque enz., zynd een een stuk dat by het uur duurt, en zal
gelbouwgebied bewandelde hij heel andere paden dan de gebruikelijke: gefloten worden door de Victori of de Overwinninge van ’t Triom-
zo ontwikkelde hij het zogenaamde ‘simplificatie-systeem’, waarbij hij pheerende Leger ! …voor af zal men eenige voorname Muzyk Stukken
eigenzinnige disposities ontwierp voor nieuwe orgels en – als hij de executeeren, zoo men op een groot Concert gewoonlyk doet, en men
kans kreeg – fors snoeide in het pijpenbestand van bestaande orgels. zal ’s Avonds precys ten half 6 Uuren beginnen.’
Sporen in de orgelbouw liet hij vooral na in Zweden en Duitsland. Daar- Op 14 juni 1787 bracht hij ditzelfde spektakel nogmaals ten gehore, nu
naast liet hij door de Rotterdamse orgelmaker J.P. Künckel in 1790 een te Leeuwarden in de concertzaal in de ‘Schutters Doele’, ’s middags om
geheel aan zijn wensen ontsproten transportabel orgel bouwen, het 5 uur. In annonces in de Leeuwarder Courant van 9 en 13 juni van dat
zogenaamde ‘Orchestrion’,7) waarmee hij naar zijn idee meer dan voor- jaar kondigde hij aan ‘zig te laten hooren, met een groot Mucyk-Stuk,
heen en ook veel expressiever verschillende muziekinstrumenten kon zijnde een accurate nabootzing, van een wezentlyke Bataille of Veld-
nabootsen.8) Zijn oogmerk was te beschikken over een instrument met Slag, door hem zelfs gecomp. met Pauken, Trompetten, groot Kanon,
dezelfde dynamische en expressieve mogelijkheden als zijn orkest in Octaaf-Flute, Bassons &c. en voorders met alle de andere Instrumen-
Mannheim. Hij wilde bij het gebruik van dit Orchestrion en bij zijn con- ten, in het Orchestré gebruikelyk, (nader uitlegging van de Bataille, in
certen op ‘gewone’ orgels dan ook niet worden beoordeeld als organist, een aparte Explicatie.)’. Daaraan voorafgaande zou Murdel zich laten
maar als ‘Kapellmeister’!9) Bij het grote publiek werd hij in zijn tijd het horen op de viool, met ‘differente obligate Stukken, mede door hem zelf
meest bekend door zijn orgelrecitals, overal in Europa, waarbij hij op gecomp. Dit Concert zal verdeelt worden, in twee Actes, tusschen beide
(ook letterlijk) vrijwel onnavolgbare wijze door hemzelf ontwikkelde een half Uur passeerende, en zal geopent worden met ene Ouverture
programmatische stukken speelde, als improvisaties.10) Zo bespeelde van meerg. J. Mürdel, met Pauken en Trompetten &c.’
hij veel orgels in Nederland tijdens uitgebreide tournees in 1785/86, De entree bedroeg voor ‘een Heer’ alleen f 1,-; met ‘een Dame’ samen
1789 en 1790, voor het merendeel in Holland, maar ook in Gelderland, was dat f 1,10. Helaas is niets bekend over de uitvoering zelf en over de
Overijssel en incidenteel in Groningen en Friesland. In het kader van appreciatie door de toehoorders.
dit artikel gaat onze speciale belangstelling uit naar zijn optredens in de
twee laatstgenoemde provincies. KNOCK EN VOGLER
Terug naar Vogler: in het najaar van 1785 en het voorjaar van 1786 on-
‘ZYNDE EEN VOLLEDIGE BATAILLE OF VELTSLAG !’ dernam hij een uitgebreide concertreis naar Nederland en trad daarbij
Was Vogler met het muzikaal uitbeelden van historische en andere tafe- onder meer op in Zwolle, Deventer, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam
relen op het orgel in zijn tijd tamelijk uniek door de geheel eigen manier en Leiden. Knock, ‘geïnformeerd zijnde door verscheidene voornaame
waarop hij dat deed, in een wat ruimer muzikaal kader was hij niet de Liefhebbers der musiq’11), had daarop ‘aan den Heer Abt Vogler gesol-
enige en zeker niet de eerste die zich met dergelijke klankschilderingen liciteerd om ook de liefhebbers van ’t orgel, met zijn komst te Leeuwar-
bezighield. Men denke bijvoorbeeld aan de veel oudere Musikalische den te willen vereeren.’
Vorstellungen einiger biblischen Historiën, in sechs Sonaten auf dem Kla- De reactie daarop van Vogler is bewaard gebleven.12) Hij schreef ver-
vier zu spielen’ van J.S. Bachs voorganger Johann Kuhnau en het vooral eerd te zijn met de uitnodiging en gaf aan enkele stukken te willen spe-
uit Midden- en Zuid-Europa (met name Spanje) bekende genre van de len die hij ook al elders in Nederland had uitgevoerd; de programma’s
‘bataille‘ (= uitbeelding van een veldslag; in veel gevallen, maar lang zond hij mee. Daarnaast informeerde hij naar plaats, tijd en voorwaar-
niet altijd, voor orgel). Zo was er in dezelfde tijd dat Vogler in Fries- den waarop hij zou kunnen spelen, complimenteerde Knock, ‘Sachant
land verbleef (in maart 1786), daar ook het optreden van een zekere que vous etes, non seulement amateur mais Conaisseur de la Musique’
J. Murdel, van wie de herkomst en verdere hoedanigheden onbekend [vert.: wetende dat u niet alleen liefhebber, maar ook kenner van de
zijn. Deze bespeelde blijkbaar in z’n eentje als een soort ‘Nikkelen Nelis muziek bent] en vertrouwde op diens (bege)leiding in Leeuwarden.
avant la lettre’ een groot aantal muziekinstrumenten in een door hem-
zelf gecomponeerde bataille. DE CONCERTEN IN LEEUWARDEN
Blijkens onderstaande advertentie in de Leeuwarder Courant van 25 fe- Voor het bespelen door Vogler van het MÜller-orgel in de Jacobijner-
bruari 1786 trad hij daarmee op in Bolsward: kerk was echter toestemming nodig van de magistraat van Leeuwar-
‘Men zal op Zaturdag den 25 Februari 1786 op de ordinaire Concert- den. Na een informeel ‘mondeling favorabel rapport’ liet Knock alvast
Zaal binnen Bolsward groot Muzyk Stuk executeeren, zynde een vol- ‘voor zijn rekeninge’ [= voor eigen rekening], alvorens Vogler in Leeu-
ledige Bataille of Veltslag ! geconp. door Meester J. MURDEL, waarin warden arriveerde, het volgende bericht plaatsen in de Leeuwarder
men alles hoort wat in een Bataille of Slag gebeurt, met nabootsing van Courant van 11 maart 1786: ‘De ABT. VOGLER die zig in Holland op
groote Kanon, het kermen der gekwetsten op het Slagvelt; de Retraite de Orgels hier en daar heeft laaten hooren, denkt aanstaande Dingsdag
den 14 Maart te Leeuwarden, op het Groot Orgel, in de Jacobyner Kerk
7) Volgens een annonce in de Amsterdamsche Courant van 21 oktober 1790 had ook zig te laaten hooren, des Nademiddags om 4 Uur, men zal de prys
het instrument ‘4 Clavieren, 63 Toetzen en 39 Pedaalen’. nader bepalen, en ook waar de Lootjes te bekomen zyn.’

8) Zie hierover: Bart van Buitenen, ‘Das Orchestrion des Abt Vogler’. 11) Tenzij anders is vermeld, zijn de gegevens rond de concerten van Vogler in
Leeuwarden ontleend aan: Tresoar Leeuwarden, toegang 343, archief familie Van
9) Balz, ‘Die Orgel als Orchester’, 202. der Haer-Arnoldi en van aanverwante families, inv.nr. 342.

10) Hij heeft deze stukken bewust nooit ‘schriftlich fixiert’, om de daarbij door 12) De tekst van de reactie is te lezen bij de samenvatting van dit artikel op www.
hem gebezigde uitvoeringspraktijk exclusief voor zichzelf te kunnen houden (Balz, hetorgel.nl.
Die Orgel als Orchester, 202). Navolgers moesten derhalve op hun geheugen en
op hun eigen creativiteit afgaan.

6 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Bepaald onaangenaam voor Knock was het aanvankelijk uitblijven van DE CONCERTEN IN GRONINGEN
de officiële schriftelijke toestemming door het stadsbestuur, aangezien Vogler heeft tweemaal in 1786 in Groningen geconcerteerd: éénmaal in
hij al met een ‘notabel aantal Heeren en dames van distincte ’t selve de Martinikerk, éénmaal in de Academiekerk.
gecommuniceerd’ had en toch ook de mogelijkheid moest hebben ‘om Het is niet onaannemelijk dat Knock ook hier een bemiddelende rol
aan ’t publiq door billetten ’t selve te notificeeren.’ Hij vroeg de magi- heeft gespeeld, gezien zijn bekendheid met de heren J.W. Lustig en J.H.
straat geen betekenis te hechten aan ‘zodanige valsch verspreide ge- Tammen en met de situatie in Groningen in het algemeen. In elk geval
rugten als of den Heer Abt Vogler elder ’t orgel eenigzins zoude hebben heeft hij minstens één van beide concerten bezocht. Dit valt af te leiden
beschadigd, daar dit immers van de eerste en voornaamste organisten uit het feit dat hij na het eerste concert samen met Vogler en enkele
het allerminst te wagten is, dan Edele Achtbare Heeren om deeze be- andere personen ‘viesieteur’ was bij de bijeenkomst van de vrijmetse-
denkinge op eenmaal uit de weg te ruimen zo verbindt en verplicht zich laarsloge ‘L’Union Provintiale’, waarvan Knock zelf enige tijd lid was
den Suppliant [Knock] door deezen om alles wat aan ’t orgel onver- geweest. De notulen van de loge meldden dat men ‘door verscheyde
hoopt, en tegens alle verwagting maar eenigzins zoude kunnen of mo- broederen uit diverse Oorden op een allerheusche manier [was] bezog-
gen worden geoordeeld door de Heer Abt Vogler te weesen beschadigd t’.14) Bovendien bleef in de nalatenschap van Knock het programma be-
voor zijne suppliants rekeninge te neemen, en ’t selve ter zijnen kosten waard van het concert in de Martinikerk.
in voorigen stand te zullen herstellen.’ Op 27 maart 1786 behandelden ‘Burgemeesteren en Raad’ van Gro-
Toestemming werd uiteindelijk op 13 maart verleend, op voorwaarde ningen een request van Vogler15), waarin deze meedeelde, ‘dat [hij] wel
dat van de opbrengst, na aftrek van de onkosten, de helft beschikbaar genegen was voor liefhebbers der Muzyk zijn konst op het orgel te
zou zijn voor de concertgever en de andere helft voor ‘de armen’. De laaten hooren, verzoekende dat het hem moge worden gepermitteerd
entree zou 11 stuivers bedragen, terwijl Knock, conform zijn aanbod, het groote orgel alhier in Martini kerk twee maalen te bespeelen, wil-
aansprakelijk zou zijn ‘voor de defecten dewelke aan het orgel als an- lende gaarne 1/3 van de daarvan prostuerende aan de armen afstaan,’
derszins, moogen koomen te veroorzaaken.’ Men ging daarmee akkoord, ‘mits hetzelve geschiede met voorkennis
Over het eventuele succes van dit concert (dat Vogler zelf ‘tot genoe- en toezicht van de organist Lustig.’
gen hadde gehad’) is niets bekend, maar blijkbaar was de belangstelling Deze stemde daar kennelijk mee in, want een dag later verscheen de
(‘eene aanzienlijke vergaderinge’) dusdanig dat Vogler toestemming volgende annonce:16)
vroeg (en kreeg, op dezelfde voorwaarden) voor een tweede concert ‘Volgens de bewilliging van de Edele Mogende H. Heeren Burgemeeste-
op 18 maart, opnieuw in de Jacobijnerkerk. Daarvan bleef de afreke- ren en Raad dezer Stad, berigt de organist J.W. Lustig, dat de wegens zyn
ning bewaard en daaruit kan worden afgeleid dat er bij een entree van voortreflyk Orgelspel alom vermaard geworden, Heer Abt VOOGLER,
11 stuivers per persoon toen bijna tachtig bezoekers moeten zijn ge- Geestelyke Raad, Professor en eerst Kapel Meester by zyne Doorlugtge
weest, enkele mogelijke ‘gratis’ relaties van Knock daargelaten. Dat lijkt Hoogheid den Heere Keurvorst van Palts Beyeren enz. enz., aanstaande
geen bijzonder groot aantal (zeker niet in vergelijking met de aantallen Woensdag den 29 Maart 1786, ’s namiddags te twee uur precies, zig
die Vogler in Holland trok), maar men moet wel bedenken dat niet al- gedenkt te laaten hooren op het Orgel in martini Kerke, zynde de Billet-
leen de aankondiging van de bespeling(en) uiterst summier was – het ten tot de entree in de Kerkdeur onder ’t Orgel, benevens de gedrukte
tweede concert werd zelfs niet eens in de krant vermeld! – maar ook beschryving van het dan als voor de ooren te schilderen onderwerp,
dat de toegangsprijs bepaald pittig was voor de toenmalige ‘hardwer- behelzende het Zeegevegt op Doggersbank, in’t Koffyhuis daar de Ver-
kende Nederlander’, die ook niet zomaar overdag even vrij kon nemen gulde helm uithangt, datelyk te bekomen, het stuk voor één Gulden;
voor een orgelbespeling onder werktijd. Het concertpubliek zal dan zullende van de hier uit prostueerende Penningen, zeker een bepaald
ook niet een doorsnee van de Leeuwarder bevolking hebben gevormd. gedeelte aan de Diakonie worden afgestaan.’
Het ‘nettoloon’ voor Vogler van het tweede concert bedroeg uiteinde- Het programma van dit concert bleef bewaard.17) Een indicatie voor het
lijk 13 gulden, 10 stuivers en 12 cent. aantal toehoorders bij dit optreden is te ontlenen aan een notitie in de
diaconierekeningen18): ‘1786 29 maart Mart: Kerk Een derde van het
Welke programma’s Vogler in Leeuwarden heeft gespeeld is niet be- collect zo bij den Hr. Abt Vogler Capelmr. van Zijne Doorl. Hoogh. den
kend, maar het zullen er twee zijn geweest uit de (bewaard gebleven) Heere Keurvorst van Beijeren is ontvangen zijnde de geheele Somma
exemplaren die hij met zijn brief had meegezonden aan Knock. Het is groot geweest f 332=15 dus de 1/3 hondert tijn guld agtien st. 3 dt. f
goed voorstelbaar dat ‘De slag op Doggersbank’ daarvan deel uitmaak- 110=18=3’ [d.w.z. 110 gulden, 18 stuivers en 3 duiten].
te, een stuk dat hij niet lang daarna ook uitvoerde in Groningen.13) Uitgaande van de toegangsprijs van het daaropvolgende concert, t.w.
Mogelijk verbleef Vogler in de tussentijd ten huize van Knock, of althans 2 sesthalven [een sesthalf was een zilveren munt ter waarde van 5½
in diens gezelschap, en konden ze goed met elkaar overweg, getuige de
bijdrage van Vogler in het album amicorum van Knock (waarover later 14) GrA, t 426, inv.nr. 9, d.d. 29 maart 1786. We kunnen hieruit opmaken dat dus
meer), gedateerd 25 maart 1786 en geïnscribeerd tijdens een bezoek ook Vogler [die was ingeschreven als ‘Jos.G. Vogler’] vrijmetselaar was, en dat
met Knock aan de Groninger universiteit, alsmede het gemeenschap- terwijl hij tevens r.-k. priester was.
pelijke bezoek aan de vrijmetselaarsloge in Groningen vier dagen later.
15) GrA, studiezaal, microfiches Resoluties stadsbestuur.
13) Dit werk was door Vogler ook al uitgevoerd op 13 februari 1786 in de
Laurenskerk te Rotterdam. 16) Groninger Courant, d.d. 28 maart 1786.

17) Als noot 11.

18) GrA, toegang 1329, archief van de diaconie der Hervormde Gemeente
Groningen, inv.nr. 552, Rekeningen van 16 juni 1785 – 15 juni 1786, fol. 32º.

7HET ORGEL 2012 | nummer 5

Programma van het concert door Abt Vogler op 29 maart 1786 in de Martinikerk te Groningen

stuivers] – een bedrag dat overeenkomt met de toegangsprijs van de de navolging van het beroemde Schildery van Rubens,21) bekend onder
concerten in Leeuwarden – moeten er tussen de 330 (als iedereen een den naam van het laatste oordeel. Eene breedvoerige Schets van gemel-
entreebiljet plus programma had gekocht) en 605 (als niemand een de Muziek stukken is te bekoomen voor twee Stuivers by de Boekver-
programma zou hebben gekocht) betalende bezoekers zijn geweest. koper L.HUISINGH aan de Brede Mark. De Entree is voor ieder perzoon
2 Sesthalven te betalen by het ingaan van de Kerk.’
Volgens Lustig vond het tweede concert plaats op 30 maart19), maar dat Ook van dit concert is de opbrengst bekend:22) ‘1786 den 31 – Br:Kerk
moet een vergissing zijn, want afgaande op de beschikbare gegevens Nog bij eene Zelve gelegentheijd [als in de Martinikerk] ontvangen twin-
blijkt er alleen een concert te zijn geweest op 31 maart en niet opnieuw tig gulden dertien stuivers drie deute [duiten], zijnde 1/3 van twee en
op het Martini-orgel, maar op het Schnitger-orgel in de Broer(= Acade- sestig gulden f 20=13=3.’
mie-)kerk. Daartoe plaatste Tammen de volgende annonce:20) Hier lag het aantal betalende bezoekers dus tussen 95 en 112. Ook op
‘Word geadverteerd door de Organist TAMMEN, dat de Heer Abt Vog- 31 maart werd door het stadsbestuur een nieuw verzoek van Vogler
ler, reeds bekend in de Republyk door het genoegen dat hy alom gege- behandeld, waarin deze memoreerde: ‘dat aan hem goedgunstig waare
ven, en het middel door hem ’t eerste uitgevonden Concerte van alle gepermitteerd om tweemaal op het orgel te mogen speelen mits een
Instrumenten op het Orgel na te doen, en de Ooren der toehoreren met derde daarvan prostuerende de penningen zoude komen voor de Gere-
historique en pittoresque stukken te strelen, op Vrydag den 31 Maart formeerde Armen; als Remstrt. als Vreemdeling van de omstandigheden
1786 ten twee uuren in de Broer Kerk te Groningen, zig zal laten hooren der Armen dezer Stad onkundig zijnde en thans ontwaar geworden, dat
met verscheide NIEUWE Instrumentaal, en vocal historique en pitto- de Roomschgezinde Armen alhier talrijk en teffens zeer behoeftig zijn,
resque stukken, zynde onder anderen de Dood van de Prins Leopold, en verzoeke dat de noodlijdende van die religie waarvan Remonstr. Priester
is, op heden daarvan de derde part mogen genieten.’ Dit verzoek werd
19) Charles Burney, Muzikale reizen. Kroniek van het muziekleven in de 18de niet ingewilligd, het bleef bij de eerder afgesproken verdeelsleutel.23)
eeuw (Antwerpen/Baarn 1991) 6 (voetnoot 8 door Lustig). Dit is een moderne Waarom het tweede concert niet in de Martinikerk werd gehouden,
bewerking van de Nederlandse vertaling door J.W. Lustig [getiteld: Rijk gestoffeerd maar in de kleinere Broerkerk, is onbekend. Mogelijk speelde de pu-
verhaal van de eigenlijke Gesteldheid der hedendaagsche Toonkonst (Groningen blieke belangstelling een rol of vond Lustig het na één keer Martinikerk
1786)] van het boek van Burney: The Present State of Music in Germany, The
Netherlands, and United Provinces (Londen 1773-1775). Zie ook de vermelding 21) Afgedrukt in Pape, Georg Joseph Vogler, 160-161 (programma van het concert
in J. du Saar, Het leven en de werken van Jacob Wilhelm Lustig (Amsterdam 1948) op 5 december 1785 in de Laurenskerk te Rotterdam).
45. Vermoedelijk in navolging hiervan worden bij Lies Ast-Boiten, Stad tussen
Verlichting en Romantiek. Groningen 1780-1850 (Groningen 2011) 390, noot 22) Als noot 18.
464, beide concerten ook in de Martinikerk gesitueerd. Het rekeningboek van
de diaconie (zie noot 18) bevat echter geen notitie over de opbrengst van een 23) GrA, studiezaal, microfiches Resoluties stadsbestuur, d.d. 31 maart 1786: ‘De
eventueel concert op 30 maart, wel van het concert in de Broerkerk een dag later. Heeren Burgemren en Raad laaten het bij de vorige apostille van den 27 maart
jongst. verblijven.’
20) Groninger Courant, d.d. 31 maart 1786.

8 HET ORGEL 2012 | nummer 5

welletjes. Of hij bijvoorbeeld echt ingenomen was met onderdelen van plaatsvond vlak na de concerten in Groningen (al dan niet dankzij con-
de ‘Slag op Doggersbank’ zoals ‘Trompetten geluid’ en ’De slagen der tacten van Tammen ter plaatse) of eerst enkele jaren later is vooralsnog
kanonnen’, valt te betwijfelen: weliswaar bewonderde hij de imiterende onbekend.27)
orgelkunst van Vogler, maar ‘de liefhebbers van pauken, trommels en
trompetgedruisch’ verwees hij [Lustig] toch liever naar ‘de parade’.24) NASLEEP
Overigens had Vogler zich volgens hem wel ‘tot het uiterste genoegen Tijdens hernieuwd bezoek aan Nederland in 178928) en 1790 heeft Vog-
van onzydige Kenners’ laten horen en: ‘Intusschen verstrekt het werk- ler niet opnieuw in Noord-Nederland geconcerteerd. Hij heeft nadien
zaam Konstbedrijf van den weergaloozen Heer Abt Voogler reeds tot Nederland zelfs nooit meer bezocht, maar zijn spel had hier zoveel in-
een onwedersprekelijk Bewijs, dat men de Toonkunst konne aanwenden druk gemaakt dat nog gedurende decennia daarna tijdens concerten
op ene volks-nuttige Manier’, d.w.z. naast ondersteuning van de ‘Diako- ‘Tonmalereien à la Vogler’ werden vertolkt door onder anderen de
ny-armen’ in zijn geval ook tot herstel van vervallen rooms-katholieke beide Amsterdamse organisten A.C. Boursse en D. Brachthuizer,29) Wil-
kerken.25) lem Lootens, en vader en zoon W.G. Hauff. Een paar voorbeelden uit
Voorzover bekend was dit het laatste concert van Vogler in dat jaar in Noord-Nederland: Hauff senior (organist te Nijmegen) speelde op 23
Nederland. Vogler heeft ook een concert gegeven op het Wenthin-orgel mei 1797 in de Martinikerk te Groningen onder andere een ‘Groote
in de Große Kirche (de ‘Moederkerk’) van het nabije Emden.26) Of dit bataille’ en een ‘Zee-storm’. 30) Zijn gelijknamige zoon, van 1816-1858

24) Zie voor de opvattingen van Lustig over imiterende orgelkunst Burney, 27) Tammen had dit orgel van Johann Friedrich Wenthin in 1779 gekeurd. Tot nu
Muzikale reizen, 269. Aanbevelenswaardig in dit opzicht is ook het boek van toe zijn echter te Emden nog geen aanwijzingen gevonden voor een concert in de
Els Strategier, De taal der hartstochten. De visie van drie achttiende-eeuwse periode half maart tot half mei 1786 (mededeling R. Uphoff, Stadtarchiv Emden).
Nederlandse schrijvers op muziek en haar relatie met de dichtkunst (Amsterdam
2001) 102. Deze uitgebreide studie vergelijkt o.a. de visies van Jacob Wilhelm 28) Behalve concerten in kerken en andersoortige etablissementen, trad Vogler
Lustig, Hieronymus van Alphen en de Rotterdamse organist Jan Robbers op dit in december 1789 ook op bij concerten aan het stadhouderlijk hof in Den Haag
thema. (bron: Monique de Smet, La musique à la cour de Guillaume V, Prince d’Orange
(1746-1806) (Utrecht 1973) 119).
25) Du Saar, Het leven en de werken van Jacob Wilhelm Lustig, 45.
29) Brachthuizer speelde bijvoorbeeld op 22 mei 1826 op het Schnitger-orgel uit
26) Dat Vogler in Emden heeft geconcerteerd, blijkt uit een opmerking in een de Academiekerk in Groningen, inmiddels sinds 1815 staande in de Der Aa-kerk
belangwekkende brief van (zoon) Joachim Wenthin uit 1835 aan de Evangelische aldaar, onder andere een ‘PITTORESQ ORGELSTUK, zijnde de IMITATIE eener
Kirche in Tecklenburg, waarin hij o.a. op het werk van zijn vader en van zichzelf Overstroming’ (volledig programma afgedrukt bij: A. Gramsbergen en H.A.
terugkeek en opmerkte dat het orgel in Emden zelfs over een Posaune 32 Fuß Edskes, ‘Het Comité Orgelconcerten De Aa-kerk. De ‘Groninger orgelbeweging’,
beschikte, ‘Welches einst der große Abt – Vogler rühmte, und ein Concert zum in: Jan R. Luth (red.), Wereldberoemde klanken. Het Schnitgerorgel in de Der Aa-
Besten der Armen gab, welches 300 Rth einbrachte.’ (bron: Herbert Brügge, kerk te Groningen en zijn voorgangers (Zutphen 2011) 223).
‘Joachim Wenthin, ein ostfriesischer Orgelbauer im Emsland’, Osnabrücker
Mitteilungen, bd 89 (1983), 151; met dank aan de auteur voor een afschrift van dit 30) Groninger Courant, 23 mei 1797. Hij zal met zijn programmering vermoedelijk
artikel). meer toehoorders hebben getrokken dan zijn Duitse collega Justus Theodorus

Programma zoals vermoedelijk ook uitgevoerd op 31 maart 1786 in de Academiekerk te Groningen

9HET ORGEL 2012 | nummer 5

organist van de Martinikerk in Groningen, vertolkte op 16 april 1816 Voglers werk ‘Polymelos’, dat uit dat jaar dateerde.38)
in dezelfde kerk ‘De Bataille van Water-loo’, 31) op 24 november 1819 Wat de inhoud was van orgelbespelingen van Knock zélf voordat hij
aldaar tijdens een ‘Groot ORGEL-CONCERT met ZANG’ opnieuw ‘Een Vogler ontmoette, weten we niet. In elk geval heeft zijn programme-
Onweder’32) en eveneens daar op 15 november 182833) en 11 november ring nadien wel diens invloed ondergaan, zoals blijkt uit de annonces
1833 naast andere werken een vijftiendelige ‘GROOTE BATAILLE’34). van drie concerten die hij in 1792 gaf in Amsterdam (Nieuwe Kerk, 31
Ook in Friesland werden dergelijke stukken vertolkt: zo speelde tijdens mei), Haarlem (Grote of St.-Bavokerk, 15 juni) en Leiden (Pieterskerk, 9
een gezamenlijk concert op 23 november 1835 door W. Sartorius (‘Mu- augustus).39) In hoeverre hij zich daarin een epigoon van Vogler betoon-
zijkmeester te Leeuwarden’) en de Groninger organist Nicolaas van der de, danwel [rekening houdend met eigen technisch kunnen en artistieke
Kooi – ‘gewezen Kweekelingen van het Instituut der Blinden’ te Am- bagage] op eigen wijze te werk ging, valt niet meer vast te stellen. Ook
sterdam – laatstgenoemde op het orgel in de Leeuwarder Galileërkerk de mate van appreciatie door zijn toehoorders is onbekend.
onder andere een ‘Veld-Muzijk’ en een ‘Batailje’35). Op 9 januari 1838 Interessant is dat in de annonce van het Leidse concert twee stukken
speelde de Berlijnse orgelvirtuoos Ferdinand Vogel in de Jacobijnerkerk genoemd worden die zijn gebaseerd op episodes uit de bekende roman
in Leeuwarden een programma dat ook ’De Scheepvaart in den Zomer- ‘Die Leiden des jungen Werthers’ uit 1774 van Johann Wolfgang von
nacht over een zacht bewogen vloed’ en ‘Graftoonen en het Onweder’ Goethe. In hoeverre en in welke mate ‘De Dood van de Prins Leopold’
bevatte.36) In 1843 en 1844 vertolkte J.N. Knoot junior, de zestienja- en ‘Herderszang’ schatplichtig waren aan vergelijkbare stukken van
rige zoon van de toenmalige organist van de Franeker Martinikerk, een Vogler, valt helaas niet meer na te gaan.
programma met daarop werken als ‘De Opstanding Van Jezus’, ‘Een
Herderszang met een opkomend Onweder’ en ‘De groote Bataille van KNOCKS ALBUM AMICORUM EN DE INSCRIPTIE VAN VOGLER
Praag.’37) Vanaf het midden van de zestiende eeuw tot in de eerste helft van de
negentiende eeuw was bij studenten het zogenaamde ‘album amico-
Over contacten tussen Vogler en Knock in de jaren na 1786 is vrijwel rum’ [letterlijk: vrienden-album] in zwang, dat aanvankelijk vooral
niets bekend. Knock heeft in 1789 mogelijk nog contact met hem ge- dienst deed tijdens de rondgang van hun bezitter langs universiteiten
had en in elk geval een of meer van diens concerten bijgewoond, gezien elders (vooral die in het buitenland). Het waren kleine, stevig ingebon-
de aanwezigheid in zijn nagelaten papieren van het programma met den boekjes, meestal in oblong formaat (d.w.z. meer breed dan hoog),
waarin de eigenaar ieder die hij daartoe waardig (of belangrijk genoeg,
Rauschelbach (1765-1813), een leerling van Carl Philipp Emanuel Bach en sinds zoals professoren) achtte of aan wie hij goede herinneringen bewaarde,
1789 organist van de Dom in Bremen. Hij annonceerde in de Groninger Courant een inscriptie (opdracht) liet schrijven.40) Het album dat van N.A. Knock
van 21 februari 1794 een concert in de Groninger Martinikerk op 25 februari, bewaard bleef, bevat eigenlijk vrijwel alleen bijdrages van personen in
waarin hij zich ‘met twee door hem zelfs vervaardigde Aria’s; met veel beleid’ zou zijn eigen directe woon- of leefomgeving in Nederland.41)
laten horen; publiektrekkende toonschilderingen zoals die van Vogler worden Dat het album van Knock is, blijkt niet alleen uit het opschrift op de
niet genoemd. Er was wel een programma beschikbaar. Op 28 februari 1794 omslag; ook staat aan de binnenkant daarvan zijn handtekening.
annonceerde hij een concert op 1 maart (‘des nademiddags van 2 tot 4 uur’) in de Verspreid over het album (er zijn vele blanco pagina´s) staan inscripties
Groninger Academiekerk, met vermoedelijk dezelfde samenstelling, de opbrengst van merendeels medestudenten uit Groningen. Er zijn bijdrages uit de
daarvan (bestemd voor de armen) bedroeg 4 gulden, 19 stuivers en 3 duiten jaren 1779 (7) en 1780 (3)42), de andere stammen uit de jaren 1786 (2),
(bron: GrA, t 1329, archief van der diaconie der Ned. Herv. Gemeente Groningen,
inv.nr. 556, inkomsten en uitgaven 1790-1794, d.d. 3 maart 1794). Rauschelbach 38) Het werd door Vogler in 1789 o.a. uitgevoerd op 22 september in de Oude
concerteerde op 10 maart van datzelfde jaar ook in de Jacobijnerkerk te Kerk te Amsterdam (Amsterdamsche Courant, d.d. 12 september), Hoorn (19
Leeuwarden (annonce in de Leeuwarder Courant, d.d. 8 maart 1794). oktober; bericht in de Amsterdamsche Courant, 15 oktober) en Purmerend (20
oktober; bericht in dezelfde krant, 15 oktober). Het gelijknamige werk van Vogler
31) Programma, afgedrukt in de Mixtuur, 51 (oktober 1985) 48. Eerder al speelde uit 1806 zal hiervan een latere uitgeschreven versie zijn (vgl. Von Schafhäutl,
hij bijvoorbeeld op 24 augustus 1815 in de Grote Kerk te Deventer ‘Een Onweder’ Abt Georg Joseph Vogler, 267-268, nrs. 185-185e). Op 8 december 1789 voerde
en een ‘FANTASIE, doorvlochten met een BATAILLE’ (zie programma, afgedrukt Vogler in de Oude Kerk te Amsterdam ook uit ‘De Verovering van Jericho’
in de Mixtuur, 56 (februari 1987) 284). (aankondiging in de Amsterdamsche Courant van diezelfde dag).

32) Dit stuk bestond evenals in 1815 uit: ‘eenen aankomenden Morgen, gepaard 39) Annonces in de Amsterdamsche Courant van 22, 26 en 31 mei 1792 (concert
met vogelzang, een herderslied, en een Duo, tusschen een paar kijvende Amsterdam), de Oprechte Haerlemsche Courant van14 juni 1792 (Haarlem) en de
Echtgenooten, hetwelk gestoord wordt door het opkomend Onweder, vergezeld Leidsche Courant van 8 augustus 1792. De teksten van deze annonces zijn bij de
van hagel en regen.” [vgl.het programma, zoals afgedrukt in de Mixtuur 43, 9 samenvatting van dit artikel op www.hetorgel.nl te vinden.
september 1983) 532]
40) Vgl. J. Bosma, ‘Vijf Franeker studentenalba uit de tweede helft van de
33) Zie het programma, zoals afgedrukt bij Ast-Boiten, Stad tussen Verlichting, achttiende eeuw’, in: G.Th. Jensma, F.R.H. Smit en F. Westra (red.), Universiteit te
283-284. Franeker 1585-1811 (Leeuwarden 1985) 191.

34) Zie het programma, zoals afgedrukt in de Mixtuur, 30 (februari 1980) 800. 41) Aanwezig in de universiteitsbibliotheek van de RU Groningen, afd. bijzondere
Frans Talstra (Langs Nederlandse orgels: Groningen Friesland, Drenthe (Baarn collecties, Hs Add. 213. Doordat het album ooit niet correct was gecatalogiseerd
1979) 49) vermeldt een programma van Hauff op 8 november 1837 met een (met foute initialen, hoewel deze correct op het album zelf staan!) is het zeer lang
iets afgeslankte versie van de eerstgenoemde ‘Groote Bataille’ welke inhoudelijk onopgemerkt gebleven. De auteur werd ruim 25 jaar geleden al op het bestaan
nagenoeg identiek is aan de eerder genoemde ‘Groote Batailles’ (inclusief die van van het album geattendeerd door (toenmalig collega) Jaap Bosma (zie noot 40) en
‘Water-loo’). heeft het toen ook al bekeken, maar eerst nu kon het functionele aandacht krijgen
in het kader van het huidige artikel.
35) Leeuwarder Courant, d.d. 17 november 1835. Nicolaas Johannes van der
Kooi (Dokkum, 27 juni 1812-Groningen, 28 april 1847) had acht jaar op het 42) De bijdrage van theologiestudent (Bartholomaeus) Rüssing, genoteerd op 12
Amsterdamse instituut onderwijs gevolgd. Van 1832-1847 was hij de eerste vaste juli 1780 in Den Haag, was blijkbaar het ‘antwoord’ op de inscriptie op 23 april
organist van de Nieuwe Kerk te Groningen (vgl. Evert Westra, Kerk voor Jan Rap 1779 door ‘student rechten’ Knock in het album van Rüssing, fol. 155r (aanwezig
en zijn maat (Groningen 1983) 198-199).

36) Leeuwarder Courant, d.d. 9 januari 1838.

37) Programma, afgedrukt in de Leeuwarder Courant, d.d. 8 september 1843. Op
1 augustus 1844 speelde hij in dezelfde kerk een vergelijkbaar programma.

1 0 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Programma van een concert door Vogler met het stuk ‘Polymelos’ merkteken (evenals ook Knock op dat moment) lid van de vrijmetse-
laarsloge ‘La Vertu’ in Leiden.44)
1787 (1), 1789 (1), 1793 (1) en twee ongedateerde (vermoedelijk ook Op pagina 35 staat de bijdrage van Abt G.J. Vogler, gedateerd op 25
uit de eerste periode). Bijzondere vermelding verdienen de inscripties maart 1786 (dus in de periode tussen de concerten in Leeuwarden en
uit 1786 van Georg Joseph Vogler (waarop we apart terug komen), Groningen). Zijn naam was bij het indexeren niet als zodanig herkend,
J(oseph) Frickar(ts)43) en die van ´Freund´ C.G. Klamberg uit 1789 (zie getuige de notitie in de klapper op de alba, dat deze inscriptie van ‘Gog-
diens optreden tijdens het feest in de Martinikerk in dat jaar, in deel 1 ler´ was. De letters G en V vormen echter één geheel, identiek aan de
van dit artikel, blz. 12). De bijdrage van laatstgenoemde luidde als volgt: handtekening in de eerder geciteerde brief aan Knock uit 1786.
Deze complexe inscriptie zou vrij vertaald als inhoud kunnen hebben:45)
‘Kein wiedrigs Schiksal. Keine Plage ! ‘Onderwijst, door het mathematisch te laten zien en historisch te ver-
Nur Glück und Heil ! beelden. Vermaakt, door dit instrumentaal en vocaal te doen. Ontroert,
Gesundheit und vergnügte Tage door dit vocaal, instrumentaal en historisch te verbeelden (voorzover
Seij stets Dein Theil. het orgelspel betreft), deze inscriptie voor musici [heeft hij] geplaatst ter
Dein Leben seij ein steter Friede herinnering aan zijn vriend, begunstiger en kameraad in de universiteit
und Wohlklang, wie Dein Saitenspiel van Groningen [op] 25 maart 1786, klankepisoden-schilder G Vogler’.
nie Geist und Hand zur Steten Ubungsmüde,
Vollendung Deiner Arbeit Ziel ! DE DISPOSITIEVERZAMELING VAN KNOCK
Dieses Wünschet Dein Aufrichtigen Knock is vooral bekend geworden door de dispositieverzameling die
Freund CG Klamberg hij in 1788 publiceerde in navolging van en als aanvulling op de eerdere
Groningen den … 1789’ publicatie door Joachim Hess (1774).46)
Knocks Dispositien werd gedrukt en uitgegeven door Petrus Doekema
De chronologisch gezien laatste inscriptie (op 26 juni 1793 te Leiden) in Groningen, bij wie acht jaar tevoren ook zijn dissertatie was ver-
is van de Leidse student ‘Corn. Halbe[r]tsma’, blijkens een bijgevoegd schenen. Met enkele annonces (zoals onderstaande in de Ommelander
Courant van 5 februari 1788) werd het publiek in Groningen en Leeu-
in KB Den Haag, cat.nr. 74H6). Het is mogelijk dat ook in alba (zo die nog warden op de hoogte gebracht van het boekje, dat 16 stuivers kostte:47)
bestaan) van andere relaties van Knock bijdragen van diens hand zijn te vinden. ‘NB. NB. By de Boekverkooper PETRUS DOEKEMA, in de oude Bote-
ringe-Straat tegen over ’t Stads-huis, is gedrukt en wordt heden uitge-
43) Zoals we al eerder zagen, was hij op 26 maart 1786 in het gezelschap van geven, en is meede alom te bekomen, DISPOSITIEN der merkwaardigste
Knock, Vogler en nog twee andere personen ‘viesieteur’ (‘bezoeker’) van de KERK-ORGELEN, welke in de Provincie Friesland, Groningen en Elders
vrijmetselaarsloge ‘L’Union provintiale’ te Groningen (waarvan Knock lid was aangetroffen worden. Kunnende dit werk verstrekken tot een vervolg
geweest), ongetwijfeld na afloop van het concert door Vogler in de Martinikerk. van ’t werk van den Heer HESS. Door NICOLAAS ARNOLDI KNOCK
Jos:Frickar(ts) - een begeleider van Vogler of van de toentertijd in de concertzaal J.U.Dr. Grietman over Stellingwerf Oosteynde, Gecommitteerde Staat
optredende goochelaar en illusionist ‘professor Phyllidoor’? - was blijkens zijn ten Landdage &c.&c. in Quarto á 16 stuiver( ……).’
bijdrage op 26 maart 1786 aan het album [‘Aan zijne waarde vriend en Os:Br: Nic: Het is niet bekend in welke oplage het boekje verscheen en in hoeverre
Arnoldi Knock’] evenals Phyllidoor vrijmetselaar, zoals dat ook gold voor Vogler het snel en breed verspreiding vond.48) Het kreeg enige aandacht in de
(zie noot 14). Diens leerling Giacomo Meyerbeer was dat (later) ook. ‘landelijke pers’. In De Boekzaal werd slechts de inhoud van boven-
staande annonce opgenomen, met de toevoeging dat het werk ‘mee-

44) RAL, toegang 1297, archief van de vrijmetselaarsloge ‘La Vertu’,
Constitutieboek; Cornelis Halbertsma werd op 29 mei 1793 aangenomen als lid.

45) Met dank aan de classici Berber Klugkist-Wesseling (Gasteren) en Bram
Veefkind (Holten) voor hun suggesties bij de poging om deze wat cryptische
inscriptie te ver- en hertalen.

46) Oorspronkelijk verschenen als: Nicolaas Arnoldi Knock, Dispositien der
merkwaardigste Kerk-Orgelen welken in de provincie Friesland, Groningen en Elders
aangetroffen worden. Kunnende dit Werk verstrekken tot een vervolg van het Werk
van den Heer J. Hess (Groningen 1788). Heruitgaves volgden in 1959 en 1968
in Sneek (uitg. Boeijenga), alsmede in een facsimile-uitgave door Herman Zandt
(Amsterdam 1971).

47) Ommelander Courant, d.d. 5 februari, resp. 12 februari 1788, en (met een iets
afwijkende tekst) in de Leeuwarder Courant van 13 februari 1788. In Leeuwarden
zou het boekje verkrijgbaar zijn bij A. Siccama, P. Brandsma en C.M. Cahais.

48) Van de Dispositien van Hess waren ruim dertig jaar na publicatie nog heel wat
exemplaren onverkocht (zie de melding hiervan door A.J. Gierveld in zijn inleiding
(blz. 49) bij de door hem geredigeerde heruitgave, Buren 1980). In de eerste helft
van de negentiende eeuw was het bestaan van de Dispositien van zowel Hess als
Knock bekend in Duitsland (zie de opmerking hierover door Herman S.J. Zandt op
pagina 83 van diens nog steeds lezenswaardige toelichting bij de facsimile-uitgave
van de Dispositien van Knock, Amsterdam 1971).

1 1HET ORGEL 2012 | nummer 5

Voorzijde van het kaft van het album amicorum van N.A. Knock met rechts de pagina met de inscriptie van Abt Vogler
Formaat 18,6 x 11,9 cm omslag (voorblad), oblong formaat; dikte album 2, 2 cm; omslag leer, opschriften gestempeld in goud, op de voorzijde: ‘ALBUM AMICORUM N.A.
KNOCK’, op achterzijde: ‘ANNO 1779’. Bladmaat pagina’s: 18,4 x 11,25 cm, bladzijden goud-op-snee; paginanummering met potlood uit later tijd. Op de volgende blad-
zijde staan met pen enkele notities uit later tijd over Knock (o.a. geboren in Rotterdam, grietman van Stellingwerf-Oosteinde en lid van de Staten van Friesland voor Zeven-
wouden in 1785; hij woonde in Makkinga waar [niet correct] hij in 1794 overleed en was een ‘Ernstig beoefenaar en kenner van de Muziek’). Foto's: D. Vennema

de by getallen te bekoomen [was] te Amsterdam, by M. de Bruyn en of verbeterd zyn, na dat de Heer Hess zyn Boek in ’t licht gegeeven
H.Keyzer.’49) heeft, welken de agting van alle Orgelkenners vorderen.’
Meer aandacht kreeg het in de Nieuwe Nederlandsche Bibliotheek:50) Knock noteerde op dezelfde wijze als Hess gegevens van door hem
vergeleken met het gelijknamige boek van Hess was het ‘minder ge- als ‘liefhebber’ en ‘dilettant’ bespeelde en/of geëxamineerde orgels,
schikt, om aan de wezenlijk nuttige kenmerken, welken den Heer HESS alsmede informatie welke hij verkreeg ‘deels uit gedrukte werken’ [hij
bedoelde, medetewerken, dan wel, om den weetlust te voldoen. Men verwijst enkele malen naar De Boekzaal] en ‘deels door Briefwisseling
kan ze echter gevoeglijk bij elkanderen plaatsen; te meer, daar ze beide met uit- en inlandse Vrienden’ [organisten], zoals hij ‘Aan den LEZER’
op het zelfde formaat gedrukt zijn.’ Het boek van Knock liet wel zien schrijft. Ook noteerde hij van twee orgels (Tiel en Dordrecht) gegevens
hoeveel kerken in Friesland en Groningen een orgel bezaten, nagenoeg die hij kreeg van Abt Vogler. De dispositiecorrecties van de orgels in
alle bespeeld door een schoolmeester-voorzanger, een (in navolging Arnhem, Dordrecht en Utrecht52) kunnen eveneens van Vogler afkom-
van Hess) door Knock aanbevolen combinatie, ook financieel. Boven- stig zijn.53) Van het overgrote deel van de door Hess genoemde plaatsen
dien, aldus de recensent, ‘Dan zouden veele Dorps-Voorzangers geen in Friesland waar volgens hem een orgel aanwezig is, geeft Knock de
gevaar loopen, om menigmaal, het zij uit onbedrevenheid, het zij uit dispositie.
schoolmeesterlijke verwaandheid, den toon van het gezang zoo onma- Een aantal door hem bezochte instrumenten noemt hij in zijn Dispo-
tig hoog te zetten, dat zij genoodzaakt zijn, zich paars en blaauw te sitien bij name, zoals die in Hellum, Siddeburen, Sneek (Martinikerk),
schreeuwen, terwijl verre het grootste deel der vergadering [d.w.z. de Oosterlittens, Amsterdam en Zweins. Lyrisch was hij met name over
kerkgangers] buiten staat is, om behoorelijk te kunnen medezingen.’ het Wenthin-orgel in Zweins. Van een aantal andere instrumenten is
Ook in de Vaderlandsche Letteroefeningen werd er enige aandacht aan een eigen bezoek niet uit de tekst op te maken, hoewel hij ze wel heeft
besteed:51) ‘In de jaare 1744 is ons ter hand gekomen een geschrift van bespeeld (voorbeelden: Martinikerk Groningen, Roden en Wassenaar).
den kundigen Organist Hess, ondereen soortgelyken Tytel (…). Wy Op de instrumenten van Mattheus de Crane uit Culemborg kan Knock
hebben, op het nagaan van deszelfs inhoud, geoordeeld, dat het zelve, nader attent zijn gemaakt door een medestudent/jaargenoot in Gronin-
in meer dan enigerlei opzigt, van weezenlyken dienst kon zyn, voor zul- gen: Jan Willem de Crane.54)
ken, die zig op het maaken en bespeelen der Orgelen toeleggen. Even De orgels in en om Rotterdam waren voor Knock niet onbekend, gezien
dit zelfde hebben wy, met betrekking tot deeze Verzameling van den
Heer grietman Knock te zeggen, als die het voorgenoemde Geschrift ag- 52) Knock, Dispositien, 61 en 62.
tervolgd heeft, op eenen wyze, welke insgelyks tot dat einde strekt. En
het nut voor de zodanigen daarin gelegen, heeft zyn Ed. hier door nog 53) Deze instrumenten zijn door Vogler bespeeld. De Rotterdamse orgelmaker
te meer uitgebreid; daar eigen onderzoek, het leezen van gedrukte Wer- Andries Wolfferts wist in een aanbevelingsadvertentie, waarin hij een groot aantal
ken, het houden van Briefwisseling, met uit- en inlandsche Vrienden, werkzaamheden van zichzelf opnoemde (Rotterdamse Courant d.d. 13 februari
hem in staat stelden, om dit onderzoek verder voort te zetten: behalven 1802), nog te melden dat zijn nieuwe orgel in de Lutherse kerk van Dordrecht
dat dat er ook veele nieuwe Orgels gemaakt, en verscheiden vernieuwd (1779) door ‘den Abt Vogler bespeeld en zeer geroemd’ was.

49) De Boekzaal, deel 146, maart 1788, 312. 54) Johannes Willem de Crane (geb. Hoorn, 11 april 1758) was een zoon van
Martinus Isaaq de Crane (Culemborg, 1731-Hoorn, 1803); in 1753 werd deze
50) Nieuwe Nederlandsche Bibliotheek, VIII-1 (Amsterdam 1788) 318-319. conrector van de Latijnse school in Culemborg, in 1755 conrector van de
Latijnsche school in Hoorn en daar vanaf 1766 tot zijn dood rector. M.I. de Crane
51) Vaderlandsche Letteroefeningen, IV Deel, Amsterdam 1788, 234; dezelfde tekst was bekend met de orgelbouw (zie A.H. Vlagsma, ‘Orgels en organisten in de
staat ook in Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, III, EERSTE STUK, St.-Barbarakerk te Culemborg’, Het Orgel 2011/4, 25 en 27), ook als broer van
(1788) 176. Mattheus de Crane, organist/orgelmaker te Culemborg. J.W. de Crane werd na
zijn studie in Groningen, waar hij zich gelijktijdig met Knock op 12 september 1775
1 2 HET ORGEL 2012 | nummer 5 aanmeldde als student, praeceptor in Alkmaar, 1n 1780 rector (van de Latijnse
school) te Dokkum en hoogleraar in Franeker, waar hij na een lange academische
loopbaan op 31 maart 1842 overleed.

het feit dat zijn vader er predikant was en hijzelf er een deel van zijn
jeugd doorbracht. Hij zal er mogelijk ook orgelmaker Johannes Mitter-
reiter hebben leren kennen, met wie hij later contact had in zijn Leidse
tijd. Een aantal disposities in Noord-Nederland verkreeg hij mogelijk
van (of door contacten via) Tammen, die hem ook kan hebben inge-
licht over de beide orgels in Emden (Tammen had in 1779 het grote
nieuwe Wenthin-orgel in de ‘Moederkerk’ aldaar gekeurd). De orgels
ten oosten van Groningen (zoals Hellum en Siddeburen) kan hij heb-
ben bespeeld onderweg naar zijn oom Antonius Knock (predikant in
Noordbroek). Zowel Lambertus van Dam als Albertus van Gruisen le-
verde hem vermoedelijk aanvullende gegevens, met name van op stapel
staande werkzaamheden. Ook kende hij orgelmaker Rudolph Knol (zie
deel 1, blz. 13-15). Het orgel in de Grote Kerk te Steenwijk was hem
bekend dankzij het verzoek omstreeks 1785 van organist Delbrugge
om advies te geven over herstel van het instrument.55)
Ondanks het grote aantal disposities dat Knock opneemt uit Friesland,
is het geen ‘vollständiges Inventar der Provinz im Jahre 1788’56); zo ont-
breken bijvoorbeeld de disposities van de orgels uit de rooms-katholie-
ke staties in de Friese hoofdstad en van de orgels in Franeker.57) Niet-
temin is het de verdienste van Knock, dat hij – in aansluiting op de al
door Hess genoemde instrumenten - met name het omvangrijke Friese
orgelbezit qua disposities voor het eerst duidelijk op de orgelkaart heeft

55) A.H. Vlagsma, ‘De orgelgeschiedenis van Steenwijk in de 17e en 18e eeuw’, de gezet en een gezicht heeft gegeven. Daardoor reikt zijn betekenis tot in
Mixtuur 75 (september 1993) 765. Het contact met Knock kwam tot stand via een onze tijd en neemt hij een eervolle plaats in de rij van personen in die
zekere organist H. Nicolai (woonplaats onbekend), bij wie Knock betreffende een een beeld hebben willen geven van de rijke Friese orgelcultuur. Een rij
schoonmaak van diens orgel zou komen adviseren. die begon bij Joachim Hess en die in onze tijd voorlopig glorieus wordt
gesloten door Jan Jongepier.58)
56) Ulrich Martini, Die Orgeldispositionssammlungen bis zur Mitte des 19.
Jahrhunderts (Münster 1975) 53. 58) Jan Jongepier, Vijf eeuwen Friese orgelbouw. Een schoone voorraad waarlyk
(Leeuwarden 2004) 176-216; hier worden de disposities van maar liefst 417
57) Het betreft in Franeker de instrumenten in de Martinikerk, de Academiekerk instrumenten vermeld.
en de r.-k. statie. Hoewel hij in elk geval het eerstgenoemde instrument wel heeft
gezien en gehoord in 1785 (Tweede Eeuwfeest Universiteit Franeker, zie in het
eerste deel van dit artikel, blz.11), had hij het op dat moment blijkbaar te druk met
zijn eigen muzikale besognes, zodat hij zal hebben vergeten de bijzonderheden
van dat orgel te noteren.

CORRIGENDA EN ADDENDA bij de eerste aflevering van dit artikel in Het Orgel 108/4 (2012)

• Pagina 7, rechter kolom, regel 26: de inschrijvingsdatum van N.W.A. Knock was 6 oktober 1800 (niet 1799).

• Pagina 11, noot 75 moet luiden: Bron D. Cannegieter, ´Eene oude rekening (Tweede Eeuwfeest der Franker Academie)’, in: Friesche Volksalmanak 1887, 138-145 (met name
pag. 141).’

• Over pagina 15, noot 94 en de opmerkingen op pagina 15:
Naar nu blijkt, is het orgel te Oldeboorn op 26 juni 1779 door N.A. Knock en J. Feddema (dus niet door J.H. Tammen) ‘met veel nauwkeurigheid [is] onderzocht (…) en zonder
hoofdgebreken bevonden (…) Weshalven wij dit Orgel voor goed en teffens roemen als een konststuk dat tot ere van dezelver maaker verstrekt’. ’ De informatie in regel 7-10
in bovengenoemde voetnoot en de bijhorende tekst dienen in dat licht anders gelezen te worden. Met dank aan A.H. Vlagsma te Steenwijk, die over een afschrift van het keu-
ringsrapport d.d. 7 juli 1779 bleek te beschikken, door organist L.G. Weezel te Wassenaar in 1792 overgeschreven van het origineel.' Van diens hand bleef ook een afschrift van
het keuringsrapport van het orgel te Bergum (1788) bewaard. Kennelijk had Van Dam de rapporten gebruikt als referentie voor het verkrijgen van de opdracht in Wassenaar.

• Ook Johann August Just (zie pagina 10) was vrijmetselaar: hij was van 1769-1771 ‘visiteur’ en lid van de loge ‘Les Coeurs Unis’ in Den Haag. Zie Malcolm Davies, The Masonic
Muse. Songs, Music and Musicians Associated with Dutch Freemasonry: 1730-1806 (Utrecht 2003) 229 en 231. Knock wordt in deze dissertatie overigens niet genoemd.

• Van Knock bleef een testamentair codicil bewaard, opgemaakt op 8 februari 1794 te Leiden, dus zes dagen voor zijn aanstaande overlijden, dat hij zich gezien de tekst al bewust
was. [bron: Regionaal Archief Leiden, toegang 518, Weeskamer van Leiden (1343) 1397-1860 (1866), inv.nr. 2182a]. Dit codicil sloot aan op een kennelijk in 1793 in Leeuwarden
nieuw opgesteld [helaas niet bewaard gebleven] testament. Nagenoeg zijn gehele boedel moest direct na zijn overlijden naar de executeur-testamentair in Leeuwarden worden
verzonden. Zijn beide kinderen kregen ‘ieder voor de helfte, zijne musicaale werken’. Zijn hospes Abraham Liber moest de begrafenis regelen en zorgen dat daarbij ‘drie Bid-
ders moeten geëmployeerd worden, en het Lyk des avonds in stilte in de Fransche kerk word bijgezet’ [d.w.z. in de in 1825 gesloopte Onze-Lieve-Vrouwekerk, waar de Waalse
Gemeente kerkte]. Knock werd tussen 15 en 22 februari ook begraven in deze kerk (bron: RA Leiden, inv.nr. 13140, begraafregister 1794, folio 243; de genealoog L.A. Ocken
maakte mij hierop attent, waarvoor dank).

1 3HET ORGEL 2012 | nummer 5

Muziekretoriek in Swe
klaviervariaties over ge

Gerrit Pietersz. Sweelink, Portret van Jan Pietersz. Sweelinck (1606). Olieverf op paneel. 67x52 cm. Julia Dokter Onze kennis van de
muziek van Jan Pietersz. Sweelinck,
1 4 HET ORGEL 2012 | nummer 5 van wie dit jaar het 450ste geboorte-
jaar gevierd wordt, is de afgelopen
jaren vergroot, hoofdzakelijk door
cultuur-historische en bronnenstu-
dies: veel vraagstukken omtrent
de authenticiteit van de werken in
relatie met de bronnen zijn opgelost,
en ons begrip van de sociaal-culturele
context waaruit Sweelincks werken
voortkwamen, is gegroeid. Maar een
analytisch onderzoek dat direct in-
vloed heeft op onze waardering van
het klankconcept van Sweelincks mu-
ziek, ontbreekt nog steeds. Het doel
van deze studie is daarom een begin
te maken met het wegwerken van
dit hiaat door Sweelincks geestelijke
variatiewerken voor klavier te ana-
lyseren, waardoor nieuwe inzichten
verkregen worden voor de uitvoe-
ringspraktijk van deze werken.

DE MUZIEK

eelincks
geestelijke liederen (I)

In mijn analyse van Sweelincks klaviervariaties over geestelijke lie- DE BASIS
deren zal ik me concentreren op de vaak onvoorstelbare overvloed Culturele, politieke, sociale en religieuze tradities in het vroeg-moderne
aan muzikale figuren die op het eerste gezicht lukraak bij elkaar ger- Amsterdam, die ver afstaan van die uit de huidige tijd, vergemakke-
aapt lijken te zijn, en benader ik de grondgedachte achter het gebruik lijken niet een goed begrip van details als de muziekretorische figuren
van deze figuren vanuit de grondbeginselen van de muziekretoriek en hoe zij in relatie staan tot de tekstbetekenis in Sweelincks muziek.
waarin Sweelinck ongetwijfeld ondergedompeld geweest is.1) Daarom moeten we toegeven dat ons inzicht in de plaats van de re-
Door de muziekretorische figuren te gebruiken die gecatalogiseerd torica in dit repertoire ontoereikend is. Claude Palisca stelt: ‘Although
zijn door theoretici en musici uit de tijd van Sweelincken de tijd ervoor no one questions the importance of the affections in the music of the
en erna,2) zal ik een methode presenteren waarmee de semantische Baroque period, scholars have paid comparatively little attention to its
betekenis achter deze muziekfiguren ontsloten kan worden. role in sixteenth-century music and thought.’3)
Hieronder formuleer ik een grondgedachte die het mogelijk maakt om De weinige besprekingen die we in de secundaire literatuur gevonden
de muziekretorische figuren in Sweelincks geestelijke variatiewerken hebben over de woord-toonrelatie lijken zich vooral afgespeeld te heb-
te ontdekken, en vervolgens zal ik een aantal gedetailleerde analysen ben rond thema’s als de vraag of de oorspronkelijke taal voor de titels
van variatiereeksen presenteren die op deze gedachte gebaseerd zijn. van Sweelincks werken Duits of Nederlands was,4) of de vraag welk ko-
Aan het einde van mijn tweedelige artikelserie wordt een synthese ge- raal of welke psalm ten grondslag ligt aan een variatiereeks die zonder
geven van al het gepresenteerde materiaal uit dit artikel. Ik zal twee titel overgeleverd is.5)
conclusies trekken, namelijk 1) dat de Amsterdamse sociaal-religieuze In zijn monografie uit 1997 heeft Pieter Dirksen – schijnbaar tot zijn
omgeving terug te vinden is in de wijze waarop Sweelinck muziekre- eigen grote verbazing – één geval gevonden van een muzikale beslis-
torische figuren gebruikte, en 2) dat implicaties van de tekst alsmede sing die op grond van de tekst werd genomen. Naar aanleiding van
de improvisatie-traditie van de zeventiende eeuw erom vragen dat we de ontdekking dat op precies dezelfde plaats in zowel Sweelincks vo-
opnieuw nadenken over de wijze waarop dit repertoire uitgevoerd cale als klaviervariaties over Psalm 36 een sectie in driedelig metrum
wordt. voorkomt, schrijft Dirksen: ‘here, then, one is confronted with con-
crete evidence that Sweelinck follows a text in an instrumental work
1) De retorica-kunst en haar toepassing in muziek maakte ongetwijfeld een groot too.’6)
deel uit van de opleiding van de musicus en zijn professionele leven in de vroege In aanmerking nemend dat er een volledig gebrek is aan zestiende-
zeventiende eeuw. Sweelinck vormde naar alle waarschijnlijkheid geen uitzonder- en zeventiende-eeuwse literatuur over welke betekenis de tekst op
ing op deze regel. Vanwege het economisch belang van Amsterdam voor Europa een instrumentale compositie heeft en welke invloed hij heeft op
door de handelsroutes en haven, had de Amsterdamse kunstwereld eenvoudig uitvoeringsbeslissingen, moet het belang van deze opmerking niet
toegang tot alle nieuwe muziekretorische trends. De intuïtieve muzikale reactie
op teksten door de Italianen was in de Nederlanden verspreid via uitgever Phalese 3) Claude Palisca, Music and Ideas in the Sixteenth and Seventeenth Centuries (Ur-
en verbonden met Frescobaldi’s bezoek aan Antwerpen in 1608. De meer acade- bana and Chicago 2006) 179. Vert.: Hoewel niemand het belang van affecties in
mische en gecatalogiseerde lijst van muziekretorische figuren (Joachim Burmeister muziek uit de barokperiode betwijfelt, hebben onderzoekers in vergelijking daar-
en anderen) werd ontwikkeld door de Duitse theoretici en musici. Op het welbek- mee maar weinig aandacht voor hun rol in de zestiende-eeuwse muziek en het
ende portret van Sweelinck, dat waarschijnlijk door zijn broer werd geschilderd zestiende-eeuwse denken.
(zie afbeelding op pagina 14), zien we de componist met zijn handen twee reto-
rische gebaren maken die ‘een verzoek om stilte’ en ‘het werven van luisteraars’ 4) Dirksen, Sweelinck, 181.
communiceren. Deze ‘manuele retoriek’ was de visuele tegenhanger van de hoo-
rbare muziekretorische figuren. Zie: Pieter Dirksen, ‘Jan Pieterszoon Sweelinck – 5) Siegbert Rampe ‘Introduction’ to Jan Pieterszoon Sweelinck, Sweelinck: Com-
Humanist Composer’, Historicni seminar: zbornik predavanji 5 (2004-2006), 161. plete Organ and Keyboard Works, Chorale Settings, (2003), xxxvi.

2) Dietrich Bartel, Handbuch der musikalischen Figurenlehre (Laaber 2010 - 6. 6) Dirksen, Sweelinck, 175.
Auflage).
1 5HET ORGEL 2012 | nummer 5

onderschat maar daarentegen verder Reeksen beginnend met een bicinium
uitgewerkt worden. Daartoe heb ik alle • Da pacem in Domine in diebus nostris
klavier-variatiewerken van Sweelinck over • Die 10 Gebot Gottes
geestelijke liederen onderzocht in relatie • Erbarm dich mein, o Herre Gott
met de bijbehorende tekst door de tekst • Ich ruf’ zu dir, Herr Jesu Christ
te plaatsen bij de cantus firmi (die in élke • Jesus Christus unser Heiland
variatie voorkomt). • Nun freut euch lieben Christen gmein
Door ervan uit te gaan dat de tekst een • Psalm 60
belangrijke rol speelt bij compositorische • Psalm 116
overwegingen, versterkt dit onderzoek • Psalm 140
niet alleen onze waardering voor de diver- • Wir glauben all an einen Gott
siteit van Sweelincks muziek, maar heeft
het ook betekenis voor onze uitvoering Reeksen beginnend een variatie van drie of meer stemmen
en onze verwachtingen ten aanzien van de • Allein Gott in der Höh sei ehr
uitvoeringspraktijk van deze muziek. • Allein zu dir Herr Jesu Christ
• Christe qui lux es et dies
HET PROBLEEM • O Gott du unser Vater bist
Omdat het aantal variaties bij Sweelinck • Psalm 23
vaak verschilt van het aantal verzen van • Psalm 36
het koraal, de psalm of de liedtekst die
aangegeven is in de titel van het werk, is van de liedtekst van een psalm of koraal voorziet van een nieuwe variatie; 2) de variatiereeksen
het begrijpelijk dat het plaatsen van de waarin ongeveer de helft van de liedtekst gerepresenteerd wordt door ‘niet-functionele alterna-
coupletteksten bij de cantus firmi proble- tim’, dat wil zeggen: reeksen waarin alle variaties óf een even óf een oneven tekstcouplet verteg-
men oplevert. Derhalve hebben we een enwoordigen; en 3) de variatiereeksen die op de één of andere manier afwijken van de onder a en
methode nodig om coupletteksten aan b genoemde categorieën.
instrumentale variaties te koppelen, waar- Hieronder bespreek ik variatiereeksen die de complete liedtekst behandelen (groep A). In het
door we in staat gesteld worden om de die- tweede deel van deze artikelenserie zullen variatiereeksten behandeld worden waar ongeveer de
pere betekenis te bestuderen die achter de helft van de tekst vertegenwoordigd is door ‘niet-functionele alternatim’ (groep B). Ook zullen dan
overdaad aan muzikale figuren schuilt. de overgebleven variatiereeksen beknopt worden besproken (groep C).
Ik heb genoeg bewijs gevonden om vast
te stellen dat wanneer Sweelinck als eerste Groep A: variatiereeksen die de complete liedtekst behandelen
variatie van welke variatiereeks dan ook
een bicinium gebruikt, hij er daarbij van In het geval van de hierboven reeds genoemde variatiereeks over Psalm 36 is het plaatsen van de
uitgaat dat de uitvoering van de reeks liedtekst bij de cantus firmus redelijk simpel, aangezien de drie variaties corresponderen met de
voorafgegaan wordt door een homofone drie coupletten van het lied. Deze exacte overeenkomst tussen het aantal variaties en het aantal
variatie, die niet in de manuscripten op- coupletten komen we zeven keer tegen in het geestelijke oeuvre van Sweelinck: ‘Allein Gott in der
genomen is. Höh sei Ehr’, ‘Allein zu dir Herr Jesu Christ’, Psalm 36, ‘Christe qui lux es et dies’, ‘O Gott du unser
Dit vraagt noodzakelijkerwijs om een her- Vater bist’, ‘Wir glauben all an einen Gott’ en Psalm 23. Dit roept dan de vraag op of deze exacte
schikking van de liedtekstcoupletten aan overeenkomst in aantal variaties en coupletten automatisch impliceert dat er sprake is van een
specifieke variaties: terwijl we normaliter relatie tussen liedtekst en muziek. Dat is inderdaad het geval in drie variatiereeksen van Sweelinck:
het bicinium als eerste variatie zien als be- de al eerder genoemde Psalm 36, alsmede ‘Allein zu dir’ en ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’.
horend bij het eerste couplet van de tekst,
wordt ons nu duidelijk dat het bicinium ALLEIN GOTT IN DER HÖH SEI EHR
gezien moet worden in samenhang met
het tweede tekstvers. Dit maakt het mo- Als voorbeeld nemen we de vierdelige variatiereeks over het lied ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’,
gelijk op accurate wijze tekst en muzikale dat vier strofen telt. Vanwege een exacte herhaling van de eerste twee regels van de eerste variatie
verschijningsvorm (c.q. muziekretorische zouden we op het eerste gezicht automatisch kunnen concluderen dat in deze variatiereeks geen
figuren) bij elkaar te brengen, een koppel- bewijs te vinden is voor een woord-toonrelatie:
ing die bevestigd wordt door de vele plaat-
sen waar een nauwe relatie tussen tekst en
muziek blijkt te bestaan.
De ‘bicinium’-groep heb ik in drie cate-
gorieën ingedeeld: 1) de variatiereeksen
waarin de complete tekst gepresenteerd is,
dat wil zeggen: waar Sweelinck elk couplet

1 6 HET ORGEL 2012 | nummer 5

De andere variaties bevatten echter veel
voorbeelden van een woord-toonrelatie.
Ik zal een aantal gevallen benoemen uit de
derde en vierde variatie.7)

Maat 64-67 – De dichter spreekt over hoe
Christus degenen die verloren waren, weer
met God verzoent. De muziek belicht de
verontrustende situatie van hen die nog
niet verzoend zijn door een serie steeds
groter wordende sprongen. Sweelinck
gebruikte gewoonlijk sprongen om in-
houdelijk droevige teksten te benadruk-
ken.

Maat 74-einde – Op de bede van de
dichter om ‘ons gebed te verhoren’
stijgt (anabasis) de sopraan tot ‘G’
(zie omcirkelde noot): een beweging
omhoog naar de hemel. (Een anabasis
is een stijgende muzikale passage die
opwaartse beweging of verheven beelden
en gevoelens uitbeeldt.) Deze opwaartse
beweging wordt aangrijpend herhaald
in de volgende regel bij de woorden ‘heb
medelij met ons arme mensen’, dit keer tot
een hoge ‘A’ (omcirkelde noot). De tweede
stijging tot een hogere noot intensiveert
de bede.

Maat 90-93 – In deze maten treffen we een
voorbeeld aan van de muziekretorische
figuur hypotyposis: een levendige muzikale
voorstelling van beelden uit de tekst. Bij
het woord ‘Teufel’ valt de sopraan weg en
begint de bas het lage rijk (waar de duivel
woont) te verbeelden. In maat 93 keert de
sopraan terug, waarbij ze een zekere glans
aan de koraalfrase verleent. In tegenstel-
ling tot de voorgaande sprongen intro-
duceert Sweelinck veel stapsgewijze toon-
ladderfiguren, in het bijzonder bij de over-
gang van de derde regel (‘Teufel’) naar de
vierde (‘JEsus Christus’) in maat 93. Deze
toonladder (anabasis) stijgt van de a in het
klein octaaf naar de a1 van de melodie, en
ondergaat een stemwisseling bij de laatste
noot: de stemwisseling verheft de gelovi-
gen als het ware naar een andere dimensie,
dat wil zeggen: tot Christus.

7) De definities van de muziekretorische figuren
in dit artikel zijn ontleend aan Bartel, Musica
Poetica, 168-438.

1 7HET ORGEL 2012 | nummer 5

Maat 100-101 – De tekst waarin gesproken wordt over het bittere lijden en sterven van Christus, toonzet Sweelinck door chromatiek te gebruiken
en door het naast elkaar plaatsen van es en fis en het gebruik van bes en b.

Wijst een exacte overeenkomst tussen het aantal variaties en liedcoupletten zeker op de aanwezigheid van een muziek-tekstrelatie, voor de
variatiereeksen met een aantal variaties dat groter of kleiner is dan het aantal coupletten is het veel moeilijker een overtuigende relatie tussen
variaties en strofen aan te tonen. Vanwege dit probleem is de makkelijkste weg aan te nemen dat óf Sweelinck geen woord-toonrelatie op het oog
had, óf dat het onmogelijk is om dergelijke eventuele relaties met een enige mate van zekerheid vast te stellen. Twee stijlkenmerken van de kleine
variatiereeks ‘Allein Gott’ leveren echter een nieuwe methode om variaties aan strofen te koppelen: de homofone eerste variatie en de tweede
variatie (bicinium).
Terwijl de variaties 2, 3 en 4 van ‘Allein Gott’ tamelijke standaard-voorbeelden zijn van Sweelincks variatietechniek, is de eerste variatie met zijn
eenvoudige homofonie (met enkel een paar diminuties) anders: geen van de andere overgeleverde variatiereeksen over geestelijke liederen bevat
een homofone eerste variatie.
Wat was de reden om zo’n eenvoudige zetting op te nemen? Sweelincks studenten die uit Hamburg of andere delen van Duitsland helemaal naar
Amsterdam reisden, zullen dit niveau van improvisatie (die per slot niet meer dan een tamelijke standaard-harmonisatie van een koraalmelodie om-
vat) al onder de knie hebben gehad. Ik geloof daarom dat tenminste één reden voor opname van deze eenvoudige harmonisatie was, dat daarmee
een voorbeeld op papier stond van een compleet geïmproviseerde uitvoering van een volledig koraal.
Daaruit volgt dat mogelijk veel meer van Sweelincks variatiereeksen voorafgegaan moeten worden door een eenvoudige harmonisatie. De textuur
van de tweede variatie – een bicinium – van ‘Allein Gott’ levert de sleutel tot het antwoord op de vraag welke reeksen op deze manier uitgevoerd
moeten worden. Een aanzienlijk hoog percentage van Sweelincks variatiereeksen over geestelijke liederen – tien van de zestien – opent met een
tweestemmige variatie, hetgeen overvloedig materiaal levert om de hypothese te toetsen.

ICH RUF ZU DIR

Door alle bicinia-reeksen vooraf te laten gaan door een homofone variatie, zien we dat het bicinium waarmee elke reeks opent, niet hoort bij couplet
1 maar bij couplet 2 van de liedtekst. Sweelincks variatiereeks over ‘Ich ruf zu dir’ biedt een bijzonder duidelijk voorbeeld van dit principe: dat de
variaties 1, 2, 3 en 4 corresponderen met de coupletten 2, 3, 4 en 5 van het vijfstrofige koraal kan onomstotelijk aangetoond worden door de zeer
nauwe relatie met de tekst.
Niet alleen zijn er veel afzonderlijke gevallen van muziekretorische figuren, maar er zijn ook veel gevallen waar deze motieven en figuren ontwikkeld
zijn over een aanzienlijke tijdsperiode in de muziek. De functie van muziek breidt zich dan uit van enkel het weerspiegelen van de tekst in losse
onderdelen (vaak afzonderlijke woorden)
naar een meer complexe retoriek en
verklaring van ideeën door het ontwikkelen
van beelden en het ineenstrengelen van
gedachten over een langere frase van de
variatie. In zekere zin gaan de muziekfiguren
een eigen leven leiden: als een andere
hoofdrolspeler in het gedachtenspel dat in
de inventio gepresenteerd is.

Ich ruf zu dir Variatie 1 / vers 2
Maat 14-18 – Om de woorden ‘dat ick nicht
wedder werde tho spot’ gebruikt Sweelinck
zoals altijd puntige ritmen en sprongen.
Hier hebben ze verder ook een onomato-
poëtische functie: ze suggereren beschim-
ping, giechelend hoongelach.

Maat 18-21 – Dit is een voorbeeld van
een andere veelgebruikte muziekretorische
figuur, de antithesis: een muzikale uitdruk-
king van tegengestelde gevoelens, har-
monieën of thematisch materiaal. Bij de
tekst ‘de höpeninge gyf darneuen’ maakt
Sweelinck een contrast met het grillige,

1 8 HET ORGEL 2012 | nummer 5

sprongachtige karakter van de voorgaande
maten door een soepele toonladderachtige
passage te gebruiken waarmee hij bede van
de dichter om ‘hoop’ benadrukt.

Maat 22-33 – Hoewel Sweelinck normali-
ter een variatie met grote nootwaarden
begint en gaandeweg steeds snellere noot-
waarden gebruikt, gebeurt dit in variatie 2
op twee plaatsen. Halverwege de tweede
variatie breekt Sweelinck de zestiende-
noot-passages plotseling af en gaat hij
opnieuw kwartnoten gebruiken. Dit valt
ten eerste samen met het moment waar-
op de dichter spreekt over het droevige
besef dat hij niet eeuwig kan leven (let in
het bijzonder op de onzekerheid die door
de dubitatio – een opzettelijk onduidelijk
harmonisch of ritmisch idee – in maat 25
in de textuur wordt ingebracht), en later
in maat 27, met het idee dat hij moet leren
vertrouwen.

Maat 27vv – Hier zien we voorbeelden van de muziekretorisch figuur paliliogia (een herhaling van een thema op verschillende toonhoogten in
verscheidene stemmen of op dezelfde toonhoogte in dezelfde stem… met als doel te beklemtonen) en diminutio subjecti (een opnieuw presenteren
van thematisch materiaal in proportioneel kleinere nootwaarden). Sweelinck begint met een uit acht noten bestaand motief in kwartnoten, dat hij
presenteert met geleidelijk steeds snellere nootwaarden. Het doet denken aan een leerling die een passage instudeert: eerst speelt hij/zij de passage
langzaam en gaandeweg nemen het vertrouwen en het tempo toe. Dit loopt parallel met het verlangen van de dichter om te leren vertrouwen op
zijn God.

Maat 37-39 – Deze maten bieden een goed voorbeeld van de muziekretorische emphasis; daarvan is sprake wanneer een uitdrukking een dieper
begrip en grotere betekenis gegeven wordt dan de woorden zelf uitdrukken. De dichter spreekt over het niet vertrouwen op eigen werken maar op
die van Christus. Wanneer gesproken wordt over eigen werken herneemt de muziek het puntige ritme uit de maten 14-15, waardoor het element
van een geringe waardering voor eigen werken toegevoegd wordt en de opvatting van de dichter benadrukt wordt dat zijn eigen werken waarde-
loos zijn.

Ich ruf zu dir, variatie 2 / Vers 3

Sweelinck illustreert de tekst ‘Vorlehn dat
ick vth herten grundt’ door de koraalmelo-
die in de laagste stem te plaatsen.

Maat 54 – Deze maat bevat een curieus
geval van stemkruising, waar de alt één
kwartnoot daalt onder de baslijn.
Doordat stemkruising (ook wel bekend
als de muziekretorische figuur metabasis)
zichtbaar en hoorbaar een overtreding is
van de standaard compositorische regels,
beeldt zij een soort overtreding af. Als de
stemmen zich ineenstrengelen, ‘grijpt’ een
stem de andere en ‘sleept’ die mee. In ons
geval stijgt de dichter (in zijn muzikale in-
carnatie: de cantus firmus) boven zichzelf
uit om zijn vijanden te vergeven.

1 9HET ORGEL 2012 | nummer 5

Ich ruf zu dir, variatie 3 / vers 4 Maat 63-65 – De vraag van de dichter om
een ‘nieuw leven’ wordt uitgebeeld door
2 0 HET ORGEL 2012 | nummer 5 toename van de omvang, eerst door het
bereiken van de f2, dan stijgend naar de g2
en ten slotte naar de a2, de hoogste noot
op het orgel.

Maat 76 – Op het moment dat de dichter
aan God vraagt hem te beschermen, daalt
de binnenstem onder de basstem (metaba-
sis), alsof de binnenstem (God) de cantus
firmus (de dichter) in een gebaar van ver-
geving ‘opraapt’.

Maat 78-82 – Hier ontmoeten we de
muziekretorische figuur pathopoeia (een
muzikale passage die erop gericht is harts-
tochtelijke affectie op te wekken door
chromatiek of anderzins) en passus duri-
usculus (een chromatisch-gealtereerde
stijgende of dalende melodische lijn).
Volgens Christoph Bernhard (1628-1692)
is de passus diriusculus niet een retorische
term, maar eerder een levendige beschrijv-
ing van het muzikaal ontwerp: het is een
‘harde’ of ‘ruwe’ (duriusculus) ‘stap’ of
‘passage’ (passus), muzikaal gerealiseerd
door variërend gebruik van de halve toon.
Bij de woorden ‘wen ungelick geit her’
wordt de cantus firmus (opnieuw: de muzi-
kale incarnatie van de dichter) chromatisch
gealtereerd.

Maat 88-93 – De bede van de dichter dat
lust noch vrees van deze wereld hem van
God zal vervreemden, drukt Sweelinck
uit door het hardnekkig herhalen van het
openingsmotief van de koraalmelodie (in
kleinere nootwaarden): vrees wordt uit-
gebeeld door de sprongen, lust door de
ongedwongen verwijzingen naar de cantus
firmus.

Maat 98 – De bede van de dichter om het
eeuwige leven wordt weergegeven door
een anabasis, een stapsgewijze, stijgende
beweging met een omvang van een decime,
van d1 naar f2.

Maat 102-103 – De vrees van de dich-
ter als hij nadenkt over zijn dood wordt
uitgedrukt door de groep van twee herha-
lende zestiende noten. Sweelinck drukt op
dezelfde wijze dezelfde emotie uit in Psalm
36.

Maat 112, 114 – Als de dichter spreekt
over redding als een gave die niemand kan
erven, zien we een paar voorbeelden van
een anabasis.

Maat 115-116 - De suspiratio-figuur (een
muzikale uitdrukking van een zucht door
middel van een rust) wil in deze context
mogelijk de strijd van de dichter tegen
overmoed aangeven: zijn trots is ietwat
aangetast door zijn onvermogen om zijn
verlossing te verdienen (emphasis).

Maat 117-122 – Sweelinck behandelt de
fundamentele doctrine van de Reformatie
(verlossing alleen door Gods genade – sola
gratia) door op grote schaal stemkruising-
en (metabasis) te gebruiken. Hier refereert
het gebruik van de metabasis aan het ge-
geven dat Christus de zondaar vastpakt en
hem verlost.

Maat 128 – De dichter legt dan uit dat
deze daad van verlossing hem redt van
het sterven. Op het woord ‘sterven’ voegt
Sweelinck een vlugge, dalende beweging
over één octaaf (d2-d1) toe. Hij gebruikt dus
de muziekretorische figuur katabasis: een
dalende muzikale passage die neerdaling,
nederige of negatieve beelden of gevoelens
uitdrukt.

2 1HET ORGEL 2012 | nummer 5

Ich ruf zu dir, variatie 4 / vers 5

Maat 135-138 – Sweelinck schildert de
tekst ‘ick ligge ym strydt vnd wedderstreve’
door wrange dissonanten, chromatiek en
syncopen (pathopoeia).

Maat 145-153 – De zekerheid van de
dichter dat alleen Gods ontferming hem
sterker maakt, verklankt Sweelinck door
het ontwikkelen van een vijftonig motief
dat gebaseerd is op het begin van de can-
tus firmus. Het motief klinkt omgekeerd,
in de kreeftgang, vaak geïmiteerd en
geleidelijk aan gepresenteerd in snellere en
daardoor meer herkenbare en duidelijkere
nootwaarden : langzamerhand wordt het
motief ‘sterker’ door de muziekretorische
fi-guren palilogia en diminutio subjecti.

Maat 155-159 – Op deze plek, waar
de dichter God vraagt hem te bewaren
voor aanvechtingen, begint Sweelinck
een gedeelte in driedelig metrum met
karakteristieke galliard-ritmes. We kunnen
deze verwijzing naar de dans (galliard)
interpreteren als voorbeeld van één van de
aanvechtingen die de dichter zo graag wil
overwinnen.

Sound
craftmanship

Zuidergracht 17 3763 LS Soest The Netherlands
Tel. +31 (0)35 - 601 25 92 Fax +31 (0)35 - 603 11 50

2 2 HET ORGEL 2012 | nummer 5

BAROK TOT IN DETAIL M. 160-eind – De dichter drukt zijn zeker-
heid uit dat wanneer aanvechting op zijn
Henk Klop Baroque Keyboard Instruments pad komt, God die zal temperen zodat de
Paleisweg 6 • 3886 LC Garderen • The Netherlands dichter niet in gevaar komt.
PHONE +31 (0)577 461 512 • FAX +31 (0)577 461 787 Maat 160 vv – De muziek begint met grote
sprongen – een teken van gevaar – in
WEB www.klop.info • E-MAIL [email protected] groepen van vier achtste noten (de eerste
keer dat het motief voorkomt staat met een
vierkantje aangegeven).
Maat 168 vv – Bij het noemen van Gods
temperende invloed veranderen de vier
achtste noten in een stapsgewijs figuurtje
dat de omvang van een tetrachord heeft
(zie vierkantje in maat 167): een teken van
veiligheid.
Maat 172 vv – Dit besef van veiligheid door
regelmaat wordt verder benadrukt door
volledige octaafladders te gebruiken (zie
maat 171/172).
Maat 181 – Ten slotte eindigt de volledige
variatiereeks met een picardische terts,
voorstellend de strijd om perfectie die in
het koraal tot uitdrukking wordt gebracht.
Zoals Bartel schrijft: ‘The reason that com-
positions in the minor key were to end in a
major triad or open fifth has much less to do
with presenting a happy ending than with
the longing and striving for perfection’8) zo-
als een grote drieklank met de verhoudin-
gen 4:5:6 de perfectie meer benadert dan de
kleine drieklank met de proporties 10:12:15.

(wordt vervolgd)
Vertaling uit het Engels: Jan Smelik
(met dank aan Dale Carr)

8) Vertaling: Dat composities in mineur dienden te
eindigen met een grote drieklank of open kwint,
heeft minder te maken met het presenteren van een
happy end dan met het verlangen en streven naar
perfectie.

Orgelmakerij Van der Gutten bv

nieuwbouw | restauratie | onderhoud

Hoofdweg 99 | 9684 CC Finsterwolde
tel 0597 - 33 14 72 | 06 - 22 90 94 79 | fax 0597 - 33 15 27
www.orgelmakerij.nl | [email protected]

2 3HET ORGEL 2012 | nummer 5

Orgelbewerkingen van Vi

Geert Bierling Van maandag 8 oktober tot en
met zondag 14 oktober 2012 vindt de vierde
editie plaats van de ROtterdamse orgelDAgen.
Deze keer met als festivalthema: VENEZIA!
Muziek wordt uitgevoerd die geklonken heeft in
en rondom de San Marco, aan het hof in een van
de grote stadspaleizen – de Palazzi Veneziani
– of in een van de weeshuizen die bekend ston-
den om hun hoogstaande muzikale opleiding.
RODA-Artist-in-residence is Antonio Vivaldi
(1678-1741). Zijn twaalf vioolconcerten opus 3,
L’Estro Armonico, die driehonderd jaar geleden
in Amsterdam uitgegeven werden door de mu-
ziekdrukker Estienne Roger, klinken tijdens het
festival als transcriptie voor 1, 2, en 4 orgels. In
een driedaagse masterclass ‘De Italiaanse Bach’
worden de transcripties bestudeerd die Johann
Sebastian Bach maakte van concerti van Vivaldi
en collega’s, evenals zijn originele orgelwerken
‘in gusto Italiano’. In dit artikel belicht ik enkele
onderwerpen die tijdens de masterclass aan bod
komen.

Antonio Vivaldi, schilderij uit 1723.
Collectie: Museo internazionale e biblioteca della musica (Bologna)

2 4 HET ORGEL 2012 | nummer 5

DE MUZIEK

ivaldi's L' Estro Armonico

As long as there are creative musicians who can improve
and imagine backgrounds and settings,

the art of transcription will remain timeless
(Earl Wilde)

De rode draad in het RODA-festivalprogramma 2012 is Vivaldi’s bun- zijn traktaat Beschütztes Orchestre in het hoofstuk over instrumentale
del L’Estro Armonico (Opus 3), wat vrij vertaald ‘harmonische inspira- muziek dat het goed mogelijk is om deze muziek ook op een klavier-
tie en aansporing’ betekent. instrument uit te voeren. Mattheson was daar zelf getuige van toen
Deze bundel, bestaande uit twaalf concerten voor 1,2 en 4 soloviolen hij een paar jaar voor de uitgave van zijn boek in 1717 in Holland
en strijkers, werd na publicatie in 1711 in korte tijd ongekend populair een concert bijwoonde van ‘de beroemde maar blinde organist van
in geheel Europa, zowel bij de ‘kenners’ als bij de ‘liefhebbers’. Dat de Nieuwe Kerk aan de Dam in Amsterdam mijnheer De Graaf, die in
kwam mede doordat deze concerten gedrukt en uitgegeven waren mijn tegenwoordigheid de allernieuwste Italiaanse concerten, sonates
door de in Amsterdam gevestigde muziekuitgever Estienne Roger. voor 3 en 4 stemmen, uit het hoofd kende en met buitgewone trefze-
Deze uit Frankrijk gevluchte hugenoot kwam na de opheffing van het kerheid op zijn wondermooie orgel vertolkte.’
Edict van Nantes in 1686 naar Nederland en vestigde zich als drukker
in Amsterdam. Hij wist zich met zijn modern ingerichte muziekuitge- Het grote aantal orgel- en clavecimbelbewerkingen van Bach die over-
verij, die in de buurt van de Nieuwe Kerk gevestigd was, en door zijn geleverd zijn, heeft in de negentiende eeuw menig Bach-biograaf en
internationaal netwerk van agenten een monopoliepositie te verwer- -wetenschapper hoofdbrekens gekost. Zijn bewerkingen werden door
ven op de Europese muziekmarkt . hen niet als serieuze klaviermuziek gezien. Johann Nikolaus Forkel,
Bachs eerste biograaf, schrijft dat het bewerken van andermans in-
TWAALF ORGELCONCERTEN strumentale concerten vooral nuttig was voor Bach om ‘de manier te
Vijf concerten uit Vivaldi’s opus 3 werden kort na hun publicatie door bestuderen waarop de muzikale gedachten op papier waren gebracht,
Johann Sebastian Bach bewerkt voor klavier, toen hij als hoforganist de verhoudingen daartussen, de toonsoortwisselingen en nog vele
en kamermusicus werkte te Weimar: de nummers 3 , 9 en 12 voor andere dingen meer.’ Een op het eerste gezicht logische verklaring:
clavecimbel (BWV 978, 972 & 976) en de nummers 8 en 11 voor bewerken van Italiaanse orkestmuziek als voorbereiding op het com-
orgel (BWV 593 & 596). Bach werd geïnspireerd tot het maken van poneren van werken in deze stijl. Maar het is dan wel bijzonder dat
deze bewerkingen door het bezoek van Johann Ernst IV von Sachsen- Bach om dat doel te bereiken vooraf zo’n groot aantal oefenstukken
Weimar aan Nederland. Deze jonge prins, die in de periode februari heeft moeten produceren, zoals Forkel beweert.
1711-maart 1713 in Nederland verbleef en studeerde aan de univer- Een overtuigender verklaring zou de volgende kunnen zijn: Johann
siteit van Utrecht, bracht aan het einde van zijn studiereis een bezoek Ernst werd bij thuiskomst van zijn studiereis geconfronteerd met een
aan Amsterdam en hoorde daar stadsorganist Jacob de Graaf in de hoogoplopende familieruzie. Als pesterij verbood Hertog Willem
Nieuwe Kerk. Deze speelde zoals hij dat vaker deed transcripties van Ernst zijn neefje gebruik te maken van het hoforkest. Niet kunnen
in Amsterdam gedrukte Italiaanse concerten en sonaten op het prach- beschikken over dit orkest betekende voor de jonge prins aantasting
tige stadsorgel. van zijn vorstelijke waardigheid en werd opgevat als een grote verne-
Johann Ernst bezocht tijdens dat bezoek aan de stad ook uitgeve- dering. Johann Ernst bedacht een creatieve oplossing om ondanks dit
rij Estienne Roger om de nieuwste Franse en Italiaanse partituren verbod van zijn oom toch de in die tijd zeer geliefde Italiaanse concer-
te kopen, waaronder ook Vivaldi’s opus 3. Teruggekomen van zijn ten uit te voeren, door aan hoforganist Bach en zijn compositieleraar
‘vormingsreis’ in Sachsen-Weimar vertelde Johann Ernst aan Johann Walther opdracht te geven deze orkestmuziek dan maar te bewerken
Gottfried Walther, die de prins compositieles gaf, en aan zijn vriend en te spelen op orgel en clavecimbel. Op deze manier kon in hun hof-
Johann Sebastian Bach over zijn ontmoeting met organist Jacob de kerk en paleis wel muziek ‘in gusto Italiano’ blijven klinken.1)
Graaf. Diens vertolking van Italiaanse muziek op het grote Schonat-
Hagerbeer-orgel had grote indruk op hem gemaakt. En hij was niet 1) Deze geschiedenis is door Rob van der Hilst op de hem bekende wijze beeldend
de enige: Johann Mattheson, Duits musicus en theoreticus, schrijft in en uitgebreid beschreven in Een Engel uit de hemel - driehonderd jaar Bach in

2 5HET ORGEL 2012 | nummer 5

Jan Goeree (1670-1731), De Nieuwe Kerk, van binnen, naar't Westen, te zien. 5, 6 en 7 zijn geen Bach-bewerkingen bekend. In opdracht van het
Ets/kopergravure, 27,8 × 17,3 cm. Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden RODA-festival 2012 maakte ik van deze zes Vivaldi-concerten nieuwe
bewerkingen voor 1,2 en 4 orgels, alsmede voor concertant orgel en
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd: er zijn tegenwoordig nog strijkers.
zo’n veertig orgel- en clavecimbel-transcripties bekend die in deze pe- Wie de moeite neemt Bachs klaviertranscripties van concerten te be-
riode aan het hof in Weimar zijn ontstaan. Het is zeer aannemelijk studeren die hij maakte in zijn Weimar-periode – zeventien voor cla-
dat Walther en Bach meer klaviertranscripties hebben geschreven, vecimbel (BWV 972-987 en 592a) en vijf voor orgel (592-596), waar-
maar dat de partituren verloren zijn gegaan of wellicht nog liggen te van BWV 952 en BWV 595 zowel voor clavecimbel als voor orgel
wachten om herontdekt te worden. Van de jonge prins, zelf ook ver- met pedaal zijn geschreven – moet concluderen dat ze van een hoge
dienstelijk amateurcomponist, werd door Bach ook een aantal orkest- artistieke en speeltechnische kwaliteit zijn.
partituren voor orgel en clavecimbel bewerkt (BWV 592a, BWV 592 Dit geldt overigens ook voor een aantal concerto-bewerkingen die
en BWV 595). Walther maakte. Het Concerto in b naar Vivaldi’s Concerto in e (RV
Nog een concert uit Vivaldi’s opus 3 werd door Bach bewerkt, het 275) voor viool en strijkers is daar een goed voorbeeld van. Maar in
Tiende in b voor vier violen, strijkers en basso continuo. Het werd het algemeen zijn Walthers orgelbewerkingen in vergelijking met die
door hem jaren later rond 1730 bewerkt, niet voor orgel of clavecim- van Bach soberder in de uitwerking. Aangenomen wordt dat sommige
belsolo, maar voor vier clavecimbels en strijkers.2) Van de overige zes bewerkingen van Walther reeds voor de jaren 1713-1714 zijn ont-
concerten uit Vivaldi’s opus 3 L’Estro Armonico, de nummers 1, 2, 4, staan.
De door Bach bewerkte concerten zijn gecomponeerd door de
Nederland (Amsterdam 2000) 59-78. Venetianen Vivaldi, Torelli, Alessandro en Benedetto Marcello en door
de in Italiaanse stijl componerende Duitsers Telemann en de talent-
2) De bewerking van het opus 3 Concerto nr.10 is niet het resultaat van een ‘een- volle prins Johann Ernst von Sachsen-Weimar. Van drie composities is
malige actie’. Bach bewerkte in de jaren 1730 en daarna op grote schaal viool- en tot op heden de componist onbekend.
hoboconcerten van eigen hand voor clavecimbel en strijkers. Deze arrangementen
voerde hij uit met zijn Collegium Musicum in het Leipziger Kaffeehaus van Zim- NEGEN BASISREGELS
mermann. Helaas is er in de achttiende eeuw geen Duitstalige methode versche-
nen waarin het maken én uitvoeren van klavierbewerkingen van de
2 6 HET ORGEL 2012 | nummer 5 toen in de mode zijnde Italiaanse ‘Orchestre und Cammermusic’ van
a tot z wordt uiteengezet. Ook beschikken we niet over één of meer
schriftelijke documenten waarin het bewerken van instrumentale
composities voor orgel of clavecimbel uitvoerig wordt beschreven.
Om inzicht te krijgen in de werkwijze van het arrangeren en om die
werkmethode vervolgens te kunnen beschrijven, moet een metho-
dische vergelijking plaatsvinden van de tot ons beschikbaar staande
klaviertranscripties van Bach, Walther en collega’s uit hun directe om-
geving.3)
Na dit vergelijk is het mogelijk de onderstaande negen basisregels op
te stellen als handreiking voor de arrangerende organist en clavecinist.
(Deze regels zullen tijdens de Rotterdamse Orgeldagen in de master-
class uitvoerig behandeld worden.)

• Regel 1
De klavieromvang van veel barokorgels en clavecimbels gaat van C
tot en met c3. Omdat de hoogste noten van de strijkerspartijen van
instrumentale composities vaak boven c3 uitkomen, kunnen die niet
zonder meer op klavierinstrumenten met een omvang van vier okta-
ven worden uitgevoerd. Het is noodzakelijk de te bewerken partituur
één of meer noten naar beneden te transponeren.

3) Ik heb me sinds mijn aanstelling als stadsorganist van Rotterdam in 1996 in-
tensief beziggehouden met het uitvoeren en maken van barokke en symfonische
orgelarrangementen. De laatste jaren richt ik me op een specifiek onderdeel hier-
van: de klavierbewerkingen uit de achttiende eeuw, die van Bach in het bijzonder
met als doel een arrangeermethode te schrijven voor organisten en clavecinisten
in de geest van in de achttiende eeuw uitgegeven Duitse viool-, klavier- en fluit-
methoden. Een soort ‘Versuch über die Wahre Art’, waarin beschreven wordt hoe
je ‘Orchestre und Cammermusic’ kunt bewerken voor orgel en clavecimbel.

een of meerdere tonen naar beneden te transponeren.

Notenvoorbeeld 1a: Vivaldi, Concerto in e (RV 275 ) Notenvoorbeeld 2b: Bach, Concerto in d (BWV 596) voor orgel
voor viool, strijkers en basso continuo, eerste deel: maat 1 & 2 derde deel: maat 3 & 4

Notenvoorbeeld 1b: Walther, Concerto in b voor orgel naar Vivaldi’s Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565)
eerste deel: maat 1 & 2 naar Vivaldi’s Concerto in e (RV 275)
De hoge vioolnoot d3 in maat 4 kan niet op orgel worden uitgevoerd
De orgelbewerking is getransponeerd omdat de vioolpartij in het laat- vanwege de klavieromvang van vier oktaven. Bach schrijft een a2.
ste deel van dit concerto een paar keer boven c3 uitkomt. Om de hoog- Deze wijziging verloopt ‘geruisloos’ omdat deze past in de harmonie
ste viooltoon e3 op orgel te kunnen spelen had Walther het Concerto en in de stijl van de solopartij.
van e kl.t. een grote terts naar beneden kunnen transponeren naar c
kleine terts. Het karakter van deze mineur toonsoort met drie mollen • Regel 3
is zo anders dan dat van die met kruisen dat gekozen is voor een toon- Het kan voorkomen dat gedurende een groot aantal maten de te
soort die daar dicht bij in de buurt komt: b-mineur. bewerken solopartij van de viool, hobo of violoncello niet op orgel
Door het origineel een kwart lager te noteren wordt de zit aan de uitgevoerd kan worden met de handen of de voeten omdat de kla-
speeltafel voor de organist ook iets comfortabeler. Of dit ook een re- vieromvang dit niet toelaat. Door deze passages een oktaaf lager te
den is geweest voor Walther om het concerto een kwart naar beneden spelen en te registreren met een 4 voets register zijn ze wel uitvoer-
te transponeren weten we niet, maar de soloviool-partij komt op die baar op orgel en klinken ze in de originele ligging.
manier letterlijk binnen handbereik voor de organist. Dat is in ieder
geval mooi meegenomen. Notenvoorbeeld 3a: Vivaldi, Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565)
voor twee violen, violoncello, strijkers en basso continuo
• Regel 2 eerste deel: maat 1-3
Het kan voorkomen dat in sommige passages van de viool-, hobo- of
violoncello-partij slechts een paar hoge noten niet gespeeld kunnen
worden met de handen of de voeten omdat de klavieromvang dit niet
toelaat. Transponeren van de gehele compositie is dan geen nood-
zaak. De niet uitvoerbare noten moeten dan herschreven worden.

Notenvoorbeeld 2a : Vivaldi, Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565) Notenvoorbeeld 3b: Bach, Concerto in d (BWV 596) voor orgel
voor twee violen, violoncello, strijkers en basso continuo eerste deel: maat 1-3
derde deel: maat 3 & 4
naar Vivaldi’s Concerto in d opus 3 no 11 (RV 565)

Vindingrijk is de oplossing voor het spelen van de herhaling van de
laagste toon d’ in de partij van de twee soloviolen. Het spelen van
deze noten op orgel wordt naarmate het stuk vordert steeds lastiger
vanwege de per maat groter wordende afstand. Bach laat de onmis-
bare d1-noten niet spelen door de handen, maar noteert ze voor de
rechtervoet om uit te voeren op het pedaal.

• Regel 4
Soms is het oktaveren ook noodzakelijk bij het bewerken van solopar-
tijen van een dubbelconcert. Bijvoorbeeld wanneer de twee solopar-
tijen op hetzelfde manuaal worden gespeeld en een herhaling plaats-

2 7HET ORGEL 2012 | nummer 5

vindt van een motief dat zachter of sterker moet klinken zonder dat er
geregistreerd hoeft te worden.

Notenvoorbeeld 4a: Vivaldi, Concerto in a, opus 3 no 8 (RV 522)
voor twee violen, violoncello, strijkers en basso continuo
tweede deel: maat 31-34

Notenvoorbeeld 4b: Bach, Concerto in a (BWV 593) voor orgel Notenvoorbeeld 6b: Bach, Concerto in d (BWV 974) voor clavecimbel
tweede deel: maat 31-34 tweede deel: maat 27-29 naar Marcello’s Concerto in d

naar Vivaldi’s Concerto in a, opus 3 no 8 (RV 522) • Regel 7
Een instrumentale compositie wordt bewerkt naar de aard van het
In dit geval schreef Bach niet het herhaalde motief van de solostem- toetsinstrument. Dat betekent bijvoorbeeld dat de violoncello-partij
men uit maat 31 een oktaaf lager, maar de in maat 32 begeleidende van een concerto of sonate op verschillende manieren kan worden ge-
stem. Om het echo-effect nog beter te laten horen wordt de tertsbe- noteerd: bewerkt voor orgel geldt dat de pedaalpartij uitgevoerd door
weging van de solostemmen in maat 31 in maat 32 vervangen door twee voeten ritmisch minder beweeglijk kan zijn dan de violoncello-
een beweging in parallelle sexten. partij.
De baspartij voor het clavecimbel wordt uitgevoerd door de linker-
• Regel 5 hand en kan daardoor veel beweeglijker zijn. Sprongen in de violon-
Bij middendelen van instrumentale concerten waarbij de solist wordt cello-partij of rusten kunnen worden opgevuld met snel passagespel.
begeleid door twee violen en een altviool die een eenvoudige har-
monie spelen zonder de basinstrumenten, kunnen de begeleidende
stemmen op het klavierinstrument worden herschreven tot een meer
polyfone partij. In sommige gevallen kan zelfs een extra stem worden
toegevoegd.

Notenvoorbeeld 5a: Vivaldi, Concerto in G, opus 7 no 8 (RV 299)
voor viool, strijkers en basso continuo, tweede deel: maat 1-3

Notenvoorbeeld 5b: Bach, Concerto in G (BWV 973) voor clavecimbel
tweede deel: maat 1-3l naar Vivaldi’s Concerto in G, opus 7 no 8 (RV 299)

• Regel 6
De te bewerken solopartij van een concerto of sonate kan volgens de
regels van de goede smaak op klavier worden uitgevoerd met toevoe-
ging van genoteerde en geïmproviseerde versieringen.

Notenvoorbeeld 6a: Alessandro Marcello, Concerto in d voor hobo, strijkers en Notenvoorbeeld 7a: Vivaldi, Concerto in E, opus 3 nr. 12 (RV 265)
basso continuo, tweede deel: maat 27-29 voor viool, strijkers en basso continuo – derde deel: maat 1-5

2 8 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Notenvoorbeeld 7b: Bach, Concerto in C (BWV 976) voor clavecimbel
derde deel: maat 1-4 naar Vivaldi’s Concerto in E RV 265

De originele partituur in E is als bewerking een grote terts lager ge-
noteerd in C. Daarnaast is er snel passagespel in de bas op de plekken
waar Vivaldi rusten schrijft

• Regel 8
De te bewerken partij moet in veel gevallen aangepast worden aan
de speeltechnische mogelijkheden van het betreffende klavierinstru-
ment. Uiteraard wordt het realiseren van deze aanpassing in hoge
mate bepaald door de speeltechniek van de uitvoerder.

Notenvoorbeeld 8a: Vivaldi, Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565) De Nieuwe Kerk te Amsterdam | Foto archief Het Orgel.
voor twee violen, violoncello, strijkers en basso continuo
laatste deel: maat 71-73

Notenvoorbeeld 8b: Bach, Concerto in d (BWV 596) voor orgel Notenvoorbeeld 9a: Vivaldi, Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565)
laatste deel: maat 71-73 voor twee violen, violoncello, strijkers en basso continuo
eerste deel: maat 19-21
naar Vivaldi’s Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565)
Notenvoorbeeld 9b: Bach, Concerto in d BWV 596 voor orgel
Snelle toonrepetities in het klein en groot oktaaf zouden op orgel niet eerste deel: maat 20-22
het gewenste resultaat hebben gehad. De windtoevoer naar de pij-
pen zou door de snelle akkoordherhalingen zeer ontregeld worden. naar Vivaldi’s Concerto in d, opus 3 no 11 (RV 565)
Daarom zijn de lage strijkerspartijen door Bach vervangen door snelle
glissando figuren voor de linkerhand. Het effect is fantastisch en heeft 2 9HET ORGEL 2012 | nummer 5
een overrompelende en opzwepende uitwerking op het publiek én de
speler.

• Regel 9
Het registreren van bewerkte instrumentale muziek op orgel vereist
vakmanschap. Het moet op zo’n manier gebeuren dat het originele
werk als transcriptie goed uit de verf komt en dat het registreren des
orgels is - naar de aard van het instrument waarop gespeeld wordt.

J.L.van den Heuvel

Orgelbouw BV

Amstelwijckweg 44
3316 BB Dordrecht

tel.: 078 6179540
e-mail: [email protected]
website: www.vandenheuvel-orgelbouw.nl

nieuwbouw en restauratie
onderhoud en stemmen
gebruikte orgels en opslag

orgelmakerij

Bakker Timmenga b.v.

Er zijn orgels…. én er bestaan Kleine Kerkstraat 25
orgels van Steendam. 8911 DL Leeuwarden

Jarenlang vakmanschap en liefde voor het vak (058) 212 96 87
laten de kwaliteit van onze handgemaakte orgels www.bakker-timmenga.nl
tot grote hoogten stijgen. De Steendamorgels
worden tot 9 meter hoogte in eigen atelier afge- Zuidbroek Hervormde Kerk
bouwd, dus het plaatsen en afmonteren in uw H.H. Freytag – F.C. Snitger 1795
kerk gaat veel sneller en bezorgt aanmerkelijk
minder overlast. En… het is op die manier nog Restauratie 2006-2007
een stuk voordeliger ook! Duurzame, eersteklas
materialen en een doordachte constructie geven
elk Steendamorgel precies die kwaliteit en
draagkrachtige toon, waar u naar zoekt.
Op maat gemaakt en exact volgens uw wensen.
Wij hebben een coöperatieve samenwerking met
een team ervaren Tsjechische orgelbouwers.
Onze orgels zijn in heel Nederland en in diverse
buurlanden te vinden.
Tevens hebben wij tweedehands orgels die
aangepast kunnen worden aan uw situatie.
Wij geven zelfs 15 jaar garantie. Een orgel van
Steendam klinkt naar een nadere kennismaking.
Belt u ons voor een geheel vrijblijvende afspraak
of kijk op onze uitgebreide website.

www.orgelmakerijsteendam.nl
Westerdijkstraat 21, 9983 PR Roodeschool
tel. 0595-412261

3 0 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Zowel Bachs registratie-aanwijzingen als de manier van bewerken van proberen hier letterlijk ‘spelenderwijs’ in samenwerking met de deel-
de orkestpartituur zijn hier zeer bijzonder. De beweeglijke violoncello- nemers en de drie orgelspelende masters – Leo Van Doeselaar, Geert
partij wordt door de linkerhand gespeeld. Op pedaal wordt de violone- Bierling en Bernard Winsemius – achter te komen. De volgende orgel-
partij gespeeld. Deze partij staat een oktaaf hoger genoteerd, maar werken van Bach met een overduidelijke violistische ‘touch’ worden
klinkt met de vanaf het begin voorgeschreven Principal 8 voet en het in behandeld : Toccata, Adagio en Fuga in C BWV 564, Toccata in d BWV
maat 21 toevoegde 32 voets register precies zoals de baspartij klinkt in 565, Vioolfuga in d BWV 539, Pastorale BWV 590, Fantasie in g BWV
het orkest. De basso continuo-partij het wordt gespeeld met de rech- 542/1, Dorische Toccata BWV 538 en Triosonate nr.6 in G BWV 530.
terhand in 4 voetsligging. De registratiewijzigingen zijn zo genoteerd Degenen die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn kunnen zich voor de
dat de organist dit zelf tijdens het spelen kan doen. masterclass ‘De Italiaanse Bach’, die op 8, 9 en 10 oktober 2012 wordt
(In dit deel corresponderen vanaf maat 10 de maatcijfers niet meer gegeven, aanmelden als deelnemer of toehoorder via www.rotterdam-
omdat Bach in de orgelbewerking voor maat 11 een extra maat heeft seorgeldagen.nl.
geschreven.)
Geraadpleegde bronen
Organisten met een violistische touch - Vincent C.K. Chung, Bach the transcriber: His Organconcertos after
Naast het bewerken van Italiaanse ‘Orchestre und Cammermusic’ was Vivaldi. Geraadpleegd via internet:
het componeren voor orgel en clavecimbel in Italiaanse stijl in Bachs http://web.mit.edu/ckcheung/www/MusicalWritings_files/Essay13_
tijd een ware rage. Het componeren en uitvoeren van orgelmuziek en BachVivaldiTrans_webversion.pdf
instrumentale muziek in de zogenaamde Italiaanse concertostijl, zoals - Pippa Drumond, The German Concerto – Five eigteenth century studies
door Bach en zijn collega’s gebezigd, roept de vraag op welke uitvoe- (Oxford 1980).
ringsregels in acht genomen moeten worden. Kort gezegd: kan of moet - Frederico Garcia, The nature of Bach’s Italian Concerto BWV 971 (March
een concerto op orgel net zo uitgevoerd worden als de musici dat doen 2004). Geraadpleegd via internet:
in hun (barok)orkest? Zo nee, waarom moet/hoeft dit niet? http://www.fedegarcia.net/writings/bwv971.pdf
Zo ja, en dit antwoord lijkt aannemelijker, geldt dit dan ook voor de - Philip Hii, ‘Bach’s Method of Transcription’, Soundboard 17 (Spring
uitvoering van originele orgelwerken die geschreven zijn in die zoge- 1990) 28-33.
naamde Italiaanse concerto-stijl? - Robert Hill, ‘Johann Sebastians’s Toccata in G Major BWV 916/1:
Tijdens de masterclass op de RODA-dagen wordt onderzocht op welke A Reception of Guiseppe Torelli’s Ritornello Concerto Form’, in: Karl
manier de speelstijl op barok-strijkinstrumenten na te bootsen is op het Heller und Hans-Joachim Schulze (ed.) Das Frühwerk Johann Sebastian
orgel.Violiste Antoinette Lohmann en violonespeler Maggie Urquhart Bachs (Kolloquium, 11.-13. September 1990 / veranst. vom Institut für
Musikwissenschaft der Universität Rostock) (Studiopunkt Verlag 1995).
- Klaus Hofmann, ‘Zum Bearbeitungsverfahren in Bachs Weimarer
Concerti nach Vivaldis Ëstro Armonico op.3’, in: Karl Heller und Hans-
Joachim Schulze (ed.), Das Frühwerk Johann Sebastian Bachs. (Kolloquium
veranstaltet vom Institut für Musikwissenschaft der Universität Rostock
am 11.-13. September 1990) (Studiopunkt Verlag 1995).
- Hans-Joachim Schulze, ‘Bach’s Concerto-arrangements for Organ -
studies or commissioned works?’, Organ Yearbook III (1972) 4-13.
- Hans-Joachim Schulze, Studien zur Bach-Überlieferung im 18.
Jahrhunderd (Leipzig-Dresden 1984) 146-171.
- Russel Stinson (ed.), Keyboard Transcriptions from the Bach Circle (A-R
1992).

Orgelbewerkingen
L'Estro Armonico van Antonio Vivaldi

door Geert Bierling

Zes concerten uit L'Estro Armonico (opus 3) van AntonioVivladi
zijn door Geert Bierling voor orgel bewerkt voor uitvoering
tijdens het RODA-festival 2012. Deze orgeltranscripties zullen
te zijner tijd worden uitgegeven.
Om alvast een indruk te krijgen zijn twee delen uit opus 3 als
pdf te downloaden:
- Het eerste deel uit het Concerto nr. 1 (RV 549)
- Het middendeel uit het Concerto nr. 6 (RV 356)

kijk op:
www.rotterdamseorgeldagen.nl/downloads

3 1HET ORGEL 2012 | nummer 5

Paul Goussot wint het
improvisatieconcours

Hans Koenders, bestuursvoorzitter van de Stichting Internationaal Orgelconcours, spreekt winnaar Paul Goussot toe | Foto: Dick Sanderman

3 2 HET ORGEL 2012 | nummer 5

DE GALERIJ

Haarlem 2012

Dick Sanderman De negenenveertigste editie van het Internationaal Improvisatieconcours Haarlem is gewonnen
door de Fransman Paul Goussot, vaste bespeler van het historische Dom Bédos-orgel van de abdijkerk Sainte-Croix
in Bordeaux. Acht deelnemers uit Frankrijk, Nederland, Polen en de Verenigde Staten presenteerden zich tijdens twee
voorrondes. Op het Müller-orgel van de Grote- of St. Bavokerk improviseerden zij op maandag 16 juli over het oud-
Vlaamse lied ‘Daer staat een clooster in Oostenrijc’. De tweede ronde werd gehouden in de Haarlemse Philharmonie.
De opdracht was een novum in de geschiedenis van het concours: de deelnemers moesten improviseren aan de hand
van een speciaal voor dit doel door Johan Luijmes en Ferdi van Heeswijk gemaakte film van anderhalve minuut.

De jury, bestaande uit Naji Hakim, Joost Langeveld, Lionel Rogg, daten moeite hadden om ze correct voor te spelen, deze keer was het
Wolfgang Seifen en Klaas de Vries, wees de Franse organisten Paul materiaal zeer bruikbaar, alle ruimte biedend aan de creativiteit van
Goussot (1984) en Noël Hazebroucq (1979) en de Poolse Edyta de speler.
Müller (1979) als finalisten aan. Voor de drie Nederlanders (Jacob
Lekkerkerker, Geerten Liefting en Wouter van der Wilt) was geen KANDIDAAT 1
finaleplaats weggelegd. Was de vorige finale een interland tussen Als eerste speelde Noël Hazebroucq, organist van de Église réformée
Frankrijk en Duitsland, nu ging het duel tussen Frankrijk en Polen – des Batignolles in Parijs en docent aan twee conservatoria. In Parijs
hoewel de Poolse deelneemster in Duitsland speelt, zoals dat bij voet- won hij de Grand Prix d’improvisation ‘Pierre Cochereau’ 2004.
ballers ook het geval kan zijn. Zijn improvisatie viel uiteen in drie delen. Eerst klonken de themaregels
één voor één in het pedaal met een tweevoets fluit, op de manualen
Het themamatisch materiaal voor de finale bestond uit 34 hele noten. omspeeld met hoge fluitregisters. In het tweede deel creëerde hij
Componist Peter Planyavsky noteerde daarbij: ‘The improvisator is vervreemde klanken door tamelijk traditionele akkoorden te spelen
entirely free to determine the nature of the improvisation. Any sug- met halfopen registers. Tot slot klonk een Bretonse farandole over
gestion of form, for example a hymn tune, is not intended. It is for the de eerste themaregel, met slappe harmonieën en een daverend
performer to decide.’ [De improvisator is geheel vrij om de aard van majeurakkoord als afsluiting. Hazebroucq gebruikte de thema’s wel,
de improvisatie te bepalen. Geen enkele suggestie van vorm, bijvoor- maar maakte er geen eenheid van: het leek een ratjetoe van ideeën.
beeld een koraalmelodie, is bedoeld. De keuze is aan de speler.] Toen hij tijdens het juryberaad werd geïnterviewd door Hans Fidom,
De deelnemers ontvingen dit thema een uur voor aanvang. Potlood en vertelde Hazebrouck dat hij bij deze improvisatie een verhaal in
papier vormden de enige uitrusting ter voorbereiding. De improvisatie gedachten had. ’t Ging over konijntjes, er gebeurden enge dingen,
mocht maximaal tien minuten duren. De notenreeks was op het pro- maar het verhaal kende wel een happy end. Hij had ook niet de
grammablad verdeeld over vijf notenbalken. Bij het voorspelen van pretentie om een stilistische eenheid te realiseren, de diversiteit aan
het thema fraseerden alle deelnemers regel voor regel, alsof het een stijlen was een bewuste keuze. Toen Fidom hem vroeg waarom zijn
koraal betrof; de beide Fransen speelden de vier noten in het laatste improvisatie zo anders klonk dan die van de juryleden tijdens de
systeem alsof die het staartje van de voorgaande regel vormden. vorige avond, antwoordde Hazebroucq nuchter: ‘Heel simpel, omdat
Waren de thema’s in het verleden soms zo ingewikkeld dat de kandi- ik de jury niet ben: ik ben gewoon mezelf.’

3 3HET ORGEL 2012 | nummer 5

Het verrassende Jacques Stinkens
alternatief Orgelpijpenmakers B.V. - sinds 1914

Specialisten op het gebied van import, Labialen - Tongwerken
restauratie, verkoop en onderhoud van
historische, Engelse kerk- en kabinet- Uw persoonlijke wensen
orgels. zijn bij ons in goede handen
Door hun dragende bas en zangrijke
boventoonopbouw zijn deze orgels Bedrijvenpark "Seyst"
zeer geschikt voor o.a. begeleiding Woudenbergseweg 19 E-1
van gemeentezang.
Onze filosofie is ambachtelijke 3707 HW Zeist
restauratie met respect voor de Tel. 0343 491 122
historiciteit van het instrument Fax 0343 493 400
gebaseerd op voortdurend
onderzoek. [email protected]
www.stinkens.nl
F.R. Feenstra
orgelrestaurateur

Hoofdstraat 31, 9861 AA Grootegast
Telefoon (0594) 61 25 85
www.frfeenstra.nl

3 4 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Het thema van Peter Planyavski waarover de drie finalisten improviseerden V.l.n.r. Paul Goussot, Edyta Müller en Noël Hazebroucq | Foto: Cor van Gastel

KANDIDAAT 2 van een solo vol barokke guirlandes, kwamen aan het eind terug, en
Vervolgens hoorden we Edyta Müller, kerkmusicus in Boostedt daarmee was de cirkel gesloten. Geen gedoe met halfopen registers,
(Schleswig-Holstein). Zij studeerde onder meer bij Pieter van Dijk aan het was misschien niet vernieuwend en zo, maar hier werd wel op
de Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. De Poolse had in de niveau geïmproviseerd. Even dacht ik aan de oude Reincken, die in
beide voorrondes vooral veel mechaniekgeweld, clusters en half open 1720 al verzuchtte: ‘Ich dachte, diese Kunst wäre gestorben; ich sehe
registers gebruikt: haar verkiezing tot finaliste wekte bij menigeen aber, daß sie in Ihnen noch lebet.’
nogal wat verbazing. Ook het feit dat er uit de acht deelnemers
maar drie finalisten waren geselecteerd, veroorzaakte het nodige Dat Goussot als winnaar werd aangewezen, verraste mij niet. Deze
gemompel en gemopper. Kennelijk was de jury niet erg enthousiast keer was het publiek het met de jury eens: de publieksprijs ging
over het niveau van de voorrondes, anders had men toch wel een eveneens naar Goussot.
vierde finalist kunnen aanwijzen. De verrichtingen van de deelnemers In het verleden gebeurde het wel dat de juryvoorzitter een toelichting
waren voor het publiek zichtbaar op grote beeldschermen; de jury gaf bij de besluitvorming. Dat heb ik nu echt gemist: we hoorden
zag deze beelden uiteraard niet. Müller zat lekker te spelen, keek wie de winnaar was – en dat was het dan: de bar ging open, in de
nauwelijks naar het thematisch materiaal – en zo klonk het ook: deze wandelgangen werd nog volop nagepraat, maar een motivatie bij het
improvisatie had zij desnoods ook kunnen spelen zónder het thema. juryoordeel kregen we niet.
We hoorden weer halfopen registers en clusters. Sfeer was er zeker,
eenheid van idioom was er ook, maar waar was het thema? Tijdens Voor ’t eerst was het improvisatieconcours zodanig gepland dat het
het juryberaad werd ook Müller geïnterviewd. Hans Fidom vroeg haar, samenviel met de zomeracademie en de jong-talentklas. Deelnemers
een beetje suggestief: ‘Tijdens het juryconcert waren de improvisaties aan deze cursussen, afkomstig uit twintig verschillende landen,
tamelijk traditioneel, om niet te zeggen historisch. Jouw improvisatie konden zodoende ook het concours meemaken. Een goede gedachte.
klonk heel anders. Welke ontwikkeling is er gaande?’ Waarop Edyta Toch was het tijdens de finale niet drukker dan voorgaande jaren, ik
Müller heel enthousiast antwoordde dat we toch echt moeten zoeken had zelfs het idee dat er deze keer minder bezoekers waren. Eerder
naar nieuwe klanken. Nu had Müller haar publiek al drie avonden lang in diezelfde week verzorgden Jacques van Oortmerssen en Ton
getrakteerd op halfopen registers en clusters. Maar halfopen registers Koopman in de Bavo een Bach-concert, waar maar liefst duizend
en clusters, is dat niet heel erg 1980? man op afkwam! Niettemin blijft ook het improvisatieconcours een
happening die je niet mag missen: reden genoeg om nu al uit te zien
KANDIDAAT 3 naar de vijftigste editie in 2014.
De derde finalist, Paul Goussot, studeerde onder meer bij Olivier Latry,
Thierry Escaich en Philippe Lefebvre. Hij zette een improvisatie neer 3 5HET ORGEL 2012 | nummer 5
met een goede opbouw en een consistent themagebruik. Registraties
waren niet altijd in balans, een belangrijke solo op de Cornet van
het Rugwerk werd overstemd door een te luide begeleiding. De
themaregels 1 en 3 waren veelvuldig te horen als melodisch materiaal,
de vierde regel leverde het materiaal voor de begeleiding. ’t Werd
spannend tijdens een extatische climax naar het volle werk, gevolgd
door een diminuendo. Door alle clusters heen bleef de tonaliteit van
d mineur waarneembaar, een knap staaltje van materiaalbeheersing.
De donkere klanken waarmee Goussot begonnen was, als begeleiding

COLUMN

Stelling: ‘De orgelwereld moet verbinding zoeken met
de hedendaagse populaire muziekcultuur’

Negatief imago
Ooit was het orgel de koningin van de muziekinstrumenten. Nu niet meer. Velen lijken moeite te hebben met het instrument, ook kerkmensen:
orgelmuziek wordt als saai en zwaar ervaren.
Ik kan hier geen diepgravende analyse geven waarom de waardering voor de orgelcultuur afneemt; algemene culturele, kerkelijke en sociale
veranderingsprocessen liggen er aan ten grondslag. De opkomst van de popcultuur en de invloed van de media zijn daarbij niet te onderschatten
grootheden.
Voor de tijdschriften Het Orgel en de Orgelvriend zou dit gegeven aandachtspunt nummer 1 moeten zijn, maar tot mijn verbazing lees ik er maar
zelden iets over. Ik zie daar een levendige orgelcultuur, die in contrast staat tot bovenstaande constateringen.
Toch vermoed ik dat orgelliefhebbers zich geregeld zorgen maken. Maar zodra er weer orgel gespeeld wordt, er orgels gebouwd worden, er
geschreven wordt en er vakgenoten ontmoet worden, wint de passie het van sombere gedachten over de toekomst.
Ik denk dat we ons hoofd niet in het zand kunnen blijven steken. Er wordt weliswaar nog steeds veel gemeenschapsgeld besteed aan de instand-
houding van ons orgelbezit, maar blijft dit in de toekomst ook zo?

Massacultuur versus authentieke uitvoeringspraktijk
Gelukkig worden er de laatste jaren hoopvolle initiatieven ontplooid: projecten voor kinderen, andere aankleding van concerten en ook combi-
naties met andere kunstdisciplines. Veel van deze projecten hebben een wat elitair karakter, ‘hogere kunst’. Niks mis mee, prima zelfs. Maar is er
daarnaast niet meer nodig?
De orgelcultuur – zeker in Nederland – houdt zich verre van de massacultuur van de populaire muziek en heeft altijd geheel eigen weg bewan-
deld: de weg van verantwoorde uitvoeringspraktijk, de weg van zich zorgvuldig verdiepen in authentieke uitvoeringswijzen, de weg van terug-
restaureren naar oorspronkelijke situaties van orgels, de weg van repertoirekeuze aangepast aan het juiste orgeltype. Deze wegen zijn allemaal
nauwgezet en met veel zorg en toewijding bewandeld. Voor de insiders uiterst boeiend, maar voor buitenstaanders niet altijd gemakkelijk te
bevatten.
Heeft de afnemende populariteit van het pijporgel er vooral ook niet mee te maken dat de kloof steeds groter wordt tussen enerzijds wat er op
orgels klinkt en anderszijds de muziek waar de moderne mens mee opgroeit? Op orgels klinkt vooral klassieke muziek, op scholen worden van-
daag de dag de klassieke stijlen nog maar nauwelijks onderwezen en ook op muzieklessen verliest klassiek snel terrein aan pop.

Pop en jazz op orgel
Opmerkelijk is het verschil met de piano. Dat eveneens klassieke instrument heeft weinig aan populariteit ingeboet. Pianoleraren kennen vaak
nog wachtlijsten, orgeldocenten al lang niet meer. Naar mijn inschatting wordt dit mede bepaald door het feit dat de piano – naast haar klassieke
rol – volop gebruikt wordt in de popcultuur.

Veel organisten moesten (moeten?) niets hebben van popmuziek en hielden zich daar verre van. Jazz, daar zat nog wat in, maar pop, nee. Laat
staan dat het in je opkwam om popmuziek op orgel te spelen; dat staat mijlenver af van een verantwoorde uitvoering van een werk van Buxte-
hude.
In het buitenland lijkt de scheidslijn tussen lichte muziek en orgel minder groot. Er zijn diverse organisten die zich met gemak in beide genres
bewegen, ook op het orgel. In Duitsland zijn er jazz-orgelconcoursen, je kunt jazz-improvisatie op orgel studeren en er wordt muziek uitgegeven
in pop-stijlen.

3 6 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Inmiddels klinkt ook Nederland zo nu en dan jazz op orgel, o.a. pianist
Bert van den Brink demonstreert op aanstekelijke wijze hoe spannend
dit kan zijn.

De laatste jaren heb ik zelf voorzichtig een aantal experimenten in die
richting gedaan: ik speelde de ‘Mozart Changes’ van Zolt Gárdonyi
op concerten en ik programmeerde ‘Pop-Stücke’ van Michael Schütz,
naast gedegen klassieke literatuur. Het orgelpubliek reageerde opval-
lend enthousiast; men ervoer het als verfrissend. Speel ik deze werken
een keer in een kerkdienst, dan kan ik ook daar steevast rekenen op
veel positieve reacties, vooral ook van mensen die doorgaans niets
van orgel moeten hebben. Nu ineens blijkt het pijporgel wel gewaar-
deerd te worden.

Deze ervaringen maken dat ik denk dat de orgelcultuur er bij gebaat
is dat we vaker aansluiting zoeken bij de popcultuur. Niet om Bach,
Frank en Messiaen niet meer te spelen. Juist wel! Maar er is een bredere basis nodig om dit moois op termijn in stand te houden en nieuw publiek
aan het orgel te binden. De stap naar Buxtehude in één keer is voor velen te groot.

Daarom stel ik voor om geregeld eens Sting, Elton John of Adele op toeristenconcerten te laten klinken. En een keer samenspelen met Trijntje
Oosterhuis, Wende Snijders of Candy Dulfer lijkt me ook geen slecht plan.
En laten we ook geregeld muziek spelen van Zolt Gárdonyi, Michael Schütz, Ad Wammes of Paul Ayres, orgelmuziek die in meer of mindere mate
gebruik maakt van elementen uit de popmuziek.

O ja, laten kerkorganisten vooral ook niet weigeren opwekkingsliederen te spelen met als argument dat dat niet op het orgel zou kunnen. Natuur-
lijk kan ons orgel zelfs dat! Het automatisme waarmee dit type liederen wordt gedelegeerd naar piano of band is de meest slechte reclame voor
het orgel. Een bevestiging van het stereotiepe beeld dat het orgel alleen voor oude muziek is…

Of we op deze manier het tij kunnen keren?
Ik ben er niet zeker van, maar we kunnen ons niet permitteren kansen onbenut laten om een nieuwe generatie aan het orgel te binden.

WIETSE MEINARDI

Reageren / meediscussiëren? Ga naar: www.hetorgel.nl

3 7HET ORGEL 2012 | nummer 5

ORGELBOUWNIEUWS

BEETSTERZWAAG, DORPSKERK waarbij er onder andere een nieuwe verwarming is geplaatst.
Het orgel in deze kerk is gebouwd in 1856 door L. van Dam & Zonen
De huidige kerk van Beetsterzwaag is gebouwd in 1803-1804 en ge- te Leeuwarden. Het orgel kreeg tien stemmen, drie werktuiglijke re-
plaatst op de fundering van de vorige, middeleeuwse kerk, die in 1803 gisters, één klavier en een aangehangen pedaal. Het contract met Van
is afgebroken. Zerken van de oude vloer zijn blijven liggen omdat ze Dam is bewaard gebleven. Het lofwerk is gemaakt van ‘fijn Riga’s
de grafkelder afdekken van de familie Van Fockens, nadien geërfd greenehout zonder spint of kwasten, zuiver en diep uitgesneden.’
door de familie Van Teyens. Van de inrichting uit de middeleeuwse De frontpijpen zijn gemaakt ‘van zuivere staven Engels lamstin’ met
kerk zijn de zeventiende-eeuwse preekstoel, het achttiende-eeuwse ‘niet meer dan een tiende deel lood.’ Het metaal van de binnenpijpen
doophek, een koperen kaarsenkroon en waarschijnlijk ook de kope- bestaat uit ‘2/3 zuiver Spaansch lood bij 1/3 Engelsch tin.’ Ook het
ren blakers en kandelaars overgenomen in de nieuwe kerk. De klok schilderwerk is bij de aanneemprijs inbegrepen en wordt ‘zuiver en fijn
uit 1793 is eveneens bewaard gebleven. Rouwborden van de twee ge- bewerkt door een bekwame hand.’ Het instrument wordt geplaatst op
noemde families uit de oude kerk hangen nu in de kerk van Nuis (bij een speciaal hiervoor uitgebreide galerij.
Leek). Een gedenksteen die herinnert aan de nieuwbouw in 1803 is in Het orgel heeft ƒ 2.450 gekost en de kerkelijke inwijding vond plaats
de torenwand tegen de kerk boven de binnendeur gemetseld. op zondag 7 september 1856. Het inspelingsconcert op dezelfde dag
In 1967 is de kerk intensief gerestaureerd. De negentiende-eeuwse werd gegeven door organist Richeus Regnerus Elgersma Frank, die
banken zijn toen vervangen door olijfgroen geschilderde open banken van 1847 tot zijn dood in 1858 organist geweest is van de Grote- of
en dito houten armstoelen. Het oude doophek is deels herplaatst. Ook Jacobijnerkerk te Leeuwarden.
de grafkelder van de families Fockens en Van Teyens is toen hersteld.
De laatste restauratie van de kerk heeft plaatsgevonden in 2001,

Dispositie orgel Protestantse Dorpskerk te Beetsterzwaag

De registervolgorde is volgens de opstelling van de pijpen op de windlade vanaf het front. Het metalen pijpwerk heeft een legering
van tweederde deel lood en éénderde deel tin. De frontpijpen en de Viola di Gamba zijn vrijwel geheel van tin. De metalen pijpen
zijn tot aan ca. tweevoets lengte voorzien van stemkrullen of van twee stemlappen naast elkaar; de rest is op lengte afgesneden. Al
het pijpwerk is origineel van 1856.

Manuaal C-g3 D-h1 in het front, Engels tin; C en Cis binnen, afgevoerd; overige op de lade, orgelmetaal; wijde mensuur
Praestant 8’
Bourdon 16’ C-d eiken, deels afgevoerd; dis-g3 metaal
Viola di Gamba 8’
Roerfluit 8’ c-g3 tin; C-H gecombineerd met de Roerfluit
Octaaf 4’
Quintfluit 3’ C-H eiken, afgevoerd; c- g3 metaal, roergedekt
Octaaf 2’
Fluit d’Amour 4’ metaal
Cornet D 3 sterk
Trompet B/D 8’ C-g gedekt, overige cilindrisch open, wijde mensuur

metaal

C-e gedekt, overige cilindrisch open, zeer wijde mensuur

c1 2²/3 2 13/5

C-Fis als Fagot met wijde cilindrische bekers, G- g3 trechtervormig als Trompet; stevels grenen, koppen

eiken;in de bas kelen van eiken (één geheel met de kop);discant messing kelen;groot octaaf grotendeels

beleerd

Pedaal C-g
Aangehangen

Werktuiglijke registers
Tremulant (inliggend)
Afsluiting
Windlosser
Muët (loze knop)

Magazijnbalg met schepbalgen en handpompinstallatie onderin het orgel
toonhoogte: a1 = 440 Hz bij 180 C
winddruk: 61 mm Wk
stemming: evenredig zwevend

3 8 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Foto: Friesch Dagblad een windmotor geplaatst. De oude windlosser, afsluiter en inliggende
tremulant zijn weggenomen; de oude registerknoppen ervan bleven
Het keuringsrapport vermeldt dat ‘genoemd orgel in alle deelen zóó gehandhaafd. Een nieuwe pneumatische tremulant is op een andere
bevonden is, als in het bestek daarvoor gemaakt, was voorgeschreven plaats gemonteerd. De bekerhanger van de Trompet is vernieuwd.
(…) de zuivere afwerking van al het werktuigelijke als toongevende, De windlade, de mechanieken en het handklavier zijn gerestaureerd.
het inwendige zoowel als het uitwendige, kortom alles wat tot het Hierbij werden onder andere de pulpeten vervangen door leren schijf-
Orgel behoort, getuigd dat de Heeren van Dam eerste meesters en jes.
ware kunstenaars in hun vak zijn.’ Het pedaalklavier is in moderne stijl vernieuwd, waarbij de oude de-
Het instrument is geschonken door douairière C.J.M. Baronesse van ling en omvang van C-g gehandhaafd is. Tevens vond er een herinto-
Lynden (geboren Van Borcharen) ter gedachtenis aan haar in 1851 natie plaats.
overleden dochter Ypkjen Hillegonda Luden, geboren baronesse van In 1968, een jaar na de kerkrestauratie, maakte Flentrop het orgel
Lynden. Een koperen gedenkplaat onder het orgel getuigt van deze schoon en voerde de orgelmaker tevens herstelwerkzaamheden uit.
schenking. Enkele houten pijpen worden hierbij opnieuw verlijmd. De orgelkast
Het orgel is in de jaren 1857-1895 bij de firma Van Dam in onderhoud werd bij deze gelegenheid geloogd en opnieuw geschilderd: het front
geweest. In deze jaren was er jaarlijks een onderhoudsbeurt voor ge- geschilderd in een effen witte kleur, de achterzijde in licht grijs, het
middeld zestien gulden. snijwerk donker met goudaccenten of geheel met bladgoud. De pila-
In 1896 voerde Van Dam het eerste grootonderhoud aan het instru- ren werden wit gemarmerd, evenals de onderslagbalk die overgaat in
ment uit. Het orgel werd daarbij geheel ontleed, schoongemaakt, al- de aangrenzende galerijen.
geheel hersteld en geherintoneerd. De frontpijpen zijn hierbij opnieuw In 1975 zijn de frontpijpen gerepareerd en veertien houten pijpen op-
gepolijst. nieuw verlijmd.
Rond 1900 werd tussen de claviatuur, gesitueerd aan de achterzijde, De meest recente kerkrestauratie heeft plaatsgevonden in 2001. In dit
en de achtermuur een beschermende wand gemaakt als tochtwering. jaar werd Flentrop wederom benaderd om het orgel schoon te maken
Orgelmakerij Van Dam had tot 1927 het instrument in onderhoud. en kleine herstelwerkzaamheden uit te voeren.
Vanaf dat jaar tot 1950 is orgelmakerij Vaas & Bron verantwoordelijk In het jaar 2004 werd de Commissie Orgelzaken(COZ) van de PKN
voor het onderhoud. Orgelmakerij D.A. Flentrop heeft vanaf 1950 tot gevraagd de problemen met het orgel in kaart te brengen. Namens
op heden het instrument in onderhoud. de COZ schreef adviseur Stef Tuinstra een basisadvies. Tuinstra werd
Flentrop restaureerde in de jaren 1950-1951 het instrument, waarbij in 2005 tot adviseur benoemd. Uiteindelijk kon in 2010 gestart wor-
de magazijnbalg met hefboom vervangen is door een zakbalg. Ook is den met de restauratie, waarbij Wim Diepenhorst als adviseur op-
trad namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Art Decor uit
Heerenveen nam het kleurenonderzoek en de kleurrestauratie voor
zijn rekening. De elektra werd verzorgd door de fa. Van der Velde uit
Gorredijk. De algehele leiding gedurende de restauratie was in handen
van orgelmakerij Flentrop Orgelmakerij BV uit Zaandam. De totale
kosten werden geschat op € 153.000.
De orgelkast werd hersteld, evenals de krimpnaden. De tussenwand
achter de claviatuur is verwijderd en een nieuwe verhoogde clavia-
tuurvloer naar maatvoering naar Van Dam is aangebracht.
De registernamen op het oude bord zijn bijgewerkt. Het ivoren kla-
vierbeleg van 1951 verkeerde in een goede conditie en bleef gehand-
haafd. Het pedaalklavier werd nieuw gemaakt naar het model van
Van Dam-orgels uit dezelfde bouwperiode. De register- en speelme-
chaniek is geheel hersteld, waarbij de invoering van 1951 deels werd
gehandhaafd.
De windvoorziening werd geheel gereconstrueerd: een nieuwe maga-
zijnbalg met scheppers, balgzwaard en windzicht, en een deels nieuwe
windkanalisatie werd gemaakt in Van Dam-factuur. Een nieuwe wind-
motor in een nieuwe dempkist en regulering kreeg onder in het orgel
een plaats naast de balg. Delen van de oorspronkelijke windkanalen

3 9HET ORGEL 2012 | nummer 5

werden nagezien en opnieuw beleerd. Foto: Hans van Amersfoort
De windladen werden geheel ontleed, schoongemaakt, opnieuw ver-
lijmd en beleerd, waarbij ter bescherming tegen extra uitdrogings- de firma Vermeulen uit Alkmaar voor naast een schoonmaakbeurt,
schade een compleet leerbed over het cancellenraam werd gelijmd. vervanging van de keilbalgjes en wijziging van de samenstelling van
Extra viltringen zijn aangebracht voor een bestendige sleepafregeling. de Mixtuur, ook een aantal dispositiewijzigingen door te voeren. De
Het pijpwerk werd schoongemaakt, het front gepoetst en de labia op- Viola di Gamba 8’ van het Hoofdwerk zou vervangen moeten worden
nieuw verguld. Het houten pijpwerk werd opnieuw verlijmd. De vele door een Quint 3’ en de Salicionaal 8’ van het Zwelwerk door een
beschadigingen van het metalen pijpwerk zijn hersteld. Sesquialter 2 sterk. Deze wijzigingen werden doorgevoerd.
Het pijpwerk is na 1856 iets ingekort, zodat de huidige toonhoogte Onder advies van Ton van Eck werd het orgel in 1996 deels hersteld
iets hoger is dan in het jaar van oplevering. door Adema’s Kerkorgelbouw (Antoine Schreurs). Daarbij werd de
oorspronkelijke dispositie gereconstrueerd door twee strijkers, Viola
Een tweelinginstrument van het orgel in Beetsterzwaag staat in de di Gamba 8’ en Salicionaal 8’, in passende factuur uit voorraad te
Hervormde Kerk van Hitzum (1855). In Hitzum werd een zijkantbe- plaatsen. In 2007 was opnieuw restauratie nodig, omdat het orgel,
speling gemaakt, in Beetsterzwaag werd de klassieke methode van de waarin veel zachthout verwerkt is, door houtworm aangetast was
tweede generatie Van Dam nog weer toegepast, namelijk een bespe- en omdat de circa 1.000 keilbalgjes in de laden vernieuwd dienden te
ling aan de achterkant. Het pijpenveld middenonder is geïnspireerd worden. Tevens was de pneumatische speeltafel aan restauratie toe.
op het front dat de orgelmaker J.C. Scheuer in 1852 te Holwerd had De financiering voor een nieuwe, algehele restauratie kwam bin-
gemaakt. De ornamentiek is wel iets verschillend ten opzichte van nen bereik toen het orgel, dat inmiddels toegevoegd was aan de re-
Hitzum, mede als gevolg van de verschillende hoogteverhoudingen dengevende omschrijving van het kerkgebouw in het register van
van beide kerken. Rijksmonumenten, in aanmerking kwam voor subsidie in het kader
Het instrument is op 25 februari 2011 in gebruik genomen. van de Rrwr2008. Voorwaarde voor de subsidieverlening was wel dat
HENK DE VRIES de parochie zelf de gelijktijdige restauratie van de speeltafel zou be-
talen.
Bronnen: Rapport en mededelingen Stef Tuinstra; Stef Tuinstra, De opdracht voor restauratie werd gegeven aan Adema’s
‘Geschiedeniskroniek’ uit Programma ter gelegenheid van de inge- Kerkorgelbouw te Hillegom. In 2010 werd het instrument gede-
bruikneming van het gerestaureerde Van Dam-orgel in de Protestantse monteerd en overgebracht naar de werkplaats van de orgelbouwer.
Dorpskerk te Beetsterzwaag; en Het Historische Orgel, deel 1850-1858 Doordat in het kader van de Rrwr2007 en Rrwr2008 de orgelbouwer
(Amsterdam 2002) 275-276, 235-237. geconfronteerd werd met veel opdrachten, liep de restauratie van het
orgel uit Blauwhuis vertraging op. Eind 2011 werd het orgel weer ge-
BLAUWHUIS, ST.-VITUSKERK monteerd en in maart 2012 vond de intonatie plaats.
De rooms-katholieke St.-Vituskerk te Blauwhuis, gebouwd in Bij de restauratie zijn de kassen in- en uitwendig gereinigd en opnieuw
Rijnlandse romano-gotische stijl naar een ontwerp van P.J.H. Cuypers,
verving in 1870 een kerkgebouw uit 1785 dat te klein was geworden
vanwege een sterke toename van het aantal gelovigen. In deze kerk
– de eerste van Cuypers voor een Friese parochie – werd het twee-
klaviers orgel van een onbekende bouwer geplaatst dat sinds 1804 in
het voormalige kerkgebouw stond. Orgelmaker Ypma uit Bolsward
kreeg in 1871 opdracht het instrument te ‘vermaken en vernieuwen’,
waarbij onbekend is welke werkzaamheden hij precies uitvoerde.
Ypma had het orgel in onderhoud tot 1890. In de jaren negentig van
de negentiende eeuw werd het orgel vervangen door een harmonium.

In 1923 werd een nieuw orgel besteld bij de firma Gebr. Rohlfing uit
Osnabrück (D), die in Nederland vooral tussen 1920 en 1926 orgels le-
verde, met name aan gereformeerde kerken in Groningen en Friesland.
Het kerkbestuur van de Vituskerk werd op de Duitse orgelbouwer
geattendeerd door de Zuidbroekse firma Holtman & Leemhuis, die
fungeerde als Rohlfing-vertegenwoordiger in Nederland. Duitse or-
gelbouwers wisten in de twintiger jaren de Nederlandse markt te ver-
overen vanwege de enorme inflatie van de Duitse mark in 1923, waar-
door hun orgels voor Nederlandse begrippen erg goedkoop werden.
Het tweeklaviers pneumatische orgel in de Vituskerk, het Opus 201
van Rohlfing, kostte 7.800 gulden en werd op 16 december 1924 in
gebruik genomen door organist Jony Ponten uit Groningen.
Het orgel bleef tot begin jaren vijftig ongewijzigd. In juni 1952 stel-

4 0 HET ORGEL 2012 | nummer 5

in de was gezet. Wegens ruimtegebrek was de windmachine tot aan vervangen. De circa 1 centimeter lange loodconducten tussen de
de restauratie gesitueerd boven de (zak)balg. Daardoor kon het geluid koppelapparaten waren alle ernstig gecorrodeerd door het looizuur
niet naar behoren gedempt worden. Bij de restauratie zijn daarom de uit het eiken van de koppelkasten. Ze zijn derhalve vervangen door
poten van de stelling van de balg zover verlengd dat de windmachine mahonie doorvoerlijsten, die met papier zijn beplakt zodat het geheel
(inclusief de dempkist) eronder geplaatst kon worden. De windladen altijd demontabel blijft.
zijn geheel winddicht gemaakt en de keilvormige balgjes (Witzig- Ontbrekende porseleinen plaatjes zijn bijgemaakt en de in 1996 aan-
balgjes) zijn vervangen. De conducten zijn uit- en inwendig gereinigd gebracht plaatjes, die minder passend waren, zijn vervangen.
en waar nodig hersteld of vervangen. Tevens zijn de beide frontladen Het pijpwerk is zowel inwendig als uitwendig gereinigd en voor zo-
van een station voorzien. Dit was nodig omdat de capaciteit van de ver nodig hersteld. De oorspronkelijke samenstelling van de Mixtuur
wind uit de hoofdwerkladen te gering was, zodat de membranen die is hersteld. Daarbij werden 81 pijpen in stijl van de originele pijpen
de kegels van de frontladen moeten opheffen te traag reageerden. bijgemaakt ter vervanging van de pijpen die in 1952 geplaatst werden.
Deze constructiefout is met het aanbrengen van de stations verhol- Bij de restauratie was Rudi van Straten betrokken als orgeldeskundige
pen. van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ton van Eck trad op als
De speeltafel is geheel gedemonteerd en gereinigd. De apparatuur is adviseur namens de KKOR.
nagezien en de spermembranen van de koppelapparaten zijn integraal De ingebruikname vond plaats op zondag 13 mei 2012 tijdens een

Dispositie Rohlfing-orgel St.-Vituskerk te Blauwhuis

Hoofdwerk (Man. I, C-g3)

Prestant 8’ C-h1 zink, c2-g3 orgelmetaal, spits geritste bovenlabia en rond geritste onderlabia; Cis-fis in het front

met opgeworpen rondbooglabia en rolbaarden; C binnen en g-g3 op de lade

Bourdon 16’ C- h1 naaldhout, c2-f2 zink, fis2-g3 orgelmetaal

Flûte Harmonique 8’ C-H gedekt, naaldhout; c-g3 open, c-h1 naaldhout, c2-F zink, fis2-g3 orgelmetaal, c2-g3 overblazend

Viola di Gamba 8’ C-h zink, c1-g3 orgelmetaal; qua factuur, materiaal en mensuur overeenkomend register uit de bouwtijd

van het orgel; afkomstig van het Vermeulen-orgel uit de H.-Christophorus te Schagen

Octaaf 4’ C-h zink, c1-g3 orgelmetaal

Octaaf 2’ C-H zink, c-g3 orgelmetaal

Mixtuur 3 sterk C-H van het 1 1/3’-koor zink, overige pijpen orgelmetaal; gereconstrueerde oorspronkelijke

samenstelling:

C 11/3 1

c1 2 11/3 1

fl 2²/3 2 11/3
F 4 2²/3 2

Trompet harm. 8’ Duits model; zinken stevels en loden koppen; bekers C-f2 zink, fis2-g3 orgelmetaal, voorzien van deksels

met 4 gaten

Zwelwerk (Man. II, C-g3, lade C-g4)

Vioolprestant 8’ C-Dis gedekt, naaldhout, E-h1 zink, c2-g4 orgelmetaal

Holpyp 8’ C-h naaldhout, c1-f1 zink, fis1-g4 orgelmetaal; C-g3 gedekt, gis3-g4 open

Salicionaal 8’ C-H zink, c-g3 spotted metaal, gis3-g4 metaal; C-Dis gedekt, E-g4 open; qua factuur, materiaal en mensuur

overeenkomend register uit de bouwtijd van het orgel; afkomstig van het Vermeulen-orgel uit de H.-

Christophorus te Schagen

Voix céleste 8’ vanaf c; c-h1 zink, rolbaarden, c2-g4 metaal

Flute octaviant 4’ C-h hout, c1-f1 zink, fis-g4 metaal; gis3-g4 overblazend, ronde opsneden

Picolo 2’ conisch C-H zink, c-g3 metaal

Basson-Hobo 8’ Duits model; C-g3 tongwerkpijpen met zinken stevels, loden koppen en Duitse lepels en tongen;

C-h bassonpijpen, c1-g3 Hobopijpen met bovenaan divergerende bekers die aan de bovenzijde zijn

voorzien van deksels; gis3-g4 cilindrische labiaalpijpen met spitsgeritste bovenlabia en rondgeritste

onderlabia

Pedaal (C-d1) gedekt, naaldhout, rolbaarden
Subbas 16’ open, naaldhout, rolbaarden
Octaafbas 8’

Koppels & speelhulpen
Registerdrukkers: II-I, I-P, II-P, II-II 4’, II-I 4’, II-I 16’
Drukknopjes: Tremolo Holpyp met nulsteller, Pedaalomschakelaar met nulsteller, Generaal Crescendo met nulsteller, piano,
Mezzo-Forte, Forte, Tutti met nulsteller, Rolzweller (WaIze), Balanstrede voor de zwelkast van Man. II

toonhoogte: a1 = 435 Hz
winddruk: 100 mm Wk
stemming: evenredig zwevend

4 1HET ORGEL 2012 | nummer 5

plechtige eucharistieviering. Na afloop van de viering gaf Ton van Eck Het instrument in Burgwerd is geschonken door Klaas Grons, een
een concert. twintigjarige student van wie de ouders begraven liggen in het mid-
JAN SMELIK denpad in de kerk, onder het orgel. Klaas Grons zou het instrument op
zijn sterfbed, in 1734, aan de kerk gelegateerd hebben. Een tekstbord
Bronnen: Ton van Eck & Victor Timmer, Orgels in de rooms-katholie- in het midden van de balustrade vóór het orgel getuigt hiervan:
ke kerken te Blauwhuis. Uitgave ter gelegenheid van de restauratie van
het Rohlfing-orgel in de St.-Vituskerk te Blauwhuis (Blauwhuis 2012); De begeerte, van Klaas Grons, om dit Orgel te stichten wierdt
http://www.adema-kerkorgelbouw.nl; http://reliwiki.nl; http:// Door zijne moeder Ittje Buwalda, in’t jaar 1735 volbragt
www.sintvitusblauwhuis.nl. Anno 1714
klaas grons, die eed’le mensch is in dit jaar geboren
BURGWERD, HERVORMDE JOHANNESKERK DE EVANGELIST diens wil was in zijn tijd, dat men voor tempelkooren
De kerk van Burgwerd stamt waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. In
de zeventiende eeuw is de kerk geheel ommetseld en voorzien van dit speeltuig stichten zou, waarmee de zang zich paard;
grotere vensters. Kenmerkend is de gesloten, rechtopgaande toren. hij stierf helaas zo vroeg, slechts twintig maal verjaard.
Het orgel in deze kerk bevindt zich aan de westzijde, de torenkant,
van de kerk en is tussen 1735-1736 gemaakt door Johann Michael de moeder, die deez’ zoon met rechte liefd vereerde
Schwartzburg uit Leeuwarden. De orgelbouwer Johann Michaëll volbragt, met ware vreugd, het geen haar zoon begeerde.
Schwartzburg werd geboren in Thüringen en kwam naar Nederland
om daar Christian Müller behulpzaam te zijn bij de bouw van het god geef, dat dit geschenk dan lang dien lof verwekt,
orgel van de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden (1724-1727). die aan den gever dank, en god tot eer verstrekt.
Müller keerde na de voltooiing van dit orgel terug naar Amsterdam,
Schwartzburg bleef in Leeuwarden. In de volgende twintig jaar (hij Het instrument wordt op 24 juni 1736 in gebruik genomen en ge-
overleed in 1748) bouwde hij in Friesland vijf nieuwe orgels, waarvan keurd door Rynoldus Popma van Oevering uit Leeuwarden. Volgens
er nog vier bestaan; in volgorde van ontstaan: Wolvega, Burgwerd, de achttiende-eeuwse dispositieverzameling van N.A. Knock had het
Leeuwarden Waalse Kerk en Morra. orgel tien stemmen en luidde de Schwartzburg-dispositie als volgt:
Manuaal (C-c3): Prestant 8’, Prestant 8’ D, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Quint
3’, Octaaf 2’, Quintfluit 1½’, Mixtuur, Cornet , Trompet.
Register Sleutel, Afsluiting, Windlossing, Tremulant, Drie blaasbalgen

Dispositie Schwartzburg-orgel Johanneskerk de Evangelist te Burgwerd

Manuaal (C-c3)

Prestant 8’ 1736; frontpijpen met rond-gewreven labia, geen baarden

Prestant D 8’ 1736

Holpijp 8’ 1736; metaal, gedekt, baarden

Octaaf 4’ 1736

Quint 3’ 1736

Octaaf 2’ 1736

Quint Fluit 1 ½ 1736; C-b1 11/3, h1- c3 2²/3

Cornet D 3 sterk 1736; openfluit-mensuur

c1 4 2²/3 13/5

Mixtuur B/D 3 - 4 st. samenstelling:

C 11/3 1 ²/3

C 2 11/3 1

c1 2²/3 2 11/3 1
c2 4 2²/3 2 11/3

Trompet B/D 8’ 1736; grenen stevels, eiken koppen, metalen bekers (wijd in Discant); in Bas loodbeleg en
belering

Pedaal (C-d1)
aangehangen

Werktuiglijke registers
Tremulant
Windlosser

Magazijnbalg met schepbalgen
toonhoogte: a1 = 435 Hz bij 20° C
winddruk: 62 mm Wk
stemming: Vallotti

4 2 HET ORGEL 2012 | nummer 5

De negentiende-eeuwse dispositieverzameling van G.H. Broekhuyzen Foto: Maarten Rog
vermeldt niet alleen een andere dispositie, namelijk een ‘Sexqualter’ in
plaats van de Quintfluit, maar geeft ook als opbouw van de Mixtuur: enigszins verplaatst, zodat het nieuw te maken pijpwerk voor de kla-
4-5-6 st. (G.H. Broekhuyzen, Orgelbeschrijvingen, B45). vieruitbreiding op een kleine aanvullingslade kwam te staan tussen de
Vanaf de oplevering tot 1748 heeft orgelmaker Schwartzburg het hoofdwerklade en de lessenaar.
instrument in onderhoud. Hij heeft het orgel jaarlijks gestemd en in De dispositie in 1948 luidde:
1743 schoongemaakt. Schwartzburg heeft het orgel onderhouden tot
aan zijn dood. Hoofdwerk (C-f3) Nevenwerk (C-f3)
In de negentiende eeuw werd het instrument onregelmatig onderhou- Prestant 8’ Dd Prestant 4’
den, waardoor het in verval raakte en er grote reparaties nodig waren Holpijp 8’ Quintadena 8’
om het weer bespeelbaar te maken. Orgelmakers L.J. en J. van Dam uit Octaaf 4’ Roerfluit 4’
Leeuwarden voerden in 1822 herstelwerkzaamheden zoals te lezen is Fluit 4’ Nachthoorn 2’
op een tekstbord onder het hoofdgestel: Octaaf 2’ Ruispijp 2 st.
Mixtuur 2-3 st. Kromhoorn 8’
‘Dit orgel is in het jaar 1735 gemaakt door den orgelmaker Cornet 3 st.
M. Schweartzburg is met eenige vernieuwing uitgestrekt gerepareerd, Trompet 8’
door de orgelmakers L. en J. van Dam in den Jare 1822, onder
het bestuur der Kerkvoogden, J.J. Buwalda en R.P. Bijlsma.’ Pedaal (C-f1)
Subbas 16’
Deze werkzaamheden werden uitgevoerd voor ƒ 570, waarbij de Octaafbas 8’
Mixtuur plaatsmaakte voor een Fluit 4’. Het orgel wordt opnieuw be-
schilderd en beletterd door dhr. J. Bos. Vanaf 1862 had orgelmaker Koppelingen: Ped-I, Ped-II, I-II
W. Hardorff uit Leeuwarden het instrument in onderhoud; hij voerde
in dat jaar werkzaamheden uit aan de blaasbalgen. In 1877 ging het Samenstelling Mixtuur
onderhoud over op orgelmaker E.S. Ypma uit Bolsward. Hij voerde
onderhoudswerkzaamheden uit, maar het is niet bekend welke. C 11/3 1
Fa. Bakker & Timmenga was vanaf 1905 verantwoordelijk voor het
onderhoud, zoals blijkt uit een prijsopgave voor een onderhoudsbeurt. C 2 11/3
Het jaar daarop werden de blaasbalgen gerepareerd, evenals in 1911.
Toen de firma Bakker & Timmenga in 1918 herstelwerkzaamheden c1 22/3 2 11/3
uitvoerde, werd ook een nieuwe magazijnbalg geplaatst ter vervan-
ging van de drie spaanbalgen. De firma repareerde in 1932 het pe- c2 4 22/3 11/3
daalklavier.

In 1948 is het orgel ingrijpend gerestaureerd en uitgebreid. Hierbij
stonden de werkzaamheden onder toezicht en leiding van F.
Riemersma, organist in Ferwerd en veelvuldig werkzaam als orgelad-
viseur. Orgelmakerij Reil uit Heerde voerde deze opdracht uit.
Het instrument werd uitgebreid met een tweede manuaal (nevenwerk)
en een zelfstandig pedaal. Voor deze uitbreidingen had Riemersma be-
paald dat het nevenwerk zes registers kreeg en het pedaal twee. De
manuaalomvang werd uitgebreid tot f3. Het bestaande manuaal werd
verwijderd en vervangen door twee nieuwe manualen. Tevens wer-
den de toets- en registertractuur nieuw geconstrueerd, hetgeen mede
noodzakelijk was door de gewijzigde plaatsing van de registers.
De Prestant 8’D verloor zijn zelfstandigheid en ging deel uitmaken
van de doorlopende Prestant 8’, waardoor er een Prestant 8’ discant
dubbel ontstond. Er werd een nieuwe Mixtuur gemaakt, waarvan de
Quintfluit 1½ deel ging uitmaken; de deling bas-discant werd opgehe-
ven. Ook de Trompet 8’ verloor zijn halvering en werd één register.
Tevens werd het gehele pijpwerk schoongemaakt, en waar nodig op-
nieuw gesoldeerd en uitgedeukt. Het pijpwerk van het front werd met
zilverbrons bestoven, de labia werden bewerkt met goudbrons.
De windlade werd opgeschaafd en vernist; de ventielen en sleepba-
nen werden opnieuw beleerd. De windlade van het Hoofdwerk werd

4 3HET ORGEL 2012 | nummer 5

Samenstelling Ruispijp doorlopend tot f3
C 2 11/3

In 1997 worden de eerste stappen gezet om het instrument te restau-
reren. De kerkenraad benoemt Jan Jongepier als adviseur. Deze schrijft
in dat jaar een uitgebreid rapport, waarin hij concludeert dat de uit te
voeren restauratie dringend noodzakelijk is. Hij stelt voor om de situ-
atie van 1736 te handhaven en de uitbreiding van 1948 weg te nemen.
Uit het besluit van zijn conclusie in het restauratierapport is moge-
lijk af te leiden dat Jongepier er rekening mee hield dat kerkenraad en
organist(en) negatief zouden reageren op zijn plan:
‘Restauratie van het orgel van 1736 zal naar verwachting echter een
prachtig, levendig en muzikaal instrument opleveren. En wat de lite-
ratuur betreft: inmiddels is er zóveel muziek uitgegeven die op een
eenklaviers orgel gespeeld kan worden, dat een organist zich hiermee
een volledige ambtsperiode bezig kan houden!’

Het zal echter nog dertien jaren duren voordat een start gemaakt Foto: J. Feddema
wordt met het daadwerkelijk restaureren. In 2010 verkeerde het in-
strument in deplorabele toestand: het functioneerde nauwelijks nog. aantal frontpijpen, zijn weggenomen. Hierna kon ook de originele
Drie jaren eerder volgde Theo Jellema Jongepier op als adviseur. De toonhoogte vastgesteld en hersteld worden. Er is een nieuwe Mixtuur
meest recente restauratie werd uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw gemaakt, met deling in bas-discant. De in de Reil-mixtuur teruggevon-
BV uit Zaandam. den pijpen van de Quintfluit 1½’ wezen uit dat dit register van h1-c3 als
Tijdens deze restauratie is het rapport gehandhaafd dat Jongepier 22/3’ geklonken had. Deze situatie is hersteld. De Trompet is opnieuw
schreef in 1997 met als uitgangspunt de situatie van Schwartzburg en gehalveerd conform de oorspronkelijke situatie.
handhaving van de magazijnbalg uit 1918.
Doordat de orgelkast in de voorgaande restauraties en onderhouds- Het orgel is op vrijdag 1 juli 2011 in gebruik genomen. Hierbij was de
beurten nogal drastische veranderingen had ondergaan, werd beslo- restauratie van het schilderwerk nog niet afgerond. In de winter van
ten het orgel van Morra, een Schwartzburg-orgel waar nog veel van dat jaar is ook dat aspect voltooid.
de orgelkast nog in oorspronkelijke staat verkeert, als voorbeeld te HENK DE VRIES
nemen voor de aan te vullen onderdelen van het hout- en snijwerk.
Zo zijn de luiken/panelen van de achterwand vernieuwd, de register- Bronnen: Rapport en mededelingen Theo Jellema; Rapport Jan
gaten van 1948 opgevuld, en is het houtwerk van de lessenaar aan- Jongepier; Het Historische Orgel deel 1479-1725 (Amsterdam 1997)
gevuld. Daarnaast is er een nieuw paneel geplaatst onder de midden- 86-88.
toren.
Voor het nieuwe manuaal heeft het orgel van de Waalse Kerk in KLOOSTERBUREN, ST.-WILLIBRORDUSKERK
Leeuwarden als voorbeeld gediend. De bakstukken zijn gemaakt naar De rooms-katholieke statie in Kloosterburen werd opgericht in 1841
het voorbeeld van het Müller-orgel van Beverwijk, zoals ook bij de re- en in het daaropvolgende jaar nam zij haar eerste kerkgebouw in ge-
cente restauratie van het Leeuwarder Schwartzburg-orgel is gebeurd, bruik. In deze kerk plaatste Petrus van Oeckelen in 1846 een orgel
omdat er geen originele Schwartzburg-bakstukken meer bestaan. Als met acht stemmen. Nadat in 1869 een neogotische kruisbasiliek (ont-
voorbeeld voor de belettering dienden enige letter-resten op de or- werp van P.J.H. Cuypers) gebouwd was, verhuisde orgelmaker Roelf
gelkast. Meijer uit Veendam het instrument naar dit nieuwe gebouw. In 1890
De originele windlade bleek in extreem slechte toestand te verkeren. was het orgel in een dermate slechte staat dat het kerkbestuur besloot
Deze is daarom geheel gedemonteerd, gerestaureerd en daarna op- het te verkopen. Het instrument werd in 1891 aangekocht door de
nieuw gemonteerd. De windlade, in 1948 enigszins verplaatst, rust nu Afgescheiden Gereformeerde Gemeente te Stedum. De parochie van
op nieuwe liggers op de oorspronkelijke plaats. Er is een nieuwe kana- Kloosterburen had inmiddels een ‘Amerikaansch orgel’ gekocht.
lisering aangebracht, evenals een nieuwe motor in nieuwe dempkist. Begin jaren twintig van de twintigste eeuw werden plannen ontwik-
Ook de windlosser en tremulant zijn vernieuwd. keld voor de bouw van een nieuw orgel. Pater Caecilianus Huigens uit
Na zorgvuldige oriëntatie op Schwartzburg-voorbeelden is de mecha- Woerden werd als adviseur aangetrokken. Op de uitnodiging aan drie
niek nieuw aangelegd, hetgeen noodzakelijk was door de ingrepen orgelbouwers om een offerte te maken, reageerden Joseph Adema uit
van 1948. Het oorspronkelijke wellenbord met nokken en walsen is
hierbij behouden.
Het pijpwerk van Schwartzburg is respectvol behandeld door de or-
gelmakers die in de voorgaande eeuwen aan dit instrument gewerkt
hebben. De negentiende-eeuwse steminrichtingen, aanwezig bij een

4 4 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Dispositie Adema-orgel in de H.-Willibrorduskerk te Kloosterburen

Hoofdwerk (Man. I, C-g3) (opstelling van buiten naar binnen)

Bourdon 16’ C-h grenen, c1-g3 metaal, zijbaarden, geen bovenlabium

Prestant 8’ C, D, E binnen gekropt, Fis-dis1 front zink, e1-g3 op de lade metaal, expressions

Salicionaal 8’ C-H zink, C-F gekropt, c-g3 metaal, zijbaarden, expressions

Bourdon 8’ C-H grenen, c-g3 metaal, zijbaarden

Fluit 4’ C-g3 metaal, C-g3 gedekt, zijbaarden, gis2-g3 conisch open

Octaaf 4’ C-dis1 front zink, vanaf e op de lade, metaal t/m F expressions, fis2-h2 stemkrul, c3-g3 zonder

steminrichting

Mixtuur 2-4 sterk metaal, pijpen <1/4 voet op toon gesneden

Samenstelling:

C 2²/3 2

c 4 2²/3 2

c1 51/3 4 2²/3 2
Trompet 8’ Franse makelij. Stevels van tin, koppen van lood, bekers C-H zink, c-g3 metaal; C-H enkele kop met kraag,

c-g3 verzonken kop en Mnooe, Franse lepels en Bertounèche kelen.

Zwelwerk (Man II, C-g3)

Viola di Gamba 8’ C-H zink, c-g3 metaal, expressions, C-gis’ freins, a1-e3 schuine kastbaarden, f3-g3 zijbaarden

Dolce 8’ C-H zink, c-g3 metaal, expressions, C-c3 kastbaarden, cis3-g3 zijbaarden

Melotoon 8’ C-H zink, c-g3 metaal, expressions, C-gis1 freins, a1-e3 schuine kastbaarden, f3-g3 zijbaarden

Vox Coelestis 8’ c-g3 metaal,expressions, c-gis’ freins, a1-e3 schuine kastbaarden, f3-g3 zijbaarden

Holpyp 8’ C-H grenen, c-g3 metaal, zijbaarden

Flute harm. 4 C-g3 metaal, vanaf c1 overblazend

Piccolo 2’ C-g3 metaal, C-f1 expressions, fis’- h1 stemkrul, c2-g3 zonder steminrichting

Pedaal (C-f1) grenen
Subbas 16’ C-f gecombineerd met de Subbas 16’, fis-r grenen
Gedektbas 8’

Werktuigelijke registers
Registertuimelaars: Tremulant, I+II, P+I, P+II, I+II 16’, II+II 16’
Drukknoppen:
Aut. Pedaal, opl.
PP, P, MF, F, T, opl.
Vrije combinatie
Registercrescendo

Balanstrede zwelwerk, Trekker Zwelwerk
Balanstrede Registercrescendo, Trekker Registercrescendo, Scala Registercrescendo

tractuur: pneumatisch, kegelladen
toonhoogte: a1 = 435 Hz
winddruk Man I: 99 mm Wk
winddruk Man II: 88 mm Wk

Amsterdam en Th. Jos. Vermeulen te Alkmaar. In mei 1924 werd de Het Adema-orgel raakte steeds verder in verval, onder andere als ge-
opdracht gegund aan Adema. Hij bouwde een orgel volgens het pneu- volg van de kerkrestauratie in 1996. De sombere toekomst veranderde
matische kegelladensysteem, met zeventien stemmen, verdeeld over toen het instrument begin eenentwintigste eeuw werd bijgeschreven
hoofdmanuaal en zwelwerk. De inwijding en de officiële ingebruik- op de redengevende omschrijving van het kerkgebouw in het regis-
name van het orgel vonden plaats op zondag 9 augustus 1925. Het ter van Rijksmonumenten. Deze nieuwe status maakte het mogelijk
orgel werd daarbij bespeeld door pater Huigens. in het kader van de BRIM-regeling 2011-2016 subsidie aan te vragen
Ondanks voorstellen in de veertiger jaren om enkele grondstemmen voor de restauratie. Ton van Eck, die namens de KKOR als adviseur
te vervangen door aliquoten, bleef de dispositie ongewijzigd. Hubert optrad, maakte een restauratieplan. Rudi van Straten was als adviseur
Schreurs, die in 1943 het bedrijf van zijn oom Joseph had voortge- namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bij het project be-
zet, maakte in 1949 het orgel schoon en verrichtte onderhoudswerk- trokken. De opdracht voor de restauratie werd gegund aan Adema’s
zaamheden. Hij en vanaf 1979 zijn zoon Antoine hielden het orgel in Kerkorgelbouw te Hillegom.
onderhoud tot 1982. In dat jaar werd het onderhoudscontract opge- In oktober 2010 werd het instrument gedemonteerd en naar de
zegd: het orgel werd niet meer gebruikt omdat het zangkoor inmid- werkplaats getransporteerd. Alleen de stelling, de balgen en kana-
dels naar beneden was verhuisd en daar begeleid werd op een elek- len, de onderkas met de stijlen van het front en de speeltafel bleven
tronisch orgel. in Kloosterburen. Alle onderdelen werden zorgvuldig gereinigd en

4 5HET ORGEL 2012 | nummer 5

hersteld. De membraanlatten werden voorzien van nieuwe membra- Unico Allard het. In 1701 trouwde Unico Allard met Everdina Cornera
nen. Omdat het orgel nog steeds helemaal in originele staat verkeerde, van Berum en zij verbouwden het huis ingrijpend, waarbij de ingang
hoefden er geen onderdelen gereconstrueerd te worden. De later aan- naar het noorden werd verlegd en het huis een barokke symmetri-
gebrachte ‘huif’ rondom de speeltafel werd wel verwijderd. Een aantal sche indeling kreeg. De architect van deze verbouw was Allert Meijer.
beschadigde frontpijpen diende opnieuw gesoldeerd te worden, wat Voor het verfraaien van het interieur werden kunstenaars aangetrok-
ertoe leidde dat alle frontpijpen ontdaan moesten worden van de alu- ken: beeldsnijder Jan de Rijk maakt de imposante schoorsteenmantels
miniumbrons en vervolgens geschuurd en opnieuw gespoten moesten van barok houtsnijwerk, en Harmannus Collenius schilderde daarvoor
worden. mythologische voorstellingen. Ook een heel bijzonder staatsieledi-
In oktober 2011 werd het orgel weer gemonteerd, waarna Ronald van kant, gemaakt van gele Chinese zijdedamast, is bewaard gebleven.
Baekel het in januari 2012 opnieuw intoneerde. De oplevering was op De familie Alberda bewoonde de Menkemaborg als buitenhuis tot het
3 februari 2012. De heringebruikname vond plaats op vrijdag 11 mei. overlijden in 1902 van de laatste bewoner, Gerhard Alberda van Men-
Nadat het instrument ’s middags officieel aan de parochie was overge- kema en Dijksterhuis. In 1921 schonken zijn erfgenamen het landgoed
dragen, gaf adviseur Van Eck ’s avonds een concert. aan het Groninger Museum. Na restauratie van de tuin en de gebou-
JAN SMELIK wen werd de Menkemaborg in 1927 opengesteld voor bezoekers. In
1969 werd de Stichting Museum Menkemaborg opgericht voor het
Bronnen: Ton van Eck & Victor Timmer, Het Adema-orgel van de H. beheer en de exploitatie van het museum. Het grootste deel van de
Willibrorduskerk te Kloosterburen en de geschiedenis van de voorgan- aanwezige collectie is eigendom van het Groninger Museum.
gers van dit orgel (Kloosterburen 2012); www.adema-kerkorgelbouw.
nl; http://reliwiki.nl. Het kabinetorgel dat sinds 1935 in de Menkemaborg van Uithuizen
staat, is in 1777 gebouwd door de orgelmakers Jan Jacob Vool en
UITHUIZEN, MENKEMABORG Hermanus Adolphus Groet. Het instrument werd in 1935 als nieuw
De Menkemaborg is in oorsprong een uit de veertiende eeuw date- inventarisstuk voor de borg geschonken door het kerkbestuur van de
rend huis, een zogenaamd ‘steenhuis’, dat in de loop der tijd vergroot Doopsgezinde Gemeente te Zijldijk en zo eigendom van het Groninger
is. Over de familie Menkema is weinig bekend. In het begin van de Museum, de eigenaar van de Menkemaborg. In 1935 werd in de kerk
zeventiende eeuw vergrootte het echtpaar Clant het gebouw tot een van Zijldijk een nieuw orgel gebouwd door de fa. Spanjaard uit Am-
U-vormig huis met de ingang naar het oosten. In 1682 kocht Mello sterdam. Daardoor werd het kabinetorgel overbodig, het werd in de
Alberda het landgoed en na zijn overlijden in 1699 erfde zijn zoon Menkemaborg ondergebracht.
Om de mogelijkheden van een restauratie te onderzoeken, alsmede
DEN HERTOG MUZIEKNIEUWS een onderzoek te doen naar de herkomst van het instrument, werd in
- Inventio (1). Cor Ardesch, Bach-orgel, Grote Kerk, Dordrecht. o.a. Praeludium in 2004 Stef Tuinstra benoemd als adviseur.
e (Bruhns); Toccata in d, BuxWV 155 (Buxtehude); Praeludium, fuga en postludium Tuinstra beschrijft in zijn restauratierapport zijn hypothese met be-
in g (Böhm). cd MPD20071010 € 17,50 trekking tot de herkomst als volgt:
‘De omstandigheid dat een Amsterdams kabinetorgel helemaal in het
- Max Reger – Intégrale de l’oeuvre pour orgue (1). Jean-Baptiste Dupont, or- Groningerland terecht komt kan in dit geval met een redelijk plausi-
gue Magdeburg, Dom – Ulm, St. Georg (Allemagne) – Kaliningrad, Dom (Russie). bele hypothese worden gestaafd. Vermoedelijk is het orgel in 1776
o.a. Sechs Trios, op. 47; Drei Choralfantasien, op. 52; Phantasie und Fuge d-moll, door Sebo Hendriks (die in 1811 de naam Van Houten aannam) be-
op. 135b. 2cd HORT086 € 23,75 steld. Sebo Hendriks van Houten kocht in 1774 het huis Waarhoek te
’t Waar. Hij was de leider van de plaatselijke Mennisten gemeenschap
- Passacaglia. Matthias Havinga at the Martti Porthan organ in Kotka Church, en telg uit een eeuwenoude en vooraanstaande Doopsgezinde familie.
Finland. o.a. Introduktion und Passacaglia (Reger); Passacaglia (Welmers); Pas- S(iebe) van Houten nam met zijn broer in 1895 de houthandel Van
sacaglia in D minor (Kerll); Passacaglia from Lady Macbeth (Shostakovich); Pas- Houten van zijn moeder over. De zich nog altijd aan het Damster-
sacaglia and Fugue in C minor, BWV 582 (Bach). cd BR9269 € 8,00 diep te Groningen bevindende houthandel Van Houten stamt recht-
streeks af van Sebo Hendriks en diens zoon Hindrik Sebes van Hou-
- Gerben Mourik – Audite Nova (2). Nyborg, Vor Frue Kirke – Helsingborg, ten. Hindrik Sebes (koopman en korenmolenaar) en zijn vrouw Grietje
Gustav Adolfs Kyrka – Ringsted, Sct. Bendtskirke. Werken van Weyrauch, David, Derks Tonkens kregen in 1810 een zoon Derk, die het kabinetorgel in
Micheelsen, Distler, Genzmer, Widor, Post, Mendelssohn, Mudde en Reger. 1844 mogelijk liet verbouwen.
‘De oorspronkelijke dispositie is waarschijnlijk als volgt geweest:
cd TURE201208 € 18,50
‘Prestant discant 8’, Gedakt 8’, Fluit travers 8’ (v.a. c, C-H gecombi-
- Charles-Marie Widor – The Organ Symphonies (1). Joseph Nolan, The Cavail- neerd met Gedakt 8’), Prestant 4’ (front), Fluit 4’, Quint 3’, Octaaf 2’.
lé-Coll Organ of La Madeleine, Paris. Organ Symphony No. 5 in F minor, Op. 42/1; Werktuigelijke registers: Afsluiter, Ventiel (windlosser), Tremulant,
Organ Symphony No. 6 in G minor, Op. 42/2. cd SIGCD292 € 23,50 Toonhoogte: kamertoon, a1 = ca. 415 Hz’

Haarlemmer Orgelboek. Gemma Coebergh & Mark Heerink, Sint Josephkerk Tijdens zijn onderzoek in 2004 ontdekte Tuinstra een heel kleine
Haarlem. o.a. Preghiera (Andriessen); Offertorium (Raas); Pre- en postludium over aangebrachte inscriptie: ‘Verb 1844 H Fr’. Hierdoor konden allerlei
‘Halleluja’ - GvL 241 & 257 (Bartelink); Offertorium (Andriessen); Agnus Dei (Man-
neke); Postludium bij ‘O filii et filiae’ (Van Belle). cd TURE201207 € 18,50

- Freu dich sehr, o meine Seele. Psalm 42 – Orgelbewerkingen uit de rococo en de
romantiek geredigeerd door Henk Dubbink. Bewerkingen van Knecht, Junghanns,
Nicolai, Karg-Elert, Rinck, Derx, Kittel, Schumann, Beutler, Gradehand, Reger en
Zwart. 31 blz. gen. CAN451 € 13,45

- Dick Sanderman – Gebed II. 5 koraalbewerkingen in romantische stijl. Psalm
6, 54, 90, 121; Gebed des Heeren. 19 blz. bladmuziek CP6027 € 12,95

Elzenkade 6 - Bedr.terrein ‘Doornkade’ - Houten
Postbus 150 - 3990 DD Houten
Tel. (030) 634 66 87 - Fax. (030) 634 66 88
E-mail: [email protected] - www.hertog.nl

4 6 HET ORGEL 2012 | nummer 5

stijlkenmerken in het orgel, die duidelijk van Vool afweken, worden Foto: Otto Kalkhoven
herleid. Zo werd zichtbaar dat het huidige orgel in twee bouwfasen
tot stand was gekomen, respectievelijk in 1777 en 1844. Zo’n zeventig Werktuiglijke registers:
jaar na de bouw zal het orgel aan een grote restauratie toe geweest Afsluiter V
zijn. Het onderzoek aan het instrument heeft uitgewezen dat het Her- Tremulant V
man Eberhard Freytag (1796-1869) uit Groningen geweest moet zijn Ventiel (windlosser) N
die in 1844 deze restauratie heeft uitgevoerd.
H.E. Freytag was de laatste vertegenwoordiger van de zogenaamde Omvang manuaal C-f3 V/F
‘Schnitgerschool’, de rechtstreekse opvolgers van het bedrijf van de
beroemde Arp Schnitger. Herman Eberhards vader Heinrich Herman Omvang pedaal C-c (los afneembaar) N
was een virtuoos ambachtsman. Herman Eberhard is van kindsbeen af
al in het bedrijf van zijn vader gegroeid en heeft tot aan 1861 onder- Toonhoogte: kamertoon; a1 = ca. 415 Hz V
houdswerk en restauraties verricht en enkele nieuwe orgels gemaakt.
sFreytag gebruikte voor de zestienvoets discantstem het pijpwerk van Winddruk: ca. 50 mm V/F
de bestaande Fluit travers 8’ die vanaf c begon en schoof het register
een octaaf op. Hij voegde een nieuwe Fluit travers 8’ toe met nieuwe
eiken pijpen. Hij deelde alle registers in bas en discant. Voorts voegde
Freytag een Octaaf 8’ Bas en een wijde Fluit 4’ (‘Ligtfluit’) Discant toe.
De Octaaf 8’ bas werd op een aparte vervoerstok achter de achter-
wand opgesteld, waarbij de achterwand werd verwijderd en de pij-
pen zelf de achterwand vormden. De toegevoegde pijpen werden in
precies dezelfde stijl en in nauw aansluitende mensuren bijgemaakt.
Daarna moet Freytag het oude klavier hebben vermaakt tot een ba-
lansklavier dat in- en uitgeschoven kon worden, iets wat voorheen
niet kon. Doordat het klavier kon worden uitgeschoven, verbeterde
de zitpositie achter het orgel aanmerkelijk.
Ook maakte Freytag waarschijnlijk een één-octaafs pedaalklaviertje
(omvang C t/m c) en bevestigde dat aan het klavier, door middel van
aan de toets hangende abstracten, geplaatst in een geleider, met aan
de onderkant een klosje waarop de pedaaltoets gelegd werd.
Freytag restaureerde de windlade en paste deze aan aan de nieuwe
dispositie. Ook het pijpwerk werd hersteld. Hij repareerde sommige
houten pijpen met perkament en messing spijkertjes, goot ze van bin-
nen uit met lijm en schilderde daarna alle houten pijpen in een grijze
kleur met een dikke loodwitverf om de reparaties en de verschillen
tussen oud en nieuw minder zichtbaar te maken en om de pijpen goed
winddicht te krijgen. Vanwege de gedeelde ladeslepen voegde Freytag
naast het klavier extra registerknoppen toe om de bas- en discant-
delingen mogelijk te maken en maakte hij een nieuwe registermecha-
niek. De oude gaten werden dichtgemaakt.

Stemming: Wohltemperiert (naar Young-1800) N

De in 1844 ontstane dispositie staat hieronder vermeld:

Fluit travers D 16’ V(F) Bas C – h
Discant c1 – f3

Octaaf B 8’ F

Prestant D 8’ V V = J.J. Vool en H.A. Groet, 1777
F = H.E. Freytag, 1844.
Gedakt B/D 8’ V N = nieuw aan te brengen

Fluit travers D 8’ F

Prestant B/D 4’ V

Gedakt B 4’ V In het archief van de Doopsgezinde Gemeente van Zijldijk bevindt zich
een brief waarin sprake is van een foto uit 1909. In het archief van de
FluitD 4’ V Menkemaborg was deze foto nog aanwezig. De afbeelding toont het
orgel zoals het in het huis ‘Waarhoek’ in het dorp ’t Waar in de pronk-
Ligtfluit D 4’ F kamer stond en toont de situatie van na de restauratie van Freytag.
In 1915 plaatste Wolter Klaassens Beukema het orgel over naar de
Quint B/D 3’ V
4 7HET ORGEL 2012 | nummer 5
Octaaf B/D 2’ V

kerk in Zijldijk en voerde allerlei ongelukkige herstelwerkzaamhe- werk met een bladveer ter stabilisering van de winddruk. Hij maakte
den uit. Na het instrument gedemonteerd te hebben, repareerde hij er een externe handpompbediening bij voor een aparte pompbedien-
de houten pijpen met krantenpapier en schilderde ze daarna met een de. Het geheel werd aangesloten met een windkanaal van vurenhout,
dikke grijze olieverf over. Diverse voorslagen spijkerde Beukema op- dat weer werd aangesloten op het oude kanaalstuk in de onderkast.
nieuw. Verder probeerde hij de toonhoogte te verhogen naar de toen Eertman maakte de viervoets klank in de bas luider door middel van
gangbare hoogte. Uit zijn pragmatische aanpak (veel pijpwerk inknip- het toevoegen van een tweede viervoets register, een ‘Baskant dub-
pen of het boveneind van de soldeernaad losmaken) kan afgeleid wor- bel’. Daarom maakte hij waarschijnlijk een op een vervoerplank ach-
den dat hij kennelijk (te) weinig tijd en geld voor een dergelijke ingreep ter het orgel opgestelde vurenhouten Octaaf 4’ bas. De door Freytag
had. aangebrachte Fluit travers 8’ werd verwijderd en onder in het orgel
De houten pijpen zaagde hij in totdat een goed compromis bereikt opgeslagen. De waarschijnlijk door Beukema geleverde registerbord-
was. Men wilde het orgel op het balkon opstellen, maar omdat dit jes werden daartoe opnieuw geschilderd. Het toegevoegde register
daarvoor eerst verbouwd moest worden, adviseerde Beukema het or- kreeg links naast het klavier de knop van het ‘ventiel’. Die voor de
gel beneden in de kerk op te stellen. Beukema verving wat kapot was, afsluiter werd nu ‘ventiel’. De naam van de Fluit travers 8’ moet zijn
bouwde het orgel op en regelde het af. gewijzigd in ‘Nihil’. Zo functioneerde het orgel te Zijldijk tot aan 1935.

In 1916 kwam de Groninger orgelmaker Marten Eertman uit Noord- Het is niet bekend wie het orgel in 1935 naar de borg heeft overge-
wolde het orgel repareren. Ook werd toen het balkon verstevigd, plaatst. Waarschijnlijk is dit door particulieren gebeurd. Wellicht was
waardoor het orgel toch op het balkon geplaatst kon worden. Eertman het de jonge Derk Mulder uit Uithuizen die de leiding erover had. Derk
maakte een nieuwe windvoorziening en plaatste de balg in een raam- had een autobus-carrosseriebedrijf, maar ook orgelbouwaspiraties.

Dispositie Vool/Groet-orgel Menkemaborg te Uithuizen

Volgorde op de laden van voren naar achteren vanaf de claviatuur gezien. De basvolgorde is anders dan die van de discant.
Sommige ontbrekende pijpen zijn in 2010 door Mense Ruiter nieuw bijgemaakt.

1777 = J.J.Vool
1844 = H.E. Freytag

Bas (C-h) 1777; C-h in het front; frontpijpen met overlengte; originele stemuitsnijdingen (V) met extra krullen.
Prestant 4’ 1844; voet met kern eiken als bij de Fluit travers 8v. D
Ligtfluit 2’ 1777; metaal; geheel op de lade; wijde mensuur
Octaaf 2’ 1777; metaal; geheel op de lade; wijde mensuur
Quint 3’ 1777; grenen, C-B baarden, C-B gedekt; H – f3 halfgedekt: eiken stophandvat met gat
Gedakt 4’ 1844; grenen, C-E smalle baarden; enge mensuur
Octaaf 8’ 1777; grenen, baarden: D, Dis, F, G, Gis, B-h, gedekt; halfgedekt vanaf b: gat in eiken stophandvat
Gedakt 8’

discant (c1-f3) 1777; grenen, In 1844 opgeschoven van c naar c1, f2 – f3 verdwenen; Open cilindrisch, enge mensuur;
Fluit travers 16’ stemlappen van orgelmetaal
1777; metaal; geheel op de lade
Prestant 8’ 1777; metaal; c1 in front, rest op de lade
Prestant 4’ 1777; metaal; geheel op de lade
Quint 3’ 1777; metaal; geheel op de lade
Octaaf 2’ 1844; eiken, open, enge mensuur; stemlappen orgelmetaal; lager labium als pijpwerk Vool
Fluit travers 8’ 1777; grenen; H-f3 halfgedekt: gat in eiken stophandvat
Fluit 4’ 1777; grenen; b-f3 halfgedekt: gat in eiken stophandvat; mensuur als Fluit 4
Gedakt 8’

Tremulant (inliggend)
Ventiel (windlosser)
Vacant

toonhoogte: kamertoon a1 = 415 Hz
winddruk: 50 mm Wk
stemming: Young

4 8 HET ORGEL 2012 | nummer 5

Zo had hij al jaren contacten met Harmannus Thijs, de voormalige zaagde balansen van Freytag zijn grotendeels naar voorbeeld van het
meesterknecht en opvolger binnen het bedrijf van Van Oeckelen te Freytag-kabinetorgel van Lellens aangevuld. De registerknoppen van
Harenermolen, en met André Doornbos te Groningen, broer van de Freytag met parelmoerplaatjes van Mulder zijn hersteld. De twee ge-
bekende orgelmakers Jan en Klaas Doornbos. Toen Doornbos vroeg- schilderde houten registerborden van Mulder zijn door Helmer Hut
tijdig met de orgelbouw stopte kreeg Derk allerlei orgelmakersgereed- opnieuw beschilderd in de stijl van Freytag. Er is vooralsnog afgezien
schap van hem. In de bewaard gebleven archieven van Mulder wordt van het bijmaken van een pedaalklaviertje. De register- en speelme-
niets vermeld over het orgel van de Menkemaborg. Derk Mulder hield chaniek is schoongemaakt en hersteld.
van oude orgels. Hij had geen personeel, verrichtte onderhoudswerk Van de windvoorziening zijn de balg met schepper en balgzwaard
en restaureerde op bescheiden schaal kleine orgels in de omgeving. Zo nieuw gemaakt, alsmede de externe voettrede, de balgpeilstok en een
heeft hij ook het Schnitger-orgel in de Hervormde Kerk te Uithuizen ontbrekend deel van het windkanaal, alles naar model van Vool. Een
enkele keren grondig opgeknapt. nieuwe windmachine in een kleine, in bijpassende kleur geschilderde,
Het vurenhouten pijpwerk van Eertman van de Octaaf 4’ bas is bij dempkist is zodanig aangesloten dat er ook getreden kan worden.
de verhuizing naar de borg verdwenen. Wel is het pijpwerk van de De aanwezige windlosser en tremulant zijn gerestaureerd en ingepast
Fluit travers 8’ van 1844 meegekomen, maar werd toen niet meer her- naar het voorbeeld van vergelijkbare Vool-kabinetorgels. De in 1844
plaatst en heeft vanaf 1935 op zolder gelegen. deels gewijzigde en geheel gesponselde windlade is geheel hersteld
Op de borg heeft het orgel als pronkkast gediend. Het werd niet be- naar die situatie. Alle belering, ventielveren en koperdraadwerk zijn
speeld omdat er voor de windvoorziening van Eertman, waarvan het vernieuwd naar voorbeelden van Vool.
materiaal intussen ook op de zolder van de borg was terechtgeko- Al het pijpwerk is integraal hersteld. De meeste pijpranden waren bij
men, in de kast geen plaats was. Met een kleine vrachtwagen werd de uiteinden kapot; ze zijn weer van nieuwe bovenstukjes voorzien.
het orgel in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw nogal eens Alle houten pijpen zijn opnieuw geverfd in de kleur van 1844. Voor
naar de volkshogeschool ’t Oldörp in Uithuizen getransporteerd, waar het inwendige zijn diverse pijpen uitgegoten met lijm en roodbolus zo-
het op gezette tijden werd bespeeld. Op die locatie werd provisorisch als aangetroffen.
een kleine windmachine met een grote ronde buis rechtstreeks aan de Door de restauratie is het eindelijk weer mogelijk geworden met pas-
windlade aangesloten. Door deze frequente verplaatsingen en sterk sende muziek in een passende omgeving, de tijden van de borgbewo-
wisselende klimaatomstandigheden ging het orgel zienderogen ach- ners van weleer ook in klank opnieuw tot leven te wekken. Het orgel
teruit. Men vroeg Derk Mulder om het orgel, wanneer dat nodig was, is op 15 april 2011 in gebruik genomen.
persoonlijk te vervoeren. Bij die gelegenheden heeft Mulder in de peri- HENK DE VRIES
ode 1955-1960 nog verscheidene reparaties aan het orgel verricht om
het speelbaar te houden: Bronnen: Historisch- en bouwkundig rapport Stef Tuinstra; Restau-
- vernieuwingen van het draadwerk van de speelmechaniek buiten de ratieverslag Stef Tuinstra; mededelingen Stef Tuinstra; http://www.
windlade; menkemaborg.nl/menkemaborg/gebouw-en-bewoners/; A.J. Gier-
- verwijderen van de leren pulpetenbaan en het in plaats daarvan aan- veld, Het Nederlandse huisorgel in de 17de en 18de eeuw (Utrecht 1977)
brengen van een in de pulpetenplank ingelegde koperen strip met op- 134-135, 306-307.
gelijmde leerringen;
- aanbrengen lekboringen n.a.v. te veel doorspraak van de windlade; Aanvullingen en rectificaties
- aanbrengen van twee nieuwe registernaamplaten voorzien van nieu-
we opschriften; Het Orgel jaargang 108 (2012) nummer 4
- regelmatig stemmen en waar nodig bij-intoneren.
Het naamplaatje van Mulder is te vinden in de linkerhoek aan de voor- • In het artikel 'Het orgel in de St.-Willibrorduskerk te Esch
zijde boven de registertrekkers. glansrijk herboren' werd gemeld dat er bij de aanvang van de
Derk Mulder demonteerde het orgel in 1965. Het materiaal werd ech- recent voltooide restauratie nog veel onduidelijkheden be-
ter zonder goede aandacht opgeslagen: de pijpen hebben jaren achter- stonden over de oorspronkelijke maker en de technische aan-
een plat boven op elkaar gelegen. Ook is er vanaf het jaar van demon- leg van het instrument. Frans Jespers meldde de redactie dat
teren niets gedocumenteerd. Alle pijponderdelen werden als een grote hij in 2005 in het regionale heemkundetijdschrift De kleine Me-
puzzel van losse stukjes weer bij elkaar gelegd. Daaruit bleek dat het ijerij (jaargang 56, aflevering 1, 12-13) onder de titel 'Bouwde
kabinetorgel qua historisch materiaal vrijwel helemaal compleet was. orgelmaker Heyneman het orgel van Esch?' al betoogde dat
Heyneman de maker van het orgel geweest zou kunnen zijn.
Tijdens de laatste restauratie van 2010-2011 is de situatie van 1844 • In de berichtgeving over de restauratie van de orgelkas in de
gekozen als uitgangspunt. Het instrument is gerestaureerd door Men- Westerkerk te Enkhuizen is per abuis niet vermeld dat Jan Jon-
se Ruiter Orgelmakers te Zuidwolde. Herstel van de orgelkast was gepier als adviseur bij het project betrokken was, evenals Rudi
hierbij noodzakelijk. Het kleurenonderzoek en de kleurrestauratie, van Straten namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
alsmede de vergulding, zijn uitgevoerd door Helmer Hut uit Beerta. • In hetzelfde artikel wordt op pagina 40 (kolom 2, regel 9)
De claviatuur is volledig gerestaureerd en kan in- en uitgeschoven gesproken over ‘C.F.G. Witte’. Dat moet zijn: 'J.F. Witte'.
worden. Het klavierbeleg is nieuw gemaakt van mammoetivoor naar
model van het Vool-kabinetorgel te Weener (Organeum). De afge- 4 9HET ORGEL 2012 | nummer 5

INGEZONDEN

De redactie ontving van Bart van Buitenen onderstaand ingezonden, waarin hij aanvullingen geeft op het artikel
over de restauratie van het Heyneman-Van Hirtum-orgel in Esch in Het Orgel (108/4).

‘Het staat allemaal in de Rozendaal en te Wichem’. Naast een aantal tot nog toe volstrekt onbekende werkzaamheden welke uitnodigen
krant’. Onder deze noemer tot nader onderzoek vermeldt Heyneman zelf hier dus zijn auteurschap van het orgel van Vught, thans te be-
is in dit tijdschrift al bij her- luisteren in Esch.
haling aangetoond dat de
voortschrijdende digitale Hoogst belangwekkend is tegelijkertijd Heynemans vermelding ‘sedert Ao. 1774’ in Nijmegen gewoond te heb-
ontsluiting van onze histo- ben. Juist dit jaartal doet immers andermaal de vraag rijzen welke in 1997 door Gert Oost werd gesteld in zijn
rische krantencollecties via inleiding ‘Het Nederlandse orgel van 1725 tot 1815’ in Het Historische Orgel in Nederland 1726-1769: ‘Zou er
het zoekscherm in de stu- een relatie zijn tussen de bouw van het orgel in de Stevenskerk in Nijmegen door Ludwig König en de komst
deerkamer verrassenderwijs van Anthonius Friedrich Gottlieb Heyneman uit Duitsland naar Nijmegen?’ Het contract voor de voltooiing van
zelfs het meest gedegen his- het Stevens-orgel door Ludwig König - na het debâcle met Christian Müller cum idem nomen - werd immers
torisch onderzoek kan aan- afgeschreven in het stedelijke raadssignaat van 15 december 1773, terwijl volgens Petrus Beyens Brief aan de
vullen. Zo ook in het geval Heer Joachim Hess (1782) ter plaatse kort na Pasen 1774 met het werk werd aangevangen.
van het in het laatste num- Oosts vermoeden blijkt eveneens vanuit primaire bron te kunnen worden bevestigd, ditmaal door klassiek aan-
mer van Het Orgel bespro- vullend archiefonderzoek ter plaatse in het kader van de restauratie van het Van Deventer/Heyneman-orgel
ken orgel van Esch. Werd het (1756/1781) van de Nijmeegse Lutherse Kerk.
in 2005 door Frans Jespers in Op gezag van J.A. Schimmels Burgerrecht te Nijmegen (1966) en A.J. Giervelds Het Nederlandse Huisorgel (1977)
vlugschrift De Kleine Meijerij is in de literatuur herhaaldelijk vermeld dat Heyneman in 1781 het burgerrecht van de stad Nijmegen ontving.
geuite vermoeden dat dit Aan citeerders lijkt echter te zijn ontgaan dat Heynemans autograaf gesigneerde verzoekschrift daartoe met
instrument aanvankelijk in bijlagen in het stedelijk Bestuurlijk Archief bewaard bleef en daarmee – zonder bijlagen – hier kan worden ge-
1788 werd gemaakt door publiceerd (zie tekst in het kader op pagina 51). Dit Requeste voor den Mr. Orgelmaker F.G. Heijneman d. 20e Juny
orgelmaker Heyneman be- 1781 vermeldt expliciet ‘dat Supplt ter occasie van het maken der nieuwe Orgel, in de Groote of St Stevenskerk
vestigd door het door Rogér alhier, met den Orgelmaker L: König herwaards is overgekomen, en aan ’t zelve Orgel meede gewerkt heeft, tot
van Dijk samengevatte on- dat het voltooijt was, dat Supplt na ’t vertrek van gem: orgelmaker König zijn Woonplaats alhier binnen deeze
derzoek ter gelegenheid van Stad gehouden, en met het voortzetten zijner geleerde Orgelmakerskunst zig geneert heeft, hebbende in die tijd
de recente restauratie, ruim verscheide Werken aangenoomen en opgelevert’.
dertien jaar na de bouw blijkt Zijn vermelding ‘ter occasie van’ het maken van het Stevens-orgel ‘met den Orgelmaker L: König’ te zijn overge-
ook Heyneman zelf dit feit al komen nuanceert de in het laatste nummer van Het Orgel geuite veronderstelling dat Heyneman ‘in het gezelschap
te hebben gepubliceerd in de van de orgelmaker Carl Philip König (1750-1795)’ naar Nederland zou zijn gekomen en vervolgens ‘in dienst
Rotterdamsche Courant van van zijn leermeester’ zou hebben gewerkt aan het orgel van de Nijmeegse Waalse Kerk (1777, thans te Arnhem).
20 februari 1802. Deze laatste aanduiding lijkt alleen al onwaarschijnlijk waar de volgens doopattest op 8 maart 1751 geboren
Zijn verhuizing van Nij- Heyneman nog geen jaar jonger was dan genoemde Carl Philip König. Dat het Waalse kerkorgel in 1777 aldus
megen naar Rotterdam in Petrus Beyen ‘door Charles Philippe König junior’ in eius nomini werd gemaakt, werd voorts in november 1997
samenhang met de renova-
tie van orgels in Gouda en De advertentie van F.G. Heyneman in de Rotterdamsche Courant van 20 februari 1802
de Maasstedelijke Luther-se
Kerk vormde voor Heyne-
man kennelijk gelegen-
heid per advertentie aan-
dacht voor zijn werk te
vragen, daarbij verwijzend
naar ‘zyne nieuwe en her-
maakte Orgels, in ’s Bosch
2, Nymegen 3, Arnhem,
Thiel, Ravestein, Vugt,
Waardenburg, Appeldoorn,

5 0 HET ORGEL 2012 | nummer 5


Click to View FlipBook Version