Onderverdeling “RODE MAP” Coachings- en controlematrix
Opzet engineering\tekenwerk\WVB\bestellen
Inhoudsopgave
1- ALGEMEEN
ALG.01.01.00
ALG.01.02.00
2- INSTRUCTIES TEK (A t/m Z)
3- INSTRUCTIES WVB (1 T/M 12)
4- INSTRUCTIES ELANCE
5- AANTEKENINGEN
Doc.Nr. ALG.01.01.00 Coachings- en controlematrix
Wijzigingsdatum 4 januari 2016 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Jan Vermunt
Deze matrix heeft tot doel duidelijkheid te verschaffen wie wie controleert en ondersteunt op
het gebied van tekenwerk en WVB.
De coach controleert op inhoud en gebruik van systemen en helpt de collega met instructies en
controles.
Doel is om de GV-werkwijze te borgen en faalkosten te verminderen.
Uitgangspunt in elk team is dat de Senior Engineer in principe het eigen team coacht op Engineering
en WVB.
Dit betekent dat details door de Senior worden bekeken.
De Seniors laten onderling hun details door andere Senior controleren.
Met betrekking tot WVB ziet de Senior er op toe dat aan het begin van een project de mogelijkhede n
van Logical (iov met John Lamers) optimaal worden benut.
Tevens checkt de Senior of er met de juiste voorinstellingen van Logical en Athena wordt gewerkt
Daarnaast checkt de Senior het plan van de collega welke eigen controle mechanisme er is om het
WVB werk te controleren op fouten.
De projectleiders zorgen er voor dat de afspraken ook worden nagekomen m .b.t. coaching en controles.
Omdat de ervaring niet in alle teams evenredig verdeeld is, is er voor gekozen om over de teams heen
een aantal coachingsverbanden te leggen.
Projectmatige aspecten worden in het projectoverleg besproken
Naam medewerker Team Coach tekenwerk en WVB
Jeroen de Krosse 1 Hans Woudenberg
Ruben Kuipers 1 Hans Woudenberg
Jan Peeters 1 Hans Woudenberg
Frans den Oudsten 1 Hans Woudenberg
Tony Schram 2 Richard de Graaf
Richard de Graaf 2 Tony Schram
Marc Heijnekamp 2 Tony Schram
Ka-Choi Man 2 Tony Schram
Pim van de Bunt 2 Tony Schram
Hans van Leeuwen 2 Tony Schram
Jos Aantjes 3 Hans Woudenberg
Hans Woudenberg 3 Jos Aantjes
Chris Bos 3 Hans/Jos
André de Jong 3 Hans/Jos
Hans van der Meijden 3 Jos Aantjes
Ruud Heynen 3 Jos Aantjes
Peter Zegwaard 4 Anco Bakker
Stephan van Buuren 4 Peter Zegwaard
Robert Avanesi 4 Peter Zegwaard
Jaco Stolze 1 Peter Zegwaard
Jos Noordzij 4 Peter Zegwaard
Doc.Nr. ALG.01.01.00 Coachings- en controlematrix
Wijzigingsdatum 4 januari 2016 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Jan Vermunt
Wat wordt besproken: tekenwerk (norm GV)
bijlages
werkwijzes GV
check eigen controlesysteem
kennis van bestellen in Navision
productiegegevens
montagegegevens
Coaches bepalen samen de norm
Jos Aantjes is regisseur m.b.t. instructies voor tekenwerk
Hans Woudenberg is regisseur m.b.t. instructies WVB
Documentnr. ALG.01.02.00 Opzet Engineering / tekenwerk / WVB / bestellen
Wijzigingsdatum 17 december 2015 Doc.nr. -
1 van 1
Proceseigenaar Jos Aantjes Pagina
onderdeel wie aandachtspunt
vk/pl/eng
1 order intake vk/pl/eng
vk/pl
2 ordermap controleren op compleetheid eng
eng
voor traject 3 is er een technische map en CDE pl/uitv.
pl/sr
4 controleer status van bouwkundig tekenwerk (laatste versie) opvragen bij opdrachtgever
opvragen hoofdconstructeur
5 bepalen uitgangspunten t.b.v. berekeningen
6 planning en fases in kaart brengen
7 bepaling ja/nee "opstart details"
ontwerp/opstart details benader opdrachtgever over start werkzaamheden eng wk2/CE/statisch
1 bepaling systeem en afmeting vleugel/kozijn/stijl eng statisch/doorvalveilig
details (voorlopig) 2 bepalen max glas dikte (vliesgevels) eng max afmetingen
3 bepalen glassoort (zw/bw/gw), type rooster en paneel eng kleuren staat opdr.g
4 zoek uit welke kleur en laagdiktes er toegepast moet worden eng geen aannames
5 als gegevens onvolledig zijn, vraag deze dan op pl/eng matrijs tekening/levertijd
6 zijn er nieuwe profielen nodig eng zie standaard H&S werk lijst GV
7 is er speciaal H&S werk (anders dan standaard) en E-beslag ect eng
8 overige H&S werk, deurdrangers/stormketting/paniekbeslag eng zijn er al offertes
9 L-profiel/waterslagen, zoveel mogelijk standaard (Comhan/Schuco) pl/eng overleg met leverancier
10 bepalen leverancier deurautomaat/tourniquet eng
11 zetwerk dikte bepalen (afhankelijk afmeting plaatwerk) eng zie instructie
12 check budget consequenties eng
13 check montage consequenties eng voorkomt discussies
14 welk sjabloon voor tekenwerk en of GV lay-out (Template)
eng vmrg eis
1 volg instructie "opstarten tekenwerk GV" eng met cirkel indien na montage GV
2 benoem onderdelen i.v.m. bestellen door wvb eng zijn vaak niet te globaal gemaakt
3 teken waterkapjes in eng
4 teken raamsluiting (kruk ect) om passing te controleren eng
5 geef peilmaten voor nodig (kloppend met aanzichten eng
6 teken binnendichting (2e dichting) en montage schroef altijd eng
7 geef d.m.v. * aan wat niet door GV geleverd wordt. eng
8 overweeg of je wel de aangeleverde details van Ar. Ga gebruiken eng
9 geef indien van toepassing kleuren aan van verschillende onderdelen eng
10 teken alleen wat voor GV van belang is (geen hele bouwdelen) eng
11 controleer of ramen/deuren vrij open kunnen draaien (kolommen/afwerkingen) eng
12 bemaat aanzichtbreedtes en dieptes van de profielen eng
13 teken volglas hoeken helemaal uit (is ook nodig t.b.v. bestellen) eng
14 teken evt sparingen en bewerking (tbv programeren)
1 teken aanzichten en kies schaal in viewport die leesbaar zijn in A4 (layout GV) eng t.b.v. controle
zie instructie "glascodes bepalen"
2 glascodes (G) en paneelcodes (P) benoemen en in aanzicht zetten eng
hoe is hoogte onderling indien puien naast elkaar?
3 bemating pui/vlg: onder/recht doorzichtmaten, vlg boven/links hart maten eng
vlg. offerte
4 teken alleen relevante bouwkundige constructie delen (bv) staal kolommen) eng let indien deur max 90gr open: 900dm
5 plaats detail nummers V/H en controleer deze met detail bladen eng
ichten (voorlopig) 6 geef in renvooi het standaard beslag aan en vermeld krukhoogte (controle bereikbaarheiedn) g
7 geef in renvooi systeem, laagdikte, kleur, glas en paneelcodes aan eng
8 geef bij "overige" aan: kleur kit, afwerking/behandeling van hout en staal eng
9 geef bij een automatisch aandrijving aan welke optie/werking er geleverd wordt eng
10 bij toegangsdeuren (ook naar dakopbouw) netto doorloop 850x2300mm eng
11 geen E-voorzieningen aan waar deze komen (uit de pui) eng
aanzichten (voo 12 H&S werk deuren aangeven (uitwerken tot art. Niveau) eng let op WK2/3 of AP
13 geef eventueel stramienen aan en bemaat deze t.o.v. de pui/vlg eng t.b.v. controle opdrachtgever
14 laat leverancier tekenwerk maken (bv tourniquet of stalen puien) eng
controle ronde van voorlopig tekenwerk door sr en bespreken in project overleg sr eng zie coaching lijst
def.. tekenwerk 1 verwerk opmerking in definitieve versie van het tekenwerk eng
2 signaleer meer/minderwerk en maak opgaves eng/sr eng
3 teken/bestel nooit meerwerk zonder goedkeuring opdrachtgever eng iom Pl
4 maak definitieve set tekeningen voor wvb/prod/mont. eng
5 controle van het controle systeem sr
6 bijwerken budget consequentie eng
controle vrijgave t.b.v. bestellingen (inkoop afspraken) pl/wvb/ink
werkvoorbereiding 1 logical ingaven aan de hand van definitief tekenwerk en fasering wvb vlg. instructies (projectglas, wand aansl. ect)
2 export logical bestand (csv) en bewerk dit in excel wvb vlg. instructies
3 lees csv-bestand in in Navsion wvb vlg. instructies
4 check invoer (data) gegevens Navision voor inlezen.
5 filter in het CSV-bestand de onderdelen voor Montage/Productie wvb
6 profiel bestellingen (bestellen uiterlijk 4 weken voor aanvang productie) wvb
7 profiel bestellingen met vooranodisatie (schuco) en bi-color (alcoa) wvb iom inkoop
8 profiel bestellingen PRESSWERK (6 tot 8 weken voor aanvang productie) wvb iom inkoop
9 toebehoren productie uittrekken en in pmb-regels zetten wvb
10 toebehoren montage (montage middelen) uittrekken en in pmb-regels zetten wvb
11 filter in het CSV-bestand de onderdelen voor Montage/Productie wvb
12 glas en panelen bestellen (6 weken voor aanvang montage) wvb iom inkoop
13 roosters bestellen met bijlage (excel bestand van GV) wvb
14 maak bijlages, indien nodig, voor (model) glas, panelen, zetwerk en hout ect wvb vlg instructies
15 maak IP's aan en bestel materiaal hiervoor wvb vlg instructies
16 bestel automatische aandrijvingen, complete puien en tourniquets ect wvb
17 koppel de juiste bijlage aan de bestelregel (benoem bijlage in regel) wvb
18 binnen dichting (kit en rugvulling) alleen bestellen indien noodzakelijk wvb iom PL (evt. wel bij renovatie op dag niveau)
controle bijlages t.b.v. bestellingen door sr sr
bestellen 1 bestelling (in pmb-regels) doorzetten naar Adviesorders wvb vlg instructies
2 leveranciers opgeven en afleveradres bepalen wvb
3 alles vrijgeven en voorraad artikelen naar Artikeldagboek doorzetten wvb vlg instructies
4 adviesorders (snelkoppeling) naar inkoop mailen wvb vlg instructies
5 merken aanmaken (in Objecten t.b.v. prod) en koppelen in Objectelementen aan fase wvb
6 productiegegevens maken wvb
7 productiegegevens gereed melden bij hoofd productie en PL wvb
8 montagegegevens maken (vliesgevel) wvb
9 check op controle systeem wvb-er sr
controle stuklijsten t.o.v. tekenwerk eng/sr
Instructies TEK Opstarten tekenwerk
Inhoudsopgave
A
TEK.01.01.00
B
C
D
E
F
G
H
IJ
K
L
M
NO
PQ
R
S
TU
V
WX
YZ
Doc.Nr. TEK.01.01.00 Opstarten tekenwerk
Wijzigingsdatum 4 januari 2016 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Jan Vermunt
Opstarten tekenwerk GV
1. Start autocad met Athena.
2. Open template van GV: T/WVB/templates 2016/template GV.dwt
3. Gebruikt de in deze Template aangegeven voorbeelden en instellingen.
4. Vul projekt afhankelijke waardes in (voorblad in viewport)
5. Gebruik de juiste blad nrs. Startend met (4)01 enz.
6. Werk met de ingestelde viewports (kopieer een gebruikt blad)
7. Exporteer details vanuit Logical of laad details/pui via Athena uit Logical
8. Gebruik tekenonderdelen uit Athena (schroeven, kit, zetwerk, folie isolatie,
standaard profiel staal/alum en isolatie)
9. Gebruik renvooi voorbeeld en vul aan waar nodig (let op: wat is er verkocht!)
10. Gebruik tekst en maatvoering: GV_18, GV_25 ect. En stel de “ annotative
scale” in op de schaal waarin je gaat printen.
11. Onderdelen als roosters, automaten, deurdrangers, zonwering kun je vinden op:
T/WVB/ACAD/Autocad (via Insert Block)
12. Schuco profielen ect. Kun je vinden op: T/Article_libary_for_CAD (via Insert
Block)
13. Alcoa profielen ect. Kun je vinden op: T/WVB/ACAD/Autocad/Alcoa/Alcoa in
.dwg of .dxf (via Insert Block)
14. Laat tekenwerk (A4)controleren en stempelen door senior en laat dit registeren
via secretaresse (zie instructies/procedures)
15. Print tekenwerk (A3) in PDF en verstuur.
16. Sla tekenwerk op in de juiste map op de T/Projecttekenwerk/P….
17. Sla de voorlopige versie als definitief op in de map definitief voor je begint met
wijzigen.
18. Zet ook een PDF-versie in de mappen zodat niet autocad gebruikers de
tekeningen kunnen bekijken
Instructies WVB
Inhoudsopgave Doc.Nr. WVB.00.01.01
1- BASIS WVB PROCES Basis VWB proces
Elementen (fases) aanmaken
WVB.01.01.00 Merken aanmaken in Navision
Merken aan fases toewijzen in Navision
2- NAVISION VOORBEREIDING Basisinstructie Logikal
Project (en projectpanelen) in Logikal
WVB.02.01.00 Materiaalpakketten in Logikal
WVB.02.02.00 Wandaansluiting in Logikal
WVB.02.03.00 Ingeven AOF element in Logikal
Standaard bibliotheek
3- LOGIKAL BASIS Logikal licenties
Kop- en voetbewerkingen Logikal
WVB.03.01.01 CSV-bestand
WVB.03.02.00 Invoeren levertijden WVB
WVB.03.03.00 Projectmateriaalbehoefteregels
WVB.03.04.00 Adviesorders
WVB.03.05.00 Aantallen en eenheden in Navision
WVB.03.06.00 Bestellen met omschrijving
WVB.03.07.00 Bestellen met bijlage
WVB.03.08.00 Spoed en nabestellen (fase z)
Glas op bok
4- CSV-BESTAND Instructie FSC verkoop engineering inkoop
Instructie PEFC verkoop engineering inkoop
WVB.04.01.00 Filters in Navision
Schermen tbv bestellen in Navision
5- NAVISION BESTELLEN Productie-eenheden
Specificatie puienbokken
WVB.05.01.00
WVB.05.02.00
WVB.05.03.00
WVB.05.04.00
6- BESTELLEN ALGEMEEN
WVB.06.01.00
WVB.06.02.00
WVB.06.03.00
WVB.06.04.00
WVB.06.05.00
WVB.06.06.00
7- NAVISION TOOLS
WVB.07.01.00
WVB.07.02.00
8- PRODUCTIE-EENHEDEN
WVB.08.01.00
WVB.08.02.00
9- ALGEMEEN
WVB.09.01.00 Puimerk bepalen
WVB.09.02.00 Glascodes bepalen
WVB.09.03.00 Nummering van bijlages
WVB.09.04.00 Profiel optimalisatie
WVB.09.05.00 Artikelbeheer
WVB.09.06.00 ERL uitvullen vliesgevel ankers
WVB.09.07.00 Instructie deurdrangers
Interne productie maken
10- PRODUCTIEGEGEVENS Productiegegevens
Merkkaartjes
WVB.10.01.00 Montagegegevens
WVB.10.02.01 Training werkvoorbereiding 11 juni 2015
WVB.10.03.00 Training werkvoorbereiding 26 augustus 2015
Training werkvoorbereiding 25 oktober 2015
11- MONTAGEGEGEVENS
WVB.11.01.00
12- TRAININGEN
WVB.12.01.00
WVB.12.02.00
WVB.12.03.00
Doc.Nr. WVB.01.01.00 Basis WVB proces
Wijzigingsdatum 14 november 2014 Pagina 1 van 3
Proceseigenaar Bart van de Wouw
Start punt
Definitieve gegevens (maatvoering; kleur; glas; panelen, hang- & sluitwerk etc)
Bekend welke fasegroepen er zijn (A, B, C…)
Algemene instructies
¸ Instructie: Schermen in Navision
¸ Instructie Filters in Navision
¸ Instructie bestellen met omschrijving
¸ Instructie nummeren van bijlages
Processtappen
1. Fases aanleggen in Navision
∑ Input: Fasering (A.01.P, A.02.P …)
¸ Instructie: fases aanleggen
2. Merken aan leggen in Navision
¸ Instructie merken aanleggen
3. Merken toekennen aan fase Navision
¸ Instructie merken toekennen aan fase
4. Invoeren/Faseren Logikal
o Invoeren per fase of via productie module? (keuze maken)
¸ Instructie merken aan leggen
¸ Instructies: Coderen merken; productie module instructie faseren
5. Aanleggen projectglas/panelen
¸ Instructie aanleggen projectglas
6. Invoeren logikal:
∑ Input: Tekenwerk; Bijlages IP; Systeemboek
¸ Instructies: Standaard stuklijst; Standaard bibliotheek; Materiaalpakket; Randaansluiting;
Basisinstructie AOF; Basis instructie VL-G; Basis instructie Kozijnen
7. Controle invoer
¸ Instructie controleren (Stuklijsten uitdraaien en controleren; Zaaglijsten en materiaallijsten
controleren; Restlengtes/zaagverlies controleren)
∑ Input controlelijst (afmetingen statische waarden etc)
8. CSV bestand maken
¸ Instructie materiaalbehoefteregels
9. Controle welke materialen al besteld
∑ Input: uitdraai Navision
¸ Instructie filters in NAV en beschikbare lijsten.
Doc.Nr. WVB.01.01.00 Basis WVB proces
Wijzigingsdatum 14 november 2014 Pagina 2 van 3
Proceseigenaar Bart van de Wouw
10. CSV bestand aanpassen en controleren
∑ Input materialen lijst montage + logbestand CSV
∑ Input materiaallijst Logikal
∑ Input Wijze aanleveren glas (op basis van bouwvolgorde)
¸ Instructie CSV-bestand
11. Navision weeknummer aan fase
∑ Input planning
¸ Instructie invoeren levertijden WVB
12. CSV inlezen Navision
¸ Instructie CSV-bestand
13. Handmatig projectmateriaalbehoefteregels toevoegen
¸ Instructie projectmateriaalbehoefteregels
14. Aanpassen levertijden in Navision
∑ Input planning
¸ Instructie invoeren levertijden WVB
15. Koppelen van bijlages
∑ Input bijlages
¸ Instructie bijlages koppelen
16. Controle materiaalbehoefteregels
¸ Instructie projectmateriaalbehoefteregels
17. Omzetten adviesorders
¸ Instructie projectmateriaalbehoefteregels
18. Aanvullen adviesorders
o Leverancier e.v.t. invullen
o Afleveradres e.v.t. invullen
o E.v.t. ontbrekende vestigingsnummer invullen
¸ Instructie adviesorders
19. Vrijgeven adviesorders
o Adviesorders vrijgeven
o Voorraadorders generen
o Mail inkoop indien van toepassing
¸ Instructie Vrijgeven adviesorders & voorraadorders generen.
20. Uitdraaien productie documenten
o E.v.t. in stuklijst refereren naar e.v.t. bijlagen of uitzonderlijke artikelen (deurcontacten)
¸ Instructie productie documenten
21. Controle productie documenten
Doc.Nr. WVB.01.01.00 Basis WVB proces
Wijzigingsdatum 14 november 2014 Pagina 3 van 3
Proceseigenaar Bart van de Wouw
22. Compleet maken productie gegevens
¸ E.v.t. bijlagen toevoegen.
23. Aanmelden order bij productie.
24. Montage map maken (aanmelden?)
Doc.Nr. WVB.02.01.00 Elementen (fases) aanmaken
Wijzigingsdatum 27 november 2014 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe fases, wat in Navision Elementen heet, worden aangemaakt.
De fases dienen altijd het formaat X.XX.X te hebben (voorbeelden A.01.P en B.11.M)
∑ De eerste X, ofwel het eerste karakter staat voor de hoofdfasering en is een letter. Hiervoor
worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
o A: Puien
o B: Vliesgevels
o C: Entree
o D, E, F, …: Overige projectspecifieke indeling
o M: Meerwerk
o P: Proefpui / testpui / mock-uo
o T: Tourniket, deurautomaat
o S: Zonwering / solar
o Z: Narooi / nazorg
∑ De twee karakters in het midden staan voor de onderfasering is numeriek (cijfers).
Bijvoorbeeld 01 voor de 1e verdieping, 02 voor de 2e verdieping, etc. of een andere indeling.
∑ Het laatste karakter, ofwel de X na de 2e punt geeft aan of het een productie fase (P) of een
montage fase (M) betreft.
Ook is er een aantal dummy fases. Om A.01.P te kunnen aanmaken heb je ook de bovenliggende
fasen A.01.0 en A.00.0 nodig. De fase op het hoogste niveau heeft de code 0.00.0.
Werkwijze
1. Ga in Navision naar het betreffende project. Ga via de knop “Project”, en de keuze
“Projectindeling/Begroting/MM werk” naar “Elementen”.
2. Om een element aan te maken ga in de eerstvolgende lege regel staan of voer met F3 een
nieuwe regel toe.
3. Geef volgens onderstaande tabel de volgende velden in:
Veld Vulling/controle
Element
De code van het element volgens syntax X.XX.X. Wanneer je C.01.P
Omschrijving aanmaakt worden C.01.0 en C.00.0 als deze nog niet bestonden automatisch
Element type aangemaakt.
Begindatum Geef een korte eenduidige omschrijving van de fase, bijvoorbeeld productie
puien verdieping 2.
Zeer belangrijk is om het juiste element type te kiezen. Dit veld is
misschien niet zichtbaar. Maak deze kolom dan zichtbaar. Selecteer
Productie voor een productie fase (element eindigend met een P), selecteer
Montage voor een montage fase (element eindigend met een M).
Geef vlak voor inlezen van de materialen de behoeftedatum van de fase in
(aanvang - 1 week), aangezien de bestellingen hierop gestuurd worden, zie
instructie “Levertijden”.
4. Met Escape verlaat je het scherm.
Doc.Nr. WVB.02.02.00 Merken aanmaken in Navision
Wijzigingsdatum 27 november 2014 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Grot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe merken, in Navision ook wel Objecten genaamd, worden aangemaakt.
Er zijn verschillende typen Objecten, dit heet in Navision “Entiteit type”. Wij gebruiken 2 (entiteit)
typen, te weten Merk en Extra behoefte.
∑ Het type Merk wordt gebruikt voor alle gevel elementen (puien en vliesgevels) die
geproduceerd moeten worden of die wij laten produceren.
∑ Het type Extra behoefte gebruiken we voor IP’s. Zie hiervoor een specifieke instructie: “Interne
productie maken”.
Houd voor de naamgeving van de merken zoveel mogelijk de architecten / calculatie codering aan.
Werkwijze
1. Ga in Navision naar het betreffende project. In het eerste tabblad in het onderste deel van het
scherm worden de “Objecten” geregistreerd.
2. Om een merk aan te maken ga in de eerstvolgende lege regel staan of voer met F3 een
nieuwe regel toe.
3. Geef volgens onderstaande tabel de volgende velden in:
Veld Vulling/controle
Entiteit type
Entiteitnr, Vul hier in Merk (voor gevelelementen) of Extra behoefte (voor IP’s).
Aantal Geef hier een (per project) unieke code, voor een Merk het merknr. van
Omschrijving de kozijnstaat, dat overeenkomt met het tekenwerk en met Logikal.
Toepasbaar in Voor Extra behoefte (IP’s) een oplopende code met IP01, IP02, …
Elementnr. Geef het aantal in dat in het totale project voorkomt.
Leverdatum entiteit
Documenten Geef een korte eenduidige omschrijving van het merk/extra behoefte.
Overige velden
Geef hier aan in welke fases het betreffende Object moet worden
ingedeeld:
∑ Merken: Productie en montage (merken doorlopen zowel productie
als montage)
∑ IP’s tbv productie: Productie
∑ IP’s tbv montage: Productie en montage
Deze toekenning is enorm van belang ivm het indelen van de merken
fasen (elementen). Zie de instructie: “Merken aan fases toewijzen”
Voor IP’s die specifiek zijn voor één element (fase) selecteer je hier de
betreffende fase. Voor overige IP’s en merken geef je niets in.
Geef hier voor IP’s aan wanneer deze gereed moet zijn. Voor merken
blijft dit veld leeg.
Dit veld geeft aan of er een document gekoppeld is aan het Object, zie
onder.
Zijn niet relevant of worden door de productie ingevuld voor de
afhandeling van de IP’s.
4. Voor IP’s dient er veelal een bijlage gekoppeld te worden. Ga hiertoe in de betreffende regel
staan van de IP en selecteer de knop “Project”, de keuze “Objecten” en de optie
“Documenten”.
5. Volg vervolgens de wizard vergelijkbaar aan zoals beschreven in “Bestellen met bijlage”. In
het tabblad “Objecten” verschijnt een vinkje in het veld “Documenten” als je hier succesvol een
bijlage aan hebt gekoppeld.
Doc.Nr. WVB.02.03.00 Merken aan fases toewijzen in Navision
Wijzigingsdatum 20 november 2014 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe merken (in Navision Objecten) aan fases (in Navision Elementen)
dienen te worden toegewezen.
Er zijn 2 soorten fases, productiefases en montagefases en voor beide kun je een fasering
aanbrengen. Voor productie is dit verplicht. Voor montage alleen wanneer de montage fases
afwijken van de productiefases.
Werkwijze
1. Ga in Navision naar het betreffende project. Ga vanuit het project via de knop “Project” naar
de optie “Objectelementen”.
2. Zorg ervoor dat in de kop bij de optie “Weergeven” de keuze Productie is geselecteerd.
3. In het scherm verschijnen in de kolommen alleen die fases die van het type Productie zijn, zie
hiertoe de instructie “Elementen (fases) aanmaken”. Dus mocht je fases missen, is
vermoedelijk de type van de fase onjuist.
4. Wijs in dit scherm de aantallen van ieder Merk toe aan de elementen conform de fasering van
het project. Ook de IP’s (Extra behoefte) dienen toegekend te worden aan één of meerdere
fases.
5. Het aantal in de kolom “Aantal” wordt overgenomen van de aantallen die in de tabel
“Objecten” zijn vastgelegd, zie de instructie “Merken aanmaken”.
De aantallen in de kolom “Totaal toegekend aantal” worden automatisch berekend aan de
hand van de toewijzingen in de fases.
6. Zorg ervoor dat uiteindelijk het aantal in de kolom “Totaal toegekend aantal” overeenkomt met
het aantal in de kolom “Aantal”. Op deze manier zijn alle merken toegewezen.
7. Controleer de ingave met behulp van de lijst “Productiefasering”. Ga hiertoe via de module
“Projecten” naar de menukeuze “Lijsten” linksboven in het scherm en kies onder het kopje
LOGISTIEK de lijst “Productiefasering”. Geef de juiste filters.
8. Dezelfde procedure kan herhaald worden voor montage wanneer dit waarde toevoegt. Doe dit
door in de kop bij de optie “Weergeven” de keuze Montage te selecteren. Deze ingave kan
worden gecontroleerd met de lijst “Verzendlijst”.
Doc.Nr. WVB.03.01.01 Basisinstructies Logikal
Wijzigingsdatum 17-05-2016 Pagina 1 van 3
Proceseigenaar André de Jong
Inleiding
Dit document beschrijft de basiswerkwijze en uitgangspunten van het aanleggen van projecten en
elementen in Logikal. Dit document veronderstelt wel dat de gebruiker met Logikal om kan gaan.
Het werken met productie-eenheden maakt deel uit van onze standaard werkwijze. Waar relevant
zal daar in dit document aandacht aan worden besteed.
Werkwijze
Aanmaken van een project
1. Open Logikal en kies in het hoofdmenu in het linker menu onder de kop STARTEN de keuze
“Nieuw project…”.. óf gebruik de Windows tegels (icons)
2. Je dient vervolgens door een aantal schermen heen te lopen waarin je onderstaande
uitgangspunten dient te hanteren:
3. Scherm “Nieuw project aanmaken”.
a) Directory: "2 – Projecten”
b) Projectnaam: Project omschrijving (zoals in Navision, zonder ordernummer!)
c) Ordernummer: P37001-A.01 (met een P en fase-toevoeging). Bij gebruik van
productie-eenheden projectnummer zonder fase-toevoeging!
4. Scherm “Projectinstellingen” (tbv statica)
a) Optioneel dit scherm zo veel mogelijk de waarden invullen tbv statica berekeningen en
meldingen. Ook indien je een CE-rapport wil kunnen laten genereren.
b) Alleen het tabblad WINDLAST is relevant.
5. Scherm “Projectinstellingen” (tbv systeeminstellingen)
a) Vul éénmalig dit scherm als onderstaand in, zodat de juiste standaard beslagkleuren
worden gekozen. Laat de kleur in deze éénmalige actie op ongedefinieerd staan:
b) Selecteer vervolgens linksonder éénmalig de knop “Als algemene instelling opslaan”.
Vervolgens zal dit bij ieder volgend project niet nogmaals ingesteld hoeven worden.
c) Kies projectspecifiek vervolgens optioneel een vooringestelde kleur, als het project
(overwegend) uit één kleur bestaat. Kies hiertoe RAL, vervolgens RAL en vul tekstueel
aan in de format RAL 9010|GECOAT60 of -|GECOAT90(2 of -|GECOAT_MVA
(Deze kleurinstelling niet als algemene instelling opslaan.)
6. Scherm “Projectinstellingen” (tbv glas- en paneelinstellingen) overslaan
7. Scherm “Projectinstellingen” (tbv standaardserie)
a) Kies als je binnen een project(-fase) maar overwegend 1 serie gebruikt voor de
“Standaardserie voor elementingave” de serie (FW50+ of RT62 of …) en aanvullende
instellingen daarvoor.
b) Overige instellingen leeg laten.
Doc.Nr. WVB.03.01.01 Basisinstructies Logikal
Wijzigingsdatum 17-05-2016 Pagina 2 van 3
Proceseigenaar André de Jong
8. Scherm “Projectinstellingen” (nieuw scherm tbv CE-verklaring) vooralsnog overslaan.
Toegevoegde waarde wordt onderzocht.
Note:
Het aanmaken van projectglas en –panelen doe je later tijdens het aanmaken van een positie
conform instructies. Dit geldt ook voor eventuele materiaalpakketten
Aanmaken van een positie
9. Open het project voor zover dit niet het geval was en kies linksboven in het hoofscherm de
optie “Nieuwe positie”, óf kies met rechtermuisknop “Nieuw” en “Positie”.
10. Het scherm “Nieuwe positie aanleggen” vul je als volgt:
a) Positienummer: Merknaam zoals op tekenwerk en in Navision bekend is
b) Omschrijving: Gebruik dit veld voor WK en BW-klassen aan te geven
c) Aantal: Het totale aantal van deze positie in deze order
d) Fase: Niet gebruiken, is al in het Ordernummer duidelijk gemaakt
e) De statica gegevens (optioneel) controleren/aanpassen
f) Het profielsysteem controleren / aanpassen. Je kunt nu voor een aantal series een
zogenaamde SERIE INSTELLING kiezen, waarmee een groot aantal zaken, als standaard
profilering, beslag, wandaansluitingen en fabrieksinstellingen worden vooringesteld.
Serie Subserie Regelpakket Omschrijving
GV STD
Schuco AWS/ADS 65 GV VWH
GV STD
Schuco AWS/ADS 65
Schuco AWS/ADS 70 .HI
Schuco FW 50+ Standaard Standard
Alcoa RT 62 Basis Standaard GV STD
Alcoa RT 62 Basis Standaard GV VWH
Alcoa RT 62 EI 30 Basis Standaard GV STD EI30
Alcoa RT 62 EI 30 Basis Standaard GV VWH EI30
Alcoa RT 62 EW 30 Basis Standaard GV STD EW30
Alcoa RT 62 EW 30 Basis Standaard GV VWH EW30
Alcoa RT 72 Basis Standaard GV STD
Alcoa RT 72 Basis Standaard GV VWH
Let op: dit zijn default voorinstellingen. Uitgangspunt daarbij is de slankste
profilering, met beslag dat niet inbraakwerend is. Er is een voorinstelling voor
standaard waterhuishouding en verborgen waterhuishouding aangemaakt.
Afhankelijk van de statische waarden of inbraakwerendheid dienen projectmatig
aanpassingen te worden gemaakt.
Ook een aandachtspunt is dat Schüco deurbeslag niet is ingericht in deze
voorinstellingen. Voor Schüco deuren dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden
van de standaard positiebibliotheek voor deuren.
11. Voor de verdere aanmaak en bewerking van merken wordt verwezen naar de Logikal
handleiding.
Doc.Nr. WVB.03.01.01 Basisinstructies Logikal
Wijzigingsdatum 17-05-2016 Pagina 3 van 3
Proceseigenaar André de Jong
Aanmaken van productie-eenheden.
1. Bij gebruik van productie-eenheden maak je in stap 3c een project aan zonder fase
toevoeging (of naar wens alleen de letter van de fase, A, B enz.) waarin je alle posities
aanlegt. Er is dan maar 1 order voor het hele project in Logikal.
2. Je legt de posities aan zoals beschreven in stappen 11-13 hierboven.
3. Kies in het menu onderin de optie “Productie-eenheden”
4. Kies in het menu linksboven de optie “Nieuw”, óf kies met rechtermuisknop “Nieuw”
5. Vul het scherm “Nieuwe productie-eenheden aanmaken” als volgt
a) Naam: Kies projectnummer met fase-toevoeging (P37001-A.01)
b) Status: Voorlopig, zodat programmeur nog bewerkingen kan aanleggen.
6. Klik OK, de eerste Productie-eenheid is nu aangemaakt. Nu nog geen merken selecteren!
7. Herhaal stap 3 t/m 6 om op deze manier eerst alle Productie-eenheden aan te maken alvorens
de Productie-eenheden te voorzien van merken.
8. Wanneer je alle Productie-eenheden (fases) hebt aangemaakt ga je terug naar het
hoofdbestand onder Projectbeheer.
9. Open het hoofdbestand en selecteer rechtsboven PE-toewijzing.
10. Selecteer de zojuist eengemaakte Productie-eenheden door het selectievakje aan te vinken
11. Klik OK, je komt nu in een faseringssheet waarin je simpelweg de juiste aantallen van de
merken per fase in kunt vullen. In de kolom Toegewezen/Totaal kun je ter controle zien
hoeveel merken je reeds hebt toegekend. Zie afbeelding hieronder
12. Controleer na toewijzing van alle merken of de toegewezen aantallen overeen komen met het
Totaal. (meer toewijzen dan beschikbaar kan niet, minder toewijzen kan wel!)
13. Klik OK, je hebt nu alle Productie-eenheden voorzien van bijbehorende posities.
Ter info:
- De oude werkwijze voor het toewijzen van posities aan een Productie-eenheid is in deze
instructie achterwege gelaten omdat deze een stuk minder efficient werkt.
- Bij het selecteren van een productie-eenheid zie je in het rechterdeel van het scherm nog
de oorspronkelijke totale aantallen. Zodra je de productie-eenheid opent zie je de juiste
toegewezen aantallen staan.
- Na aanmaken van een productie-eenheid kun je op de gebruikelijke manier vanuit de
productie-eenheden gegevens naar Navision exporteren en je productiegegevens maken.
- Houd er rekening mee dat je niet met 2 gebruikers in hetzelfde hoofdbestand (project) kunt
werken.
Doc.Nr. WVB.03.02.00 Projectglas &(projectpanelen) in Logikal
Wijzigingsdatum 22 april 2015 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe in Logikal projectglas aangemaakt en gebruikt dient te worden. Het
voordeel hiervan is dat je:
∑ Eenvoudig glas kan omzetten in materiaalbehoefteregels in Navision,
∑ Aansluiting in codering kan handhaven met het renvooi op de tekeningen en
∑ Overzicht houdt in Logikal.
Werkwijze
1. Ga in Logikal naar het betreffende project. Ga naar “Project” en “Projectglas”.
2. Selecteer de knop toevoegen en vul de volgende velden conform onderstaande instructie:
Veld In te vullen Opmerkingen
Naam Geef hier de G-code in, corresponderend met het
Omschrijving 1 renvooi (gebruik G00 t/m G99) Komt in kolom D van het csv-bestand
Geef hier zo veel mogelijk de volledige
Omschrijving 2 glasomschrijving in Vb: HR++ U=1,1 W/m2K
Geef hier de samenstelling in zoals in Navision Komt in kolom E van het csv-bestand
Korte info op positie Een code die in Navision bestaat (44.2-15-44.2)
Categorie Komt in kolom L van het csv-bestand
Kleur voorkeuze
Productgroep Geef hier de zelfde code als de Naam
Inactief
Optioneel voor eigen inzicht
Optioneel voor eigen inzicht
Optioneel voor eigen inzicht
Vinkje wanneer je wilt dat deze niet meer actief is
Onderstaande geldt voor buiten, midden (triple glas) en binnen:
Glasdikte Glasdikte zonder folie
Glastype Kies uit lijst
Foliedikte Dikte van de folie (alleen voor gelaagd glas)
Tussenruimte glas: Minimale spouwdikte Dit bepaalt de rubber/glaslatkeuze
Minimaal Maximale spouwdikte In principe voor min., en max. dezelfde maat
Maximaal Spouwdikte buiten bij Triple glas
Buiten
Type glasafstandhouder Altijd standaard bij een kleur toevoegen in kolom M in csv bestand
PSI Waarde Bij afstandhouder vrij waarde ingeven Geef U-waarde zo veel mogelijk in Omschrijving 1
Komt in kolom F van het csv-bestand
Ug Waarde U waarde ingeven in W/m2K
3. Kies bij het aanleggen van de merken voor de vulling vervolgens het juiste projectglas.
4. Bovenstaande werkt uiteraard ook voor projectpanelen. Onderstaand tref je daarvoor een
invulinstructie aan:
Doc.Nr. WVB.03.02.00 Projectglas &(projectpanelen) in Logikal
Wijzigingsdatum 22 april 2015 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Veld In te vullen Opmerkingen
Naam Geef hier de P-code in, corresponderend met het
Omschrijving 1 renvooi (gebruik P01 t/m P99) Komt in kolom D van het csv-bestand
Geef hier zo veel mogelijk de volledige
Omschrijving 2 paneelomschrijving in Vb: Alu-pur-Alu
Geef hier de samenstelling in zoals in Navision Komt in kolom E van het csv-bestand
Korte info op positie Een code die in Navision bestaat (2-20-2)
Categorie Geef hier de zelfde code als de Naam Komt in kolom L van het csv-bestand
Inactief Optioneel voor eigen inzicht
Vinkje wanneer je wilt dat deze niet meer actief is
Paneelopbouw: Plaatdikte in mm Dit bepaalt de rubber/glaslatkeuze. In principe voor
Binnen / buiten zonder min., en max. dezelfde maat
Plaatwerk
totale dikte van het paneel
Totale dikte
Afmetingen maximaal Maximale afmetingen ingeven Foutmelding bij overschrijding
Geef U-waarde zo veel mogelijk in Omschrijving 1
U-Waarde U waarde ingeven in W/m2K Komt in kolom F van het csv-bestand
PSI Waarde Isolatiewaarde van de rand eventueel ingeven Tbv statische berekeningen
Paneelgewicht Gewicht ingeven in kg/m2
Weergave Met deze velden bepaal je de weergave op scherm Geef U-waarde zo veel mogelijk in Omschrijving 1
en op stuklijsten/positieschetsen
Doc.Nr. WVB.03.03.00 Materiaalpakketten in Logikal
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Deze instructie geeft inzicht in wat materiaalpakketten zijn, wanneer deze gebruikt worden en hoe
het proces werkt binnen De Groot & Visser hoe pakketten aangemaakt en toegepast dienen te
worden.
Materiaalpakketten
Wat houdt het in?
Een materiaalpakket is een verzameling van materialen, bewerkingen en markeringen die je aan
een (onderdeel van) een pui kunt hangen zodat het werkvoorbereidings- en productieproces
efficiënter en met minder kans op fouten kan worden uitgevoerd.
∑ Door materialen via een materiaalpakket aan een pui te hangen komen deze op de
stuklijst en worden deze automatisch mee besteld
∑ Door bewerkingen via een materiaalpakket aan een pui te hangen wordt het
programmeren van de CNC-machines eenvoudiger. Er hoeven dan ook geen separate
bewerkingstekeningen/bijlagen meer gemaakt te worden.
∑ Door markeringen (kleine bewerkingen) via een materiaalpakket aan een pui te hangen
wordt het voor productie eenvoudiger te herkennen waar bijvoorbeeld welk rubber moet
worden toegepast. Dit hoeft dan ook niet meer via de zgn. hoofd productie tekening.
Wanneer pas je het toe?
Materiaalpakketten pas je voornamelijk toe bij vliesgevels wanneer je binnen een project
repeterende situaties hebt, waarbij door het maken van één materiaalpakket in het vervolg van het
proces tijdwinst wordt bespaard en/of het risico van fouten (vergeten te bestellen) wordt
verkleind. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn:
∑ Beluchtingsgaten
∑ Spuwer(-gaten) in klemlijst
∑ Zonweringssteunen
∑ Zwaarden of andere constructieve onderdelen die door een gevel heen moeten
∑ Clipjes tbv het inklemmen van panelen/zetwerk
∑ Bewerkingen tbv verankering
∑ Brandwerende voorzieningen/materialen
∑…
Hoe pas je het toe?
1. Bij de voorbereiding van het project, voordat met Logikal wordt begonnen, wordt
geïnventariseerd of zich dergelijke van bovenstaande situaties voordoen.
2. Indien dit het geval is, wordt in overleg met de programmeur bepaald hoe het materiaalpakket
samengesteld moet/kan worden.
3. De programmeur maakt vervolgens het materiaalpakket en voegt deze toe aan de bibliotheek
van het betreffende systeem. De programmeur geeft de code door aan de werkvoorbereider.
4. De werkvoorbereider past bij aanmaken/bewerken van puien het materiaalpakket als volgt toe:
a. Uitgangspunt is dat je in Logikal in het betreffende project bent en het betreffende element
aan het maken bent of in ieder geval geopend hebt.
b. Selecteer onderin het scherm de keuze “Element”.
c. Selecteer links in de lijst de keuze “Materiaalpakket”. (Indien deze keuze niet beschikbaar
is, zijn er voor dit systeem geen materiaalpakketten aangemaakt.)
d. Geef in het keuzemenu dat verschijnt aan of je het pakket op “Alle” of “Enkele” stijlen wilt
bepalen. (Of dat je eerder bepaalde pakketten wilt verwijderen)
e. Geef de referentiemaat, de positie t,o,v, deze maat en kies uit de lijst het betreffende
pakket. Kies “OK”.
f. Je kunt een eventuele 2e pakket bepalen of nu “Annuleren”.
Doc.Nr. WVB.03.04.00 Wandaansluiting in Logikal
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Deze instructie geeft inzicht in wat wandaansluitingen zijn, wanneer deze gebruikt worden, en hoe
het proces werkt hoe pakketten aangemaakt en toegepast dienen te worden.
Wandaansluitingen
Wat houdt het in?
Een wandaansluiting is een combinatie van materialen en bewerkingen die je aan één of meerdere
omtrekzijden van de pui kunt koppelen om het werkvoorbereidings- en productieproces efficiënter
en met minder kans op fouten uit te voeren. Denk daarbij aan aanslagrubbers, montageschroeven
en bewerkingen daarvoor bij puien en kokerprofielen / startprofielen bij vliesgevels.
Hoe is het ingericht?
Uitgangspunt is dat in wandaansluitingen alleen zaken tbv productie worden geregeld.
Wandaansluitingen zijn in Logikal gekoppeld aan series en profielen. Binnen iedere serie moet
voor iedere wandaansluiting worden aangegeven voor welke profielen deze kan worden toegepast.
Wanneer een bepaalde wandaansluiting niet zichtbaar is heeft dit vaak te maken met de inrichting
hiervan.
Er zijn veel standaard wandaansluitingen in Logikal, die vaak bepaald zijn op basis van de catalogi
van de systeemleveranciers. Daarnaast zijn er door de GV aangelegde wandaansluitingen. Deze
worden beheerd door de programmeurs.
In Logikal bestaat een wandaansluiting uit 3 onderdelen, te weten Binnen, Midden en Buiten. Voor
puien geldt:
∑ Binnen: deze gaan we niet gebruiken. We gaan geen kitvoegen, hoeklijnen en waterslagen
via wandaansluitingen aan puien koppelen. Deze ‘vervuilen’ de stuklijst en het bestellen
van deze materialen en de bijbehorende IP’s past niet goed in onze werkwijze.
∑ Midden: hier wordt de bevestigingswijze (standaard of steegmontage) bepaald, alsmede de
hart-op-hart maat van de schroeven voor de bewerkingen en het type schroeven.
Standaard zullen de VMRG voorschriften worden toegepast. Bij afwijkende hoh-maten kan
dit in de groep worden aangepast.
∑ Buiten: hier wordt voornamelijk het aanslagrubber bepaald.
Er dient momenteel nog een opschoonactie en basis inrichtingsactie plaats te vinden. Voor
vliesgevels dient ook nog een modus bepaalt te worden.
Hoe pas je het toe?
1. Bij de voorbereiding van het project, voordat met Logikal wordt begonnen, wordt geïnventar-
iseerd welke wandaansluitingen zich voordoen en of deze beschikbaar zijn in Logikal.
2. Indien dit niet het geval is, wordt de programmeur gevraagd de gewenste wandaansluiting aan
te leggen.
3. De werkvoorbereider past bij aanmaken/bewerken van puien de wandaansluiting als volgt toe:
a. Uitgangspunt is dat je in Logikal in het betreffende project bent en het betreffende element
aan het maken bent of in ieder geval geopend hebt.
b. Selecteer onderin het scherm de keuze “Element”.
c. Selecteer links in de lijst de keuze “Wandaansluiting”.
d. Geef in het keuzemenu dat verschijnt aan waar je de aansluiting wilt bepalen. Je kunt
deze door de 5e keuze ook kopiëren uit een ander positie.
(Afhankelijk van deze keuze zijn wandaansluitingen wel/niet beschikbaar. Sommige zijn
bijvoorbeeld alleen beschikbaar wanneer je rondom kiest)
e. Kies uit de Binnen, midden en buiten keuzes en bevestig met OK. Binnen de keuze voor
midden kun je de h-o-h maat nog wijzigen, maar niet het type schroeven.
(De instellingen onderin met ‘Verschuiving’ zijn niet relevant voor ons.)
Doc.Nr. WVB.03.05.00 Ingeven AOF element in Logikal
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Johnny Lamers
Inleiding
Deze instructie geeft inzicht hoe we een AOF element in Logikal in moeten geven.
Algemene instelling
Bij algemene instellingen geldt zoals bij alle elementen dat wij eerst de kenmerken betreffende
statica ingeven.
Werkwijze
Element ingeven
∑ Ga in Logikal naar nieuwe positie, en kies de serie Schüco SC FW 50/60AOF of
Schüco AOF 5.0
∑ Voer het aantal velden in de breedte en in de hoogte in.
∑ Geef de breedte en hoogte maat in. De breedte en hoogte maat is de buitenste maat van
de dekkappen.
Optie bij glashoeken
∑ Kies dan de optie glashoeken en selecteer welke stijl je moet segmenteren. ( Pas op dat je
bij glashoeken altijd controleert of de maten van de regels kloppen.
∑ Geef de ontwatering (bij onderregel zichtbaar en bij tussenregel geen) en kleur op.
Bewerkingen voor de beluchting aan de boven zijde komen automatisch erop.
∑ Check of je de goede profielen heb , en pas eventueel naar keuze aan.
∑ Loop de knooppunten door en pas deze eventueel aan. ( Komt standaard met knop,
eventueel zijstijlen LBW aanpassen )
∑ Hang de profielverbindingen aan het element met de optie alle.
∑ Ken het glas en panelen toe.
∑ Neem voorinstellingen over en enter door.
Element ingeven met eindstijl
∑ Als je een AOF element hebt met een tussen stijl als eindstijl dan moet je de AOF regel
verlengen.
Dit is bij de standaard AOF 28 mm en bij de AOF 5.0 33 mm.
∑ Als je een hoekstijl hebt dan moet je de hoek ingeven en de regels verlengen tot je de de
juiste lengte hebt.
∑ Verder geldt dezelfde werkwijze als bij standaard element ingeven.
Extra bestellen bij AOF
∑ Schüco tape 224966 per stijl en regelverbinding boven en onderzijde 1 stuk tape
lengte 200 mm.
∑ Schüco Flex kit 298900 voor het afkitten van verbindingen.
Let wel dat je wat je ook doet altijd op moet blijven letten.
Doc.Nr. WVB.03.06.00 Standaard bibliotheek
Wijzigingsdatum 27 januari 2015 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
In Logikal is het mogelijk om gebruik te maken van een zogenaamde positiebibliotheek. Dit is
binnen Logikal bij de G&V ingericht voor het snel, eenvoudig en op gestandaardiseerde wijze
aanleggen van (Schuco) deuren.
Voor de meest voorkomende uitvoeringen zijn er standaarden aangemaakt, denk aan enkele en
dubbele deuren en verschillende weerstandsklassen en deurhoogtes. Ook voor inzetdeuren in
vliesgevels zijn er standaarden aangemaakt.
De voordelen hiervan zijn:
∑ Snel een complete positie aanleggen, je hoeft niet na te denken over artikelkeuzes e.d.
∑ Alle extra materialen (tbv WK2 of WK3) zijn al toegevoegd
∑ Alle bewerkingen zijn al toegevoegd
∑ Er worden standaarden gebruikt die het goedkoopst zijn en waardoor we maar weinig
soorten op voorraad hoeven houden
Werkwijze
Aanleggen positie
1. Open het project voor zover dit niet het geval was en kies linksboven in het hoofscherm de
optie “Import uit” en “Positie bibliotheek”, óf kies met rechtermuisknop “Import uit” en “Positie
bibliotheek”.
2. Kies vervolgens de betreffende deur die je nodig hebt en selecteer “OK”.
3. Het scherm dat verschijnt vul je als volgt:
∑ Positienummer: Merknaam zoals op tekenwerk en in Navision bekend is
∑ Korte omschrijving: Gebruik dit veld voor WK en BW-klassen aan te geven
∑ Aantal: Het totale aantal van deze positie in deze order
∑ Fase: Niet gebruiken, is al in het Ordernummer duidelijk gemaakt
∑ Kleur: De kleur van de profilering selecteren
∑ Beslag binnen/buiten: Eventueel de kleur van het beslag selecteren
∑ Afmetingen aanpassen en eventueel spiegelen
4. Pas vervolgens in het element de glas- en paneelsoorten aan.
5. Pas waar nodig in het element eventueel het kruktype aan. Wijzig niet de essentiële zaken
als sloten en scharnieren.
Inzetelement ingeven
1. Uitgangspunt is dat je in Logikal in het betreffende project bent en het betreffende element aan
het maken bent of in ieder geval geopend hebt.
2. Selecteer links in de lijst de optie “Inzetten ingeven”.
3. Kies bij “Inzet uit bibliotheek”, het rechter icoontje.
4. Kies vervolgens de betreffende deur die je nodig hebt en selecteer “OK”.
5. Selecteer een veld en kies rechtsonder “Overnemen”.
6. Geef in het volgende scherm een “Korte omschrijving” en een “Kleur”.
7. Kies “Afsluiten” als je niet nog een inzetelement wilt ingeven.
Aandachtspunten
∑ Bij wijzigen van deurhoogte van kleiner dan 2500 mm naar groter dan 2500 mm heb je echt
een ander slot nodig. Hiervan krijg je geen melding.
∑ Bij deuren met boven- of zijlichten heeft de bibliotheek helaas weinig zin, omdat veel
informatie verloren gaat. Je kunt er wel uit afkijken welke sloten, scharnieren e.d. de
standaard zijn.
∑ Uitgangspunt ongeacht de bibliotheek is om altijd een 3-puntsslot te gebruiken.
∑ Let op het nulpunt bij zijlichte ivm krukhoogte.
Doc.Nr. WVB.03.07.00 Logikal licenties
Wijzigingsdatum 17 mei 2016 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Ralph van Beek
Inleiding:
Bij het inloggen in Logikal dient een keuze gemaakt te worden welke licentie wel of niet gebruikt
wenst te worden.
Wees hierin bedachtzaam gezien het aantal aanwezige licenties per functionaliteit.
Onderstaand tref je daarin een overzicht met de daarbij behorende aantallen.
(De aantallen zijn een momentopnamen en kunnen afwijken.)
Overzicht:
Zonder (16 st.): Zonder licentie inloggen is ook mogelijk.
Je kan gewoon gevels invoeren. Je kan alleen geen gebruikmaken van de
CAD (9 st.): extra functionaliteiten die de andere licenties bieden.
CNC (3 st.)
Wordt gebruikt om bijvoorbeeld bewerkingen te meten in het CAD
CNC WV (4 st.) programma van Logikal. Wordt gebruikt bij het aanleggen van profielen.
DXF/DWG (5 st.)
Bewerkingen invoeren / aanleggen.
Voetbewerkingen en kopbewerkingen invoeren / aanleggen
Machine bestanden genereren (Aansturen / instellingen.)
Bewerkingen invoeren / aanleggen.
Exporteren van tekeningen naar Athena / ACAD.
Doc.Nr. WVB.03.08.00 Kop- en voetbewerkingen Logikal
Wijzigingsdatum 17 mei 2016 Pagina 1 van 3
Proceseigenaar Ralph van Beek
Inleiding:
Bij bijna iedere vliesgevel die we produceren passen we aan de onderzijde van de gevel een folie
toe. Om het maken van deze bijlage te voorkomen hebben we een standaard bewerking gemaakt
die zich automatisch aanpast aan de doorsteek van de stijl. Ook is de bewerking makkelijk
toepasbaar is op de werkvoorbereiding.
Invoeren van een kop- en voetbewerking
1. Voor het invoeren van een kop- en voetbewerking heb je een CNC WV licentie nodig. In
totaal hebben we 4 van deze licenties beschikbaar (1 per team). Zorg ervoor dat als je klaar
ben met het invoeren van deze bewerkingen dat je de licentie weer beschikbaar maakt voor
je collega’s.
2. Open een merk in Logikal en je zal zien dat er aan de onderzijde een extra tab bij is
gekomen (CNC-bewerkingen). Als je naar dit venster gaat zal er aan de linkerzijde een
overzicht van de bewerkings types staan. Ook is hier de mogelijkheid om een kop - en
voetbewerking in te voeren. Mochten deze ontbreken dan staat er boven in het scherm een
knop fuctie waarin je deze functies aan kan zetten.
3. Selecteer de functie voetbewerking of kopbewerking en er zal een scherm openen dat
vergelijkbaar is aan het invoerscherm van materiaalpakketten. Selecteer de stijl die je wil
bewerken > selecteer nieuwe voetbewerking aanleggen.
Doc.Nr. WVB.03.08.00 Kop- en voetbewerkingen Logikal
Wijzigingsdatum 17 mei 2016 Pagina 2 van 3
Proceseigenaar Ralph van Beek
Selecteer hier de juiste bewerking en confirmeer je keuze. De bewerking zal nu boven de
nieuwe voetbewerking aanleggen verschijnen en de desbetreffende stijl zal nu voorzien zijn
van de gekozen bewerking. Mochten alle stijlen zijn voorzien van de zelfde bewerking heb
je nog de knop Alle gelijk. Als je deze functie gebruikt plakt Logikal deze bewerking
automatisch op alle stijlen.
kop- en voetbewerkingen met beschrijvingen
∑ GV 50+ Folie ZDR Neus:
o Foliesnede + het weg frezen van de neus van de stijl. ( LET OP: het wegfrezen van
de neus mag niet langer zijn dan 250mm)
∑ GV 50+ Folie ZDR Neus L:
o Foliesnede + het weg frezen van de neus van de stijl. (Bijvoorbeeld toepasbaar bij
een deur) (LET OP: het wegfrezen van de neus mag niet langer zijn dan 250mm )
∑ GV 50+ Folie ZDR Neus R:
o Foliesnede + het weg frezen van de neus van de stijl. (Bijvoorbeeld toepasbaar bij
een deur) (LET OP: het wegfrezen van de neus mag niet langer zijn dan 250mm )
Doc.Nr. WVB.03.08.00 Kop- en voetbewerkingen Logikal
Wijzigingsdatum 17 mei 2016 Pagina 3 van 3
Proceseigenaar Ralph van Beek
∑ GV 50+ Folie MET Neus:
o Standaard foliesnede
∑ GV 50+ Folie MET Neus L:
o Standaard foliesnede (Bijvoorbeeld toepasbaar bij een de ur)
∑ GV 50+ Folie MET Neus R:
o Standaard foliesnede (Bijvoorbeeld toepasbaar bij een deur)
Doc.Nr. WVB.04.01.00 CSV-bestand
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe materialen van Logikal via een csv-bestand worden overgezet naar
Navision. Uitgangspunt is dat Logikal goed en volledig is ingevoerd.
Werkwijze
Voorbereiding in Logikal
1. Zorg dat de benaming van je project conform de syntax P12345 -A.01.P is. Op deze manier
komen het projectnummer en de fase direct goed in de kolommen ( wijzig later in het csv-
bestand nog de P in M voor montage artikelen ). De 1e 6 karakters komen in kolom A. Alle
karakters vanaf positie 8 komen in kolom B.
2. Het is nu ook mogelijk om de uitvoering van de profielkleur automatisch op de juiste manier en
in de juiste kolom van het csv bestand te plaatsen.
Hiervoor dien je de kleur in LogiKal als volgt in te voeren, bijvoorbeeld: RAL 7021|GECOAT60
en/of RAL 7021|GECOAT90(2). Dit kun je in LogiKal intypen door eerst “RAL” te selecteren en
vervolgens achter RAL in het invoerveld 7021|GECOAT60 in te typen. Het pipe -teken “|”
(zonder spaties!) is hierbij noodzakelijk en zorgt ervoor dat de uitvoering van de kleur wordt
gescheiden en in de juiste kolom komt.
Je zult merken dat je in geval van GECOAT90(2) op dit moment één karakter tekort komt om
“)” in te voeren. In de converter is hier rekening mee gehouden, deze komt er automatisch bij
in het csv bestand. In een volgende versie van Logikal is dit probleem opgelost.
Voor anodiseren werkt het vergelijkbaar, alleen dien je te kiezen voor “Verdere kleuren” > Vrij:
Doc.Nr. WVB.04.01.00 CSV-bestand
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot
Vervolgens voer je direct daarachter de anodiseerkleur en laagdikte in zoals deze bekend zijn
in Navision. Ook hierbij dient als het pipe-teken tussen kleur en laagdikte als scheidingsteken.
Nb. De tekst “vrij” is bij het invoeren nog zichtbaar maar zodra je deze bevestigd val t deze
tekst weg
Stappen in Logikal
1. Open in Logikal het betreffende project.
2. Selecteer de fases en merken waarvan je de materialen wilt exporteren.
3. Selecteer in het linker menu onder het kopje “Calculatie” de keuze “Navision export”
4. Mogelijkerwijs verschijnt een scherm met de titel “Afdruk” waarin wordt gevraagd om
“Gekozen” of “Alle posities” af te drukken. Kies “Gekozen posities”.
5. Mogelijkerwijs moet je een aantal schermen doorlopen ten behoeve van calculatie -instellingen.
Kies zonder wijzigingen “OK”, “Verder”, of “Ja”.
6. Er verschijnt een scherm “Export bestand Navision export”. Kies “Aanmaken”.
7. Mogelijkerwijs komen schermen langs met waarschuwingen. Kies OK.
8. Er verschijnt een scherm “Bestandsnaam voor transfer bestand”. Geef een herkenbare naam
in voor het bestand (zonder extensies), bijvoorbeeld P36203-B.70.P_AJ.
Let op: Bij het werken vanuit de productie -eenheden module worden het projectnummer en de
fase uit deze benaming gehaald. De 2 karakters na de underscore dienen overeen te komen
met de initialen van je e-mail adres. Op die manier krijg je een e-mail bij het werken vanuit de
productiemodule, zie voorbeeld:
9. Mogelijkerwijs verschijnt er een scherm “Calculatie”, waarin gevraagd wordt of je de
zaagoptimalisatie, de samenstelling en de verwerking voor alle – ook de niet geselecteerde –
posities bepalen? Kies hier “Nee”.
10. Er verschijnt een melding: “De bestanden zijn in de directory “S:\Logikal Output\” opgeslagen.
∑ De csv-bestanden staan in de directory S:\Logikal output\Navision
∑ Het logbestand staat in de directory S:\Logikal Output\Log
Doc.Nr. WVB.04.01.00 CSV-bestand
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 3 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot
11. Als je in de bestandsnaam je initialen hebt ingegeven na de underscore ontvang je een mail
dat de conversie is uitgevoerd, nu ook vanuit het werken vanuit de productie-eenheden
module als je je initialen hebt ingegeven in de bestandsnaam.
Stappen in het csv-bestand
12. Open het log-bestand en bestudeer de foutmeldingen. Dit is input voor de noodzakelijke
wijzigingen in het csv-bestand.
13. Open het csv-bestand met Excel.
14. Het bestand moet de informatie conform onderstaande kolomindeling bevatten:
ABCDE FGH I J KLM
15. Verwijder de regels die je niet wilt inlezen, zowel die nog niet besteld kunnen worden als de
materialen die al eerder besteld zijn.
16. Controleer en vul aan de volgende informatie:
∑ Kolom A: Het projectnummer
∑ Kolom B: Het element/fase. Maak hier onderscheid tussen materialen voor
montage en productie (B.01.P vs B.01.M). Zie bijlage voor lijst van veel
gemaakte vergissingen
∑ Kolom D: Artikelnummers, zoals in Navision gecodeerd.
∑ Kolom L: Voor profielen de oppervlaktebehandeling (bijv. GECOAT60).
Voor glas staat de samenstelling (bijv. 44.2-15-44.2) in principe goed.
∑ Kolom M: Voor profielen de kleur (RAL-9010). Voor glas blijft dit meestal leeg. Soms
bevat dit veld informatie ten aanzien van afwijkende spacers.
17. Sla het bestand weer op als csv-bestand onder T:\Projecttekenwerk\Pxxxxx\CSV-bestanden.
Stappen in Navision
18. Controleer of de “Begindatum” bij het Element goed staat, zie de instructie “Invoeren
levertijden”.
19. Ga in Navision naar de module “Import uit Logikal” en kies de optie “Materialen importeren” .
20. Zoek het bestand dat je in wilt lezen, door de knop met de 3 puntjes te selecteren. Let er
daarna op je voor Bestandstypen “All files (*.*)” kiest.
21. Selecteer OK.
22. Wanneer er foutieve codes in het csv-bestand staan ontvang je een foutmelding en wordt er
niets ingelezen. Corrigeer de fouten. Hiervoor kan het log-bestand uitkomst bieden.
23. De materialen staan in de tabel Projectmateriaalbehoefteregels.
Doc.Nr. WVB.04.01.00 CSV-bestand
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 4 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot
Bijlage. Artikelen die vaak in productiefases staan maar over het algemeen voor montage
zouden moeten zijn.
Doc.Nr. WVB.05.01.00 Invoeren levertijden WVB
Wijzigingsdatum 5 november 2014 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
Doel
Alle materialen voor de uitvoering op het juiste moment en tijdig geleverd te krijgen
Input documenten:
Algemene planning van de Groot en Visser
Standaard levertijden lijsten
1 Navision weeknummer aan fase toekennen.
(T.b.v. aan leggen van behoefte regels, via inlezen of handmatig)
∑ Input: Algemene planning
Om ervoor te zorgen dat de basis levertijden van de te bestellen materialen goed staat dient er in
de fase in Navision een juiste leverdatum te worden ingevuld of ge-update alvorens er behoefte
regels worden toegevoegd.(handmatig of via inlezen CSV-bestand)
Ga in Navision via de projecten > Assemblage projecten en selecteer het juiste projectnummer.
Selecteer op de projectkaart Projecten > Projectindeling > Elementen
Kijk in de algemene planning en vul bij de betreffende fase bij de begindatum in:
Voor een productie fase de week waarin de productie start -1
Voor een montage fase de week waarin montage start -1
BV: In de planning start productie in week45 je vult dan in: 45 -1 = W44
(w =woensdag, maar lees ‘week’) ( LET OP DAT HET JAAR GOED STAAT!)
Na deze stap komen in principe alle voorraad gestuurde materialen in de juiste week binnen.
2 Aanpassen levertijden in Navision
∑ Input: Algemene planning
∑ Standaard levertijden lijst
∑ Project specifieke afspraken
2.1 Levertijden IP’s
2.1.1 Interne producties die voor de productie nodig zijn (input algemene planning GV):
o Vraag datum van de IP: -1 week voor start productie
o Materialen benodigd om de IP te maken: -3 weken voor start productie betreffende fase.
2.1.2 Interne producties die voor de montage nodig zijn (input algemene planning GV):
o Vraag datum van de IP: -1 week voor start montage
o Materialen benodigd om de IP te maken: -1 week start productie betreffende fase.
Doc.Nr. WVB.05.01.00 Invoeren levertijden WVB
Wijzigingsdatum 5 november 2014 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
2.2 Project specifieke materialen voor Montage
2.2.1 Levering materialen bij de Groot en Visser (input algemene planning GV):
Als materialen worden aangeleverd bij GV dient er rekening te worden dat ook de logistieke
afdeling tijd heeft om deze administratief te verwerken.
o Leverdatum van de materialen start montage -2 weken
2.2.2 Levering materiaal op de bouw (input algemene planning GV)
In principe dienen de project specifieke montage materialen in de eerste week van de start
montage te worden aangeleverd, eventuele afwijkingen hierop dienen vooraf kenbaar te worden
gemaakt door de PL of de uitvoerder.
o Leverdatum van de materialen in de week van start montage
3 Controle van de gevraagde leverdata
Het kan zijn dat een aantal onderdelen een langere levertijd hebben waardoor deze niet meer tijdig
binnen komen. Normaal zou dit per project ondervangen moeten zijn met de Long Lead items lijst.
Om er echter zeker van te zijn dat materialen tijdig worden besteld kunnen de gevraagde leverdata
worden gecontroleerd met de standaardlevertijden lijst.
Levertijd korter dan standaard levertijd ‡Overleggen met Inkoop
Als levertijd niet gehaald kan worden dient de projectleider en de betreffe nde afdeling te worden
geïnformeerd.
Doc.Nr. WVB.05.02.00 Projectmateriaalbehoefteregels
Wijzigingsdatum 14 november 2014 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe de geïmporteerde materialen verwerkt worden en hoe handmatig
behoefteregels worden aangemaakt en verwerkt tot adviesorders .
Werkwijze
Behoefteregels van geïmporteerde materialen
1. Ga in Navision naar het betreffende project . Ga via de knop “Project”, en de keuze
“Projectmateriaalbehoefte” naar “Projectmateriaalbehoefteregels”.
2. Tips:
∑ Zorg dat alleen de relevante kolommen zichtbaar zijn. Z ie de instructie “Schermen in
Navision”.
∑ Leg de juiste filters aan om overzicht te bewaren. Zie de instructie “Filters”.
3. Indien in het csv-bestand de uitvoering en de kleur nog niet was ingegeven dient dit nu te
gebeuren.
∑ Het handigst is het om dit te doen via de module “Projecten”, linksboven “Werkvoorbe-
reiding en planning” en de keuze “Projectmateriaalbehoefteregels (DGV)”. Breng
vervolgens de juiste filters (project en element) aan en geef hier de uitvoering en kleur in.
∑ Alternatief is om vanuit het scherm Projectmateriaalbehoefteregels in de betreffende regel
te gaan staan, kies de knop “Proj.mat…” en kies “Inkoopregeldetails”. Vul de uitvoering en
de kleur in. Doe dit voor alle regels waar dit voor nodig is.
4. Controleer met de planning de juiste Leverdatum. Zie de instructie: “Invoeren levertijden”.
Tip: door de kolom Artikelcategoriecode zichtbaar te maken kun je zien wat de default bestemming
(productie of montage) van het artikel is en of je het artikel in het juiste element hebt geplaatst.
Handmatig behoefteregels aanmaken.
5. Ga in Navision naar het betreffende project. Ga via de knop “Project”, en de selectie
“Projectmateriaalbehoefte” naar “Projectmateriaalbehoefteregels”.
6. Maak met F3 een nieuwe regel aan en geef de volgende informatie in:
∑ Element/fase, afhankelijk waarvoor de materialen benodigd zijn. Let op onderscheid
tussen productie en montage materialen
∑ Indien nodig/mogelijk geef aan voor welke merken de materialen benodigd zijn door voor
“Entiteittype” de optie “Extra behoefte” (voor IP’s) of “Merk” te kiezen en voor “Entiteitnr.”
het merk te kiezen (IP’s en glas e.d.).
∑ Artikelnr. Het heeft altijd de voorkeur via een artikelnr. te bestellen.
∑ Kostendrager. Dit wordt bij een artikel automatisch gevuld. Alleen wanneer je niet via een
artikelnr. kunt bestellen dien je hier de relevante code te kiezen (zie budget).
∑ Omschrijving. Zeer belangrijk is een éénduidige omschrijving bij bestellen via
kostendrager. Beperk je bij voorkeur tot dit veld. Alleen als het niet anders kan extra
informatie in het veld “Omschrijving 2”.
∑ Aantal. Geef het benodigde aantal. Dit zijn altijd gebruikseenheden (meter, stuks) en nooit
VE’s. Bij bestellen volgens bijlage is dit 1. Zie ook de instructie: “Bestellen volgens
bijlage”.
∑ Eenheid. Zie hierboven (m, stuks). Bij bestellen volgens bijlage is dit BIJL. Zie ook de
instructies: “Eenheden” en “Bestellen volgens bijlage”.
∑ Vul aan de hand van de planning de juiste Leverdatum in. Zie de instructie: “Lever tijden”.
∑ Geef de maatvoering, uitvoering en kleur waar nodig. Ga in de regel staan, kies de knop
“Proj.mat…” en kies “Inkoopregeldetails”.
∑ Koppel waar nodig een bijlage, alleen als dit echt niet zonder kan. Zie de instructie:
“Bijlage koppelen”.
Let op: bij het verlaten van de regel kan door sorteren de regel worden verplaatst
Doc.Nr. WVB.05.02.00 Projectmateriaalbehoefteregels
Wijzigingsdatum 14 november 2014 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Controleren en verwerken.
7. Controleer de ingaven.
∑ Ga via de module “Projecten” naar de menukeuze “Lijsten” linksboven in het scherm en
kies onder het kopje LOGISTIEK de lijst “Projectmateriaalbehoefte 2”. Geef de juiste filters
∑ Open de bijlage om te controleren of de goede bijlage is gekoppeld. Ga in de betreffende
regel staan, selecteer de knop “Proj.mat…” en de keuze “Documenten” en sneltoets F9.
8. Markeer de regels die je wilt verwerken door ze te selecteren met Ctrl-F1
9. Selecteer de knop Functies en de keuze “Adviesorders aanmaken”.
10. Er verschijnt een vinkje in de kolom “Verwerkt” als teken dat ze verwerkt zijn tot adviesorders.
Doc.Nr. WVB.05.03.00 Adviesorders
Wijzigingsdatum 27 januari 20172015 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe adviesorders beheerd en afgehandeld worden. Uitgangspunt is dat de
adviesorderregels volgens instructie zijn aangemaakt vanuit de projectmateriaalbehoefteregels.
Let op: wanneer je gelijktijdig met collega’s in hetzelfde project werkt dat je alleen die
regels bewerkt die je zelf hebt gegenereerd. Stem af.
Werkwijze
Beheer en aanvullen.
1. Ga in Navision naar het betreffende project. Ga via de knop “Project”, en de selectie “ Inkoop”
naar “Adviesorders”.
2. Tips:
∑ Zorg dat alleen de relevante kolommen zichtbaar zijn. Zie de instructie “Schermen in
Navision”.
∑ Leg de juiste filters aan om overzicht te bewaren. Zie de instructie “Filters”.
3. Wijs waar nodig een leverancier toe. Dit geldt voor algemene artikelen (G- en P-codes) en
materialen die op kostendrager zijn besteld (zetwerk, ankers, hout, …). Leverancier s worden
door projectleiding/inkoop bepaald.
4. Wijzig voor de materialen die elders moeten worden afgeleverd (op de bouw of bij een
tussenleverancier) de velden “Afleveren” en “Ontvangstlocatie”:
∑ Voor materialen die op de bouw moeten worden afgeleverd: “Afleveren” = “Projectlocatie”
en “Ontvangstlocatie” = keuze uit vooraf vastgelegde codes met adresinformatie. Voor
grote bouwprojecten kunnen meerdere projectlocaties worden aangemaakt.
∑ Voor materialen die bij een tussenleverancier moeten worden afgeleverd (Alumet, van
Campen, Prins, Walko, …): “Afleveren” = “Vestiging” en “Ontvangstlocatie” = keuze uit
een lijst van tussenleveranciers.
5. Voor voorraadartikelen (met “Transactiewijze” = “Voorraad”) dient het veld “Vestiging” de
waarde 01 te bevatten. Dit wordt soms niet goed gevuld als er van dat artikel op dat moment
geen voorraad van in het magazijn aanwezig is. Doe dit dan handmatig.
6. Loop de overige velden na en met name de “Ontvangstdatum” en de “Transactiewijze” (dienen
voorraadmaterialen misschien toch projectspecifiek te worden afgehandeld of vice versa?).
Controleren en afhandelen.
7. Controleer de ingaven. De lijst “Adviesorders” kan daar mogelijk bij helpen. Ga hiertoe via de
module “Projecten” naar de menukeuze “Lijsten” linksboven in het scherm en kies onder het
kopje LOGISTIEK de lijst “Adviesorderregels”. Geef de juiste filters
8. Wijzig de “Verwerkingsstatus” van de regels die je wilt vrijgeven in de waarde “Vrijgegeven”.
Doe dit alleen als je 100% zeker bent dat de informatie juist en compleet is en doe dit
voor alle regels tegelijkertijd.
∑ Dit kan per regel door het veld “Verwerkingsstatus” aan te passen of
∑ Dit kan collectief door de gewenste regels te markeren met Ctrl-F1 en de knop “Functies”
en de keuze “Adviesorders vrijgeven”.
9. Markeer de voorraadregels die je wilt verwerken door ze te selecteren met Ctrl-F1. Als je niets
selecteert worden alle voorraadregels meegenomen.
10. Selecteer de knop “Functies” en de keuze “Voorraadorders generer en”.
11. Er verschijnt een melding met de vraag: “Wilt u eerst de regels herberekenen voordat de
voorraadorders worden aangelegd?”. Selecteer “Ja”. De gemarkeerde (of alle) voorraadregels
verdwijnen van het scherm en worden omgezet in “Artikeldagboekregels.
12. Soms verschijnt de foutmelding: “Vestiging moet worden opgegeven in Adviesorderregel …”.
In dit geval is stap 5, zie boven, niet gedaan. Corrigeer dit, hiervoor dient de
“Verwerkingsstatus” weer even op “Open” gezet te worden.
13. Voor het afhandelen van inkooporders: kies in het hoofdmenu de optie “Bestand”, de keuze
“Verzenden” en de keuze “Koppelen via e-mail”. Je gaat naar Outlook.
Doc.Nr. WVB.05.03.00 Adviesorders
Wijzigingsdatum 27 januari 20172015 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
14. Stuur de koppeling naar RB en voeg aan het onderwerp van de mail de fase toe waarop de
bestellingen betrekking hebben. Zet tevens in het onderwerp van de mail een aanwijzing dat
er eventueel een instructie van toepassing is (bijv.: “Let op tekst”).
Doc.Nr. WVB.05.04.00 Aantallen en eenheden in Navision
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
De manier waarop in Navision aantallen en eenheden worden gebruikt, levert nogal eens
verwarring op. Vandaar dat deze instructie aangeeft wat de uitgangspunten zijn en voor welke
situaties er bijzondere aandachtspunten gelden.
Uitgangspunt
∑ De behoefte voor artikelen en bestellingen op kostendrager zonder bijlage die ingegeven
wordt, dient altijd in verbruikseenheden (ook wel basiseenheden genoemd) te worden
gedaan. Je hoeft in principe de verpakkingseenheid niet te kennen. Dit betekent voor
bijvoorbeeld:
o Schroeven: stuks
o Rubbers: meter
o Langgoed (profielen, isolatoren, vulkokers): stuks (=lengtes)
o Glas / panelen: stuks
Het aantal is dan uiteraard het aantal van deze basiseenheid.
∑ De eenheid voor behoefte voor materialen op kostendrager met bijlage is Bijlage. Het
aantal is dan 1.
Opmerkingen
∑ Bij een behoefte van artikelen uit het artikelbestand van Navision wordt automatisch de
basiseenheid van dit artikel overgenomen. Deze is dan niet te wijzigen (en dit hoeft ook
niet).
∑ Bij een behoefte op kostendrager wordt automatisch de default eenheid van deze
kostendrager overgenomen. Deze is dan waar nodig nog te wijzigen.
∑ Soms is de basiseenheid van rubbers in Navision nog stuks. Hier dient dan ook meters te
worden gelezen.
Bijzondere situaties
∑ Het brandwerende opschuimende band van Schuco (bijv. SC 298400). Deze wordt
geleverd in een verpakkingseenheid van 10 lengtes van 2,1 m. De basiseenheid in
Navision is “stuks”, maar hier dient m gelezen te worden. Wanneer je handmatig deze
materialen toevoegt aan een stuklijst geef dan het aantal m dat benodigd is.
∑ Isolatiemateriaal. Hier is onderscheid te maken tussen de harde persingen waarvoor in
Navision artikelen zijn aangemaakt en de bestellingen die op kostendrager worden gedaan:
o De artikelen GV 000132 en GV 000143 t/m GV 000147 zijn voorraadartikelen van
verschillende afmetingen en samenstellingen. Hier dient het aantal platen (=stuks)
dat van de betreffende maat nodig is te worden bepaald.
o De overige isolatiematerialen worden op kostendrager besteld. Bepaal dan het
aantal m2 en pas de eenheid in de projectmateriaalbehoefteregel ook aan naar M2.
∑ Kopschotjes. Per paar of per stuk?
Doc.Nr. WVB.06.01.00 Bestellen met onschrijving
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
Inleiding
Daar waar mogelijk dient het gebruik van een bijlage zoveel mogelijk beperkt te worden . Daar waar
mogelijk dient zoveel mogelijk besteld worden met aanvullend de omschrijving en
uitvoeringsvelden beschikbaar in Navision. Deze wijze geeft voor de afhandeling van de orders
diverse voordelen:
∑ Het proces is logistiek beheersbaarder
∑ Grotere eenduidigheid
∑ Efficiënter voor WVB (minder bijlages)
∑ Traceerbaarheid voor montage en logistiek is beter
Bestellen met omschrijving
Binnen Navision zijn er diverse velden beschikbaar die gebruikt kunnen worden voor een
bestelling:
∑ Rechtsreeks: Artikelnummer; Omschrijving; Omschrijving2; Aantal;
∑ Via de knop “Proj.mat…”, en de keuze “Inkoopregeldetails”: Breedte; Hoogte; Lengte;
Dikte; Uitvoering; Kleur
In principe kan al het glas panelen en bv multiplex platen op deze wijze besteld worden:
Algemeen:
∑ De uitvoeringen en kleuren zijn aangelegd in Navision, mocht je een uitvoering missen dan
kan je vragen inkoop deze aan te laten leggen.
∑ Probeer zo min mogelijk gebruik te maken van Omschrijving 2, dit veld maakt de
inkooporder voor de leverancier en montage vaak onoverzichtelijker.
∑ Bij glas kan bij de kleuruitvoering ook aangegeven als er een afwijkende kleur van de
afstandhouder dient te worden gemonteerd, zoals in bovenstaand voorbeeld.
Bestellen met omschrijving + Detail bijlage
Om het aantal bijlagen te verminderen kunnen eventueel ook alleen uitvoeringsdetails in een
bijlage worden geplaatst. Hiermee is het mogelijk om toch de aantallen en afmetingen via de
inkoopregeldetails te laten lopen met alle logistieke voordelen die dit met zich meebrengt. Er hoeft
Doc.Nr. WVB.06.01.00 Bestellen met onschrijving
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
maar 1 keer betreffend bestand gekoppeld te worden aan bijvoor beeld de bovenste van de
gelijkwaardige behoefteregels.
(Er is er maar bijlage nodig voor alle inkoopregels mits deze op dezelfde inkooporder staan.)
(Oftewel behoefteregels met de zelfde artikelcode of kostendrager en behoefte datum en fase.)
Voorbeelden:
Voorbeeld 1 glasbestelling:
Bij deze detailbijlage is het mogelijk alle structurele
glashoeken binnen een project te bestellen.
Voorbeeld 2: Doospaneel
Met deze detailbijlage kunnen doospanelen van de zelfde
samenstelling met verschillende afmetingen worden
besteld.
Doc.Nr. WVB.06.02.00 Bestellen met bijlage
Wijzigingsdatum 20 november 2014 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
Inleiding
In uitzonderlijke gevallen (bv Zetwerk, modelruiten, ankers etc.) kan het noodzakelijk te zijn om
een bijlage te gebruiken om een bestelling te plaatsen. Probeer dit daar waar mogelijk zoveel
mogelijk te vermijden.
Bestellen met bijlage
1. Bijlage maken
∑ Een bijlage kan op verschillende manieren worden gemaakt:
a. Autocad
b. Excel
c. Zaaglijst
d. Etc
2. Bijlage nummeren (Zie ook instructie “Nummering van bijlages)
∑ Een bijlage dient altijd te zijn voorzien van een uniek nummer dit om te voorkomen dat
bijlages worden overschreven door een andere gebruiker.
∑ Een bijlage nummer bestaat uit twee onderdelen, het projectnummer en het bijlage
nummer.
a. Voorbeeld: PXXXXX-ZET01 (indien 1 bijlage pagina / blad)
∑ Mocht een bijlage (-groep, bijv. ZET01) meerdere pagina’s hebben dan dienen deze
pagina’s apart genummerd te worden.
a. Bijvoorbeeld PXXXXX-ZET01-01; PXXXXX-ZET01-02 etc
∑ De fase op de bijlage betreft de fase(s) alwaar de bestelling voor bestemd is.
a. Bijvoorbeeld: A.01.P of A.01M t/m. A.05.M
3. Bijlage opslaan
∑ Een bijlage dient altijd te worden opgeslagen als een PDF bestand (ZWART-WIT, GEEN
Kleur !), dit bestandsformaat is niet te wijzigen en voor iedereen te openen.
o Voorbeeld: PXXXXX-ZET01.pdf (Ook bij meerdere pagina’s / bladen)
∑ Bijlage dient opgeslagen te worden op de SharePoint site bij het projecttekenwerk van het
project. Op deze manier zijn de bijlages voor iedereen toegankelijk.
o T:\Projecttekenwerk\PXXXXX\F - Navision bijlagen
4. Koppelen van de bijlage aan behoefte regels. (Geen IP’s)
∑ Selecteer of maak een behoefteregel aan in de materiaalbehoefte scherm waar het
document aan gekoppeld dient te worden, conform de instructie “Projectmateriaalbehoefte”.
∑ De eenheid is “Bijlage”. In de projectmateriaalbehoefte kan je in “Omschrijving 1” een korte
info geven waar de bijlage over gaat.
o Bijvoorbeeld A: Binnenafw. vlgs. ZET01-01 t/m ZET01-05
Doc.Nr. WVB.06.02.00 Bestellen met bijlage
Wijzigingsdatum 20 november 2014 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Bart van de Wouw
∑ Ga naar (rechts onderin) en kies ‘Documenten’
∑ Ga naar (rechts onderin) en kies ‘Registreer’
∑ Click
Ga via
naar de juiste map waar de bijlage staat opgeslagen en selecteer de bijlage met dubbel
click of click op
(Korte instructie hoe mensen bij de directory op de sharepointsite kunnen komen)
∑ Koppel per behoefteregel slechts 1 bestand ! (Uitzondering indien betreffende bestand oo k
in DWG-formaat mee gestuurd dient te worden. In omschrijving 2 dit kenbaar maken.)
∑ Click
∑ Je komt in een scherm waarin je nog extra info kan toevoegen. Vul in het veld
“Omschrijving” de code van de bijlage (bijv. ZET01). Meer is niet nodig.
∑ Click
Hierna kom je terug in het projectmateriaalbehoefte scherm.
5. Controleren van het gekoppelde document.
∑ Ga in het Projectmateriaalbehoefte scherm naar de regel waarvan je de bijlage wilt
controleren.
∑ Ga naar de knop “Proj.mat…” en kies “Documenten”
∑ Kies de knop “Document” en selecteer de keuze “Open” of kies sneltoets F9.
∑ Controleer of het gekoppelde bestand de juiste is.
Doc.Nr. WVB.06.03.00 Spoed en nabestellingen (fase z)
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe spoed en nabestellingen dienen te worden geplaatst. Dit zijn beide
bestellingen die worden gedaan nadat de reguliere bestellingen al (lang geleden) zijn geplaatst en
de betreffende fase waarvoor de bestelling benodigd is in uitvoering is.
Communicatie is de crux. Informeer inkoop / logistiek / uitvoering over de bestelling.
Fase Z of niet?
Alleen wanneer de bestelling nog dusdanig tijdig kan worden geplaatst dat de levering op tijd is
voor het rapen/gereed zetten van de betreffende fase kan de bestelling op de betreffende fase
worden geplaatst. Anders altijd op fase Z.
Werkwijze
Spoed bestelling van een voorraadartikel
1. Bepaal de behoefte (zelf of vanuit productie / montage).
2. Check of het betreffende artikel op voorraad is.
Indien het artikel niet op voorraad is, controleer of eventueel alternatief artikel wel op voorraad
is.
Let op: het betreffende artikel kan gereserveerd zijn, waardoor voor een a nder project
misgegrepen kan worden. Overleg bij twijfel met de logistiek.
3. Plaats de behoefte in de projectmateriaalbehoefte op fase Z.01.M (of Z.01.P). Geef daarbij in
de “Omschrijving” of “Omschrijving 2” aan voor welke fase/detail het daadwerkelijk benodigd is
4. Verwerk de behoefte tot adviesorderregel.
5. Indien het artikel op voorraad is:
a) Maak voorraadorder aan.
b) Vraag magazijn via een e-mail met spoed de materialen te rapen
c) Informeer de klant (productie / uitvoerder) wanneer spullen klaar staan.
6. Indien het artikel niet op voorraad is:
a) Maak voorraadorder aan.
b) Informeer inkoop met vermelding van het artikelnummer dat er een spoed voorraadrun
gedraaid moet worden.
c) Informeer de klant (productie / uitvoerder) dat spullen in bestelling staan.
In tegenstelling tot eerdere instructie: maak dit soort regels niet projectspecifiek
(niet transactiewijze Inkoop)
Spoed bestelling van projectspecifieke materialen
7. Plaats de behoefte in de projectmateriaalbehoefte op fase Z.01.M (of Z.01.P). Geef daarbij in
de “Omschrijving” of “Omschrijving 2” aan voor welke fase/detail het benodigd is
8. Mail de adviesorder naar de inkoop en geef hierbij in het onderwerp aan dat het SPOED
betreft. Geef duidelijk aan wanneer het materiaal geleverd dient te worden.
9. Informeer de interne klant (productie / uitvoerder) dat spullen in bestelling staan. G eef daarbij
bij voorkeur het inkoopordernummer door (deze is na bestellen op te zoeken).
Nabestelling van een voorraadartikel
10. Bepaal de behoefte (zelf of vanuit productie / montage).
11. Plaats de behoefte in de projectmateriaalbehoefte op fase Z.01.M (of Z.01.P). Geef daarbij in
de “Omschrijving” of “Omschrijving 2” aan voor welke fase/detail het daadwerkelijk benodigd is
12. Verwerk de behoefte tot adviesorderregel
13. Maak voorraadorder aan. De normale levertijd is 1-2 weken, afhankelijk op welke dag de
voorraadorder gegenereerd is.
Doc.Nr. WVB.06.03.00 Spoed en nabestellingen (fase z)
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot
Nabestelling van projectspecifieke materialen
14. Plaats de behoefte in de projectmateriaalbehoefte op fase Z.01.M (of Z.01.P). Geef daarbij in
de “Omschrijving” of “Omschrijving 2” aan voor welke fase/detail het benodigd is
15. Mail de adviesorder naar de inkoop en geef hierbij in het onderwerp aan wanneer het
materiaal geleverd dient te worden.
16. Informeer de interne klant (productie / uitvoerder) dat spullen in bestellin g staan. Geef daarbij
bij voorkeur het inkoopordernummer door (deze is na bestellen op te zoeken).
Doc.Nr. WVB.06.04.00 Glas op bok
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document geeft inzicht in de praktijk van de bestellingen van glas, gericht op het richten van de
buiten- dan wel binnenruit van het glas en hoe met afwijkingen dien te worden omgegaan.
Uitgangspunten
Momenteel is het in Navision dusdanig ingericht dat bij iedere bestelling van glas op de
inkooporder het volgende vermeld wordt:
“Eerstgenoemde ruit in uitvoering naar buiten geplaatst op bok.”
Deze tekst is uit praktische overwegingen standaard geplaatst omdat:
∑ De meeste projecten vliesgevels en AOF-gevels zijn, systemen met buitenbeglazing, waar
je de buitenruit naar buiten op de bok wilt hebben.
∑ Bij dit soort gevels de afmetingen vaak groot zijn, waardoor het draaien van de ruiten op de
bouw zeer onpraktisch is met risico op breuk.
∑ Het bij puienprojecten c.q. projecten met binnenbeglazing niet direct een probleem is,
aangezien de afmetingen hier vaker kleiner zijn en het plaatsten handmatig gebeurd,
waardoor het draaien een kleiner probleem is.
Goed te weten is dat het draaien van de ruiten bij de glasleverancier ca.€ 1,50 per m 2 kost. Helaas
is onduidelijk hoe de ruit bij de leverancier van de band komt en of er dus kosten gemaakt moeten
worden om de ruit voor ons te draaien, terwijl dit misschien niet noodzakelijk of ongewenst is.
De praktijk leert wel dat er meestal geen toeslag wordt berekend en de buitenruit dus in de meeste
gevallen naar buiten is gericht.
Ook goed te weten is dat het steeds vaker voorkomt dat door het gebruik van glasrobots ook
vliesgevels van binnenuit met een steekprincipe worden geplaatst. (Of andersom: puien die van
buitenuit met een steekprincipe worden geplaatst)
Ook goed te weten (ook voor de montage) is dat de sticker zowel op de binnen - als de buitenruit
kan zitten. Bij twijfel kan door controleren van de dikte van de buiten - en binnenruit of door trucjes
met een aansteker worden bepaald wat de binnen - en buitenruit is.
Werkwijze
1. Bepaal voordat je gaat bestellen in overleg met uitvoerder / onderaannemer welk
beglazingsprincipe wordt toegepast.
2. Indien hieruit blijkt dat het veel voordelen heeft dat de binnenruit naar buiten geplaatst moet
worden op de bok, geef dan in de mail van de bestelling duidelijk aan dat de binnenruit naar
buiten geplaatst moet worden.
3. De inkoper zal dan op de bestelling aangeven dat in afwijking van de standaard tekst de
binnenruit naar buiten geplaatst moet worden.
Doc.Nr. WVB.06.05.01 Instructie FSC
Wijzigingsdatum 9 september 2016 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Andrea Toornvliet
Verkoop / Engineering / Inkoop
Instructie omgang met FSC-projecten:
∑ Bij bespreking van de opdracht met de opdrachtgever dient door Verkoop worden
nagegaan of de vereiste houtproducten beschikbaar zijn in FSC. Bijvoorbeeld SIPS-
elementen, geleverd door Norwin, zijn alleen met PEFC-keurmerk verkrijgbaar.
Hiervan dient vooraf melding te worden gedaan aan de opdrachtgever (dit is een
afwijking van de eis van de klant).
∑ Vanuit Verkoop via het orderformulier komt het signaal of het een FSC-project betreft.
Achter de projectnaam op de projectkaart in Navision staat vermeld of het een FSC-
project is.
∑ FSC-eis opdrachtgever toepassen in ontwerp.
∑ In adviesorderregels + inkooporderregels FSC-hout ingeven (kostendrager 582
gebruiken + vermelding ‘FSC-hout’ in omschrijving en in bijlagen van inkooporder).
∑ Indien FSC-hout niet verkrijgbaar is (dit signaal komt binnen bij Inkoop), dan dient
hiervan een melding te worden gedaan aan de opdrachtgever (door Projectleider/Senior
Engineer).
Bij de opdrachtgever dient te worden nagevraagd of er ook niet-gecertificeerd hout of
PEFC-hout mag worden besteld.
De opdrachtgever kan eisen om FSC-hout in te kopen bij een andere leverancier. Zo
nodig dient een leveranciersverklaring te worden verstrekt aan de opdrachtgever om
aan te tonen dat het hout met FSC-keurmerk niet leverbaar is.
Doc.Nr. WVB.06.06.01 Instructie PEFC
Wijzigingsdatum 9 september 2016 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Andrea Toornvliet
Verkoop / Engineering / Inkoop
Instructie omgang met PEFC-projecten:
∑ Bij bespreking van de opdracht met de opdrachtgever dient door Verkoop worden
nagegaan of de vereiste houtproducten beschikbaar zijn in PEFC.
Hiervan dient vooraf melding te worden gedaan aan de opdrachtgever (dit is een
afwijking van de eis van de klant).
∑ Vanuit Verkoop via het orderformulier komt het signaal of het een PEFC-project betreft.
Achter de projectnaam op de projectkaart in Navision staat vermeld of het een PEFC-
project is.
∑ PEFC-eis opdrachtgever toepassen in ontwerp. SIPS-elementen, geleverd door Norwin,
zijn alleen met PEFC-keurmerk verkrijgbaar.
∑ In adviesorderregels + inkooporderregels PEFC-hout ingeven (kostendrager 581
gebruiken + vermelding ‘PEFC-hout’ in omschrijving en in bijlagen van inkooporder).
∑ Indien PEFC-hout niet verkrijgbaar is (dit signaal komt binnen bij Inkoop), dan dient
hiervan een melding te worden gedaan aan de opdrachtgever (door Projectleider/Senior
Engineer).
Bij de opdrachtgever dient te worden nagevraagd of er ook niet-gecertificeerd hout of
FSC-hout mag worden besteld.
De opdrachtgever kan eisen om PEFC-hout in te kopen bij een andere leverancier. Zo
nodig dient een leveranciersverklaring te worden verstrekt aan de opdrachtgever om
aan te tonen dat het hout met PEFC-keurmerk niet leverbaar is.
Doc.Nr. WVB.07.01.00 Filters in Navision
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft hoe in Navision filters kunnen worden aangebracht om de schermen
waarin gewerkt wordt kort en overzichtelijk te houden en om verwarring te kunnen voorkomen
wanneer een collega in hetzelfde project aan het werk is.
Het gebruik van filters is onontbeerlijk om efficiënt en foutvrij te kunnen werken.
Soorten filters
Navision kent 4 filterfuncties die via sneltoetsen en via knoppen in de werkbalk aan te roepen zijn:
∑ Veldfilter (F7): Hiermee leg je op één veld/kolom tegelijk een filter aan, bijvoorbeeld op
Element (fase). Ga (bijv. in de “Projectmateriaalbehoefteregels”) in een regel staan in het veld
Element die de waarde bevat waarop je wilt filteren. Selecteer de Veldfilter knop (of F7) en
bevestig. Vervolgens worden alleen die regels getoond die de waarde van het filter bevatten.
∑ Tabelfilter (Ctrl-F7): Hiermee kun je meerdere filters tegelijk aan leggen. Wanneer je deze
functie aanroept verschijnt een filterscherm waarin je kunt aangeven op welke waarden van
welke velden die je wilt filteren. Hier kunnen ook regels toegevoegd worden.
Wanneer meerdere filters actief zijn kun je met deze functies ook één of meerdere filters
opheffen of aanpassen.
∑ Flowfilter: Niet relevant
∑ Alles weergeven (Ctrl-Shift-F7): Hiermee hef je alle filters die waren aangelegd op en zie je
weer alle regels van de tabel.
Wanneer je vanuit een project in de “Projectmateriaalbehoefteregels” of “Adviesorders” aan
het werk was blijft wel het filter op het project altijd actief.
Tips
∑ Wanneer er één of meerdere filters zijn aangelegd verschijnt in de statusbalk rechts onderin
het woord FILTER. Soms vind je bepaalde informatie niet en dan kan het zijn dat deze buiten
het aangebrachte filter valt. Een check of er een filter actief is kan dan uitkomst bieden.
∑ Het is met name handig om de volgende filters toe te passen:
o Element. Leg altijd een filter aan op dit veld. Het verkort de tabel enorm en voorkomt
verwarring want een collega kan in een andere fase actief zijn.
o Kostendrager. Vaak ben je of met glas bezig of met zetwerk of met iets an ders. Door te
filteren op kostendrager wordt de lijst weer verder verkort.
o Verwerkt. Door in de Projectmateriaalbehoeftergels te filteren op niet verwerkte regels
heb je een helder overzicht van de regels die nog aangepast en verwerkt moeten worden.
o Leverancier. Door in de adviesorders te filteren op Leverancier zie je in beeld wat de
leverancier in grote lijnen te ziet gaat krijgen op zijn bestelling
o Transactiewijze: Door in de adviesorders te filteren op Transactiewijze kun je
bijvoorbeeld op Voorraad filteren voordat je Voorraadorders gaat genereren en zie je of in
alle regels het veld Vestiging wel de waarde 01 bevat.
∑ Het is soms handig om bij het filteren met zogenaamde wildcards te werken. De belangrijkste
is het gebruik van *. Wanneer je dit teken gebruikt als onderdeel van je filter zal het systeem
alles wat hiervoor in de plaats komt meenemen in het filter. Voorbeelden:
o Wanneer je het Element filtert op A.01.* zullen alle regels worden getoond die met A.01.
beginnen en zullen dus zowel de regels met A.01.P als met A.01.M worden getoond.
o Filteren in het Artikelnr. op SC 224* toont alle regels die beginnen met SC 224
∑ Je kunt ook filteren op een range of bereik. Dit doe je door een begin en eindwaarde op te
gevel en daartussen 2 puntjes. Filteren op 510..520 in de Kostendrager toont alle regels met
een kostendrager van 510 tot en met 520 (glas en panelen).
Doc.Nr. WVB.07.02.00 Schermen tvb bestellen in Navision
Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot
Inleiding
Dit document beschrijft de inhoud van de schermen die voor het bestellen gebruikt worden:
∑ Projectmateriaalbehoefte
∑ Projectmateriaalbehoefteregels (DGV)
∑ Adviesorders
∑ Adviesorderregels (DGV)
De schermen met (DGV) zijn speciaal voor ons ontwikkeld om de zogenaamde inkoopdetails in
dezelfde regel zichtbaar te maken.
Kolommen
Iedere gebruiker kan zelf bepalen welke kolommen zichtbaar zijn, hoe breed ze zijn en in welke
volgorde ze staan.
Kolombreedte
Ga in de kolomkop op de scheiding met de kolom rechts daarvan staan zodat de muis veranderd
in een streep met pijltjes naar links en rechts. Houdt de linker muisknop ingedrukt en sleep de
kolomeinde naar de gewenste breedte.
Kolomvolgorde
Ga in de kolomkop in de kolom staan die je wilt verplaatsen. Houdt de linker muisknop ingedrukt
en sleep de kolom naar de gewenste locatie.
Kolom verwijderen
Ga in de kolomkop in de kolom staan die je wilt verwijderen. Selecteer de rechter muisknop en
selecteer de optie Kolommen verbergen
Kolom weergeven
Ga in de ergens in een kolomkop staan. Selecteer de rechter muisknop en selecteer de optie
Kolommen weergeven. Je ziet een lijst van alle mogelijke kolommen. Vink de kolom aan die je
zichtbaar wilt maken.
Noodzakelijke kolommen in Navision: