The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Kees Jansen, 2017-02-02 09:39:15

RodeMap COMPLEET

RodeMap COMPLEET

Doc.Nr. WVB.08.01.00 Productie-eenheden

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Recent is afgesproken dat als uitgangspunt voor productie geldt dat een productiefase op 1 bok
past.

Uitgangspunt: 1 bok = 1 productie-eenheid = 1 fase.

De reden hiervoor is dat productie (en montage) efficiënter kunnen werken wanneer de
productiefases kleiner worden omdat:

∑ Er minder gezocht hoeft te worden naar materialen
∑ Er minder tussenvoorraden ontstaan
∑ Meer fases compleet kunnen worden afgemaakt
∑ Flexibeler gepland kan worden.
∑ Fases overzichtelijker worden
∑ Er een stap gezet kan worden naar een continue stroom (continuous flow)
∑ De doorlooptijd wordt verkort (inmiddels al naar 6 dagen)

Dit document beschrijft hoe met dit uitgangspunt omgegaan dient te worden.

Fasering
Leidend voor de fasering blijft de pull-gedachte. Dit betekent dat de klant via de uitvoering de
montagevolgorde bepaalt. Vanuit de montagevolgorde wordt dan vervolgens een subfasering
aangebracht en wel op een dusdanige wijze dat op enige wijze de faserin g op een niveau wordt
gebracht dat 1 productie-eenheid op een bok past.
Er geldt dan nog steeds dan 1 productie-eenheid 1 fase wordt in Navision. Er zullen dus meer
fases komen per project.

Bundelen
Als gevolg van de kleinere fases worden de inkoophoeveelheden ook kleiner. Dit heeft 2 mogelijk
nadelige consequenties:

∑ De profiel optimalisatie wordt ongunstiger

∑ De inkoophoeveelheden komen in een staffel met hogere prijzen (moffelen, emailliet, …).

Om deze nadelen grotendeels te ondervangen is afgesproken de materialen voor meerdere fases
tegelijk te bestellen, ofwel te bundelen. Een bundel is een aantal (ca. 2-5) fases die tegelijkertijd
aan inkoop worden aangeboden om te bestellen. Iedere productie-eenheid dient wel separaat

geoptimaliseerd te worden.

De maatregelen die tegen ongunstige optimalisaties kunnen worden getroffen zijn deels
beschreven in de instructie “Profiel optimalisatie” en bestaan met name uit kritisch kijken naar het
bestellen van meer of minder lengtes dan de som van de optimalisaties en het gebruiken van

restlengtes.

Let op dat de leverdatum van alle profielen in 1 bundel op dezelfde datum staan, anders kunnen
ze niet op dezelfde inkooporder worden samengevoegd. Dit geldt niet voor toebehoren.

Coderen van fases
Door de toename van het aantal fases is het van belang afspraken te mak en over de
codering/naamgeving daarvan. Een eerste fasering wordt gemaakt door letters A, B, C.
Vervolgens wordt een hoofdfase onderverdeeld in bundels / fases op een dusdanige wijze dat
A.10, A.20, A.30 enz. overkoepel ende fases (bundels) worden van enkele productie-eenheden. Dit
is analoog aan de glascoderingen.
Vervolgens maak je een onderverdeling, bijv. A.11, A.12, A.13, …

Doc.Nr. WVB.08.01.00 Productie-eenheden

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot

Voorbeeld:

A Kozijnen B Vliesgevels

A.10 Kozijnen VD1 B.10 Vliesgevels BG

A.11 Kozijnen VD1 Noord B.11 Vl-01

A.12 Kozijnen VD1 Oost B.12 Vl-02, Vl-03

A.13 Kozijnen VD1 Zuid B.13 IZ tbv Vl-01 t/m Vl-03

A.14 Kozijnen VD1 West

A.20 Kozijnen VD2 B.20 Vliesgevels Dakopbouw

Fase A.01, B.01 (met een 0 als eerste cijfer) komen daarmee niet meer voor.

Let op dat in Navision fase A.10 en A.11 op hetzelfde niveau zijn. Het feit dat A.10 overkoepelend
is voor A.11, A.12 en verder is dus een afspraak.

Het uitgangspunt is dat de materialen voor productie op het laagste niveau (A.11.P, A.12.P,
A.13.P, …) worden besteld. De materialen voor montage worden gebundeld uitgetrokken op de

overkoepelende fase (A.10.M, A.20.M, B.10.M, …). Er zijn dan dus minder montagefases dan
productiefases. Projectafhankelijk kan hiervan worden afgeweken, indien het wel wenselijk is op
het laagste niveau montagefases aan te houden.

Logikal

Voor de beschreven werkwijze biedt het gebruik van productie-eenheden in Logikal een goede
oplossing. In de projecten module worden alle merken ingegeven met het totale aantal per merk.
Vervolgens worden in de productie-eenheden module de fases aangemaakt, waar de merken met
aantallen zoals ze in deze fases voorkomen, worden toegewezen. Zie de basisinstructie Logikal

Montage
Ook voor het bestellen tbv montage dienen afspraken gemaakt te worden. Aangezien m eerdere
fases tegelijk worden voorbereid kunnen ook voor montage materialen gebundeld besteld worden.
Dit is met name voor glas, panelen, zetwerk van belang.

Montage toebehoren.
Montage toebehoren dienen gebundeld besteld te worden. Aangezien de materiale n uit Logikal per
fase uitgetrokken zijn, dienen deze bij elkaar opgeteld te worden en als behoefte in de eerste fase

van de bundel besteld te worden. In het csv-bestand dienen voor de montage artikelen alle fases
aangepast (en eventueel opgeteld) te worden naar de overkoepelende fase (A.10.M, A.20.M,

B.10.M, …).
De montage materialen die handmatig uitgetrokken worden (schroeven, glasblokjes, compriband,
etc.) worden ook per bundel uitgetrokken in de overkoepelende fase.

Glas, panelen en roosters.
De vullingen worden per fase/productie-eenheid uitgetrokken in Logikal. Ook hier dient in het csv-
bestand de fasering van alle vullingen aangepast te worden naar de overkoepelende fase (A.10.M,
A.20.M, B.10.M, …).
Afhankelijk van hoe wenselijk het is dat het glas ook per productie-eenheid apart op een bok
geplaatst moet worden dienen deze op een aparte inkooporder terecht te komen. Doe dit in
overleg met inkoop. Wellicht dat hiertoe toch de fasering van de productie-eenheden
aangehouden dient te worden. (Een truc is om de leverdatum 1 dag te laten verschillen in dezelfde
kalenderweek. Inkoop kan ook een filter aanleggen per fase.)

Zetwerk, waterslagen, afwerking
Afhankelijk van de montage en afhankelijk van de hoeveelheden en invloed op prijs / levertijd
worden deze per fase, per bundel of zelfs voor meerdere bundels tegelijk besteld. Dit dient altijd

Doc.Nr. WVB.08.01.00 Productie-eenheden

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 3 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot

projectspecifiek in het project team te worden besloten. Een compleet andere fase is soms de
beste oplossing.

Openstaande aandachtspunten
∑ Profiel beheer (restlengtes, afkeur, fouten), alsmede inrollen (per fase of bundel?)
∑ Effect op productiegegevens? (welke documenten, digitalisering?)
∑ Definitief maken productie-eenheden in Logikal (geen wijzigingen meer mogelijk in merken)
∑ Optellen montage toebehoren uit Logikal

Doc.Nr. WVB.08.01.00 Productie-eenheden

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 4 van 4
Proceseigenaar Arjan de Groot

Doc.Nr. WVB.08.02.00 Specificaties Puienbok

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Stefan van der Stelt

Inleiding

Dit document geeft de afmetingen en de gewichten van de diverse bokken binnen de Groot en
Visser. Het is een richtlijn die gebruikt kan worden voor het maken van bokkenplannen en het
bepalen van aantal elementen op een bok.

Richtlijn

Klapbok

Deze bok kan enkelzijdig of tweezijdig worden
beladen en geniet logistiek gezien de voorkeur
omdat deze is op te pakken met een hijskraan of
heftruck. Indien mogelijk bij een klein aantal puien
deze bok gebruiken.

Afmeting laadvlak per zijde: 240x110cm

Transport breedte bok op één zijde: 240x160cm

Transport breedte bok beide zijden: 240x240cm

Maximale lengte bok incl. puien: 300cm

Maximale hoogte bok incl. puien: 230cm

Eigen gewicht: 200 Kg
Maximaal laadvermogen: 1300 Kg

Beladingen groter dan bovenstaande afmetingen.
Laden op Markstaete bok.

Markstaete bok

De bok heeft twee laadvlakken en kan in de lengte
worden gekoppeld. De bok kan alleen met
hijskraan gepakt worden. Bij lange elementen

geniet deze bok de voorkeur i.v.m. het kunnen
koppelen van de bokken.

Afmeting laad per zijde: 360x110cm
Transport breedte bok: 360x240cm

Eigen gewicht: 600 Kg
Maximaal laadvermogen: 2400 Kg

Doc.Nr. WVB.09.01.00 Puimerk bepalen

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Hans Woudenberg

Doel:

∑ Eenduidige codering van elementen (Puien, vliesgevels, AOF-gevels, inzetelementen, ect)
∑ De in calculatie bepaalde coderingen ook toepasbaar in de werkvoorbereiding.
∑ Betere / eenvoudige bewaking van het budget / CDE (1 op 1 vergelijk.)
∑ Logische opbouw van de merken. (Een zgn. “Rode draad”)

1. Merk

¸ Indien van toepassing en mits bruikbaar neem de codering van architect of opdrachtgever
over.

¸ Codeer een element met letters en / of cijfers.

¸ Indien er cijfers in voorkomen, pas dan minimaal 2 cijfers toe.
I.v.m. chronologische volgorde in e.v.t. lijsten.
(Bijvoorbeeld: A01, A02, … , A11.)

¸ Indien er letters in voorkomen gebruik altijd hoofdletters i.v.m. Navision.
(Bijvoorbeeld: A01, A02, … , A11.)

¸ Codeer een vliesgevel altijd beginnend met VL-xx

¸ Codeer een inzet-element altijd beginnend met I-xx (Niet met I-VL-A, immers is een I-merk
een inzet-element in een vliesgevel (of AOF-gevel).
Bijvoorbeeld I-A bij inzet-element in vliesgevel VL-A.
Indien een identiek inzet-element in meerdere elementen voorkomt codeer het dan met
bijvoorbeeld I-01. (Voorkomt identieke (inzet-)elementen met verschillende merknamen.)

¸ Spiegelbeelden coderen met een toevoeging S of –S. (AS of A-S, 01S of 01-S)

¸ Is een merk een afgeleide van het origineel, codeer deze dan met logische toevoeging.
(Bijvoorbeeld: A-01, AA, A-WK2, A-L of A-30 (30 min. Brw.) of A-03 (3e verd.)

2. NIET:

∑ Gebruik geen toevoegingen in de vorm van: “. , - / * # &…….etc, en gebruik geen spaties.
Gebruik ook geen O of Q.
(Grote kans op misverstanden en vaak onleesbaar op stickers.)

∑ Lange namen aangezien deze dan niet op de stickers passen.
(Bijvoorbeeld bij vliesgevels: Zuidwestgevel. => VL-ZW.

∑ Onlogische (lange) cijfercombinaties.
(Bijvoorbeeld: A1BC3)

∑ Noem een merk niet: Merk A maar A. (Op o.a. het csv-bestand staat dan: ‘Merk Merk A)

Doc.Nr. WVB.09.02.00 Glascodes bepalen

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Hans Woudenberg

Doel:

∑ Eenduidige glascodes in hetzelfde project / offerte.
∑ De in calculatie bepaalde glascodes ook toepasbaar in de werkvoorbereiding.
∑ Betere / eenvoudige bewaking van het budget. (1 op 1 vergelijk.)
∑ Logische opbouw van de glascodes. (Een zgn. “Rode draad”)

1. Glascode

∑ Leg aan de hand van technische / functionele eigenschappen / eisen, de glasgroepen vast
in de groepscode G10, G20, G30 ….. Gx0.

Deze zijn project gebonden dus G10 kan in een ander project een andere glasgroep
vertegenwoordigen.

Onder technische / functionele eigenschappen / eisen moet men denken aan bijvoorbeeld :

Blank isolatie glas
Blank isolatie glas en letselbeperkend
Blank isolatie glas en doorvalveilig
Blank isolatie glas en brandwerend
Blank isolatie glas en doorvalveilig en brandwerend.
……..
(Voor blank isolatieglas kan je ook bv. Zonwerend isolatie glas lezen ect.)

∑ Start met de eenvoudigste glasgroep en laat deze oplopen naar moeilijk.

∑ Koppel per glasgroep een glasgroep code. (G10, G20, G30 ….Gx 0). Bijvoorbeeld:

G10 Blank isolatie glas
G20 Blank isolatie glas en letselbeperkend
G30 Blank isolatie glas en doorvalveilig
G40 Blank isolatie glas en brandwerend
G50 Blank isolatie glas en doorvalveilig en brandwerend.
……..

∑ Bepaal per glasgroep de benodigde opbouw en geef deze een glascode uit betreffende
groep. (Begin ook hier met de eenvoudigste opbouw, G11, G12, …)

2. Renvooi voorbeeld:

Doc.Nr. WVB.09.03.00 Nummering van bijlages

Wijzigingsdatum 05-11-2014 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Bart van de Wouw

Doel

Eenduidige nummering van bijlages zodat er geen dubbelingen ontstaan en voor een ieder
duidelijk is wat voor type bijlage dit is.

Nummering:

In de naast gelegen tabel staan de coderingen zoals Naam Code Volgnr
deze voor de verschillende type materialen gebruikt
dienen te worden. Solar SOL 01 t/m 99
Interne producties zijn altijd IP (ongeacht het product). Interne producties IP 01 t/m 99
De overige codes gelden voor externe bestellingen. Hout Afwerking HA 01 t/m 99
Hout Deur HD 01 t/m 99
De nummering in Navision dient overeen te komen met Staal ST 01 t/m 99
de nummering op de bijlage, als de bijlage meerdere Roosters R 01 t/m 99
pagina’s heeft dient dit op elke pagina te worden Kunststof KS 01 t/m 99
aangegeven. Ankers A 01 t/m 99
Zetwerk ZET 01 t/m 99
Het documentnummer dient Uniek te zijn over alle Zonwering ZON 01 t/m 99
projecten heen. Om dit te realiseren dient het gekoppelde Panelen PAN 01 t/m 99
document de volgende informatie te bevatten: Glas vlgs bijlage GL 01 t/m 99
Deurautomaat DA 01 t/m 99
Pxxxxx-codevolgnr.pdf Staal Pui STP 01 t/m 99
Aluminium Pui ALP 01 t/m 99
Bijvoorbeeld: P34793-ZET01.pdf HS 01 t/m 99
Beslag GEB 01 t/m 99
Om extra informatie toe te voegen kan er in Navision AFW 01 t/m 99
gebruik gemaakt worden van de omschrijvingsvelden Gevelbepalting ISO 01 t/m 99
(omschrijving 1 en omschrijving 2)
Afwerking PK 01 t/m 99
Omschrijving 1: Korte info waar het over gaat gevolgd
door de bijlage nummers. Isolatie
Postkast/
BV: Zetwerk ZET01-01 t/m ZET01-04 bellentableau

Omschrijving 2: Vrij invulbaar voor alle eventueel
noodzakelijke extra informatie (bij voorkeur dit veld niet
gebruiken)

Voor het bestellen dienen de volgende velden te worden
ingevuld:

Aantal= 1 (er wordt 1x conform de bijlage besteld.

Aantallen dienen dan ook op de bijlage te worden
vermeld.)
Eenheid = Bijlage ( we bestellen conform de bijlage)

Doc.Nr. WVB.09.04.00 Profiel optimalisatie

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Het efficiënt optimaliseren van de profielen is een cruciaal onderdeel om de kosten van de
profielen binnen budget te houden. Deze instructie geeft inzicht in de aandachtspunten bij profiel
optimalisaties en geeft enkele richtlijnen hoe dit efficiënt en op een voor de organisatie eenduidige
manier dient te worden aangepakt.

Algemeen
Al in de pre-engineering dient te worden bepaald en ingeschat of we te maken he bben met:

∑ Matrijsontwikkelingen en dus langere levertijden en V8-profielen

∑ Bestaande V8-profielen (SC 9-nummers)

∑ Mogelijk ongunstige pui afmetingen, bijv. stijllengtes boven de 6 m, of kozijnmaten boven
de 3 m. (maar bijv. ook kozijnen van 2,1 m x 2,1 m). In deze gevallen is bestellen van
presslengtes noodzakelijk.

In bovenstaande situaties hebben we te maken met zogenaamde long lead items en dient ook de
werkvoorbereidingsplanning hierop ingesteld te worden.

∑ Controleer bij het bestellen altijd nogmaals het zaagverlies. Boven de 10 à 15% zaagverlies
dient gekeken te worden naar mogelijke verbeteringen.

∑ Nu we met kleinere fases / productie-eenheden gaan werken lopen we het risico de
optimalisatie minder goed te maken. Onderzoek of je restlengtes voor een vo lgende productie-
eenheid kunt gebruiken en pas je bestelling hierop aan.

∑ Stem met de programmeur / productie af of er bijzondere aandacht besteed moet worden aan
restlengtes of profielen die overblijven van een vorige fase. Dit kan bijvoorbeeld op de zaaglijst
worden aangegeven.
De afspraak is dat lengtes > 2 m bewaard blijven en in de krat voor de volgende fase worden
geplaatst.

Extra bestellen
Het feit blijft dat er door een groot aantal oorzaken profieluitval ontstaat, waardoor het wenselijk is
om voor sommige profielen één of enkele profielen extra te bestellen. Onderstaand tref je daarvoor
de richtlijnen aan.
De bepaling van het aantal lengtes betreft het aantal van dit profiel over het hele werk, dus niet per
fase/bestelling. De extra aantallen bestel je mee in de 1e fase/bestelling.

Hoofdprofielen

∑ 30 – 100 lengtes: +1

∑ > 100 lengtes: +2

Hulpprofielen (glaslatten, deklijsten)

∑ 10 – 30 lengtes: +1

∑ 30 – 100 lengtes: +2

∑ > 100 lengtes: +3

Aandachtspunten

∑ Bovenstaand zijn richtlijnen. Gebruik je inzicht en de omstandigheden om hier waar nodig
van af te wijken. Bijvoorbeeld wanneer je al relatief veel en/of langere restlengtes hebt, of
het is veel niet-zichtwerk kun je naar beneden afwijken. Bij presslengtes/V8-profielen kun je
vanwege de lange levertijden en de minimale afname eerder naar boven afwijken.

∑ Als je van een bepaald profiel meerdere lengtes besteld, bestel dan van de langste lengte
de extra aantallen.

∑ Wanneer je bij kozijnen extra profielen besteld, bestel dan ook de isolatoren extra mee.

Doc.Nr. WVB.09.04.00 Profiel optimalisatie

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot

∑ Informeer voor je bij een groot project de laatste bestelling plaatst of er nog profielen over
zijn / te kort zijn.

Presslengtes
Zoals genoemd is het waar mogelijk interessant om profiellengtes te optimaliseren en presslengtes
te bestellen, omdat daarmee het zaagverlies geminimaliseerd kan worden. Het bestellen van
presslengtes kent de volgende voorwaarden (Schuco):

∑ Bij open profielen geldt een minimale afname van 300 kg.

∑ Bij gesloten / holle profielen geldt een minimale afname van 500 kg

∑ Bij profielen > 200 mm geldt een minimale afname van 1000 kg

∑ Wanneer je minder dan de minimale afname besteld geldt een toeslag van € 350, -. Het
absolute minimum is 100 kg.

Bestellen

∑ Als je per fase de minimale afname haalt zijn er geen bijzonderheden.

∑ Sinds kort bestellen we meerdere fases/productie-eenheden gebundeld. Als het totaal over
de bundel de minimale afname haalt geldt dat de leverdatum van het betreffende profiel in
iedere fase gelijk dient te zijn.

∑ Als je ook binnen 1 bundel de minimale afname niet haalt, en het profiel gaat in volgende
bestellingen/bundels terugkomen, kun je overwegen in de 1 e bestelling profielen te
bestellen tbv de volgende bundel(s). Dit kan met name bij V8-profielen een issue zijn. Dit
dient dan wel goed afgestemd te worden met productie.

Aandachtspunten

∑ Bij V8-profielen heb je altijd te maken met presslengtes. Optimaliseer dan ook altijd de

lengtes en bestel niet klakkeloos standaard 6 m.

∑ Het is zonder toeslag mogelijk om van één profiel meerdere lengtes te bestellen, zo lang

het totaal van de bestelling van dit profiel maar de minimale afname haalt.

∑ Wanneer je bij kozijnen presswerk profielen besteld, bestel dan ook de isolatoren als

presswerk (en dus projectspecifiek), m.n. bij presswerk > 6 m.

Helaas geldt hiervoor een minimum afname van 1000 m? Probeer dus altijd in eerste

instantie een optimum te zoeken die kleiner is dan 6 m. Je kunt eventueel wel het

benodigde aantal stegen bestellen op presslengtes en aanvullen tot de minimum afname

met standaard lengtes die dan de voorraad in kunnen (in overleg met inkoop).

∑ De begin en eindstukken staan ingesteld op 2 x 50 mm. Wanneer dit kritisch komt, valt hier

nog iets te halen, bijvoorbeeld door de lengte fictief op presslengte op 6050 mm te zetten.

Doe dit in overleg met programmeur / ervaren werkvoorbereider.

∑ Voor sokkelprofielen zijn er vaak ook korte lengtes te bestellen.

∑ Voor afwijkende lengtes geldt soms een toeslag op de moffelprijs (onder staand is Schuco):

o 5001 – 6500 mm: geen toeslag
o 3001 – 5000 mm: +30% (geldt ook voor standaard profielen van 4000 mm)
o 1001 – 3000 mm: +50%
o <1001 mm: op aanvraag
o >6500 mm: op aanvraag

∑ De afmetingen die onze CNC machines kunnen bewerken zijn:

o PBZ 2: 6800 mm zonder kopbewerking
o PBZ 2: 6000 mm met kopbewerking
o PBZ 3: 7500 mm diepte / breedte van profielen zijn beperkter

Doc.Nr. WVB.09.05.00 Artikelneheer

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 3
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Dit document geeft toelichting op het artikelbeheer in Navision en Logikal, geeft uitleg over de
inrichting van het artikelbestand en instructie over hoe een nieuw artikel aangemaakt dient te
worden.

Artikelnummers
Zoals in andere/eerdere instructies is aangegeven dienen materialen altijd zo veel mogelijk via een

artikelnummer te worden besteld en is bestellen op kostendrager alleen toegestaan voor
materialen (vaak met bijlagen) waarvoor logischerwijs geen artikelnummer bestaat.

Projectspecifiek vs. voorraadgestuurd
Onderscheid kan verder worden gemaakt tussen project specifieke materialen en voorraad
gestuurde materialen. Artikelen hebben op de artikelkaart hiervoor defau lt instellingen die wordt
meegegeven in de adviesorderregels en daar waar nodig (bij uitzondering) kan worden aangepast.
Voor projectspedifieke materialen wordt een directe inkooporder aangemaakt. Voor
voorraadgestuurde artikelen worden voorraadorders gemaakt, waarmee via artikeldagboekregels
een behoefte wordt vastgelegd die vervolgens via voorraadbestellingen en raaplijsten op de
projecten wordt afgegeven.

Inrichting in Logikal / Navision

Systeemartikelen
In Logikal worden de artikelbestanden beheerd door de leverancier van Logikal (Orgadata) en
doordat regelmatig door de applicatiebeheerder nieuwe databanken worden geïnstalleerd kan er
van worden uitgegaan dat de database altijd up -to-date is.
Enkele jaren geleden is van Schuco en Alcoa vrijwel het gehele artikelbestand in Navision gezet
en wordt nu jaarlijks deze database geupdate. Het kan daardoor zijn dat je artikelen nodig hebt die
nog niet in Navision staan en dat er “oude” prijzen worden gehanteerd. Informeer bij manco’s de
applicatiebeheerder.
Wanneer er binnen het systeem nieuwe artikelen worden toegepast (V8 -artikelen) dienen deze ook
in Logikal en Navision te worden aangemaakt. Aanmaken in Logikal dien t door Orgadata te
worden gedaan en dit loopt via de applicatiebeheerder. Aanmaken in Navision k an door de
applicatiebeheerder via het “Aanvraagformulier artikel”, zie bijlage en paragraaf hieronder.

Overige handelsartikelen.
Voor diverse andere handelsartikelen zijn ook reeksen artikelnummers aangemaakt dan wel
overgezet, denk aan bevestigingsmaterialen (DIN-nummers), VBH, Probouw (failliet), Comhan,

Somfy, etc. Deze databanken worden naar behoefte nog steeds uitgebreid. Mocht je een bestaand
artikel nodig hebben uit de catalogus van een leverancier, vraag dan om dit artikel te laten

aanmaken in Logikal en/of Navision via het “Aanvraagformulier artikel”, zie bijlage en paragraaf
hieronder.

GV-artikelen
Tot slot is er nog een groep artikelen die door de Groot en Visser zelf is bedacht en ontwikkeld, of

waarvoor om andere praktische redenen zogenaamde GV -nummers zijn geïntroduceerd.
Hierbij kan nog onderscheid worden gemaakt tussen artikelen die we zelf ( kunnen) maken, denk
aan ankers, T-verbinders, e.d. en artikelen die door externe leveranciers worden gemaakt (BW

plaatjes, AOF-koppelblokken e.d. ).

∑ Voor FW50+ is er voor diverse stijldieptes en verankeringswijze een compleet overzicht
van gestandaardiseerde ankers aanwezig. Deze is recent weer geupdate. Het AutoCad

bestand staat op T:\AUTOCAD_DWG\Ankers.

Doc.Nr. WVB.09.05.00 Artikelneheer

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 3
Proceseigenaar Arjan de Groot

∑ Ook voor T-verbinders en met name voor brandwerende toepassingen is er een
gestandaardiseerd assortiment, zie T:\AUTOCAD_DWG\T-Verbinders.

∑ Voor AOF zijn er ook diverse gestandaardiseerde artikelen ontworpen, zie
T:\AUTOCAD_DWG\AOF.

De technische tekeningen van de artikelen in pdf-formaar waarvoor een bijlage noodzakelijk is ten
behoeve van de logistiek staan op T:\AUTOCAD_PDF\GV Artikelen.

Let op: deze artikelen mogen absoluut niet gewijzigd worden. Wanneer je een wijziging
nodig hebt, dient er een nieuw artikel te worden aangemaakt.

Wanneer voor een nieuw project een bepaald artikel is/wordt ontworpen dient hiervoor ook zo veel
mogelijk een artikelnummer te worden aangemaakt. Gebruik hiervoor ook het “Aanvraagformulier
artikel”.

Aanvragen nieuw artikel
Voor het aanvragen van een nieuw artikel is een formulier aangemaakt, zie bijlage. Vul de

gegevens hiervan zoveel mogelijk in, geef een bijlage mee waar relevant en je wordt geïnformeerd
over het artikelnummer dat is aangemaakt.

Doc.Nr. WVB.09.05.00 Artikelneheer

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 3 van 3
Proceseigenaar Arjan de Groot

Aanvraagformulier nieuw artikel

Datum :
Persoon :

Soort artikel Toepassing binnen GV

Bestaand artikel bij een leverancier Algemeen voorraad artikel

Nieuw artikel (GV AOF artikel
artikel)

Bijlage ja / nee AOF-versie :

Projectspecifiek artikel

Omschrijving : Projectnr. :
:
Logistieke informatie Gereedschap / werkkleding e.d.
:
Leverancier : Technische informatie
Artikelnr. leverancier :
Inkoop / besteleenheid : Gewicht : kg per :
Netto inkoopprijs : Omtrek : m2 per m
Voorraad/projectspecifiek Overig :
:
Logistieke afhandeling Opvolging

Artikelnr. binnen GV Paraaf

Taken: RB
JL
Inkoop AG
Logikal FB
Navision
Logistiek

Documentnr. WVB.09.06.00 EEN PUNTS LES EPL

ONDERWERP #NAME? NUMMER #VALUE! DATUM: 6/14/2014
Afdeling
Mont/Eng Categorie

Uitvullen vliesgevel ankers

Zorg bij het uitvullen van de vliesgevel ankers voor een complete
ondersteuning van het anker.
Gebruik hiervoor drukvaste plaatjes die compleet onder het anker schuiven
en overal dragen. Bij voorkeur De Hakron standaard vulplaten, of een
aluminium plaat. ( afmetingen 70x70 x dikte )
Gebruik geen vulplaatjes die je plaatselijk onder het anker zet, deze zullen
andere krachten op de bout loslaten.
De maximale uitvulling is afhankelijk van de stelruimte en de krachten die op
de ankers komen. Ga in eerste instantie uit van +/- 15 mm
Nr Navision HK H051707001 / 2 / 3 / 5 / 10 / 15 / 20

FOUT

GOED

Versienummer 1.0 Actief
Versie Datum 15/07/14
#NAME?

Doc.Nr. WVB.09.07.00 Instructie deurdrangers

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Aangezien er onduidelijkheden zijn over de toepassing van deurdrangers geeft deze instructie
richtlijnen over de toe te passen deurdrangers. Deze instructie richt zich op zowel Schüco als
Alcoa deuren..

Uitgangspunten

De volgende afspraken en richtlijnen gelden binnen De Groot & Visser:
∑ Tenzij anders is verkocht worden er Dorma deurdrangers toegepast (m.n. TS 83 en TS 93)
∑ De deurdrangers dienen in Logikal aan de deur te worden toegevoegd. Wanneer je dit op
deze manier doet, worden automatisch alleen die drangers getoond die toepasbaar zijn.
Het systeem bepaalt dan ook of de kast op het kozijn of op de vleugel komt.
∑ Volg de instructies uit de Schüco catalogi (of app). Boek deurbeslag G-2.

Tips voor drangerkeuze
Hoofdzakelijk worden vrijwel alleen de TS83 en de TS 93 toegepast:

TS 83
∑ Deze dranger (SC 212831) kost ca. € 100,- incl. montageplaatje. (SC 212835) en arm.

∑ Deze dranger heeft een knikprincipe (SC 212521)
∑ Deze dranger kent geen onderscheid tussen scharnierzijde / Bandseite (B) of tegenover

scharnierzijde / Gegenüber Bandseite (G)
∑ Dé goedkope keuze voor reguliere toepassing (SC 212831 i.c.m. SC 212835)

TS 93

∑ Deze dranger kost ca. € 175,-

∑ Deze dranger kent onderscheid tussen scharnierzijde / Bandseite (B) (SC 212763) of
tegenover scharnierzijde / Gegenüber Bandseite (G) (SC 212869)

∑ Deze dranger heeft een glijarmprincipe (SC 212767 is de standaard versie evt. met
separaat SC 212601 mechanische vaststeleenheid.)

∑ Let op: bij omgekeerde montage met de kast op de vleugel heb je dan het G -type nodig
wanneer de dranger aan de kant van de scharnieren dient te komen, zie onderstaande
keuze hulpmiddel uit de Schüco catalogus.

∑ Probeer zoveel mogelijk een kozijn (breedte > 70 mm) te kiezen waarop de kast
gemonteerd kan worden.

∑ De keuze voor welke glijarm benodigd is, is zeer groot en onder meer afhankelijk van de
benodigde sluitvolgorde. Raadpleeg hiertoe de Schüco catalogus.

∑ Dé keuze voor zwaardere / bredere deuren en dubbele deuren met sluitvolgorde.

∑ Brandwerende toepassingen mogelijk.

∑ Er zijn veel afstelmogelijkheden (openstandbegrenzing, bedieningskracht, sluitvertraging,
etc.)

Doc.Nr. WVB.09.07.00 Instructie deurdrangers

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 2
Proceseigenaar Arjan de Groot

Productie / montage

∑ De programmeur programmeert de bewerkingen indien er duidelijk plaats is voor de kast.
Anders dient er mbv een mal / montageplaatje bevestigd te worden.

∑ Recent is afgesproken dat de programmeur een doorsnede meelevert, waarop de zijde en
de montagewijze duidelijk wordt.

∑ De montage (service monteurs) dienen nog een instructie te krijgen tbv
afstelmogelijkheden.

Doc.Nr. WVB.10.01.00 Interne Productie maken

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 4
Proceseigenaar Hans Woudenberg

Omschrijving / kenmerken IP

Een IP (Interne Productie) opdracht is naast de “gewone” productiegegevens de tweede en andere
mogelijkheid om de productie aan te sturen.

Het eindproduct van een IP is voor de productie of voor de montage.

In de meeste gevallen is een bijlage noodzakelijk. Probeer het aantal bijlagen te beperken.

IP’s dienen net zoals een puimerk in Navision / 4PS Construct aangelegd en toegekend te worden
aan een fase of meerdere fases. Dit mede om het benodigd materiaal aan de betreffende IP toe te
kennen.

1. IP aanleggen

∑ Ga via Projecten > Assemblageprojecten naar tabblad Objecten

Entiteit type: Extra behoefte
Entiteit nr. IP01 of IP02, IP.. (Altijd IP en 2-cijferig zonder spaties, streepjes e.d.)

Aantal: Totaal stuks producten. Bijv. 100
Maak wanneer dezelfde IP in meerdere fases terugkomt, toch per
fase een IP aan.

Omschrijving: Korte duidelijke info waar de IP over gaat.
(Niet wat te doen, dat blijkt uit de bijlagen, tenzij er geen bijlagen zijn).

o Bijv. A: Alu. Ankers vlgs. IP01-01 t/m IP01-05
o Bijv. B: Bin. Afwerking vlgs. IP02-01 & IP02-02
o Bijv. C: Waterslagen + anti dreun vlgs. IP03-01 t/m IP03-06
o Bijv. D: Montageblok vlgs. IP04

Leverdatum entiteit: Gewenste leverdatum (Zie instructie: “Levertijden WVB”)

Elementnr.: Fase alwaar de IP voor bestemd is.

Toepasbaar in: Optie 1: Productie (Eindbestemming eindproduct IP: Productie.)
Optie 2: Productie en Montage. (Eindbest. eindproduct IP: Montage.)

Doc.Nr. WVB.10.01.00 Interne Productie maken

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 2 van 4
Proceseigenaar Hans Woudenberg

2. IP toekennen (Verzendlijst)

∑ Ga naar (rechts onderin) en kies ‘Objectelementen’

∑ Selecteer “Productie” en vul achter de betreffende IP en onder betreffende
productiefase(s) de benodigde aantallen in.
De (totaal) toegekende aantallen dient gelijk te zijn met het eerder toegekende aantal (zie
punt 1.) (E.v.t. met de tabtoets naar links en rechts, om dit te activeren)

∑ Escape toets (1x)

3. Bijlage maken

∑ Een bijlage kan op verschillende manieren worden gemaakt:
a. Autocad
b. Excel
c. Zaaglijst
d. Etc

LET OP: Hou bij kleine hoeveelheden materiaal of bij spoedgevallen rekening in het
ontwerp met materiaal wat in de stelling in HAL 5 / IP-hal vrij aanwezig is.
(Check in IP-hal en reserveer deze aan de hand van een sticker met ordernr. en IP-nr.)

4. Bijlage nummeren (Zie ook instructie “Nummering van bijlages)

∑ Een bijlage dient altijd te zijn voorzien van een uniek nummer dit om te voorkomen dat
bijlages worden overschreven door een andere gebruiker.

∑ Een bijlage nummer bestaat uit twee onderdelen, het projectnummer en het bijlage
nummer.
a. Voorbeeld: PXXXXX-IP01 (indien 1 bijlage pagina / blad)

∑ Mocht een bijlage (-groep, bijv. IP01) meerdere pagina’s hebben dan dienen deze pagina’s
apart genummerd te worden.
a. Bijvoorbeeld PXXXXX-IP01-01; PXXXXX-IP01-02 etc

∑ De fase op de bijlage betreft de fase(s) alwaar de IP voor bestemd is.
a. Bijvoorbeeld: A.01.P of A.01M t/m. A.05.M

5. Bijlage opslaan

∑ Een bijlage dient altijd te worden opgeslagen als een PDF bestand (ZWART-WIT, GEEN
Kleur !), dit bestandsformaat is niet te wijzigen en voor iedereen te openen.

o Voorbeeld: PXXXXX-IP01.pdf (Ook bij meerdere pagina’s / bladen)

∑ Bijlage dient opgeslagen te worden op de SharePoint site bij het projecttekenwerk van het
project. Op deze manier zijn de bijlages voor iedereen toegankelijk.
Dit is noodzakelijk wanneer meerder mensen aan een project werken en bijlages maken.
Hiermee wordt voorkomen dat er dubbele bijlages zijn en dat de ze worden overschreven.

Doc.Nr. WVB.10.01.00 Interne Productie maken

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 3 van 4
Proceseigenaar Hans Woudenberg

o \\fs01\data\Projecttekenwerk\PXXXXX\F - Navision bijlagen

6. Koppelen van de bijlage aan IP regel.

∑ Selecteer betreffende IP-regel in het objecten scherm waar het document aan gekoppeld
dient te worden. (Let op; je kan een bestand slechts 1x koppelen!)

∑ Ga naar (rechts onderin) en kies ‘Objecten >’ en vervolgens
‘Documenten’

∑ Ga naar (rechts onderin) en kies ‘Registreer’

∑ Click

Ga via

naar de juiste map waar de bijlage staat opge slagen en selecteer de bijlage met dubbel
click of click op

(Korte instructie hoe mensen bij de directory op de sharepointsite kunnen komen)

∑ Koppel per IP slechts 1 bestand !

∑ Click

∑ Je komt in een scherm waarin je nog
extra info kan toevoegen. Vul in het
veld “Omschrijving” de code van het
bestand (IP01). Meer is niet nodig.

∑ Click

Doc.Nr. WVB.10.01.00 Interne Productie maken

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 4 van 4
Proceseigenaar Hans Woudenberg

∑ Click

∑ Click

∑ Check koppeling d.m.v. F9

∑ Escapetoets (1x)

7. Benodigd materiaal koppelen aan betreffende IP.
(Materiaalbehoefte vastleggen.)

Is gelijk aan materiaalbehoefteregels aanleggen. (Zie instructie)

Echter dienen nu de kolommen ‘Entiteitstype’ & ‘Entiteitnr’ ingevuld te worden met resp.
“Extra behoefte” en met de betreffende IP te selecteren.

(LET OP: Dit kan enkel door handmatige invoer en dus niet via import !)

Indien je aanwezig materiaal hebt gereserveerd (Zie punt 3: Bijlage maken) dan geen
behoefte regels van betreffend materiaal aanmaken.
Vermeld op de bijlagen en in het “Opmerking” veld van de Objecten dat je betreffend materiaal
gereserveerd hebt.

Doc.Nr. WVB.10.02.01 Productiegegevens

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Dit document beschrijft welke productiegegevens dienen te worden gemaakt om de productie aan
te sturen en waar deze gegevens aan dienen te voldoen. Er zijn verschillen tussen kozijnen
enerzijds en vliesgevel/AOF-gevels anderzijds.

Productiegegevens

Instructies dienen zoveel mogelijk via Logikal kenbaar te worden gemaakt, denk aan materialen
geleverd door derden of verwijzingen naar productiebijlagen (Voeg IP toe als materiaal op de
stuklijst). Het risico bestaat namelijk dat de hardcopy kwijtraakt en een nieuw stuklijst wordt
gegenereerd vanuit Logikal.

Controleer voordat je de productiegegevens gaat maken het volgende:
∑ Voorraadlijst (vreemde materialen en/of aantallen?)
∑ Zaaglijst van alle profielen (optimalisatie / restlengtes?)

Maak en verzamel de volgende gegevens tbv productie:
AutoCad tekeningen zijn niet nodig als de tekeningen maar makkelijk te vinden zijn op de fileserver

Controleer deze gegevens (foutvrij van mij!)
Productieoverdracht

Doc.Nr. WVB.10.03.00 Merkkaartjes

Wijzigingsdatum 06-07-2016 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar André de Jong

Inleiding

Om het sorteren van profielen overzichtelijk te maken gebruikt men in de productie zogenaamde
merkkaartjes welke op de profielkarren worden aangebracht. Dit geldt voor zowel kozijnen als
vliesgevels.
Deze merkkaartjes kunnen nu eenvoudig worden uitgeprint vanuit LogiKal waarmee een
omslachtige administratieve handeling in Navision (door Stefan) komt te vervallen.

Werkwijze
Kies vanuit het LogiKal -> Projectcentrum (ofwel Project) in de linker kolom voor:

Positie overzicht G&V onder CALCULATIE.

Onderstaand scherm verschijnt waarin je de volgende weergave opties en positieinformatie
selecteert:

- Inzetten
- Profielsysteem
- Kleur
- Buitenmaat kozijn

Druk vervolgens het overzicht (de merkkaartjes) af of maak desgewenst eerst een Preview .
Uiteraard niet dubbelzijdig printen!

Let op!
Indien er zich vleugels in de posities (merken) bevinden druk je de merkkaartjes 2x af!

Voeg deze merkkaartjes (niet geknipt) bij de productiegegevens.

Bij gebruik van Productie-eenheden voeg je dit overzicht bij iedere Productie-eenheid (fase). In dit
geval uiteraard geprint vanuit de betreffende Productie -eenheid zodat de merkkaartjes
overeenkomen met de merken en aantallen in die fase.

Doc.Nr. WVB.11.01.00 Montagegegevens

Wijzigingsdatum 27 januari 2017 Pagina 1 van 1
Proceseigenaar Arjan de Groot

Inleiding

Dit document beschrijft welke montagegegevens dienen te worden gemaakt om de montage aan
te sturen en waar deze gegevens aan dienen te voldoen.

Montagegegevens

Voor het aanleveren van montage gegevens gelden de volgende uitgangspunten / afspraken.

Gegevens worden in principe per hoofdfase aangeleverd. Als fase A bijvoorbeeld bestaat uit 10
fases (A.01 t/m A.10) wordt hiervoor één keer een map met montagegegevens gemaakt.

De secretaresse maakt de map klaar aan de hand van de planning. De secretaresse registreert
ook welke tekeningen en welke versie daarvan naar de klant én naar de montage zijn gegaan.

De montagegegevens die door de werkvoorbereider dienen te worden aangeleverd zijn (in overleg
met secretaresse engineering kan dit als hardcopy of digitaal):

∑ Alle betreffende tekeningen van de fase.
o Aanzichten op A3 in kleur (grote vliesgevels op A1)
o Details op A4 in kleur

∑ Bijzondere montage instructies
o Voorbewerking van bepaalde speciale bouten, chemische ankers e.d.
o Bijzondere details die op tekenwerk niet duidelijk worden
o Bijzonder H&S-werk (aansluitschema’s?)
o ….

∑ Bij vliesgevels de hoofd productie tekening (zie instructie “Productiegegevens”).

∑ Bij vliesgevels een ankerplan. Deze kan op de hoofd productie tekening zijn verwerkt.

∑ Bij kleine projecten dient een montage info lijst te worden ingevuld. Deze is te vinden op
Sharepoint

Ten slotte is het van belang dat bij wijzigingen / aanvullingen nadat de montage map n aar
montage is gegaan montage de laatste versie van de tekeningen etc. krijgt toegestuurd.

Wanneer je aanvullingen/wijzigingen aanmeldt bij secretaresse engineering ontvangt de uitvoerder
deze tekening, maar stuur de uitvoerder per mail alvast een pdf -bestand van de tekening.

Training werkvoorbereiding
11 juni 2015

Document nummer: WVB.12.01.00
Proceseigenaar: Arjan de Groot

Agenda

 Logikal voorinstellingen
 Fasering scherm tips
 Direct leveren op bouw
 Uittrekken glasblokjes
 EPL ankers
 Voorraadaansturing

Slide 1

 Voorinstellingen

 Zie aangepaste instructie “Basis Logikal”
 Voor AWS/ADS 65, AWS 70.HI, Alcoa RT 62 en RT 72
 Voorinstellen van profilering, beslag en fabrieksinstellingen

 Objectelementen in Navision

 Minder overzichtelijk scherm
 Horizontale scroll werkt niet
 Tips:

 Links en rechts van de scroll klikken
 Gebruik van de Tab knop

Slide 2

 Direct leveren op de bouw

 Nu: glas op de bouw, overig via vestiging
 Gewenst: overig afhankelijk van situatie ook op de bouw

(zetwerken, panelen, roosters, …)

 Uittrekken glasblokjes (PR xxxxxxxxx)

 Alleen uittrekken tbv uitvullen glas

 Glasdikte + 4mm
 Aantal >= glassteunblokken
 Optimaliseren bij meerdere glasdiktes (grootste dikte)

 Niet uittrekken tbv uitvullen pui (bouwkundig)
 Niet extra uittrekken tbv vliesgevels

Slide 3

 EPL ankers

 Uitvullen ankers met Hakon vulplaten

 Voorraadaansturing

 Bestellingen voor H&S-werk / toebehoren nooit projectspecifiek
maken (ook niet de spoedjes)

 Stem af met MIL bij spoedjes / onduidelijkheden
 Toelichting bij info in Navision op artikelkaart

 Voorraad: dat wat in het magazijn ligt
 Aantal in ink.orders (voorraad): dat wat in een voorraadbestelling onderweg is
 Aantal in ink.orders (project): dat wat in een projectmatige bestelling onderweg

is
 Aantal in artdgbk. project: dat wat besteld is door wvb via voorraadorders, maar

nog niet geraapt is
 Projectvoorraad: dat wat geraapt is, maar nog niet in productie is genomen (niet

betrouwbaar!)

Training werkvoorbereiding
26 augustus 2015

Document nummer: WVB.12.02.00
Proceseigenaar: Arjan de Groot

Bijlagen

 Alleen als het niet zonder kan
 Standaard template

 Let op vernieuwde lay-out
 A4 (bij voorkeur portrait, geen landscape A3)
 Zwart-wit
 Projectie-afspraken

 Zichtzijde duidelijk aangeven
 Maatvoering buiten afbeelding, geen kettingmaten
 Per fase
 Aantal op tekening
 Benaming (ZET01-01)

 Geen PAN-10, Z01, IP-02

Instructie werkvoorbereiding
27 oktober 2015

Document nummer: WVB.12.03.00
Proceseigenaar: Arjan de Groot

Feedback

 Werk in Logikal bij voorkeur met een moederbestand en
productie-eenheden  scheelt programmeren

 Als IP’s spoed zijn, dit mondeling aangeven
 Geen rugvulling / kit uittrekken bij grote projecten 

overleg met uitvoerder
 Plakken en kopiëren  weet wat je doet / controleer!

 Merken in Logikal
 Bestellingen in Navision
 Bijlages tbv bestellingen / IP’s


Click to View FlipBook Version