BRUGGENBOUWER ALS VAK Ati Graaumans
Voor de Kleinkinderen
Als ik er niet meer ben, denk dan aan de uitspraak van de Franse schrijver Pierre Barthes:
La mort du père enlèvera à la littérature beaucoup de ses plaisirs.
S’il n’y a plus de père, à quoi bon raconter des histoires.
3
VOORWOORD
Bij het ouder worden vervagen de kleuren van vele herinneringen.
Medio 2019 constateerde ik, dat de historie van mijn voetbalverleden, mijn muziekoverzichten en het familiearchief
middels vele overzichten en fotoboeken redelijk op orde waren. Echter, ik kwam eveneens tot de ontdekking, dat ik wel het een en ander van mijn ‘werkzame leven’
had bewaard, maar dat die gegevens her en der verspreid lagen en in diverse mappen waren opgeborgen, kortom, er zat geen lijn in.
Hoog tijd dus (en ik had voldoende tijd) voor actie tot het opstellen van een chronologisch overzicht van mijn werkzaamheden,
inclusief bijbehorend fotomateriaal ter aanvulling en verduidelijking.
Tijdens het verzamelen van diverse losse onderdelen ging ik de bonte verzameling in een breder perspectief zien, dook wat nader in
de diverse familiegeschiedenissen en zo ontstond het idee het geheel uit te breiden met een familiekroniek. Alles samengebracht in een boekwerk.
De titel van dit boekwerk (De Bruggenbouwer) is voor tweeërlei uitleg vatbaar.
In de letterlijke zin van het woord bruggenbouwer, als onderdeel van mijn Weg- en Waterbouwkundig beroep. In figuurlijke zin als bruggenbouwer,
die de diverse geledingen binnen onze familie tracht te verbinden.
Om het geheel overzichtelijk weer te geven heb ik gekozen voor de navolgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 Onze Voorouders
Hoofdstuk 2 Onze Ouders
Hoofdstuk 3 Ons Gezin
Hoofdstuk 4 Het Werkzame Leven Van Mijn Vader
Hoofdstuk 5 Mijn Opleidingen
Hoofdstuk 6 Mijn Werkzame Leven
Tot slot past het mij mijn dank uit te spreken aan degenen die mij ondersteund hebben bij het tot stand komen van dit boekwerk.
Kleindochter Nienke Ragas, die het benodigde en fotografisch werk voor haar rekening heeft genomen. Jan Pijpers, mijn vroegere collega-bestuurslid bij Harmonie
Constantia, die mijn soms ambtelijk taalgebruik heeft geredigeerd en er een leesbaar geheel van heeft gemaakt. Mijn nicht Marina en haar partner Bavo Hermens,
die aanvullend fotomateriaal hebben geleverd en de lay-out van het boekwerk voor hun rekening hebben genomen. En tenslotte mijn buurvrouw Petra,
die de finishing touch verzorgde.
Allen dank hiervoor.
4
HOOFDSTUK 1 ONZE VOOROUDERS
Familie Graaumans
Mijn grootvader Adrianus werd geboren op 19 maart 1877 te Ulvenhout in de gemeente Ginneken en Bavel. Hij overleed in 1963 in Ulicoten.
Mijn grootmoeder Antoinetta Voeten werd geboren op 5 november 1884 eveneens te Ulvenhout. Zij overleed in 1964 net als opa in Ulicoten.
Zij traden op 18 mei 1904 in het huwelijk. In de loop der jaren werden 8 kinderen geboren uit dit huwelijk:
Hendrikus, Maria, Dimphia, Cornelia, Wilhelmus, Wilhelmina, Johannes en Georges.
Mijn opa (roepnaam Janeke) was een bedrijvig, maar moeilijk baasje, die naast zijn
werk als straatmaker (ook wel keienlegger genoemd in die tijd), samen met zijn vrouw
Aantje Voeten ook een kruidenierswinkeltje annex benzineverkooppunt (zie foto pag 6)
exploiteerde aan de Molenstraat in Ulvenhout.
Bovendien was hij de trotse bezitter van een aantal percelen grond achter het woonhuis
aan de Molenstraat met een boomgaard met daarin verschillende fruitsoorten.
Opa en Oma Graaumans
in de koets tijdens hun 50 jarig huwelijksfeest 1954
5
Vanaf de lagere school was het vanzelfsprekend, dat alle 4 zoons het straatmakersvak zouden gaan uitoefenen.
De oudste, (ome Harry) was nagenoeg zijn hele leven in dienst van de gemeente Gilze, waar hij onderhoudswerken in de bestrating uitvoerde. Zijn 3 zonen (Harrie,
Kees en Henk) vonden hun weg eveneens in de wegenbouw en werden opzichters in diverse gemeentes en voor adviesbureaus in de provincie Noord-Brabant.
Wilhelmus, (mijn vader) leerde vanaf de lagere school het vak bij zijn vader en vond al op jeugdige leeftijd (in 1935) als stratenmaker werk bij de gemeente Gilze en
Rijen. Vervolgens kwam hij in 1949 in dienst van de gemeente Breda. Vanaf 1956 treedt hij toe tot het Aannemingsbedrijf Gebr. Graaumans en zijn twee zoons Ati
(ondergetekende) en Wil hadden beiden ook “wegenbouwersbloed”.
Johannes, (ome Jan) leerde het vak bij zijn
schoonvader Jan Leppens, die toentertijd
een aanzienlijk aannemersbedrijf bestierde.
Ome Jan was later een van de 2 oprichters
van Gebr. Graaumans en zijn zoon Ad kwam
vanaf de MULO rechtstreeks in het bedrijf.
Georges (ome Sjors) begon net als broer Jan
bij het bedrijf van Jan Leppens, alvorens hij
in 1953, samen met ome Jan, het bedrijf
Gebr. Graaumans opstartte. Hij had geen
mannelijke opvolger, maar wel 2 leuke
dochters: Jopie en Anja.
Op grond van bovenstaand overzicht kan niet
anders en terecht geconcludeerd worden, dat
de naam Graaumans onlosmakelijk is ver-
bonden aan de wegenbouw.
Gezin voor woonhuis/winkel Molenstraat
Omstreeks 1920
6
Familie de Wit
Mijn grootvader van moederskant Martinus de Wit werd geboren op 21 mei 1878 te Dussen en overleed aldaar op 27 januari 1943.
Mijn grootmoeder Carolina Kuipers werd geboren op 2 augustus 1885 eveneens in Dussen. Zij overleed op 6 oktober 1987 in Breda.
In de loop van hun huwelijk werden er een groot aantal kinderen geboren, waarvan er helaas maar 7 in leven bleven: Anton, Ad,
Toosje, Corry, Marie (mijn moeder), Tinie en Zus.
Opa Martinus de Wit was klompenmaker van beroep. Hij verdiende maar een karig loontje. Mijn vader Willem vertelde meermaals,
dat hij zijn schoonvader moest helpen. Er was dus sprake van een arm gezin.
Vanuit diverse gesprekken met mijn moeder begreep ik, dat de families Kuipers en de Wit oorspronkelijk schippers waren. De oudste
zoon van het gezin was ome Anton. Mijn voornaam – Ati – is afgeleid van een samenstelling van de voorletters van deze oom (de A
van Anton) en van mijn opa (Ti van Tinus).
Ome Anton was schipper en helaas is hij tijdens de 2e wereldoorlog tragisch om het leven gekomen. Volgens de lezing van zijn zoon Oma de Wit
Martien de Wit, stonden ’s morgens om 04.00 uur een aantal marechaussees voor de deur met de melding dat het schip van ome Anton, dat in de
Biesbosch lag, in brand stond. Hij is vervolgens vanaf zijn woonhuis vertrokken om polshoogte te gaan nemen en is gaan roeien naar zijn boot in de Grienden. Vervol-
gens is zijn roeiboot beschoten door een aantal vliegtuigen, waarbij men ervan uitgaat dat het Engelse bommenwerpers waren, die vermoedelijk dachten met Duitsers te
maken te hebben die naar een van hun verborgen schepen op weg waren. Na de beschieting bleef er weinig van zijn lichaam over; alleen zijn hoofd was nog herkenbaar.
Toen mijn moeder mijn vader leerde kennen op de kermis in het dorpje Dorst, dacht zij met een schipper van
doen te hebben (gezonde bruine kleur en een stevig manneke), echter zij kwam er al snel achter dat ze met
een straatmaker te maken had. Maar liefde is nou eenmaal blind en ze bleven de rest van hun leven bij elkaar.
Ome Ad leerde het vak van leersnijder, hetgeen hij zijn hele leven is blijven doen.
Geen wegenbouwers in de vrouwelijke zijde van de familie, maar wel hardwerkende mensen.
Opa Martinus de Wit heb ik nooit gekend, omdat hij al was overleden voordat ik ben geboren.
Ik heb mijn hele leven diep respect gehad voor mijn oma Carolina, die de respectabele leeftijd van 102 jaar
bereikte en voor haar positieve instelling, ondanks het zware leven, dat zij gehad heeft. Die waardering wil ik
hierbij nadrukkelijk tot uiting brengen middels onderstaande tekst van het gedachtenisprentje bij haar over-
lijden.
Gedachtenisprentje oma de Wit Ik heb haar maar 1 keer in mijn leven zien huilen en dat was bij het overlijden van mijn moeder want ze vond
het niet eerlijk dat haar dochter eerder overleed dan zijzelf.
7
Opa en oma de Wit ter herrinnering aan hun 25 jarig huwelijksjubileum
Familie de Wit met soldaten
tijdens de mobilisatie voor de 2e wereldoorlog
8
Familie Van der Putten
De grootvader van Marijke, Henricus werd geboren op 7 februari 1891 te Venray. Hij overleed op 21 september 1954 in Ulvenhout.
De grootmoeder van Marijke, Petronella Paulissen werd geboren op 19 april 1894 in Ginneken en Bavel. Zij overleed op 17 januari 1961 in Ulvenhout.
Zij traden op 12 Juni 1918 in het huwelijk. In de loop der jaren werden 7 kinderen geboren uit dit huwelijk : Antoon, Wil, An, Wout, Riet, Mans en Jos.
Opa van der Putten was een echte slager, en twee van zijn zoons, Antoon en Wil, beoefenden in hun werkzame leven eveneens het slagersvak, Wout beoefende het
vak van banketbakker.
Geen wegenbouwers in de vrouwelijke zijde van de familie, maar eveneens hardwerkende mensen.
Moeder Vader
Antoon
Riet
An Wil
Familie Van der Putten
Wout
Mans Jos
9
HOOFDSTUK 2 ONZE OUDERS
Familie Graaumans
Mijn vader Wilhelmus Petrus werd geboren op 11 juli 1912 te Ulvenhout (gemeente Ginneken en Bavel), waar hij ook overleed op 10 mei 1979.
Mijn moeder Maria Adriana werd geboren op 30 augustus 1912 te Raamsdonk. Zij overleed op 28 oktober 1978 in Wertheim (Duitsland).
Ze traden op 16 Januari 1935 in het huwelijk en er werden uit dit huwelijk 4 kinderen geboren: Antonetta (Netty), Carolina (Lia), Antonius (Ati) en Wilhelmus (Wil).
Trouwfoto 1935 Marie en Wim, 1955 in de Olivier van Noortstraat in Breda
10
Netty trouwde met Kees Bink uit de Poststraat in Ulvenhout en uit dit huwelijk werden
twee kinderen geboren n.l. Mary en Con. Kees Bink werkte na zijn diensttijd als chauf-
feur bij een groothandel, schoolde zich om als machinist en is vervolgens tot aan zijn
pensioen bij Aannemingsbedrijf Gebr. Graaumans in dienst geweest. Kees overleed op
29 januari 2007.
Lia trouwde met Bart Peemen van de Haagdijk in Breda en uit dit huwelijk werd een
dochter, Marina geboren. Samen bestierden zij vele jaren een groentenwinkel aan de
Heuvelstraat en waren tevens marktkooplieden in groenten en fruit.
Dit huwelijk hield geen stand. Lia had daarna nog enkele partners, maar vond in
Piet Delahaije gedurende haar laatste
18 levensjaren een trouwe metgezel.
Lia is overleden op 1 mei 2018. Bart
op 20 juli 2002.
Broer Wil trad in het huwelijk met
Bep Verdaasdonk uit Breda en uit
dit huwelijk werden twee kinderen
geboren: Marit en Willem Jan.
Evenals ikzelf bezocht Wil de lagere
Clemenschool in het Heuvelkwartier
en de Sylvester MULO aan de
Middellaan in Breda.
Ter gelegenheid van het 50 jarig huwelijksfeest Opa en Oma Graaumans Ati en Wil
Netty, Kees Bink, Lia, Bart Peemen, Wil, Willem, Marie en Ati
11
Ter gelegenheid van de koninklijke onderscheiding met broer en zussen in 2013
12
Na het behalen van zijn diploma ging Wil rechtstreeks aan de slag bij het
Aannemingsbedrijf, waar hij bij zijn strenge vader Willem het
straatmakersvak onder de knie kreeg.
Vervolgens zat hij als machinist vele jaren op de JCB. Met het ouder
worden van de senioren Willem, Jan en Sjors, nam hij, samen met neef
Ad, geleidelijk aan het stuur over.
Als directeur van het Aannemingsbedrijf namen zij uiteindelijk de
aandelen over van de senioren en vormden samen vanaf dan de directie.
Medio 1998 trad Wil uit het bedrijf om zich op andere zaken te gaan
richten.
Wil als laatste echte straatmaker in de familie
13
De eerste woning van Willem en Marie, nadat ze in het huwelijk waren getreden, was ge-
legen aan de Oosterhoutseweg in Dorst. Tevens hebben ze nog enige tijd bij oma de Wit
ingewoond en in 1939 verhuisden ze naar een woning aan het Steenakkerplein 5 te Gilze.
Steenakkerplein 5 Gilze
Olivier van Noortstraat 1 Breda Medio 1948 verhuizen zij naar het Heuvelkwartier in Breda en
vader trad in dienst bij de Gemeente Breda.
De woning aan de Olivier van Noortstraat 1 was een huurwoning van de gemeente, nieuwbouw, echter zonder douche (we
moesten ons wassen in een zinken teil), zonder telefoon of televisie. Er was wel een oude radio.
In het begin van de jaren 60 ging het goed met het aannemingsbedrijf en werd er een auto (een Bedford bestelwagen)
gekocht en ook een televisie.
We kunnen dus zeggen dat we in die jaren een goed arbeidersgezin vormden. We
hadden het niet breed en leidden een, in relatie tot de huidige tijd, sober leven.
Nadat in 1964 de ouders van mijn vader waren overleden werd uit de Vrijdagavond in bad in de zinken teil
erfenis het woonhuis Molenstraat 69 toebedeeld aan mijn vader, het-
Molenstraat 69 Ulvenhout geen overigens de nodige commotie teweeg bracht in de familie, omdat
de naastgelegen melkfabriek een hoger bod uitbracht. De rest van hun
14 leven, tot aan hun overlijden, hebben vader en moeder daar gewoond.
Familie Van der Putten
De vader van Marijke, Antonius Petrus Josephus van der Putten, werd geboren te Teteringen op 18 maart 1919. Hij overleed in Breda op 15 november 1984.
De moeder van Marijke, Adriana Johanna van Riel, werd geboren op 29 augustus 1920 te Ulvenhout. Zij overleed op 3 november 1975 in Breda.
Zij traden direct na de oorlog, op 26 november 1945 in het huwelijk en hieruit werden twee kinderen geboren: Maria (Marijke) en Petronella (Petra).
Trouwfoto ouders van Marijke Ouders met Marijke en Petra
15
Direct na hun huwelijk gingen ze wonen op de bovenverdieping van zaal De Harmonie aan de Dorpsstraat in Ulvenhout. Bij de geboorte van Marijke hadden zij
tijdelijk onderdak aan de Jachtlaan bij de familie Scholtmeijer.
Vader Antoon was telg uit een gerenommeerde slagersfamilie en al vanaf zijn jeugd bekwaamde hij zich, net als zijn vader, in het slagersvak inclusief de aankoop
en slacht van koeien.
Het was dan ook niet verwonderlijk, dat het echtpaar begin jaren vijftig de slagerij overnam van zijn vader aan de Grazendonkstraat 39 in Breda. Helaas overleed
moeder Sjaantje al op jeugdige leeftijd ( 55 jaar oud ), waardoor Antoon er alleen voor stond.
Nadat de slagerij aan derden was verkocht heeft Antoon tot aan zijn overlijden een rustig leven geleid met zijn toenmalige partner Riet van den Hurk, waarbij hij
genoot van zijn 2 kleinkinderen Jeanine en Mariëlle.
Slagerij van Opa en Oma van der Putten in de Grazendonkstraat 39 Antoon van der Putten, op jeugdige leeftijd, met vader en moeder en knecht
16
HOOFDSTUK 3 ONS GEZIN
Marijke (10-6-1947) en ondergetekende (3-12-1945) hebben elkaar voor de eerste keer ontmoet bij een vriendin van Marijke in Ulvenhout.
In die periode had ik mijn stage opdracht van de HTS bij de bouw van de tunnel in de Zuidelijke Rondweg (het Oranjeplein) en de onderdoorgang van die
Zuidelijke Rondweg aan de Fatimastraat.
Op haar Solex bracht Marijke vlees rond naar de klanten en zo zagen wij elkaar regelmatig als ik controlerende werkzaamheden uitvoerde.
Zijkant huis zuidelijke rondweg waar Ati en Marijke vaste verkering kregen in 1965
17
Van het een kwam het ander en vanaf 1964 kregen we verkering, we verloofden in 1968 en trouwden voor de wet op 2 december 1968. Het kerkelijk huwelijk werd
gesloten op 19 mei 1969 in Breda.
Trouwfoto Ati en Marijke bij uitgang Heilig Hart Kerk in 1969, met beide ouders en trotse nichtjes Marina en Mary
18
Van onze spaar- en voetbalcentjes kochten we een nieuwbouwwoning aan de Andreasstraat 3 te Breda en in 1978 kregen we de gelegenheid een perceel grond
aan te schaffen in Ulvenhout. We bouwden toen in eigen beheer een vrijstaande woning aan de Molenstraat 53.
Andreasstraat 3 Breda 1969 Jeanine en Mariëlle op fundering bouw huis Ulvenhout
Nieuwbouw Ulvenhout in de winter 1978
19
Uit ons huwelijk zijn 2 kinderen geboren: Jeanine (1970) en Mariëlle (1972).
Beiden beschikken nu over een eigen gezin.
Jeanine met Frank Ragas (fysiotherapeut) en uit hun partnerschap werden er twee (beeldschone) dochters geboren: Nienke (1999) en Eva (2002).
Mariëlle met Maurice Yocarini (zelfstandig ondernemer) en uit hun huwelijk werden twee (eveneens beeldschone) jongens geboren Nikos (2004) en Jorgos (2007).
Jeanine Mariëlle
20
Medio 2008 verhuisden wij naar een kleiner onderkomen aan de Slotlaan 33 in Ulvenhout.
Slotlaan 33 in Ulvenhout
De kleinkinderen, Eva, Jorgos, Nienke en Nikos
21
22
23
HOOFDSTUK 4 HET WERKZAME LEVEN VAN MIJN VADER
Zoals al eerder aangegeven was mijn vader Wilhelmus Petrus (roepnaam Willem) een telg uit een echte straatmakers familie.
Direct na de lagere school, vanaf 1924, ging hij met zijn vader op pad om het vak te leren.
Als een soort onderaannemer met alleen maar zijn fiets en handgereedschap ging hij ’s mor-
gens vroeg van huis om in het Brabantse bestratingswerken uit te voeren, meestal voor wat
grotere aannemingsbedrijven.
Hij vertelde wel eens, dat hij een werk had in de omgeving van Raamsdonkveer en dus ’s
morgens al om 06.00 uur naar het werk fietste. De hele dag keihard werken waarbij soms
wel 100 m2 bestrating was aangebracht en dan om 16.00 uur weer huiswaarts, waarbij de
stratenmakers er vervolgens nog wel eens een echte wielerwedstrijd van maakten, om wie
het eerste thuis was.
Rond het jaar 1935, nadat hij getrouwd was, solliciteerde mijn vader bij de gemeente Gilze
en Rijen naar de baan van straatmaker alwaar hij werd aangenomen. Gedurende een groot
aantal jaren, tot 1948, was hij in dienst van deze gemeente.
Hij was betrokken bij de aanleg van nieuwe straten en onderhoudswerken aan de bestrat-
ing. Tijdens de oorlogsperiode 1940-1945 was hij een manusje van alles voor werkzaam-
heden met name rondom het Vliegveld Gilze-Rijen.
Ook vertelde hij mij over de opdrachten die hij kreeg, om slachtoffers van bombardement-
en rondom en op het vliegveld te bergen. Dit heeft een enorme indruk op hem gemaakt,
maar hij sprak er gedurende zijn leven zelden over.
Zus Netty vertelde, dat het gezin tijdens de oorlog een aantal malen diende te verhuizen
naar een gezin in de Valkenierslaan te Breda en naar het ouderlijk huis van ons vader in Ul-
venhout, vanwege de vele bombardementen op het vliegveld Gilze-Rijen. Nadat het gevaar
was geweken werd teruggekeerd naar hun woning aan het Steenakkerplein in Gilze, het
vervoer was meestal per fiets of met paard en wagen .
Vader Willem en ome Harry in dienst Gemeente Gilze-Rijen 1937
24
Om in die jaren wat bij te verdienen werkte hij regelmatig tijdens de vrijdagnachten in de Steenfabrieken in Dorst. De ovens lagen dan stil en dan kon er bestrating
gerepareerd worden.
Op 1 Januari 1948 kreeg hij een voorlopige betrekking bij de dienst Openbare Werken van Breda voor een loon van ongeveer 21 euro per week. In opdracht van de
gemeente voerde hij met name bestratingswerken uit bij de aanleg van wegen in de diverse Bredase uitbreidingsplannen (Boeimeer, Heuvelkwartier, Heusdenhout).
25
De periode na de tweede wereldoorlog 1940-1945 staat bekend als ‘Herrijzend Nederland’.
Nederland moest weer opgebouwd worden, er was een ontstellend gebrek aan woningen. In vlot tempo rolden er stedenbouwkundige ontwerpen voor diverse
uitbreidingsplannen van de tekentafel, met name in de grote steden, zoals ook in Breda.
Bij woningen hoort uiteraard ook een hele in-
frastructuur met voorzieningen zoals riolering,
nutsvoorzieningen en aanleg van wegen.
Ome Jan en Ome Sjors werkten direkt na de oor-
log in het bedrijf van de schoonvader van ome Jan
(Jan Leppens) aan het herstel van de verhardingen
van vliegbasis Gilze Rijen. Zij besloten in 1953,
na de watersnoodramp al ‘voor hun eigen’ te be-
ginnen. Dus niet meer in loondienst maar als zelf-
standige ondernemers (zoals hun vader Janeke).
In mei 1954 beëindigde vader Willem zijn ar-
beidsovereenkomst met de gemeente Breda en hij
trad eveneens toe tot het aannemingsbedrijfje. In
eerste instantie bestond het werk vooral in onder
aanneming voor de grotere aannemingsbedrijven.
Echter, de mannen wilden ook zelfstandig werk-
en aannemen, maar daarvoor was een Erkenning
van de Stichting Raad van Bestuur Bouwbedrijf
en een inschrijving in het register van de Kamer
van Koophandel vereist.
Ik zie mijn vader nog voor me, meer dan een jaar ’s Benodigd certificaat om ingeschreven te worden bij de Kamer van Koophandel
avonds na een dag zwaar werk, in de studieboeken
gedoken om de vereiste Vakbekwaamheidsproef
af te leggen. Op 15 Juni 1956 kwam hij in het
bezit van de vereiste papieren en was er sprake van
een officieel geregistreerd aannemingsbedrijf.
26
Na in de beginperiode met fiets, kruiwagen en handgereedschap begonnen te zijn, ontwikkelde het
bedrijf zich in de loop der jaren met een toenemend aantal werknemers tot een volwaardig aanne-
mingsbedrijf met een duidelijke taakverdeling.
Ome Jan pleegde de acquisitie (ook regelmatig in het café) en trachtte bij de diverse aanbestedingen
van werken de opdrachten binnen te halen.
Ome Sjors nam met de machines het grondwerk en de riolering voor zijn rekening, zodat er een be-
trouwbare fundering ontstond.
Vader Willem nam de bestrating voor zijn rekening en zijn motto was altijd:
“Ge kunt nog zoveel werken aannemen als ge wilt, onder de grond zien de mensen het niet, maar de
afwerking middels het straatwerk is het belangrijkste, want dat kunnen de mensen zien en als dat goed
is mag je altijd terugkomen”.
Bedrijf Graaumans 25 jaar jubileum
Zijn hele leven dus in weer en wind aan het zware werk. Dat bleef niet zonder
gevolgen, want op 61-jarige leeftijd waren zijn knieën en heupen versleten.
Hij beëindigde zijn arbeidzame leven en hield zich daarna nog een aantal jaren
thuis bezig met zijn volière.
Regelmatig zat hij op een stoeltje, in stofjas en pijp rokend, te genieten van zijn
kanaries, vinken en diverse andere vogelsoorten. Op wedstrijden viel hij met
zijn tentoongestelde kanaries regelmatig in de prijzen.
27
In het boek ‘Het Stadskantoor’ van Rinie Maas heeft hij een ode
geschreven over het stratenmakers vak en vader Willem. Uit eerbetoon
aan mijn vader bijgaande passage uit het boek.
28
HOOFDSTUK 5 MIJN OPLEIDINGEN
Op 03-12-1945 ben ik geboren te Gilze en Rijen op het adres Steenakkerplein 5. Ernaast was bakkerij Van Ouweland. Vanuit mijn vroegste jeugd herinner ik me dat
ik daar als kleuter redelijk veel tijd doorbracht.
Clemensschool Heuvelkwartier Talmastraat
Na de verhuizing van ons gezin in 1948 naar de Olivier van Noort-
straat 1 in Breda ging ik vanaf 1951 zoals gebruikelijk eerst naar de
kleuterschool, in de Oranjeboomstraat.
Kleuterschool Oranjeboomstraat
29
Mijn tijd op de lagere school bracht ik van 1952 tot 1958 door op de Clemens-
school aan de Talmanstraat, gelegen in het uitbreidingsplan Het Heuvelkwartier
en na het beëindigen van de lagere school was het schooladvies om door te ler-
en op HBS-niveau. Maar vader Willem was van mening, dat we maar ‘gewoon’
moesten doen. In overleg (en na aandringen) van het Hoofd van de School werd
besloten, dat ik ingeschreven zou worden op de Katholieke Sint Sylvester Mulo
aan de Middellaan in Breda. Aldus deed ik op 1 augustus 1958 mijn intrede in het
Middelbaar Onderwijs.
Als voorbeeldig leerling slaagde ik op 20 Juli 1961 voor mijn MULO A diploma
en op 26 Juni 1962 behaalde ik mijn MULO B diploma.
30
Klassenfoto Sint Silvester MULO, 3e klas 1961
31
Mulo St Silvester Middellaan
32
33
De volgende stap was de overgang naar het Hoger Beroeps Onderwijs. In augustus 1962 nam ik voor de eerste keer de trein van Breda naar Tilburg om daar aan de
HTS-afdeling Weg- en Waterbouw mijn studie voort te zetten.
De eerste twee jaar van mijn studieperiode van 1962 tot 1966 (met uitzondering van het Praktisch Jaar) leefde ik in een vast dagelijks tijdspatroon, waar ik nauwelijks
van afweek.
06.45 uur Opstaan en ontbijten.
07.15 uur Op de fiets (weer of geen weer) vanaf Ulvenhout naar Station Breda.
07.50 – 08.10 uur Treinreis van Breda naar Tilburg.
08.30 – 15.30 uur Schooltijd: studeren aan de HTS in de Achillesstraat te Tilburg.
16.00 uur Terugreis per trein Tilburg – Breda.
17.00 uur Training bij v.v. N.A.C., douchen, omkleden en op
de fiets naar Ulvenhout.
19.00 uur. Avondeten, dat ons moeder altijd apart voor mij
klaar had staan of klaar maakte.
19.30 – 22.30 uur Thuis studeren en tekenwerk op een houten
tekenbord in de woonkamer en tijdens die uren altijd onder be-
geleiding van grammofoonplaten met muziek van The Beatles
en Rolling Stones.
Na de eerste twee jaar van theoretisch onderwijs werd er een
periode van een jaar uitgetrokken voor een stageproject om
praktijkervaring op te doen
HTS Weg- en waterbouwkunde, Vincentiusstraat in (s)Tilburg
34
Het eerste halfjaar was ik in dienst van Rasenberg Aannemingsmaatschappij te Breda
voor de uitvoering van diverse wegenbouwprojecten en tevens werden mij daar de eerste
beginselen van het Calculatievak bijgebracht.
Het tweede deel van het jaar was ik in dienst van Rijkswaterstaat Directie Bruggen in
Breda bij de bouw van de onderdoorgangen in Rijksweg 27 en 63 voor de rondweg om
Breda, tegenwoordig in de volksmond de Zuidelijke Rondweg genoemd (Oranjeplein en
Fatimastraat).
Viaduct Zuidelijke Rondweg, Allerheiligenweg 1965
Met speciale aandacht voor de kwaliteit van deze
foto’s gemaakt door kleindochter Nienke.
Tunnel Oranjeplein 1965
35
Mijn taak bestond hoofdzakelijk uit het ‘kalenderen’ van de gestorte heipalen (nagaan
of de vaste grondslag werd gehaald), het controleren van de op tekening aangegeven
wapening en bekisting en tenslotte de kwaliteitscontrole van het gestorte beton. Dit
alles uiteraard onder de deskundige begeleiding van ervaren opzichters en technisch
ambtenaren van Rijkswaterstaat.
Na dit praktisch jaar volgde het theoretisch examenjaar, weer in Tilburg. Nadat ik
met goed gevolg het examen had afgelegd werd mij op 11 Juni 1966 het felbegeerde
Getuigschrift overhandigd.
Tunnel in de bouwfase
36
HTS school “oude stijl” 1963
37
Op excursie naar de Oosterscheldedam 1964
38
Excursie Deltawerken
39
Eindexamenlijst (geen onvoldoende!)
40
MILITAIRE DIENST
De oproep om de militaire dienstplicht te vervullen viel in de bus en bij de lichting 66-6 werd ik ingedeeld bij de Infanterie.
In de praktijk heb ik nagenoeg mijn gehele dienstplichttijd doorgebracht in de Van Alkemadelaan in Scheveningen.
Ik was ingekwartierd bij het Sportbureau van Defensie en in de praktijk kwam het erop neer, dat ik ’s morgens wat ‘rondscharrelde’ op kantoor met licht administratief
werk. In de namiddag vertrok ik met eigen vervoer (sportwagen Fiat Abbarth in Ferrarirode) naar Breda voor de trainingen bij N.A.C. en ’s avonds weer retour.
De enige verplichting was het overnachten op de kazerne.
Tevens maakte ik deel uit van de selectie van het Nederlands Militair Elftal en speelde een aanzienlijk aantal Militaire Interlands tijdens mijn dienstplicht.
Kortom, geen geweer vastgehad,
wel veel geschoten, maar dan tegen een voetbal en
medio april 1968 verliet ik de Militaire Dienst.
Nederlands Militair elftal,
wedstrijd tegen Portugal op Madeira (2-1 winst) 1967
41
Aan het einde van dit hoofdstuk kan ik niet anders dan concluderen, dat de periode januari – juli 1965 een grote invloed heeft gehad op het verloop van mijn verdere
leven.
En wel om de navolgende redenen:
• de vaste verkering die Marijke en ik kregen in mijn praktisch jaar tijdens de bouw van de tunnel. Een verkering die een vervolg kreeg door een huwelijk waardoor
we nu - anno 2020 - 51 jaar getrouwd zijn.
• de stellige overtuiging gedurende het praktisch jaar dat de Weg- en Waterbouw mijn toekomstig beroep zou worden (en dat ook geworden is).
• mijn voetbaldebuut in de Ere Divisie als net 19-jarig manneke in het eerste elftal van NAC, waarna ik vervolgens gedurende een twaalftal jaren 333 officiële
wedstrijden voor die club speelde.
Eerste wedstrijd in NAC 1
42
Eerste seizoen NAC 1964 - 1965
als jong manneke van net 19 jaar oud
43
HOOFDSTUK 6 MIJN WERKZAME LEVEN
Na het vervullen van mijn Militaire Dienstplicht in 1968 solliciteerde ik bij de
Dienst Openbare Werken van de gemeente Breda afdeling Civiel Techniek en werd
op 1 oktober 1968 aangenomen in de rang van Technisch Ambtenaar.
44
Een bijzonderheid van de arbeidsovereenkomst was wel, dat Burgemeester en
Wethouders mij expliciet toestemming dienden te verlenen om een nevenbetrek-
king te hebben, n.l. contractspeler bij de voetbalvereniging N. A. C. in Breda.
In die tijd was het ambtenaren verboden om een ‘bijbaan’ te hebben.
45
Ik werd ingedeeld bij de sectie Nieuwe Werken van de afdeling Civiel Techniek met als directe chefs Ir. Van Velthoven en Ing. Van de Rest.
In de buitendienst werd ik belast met het toezicht op de uitvoering van civieltechnische werken in weg- en waterbouw, inhoudende de controle en naleving van bestekken
en tekeningen van de door aannemingsbedrijven uit te voeren werken.
Tevens had ik toestemming om de trainingen van N.A.C. bij te wonen, vanaf 15.00 uur (een uitzonderlijke toestemming, die niet zo snel werd gegeven).
Gedurende mijn Bredase periode heb ik het toezicht gehad op tal van werken. Via mijn agenda’s heb ik een
overzicht op jaarbasis opgesteld met voor de duidelijkheid tevens bijbehorend fotomateriaal.
1968 Heusdenhout bouw- en woonrijp maken. Prins Hendrikstraat: aanbrengen van gemetselde
erfafscheidingen. Winkelcentrum De Burcht IJpelaar: de aanleg van de verharding rondom het
winkelcentrum.
Heusdenhouts weggetje (geintje met de chauffeur) Controle Heusdenhout
46
Prins Hendrikstraat
IJpelaar
47
1969 Heusdenhout bouw- en woonrijp maken. IJpelaar: aanleg diverse we-
gen en afwerking Winkelcentrum De Burcht. Voetgangersbruggetje zwembad
Wolfslaar.
Winkelcentrum de Burcht Voetgangersbruggetje zwembad Wolfslaar
48
Heusdenhout woonrijp maken 1970 Heusdenhout
Heerbaan
bouw- en woonrijp maken.
Oude Vest: aanleg
parkeervoorzieningen.
IJpelaar: aanleg diverse
straten en monitoren van
de bestaande grondwater-
standen in de wijk.
Heusdenhout principe indeling straatwerk
Kruispunt Zwijnsbergenstraat - Loevesteinstraat
49
1971 Aanleg Noordelijke Rondweg, gedeelte Nieuwe
Kadijk over de spoorlijn vanaf de Teteringsedijk tot de
aansluiting met de Tilburgse Weg.
Grondwerk oprit richting spoorweg viaduct
1972 Heusdenhout bouw- en woonrijp maken. In de loop van het jaar gestationeerd bij
de afdeling Bouwkunde van Openbare Werken. Belast met het toezicht op de bouw van een
reinwaterkelder en een filterbodemgebouw in Dorst. De voorzieningen werden getroffen met
het oog op de toekomstige uitbreiding van de drinkwatervoorziening in de gemeente Breda
Noordelijke Rondweg, kruispunt Heerbaan - Oude Tilburgseweg
50