The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Fred Kulik, 2016-07-11 08:56:23

Het Grootouderboek

n Mijn allereerste baan was op het postkantoor in Zwijndrecht. Dat was nog
tijdens de oorlog. Ik ben daar niet lang geweest. Toen de zogeheten Arbeits
Einsatsz door de Duitsers werd ingesteld, wat betekende dat iedereen vanaf 18 jaar
verplicht werd om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken, ben ik gestopt. Ik
had daar niets mee en ben toen ondergedoken.
Mijn echte eerste baan is voor mij die bij Wilton Fijenoord in Schiedam in 1949.

P.T.T.-kantoor Zwijndrecht 1943. Ik sta op de tweede rij, helemaal rechts.

Was uw salaris groot genoeg om van te leven?
l Het salaris was toen f 90,- in de maand. Daar ging f 50,- af voor kost en inwoning
en bewassing in het ziekenhuis.
n Mijn salaris toen ik bij Wilton begon was, als ik mij goed herinner, 175 gulden
in de maand. Dat was niet eens slecht. Ik woonde toen nog thuis bij mijn ouders.
Ik hoefde niets af te dragen van wat ik verdiende, dus kon er goed van leven. Alles
wat ik overhield ging op een spaarbankboekje.

51

Hoe zag uw leven er toen uit?
l Ik was intern in het academisch ziekenhuis in Leiden. Met een vriendin had ik
daar een kamer. We gingen om met de andere assistenten. ’s Avonds naar de bioscoop
of de stad in. Eén van de assistenten kreeg een vriendje, Jan Wolkers, waar ze al
gauw mee moest trouwen. Jan Wolkers was toen nog een onbekende jongen in een
houtje-touwtje jas, die af en toe in de apotheek kwam. Later werd hij een bekende
beeldhouwer en schrijver.
n In die tijd was de werkweek nog 48 uur. Op zaterdag werd er gewerkt van
acht tot half een. In Drunen was niks te beleven. Er was in die tijd één café waar
we als Lips’ mensen af en toe een glas bier gingen drinken. Voor meer moest je
naar ’s Hertogenbosch. Geen van ons had toen nog een auto, dus alles ging met
het openbaar vervoer, wat ook niet geweldig was. Daar kwam nog bij dat we ons
strikt aan de regels van het klooster moesten houden en dat was ’s avonds vroeg
thuis, want de monniken moesten weer vroeg op voor hun gebeden en meditaties.
Ik ging elke zaterdag na werktijd naar Zwijndrecht. Omdat ik op zondagavond
alweer vroeg terug moest naar Drunen, was de zaterdagavond eigenlijk de
enige avond dat oma en ik ergens heen konden. De bioscoop, een verjaardag of
gewoon rustig thuis. Een zaak die ook speelde was dat Lips een paar huizen voor
stafpersoneel gingen bouwen, waarvoor ik in aanmerking kwam. In die tijd een
onvoorstelbare luxe. Dat deed ons besluiten om te gaan trouwen. Trouwen en een
huis inrichten kostte ook toen veel geld, reden om zuinig en spaarzaam te zijn.
Dus niet te veel uitgaan.

Hoe is het verder gegaan met uw carrière?
l Mijn carrière was niet
schitterend. Na Leiden ging ik
naar Rotterdam. Daar was het veel
leuker. Het was vlakbij Katendrecht.
We hadden daar veel hoertjes als
klant. We noemden hen ‘de dames’.
Af en toe kwamen ze met traktaties
voor ons. Van 1947-1951 ben ik daar
geweest. Toen trouwde ik met opa en
moest ik ophouden met werken.
Zo eindigde mijn ‘carrière’.

De apotheek in Rotterdam.
Ik sta op de 1e rij, links vooraan.

52

n Zoals eerder gezegd begon mijn loopbaan in de scheepsbouw in 1949 bij
Wilton Fijenoord in Schiedam. In 1950 ben ik door een vroegere leraar, die het
vak voorstuwing van schepen gaf aan de hts en die inmiddels bij Lips Drunen in
dienst was als hoofd van de ontwerpafdelingen scheepsschroeven, gevraagd om
naar Lips te komen. De bedoeling was dat ik na een inwerkperiode de leiding zou
krijgen van de ontwerpafdeling binnenvaartschroeven en de productietekenkamer
die daarbij hoorde. Door het Scheepsbouwkundig proefstation in Wageningen
werd in die tijd veel onderzoek gedaan en werden nieuwe theorieën ontwikkeld om
tot betere voortstuwingsrendementen te komen. Het aanbod sprak mij zeer aan en
ik heb al snel ja gezegd. Alles liep zoals bedoeld en al snel kreeg ik de leiding over
ontwerp en productietekenkamer binnenvaartschroeven. Dat was in 1950.

Ik zit in het midden,
boven op de schroef.

53

Het was in 1953 dat ik benaderd werd door mijn vroegere leraar theoretische
scheepsbouw, die mij vroeg of ik zin had om bij de Nederlandse Dok en
Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam te komen werken. Daar werd een
interessante baan aangeboden in de acquisitie/verkoop nieuwbouw schepen. Een
technisch commerciële functie die veel contact met rederijen met zich meebracht,
in die tijd hoofdzakelijk Europese.
De Amsterdamse periode heeft geduurd tot 1960. In 1959 kwam ik in contact
met één van de directieleden van Verolme Verenigde Scheepswerven, die een
staffunctie in Nederland voor de nieuwe Verolme werf in Brazilië aanbood. Na
een paar gesprekken en bezoeken aan het Botlekgebied, heb ik bedankt voor dit
aanbod en besloten in Amsterdam te blijven. We woonden toen in Castricum, een
heerlijke plaats en omgeving om te wonen
Van Verolme kant bleef men contact zoeken en het salaris aanbod werd steeds
beter. Toen ook bijkomstige zaken zoals een huis geregeld waren, heb ik ja gezegd
en ben ik op 1 december 1960 bij Verolme gaan werken. Eén van de directieleden
van Verolme Installatie Bedrijf IJsselmonde ging verhuizen en wij konden in
het huis, dat hij achterliet in Bolnes, gaan wonen. We hebben daar gewoond tot
1963 en zijn vandaar verhuisd naar Spijkenisse, waar het Verolme bedrijf een
nieuwgebouwd huis voor ons had gekocht. (Lisstraat)
Al vrij snel werd ik benoemd tot Head Contact Managing Department. Dit
departement moest er voor zorgen dat de contractueel overeengekomen afspraken
voor de bouw van de schepen, zowel technisch, financieel, levertijd, nazorg en
noem maar op, nauwkeurig werden nageleefd. Bij de functie hoorde vrij grote
procuratie bevoegdheden.
Het was een tijd waarin goede tijden en (zeer) slechte tijden elkaar opvolgden. De
concurrentie met landen als Japan en Zuid-Korea was heftig. Dat leidde ertoe dat
een aantal grote werven in problemen kwam en er door de regering gedwongen
fusies ontstonden. Wat Verolme betrof, ontstond de fusie met de Amsterdamse
Nederlandse Dok en Scheepsbouw Mij. Na enige tijd gevolgd door de vorming van
Rijn Schelde Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven (RSV) waarin werden
ondergebracht de werven Koninklijke Maatschappij de Schelde, Rotterdamse
Droogdok Maatschappij, Wilton Fijenoord en Verolme Verenigde Scheepswerven.
Ook RSV raakte meer en meer in de problemen en moest in februari 1983 uitstel
van betaling aanvragen. Dat betekende dat er al snel een groot aantal ontslagen
gingen vallen op het hoofdkantoor en ook bij de tot RSV behorende bedrijven.
Ik had het geluk dat ik werd aangewezen om de bewindvoerders te ondersteunen.
Alle financiële verplichtingen die de werven wilden aangaan, moesten
worden voorgelegd aan de bewindvoerders voor goedkeuring. Daar het voor
hen onmogelijk was om al die aanvragen te beoordelen, werd besloten dat
goedkeuring alleen werd gegeven na een positief advies van mijn kant. Toen
in midden 1984 het merendeel van de bedrijven verzelfstandigd was en als
onafhankelijk bedrijf weer verder kon, werd ook mijn positie overbodig en

54

leek ontslag onvermijdelijk. Er liep op dat moment nog een voor RSV belangrijke
zaak met een Italiaanse rederij waar RSV een vordering claimde van enkele
miljoenen guldens. Ondanks de hoog opgelopen verschillen van mening was er
tussen mij en de directie van de rederij toch een houding van respect voor elkaar
gebleven, reden waarom de bewindvoerders vonden dat er een laatste poging
aangewend moest worden om deze kwestie tot een eind te brengen. Zij vonden dat
onder de omstandigheden ik de beste man was om dat te bewerkstelligen. Ik zou
volledige volmachten krijgen om naar bevind van omstandigheden te handelen.
Voorwaarde was dat de zaak tot een eind kwam.
De rederij stemde in met een gesprek, maar eiste dat zo’n gesprek buiten
Nederland en Italië plaatsvond. Tenslotte werd het Londen. Op de heenreis
naar Londen ontmoette ik in het vliegtuig een directielid van de werf Giessen
de Noord. We kenden elkaar al jaren en hij vertelde mij dat zij in een gevorderd
stadium waren met de Maatschappij Zeeland voor de bouw van een schip voor de
dienst Hoek van Holland- Harwich. Een groot en modern schip voor vervoer van
passagiers, personenauto’s en vrachtauto’s. Hun probleem was dat ze niemand in
hun organisatie hadden die ze de projectleiding bij de bouw in handen durfden te
geven. Zijn vraag was of ik daar wat voor voelde en of ik beschikbaar was.
Het zou een tijdelijk dienstverband zijn, uitsluitend voor de bouw van dat schip.
De weken daarop hadden we verschillende afspraken.

Oorkondes van de maidentrip die oma en ik samen gemaakt hebben met de Koningin Beatrix.

55

Toen het leek dat we rond zouden komen, ben ik naar vriendjes van me gegaan,
beiden directeuren van Verolme Scheepswerf Heusden, met de vraag of ik bij hen
op de loonlijst mocht komen voor de tijd dat ik bij Van der Giessen - de Noord
zou werken en dat zij mij dan verhuurden aan Van der Giessen - de Noord. Met
deze constructie zou mijn pensioenverzekering probleemloos kunnen doorlopen.
Uiteraard was dat geen probleem. Ook Van der Giessen - de Noord had geen
problemen en dus werd er een contract getekend. Er volgden een paar interessante
jaren, waar ik altijd nog met plezier op terugkijk. Het ging voor alle duidelijkheid
om de bouw van de Koningin Beatrix. Toen in 1986 het schip gereed was voor
de proeftocht, moest het eerst nog dokken voor een onderwater inspectie en
onderwater verfbeurt. Dat gebeurde bij Wilton Fijenoord in Schiedam. Tijdens
die dokbeurt wipte ik even binnen bij de directie. Daar hoorde ik dat ze wat
problemen voorzagen bij de oplevering van de in aanbouw zijnde onderzeeboten
voor Taiwan. Omdat ik in de Verolme tijd betrokken was geweest bij de bouw
van twee visfabriek-schepen voor Noord-Korea, en daar een aantal malen was
geweest, meenden ze dat ik in het contractuele opleverings/afwikkelingsproces
voor Wilton nuttig werk zou kunnen doen. Het zou voor een periode van één of
anderhalf jaar zijn. Na een nachtje slapen heb ik het aanbod aanvaard en spraken
we af dat ik na de officiële oplevering van de Koningin Beatrix in dienst kwam bij
Wilton als ‘contract manager’.
De Wilton tijd duurde niet 1,5 jaar, zoals in aanvang verondersteld, maar 5,5 jaar.
Op mijn 65 ste ben ik met pensioen gegaan en ben daarna als freelancer nog
ruim 2 jaar doorgegaan. Alles bij elkaar een interessante tijd met veel reizen naar
Taiwan. Totaal nieuw voor mij was de militaire omgeving waarin ik terechtkwam.
In bijna alle besprekingen zaten marineofficieren aan tafel. Als gevolmachtigde
van Wilton Feyenoord moest ik op de Headquaters van de marine in Tapei
het definitieve overdrachtsprotocol tekenen. Van Taiwanese kant tekende een
viersterren admiraal, de hoogste marinerang in Taiwan toen.
Zo eindigde in 1992 mijn carrière bij Wilton Fijenoord, de werf waar alles in 1949
begon.

56

Uw huwelijk

57

Waar en hoe ontmoette u opa/oma voor het eerst?
l Opa zag ik voor het eerst op de ‘pont’. De veerboot over de Oude Maas,
die ons naar onze scholen in Dordrecht bracht.
n Zoals eerder gezegd, waren onze scholen in Dordrecht en zagen oma en ik
elkaar regelmatig op de pont. Op de hts werd ik lid van de studentenvereniging.
Eén van de eerste feestavonden zou worden afgesloten met een bal. Daarvoor
waren meisjes nodig. Ik weet nog dat ik op de pont oma gevraagd heb of ze zin
had met me mee te gaan, wat ze deed.

Bal november 1946. Rechts van het midden op de derde rij zijn wij. Riet staat rechts van mij.
Ze is te herkennen aan de ketting die ze draagt.

Hoe oud was u toen u elkaar ontmoette?
l Ik denk 17 jaar.
n Ik was toen 20 jaar.

58

Werd u meteen verliefd op elkaar?
Door welke eigenschappen van de ander?
l Opa was toen een leuke jongen. Niet bijzonder lief, wel trouw. Beslist niet
teerhartig en uitsloverig, zoals ik weleens bij andere ‘stellen’ zag. Maar dat vond ik
juist het aardige aan hem. En hij was serieus, wat ik ook in hem waardeerde.
n Van de meisjes die ik kende, voelde ik mij het meest aangetrokken tot oma. In
aanvang weet je nauwelijks iets van elkaar. Het is allemaal nog vrij oppervlakkig.
Wanneer het contact wat closer wordt en je gaat praten over dingen die je
belangrijk vindt, bijvoorbeeld lezen, muziek, film, radioprogramma’s in die tijd,
maar ook je studie en wat voor toekomst je voor ogen staat, dan gaat er iets anders
ontstaan wat tenslotte leidt tot het gevoel dat je bij elkaar hoort en je van elkaar
gaat houden. Ik denk tenminste dat het zo gegaan is.

Wat vond u leuk om samen te doen?
l Samen op vakantie gaan. En fantaseren wat we later allemaal zouden gaan doen.
n In die tijd vond ik eigenlijk alles wat we samendeden wel leuk. Een groot
deel van onze ‘verkeringstijd’ zagen we elkaar alleen op de weekenden. Vaak
ook nog korte weekenden, zo van eind zaterdagmiddag tot vroeg zondagavond.
Gebruikelijk was zo’n beetje dat de ene zaterdagavond waren we bij oma thuis en
de andere bij mij thuis. De tijden waren heel wat strenger dan nu en ik weet nog
dat we samen het plan hadden om een weekje naar Texel te gaan. Dat had heel
wat voeten in aarde. De moeder van oma vond dat maar niks. Niet getrouwd en
samen op vakantie, dat deed je niet. Tenslotte legde ze zich er bij neer als we in het
hotelletje waar we logeerden twee kamers huurden, één voor oma en één voor mij.
En dat hebben we gedaan.

Een vrije dag
op het water.

59

Werd er aan de ouders van de bruid om de hand van hun dochter
gevraagd? Hoe ging dat?
l Ik had toen al geen vader meer. Opa heeft dus netjes aan mijn moeder gevraagd
of zij het goed vond dat ik met hem ‘ging’.
n Ik heb inderdaad keurig aan oma haar moeder gevraagd of zij het goed vond
dat wij met elkaar ‘gingen’. Oma haar vader leefde toen niet meer. Ik heb hem
hooguit 2 of 3 keer ontmoet. Ik heb dat altijd jammer gevonden.

Waar en wanneer werd het huwelijk voltrokken? Hoe oud was u toen?
l Wij trouwden 24 mei 1951. Ik was toen 23 jaar en opa 26 jaar.
n Wij zijn getrouwd in Zwijndrecht op 24 mei 1951. Ik was toen 26 jaar. De dag
begon zonnig, maar tijdens de trouwplechtigheid op het gemeentehuis barstte er
een enorme onweerbui los. Later op de middag keerde de zon terug en konden we
in de tuin bij oma thuis met de familie een glas drinken.

Het ‘ja-woord’ in het stadhuis.
Op de achtergrond zitten
Oma van de Velde en Leen.

Onze huwelijksaankondiging.

60

Wat droeg u bij die gelegenheid?
l Een lange lichtblauwe jurk met een sleepje. En een wit hoedje met een korte sluier.
n Ik droeg een speciaal voor de trouwdag door een kleermaker gemaakt pak.
Een ‘maatpak’ werd dat genoemd. De stof daarvoor hebben we samen gekozen.

Vertel iets over uw trouwdag
l Het was ’s ochtends stralend weer. We trouwden bij mijn moeder uit huis. Bij het
stadhuis barstte een regenbui los. Onder de paraplu gingen we naar binnen. Het
was een pure familieaangelegenheid. Veel ooms en tantes, neven en nichten en wat
vrienden, vriendinnen en collega’s. ’s Middags was er een receptie bij mijn moeder
thuis. Toen kon alles weer in de tuin. Volop zon.

Onze aankomst bij het stadhuis onder de paraplu.
’s Middags bij mijn moeder thuis achter in de tuin.
61

Hebt u een huwelijksreis gemaakt?
l Voor een huwelijksreis hadden we geen geld. Diezelfde avond werden we door
vrienden afgehaald die ons met de auto naar ons nieuwe adres brachten. Opa werkte
toen bij Lips scheepsschroevenfabriek in Drunen (Noord-Brabant). Bij die baan
hoorde toen ook een huis, wat voor die tijd iets bijzonders was (1951). Er heerste nog
volop woningnood. Het was een heel leuk huis. Twee onder één kap. Beneden over de
hele lengte van het huis de woonkamer. Aan drie zijden ramen en tuindeuren. In het
midden de gang met trap naar boven. Aan de andere kant van de gang een keuken
met een grote bijkeuken. Boven 4 slaapkamers met douchecel. Voor en achter een
grote tuin. Aan de achterkant passeerde in de verte de trein. We woonden er heel fijn.
Anneke is er geboren. Toen opa in Amsterdam ging werken, ging hij op kamers wonen
tot ons nieuwe huis in Castricum klaar was. Dat was in de zomer van 1953.

Samen voor ons huis in Drunen,
zomer 1951.
De kinderwagen in de tuin.

Hoe vond u het om getrouwd te zijn?
l Ik vond het wel lekker. Zelfstandig en vrij te zijn. Mijn moeder was altijd vrij
dominant en besliste vaak wat zij goed dacht voor mij. Omdat zij na de dood van
mijn vader vrij alleen was, en ik dat zielig vond, maakte ik liever geen scènes.
n Ik vond het geweldig. Samen in een eigen leven beginnen. Helemaal vrij in
een nieuw huis met veel ruimte en grote tuin. Het leven in het klooster was gauw
vergeten. In het begin natuurlijk veel familiebezoek. De eerste tijd ging er geen
weekend voorbij of er kwam wel iemand.

62

Wanneer hebt u uw eerste
kind gekregen?
l Anneke, onze eerste werd
geboren 11 maart 1952.

In de huiskamer in Drunen.

Kunt u iets vertellen over de geboorte van mijn vader/moeder?
l Jouw vader, Jan Peter, werd geboren 6 september 1961. Opa was toen voor een
aantal weken in Brazilië. Afwisselend zat hij op kantoor in Rio de Janeiro en op de
werf van Verolme in Angra dos Reis. Ik was alleen thuis met Anneke en Arienne.
Hulp van onze ouders sloeg ik af. We hadden aardige buren en goede afspraken met
de dokter en de kraamhulp. Maar gelukkig was opa net op tijd terug. Jan Peter werd
geboren op woensdagavond ’s avonds om 9 uur. De kraamverpleegster kwam een paar
uur later.
n Omdat het verhaal van oma is geschreven voor Joris heeft ze hier alleen iets
geschreven over de geboorte van Jan Peter. De kei van een vader in haar verhaal is
dus Jan Peter. Nu, in 2015 als ‘opa’ en ‘over-opa’ vind ik dat het kei zijn niet alleen
voor Jan Peter maar voor al jullie vaders en moeders geldt. Omdat oma dat niet
gedaan heeft zal ik nog iets vertellen over de geboorte van Anneke en Ariënne.
Anneke is geboren in Drunen op dinsdag 11 maart 1952. De dorpsdokter (hij
kwam op de motor) deed samen met een kraamverpleegster de bevalling. En dat
ging prima. Wat mij nog erg bijstaat is dat toen na 10 dagen de kraamverpleegster
vertrok er een enorm pak sneeuw was gevallen. Niet normaal voor eind maart.
Na het vertrek van de kraamverpleegster kwam de eerste weken om de paar dagen
een non uit een klooster in de buurt langs om te kijken of alles goed ging. Zo deed
men dat toen in het Brabantse.
Ariënne is geboren in Castricum op donderdag 7 juli 1955. Ook die bevalling
werd gedaan door de plaatselijke huisarts. Het ging allemaal zo snel dat alles al
achter de rug was toen de kraamverpleegster arriveerde. Een heel aardig Noord
Hollands meisje. Ik herinner me nog dat de huisarts van Nievelt heette en familie
was van de Rotterdamse Reders ‘van Nievelt Goudriaan.’

63

Vertel eens een leuk verhaal- of misschien wel twee over uw
levenspartner.
l Opa hield niet van huishoudelijk werk. Een kind een luier omdoen was niets
voor hem. Hij vindt dus jouw vader op dit gebied een kei. Wanneer ik eens ziek was
haalde hij een aardige buurvrouw erbij die dan kookte. In ons gezin was er dus een
tweedeling. Hij de zakelijke kant. Ik de huishoudelijke.
Eén keer wilde hij het plafond in de garage schilderen. Heel ingewikkeld met allerlei
kleuren. Toen ik zei dat ik daar niks aan vond ging hij niet verder. Wel moet ik de rest
van mijn leven aanhoren ‘dat hij nooit iets mocht van mij’.
n Een verhaal wat oma ten voeten uit typeert vind ik bijvoorbeeld het etentje met
jullie vaders en moeders toen we 30 jaar getrouwd waren. Het was het toespraakje
dat zij tijdens dat etentje hield. Ik geef het hieronder volledig weer.
Het was op een avond in mei 1981 in een restaurant in Utrecht.

“Nu we 30 jaar getrouwd zijn, dachten papa en ik dat we daar iets aan moesten doen.
Althans in kleine kring. Nog even hebben we overwogen, om wat we nu uitgeven
onder jullie te verdelen. Het zou jullie niet onwelkom zijn denk ik. We zijn daarvan
teruggekomen. Waarom? Omdat we denken dat herinneringen meer waard zijn.
Familieherinneringen.
Ik weet nog goed hoe gezellig het was in de Molen toen we 25 jaar getrouwd waren.
Oma van de Velde was er toen nog bij. En van nog langer geleden herinner ik me
de keren dat we met z’n allen gingen eten toen mijn vader, jullie opa van de Velde,
die stierf toen hij 50 jaar was, en die jullie dus nooit gekend hebben, nog leefde. Een
mens kan veel ontnomen worden. Zijn geld, zijn goederen, degenen die hem het naast
staan. Maar zijn goede herinneringen gelukkig niet. Daarom hoop ik dat deze avond
er ook een wordt van een goede herinnering. Geen geld, geen cadeautjes voor jullie.
Maar toch heb ik op het laatste nippertje nog iets voor jullie bedacht. Door de loop
der jaren heb ik wat uitspraken verzameld, waar papa om lacht, maar die mij op een
bepaalde manier iets doen. Ik heb voor ieder van jullie er een opgezocht, waarvan ik
dacht dat ze een beetje bij jullie pasten.

Om met de oudste te beginnen, oma: die nog weleens in tranen is. Dat moet je niet
erg vinden. Ook tranen hebben een functie.
Het zijn de tranen der aarde, die haar glimlach in bloei houden (Tagore)
Jan: Heel lang geleden droomde je dat je een belangrijk minister was.
De mens is een god als hij droomt, maar een bedelaar als hij denkt ( Hölderlin)
Anneke: Voor Anneke heb ik iets opgezocht waar ze erg mee bezig is.
Geloven en weten zijn twee rails, die evenwijdig lopen, maar elkaar nooit
ontmoeten, behalve bij het kind ( G. Bomans)
Fred: Die net doet of ie niet denkt en graag toneel speelt.
Het leven is een toneelstuk zonder repetitie ( Olaf J. de Landell)

64

Ariënneke: Waarvan ik weet dat ze zoveel van de kleine Prins houdt.
Alleen met het hart kun je goed zien. Voor de ogen is het wezenlijke onzichtbaar.
Wim: De eerste keer dat je bij ons over de vloer kwam, vertelde je dat je alles van
v. Oudshoorn verzamelde. De zin die ik jou toebedacht is de laatste uit het verhaal
‘Afscheid’.
Er brak iets en verenigde hen als nog nimmer ( v. Oudshoorn)
Jan Peter: Jij zegt meestal niet zoveel. Ik geloof niet dat dat een bezwaar is. Als wat je
zegt maar steekhoudt. Dat vond Guido Gezelle ook al.
Je moet woorden niet tellen, maar wegen. ( Guido Gezelle)
Bianca tenslotte: Jou zie ik samen met Jan Peter in Venlo door de velden gaan.
Vandaar dit liedje.
Geluk is: langs het graan, langs zomerblije landen, naar ’t stille huis te gaan, waar
d’avondlampen branden (A.Steenhoff-Smulders)”

Bent u vaker getrouwd geweest?
l Nee.
n Nee.

Het waren andere tijden … Wat herinnert u zich van amusement?
l Eén keer naar de bioscoop in ‘Den Bosch’. De film ‘Lime light’met Charlie
Chaplin. Anneke was net geboren. We gingen met de auto van vrienden. Ik had rust
noch duur.
n In onze Drunense periode waren we voor bioscoop- of theaterbezoek
aangewezen op ‘s-Hertogenbosch. Eén keer per jaar organiseerde Lips voor zijn
stafmensen en hun vrouwen/mannen een feestavond met diner. Dat waren best
leuke avonden. Echt uitgaan was er in die periode eigenlijk niet bij. Het was
moeilijk om oppas te krijgen. We hadden nog geen auto en het openbaar vervoer
was ’s avonds ook niet geweldig.
In de Castricumse periode werd dat wat anders. Daar hadden we al snel een
vriendengroep met grotere kinderen die, als dat gevraagd werd, graag wilden
oppassen. Zo konden we af en toe naar Amsterdam. In die tijd ben ik met oma
voor het eerst in Carré geweest.

65

Wat herinnert u zich van speelgoed, winkelen, vervoer, geld/economie,
arbeid koken, kinderen grootbrengen?
l Het speelgoed was nog hetzelfde als in mijn kinderjaren.
Er waren nog geen supermarkten. De kruidenier kwam aan de deur het boekje
ophalen waarin de boodschappen stonden. Ook alle andere leveranciers.
We deden alles met bus, trein en fiets. Enkele mensen hadden zelf een auto. Onze
eerste auto kwam in 1961, een Renault Dauphine.
Economie in het huishouden was overzichtelijk. Er waren potjes, een potje huishoud-
geld, een potje voor kolen en een potje onvoorzien. Er was een 48-urige werkweek.
In Drunen was geen gas. We hadden butagasflessen. We kookten elektrisch.
De kinderen werden grootgebracht zoals wijzelf grootgebracht waren. Op tijd opstaan,
op tijd eten en op tijd naar bed. De baby werd opgevoed volgens de regel: ‘niet
tussentijds opnemen’.

Wat hebben we nu wel en toen niet?
l Televisie, video, computer, printer, compact-disc, telefoon, antwoordapparaat.
n Wij kregen voor het eerst telefoon in 1953. Televisie kregen we in 1963.
Toen nog zwart wit.

Wat hadden we toen nog wel en nu niet meer?
l Radio-series die iedereen thuishielden, bijvoorbeeld Paul Vlaanderen. De familie
Doorsnee. De bonte dinsdagavondtrein. Mastklimmen met Johan Bodegraven.
n Er waren toen beroepen die er nu niet meer zijn. Ik denk aan de kolenboer die
de kolen voor de kachel leverde. De melkboer die elke dag met melk langskwam.
Ik weet nog dat één keer per week er een visboer langskwam met paling en
stokvis. Zo weet ik ook nog dat er lantaarnaanstekers waren die, als het donker
werd, de lantaarns aanstaken. We hadden toen ik klein was in Zwijndrecht nog
gaslantaarns.

66

Grote

Gebeurtenissen
in uw leven...
67

Hebt u nog herinneringen aan de eerste wereldoorlog?
Aan de distributie? Aan de Spaanse griep?
l Nee. Wel verhalen van ouders en familie.
n De eerste wereldoorlog was van 1914-1918. Ook wel de ‘grote oorlog’ genoemd.
Ik was toen nog niet geboren. Ik had een aantal ooms die tijdens de eerste
wereldoorlog gemobiliseerd waren (in militaire dienst waren). Op verjaardagen
werden er dan vaak sterke verhalen uit die tijd verteld. Ik vond dat wel prachtig.
Nederland is tijdens de eerste wereldoorlog neutraal gebleven, dus niemand
van de soldaten heeft hoeven te vechten. De Spaanse griep heeft toen wel veel
slachtoffers gemaakt. Vooral daar waar veel mensen bij elkaar waren, in militaire
kazernes bijvoorbeeld.

Hebt u nog
herinneringen
aan de jaren
dertig, de crisis
jaren?
l De crisisjaren
waren armoedig.
Veel mensen
waren werkeloos.
Mijn vader was
bij de Nederlandse
Spoorwegen. Had
dus vast werk en
pensioen. Maar de
lonen waren laag.

Stations personeel Zwijndrecht. Vierde van rechts is mijn vader. Hij was sein assistent.

n De beginjaren dertig waren economisch de slechtste jaren. Veel werkelozen
die van een schamele uitkering moesten leven. Dus in veel gezinnen echt armoe.
Er werden in die tijd door de overheid werken uitgevoerd waarvoor werkelozen
opgeroepen werden om aan te werken. Werken aan wegen en inpoldering
bijvoorbeeld. Mijn vader is nooit werkeloos geweest, maar toch moest er ook bij
ons zuinig worden geleefd. Ik was toen nog te jong om echt te beseffen wat er
allemaal speelde. Wat ik wel nog weet is dat in de tweede helft van de jaren dertig
alles weer wat beter werd, maar dat werd weer overschaduwd door de opkomst
van Hitler in Duitsland en de oorlogsdreiging die toen ontstond.

68

Hebt u herinneringen aan het uitbreken van tweede wereldoorlog?
l s ‘Morgens werd ik wakker van laag overvliegende vliegtuigen. Het was vier uur
in de ochtend. De radio meldde dat de oorlog uitgebroken was. De mensen zochten
een goed heenkomen in de kelders van hun huizen.
n Op 10 mei 1940 werden we ’s morgens in alle vroegte opgeschrikt door
tientallen heel laag overvliegende Duitse vliegtuigen, die op verschillende plaatsen
parachutisten dropten. We beseften al snel dat dit betekende dat de oorlog
was uitgebroken. Al vrij gauw hoorden we van gevechten bij de verkeersbrug
tussen Zwijndrecht en Dordrecht. Maar al na een paar uur was duidelijk dat het
handjevol Nederlandse soldaten, dat voor de verdediging van de brug beschikbaar
was, geen schijn van kans had tegen de Duitse overmacht, en konden de Duitsers
de brug bezetten. In die tijd hadden we in Zwijndrecht drie huisartsen. Ik
herinner me nog dat één van die drie dokters bij het helpen van een gewonde
soldaat tijdens het gevecht om de brug door een kogel is getroffen en ter plekke
is overleden. Dat was voor mij de eerste kennismaking met wat de tweede
wereldoorlog zou gaan heten.

Hebt u herinneringen aan het bombardement van Rotterdam?
De capitulatie?
l Wij woonden toen in Zwijndrecht. Heel in de verte zag je Rotterdam branden.
n Het bombardement op Rotterdam was enkele dagen later. Ik weet nog wel dat
er een hele vloot bombardementsvliegtuigen bij ons overvloog. Wat hun doel was,
daar konden wij alleen maar naar gissen. Al heel gauw werd duidelijk dat
Rotterdam gebombardeerd was en voor een groot deel in brand stond.
Dat bombardement heeft honderden Rotterdammers het leven gekost.
Onvoorstelbaar.

Hebt u herinneringen aan de jodenvervolging?
l In onze straat, Juliana van Stolbergstraat in Zwijndrecht, woonden Joodse
mensen, familie de Hartog. Op een ochtend moesten zij vertrekken. Ze zijn nooit
teruggekomen.
n In mijn herinnering woonden er in Zwijndrecht toen niet veel joodse
families. De enige die ik kende was een slager. Waarschijnlijk is de hele familie
gedeporteerd en als zoveel andere joodse families om het leven gebracht.

69

Hebt u herinneringen aan de hongerwinter?
l Wijzelf hadden geen honger. Aan de deur kwamen voortdurend kinderen
om eten vragen.
n Echt honger hebben we bij mij thuis nooit gehad. In de winter van 1944/1945
was het geen vetpot, maar op de een of andere manier was er altijd weer eten.
Het was in die tijd mijn moeder die ervoor zorgde dat er elke dag te eten was.
Zij wist waar wat te halen was en het lukte haar steeds om met eten thuis te
komen. We kookten in die tijd op gas. Het gas werd geleverd door de gasfabriek
in Zwijndrecht. Naarmate de winter vorderde, werd ook de gasproductie minder.
In weet nog dat we een klein potkacheltje hadden waarin alles wat branden wou
gestookt werd. Zo was het bij veel mensen. Bomen die in de straten stonden
werden ’s nachts door de bewoners omgezaagd en het hout onder elkaar verdeeld
om de kachel te stoken. Toen de bomen op waren gebeurde het wel dat mensen
hun meubilair als kachelbrandstof gebruikten.
Wat in die laatste Oorlogswinter veelvuldig gebeurde was stroop maken uit
voer(suiker)bieten voor de koeien. Ook daar wist mijn moeder weer aan te
komen. Om een klein potje bietenstroop te maken was je uren bezig. Alles op het
potkacheltje. Behalve dat het zoet was, smaakte het nergens naar. Maar je smeerde
het op die één of twee boterhammen die je per dag kreeg. Alles wat eetbaar was at
je. Je moest wel. Ik heb later van mensen die ik kende gehoord dat ze bloembollen,
zoals tulpen en narcissen, gegeten hebben bij gebrek aan beters en om toch wat in
de maag te hebben.
Een belevenis aan de eind van de oorlog was, toen echt honderden mensen
doodgingen omdat er geen eten meer was, de voedseldropping door de
geallieerden. Heel laag overvliegende Engelse vliegtuigen gooiden op open
plaatsen voedsel uit. Een actie die door de Duitsers werd toegestaan vanwege het
ernstige voedselgebrek en de vele doden die dat met zich bracht. Ik weet nog als de
dag van gisteren dat we een uit een vliegtuig gedropped brood kregen. Het at als
een feestmaal.

Hebt u herinneringen aan gebeurtenissen en avonturen in
bezettingstijd?
l Mijn vader moest onderduiken. Wij hadden zelf ook een onderduiker. Toen ik
15 september 1944 17 jaar werd en er een feestje was, werden op straat de jongens
door de Duitsers opgepikt. Sommige gingen verkleed als meisje bij ons de deur uit.

70

Dit met potlood geschreven waarschuwings-
briefje ontving mijn moeder op 9 februari 1944.

M.v.d. Velde
Heden is er voor de derde keer bericht binnengekomen dat uw noch steeds thuis bent, tevens dat er
bij uw een Persoon ’s nachts slaapt, die de leeftijd heeft voor aanmeldingsplicht, het is een uiterst

gevaarlijk spel dat door uw wordt gespeeld, en het is door uw geachte buurman, G.d.B gemeld.
Dus wees op uw hoede, reeds eerder werd uw door ons gewaarschuwd, ondanks dat gaat uw door.

Dit is de laatste waarschuwing, de risico is vanaf nu voor uw rekening.
S.O.S.

Wij hebben onze plicht tot zover gedaan, om uw dit even te berichten,
en denk om de buurman als uw vertrekt, hij ligt op de loer.
71

n In mijn herinnering ging het leven in Zwijndrecht de eerste oorlogsjaren
door, zoals dat voor het uitbreken van de oorlog ging. Naarmate de tijd verstreek
werden er echter steeds meer dingen door de Duitse bezetting verboden. Zo
mocht je bij voorbeeld op zeker moment ’s avonds na 10 uur niet meer op straat
zijn. Het sociale- en uitgaansleven lag de laatste oorlogsjaren totaal stil. Spannend
werd het toen in 1944 alle mannen boven de 18 jaar zich moesten melden voor
de zogeheten ‘Arbeitseinzats’. Het werken in Duitsland in allerhande bedrijven,
waardoor het Duitse personeel ingezet kon worden als soldaat aan het front. In
overleg met mijn ouders besloot ik mij niet te melden en onder te duiken. Dat
was niet zonder risico. De Duitsers hielden regelmatig razzia’s en werd je bij zo’n
razzia ontdekt, dan kon je een behoorlijk zware straf krijgen.
Er werden voor mij 2 schuilplaatsen gemaakt in het huis waar we toen woonden.
Dat was in Julianastraat. We hadden in de woonkamer een orgel staan. Daar werd
het muziekdeel uitgehaald. In de ruimte die daardoor ontstond, kon ik net in. Dat
was één schuilplaats. Een andere schuilplek was een ruimte tussen het plafond van
de benedenverdieping en de vloer van de zolderverdieping. Ik paste daar liggend
in en kon erin komen door een praktisch onzichtbaar luik in een kast onder de
trap. We hebben in die tijd 2 of 3 keer huiszoeking gehad, waarbij ze me niet
hebben kunnen vinden. Ik moet zeggen dat dat spannende momenten waren.
Belangrijk was dat ook familie en buren niet wisten dat ik mij thuis verborgen
hield. Onbewust zouden zij hun mond kunnen voorbijpraten en dan was het leed
niet te overzien. Al met al was dat laatste oorlogsjaar geen lolletje.

Hebt u herinneringen aan de bevrijding?
l De bevrijding was één groot feest. Met overal straatfeesten. Dansen met
Canadezen enz.

Hebt u de watersnoodramp van 1953 meegemaakt?
l Ja. Wij woonden toen in Drunen, dat hoog lag. Maar in Zwijndrecht stond het
huis van de ouders van opa tot de slaapverdieping onder water. Bij mijn moeder
stond het water tot de drempel.
n Ik werkte toen bij Lips scheepsschroeven gieterij in Drunen, waar we ook
woonden. De zaterdag voor de nacht van de ramp had ik een afspraak met een
directielid van de Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) die in
Bloemendaal woonde. Ik was nl. in gesprek om een nieuwe baan aan te nemen bij
NDSM. Toen ik aan het eind van die zaterdagmiddag weer terug was in Drunen,

72

barste het noodweer in het westen van Nederland echt goed los. Zondagochtend
hoorden we op de radio dat grote delen van Zeeland en Zuid-Holland waren
overstroomd en dat waarschijnlijk honderden mensen waren verdronken. Uit de
berichten konden we opmaken dat ook Zwijndrecht in het getroffen gebied lag.
Daar woonden mijn ouders en de moeder van oma.
We hadden toen we in Drunen woonde nog geen telefoon. Maar zouden we dat
wel gehad hebben, dan was onder die omstandigheden telefoonverkeer toch
ondenkbaar. Bij mijn ouders stond het water tot de slaapverdieping. In allerijl
hadden zij nog kans gezien een paar stoelen en wat eten en drinken naar boven
te krijgen en hebben daar gezeten, zonder verwarming en verlichting, tot het
water de maandag en dinsdag daarop weer was gezakt. Wat daarna achter
bleef, was één grote modderboel en waterschade aan alles. Vloeren, meubels,
gordijnen, keukenapparaten, kortom één grote ravage. Toen in de loop van de
week de treinen in het gebied rond Zwijndrecht weer gingen rijden, ben ik naar
Zwijndrecht gegaan en heb met eigen ogen de ravage gezien. Eén en al ellende,
maar aan de andere kant dankbaar dat ze het hadden overleefd.
De moeder van oma woonde in een ander deel van Zwijndrecht, waar het water
niet zo hoog stond. Het kwam bij haar net tot de drempel.
Wat ik ook moet noemen is het met man en muis vergaan, tijdens deze
stormnacht, van de IJmuider vistrawler Catharina Duijvis. Schipper op deze
trawler was Arie Glas, een oom van oma, en broer van oma haar moeder. In 1949,
ik was toen net afgestudeerd, ben ik met dit schip een reis van 14 dagen mee op
visvangst geweest. In de familie van oma waren al eerder een aantal ooms op zee
verdronken. De man van tante Dora, de man van tante Neeltje, de man van tante
Marie (door een ongeluk op het schip waarop hij voer) en nu dus Arie Glas.

Andere belangrijke gebeurtenissen in Nederland, in de wereld?
l Oom Leen, de broer van opa, moest naar Indonesië voor de politionele actie.
n Het aantal belangrijke gebeurtenissen in Nederland en de wereld die ik heb
meegemaakt zijn legio. Om er een paar te noemen in willekeurige volgorde:
• de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië onder de nieuwe naam Indonesië
• de sluiting van de Staatmijnen in Limburg • de exploitatie van de gasvelden
in Groningen • de bouw van de waterkeringen in Zeeland na de stormramp
van 1953 • de ontwikkeling van het Europoort Botlek gebied • de komst van het
straalvliegtuig • de televisie • de computer • het autonavigatie systeem (Tomtom)
• de mobiele telefoon • digitale fotografie • e-mail • internet • de IPad • de robot.
Maar de meest aangrijpende gebeurtenis in mijn leven tot nu is toch het overlijden
van oma op 6 december 1996.

73

Waar heeft u als
volwassene gewoond?
Waar heeft u met
het meeste plezier
gewoond en waarom?
l In Drunen, Bakkum,
Castricum, Bolnes en
Spijkenisse. Het leukst
woonden we in Bakkum,
vlakbij de duinen en in
Castricum.

In de tuin van ons huis
in Bakkum

Wat was de grootste reis die u als volwassene ondernomen heeft? Waar
ging de reis naar toe, wanneer was het, en met wie heeft u gereisd?
l De grootste reis was naar Thailand (Bangkok), Taiwan en Hongkong. En naar
Indonesië. De eerste was met een zakenreis van opa. De tweede kregen we cadeau bij
ons 40-jarig huwelijk.
n Ik heb voor mijn werk heel veel gereisd. De rederijen waarvoor wij schepen
bouwden, zaten over de hele wereld. Ik heb in mijn werkzame tijd heel wat
vlieguren gemaakt. Mijn eerste reis naar een ander werelddeel was in 1961 naar
Rio de Janeiro in Brazilië. In mijn herinnering was dat een geweldige gebeurtenis.
Ik werkte toen bij Verolme Verenigde Scheepswerven. Ik moest daar in opdracht
van Verolme in mijn eentje heen om een aantal zaken, die bij de bouw van een
schip op de Verolme scheepswerf in Angra dos Reis stagneerden, vlot te trekken.
Op de lange reizen mochten we in die tijd eerste klas reizen. Dat was echt chique.
Op die reis naar Brazilië passeerde ik voor het eerst in mijn leven de evenaar. In
het verre verleden, wanneer zeelui voor de eerste keer de evenaar passeerden, ging
dat met allerlei rituelen gepaard. Maar ook wanneer men voor het eerst in een
vliegtuig de evenaar passeerde, ging dat rond 1960 niet ongemerkt.

74

Ik heb het vele reizen nooit met tegenzin gedaan. Natuurlijk waren niet alle
landen of steden waar je heen moest even aantrekkelijk. Boeiend was het eigenlijk
altijd en ook spannend. Ik ben in Zuid-Afrika geweest nog in de tijd van de
apartheid. Ogenschijnlijk een bizarre situatie, maar het zakendoen ging gewoon
door. We hebben in die tijd prachtige schepen voor South African Marine
gebouwd. Schepen voor het vervoer van fruit.
Minder aantrekkelijk waren de reizen naar en het verblijf in Noord-Korea. Noord-
Korea onderhield geen diplomatieke betrekkingen met de westerse landen. Wel
met China en de toenmalige Sovjet-Unie. Om een reisvisum te krijgen moest
je eerst naar de Noord Koreaanse ambassade in Moskou. Daar moest je dan 2
of 3 dagen op wachten. Had je dat visum eenmaal, dan moest je zien dat je een
vliegtuig geboekt kreeg naar Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Die
vliegtuigen gingen door Siberië. Van Moskou via Omsk naar Irkoetsk en vandaar
naar Pyongyang. Ik heb die reis drie keer gemaakt. Om onbegrijpelijke reden was
er onderweg altijd vertraging. Soms een dag, soms meerdere dagen. Om de een of
andere reden kon ik redelijk goed met de Noord Koreanen omgaan, wat het zaken
doen vergemakkelijkte.
Stukken prettiger was het om naar Taiwan te gaan. Ik ben daar een aantal malen
geweest, waarvan één keer met oma. Aan een zakenreis hebben we toen met
toestemming van de werfdirectie een verblijf in Bangkok en Hongkong gekoppeld.
Dat was alles bij elkaar een grote reis, maar groter nog was de reis van 4 weken

naar Indonesië, die we als
cadeau voor ons 40-jarig
huwelijk kregen aangeboden
van de werf waar ik toen
werkte. De fotoalbums met de
door oma gemaakte verslagen
spreken voor zich.
De normale zakenreizen
duurden meestal een paar
dagen tot 2 weken. Het
liefst was ik het weekend
weer thuis. Lukte dat niet,
bijvoorbeeld bij besprekingen
in Amerika, dan gebruikten
we het weekend vaak om iets
van het land te gaan bezien.
Zo herinner ik mij dat we
vanuit New York een weekend
naar de Niagara-watervallen
zijn geweest.

75

Bent u in militaire dienst geweest? Misschien was u zelfs betrokken
bij oorlogshandelingen? Wanneer en waar was dat?
l Mijn vader zat in het verzet. De B.S. heette dat indertijd. (Binnenlandse
Strijdkrachten)
n Ik ben niet in militaire dienst geweest. Ben wel gekeurd en ingedeeld
bij een krijgsmachtonderdeel, maar kreeg studieverlof en werd daardoor
buitengewoondienstplichtig. Daar is het bij gebleven.

Als we de school buiten beschouwing laten, wat is het belangrijkste
dat u geleerd heeft?
l Het belangrijkste heb ik later geleerd uit literatuur, boeken, waarvan de grondslag
toch ontstond in mijn H.B.S. jaren.
n Ik vind dat een moeilijk onderwerp. In het begin van mijn werkzame leven
dacht ik dat carrière maken het belangrijkste doel in het leven was, met het doel
een zo hoog mogelijk salaris. Nou ben ik dat altijd wel blijven vinden, maar daar
is toch bijgekomen dat dat in balans moest zijn met zaken als maatschappelijke
betrokkenheid en ontwikkeling van eigen interesses. Mijn maatschappelijke
betrokkenheid heb ik vormgegeven in het aangaan van diverse bestuursfuncties.
Zo ben ik bestuurslid geweest van:
• de schaakclub in Spijkenisse • de tennisvereniging l.t.v. de Hartel (waar ik nog
altijd erevoorzitter van ben) • de voorloper van de sportfederatie in Spijkenisse
• de commissie geselecteerd jeugdtennis van het district Rotterdam van de
KNLTB (gedecoreerd met de zilveren tulp) • bondsgedelegeerde van het district
Rotterdam van de KNLTB • de stichting Oude Haven in Rotterdam ( historische
zeilschepen) • de stichting Oud & Nieuw Spijkenisse (penningmeester) • het
programma bepalend orgaan van de lokale omroep in Spijkenisse • stichting het
Oude Raadhyus in Spijkenisse (penningmeester) • de kunstenaarsvereniging
Regio Art Rijnmond (RAR), waar ik erelid van ben (voorzitter) • en ook nog
bestuursvoorzitter van de Rabobank Spijkenisse-Hekelingen.
Dit alles was mede reden om in 2008 te worden benoemd tot Lid in de orde van
Oranje-Nassau.

Bent u ooit in een ziekenhuis opgenomen, en waarvoor dan wel?
l Nee.
n Ja, in Alkmaar voor een niersteen operatie. We woonden toen in Castricum.

76

Zijn er bepaalde ziektes of kwalen die veel in de familie voorkomen?
l Niet dat ik weet. Wel werd er aan de kant van mijn moeder gesukkeld met het
beenderstelsel, dat vrij broos bleek.
n Niet dat ik weet.

Wat voor werkzaamheden heeft u zoal in uw leven verricht?
l Betaald: apothekersassistente en bibliothecaresse.
Onbetaald: leidster van leeskringen.
n Zie eerder.

Hoe besteedde u uw vrije tijd? Had u hobby’s?
l Zwemmen, lezen, tennissen.
n Zoals eerder gezegd, ben ik op jonge leeftijd lid geworden van voetbalclub
Pelikaan en de zwemclub ZZ&PC (Zwijndrechtse Zwem en Polo Club). Het
lidmaatschap van de zwemclub heeft niet zolang geduurd. Ik vond voetballen
leuker. Toen het in de oorlog op zeker
moment te gevaarlijk werd, is ook het
voetbal bij Pelikaan gestopt. Ik heb
daarna nog tot het eindexamenjaar
1949 in het vertegenwoordigend
elftal van de HTS Dordrecht
gespeeld.
Toen we in 1953 in Castricum gingen
wonen, ben ik lid geworden van de
Castricumse Schaakvereniging. Ik
ging in die tijd vaak naar simultaan
wedstrijden waar je dan tegen
bekende schaakmeesters mocht
spelen. Ik herinner mij nog dat ik
ooit tegen zo’n meester, Jan Hein
Donner, remise gespeeld heb. Dat wel
een eenmalig hoogte punt.

Staand rechts staat Jan Hein Donner
die een zet doet op mijn bord.

77

Toen we naar Spijkenisse verhuisden heb ik het schaken weer opgevat en ben
ik ook lid geworden van de tennisvereniging die in 1966 werd opgericht. Naast
zelf veel spelen heb ik vanaf het begin af bestuurlijke functies in de vereniging
bekleed, waarvan de laatste jaren bestuursvoorzitter. En nu nog Ere Voorzitter.

Hebt u ooit een verzameling aangelegd?
l Weleens. Maar het was nooit van lange duur.
n Ik heb in mijn jongensjaren, zoals velen van mijn vriendjes, postzegels
verzameld. Zo’n verzameling kwam op een merkwaardige wijze tot stand. Geld
om te kopen had je niet, dus moest het op een ander manier. Wat was het geval:
ik woonde in Zwijndrecht. Zwijndrecht ligt aan de rivier de Maas. Als je vanuit
Den Haag of Rotterdam naar het zuiden moest met de auto, dat moest je de Maas
oversteken. Er was toen nog geen brug. Alles ging met de pont van Zwijndrecht
naar Dordrecht en dan verder. Nu waren er in die tijd nog niet zo vreselijk veel
auto’s, maar toch stonden er altijd wel een aantal te wachten tot ze op de pont
konden. Daar zaten dan ook Belgische en Franse auto’s bij. Dat waren de auto’s die
we moesten hebben. We gingen naar die auto’s, klopten op de ruit en als ze hem
dan naar beneden deden, vroegen we ‘avez vous des timbre posts’. Het enige wat
we overigens zeggen konden. Blijkbaar vonden die vreemdelingen dat wel leuk en
vaak kregen we dan een paar gebruikte enveloppen met nog postzegels erop. Op
die manier bouwden we onze verzameling op. En verder door met vriendjes te
ruilen natuurlijk.

Zijn er bepaalde erfstukken die al generaties in de familie worden
doorgegeven?
l Sieraden van
mijn moeders
grootmoeder en
moeder.

Dit zijn de vissers-
oorringetjes van de
grootmoeder van mijn
moeder

78

Deze ketting is gemaakt van
een kapspeld van de moeder
van mijn moeder.

n Van mijn ouders kant niet. Misschien begint het bij mij.

Hebt u ooit een bekende persoonlijkheid ontmoet?
l Cornelis Verolme.
n Ik heb in mijn scheepsbouw periode meerdere bekende mensen ontmoet uit de
Nederlandse en ook internationale rederswereld.
Een figuur die ik me altijd zal blijven herinneren en waar ik op de een of andere
manier ook wel een bijzondere band mee had, was de Italiaan Arno Grimaldi.
Naar men beweerde een afstammeling van het zeerovers geslacht Grimaldi
van Monaco. Als laatste opdracht van het failliete RSV-concern, moest ik met
Grimaldi een al enige tijd openstaande deal van een paar miljoen gulden regelen.
Dat mocht om juridische reden niet in Italië en ook niet in Nederland gebeuren.
Gekozen werd om de besprekingen in Londen te houden. We zijn erin geslaagd tot
een voor beide partijen akkoord te komen waar iedereen vrede mee had.
Een andere belangrijke figuur in mijn ogen was in Taiwan. Ik moest namens
Wilton Fijenoord in Taiwan de uiteindelijke overdracht regelen van de door de
werf voor Taiwan gebouwde onderzeeboten (Sea Dragon en Sea Tiger). Toen alles
rond was, heb ik samen met een viersterren admiraal van de Taiwanese marine
mijn handtekening onder het overdrachtsprotocol geplaatst. Ik heb daarna nooit
meer met zo’n hoge militair aan één tafel gezeten. Als aandenken kreeg ik van
hem een viersterren horloge.

79

Welke medische of wetenschappelijke ontdekking tijdens uw leven
heeft de meeste indruk op u gemaakt?
l De pil.
n Om één ding te noemen dat indruk op mij heeft gemaakt, is wel de komst
van het gps-navigatie systeem. Gps staat voor Global Positioning System. Het is
ontstaan in de jaren ’70 en ontwikkeld door het Amerikaanse leger. Satellieten die
op 20000 km hoogte rond de aarde draaien, zenden signalen naar de aarde. Die
signalen worden door gps-ontvangers opgevangen, die ze gebruiken om je positie
te bepalen. En dat waar je ook bent op de wereld.

Bent u in uw leven politiek actief geweest? Voor welke partij?
l Nee.
n Nee. Wel heb ik bij verkiezingen altijd mijn stem uit gebracht.
En dat was altijd op de VVD.

Is er een periode in uw leven
waar u met buitengewoon veel
genoegen op terug kijkt? Wat
was er zo bijzonder aan die tijd?
l De jaren dat ik werkte op ‘Angelus
Merula’. Het altijd omgeven zijn
door boeken. Het zitten in een team.
Contact met leerlingen en docenten.
Het op de hoogte zijn van alle nieuwe
uitgaven die met literatuur te maken
hadden. Het gevoel daardoor iets te
betekenen voor anderen.

In de bibliotheek van Angelus Merula. Jan Peter heeft op deze school eindexamen gedaan.

n Behoudens de oorlogsperiode 1940-1945, verliep mijn leven tot aan het
overlijden van oma op 6 december 1996 eigenlijk in alle opzichten voorspoedig.
Het leven is daarna verder gegaan, maar anders. Het maken van en bezig zijn met
kunst heeft vaak mooie momenten opgeleverd, die ik graag met oma had willen
delen. Helaas dat heeft niet zo mogen zijn. ‘En vraag niet waarom’ om te spreken
met de schrijver NESCIO, één van de lievelingsschrijvers van oma.

80

Is er een periode geweest in uw leven die u nog weleens over zou
willen doen?
l Jong zijn.
n Dat zou de tijd zijn toen we in Bakkum en later Castricum woonden.

Noem eens een paar van de beste boeken die u gelezen heeft.
l • De boeken van Nescio. • ‘Ontaarde moeders’ van Renate Dorrestein. • ‘Nee heb
je’ van Renate Rubinstein. • ‘Dagboekdelen 1 en 2’ van Hans Warren. • ‘De vriend-
schap’ van Connie Palmen. • ‘Twee koffers vol’ van Carl Friedman.
n Zomaar een paar in willekeurige volgorde: • Merijntje Gijzens jeugd van A.M.
de Jong • Hollands Glorie van Jan den Hartog • De Da Vinci Code van Dan Brown
• De verdovers van Anna Enquist • Het meesterstuk van Anna Enquist • Vals licht
van Joost Zwagerman • Simon van Marianne Fredriksson

Wat is uw lievelingsuitdrukking?
l ‘In het straatje van straks staat het huisje van nooit’, en
‘Hij die zichzelf overwint is sterker dan hij die een stad inneemt’.
n Een uitdrukking betrekking hebbend op mijn kunst:
‘Meer hoeft niet, minder kan niet’

Wat vindt u bijzonder of uniek aan uw familie?
l Aan mijn moeders kant de ‘sterke karakters’. Aan mijn vaders kant ‘de blijheid’
en het meer lichtzinnige.
n Niet bijzonder of uniek. Gewoon degelijk.

Welke eigenschap waardeert u het meest in een vriend of vriendin?
l Dat je hem of haar kunt vertrouwen.
n Dat hij/zij er voor je is, als het nodig is.

81

Wie zijn (of waren) uw beste vrienden en
hoe lang kent u ze al?
Wat is er zo bijzonder aan juist deze mensen?
l Wim en Willy Boonstra. We kennen hen al vanuit
de ‘Castricumtijd’. Omdat het ‘klikt’.

Wim en Wil Boonstra met hun adoptiekinderen,
Vera en Steven, in Castricum

n Wim en Willy Boonstra. De vriendschap is ontstaan in 1953 in Castricum.
Beiden kwamen we nieuw in Castricum wonen, een paar huizen bij elkaar
vandaan in dezelfde straat. Helaas zijn zij, na 40 jaar huwelijk, gescheiden. De
vele gesprekken die we daarover hebben gehad, heeft de scheiding niet kunnen
verhinderen. De vriendschap met beiden is na de scheiding bewaard gebleven.
Inmiddels is Willy overleden. We zijn in onze Castricumtijd met de Boonstra’s
naar de Wereldtentoonstelling in Brussel geweest en ook naar Parijs. In Parijs
zijn we op een zondag Karel Appel thuis gaan opzoeken. Aan het begin van
het straatje waar hij toen woonde, stond een houten bordje met hanenpoten
geschilderd; Rue d’Appel. We hebben kort met hem in de deur van zijn huis staan
praten. Best bijzonder.
In Spijkenisse is een vriendschap gegroeid met Cees van Wijngaarden en zijn
partner Lenie Waleboer. Na het overlijden van oma is de vriendschap nog hechter
geworden. Cees heeft ook de tekst geschreven voor mijn boek ‘Manieren van zien’.

Door wie of wat bent u door tijden van grote moeilijkheden heen
geholpen?
l Wanneer er ‘iets’ is, dan klop je toch bij elkaar aan. Als man en vrouw.
n Wanneer je nog samen bent, kun je moeilijkheden delen. Valt één van beiden
weg, dan denk ik dat je voor een belangrijk deel jezelf moet helpen.

Welke zaken of kwesties hebben u niet onberoerd gelaten?
l De dood van mensen die je lief waren. ‘Riekje Meijerink’ onder andere.
n De dood van mijn vader. Het was eigenlijk het eerste sterfgeval dat ik van nabij
meemaakte. En later, binnen 4 jaar, mijn moeder, mijn schoonzusje en mijn broer.
Zomaar in korte tijd geen directe familie van de Bakkerkant meer.

82

Aan welke levens- of geloofsovertuiging hecht u grote waarde?
l Ik denk dat elke overtuiging waarin je echt gelooft van grote waarde is. En dat
wisselt in de verschillende perioden van je leven.
n Zoals eerder in dit verhaal gezegd, ben ik christelijk grootgebracht. Hoewel ik
er al jaren niets meer aan doe, sta ik nog altijd als dooplid en ook belijdend lid
te boek in de registers van de Hervormde kerk, nu Protestantse Kerk Nederland.
(PKN)

In welke opzichten vindt u het leven in Nederland nu beter dan vroeger?
l De mens is vrijer geworden.
n Of het leven nu beter is dan vroeger, vraag ik mij af. Het is wel anders. De
enorme ontwikkelingen die op technisch, medisch en wetenschappelijk gebied
hebben plaatsgevonden, hebben geleid tot grote veranderingen en voor de meesten
tot grotere welvaart.

In welke opzichten slechter?
l Die vrijheid kan met zich meebrengen dat het de vrijheid van de ander aantast.
Dat is dan niet goed.
n Ik denk dat je dan in de eerste plaats moet denken aan het klimaat en milieu.

Wat vindt u van de wereld zoals die nu is?
Wat baart u de meeste zorgen?
l De wereld is er niet vriendelijker op geworden. Verantwoordelijkheidsgevoel blijft
achter. Het individualisme is doorgeslagen.
n Los van de brandhaarden overal in de wereld, is het natuurlijk wel bijzonder
dat de laatste grote (wereld)oorlog, als ik dit schrijf, 70 jaar geleden is. Vanuit dit
gezichtspunt hebben we het, mag je zeggen, goed gedaan.
Zorgelijk is in mijn ogen het terrorisme dat zich ‘all over the world’ meer en meer
doet gelden. Je moet je afvragen of dat ooit te stoppen is. Dat is best zorgelijk.

83

Wat denkt u van de politieke situatie zoals we die nu kennen?
l Zeer ingewikkeld geworden.
n Ik zou het liever anders zien. Geen Tweede Kamer met een SGP en een partij
voor de dieren en een partij voor de ouderen en nog een stuk of 5 éénmans
partijen. In mijn ogen wordt het zo langzamerhand een niet alleen duur, maar
ook onhanteerbaar apparaat. Maar zo is het in Nederland al eeuwen en zo zal het
nog wel jaren blijven.

Welke vijf wensen/raadgevingen zou u aan uw kleinkinderen
willen geven?
l • houdt ogen en oren wijd open.
• wees niet bang, maar ook niet overmoedig.
• denk na bij wat je doet, maar ook waarom je het doet.
• maak af waar je mee bezig bent.
• probeer inlevend te zijn.
n • volg een opleiding en maak die af
• leer een vak
• sta open voor cultuur
• respecteer ook andere meningen dan die van jezelf
• zet je maatschappelijk in

84

Uw kinderen
en kleinkinderen
85

Wat zijn de namen van uw kinderen?
l Anneke 11-03-1952
Arienne 07-07-1955
Jan Peter 06-09-1961

Waarom heeft u juist die namen gekozen?
Zijn er kinderen bij die vernoemd zijn?
l Anneke is zo genoemd omdat we dat een leuke naam vonden.
Arienne heeft twee namen: Ariana Davine. Ariana naar mijn moeder, die ook
Ariana heette. Davine naar mijn vader, die David heette.
Jan-Peter naar Jan van Opa Bakker en Peter naar Pietje van Oma Bakker.

Deze foto is gemaakt in Spijkenisse, in mei 1964.
86

Wat is uw leukste herinnering aan het gezinsleven en de tijd
dat uw kinderen klein waren?
l De leukste herinneringen zijn aan de tijd dat ze nog heel klein waren en geloofden
aan feesten als Sinterklaas en kerstfeest. Het voorlezen ’s avonds voor het naar bed
gaan als ze lekker fris en gewassen in hun bedjes lagen. De tijd op de kleuterschool.
Het kerstspel van Anneke toen ze met een ander meisje Jozef en Maria speelden.

Waren uw kinderen onderling erg verschillend van aard
toen ze klein waren?
l Anneke was erg meegaand. Protesteerde weinig.
Arienne had veel meer een eigen willetje.
Jan Peter was een vrolijk kind en beweeglijk.

Heeft de opvoeding die u als kind kreeg, meegespeeld in uw eigen taak
als opvoeder?
l Ik denk het wel. Het vasthouden aan bepaalde regels. Discipline.
n Natuurlijk zullen er dingen zijn uit je eigen opvoeding die hebben meegespeeld
in de wijze waarop je jouw kinderen opvoedt. Mij werd bijvoorbeeld geleerd (en
opvoeden is toch leren) om gehoorzaam te zijn en niet tegen te spreken en te
luisteren wanneer er wat tegen je gezegd werd. Volwassen mensen met U aan te
spreken. En tijdens het eten niet te praten als je niets gevraagd werd. De tijden
veranderen en dus ook de manier van kinderen grootbrengen. Maar hoe het ook
gaat, voorop staat denk ik altijd de ontwikkeling en vorming van het kind.

In welke zin heeft u uw kinderen juist anders opgevoed?
l Meer vrijheid in het bepalen van keuzes die bij hun karakter pasten. In mijn
kindertijd was het zo, dat ouders beslisten wat voor hun kind goed was. Zij gaven
de richting aan waarin je moest gaan. ‘Zij hadden immers meer ervaring’. Wilde je
anders dan was je eigenwijs.

87

Welke aspecten van uw rol als ouder zijn het moeilijkst geweest?
l Wanneer je zag dat ze met verkeerde vrienden of vriendinnen omgingen en om
dat op een goede manier te vertellen en om te buigen. De middelbare school zo
aangenaam mogelijk te laten verlopen. Op hun plichten wijzen zonder daarbij te
autoritair te zijn.

Wat ging u als ouder/opvoeder het makkelijkste af,
en wat was het meest de moeite waard?
l De zaak draaiend en plezierig te houden, zonder al te streng te zijn. Het meest
de moeite waard is dat wanneer je ziet dat een kind zich lekker voelt in het gezin.
Dat het zichzelf kan zijn. Zich beschermd weet. En als er moeilijkheden zijn naar je
toekomt.

Hoe kwam u erachter dat u voor de eerste maal grootouder was
geworden? Wat voelde u toen?
l Dat is al zo lang geleden! Marieke, de oudste, is 17 jaar. Wel weet ik als de dag van
gisteren dat ze geboren werd. Het was op een mooie herfstdag. We waren in de tuin
bezig. De telefoon ging. Het was Fred die zei: ‘ze is er’! 4 november 1978.

Hoe noemden uw kleinkinderen u?
l Oma Bakker. In tegenstelling tot ‘de oude oma Bakker’, die nu bijna 97 jaar is.
(Zij is van 3 februari 1899)
n Voor mijn kleinkinderen was ik opa Bakker en werd aangesproken met opa.
Inmiddels zijn er 2 achterkleinkinderen.
Eline (dochter van Marieke en Ronny). Voor haar ben ik opa Jan.
Surya (zoon van Brechje en Nitin). Hij kan nog niet praten. Dus dat is nog
afwachten.

88

Wat vond u het leukst aan het grootouder zijn?
l Het leukste is het herkennen van eigenschappen en bijzonderheden van je eigen
kind in je kleinkind. Kuiltje in de kin enz. Manier van kijken, lopen. Bepaalde
houding. En wanneer ze je echt gaan herkennen. Het lachen. De eerste geluidjes die ze
gaan maken. Wanneer ze groter worden: de blik van verstandhouding samen.
n Ik wil daar nog aan toevoegen dat wanneer je ze ziet groeien naar volwassen
mensen die hun leven naar behoren hebben ingericht en hun plaats in de
maatschappij hebben gevonden.

89

90

Stamboom

91

Ouders

Jan Bakker
(1898-1972)
x 1924
Petronella (Pietje) Muilwijk
(1899-1998)

Jan Bakker
(1925)
x 1951
Hendrika Cornelia van de Velde
(1927-1996)

David Hendrik van de Velde
(1897-1947)
x 1924
Ariaantje Glas
(1896-1980)

92

Kinderen Kleinkinderen Achter-
kleinkinderen
Anneke (1952) Marieke (1978) Eline (2010)

x 2005

x 1974 Ronny Gommers Surya (2015)

(1975)

Fred Kulik

(1950) Lode (1986)

+2012

Isabelle Vaverka

(1985)







Arienne (1955) Jochem (1982)

x 1980 Brechje (1986)
x 2012
Wim van de Zwan Nitin Lahore
(1952) (1987)


Jan Peter (1961) Joris (1992)
Celine (1995)
x 1990 Lente (1998)

Bianca Emanuel
(1961)

93

94




Click to View FlipBook Version