The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by , 2016-02-19 10:16:54

Charlotte

Charlotte

CHARLOTTE of DE MEXICAANSE NACHT
Toneelstuk in twaalf taferelen

Auteur : Liliane WOUTERS

Vertaler : Geert STABEL

Personages :
Charlotte, prinses van België, aartshertogin van Oostenrijk, keizerin van Mexico, in de dertig
Clara, dienstbode, in de zestig
Céline, dienstbode, in de dertig
Clémence, dienstbode, 20 jaar

Het decor is onderverdeeld in twee ruimtes : de ene, ruim, verhoogd, is de kamer van Charlotte, de
andere, beperkt van omvang, verlicht door een kelderraam, is de kamer waar de dienstboden zich
ophouden. Ze zijn met elkaar verbonden door enkele treden en door een soort van kijkgat om
toezicht te houden. Of deze ruimtes op realistische of op abstracte wijze worden opgevat, heeft
weinig belang, maar de kamer van Charlotte moet in elk geval de volgende elementen bevatten :
een grote venster, wandtapijten, een bed, een mannequin van natuurlijke grootte, voorzien van
een blonde baard en gekleed in het groot uniform van Maximiliaan, een piano, (indien mogelijk)
een beeldje van een Azteekse gevederde godheid, een boeket droogbloemen en de bruidsjapon
van Charlotte (het betreft hier nota bene het werkelijke decor van de kamer van de Keizerin).

Het kasteel van Boechout (in de omgeving van Brussel), tussen 1870 en 1880.

Elle était si morte Ze was zo dood
qu’elle semblait folle. Dat ze wel gek leek.

(Louis Scutenaire)

1

1.

In de kamer van Charlotte. Ze staat bij het venster. De avond valt.

CHARLOTTE Chapultepec ! Links, dat is Chapultepec. Enkele vensters zijn nog verlicht. Maar in
Cuernavaca slaapt alles. (pauze) Is de Keizer nog altijd daar ? Met die … die …
(pauze) Puttana1 ! Schweinerei2 ! (pauze) Dat men mijn eredames gaat halen.

CLARA Het is laat, Mevrouw.

CHARLOTTE Dat men hen toch maar gaat halen.

CLARA Hare Majesteit moet eerst iets anders aantrekken. Het kleed dat zij draagt is
helemaal doorweekt.

CHARLOTTE Ik weet het. Men heeft geroeid, Clara. In een Indiaanse prauw, bij de ondergaande
zon, bij de opkomende maan, tussen de waterlelies en het riet, op het
doorschijnende water van Xochimilco !

In de kamer van de dienstboden.

CELINE Op de vijver van Boechout, ja ! (pauze) Is ze gaan roeien ? Dan is het vandaag de
eerste van de maand.

CLEMENCE Al september …

CELINE Nu al …

CLEMENCE Zo een hitte …

CELINE Er zijn geen seizoenen meer.

CHARLOTTE Het was heet, heet ! Zelfs het water was nauwelijks fris. (pauze) Wij zullen geen
andere kleren aantrekken.

CELINE Elke eerste van de maand vertrekt ze met een bootje. Waant zich op een meer in
Mexico. Maakt in werkelijkheid een rondje op deze grote plas. Bewondert zichzelf
in het slijkerig water dat zij helder noemt. Praat tegen zichzelf : men is dit geweest,
men heeft dat gedaan. Elke eerste van de maand.

CLEMENCE Waarom ?

CELINE Wie zal het zeggen. (pauze) Hier, kleintje, mag men niet te veel vragen stellen.
(pauze) Oh, nee. (pauze) Wat een hitte ! Dat voorspelt een slechte nacht, met zo
een weer … (Clémence opent haar mond) Geen vragen. Geen nieuwsgierigheid.

1 Italiaans : hoer
2 Duits : smeerlapperij

2

(pauze) Niks horen. Niks zien. Zwijgen. Maar u mag zich wel verwachten aan een
uitbreiding van uw woordenschat. In alle talen. Op alle tonen. En wees niet te
verbaasd : Hare Majesteit heeft de gewoonte, wanneer ze zich opwindt, de meest
vulgaire woorden te gebruiken. (Clémence opent haar mond) Shht ! (pauze) Ga
haar liever wat lindebloesemthee dragen.

CLEMENCE Ik ?

CELINE Er is een begin voor alles. Vooruit.

CLEMENCE (verbaasd) U hebt twee kopjes klaargezet.

CELINE Dat weet ik. Haast u wat.

CHARLOTTE Waar zijn de stoelen voor de eredames ? Waar zijn de eredames ? Gravin
Kollonitz ? Gravin Zichy ? Teruggekeerd naar Europa ? Ik geloof er niets van.
Gravin Zichy ? Gravin Kollonitz ? (pauze) Zijn ze vertrokken ? Werkelijk ?
Vervloekte vrouwen ! Krengen ! (pauze) Dat men mijn Mexicaans gevolg laat
komen. Herinner deze dames eraan dat ze hun manieren houden. Me niet om de
hals te vliegen, niet op mijn rug te kloppen. Me niet te omhelzen. Met hun
glimmende huid, hun behaarde kinnen, hun geur van look en tabak ! Dat ze niet te
dicht bij mij komen. Hebben wij de koeien nu samengedreven ? (pauze -
Clémence durft eindelijk aankloppen, Clara heeft de deur voor haar geopend op
een teken van Charlotte) Mevrouw del Barrio ! Slecht gekleed als steeds. (ze kijkt
wat aandachtiger) Nee, het is niet mevrouw del Barrio. Misschien mevrouw Rincon
Gallardo ? Of Dolores Almonte ? Bent u het, liefste Dolores ? Kom in het licht.
Dolores ? Nee. (pauze) Waar zijn de anderen ? Al de anderen ? Obregon de Uaza ?
Cardena de Salas ? Waar hangen ze weer uit ? (ziet de lindebloesemthee) Was ist
das ?

CLEMENCE Uw lindebloesemthee, Mevrouw.

CHARLOTTE Lindebloesemthee ? Waarom thee ? Bij deze hitte, thee !

CLEMENCE Het is ijsthee, Mevrouw.

CHARLOTTE Ik wil er geen. Verdwijn onmiddellijk. (Clémence gaat verschrikt weg)

CLARA Ik zal Céline roepen. Om de jurk van Uwe Majesteit uit te trekken. Die is doornat.

CHARLOTTE Dat zal wel opdrogen. Zoals ik hier rechtopstaand verdor in dit paleis, dat iedereen
ontvlucht. Kilometers woestijn. Tonnen stilte. (pauze) Hebt u dat jonge meisje
gezien ? Daar, daar, even geleden ? Ik dacht eerst dat het Dolores was. Quesada de
Almonte, ja. Of Rincon Gallardo … of … Maar helemaal niet. Niets van dat alles.
Het was … het was …

CLARA Mijn nichtje Clémence, Mevrouw. Om u te dienen.

3

CHARLOTTE Zonder schort ? Zonder uniform ?

CLARA Ze is nog maar pas hier aangekomen.

CHARLOTTE Dat had u moeten voorzien. Manieren, manieren van bij het begin ! (pauze) Dus,
uw nicht. Wat doet zij in Mexico ?

CLARA Ik word oud, Mevrouw. Ik heb nood aan hulp. Het is een lief kind. Ze zal u
toegewijd zijn.

CHARLOTTE Ga haar halen.

CLARA De jurk van Uwe Majesteit. Die is …

CHARLOTTE … doorweekt. (pauze) Hij staat me aan op die manier. Vind je het niet
verschrikkelijk heet ? Ik stik. (pauze) Lucht ! Lucht ! (pauze) Wind ! (pauze)
Keizerin van Mexico zijn en nog niet in staat zijn de wind te doen opsteken !
(pauze) Clémence, zeg je ?

CLARA Ik zal haar even gaan halen, Mevrouw.

(Ze gaat buiten, vindt Clémence op de trap, waar ze is blijven zitten zonder nog te durven
bewegen, neemt haar met zich mee tot bij Céline, schudt haar door elkaar, strijkt haar door het

haar)

CELINE (zet zich op haar gemak) Heet ! Heet ! (waait zich koelte toe) Dat belooft een leuk
nachtje te worden.

CLARA (wijst naar Clémence) We zijn met z’n drieën.

CELINE Meteen het bad in ! Ocharme. (ziet de thee) Wil ze er geen ?

CLARA (neemt Clémence, die wil antwoorden, het woord af) Ze zal er nog willen.(tegen
Clémence) Slik je speeksel door, zeg een Ave Maria, ga terug bij haar. Ik heb haar
gezegd wie je bent. Ze vraagt naar je.

CLEMENCE Nee !

CLARA Ik zeg je dat ze naar je vraagt. Trek niet zo een gezicht. Ze heeft nog nooit iemand
opgegeten.

CELINE Alleen maar een beetje gebeten. Een beetje aan de haren getrokken, geknepen,
geslagen, gekrabd.

CLEMENCE Is dat waar, tante ? (tegen Céline) Slaat ze ? Bijt ze ?

CELINE Niet alle dagen. En zelfs niet dikwijls.

4

CLARA Nooit. (gebaar van Céline) Nooit doet ze zoiets. En ik ken haar sinds altijd. (tegen
Clémence) Zo een mooi klein meisje. Ze was mijn kindje, mijn lieveling. En nu is
ze een grote heel ongelukkige prinses, die je moet respecteren, liefhebben, helpen
om haar leed te dragen.

CELINE Amen.

CLARA (slaat een kruisteken) (tegen Clémence) Ze wil je zien. Waar wacht je nog op ?
(Clémence wil weggaan, Céline houdt haar tegen)

CELINE En de thee ? Neem de thee terug mee.

CLEMENCE Maar …

CLARA Wees niet zo dom. Neem dat dienblad mee. En hou je recht ! De ogen
neergeslagen, Je moet je ogen neerslaan. Of je geeft de indruk een brutale meid te
zijn. Probeer beleefd te blijven. En let op je taal. En ga achterwaarts naar buiten.
Altijd achterwaarts. En zeg haar dat ik je tante ben.

CELINE En doe haar de groeten ! (barst in lachen uit)

(Een ogenblik. Clémence klopt op de deur van Charlotte)

CHARLOTTE (zonder zich om te draaien) Gravin Kollonitz …

CLEMENCE (kleine revérence) Clémence, Mevrouw. Het nichtje van Clara.

CHARLOTTE Ah ? Goed. (pauze, ziet het dienblad) Wat is dat ?

CLEMENCE Uw lindebloesemthee, Mevrouw. Licht, ijsgekoeld en geparfumeerd.

CHARLOTTE Ik heb al gezegd dat ik er geen wilde ! (pauze) Geparfumeerd ! Men wil mij iets
verbergen. (pauze) Er zijn tenminste twee kopjes. Schenk ze in. Drink. (pauze) Je
aarzelt ? Je bent bang ? Ah ah. Maar neen, ze drinkt. Zeer goed. Alleen, mijn
liefste, heeft u geen suiker genomen. De suiker is wit, men kan er gemakkelijk om
het even wat onder mengen. Neem er wat van, barones. Een vol theelepeltje.
Perfect ! Drink er nu van. (pauze) We moeten alles wantrouwen. (pauze) Ooit
wou ik een kat. Om haar mijn eten te laten voorproeven. En als ze op de vloer lag
te kronkelen, onder mijn ogen, daar … Als ze plots zou hebben opgehouden met
ademen … (pauze, tegen Clémence) En jij, adem je nog ? Wat was ook weer je
naam ? Clémence. Adem je nog ? Echt ? Diep ? Laat me zien. Dieper. Nog, nog,
nog, nog, nog. Hou vooral niet op. Als men ophoudt is het gedaan. (pauze) Als
ik er niet dag en nacht aan zou denken … Maar, ik hou vol. Ik besta. Ik adem.
(pauze, wat langer) Weet u wel wie ik ben ?

CLEMENCE Hare Majesteit de Keizerin van Mexico. (grote revérence die Céline ironisch
nadoet)

5

CHARLOTTE Heel juist. En weet u hoe uw koning heet ?

CLEMENCE Leopold II, Mevrouw. (kleine revérence) Uw broer. (zelfde spel van Céline)

CHARLOTTE Goed. En de vorige koning ?

CLEMENCE Leopold I, Mevrouw. Zijn vader. (revérence) En de uwe. (zelfde spel van Céline)

CHARLOTTE Goed. En onze moeder.

CLEMENCE Louise-Marie van Orléans, dochter van de koning der Fransen, Louis Philippe.
(revérence) Uw grootvader. (zelfde spel van Céline)

CHARLOTTE Zeer goed. (pauze) Maar hij heeft zijn troon verloren. (pauze) Hij is niet de
enige. (krachtig) Nog andere zullen de hunne verliezen. Verjaagd, weggevoerd …
(tegen Clémence) Neem nog wat van deze thee, barones. (pauze) Geen melk of
suiker ? Zoals u wenst. (pauze) Alles is de schuld van Napoleon en Eugénie. Die
onbekwamen. Die parvenu’s. Alle tronen op aarde, verloren, verloren. Lieve Papa,
hij heeft de Zijne kunnen behouden. De Belgen zijn nochtans niet te regeren. Is het
niet, Mijnheer de Metternich ? Leo zei altijd : kleine mensen, klein land, kleine
ideeën. (met opperste misprijzen) Klein, klein. (pauze) Zeer vriendelijk van u om
langs te komen, barones. U moet zeker nog eens terugkomen. (pauze, Clémence
trekt zich terug) De tronen en de kronen … kaputt ! Ach ja, barones. (Clémence
trekt zich verder en verder terug) Maar Papa heeft er goed aan weten te
ontsnappen. Vraag maar aan Victoria. Een koning, een echte. Men noemde hem de
Vrederechter van Europa …

CELINE … de ouwe vrek, zei Maximiliaan.

CHARLOTTE … de Nestor onder de monarchen. Perfect. (pauze) Ik was zijn lieveling. Hij is
gestorven met mijn naam op zijn lippen.

CELINE Het was ook de naam van zijn eerste vrouw. En zeggen dat zij koningin van
Engeland zou geworden zijn !

CHARLOTTE (ze ziet Clémence zelfs niet meer) Lieve, lieve Papa.

CELINE Was het niet de naam van zijn eerste vrouw ?

CHARLOTTE Een vader aan wie men raad kan vragen. Een vader die u de weg wijst. Een
vuurtoren.

CELINE Voor Mexico liep hij niet warm.

CHARLOTTE Voor Mexico aarzelde hij enorm. Hoewel hij me zich goed als keizerin kon
voorstellen.

CELINE Dat mag je wel zeggen.

6
CHARLOTTE Voorzichtig, zei hij. Voorzichtig. En grootmoeder : (schreeuw) Ze zullen

vermoord worden ! (een ogenblik) Maar ik adem. Ik leef. (pauze) Wij werden
geboren voor een grote onderneming, wees moedig. Max aarzelt, Max is een
zwakkeling. Lieve, lieve Papa, geef me raad. (een ogenblik) Vertrekken, niet
vertrekken ? Aanvaarden, niet aanvaarden ? (een ogenblik, wat langer) Max heeft ja
gezegd. (een ogenblik) Geef ons uw zegen. (ze valt op haar knieën, dompelt haar
vingers in de thee, maakt in een groot gebaar een kruisteken, traag, blijft een
ogenblik in aanbidding op de grond liggen, komt dan weer overeind en zegt met
luide stem) Abaso los sombreros, señores, Maximiliano es Emperador de Mejico3 !
(LICHT UIT)

3 Spaans, letterlijk : neem de hoeden af, heren, Maximiliaan is keizer van Mexico

7

2.

CLEMENCE (buiten adem) … en toen zei ze tegen me : drink. En ik heb moeten drinken.
Ondanks het feit dat ze me er suiker had laten indoen. Alsof ik haar ging
vergiftigen. En ze doopte haar vingers in haar kopje, om een kruisteken te slaan !
(pauze) Geknield op de vloer ! Tante … tante …

CLARA Beheers je.

CLEMENCE En ze noemde me barones en ze vertelde me van Mexico ! Alsof … alsof …

CLARA Ja ?

CELINE Ja ?

CLEMENCE Ze is een beetje … bizar, niet ?

CELINE Er bestaan ergere dingen.

CLEMENCE Waarom doet ze dat allemaal ?

CLARA Als men je ernaar vraagt, zeg je dat je van niets weet.

CHARLOTTE Madre de Dios4 ! (ze belt) De barones is vertrokken. (pauze) Iedereen laat me in
de steek. (ze belt) Toen ik nog keizerin was, had ik maar te bellen en de hele wereld
kwam aangelopen. (belt nu zonder ophouden) Scheisse5 !

CELINE (komt binnen, kijkt haar streng aan - Charlotte houdt op met bellen, krimpt in
elkaar, maakt een afwerend gebaar) Mevrouw, van alle keizerinnen die ik heb
gekend, bent u de enige die zich zo gedraagt.

CHARLOTTE (nederig) Ik vraag u om vergiffenis. (pauze) Niets, maar dan ook niets in mijn
hele opvoeding kon een dergelijke ongedwongenheid doen vermoeden. (pauze)
Ik ben opgevoed met strengheid. Volgens de juiste principes. Die van Monseigneur
Dupanloup. (pauze) Neen, niet dat hemd. (pauze) Opgeleid, opgevoed,
onderricht. Toen ik dertien was, las ik Plutarchos. Ik kende de geschiedenis op mijn
duimpje. Alle koningen van Engeland ! Met data ! (pauze) Die ook niet. Het is te
warm. Het negligé van Venetië, misschien. (pauze) Venetië ! Venetië … Max !
(richt zich tot de mannequin) Bovenaan de trap van de doges, voor die menigte
zonder gelaat. Je voelde je de eerste. (pauze) Als de zon aan het firmament.

CELINE (tussen haar tanden) Vanitas vanitatis.

CHARLOTTE U zei ?

4 Spaans : Moeder Gods
5 Duits : krachtterm vergelijkbaar met het Engelse shit

8

CELINE Alles is ijdelheid.

CHARLOTTE IJdelheid ? U spreekt me van ijdelheid ? Dat woord heeft geen enkele betekenis
voor iemand die is opgevoed door lieve Papa. Ik hoor nog steeds zijn mooi Duits
accent : de val van de opperste macht naar de diepste ellende gebeurt zowel vaak als
plots. (verandering van toon) Het karakter moet wilskrachtig zijn, zodat het noch
wordt verblind door de grootsheid, noch terneergeslagen door het ongeluk …
(gewone stem) Ik was nochtans gevormd … gehard … gewapend. Een hart van
steen. (pauze) Gebroken. (pauze) Zeg eens, Céline …

CELINE Mevrouw ?

CHARLOTTE Ik heb soms de indruk dat ik in een cocon leef … in een waas … ik voel me
apathisch. Ben ik apathisch ? Kijk naar mij.

CELINE Mevrouw is bezeten.

CHARLOTTE Echt ? (gaat zich bekijken in de spiegel) Nochtans … die ogen … dat futloos
uiterlijk … men zou zeggen dat ik slaapwandel.

CELINE Stille waters zijn de meest onvoorspelbare.

CHARLOTTE Ja.

CELINE De meest stormachtige.

CHARLOTTE Ja.

CELINE De diepste.

CHARLOTTE Ja. (een tijdje)

CELINE Van slaap gesproken, Mevrouw … Waarom proberen we niet een beetje rust te
vinden ? De ogen dicht, lekker ontspannen in het midden van het bed … daar …
daar. Wilt u uw rozenkrans ? (Charlotte duwt het weg) Wil u …

CHARLOTTE Lees me nog wat voor, mijn kind. Neen, niet de Navolging van Christus6. Dit …

CELINE Dat ? (pauze, ze steekt een lamp aan, bladert met misprijzen door het boek, zucht,
recht haar schouders en begint met een monotone stem te lezen:) Aankomst van
Hunne Keizerlijke Majesteiten in Mexico op 12 juni 1864. Protocollaire volgorde
van de stoet …

CHARLOTTE U zucht ?

6 Imitatio Christi : 15de-eeuwse leidraad tot ‘Navolging van Christus’, een van de meest verbreide geschriften ter wereld, toegeschreven
aan Thomas a Kempis

CELINE 9

Dat is van plezier, Mevrouw. (pauze) Voor de rococo karos, getrokken door
paarden, voorzien van rode dekkleden, de lanciers van de Keizerin onder het bevel
van kolonel Lopez, vervolgens een Frans eskadron huzaren en Afrikaanse jagers …
(ziet dat Charlotte indommelt, begint te fantaseren, heeft al haar
uitdrukkingskracht hervonden) In de lapis-lazuli gekleurde hemel, niet één wolk,
niet één engel. De cherubijnen zijn in tranen uitgebarsten en hebben de vlucht
genomen, God trekt er zich niks van aan. (Charlotte beweegt, Céline herpakt zich)
Moge God zich over ons ontfermen. (lugubere toon) Op de deuren, het
getrokken zwaard, rechts generaal Bazaine, links generaal Neigre … (verandering
van toon) Op de karos - rococo ! - de Mexicaanse Adelaar met in zijn klauwen de
bebloede vredesduif en in zijn snavel een verscheurd olijftakje. (Charlotte beweegt,
verandering van toon) Achter aan het driekleurige vaandel van de overste van het
Franse leger, gevolgd door een groep van het militair huis van de generaal, de
generale staf en de dienstoversten van het expeditieleger. (geeuwt, stelt vast dat
Charlotte slaapt, begint opnieuw te fantaseren) Avonturiers van alle slag,
gelukssoldaten, helden van niks, gespuis, vrijgelaten moordenaars, om de arme
duivels niet te vergeten, altijd paraat om zich ergens te laten beetnemen.
(Charlotte beweegt een beetje, Céline begint opnieuw met volle snelheid te lezen)
Vervolgens de hoge Mexicaanse functionarissen, ministers en andere belangrijke
persoonlijkheden, kortom de dikke mannen, tweehonderd koetsen in totaal, met
een twintigtal eredames, de snollen. (pauze) En dan de kleine mensen (sluit het
boek opnieuw, dromerig) Antonio en Pablo, Carmen en Dolores, Mariquita,
Joselito … Indianen, uitgeperst als citroenen, sukkels tot op het bot uitgezogen,
vrouwen behandeld als lastdieren, bedekt met een laag vuil en met blauwe plekken,
kinderen met dezelfde toekomst als hun ouders voor ogen, kinderen, mooie
toekomst, twintig jaar in het beste geval, opgeblazen buikjes, ingevallen
borstkassen, ze is geweldig, de aflossing, leve de keizer, proletariërs aller landen,
verenigt u ! (staat terug recht, kijkt lang naar Charlotte, neutrale stem) De colonne
wordt gesloten door een regiment van de Mexicaanse cavalerie. (dooft de lamp,
verlaat de kamer) (LICHT UIT)

10

3.

CLARA Slaapt ze ?

CELINE Ze slaapt. In slaap gewiegd door het geronk van de etiquette. Even goed ! Je moet
het maar doen ! Vertrekken naar een land dat een complete ruïne is en de tijd
doorbrengen met de pracht en de praal van een niet bestaande hofhouding. Ordes,
decoraties, uniformen, audiënties, rangen. Zeshonderd bladzijden ! Geschreven op
de boot, uitgegeven meteen na hun aankomst in Mexico ! Om te gieren van het
lachen.

CLARA U bent een … een … u bent een revolutionair ! Een anarchist !

CELINE Inderdaad.

CLARA U zult nog eens ontslagen worden.

CELINE Dat zou me verbazen. (pauze) U hebt me te hard nodig. (pauze) Ik ben de enige
naar wie Hare Majesteit luistert. (pauze) De enige waar ze bang voor is. (pauze)
Een beetje toch. (tegen Clémence) Dat is zo.

CLARA Een mens vraagt zich af wat u in dit huis eigenlijk komt doen.

CELINE (ironisch) Ik hou van het paleis. (ernstig) Misschien dat ik, alles welbeschouwd, wel
van haar hou. Zij daar. (ironisch) Charlotte. Carla. Carlota. Uw oogappel.

CLARA U houdt van haar ? U ?

CELINE Als iemand hier ook maar een beetje op haar lijkt, dan ben ik het wel.

CLARA Stuk pretentie !

CELINE Heel juist.

CHARLOTTE (wordt wakker) Max ! Max !

CLARA Kwaadspreekster !

CELINE Omdat ik haar zie zoals ze is ?

CHARLOTTE Max ! Max !

CLARA Brutaal wicht !

CHARLOTTE Max !

CELINE Die ijdele kleine Coburger die voortdurend met haar kennis te koop loopt, die
kleine Belgische gans …

11

CLARA U durft !

CHARLOTTE Tesoro7. Liebling8.

CELINE Het is de keizerin van Oostenrijk, die zo over haar sprak. Elisabeth. Sissi …

CLARA Ik geloof u niet.

CHARLOTTE Onze voornamen gekerfd in de boomstammen. Maximiliaan. Charlotte.

CLEMENCE Hoe hielden ze toch van elkaar.

CLARA Zij hield van hem, ja. Wat kon ze van hem houden.

CLEMENCE En hij ?

CLARA Hij was een man.

CHARLOTTE De tijd moet stilstaan. Hier. Nu. (een tijdje)

CELINE Hij zei over haar : intelligent, ze is zeer, zeer intelligent en dat is een tikje
vervelend. Maar ongetwijfeld zal ik het gedaan krijgen. (lacht) Hij vergiste zich.

CLARA Hebt u haar dat horen zeggen ?

CELINE Ik niet. Anderen.

CLARA (met misprijzen) Huisbedienden.

CELINE Zoals u en ik.

CLARA Zoals u misschien.

CLEMENCE Hield hij niet van haar ?

CELINE Ik weet het niet. De liefde, de liefde, wat voor belang heeft het ?

CLEMENCE Toch wel !

CELINE De Liefde. Denkt u dan aan niets anders ?

CLARA Dat is normaal op haar leeftijd.

CELINE De leeftijd waarop men ervan droomt ! Op mijn leeftijd …

7 Spaans : schat
8 Duits : lieveling

12

CLARA Ja ?

CELINE Doet men het gewoon.

CHARLOTTE Max. Max. Op je paard Anteburro, de zwarte. Op de mooie Orispelo, goudkleurig.
(pauze) Je bent in alle opzichten de perfectie. Waarom wil Victoria toch dat ik met
de koning van Portugal trouw ? Waarom schrijft ze aan Papa : ik ben er zeker van
dat je met Pedro geruster zou zijn over het geluk van Charlotte, dan indien je haar
aan één van die ontelbare aartshertogen geeft. Maar mevrouw d’Hulst zegt dat de
Portugezen orang-oetangs zijn. En jij bent niet om het even welke aartshertog. Ik
vind je elke dag meer en meer bewonderenswaardig. Max. Max ! We waren zo jong.
We hadden zoveel hoop … (pauze) Jong. (pauze) Het is lang geleden. (pauze, iets
langer) Hoe heette dat kleintje ook weer ? Constance ? Clémence ? (belt)

CLARA Mevrouw ?

CHARLOTTE Ik wil Clémence. (Clara roept Clémence)

CLARA Haast je. (Clémence spoedt zich)

CELINE Het arme kind.

CLEMENCE Uwe Majesteit vraagt naar mij ?

CHARLOTTE Kom dit eens bekijken. Kom. Mijn huwelijksjapon. Maak hem los. Voorzichtig.
Voorzichtig. Hij is zeer fragiel. Satijn doorstikt met zilverdraad. Opgepast ! Ja. Nu
de voile. In Brusselse kant. Heel zacht ! … Pas op ! De diadeem is in
oranjebloesems. Er waren ook diamanten. Waar zijn die nu gebleven ? Pfft.
(pauze) Heb je al ooit zoiets moois gezien ? (pauze, ze streelt het kleed, dan :) Hoe
oud ben je ?

CLEMENCE Twintig jaar, Mevrouw.

CHARLOTTE Ik was zeventien toen ik deze jurk droeg. (pauze) Kleed je uit.

CLEMENCE Pardon ?

CHARLOTTE Ik zei : kleed je uit. Trek die vodden uit. Dan kan je mijn jurk passen. Vooruit.

CLEMENCE Mevrouw …

CHARLOTTE Ik wil me mezelf kunnen voorstellen, zoals ik was op die mooie dag.

CLEMENCE Maar … maar …

CHARLOTTE Daar is geen maren aan. Vooruit. Een beetje vlugger. (snuift) Je bent toch wel
proper ? Goed gewassen ? Je ondergoed is netjes. En je huid ruikt fris.

13

CLEMENCE (bijna in tranen) Ik smeek u …

CHARLOTTE … zo een jonge huid … zo glad … zo soepel ..

CLEMENCE … alstublieft …

CHARLOTTE Geef mij die jurk eens aan. Voorzichtig. Ai ! Ik heb me geprikt ! (belt) Céline !
Clara !

CLARA/CELINE (komen samen toegelopen) Mevrouw …

CHARLOTTE Kleed haar aan. Ja, ja, mijn huwelijksjapon. Tooi haar met al mijn accessoires. En
kap haar, Clara. Zoals ik toen was. De 27ste juli 1857. De zevenentwintigste dag van
de zevende maand. De temperatuur bedroeg zevenentwintig graden. En ik was
zeventien jaar oud. (pauze) Zeven, zeventien, zevenentwintig. Ik ben geboren op
een zevende juni. Heb me verloofd op een 17de december. (neuriet) Zeven,
zeventien, zevenentwintig. (spreekt) Getrouwd in 57, 27 juli. (neuriet) Zeven,
zeventien, zevenentwintig, zevenenvijftig …

CLARA (terwijl ze Clémence aankleedt, samen met Céline) Toen Mevrouw de kapel van
het paleis verliet en we daar allemaal stonden, volgens rangorde, het personeel van
het koninklijk huis, heeft ze ons allemaal één voor één bekeken, vooral sommigen
onder ons … ik dacht zelfs dat ze zou huilen. (veegt een traan weg) Zoals ik,
trouwens.

CELINE Ja, u kan niks anders dan dat. Wenen. (tegen Clémence) Draai u eens om. Nog.
Nog een klein beetje. Terug. Ja. Ja. (een tijdje) Die jurk lijkt wel voor haar
gemaakt.

CLARA Maar wie tranen in de ogen had, dat was de koning. Ik heb hem van mijn leven niet
zo ontroerd gezien.

CELINE (tegen Clara) Genoeg sentiment. Help mij liever deze voile goed te leggen. Met
nauwgezetheid ! (tegen Clémence) Draai u nog eens eventjes. Goed.

CLARA En de volgende morgen, vooraleer naar Oostenrijk te vertrekken, vroeg in de
morgen, is Mevrouw naar de nieuwe kerk van Laken gegaan. Naar het graf van haar
moeder.

CELINE (tegen Clémence) Hoofd naar beneden. Zo.

CLARA En we zagen haar niet terugkomen. De aartshertog moest haar gaan halen, haar
wegtrekken uit de crypte, haar met geweld meebrengen … (ziet Clémence
aangekleed, een stilte, tamelijk lang) God !

CHARLOTTE God !

CELINE Een echte prinses !

14

CLARA (huilt)

CHARLOTTE (hoofse révérence voor Clémence) Mevrouw de aartshertogin … Neemt u hier
plaats (dicht bij de mannequin) links van Monseigneur … En geef hem de arm. En
hou dit boeket vast. Goed ! Niet meer bewegen ! (ze gaat naar de piano, speelt de
Habsburgse hymne) La lalalala La lalalala Lalalalala Lalala. A E I O U ! Weet u wat A
E I O U wil zeggen ? Austria Est Imperare Orbi Universo. Het komt Oostenrijk toe
het hele universum te regeren. (op de keizerlijke tonen) A E I O U ! A E I O U ! A
E I O U ! Al de anderen daar, groeten ! Dieper, dieper, grote hoofse révérence !
(geeft het voorbeeld, dan een moment) Binnen enkele dagen komen we aan in
Wenen. We varen de Rijn op en de Donau af. Kent u de wals, kleintje ? Céline,
toon het haar. (toon van de Blauwe Donau) A E I O U lalalala A E I O U lalalala …

CLARA De mooie blauwe Donau

CELINE (sceptisch) Blauw …

CHARLOTTE Is hij soms niet blauw ? U hebt hem niet gezien in zevenenvijftig. In zevenenvijftig
had hij de kleur van de hemel. Zevenentwintig graden. Blauwe hemel, Donau idem.
Is het niet, Clara ? (speelt) Lalalalala lala lala … Dansen, Dames. Dansen. De mooie
blauwe Donau. Blauw als de ogen van Max. Zijn eigen ogen. Niet die twee stenen
die ze in zijn oogkassen hebben gestoken toen … (gaat praten tegen de
mannequin) Mijn liefste schat ! Ik heb het altijd gezegd : wantrouw Franzi. Hij kan
niet aan je tippen. Hij is jaloers. Al van tijdens jullie kinderjaren. En het is waar dat
je moeder jou prefereerde. Men kan haar begrijpen. Jaloers, jaloers. Die
bureaucraat, de heraldische adelaar zonder pluimen, die sergeant-majoor. Zelfs de
Donau heeft hij veranderd. Het water vertoont nu rode stromingen, het is bloed.
Sedert juni zevenenzestig. Zevenenzestig. (neuriet) zeven, zeventien,
zevenentwintig, zevenenvijftig, zeven en … (gesproken) Niet zevenenzestig.
Zevenenzestig heeft niet bestaan. Er is toen niets gebeurd. Nooit. Of misschien
toch … Zeg het ! Neen. Neen. Zeg het niet. Tegen geen enkele prijs. Ik wil het niet
weten. Ik zal het meteen vergeten … Heel gemakkelijk vergeten. Men gooit
dingen door het venster. Men blijft opgesloten. Men wendt voor van niets meer te
weten. De hele wereld trapt erin. Zelfs jullie. (pauze) Zelfs ik. (pauze) Max is daar
gebleven, ik moet hem hier opwachten. Hou vol, Max. Du sollst bleiben. Du musst
bleiben. Als jij haar verlaat, zal de Mexicaanse natie ophouden te bestaan. In
Europa loopt alles mis. C’è molto disordine9. De oude wereld is walgelijk,
deprimerend. De Antichrist waart rond. Oostenrijk zal al zijn staten verliezen. Wel,
Franzi, wat zeg je daarvan ? De grens is helemaal zwart, het bloed rood. Men moet
de soldaten niet ruilen. Bloed ! Bloed ! Bloed over de Habsburgers, de
Wittelsbachen, de Bonapartes ! Een stroom van bloed. Het is de schuld van Frans-
Joseph. Ik heb het tegen u, Mijnheer. Mijnheer, men heeft u gezegd dat men een
echtgenoot heeft gehad, een echtgenoot, keizer of koning, een groot huwelijk,
Mijnheer, en daarna de waanzin. De waanzin is ontstaan door de omstandigheden.
Max, Babanini, het tederste hart. Franzi is een smeerlap. Hij is de oorzaak van de

9 Italiaans, ongeveer : het is één grote puinhoop

CELINE 15

moord ! Smeerlap ! Miserabele smeerlap ! Hond ! (ze valt - Clara en Céline dragen
haar naar haar bed, waarna Clara haar onderstopt, haar wang streelt)

(tegen Clémence) Kom, kind, we gaan je dat uittrekken. (LICHT UIT)

16

4.

Clara en Clémence slapen. Céline speelt een spelletje patience. In de kamer van Charlotte is alles
kalm.

CLARA (wordt plots wakker en springt recht) Twintig over twaalf ! Ik moet ingedommeld
zijn.

CELINE En hoe ! (Clara wil opstaan) Het is niet nodig om naar Mevrouw te gaan kijken. Ze
slaapt. (wijst naar Clémence) Zij ook, trouwens. (pauze) Ze is de dochter van uw
zuster ?

CLARA De oudste van mijn broer. De weduwnaar.

CELINE Degene die elf kinderen heeft ? (pauze) Heeft hij haar niet nodig ?

CLARA Hij is pas hertrouwd.

CELINE Ah zo. (pauze) Ik begrijp het. (pauze) Waarom haar hier laten beginnen? Er zijn
andere plaatsen … Minder stresserend, meer …

CLARA Ze heeft het zelf zo gewild. Sinds het moment dat ik haar vertelde over Mevrouw
Charlotte !

CELINE Door haar de waarheid te verhelen en haar verhaaltjes op de mouw te spelden ?
Mevrouw Charlotte ! Denkt u dan alleen maar aan haar ? En uw man, hoe denkt die
daarover ?

CLARA Die is gerust, waar hij is.

CELINE Gerust, dat zal wel. (pauze) Hebt u nooit kinderen gehad ?

CLARA Dat is er niet van gekomen. Maar u, juffrouw Céline … u bent de 25 al lang
gepasseerd …

CELINE Ja, en dan ?

CLARA Nog altijd niemand op het oog ?

CELINE Op het oog, dat wel … Daaraan ontbreekt het niet.

CLARA Een mooie vrouw zoals u ! (pauze) Waarop wacht u ?

CELINE Ik ga niet ophouden de dienstmeid hier te spelen om het ergens anders opnieuw te
worden. Degene die mij de ring aan de vinger zal schuiven … hij zal rijk moeten
zijn.

CLARA Echt ?

17

CELINE Ik zal zelf dienstboden hebben. Zoniet …
CLARA
CELINE Zoniet ?

CLARA Ik blijf nog liever dienstmeid. Wat ik nu opzij zet, zal dan tenminste voor mij zijn.
CELINE Een huwelijk, neen bedankt. Liever …
CLARA
CELINE Liever ?
CLARA
CELINE Iemand … iemand …
CLARA
CELINE Ja ?

CLARA Misschien een beetje ouder …
CELINE
Ah.
CLARA
CELINE Misschien een beetje … getrouwd.
CLARA
CELINE Juffrouw Céline !
CLARA
CELINE En dan ? En wat dan nog ? Denkt u dat een “heer” een meisje als ik zou trouwen ?
Neen, maar wel haar installeren, haar verwennen, haar toekomst verzekeren …
CLARA
CELINE Juffrouw Céline !

Moet ik mij daar voor schamen ? Kijk eens rondom u ? De eerste koning, de
fameuze Nestor onder de monarchen, en zijn kleine mevrouw Meyer ! En onze
huidige koning, wat men daar allemaal van vertelt !

Dat zijn roddelpraatjes.

Er zijn nog anderen ! En keizer Maximiliaan, hè, keizer Maximiliaan ?

Niet zo luid. Spreek wat zachter.

De aanbeden schat ! Had hij ook niet een knappe Mexicaanse ?

Stil !

Hoe heette ze ook weer ? Men heeft het mij nochtans gezegd. Guadelupe. Lupe !
Hij ontving haar in zijn prachtig huis in Cuernavaca.

Niet zo luid.

Cuernavaca, koeiehoorn, ah, ah !

CLARA 18
CELINE
In ‘s hemelsnaam, praat toch wat stiller.
CLARA
CELINE Cuernavaca, een gepaste naam. Lieve, lieve schat. En zeggen dat hij op zijn
CLARA twintigste bang was om zo verslaafd te raken aan de zonde ! Wat als hij ervoor zou
CELINE gestraft worden ? Als hij een ziekte zou opdoen … ? Zou hij dan zijn vrouw niet
CLARA besmetten ? Syfilis, weet u wel ? Weet u dat ze daarvan blind kan worden ? Of erger

CELINE
CLARA Ze werd vergiftigd.

CELINE Vergeet het.
CLARA
CELINE Vergiftigd. Met toloacha.
CLARA
CELINE Met wat ?
CLARA
CELINE Met to-lo-a-cha. Een gif van de indianen. Een hoge dosis is dodelijk. In het andere
CLARA geval wordt men gek.
CELINE
CLARA ‘t Is toch niet waar.
CELINE
CLARA Het is waar. Ik zweer u dat het waar is. De keizer was niet ziek. Hij leed alleen aan
dysenterie. Chronische dysenterie.

(tussen haar tanden) We zitten tot over onze oren in de stront.

Pardon ?

Niets. (pauze) Hij had dus geen druiper.

Juffrouw Céline, ik raad u aan op uw woorden te letten.

Ik noem een kat een kat. (pauze) Had hij ja of nee een druiper ?

Neen neen neen neen. Trouwens …

Trouwens ?

Zelfs als hij er een zou hebben gehad …

Ja. Ze sliepen niet meer samen.

Kan u dat niet wat beleefder uitdrukken ?

En hoe moet ik dat dan anders zeggen ?

Ze hadden aparte vertrekken. Ze deelden niet hetzelfde bed. Ze hadden elk hun
kamer.

CELINE 19

CLARA … het is zelfs zo dat tijdens één van hun reizen in Mexico, lieve schat zich vreselijk
dik maakte omdat er maar één bed was opgemaakt. En dat hij het zijne aan de
CELINE andere kant van het huis liet zetten ! (pauze, ziet dat Clara een traan wegveegt)
Wat, wat scheelt er? Zeg nu niet dat u dat nog doet wenen ? Mevrouw Clara …
CLARA
CELINE Laat me met rust. U kunt dat niet begrijpen. U hebt nergens respect voor. U bent
een … een …
CLARA
CELINE … anarchiste. Ik weet het. (pauze) Respect ! (pauze) Verdomme ! En respecteert
men mij ? Ben ik dan geen menselijk wezen ? Ben ik misschien minder waard dan
CLARA zij ?
CELINE
CLARA Ik heb u gezegd wat stiller te zijn.
CELINE
CLARA Zij zijn gebouwd zoals wij, ze eten, ze drinken, ze slapen (een blik door het
CELINE kijkraampje) Wees gerust, ze slapen ! (pauze) Ze hebben last van hun maag, ze
CLARA pissen. (gebaar van Clara) Doen ze misschien geen pipi ? En wie moet hun
CELINE nachtemmers leegmaken ? Wij.
CLARA
CELINE Gaat u nu eindelijk zwijgen ?
CLARA
CELINE Ik zeg toch dat ze slaapt ! (pauze) Denkt u dat ik haar wil wakker maken ? Om me
weer ik weet niet wat voor capriolen te laten opdragen ? Aan allerlei zottigheid te
moeten meedoen ?

Hebt u dan nooit medelijden ?

Medelijden ? Met wie ?

Met een arme vrouw, die niet verantwoordelijk is voor haar daden.

Echt ?

Zeker !

Insinueert u …

Shht !

Bent u het die zo spreekt ? U die laat verstaan dat ze …

Helemaal niets.

Antwoord mij ja of nee.

Het is goed, juffrouw Céline … (pauze) Gelooft u het niet ?

Ik weet het niet, mevrouw Clara, ik weet het echt niet. (LICHT UIT)

20

5.

CHARLOTTE (opent het venster) Lucht ! Lucht ! Er is geen zuchtje wind ! (belt) De ene keer
vergiftigt men mij, de andere keer laat men mij stikken. (belt) Ik stik hier.

CELINE Wenst Uwe Majesteit iets ?

CHARLOTTE Ik wil lucht.

CELINE Ja, Mevrouw. (ze neemt een waaier, gaat naar Charlotte, die haar brutaal wegduwt)

CHARLOTTE Ik heb gezegd : lucht. Een stevige vlaag zeewind. Als een oorveeg. (pauze) Op zee.
(pauze) Men is op zee geweest. (pauze) Op de Novara, op de Elisabeth. (pauze) De
geur van het zout, de beweging van de golven. De voorsteven van het schip dat zich
een weg baant. Traag. Zachtjes. Diep. Naar de purpergouden horizon, naar het
einde van de wereld, ver, zeer ver. Deining, branding, maalstroom. De beweging die
ons meevoert, die ons nooit terugbrengt, ja, de zee, de zee, haar golvingen, haar
grondzeeën. Adem in, adem uit. Zacht … zacht … de zee, haar kwijl, haar speeksel,
haar zweet … Sterker, sterker en dieper. Ik ben de vogel van schuim op de golf, de
vloeibare vlakte, haar ademhaling. Ik ben het op drift geslagen bootje, waarvan de
stroming zich meester maakt. In het midden van het water, de dood, de dood, de
zee, de smartelijk bewegende lijkwade, waarin men verdwaalt. En dan opnieuw en
voor altijd die beweging, dat wellustige komen en gaan, nog nog ja ja ja ja
jaaaaaaaa ! (een lange, zeer lange stilte) Wat is het warm ! Heeft men ons soms alle
lucht ontnomen ! Een zuchtje wind voor keizerin Carlota !

CELINE Er is vannacht geen lucht voor niemand, Mevrouw.

CHARLOTTE Zelfs niet voor mij ?

CELINE De lucht is er voor iedereen. Het is het best verdeelde goed ter wereld. Iedereen
ademt hetzelfde in, armen en rijken, (revérence) adel en gewoon volk. Het gaat
van de ene naar de andere zonder plechtigheid. Van uw soevereine mond in de
mijne. (Charlotte maakt een gebaar van weerzin) Met mijn meest nederige excuses,
Mevrouw. (pauze) De lucht is van iedereen. Als er is. (enige tijd, Charlotte gaat
opnieuw naar het venster)

CHARLOTTE Het Mexicaanse keizerrijk zit zonder lucht. Maar blijft kalm. Breng mij een lamp,
men ziet geen steek. (Céline gehoorzaamt) Wandel daar rechts, links. Wacht even
aan deze kant. Hier. Nu daar. Stilte. Zwaar als lucht. Vervangt de lucht. (verlaat het
venster) Energie, vooruit, energie. Zonder energie wordt men zo week als watten.
(pauze) Ik heb de Kroonraad samengeroepen.

CELINE De Kroonraad ?

CHARLOTTE Ja, de ministers, raadgevers, secretarissen, koetsiers, schoenpoetsers en andere
grootvizieren. (pauze) Geboefte. Geboefte, rapalje en gespuis. Ik zal hen om tien
uur ontvangen in het groot salon. Zijn de stoelen klaar ?

21

CELINE Altijd, Mevrouw. Audiënties worden hier doorlopend voorzien.

CHARLOTTE Perfect. Laat mijn zetel op het kleine verhoog zetten onder het baldakijn. We
zullen een buitengewone zitting houden. Ik zal me verdedigen. Ik zal me ver-de-
di-gen ! (pauze, tamelijk lang) Men zegt dat alles mijn schuld is. Dat ik Max heb
meegesleurd in dit wespennest. Dat ik koste wat het kost een troon wilde …
soeverein wilde zijn ongeacht waar en van om het even wat … (realiseert zich plots
dat Céline bij haar is) Wat doet u daar ? Ga weg, Mevrouw, ga weg. U hebt banden
met al deze verraders. Ik zet u af bij decreet. (Céline gaat weg, enige tijd) Hier sta ik
dan alleen. Dat ben ik altijd geweest. (tegen de mannequin) Zelfs bij jou. (pauze)
Lafhartig. Zwak. (pauze) Je weet het, je treedt niet op.. En als alles slecht gaat, loop
je rond op je pantoffels, met onverzorgde baard, stinkend naar wijn. Poeah !
(pauze) Je drinkt te veel, je gaat te veel naar de … Puttana ! Schweinerei ! (pauze,
draait rond de mannequin) Gebrek aan wil, aangeboren zwakte. Niet zoals Franzi.
Die heeft de aard naar je moeder. Twee sergeant-majoren, twee ! (pauze) Maar jij,
jij bent te goed. Te week. (ze heft de baard van de mannequin op) Alles bevindt
zich daar, in de kin. Wij hebben alle reden om ze te verbergen. (pauze) Lieve, lieve
schat. Alsof men iemand liefheeft om zijn kwaliteiten. Men heeft iemand lief
omwille van zijn gebreken. (pauze) Ze zeggen dat ik je naar de ondergang heb
geleid. Dat is niet waar ! Jij weet maar al te goed dat dat niet waar is. Waarom heb
je me dan laten beschuldigen ? Erger nog : waarom heb je me er zelf van
beschuldigd ? Ja, dat heb je gedaan. Toen Miramon tegen je zei : “Ik ben hier
omdat ik niet naar de raad van mijn vrouw heb geluisterd”, ben jij, Max, er niet
voor teruggedeinsd om hem te antwoorden : “Ik ben hier omdat ik het advies van
de mijne wel heb gevolgd !” Scheisse ! (een lange stilte, ze gaat weg van de
mannequin, dan) God is mijn getuige dat ik je vrij laat. Je hebt geprobeerd om
terug te krabbelen. Om de hele zaak onderuit te halen. Maar Napoleon waakte.
(tegen de mannequin) Max, ik hoor hem nog steeds : “Impossible que vous
renonciez à aller au Mexique, il y va de l’honneur de la Maison de Habsbourg10.”
Hij durft gewagen van eer. Tegen jou ! Hij ! Terwijl hij aan anderen verklaarde :
“C’est une très mauvaise affaire. A sa place, je n’aurais pas accepté11.” Crapuul !
(pauze) En mij schuift men alle schuld in de schoenen ! (pauze) Babanini ! Geloof
hen niet. Geloof mij niet wanneer ik zeg dat het mijn fout is. Luister enkel naar je
hart. (legt haar hoofd tegen de borst van de pop) Je hart. (pauze) Een hele tijd
geleden, sliep ik zo in. Het regelmatige slaan van je hart overstemde het geruis van
de zee … (pauze) Het slaat niet meer. Het slaat niet meer ? (begint de pop te
schudden) Ik ben nochtans zeker dat het sloeg. Waarom is het dan gestopt ?
Wanneer zal het opnieuw beginnen slaan ? (schudt wanhopig aan de pop) Dit ding
is leeg, leeg ! (pauze) Wat een stilte. Een dergelijke rust is altijd onrustwekkend.
(pauze) De vijand ! Die heeft ongetwijfeld ingebroken, het is hij die zich daar
verbergt, hij die zijn hart verhindert te slaan. Ja, het is een list. Hola ! (aan het
venster, roept) Alerta12 ! Centinela13 ! Alerta !

10 Frans : U kan er onder geen beding van afzien om naar Mexico te gaan, het gaat om de eer van het Huis van Habsburg.
11 Frans : Het is een zeer slechte zaak. In zijn plaats zou ik nooit aanvaard hebben.
12 Spaans : alarm
13 Spaans : schildwacht

22

CLARA (wil zich er naar toe haasten, maar Céline weerhoudt haar)

CELINE Blijf hier.

CLARA Ze roept ons.

CELINE Ons niet. De schildwachten.

CHARLOTTE Alerta ! Alerta ! (Clémence wordt wakker)

CLARA (tegen Céline) U laat mij door.

CELINE Ze belt niet, ze roept onze naam niet, mond dicht.

CHARLOTTE Centinela !

CLEMENCE Ze roept om hulp.

CLARA (nog steeds weerhouden door Céline, tegen Clémence) Ga jij er naar toe.

CELINE Nee. (laat Clara los om voor de trap post te vatten)

CHARLOTTE Alertaaaa !

CLEMENCE Wat gaan we doen ?

CELINE We verroeren geen vin. Shhht !

CHARLOTTE Alertaaaaaaaaaaaaaaaaaaa ! ( de laatste lettergreep eindigt in een snik) (LICHT UIT)

23

6.

(Het licht keert terug, zwak, in de beide ruimtes)

CHARLOTTE (halfluid) Niemand. Ze hebben ons allemaal verlaten. (pauze) Achtergelaten aan
het eind van de wereld. (pauze) In dit paleis waar de schaduwen van Azteekse
goden rondwaren. Ik ben bang. (pauze) Ik ben bang, ik ben bang, ik ben bang.
(pauze) Een keizerin van Mexico beeft niet. En toch ben ik bang. (pauze)
Wanneer, hoe zijn wij zover gekomen ? Daar moet ik de hele tijd aan denken, het
keert telkens weer in mijn hoofd … Ik word er … (pauze) De draad weer opnemen.
Nadenken ! Sereen blijven. Zo. Als men kalm, volgzaam, onderworpen blijft, is dat
omdat men weet dat er een regel is, een opgelegde wil. (tot de pop) Ik ben degene
aan wie verwijten moeten gemaakt worden, teerbeminde, ik en niemand anders.

CLEMENCE Was het haar schuld ?

CLARA Haar schuld, haar schuld. Wat wil dat zeggen ? Als ze zouden geslaagd zijn, had
heel de wereld geroepen : Bravo, Charlotte.

CLEMENCE (tegen Céline) Dus, het was wel degelijk haar schuld.

CELINE Wie zal het ooit weten ? (pauze) Er is maar één zekerheid : ze konden gewoon niet
slagen.

CLARA Echt ?

CELINE Ze hadden alles tegen zich.

CLEMENCE Men had nochtans om hen gevraagd. Er werd naar hen uitgekeken.

CELINE Uitgekeken !

CLARA Was er misschien geen referendum geweest ?

CELINE Een getrukeerde raadpleging. De grootste oplichterij uit de hele geschiedenis. Een
valstrik voor idioten.

CLEMENCE Waren ze op de hoogte ?

CELINE Waarvan ? Ah ! dat het doorgestoken kaart was ?

CLARA Nooit van mijn leven. Ze zijn altijd eerlijk geweest.

CELINE Dat is het toch wat ik zeg : een valstrik voor idioten.

CLEMENCE Arme aartshertogen.

CELINE Arme aartsbedrogen.

24

CHARLOTTE (aan haar secrétaire, schrijft) Liefste Grootmoeder, ik ben nooit weggelopen van
tronen, ik had koningin van Portugal kunnen zijn op mijn zeventiende, ik heb het
niet gewild omdat ik andere dingen liet voorgaan. Veel mensen beschouwen me als
ambitieus, ze zien enkel het vulgaire motief. Maar ik weet goed dat dat niet het
mijne is. Ik heb behoefte aan daden, ik heb nood aan liefde. (pauze) Liefde …
(pauze) En bovendien, het zal Max wat om handen geven. (recht) Het werk is
moeilijk, maar het kan gedaan worden, met doorzettingsvermogen en moed.
Daaraan zal het ons niet ontbreken. (gaat opnieuw zitten, begint een andere brief)
Mevrouw en liefste nicht …

CELINE Goed, we zijn voor een tijdje vertrokken. (verlaat de trap) Ik ga het licht uitdoen,
laten we proberen een beetje te slapen.

CLARA Slapen ?

CELINE De ogen sluiten, rusten, dromen dat je elders bent. Een uiltje vangen, dodo doen.
Volstaat dat ?

CLEMENCE (schaterlacht) Dodo doen ! Als een baby !

CELINE Dat zou te mooi zijn. (doet het licht uit) Slaapwel !

CHARLOTTE … Mevrouw en liefste nicht, wij zijn opgetogen over Chapultepec. Ik droom enkel
van vlinders en kolibries. (kijkt naar het venster) Die grote eeuwenoude pijnbomen
hebben Montezuma nog gekend, deze aarde kleurde ooit rood van het bloed van
mensenoffers. Ik heb er kippevel van. (schrijft) Ja, lieve Papa, een monarchie blijkt
haalbaar te zijn en beantwoordt aan de unanieme wens van de bevolking. (staat
recht, een beetje zenuwachtig, andere toon) Alles moet herbegonnen worden in
dit land. Om het tot beschaving te brengen, moet men er heer en meester van zijn.
Volledig. Eerlijk gezegd, men moet zijn macht uitbreiden met grote bataljons. (zet
zich weer neer) Liefste Philippe, wees gerust over ons, het volk is gemakkelijk en
goed van aard, wie meent dat wij op een gevaarlijke plaats leven, vergist zich.
(recht, geagiteerd) Een Mexicaan heeft me gezegd : Bij ons is niets georganiseerd,
alleen de diefstal. (zet zich weer neer, kalmer, uitermate mondain toontje) Uwe
Majesteit weet ongetwijfeld dat de nationalisatie van de goederen van de clerus een
immens enthousiasme veroorzaakt. En de Staatskas volledig zal vullen. (staat weer
recht, zeer geagiteerd) De clerus is zo schandalig dat onze godsdienst wel van
goddelijke aard moet zijn om daaraan te weerstaan ! De
hoogwaardigheidsbekleders van de Kerk zullen vrijwillig hun zetels en hun
bisschopsstaf achterlaten, maar niet hun inkomen. Cangrejos14 ! (begint opnieuw te
schrijven) Liefste Grootmoeder, maak u niet langer zorgen, alles gaat naar wens …
(recht, begint rondjes te lopen) Het was gemakkelijker de piramiden van Egypte op
te richten dan het Mexicaanse niets te veroveren. Carogna15. (zit weer, de
opwinding waarin ze verkeert wanneer ze rechtstaat, begint zich ook te

14 Spaans, letterlijk : kreeften, in afgeleide betekenis : idioten
15 Italiaans, letterlijk : kadaver, in afgeleide betekenis als scheldwoord : kreng, rotzak, zwijn

25

weerspiegelen in haar manier van schrijven) Heel dat komplot tegen ons. Men
verwijt ons onze sympathie voor de Indianen. Als u eens wist hoe ze worden
behandeld. Hun toestand is afschuwelijk. We moeten hen helpen om aan deze
verachting een einde te maken, we moeten deze plaag doen ophouden. Equidad en
la Justicia16 ! Equidad en la Justicia ! (richt zich weer op, begint sneller en sneller
rond te lopen) Het is niet mogelijk dat Napoleon ons heeft verlaten, dat hij zijn
woord zou breken. (neergezeten, heeft zich nu niet meer in de hand) Het maakt
me kwaad Uwe Majesteit te moeten zeggen dat de pacificatie van het land opnieuw
ernstige vertraging oploopt. Het leger moet worden ontbonden in
bezettingstroepen om garnizoen te houden op de plaatsen waar dat nodig is …
(recht, draait als een razende rond) Ik behoor niet tot degenen die opnieuw willen
inpakken omdat er drie of vier wolken aan de hemel staan, vijf of zes klippen langs
de kust. Men verlaat zijn post niet wanneer de vijand voor de deur staat. Waarom
zou men een kroon achterlaten. Men zegt niet als in het casino dat de bank is
gesprongen of zoals in het theater dat het spel gespeeld is, dat men het licht zal
doven. (tot de pop) Een prins van het Huis van Habsburg toont zich waardiger dan
dat. Ik zeg, ik, dat keizers zich niet overgeven. Zolang er een keizer is, is er een
keizerrijk. (gooit alle papieren weg, alsof ze ze iemand in het gezicht werpt)
Troonsafstand ? Hoe zou ik één enkel ogenblik kunnen vergeten dat het bloed van
de Bourbons door mijn aderen stroomt en het hoofd buigen voor een Bonaparte ?
(een tijdje, ze lijkt nu plots gekalmeerd) Ik ga naar hen toe. Ik zal hen stukken uit
hun beloftes tonen, zodat ze zich zullen schamen. Ik zal niet bedelen. Ik zal hen
enkel zeggen wat ik denk, hen de maskers afrukken, allemaal … ! (tegen de pop)
Hou je goed, schat, hou je goed. Ik vertrek naar Europa om daar onze zaak te
bepleiten. (LICHT UIT)

16 Spaans : gelijkheid in rechtvaardigheid

26

7.

(Het licht gaat opnieuw zachtjes aan bij de dienstboden.)

CLARA … een verschrikkelijke reis. Ik wist meteen dat ze niet in haar normale doen was …
Zij, die de zee altijd goed had verdragen, bleef nu opgesloten in haar kajuit. Zo ziek
als een hond.

CLEMENCE Door de stormen ?

CLARA Door het vergif.

CELINE Tiens, men had mij nochtans gezegd dat het kwam doordat …

CLARA Het vergif en niets anders.

CELINE (ironisch) De toloacha.

CLARA Juist.

CELINE (vals) Doet dat niet de buik opzwellen, toevallig ?

CLEMENCE De buik opzwellen ?

CLARA (doet alsof ze het niet heeft gehoord) Een afschuwelijke overtocht. En dan, toen
we in Frankrijk aankwamen …

CELINE Doet dat niet de buik opzwellen ?

CLARA Het verstoppertje spelen. Niemand om haar te ontvangen en iedereen die zich
gedeisd hield. Wat Napoleon betreft … die beweerde dat hij een beetje ziek was.
Had hij zich onder de tafel kunnen verbergen, dan had hij het zeker gedaan.

CELINE Zoals mijn vroegere meesters, wanneer er gebeld werd.

CLARA Mijn arme kleine meisje stond overal voor gesloten deuren.

CLEMENCE Is ze vertrokken zonder Napoleon te zien ?

CLARA Dat denk je maar ! Ze is er in geslaagd hem te zien, hem en zijn Eugénie, Ugénie,
zoals hij haar noemde. En ze heeft hen gedwongen om naar haar te luisteren.

CLEMENCE Hoe ?

CLARA Mijn God … men heeft zoveel gekletst … Dat ze urenlang heeft gediscussieerd. Dat
ze hen heeft overladen met beledigingen. Dat ze zich aan hun voeten heeft
geworpen.

27

CLEMENCE Is dat waar ?

CLARA Zeker niet. (pauze) Dat ze doorsloeg. Dat ze geloofde dat men haar wilde
vergiftigen. En zelfs : dat ze is flauwgevallen.

CELINE De toloacha. (Clara werpt haar een vernietigende blik toe)

CLEMENCE Is dat waar ?

CLARA Eén ding is zeker. Het heeft nergens toe gediend. Ze kreeg geen centiem meer,
geen soldaat. Ze lieten haar aan haar lot over. De monsters.

CELINE Alsof ze nog enige keuze hadden, alsof ze het zelf hadden gezocht ! Ze hebben er
zelfs om gehuild.

CLEMENCE Arme Mevrouw. (pauze) Het is zeker toen dat ze …

CLARA (brutaal) … ziek is geworden. Ze is ziek geworden. En reken niet op mij om
daarover te praten. (enige tijd, luistert) Horen jullie dat ? Het lijkt wel een onweer.

CELINE Niet te verwonderen. Met zo een hitte.

CLEMENCE Oh ! ik zou willen dat het regende ! En dan, daarna, dat de bladeren glansden, dat
de goten zouden overlopen, dat de vogels hun pluimen zouden schudden, dat de
aarde goed zou ruiken ! Ruikt de aarde niet heerlijk, na een onweer ?

CELINE Jaaaaa. (ze geeuwt) Oh la la.

CLEMENCE (geeuwt ook) Oh la la.

CLARA Ik ga koffiezetten. (ze gaat buiten, Céline en Clémence blijven een ogenblik stil,
dan zegt Clémence)

CLEMENCE Het is toch dan dat ze …

CELINE Wat ? (pauze) Dat ze wat ?

CLEMENCE (met een overdreven pruillipje) Juffrouw Céline !

CELINE Het is allemaal niet zo eenvoudig. (een tijdje) Ja, het is toen dat alles begonnen is.
Ze is vertrokken naar Rome. Om de paus te zien.

CLEMENCE De paus !

CELINE Hij is een staatshoofd zoals ieder ander.

CLEMENCE En heeft ze hem gezien ?

28

CELINE Zelfs nadat ze weigerde een kanten hoofddoek te dragen. “Keizers bedenken de
etiquette, waarom zouden ze er zich dan aan moeten onderwerpen ?” Wat een
vrouw !

CLEMENCE Om naar de paus te gaan ?

CELINE Als u me nu nog onderbreekt, zeg ik geen woord meer. (pauze) Ze heeft dus Pius
IX ontmoet. En drie dagen later is ze zonder iemand te verwittigen teruggekeerd
naar het Vaticaan (Clémence opent haar mond, Céline kijkt haar aan, ze zwijgt) Ze
is met geweld binnengedrongen. Ze heeft het ontbijt verstoord. Ze heeft haar
vingers in de kop chocolademelk van de paus gedompeld …

CHARLOTTE Ik heb honger. Ik sterf van de honger. (zuigt op haar vingers) Ik durf niets
doorslikken, iedereen wil me vergiftigen. Maar hier ben ik veilig. Zeer Heilige
Vader, heb medelijden en laat mij mijn intrek nemen in het Vaticaan. Napoleon
probeert me kapot te maken. Ik zal me heel klein maken, een bed in de bibliotheek
volstaat. Daar in die hoek, heel goed. (pauze) Monseigneur Antonelli moet niet
aandringen, ik laat het aan de paus over. En aan hem alleen. Zijne Heiligheid mag
me niet in de steek laten. (zuigt op haar vingers) Excellent, uw chocolademelk. Zo
lekker als in Mexico. (pauze) Ik zal nog enkel de maaltijden gebruiken, die bereid
zijn voor Zijne Heiligheid. (pauze) De moordenaars liggen overal op de loer, mag
ik nog een nacht blijven ? Neen, Eminentie, niet in het hotel. Hier. In de
bibliotheek. Men slaapt hier niet al te slecht. In de gegeven omstandigheden … De
paus kan me niet voorgoed onder zijn hoede nemen ? Naar de ambassade gaan ? U
moet er niet aan denken. En de moordenaars ? Ik heb net mijn testament gemaakt.
(pauze) Ik wil begraven worden in de Sint-Pieterskerk. Er mag geen autopsie
worden verricht. Formeel verboden. Men mag mij niet opensnijden ! Strikt
verboden ! Mijn lichaam moet intact blijven. Blank. Zuiver. Onbevlekt. (pauze)
Max ontheiligd, doorboord als een zeef … (pauze) Men mag mij niet opensnijden,
men zal mij niet opensnijden. Nooit. (pauze) Mijn juwelen en mijn goederen zijn
allemaal voor keizer Maximiliaan. Overhandig hem dit briefje. Laat me het nog
even herlezen. (een beetje terzijde) “Mijn liefste schat, ik neem afscheid van jou.
God heeft me bij zich geroepen. Ik dank je voor het geluk dat je me steeds hebt
geschonken. Moge God je zegenen en je de eeuwige zaligheid toekennen. Je
toegewijde Charlotte.” (tot de denkbeeldige gesprekspartners) Heilige Vader,
alstublieft, uw zegen “in articulo mortis”. (pauze) U zegt dat men hen heeft
opgesloten ? Degenen die mijn ondergang wensten ? Bent u daar zeker van ? Ik
loop dus geen enkel gevaar meer ? Het zij zo. “In articulo mortis”, Heilige Vader.
En bid voor de ongelukkige keizerin van Mexico ! (ze valt op de knieën en bidt.
Een tijdje.)

CLEMENCE Heeft men hen echt opgesloten ?

CELINE Wie ?

CLEMENCE De moordenaars.

29

CELINE Die bestonden alleen maar in haar hoofd. Alles speelt zich daar af. De hele tijd.
Onafgebroken.

CLEMENCE Ze is te intelligent. Ze denkt teveel. Over teveel dingen.

CELINE (ironisch) Heeft u dat zelf bedacht ? U ?

CLEMENCE Mijn tante zegt dat.

CELINE Ah.

CLEMENCE Veel te verstandig. Veel te gevoelig.

CELINE Ja.

(een tijdje)

CLEMENCE Hebben ze haar teruggebracht naar het hotel ?

CELINE Ze heeft het Vaticaan verlaten, in alle staten. De zweep erop, koetsier ! Met de
troep rond haar koets.

CLEMENCE De troep ?

CELINE Een escorte van pauselijke dragonders. Een elitekorps. En voorop, iedereen in
galop. Met grote galop, onze Mevrouw dooreengeschud als een pruimeboom.

CLEMENCE Ze hebben haar in veiligheid gebracht ?

CELINE Ze heeft hen onderweg doen halt houden. Op een plein, voor een fontein. Ze wou
uitstappen. Om er te drinken.

CLEMENCE En heeft ze gedronken ?

CELINE Zomaar met haar handen. Met haar rokken in het Romeinse water. Keizerin
Carlota !

CLEMENCE Onmogelijk.

CELINE En het gif dan ? Vergeet niet dat ze bang was om vergiftigd te worden !

CLEMENCE Ze dacht dat in een openbare fontein …

CELINE Precies.

CLEMENCE Ik kan het niet geloven.

30

CELINE Eens in het hotel sloot ze zich op in haar kamer en vroeg ze om kippen. Levende.
Ze werden met hun poten vastgebonden aan de voet van het bed en voor haar
ogen geslacht. Daarna werden ze gepluimd en op een klein fornuis klaargemaakt.

CLEMENCE Nee !

CELINE Ze at niets anders. Ja, eieren. (imiteert Charlotte) “Die kan men onder hun schelp
niet verkwanselen.” (normale toon) En kastanjes … (imiteert Charlotte)
“Ongepeld geroosterd, zonder fout”. En alle dagen ging ze karaffen vullen aan de
fontein. (een tijdje)

CLEMENCE Daar is toch niets verkeerd aan ?

CELINE Verkeerd ? Wat verkeerd ? (pauze) U bent net als uw tante. Die bekijkt de dingen
ook altijd met diezelfde misselijkmakende oogkleppen. Het goede, het slechte, de
beloning, de verdienste. En de zonde natuurlijk, hè, de zonde ?

CLEMENCE Juffrouw Céline …

CELINE De zonde ! Ik, ik zeg dat het net als met bedorven vlees is. Om het te ruiken, steek
je er je neus in.

CLEMENCE Maar, juffrouw Céline …

CELINE Durf eens beweren dat ik ongelijk heb ! (Clémence zwijgt, Céline kijkt haar aan,
bedaart weer) Akkoord, vergeet alles maar. Het zijn tenslotte mijn zaken niet. Dat
ze bidt als dat haar zint. Voor onze keizerin, dat zal haar deugd doen. Dat ze maar
bidt. Voor u, voor haar, voor mij. Nee, niet voor mij. Ik heb ze niet nodig, haar
gebeden. Ze kunnen me gestolen worden, kleintje, gestolen worden. (LICHT UIT)

31

8.

CLARA (komt binnen met de koffie) Ziezo ! Ik heb hem goed sterk gemaakt. Om vier uur
in de morgen kan je net zo goed wakker worden.

CELINE Toch niet waar zeker !

CLEMENCE Slapen we helemaal niet ?

CLARA Om te beginnen, jij hebt geslapen. Ja, ja ! En meer dan je denkt. (Céline grinnikt)
En bovendien zullen we een middagdutje doen.

CELINE Een halfuur in de namiddag. (proeft de koffie) Oe ! Die is gloeiend heet!

CLARA Staat u dat niet aan ?

CELINE Ja en neen. Door zo een hitte … Nog altijd geen zuchtje wind. En het onweer …

CLARA … wil maar niet losbarsten.

CELINE Lieve Heer ! Laat het regenen ! Laat het gieten ! Laat dit kasteel ontploffen ! Laat er
iets gebeuren !

CLEMENCE Mag ik even buitengaan, tante ?

CLARA Op dit uur ? Om waar naar toe te gaan ? Om wat te doen ?

CLEMENCE Om een luchtje te scheppen voor de deur, onder de bomen.

CLARA Is het venster niet genoeg ?

CLEMENCE (kijkt naar het kelderraam)

CELINE (grinnikt)

(een tijdje, ze drinken hun koffie)

CLEMENCE Mag ik niet buiten ?

CLARA …

CLEMENCE Voor de deur ? Vijf minuutjes ?

CLARA Neen.

CLEMENCE (voor het kelderraam) Mevrouw Charlotte heeft mij gezegd : adem. Adem zoveel
je kan. Je mag nooit ophouden. Adem nog eens.

32

CELINE En ?

CLEMENCE Er is om zo te zeggen geen lucht. (pauze) En toch is het verbazend.

CLARA Wat dan wel ?

CLEMENCE Ademen.

CLARA Wat is daar verbazend aan ?

CELINE Je doet het de hele tijd zonder er bij stil te staan !

CLEMENCE Precies. Het is een echt mirakel.

CELINE Een mirakel !

CLARA Dat is pas nieuws.

CELINE Ze heeft last van de warmte.

(een tijdje, ze drinken)

CLEMENCE Mag ik echt niet buiten ?

CLARA Geen sprake van.

CLEMENCE En waarom niet ?

CLARA Daarom.

CELINE Ze is als de dood dat je er vandoor zult gaan ! Dat je zo ver mogelijk van haar lieve
Mevrouw Charlotte vandaan zal vluchten. (pauze) Ik mag toch je zeggen, niet ?
(tegen Clara) Laat haar toch even voor de deur gaan staan. (Clara maakt een
afwijzend gebaar) Alsof haar ook maar iets kan overkomen ! Met die slotgracht,
die muren, die wolfsklemmen ! (pauze) Het is zo heet … laat haar toch gaan ?

CLARA Als ik neen zeg is het neen.

CHARLOTTE Mathilde …

CLARA (verstijft)

CELINE Hoort u haar ?

CHARLOTTE Mathilde …

CELINE Hoort u haar ?

33

CHARLOTTE (als een ononderbroken klaagzang) Maaaaaathiiiiiiiilde. Maaaaaaathiiiiiiiilde …

CELINE U hoort haar toch ?

CHARLOTTE (schreeuw) Mathilde !

CLEMENCE Mathilde ?

CELINE Juffrouw Döblinger. Haar Weense kamenierster.

CHARLOTTE (roept nog harder) Mathilde !

CELINE (hard, tegen Clara) Ga haar dan zeggen dat ze niet kan komen.

CLEMENCE Is het haar vrije dag ?

CELINE Neen.

CLEMENCE Is ze naar haar land teruggekeerd ? Is ze misschien getrouwd ?

CELINE Neen.

CLEMENCE Is ze ziek ?

CELINE Ze is dood.

CHARLOTTE MA-THIL-DE !

CLARA (gaat naar Charlotte, dan, voor de deur uit te gaan, komt ze terug op haar stappen,
tegen Céline) Als u hierover begint te kletsen, zal ik mijn beklag doen bij de
bevoegde instantie ! (gaat buiten)

CLARA Wat had Mevrouw gewenst ?

CHARLOTTE Mijn buik wordt elke dag ronder en ronder. Kijk eens, Mathilde, is hij niet enorm ?
Iedereen zal het merken.

CLARA (speelt het spel mee) Iedereen kan het zien.

CHARLOTTE Mijn buik. Er beweegt iets in. Iets onrustigs, iets levends. Ik geloof dat het de duivel
is. Hij neemt alle plaats in. Voedt zich met mijn meest intieme delen. (pauze)
Mathilde, ik heb mijn regels niet meer.

CLARA (geschokt) Mevrouw !

CHARLOTTE Doe niet zo hypocriet. Wie houdt zich bezig met mijn ondergoed ? Wie weet zelfs
de meest intieme dingen ? (pauze, spreekt nu in zichzelf) Ze houdt zich van den
domme, maar ze weet het. Men kan niets verbergen voor deze mensen. Ze

34

onderzoeken onze handdoeken en onze lakens, ze lezen onze nachtpotten zoals de
helderzienden koffiedik kijken, ze weten hoe we neuken en schijten. Bah ! (een
tijdje, dan plots, dubbelgeplooid) Ah ! Ah ! Ah ! De duivel, het is de duivel. Hij wil
mijn dood. Al op het schip dat me naar Europa bracht. Al dat braken. Ik voelde me
net een zieke vogel. En die momenten van zwakte die me deden duizelen, die
draaiingen …

CLARA U moet sterker worden, Mevrouw, eten voor twee.

CHARLOTTE Hij verteert me helemaal ! (pauze) Ik heb honger, ik heb de hele tijd honger. Hij
bedient zich de hele tijd ten koste van mij. Ik vreet van ‘s morgens tot ‘s avonds. En
zelfs ‘s nachts, vooral ‘s nachts. Maar ik kom niet bij, wel integendeel. Alleen die
buik, die enorme buik, kijk eens, helemaal bol, gespannen, hij staat op springen.
Lieg ik soms ? En bovendien, het beweegt, luister, luister en voel. Leg je hand erop,
zie je ? Ah ! Ah ! Hij springt op. (slaat zeer snel achter elkaar enkele kruistekens)
Kruistekens helpen niet. Ik ben nochtans zeker dat het de duivel is. (pauze) Laat
ons hier weggaan en terugkeren naar Mexico, dicht bij Max. Of naar Brussel, bij
mijn broer. Neen, niet naar Wenen, vooral niet naar Wenen. En ook niet naar
Parijs. Laat ons vertrekken ! Laat ons vertrekken ! (ze schudt tevergeefs aan de deur,
een tijdje) Wij zijn gevangenen. Ze hebben ons opgesloten, Mathilde, opgesloten.
Dat canaille van een Franzi ! Monster ! (pauze) Het is de vrucht van Satan. Hij splijt
mijn lichaam open. Probeer me een mes te vinden. (Clara belt) Een mes, ik snij
mijn buik open. Ik rijt dit monster in twee. (Clara belt, radeloos) Ik ruk deze
parasitaire uitwas uit mijn lichaam. (Clara belt als een razende) Een mes ! Een mes !
(Céline en Clémence komen binnen ; tijdens de volgende replieken riemen Céline
en Clara Charlotte rustig vast in een dwangbuis, met de nauwkeurigheid van de
gewoonte, Clémence kijkt naar hen, gespannen, klaar om hen te helpen. In het
begin heft Charlotte meelijwekkend de arm op, als een kind dat men gaat slaan)
Doe me geen pijn ! Ik zal braaf zijn ! Braaf ! Stop me stilletjes onder ! Zoals Mama
deed. (Ze kan op dit ogenblik niet meer bewegen, de vrouwen hebben haar,
rechtop staand, de ogen gesloten, tegen een muur gezet, ze laat zich op de grond
zakken. Stilte)

CLARA (wrijft het zweet van haar voorhoofd) Ziezo ! Jullie kunnen ons nu alleen laten.

CELINE (al bij de deur) Als u ons nodig heeft …

CLARA Dat weet ik. Ga. (pauze) GA !

(Ze gaan buiten. Het licht dimt bij Charlotte. Dan, na een stilte)

CHARLOTTE (normale stem, vlakke toon) Men heeft een kind gehad, Clara. Een zoontje.
(LICHT UIT)

35

9.

CLEMENCE En toen ?

CELINE Toen ? Niks.

CLEMENCE Is het waar dat men haar vermoord heeft ? Mathilde. Is het waar dat Mevrouw
Charlotte een kind heeft gehad ?

CELINE (doet haar na) Is het waar dat Clémence steeds maar herhaalt : Is het waar ? (pauze)
Je tante heeft me gezegd te zwijgen, dus zwijg ik.

CLEMENCE Juffrouw Céline ! Ik smeek u !

CELINE Je zou er graag veel meer over weten, is het niet ?

CLEMENCE Oh ja ! Ja.

CELINE Ik vraag me af waarom.

CLEMENCE Als je een roman leest … wil je toch ook weten …

CELINE … hoe het afloopt ? Het zou beter zijn van niet.

CLEMENCE Nochtans, ik geloof …

CELINE En als er geen is, geen einde ? Wanneer het jaren duurt en men weet dat niets ooit
zal veranderen, of amper, dat de tijd voortdurend zal verstrijken, de ene dag gelijk
aan de andere, dagen en seizoenen in de mist, een mist vol kreten, verveling,
eenzaamheid en razernij ? Tot op het moment dat men deze ongelukkige niet ver
van hier, naar de crypte van Laken, zal wegdragen, dicht bij Mama. Leest u romans ?
Ik durf wedden dat daarin prinsen met dienstboden trouwen.

CLEMENCE Oh nee. Gouvernantes.

CELINE Nuance. (pauze) De waarheid is niet zo rooskleurig.

CLEMENCE Vertel het mij.

CELINE Zodat je tante een week lang niet meer tegen me spreekt ?

CLEMENCE Ik zal niets vertellen.

CELINE Ik reken erop. (pauze, dan na een tijdje) Goed, maar dan heel snel in één ruk en
geen vragen, geen “is het waar dat ?”s. Akkoord ?

CLEMENCE Ik zweer het.

36

CELINE Ze heeft misschien een kind gehad. Ik heb daarover vanalles gehoord. De data
komen overeen met haar opsluiting in het Gartenhaus. (pauze) Een kleine jongen.
Hij zou opgevoed worden in het buitenland, door ik weet niet wie. Discretie …
discretie … Je vraagt je af waarom ? … Als het het kind is van Max, is dat pech voor
het Oostenrijkse koningshuis. Als het zijn kind niet is …

CLEMENCE Oh !

CELINE Denk maar dat het de schuld is van … de toloacha. (pauze) Wat Mathilde betreft
… ze is wel degelijk gestorven op het goede moment in de meest afschuwelijke
pijnen. (laag) Men sprak van … vergiftiging. (pauze) Ach ! Ze heeft haar
toewijding duur betaald.

CLEMENCE Ocharme !

CELINE Ja.

CLEMENCE Het is toen dat Mevrouw naar Brussel is teruggekeerd.

CELINE Haar familie heeft haar om zo te zeggen met geweld terug bij zich genomen. De
Oostenrijkers hadden haar opgesloten. Een trein heeft gedurende acht dagen in het
station staan warm draaien vooraleer ze haar lieten gaan. Men heeft zelfs in een
muurkast een hoge piet gevonden, die haar moest bespioneren … of haar
tegenhouden : de graaf de Bombelles, noemde hij zich. Toen ze hier aankwam was
ze … een wrak ! Bang van alles en iedereen. En mager, mager ! Vel over been. Een
echt spook, bleek en uitdrukkingsloos, een arm wezen dat men tot het uiterste had
geslagen. Afschuwelijk!

CLEMENCE En de ongelukkige keizer Maximiliaan : gefusilleerd ! (snuit haar neus) en hun kind
… (huilt)

CELINE Hun kind ! (pauze) Ah ! Ja. (pauze) Maar je huilt ! (pauze) Ze huilt. (pauze) Zeg
eens, je bent net als je tante ! (pauze) Genoeg tranen alstublieft ! Ik zal je een
brief17 voorlezen. Enfin, de kopie van een brief. Ik heb die gekregen van de
schoonzus van een vriendin, wiens nicht werkte bij een zekere mevrouw …
Jourdan. Jourdan of Jourdain? Geen belang. De correspondent van die mevrouw
schreef het volgende. Droog die tranen, luister goed. (neemt uit een lade een
geplooid papier, opent het) Hij is gedateerd september 1867, drie maanden na de
dood van de keizer. En hij komt uit New York in Amerika. Maar hij is geschreven
in het Frans ! Goed ! Ik begin : “Hoe haal je het verduiveld in je hoofd om
Maximiliaan en Charlotte te beklagen ! Mijn God, ja, ik weet het, dat soort mensen
is altijd charmant. Dat werd van tevoren afgesproken. Ze zijn al vijf- of zeshonderd
jaar zo. Ze hebben het genot van alle deugden en het geheim van alle gunsten.
Lachen ze, dan is dat heerlijk. Huilen ze, dan is dat aandoenlijk. Laten ze je leven :

17 De tekst van deze brief komt uit André CASTELOT, Maximilien et Charlotte du Mexique, Paris, Librairie Académique Perrin, (1977
en) 2002, 464

(stilte) 37
CLARA
CELINE wat een buitengewone goedheid ! Verpletteren ze je, dan is dat het ongeluk van
CLARA hun positie … Al die keizers, koningen, aartshertogen en prinsen zijn groots,
subliem, warmhartig en prachtig, hun prinsessen zijn alles wat je maar wil, maar ik
CELINE haat hen met een haat zonder medelijden (Clara komt binnen, ze heeft de laatste
CLARA zinnen gehoord, ze maakt een beweging, ze verstijft, luistert) zoals men vroeger
CELINE haatte, in 93, toen men die imbeciel van een Lodewijk XVI de verfoeilijke tiran
CLARA noemde. Tussen ons en die mensen woedt er een oorlog op leven en dood … Ik
CELINE heb geen mededogen voor hen : de wolf beklagen is als een misdaad begaan
tegenover de schapen. Deze hier ging een echte misdaad begaan : degenen die hij
wou vermoorden hebben hem vermoord. Ik ben er blij om. Zijn vrouw is gek
geworden : dat is niet meer dan juist … het is de ambitie van die vrouw die deze
gek zover gedreven had. Men heeft heel wat mensen vermoord opdat uw Charlotte
de naam van keizerin zou mogen dragen …”

(klankloze stem) Wie heeft u dat geschreven ?

Niet naar mij. Naar iemand anders. Lang geleden.

Ik vroeg u de naam van de schrijver van die brief. (pauze) Ongetwijfeld één van uw
vriendjes ? (Céline grinnikt) Eén van die …

… anarchisten. Dat zou me verbazen.

Zijn naam ?

Wat voor belang heeft dat nu ? U kent hem niet.

Ik wil zijn naam weten.

(na een tijdje) Clémenceau. Georges Clémenceau. (LICHT UIT)

38

10.

(Charlotte is nog steeds niet in staat te bewegen. Clara maakt de dwangbuis die haar omknelt los,
maakt haar kleren weer wat ordelijk, streelt haar gezicht en haar haren. Zij reageert niet.)

CLARA Mijn kleine meisje. Mijn arme kleine meisje. Ze zullen u geen kwaad meer doen.
We laten die stouteriken niet meer bij u komen. We zijn veilig. Als iemand zich in
het hoofd haalt om dichterbij te komen .. Als hij ook maar één haar op uw hoofd
krenkt … dan vermoord ik hem. (pauze) Ik ben het, Mevrouw, ik ben het, Clara.
Degene die u nog heeft gekend toen u speelde in de tuinen van Laken, Windsor en
van de Tuilerieën. Zij die u gevolgd is naar Wenen, naar Italië en naar Mexico, met
haar grote lange slungel van een echtgenoot. Die is achtergebleven in Yucatan,
Emile. Wat als hij dood is ? Hij moet dood zijn. De rode mieren moeten hem al
lang hebben opgevreten. (pauze) Mijn mooie Charlotte. (pauze) Ze is er niet
meer. Vertrokken naar een land, waar wij niets van weten. (pauze) Blijf maar rustig,
Mevrouw. Dichtbij Clara. Ik zal u niet alleen laten. Ik waak.

CELINE (plotseling, zet zich vooraan op de scène, met open mond, men heeft de indruk
dat ze uit alle macht roept)

CLEMENCE Juffrouw Céline ! Om de liefde Gods, wat scheelt er ? Antwoord mij. Céline !
Antwoord ! (schudt haar door elkaar)

CELINE Laat me met rust.

CLEMENCE Wat deed u ?

CELINE Ik schreeuwde.

CLEMENCE Zo ? Zonder geluid ? Een … stille kreet ? (pauze) Bent u niet … gelukkig ?

CELINE Wat wil dat zeggen ?

CLEMENCE Houdt u niet van uw werk ?

CELINE (brutaal) En jij ?

CLEMENCE Ik hou me liever bezig met kinderen.

CELINE Je kleine broertjes met hun neus vol snottebellen … Of zo’n rottig rijk verwend
kind … Neen, bedankt ! … (pauze) Als je wil weggaan, vertrek dan nu meteen.
Wacht niet tot je gewoontes hebt aangekweekt. Ga.

CLEMENCE Maar u, Juffrouw …

CELINE Je mag jij tegen me zeggen en me Céline noemen …

CLEMENCE Bevalt uw werk u ?

39

CELINE Me bevallen ! Laat me niet lachen. Ik zou ik weet niet wat geven om elders te zijn.
Die bel niet meer moeten horen ! Niet meer moeten zeggen : “Mevrouw wenst ?”
Trouwens, Mevrouw wenst helemaal niets meer, kan niets meer wensen, zal nooit
nog wensen hebben.

CLEMENCE (zwijgt een ogenblik, dan) Waarom blijft u dan hier ?

CELINE Hier of elders, wat voor belang heeft dat als je overal een dienstbode bent.

CLEMENCE Kamenier.

CELINE Dat is hetzelfde ! (pauze) Wij zijn nooit iets anders dan ondergeschikte. Mooie
uitdrukking, niet ? Ondergeschikte. Dat moet springen als men fluit, alles beamen
wat er wordt gezegd. Dat is goed opgevoed, zit goed in het vlees, is schoon
gewassen, afgeborsteld, beleefd. Wat kan dat toch beleefd zijn ! Tot en met de
meester intelligent vinden, wanneer hij te stom is om los te lopen, tot en met
lachen om zijn grapjes, die nog vervelender zijn dan een regenachtige dag …

CLEMENCE De regen ! Oh ! Als er nu eens regen zou vallen !

CELINE Maak je niet ongerust, het zal komen. We zijn tenslotte in België. (blik naar de
kamer van Charlotte) Alleen zij waant zich in Mexico. (pauze) Het zit me tot hier,
kleintje, tot hier. Het is genoeg, ik ben het zat, beu, het komt me de strot uit. Ja,
Mevrouw, neen, Mevrouw, heeft Mevrouw mij nog nodig ? (pauze) Weet je wat ik
ben ? Een gatlikker.

CLEMENCE U, Juffrouw Céline ? U ? Komaan. (pauze) Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer
ik vind dat u zou moeten weggaan.

CELINE Om wat te doen ?… Kijk eens naar mijn handen : ze kunnen geen zwaar werk meer
aan. Mijn huid is wit, mijn nagels zijn geknipt. (pauze) Om waar naar toe te gaan?
In mijn familie zeggen ze dat ik bij het chichivolk werk. Ze noemen me Madame
de Hertogin. Het is waar dat ik nu anders praat dan zij, dat ik me niet meer
interesseer voor de dingen waar zij van houden. Het chichivolk ! Ik van mijn kant
vind dat zij hun mond niet kunnen openen zonder te roepen, dat ze eten als
varkens en dat ze stinken. (pauze) Ik voel mij anders. Nochtans ben ik daarom nog
geen dame geworden.

CLEMENCE U zal dat zeker zijn, op een dag.

CELINE Jij leest te veel romannetjes.

CLEMENCE Ik heb een vriend, de zoon van onze buren. Hij heet Pierre, hij studeert voor
onderwijzer. Mijn vader wil niet dat ik nog met hem praat, omdat hij dingen zegt
… dingen … Dat iedereen op een dag verplicht zal zijn om naar school te gaan. Dat
we niet langer kinderarbeid zullen kunnen toelaten … Dat er een
ouderdomspensioen zal bestaan …

40

CELINE Een ouderdomspensioen ? En wat dan nog ? Je vriend is zoals jij. Hij leest ook te
veel romannetjes.

CLEMENCE Denkt u dat hij zich vergist ?

CELINE Absoluut.

CLEMENCE Zal de wereld dan niet veranderen ?

CELINE Zeker niet. (pauze) Hoewel …

CLEMENCE Hoewel ?

CELINE Er hangt verandering in de lucht. Als een nieuwe frisse wind.

CLEMENCE (aan het venster) Ja ! Ik voel het.

CELINE Hij waait amper, hij steekt nog maar net op.

CLEMENCE Ja ! Ja !

CELINE Een klein minuscuul windje dat onder de deuren glipt en binnensluipt in de
schoorstenen.

CLEMENCE Ja !

CELINE Een kleine nieuwe wind die het bestaan weer wat ademruimte geeft …

CLEMENCE (aan het venster, ademt in) JAAAA !

CELINE Een rare kleine wind die niemand nog verwachtte en die alles zal schoonvegen.
(LICHT UIT)

41

11.

(Duister. Men hoort een klok luiden)

CHARLOTTE (veert recht) De klokken ! De klokken ! De klokken van Cerro de las Campanas !

CLARA De klok van de kapel, Mevrouw. Ze slaat het Angelus.

CHARLOTTE Neen, het is het gelui van de doodsklok.

CLARA Mevrouw moet de oren spitsen. Het is het Angelus.

CHARLOTTE Ik weet dat het de doodsklok is. (pauze) Ik hoor buiten marcheren, wat is er aan de
hand ?

CLARA Dagloners die naar hun werk vertrekken. Vrouwen die naar de mis gaan.

CHARLOTTE Ik zie ook mannen. Quienes son estos caballeros ? Wie zijn die mannen ?
Monniken. Kapucijnermonniken. Die van Queretaro en die van Wenen.
Queretaro. Gefangnis die Capuchinas. Wien, Kapuzinen Kirche. Monniken met
kappen. En jullie, zusters, kapucijnernonnen, waar zijn jullie ? (tegen Clara) Ga de
anderen halen. (Clara gehoorzaamt en ze komen alle drie) Ja het zijn de
doodsklokken. Kom hier, kom. Zuster Claire van de Heilige Moederschap, Zuster
Céline van de menselijke Hemelvaart, Zuster Clémence van de oneindige
Onbevangenheid … Het zijn wel degelijk de doodsklokken. Klepper met de ratels,
stof het orgel af, slinger de wierookvaten, vang mijn tranen op in de heilige ampul,
neem de kaarsen en steek ze aan. (ze gehoorzamen) Maximiliaan is terug in
Wenen. Dood. (een tijdje) Wat, zuster Clara, u huilt ? Weet u echt niets beter te
doen ? En u, Clémence, kleine novice, u bidt ? (pauze) Eerwaarde Moeder Céline ?

CELINE Mevrouw ?

CHARLOTTE Ik weet dat u van mijn slag bent, kom hier. Dichterbij. Geef mij uw arm. Laten we
de lijkwagen volgen. Is dat wel degelijk de Keizer, in die kist ? Max, Babanini, de
tederste inborst. Is hij het wel degelijk ? Wees voorzichtig bij uw antwoord, weeg
het zorgvuldig af, ik zal het merken als u liegt. (pauze) Hoeveel wonden heeft zijn
lichaam ?

CELINE Zes, Mevrouw. Zes. De kogels die van dichtbij werden afgeschoten hebben hem
helemaal doorboord.

CHARLOTTE Exact ! Zes wonden, waarvan drie in de buik, één aan het hoofd. Hij had nochtans
gezegd : niet in het hoofd ! (pauze) En dan ?

CLARA Mevrouw, ik bid u.

CHARLOTTE (zonder haar te antwoorden, tegen Céline) Hebben ze zijn toilet gemaakt ? Zijn
baard gekamd, zijn haren ?

42

CELINE Ze hebben zijn baard voor drie vierden afgeknipt. En ook zijn haren.

CHARLOTTE Exact ! De dokters hebben de haarlokken verkocht voor vierentwintig dollar het
stuk.

CLARA Mevrouw, heb medelijden. Spaar ons ! Spaar ons !

CHARLOTTE Jij, huilebalk, hou je mond. Droog je tranen. Of nog beter, laat ze stromen in
beken, slaak kreten, leid de rouw, zoals de vrouwen daar ginds, in hun land gebrand
door de viezigheid en de zon ! Groot lamento voor de onfortuinlijke keizer van
Mejico ! (tegen Céline) Ga door.

CELINE Ze hebben ook zijn kleren verkocht. Ze hebben hem een uniform vol vlekken
aangetrokken, verschrikkelijke laarzen en handschoenen die ooit wit waren geweest


CLEMENCE (valt op haar knieën) Onze Vader die in de hemelen zijt …

CHARLOTTE (tegen Céline) En verder ?

CELINE Mevrouw, ik durf niet.

CHARLOTTE U, zuster Céline ? Vooruit … een kleine inspanning. Het is tenslotte toch maar één
van die keizers, aartshertogen, prinsen, groot, vrijgevig, subliem, superbe … Eén
van die gekroonde buffels, wiens dood de coyotes alleen maar blij maakt. (pauze)
Wel ?

CELINE Ik ben het vergeten. Ik ben het echt vergeten. Ik zweer het. (pauze) Ik kan het niet.

CHARLOTTE Maar ik kan het. Ik ben niets vergeten.

CLARA Ai ! (valt op haar knieën)

CLEMENCE Onze Vader die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam …

CHARLOTTE Door het bloed waarin ze hun handen hebben gedompeld.

CLARA Ai ! Ai !

CLEMENCE … uw rijk kome …

CHARLOTTE Hun handen en hun armen tot aan hun ellebogen, ze smeerden er zich mee vol, de
lijkbalsemers …

CLEMENCE … uw wil geschiede op aarde als in de hemel …

CLARA Ai ! Ai ! Ai ! Ai !

43

CHARLOTTE … terwijl ze zeiden : wat een wellust om zich te wassen in het bloed van een
monarch! (tegen Céline) Is het niet, zuster ? (Céline valt op de knieën)

CLEMENCE … geef ons heden ons dagelijks brood …

CHARLOTTE Het water der verbittering met het brood van de angst. Vlees en bloed van de
offerande. (pauze) En toen wilden ze zijn ingewanden voor de honden gooien.
Olé !

CLARA Aiiiiiiiiiii !

CLEMENCE … en vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren …

CELINE … en vergeef ons onze schulden … zoals wij proberen te vergeven … aan onze
schuldenaren …

CHARLOTTE Muera el toro18 ! Olé !

CLARA Aiiiiiiiiiii !

CHARLOTTE Ze hadden zijn ogen doen springen. In zijn oogkassen hebben ze de ogen van een
standbeeld gestopt : de Zwarte Maagd van de kathedraal. Twee gitzwarte knikkers
waar ooit zijn blauwe blik schitterde.

CLARA Ai ! Ai ! Ai ! Ai !

CHARLOTTE En toen is Juarez gekomen, hij is bij het kadaver komen staan en heeft gezegd : Dat
stinkt nog niet zo erg. (valt ook op de knieën)

CLEMENCE, CELINE, CLARA … verlos ons van het kwade … Amen.

CHARLOTTE Olé !

(stilte, tamelijk lang)

CHARLOTTE De vlaggen hangen halfstok, de trommels zijn gedempt. Men brengt hem tot aan
de crypte, de beruchte kelder, de opzichtige rottingsplaats van de Habsburgers.
Allemaal handenwrijvend achter zijn stoffelijk overschot ! In de witte januarinacht
dempt de sneeuw hun passen, bewierookt de adem van de levenden de dode. Waar
is Charlotte, zijn vrouw, waar is Carla toch, Carlota ? Spreek wat zachter, Carla is
weduwe, we zullen geen gebruik meer kunnen maken van haar bruidsschat, noch
van haar buik, Carlota is niet langer keizerin en Charlotte is zo dood, dat ze wel gek
lijkt. (pauze) Ze zal niet op een dag bij jullie komen slapen, kuikens rond
moederkloek Maria-Theresia, onder de monumentale opeenstapeling van jullie

18 Spaans, kreet uit het stierengevecht : dood de stier

44
bronzen graftombes. Weense gebakjes, rococo snoepjes, Kaiserschmarren19,
Gemütlichkeit20 ! (pauze) Ik hoor de klokken, de canon, het hoefgetrappel van
paarden. (ze staat recht, begeeft zich naar de deur, “speelt” de volgende scène,
terwijl de dienstboden geknield blijven zitten) Wie is daar, zegt de
kapucijnermonnik achter de deur, wie wil er binnenkomen ? - Het is Ferdinand-
Maximiliaan-Joseph, keizer van Mexico, prins van Hongarije en Bohemen, graaf
van Habsburg en prins van Lotharingen. - Die ken ik niet. (ze klopt opnieuw
driemaal, dit keer gebiedend) Wie wil er binnenkomen ? - Het is Ferdinand-
Maximiliaan-Joseph, keizer van Mexico, prins van Hongarije en Bohemen, graaf
van Habsburg en prins van Lotharingen. - Die ken ik niet. (ze klopt driemaal,
nederig) Wie wil er binnenkomen ? - Het is de arme zondaar Ferdinand-
Maximiliaan-Joseph - Dat de arme zondaar Ferdinand-Maximiliaan-Joseph
binnenkome ! (ze blaast de kaarsen uit) (LICHT UIT)

19 Oostenrijks Duits : ongerezen pannekoek met rozijnen
20 Duits, letterlijk : gemoedelijkheid (hier pejoratief bedoeld)

45

12.

Het is nog steeds nacht. Men onderscheidt Charlotte, achterin, bij het venster, en de dienstbodes,
slapend op de vloer. Plots, het geluid van een krachtige plensbui.

CLEMENCE (zet zich recht, luistert) Regen ! (ze schudt Céline, die het dichtst bij haar ligt, door
elkaar) Juffrouw Céline ! Juffrouw Céline ! Word wakker !

CELINE Wat, wat scheelt er ?

CLEMENCE Luister.

CELINE Nee, maar !

CLEMENCE Het regent !

CELINE Eindelijk ! Dat werd hoog tijd !

CLEMENCE (schudt Clara door elkaar) Tante !

CLARA Hè ? Wat gebeurt er ?

CELINE/CLEMENCE Het regent !

CLARA En daarvoor maken jullie mij wakker ? (pauze) Maar … maar … (springt recht)
Waar zijn we ?

CELINE ‘t Is waar …

CLEMENCE (neuriet) Het regent ! Het regent ! Het regent ! Het …

CLARA Vlug, sta recht. En jij, kleine zottin …

CLEMENCE … het regent, tante, het regent, wat een geluk. Het …

CLARA Stil ! Zie je dan niet waar je bent ?

CLEMENCE Waar ik ben ?

CELINE Bij de bazin, liefje. (pauze) Auw ! Mijn spieren !

CLARA Arme sukkel ! Spreek wat zachter. (wijst naar Charlotte) Ze slaapt.

CELINE Dat zal niet blijven duren.

CLARA We zullen haar op het bed leggen.

CELINE Zodat ze zeker wakker wordt ? Kom hier, Clémence.

46

CLEMENCE Auw ! Ik heb overal pijn. Oh la la !

CELINE Kom.

(Ze gaan de kamer uit, Clara gaat naar Charlotte, blijft even onbeweeglijk voor het venster, ademt
diep in. Het heeft bijna opgehouden met regenen.)

CHARLOTTE (wordt wakker) Lucht ! Eindelijk lucht ! Wat ruikt dat heerlijk !

CLEMENCE (voor het kelderraam, ze danst) Wat ruikt dat goed ! Hoe heerlijk fris !

CELINE (ademt) Wat een genot !

CLEMENCE (grote revérence) Ik groet de lucht en ik groet de regen. Het water dat alles
wegspoelt, de lucht die alles meevoert.

CHARLOTTE Het water zal het bloed wegwassen, Clara.

CLARA Ja, Mevrouw.

CELINE Nee, Mevrouw. Neen. Al het water van de hemel en de aarde kan het bloed niet
wegspoelen.

CHARLOTTE Het is de lucht die het bloed zo rood maakt. De goede zuivere lucht. Hoe zuiverder
de lucht, hoe mooier de kleur van het bloed. Is het niet, Clara ?

CLARA Dat weet ik niet, Mevrouw.

CHARLOTTE Wij, prinsen, wij hebben blauw bloed. Blauw als de zee bij Miramar. Als de Donau
in zevenenvijftig, als de heldere ogen van Max.

CELINE Blauw als de hijgende tong van een chow-chow, als de bedrieglijke vlam van een
dodelijk gas, als de gezwollen aderen van een oud mens. Blauw, moe, opgebruikt.

CHARLOTTE Ik ben heel moe, Clara.

CLARA Maar neen, Mevrouw.

CHARLOTTE Moe, beroofd van alles wat ik had. (pauze) Geen troon meer, geen man, geen
kind, geen rede, geen leeftijd. Zelfs geen leeftijd meer. Ik ben tijdloos. Mijn
Majesteit verbrokkelt, mijn Grandeur verschraalt, mijn Keizerlijke Gratie is aan
flarden.

CLARA Maar neen, Mevrouw.

47

CHARLOTTE Maar ja, Clara. (tegen de pop) Hoor je het, Max ? Jij, jij hebt gewonnen. Van
daarboven volgen je ogen me overal op deze aarde, overal hoor ik je stem. Max,
liefste …

CLARA Mevrouw …

CHARLOTTE Moge God erover waken dat men zich ons zal herinneren met droefheid, maar
zonder haat.

CLARA Mevrouw …

CHARLOTTE Herinner het nageslacht aan de mooie vreemdeling met de blonde haren.

CLARA Kom …

CHARLOTTE Ik zal zestig jaar op hem wachten.

CLARA Kom …

CHARLOTTE Het is nog nacht. Het zal altijd nacht zijn.

CLARA Maar neen, Mevrouw. Er is een licht schijnsel, ginder.

CLEMENCE Een licht schijnsel ? Waar ?

CELINE ‘s Morgens is het altijd zo. De lucht is nog zwart. En dan, opeens …

CHARLOTTE Ik zie enkel nacht.

CLEMENCE Plots, een straaltje.

CELINE Nauwelijks zichtbaar.

CHARLOTTE Nacht, alleen maar nacht.

CELINE … maar ze klimt, ze wordt groter.

CLARA Het wordt dag, Mevrouw.

CLEMENCE Het gaat dag worden.

CHARLOTTE Ik ben in het duister.

CLEMENCE De zon verschijnt aan de horizon.

CELINE Het is nog waar ook.

CLARA Zes uur, Mevrouw. Daar is de dag.

48

CELINE Zes uur.

CHARLOTTE In Mexico is het nacht. (pauze) De zon is ondergegaan in mijn rijk.

CELINE In haar rijk misschien. In het onze gaat ze op. (LICHT AAN)

De oorspronkelijk Franse tekst van dit toneelstuk, waarop deze vertaling gebaseerd is, werd in 1989 gepubliceerd bij de SPRL Les
Eperonniers, 57, rue des Eperonniers, 1000 Bruxelles.


Click to View FlipBook Version