De
Feniks
Contactblad Abdijgemeenschap Grimbergen
2015
INHOUD.............................................................................................................................................. 1 VOORWOORD................................................................................................................................... 2 DE KONINGIN EN IK....................................................................................................................... 3 AFSCHEID VAN KOMMETJIE........................................................................................................ 6
JUBILARISSEN
Pater Bart 50 jaar priester...................................................................................................... 9 Abt Erik is 25 jaar priester..................................................................................................... 12
IN MEMORIAM
Benedict Henk Diepstraten................................................................................................... 15
BENOEMING JEAN-MARIE............................................................................................................ 18
UIT HET ARCHIEF
Op zoek naar een oude abt.................................................................................................... 20
ZORG VOOR ERFGOED
Armen en vingers van engelen en heiligen......................................................................... 25
UIT HET AARTSBISDOM
Afscheid van aartsbisschop André-Joseph Léonard.......................................................... 27 Jozef De Kesel en het ‘grote verhaal’..................................................................................... 29
WENSEN UIT ROME........................................................................................................................ 31
ABDIJKRONIEKEN........................................................................................................................... 34
OOK DIT NOG...
Nieuwe keukenploeg abdij.................................................................................................... 44 Boek Abdijmensen................................................................................................................. 44 Vernieuwde website............................................................................................................... 45 Grimbergenbier in de prijzen............................................................................................... 45 Opgelet... werken.................................................................................................................... 46
AGENDA 2016.................................................................................................................................... 49 WIE IS WIE?........................................................................................................................................ 52 JAAR VAN DE BARMHARTIGHEID............................................................................................. 59
Verantwoordelijke uitgever : Abdijgemeenschap Grimbergen, Kerkplein 1, 1850 Grimbergen
INHOUD
VOORWOORD
Beste medebroeders, familie en vrienden,
15 november 1954 werd het initiatief genomen om te beginnen met een abdijtijdschri ‘De Feniks’.
En ja, op 1 januari 1955 vloog de eerste feniks uit.
Het was toen de bedoeling om de band met de abdij tussen buitenheren en missionarissen te verstevigen.
Geregeld verschenen er artikels van missionarissen en buitenheren, maar ook een woordje van de prelaat en de wederwaardigheden die in de abdij gebeurden.
Vele medebroeders hebben in de afgelopen decennia gewerkt en geschreven om telkens weer opnieuw de Feniks te laten uitvliegen.
Ook het formaat en de wijze van uitgeven is geëvolueerd. Van stencils naar copies, van schrijfmachine naar computer en het aanbrengen van foto’s de laatste jaren.
We leven vandaag ook in het digitale tijdperk en al verschillende jaren hee de abdij een website.
September laatstleden hebben we een nieuwe website op het web geplaatst. Zeker de moeite waard om even een bezoekje te brengen www. abdijgrimbergen.be.
Daar willen we meer en meer ook gebeurtenissen van medebroeders en wederwaardigheden die in en rond de abdij gebeuren op plaatsen.
Daarom willen we ook met de Feniks een nieuwe richting inslaan.
We willen eenmaal per jaar “De Feniks” in gedrukte vorm laten uitvliegen. Een aangenaam overzicht van het afgelopen jaar en opgefrist met mooie foto’s.
We hopen dat U veel leesgenot hebt.
De Feniks blij altijd weer opstaan en uitvliegen...
+ abt Erik De Sutter
2
DE KONINGIN EN IK
3
PATER MOHAN SAWHNEY KENDE KONINGIN FABIOLA VAN NABIJ
H. Swalens
Sinds juni 2003, en tot aan haar overlijden op 5 december 2014, reed pater Mohan Sawhney, zowat elke dinsdag naar paleis Stuyvenbergh in Laken, om er bij en met koningin Fabiola eucharistie te vie- ren. Dat gebeurde met de gepaste en gevraagde discretie, in die mate dat zelfs de medebewoners in de abdij er niet van wisten.
Pater Mohan was in 1996 benoemd tot onder- pastoor in Laken. In 1995 was hij al medewer- ker geworden van de Nederlandstalige katho- lieke zender radio Spes, die uitzendt vanuit de basiliek van Koekelberg. Bij die twee aanstel- lingen was monseigneur De Hovre betrokken, die toen verantwoordelijke was voor de Neder- landstalige pastoraal in Brussel, en die bevriend was met abt Wagenaar.
Pater Mohan verzorgt nog steeds elke avond om 21 uur op radio Spes een “avondwijding”, waar- voor hij teksten schrij of uitkiest, de muziek bijeenzoekt, en die hij ook zelf presenteert. (te beluisteren op FM 95.0 of, veel eenvoudiger, op het internet www.spes.be). Zijn opdracht bij de koningin zit er natuurlijk op.
Hoe is je “aanwerving” verlopen?
Ik wil meteen duidelijk maken dat ik nooit formeel aangesteld ben tot ho apelaan, of hoe je die functie ook wil noemen. Koningin Fabiola wilde graag elke dag een eucharistieviering bij- wonen thuis, zoals al het geval was toen koning Boudewijn nog leefde, en ze was op zoek naar
priesters die daarvoor in aanmerking kwamen. Haar secretaresse was ‘s zondags al eens naar de viering in de parochiekerk van Laken gekomen, en zij hee me opgebeld met de vraag “zou jij deze week alle dagen ‘s avonds de mis willen opdragen in Stuyvenbergh?” Dat was mevrouw Solange de Liedekerke, een dame die heel haar leven in dienst hee gesteld van de koningin
en die geleidelijk aan als het ware haar zus was geworden. Ik heb natuurlijk “ja” geantwoord, ben op de afgesproken tijd aan het kasteel gaan aanbellen en werd gewoon binnengelaten. Dat verbaasde me wel. Ze hadden natuurlijk wel vooraf discreet laten onderzoeken of ik wel mo- reel geschikt was.
Is er een huiskapel in Stuyvenbergh?
Neen. Stuyvenbergh is trouwens eerder een ruime villa dan een kasteel. De ruimte waar we eucharistie vierden was het vroegere bureau van koningin Elisabeth, de weduwe van koning Albert I (overleden in 1965). Het ging er heel informeel aan toe. De koningin las zelf de eerste lezing, zoals haar echtgenoot het voordien ook deed. Het kon gebeuren dat ze me voor of na
de viering vroeg wat die lezing, of bepaalde passages daaruit, eigenlijk betekenden. Ze deed ook de voorbeden, en ze stelde die zelf op. Dat kon een heel lange lijst worden van personen of gebeurtenissen waar we een gebed aan moesten wijden. Na die eerste week werd er een beurtrol opgesteld, want er waren nog priesters die ze had aangesproken. Ik kwam elke dinsdag, om
half acht ‘s avonds.
Heb je de koningin persoonlijk leren kennen?
Ongetwijfeld. Vaak bleef ze na de viering napra- ten, en zo heb ik haar diep gelovige geest kunnen ontdekken. Ze had een diep vertrouwen in God, maar een kwezel was ze niet, integendeel, ze was een sterke vrouw, van niets of niemand bang. Ze had ook niets van die donkere of sombere gedachten die men soms aan Spanjaarden toe- schrij , trouwens, iedereen hee kunnen mer- ken, zelfs tot op haar begrafenis, dat ze vrolijk en humoristisch uit de hoek kon komen.
Ze was ook geïnteresseerd in mijn persoonlijk leven. Je zou eens tijd moeten maken om me de geschiedenis van je vocatie (haar woord voor roeping) te vertellen, zei ze eens. Helaas is dat gesprek er nooit gekomen.
Ik heb op Stuyvenbergh veel gezien en geleerd van over veel te zwijgen. Wat daar gebeurde, wie er over de vloer kwam... Ze kreeg veel bezoek van haar Spaanse familie, sommigen kwamen daar hun vakantie doorbrengen. Dat waren heel jne, lieve mensen, met de positieve kenmerken die we aan de adel toedichten: mensen van een zekere klasse, maar met een groot hart, en ten dienste van anderen. Zo was de koningin ook. Ze was erg begaan met de kleine mensen, ze had voor hen tijd, geduld, en interesse over, dat had ze van haar man overgeërfd.
Ze was sociaal ingesteld.
Ze was de eerste koningin van België die er een eigen sociale dienst op nahield, ook na het overlij- den van Boudewijn. Er kwamen massa’s brieven bij haar toe, die lagen altijd uitgespreid op een lange tafel, en elke brief werd persoonlijk beant- woord. Meestal waren dat antwoorden waarin ze liet uitleggen door wie en waar de briefschrijvers hulp konden krijgen, maar met sommige vragen hield ze zich persoonlijk bezig.
Ze was zeker geen vaste klant op de Louisalaan! uis was ze niet veel met haar uiterlijk bezig; ik heb haar gezien met krulspelden (bigoudis) in het haar, gekleed in trainingspak en met baskets aan de voeten.
Met de tijd ging ze op zuiderse wijze om.
Echt punctueel was ze niet. Ik stuurde haar ieder jaar een persoonlijke kerstkaart, ze apprecieerde
dat. Elk jaar vind je iets anders, zei ze. Ik kreeg ook een schri elijk antwoord, maar dan rond de paastijd.
Het kwam voor dat de viering een kwartier, zelfs een half uur te laat begon. Mij stoorde dat niet, maar ooit vroeg ze me eerder te komen omdat ze naar de Koningin Elisabethwedstrijd moest, zij was daar voorzitter van. Die avond zouden ook Albert en Paola aanwezig zijn, en zij moest vol- gens het protocol het eerst aankomen. Ik denk niet dat het gelukt is, want er was in huis een lichte vorm van paniek (We gaan te laat komen mevrouw, haast u ... Ja maar, waar is mijn bril...). Ze had me toen voorgesteld om na haar vertrek te dineren met haar Spaanse familie, en dat heb- ben we ook gedaan. De rust was toen al weer neergedaald.
Wist jij hoe zwaar ziek ze wel was?
In 2009 had ze vijf weken in het Sint-Janszie- kenhuis gelegen met een zware longontsteking. Nadien is ze nooit meer echt goed geworden. Ze kon geen verre reizen meer ondernemen, want ze mocht niet op het vliegtuig. Ze is het laatst in ‘t openbaar verschenen op 31 juli 2013, in een rolstoel. Ze had het heel moeilijk, ze moest overal extra zuurstof bij zich hebben. Wat haar verschrikkelijk geraakt hee , is de felle kritiek op het “Fonds Persos”, de stichting waarin ze de eigendommen had ondergebracht die van haar Spaanse familie a omstig waren; ze wilde daar- mee aan haar familie teruggeven wat ze van hen ontvangen had, ik ben er ook zeker van dat ze dat gewetensvol geregeld had. Dank u dat u blij komen, zei ze in de laatste maanden. Ik moest haar de tekst van de lezing in het oor uisteren.
4
5
Ze wilde haar eigen begrafenis regelen, maar dat is niet helemaal gelukt.
Daar was ze al heel lang mee bezig, Ze wilde een heel eenvoudige begrafenis in Laken, in haar pa- rochiekerk. Ze wou ook niet in het paleis opge- baard liggen. Die wensen zijn niet ingewilligd. Maar haar kist stond wel op grond, zoals ze ge- wild had. En het laatste afscheidswoord was voor het personeel, de oude getrouwen uit Stuyven- bergh. Ik moet u iets zeggen, het zal voor dit jaar zijn, vertelde ze mij in de voorbije lente. Ik wil dat gij aanwezig zijt op mijn begrafenis. En in- derdaad, al had ik geen enkele o ciële functie, ik stond op de lijst, het paleis was op de hoogte.
Had jij tot het einde contact met de koningin?
De laatste twee weken was er geen eucharistie- viering meer, maar ik weet dat ze tot het einde helder gebleven is. De Spaanse familie was bij haar en ook prinses Margaretha van Luxemburg (de tweede dochter van haar schoonzus Josephi- ne- Charlotte), de nicht die haar het meest nabij was.
Tussen haar overlijden en haar begrafenis was er elke dag een eucharistieviering bij haar dode lichaam. Ik was er bij op woensdag, ze lag toen opgebaard in het paleis, in de open kist. Ik heb haar toen nog kunnen aanraken. Dat was voor mij een mooi en heel ontroerend afscheid.
Koning Boudewijn en koningin Fabiola waren op 15 april 1990 te gast in de abdij ter gelegenheid van de viering van de Paaswake.
GEMEENSCHAP VAN MANANTHAVADY NEEMT GRIMBERGSE PRIORIJ OVER
H. Swalens
Op 7 december 2014 zijn de gebouwen van de priorij Kommetjie, in de provincie West Kaap, Zuid-Afrika, overgedragen aan de priorij van Mananthavady, in de zuidelijke staat Kerala, India. De priorij is in de jaren vij ig van vorige eeuw gesticht door de Grimbergse Norbertij- nen, die ook heel die tijd de eigenaars en de ver- antwoordelijken bleven. Bij die overdracht zijn dus Europese, Afrikaanse en Aziatische Norber- tijnen betrokken. Abt Erik De Sutter leidde de plechtigheid en vertelt ons meer over de ge- schiedenis van Grimbergen in Zuid-Afrika.
Hoe is die geschiedenis ooit begonnen?
De bisschop van Oudtshoorn, monseigneur Hippel, hee in de vroege jaren 50 aan abt-generaal Hubertus Noots gevraagd of er ergens in een abdij van zijn orde priesters beschikbaar waren, want in Zuid-Afrika was
er een groot grote nood; en zo zijn ze bij de toenmalige abt Van Heesch van Grimbergen terecht gekomen. Bij ons was er op dat ogenblik een toevloed van roepingen, en dus stuurde de abt in 1951 drie medebroeders uit Grimber- gen naar het bisdom Oudtshoorn. Ze werden ingezet in Worcester, (een stad van ongeveer 80.000 inwoners in de provincie West-Kaap, 80 km oostwaarts van Stellenbosch). Ze bedienden daar een vij al parochies, waarbij je wel moet bedenken dat één parochie in Zuid-Afrika heel uitgestrekt is. Wanneer onze Norbertijnen hun parochie goed op orde gezet hadden verplaatste bisschop Hippel ze naar een andere plek om daar hetzelfde te proberen, en dat ze geen vaste woonplaats kregen maakte het voor hen niet eenvoudig. De toenmalige kardinaal Owen
Mc Cann, die aartsbisschop was van Kaapstad, hee hen dan drie plaatsen getoond waar ze wel een vaste woonplaats konden krijgen, en één daarvan was Kommetjie (Afrikaans voor kommetje, kleine baai). Die plaats ligt aan de Oceaan, zo een 40 kilometer zuidwaarts van Kaapstad, en ze behoort tot dat bisdom.
In 1967-1968 werd daar begonnen aan de bouw van de priorij die nu nog bestaat, ze werd afge- werkt in de vroege jaren ’70. Toch zijn er van- daag nog steeds drie Norbertijnen aan het werk in het bisdom Oudtshoorn, in de buurt van Worcester. Dat zijn Nazaire Vantomme, en twee Zuid-Afrikaanse Norbertijnen, Ashley Orgill en Francis Malaka.
In 1951 heerste de apartheid in Zuid-Afrika. Er waren drie soorten parochies: met blanke gelovigen, met kleurlingen, en met zwarten. Niettemin hebben wij met onze Grimbergse Norbertijnen altijd de drie kleuren bediend.
AFSCHEID VAN KOMMETJIE
6
7
De apartheidswetten zijn al in 1990 afgescha , maar de feitelijke toestand is nog grotendeels onveranderd. Zo ligt Kommetjie zelf in een overwegend blank gebied. Iets meer landin- waarts, zo een 5 kilometer oostwaarts, ligt Ocean View, dat in 1968 opgezet is als een wijk voor kleurlingen, en nog eens drie kilometer daarvandaan ligt Masiphumele, een township met haast uitsluitend zwarte bewoners. In die township hoor je vooral inlandse talen, in Kom- metjie en Ocean View spreken ze Afrikaans of Engels (er zijn 11 o ciële talen in Zuid-Afrika). De Norbertijnen bedienen een kerk in elk van die drie plaatsen.
Dat zijn geen plekken met een eeuwenoude geschiedenis.
Eén van de “stichters” van Kommetjie is een Italiaan, Joseph Rubbi, die als twintiger naar Zuid-Afrika emigreerde en eenmaal goed “gesetteld” de eerste vier huizen van Kommetjie bouwde, aan de Beach Road, in 1904: drie voor zijn vrienden en één voor hem en zijn echtge- note Ines, die hij intussen uit Italië was gaan halen. Eigenlijk dienden ze als buitenverblijf. Na zijn dood in 1946 liet Ines haar echtgenoot ter plaatse begraven, en nog later bouwde ze bij dat graf een kapel. Die kapel is uitgebreid tot parochiekerk, en daarnaast bevindt zich nu de priorij.
De priorij wordt in handen gegeven van de In- dische Norbertijnen uit Mananthavady.
Daar is een lange voorbereiding aan voorafge- gaan. Zelf had ik in 2004 bij een eerste bezoek aan de priorij de toestand ter plaatse leren ken- nen. De instroom van Afrikaanse jongemannen
in de priorij was beperkt. Dat is niet zo verba- zingwekkend, want in Zuid-Afrika is ten hoog- ste tien procent van de bevolking katholiek.
Prior Kavelaars was al in 2007 ernstig ziek, en een opvolger was moeilijk te vinden. Daarom hebben we van dan af hulp gezocht buiten Grimbergen, maar wel bij de Norbertijnen. Die hulp, in de vorm van ondersteuning of over- name, kon komen uit Amerika, of uit India. In 2009 was er, tussen twee algemene kapittels van de orde in, een bijeenkomst van de Norbertijn- se abten wereldwijd. Ik heb toen gevraagd aan Alois Anthanatt, die toen prior was van Manan- thavady: “we hebben in Zuid-Afrika gebouwen ter beschikking, maar geen mensen. Kunnen we samenwerken, en kunnen jullie op termijn de priorij overnemen?” Want bij hen is de situatie vandaag zoals ze in Grimbergen rond 1950 was: een toevloed van roepingen.
Uiteraard moest die vraag ook in Mananthavady besproken worden, en in 2010 kwam van daar een positief antwoord: we zullen in een eerste fase twee broeders sturen. Die zijn uiteindelijk in 2012 gearriveerd.
Er werken al heel wat Indische Norbertijnen
in Duitsland. Maar vonden ze ook kandidaten voor Zuid-Afrika?
Er waren zeker kandidaten die het wilden wa- gen. Vooral hun families waren terughoudend; begrijpelijk, want uiteindelijk waren die jongens niet in Mananthavady ingetreden met de bedoe- ling missionaris te worden in Afrika. Sebastian Pettapuzha en Vijil Joseph, zo heten ze, zijn dertigers. Ze hebben meteen het bestuur van de priorij overgenomen en ze zijn parochiepriester. Ze hadden zich eerst voor drie jaar geëngageerd, en ze hebben dat nu verlengd, de ene met drie, de andere met vijf jaar.
Krijgen ze nog versterking?
Ja, maar niet massaal. Wellicht komen er nog ten hoogste drie broeders bij de komende jaren. De bedoeling is niet om daar bijvoorbeeld een opleidingshuis te stichten. Er moet genoeg pas- toraal werk zijn, want, zoals gezegd, de katho- lieke kerk is niet sterk in Zuid-Afrika. Er komen ook nauwelijks spontane bekeringen voor. Mensen worden katholiek wanneer ze trouwen met een katholieke partner, (of ze houden op dat moment op katholiek te zijn).
Het ziet er wel een langzaam proces uit.
Kerkrechterlijk is die overdracht niet zo eenvou- dig, en we moesten ook een oplossing zoeken voor de medebroeders die er nu nog wonen.
Zij hebben zich nooit met de Indische priorij verbonden, maar met Grimbergen. Daarom blijven ze ook onder mijn verantwoordelijkheid werken.
Afscheid nemen van Kommetjie is wellicht een pijnlijke gebeurtenis.
We sluiten een hoofdstuk af van de geschiedenis van Grimbergen, en dat is spijtig. We hebben er toch heel wat middelen en mensen in geïnves- teerd; sommige van die medebroeders kende ik persoonlijk, want ze kwamen om de drie jaar op vakantie in de abdij. Maar met de resterende vijf broeders, van wie twee bejaard of hoogbejaard, konden we geen gemeenschap in stand houden.
Ik ben wel blij dat we het huis binnen onze orde hebben kunnen behouden. Als dat niet gelukt was, dan hadden we het aan het bisdom moeten overlaten of verkopen. Ook de parochianen in Zuid-Afrika vinden het goed dat er nog Norber- tijnen zullen blijven, het verhaal gaat verder. De Indische Norbertijnen leggen wel andere accen- ten dan wij, en zo waait er ook eens een nieuwe wind.
8
JUBILARISSEN
9
PATER BART 50 JAAR PRIESTER
“Tot elk goed werk bereid” H. Swalens
Van de 79 levensjaren die pater Bart al achter zich hee , bracht hij er 56 door in Grimbergen. Maar, vertrouwde hij ons ooit toe, als België tegen Nederland voetbalt, ben ik supporter van de Nederlanders. Wat bewijst, voor zover het nog nodig is, dat de ervaringen uit onze kin- dertijd ons leven blijven tekenen.
Die lange Grimbergse periode is verdeeld in 6 jaar opleiding, en 50 jaar priesterschap, en die halve eeuw vierden we op zaterdag 29 augustus, met een eucharistieviering om 14 u., en nadien een receptie in de abdijtuin
Bart Krijnen groeide op in Blaricum, in de buurt van Hilversum is dat. Het is een streek waar rijke Amsterdammers de vroegere boer- derijen hebben opgekocht en omgebouwd tot riante buitenverblijven. In die villa’s beginnen hun echtgenotes dan ondereen te intrigeren,
en zo ontstond de televisieserie over “Gooische vrouwen”, die door half Nederland werd be- keken. De zussen van Bart zijn ook Gooische vrouwen, maar dan veel degelijker, eenvoudiger en eerlijker. Zoals hun Norbertijner broer.
Je familie was thuis in Blaricum.
Zelfs in die mate dat we “erfgooiers” zijn. We behoren tot de oorspronkelijke bevolking van boeren en arbeiders. In Blaricum woonden protestanten, katholieken en onkerkelijken dooreen, ook in onze straat; maar de katholie-
ken hadden hun eigen scholen en hun eigen gemeenschapsleven.
Ik ben gedoopt op mijn geboortedag, dat was toen gebruikelijk. Mijn grootmoeder hee me naar de plaatselijke katholieke kerk gebracht,
de Sint-Vituskerk. Ik ging later naar de katho- lieke Sint-Bernardusschool, de enige gemengde school die ik ooit bezocht heb. Jongens en meis- jes zaten er wel elk aan “hun” kant in de klas.
Ik ben 7 jaar in de lagere school gebleven. We kregen er al van in het derde leerjaar Franse les. Bij het einde van de oorlog, die bij ons tot in mei 1945 duurde, was ik negen jaar.
Je was niet meteen voor het priesterschap be- stemd.
Na de lagere school ben ik naar het ULO ge- gaan, het uitgebreid lager onderwijs. Dat was in Laren, bij de broeders van Oudenbosch.
We leerden er vooral veel talen, ook wiskun- de, maar geen Latijn. Mijn vader wilde dat ik tekenaar zou worden op een architectenbureau, en ik ben daar ook een jaar mee bezig geweest. Maar intussen had ik het vaste besluit genomen dat ik priester zou worden.
Die roeping is heel geleidelijk tot stand geko- men. Ik was als kind al misdienaar, bijna elke dag van de week. Ik zong ook in het parochie- koor. Maar vooral was ik onder de indruk van de predicaties van kapelaan (in Vlaanderen : onderpastoor) De Jonghe. Een collega van hem kwam ook regelmatig bij ons over de vloer. Ik ben opgegroeid in een religieuze sfeer, maar niet alleen ik. In onze parochie waren toen wel een tiental jonge mannen die verlangden priester te worden, en onze pastoor, Jongerius, was trots op zijn “priesterzonen”.
Maar ik had geen letter Latijn geleerd, en dus zochten we naar een Latijnse school waar een jonge man van mijn lee ijd terecht kon. Dat werd Gemert, tussen Eindhoven en den Bosch. Omdat ik al talen gestudeerd had in het ULO, werd de studieduur voor mij ingekort tot vijf in plaats van zes jaar. Ik verbleef er in kosthuizen bij katholieke families, alleen tijdens de school- vakanties kwam ik nog thuis.
Wanneer ben je in Grimbergen aanbeland?
Dat weet ik heel exact : op 10 augustus 1959. Mijn vader hee me hierheen gebracht, samen met confrater Marius Rooyakkers. We zijn hier rond de middag toegekomen, en Piet Wagenaar, die toen novicemeester was, hee ons ontvan- gen. Ik had zelf niet expliciet voor Grimbergen gekozen, in feite hebben de toenmalige prelaat De Winde en de rector van het Klein Seminarie in Gemert dat ondereen geregeld. Zelf wilde ik alvast geen diocesaan priester zijn, en ook geen Benedictijn, want die moesten ’s nachts opstaan voor het o cie; maar verder had ik geen duide- lijke voorkeur.
Norbertijnen werden in die tijd nochtans ook vroeg gewekt.
En of. Onze levenswijze geleek erg op die van de contemplatieve monniken. Onze dag begon om half vijf. We hadden zeven uur nachtrust, want om half tien was het tijd om te slapen. Om 5 uur ’s morgens hadden we de metten, het ochtendo cie, en aansluitend daarop individu- ele meditatie, tot 7 u. Elke dag was er kapittel, maar we kregen ook een vieruurtje, samen dus vier maaltijden. Priesters, broeders en fraters mochten ondereen geen contact hebben, zelfs niet tijdens de recreatie.
Het was wel een heel streng regime.
Sommigen konden het ook niet aan en stapten op, maar ik had er geen probleem mee. In 1964 ben ik gewijd tot subdiaken, in het voorjaar 1965 tot diaken, en in augustus van hetzelfde jaar tot priester. Omdat ik ouder was dan 27, mocht ik al na mijn derde jaar theologie gewijd worden. Vooraf ben ik op retraite geweest bij de zusters Norbertinessen in Oosterhout, en nu, 50 jaar later, ga ik opnieuw in dezelfde priorij op retraite.
Meteen na je priesterwijding heb je een jaar in Antwerpen gewerkt.
Het was een soort stagejaar. Ik was werkzaam op de diensten van het ACW, de christelijke ar- beidersbeweging, en ik logeerde bij een familie Vingerhoets op de Amerikalei, in volle stads- centrum. In dat zelfde jaar heb ik ook nog cate- cheselessen gevolgd. In 1966 ben ik met prelaat De Winde op bedevaart naar Lourdes gegaan, en kreeg ik opdrachten in Beigem en Verbrande Brug. In Beigem was ik proost van de Chiro, en op de Brug deed ik vooral de weekendvieringen. Omdat de vaartbrug toen nog niet afgewerkt was hadden ze daar een kapel opgericht aan de Oostelijke oever, daardoor hadden ze ’s zondags twee priesters nodig. Tussen twee vieringen in ging ik altijd eten bij de plaatselijke bakker, Van Cappellen.
Je bent lange tijd in Humbeek bedrijvig geweest. In 1968, toen Jan Lauwers pastoor werd in Humbeek, werd ik er onderpastoor. Ik bleef wel in de abdij wonen, alleen de nacht van zaterdag op zondag logeerde ik in de pastorie. Ik had in die tijd een brom ets om me naar mijn pastora- le werkplekken te begeven. Ik heb in Humbeek in oktober 68 mee de Chiro opgericht, ik was er de proost van, en ook van KVLV, gepensioneer- den en Ziekenzorg. En niet te vergeten : ik was ook omroeper tijdens de thuismatchen van KFC Humbeek!
10
11
In 1980 ben ik opnieuw naar Verbrande Brug getrokken, en tot 1987 heb ik er pastoor Gaston Van den Eede bijgestaan. Ook daar was ik proost van een aantal verenigingen. Tegelijk had ik ook nog opdrachten in de abdij, als prior en econoom. Ik ben econoom gebleven tot 1998, en ik heb in dat laatste jaar nog de computer binnengebracht in onze boekhouding.
Pater Bart is ook tien jaar lang “pastoor Bart” geweest.
Dat was in de Borgt, tussen 1987 en 1997. Ze hebben me daar nog plechtig “ingehaald” als pastoor, en ook voor een huisje gezorgd. Ik had er veel hulp van de koster, Karel Van der Perren, en ook veel contacten met de zusters die toen de plaatselijke kleuterschool bestuurden. Ik ben ze verleden jaar nog gaan bezoeken in Vorselaar. In 1997 werd ik belast met de pastoraal in de rusthuizen van Heilig Hart en Ter Biest. Dat hee twaalf jaar geduurd, en het was voor mij een goede vorm van apostolaat. Sinds ik 75 werd heb ik ook geen verantwoordelijke taken meer hier in huis, en dus ben ik “met pensioen”. Maar, zoals je weet, priester ben je voor eeuwig, en dus help ik nog regelmatig waar er nood is, vooral voor weekendvieringen en uitvaarten. Een Norbertijn is immers “tot elk goed werk bereid”.
Maar je hebt meer vrije tijd dan vroeger. Wat doe je daarmee?
“Bartje reist graag!”. Ik kom net terug van een reis naar Normandië, georganiseerd door de Humbeekse OKRA . Goede sfeer, en aangenaam gezelschap. Ik ben ook al heel lang geïnteres- seerd in cursussen en vormingen waar je per- soonlijkheid en je relaties aan bod komen. Dat is begonnen in de tijd dat Marriage Encounter in de abdij werd georganiseerd. Ik wilde weten wat boven mijn hoofd gebeurde en volgde mee de cursus. Later is daar het aanbod van PRH bij- gekomen, “personnalité et relations humaines” (ze hebben ook een Nederlandstalige werking), en laatst nog de methode van de Mindfulness. Die trainingen hebben mijn leven ten goede veranderd, ik leef er positiever en gelukkiger door. Maar ook aan doktoren en kinesisten ben ik veel dank verschuldigd. Ze houden me al vele jaren t en gezond.
De jubileumviering, op zaterdag 29 augustus kreeg ook een Nederlands tintje, door de in- breng van het Millenniummannenkoor uit Zeist. Het nog jonge koor (opgericht in 1997) hee al diverse cd’s gemaakt met een repertoi- re dat varieert van klassiek/religieus tot opera, volkslied en musical en is zelfs al opgetreden in het Amsterdamse Concertgebouw.
ABT ERIK IS 25 JAAR PRIESTER
H. Swalens
Van heel wat mensen verloopt het leven langs lijnen van geleidelijkheid.
Geen onverwachte keuzes, geen sensationele wendingen. Zo verging het ook onze huidige abt Erik De Sutter – behalve dat hij priester werd; in onze tijd is dat niet zo vanzelfsprekend.
Abt Erik werd priester gewijd in 1990, hij vierde dit jaar dus een zilveren jubileum, en dit vierden we in de eucharistie van dinsdag 21 april, om 11 u. in de basiliek. Hij was (nauwelijks) 25 toen hij gewijd werd. De eerste halve eeuw van zijn leven is duidelijk voorbij, en daarover vertelt
hij een en ander en werpt ook een voorzichtige blik op de toekomst.
We mogen je een Brusselaar noemen.
Een Vlaamse Brusselaar, zoals ook mijn ouders. Ik ben geboren in Sint-Agatha-Berchem, mijn ouders hadden er een appartement. Wat later, toen mijn zus en ik opgroeiden, verhuisden we naar Sint-Jans-Molenbeek. Vader was bediende bij de Generale Bank, de Société Générale, mijn moeder stopte met haar job buitenhuis – in
een vestiging van de Nopri aan de Ninoofse- steenweg – om voor het huis en de kinderen te zorgen.
Ik ben nog opgegroeid in de tijd van de af- zonderlijke jongens- en meisjesscholen. Mijn lagere school was die van het Heilig Hartcollege in Ganshoren, de middelbare school volgde ik in Molenbeek in het instituut Vier Winden, bij de broeders van de christelijke scholen.
In de lagere school was ik geen hoogvlieger, en daarom vond het toenmalige PMS (het huidige CLB) dat ik maar beter niet naar een van de “moeilijke” Brusselse colleges zou gaan, zoals het Heilig Hart er een was. Mijn ouders hebben eenvoudig het advies van het PMS gevolgd. De ASO-school van Vier Winden was eerder klein, zo klein dat ze vandaag niet meer bestaat.
Ben jij “streng katholiek” opgevoed?
Mijn ouders waren geen kerkpilaren, maar
wel verbonden met de parochie. Onze kerk
was die van Onze-Lieve-Vrouw Middelares in de Zwarte Vijverstraat, en zij zongen er in het parochiekoor. We hielpen ook bij de jaarlijk-
se mossel- en pensenkermis van de parochie, indertijd een grootscheepse activiteit die twee parochiale zalen én de pastorie in beslag nam. De pastoor was Lode Sto els, een zeer sociaal voelend man. We hielpen hem om met Pasen en Kerstmis voedselpakketten te verdelen in de parochie en ook bij vroegere parochianen die elders gaan wonen waren, meestal in een home voor bejaarden.
Ik was geen lid van een jeugdbeweging, maar ik behoorde wel bij een groepje vrienden, ver- bonden met de parochie, die elke vrijdagavond samen gingen zwemmen. In onze puberjaren bleven we naar de kerk gaan, maar we zaten achteraan vooral ondereen te kletsen . Toch gooide de pastoor ons niet buiten. Die vrien- dengroep hee me mee “thuis” gehouden in de kerk. Ik ben ook in contact gebleven met pas- toor Sto els tot aan zijn overlijden.
12
13
Wanneer heb je de eerste keer gedacht “misschien kan ik priester worden”?
Ik zat in het vierde jaar humaniora en we gin- gen met de school naar een tentoonstelling over Benedictus, in de Sint-Pietersabdij in Gent.
Het was een its die door me heen ging : wat
ga ik later doen? Ik kan trouwen,maar ik kan ook alleen blijven en priester worden. Ik heb
die gedachte toen opzij gezet, en er ook tegen niemand iets van gezegd.
Maar in het laatste jaar middelbaar kwam ze terug, en toen wilde ik mijn roeping volgen.
Ik heb t aan mijn godsdienstleraar, Marc Cels, gevraagd : wat moet ik doen? Want ik had geen Latijnse gedaan.
Ik had voor mezelf al een aantal mogelijkheden geëlimineerd : de missies, het onderwijs, de jezuïeten ... niet voor mij bestemd. Marc Cels bracht me in contact met de Norbertijnen van Averbode, en ik vertelde daarover thuis.
Toen bleek dat mijn moeder hier in Grimbergen prelaat De Winde kende, en zij hee hem opge- beld. Ik ben hier in 1982 terecht gekomen, Piet Wagenaar was net tot abt gekozen als opvolger van De Winde. Ik kon even goed dicht bij huis in Grimbergen Norbertijn worden als in Aver- bode.
Na je laatste humaniorajaar ben je meteen ingetreden.
Al direct na het eerste weekend dat ik hier door- bracht, Allerheiligen 1982, zei ik thuis : dit is het, wat ik zocht. Nadien heb ik nog één enkel jaar buiten de abdij doorgebracht, dat was na mijn priesterstudies, tijdens mijn legerdienst
in Brasschaat, als aalmoezenier bij drie kleinere legereenheden. Het leger is erg hiërarchisch, wat ook inhoudt dat o cieren, ondero cieren en soldaten er een eigen territorium hebben. Ook in de zin dat o cieren niet zomaar bij de lagere echelons binnenvallen. De aalmoezenier is de enige die op de drie plekken welkom is, en dat hee me heel positief getro en.
Toen ik priester gewijd werd was ik 26. Na een jaar noviciaat heb ik zes jaar lang de gezamen- lijke opleiding voor Averbode, Grimbergen en Postel gevolgd. Die studies bleven ingekaderd in het abdijleven, alleen de eerste drie dagen van de week zaten we op de schoolbanken. In de abdij hee confrater Spillemaekers me twee jaar lang Latijn geleerd, elke donderdag – al was dat strikt genomen niet nodig voor de opleiding.
Je hebt een aantal pastorale opdrachten gehad, maar je bent op jonge lee ijd abt geworden. Dat was in 2004, ik was veertig en ik vond me zelf ook jong, ik was op dat ogenblik ook de jongste abt in Vlaanderen. Prelaat Piet Wage- naar was 75 geworden en nam ontslag. We hadden de ambtswissel in huis voorbereid, en we lieten ons daarbij begeleiden door de prelaat van de abdij van Berne in Nederland. In het kader daarvan hadden we al een geheime voor- keuze georganiseerd, waaruit bleek dat mijn naam werd genoemd.
Ben jij iemand die graag de leiding neemt?
Er zijn verschillende vormen en stijlen van leiderschap. Ik beschouw mezelf niet als een autoritair gezagvoerder, wel als iemand die ver- antwoordelijkheid wil nemen. Als abt vertegen- woordig je de gemeenschap, en in Grimbergen ook een instelling met een wijde bekendheid en een rijke geschiedenis. Die representatieve aspecten van het ambt zijn meestal aangenaam. Maar we krijgen geen nieuwe roepingen, en de kerk staat voortdurend bloot aan kritiek, dat
is een stuk moeilijker te dragen. Het antwoord op die crisis komt niet van ons allen maar toch : welke toekomst is er voor Grimbergen? Daar maak ik me wel bezorgd over.
Waarom zijn er zo weinig roepingen, denk je?
We leven in een tijd van Godsverduistering, het bestaan van God is compleet weggeëbd, naar de achtergrond verdrongen. Jonge mensen blijven fysiek afwezig uit de kerk. Wat je niet ziet ken je niet. Het voorbeeld van ouders en van oudere priesters was voor mij doorslaggevend, maar jonge mensen zien zulke voorbeelden bijna niet meer. Bovendien vragen we aan priesters een levenslang, blijvend engagement. Daar zijn de meeste mensen tegenwoordig bang voor, ze wil- len op elk moment een nieuwe richting kunnen inslaan met hun leven.
Ook samenleven en alles delen in één huis blijkt tegen de tijdsgeest in te gaan, want we willen liever zoveel mogelijk individuele, eigen keuzes maken.
Wat moet de abdij blijven betekenen, voor
de gelovigen, en voor de samenleving zonder meer?
We moeten een open en gastvrij huis blijven. Het gastenverblijf kunnen we helaas niet aan- passen aan de regels inzake brand- en voedsel- veiligheid; een gastenverblijf met overnachting valt onder de horecawetgeving, maar we kun- nen nu eenmaal geen hotel uitbaten. Maar we stellen wel ruimtes als de Ost- en de Batenburg- zaal ter beschikking, en er zijn heel wat groepen die ons weten te vinden, ook van buiten Grim- bergen.
We krijgen veel vragen om in de pastoraal bij
te springen, en we zijn daarin ook heel actief, vooral in parochies. Soms houden we de boot af, want we moeten ook nog een gemeenschaps- leven behouden. We besteden veel zorg aan de vieringen hier in de abdij, en daar krijgen we goede reacties op.
We blijven ook nauw verbonden met het dorp waarvan we de naam hebben overgenomen. We zijn de abdij “van Grimbergen”. En we willen een bijdrage blijven leveren om die naam te verbinden aan positieve waarden.
14
IN MEMORIAM
15
BENEDICT HENK DIEPSTRATEN 1927-2015
Henk Diepstraten is op 5 mei 1927 geboren in het Noord-Limburgse Heerlen (Nederland) Omdat hij zich aangetrokken voelde tot het leven als Norbertijn, kwam hij zich presenteren in onze abdij op 16 augustus 1948. Prelaat van Heesch aanvaardde hem en gaf hem het wit-
te ordeskleed op 14 september en gaf hem de kloosternaam Benedictus, uit eerbied voor onze medebroeder missionaris Benedictus van Wet- ten, die twee maanden voordien gestorven was.
De jonge Benedict maakte zijn noviciaat in onze abdij en begon in zijn tweede jaar aan de studie van de loso e. Hoewel hij klein was
van gestalte, had hij een scherp verstand . Hij was goedlachs en hield zich tijdens de recreatie graag bezig met schaken en dammen, terwijl hij met zijn onafscheidelijke pijp voor de nodige rook en damp zorgde. (Niet altijd tot blijdschap van zijn medebroeders). Tegen het einde van zijn theologie begon hij steeds meer te spreken over de missie. Hij had immers tijdens zijn stu- diejaren het afscheid mee gemaakt van de eerste 3 missionarissen die in 1951 naar Zuid Afrika vertrokken.
P. Wagenaar em.-abt
Prelaat van Heesch steunde hem in zijn mis- siedroom en nodigde voor zijn priesterwijding Mgr. Bruno Hippel uit, de bisschop van Oud- shoorn in wiens bisdom onze missionarissen werkten. (Worcester). Na zijn priesterwijding was Benedict niet meer te houden. Terwijl hij een jaar op zijn visum moest wachten, begon hij in de verschillende parochies van onze con- fraters te preken voor “zijn missie”. Hij zocht contact met ‘missienaaikringen’ en ateliers waar gewaden gemaakt werden en verzamelde on- dertussen ko ers vol benodigdheden voor zijn toekomstig werk.
Eindelijk kwam dan de dag van zijn vertrek op 9 mei 1954. Per boot vertrekt hij vanuit Hoek van Holland. Heel toevallig was prelaat van Heesch op 23 april van dat jaar voor het eerst van zijn leven naar Zuid-Afrika vertrokken als aalmoe- zenier van “De Waterman”, wat hem de moge- lijkheid gaf om zijn confraters te bezoeken.
Als Benedict na een lange bootreis in Kaapstad aankomt, staat de prelaat, samen met Mgr. Hip- pel en de missieoverste Waltman Smeets, hem op te wachten.
Dat maakt de kennismaking met het nieuwe land een stuk gemakkelijker.
Kort na zijn aankomst in Worcester vertrekt Benedict naar Basutoland omdat de missie dringend iemand nodig hee om de talen van de zwarte mensen in hun gebied te kunnen spreken. Benedict leerde daar op een jaar tijd Xosa en Sesuto, de meest gesproken talen van de zwarten in de Kaapprovincie. De jonge mis- sionaris doet daar veel ervaring op en zal deze talen in zijn verdere leven dikwijls gebruiken, vooral ook in de liturgie.
Eenmaal teruggekeerd in Worcester bij zijn confraters, wordt hem de zorg over een zwar-
te township, Zweletemba, toevertrouwd. Een van zijn eerste taken is voor de jeugd zorgen. Hij was in zijn eigen jonge jaren bij scouting geweest en kende heel wat technieken, knopen maken en sjorren enz. Het duurde niet lang voor hij een scoutsgroep had opgericht. De missiekring van Grimbergen hielp hem en zond hem wat de groep nodig had voor uniformen enz.
Enkele jaren later, terwijl prelaat De Winde daar zijn eerste bezoek bracht, braken er rellen uit in
de wijk Zweletemba en brandde zijn kerkje af. Voor Benedict een akelige ervaring. Gelukkig hee onze kleurling- broeder Norbert ervoor gezorgd dat hij er een mooiere en grotere kerk voor terugkreeg.
Toen in 1973 onze confrater Hubert van Cut- sem verongelukte bij de bouw van een nieuwe school in De Doorns, werd aan Benedict ge- vraagd of hij de parochie van De Doorns wilde overnemen. Dat werd een serieuze verande- ring in zijn leven. Waar hij tot nu toe altijd in de gemeenschap van Worcester gewoond en geleefd had, kwam hij nu alleen te wonen en moest hij voor zichzelf zorgen. De parochie van De Doorns ligt op een 4O km. van Worcester. Gelukkig voor Benedict was het feit dat zijn vroegere akela van de scoutsgroep in Zwele- temba bereid was met hem mee te gaan en voor hem en zijn pastorie te zorgen. Aan Dolly hee Benedict heel veel te danken. Zij was niet alleen een goede en trouwe huishoudster, ze hielp hem ook in zijn pastorale taak, niets was haar teveel. De Doorns is een arme zwarte wijk. Het kerkje, niet meer dan een kleine oude schuur lag in die dagen ver buiten het dorp. Als pastorie woonde hij in een oud versleten huis van een vroegere ambtenaar.
In de jaren dat Benedict pastoor was in de Doorn is er een serieuze instroom van zwarte mensen uit Afrikaanse landen geweest. Rondom de kerk zijn er duizenden hutten en primitieve huisjes gebouwd. Onvoorstelbaar als je er na jaren terugkomt. Het bisdom Oudtshoorn hee ondertussen een nieuwe kerk en ook een een- voudige nieuwe pastorie gebouwd.
16
17
Maar de gezondheid van Benedict liet stilaan veel te wensen over. Hij bleef voor zijn mensen zorgen, maar het werd steeds moeilijker. In zijn oude combi, waarin hij een beter zicht had op de weg, moest Dolly hem elk kruispunt en elke hindernis aanduiden... het ging niet meer. De missieoverste zag een goede oplossing. Hij stel- de hem voor om naar de priorij in Kommetje te komen en bood hem een kamer met buitenge- woon mooi zicht op de Atlantische Oceaan. Het was of de Voorzienigheid alles had voorzien. Dolly werd kort daarna ziek en is in het zieken- huis van Worcester overleden. Benedict voelde zich na enkele dagen de koning te rijk. Een ka- mer met een uitzicht waar je nooit op uitgeke-
ken geraakt, een goede en hartelijke verzorging bij zijn confraters, zijn dagelijkse sigaretjes (de pijp had hij enkele jaren laten liggen) en regel- matig bezoekjes van vrienden van de priorij die allemaal zijn vrienden waren geworden. En zijn humor hee hij nooit verloren!
Op 16 juli 2015 is hij rustig ingeslapen in de priorij van Kommetje .
Dit was het leven van Benedict Henk Diepstra- ten. Een Norbertijn die 61 jaar van zijn leven gegeven hee aan mensen van Zuid Afrika van welke kleur ook.
BENOEMING JEAN-MARIE
PORTRET PASTOOR JEAN-MARIE D’HOLLANDER
R. Mertens in Publidelux
De benoeming van een priester is tegenwoordig heel uitzonderlijk. Op 1 september 2015 werd Ramsdonk verblijd met de geruisloze intrede van een nieuwe pastoor, nl. Jean-Marie D’Hollander een Norbertijn uit de Abdij van Grimbergen. Jean-Marie hee voorlopig Ramsdonk en Kapelle-op-den-Bos onder zijn hoede, de tweede deelgemeente Nieuwenrode nog niet omdat daar de pastoor nog actief is.
De o ciële aanstelling als pastoor en zoneploeg van de entiteit bestaande uit de drie gemeen- ten kan pas gebeuren na de erkenning van de pastorale zone Kapelle-op-den-Bos door het bisdom. Feit is dat Kapelle, Ramsdonk en Nieuwenrode met Jean-Marie een priester uit de duizend in hun midden hebben omdat hij over alle grenzen heen voor de gemeenschap zal zorgen en waar de mensen de eindverantwoor- delijkheid dragen. Voor Jean-Marie zijn priester- roeping volgde, had hij al heel wat weg afgelegd, onder andere in het basisonderwijs in Asse- Mollem waar hij als schoolmeester tien jaar les gaf.
Geboren Gentenaar, dat is al
De nieuwe pastoor hee in het geheel geen probleem met de wijze van aanspreken. Er zijn drie mogelijkheden: mijnheer pastoor, pater of Jean-Marie, het maakt niet uit zei de nieu- we herder. Hij woont voorlopig nog in de Ab- dij van Grimbergen omdat de pastorij van Ramsdonk - gebouwd in 1639 - zowel bin- nen als buiten dringend aan restauratie toe is.
Plannen om de restauratie te doen zijn er, maar de nodige vergunningen voor dergelijk oud geklas- seerd gebouw laten op zich wachten. Ook moet men rekening houden met het nancieel plaat- je dat aan dergelijke verbouwing hangt. Eens de restauratie een feit wordt het gebouw een pasto- rie met een dubbele ruimte voor het archief van de kerkfabriek en een ruimte om mensen te ont- vangen. Jean-Marie werd 59 jaar geleden in Gent geboren, maar verhuisde enkele maanden na zijn geboorte naar Asse waar hij samen met zijn zuster zijn jeugd sleet. Deze laatste immigreer- de in 1998 naar Spanje waar zij in de streek van Alicante een restaurant uitbaat. De verhuis van Gent naar Asse was van moeten omdat zijn va- der, die bij de rijkswacht diende, naar Asse werd gemuteerd. De jeugd van Jean-Marie was niet an- ders dan deze van de kinderen van zijn tijd. Feit was dat een gemeente zoals Asse meer mogelijk- heden bood aan speelruimte ten overstaan van een stad. Hij vertelde dat hij nooit echt katten- kwaad hee uitgehaald en zich bezig hield met allerlei spelletjes. Elke jeugdgeneratie hee zijn eigen belevenissen, zijn eigen muziek, zijn gro- te en minder grote kanten. Voetbal was aan hem niet besteed, wel zwemmen en etsen als wieler- toerist en die twee ontspannende sporten vindt hij nog altijd leuk. Spijtig dat de tijd ontbreekt, maar vast staat dat men de pastoor van Kapelle wel eens in het plaatselijk zwembad zal tegenko- men, als het werk dat voor hem ligt gedaan is.
Studeerde graag...
Na de kleuterschool begon het grotere werk in de lagere school, nadien bij de Broeders O.L.V. in Oostakker, de Middenschool Missionarissen Heilig Hart en de Rijksnormaalschool te Laken waar hij het diploma van onderwijzer behaalde.
18
19
Tien jaar gaf hij met volle overtuiging les in het basisonderwijs tot de roep naar een geestelijke verantwoordelijkheid te sterk werd. De roep naar geestelijk werk werd niet beïnvloed door zijn oom die broeder was in de christelijke scholen, want, zei Jean-Marie, wij hadden geen contact met hem. In 1990 werd Jean-Marie opgenomen in de Norbertijner Abdij van Grimbergen. Het was een totaal andere wereld waarin Jean-Marie zijn weg moest zoeken en waar hij zich met vallen en opstaan doorheen sloeg. In 1997 werd hij tot diaken gewijd en een jaar later tot priester. Jean-Marie werd pastoraal actief, eerst als medepastoor en nadien als pastoor in o.a. Verbrande Brug, Borgt, Molenveld en Kassei- Vilvoorde. Wanneer deze federatie werd op- geheven werd hij aalmoezenier in Jette en me- depastoor in Ganshoren-Koekelberg. Met zijn aanstelling in de nieuwe pastorale zone Kapelle- op-den-Bos is Jean-Marie D’Hollander de Norbertijn uit de Abdij van Grimbergen tevreden. Een totaal nieuwe uitdaging die hij met volle overtuiging aanpakt en waar hij sa- men met de zoneploeg er voor zal zorgen dat het parochiaal leven wordt gedragen. Het is een hele verantwoordelijkheid zowel op nancieel, economisch, pastoraal als liturgisch vlak. Waar- op de nieuwe pastoor sterk aandringt is een ge- meenschap vormen bestaande uit de hoofd- en deelgemeenten waar de eindverantwoordelijk- heid gedragen wordt door de gemeenschap. In de eerste plaats moet aandacht gaan naar de mensen die ziek zijn, alleen staan of in rouw zijn. De jeugd en jeugdverenigingen zullen on- der zijn beleid op alle gebied aandacht krijgen, inbegrepen een verzorgde liturgie. Hieronder verstaat hij eucharistievieringen waar de sa- menzang een zekere band schept. Die band zal zeker gesmeed worden met de kerstvieringen in het vooruitzicht waar Jean-Marie zal zorgen dat het een gemeenschapsviering wordt. Over de recente gebeurtenissen in Parijs drukte hij zijn droe eid uit en sprak de hoop uit dat dergelijke onmenselijke daden niet meer zouden gebeu- ren. De nieuwe pastoor is al geconfronteerd met een eerste probleem, de Sint-Joze ring waar hij samen met de werkgroep een nieuwe doorstart wil tot stand bren gen. Jean-Marie zegt dat men gezamenlijk achter de werkgroep moet staan, helpen en ondersteunen om een blijvend karak-
ter te scheppen wat betre een parochiaal cen- trum. Een gemeenschap als Kapelle-opden-Bos hee nood aan een Parochiaal Centrum. Het is het cement van het parochiaal leven. Wat het pa- rochiaal leven betre , daar zal Jean-Marie voor zorgen dat het optimaal verder gaat of een stuk beter. De nieuwe pastoor is er reeds verschillen- de malen in geslaagd een eucharistieviering op te dragen voor een volle kerk. Zo waren er plaat- sen tekort tijdens de misviering op 11 november, het Sint Martinusfeest of de patroonheilige van de Ramsdonkse kerk. Ondertussen zullen de inwoners gemerkt hebben dat het Parochieblad een nieuwe lay-out hee . Het kreeg een nieuwe look, het is aantrekkelijker geworden, kortom een blad waar men naar uitkijkt, besloot pastoor D’Hollander.
OP ZOEK NAAR EEN OUDE ABT
H. Borremans
UIT HET ARCHIEF
De zoektocht is bijna tachtig jaar geleden begonnen. De verre oorzaak om op zoek te gaan ligt honderdvij ig jaar vroeger, nog voor de Franse Revolutie (1789). Het gaat om Cornelius de Kempeneer, die zeshonderd jaar geleden abt van Grimbergen werd (1416-1446). Niet hij- zelf, maar zijn portret hee een aantal mensen, niet alleen abdijbewoners, jarenlang bezigge- houden. In het abdijarchief bevindt zich de neerslag daarvan: er is veel inkt gevloeid.
geen de Kempeneer voor, dat was toch abt Persoons? Zo staat het althans op de achterkant van het kleine houten paneel (31,8 x 19,8 cm): ARNOLDVS PERSOENS ABBAS GRIMBER- GENSIS OBVT ANNO 1509.
Het begon in de herfst van 1936 met het bezoek van een echtpaar uit Den Haag aan de abdij van Grimbergen. Hun bijzondere interesse ging uit naar één schilderij, een portret van abt Corneli- us de Kempeneer. Hij was een verre voorvader van de man, Jacob Ursel de Kempenaer, zoals bleek uit documenten in het familie-archief in Nederland. Uit enkele korte brieven aan D.J. Delestré die hen in de abdij ontvangen had, ver- nemen we meer. Op 4 december 1936 schrij de heer J.U. de Kempenaer: “Gister heb ik aan U afgezonden een foto van de schilderij voorstel- lende Cornelius de Kempenaer, welke schilderij een copie is, die 150 jaar geleden gemaakt werd na het origineel in Uwe abdij aanwezig”. Om
dat origineel te zien, waren zij naar Grimbergen gekomen, maar zij kregen het niet te zien, het was immers in de abdij niet bekend.
De verrassing bij pastoor Delestré moet groot geweest zijn toen er uit de enveloppe uit Den Haag een mooie foto te voorschijn kwam. Dàt portret hing altijd al in de abdij, maar dat stelde
Voor- en achterkant van het abtsportret in Grimbergen
Houten paneeltje (31,8 cm x 19,8 cm) Foto’s uit 1950
D.J. Delestré had in 1924 een korte briefwisse- ling gehad met een zekere Edouard Michel uit Brussel, correspondant ici de la Gazette des Be- aux Arts de Paris pour la Chronique des Arts en auteur van een kleine gids over Belgische abdij- en. Hij schreef dat hij in Parijs hetzelfde portret présumé de l’Abbé Persoens had gezien als een portret dat zich in Grimbergen bevond en dat Pl. Lefèvre, o. praem., beschreef in zijn stu-
die over portretten. Bevond het zich daar niet meer? Was er een kopie van gemaakt? Hij gee een nauwkeurige beschrijving van het schilde- rij in Parijs en het komt volgens hem en tous points overeen met het portret in Grimbergen. Bovendien beweert hij dat ook het opschri op de achterkant identiek was.
20
21
Wat hij gezien had, leek hem een mooi werk- je, misschien een goede kopie van een mooi origineel. Hij beloo een foto uit Parijs mee te brengen en hij is zeker in Grimbergen geweest. Hee D.J. Delestré ook een foto gezien? Dat komen wij helaas niet te weten. Hij hee aan J.U. de Kempenaer wel verteld over het schil- derij in Parijs, want nog in 1936 stelt die in een brief de vraag in welk museum in Parijs het schilderij hangt. De vraag is blijkbaar niet aan Edouard Michel gesteld, maar wellicht was die man intussen van het toneel verdwenen. J.U. de Kempenaer schrij - met een foto van de kopie in Nederland - in 1938 acht Parijse musea aan. Hij krijgt evenveel negatieve antwoorden en stuurt ze later door naar Grimbergen.
Dan komen de oorlogsjaren en het contact valt stil.
Kopie bewaard in Nederland
naar het origineel in Grimbergen Wapen van abt de Kempeneer (links boven) en onderschri toegevoegd
(40 cm x 25 cm)
Foto uit 1936
In oktober 1950 is J.U. de Kempenaer met zijn gezin nog eens naar Grimbergen gekomen en deze keer hee archivaris Joseph De Meyer hen ontvangen. Onmiddellijk begint tussen beiden een drukke correspondentie die vijf jaar zal duren. In 1961-1962, na een laatste bezoek aan Grimbergen, is het contact enige tijd hervat. De Meyer was zo vriendelijk ook een doorslag van zijn getypte antwoorden in het archief te bewaren.
In een dankbrie e na zijn eerste bezoek in 1936 had J.U. de Kempenaer reeds geschreven “De correspondentie tusschen uwen pastoor Van Olme en mijn bet-overgrootvader in de jaren 1786-1788 zal ik later copieren. Het zijn 14 brie- ven dus daar gaat wel wat tijd mede gemoeid;
u zult derhalve daarmede iets geduld moeten hebben”. Nu maakt hij werk van die belo e:
hij begint eind 1950 de oude brieven over te schrijven en de kopies komen snel na elkaar in Grimbergen toe. Daaruit leren we dat zijn bet- overgrootvader, de heer Pieter Pama de Kem- penaer, in de zomer 1787, vanuit Amsterdam op doorreis in Brabant, Grimbergen bezocht hee . Daarna stuurt E.H. Jacobus Joannes Van Olm, die hem in de abdij te woord had gestaan, een extract o memorie van Eerw. Heer Cornelius de Kempenaer voortijts abt van ons klooster.
In de tweede brief luidt de aanspreking al “Wel Edelen Heer en alderliefsten vriend”, wat typisch is voor de hooggestemde, romantische toon van al de brieven van J.J. Van Olm. Hij bedankt voor de thé die hij hee ontvangen en die hij hee genoten met de abt, die na zes jaar afwezigheid net in de abdij was weergekeerd. Hij stelt een wederdienst in het vooruitzicht en doet enthou- siast een voorstel om bij een volgende reis een goed rijtuig met vier goede paarden nagenoeg gratis ter beschikking te stellen, of liever hem daarmee in Antwerpen af te halen en hem zelf een paar weken te vergezellen door Brabant en Vlaanderen. Hij hee met de abt de oude en geheyme archieven naergesien aangaande abt Cornelius en diens ouders en meldt het resultaat. In de brief van 20 april 1788 schrij hij: “Daerenboven hebbe oock gevonden een seer oude schilderije die sijn portrait verbeelt.”
De brieven uit Nederland zijn in Grimbergen niet bewaard, maar de vraag om een kopie van dat portret kon niet uitblijven. Inderdaad, in een brief van 20 juli 1788 laat Van Olm - alweer zeer enthousiast - weten dat het wel in orde komt, “ick laete mij voorstaen dat U door g’heel Hollant en elders geene betere occasie en zal vinden om ‘t e ectueren, hetgene ick actuel heb doen doen door eenen discipel van eenen der vermaertste meesters van g’heel t’Nederlant, aen wie ick eenige kennisse hadde”. Hij stelt een termijn van twee maanden voor de levering van het schilderij in het vooruitzicht. Voordat de brief verzonden is, slaat hem de schrik om het hart als hij hoort dat de prelaat een speelreijsje naer Hollant gaat maken. In een PS vraagt hij, voor het geval de Kempenaer de prelaat zou ontmoeten, “van geen gewagh te maecken van eenige gedenckenisse o memorie en nogh veel minder van t’ portrait want hebbe dat in stilte gedaen, mits ick daervan geen part willen geven om reden, waervan naerder bij monde”.
Voorzijde van zilveren penning met wapen van abt de Kempeneer
Foto uit 1950
Al eerder had Van Olm nogal geheimzinnig gedaan, hij blij hopen op een ontmoeting met P.P. de Kempenaer om hem mondeling een en ander toe te vertrouwen. De gedenckenisse of memoriale-schenck was een zilveren penning met het wapen van abt de Kempeneer en op de keerzijde dat van Pieter Pama de Kempenaer, die hij hee laten graveren als blijk van vriend- schap. J.U. de Kempenaer schrij dat hij de penning, in feite een zeer dun plaatje met een doorsnede van 5 cm, in zijn bezit hee en stuurt
een foto ervan naar Grimbergen. De memorie slaat op gegevens uit het archief en met t’ por- trait, de kopie van het schilderij, loopt het niet vlot. In verscheidene brieven kwam de woeli-
ge tijd en het verzet tegen de centraliserende hervormingen van de Oostenrijkse keizer Jozef II al ter sprake. Nu had de schilder de patriotten vervoegd in de opstand tegen de keizer en in soo geval men kan niet gedient worden. In zijn brief van 5 februari 1790 weidt J.J. Van Olm uit over de ongelijke strijd: “onse vaders moesten wijcken en sigh gansch ten onderen geven aen de vreede dwinghelandije van het gouverne- ment en om de alvernielende clauwen van den woedenden arent te ontkomen het lant ruymen”. Prelaat Maras, die in de Staten van Brabant zetelde, en de andere heren Staten waren op
de vlucht, de abdij werd bezet door keizerlijke soldaten en gesekwestreerd. De keizer stierf in februari 1790. Van Olm kon niet vermoeden dat de rust van korte duur zou zijn, hij beloofde het dickwils gemelt portrait nu snel te bezorgen en verzocht zeer beleefd om een proe e taback over te sturen.
Op het laatste korte brie e van Jacobus J. Van Olm, verzonden uit Antwerpen op 30 mei 1808 naer eene lange stilswijgentheyd, dat is 18 jaar na voorgaande, stond onderaan: met een schilderije. Eindelijk het zolang beloofde portret? Of een ander schilderij uit de abdij?
Hij rept er in de brief met geen woord over, maar hoopt in Amsterdam de heer de Kem- penaer dese saisoen mondelinghs te spreken. Ongetwijfeld hee ook Van Olm zeer moelijke jaren gekend: de strijd om de macht tussen de Oostenrijkers en de Fransen met wisselend suc- ces, de Franse overheersing, de uitzetting uit de abdij en de verspreiding van zijn medebroeders, een ernstige misstap en een jarenlang verblijf bij de Cellebroeders in Lier. Uit de jaren 1809-1828 zijn een aantal brieven in mooi handschri aan provisor Margé bewaard waarin hij telkens weer om geld vraagt om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en de hoop uitspreekt dat hij snel ergens een benoeming zal krijgen. Hij stierf te Brussel in 1828.
22
23
Dat de zolang beloofde kopie uiteindelijk, nog in 1790 of later, in Nederland is geraakt en daar door de familie de Kempenaermeer dan 150 jaar werd gekoesterd, staat vast.
Er is dus een abtsportret in Grimbergen, een kopie in Nederland en een schilderij of kopie in Parijs. Voor dat laatste is er geen bewijs, er zijn alleen de brieven van E. Michel uit 1924, maar Joseph De Meyer hee het blijkbaar voor waar aangenomen.
Het abtsportret in de abdij
Voor hem en J.U. de Kempenaer blij dé vraag: stelt het portret abt Persoons (+1509) voor, zoals vermeld op de achterkant van het houten paneeltje in Grimbergen, of abt de Kempeneer (+1446), zoals vermeld in het onderschri van de kopie in Nederland?
Beiden zochten een antwoord:
Joseph De Meyer meent dat het opschri ach- teraan van recentere datum is dan het schilderij, namelijk van tijdens of na de Franse revolutie, en J.U. de Kempenaer noemt het nieuwerwetsch schri . Hij toont een foto van het opschri aan verschillende deskundigen in Nederland. Die denken ona ankelijk van elkaar dat het op- schri na 1788 is aangebracht, vooral het getal 1509 is modern van vorm. Toch merkt iemand op dat het geschri primitieve trekken vertoont en twee anderen, verwijzend naar het foutieve “obut” in plaats van “obyt” of “obiit”, menen
dat de notitie moet zijn overgenomen van een ouder opschri .
Detail van het opschri
Het lijkt beiden onwaarschijnlijk dat confrater Van Olm destijds een kopie liet maken van een portret waarbij op de achterkant stond dat het abt Persoons voorstelde. Als het opschri er was, zou hij het wel gezien hebben. Wellicht is het haastig aangebracht, bij het in veiligheid brengen van de abdijbezittingen voor de uit- zetting uit de abdij door de Fransen (1796), meent J.U. de Kempenaer in zijn brief van 17 januari 1951. In dezelfde brief schreef hij: “Maar wanneer we nu aannemen dat het portret niet abt Persoens voorstelt, hoe hee Eerwaarde Heer Van Olme geweten dat het abt Cornelis
de Kempeneer was?” Op die vraag komt geen duidelijk antwoord. Wij mogen de mondelinge overlevering in de kloostergemeenschap niet onderschatten. De Meyer schrij in een van zijn brieven dat hijzelf zijn confraters die meer dan 50 jaar in de abdij verbleven, geraadpleegd had. Zo kan het generaties lang gegaan zijn. Wij moeten Van Olm het voordeel van de twijfel laten.
De zoektocht verliep langs meer wetenschappe- lijke wegen. Er rezen vragen over de afgebeelde waardigheidstekenen, de ring en de kromstaf. Ook het loutere feit van een abtsportret werd besproken: Jan van Eyck (ca. 1390-1441) hee vanaf 1430 dat soort portretten geschilderd. In Brussel werkten in de eerste hel van de XVe eeuw bekwame schilders; abt de Kempeneer kan er geposeerd hebben - hij zetelde in de Staten van Brabant en verbleef dan in Brussel waar
hij een huis gekocht had dat hij als refugie liet inrichten - of hij kan een schilder naar Grim- bergen gehaald hebben.
Beiden zijn het erover eens dat het Grimbergs portret moet onderzocht worden door een deskundige van eerste rang. J.U. de Kempenaer, die niet vlug opgaf, had in november 1941 al contact gehad met de graaf d’Arschot, die in op- dracht van de “Commission Royale des monu- ments” in hetzelfde jaar de abdij van Grimber- gen bezocht had en een inventaris van de daar aanwezige schilderijen opstelde.
In 1952 vroeg de Kempenaer naar zijn bevin- dingen van toen en het antwoord van de graaf d’Arschot, dat J.U. de Kempenaer in extenso overgeschreven hee , begon met “Je me sou- viens parfaitement de l’intérêt qu’avait suscité en moi le petit panneau représentant le por- trait présumé de l’abbé Persoens”. Dan volgt de verrassende conclusie: het is vals, een moderne kopie, van eind XIXe eeuw. Ik ben zeker dat het origineel bij een restauratie op een onbepaalde datum is vervangen door een zwakke kopie en dan is verdwenen. Wij denken meteen: naar Parijs? Verdere conclusie: uw kopie in Neder- land is de oudste, de stijl ervan met de gotische kromstaf, lijkt me te passen bij “obiit 1446”, het opschri onderaan op de kopie komt naar mijn mening overeen met het originele opschri , dat zich misschien op het kader bevond en bij de restauratie is verdwenen, toen het originele portret fut subtilisé, werd achterovergedrukt en vervangen door het valse dat zich in Grimber- gen bevindt. Het portret in uw bezit stelt vol- gens mij de Eerwaarde de Kempenaer voor.
J.U. de Kempenaer hee zijn twijfels bij deze boude conclusie. Zijn gevatte opmerkingen over het moderne lettertype van het onderschri en over de schrijfwijze De Kempenaer in plaats van “de Kempener(e)” zoals in oude archiefstukken, wijzen daarop. De graaf d’Arschot kende na- tuurlijk niet de brief van 29 april 1788, waarin Van Olm schreef “hope de eere en het geluck
te hebben van dese satisfactie Ued. selver in persoon te geven, en bij de originele getoont,
de copie te mogen presenteren, vergeselt met het manifest der memorie, naer mijn kranck vermogen opgestelt.” Hier lezen we dat hij bij
de gevraagde kopie een zelf opgestelde tekst wil laten aanbrengen, gebaseerd op gegevens uit het archief die hij eerder al opgezocht had.
J. De Meyer suggereerde om het oordeel te vra- gen van de heer Leo Van Puyvelde, ere-hoofd-
conservator der Koninklijke Musea en der Schone Kunsten van België en specialist in pri- mitieven. Natuurlijk is de heer de Kempenaer het daarmee eens. Begin 1954 bezocht Leo Van Puyvelde de abdij. Op grond van vijf criteria concludeerde hij dat het portret eerder een werk is uit het midden van de XVe eeuw dan uit het begin van de XVIe, en dus eerder het portret van abt de Kempeneer (+ 1446) zou zijn dan dat van abt Persoons (+ 1509).
De Meyer citeert in zijn brief aan J.U. de Kem- penaer uit het verslag van de deskundige: 1) de opvatting van het portret, nl. nadruk op het ge- laat en de waardigheidstekenen van staf en ring, met de halve voorstelling van de handen om de ring te tonen; 2) de schilderwijze: schaduwen slechts aan één kant, jn afgewerkte staf met zweetdoek, homogene achtergrond; 3) kader- omlijsting en schilderij één geheel; 4) de tekst achteraan is van veel latere datum, mogelijk zelfs van begin XIXe eeuw, dus van na de Franse Revolutie; 5) het is geen kopie,
ook al hee het schilderij een dunne ver aag en een dunne grondver aag.
Uiteraard was J.U. de Kempenaer gelukkig met deze conclusie en hij liet op verzoek van J. De Meyer door een antiquaar uit Amsterdam twee gravures van Sanderus voor de abdij in Grim- bergen bezorgen. In tegenstelling tot J.J. Van Olm, die graag een presentje aanvaardde en er zelfs om vroeg, had J. De Meyer eerder het aan- bod van de Kempenaer om de traditie voort te zetten vriendelijk maar kordaat afgewezen met een verwijzing naar de rijkdom van de abdij en de verslapte tucht ten tijde van confrater Van Olm en daartegenover zijn belo e van armoede, die meebracht dat hij niets kon geven, maar ook niets voor zichzelf wenste. J.U. de Kempenaer vroeg voorzichtig of hij misschien een getrou- we kopie van het schilderij zou mogen laten maken. De Meyer hield de boot wat af en stelde voorwaarden. Het is er bij ons weten niet van gekomen.
Het kleine, zo oude, zeer jne portret, dat pre- laat Wagenaar omstreeks 1985 liet restaureren, verdient een onderzoek met de moderne mid- delen van de wetenschap (chemische analyse, dendrochronologie, C14-datering, ...).
Dat zou dan het einde zijn van de lange zoektocht.
24
ZORG VOOR ERFGOED
25
ARMEN EN VINGERS VAN ENGELEN EN HEILIGEN
H. Swalens
In de Westhoek, een van de laatst overgebleven landbouwstreken van Vlaanderen, woont en werkt Donaat Van Overschelde. Hij komt ook uit het landbouwmilieu, hee zelfs nog twee hectare weide rond zijn woonst, maar is beroepshalve bezig met hout : houtsnijwerk, en houten beeldhouwwer- ken. Laatst was hij een aantal dagen bedrijvig in onze basiliek, met herstellingen aan de preek- en biechtstoelen. Want je merkt het niet meteen, maar regelmatig zijn er heiligen en engelen die vingers of armen verliezen, en Donaat zet die er weer aan. Indien beschikbaar, het originele lichaamsdeel, zo nodig, een “prothese”. En dat is maar één aspect van wat het “kunstatelier Vanoverschelde” aankan.
Hoe ben jij in dit vak terechtgekomen?
Uit liefde voor het hout, denk ik. Er is nogal veel water in de Westhoek, en als kind al bouwde
ik houten scheepjes die ik op de grachten liet drijven. Een broer van mij werkte bij het orge- latelier Loncke, maar hij is wel de enige in de familie die in een verwante sector bedrijvig was. Ik heb op school in Tielt het vak van meubel- maker geleerd, ik heb daar ook de specialisatie houtsnijwerk gevolgd, en ik ben dan ook bij Loncke gaan werken, om het houtsnijwerk bij orgelmeubels te verzorgen. Ik heb daar Albert d’Have leren kennen, een beeldhouwer uit Eeklo, en bij die man heb ik houten beelden leren maken. Niet alleen de uitvoering, maar ook het ontwerp, in klei.
Bij Loncke kwamen ook veel pastoors over
de vloer, en sommigen vroegen me om kleine restauraties voor hun kerk uit te voeren. Zo heb ik geleidelijk eigen opdrachten gekregen, zowel snijwerk als beelden, en ik ben uiteindelijk een eigen zaak begonnen. In 1997 is Loncke er- mee opgehouden, en ik ben geheel zelfstandig geworden.
Je hebt er intussen een familiebedrijf van gemaakt.
Mijn echtgenote werkt ook mee. Ze hee mar- keting gestudeerd en houdt zich in de eerste plaats bezig met de boekhouding en adminis- tratie. Ze kan ook hout onderhouden en behan- delen, en zelfs beelden ontwerpen in klei, maar ze werkt niet aan de houtconstructie zelf. Haar talenkennis is belangrijk, want we hebben ook opdrachten voor kerken in Noord-Frankrijk, waarvoor de overheid uiteraard alle documen- ten in het Frans wil. Binnenkort beginnen we aan een werk in Houtkerque, een buurgemeente van Watou, maar net over de Franse grens.
Je werkt in een gespecialiseerde branche, heb je concurrenten?
Ze moeten bestaan, want we werken veel voor kerkbesturen, en die zijn verplicht om voor
elke opdracht van tenminste drie bedrijven een prijso erte te vragen. Er zijn ook uitgebreide restauratiedossiers , waar alleen grote bedrijven voor meedingen, die dan het houtwerk soms uitbesteden aan kleinere onderaannemers. Zelfs bij kerkorgels zijn bijna altijd twee ambachten betrokken, de eigenlijke instrumentenbouwer en de houtbewerker.
Ook hier in de basiliek ben je al bezig geweest.
We hebben heel het houtsnijwerk geleverd van het koororgel, en ook het houtsnijwerk aan
de zijkanten van de balustrade rond het groot orgel is van ons. In de sacristie staat een houten beeld van een engel, een kopie die ik gemaakt heb naar het origineel exemplaar dat elders in de abdij bewaard wordt. En af en toe krijg ik kleinere opdrachten, zoals nu.
26
UIT HET AARTSBISDOM
27
AFSCHEID VAN AARTSBISSCHOP ANDRE-JOSEPH LEONARD
M. Sawhney
Sinds 2010 was Monseigneur André-Jozef Léonard aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Daar hij
op 6 mei van dit jaar 75 jaar werd, moest hij, zoals dat gebruikelijk is, zijn ontslag aanbieden aan de paus. Ondertussen hee paus Franciscus, Monseigneur Jozef De Kesel tot zijn opvolger benoemd. Het gee mij hier de gelegenheid, bij wijze van afscheid en dank, enkele woorden te schrijven over mijn ervaring met Monseigneur Léonard. Die gaat veel verder terug dan de 5 jaar dat hij onze aarts- bisschop mocht zijn.
Monseigneur Léonard proberen te omschrijven is niet zo gemakkelijk. Hij is een guur met vele facetten. Eigenschappen die hem eigen zijn en die niet altijd overeenstemmen met het etiket dat men hem in bepaalde kringen zo graag opplakte. Het etiket van een strenge en aartsbe- houdende bisschop. Zo kon men hem de nitief afschrijven. Wie echter de kans en de moeite neemt om hem van nabij beter te leren kennen ontdekt onmiddellijk een totaal andere guur dan die men vanuit de media kent.André-Jozef Léonard is vooreerst een heel eenvoudige en toegankelijke man. Geen chichi of tralala bij hem. Hij luistert onbevangen en spreekt u toe alsof hij u altijd al kende. Ik zal nooit vergeten hoe ik hem voor de eerste keer persoonlijk ontmoette. Het was één week voor mijn pries- terwijding in 1994. Ik had me voorgenomen om mij voor te bereiden bij onze confraters in Le e.
Eerst wilde ik naar de kathedraal van Namen gaan om er de priesterwijding van twee van mijn confraters bij te wonen en zo later met hen naar Le e te reizen voor mijn eigen retraite. Na de wijding was er een eetmaal in het seminarie. Net zoals elk van de 200 genodigden (!) werd ik lang en persoonlijk door Monseigneur Léonard begroet. Toen ik hem vertelde dat ik de volgen- de zondag in Grimbergen priester zou gewijd worden, omhelsde hij mij onmiddellijk terwijl ik hem duidelijk hoorde zeggen: “Que c’est beau, que c’est beau! Mon enfant que je suis heureux!”.
Monseigneur Léonard is inderdaad een hartelij- ke man en een eenvoudige bisschop.
Hoe dikwijls heb ik hem zelf later niet zien rondgaan met dezelfde versleten grijze regenjas, die waarschijnlijk de jaren hee getrotseerd. In de winter droeg hij altijd dezelfde zwarte muts. Het hee mij dan ook niet verwonderd om later te horen dat hij deeltijds in Kuregem wilde wo- nen. Een arme migrantenwijk achter het Zuid- station van Brussel. Van daar zou hij voor zijn verplaatsingen ook gemakkelijker de trein of de metro kunnen nemen.
Ook heb ik hem later leren ontdekken als een schalkse en humoristische man.
Wij hebben toevallig dezelfde vrienden die en- kele jaren geleden hun 25-jarig huwelijksjubile- um vierden. Onder de talrijke genodigden in de parochiezaal waar zij hun feest vierden, werden de geestelijken (hij en ik) geridderd in de orde van de chocolade! Het feest werd verder gezet met zang en muziek. Voor de menigte was het een blije verrassing dat Monseigneur Léonard heel wat liederen van buiten zong.
Maar hij is ook een zeer geleerd man die de moeilijkste en ingewikkeldste vraagstukken op het gebied van het geloof op een eenvoudige wijze kan uitleggen. Zo herinner ik mij van
een tiental jaren geleden een conferentie van hem bij de Karmelieten in Brussel. Een vol uur en zonder enig papier hee hij heel de cursus christologie op een joviale en interessante wijze naar voren gebracht. Of ook nog in Namen bij enkele priesters die hem bij zich aan huis had- den uitgenodigd voor een recollectiedag. Naar aanleiding van een encycliek van de paus werd nog lang gepraat over de deugd van de Hoop. Plots maakte hij een vergelijking met de avon- turen van Kui e en zijn hondje wanneer zij in aanraking komen met de profeet Filippulus die het einde van de wereld aan het voorspellen is.
Zo is elke ontmoeting met Monseigneur Léonard een feest geweest, een moment van
blij weerzien. Naast de zakelijke dingen van het parochieleven, werd lang tijd gemaakt voor een boeiend gesprek, altijd getint met humor, lach en zang,... en dikwijls ook met een goede of een sobere maaltijd of een sandwich.
Bisschop zijn is niet alleen een zaak van verkon- diging, wat onze aartsbisschop ook uitvoerig gedaan hee door talrijke boeken te schrijven, maar het is vooral een zaak om dicht bij de mensen te zijn en dicht bij zijn priesters. Zo hee Monseigneur Léonard bijna alle parochies van zijn bisdom Namen en later van Mechelen- Brussel bezocht. Regen of wind, koude of hitte, niets kon hem beletten om op stap te gaan om het ‘werkterrein’ te ontdekken. Bisschop zijn is ook: mensen persoonlijk ontmoeten, naar hen luisteren, altijd ook de waarheid zeggen, ook al
wordt die door de tijdelijke meerderheid niet aanvaard. Monseigneur Léonard hee dit altijd gedaan in een geest van liefde en respect, ook wanneer hij niet welkom was of wanneer men hem taarten in het gezicht smeet. Nooit koester- de hij enige wrok of bitterheid jegens de daders.
Als ik na al die jaren aan Monseigneur Léonard terugdenk, verbaast het mij niet dat hij zoveel jonge priesters hee aangetrokken om in zijn bisdommen te werken. Zo’n hartelijkheid en vertrouwen kon alleen aanstekelijk werken bij heel wat jonge mensen die een roeping in zich koesterden en die zich niet altijd begrepen of welkom voelden. Voor elk van hen was Mons- eigneur Léonard een vader, een vriend en een vertrouwensman.
Ik wens Monseigneur Léonard een welverdien- de rust die, hem kennende, heel nuttig zal ge- bruiken om tal van dingen te blijven doen voor de Kerk. Bedankt Monseigneur en wellicht tot ziens!
28
29
JOZEF DE KESEL EN HET ‘GROTE VERHAAL’
Bisschop Jozef De Kesel is twee jaar mijn pro- fessor geweest in het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen in Gent. Zijn lessen waren zo interessant dat geen enkele student spijbelde. Hij kon ons meenemen in de leerstof die hij bracht als één groot verhaal. Hij was ook een minzaam en bescheiden man. Toen hij 20 jaar later in de abdij van Grimbergen kwam, noemde hij mij direct met naam en toenaam. Hij kende mijn nonkel die priester was en mijn zus die pastoraal verantwoordelijke was in het ziekenhuis van Zottegem, mijn geboortedorp.
Ik ontmoette de bisschop ook later. “Ik was aangesteld als ceremoniemeester voor de pries- terwijding van pater Koen en trok daarvoor naar Brugge waar Jozef De Kesel toen bisschop was. Het was een blij en gemoedelijk weerzien. Twee jaar geleden mocht ik op de bisschoppen- conferentie ons idee van ‘De Passie’ uitleggen. Hij was één van de eerste die zijn volle mede- werking gaf en hij porde de andere bisschoppen aan hetzelfde te doen. Niet voor niets zal vol- gend jaar ‘De Passie’ opgevoerd worden in Ieper. “En, het is alvast een prettig vooruitzicht de bisschop – die dan aartsbisschop zal zijn – in Mechelen te zullen ontmoeten. Ik ben er zeker van dat velen, zowel kerkelijke als niet-kerkelij-
K. Stautemas en T. Stuckens
ke mensen, deze minzame man zullen waarde- ren. Hopelijk zal een goed team, dat zijn ideeën over kerk en geloof meedraagt, hem bijstaan. Laten we bidden om kracht en moed voor onze nieuwe aartsbisschop.
Bisschop van Brugge: moeilijke taak
Over de toekomstige aartsbisschop is sedert
het nieuws van zijn aanstelling al een stroom van artikels verschenen. We lazen dat hij in Gent geboren werd op 17 juni 1947, opgroeide in het Oost-Vlaamse Adegem in een traditio- neel katholiek gezin met elf kinderen, in Rome zes jaar theologie studeerde, priester gewijd in 1972, van 1980 tot 1996 bisschoppelijke vicaris in Gent voor de theologische en pastorale oplei- ding van priesters, diakens en leken, benoemd tot hulpbisschop van Brussel in 2002 en na het Van Gheluwe-schandaal in 2010, de moeilijke taak kreeg bisschop van Brugge te worden. Dat curriculum werd ondertussen aangevuld met zijn benoeming tot aartsbisschop.
Weerloze kerk
Om meer over zijn ideeën weten, herlazen wij het uitvoerig interview met hem in het opmer- kelijk boek ‘Mannen van God’, een bundeling van openhartige, boeiende gesprekken met tien bedienaars van de kerk.
Jozef De Kesel verwijst in het interview naar het priesteroverschot in de eerste hel van
de twintigste eeuw, een luxe die we niet meer kennen. Maar hij juicht wel de evolutie van een heersende kerk naar een weerloze kerk toe. (...) “De kerk moet zich losmaken van het verleden. Ze is haar vroegere rijkdommen kwijt. De enige rijkdom die ze overhoudt, is haar overtuiging. Persoonlijk vind ik dat een goede zaak.”
Jozef De Kesel legt ook uit waarom hij als bis- schopsleuze ‘Met u ben ik christen ‘ (Vobiscum Christianus) hee gekozen. Hij ontleent die uit- spraak aan Augustinus: “Het is mijn ongeluk en mijn last dat ik voor jullie bisschop moet zijn, maar het is mijn geluk dat ik samen met jullie christen mag zijn.” Waarmee hij wil zeggen dat hij slechts bisschop kan zijn in gelovige harmo- nie met andere christenen. “Mijn christelijke identiteit komt op de eerste plaats.”
Geen kerken meer
Over zijn wapenschild – bovenaan het Lam Gods, onderaan de skyline van een stad – zegt hij: “In het eerste ontwerp torende een aantal kerkgebouwen boven de stad uit. Consequent aan de tekst uit de Apocalyps heb ik die alle- maal laten wegnemen. Er staat immers letterlijk dat er in het hemelse Jeruzalem geen tempel meer zal staan omdat God zelf tussen de men- sen zal wonen. Ik wou duidelijk maken dat de
Kerk een heel belangrijke zending hee , maar dat ze slechts een middel is, geen einddoel. De wereld zal verheerlijkt worden en de Kerk zal ophouden te bestaan. Is dat geen mooie gedach- te?”
Uit het interview leren we ook dat de bisschop veel werk maakte van goede contacten met ver- tegenwoordigers van andere godsdiensten. Dat hij jarenlang hulpbisschop was in het multicul- turele Brussel is daar niet vreemd aan.
Mooie woorden aan het einde van het lange gesprek zijn ook nog dat de belangrijkste taak van de christen is dat hij zijn leven lang op zoek gaat naar God. Het gebed en de liturgische vieringen zijn daarbij onmisbaar. Wie dat niet meer nodig vindt, is in feite geen christen. Maar even onchristelijk voor deze bisschop is een godsdienstigheid die baadt in religieuze zelf- genoegzaamheid en die geen oog hee voor de verloren mens.
Neem je werk mee in je gebed
Tot slot hee de bisschop het over de Duitse losoof en lutherse predikant Bonhoe er (die vermoord werd door de nazi’s). De Kesel hee veel bewondering voor hem. De visie van Bon- hoe er op kerk en samenleving hee hem, zegt hij, ‘ongeloo ijk beïnvloed’. Hij citeert de Duit- se predikant met de uitspraak: “Als je verstrooid bent tijdens het bidden en je denkt aan je werk of de mensen die je zult ontmoeten, neem dan je werk en de mensen rustig mee in je gebed.” Het klinkt bemoedigend, zoals nog veel meer van wat we inmiddels over deze bisschop verna- men.
30
WENSEN UIT ROME
31
KERSTBRIEF VAN DE ABT-GENERAAL
Vooreerst aan u allen een kerstmis-groet :
“De Genade en de vrede van God onze Vader
en van onze Heer Jezus Christus zij met u allen!”
1.“Jaar van Barmhartigheid”.
Wij bevinden ons nog in het “Jaar van het god- gewijde Leven” dat Paus Franciscus in novem- ber 2013 verrassend had aangekondigd. Dit bij- zondere jaar dat een echte herbronning betekent voor alle leden van de orde eindigt op 2 februari 2016 bij de Opdracht van Jezus in de tempel. En het is verheugend dat deze aansporing van de paus in onze gemeenschappen aanleiding is ge- weest tot allerlei initiatieven die in onze orde dan ook nog een bijzondere betekenis kregen daar we het 900-jarig jubileum vierden van “de be- kering van de Hl. Norbert”. Zo vielen bezinning en studie over het eigen charisma tesamen met herbronning op persoonlijk en gemeen-schap- pelijk vlak. Elke vernieuwing en hervorming in de kerk, die door velen en niet in het minst door de paus zelve verlangd en gepromoot wordt, be- gint op persoonlijk vlak. Dat was ook de existen- tiele ervaring van de Hl. Norbert. In Vreden en Xanten werd dit sleutelmoment in het leven van Norbert bijzonder herdacht op 6 juni 2015.
Het “jaar van het godgewijde Leven” is nog niet voorbij en daar begint al het “Heilig Jaar van Barmhartigheid”, een uitzonderlijk Heilig Jaar dat o cieel aanvangt bij het openen van de Hei- lige Poort in de paus- basiliek in Rome. Dit “Jaar van Barmhartigheid” sluit als ’t ware naadloos aan bij het “Jaar van Bekering”.
Waar echte bekering gebeurt, ervaren wij verge- ving en barmhartigheid. Terwijl God ons vol er- barmen tegemoet komt kunnen wij stappen van omkeer en verandering zetten.
“God was een en al barmhartigheid: Hij schonk ons zijn grote liefde en maakte ons door Christus
weer levend, en dat terwijl wij al ‘dood’ waren in ons mislukte leven. Ja, uit genade zijt gij gered.” (Ef: 2,4).
Dit schri woord balt de ganse leer van de heils- verlossing samen. God is totale barmhartigheid. Zijn oneindige liefde gaat al onze inspanningen en streven vooraf en maakt onze redding mo- gelijk. In Jezus erkennen we het gezicht van de goede Vader. “Hij is een barmhartige Vader en troostende God” (2Kor.1,3).
Interessant in dit verband is een gedachte van de Hl. Ireneus dat God de mensen niet geschapen hee omdat Hij ze nodig hee , maar om ons zijn genade te verlenen. Wij zijn uit liefde geschapen en “gered uit genade”.
2. “Jaar van de Orden” – Jaar van ONZE orde.
In dit “Jaar van de Orden” grepen er in onze Orde drie internationale bijeenkomsten plaats die momenten waren van bezinning en bekering : 1) Internationale ontmoeting van de Zusters in Windberg (20-27.07.2015) 2) De internationale ontmoeting van de Gea lieerden met de Nor- bertijnen in Tepla (22.26.07.2015) 3)De inter- nationale Prelatenvergadering in Rome, Monte Cucco (20-26.09.2015). In onze gedecentrali- seerde Orde zijn zulke bijeenkomsten zeer be- langrijk om de samenhang en eenheid van onze orde wezenlijk te ervaren. Kenmerkend is hierbij het motto van de ontmoeting der zusters “iden- titeit en charisma”. Dat kan ook fungeren als het motto van dit bijzonder jaar, namelijk zich be- zinnen over onze identiteit als orde. Het charis- ma van onze orde als kanunniken en kanunikes- sen bevragen en verdiepen. Bij elke ontmoeting ging het er om zich te bezinnen over onze religi- euze roeping.
Wat is onze rol en opdracht, ons levensproject en zelfverstaan als ordesmannen of – vrouwen, als overste (prelaten) of als derde-ordeling (Nor- bertine Associates). Voor de deelnemers waren deze ontmoetingen als een laboratorium van spiritualteit met gezamenlijke gebedsstonden en maaltijden, met intense momenten van bezin- ning en ontspanning. Merkwaardig was de grote gastvrijheid in de huizen en de openheid in om- gang en gesprekken.
Even vooruitblikkend denk ik aan de komende internationale ontmoeting van de junioren in Mananthavady, Kerala, India 14 -25 april 2016 en aan deze van de geprofeste- en novicemees- ters in Mondaye , Normandie, Frankrijk, 10-16 juli 2017. En dan komt het Generaal Kapittel in Rolduc, Kerkrade, Zuid-Limburg dichterbij 22,07-04.08.2018. Voordien zal er in alle huizen van onze orde een Visitatie plaats hebben. Daar- bij zal een korte bezinningstekst “Ein Dienst in Liebe” (2) ter beschikking zijn. Deze tekst werd voorgesteld op de prelatenvergadering. Ter voor- bereiding van het Generaal Kapittel zal nog een voorbereidingsteam voor de liturgie opgericht worden. Hetzelfde zal ook gebeuren voor het jubileumjaar 2021 : “900 jarig-bestaan van de orde”. Hierbij wil ik nog even paus Franciscus
citeren daar waar hij alle Orden oproept hun ver- leden met dankbaarheid te vieren, het heden met vertrouwen gestalte te geven en de toekomst vol hoop te “omarmen”.
Een veelbetekenend beeld mag voor ons allen het openen van de Heilige Poort zijn. Het wil de hemel openbreken voor de overvloedige barm- hartigheid van God. Het wil ruimte scheppen voor zijn genadevolle werking. Het moet beslist ons hart openen en toegankelijk maken voor deze oneindige liefde van God. De “Open deur” is daarvoor een tre end voorbeeld : de deur van het vaderhuis staat immer open voor hen die zich willen bekeren (4). Wij moeten onze harten en handen openen om deze liefde door te geven aan hen die op één of andere manier in trouble zijn. Wij moeten ons hart wijd openen opdat Gods liefde in ons kan binnenstromen. Wij moe- ten deze grenzeloze barmhartigheid ook overtui- gend tastbaar bemiddelen voor anderen :
“Wij worden echter niet teleurgesteld, want de heilige Geest die wij ontvangen laat ons nu al merken, hoe veel God van ons houdt:” (Rom.5.5) Bij de algemene vergadering van de religieuze oversten in november van dit jaar schetste de af- scheidnemende voorzitter, de generaal der jezui- eten Adolfo Nicolás, op een originele manier de leiding en het bestuur in onze huizen. Hij sprak over de vijf “F” die voor ons een richtingswijzer kunnen zijn. Leiding geven kan men om-schrij- ven met “focus – exibel – fast – friendly –fun”. Elke leiding hee nood aan een eigen identiteit, een concentratie op een doel, een visie en per- ceptie op het samenleven in gemeenschap en van het doel dat deze gemeenschap zich voor ogen stelt. De overste zal samen met zijn medebroe- ders deze visie verwoorden en in practijk bren- gen, Daartoe moet hij de nodige exibiliteit aan de dag leggen om in de verschillende situaties een gepaste en zinvolle oplossing te vinden. Maar hij hee al even zeer nood aan een zekere besluit- vaardigheid, soms ook wel wat hardnekkigheid om het doel op lange termijn te bereiken en zich niet te beperken tot een kortzichtige “dagjespo- litiek” . Voor alles moet hij zijn doelstelling met menselijke hartelijkheid, charme en vaak ook met humor en liefde trachten te bereiken, ja met een portie relativitering en zel ronie.
32
33
Wie verbonden is met God en in zijn gemeen- schap gesetteld is die zal deze vreugde en kalmte uitstralen. Wij mogen geen “zuurpruimen” zijn maar moeten zijn als opborrelend en verkwik- kend water, om in ruime zin de woorden van paus Franciscus te citeren.
3. “Natalitia Christi - Natalitia Ordinis”.
Elk jaar met kerstmis gedenken we dat de hl. Norbert in 1121 met ongeveer 30 gezellen in Prémontrè zijn gelo e uitsprak en op het altaar ondertekende. Hij legde tegelijk de oorkonde van zijn professie en de oorkonde van het begin/ geboorte van de orde bij de kribbe. De dag waar- op we de geboorte vieren van het goddelijk kind vieren we ook het begin van onze orde; “Natalitia Christi-Natalitia Ordinis” staat er in Windberg onder een plafondfresco dat het gebeuren van de geboorte voorstelt. Deze “geboortedatum” van onze orde suggereert engagement. De menswor- ding van God is de fundamentele opdracht van onze orde, namelijk : mens uit God te worden, zelf eerst en voor al mens te worden, menselijk te leven en zich tot een rijpe en volwassen persoon te ontwikkelen. Mens worden en mens zijn dat is toch de betekenis in de Titusbrief van “vollalter Christi”. “Maar de goedheid en de mensen-liefde van God, onze Redder, is toen verschenen, en hij hee ons gered”. (Tit.3,4).
Ons menselijk handelen moet een afstraling zijn van deze goedheid en menslievend-heid van God terwijl wij ons immer spiegelen aan dit Christus- kind, aan die Christus, deze ‘nieuwe Adam’ die ten diepste verbonden lee met zijn Vader en aan het einde van zijn leven terugkeert naar de Vader en ons allen naar Hem wil meevoeren. Terwijl dit jaar naar zijn einde loopt en alle li- turgische teksten van de Advent spreken over dit vergeven en ten onder gaan, zegt dit kersfeest ons ook dat er iets nieuws en groots op til is, dat God met zijn Zoon – zoals trouwens met elke nieuw geboren mens – iets nieuw en groots voor hee . Elk einde is tegelijk een nieuw begin. Dat is ons vast vertrouwen aan het einde van dit jaar 2015. Dat is de verwachting aan het einde van ons leven, dat is ons geloof in een God die aan het einde alles nieuw zal maken in een onvoor- stelbare creativiteit en dynamiek.(5).
4. Zalig Kerstfeest.
Onlangs tijdens een tripje met de autobus in Rome kwam ik naast een jonge vrouw te zitten. Zij bestudeerde in haar handy de anatomie van een zwangere vrouw. Toen ze mijn blikken kruis- te en mijn priesterboord opmerkte zocht ze de foto op van haar laatste zwangerschapsonder- zoek en stralend toonde ze mij die. Ik verzekerde haar dat ik voor haar en het nieuwe leven zou bidden. Haar dankbare glimlach zal ik nooit ver- geten. En daarom wil ik mijn kerstmisbrief be- sluiten met een voor mij tot nu toe totaal onbe- kend gebed tot de hl Norbert voor de moeders in verwachting. Het circuleert in Tsjechie (6). Het spijt me dat ik dit betekenisvolle gebed aan deze moeder niet heb kunnen aanbieden.
“Heilige Norbert, grote en trouwe dienaar van God, op een heel bijzondere wijze hebt u de hei- lige en wonderbare geboorte van onze Verlosser uit de Heilige Maagd Maria vereerd. Zijn moe- der die zonder smet van haar maagdelijkheid en zonder smarten uw zoon ter wereld bracht. In dit perspectief hebt u de Orde van Prémontré gesticht. Zo richt ik mij deemoedig tot u, onze bijzondere voorspreker bij God, om mij op uw voorspraak en genade in mijn zwangerschap bij te staan. Ik vraag u ook een bijzondere genade voor mijn kind dat ik draag, opdat het met het doopsel in de christelijke gemeenschap wordt opgenomen en dat het zijn ganse leven onze Heer trouw mag dienen.Mogen wij allen eens in de gemeenschap van het eeuwig geluk worden opgenomen. Dat vragen wij u door Christus, onze Heer. Amen”
Ten slotte wens ik alle medebroeders en mede- zusters een vreugdevol en vredig Kerstfeest, veel vrede en vreugde in onze harten. Mogen wij ons hart openen voor de geboorte in Bethlehem om alzo een stukje van zijn liefde en menslievend- heid in ons en in onze gemeenschappen gestal- te te geven. Dat wij zelf van die liefde ‘zwanger’ worden en deze uitdragen en vastberaden ver- kondigen tot welzijn van kerk en maatschappij.
Rome, Kerstmis 2015.
+ omas Handgraetinger OPRAEM Abt-Generaal.
JANUARI
1 januari
12 januari
In het Sint eresiacollege van Kapelle o/d Bos (STK) getuigt Prior Johan vandaag in verschil- lende klassen over het leven als norbertijn.
13 januari
Onze bezoekers uit Amerika, confrater Andrew Ciferni en studenten, trekken samen met prior Johan naar Zwevegem om een kijkje te gaan nemen in de mooie collectie van Frans Debon- ne (derde ordeling abdij Averbode) en worden er in de ‘priesterage’ zeer hartelijk ontvangen en getrakteerd op een sobere doch voedzame maal- tijd.
15 januari
Raadsvergadering.
16 januari
Circarievergadering vandaag in onze abdij.
19 januari
Verjaardag van confrater Neil Hahn.
19 en 20 januari
Deze dagen zijn de Belgische bisschoppen te gast in onze abdij om onderling te vergaderen.
19 - 21 januari
Deze week neemt confrater Koen deel aan de examens in het kader van de studie boekhouden.
24 januari
Abt Erik gaat voor in de vormselviering in Merchtem waar subprior Karel pastoor is.
26 - 30 januari
Abt Erik verblij voor zijn retraite bij de trappistinnen in Brecht
27 – 29 januari
Confrater Paul Vallat, priester van de gemeen- schap van Mananthavady (Indië) studeert 2 jaar in Leuven en verblij in onze zusterabdij van Park. Deze dagen komt hij even bij ons op be- zoek.
31 januari
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Meise.
Na de conventsmis houden we een nieuwjaars- drink in de recreatiezaal. De prelaat kijkt terug op het voorbije jaar en spreekt zijn wensen uit voor 2015. Met een glaasje champagne klinken we op het nieuwe jaar.
2-6 januari
Prior Johan vertrekt samen met enkele Grimbergse parochianen naar abdij van Wilten in Innsbruck. Naast de gastvrije ontvangst bij onze confraters zullen ze er ook het Skischans- springen bijwonen.
3-17 januari
Confrater Andrew Ciferni van de abdij van Daylesford (Amerika) verblij met twee studen- ten van het Norbertijns Centrum van De Pere in de abdij. Tijdens deze weken zullen ze de corres- pondentie die onze vroegere confraters voerden inscannen en digitaliseren.
3-5 januari
De abt-generaal is deze dagen te gast in onze abdij. Van hieruit zal hij doorreizen naar Kinshasa voor de priorkeuze. Op 10 januari komt hij terug naar de abdij om de dag nadien weer naar Rome te reizen.
4-8 januari
Subprior Karel gaat enkele dagen naar de abdij van Mondaye op retraite en maakt er een pelgrimtocht naar Mont Saint-Michel.
10 januari
Verjaardag van confrater Gereon van Boesschoten.
ABDIJKRONIEKEN
34
35
FEBRUARI
3 februari
22 februari
Radiomis op Radio1 vanuit de abdijkerk. Abt Piet gaat voor en houdt de homilie terwijl het Gregoriaans abdijkoor de gezangen verzorgt.
23 – 25 februari
Spiritualiteitsdagen van de studieconcentratie Agripo in onze abdij.
24 februari
Vandaag wordt in Westwoud (NL) de schoonzus van abt Piet begraven. Ook abt Erik, confrater Bart en onze trouwe parochianen Jan en Joske Sneiders nemen deel aan de afscheidsviering.
28 februari
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Puurs
MAART
1 maart
Vandaag wordt de eucharistieviering via TV-één rechtsreeks uitgezonden vanuit onze abdijkerk. Pastoor Johan gaat voor en houdt de homilie. Het gregoriaans koor verzorgt de gezangen. Kamiel D’Hooghe speelt op het orgel.
3 maart
Nadat in juni 2014 de verdwenen kelk van onze preekstoel werd vernieuwd begint beeldhouwer Donaat Vanoverschelde vandaag aan het herstel van de losgekomen en ontbrekende stukken hout van de preekstoel.
9 maart
De Vlaamse abten komen samen in de abdij van Keizersberg. Abt Erik neemt hier aan deel.
13-15 maart
Tentoonstelling van kunstenaars en opendeur- dagen in de gangen van onze abdij. Het werd een voltre er.
19 maart
Abt Erik en Abt Piet zijn aanwezig op het prelaatsfeest in Averbode.
Tijdens het huiskapittel maakt Abt Erik de benoeming bekend van confrater Jean-Marie als nieuwe federatiepastoor van Kapelle o/d Bos. Zijn opdracht begint vanaf september 2015.
4 – 6 februari
Abt Piet, begeleidt door Abt Erik gaat op familie- bezoek in Nederland en koppelen hier ook een bezoek aan bij onze zieke confrater Willibrord in Steenwijkerwold op 5 februari.
7 februari
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Haacht-Station.
8 februari
Confrater Mohan gee in Overijse een conferen- tie over het inwendig gebed voor een dertigtal mensen.
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Londerzeel.
15 – 21 februari
Prior Johan gaat met de organisatie “Pro Petri Sede” op bedevaart naar Rome. Hoogtepunt is op 16 februari wanneer ze door paus Franciscus in privéaudiëntie worden ontvangen. Voor onze prior is het de tweede ontmoeting met de paus in enkele maanden tijd.
18 februari
We vernemen het overlijden van Vera Wagenaar-Berepoot, schoonzus van abt Piet.
19 – 23 maart
Gereon verblij voor een internationale vergadering van de Orde van St. Jan in Malta.
21 maart
Verjaardag van confrater Stefaan Verstraeten.
22 maart
Vandaag wordt in onze abdijkerk de Mattheüs- passie van J.S. Bach op meesterlijke wijze uitgevoerd door de medewerking van het “Octopus” koor, het knapenkoor “In Dulci Jubilo”, het barokorkest “Le Concert d’Anvers” o.l.v. Bart Van Reyn.
24 maart
Persmoment ivm pellets op Ring TV.
26-28 maart
Supprior Karel bezoekt mij zijn broer en enkele vrienden het concentratiekamp in Neugammen (bij Hamburg) waar zijn nonkel dag op dag 70 jaar geleden overleden is.
28 maart
Abt Erik is aanwezig op de uitvaart van Abt Joël Houque in Mondaye.
31 maart
Verjaardag van confrater Nazaire Vantomme.
APRIL
6- 10 april
Samen met een groep parochianen gaat prior Jo- han enkele dagen naar Rome en Assisi waar ze in de voetstappen treden van de heilige Franciscus.
7 april
We vernamen het overlijden van Liliane Coen, de zus van confrater Ronald. Op 10 april is de afscheidsviering waarbij, behalve Ronald onze subprior Karel en confrater Gereon aanwezig zijn.
10 - 12 april
Confrater Mohan preekt een retraite in St.- Genesius Rode voor een twintigtal leken.
12 – 17 april
Confrater Koen is een week op retraite in de abdij van Mondaye (Frankrijk).
17 – 19 april
Confrater Gereon gaat samen met onze Averbo- dense confrater Jan Eygenraam naar Duitsland waar ze ook een afspraak hebben met confrater Aloïs Anthanatt van Mananthavady
21 april
Jubileumdag in de abdij. We vieren:
Confrater Benedict Diepstraten: 65 jaar geprofest
Confrater Bart Krijnen: 50 jaar priester Confrater Stefaan Verstraeten: 40 jaar priester en 45 jaar geprofest
Confrater Jos Pol iet: 40 jaar geprofest
Abt Erik De Sutter: 25 jaar priester en 30 jaar geprofest
Prior Johan Goossens: 20 jaar priester en 25 jaar geprofest
Confrater Jean-Marie D’Hollander: 25 jaar Norbertijn
Heel bijzonder vieren we deze dag het 25 jarig priesterjubileum van abt Erik De Sutter. Voor deze feestelijke dag nodigt abt Erik zijn collega’s abten uit, alsook zijn ouders en zus.
Confrater Bart zal later in het jaar zijn 50 jaar priesterjubileum nog uitgebreid vieren, samen met confraters, familie en vrienden.
In Ter Hulpen gee confrater Mohan een confe- rentie over de Innerlijke Burcht van Teresia van Avila.
36
37
22 april
Canoniekapittel met nancieel verslag.
23 april
Verjaardag van confrater Bart Krijnen.
26 april
Abt Erik gaat voor in de viering bij de zusters van de Troost in Vilvoorde t.g.v. Troostkermis.
28 april
Verjaardag van confrater Koen Meys.
MEI
18 mei
Verjaardag van confrater Ton Smits.
20 mei
De vzw “biermuseum” hee zijn bier- en gastro- nomisch etentje in de Ostzaal. Abt Erik en abt Piet zijn hierbij aanwezi.g
23 mei
Prior Johan gaat in Essen-Hoek voor in de eucharistieviering t.g.v. het gouden huwelijk van zijn ouders
25 mei
Verjaardag van Abt Erik De Sutter.
29 mei
Raadsvergadering.
31 mei
Orgelconcert in onze abdijkerk met Jos Van Immerseel en Chouchane Siranossian.
Abt Erik gaat voor in vormselvieringen in Blaasveld, Mechelen, Zuun en St. Pieters Leeuw
Prior Johan gaat voor in de vormselvieringen van Grimbergen en Humbeek.
5 mei
Verjaardag van confrater Benedict Diepstraten.
6 – 8 mei
Abt Erik neemt deel aan de ‘dagen van de hogere Oversten’ in Blankenberge.
15 mei
Verjaardag van Supprior Karel Stautemas.
17 mei
Grimbergen viert Sint-Servaas, patroon van de parochie. Na een feestelijke viering in onze abdij- kerk trekt volgens de traditie, de Sint Servaasom- megang door de straten van het Centrum.
JUNI
2 juni
14 juni
Orgelconcert in onze abdijkerk Kamiel D’Hooghe.
15 juni
Confrater Nazaire komt vandaag, vanuit Zuid-Afrika, voor 2 maanden verlof naar België;
16 – 18 juni
Net zoals de andere studenten hee confrater Koen deze week examens. Hiermee besluit hij het eerste jaar boekhouden.
21 juni
In de abdij van Tongerlo neemt confrater Gereon deel aan een bijeenkomst van OSJ – hospitaal- ridders van Sint-Jan. Dit ter gelegenheid van het hoogfeest van de heilige apostel Johannes.
24 juni
Raadsvergadering.
28 juni
Onze voormalige deken Camiel Stallaert viert tesamen met confraters, familie en vele vrienden in onze abdijkerk, zijn gouden priesterfeest. Ca- miel is een geboren en getogen Grimbergenaar. Ook al koos hij niet om Norbertijn te worden, als priester maakte hij zich in de voorbije jaren zeer verdienstelijk in onze Grimbergse paro- chies. Zelfs nu hij gepensioneerd is, mogen we nog vaak op hem beroep doen.
De bewoners van het woon- en zorgcentrum Heilig Hart gaan op jaarlijkse uitstap naar de zee (Nieuwpoort). Abt Erik vergezelt confrater Gust op deze uitstap van het H. Hart.
3 juni
Verjaardag van confrater Mohan Sawhney.
4 juni
Confrater Jean-Marie ondergaat een heelkundi- ge ingreep en zal het de volgende weken heel wat kalmer aan moeten doen.
5 juni
Omwille van praktische redenen vieren vandaag we vandaag, een dag vroeger dan voorzien, het hoogfeest van onze stichter Sint Norbertus. Na de ponti cale hoogmis in de abdijkerk volgt een korte receptie voor de aanwezigen en houden we nadien een feestdiner in de re er van de abdij.
7 juni
Orgelconcert in onze abdijkerk met Pieter Dirksen.
8 juni
Verjaardag van confrater Ronald Coen.
Circarievergadering vandaag in onze abdij.
Confrater Gust gaat voor de allereerste keer sinds zijn trombose in 2012, op familiebezoek. Al zijn broers en zussen verzamelden zich op de plek waar ze samen hun jeugd doorbrachten in Wouwse Plantage (NL).
FOTO
38
39
JULI
2 juli
den we in de abdijkerk van Grimbergen een gedachtenisviering voor onze overleden mede- broeder.
26 juli
Vandaag wordt de eucharistieviering via TV-één rechtsreeks uitgezonden vanuit onze abdijkerk. Pastoor Johan gaat voor en houdt de homilie. Het gregoriaans koor verzorgt de gezangen. Ka- miel D’Hooghe speelt op het orgel.
27 juli
Verjaardag van confrater Gust Goossens.
28 juli
Vandaag is het precies 40 jaar geleden dat con- frater Stefaan priester werd gewijd.
Supprior Karel brengt een bezoek aan de brou- werij ‘Kronenbourg’ in Obernai (Fr.) – daar wordt de wereldproductie van Grimbergenbier gebrouwen. Hij legt er de eerste contacten om volgend jaar een abdijreis te organiseren.
AUGUSTUS
2 augustus
Verjaardag van confrater Willibrord Eilers.
Deze avond houden we onze jaarlijkse abdij- barbecue in de tuin van de abdij.
Jaarlijkse uitstap met de abdijgemeenschap naar Hasselt.
3 – 11 juli
Confrater Gereon verblij in Oostenrijk waar- bij hij onder andere aanwezig is in de abdij van Geras bij de inhuldiging van de gerestaureerde orgels.
5 – 11 juli
Confrater Bart is deze week op retraite bij onze zusters in Oosterhout. Tijdens dit verblijf maakt een kunstschilder gebruik van Barts tijd om een portret te schilderen als cadeau ter gelegenheid van 50 jaar priesterjubileum. Eind augustus zal het onthuld worden.
6 – 8 juli
Prior Paul-Emanuel komt samen met het novi- ciaat (fraters Norbert, Gabriël en Foucauld) van de abdij van Mondaye (Fr.) enkele dagen op be- zoek in onze abdij. Vanuit Grimbergen bezoeken ze ook andere norbertijnengemeenschappen.
16 juli
Vandaag overlijdt onze medebroeder Benedict Diepstraten in Zuid-Afrika. Hij was met zijn 88 jaar onze oudste confrater en sinds 1953 werk- zaam in Zuid-Afrika.
25 juli
In de kerk van de priorij in Kommetjie vindt vandaag de uitvaartplechtigheid plaats van onze confrater Benedict. Op hetzelfde moment hou-
2 – 7 augustus
Confrater Jean-Marie verblij enkele dagen in Lourdes.
24 augustus
Raadsvergadering.
28 augustus
Hoogfeest van Sint Augustinus. Na de ponti ca- le hoogmis in de abdijkerk volgden een gezellige receptie en feestmaal in de re er.
29 augustus
Wederom feest in de abdij. Omringd door familie, confraters en vele vrienden gaat confra- ter Bart voor in een bijzondere dankviering. Na de viering in de kerk kreeg iedereen de kans de jubilaris te feliciteren tijdens de receptie in de tuin. ’s Avonds biedt Bart nog een diner aan voor genodigden op het terras van het Fenikshof.
SEPTEMBER
1 september
Confrater Jean Marie begint aan zijn opdracht als pastoor van Kapelle o/d Bos en Ramsdonk.
3 september
Traditioneel wordt op de eerste donderdag van september een “mediorenreis” georganiseerd. Alle medebroeders en medezuster die uit de opleiding zijn en nog geen 65 jaar zijn is de doelgroep. Dit jaar ging de reis naar Bergen op Zoom en bezochten we er het Markiezenhuis, de Sint-Gertrudiskerk (de peperbus) en een mooie wandeling, onder leiding van een stadsgids, doorheen het centrum van Bergen op Zoom. Zoals gewoonlijk wordt de dag afgesloten met een lekkere maaltijd. Ieder jaar is het voltre er en vooral jn om vanuit de verschillende ge- meenschappen elkaar weer te ontmoeten en bij te kletsen. Vanuit Grimbergen nam prior Johan hier aan deel.
De nieuwe vice-president van Carlsberg komt met enkele medewerkers kennismaken met onze abdij en onze abdijgemeenschap. Het “Grimber- genbier” valt onder hun verantwoordelijkheid en het is belangrijk dat we goede contacten on- derhouden. Na de ontmoeting met de abdijge- meenschap is er nog een vergadering gepland en ’s avonds is er een groot “Feniksspektakel” voor- zien op de parking van het Fenikshof waarbij er
7 augustus
Verjaardag van Em.-abt Piet Wagenaar.
Precies 50 jaar geleden werd confrater Bart sa- men met confrater Mari (+1993) door Mgr. Schoenmaeckers tot priester werd gewijd. Op 29 augustus zal het uitgebreid gevierd worden.
10 - 16 augustus
Confrater Gust neemt deel aan de jaarlijkse Lourdesbedevaart van het Aartsbisdom Me- chelen-Brussel. Hij wordt vergezeld door zijn twee oudste broers Janus en Piet. Samen beleven zij er prachtige dagen en ontmoeten er Mgr. Léonard en Mgr. Lemmens, alsook prins Lau- rent en zijn gezin die aan dezelfde bedevaart deelnemen.
10 - 13 augustus
Supprior Karel brengt een bezoek aan Bourgon- dië en koppelt dit aan een bezoek met Taizé.
15 augustus
Vandaag vertrekt confrater Nazaire weer naar Zuid-Afrika om weer aan de slag te gaan op pas- toraal werkveld.
17 – 22 augustus
Confrater Gereon neemt deel aan de conventsre- traite van Averbode, waarbij dominicaan Ignace d’Herdt de predikant is
17 augustus
Vandaag komt confrater Ashley voor enkele we- ken op verlof baar België.
18 augustus
Verjaardag van confrater Ashley Orgill.
18 -20 augustus
Prior Johan verblij voor enkele dagen in Taizé.
20 augustus
Confrater Mohan preekt een recollectie aan de zusters van Moeder Teresa van Gent.
40
41
een vuurpijl van op de toren van Grimbergen wordt afgevuurd naar de grote parking met de bedoeling verschillende “Feniksen” in brand te laten gaan. Het hele event wordt door Carlsberg bekostigd en georganiseerd.
6 september
Verjaardag van prior Johan Goossens.
7 september
Start van het nieuwe academiejaar voor de stu- denten van het CVO van Mechelen. Koen begint aan het tweede jaar boekhouden.
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Rijmenam.
4 – 8 oktober
Samen met een internationale groep van Oost-priesterhulp gaat confrater Gereon mee naar Polen en bezoekt er een aantal steden. In Krakau brengt Gereon een kort bezoekje aan onze zusters.
7 oktober
Raadsvergaderin.g
11 oktober
Confrater Koen is aanwezig in de Karmel van Vilvoorde voor de slotviering van het jubeljaar ronde H. eresia van Avilla. Piet Capoen, de- ken van Vilvoorde, gaat voor in de eucharistie- viering en Koen concelebreert. Nadien neemt hij deel aan de feestmaaltijd met de zusters.
16 -19 oktober
Prior Johan verblij samen met Frans Debonne (derde ordeling van de abdij van Averbode) in de abdij van Mondaye. Ze worden er heel gastvrij ontvangen.
21 oktober
De Vlaamse abten vergaderen in de abdij van Dendermonde. Abt Erik neemt er aan deel.
Abdijconcert uitgevoerd door het barokorkest “Les Mu atti” en met Alessandro Moccia, viool.
25-29 oktober
Confrater Mohan gaat deze dagen op retraite naar de abdij van Rochefort.
NOVEMBER
De voortuin aan de lokalen van de scoutslokalen wordt een mooi project met voldoende groen en speelgelegenheid. Onze tuinman Hans legt deze maand de laatste hand op de beplanting.
1 november
Verjaardag van confrater Cuong Van Nguyen.
4 november
We vernemen het overlijden van Paul Wagenaar, broer van abt Piet.
9 september
Abt Marcus Champia (abdij van Jamtara) brengt vandaag een bezoek aan onze abdij en zal er ook overnachten.
14 september
Huiskapittel.
15 september
Verjaardag van confrater Jean-Paul Guilliams.
De abdijkring (participanten) maakt een uitstap naar Le e en Flore e.
20-26 september
Abt Erik neemt deel aan de prelatenvergadering in Rome. Ook confrater Mohan is hierbij aanwe- zig en vervult er de opdracht van tolk.
23 september
Verjaardag van confrater Jos Pol iet.
Verjaardag van confrater Francis Malaka.
29 september
Verjaardag van confrater Jean-Marie D’hollander
30 september
Abt Erik is aanwezig op het prelaatsfeest in Tongerlo.
OKTOBER
3 oktober
Abt Erik en Abt Piet zijn aanwezig op het gemeenschapsfeest in Dendermonde.
6 november
Abt Erik is aanwezig op het prelaatsfeest in de abdij van Le e.
Confrater Ton ondergaat vandaag een heelkun- dige ingreep in het ziekenhuis van Jette. Hij zal er enkele dagen moeten blijven voor herstel.
8 november
In de abdij van Park wordt vandaag het boek “abdijmensen” voorgesteld. Beginnend met de vespers in de abdijkerk wordt nadien het boek voorgesteld met toespraken van Confrater Filip Noël, rector Rik Torfs, Abt Jos Wouters en pri- or Jef Van Osta. Ook burgemeester Tobback en eerste schepen Vasina van Leuven zijn aanwezig. Nadien volgt een receptie en wordt de dag afge- sloten met een gezellig boordmaaltijd voor de aanwezige confraters. Van onze abdij waren abt Erik, abt Piet, prior Johan en confrater Gereon aanwezig.
Award of best ‘Belgium Style Blond Ale’.
14 november
Onze abdijkring komt samen rond het thema ‘Tijd’ door Jan Wuyts verzorgd.
Prior Johan gaat als vormheer voor in de vormselviering in Lovenjoel.
19 november
Fed-Asiel hee via het OCMW Grimber- gen, twee bejaarde mensen uit Azerbeidzjan toegewezen om te verblijven in het poortgebouw van onze abdij. Dat deze mensen aan ons zijn toegewezen wil zeggen dat zij grote kans maken om ‘erkend vluchteling’ te worden op basis van hun dossier.
Kaas- en wijnavond in het woon- en zorgcen- trum H.Hart voor de afdeling van confrater Gust. Abt Erik, Abt Piet, prior Johan en confrater Bart nemen hier aan deel.
’s Avonds wordt op het gemeenhuis de toekom- stige nieuwe buitenverlichting van onze abdij- kerk voorgesteld. Abt Erik en de voorzitter van de kerkfabriek Fred Willems zijn van de partij.
27 november
Abt Erik en Abt Piet zijn aanwezig in Bergen (Mons) voor de voorstelling van het boek.
29 november
Vandaag neemt aartsbisschop André-Jozef Léonard afscheid in de kathedraal van Mechelen.
DECEMBER
4 december
Sinds jaar en dag is onze abdij in het bezit van een relikwie van Sint Norbertus. Althans dat werd ons volgens de overlevering doorgegeven. Tot iemand er ons onlangs attent op maakte dat de echtheid van dit relikwie met nieuwe technie- ken vrij nauwkeurig te achterhalen is. Vandaar dat Prior Johan met het relikwie naar Brussel trok naar het Erasmus(ULB) om er samen met de gespecialiseerde professor Philippe Lefevre te bekijken wat de te nemen stappen zijn voor het verdere onderzoek. Op het eerste zicht schijnt
10 november
In Westwoud (Nl.) wordt Paul Wagenaar, broer van Abt Piet begraven. Prior Johan en confrater Bart zijn hier ook bij aanwezig.
11 november
Het is een jaarlijkse traditie geworden dat oud- studenten van Agripo op deze dag samenkomen voor een wandeling en goede maaltijd. Deze keer vond het plaats in Arendonk bij confrater Luc Vienne. Van onze abdij nam prior Johan hier aan deel.
Het Grimbergenbier wint op beroemde “European Beer Star” e Beer Tasting Bronze
42
43
het een boeiend verhaal te worden waar we in “De Feniks” van 2016 zeker op zullen terugko- men.
Deze namiddag houdt de W.A.G. (werkgroep abdij Grimbergen) haar algemene vergadering. Abt Piet zou zijn medewerking aan deze cultuur- groep stilaan uit handen willen geven en intro- duceert abt Erik als zijn opvolger.
6 december
’s Morgens vonden we al iets lekkers voor de deur van onze kamers maar tegen de middag mochten we Sinterklaas en zijn zwarte Pieten ook in levende lijve ontmoeten. Eerst kwamen ze naar de abdijkerk om tijdens een kinderviering en oproep te doen tot delen. Nadien kwam de hoogwaardige delegatie in onze abdijre er voor een bemoedigend woordje.
7 december
Circariale vergadering in Tongerlo
8 december
Precies 50 jaar na het afsluiten van het 2de Vati- caans concilie begint vandaag, op het feest van de onbevlekte maagd Maria, een bijzonder heilig jaar dat paus Franciscus hee uitgeroepen tot het “jaar van de Barmhartigheid”.
Nadat in de koepel van de abdijkerk aanpassings- werken zijn uitgevoerd is deze nu iets toeganke- lijker. Alhoewel, het blij adembenemend maar samen met Mark Racquet, medewerker van de kerkfabriek en zijn twee zonen, waagt onze prior het om buiten op de koepel te komen.
12 december
Onze nieuwe aartsbisschop Jozef De Kesel neemt in Mechelen zijn bisschopszetel in bezit. Abt Erik, prior Johan en confrater Koen concelebre- ren in deze feestelijke viering.
12 – 13 december
Jaarlijkse kerstmarkt in de straten van het cen- trum van Grimbergen. Ook in onze kerk zijn verschillende activiteiten gepland zoals o.a. een auditie van het Gregoriaans koor. Ook de telkens unieke kerststal trekt heel wat bezoekers.
14 december
In de basiliek van Koekelberg gee confrater Mohan een conferentie over de overgang van de meditatie naar de contemplatie in de geschri en van de H. Johannes van het Kruis
15 december
Confrater Mohan herhaalt dezelfde conferentie in de parochie van St.-Pieters Woluwe.
20 december
Vandaag wordt de eucharistieviering via TV-één rechtsreeks uitgezonden vanuit onze abdijkerk. Abt Erik gaat voor en houdt de homilie. Het gregoriaans koor verzorgt de gezangen. Kamiel D’Hooghe speelt op het orgel.
24 december
Middernachtmis. De meeste confraters hebben deze nacht en morgen met Kerstmis in hun pa- rochies stemmige vieringen. Vele mensen vinden deze dagen ook de weg naar de kerstvieringen in onze abdijkerk.
26 december
Zangnamiddag in onze abdijkerk waar we vele klassieke kerstliederen samen willen zingen.
OOK DIT NOG...
NIEUWE KEUKENPLOEG ABDIJ
Sinds enkele maanden hee de abdijgemeenschap gekozen om met VM Exlusief uit Wolvertem in boot te gaan wat betre de maaltijden en dit tot ieders tevredenheid. Marie-France van VM Exlusief die haar opleiding als gediplomeerde kokkin meekreeg van thuis uit zal in staan voor de dagelijkse levering van dagverse producten en deze worden verder afgewerkt in de keuken van de abdij door twee mensen (Magriet en Christina) die wij hal ijds (beiden jarenlange hotel- en keukenervaring) in dienst hebben aangenomen. Vanaf februari zal er door de hal ijdse krachten ook gekookt worden in de keuken van de abdij wat de kwaliteit nog meer ten goede zal komen. Wij heten hen welkom !
Auteur: Elze Sietzema-Riemer Bestelcode: 126183 ISBN-number: 9789031740895 Formaat: 19.5 x 24 cm Afwerking: gebonden
Aantal blz: 160
Uitgi edatum: 15/10/2015
Uitgever: NV Uitgeverij Altiora Averbode
Op de foto: van Links naar Rechts: Magriet, Marie-France van VM Exlusief, Christina
BOEK ABDIJMENSEN
Dit jaar verscheen naar aanleiding van het ‘Jaar van het godgewijde leven’ de uitgave van een boek over het leven van norbertijnen en norbertinessen in Vlaanderen en Nederland. Het werd een vertel- en fotoboek. Acht ‘abdijmensen’ krijgen vragen voor- gelegd die leven bij jongeren, zoals: Wat zijn dat, norbertijnen? Waarom bidden jullie zo veel? Geloo u in God? Waarom leef je als religieus? Hoe ko- men jullie aan je geld? Wat doen jullie de hele dag? Waarom zijn jullie niet getrouwd? Hoe is ‘de gelo e van armoede’ te rijmen met die prachtige gebouwen waarin jullie wonen?
De abdijmensen vertellen openhartig over hun erva- ringen met God en met mensen. Ze staan midden in de samenleving én laten zien waarin ze ‘het verschil maken’.
Paus Franciscus hee de schijnwerpers gericht op het ‘godgewijde leven’. Norbertijnen en norbertines- sen reageren met een vertel- en fotoboek. Eigentijds en met het oog op de toekomst.
Auteur Elze Sietzema-Riemer (1986) is godsdienst- wetenschapper en journalist. Ze hee Media en Reli- gie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij wil ontmoeting faciliteren, bruggen bouwen, horizonnen verbreden. Een journalist 2.0 die zich inzet voor een betere wereld.
44
45
VERNIEUWDE WEBSITE
Al enige jaren vinden we onze Grimbergse abdij terug op het internet en de ervaring leert ons dat heel wat mensen door een virtueel bezoek, onze abdij ontdekken of contact nemen. Maar de digi- tale vooruitgang dwingt ons regelmatig om onze site aan te passen aan de nieuwe mogelijkheden. Tien jaar geleden mochten we beroep doen om de vrijwillige medewerking van Wim Cruysberghs. Al die tijd hielp hij ons achter de schermen bij de opbouw en het onderhoud van de site. We zijn hem zeer dankbaar voor al zijn tijd en kennis.
Ondertussen zijn we 10 jaar verder en de digitale wereld veranderd razendsnel. We vonden het trouwens zelf ook belangrijk om onze site in een nieuw jasje te steken en het nog gebruiksvriende- lijker en aantrekkelijker te maken voor de virtuele bezoeker.
Zo hebben we in het voorbije jaar met een werkgroepje hard gewerkt om een nieuwe site te creë- ren en de inhoud bij te werken. Hiervoor deden we beroep op enkele mensen buiten de abdij die ons met kennis van zaken en een frisse kijk bij stonden. Dank aan Leo De Bock, Sven Vilain en Philippe Pelsmaekers. De bijzonder geslaagde foto’s geven een extra touch aan het geheel van de website. Het resultaat mag gezien worden en nodigen u uit – voor zover u dat nog niet gedaan had – om een bezoekje te brengen aan de site:
www.abdijgrimbergen.be
GRIMBERGENBIER IN DE PRIJZEN
Grimbergen Blonde has won Bronze Award at European Beer Star 2015, one of the biggest and toughest beer tasting awards (app. 2.000 beers out of 45 counties of all continents in 55 categories) in the category “Belgian style blond ale”.
OPGELET..... WERKEN
De oude wijnkelder werd volledig herschilderd en vervangen door een e cienter wijnnissen.
Begin dit jaar werd de jaarlijk- se snoei aangevat. Hier in de omgeving het abdijkerkhof
Er werd een nieuw documentenarchief ingericht in de westelijke vleugel
46
47
Heraanleg pad aan de keuken
... en aan de nieuwbouw
Aan de achterkant van de keuken wordt een oude trap afgebroken om plaats te maken voor een mooie e en pad.
onder grote belangstelling van de pers werd de nieuwe ver- warming op basis van hout- pellets in werking gesteld.
Er werd in augustus een kamer in orde gebracht in de noordelijke vleugel waar prior Johan zijn intrek neemt.
De voortuin aan de lokalen van de scoutslokalen wordt een mooi project met voldoende groen en speelgelegenheid.
November 2015.
Onze tuinman Hans legt de laatste hand op de beplanting aan de scoutslokalen
48
AGENDA 2016
ABDIJUITSTAP 2016
Abdijgmeenschap gaat op bezoek in de brouwerij te Obernai zondag 10 juli (vertrek om 12 u) tot en met woensdag 13 juli 2016
TENTOONSTELLING 2016
De abdij... een open boek?
Onder impuls van de vzw. “de vrienden van de abdij” mogen we in het jaar 2016 weer uitkijken naar een mooie tentoonstelling waarbij een stukje van het verborgen archief van de abdij voor bezoekers wordt opengesteld.
Onder het thema: “De abdij... een open boek?” willen we de bezoeker meenemen naar de won- dere wereld van abdijbibliotheken. Onze eigen abdijbibliotheek krijgt hierbij een bijzonder plaats maar we laten bezoekers ook kennis maken met verschillende andere norbertijner bibliotheken in de wereld.
De concrete uitwerking is nog volop aan de gang maar het beloofd ongetwijfeld iets heel moois en unieks te worden. Wat zeker al vaststaat zijn de data. Houdt één van deze momenten alvast vrij en we zouden u graag ontmoeten op deze tentoonstelling.
3 weekends in oktober 2016
Zaterdag 1 oktober Zondag 2 oktober Zaterdag 8 oktober Zondag 9 oktober Zaterdag 15 oktober Zondag 16 oktober