V.U. Wim Van den Broeck Weversberg 84 2450 Meerhout Erkenningsnummer: P409673 DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT I JAARGANG 30 JANUARI-FEBRUARI-MAART 2024 Beiaardcomité Lokeren VBV-dag in Grimbergen Beiaard in bezettingstijd 1
COLOFOON Driemaandelijks tijdschrift van de Vlaamse Beiaard Vereniging vzw Jaargang 30 nr. 1 januari-februari-maart 2024 Bijdragen voor dit nummer: Koen Cosaert, François van der Jeught, Wim Van den Broeck, Julie Zhu, Heleen vander Weel, Gijsbert Kok, David Proot, Bart Verhaeghe, Paulette Elewaut, Franky Baeyens, Lili Van Beeumen. De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun teksten. Eindredactie: François van der Jeught, Kris Van Messem Redactie-adres: [email protected] Elektronische opmaak: Kris Van Messem Druk: Enigma bv - Grimbergen V.U.: Wim Van den Broeck, Weversberg 84, 2540 Meerhout Raad van bestuur: Wim Van den Broeck Dina Verheyden Jakob De Vreese Lorenz Meulebroek Kris Van Messem André en Lili Peeters-Van Beeumen Jasper Depraetere Brecht Crabeels Lidgelden: 40 EUR, 25 EUR (jonger dan 26 j.) + 5 EUR buiten België / + 8 EUR buiten Europa Steunend lid: € 100,- Ondernemersnummer: 0422 511 412 VBV, Bruul 52 bus 5, 2800 Mechelen IBAN code: BE58 4016 0334 6179 BIC: KREDBEBB Deadline voor Jg 30, nr. 2 15/05/2024 Omslagfoto: De “Bronzen Piano” in de Sint-Servaasbasiliek in Grimbergen Foto: Jan Cools www.beiaard.org INHOUD 3 VOORWOORD 5 FRANS PERCKMANS & JEF DENYN 10 VIERINGEN 50 JAAR VREDESBEIAARD 14 COLUMN EN CARTOON 15 WAT? BEIAARD? 19 KONINGIN FABIOLAWEDSTRIJD 2024 23 RECENSIE “ZES EEUWEN KLOKKENCULTUUR IN DE ABDIJ VAN AVERBODE” 24 DE DUBBELZINNIGHEDEN VAN HET SPEL 25 BEIAARDCOMITÉ LOKEREN 31 CARILLONSPEL 1940-1945 40 MOBIELE BEIAARDEN IN VLAANDEREN BLADMUZIEK Als lid van de VBV krijgt u gratis toegang tot SALVATOR, het online uitwisselingsplatform onder beiaardiers, met meer dan 250 partituren voor beiaard. Surf naar www.beiaard.org en klik op Salvator
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 3 Beste beiaardvrienden, Ontspanning en inspanning, ze horen onlosmakelijk samen. 2024 wordt voor de beiaardiers/beiaardliefhebbers hopelijk één van veel muzikale ontspanning, maar zeker ook één van inspanning. De Negende Internationale Koningin Fabiolawedstrijd staat namelijk voor de deur, een wedstrijd met naam en faam. Mijn wens is vooral dat de inspanning en het wedstrijdgegeven gelijk komen te staan met ontspanning-plezier en deuren die zullen openen in Vlaanderen, Nederland en verder om alle beiaardiers (vanuit de voorrondes en finales) veel muziekkansen te bieden. Waar we zeker mogen in vertrouwen, we gaan bijzonder mooie muziek te horen krijgen en eigenlijk draait het daar toch allemaal om. Wim Van den Broeck Voorzitter Vlaamse Beiaardvereniging vzw VOORWOORD
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 5 De bibliotheek van de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ aan de Bruul in Mechelen bewaart de reeks tijdschriften van ‘Bondsnieuws’ uit de periode 1956-1994, een uitgave van de toenmalige Belgische Beiaardiersgilde vzw. Decennialang was Gaston Van den Bergh (1924-1994) de drijvende kracht achter dit tijdschrift. Hij was vanaf 1944 ambtenaar bij het Ministerie van Justitie, maar daarnaast én vooral was hij een gepassioneerd beiaardier in Mechelen, Lier en in Halle, beiaardadviseur en zelfs beiaardhistoricus.¹ In ‘Bondsnieuws’ nummer 75 van 1980 viel mij zijn In memoriam Frans Perckmans op. Perckmans, dé Mechelse folklorist, letterkundige, tekenaar en schilder, was dat jaar op 5 juli overleden.² In dit In memoriam nam Van den Bergh een merkwaardig historisch feit op over Perckmans en stadsbeiaardier Jef Denyn. Frans Perckmans heeft veel gepubliceerd, getekend en geschilderd; er werd ook over hem gepubliceerd.³ Hij werd geboren in Mechelen op 9 augustus 1895 als oudste zoon van Jan Frans en Maria Joanna Jansen. Zij hielden een herberg met afspanning én likeurhandel in de Befferstraat kortbij de Grote Markt. Frans huwde in Lier op 1 augustus 1918 met Maria Van Aeken. Hun huwelijk zal kinderloos blijven. In Lier kwam Frans in contact met schrijver Felix Timmermans, met dichter Karel De Winter en met kunstsmid Lodewijk Van Boeckel. De invloed van Timmermans op hem was onmiskenbaar. Hij werd een gedreven autodidact. Frans keerde terug naar Mechelen en werd handelsreiziger voor een Brusselse firma in oliën en vetten. Frans Perckmans (1895-1980) en Jef Denyn (1862-1941) Tekst: François van der Jeught
6I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 In zijn ‘Kinderleven’ vóór 1914, opgenomen in het Verzameld Werk uit 1967, noteerde Perckmans in dit verband het volgende:⁶ […] En nu ‘n woordje over onze beiaard en de wereldberoemde beiaardier Jef Denijn. Hoe mening kinderhart heeft de prins der beiaardiers door z’n meesterlijk klokkenspel ons niet bekoord en getroffen; vooral was hij bekend voor de volksdeuntjes en vlaamse liederen van brons en kristal, mooie klanken over de stad liet neerdruppelen. Daar ik van kindsbeen af van het beiaardspel hield, en ervan droomde ook eens beiaardier te worden, Gaston Van den Bergh schreef in ‘Bondsnieuws’ over Perckmans het volgende: Op 5 juli 1980 overleed te Mechelen Frans Perckmans, echtgenoot van Marieke Van Aeken. Deze folklorist, tekenaar, schrijver en schilder werd te Mechelen geboren op 9 augustus 1895. Reeds op jeugdige leeftijd kende deze volksjongen de werken van beroemde auteurs, w.o. Shakespeare, Victor Hugo, Goethe, Dante, Virgillius, Gezelle,… Nog jong zijnde begon hij zelf verhalen te schrijven over het volkse leven te Mechelen en welke hij met tekeningen illustreerde. Hij werd hierbij aangemoedigd door zijn vriend Felix Timmermans. Waarom Frans Perckmans hier vermeld wordt? Weinigen weten dat Frans Perckmans een van de eerste leerlingen was van Jef Denyn, nog vooraleer de Beiaardschool bestond. Noch in het ‘Gedenkboek Jef Denyn’, noch in het ‘Jubileumboek’ van de Beiaardschool wordt dit vermeld.⁴ Als knaap droomde hij ervan beiaardier te worden. Wegens ziekte moest hij het beiaard-spelen opgeven, dit op aanraden van de dokter: het vermoeide hem te zeer en alzo zou zijn zwakke gestel nog meer ondermijnd worden.⁵
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 7 voelde ik me er ten zeerste voor aangetrokken. Ik trok dan met Piet en Loewite al eens naar ‘t zo gekende Straatje zonder einde – of strêuke zonder eind – ‘t heiligdommeke der beiaard-beluisteraars en waarin het zo rustig en stil is, als in ‘n veldkapelletje, – om van dit hemels klokkengesprankel te snoepen. ‘k Hoor hem nog rinkelen van op Sint-Romboutstoren: “Heeft het roosje milde geuren”, “Het loze vissertje”, “Zeg, kwezelke wilde ge dansen”, “Het lied van de smid”, “Beiaardlied” en zo meer. Als hij “Ik ken een lied” beierde – ‘t was het lievelingsliedje van mijn goede moeder zaliger, en menig keer heeft ze het voor ons voorgedragen – dan zongen we mee. Ja, die Meester Jef Denijn met z’n klokken en klokjes, vergeet ik nooit […]. Het is onmogelijk om nog na te gaan hoe lang of in welke jaren Jef Denyn aan Perckmans beiaardles had gegeven. Dat hij Denyn bewonderde blijkt overduidelijk uit zijn tekst ‘De beiaard van St. Rombouts’ uit 1949.⁷ 1 N. Reynders, Homilie bij de uitvaartdienst van Gaston Van den Bergh, in Magazine van de Vlaamse Beiaardvereniging, jg. 1/1, 1995, p. 3 en 4. 2 G. Van den Bergh, In memoriam Frans Perckmans, in Bondsnieuws, nr. 75, Mechelen, juli 1980, p. 37 en 38. 3 A. Ver Elst, Frans Perckmans, Mechels folklorist en volkstekenaar, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen (HKKOLKM), dl. 65, Mechelen, 1961, p. 132-144, (met uitgebreide bibliografie). Huldebrochure (voor Frans Perckmans), een initiatief van Volksdansgroep Tierelantijne en Volksdansgroep De Beiaard, met teksten van o.a. Jaak Brouwers. De tekst van Brouwers verscheen onder de titel Frans Perckmans 75 in Ons Erfdeel, jg. 14, 1970-1971, p. 141-143. 4 Gedenkboek Jef Denyn, Uitgave van de ‘Beiaardschool te Mechelen, Mechelen, 1947, 329 p. W. Godenne & H. Joosen (red.), Jubileumboek 1922-1972, Mechelen, 1973, 362 p. 5 Gaston Van den Bergh had blijkbaar geciteerd uit: J. Verstappen, Rond en over Frans Perckmans, in Frans Perckmans. Verzameld werk, deel I, gepubliceerd n.a.v. diens 70ste verjaardag (1967), p. 12. Jack Verstappen (Antwerpen, 1915 – Beveren-aan-de-IJzer, 2002), was o. a. schrijver, volkskundige en redactiesecretaris van het tijdschrift Trefpunt. De auteur vermeldde nog dat Perckmans werken kende van Milton, Keats, Ibsen, Schiller en Verlaine en noteerde: Ook de muziek bekoorde hem. Zijn droom als prille knaap: beiaardier worden! En werkelijk zou hij later een der eerste leerlingen zijn van de grote Jef Denijn. Jammer moest hij zijn plannen laten omdat ziekten zijn gestel tussendoor ondermijnden. Het Verzameld Werk kwam tot stand door de cultuurvereniging ‘Stichting Trefpunt vzw”. Tot het erecomité behoorden o.a. Staf Nees en Piet van den Broek. De vereniging had de intentie om het verzameld werk uit te geven in drie delen. Het bleef bij dat eerste deel. 6 Frans Perckmans. Verzameld werk, o.c., p. 175 en 176. 7 A. Ver Elst, o.c., 1961, p. 41 en 42. Frans schreef: […] En wie heeft de beiaard mooier bespeeld en de klokken inniger doen zingen dan wijlen meester Jef Denijn. Is hij niet de tovenaar der klokken? Hij vertolkte de zo mooie preludiums, de sonaten en sonatinnen van klassieke componisten en bij het sluiten van de Maandagavondrecitals steeg mede treurnis in de harten der talrijke luisteraars bij de meesterlijke uitvoering van de ‘Marcia Funebra’ van Chopin. Jef Denijn hamerde bij feesten en kermissen, bij stoeten en ommegangen; hij deed de klokken jubelen voor processies; hij beierde zowel de volksdeuntjes voor de zaterdagse markt als in statige gregoriaanse zangen op hoog- en feestdagen. Hoe menig avond zoals in de maanden juni, augustus en september, tijdens de maandagavondrecitals hebben wij, Mechelaars, samen met talrijke luisteraars uit alle hoeken van de wereld, niet ingetogen geluisterd op de volkse Melaan en in het stille kruiwagenbrede steegje ‘het straatje zonder einde’, naar het bekoorlijk klokkenspel dat van uit Sint Romboutstoren over de stad drendelde. Telkenmale voelden wij ons getroffen door die als uit de hemel spetterende bronzen stemmen; wij gevoelden ons aangedaan wanneer Jef Denijn’s meesterlijke hand de klaviertoetsen aanraakte. Zo echt en zo ontroerd de klokken doen spreken: dàt kon alleen de geniale beiaardier: Jef Denijn, de nederige, maar de onovertroffen klokkenvirtuoos. Maar zijn werk leeft voort. […] Mechelen, 8 november 2023
8I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 De Vlaamse Beiaardvereniging en de Beiaardvrienden Grimbergen nodigen u en uw partner uit op de jaarlijkse VBV-dag die dit jaar plaats vindt in de “Parel van Brabant” Grimbergen. Ook dit jaar verwelkomen we eveneens de leden van lokale beiaardverenigingen en de Toeristische diensten van Vlaamse gemeenten. Grimbergen is niet alleen bekend om zijn Norbertijnenabdij en Sint-Servaasbasiliek, de beiaard heeft in Grimbergen steeds een prominente rol gespeeld. Pater Jan Feyen was, naast voormalig secretaris van de Oudleerlingenbond van de Mechelse beiaardschool, ook de eerste gediplomeerde priester-beiaardier. Hij is bovendien de grote stimulator geweest van de beiaard van Grimbergen zoals we hem nu kennen. Niet aflatende gesprekken, argumentatie en persoonlijke inzet hebben ertoe geleid dat in 1964 een nieuwe Horacantus (Eijsbouts)-beiaard werd geinstalleerd. We vieren dit jaar dus het 60-jarig bestaan van de beiaard. Onder impuls van Rien Aarssen (1943-2021), voormalig beiaardier van Grimbergen, werd de beiaard in 1998 uitgebreid met een bes-klok. Programma VBV-dag 2024 Ontvangst: Om 9 uur worden de deelnemers verwacht in de raadzaal van het Gemeentehuis, waar een welkomstontbijt wordt aangeboden door de gemeente Grimbergen: koffie, thee, water, ontbijtkoeken,…Welkomstwoord door Schepen Karlijne Van Bree (Erfgoed en Toerisme) en Schepen Philippe Roosen (Cultuur). Voormiddag: Om 9u45 vertrekken de leden van de Vlaamse Beiaardvereniging naar de leeszaal van de abdij voor de jaarlijkse Algemene Vergadering. Niet-leden kunnen de basiliek en abdij bezoeken onder begeleiding van Abt Erik (gratis) Aperitiefconcert: Om 11u30 kunnen we in de abdijtuin luisteren naar een beiaardconcert door Twan Bearda, beiaardier van Grimbergen sinds 2009. Lunch Om 12 uur worden we verwacht in “Brasserie Fenikshof” er is keuze uit drie mogelijkheden: - Aperitief “Magnus Opus” aangeboden door de Micro Brouwerij - Soep van de dag Keuze 1: Stoofvlees bereid met Grimbergen dubbel Keuze 2: Schartongrolletjes met mosterdsaus en puree Keuze 3: Cannelloni met ricotta, spinazie en tomatensaus (vegetarisch) - Koffie of thee - Inclusief 1 consumptie Grimbergbier of frisdrank aan tafel Namiddagprogramma: Om 14u30 worden we allemaal verwacht in de basiliek waar Peter Thomas, organist van Grimbergen, het grootorgel en het koororgel zal bespelen. Peter Thomas (1961) studeerde aan de conservatoria van Gent, Antwerpen en Maastricht. Hij is te horen op verscheidene cd-opnamen en werkt regelmatig mee met producties van Radio Klara. Naast het verzorgen van publicaties zet hij VBV-dag in Grimbergen maandag 20 mei 2024 In samenwerking met de Beiaardvrienden Grimbergen Sint-Servaasbasiliek Grimbergen
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 9 Met het oog op de praktische organisatie van deze dag zouden wij u willen verzoeken om in te schrijven ten laatste 6 mei 2024. Het VBV-bestuur dankt de Beiaardvrienden Grimbergen, beiaardier Twan Bearda, organist Peter Thomas, de Microbrouwerij, de Abdijgemeenschap, het Gemeentebestuur van Grimbergen en iedereen die heeft bijgedragen aan de organisatie van deze VBV-dag. zich in voor activiteiten die het orgel bij een breed publiek promoten. Peter Thomas is directeur van de Stedelijke Academie voor Podiumkunsten te Aalst en docent muziekschriftuur aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen. Vanaf 15u30 tot 16u30 kunnen de beiaardier en geïnteresseerden de toren beklimmen en de Grimbergse beiaard bespelen. Voor de anderen is er een geleide wandeling in de kruidentuin van de abdij/brouwerij en kan je een kijkje nemen over de Micro Brouwerij (Gratis) Het einde van deze VBV-dag is voorzien rond 16u30. Napraten kan gebeuren met een lekkere Grimbergen in de Brasserie Fenikshof. Parkeergelegenheid: - Parking Sporthal (zonder parkeer schijf), Pastoor Wouterstraat Grimbergen op 50 meter van het gemeentehuis en 100 meter van de abdij. - Parking Fenikshof (privé parking), Abdijstraat Grimbergen op 100 meter van de abdij en 200 meter van het gemeentehuis Inschrijvingen Verplicht inschrijven via de website van de Vlaamse Beiaardvereniging: https://www.beiaard.org/vbv-dag/ Daar kan ook uw keuze voor het menu en de geleide bezoeken ingegeven worden. Het inschrijvingsgeld bedraagt €30,- voor VBV-leden (lidgeld 2024 betaald vóór 6 mei ‘24) en €35,- voor niet-leden. Ook kan u deze QR-code scannen die u rechtstreeks met de juiste pagina verbindt.
10I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 De Vredesbeiaard van de Abdij van Park in Leuven werd ingehuldigd op 11 november 2018, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Deze Vredesbeiaard groeide uit tot een vaste muzikale waarde in de omgeving van de abdij en is iedere dag een krachtig symbool van vrede en verzoening. Het instrument is een replica van de oorspronkelijke abdijbeiaard, die gegoten werd in 1712 in Amsterdam en die pas in 1729 werd aangekocht. De beiaard verhuisde in 1811 van de abdij naar de toren van de Leuvense Sint-Pieterskerk. Tijdens de ‘Brand van Leuven’ eind augustus 1914 werd ook de kerk zwaar geteisterd en ging de beiaard onherroepelijk verloren. Kort voor de herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog in 2018 had de stadsarchivaris van Neuss (Duitsland) bewezen dat een bataljon uit zijn stad een cruciale rol had gespeeld bij die brandstichtingen met de enorme verwoesting van Leuven tot gevolg. De replica van het instrument kwam tot stand dankzij een bijzondere samenwerking tussen Leuven en Neuss. In de loop van 2016 was hierover een charter ondertekend en groeide het project van de Vredesbeiaard voor de Abdij van Park. Méér dan 300 sponsors uit Neuss en Vlaanderen droegen bij tot de realisatie van het instrument. Vorig jaar, op zaterdag 11 november 2023, vierde de Vredesbeiaard dus zijn vijfde verjaardag. Om 13.00 uur startte Arie Abbenes, ere-stadsbeiaardier van Utrecht en muzikaal adviseur van het Vredesbeiaardproject, met een gesmaakte bespeling: barokmuziek uit de Lage Landen met werken van Josse Boutmy, Pieter Bustijn, Willem de Fesch, Johan Schenk, Joseph-Hector Fiocco en – hoe kan het anders – van Matthias Vanden Gheyn. Intussen stroomden tal van genodigden onder lichte regenval de abdijkerk binnen voor de jubileumviering van 14.00 uur. Aanwezig waren delegaties van het stadsbestuur van Leuven en van Neuss. Bert Cornillie, schepen van cultuur van Leuven en Gisela Hohlmann, plaatsvervangend burgemeester van Neuss, verwelkomden de genodigden. De presentatie van de viering was in handen van prof. dr. Kurt Feyaerts. Drie bijdragen werden opgeluisterd met muzikale intermezzi door het vocaal ensemble Musa Horti: Viering vijf jaar Vredesbeiaard Leuven & Aarschot Leuvense Vredesbeiaard Tekst: David Proot Foto’s: Jan Crab en Luc Rombouts
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 11 - de lezing ‘Space for Memory - Memory of Places’ door prof. dr. Gisèle Gantois (KU Leuven), - de lezing over ‘De Vredesbeiaard in onderwijs over geschiedenis en politiek’ door Annika Dötsch, (Marie Curie-Gymnasium Neuss), en - een beeldpresentatie door dr. Luc Rombouts. Om 15.00 uur werd de viering afgesloten met een korte receptie in de Tiendenschuur van de Abdij van Park, waar trouwens ook de hele dag de expo ‘Vrouwen & Vrede’ liep. In samenwerking met ‘De Vrienden van de Abdij van ’t Park vzw’ startte dan om 16.00 uur de Vredeswandeling, die voor iedereen toegankelijk was rond het abdijdomein, muzikaal begeleid met een concert door sopraan Noémie Schellens en beiaardier Luc Rombouts. Om 17.00 uur ten slotte werd bij kaarslicht samengezongen voor vrede op het Neerhof, onder leiding van Noémie Schellens.
12 I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 “Vijf jaar is een houten jubileum, de tijd gaat snel, wat is nu vijf jaar? Het is al vijf jaar dat de beiaard in onze kerktoren is geïnstalleerd. Mijn moeder was vijf jaar toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Die duurde vijf jaar. Wat duurden die jaren lang. Momenteel zijn er ernstige oorlogen gaande. Laten we Een Minuut Stilte houden voor Vrede”… Zo sprak de dienstdoende burgemeester van het rustige Vlaams-Brabantse stadje Aarschot een met publiek goedgevulde kerk toe voor het ‘Jubileumconcert’ ter gelegenheid van – al – vijf jaar Vredesbeiaard. Op 11 november 2018, 100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd in Aarschot de Vredesbeiaard ingehuldigd. Een fris en tegelijk warm klinkend instrument, al zou het op deze viering maar kort bespeeld worden door de Ierse beiaardier Adrian Gebruers (zijn vader was Antwerpenaar). Het grote muzikale woord was, na het korte woord van de burgemeester, aan de Brassband Hombeek en de kamerbeiaard van de Koninklijke Beiaardschool, opgesteld voor het prachtige gotische doksaal in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De kamerbeiaard is een instrument dat in een zaal of kerk kan geplaatst worden en dan solo of samen met andere instrumenten wordt bespeeld. Voor dit concert zou deze kamerbeiaard zowel solo bespeeld worden als samen met de Brassband Hombeek. Aan het beiaardklavier zat de Mechelse stadsbeiaardier Eddy Mariën, de brassband stond onder leiding van de zeer getalenteerde muzikale duizendpoot Stan Nieuwenhuis. Jubileumconcert met Minuut Stilte voor Vrede in Aarschot Tekst: KlassiekCentraal.be Foto’s: Bart Verhaeghe
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 13 Het werd een sfeervol concert met een programma vol afwisseling van ernstig tot meer populair klassiek. Het startte met de opwekkende mars, een soort oproep tot (hopelijk snel komende) Vrede, ‘The Britisch Grenadiers, een werk uit de 17de eeuw. Net zoals de meeste composities waar de brassband en de beiaard samen speelden, was het bewerkt door de 19-jarige componist-percussionist Lennert Van Laenen. Riskanter was het samenspel van de brassband en de beiaard met het Concerto in A van Bach naar Vivaldi. De klokken klinken gewoon uit, je kan ze niet dempen en ik vreesde dat het toch wat rommelig zou gaan klinken. Dit was niet zo, allicht omdat het om een kleinere beiaard gaat enerzijds en omdat anderzijds de beiaardier sterk accentueerde en wat schrapte in de invullende bas en versieringen. Voor de gelegenheid was de Japanse Ambassade vertegenwoordigd en voor hen speelde Eddy Mariën het fijne, gevoelige Sakura Sakura, het bekendste Japanse volksliedje. Na twee bijzonder knappe werken van de fel ondergewaardeerde componist Jos Lerinckx (Halle, 13 juni 1920 - Mechelen, 23 december 2000) die van een opmerkelijke applaus mochten genieten, werd het luisteren naar een indrukwekkend werk ‘Crescent City Cortege’ van de componiste Rebecca Lundberg die met deze compositie terecht finaliste was van de International Brass Band Composer Competition in Dallas (organisatie BrookWright Music) in 2020. Als tussendoortje schonk de (bijna) jarige beiaardier nog het ‘Ongeschreven Postludium’ van Jef Denyn aan de luisteraars. Een uitzonderlijk lyrisch werk dat tot in het diepste van je ziel dringt. Met de nodige flair rondde dit feestelijk concert (bijna) af met een greep uit West Side Story van Leonard Bernstein. Het evenwicht tussen de beiaard en de brassband was zeer sterk. Meer dan vermeldenswaard is ook de hoogstaande kwaliteit van de Brassband Hombeek die volledig draait op liefhebbers. Enkele aanwezige Amerikaanse musici konden het haast niet voor waar aannemen dat dit geen doorwinterde professionelen zijn. De organisator van de avond, Marc Van Eyck, de man die tevens van A tot Z zorgde voor het realiseren van het beiaardproject werd terecht in de bloemen gezet. Hij kreeg nog een onaangekondigde muzikale groet met “Ik zeg u geen Vaarwel”. Wat een geslaagde avond toch!
Julie Zhu werd geboren in 1990 en is een artistieke duizendpoot. Momenteel woont zij in San Francisco VS. Ze studeerde wiskunde en kunst aan de Yale University, studeerde in 2013 af aan de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ en promoveert momenteel in muziekcompositie aan Stanford. Haar kunstwerken omvatten schilderkunst, installatie, grafische en conceptuele kunst. Ze was een cartoonist voor de Washington Post van 2007 tot 2010. Tijdens de zomer geeft ze les in Alaska. COLUMN CARTOON Als uitzonderlijk doorgedreven beiaardkenner, is het onmiskenbaar dat bourgondisch drinkgelag samenhoort met hoogstaand beiaardspel. Aangezien we dit jaar instrumentalisten zullen testen op hun technische gaven in de Koningin Fabiolawedstrijd, lijkt het mij logisch dat er ook een wedstrijd wordt uitgeschreven om het bourgondische met het technische te matchen. Ik zou niet zo uitmuntend zijn, moest ik daartoe al niet de contouren hebben uitgeschreven. Ronde 1. Entree Een gekend beiaardpreludium na het nuttigen van 2 Vlaamse bieren met alcoholpercentage < 7%. Ronde 2. Romantiek Na het nuttigen van 2 gekende Vlaamse streekbieren met een alcoholpercentage tussen 7 en 9% doemt dikwijls romantiek op. Daarom tijd voor een grotesk romantisch beiaardwerk. Ronde 3. Improvisatie Aangezien we hier het alcoholpercentage van 9% overstijgen met 2 extra consumpties (Tripel strekt tot de aanbeveling) zijn de geesten meestal gerijpt voor een geweldige improvisatie. Het voorliggend thema is “wat zullen we drinken” … Wat mijn wedstrijd uitzonderlijk maakt, is dat het inlevingsvermogen van de jury terdege authentiek moet zijn, waardoor zij het drinkgelag van de participanten zullen moeten volgen. Het spreekt voor zich dat aangezien er 3 deelnemers per dag zullen passeren, dat de juryleden ruime ervaring dienen te hebben opgebouwd, ook muzikaal … Belhamel Beiaardliefhebber van middelbare leeftijd met een eigen kijk op de beiaardbeleving.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 15 Wat? Beiaard? Relaas van een enthousiaste student S inds een paar jaren ben ik student aan de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ in Mechelen. De algemene bagage die ik al had als muzikant helpt me natuurlijk een flinke brok, maar in feite moet veel in de praktijk van nul herbeginnen als je beiaard studeert. Een beiaardklavier bespelen is compleet anders dan gelijk welk ander toetsinstrument. Daarenboven moet je bij het schrijven van beiaardmuziek technisch, qua stemvoering en tessituur, anders gaan denken dan bij een koor, piano of orgel. Je wordt met je neus gedrukt op een heleboel typische karakteristieken van de speltechniek, van de klokken zelf, van boven- en ondertonen, of van het timbre van het instrument. Tekst: Jan Coeck
16I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 1. Fysiek In gesprekken met vrienden (‘wàt? beiaard?’) heerst nog altijd het idee dat je, om beiaard te spelen, met je volle vuisten moet ‘bonken’ op het stokkenklavier. Mensen gaan ervan uit dat je een stevige fysiek moet hebben om op een beiaard te kunnen spelen. Sommige oudere filmbeelden illustreren dat immers. Ik leg dan uit dat het vroeger wel zo was, maar dat door de technische evolutie van het instrument zoiets vandaag helemaal niet meer nodig is. Integendeel, dat je zelfs zeer verfijnd en écht pianissimo en legato kan spelen. Ook zonder de historische lederen vingerbeschermers of met grootse gebaren, zoals Jef Denyn dat deed. Je fysiek komt alleen aan bod als je de honderden trappen in een toren moet bestijgen… En hoogtevrees is al helemaal uit den boze. 2. Vals Soms maakt men de opmerking dat een beiaard ‘toch eigenlijk een beetje vals klinkt’. Dan haal je als would-be beiaardier trots wat technische uitleg uit de kast. De klank van een menselijke stem of van een instrument, hetzij een snaarof een blaasinstrument, is een amalgaam van klanken en tonen. In muziektermen uitgedrukt noemt men dit ‘onder- en boventonen’. Luister je naar een toon, dan is wat je daadwerkelijk hoort zelden maar Niet omdat klokken onzuiver zijn, maar omdat ze als een van de weinige instrumenten een boventoonreeks hebben die anders harmonisch is opgebouwd. Omwille van de vorm van de klok zit er een kleine terts in de boventonen, terwijl dat voor andere muziekinstrumenten een grote terts is. Die samenstelling geeft dat we een ‘vals’ gevoel krijgen, inherent aan de meting en het gieten van het brons. En dat geeft die heel typische klank van een beiaard. Dit is puur een kwestie van perceptie en zeker ook van smaak. Je kan de klank van een hobo misschien wat ‘scherp’ of een fagot ‘brommerig’ vinden, of bijvoorbeeld niet zo wég zijn van de klank van een trompet. Die bijzondere klankeigenschappen maken het karakter van elk instrument uit. Daar komt nog bij dat, als je een beiaard hoort spelen, de akoestische omgeving een belangrijke rol speelt. Sta je ergens wat verdekt opgesteld, op een goede luisterplaats of op een geluidsarme plek, dan ga je veel duidelijker horen wat de beiaardier speelt. Sta je midden in het verkeer, dan zal je een pak mooie eigenschappen van de beiaardklanken niet horen en dus ook akoestisch afgeleid of gestoord worden. één enkele toon. Met die toon klinken immers altijd ‘onderhuids’ verschillende hogere en lagere tonen mee. Dat gaat volgens harmonische (natuurkundige) wetten. De vaakst voorkomende boventoonreeks bestaat uit octaven, kwinten, tertsen en secunden. Boventonen spelen in de klankvorming van een instrument vaker een rol dan men zou denken. Ze bepalen niet alleen het verschil in klank tussen een hobo en een viool, maar ook tussen dezelfde instrumentensoort onderling. Het komt ook door die boventonen dat muziek op een beiaard een beetje ‘apart’ klinkt.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 17 3. Duidelijk en aanwezig Nog eentje. Niet élke beiaard klinkt heel duidelijk. Kleine, hoog klinkende klokjes dreigen soms hun klank wat te verliezen in het omgevingslawaai, of omdat ze te hoog zijn opgehangen. De grotere en lager klinkende klokken kunnen soms indringend doorklinken en een melodie of een hoofdthema daardoor wat overklassen. Het speelt zelfs een rol van waar de wind komt! (Op dit ogenblik zijn mijn toehoorders al wat meer bij de les. Blijft nog hen te overtuigen van de betekenis en het belang van een beiaard.) 4. Rol en betekenis Niemand twijfelt nog aan het belang van radio en televisie. De media zijn alomtegenwoordig. Via de radio en de pers vernemen we het nieuws. Via deze kanalen horen we constant ook muziek. En vandaag zijn we verwend door het aanbod, niet enkel door de tientallen radiozenders maar ook door allerlei streamingdiensten als Apple music of Spotify. Gelijk welke muziek is voor het grijpen, downloaden en zelfs bewerken. Alle genres en soorten liggen binnen de paar seconden binnen oorbereik. (Grappig detail: de lp, die men nu met een modieuze term ‘vinyl’ noemt, is weer prominent aanwezig. Binnenkort ook de beiaard?) Draaien we de klok een eeuw of meer terug, dan belanden we op akoestisch vlak in een grote leegte, een soort gewijde atmosferische stilte. Geen radio of cd’s, alleen ‘live’ muziek, al moest dat woord toen nog worden uitgevonden. (Jean-François Millet, L’Angélus) Hierbij werden drie slagen op het kleine klokje gegeven waarna een aanroep met ‘Weesgegroet Maria’ werd gebeden. Misschien herinneren we ons de scène uit ‘de Heren van Zichem’: de boeren op het veld stoppen met werken, nemen eerbiedig hun pet af en bidden. Niks digitaal, niks automaat. Het automatisch speelwerk heeft de rol van het ‘uur luiden’ overgenomen. Een hele reeks handschriften, zoals dat van De Gruytters, bewijst hoe belangrijk dat automatisch speelwerk is geweest. De opmars van het bespeelbaar instrument is al eeuwen aan de gang: de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal beschikte zeker rond 1510, maar mogelijk al vanaf 1481, over een echte beiaard met een stokkenklavier. De klokkentoren slaat het uur, of zelfs het kwartier. Het ‘angelus’, een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden werd, om zes uur ‘s morgens, twaalf uur ‘s middags en zes uur ‘s avonds, waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden voor stopten om te bidden, is in onbruik geraakt. Maar dat gebed werd aangekondigd door het luiden van een kleine luidklok, het ‘angelusklokje’.
18I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 5. Bon. Wat zullen we dan nú voor u spelen? De beiaard is overal aanwezig en heeft zijn functies stevig behouden en zelfs nog versterkt. Een beiaardier is vandaag, vergeef me de uitdrukking, een soort straatmuzikant. Iedereen kan hem/haar horen. Hij laat zijn instrument horen tijdens de markt, op feestdagen, of bij een plechtige gebeurtenis. Beiaardklanken maken deel uit van het ‘klanklandschap’, je let er niet altijd op, maar ze maken deel uit van een fijne, volkse traditie. De klokken vertolken de algemene sfeer in het publieke klankdecor. Een beiaardier draagt op een waardige manier zijn steentje bij in de cultuur van een stad of een gemeente. Of hij/zij daarmee zoveel mogelijk moet tegemoetkomen aan wat het publiek daar beneden wil, dat is een issue voor een ander soort debat. In een sacrale omgeving van een abdij is het misschien wat minder gepast om een tune van Madonna te spelen. Tijdens een feestmarkt is een prelude van Matthias Vanden Gheyn misschien ook niet altijd even geschikt. Maar laat ons eerlijk zijn: de bewerkingen van klassieke muziek die veel beiaardiers spelen, zijn een absolute meerwaarde. Wààr in de publieke ruimte hoor je anders nog klassiek? (ja, ik ken er zelf nog ééntje: in mijn favoriete kaaswinkel in Leuven). De beiaard is een stem, een luide en verfijnde stem. Wie niet met een koptelefoon of gefixeerd op zijn smartphone rondloopt, hoort hem. De beiaardconcerten die overal in het land worden georganiseerd nodigen uit om het instrument in zijn volle glorie te beluisteren en te leren kennen. Doordeweekse beiaardklanken gaan misschien wat op in het mengelmoes van andere geluiden uit de dagelijkse wereld. Dat is nu eenmaal eigen aan een beiaard in een toren midden in de stad. En dat mag ook. Zoals de muziek die je eigenlijk soms niet écht ‘be-luistert’ als je door een winkelcentrum stapt. Het is dus taak van beiaardiers om aandacht te vragen door het instrument te laten klinken zoals het is en zoals het hoort. Als ergens op straat een violist of een accordeonist echt mooi speelt, blijven mensen staan, met een glimlach. Misschien gaat hier en daar ook eens een glimlach naar boven, in de toren. Handschrift van De Gruytters
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 19 Internationale Beiaardwedstrijd Koningin Fabiola 10 - 14 juli 2024 Tekst: Jasper Depraetere De Koninklijke Beiaardschool “Jef Denyn” en stad Mechelen zijn verheugd om aan te kondigen dat we dit jaar alweer toe zijn aan de negende Internationale Beiaardwedstrijd Koningin Fabiola 2024 die zal plaatsvinden van 10 – 14 juli 2024 in Mechelen! U bent van harte uitgenodigd om dit unieke evenement te beleven waar getalenteerde internationale beiaardiers verzamelen en meedingen naar de eerste prijs. Bent u zelf een potentiële kandidaat? Dan kan u zich nog inschrijven tot en met 30 april 2024 via www.koninginfabiolawedstrijd.be waar alle benodigde informatie en het wedstrijdreglement te vinden is. Vanaf haar oprichting in 1922 ijvert de Koninklijke Beiaardschool “Jef Denyn” voor de bevordering en de bloei van de beiaardkunst. Vanuit die doelstelling organiseerde ze in 1987 voor het eerst de vijfjaarlijkse Internationale Beiaardwedstrijd Koningin Fabiola. Opnieuw gebeurt de organisatie in nauwe samenwerking tussen de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ vzw en de Stad Mechelen. Deze wedstrijd is ongetwijfeld de belangrijkste op haar gebied. Het is dan ook een sterke stimulans voor de erkenning van de beiaardkunst als een hoogstaand artistiek gebeuren. We gaan in deze wedstrijd op zoek naar veelzijdige beiaardiers van het hoogste niveau. Tijdens de preselecties worden vijf finalisten geselecteerd die zullen optreden tijdens twee finaledagen.
20I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 De winnaars en laureaten van de vorige acht edities hebben intussen internationaal naam gemaakt waarvan sommigen dit jaar ook in de jury zullen zetelen. De eerste prijzen werden uitgereikt aan: Geert D’hollander (1987), Boudewijn Zwart (1990), Gideon Bodden (1993), Tom Van Peer (1998), Twan Bearda (2003), Kenneth Theunissen (2008), Joey Brink (2014) en Alex Johnson (2019). De wedstrijdformule signaleert en illustreert op internationaal niveau ontwikkelingen in de beiaardkunst, zoals de aandacht voor hedendaagse (‘ernstige’) muziek, en de mogelijkheid die mobiele beiaarden bieden om dicht bij het publiek te spelen, vaak in samenspel met andere instrumenten. Dit vraagt vaardigheden en muzikaliteit die bij de Koningin Fabiolawedstrijd getest en beoordeeld worden. Het publiek kan de wedstrijd in optimale omstandigheden meemaken. Je kan plaatsnemen op het Cultuurplein met zicht op de Sint-Romboutstoren waar je de kandidaten aan het werk kan zien dankzij een live-videoverbinding. Daar krijg je ook info per kandidaat aangereikt door de presentator of via de drietalige programmabrochure (Nl, Fr, Eng), en via begeleidende filmpjes. Bezoekers leveren zelf een bijdrage door te stemmen voor de Publieksprijs op hun favoriete finalist op 13 en 14 juli. De laatste finaledag zal plaatsvinden in het Schip, de concertzaal, van het Cultuurcentrum van Mechelen. De selectiedagen en de eerste finaledag zijn vrij toegankelijk en gratis te bezoeken. Voor de laatste finaledag op 14 juli in het Cultuurcentrum, kan u tickets kopen voor €12 via de website. De selecties worden op woensdag 10 en donderdag 11 juli 2024 georganiseerd. Uit deze deelnemers wordt door de elfkoppige internationale jury vijf finalisten geselecteerd. Voor de tweede keer in de geschiedenis van de wedstrijd kunnen de kandidaten naast de normale wedstrijdprocedure ook deelnemen aan een improvisatiewedstrijd. Kandidaten moeten op voorhand een repertorium van tien werken van een hoge moeilijkheidsgraad voorleggen uit verschillende stijlperiodes: - Vier barokwerken of classicistische werken, waaronder een preludium voor beiaard van Matthias Vanden Gheyn - Drie werken in Mechelse romantische stijl, oorspronkelijk voor beiaard geschreven - Drie werken in hedendaagse stijl, oorspronkelijk voor beiaard geschreven. Daarnaast krijgen de kandidaten twee plichtwerken voorgeschoteld. Deze zijn in 2024 van de hand van Joey Brink voor solobeiaard en van Jeroen Malaise voor kamerbeiaard, piano en slagwerk. Tijdens de selecties op 10 en 11 juli 2024 spelen de kandidaten, op de concertbeiaard van de Sint-Romboutstoren, het plichtwerk van Joey Brink, een prelude van Matthias Vanden Gheyn, en een werk naar eigen keuze uit hun repertorium, én eventueel een improvisatieopdracht als ze meedingen naar de Improvisatieprijs. De jurering tijdens de selectiedagen geschiedt anoniem. Bij de bekendmaking van de finalisten op 11 juli, zal ook de Improvisatieprijs al worden uitgereikt. Dit plechtige moment zal doorgaan in het Cultuurcentrum van Mechelen dat vrij toegankelijk zal zijn voor het publiek. Tijdens de eerste finaledag op 13 juli 2024 spelen de kandidaten nogmaals op de concertbeiaard van de Sint-Romboutstoren. Dit keer spelen ze het plichtwerk van Joey Brink, een werk naar keuze uit hun repertoriumlijst en twee werken dat de jury daaruit kiest.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 21 Er worden dit jaar acht prijzen uitgereikt: - Eerste Prijs (€ 3.000): prijs van de Vlaamse Minister-President - Tweede Prijs (€2.000): prijs van Stad Mechelen en Koninklijke gidsenbond Mechelen - Derde Prijs (€1.500): prijs van Toren & Beiaard - Mechelen - Vierde Prijs (€1.300): prijs van de World Carillon Federation - Vijfde Prijs (€1.000): prijs van Clock-O-Matic - Improvisatieprijs (€1.000): prijs van Campanae Lovaniensis, Roeselaarse Klokkengilde vzw en Carillon Society of Australia - SABAM-Prijs (€1.000): prijs voor het best uitgevoerde hedendaags werk van een Belgisch componist - Publieksprijs (€250 + bronzen klok): prijs van de Vlaamse Beiaardvereniging Voor meer info over de wedstrijd, de jury, het programma en het gedetailleerde dagschema: www.koninginfabiolawedstrijd.be Het hoogtepunt van de wedstrijd wordt de tweede finaledag op zondag 14 juli in het Cultuurcentrum van Mechelen. Daar zullen de beiaardiers niet alleen solo optreden met de kamerbeiaard maar ook in samenspel. Ze spelen er het plichtwerk voor kamerbeiaard, piano en slagwerk van Jeroen Malaise en een werk naar eigen keuze uit hun repertoriumlijst. Bijzonder in deze editie is dat componist Jeroen Malaise zelf de pianopartij zal uitvoeren met de vijf finalisten. Percussionist Daan Wilms neemt de slagwerkpartij voor zijn rekening. Omstreeks 17u15 volgt de proclamatie en de prijsuitreiking waarna Stad Mechelen een receptie aanbiedt om deze wedstrijd feestelijk af te sluiten. De wedstrijd vindt plaats met de steun van de Vlaamse Overheid, Stad Mechelen, SABAM, Koninklijke Gidsenbond Mechelen vzw, World Carillon Federation, Toren & Beiaard, Clock-O-Matic, Vlaamse Beiaardvereniging, Roeselaarse Klokkengilde, Campanae Lovaniensis, Carillon Society of Australia, Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging, Lierse Beiaardvereniging, Carillon Society of Britain and Ireland, Confraria de Campaners i Carillonistes de Catalunya, Peter Jung Frauke en Isaac Wong.
www.toerismedendermonde.be • www.rosbeiaard.be Ros Beiaardstad en zoveel meer Dendermonde, dat is de charme van een kleine stad met een verrassend veelzijdig aanbod: − 4x Unesco Werelderfgoed: Belfort, Begijnhof, Reuzen- en Ros Beiaardommegang − wandelen en fietsen langs Dender en Schelde − folklore, jazz, musea, militair en religieus erfgoed − shopping, recreatie, horeca en evenementen Kom dit alles en nog veel meer ontdekken in de voormalige vestingstad aan Dender en Schelde.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 23 Waarschijnlijk had auteur Jozef Van Osta, norbertijn van Averbode en doctor in de theologie en musicologie, bij het aanvatten van dit boek nooit gedacht dat hij op zo’n rijke bronzen geschiedenis zou stuiten. Of wel? Anders begin je niet aan een uiteindelijk 280 pagina’s tellend werk. Er bestonden reeds verschillende bijdragen over de klokken van Averbode in de vakliteratuur, maar nog nooit werd haar geschiedenis chronologisch en uitvoerig beschreven. Nochtans was en is hierover veel bronnenmateriaal aanwezig in het abdijarchief. We zien Van Osta al in onze gedachten over zijn bureau gebogen, vastberaden deze geschiedenis te boek te stellen. Merk zeker ook de titel op. Het gaat hier niet alleen over de klokken an sich maar ook – niet onbelangrijk – over klokkencultuur. Een niet te onderschatten insteek. Een boek enkel over klokken zou niet zo leesbaar en eerder technisch en beschrijvend zijn. Wij citeren de auteur: “Deze studie is een aansporing om het unieke Vlaamse erfgoed van onze klokken te koesteren, te herwaarderen, te beschermen, te onderhouden en te restaureren waar nodig. Zo kunnen volgende generaties blijven genieten van de unieke klankrijkdom van het verleden zo eigen aan de culturele identiteit van de Lage Landen.” De abdij van Averbode, gesticht in 1134, heeft een lange en boeiende klokkengeschiedenis, vanaf de 14e eeuw tot op vandaag. In omgekeerde volgorde besteedt Van Osta aandacht aan de nieuw gegoten klok voor het jubileumjaar van de premonstratenzer orde (1121-2021). Als initiatiefnemer kreeg hij het dankzij gulle sponsoring gedaan dat de Zalige Hugoklok het licht zag, om het gelui in de abdijtoren aan te vullen. In chronologische volgorde komen de volgende klokkengieters aan bod – de lijst is indrukwekkend: Henricus Waghevens, Jan II Vanden Gheyn, Willem en Jasper Moer, François Hemony, Andreas Jozef Vanden Gheyn, André Louis Jean, Séverin Guillaume en Félix Van Aerschodt en Marcel Michiels jr. Het rijtje wordt afgerond met de overname van het klokkenspel van Petit & Fritsen van de Leuvense abdij van Park en de eerder vermeldde jubileumklok, die door de in Duitsland gebaseerde firma Bachert gegoten werd. Ook besteedt het boek aandacht aan de klokkengieting, wijding en het luidreglement. De ongeveer laatste 90 pagina’s bevatten archivalia; genummerde en uitgeschreven teksten vanaf de 14e eeuw. Hiervoor is de kennis van een woordje Latijn soms wel aangewezen. Een uitgebreide bibliografie en index van persoons- en plaatsnamen ronden dit boek af. Wat valt er meer op aan het boek? Wel, het werd zeer rijk en smaakvol geïllustreerd met bronnenmateriaal en historische en actuele foto’s. Naast het harde werk van de auteur ook een pluim dus voor de vormgeefster. Dit historiografisch werk hoort zonder meer thuis in de boekenkast van iedere campanofiel. BOEK ZES EEUWEN KLOKKENCULTUUR IN DE ABDIJ VAN AVERBODE Tekst: David Proot Zes Eeuwen Klokkencultuur in de Abdij van Averbode. Abdij van Averbode / Jozef Van Osta / 2023. Gebonden met harde kaft, 280pag. NL, 280 x 205 x 23 mm, illustraties / foto’s in kleur / z/w. ISBN 9789464943474. Te bestellen bij [email protected] (prijs : €50)
24 I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Hier natuurlijk in verband gebracht met de beiaard. Maar laat ons braaf beginnen met een aard-bei. Eén aardbei is geen bei-aard.... Hebben we een bakje vol aardbeien, hebben we al wel vele klokjes, want hou je één aardbei klaar om in je mond te stoppen, heb je eigenlijk een klein klokje vast. Als je in de toekomst aardbeien eet, zie je vast het klokje erin. Maar waar is de klepel? Want als je een klokje hoort luiden, weten velen de klepel niet hangen.... En dan hebben we zeker nog een klok en een klok. Er luidt nooit een klok, of er is een klepel, de andere tikt alleen maar. Nochtans, die maar één klok hoort, hoort maar één toon... De meeste klokken hangen in een toren – dat is hun klokhuis. Maar een klokhuis is ook het binnenste deel van vruchten. En wat met de klokspijs? Het gesmolten metaalmengel is voor ons niet de lekkernij die erin gaat als klokspijs. De dubbelzinnigheden van het spel! Tekst: Lili Van Beeumen Dat onze lieftallige vrouwelijke beiaardiers meestal een lange broek dragen in plaats van een klokrok hoeven we niet aan het klokzeel te hangen. En....hebben de sportieve beiaardiers die fietsen nog een klokslot, dat fietsslot met wijzerplaten ? Rond 1260 heeft het verhaal van Reynaert het al over ‘Beieren’ en ‘beyaert’... Zou hij in Duitsland geweest zijn? Terwijl Tibeert in doodsangst zijn belager naar de klepel grijpt.... Wat zeg je dan na afloop van een mooi concert aan de beiaardier: dat hij een mooi klokkenspel gaf, of dat hij een mooi klokkenspel heeft? Tot slot: weet je wanneer een muzikant op tijd is? Als hij in de maat speelt ;-) Hij is een man van de klok ! Daar zit muziek in...daar is wat mee te doen.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 25 Het Beiaardcomité Kort na de aanstelling van Tom Van Peer in 2000 als nieuwe stadsbeiaardier van Lokeren, richtte Paulette Elewaut in de zomer van 2001 een brief aan de Lokerse Culturele Raad met het voorstel om een beiaardcomité op te richten. Sinds de officiële inhuldiging van de nieuwe Horocantusbeiaard in de toren van de Sint-Laurentiuskerk op 10 juni 1956 tot bij de eeuwwisseling, was er trouwens geen beiaardcomité. De cultuurraad was haar voorstel genegen en het beiaardcomité ging van start met als eerste voorzitter Hubert De Vos (2002-2011). Hij werd opgevolgd door Jenny Beda (2012-2017). Gerda Samyn werd voorzitter ad interim (2018-2022) tot Franky Baeyens in de loop van 2022 het voorzitterschap effectief opnam en verder zet. De doelstellingen van het beiaardcomité zijn vergelijkbaar met deze van andere beiaardcomités of -organisaties: het (mee) organiseren en promoten van de beiaardconcerten, de publicatie van een gedetailleerd concertprogramma voor de maanden juli en augustus, de uitgave van een folder over de Lokerse beiaard en ten slotte het organiseren van randactiviteiten bij het beiaardleven in de stad. In de zomer van 2024 zullen er concerten gehouden worden op donderdag 11 juli (Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap), op zondag 21 juli (Nationale Feestdag) en op 3, 24 en 31 juli en 14, 21 en 28 augustus, dus telkens op woensdagen. De luisterplaats is de tuin van de Dekenij aan het Kerkplein in Lokeren. Het aanvangsuur is telkens om 20.00 uur. Tekst: Paulette Elewaut & Franky Baeyens Beiaardcomité Lokeren
26I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Gegidste bezoeken Op 11 juli, 21 juli en 31 augustus wordt de mogelijkheid geboden om een gegidst bezoek te brengen aan de beiaard en de Sint-Laurentiustoren. Het geleid bezoek is dan gratis. De samenkomst is om 19.00 uur aan de toegang van de Sint-Laurentiuskerk. Vooraf inschrijven is wel verplicht via de website toerismelokeren.recreatex.be. Wat mag je verwachten? Uiteraard verneem je de geschiedenis van de kerk, de toren en van de klokken. Wat de technische gegevens betreft van de beiaard, verwijzen we naar de bijdrage ‘Beiaarden in Vlaanderen – Lokeren’ van Ann Vervaet en Gerda Samyn uit 2008 in VBV-Magazine. Ook de geschiedenis van de luidklokken vanaf het einde van de zestiende eeuw werd in deze bijdrage geschetst. Na de Tweede Wereldoorlog werd sterk de nood aangevoeld om nieuwe luidklokken te verwerven. In 1943 had, net als in vele andere steden en gemeenten, de bezetter ook in Lokeren de torenklokken opgevorderd. Na de bevrijding behielp men zich met een geluidsinstallatie en klokkenklanken op fonoplaten. Er ontstond een ‘dameskomiteit’ die een deur-aan-deurcollecte hield om fondsen bijeen te brengen voor de bekostiging van drie nieuwe luidklokken. Ondanks de moeilijk na-oorlogse situatie werd in Lokeren niet minder dan 375 000 frank opgehaald. De firma Michiels in Doornik kreeg de opdracht om de luidklokken te gieten. Uit de factuur bleek dat de grootste klok Laurentius 2 003 kg woog, de klok Barbara 1 370 kg en de klok Maria 1 122 kg. Samen met de installatie van de luidklokken werd een electrisch luidmechanisme aangebracht. Een nieuwe beiaard In 1949 werd eraan gedacht om een beiaard te installeren. Toenmalig burgemeester Prosper Thuysbaert (1899-1965) zag in gedachten een grootse viering in 1955 naar aanleiding van het 400-jarig bestaan van het marktoctrooi dat keizer Karel V aan Lokeren had geschonken. Eén van de hoogtepunten zou de inspeling zijn van ‘een klokkenspel’. Thuysbaert had in dit verband om advies gevraagd aan Staf Nees (1901-1965), stadsbeiaardier van Mechelen en directeur van de Beiaardschool. Nees antwoordde in een brief: ‘Een goede beiaard is een sieraad voor eene stad die de kunstzin van de bevolking weerspiegelt.’ De Sint-Laurentiustoren achtte hij zeer geschikt voor de installatie van een beiaard. Nees schreef trouwens: ‘Het is eene zeldzaamheid dat een toren al die hoedanigheden in zich vereenigt, men zou haast zeggen dat de toren omwillen van de beiaard alzo gebouwd werd, het kan niet beter!’ De kosten voor de nieuwe beiaard werden toen geschat op ongeveer 900 000 frank. Burgemeester Thuysbaert verzocht de gemeenteraad om jaarlijks het budget van 150 000 frank in de begroting in te schrijven. Raadslid Maréchal pleitte voor een systeem met een electrische aangestuurde beiaard die eenmalig 150 000 frank zou kosten. Raadsleden Lamborelle en Van Hooff van de toenmalige liberale partij, volgden de burgemeester. De andere raadsleden vroegen bedenktijd.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 27 In de gemeenteraadszitting van 19 oktober 1949 werd het voorstel van burgemeester Thuysbaert aanvaard: de installatie van een mechanische beiaard. De opdracht werd toegewezen aan Horacantus pvba, de toenmalige dochterfirma van (vandaag) Koninklijke Eysbouts in Asten (Nederland). Een voorwaarde was dat de klokken niet in Asten, maar wel in Lokeren zelf zouden gegoten worden. In mei 1955 werd uiteindelijk de opdracht verleend tot de realisatie van de beiaard bestaande uit 48 klokken met toevoeging van een zware basklok (si bemol). De 49 klokken zouden samen 16 790 kg wegen. De totale uitgave werd begroot op 1 929 025 frank. Omwille van het harmonisch samenklinken met de andere beiaardklokken, moesten de drie luidklokken hergoten worden. De nieuwe Maria-, de Barbara- en de Laurentiusklok hangen vandaag aan de klokkenstoel op de tweede verdieping. Hun oorspronkelijk jaartal ‘1946’ werd opnieuw aangebracht met toevoeging van ‘Me refudit Horacantus anno d(omi)ni 1956.’ Inmiddels was men gestart met het gieten van de andere beiaardklokken. De strenge winter van 1955-1956 bracht een onderbreking omdat de gietput onbereikbaar was geworden. De firma verzocht de opdrachtgever om van de keuringsdatum van maart 1956 te mogen afwijken. Er werd overeengekomen dat de beiaard eind april 1956 zou geïnstalleerd zijn en dat in de toren de keuring zou gebeuren. Aansluitend zou daarbij het automatisch spel worden geïnstalleerd. Ondanks alle practische moeilijkheden bij de herinrichting van de toren geraakte toch alles gefinaliseerd vóór de officiële inhuldiging van de beiaard op 10 juni 1956.
28I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Die vond plaats in aanwezigheid van Z.M. Koning Boudewijn, die trouwens peter was van de zwaarste klok ‘Balduinus’ (3 660 kg), die trouwens naar Hem werd genoemd. Staf Nees speelde het instrument in. Hij bracht beiaardbewerkingen van zowel oud-Vlaamse liederen als van klassieke meesterwerken, enkele eigen composities en ‘Feestklokken voor beiaard’, dat hij speciaal voor de inhuldiging van de Lokerse beiaard had gecomponeerd. Een restauratie In 2000 werd een grondige restauratie uitgevoerd van de beiaard. De bovenste klokkenstoel was in zodanig slechte toestand dat hij niet meer ter plaatse hersteld kon worden. De 39 klokken moesten afgekoppeld worden en de klokkenstoel gedemonteerd en hersteld in de stadswerkplaatsen. Metalen bouten en verbindingen tussen balken werden ontroest. Alles had geleden onder regen en wind die vrij spel hadden in de klokkenkamers via de galmgaten. Meteen kreeg het beiaardklavier een restauratiebeurt. Aimé Lombaert, stadsbeiaardier van Brugge en lid van de Commissie Monumenten en Landschappen, was technisch adviseur voor deze restauratie. In 2006 werd besloten om een nieuw klavier te installeren. Het werd een ‘Strauss-klavier’, het eerste dergelijk type klavier in ons land. De stadsbeiaardiers De eerste stadsbeiaardier van Lokeren was Gustaaf Drossens (1956- 1965). Jo Van Eetvelde, directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord, organist van de Sint-Laurentiuskerk en laureaat van de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ in Mechelen, volgde hem onmiddellijk op. Hij bleef in functie als stadsbeiaardier tot zijn pensionering in 2000. Vandaag is Tom Van Peer stadsbeiaardier van Lokeren. Hij volgde Jo Van Eetvelde op.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 29 Tom Van Peer studeerde piano aan de Internationale Jazzstudio in Antwerpen en beiaard aan de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ in Mechelen. In 1998 behaalde hij zijn laureaatsdiploma met grote onderscheiding en datzelfde jaar werd hij eerste laureaat van de Internationale Koningin Fabiolawedstrijd voor Beiaard. Hij behaalde meteen de prijs van Sabam voor de beste vertolking van een hedendaags Belgisch werk. Tom Van Peer was inmiddels jurylid bij verschillende belangrijke beiaardwedstrijden, waaronder de edities 2003, 2008, 2014 en 2019 van de Koningin Fabiolawedstrijd in Mechelen. Hij zal opnieuw deel uitmaken van de internationale jury van deze wedstrijd dit jaar 2024. Sinds 2012 is Tom Van Peer docent aan de Mechelse beiaardschool voor de vakken improvisatie en beiaardspel. In 2019 won hij de prestigieuse prijs Lion-Francout, een belangrijke geldprijs die jaarlijks wordt toegekend aan een blinde persoon die door zijn moed en activiteiten de bezwaren van zijn handicap overstijgt. Met Tom Van Peer als stadsbeiaardier en met het team onder voorzitterschap van Franky Baeyens, heeft Lokeren een actief en creatief beiaardcomité dat er ieder jaar opnieuw in slaagt om in Lokeren de beiaard en de beiaardcultuur op een professionele manier te promoten en uit te dragen.
VANDENBERGHEWEGEL 1 I 8340 SIJSELE [email protected] Reinold van Zijl CLAVION Carillon (practice) keyboards • European- World- American Standard • Clavion Lineair Standard • Clavion ´Inspiration´ - adjustable in high • Acoustic: soundplate/boxes • Electronic: Velocity sensitive midi www.clavion.nl • [email protected] www.clavion.nl - [email protected] Reinold van Zijl CLAVION Carillon (practice) keyboards • European- World- American Standard Reinold van Zijl CLAVION Carillon (practice) keyboards • European- World- American Standard Reinold van Zijl CLAVION Carillon (practice) keyboards • European- World- American Standard • Clavion Lineair Standard • Clavion ´Inspiration´ - adjustable in high • Acoustic: soundplate/boxes • Electronic: Velocity sensitive midi www.clavion.nl • [email protected] Reinold van Zijl CLAVION Carillon (practice) keyboards • European- World- American Standard • Clavion Lineair Standard • Clavion ´Inspiration´ - adjustable in high • Acoustic: soundplate/boxes • Electronic: Velocity sensitive midi www.clavion.nl • [email protected]
Al eeuwenlang bespelen beiaardiers één of meerdere keren per week hun carillons. Wat hun repertoire was tijdens die (markt)bespelingen is vrij onbekend. Soms bleef informatie bewaard over de muziek van het automatisch spel, soms over een proefspel of een beiaardconcours, of verscheen er incidenteel een krantenbericht. Van de programmering van reguliere bespelingen is nauwelijks een spoor in de archieven. Na het overlijden van een beiaardier en zijn luisteraars is het nog moeilijk te achterhalen welk beiaardspel werd gebracht. Sinds 1 januari 2012 ben ik stadsbeiaardier van Den Haag. In de speelcabine hangt een namenlijst met jaartallen van mijn twintig voorgangers. Soms vraag ik mij af hoe zij speelden en welk repertoire zij uitvoerden. Wat speelden Johan de Zwaan, Henk Herzog en Heleen van der Weel doorheen de jaren? De archieven bevatten daar vrijwel geen documenten over – zeker niet wat betreft De Zwaan en Herzog – en de mensen die hen bewust hebben horen spelen, zijn vrijwel allen overleden. Het oplevend nationalisme eind negentiende – begin twintigste eeuw beïnvloedde uiteraard de beiaardkunst. Nederland was toen nog overwegend een christelijk land. Beiaardiers brachten ongetwijfeld religieuze muziek en volksliederen. Bewaard gebleven opgaven van automatisch klinkende melodieën wijzen in die richting. Omdat destijds weinig beiaardmuziek werd uitgegeven, waren de bespelingen vermoedelijk improvisaties en arrangementen. In welke stijl? In de eerste helft van de twintigste eeuw ontstond in Nederland een richtingenstrijd tussen de romantische Vlaamse stijl – in de voetsporen van de Mechelse beiaardier Jef Denyn – en de meer klassieke Nederlandse school. In welke stijl speelden mijn voorgangers? Dit jaar (i.e. 2020) herdenken we dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. Het leek me interessant om te weten in hoeverre die bezetting gevolgen had voor de beiaardbespelingen. Het Wilhelmus en Wien Neêrlands bloed waren ongetwijfeld verboden, maar verder? Met tal van vragen benaderde ik mijn voorganger drs. Heleen van der Weel. Als historica kon zij dat wellicht achterhalen en kende zij nog verhalen uit de Haagse overlevering. Haar antwoord volgt hierna. Carillonspel in 1940-1945* Tekst: Gijsbert Kok Heleen van der Weel ‘Wat zou hij de luisteraar voorspelen’ ? Snijwerk (ca 1380) in het koorgestoelte in de Dom in Bazel (foto, particuliere collectie)
32 I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Oorlogsgevaar Op 30 september 1938 sloten vier Europese regeringsleiders in München het verdrag waardoor Duitsland Sudetenland mocht annexeren. De Britse premier Neville Chamberlain sprak over peace for our time. De delegaties konden nooit vermoeden dat het pact zou leiden tot een speciaal programma op het klokkenspel van de Waagtoren in de Noord-Hollandse provinciehoofdstad Alkmaar. De Alkmaarsche Courant meldde dat groot dreigend oorlogsgevaar was afgewend alsook dat de beiaardier vanochtend de volksliederen van Engeland, Duitsland, Frankrijk en Italië speelde. W. J. Créfeld, beiaardier sinds 1910, volgde blijkbaar nauwlettend de internationale gebeurtenissen. Nationalisme Klokkenisten sloten aan bij het groeiend nationalisme: door de keuze van de melodieën op het automatisch spel en door hun bespelingen. Vooral de eigen Nederlandse liederenschat moest gehoord worden en niet het buitenlandsch vuil dat ons Volksgezang heeft besmet, dixit publicist S. Brons in 1913. Geliefd werden liederen uit de ‘Tachtigjarige Oorlog’ die Adriaen Valerius in 1626 uitgaf, of uit de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee, waarvan de eerste uitgave in 1906 verscheen. De vijf Haagse jaren Johan de Zwaan was in Den Haag officieel als beiaardier actief vanaf 1 juli 1928. Hij en zijn vervanger W. Hubert ontvingen een nieuwe instructie op 26 mei 1936: jaarlijks in mei dienden zij op ieder kwartier het automatisch speelwerk in de toren van de Grote Kerk te voorzien van nieuwe melodieën. Tijdens de marktdagen van maandag en vrijdag waren er bespelingen van een uur. Het automatisch spelend carillon De Haagsche Courant meldde op 4 mei 1940 dat het automatisch spelend carillon zou worden stilgezet van 6 tot 9 mei vanwege het schoonmaken van de grote speeltrommel en het versteken van nieuwe melodieën. De Zwaans keuze was tekenend: Een lied van Nederland (H. J. den Hertog), Wij willen Holland houden (A. Spoel) en Waarom ik van Holland houd (E. Wettig Weissenborn). Voor ieder half uur koos hij Stunz Wandellied ook uit vermelde bundel. Op de kwartieren klonken korte ‘improvisaties’. * Deze bijdrage is een verkorte versie – met dank aan de auteurs voor hun toestemming – van: G. Kok & H. van der Weel, Oorlog tot in de top. Carillonspel in de jaren 1940-1945, gepubliceerd op 28 april 2020 op de website van de Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging, met bronvermeldingen en literatuurlijst. Zie: https://www.klokkenspel.org/nieuws?start=54 (geraadpleegd op 25 april 2023). Gijsbert Kok schreef de inleiding; Heleen van der Weel tekende voor het historisch luik. Arnhem, interieur van de verwoeste Eusebiuskerk met enkele uit de toren gevallen klokken (Arnhem, Gemeentearchief)
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 33 Opvallend is dat vóór iedere uurslag drie liederen elkaar opvolgden. Dat betekende minstens vijf minuten carillonspel! Wrang is dat dit nieuwe, zo Hollandse repertoire klonk vanaf 10 mei 1940, de dag van de Duitse invasie. Krantenberichten uit 1941, 1942 en 1944 illustreren dat tijdens de bezettingsjaren in mei de trommelmelodieën werden gewijzigd. De Zwaan koos in 1941 voor de aria O wie lieblich ist der Anblick uit Die Jahreszeiten van Joseph Haydn en voor het halve uur een compositie van Catharina van Rennes. Het repertoire in de andere jaren is onbekend. Op 17 februari 1945 stopten het speelwerk én het uurwerk: er was geen electriciteit. Het werd stil in het centrum. Marktbespelingen Over de marktbespelingen in Den Haag is niets bekend. De Zwaan gaf volgens een krant evenals voorgaande jaren op 5 december 1940 en 1941 zijn speciale bespeling met uitsluitend Sinterklaasliedjes. Of de reguliere bespelingen werden gecontinueerd, vraagt nader onderzoek. Andere tradities bleven behouden. De Standaard van 19 juni 1940 berichtte: De Haagsche toren weer open en iedere woensdag- en zaterdagmiddag kon de toren worden beklommen. De geredde klok In 1943 werden ook in Den Haag de meeste kerkklokken opgeëist. De grootste, ongeveer 6 000 kg wegende luidklok – gegoten in 1541 – werd gered door de toreningang te versmallen met oude balken. De transporteur mocht geen schade aanrichten en de klok bleef in de torenhal. Kort voor de bevrijding werd ze opgetakeld. Ze kondigde op 5 mei 1945 ’s morgens om 8 uur de bevrijding aan, samen met de kleine klok die niet was opgevorderd. Kort daarvoor wilden SS-ers bij het nabij gelegen Catshuis zes jongelui in ORANJE executeren. Door het plotse klokkengelui vluchtten de SS-ers. De zes overleefden. De Jhesus-klok (Jan en Jasper Moer 1541) werd van vervoer gespaard door het versmallen van de hoofdingang. In 1998 was een scheur geconstateerd. Lassen kon slechts gebeuren in een grote, niet in Nederland aanwezige oven. Deze werd gevonden bij de Duitse firma Lachenmeyer te Nordlingen. Dus tóçh vervoer naar Duitsland, maar dan wél met een retourbewijs (foto, particuliere collectie)
34 I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Elders in Nederland Reguliere bespelingen en extra concerten gingen gewoon door. Er was een sollicitatie-oproep voor een nieuwe beiaardier in het Oost-Nederlandse Enschede in 1942. Er waren negen gegadigden. Merck toch hoe sterck (A.J. de Groot) was een plichtwerk. Nieuwe instrumenten werden in gebruik genomen: in het najaar van 1940 in Leiden in de stadhuistoren, een kleine klokkenreeks in kasteel Nijenrode (Breukelen, bij Utrecht) en in 1941 een carillon in het Drentse Hoogeveen. De Nederlandsche Klokkenspel-Vereniging kon nieuwe beiaardcomposities uitgeven, tot ze op 16 maart 1943 werd ontbonden. Vele beiaardiers bemoedigden de inwoners door hun muziekkeuze voor de speeltrommel en door hun programma van de bespelingen. Het bekend geworden gedicht van Ida Gerhardt Het carillon dat in 1941 in De Gids verscheen, getuigt hiervan. Het automatisch spel In 1941 koos de burgemeester van Arnhem ervoor om – afwijkend van het voorstel van beiaardier J. Oremus – Merck toch hoe sterck en Waer dat men zich al keert of wendt te laten klinken. ‘Valerius’ werd ook gekozen voor de nieuwe beiaard in Leiden. Vanaf het najaar 1940 klonk daar voor de uurslag O ghy stad van Leyden en het Wilt heden nu treden. Het halfuurspel bracht Lied voor Nederland. Op het kwartier vóór het uur klonk de canon van Cornelis Schuyt Zalight Heer Holland en zegent Leyden en op het kwartier na het uur een fragment van Sweelincks bewerking Est-ce-Mars, bekend als Wie gaat mee over zee. Nicolaas Bruyn wist in het oostelijk gelegen Almelo met enige vindingrijkheid vaderlandse liederen te versteken die gans de bezetting hebben geklonken. De keuze van Jacob Vincent in Amsterdam verliep anders. Al enkele jaren klonk als halve uurspel het patriottenliedje Al is er ons prinsje nog zo klein – hoezee – toch zal hij later stadhouder zijn – hoezee. Langzamerhand werd dit Al is ’t prinsesje nog zo klein – hoezee – eens zal zij koninginne zijn – hoezee. In 1943 hield NSB-voorman Anton Mussert een redevoering op de Dam. Toen nadien de grammofoonopname werd beluisterd, was na de retorische uitroep van Mussert: ‘Als wij eenmaal aan de regering zullen zijn’, het begin van het halve uurspel te horen. Binnen de twee uur was dit lied van het automatisch spel gehaald.
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 35 De beiaardier kon natuurlijk ook ‘neutrale muziek’ kiezen. Gerrit Misset in het Zeeuwse Zierikzee bijvoorbeeld liet vanaf 2 september 1940 een jaar lang op het uur een fragment klinken uit Schuberts Rosamunde en op het halve uur het lied Des Zomers van Catharina van Rennes. De Hemonyklokken van de Domtoren in Utrecht waren al op 10 mei 1940 grotendeels verwijderd en opgeslagen. Op 1 november 1945 werd het automatisch spel opnieuw opgestart met melodieën die sinds april 1940, tot de demontage een maand later, hadden geklonken: op het hele uur Halleluja, lofgezongen Jezus Christus, Onze Heer en op het halve uur het Valeriuslied O Heer die daar des Hemels tente spreidt, toen bekend als Bede voor het Vaderland. De beiaardier als ambtenaar In de Friese hoofdstad Leeuwarden weigerde Rients Beintema een verklaring van niet-Jood-zijn te ondertekenen en om aan te sluiten bij de Kultuurkamer. Hij verhuisde met zijn gezin naar het Friese Gaasterland. Sommige beiaardiers kregen NSBof pro-Duitse burgemeesters, zoals in Sneek in Friesland, Heusden (bij ’s-Hertogenbosch), het Zuid-Hollandse Schoonhoven, Den Haag, Amsterdam en in het nabij gelegen Weesp. Nadat de klokken in Sneek waren afgevoerd, kreeg Flucie van Bergen op 15 oktober 1943 van de NSB-burgemeester eervol ontslag. De beiaardiersfunctie werd opgeheven. In Weesp werd Jacob Vincent ontslagen omdat hij weigerde nationaal-socialistische liederen te brengen. Ook als Paleisbeiaardier in Amsterdam werd hij uiteindelijk op non-actief gezet. In Schoonhoven heeft A. C. Lensen de ganse bezettingstijd geen beiaard bespeeld. Hij argumenteerde dat een langdurige reparatie het onmogelijk maakte de reguliere bespelingen te geven. Het lot van carillons Verschillende carillons gingen verloren bij bombardementen of door vordering. Sommige instrumenten waren pas enkele jaren voordien geïnstalleerd zoals in het Noord-Brabantse Vught, Hoorn (in Noord-Holland) en in Meerssen bij Utrecht. Ongeveer een vijftigtal bleven bewaard. In Sneek klonk het carillon voor het laatst op maandag 6 september 1943 van 20.30 tot 21.30 uur. Flucie van Bergen speelde toen onder andere De toren van de Grote of Sint Jacobskerk was van omstreeks 1860 tot 1951 voorzien van een gietijzeren bekroning. Deze werd geplaatst over het klokkenspel van Melchior de Haze (1686-1689).
36I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Pake syn klok wier in treftige klok, het Wilhelmus, Wilt heden nu treden, het Friese Volkslied en als slot Ases Tod uit de Peer Gynt Suite. Vijf dagen later werden de 25 klokken afgevoerd. Ze keerden niet meer terug. Van Bergen pakte symbolisch de draad weer op door tijdens de Dodenherdenking op 4 mei 1949 te beginnen met Ases Tod. Het teloorgaan door bombardement of vordering moet voor de beiaardiers emotioneel zwaar zijn geweest. Het is nauwelijks verwoord. Iets klinkt door in het verhaal van de latere Utrechtse stadsbeiaardier Chris Bos. Hij was aanwezig op de Domtoren toen Jan Wagenaar op 31 augustus 1945 – dan Koninginnedag – om 12.00 uur opnieuw het carillon zou bespelen, te beginnen met het Wilhelmus. Bos voelde de emoties die het bij zijn leermeester teweegbracht. Door de klokkenvordering bleven ongeveer twaalf beiaardiers verstoken van inkomsten en pensioenopbouw. Flucie van Bergen ondernam na 1945 actie, samen met het bestuur van de NKV, om tot aanvaardbare regularisaties te komen. De programmering In Groningen wenste de Ortskommandant de beiaard in de Martinitoren te behouden mits beiaardier Jacob Everts vanaf 1943 zou concerteren. Everts koos ‘neutrale’ liederen en volksliedjes onder een naar het Duits vertaalde titel. De fraaie zeventiende-eeuwse Martinibeiaard bleef behouden. Maria Blom, die in Gouda vanaf november 1944 de zieke Henri C. J. de Man verving, vertelde: Alles wat met Oranje te maken had, was hier in Gouda verboden. Maar wie zal een beiaardier beletten wat wiegeliedjes te spelen. Die kunnen toch ook voor iedere baby bedoeld zijn? Het ‘Daar is een kindetje geboren op ’t toppeltje van ’t huis’, zong de beiaard op een dag – omdat in Stadsbeiaardier J. Oremus aan het klavier in de Arnhemse Eusebiustoren: ‘Niet spelen bij luchtalarm’ (foto, Collectie familie Wasman-Oremus)
VBV MAGAZINE nr 1-2024 I 37 het Canadese Ottawa op 19 januari 1943 prinses Margriet was geboren. En tijdens een andere bespeling vijftig keer de zware luidklok aanslaan (waardoor het luiden van de klok werd gesuggereerd) kwam weer bij een ander liedje te pas (…). De Man – tevens organist van de Sint-Janskerk – was een goed improvisator en menig verboden lied werd met veel plezier bewerkt en gespeeld. Dergelijke improvisaties werden door de Deventer beiaardier F. W. Haarbrink jr. wellicht ook uitgevoerd. In de eerste oorlogsjaren probeerde hij op zijn manier uitdrukking te geven aan veler gevoelens. Kort na de capitulatie van 15 mei 1940 zette hij een Valeriuslied en het Wien Neêrlands bloed op de lessenaar. De bezetter verbood in Deventer alle beiaardmuziek. In Arnhem gingen de reguliere bespelingen nog een tijd door want de beiaardier kreeg op 19 april 1944 van de gemeentesecretaris het verzoek niet te spelen tijdens luchtalarm of de bespeling te staken zodra het luchtalarm afging. Beiaardiers en de ‘Nieuwe Orde’ Enkele beiaardiers waren tijdens de bezetting het gedachtengoed van bijvoorbeeld de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) genegen en sloten zich erbij aan. In Enschedé was Benno de Bruin actief voor de Kultuurkamer. Hij overleed vóór 1945. De Nederlandsche leeuw in Hollands tuin onder den Oranjeboom’ (los verkrijgbare Gedenkplaat). In: Geschrift inzake Dankdienst in de kerken en op de markten en openbare pleinen van steden en dorpen ter herinnering van Nederlands bevrijding uit de Duitsche Tyrannie in het jaar onzen Heeren 1945. Uitgegeven voor de Stichting tot verbreiding van het Geestelijk Lied door A. Jongbloed, uitgever te Leeuwarden (particuliere collectie) Verzoek van de Nederlandse regering, deze in de Dorpskerk van Wassenaar, dat in vele Nederlandse torens werd opgehangen met de dringende oproep de in de toren aanwezige historische klok of klokken te sparen. (foto S. Groenveld)
38I VBV MAGAZINE nr. 1-2024 Johan W. Meyll, de gedreven beiaardier die zich sterk inzette voor de herwaardering van de klokkenspelcultuur in Nederland, werd lid van de NSB. Hij gaf op 9 mei 1942 in Heusden twee bespelingen bij de installatie van NSB-burgemeester A. M. G. Tomaes. Nieuwsblad het Land van Heusden en Altena publiceerde daags voordien trouwens: Kameraad Meyll, beiaardier te Nijkerk, zal Zaterdag het carillon bespelen en Vrijdagavond de feestelijkheden inluiden’. Uit de Amersfoortsche Courant van 11 april 1942 blijkt dat Meyll de beiaard bespeelde bij de installatie van de nieuwe NSB-burgemeester van Amersfoort. In 1945 werd Johan W. Meyll geïnterneerd en ontslagen. Volgens Cees Roelofs, toen beiaardier van de Amsterdamse Oude Kerk, een te zware straf. Jacques Vermaak was in 1941 in Haarlem benoemd tot bespeler van de Sint-Bavoklokken. Hij wilde het klokkenspel dienstbaar maken aan een gelouterde volkscultuur en zette zich tot op landelijk niveau daarvoor in. In de plaats van Jacob Vincent bespeelde Vermaak op 6 september 1942 in Amsterdam de Paleisbeiaard tijdens het eerste Nationale Zangfeest. Volgens Het Vaderland waren op de Dam duizenden zangers. Na de bevrijding werd Vermaak geschorst. Hij emigreerde naar Zuid-Afrika. Na mei 1945 kwam langzaamaan het herstel van de oorlogsschade op gang. Dankzij een nieuw elan en het koppelen van het gieten van nieuwe luidklokken aan een actie voor een carillon, kwam een sterke uitbreiding van het aantal instrumenten tot stand. Hierdoor beschikt Nederland thans over ongeveer 180 toreninstrumenten én een actieve, inmiddels 102 jaar oude Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging. ‘Klokken luiden Vrede’ (Collectie Nederlands Muziekinstituut, Den Haag). NB: In Gouda was van 1909 tot 1937 een G.P.J.M. van Zuylen stadsklokkenspeler. Nog niet bekend is de familierelatie met de tekstschrijver/uitgever van deze compositie. Ex libris Jacq. Vermaak (internet / 15 juni 2018)
Clock-O-Matic nv • De Vunt 14 • 3220 Holsbeek • Klantencontact: T 016 46 87 57 [email protected] • [email protected] • www.clock-o-matic.be Aansturen luidklokken Bedienen en programmeren vanop afstand Klaar voor onze Cloud-toepassingen Aansturen torenen andere uurwerken Aansturen van de verwarming, verlichting, automatische poorten Aansturen klokkenspel Dynamisch, elektromechanisch, pneumatisch Het APOLLO III-toestel is een modern, krachtig en multifunctioneel programmauurwerk en beiaardcomputer met uitgebreide mogelijkheden voor toepassingen in kerken, belforten, scholen en openbare gebouwen. APOLLO® III Voor alles wat met tijd en muziek te maken heeft… restauratie – installatie – automatisering – advies BEIAARDEN • TORENUURWERKEN • LUIDKLOKKEN
Mobiele Beiaarden in Vlaanderen Naam Bronzen Piano - Anna Maria Reverté & Koen Van Assche Transpositie c0 = c2 Aantal klokken 50 Zwaarste klok 260 kg (c2) Totaal gewicht klokken 1.960 kg Klokkengieter Eijsbouts Jaartal ingebruikname 2013 Stemming a=442hz Octaven 4 Omvang manuaal (met klaviertonen) c0 - d0 - chrom - d4 Omvang pedaal (met klaviertonen) c0 - d0 - chrom - g1 Klavierstandaard Europese standaard, met toetsdiepgang van 4,5 cm Eigenaar Anna Maria Reverté en Koen Van Assche Contact www.bronzenpiano.com