Wilma Duijst, Udo Reijnders,
Guido Reijnen & Lianne Dijkhuizen (red.)
Handboek
Forensische Geneeskunde
Gompel&Svacina
Wilma Duijst, Udo Reijnders, Guido Reijnen & Lianne Dijkhuizen (red.)
Handboek Forensische Geneeskunde
Oud-Turnhout / ’s-Hertogenbosch
Gompel&Svacina
2021
679 blz. – 24 cm
ISBN 978-94-6371-271-2
D/2020/14.401/85
NUR 874/871
Illustrator: Derek Deslauriers
© 2021 Gompel&Svacina en de auteurs
Alle rechten voorbehouden. Behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze
uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of open-
baar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke
toestemming van de auteurs en van de uitgever.
Al het mogelijke werd gedaan om de informatie in dit boek zo juist en actueel te maken als kan.
Auteurs of uitgever kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor mogelijke nadelen die
lezers door eventuele onvolkomenheden in het boek zouden ondervinden.
Gompel&Svacina bv
Uitgevers
Reebokweg 1, B-2360 Oud-Turnhout | [email protected]
Rietveldenweg 60, NL-5222 AS ’s-Hertogenbosch | [email protected]
w w w.gompel-svacina.eu
Inhoud
A fkortingen 17
H O O F D S T U K 1 26
Inleiding 26
1.1 Ontwikkeling en organisatie van het vak 29
1.2 Samenwerking tussen forensische geneeskunde en andere disci- 29
31
plines 33
1.2.1 Samenwerking met politie en justitie 33
1.2.2 Samenwerking met huisartsen en medisch specialisten
1.2.3 Samenwerking met GGZ en verslavingszorg
1.3 Wetenschappelijke vereniging
H O O F D S T U K 2 36
Juridisch kader
2.1 Het handelen van de forensisch arts vanuit mensenrechtelijk
perspectief 36
2.1.1 Medische zorg voor arrestanten 40
2.1.2 Onderzoek ten behoeve van politie en justitie 41
2.2 Het handelen van de forensisch arts vanuit Nederlands perspectief 43
2.2.1 Medische zorg voor arrestanten 43
2.2.2 Zorg en dwang 47
2.3 Onderzoek na(ar) de dood vanuit Nederlands perspectief 50
2.3.1 Het lijk en de lijkschouw 50
2.3.2 Overlijden in detentie en tijdens gedwongen opname 54
6 Inhoud
2.4 Inleiding strafrecht 56
2.4.1 Verdenking 56
2.4.2 Aanhouding 57
2.4.3 Voorlopige hechtenis 58
2.4.4 Opsporingsbevoegdheden 59
2.4.5 Strafrechtelijk onderzoek 61
2.4.6 Forensisch medisch onderzoek ten behoeve van politie en
justitie 62
2.4.7 Vervolgingsbeslissing 67
2.4.8 Terechtzitting 69
2.4.9 Enkele strafbare feiten 73
83
2.5 Postmortale orgaandonatie
H O O F D S T U K 3 86
Lijkschouw 86
86
3.1 De ECLM-richtlijn 87
3.1.1 Bij aankomst op de PD/PV 88
3.1.2 Het onderzoek van het lichaam op de PD/PV 89
3.1.3 Het verzamelen en bewaren van relevant bewijs 90
3.1.4 Het verzamelen van aanvullende informatie 91
3.1.5 Benodigde uitrusting en materiaal 91
92
3.2 Vaststellen van de dood 94
3.2.1 Klinische dood 97
3.2.2 Hersendood 97
100
3.3 Vaststellen van de identiteit 103
3.4 Wettelijke regeling, aard en oorzaak van overlijden 111
3.4.1 Het Nederlandse systeem
3.4.2 Begrippen in de Wet op de Lijkbezorging
3.5 Het benaderen van de plaats delict
3.6 De schouw van het lichaam en het schouwverslag
Inhoud 7
H O O F D S T U K 4 118
Praktische benadering van de lijkschouw 118
120
4.1 Afhandeling euthanasie en hulp bij zelfdoding 122
4.2 Niet-n atuurlijke dood in een verpleeghuis 127
4.3 Vermoeden van suïcide 127
4.4 Overlijden na een trauma capitis 129
129
4.4.1 Anatomie 133
4.4.2 Veelvoorkomende en/of ernstige hersenletsels 134
4.4.3 Onderzoek door de forensisch arts 136
4.5 Een lijk gevonden onder aan de trap 137
4.6 Een lijk gevonden in de woning 138
4.7 Lijkvinding 140
4.8 Overlijden na reanimatie buiten het ziekenhuis 142
4.9 Overlijden na een vermoeden van intoxicatie 144
4.10 Overlijden ten gevolge van hoogenergetisch trauma 145
4.10.1 Overlijden van polytraumapatiënten 146
4.10.2 Levelindeling ziekenhuizen Traumazorg 147
4.10.3 Onderzoek en lijkschouw door de forensisch arts 150
4.11 Overlijden in het verkeer 153
4.11.1 Benaderen van de PD 154
4.11.2 De lijkschouw 155
4.12 Overlijden na aanrijding met een trein 156
4.12.1 De forensisch arts ter plaatse 157
4.12.2 Ongevallen 160
4.13 Brandlijken 162
4.13.1 Brand 167
4.13.2 Overlijden door brand 171
4.13.3 Thermisch geïnduceerde schade 174
4.13.4 Onderzoek van de brandlocatie 176
4.13.5 De schouw van een brandlijk 176
4.14 Een lijk in het bos 178
4.15 Een lijk aangetroffen in het water 179
4.15.1 Het verdrinkingsproces
4.15.2 Bevindingen bij het waterlijk
4.16 Elektrocutie
8 Inhoud 179
180
4.16.1 Elektriciteitsfysiologie 181
4.16.2 De benadering van de PD/PV 182
4.16.3 Doodsoorzaak 183
4.16.4 Blikseminslag 183
4.17 Overlijden door toegebracht letsel 183
4.17.1 Benaderen van de PD 184
4.17.2 De lijkschouw 186
4.17.3 Aanmelding sectie bij het NFI 187
4.18 Arbeidsongeval 188
4.18.1 Juridische aspecten 189
4.18.2 Onderzoek naar de arbeidssituatie 190
4.18.3 De rol van de forensisch arts 191
4.19 Overlijden bij aanhouding 192
4.19.1 Juridische aspecten 193
4.19.2 Geweldstechnieken 199
4.19.3 Druk op de hals 199
4.19.4 Positionele asfyxie 200
4.19.5 Excited Delirium Syndrome 201
4.19.6 Combinatie van factoren 203
4.20 Lijkschouw gevolgd door orgaan- of weefseldonatie 205
4.21 Euthanasie in combinatie met orgaandonatie
Referentie 208
H O O F D S T U K 5 208
209
Oorzaken van niet-n atuurlijke dood 210
211
5.1 Asfyxie 213
5.1.1 Verstikking 214
5.1.2 Strangulatie 214
5.1.3 Mechanische asfyxie 215
5.1.4 Verdrinking 216
5.2 Bloedverlies
5.2.1 Fysiologie
5.2.2 Traumatisch bloedverlies
5.2.3 Iatrogeen veroorzaakt bloedverlies
Inhoud 9
5.3 Hyperthermie 217
5.3.1 Pathofysiologie 218
5.3.2 Klinische eigenschappen en behandeling 220
5.3.3 Factoren geassocieerd met toegenomen mortaliteit 221
221
5.4 Hypothermie 221
5.4.1 Stadia van hypothermie 222
5.4.2 Tijdsduur 223
5.4.3 De lijkschouw
H O O F D S T U K 6 226
Aanvullend postmortaal onderzoek
6.1 Afname van lichaamsmateriaal 226
6.1.1 Postmortale bloedafname 227
6.1.2 Postmortale urine-a fname 229
6.2 Postmortale chemie 229
6.2.1 De waarde van peri- en postmortale bepalingen in bloed 229
6.2.2 Factoren van invloed op postmortale biochemische waarden 230
6.2.3 Postmortale diagnose 233
6.2.4 Postmortale biochemische markers voor het bepalen van
het PMI 234
6.2.5 Postmortale vorming van organische componenten 237
6.3 Forensische radiologie 240
6.3.1 Technieken 241
6.3.2 Inrichting van het onderzoek 245
6.3.3 Toepassingen van forensische radiologie 247
6.3.4 Forensisch radiologisch onderzoek op basis van klinisch
radiologisch onderzoek 256
6.3.5 Lichamen in ontbinding 257
6.3.6 Relatie tot lijkschouw en sectie 258
6.4 Klinische sectie 260
6.4.1 Sectie als kwaliteitsinstrument 260
6.4.2 Sectie als opleidingsinstrument 262
6.4.3 Sectie als researchinstrument 263
6.4.4 Daling van het aantal secties 263
10 I n h o u d 267
269
6.4.5 Praktische zaken rondom klinische sectie 272
6.4.6 De sectieprocedure 274
6.5 Het NFI en de forensische sectie 274
6.5.1 De opleiding tot forensisch patholoog 278
6.5.2 Forensische sectie
6.5.3 Aanvullende onderzoeken
H O O F D S T U K 7
Ontbinding en het vaststellen van het postmortaal interval 282
7.1 Het vroege postmortaal interval 282
7.2 Ontbinding van openluchtlijken 288
289
7.2.1 Het ontbindingsproces 291
7.2.2 Skeletteren 291
7.2.3 Mummificatie 293
7.2.4 Beïnvloedende factoren 295
7.2.5 Ontbindingsscoringsmethoden 297
7.3 Entomologie 298
7.3.1 Ontwikkelingsstadia van insecten 302
7.3.2 Monsterneming en opslag van insectenbewijs 303
7.4 Diervraat 305
7.5 Ontbinding van waterlijken 305
7.5.1 Postmortale verschijnselen bij waterlijken 307
7.5.2 De beweging van een lichaam in water 308
7.5.3 Postmortale huidbeschadigingen 309
7.5.4 Ontbindingsscoringsmethoden
H O O F D S T U K 8 312
Forensisch medisch onderzoek
8.1 Afname van lichaamsmateriaal bij levenden in het kader van het 312
strafrecht 313
8.1.1 Rol van de forensisch arts bij WVW en WMG 315
8.1.2 Bloedafname bij levenden, overige situaties
Inhoud 11
8.2 Letselrapportage ten behoeve van het strafrecht 316
8.2.1 Letselonderzoek 317
8.2.2 FMO en rapporteren op bron- en activiteitenniveau 317
8.2.3 Rapporteren op basis van medische informatie 319
8.2.4 Interpretatie en classificatie van letsels 320
8.2.5 Collegiale review 320
321
8.3 Letselfotografie 325
8.4 Beschrijving en interpretatie van letsel 326
326
8.4.1 Terminologie en kennisbank 327
8.4.2 Handelings- en toetsingskader 333
8.4.3 De feitelijke beschrijving van letsel 333
8.5 Letsel en letselmechanismen 340
8.5.1 Letsel door stomp inwerkend geweld 348
8.5.2 Letsel door scherprandig en perforerend geweld 350
8.5.3 Schaaf- en krasletsel 353
8.5.4 Thermisch en chemisch letsel 353
Referentie 354
8.5.5 Letsel ten gevolge van explosie 355
8.5.6 Afweerletsel 356
8.5.7 Automutilatie 357
8.6 Ernst van het letsel 358
8.6.1 Juridische benadering van zwaar lichamelijk letsel 361
8.6.2 Medische benadering van de ernst van letsel 363
8.7 Onderzoek bij seksueel geweld 364
8.7.1 Centrum seksueel geweld (CSG) 365
8.7.2 Werkwijze 366
8.7.3 Het FMO 367
8.7.4 Na het CSG-bezoek 368
8.7.5 Traumabehandeling 369
8.7.6 Voordelen van snel melden
8.7.7 Toekomst
12 I n h o u d
H O O F D S T U K 9 372
Minderjarigen
9.1 Juridisch kader 372
9.1.1 Leeftijdsgrenzen 372
9.1.2 Kindermishandeling 373
9.1.3 Ouderlijk gezag en maatregelen ter bescherming van het
kind 373
9.1.4 Minderjarigen in het strafrecht en op het politiebureau 376
9.1.5 Lijkschouw bij kinderen 377
9.1.6 Lijkschouw bij late zwangerschapsafbreking en levensbe-
ëindiging bij pasgeborenen 378
9.2 Vermoeden van kindermishandeling en de samenwerking met 379
Veilig Thuis 379
9.2.1 Taken en bevoegdheden van Veilig Thuis 381
9.2.2 Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 382
9.2.3 Samenwerking van de forensisch arts met Veilig Thuis 385
9.2.4 Inzet forensisch medische expertise bij kinderen (FMEK) 388
388
9.3 Letsel bij kinderen 390
9.3.1 Huidletsel 394
9.3.2 Onderhuidse bloeduitstortingen 397
9.3.3 Brandwonden 398
9.3.4 Fracturen 399
9.3.5 Intra-abdominaal letsel 399
400
9.4 Toegebracht hoofdletsel bij kinderen 402
9.4.1 Definiëring en begripsbepaling 404
9.4.2 Epidemiologie 406
9.4.3 Klinische verschijnselen van hersenletsel 417
9.4.4 Bevindingen bij lichamelijk en aanvullend onderzoek 419
9.4.5 Diagnostiek en differentiële diagnostiek 421
9.4.6 Datering 422
9.4.7 Prognose 425
427
9.5 Zedenonderzoek bij kinderen
9.5.1 Onderzoekstechnieken
9.5.2 Forensische sporen
9.5.3 Letsels
Inhoud 13
9.6 Plotseling overlijden van een kind 429
9.6.1 De ontwikkeling van Nader Onderzoek naar de Doodsoor-
zaak bij Kinderen (NODOK) 430
9.6.2 NODOK 432
441
9.7 De rol van kinderradiologie in de forensische geneeskunde 442
9.7.1 Protocollen 446
9.7.2 Neurotrauma 451
9.7.3 Fracturen 457
9.7.4 Abdominaal trauma 464
464
9.8 De gerechtelijke sectie op een minderjarige 465
9.8.1 De procedure 467
9.8.2 Informatievoorziening 469
9.8.3 Vooronderzoek 470
9.8.4 Postmortaal radiologisch onderzoek 476
9.8.5 Stapsgewijze aanpak
9.8.6 Bewaren van bij sectie veiliggesteld materiaal
HOOFDSTUK 10 480
Aanpalende forensische disciplines
10.1 Forensische antropologie 480
10.1.1 Bepaling van de forensische relevantie van aangetroffen
botweefsel 481
10.1.2 Onderzoek naar de identiteit 483
10.1.3 Analyse van traumatische skeletafwijkingen 489
10.1.4 De rol van de forensisch antropoloog bij rampen 492
494
10.2 DNA-o nderzoek 494
10.2.1 Het DNA 495
10.2.2 Het onderzoek 497
10.2.3 DNA-o nderzoek op bronniveau 498
10.2.4 Verwantschap 498
10.2.5 DNA-databankmatch 499
10.2.6 DNA-onderzoek op activiteitenniveau 500
501
10.3 Forensische odontologie
10.3.1 Identificatie van onbekende doden
14 I n h o u d 506
507
10.3.2 Identificatie in individuele gevallen 509
10.3.3 Identificatie bij massarampen 510
10.3.4 Leeftijdsbepaling
10.3.5 Beetsporen 514
HOOFDSTUK 11 514
514
Medische arrestantenzorg 516
516
11.1 Consultvoering in het cellencomplex 520
11.1.1 Anamnese 520
11.1.2 Lichamelijk onderzoek 522
11.1.3 Psychiatrisch onderzoek 523
11.1.4 Evaluatie van de klachten en beleid 524
524
11.2 Medicatieverstrekking in het cellencomplex 526
11.2.1 Pijnstillende medicatie 527
11.2.2 Slaapmedicatie 529
530
11.3 Pijn in de mond 532
11.4 Maagklachten 533
11.5 Buikpijn 536
11.6 Pijn op de borst 537
11.7 Benauwdheid en hyperventilatie 537
11.8 Astma en COPD 540
11.9 Slaapapneu 541
11.10 Tuberculose 542
11.11 Scabiës 544
11.12 Letsel aan het hoofd en gelaat 544
545
11.12.1 Soorten letsel 547
11.12.2 Benadering, beeldvorming en behandeling 550
11.13 Letsel aan extremiteiten
11.14 Letsel door politiegeweld
11.15 Hyperthermie
11.16 Hypothermie
11.17 Hoofdpijn
11.18 Diabetes mellitus
11.19 Epilepsie
Inhoud 15
11.20 Zwangerschap 552
11.21 Angst en claustrofobie 554
11.22 Intoxicatie en verslaving 556
557
11.22.1 Alcohol 559
11.22.2 Drugs 561
11.22.3 Medicatie 562
11.23 Inschatten suïciderisico 564
11.24 Honger-, dorst- en medicatiestakers
HOOFDSTUK 12 568
Wetenschap in de forensische geneeskunde
12.1 Wetenschappelijk onderzoek 568
12.1.1 Op weg naar een infrastructuur voor wetenschappelijk
onderzoek 568
12.1.2 De Kennisagenda Forensische Geneeskunde 569
12.1.3 Vormen van onderzoek in de forensische geneeskunde 571
12.1.4 Registratienetwerk Forensische Geneeskunde 573
575
12.2 Bayesiaans rapporteren 576
12.2.1 Werken met hypotheses 577
12.2.2 Likelihood ratio
Bijlagen 583
Bijlage 1. Schematisch overzicht wetgeving 584
Bijlage 2. Toestemmingsverklaring informatieverstrekking politiecellen 585
Bijlage 3. A-formulier (natuurlijk overlijden) 586
Bijlage 4. B-f ormulier (doodsoorzaakverklaring) 587
Bijlage 5. Waarschuwingsformulier aan de gemeente 589
Bijlage 6. Art. 10 Wlb 590
Bijlage 7. Lijkenpas/laissez-p asser 591
Bijlage 8. Modelformulier euthanasie behandelend arts 593
Bijlage 9. Modelformulier euthanasie lijkschouwer der gemeente 594
Bijlage 10. Verklaring hersendood 595
16 I n h o u d
Bijlage 11. Weefseldonatie 598
Bijlage 12. Nomogram van Henssge 1 599
Bijlage 13. Nomogram van Henssge 2 601
Bijlage 14. Megyesi’s ontbindingsscoringsmethode 603
Bijlage 15. Total Decomposition Score (TDS) 605
Bijlage 16. Atlas bij TDS – Landlijken 606
Bijlage 17. Aquatic Decomposition Score (ADS) 623
Bijlage 18. Atlas bij ADS – Waterlijken 624
Bijlage 19. Toestemmingsverklaring inzage medisch dossier 643
Bijlage 20. Format ‘Forensisch medische letselrapportage zonder benoe-
644
ming als gerechtelijk deskundige’
Bijlage 21. Format ‘Forensisch medische letselrapportage met benoeming 646
als gerechtelijk deskundige’ 652
Bijlage 22. Format ‘Forensisch medische letselrapportage bijvoorbeeld ten 654
659
behoeve van FMEK’ 661
Bijlage 23. Meldingsformulier Veilig Thuis
Bijlage 24. Werkformulier zedenonderzoek
Bijlage 25. Toestemmingsformulieren NODOK-onderzoek
Trefwoordenlijst 665
Over de auteurs 675
Afkortingen
AAST American Association for the Surgery of Trauma
AD Accumulated Degree Hours
ADD Accumulated Degree Days
ADH Accumulated degree-hours
ADS Aquatic Decomposition Score
AHT Abusive head trauma
AIS Abbreviated Injury Scale
ALS Amyotrofische laterale sclerose
ALTE Acute life threatening event
AM-t eam Ante mortem team
AMC Amsterdams Medisch Centrum
ANW Avond-, nacht- en weekeinddienst
AP Anterieure-posterieure
Arrondissementsparket
ARDS Acute Respiratory Distress Syndrome
Art. Artikel
ATLS Advanced trauma life support
AVG Algemene verordening gegevensbescherming
AVPU Alert, verbal, pain, unresponsive
AZC Azielzoekerscentrum
B&W Burgemeester & Wethouders
BAC Bloed-alcoholconcentratie
BELDO Belangrijkste doodsoorzaken
BPZ Basispolitiezorg
BSN Burgerservicenummer
BW Burgerlijk Wetboek
CAG Coronaire angiografie
18 A f ko r t i n g e n
CAK Centraal administratiekantoor
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek
CCMO Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
CGS College Geneeskundige Specialismen
CGT Cognitieve gedragstherapie
CLHC Co van Ledden Hulsebosch Centrum
CO Koolstofmonoxide
COOP Commissie Onderzoek Overleden Personen
COPD Chronic obstructive pulmonary disease
CoPI Commando plaats incident
CSG Centrum Seksueel Geweld
CT Computertomografie
CTA Computertomografie angiografie
CVA Cerebrovasculair accident
DCD Donation after circulatory death
DIS Diffuse intravasale stolling
DM Diabetes mellitus
DOAC Direct oral anticoagulants
DTR Dutch Trauma Registry
ECG Elektrocardiogram
ECLM European Counsil of Legal Medicine
EEG Elektro-e ncefalografie
EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens
EMDR Eye movement desensitisation and reprocessing
EMGO+ Institute for Health and Care Research
EMV Eye opening, Motor response, Verbal response
ENFSI European Network of Forensic Science Institutes
EVRM Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
ExDS Excited delirium syndrome
EXIF Exchangeable Image File Format
FA Forensisch arts
FEV Forced Expiratory Volume
FIT Forensische intake
FMEK Forensisch medische expertise bij kinderen
FMG Forensisch Medisch Genootschap
FMO Forensisch Medisch Onderzoek
HOOFDSTUK 1
Inleiding
Manuscript van de Eed van Hippocrates uit de twaalfde
eeuw, in de vorm van een kruis. Wikimedia Commons.
HOOFDSTUK 1
Inleiding
Udo Reijnders, Frits Woonink & Guido Reijnen
Forensische geneeskunde is geneeskunde waarin de werkzaamheden ten behoeve van
het (straf)recht worden uitgevoerd. De forensische geneeskunde verschilt dan ook
wezenlijk van andere medische disciplines, die zich richten op diagnostiek, behan-
deling en preventie. In Nederland wordt forensische geneeskunde uitgeoefend door
diverse disciplines. Forensisch artsen geven uitvoering aan de lijkschouw (in de rol
van gemeentelijk lijkschouwer indien de overtuiging van natuurlijke dood ontbreekt),
letselonderzoek en -rapportage, zedenonderzoek, afname van lichaamsmateriaal ten
behoeve van het strafrecht en medische arrestantenzorg in politiecellen. Forensisch
pathologen hebben als specifieke taak het uitvoeren van de strafrechtelijke sectie.
Daarnaast spelen ook forensisch antropologen, forensisch odontologen en forensisch
radiologen een belangrijke rol in het forensisch medisch onderzoek.
1.1 Ontwikkeling en organisatie van het vak
De uitvoering van de eerstelijns forensische geneeskunde in Nederland vindt plaats
op regionaal niveau. Begin 2019 worden de werkzaamheden uitgevoerd door twee-
ëntwintig GGD-en, daarnaast zijn vier particuliere aanbieders actief. Het streven is
om de forensische geneeskunde in de toekomst uit te voeren vanuit maximaal tien
regionale eenheden, overeenkomstig met de politieregio’s.
Forensisch artsen in Nederland zijn geregistreerd in twee registers. Het profiel-
register bij de KNMG omvat de forensisch artsen die vóór 2006 zijn opgeleid en bij
de openstelling van het profielregister in 2007 zich hierin konden laten registreren.
Inleiding 27
Deze artsen hadden de cursus forensische geneeskunde gevolgd (20-30 dagen onder-
wijs). In 2009 werd nog een grote groep artsen Maatschappij en Gezondheid met
forensische scholing en werkzaamheid toegelaten in het kader van een overgangs-
regeling. Wie korter dan vijf jaar werkzaam was, werd niet meer toegelaten. Voor
nieuw toe te laten forensisch artsen werd de eis van tenminste een fulltime twee-
jarige profielopleiding van kracht.
Vanaf 1 januari 2013 ging de wettelijke eis in, dat alleen artsen die in een daartoe
gehouden register staan ingeschreven bevoegd zijn om als gemeentelijk lijkschou-
wer te functioneren. Voor de wetenschappelijke vereniging FMG was dit aanleiding
om een eigen register in het leven te roepen. Het FMG bood de na 2005 opgeleide
artsen aan minder zware scholingseisen te accepteren. Volstaan kon worden met
de kernopleiding, dat wil zeggen het modulaire onderwijs van de NSPOH, met een
studiebelasting van 30-40 dagen onderwijs en enkele opdrachten. Eind 2018 waren
naar schatting honderdtwintig forensisch artsen ingeschreven in het FMG register.
In de huidige situatie bestaan dus twee registers waarvan de artsen een ongeveer
gelijkwaardige opleiding volgden, met uitzondering van hooguit tien artsen die in de
loop der jaren de volledige tweejarige profielopleiding volgden. Nu per 1 januari 2019
een gesubsidieerde opleiding tot forensisch arts tot stand is gekomen, is een register
dat minder eisen stelt niet meer nodig. De mogelijkheid om nog in opleiding te gaan
voor zo’n beperkte opleiding is afgesloten per 1 oktober 2017. Met College Genees-
kundige Specialismen (CGS) en Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten
(RGS) is overeenstemming bereikt de huidige generatie bij het FMG geregistreerde
artsen volledig geregistreerd te krijgen in het bestaande KNMG-register. Tot 31
december 2023 wordt aan artsen met een FMG-registratie de kans geboden zich te
herregistreren in het KNMG-register. Zij moeten dan aan dezelfde eisen voldoen
als artsen in het profielregister die zich willen laten herregistreren. Naast geregis-
treerde forensisch artsen zijn naar schatting nog eens 40-60 huisartsen werkzaam
in de arrestantenzorg en het Forensisch Medisch Onderzoek (FMO).
Verder zijn met name bij GGD Amsterdam forensisch verpleegkundigen werkzaam
in arrestantenzorg en FMO. Met de toename van bloedproeven en de mogelijkheid
dat ook verpleegkundigen deze mogen uitvoeren is er ook buiten Amsterdam een
tendens tot meer inzet van verpleegkundigen ter ondersteuning van de werkzaam-
heden van de forensisch artsen.
H O O F D S T U K 2
Juridisch kader
Jacques-Louis David, De dood van Socrates, 1787, olieverf op canvas, 130x196
cm, Metropolitan Museum of Art, New York. Wikimedia Commons.
HOOFDSTUK 2
Juridisch kader
Wilma Duijst, Eveline Thoonen & John Coster van Voorhout
Forensische geneeskunde is het vakgebied dat zich bezighoudt met medische exper-
tise ten behoeve van het strafrecht. Het handelen binnen de rechtstaat Nederland
vindt zijn basis in mensenrechten. In dit hoofdstuk wordt daarom allereerst aandacht
besteed aan de mensenrechten die van belang zijn voor de forensische geneeskunde.
Vervolgens volgt een bespreking van de juridische aspecten van de verschillende
onderzoeken die ten behoeve van politie en justitie kunnen worden uitgevoerd en
de (medische) zorg voor arrestanten, bezien vanuit Nederlands perspectief. Hierbij
worden ook specifieke aspecten besproken die na overlijden relevant zijn voor de
forensische geneeskunde (het lijk en de lijkschouw, beroepsgeheim en postmor-
tale orgaandonatie). Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een bespreking van enkele
strafbare feiten die relevant zijn voor het vak forensische geneeskunde (voor een
overzicht van de relevante wetgeving zie bijlage 1).
2.1 Het handelen van de forensisch arts vanuit
mensenrechtelijk perspectief
Forensische geneeskunde wordt op verschillende manieren beheerst door mensen-
rechten, zowel vanuit de taakstelling van een forensisch arts als vanuit de context
waarbinnen de forensisch arts deze taken uitvoert en de belangen die hiermee
samenhangen. Op Europees vlak zijn mensenrechten onder meer vastgelegd in het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Staten die dit verdrag
hebben ondertekend (waaronder Nederland), zijn verplicht om de mensenrechten te
respecteren van iedereen die zich binnen de betreffende lidstaat bevindt. Dit brengt
op verschillende vlakken verplichtingen met zich mee voor de staat en degenen die
J u r i d is c h k a d e r 37
namens de staat taken uitvoeren. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
(EHRM) ziet toe op de naleving van deze verplichtingen door staten. Dit gebeurt aan
de hand van klachten van burgers (of andere staten) die stellen dat verplichtingen die
voortvloeien uit het verdrag niet zijn nageleefd door een lidstaat waardoor sprake
is van schending van mensenrechten. Over dergelijke klachten doet het EHRM uit-
spraak.1 Gelet op het belang van deze mensenrechten worden in het navolgende de
eerste tien artikelen (inhoudende rechten en vrijheden) van het EVRM besproken.
Daarna worden de taken van de forensisch arts (medische zorg voor arrestanten
en onderzoek ten behoeve van politie en justitie) besproken in het licht van men-
senrechten en de uitspraken die het EHRM over deze mensenrechten heeft gedaan.
Gelet op de taken van de forensisch arts wordt vervolgens ook overlijden in detentie
in het licht van mensenrechten besproken. Tabel 1 geeft een overzicht.
TABEL 1. O verzicht van de eerste tien mensenrechten vastgelegd in het EVRM
Artikel EVRM Betekenis op Uitzondering Voorbeeld in detentie
hoofdlijnen mogelijk?
Art. 1, non- Nee Arrestanten hebben recht op dezelfde zorg als
discriminatie Het EVRM is van burgers in de vrije maatschappij.
bepaling toepassing op alle Ja, bv. bij recht-
burgers onafhan- matige aanhou- Indien een gedetineerde overlijdt, moet onder-
Art. 2, recht op kelijk van hun ras, ding, oproer, zoek naar de reden van overlijden worden
leven geloof, status etc. ontsnapping en gedaan.
zelfverdediging.
Art. 3, verbod Voorkomen van Indien een arrestant geen adequate zorg krijgt,
op folteren en ontijdig overlijden Nee passend bij zijn kwetsbaarheden, dan kan dit
onmenselijk Verplichting tot een schening van art. 3 opleveren.
behandelen het doen van In detentie moet extra aandacht worden
onderzoek bij besteed aan kwetsbaren zoals gedetineerden
overlijden. met letsel, verslavingsproblematiek, psychiatri-
sche klachten en suicidaal gedrag of uitingen.
Geen onmense-
lijk behandeling Detentie vanwege het plegen van een straf-
tijdens verhoor baar feit is toegestaan. De vrijheidbeperking
of onmenselijke mag niet verder gaan dan nodig voor het uit-
omstandigheden voeren van de straf.
tijdens detentie.
Art. 4, verbod op Werk is vrijwillig Nee
dwangarbeid en wordt betaald.
Ja, bv. bij straf-
Art. 5, recht op Een burger heeft oplegging, Wet
vrijheid de vrijheid om verplichte GGZ,
te gaan en staan infectieziekten,
waar hij wil. verslaving.
1. Te vinden via: https://hudoc.echr.coe.int/eng.
H O O F D S T U K 4
Praktische benadering van de
lijkschouw
Hugo Simberg, De tuin van de dood, 1896, olieverf op canvas,
16x17 cm, Ateneum Helsinki. Wikimedia Commons.
HOOFDSTUK 4
Praktische benadering van de
lijkschouw
In Nederland overlijden jaarlijks rond de 150.000 mensen. Ongeveer 100.000 daar-
van overlijden in de thuissituatie of in een verpleeghuis. In veruit de meeste gevallen
zal het gaan om een natuurlijke dood op basis van cardiovasculaire aandoeningen
of kanker. De wijze waarop een lijkschouw wordt uitgevoerd, wordt sterk bepaald
door de omstandigheden rondom het overlijden of indien die niet bekend zijn, de
omstandigheden waaronder een overledene wordt aangetroffen. Afhankelijk van
de omstandigheden zal politie al dan niet aanwezig zijn en ook indien politie aan-
wezig is zijn de omstandigheden bepalend voor de omvang van het overlijdens- of
strafrechtelijke onderzoek.
4.1 Afhandeling euthanasie en hulp bij zelfdoding
Wilma Duijst
Circa 6000 keer per jaar wordt in Nederland euthanasie uitgevoerd.93 De meest
voorkomende redenen voor euthanasie zijn kwaadaardige ziekten, zenuwaandoe-
ningen en hart- en vaatziekten. In een beperkt aantal gevallen gaat het om dementie
of een psychiatrische aandoening.94 In Nederland wordt euthanasie uitgevoerd door
een behandelend arts of een arts van het Expertise centrum euthanasie.95 Bij eutha-
nasie door een arts is de taak van de forensisch arts beperkt.96 Hoewel dit formeel
93. Jaarverslag regionale toetsingscommissies 2019.
94. Jaarverslag regionale toetsingscommissies 2017, p.13.
95. Jaarverslag regionale toetsingscommissies 2017, p.14.
96. FMG, Richtlijn Forensische Geneeskunde Euthanasie en hulp bij zelfdoding 2018.
130 H o o f d s t u k 4
Hersenletsel is aan de buitenkant van de patiënt vaak niet zichtbaar. Toch zijn er
een aantal aanwijzingen waardoor de forensisch arts bedacht moet zijn op dergelijk
letsel. De schedel c.q. het hoofd moeten systematisch worden onderzocht.
Tekenen van bilaterale periorbitale hematomen of een unilateraal retroauriculair
hematoom zijn geassocieerd met schedelbasisfracturen. Deze zogenaamde bilaterale
hematomen rond de ogen (racoon eyes, ook wel brilhematoom genoemd, zie figuur
15) en een hematoom ter hoogte van het rotsbeen (Battle’s sign, zie figuur 16) zijn
bij lichamelijk onderzoek niet te missen. Racoon eyes treden op bij een breuk in het
voorste deel van de schedelbasis. Overigens kan een een eenzijdig hematoom rond
FIGUUR 13. Dwarsdoorsnede van de schedel en hersenen
a . Epidurale bloeding b. Subdurale bloeding c. Subarachnoïdale bloeding d. Intracraniële bloeding
FIGUUR 14. Hersenbloedingen
P r a k t is c h e b e n a d e r i n g va n d e l ij k s c h o u w 131
het oog ook duiden op een breuk van de schedelbasis. Het Battle’s sign treedt op
indien de breuk doorloopt tot in het rotsbeen. Daarnaast moeten ook verschijnselen
als bloed- of liquorverlies uit oor, neus of mond de forensisch arts op het spoor van
hersenletsel zetten. Het pupilverschil dat bij leven bestaat bij een bloeding in het
hoofd is vaak verdwenen na overlijden omdat de verhoogde intracraniële druk die niet
met het leven verenigbaar was ook heeft geleid tot twee wijde en lichtstijve pupillen.
Een pupilverschil bij een overleden patiënt zegt dus waarschijnlijk niets over de aard
van het eventuele hersenletsel. Zie voor een overzicht van de schedelbasisfracturen
figuur 17.
FIGUUR 15. Brilhematoom FIGUUR 16. Battle sign
FIGUUR 17. Schedelbasisfracturen
132 H o o f d s t u k 4
Schedelfracturen zijn soms voelbaar, maar men moet zich realiseren dat de
vorm van de schedel irregulair kan zijn waardoor een arts op het verkeerde been
gezet kan worden. Een lineair verlopende fractuur is over het algemeen niet te voe-
len, tenzij de fractuurranden fors wijken. Een impressiefractuur, waarbij er als het
ware een deuk in de schedel zit (bijvoorbeeld door een slag met een voorwerp) kan
bij palpatie wel gevoeld worden. Een CT-scan kan uitkomst bieden, zowel pre- als
postmortaal als de forensisch arts twijfelt over de aanwezigheid of de herkomst van
een fractuur van de schedel.
Door op de schedel te kloppen kan het zogeheten ‘gebroken pot fenomeen’ wor-
den vastgesteld. Het gebroken pot fenomeen is een dof geluid dat hoorbaar is bij
kloppen op de schedel, vergelijkbaar met het geluid bij kloppen op een gebarsten
bord of fruitschaal, en ontstaat bij een schedelfractuur. Op deze manier kan de
forensisch arts een compleet beeld krijgen van de patiënt en op deze manier zijn
conclusies rechtvaardigen.
Aan de forensisch arts zal met enige regelmaat gevraagd worden of het trauma
is ontstaan door een ongeval of door toegebracht letsel. Bruikbaar is de zogeheten
FIGUUR 18. De Hoedrandregel