The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici, 2020-10-19 08:07:14

M&L 2009 05

2009 05 M&L okt 2009

Oktober 2009 &Muziek liturgie

jaargang 78, nr. 5 Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici

Themanummer:

Felix Mendelssohn Bartholdy

(1809-1847)


Muziek & Liturgie is een van de tijdschriften In het kader van het Mendelssohnjaar –hij werd geboren
van de Koninklijke Vereniging van Organisten op 3 februari 1809– staan we in dit themanummer uitge-
en Kerkmusici. De doelstelling is de breid stil bij zijn muzikale opleiding en zijn (kerk-)muziek.
behartiging en bevordering van de orgelcultuur Nadat Sebastiaan ’t Hart uitgebreid heeft stilgestaan bij
en de kerkmuziek. Mendelssohns muziekdocenten en hun invloed op de
begaafde leerling, bespreekt Wim Kloppenburg onder-
Redactie meer zijn cantates, motetten en andere kerkmuziek. Peter
Willem Jan Cevaal, Sebastiaan ’t Hart, Wim Kloppenburg, Ouwerkerk verdiepte zich in het ontstaan en de betekenis
Oane Reitsma van zijn twee grote oratoria, Elias en Paulus, en belicht als
Hoofdredactie en vormgeving: Peter Ouwerkerk intermezzo de dubieuze rol van Wagner na de dood van
Mendelssohn.
Gastauteurs in dit nummer Ook andere onderwerpen komen aan de orde. Oane Reits-
Pieter Endedijk, Dirk van Keulen, Christiaan Winter ma interviewde de jubilerende Bernard Smilde (87), die
dit jaar vierde dat hij zestig jaar predikant en musicus is,
Corrector en Aart de Kort schreef de muziekbijlage over het kerstlied
Janneke Lourens Een ster ging op uit Israël en wordt geportretteerd.

Muziekbijlagen Bij de voorkant, v.l.n.r.:
Muziekcommissie: Gonny van der Maten (secretaris; e-mail: •portret van Mendelssohn uit 1821 (schilderij van Carl Joseph Begas,
[email protected]), Wim Ruessink, Dick Sanderman, Dick Troost 1794-1854);
Zetwerk: Wout van Andel •eerste pagina van de secondo-partij in autograaf van de versie voor
vierhandig piano van de ouverture van Elias;
Advertenties •gedeelte van het monument voor Mendelssohn bij het Mendelssohnhaus
Retra PubliciteitsService BV, Postbus 333, 2040 AH Zandvoort. in Leipzig. Foto: Peter Ouwerkerk
Contactpersoon: Cisca Kramer, 023-5718480, fax 023-5716002, e-mail Achterkant: Der klyne Groenmarkt, aquarel door Felix Mendelssohn
[email protected] Bartholdy. In de zomer van 1836 bezocht Mendelssohn de plaatsen Den
Haag en Scheveningen. Op advies van zijn arts deed hij een kuur en
Druk baadde hij drie weken lang dagelijks in zee. Hij legde er de laatste hand
Drukkerij Verloop, Alblasserdam; www.verloop.nl aan het oratorium Paulus en ontmoette er Johannes Verhulst, die hij
adviseerde om in Leipzig te gaan studeren.
Overname van artikelen in dit blad is slechts toegestaan na toestem-
ming van de hoofdredacteur. Muziek & Liturgie, oktober 2009
Muziek & Liturgie is in braille beschikbaar bij de CBB, Christelijke Bi- (jaargang 78, nr. 5)
bliotheek voor Blinden en Slechtzienden, Postbus 131, 3850 AC Ermelo,
0341 565 499, [email protected], www.cbb.nl Opmaat: Gevoel 3

Redactieadres: De muziekopleiding van Felix Mendelssohn
Redactie Muziek & Liturgie, Postbus 1091, Bartholdy 4
1000 BB Amsterdam
[email protected] ‘In Sebastian kommt alles zusammen’ –
tel. 020 4880481 | fax 020 4880478 De vocale kerkmuziek van Mendelssohn 8

Bestuur KVOK Signalement:
Rein van der Kluit (eerste voorzitter), Frits Zwart (tweede voorzitter), Variabiliteit in de afsluiting van een viering 13
Hans Beek (eerste secretaris), Ad Krijger (tweede secretaris), Cor
Rooijackers (penningmeester), Maarten Diepenbroek, Sebastian ’t Hart, Portret Aart de Kort:
Henny Heikens en Willeke den Hertog-Smits (leden) ‘Er is ontzettend veel te doen hier!’ 14
Adres secretariaat: Hans Beek, Klipper 49, 9801 MT Zuidhorn;
0594 507876, [email protected] Liedbespreking:
Adres penningmeester: Cor Rooijackers, Professor Schermerhornlaan ‘A Ploughboy’s Song’ in de Kerstnacht 16
91, 5707 KG Helmond; 0492 548488, [email protected]
Muziekbijlage: Een ster ging op uit Israël 17
Ledenadministratie KVOK
Harco Clevering, Jabbingelaan 21, 9591 AL Onstwedde; 0599 331890, Intermezzo: Wagner en Mendelssohn 21
[email protected]
Een onvoltooid drieluik –
Bankrekeningen KVOK: over de oratoria van Mendelssohn 22
Nederland: Postbank 10 20 03, ABN-Amro 45 48 03 184, IBAN: NL17ABNA454803184,
SWIFT-BIC-code ABNANL2A. België: Bank van de Post 000-1709741-19; Ingezonden/Bestuur 28
Duitsland: Oldenburgische Landesbank 710 87159 01 (Bankleitzahl 280 200 50)
Spelenderwijs: Tutti! 29
Lidmaatschap KVOK:
ISSN 1569-416X Men kan zich als lid opgeven bij de ledenadministratie. Leden kunnen zich abonneren op Veelzijdig, gedreven, gedegen en met goede smaak
de verenigingstijdschriften Het Orgel, Muziek & Liturgie en het actualiteitenblad NotaBene
(zie hieronder) Ze krijgen tevens de ZomerAgenda (eenmaal per jaar een overzicht van inhoudIn gesprek met Bernard Smilde 30
orgelconcerten in de zomer) toegezonden. Het lidmaatschap loopt parallel aan het 33
kalenderjaar en wordt automatisch verlengd indien niet één maand voor de vervaldatum is Ingezonden 34
opgezegd. Liedsuggesties (21 februari t/m 28 maart 2010)

Abonnementsvormen tijdschriften KVOK:
Muziek & Liturgie + NotaBene € 50 (Europa € 60, buiten Europa € 65)
Het Orgel + NotaBene € 60 (Europa € 70, buiten Europa: € 75)
Muziek & Liturgie + Het Orgel + NotaBene € 75 (Europa € 90, buiten Europa € 95)

De redactie probeert zorgvuldig om te gaan met beeldrechten. Bij ver-
meend oneigenlijk gebruik van afbeeldingen gelieve met de hoofdredacteur
contact op te nemen.

&2 Muziek liturgie


opmaat

Oane Reitsma

In uw handen ligt het themanummer over Felix Mendels- ermacher de eenheid van het onmiddellijke zelfbewustzijn
sohn Bartholdy (1809-1847), wiens leven zich afspeelde in en het objectieve Godsbewustzijn. Hij vult dit nadrukkelijk
de bloeiperiode van wat we de Romantiek noemen. Een van vanuit een christelijk Godsbeeld als hoogste vorm van cul-
de centrale begrippen in de Romantiek is die van het ‘ge- tuur. Een dergelijke gedachtengang legitimeert ook de ver-
binding die Mendelssohn ongegeneerd maakt tussen de
voel’.
Ook vandaag de dag prevaleert het ‘gevoel’ nogal eens in ‘profane’ sonatevorm en het kerklied, zoals in zijn eerste,
het kerkelijke en in het kerkmuzikale discours. Of dat nu derde en zesde orgelsonate.
komt doordat –naar sommigen beweren– we nog steeds In onze moderne, maar vooral multi-religieuze cultuur kun-
in het tijdvak van de Romantiek leven of niet, laat ik in het nen we niet meer zo makkelijk objectief stellen dat de chris-
midden. Ik constateer alleen dat ‘lastige’ discussies binnen telijke religie andere overtreft. Wat we wél van Schleierma-
de praxis van de kerk –ieder mag voorbeelden uit zijn of cher leren is dat ‘gevoel’ universeel is. Ieder mens heeft
haar eigen praktijk invullen– vaak worden ‘opgelost’ door immers gevoel, en daardoor zal ieder ander door middel
van inlevingsvermogen begrijpen
te zeggen dat het een ‘kwestie van wanneer de gesprekspartner zijn ge-
gevoel’ is. Dat standpunt gunt dan voel laat spreken.
aan alle deelnemers van de discus- Een aan Schleiermacher verwant
sie hun eigen ruimte. standpunt wordt ingenomen door

GevoelOok wordt ‘gevoel’ vaak gehanteerd de Duits-Amerikaanse theoloog Paul
wanneer men spreekt over een be-
Tillich (1888-1965). Hij stelt dat reli-
paald type organist. Je hebt de zo-
genaamde meer rationele of technische organisten en de gie wezenlijk tot het menszijn behoort en definieert religie
categorie van de ‘romantische’ organisten, die meer ‘met als ‘betrokkenheid op het absolute’ en de religieuze erva-
hun gevoel’ musiceren. Meestal verweert de tegenpartij ring als ‘ervaring van ultieme zin’. De vraag naar zin is bij
zich door zich te beroepen op ‘goede smaak’ en ‘kwaliteit’. hem de ‘ultimate concern’ van ieder mens. Hoewel Tillich
religie breed formuleert, ontkomt hij er uiteindelijk ook niet

Wat bedoelen we nu precies te zeggen met ‘gevoel’? Maar aan het christelijke godsbesef een exclusiviteit te geven bo-
al te vaak wordt het opgevat als een aangenaam welgeval- ven andere religies en levensbeschouwingen.
len, gepaard gaand met emotie en verwant aan sentimen- Wessel Stoker corrigeert Tillich in zijn boek Is geloven re-
taliteit. In ieder geval wordt ‘gevoel’ in de subjectieve sfeer delijk? (2004) met de gedachtengang dat de mens niet
getrokken. “Dit is mijn gevoel, dat het jouwe” en uit we- wezenlijk religieus is, maar wel levensbeschouwelijk omdat
derzijds respect en angst om elkaar te kwetsen zijn we dan ieder mens, of hij nu een religieuze, een geseculariseerde,
uitgepraat, vaak zonder het heikele punt opgelost te heb- een gefragmenteerde, een one-issue-achtige of een ongefor-
ben. Men wil de ander in zijn waarde laten. Spreken over muleerde levensbeschouwing aanhangt, een bepaald beeld
smaak of kwaliteit is vaak niet makkelijker, omdat daar ook heeft over de wereld, het ik, de ander en het geworpen-zijn
in het leven.
ten enenmale objectieve criteria voor ontbreken.

Onlangs deed Jos van der Kooy in de Orgelvriend (april j.l.) Het gegeven dat ieder mens een levensbeschouwing heeft
de plausibele suggestie dat het gedachtegoed van de theo- die in principe redelijk (van de Rede, dus: rationeel) is,
loog Friedrich Schleiermacher (1768-1834) grote invloed maakt het mogelijk om het levensbeschouwelijke en religi-
heeft uitgeoefend op Mendelssohn. En juist deze Schleier- euze gesprek te voeren. Zowel met andere religies als met
macher bouwt zijn denkwereld op een vroomheid die ont- de moderne cultuur, geseculariseerde opvattingen en niet
staat in de menselijke intuïtie, het gevoel en het bewustzijn. in de laatste plaats ook binnen het geloof. Naast respect
Het centrale begrip in zijn werk is een volstrekt afhanke- moet dan het uitgangspunt liggen in de inzichtelijkheid van
lijkheidsgevoel: het ‘Gefühl schlechthinniger Abhängigkeit’. de argumenten, om elkaar te kunnen begrijpen. Inlevings-
Toch gaat het bij Schleiermacher niet om absolute subjecti- vermogen is daarbij een goed uitgangspunt.
viteit. Integendeel, het religieuze afhankelijkheidsgevoel is
het meest universele gevoel. Gevoel staat niet tegenover Laten we daar maar eens beginnen over onze religieuze en
intellectualisme of rationalisme, maar is juist fundament esthetische overtuigingen te praten. Met het gevoel als ba-
van alle willen en denken. Het hoogste gevoel is bij Schlei- sis voor het gesprek. Want niks is zo rationeel als gevoel. •

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 3


thema

Toen Felix Mendelssohn zeven jaar oud was, achtten zijn vader Abraham en moeder Lea de tijd rijp om voor
hem en zijn ruim drie jaar oudere zus Fanny bekwame muziekdocenten aan te trekken. De belangrijkste was
Carl Friedrich Zelter, docent in harmonie en contrapunt.

De muziekopleiding van

Felix Mendelssohn Bartholdy

Sebastiaan ’t Hart

Het lijkt erop dat Mendelssohn Bach Mendelssohn op 11-jarige leeftijd aan het kla-
door zijn ouders was voorbestemd tot vier. Potloodtekening van Wilhelm Hensel, de
een muzikale loopbaan, maar niets is Wat betreft de inhoud van de piano-,
minder waar. Abraham Mendelssohn viool- en orgellessen van Mendelssohn latere echtgenoot van Fanny Mendelssohn
erkende de muzikale kwaliteiten van is alleen een deel van het reper-
zijn kinderen, maar was aanvankelijk toire bekend dat hij te spelen delssohn zijn oefeningen in
–en voor Fanny blijvend– zeer terug- kreeg. Omdat vrijwel al harmonie- en contrapunt
houdend in het stimuleren tot een pro- zijn docenten een con- noteerde bewaard is
fessionele muzikale carrière. Abrahams servatieve inslag had- gebleven, kunnen we
broer Jakob, compagnon in de bank J. den –door toedoen bijna van week tot
& A. Mendelssohn, probeerde Abraham van Zelter was week volgen hoe zijn
ervan te overtuigen dat Felix óf rechten dat niet geheel vorderingen verlie-
moest gaan studeren, óf bij een kan- toevallig– leerde pen. Het boek begint
toor in dienst moest treden. Pas toen Mendelssohn met oefeningen in
de gezaghebbende Luigi Cherubini, op jonge leeftijd de becijferde bas en
directeur van het Conservatorium van voornamelijk eindigt met Men-
Parijs, in 1825 zijn goedkeuring over de achttiende- delssohns eerste
jongen uitsprak, gaf Abraham zijn zoon eeuwse muziek prille composities.
toestemming om van muziek zijn werk kennen. Hij Zelter volgde in gro-
te maken. Mendelssohn stond toen aan speelde veel te lijnen de methode
de vooravond van zijn doorbraak: met muziek van van Kirnberger,
het Octet, later dat jaar gecomponeerd, Bach en op pi- Die Kunst des reinen
leverde hij zijn eerste echte meester- anoles in ieder Satzes in der Musik
werk af en hij had al naam gemaakt als geval de etudes (1774/1779). Johann
pianist en dirigent. van Johann Philipp Kirnberger
Als kind werd hij niet alleen op muzi- Baptist Cramer (1721-1783) was één van
kaal gebied onderwezen door de beste (1771-1858). Reeds de latere leerlingen van
docenten van Berlijn, maar ook in vele als tiener had Men- Johann Sebastian Bach
andere disciplines. Prof. dr. Karl Wil- delssohn een groot en na diens overlijden een
helm Ludwig Heyse, hoogleraar aan de repertoire opgebouwd
Universiteit van Berlijn, werd aange- en werd hij geprezen om enthousiast pleitbezorger
steld als huisleraar voor de kinderen. zijn fijnzinnige spel. In 1818 van zijn muziek. Die Kunst des
Op tienjarige leeftijd vertaalde Felix debuteerde hij als pianist in Concert reinen Satzes is deels gebaseerd op de
werken van Caesar en Ovidius. De land- Militaire van Jan Ladislav Dussek lesmethode van Bach. De twee pijlers
schapschilder Johann Gottlob Samuel (1760-1812) en niet veel later speelde van zijn methode zijn de becijferde bas
Rösel gaf de kinderen teken- en schil- hij in een concert samen met vader (continuo-spel) en het vierstemmige
derlessen; daarnaast kregen zij dansles en zoon Gugel, indertijd beroemde Choral. Dit laatste zou in Mendelssohns
en gymnastiek. Mendelssohn wordt wel virtuozen op de waldhoorn, een Trio oeuvre een steeds terugkerend thema
‘het zondagskind van de Romantiek’ van Joseph Wölfl (1773-1812). Fanny vormen. Daarnaast zou de liefde voor
genoemd, maar hij kreeg zijn vaardig- speelde bij deze gelegenheid vieren- achttiende-eeuwse muziek hem altijd
heden niet cadeau. Met een ijzeren twintig Preludes uit het Wohltemperier- blijven inspireren.
dagritme dat ’s ochtends om vijf uur te Clavier van J.S. Bach uit het hoofd.
begon, moesten de kinderen woekeren Becijferde bas
met hun talenten. Studieboek
Het notenschrift waarin Mendelssohn
Omdat het studieboek waarin Men- aan de hand van Zelter zijn oefeningen

&4 Muziek liturgie


maakte, is in te delen in drie catego- veer de helft van het aantal zettingen Modaliteit

rieën: oefeningen in becijferde bas, bevattend, bestaat uit onversierde Eerst noteerde Mendelssohn de melo-

harmonisaties van koraalmelodieën vierstemmige koraalzettingen: der die en daarna met potlood de bas en de

en omkeerbaar contrapunt (canon en plane Choralgesang. Vervolgens voegde middenstemmen. Na de correcties van

fuga). Mendelssohn versieringen toe, of Zelter werd de zetting met inkt uitge-

Het feit dat Zelter legde hij de me- werkt:

de kinderen lodie in de alt,

Mendelssohn tenor of (soms) Muss wenn der Bass fertig ist, auf

(Fanny doorliep de bas: der dem Fortepiano probiert und verbes-

dezelfde leergang) verziehrte Choral sert werden, ohne dass die Correctur

liet beginnen met (categorie twee). bemerkt wird.

oefeningen in de De derde groep [Als de bas klaar is, moet je het op

becijferde bas geeft bestaat uit door de piano uitproberen en verbeteren,

aan hoeveel waarde Mendelssohn zonder dat de correcties zichtbaar

hij hechtte aan de gecomponeerde zijn.]

muzikale traditie en geharmoni-

uit de achttiende seerde melo- Een bijzonder aandachtspunt vormde

eeuw. Rond 1800 dieën op teksten de modaliteit van de zestiende-eeuwse

was het basso-con- van Christian melodieën. In Die Kunst des reinen

tinuospel achter- Fürchtegott Gel- Satzes benadrukte Kirnberger dat het

haald, althans in lert (1715-1769), modale karakter van de melodieën

nieuwe composi- verzameld in door een juiste harmonisatie behouden

ties. Abbé Vogler Portret van Abraham Mendelssohn, Felix’ en Fanny’s zijn Geistliche moest blijven. Met voorbeelden maakte
(1749-1814), Duits vader, in 1823 door Wilhelm Hensel getekend Oden und Lieder hij dit duidelijk. Als een melodie de

componist en mu- uit 1758. Doel vierde toon van de toonladder geeft

ziektheoreticus, vond dat vanwege de van deze oefeningen was vloeiend (bijvoorbeeld een c in een melodie in

hoge tempi en snelle harmoniewisselin- leren harmoniseren. G-groot), moet deze als vierde (C-groot)

gen in moderne muziek continuospel Mendelssohns eerste notenboek sluit of tweede trap (a-klein) geharmoniseerd

niet meer mogelijk en gewenst was. af met een verzameling van zestien worden en niet als dominant-septiem-

Voor de veelvuldige uitvoeringen van tekstloze melodieën, waaronder akkoord (D-fis-a-c). Zo deed Bach het

bijvoorbeeld oratoria van Händel was bekende Lutherse gezangen: Ach, was immers ook, benadrukte Kirnberger.

er nog wel vraag naar bekwame conti- soll ich Sünder machen, Allein Gott in Volgens dezelfde principes verbeterde

nuospelers. In een latere briefwisseling der Höh’ sei Ehr, Allein zu dir, Herr Jesu Zelter de fouten van Mendelssohn.

uit 1826 tussen Mendelssohn en de Christ etc. Het feit dat deze koralen op Opmerkingen als war ganz ohne Ge-

violist Ferdinand David noemt Men- alfabetische volgorde in Mendelssohns danken verfertigt (totaal zonder erbij na

delssohn behalve zijn goede vioolspel studieschrift staan opgetekend, doet te denken gemaakt) en wird erinnert die

zijn bekwaamheid in het spelen van een Sache nicht für gar

becijferde bas en spoort hij hem aan zu leicht zu halten

hierin verder te gaan. (denk eraan dat

je de zaak niet te

In 1818 begon Mendelssohn onder het licht opvat) moes-

toeziend oog van Zelter met het becijfe- ten Mendelssohn

ren en uitwerken van basmelodieën. In omhoog helpen

de herfst van het jaar daarop noteerde op het pad van de

Zelter: Ende des Generalbaß, Berlin 16 harmonie.

Oktober 1819. Verziehrter

Der plane Choralgesang Contrapunkt
Vervolgens kreeg Mendelssohn de op- Het schlechte of

dracht melodieën van bekende kerklie- gleiche Choral,

deren te harmoniseren. Eerst voorzag Gedurende zijn hele leven maakte Mendelssohn graag tekeningen en aquarellen. zoals hierboven
hij de melodie van een becijferde bas, Hierboven een van zijn laatste aquarellen van vakantieoord Unterseen, 1847 beschreven,
vervolgens werden de alt- en tenorstem vormde slechts het

toegevoegd. opstapje naar het

Tussen oktober 1819 en begin 1820 vermoeden dat Zelter beschikte over verziehrter Gesang of verziehrter Contra-

voltooide Mendelssohn drieëntwintig het door Carl Philipp Emanuel Bach punkt. Kirnberger vergeleek het eerste

zettingen, die in drie groepen te onder- uitgegeven koraalboek met harmoni- met gewoon lopen, het tweede met een

scheiden zijn. De eerste groep, onge- saties van zijn vader Johann Sebastian. kunstige dans.

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 5


De versieringen werden door Kirnber- als een pure abstractie beschouwden werd reeds in 1795, op vierentwin-
tigjarige leeftijd dus, aangesteld als
ger in twee groepen onderverdeeld: – een intellectuele curiositeit en geen viooldocent aan het kort daarvoor
gestichte Parijse Conservatorium. Hij
versieringen die op de slag vallen en de doel op zich. Wat de kunst van het maakte deel uit van het privé-orkest van
Napoleon en maakte concertreizen door
puls niet verstoren en versieringen die fuga-schrijven betreft was het Zelters o.a. Engeland, België en Nederland. Hij
was de laatste vertegenwoordiger van
voor of na de slag vallen (zoals voor- bedoeling dat deze werd voortgezet zo- de klassieke Parijse vioolschool en had
weinig op met de virtuoos Paganini.
houdings- en vertragingsakkoorden). als die door Bach tot een hoogtepunt Daarentegen hield hij zich intensief be-
zig met de heruitgave en -uitvoeringen
Versieringen óp de slag of tel vormen was gebracht. van oude (viool-)muziek van componis-
ten als Bach, Corelli, Händel en Tartini.
de grootste en veelzijdigste groep, Het harmonie- en contrapuntboek van
• Ludwig Berger (1777-1839) was een uit
door Kirnberger bunter Contrapunkt Mendelssohn eindigt met twee- en Berlijn afkomstige pianist en com-
ponist. Tussen 1804 en 1812 was hij
genaamd. Hieronder vallen ondermeer driestemmige fuga’s en canons en werkzaam te St.-Petersburg, waar hij in
contact kwam met de pianist en com-
Brechung (arpeggio) en durchgehende enkele korte vrije composities. ponist John Field. Vanwege het opruk-
kende leger van Napoleon was Berger
Töne (doorgangsnoten). gedwongen te vluchten – hij nam de
wijk naar Londen. Heimwee dreef hem
De noot-tegen-noot zettingen die Men- Leraren terug naar Berlijn, waar hij enigszins
delssohn reeds had vervaardigd, werden Wie waren de muziekdocenten van verbitterd zijn werkzaamheden voort-
zette. In 1819 richtte hij samen met
volgens de regels van Kirnberger en Mendelssohn? enkele gelijkgezinden de Jüngere Berlin
Liedertafel op, als tegenhanger van de
Zelter verfraaid. door Zelter opgerichte reeds langer
bestaande Berlin Liedertafel. Hij was
Canon en fuga • August Wilhelm Bach (1796-1869) vanaf 1816 de eerste muziekdocent van
was, anders dan zijn naam doet Mendelssohn.

Toen Mendelssohn het harmoniseren vermoeden, géén nazaat of verwant • Marie Bigot (1786-1820) mocht zich
tot de beroemdste en meest virtuoze
van koraalmelodieën beheerste, werd van Johann Sebastian. Hij studeerde pianisten van haar tijd rekenen. Zij
was afkomstig uit de Elzas (Colmar)
hij getraind in omkeerbaar contrapunt: harmonie en contrapunt bij Zelter en en kwam via haar man Paul Bigot in
contact met Haydn, Salieri en Beet-
canon en fuga. De eerste oefeningen was organist van de Dreifaltigkeitskir- hoven. In 1805 speelde zij een sonate
van Haydn, waarop deze naar verluidt
hierin waren afgeleid van koraalme- che in Berlijn. Omstreeks 1820, het uitriep: ‘Ik ben niet de componist van deze
muziek, dat bent u zelf!’
lodieën, zoals Kirnberger voorschrijft jaar waarin Felix en Fanny Mendels- In 1809 vestigde Bigot zich in Parijs,
waar zij in het jaar 1816 gedurende het
in Die Kunst. De kunst van het canon- sohn toetraden tot de Berliner Sing- verblijf van de familie Mendelssohn
Bartholdy in deze stad, les gaf aan Felix
schrijven gold al vele eeuwen als hét Akademie, begon Felix op aanraden en Fanny.

bewijs van muzikaal vakmanschap. Dat van Zelter met orgellessen bij deze • Carl Wilhelm Henning (1784-1867)
werkte als violist en componist in Ber-
was ook in de achttiende en negentien- Bach. Over zijn methode is weinig be- lijn, ondermeer als concertmeester van
de hofkapel in de Pruisische hoofdstad.
de eeuw nog zo, hoewel sommigen het kend, vermoedelijk maakte hij gebruik In 1816 gaf hij korte tijd vioolles aan de
kinderen Mendelssohn.
van Der prak-
• Eduard Rietz (1802-1832) was in
tische Organist

Het grote van Christian
Maarschalkerweerd-orgel Heinrich Rinck
(1770-1846) en
is terug na een
liet hij Mendels-

ingrijpende restauratie sohn kennisma-
ken met de or-

gelwerken van

Gerestaureerd door: Johann Sebas-

ELBERTSE tian Bach. De
lessen duurden
orgelmakers vermoedelijk tot

Zuidergracht 17 de zomer van
3763 LS Soest 1822, toen de
The Netherlands familie Men-
Tel. +31 (0)35 - 601 25 92
Maria van Jessekerk, Delft delssohn op

Activiteiten omtrent de her-ingebruikname: reis ging naar
- zat. 24 okt. 15:00 uur ingebruikname concert Petra Veenswijk Zwitserland

presentatie CD en restauratieboekje, toegang vrij. (vanwege de
- zon. 25 okt. 10:30 uur, plechtige inwijdingsviering grootte van de
gezongen wordt de mis in fis van C.M. Widor, m.m.v. kerkkoor Deo Sacrum stoet sprak een
tante spot-
Festival: Het orgel maar dan anders !! tend over ‘de
- vrij. 6 nov. 20:00 uur, Ignace Michiels (organist kath. Brugge)
- zat. 7 nov. 15:00 uur, sprookje ‘Het geheim van Fifaro’ - orgel en vertelling, primeur voor Nederland

- zat. 7 nov. 20:00 uur, Ben van Oosten (orgel) en Margaret Roest (sopraan) karavaan van
- zon. 8 nov. 15:00 uur, Orgelconcert van Händel en Poulenc Abraham’).
Haagse Serenata Orkest o.l.v. Ernst Wauer, Petra Veenswijk (orgel)

- zon. 13 dec. 15:00 uur concert in het teken van Advent en Kerst

Petra Veenswijk (orgel) en Liet Relou (viool) • Pierre Bail-

meer informatie: www.veenswijkorgel.tk lot (1771-1842)

&6 Muziek liturgie


1816 na Henning de viooldocent van heel bijzonders’] zijn als er uit een Zelter liet Mendelssohn regelmatig

Mendelssohn. Zelf was hij eveneens Jodenzoon nog eens een kunstenaar meewerken aan zijn huisconcerten op

een leerling van Zelter. Hij werkte als zou groeien. vrijdagavond en liet hem en Fanny toe

concertmeester mee aan de heruitvoe- op de Berliner Singakademie. Met dit

ring van de Matteüspassie van J.S. Bach De muzikale voorkeur van Zelter was koor voerde Zelter achttiende-eeuwse

in 1829 o.l.v. Mendelssohn. uitgesproken conservatief. Hij bewon- geestelijke a-capellakoormuziek uit.

• Carl Friedrich Zelter (1758-1832 ) derde Palestrina, Bach, Händel, Haydn

vormde Mendelssohn als componist. en Mozart en had weinig op met de Mendelssohns invloed
vernieuwende Beethoven. Over deze Na de dood van Mendelssohn raakte

Hij was de zoon van een zijn muziek al gauw in de

metselaar en zelf eveneens vergetelheid en spraken

tot dit beroep opgeleid. Zelter componisten als Richard

beschikte echter over bijzon- Wagner laatdunkend over

dere muzikale gaven en een hem. Deels was dat te wijten

sterk doorzettingsvermogen, aan Mendelssohns behou-

waardoor hij in staat was dende stijl, deels ook aan het

zich te ontwikkelen tot een meer en meer opkomende

gerespecteerd violist, com- anti-semitisme: een studie

ponist, dirigent en muziek- op zich.

theoreticus. Op latere leeftijd Uitzondering was Engeland,

nam hij compositielessen waar Mendelssohn ook

bij Carl Friedrich Christian tijdens zijn leven al met het

Fasch (1736-1800). Hij had grootste enthousiasme was

toen al een treurcantate onthaald. Zijn bekendste

gecomponeerd n.a.v. de dood navolgeling in Engeland was

van Frederik de Grote in William Sterndale Ben-

1786, die was uitgevoerd in nett (1816-1875). Bennett

de Berlijnse garnizoenskerk. was al een virtuoze pianist

In 1800 volgde Zelter Fasch toen Mendelssohn kennis

op als dirigent van de Berliner met hem maakte. In 1832

Singakademie. componeerde Bennett een

Zelter was de persoon- pianoconcert dat ondermeer

lijke muzikale raadgever werd uitgevoerd te Windsor,

van Goethe, met wie hij via waar de koningin en de

bemiddeling van Abraham prins-gemaal zich onder het

Mendelssohn in contact was gehoor bevonden. Op 26

gekomen. Eveneens was hij juni 1833 werd het pianocon-

bevriend met de filosoof He- cert nogmaals uitgevoerd,

gel en de schrijver Schiller. tijdens een midsummer

Zelter stond bekend om zijn concert. Deze keer was Men-

slechte manieren, zijn slechte Carl Friedrich Zelter, als dirigent van de Berliner Singakademie voor een delssohn een van de luis-
kledij en zijn botte opmerkin- belangrijk deel verantwoordelijk voor de 'Bach-revival' in de negentiende eeuw. teraars en na de uitvoering
gen. In een brief aan Goethe, nodigde hij Bennett uit om
Litografie van M. Julius, ca. 1840

waarin hij Mendelssohn naar Leipzig te komen, niet

introduceerde en het voorstel als leerling maar als vriend.

deed hem mee te nemen om bij Goethe componist zei hij dat hij ‘iemand is Aan Thomas Attwood, organist van St.

te logeren, schreef hij: die te vaak zijn knuppel gebruikt om Paul’s Cathedral en docent aan de Royal

vliegen dood te slaan’. Der Freischütz Academy of Music, schreef Mendels-

Hij is weliswaar een Jodenzoon, maar van Weber beschouwde hij als grap; sohn: ‘als hij (Bennett) geen zeer groot

zelf geen Jood (...) Het zou werkelijk de muziek van Schubert negeerde hij musicus wordt, is dat niet Gods wil,

eppes rores [Jiddisch voor ‘iets eenvoudigweg. maar zijn eigen’. •

Literatuur:
Clive Brown, A Portrait of Mendelssohn, Yale University Press, New Haven and London, 2003;
R. Larry Todd, Mendelssohn’s Musical Education. A study and Edition of his Exercises in Composition, Cambridge University Press, 1983;
Wenneke Savenije, Mendelssohn, Gottmer (Componistenreeks), Haarlem, 1991;
The new Grove’s Dictionary of music and musicians, Oxford, 2001

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 7


thema
Felix Mendelssohn Bartholdy heeft in zijn korte leven enorm veel gereisd, en vanuit alle
plaatsen waar hij kwam, schreef hij brieven, vooral aan zijn zusje Fanny. Toevallig kreeg
ik onlangs een klein boekje in handen met de brieven (en tekeningen; Mendelssohn was
ook een getalenteerd tekenaar en aquarellist!) die hij stuurde vanuit Zwitserland, waar
hij van eind juli tot begin september 1831 verschillende plaatsen bezocht.

‘In Sebastian kommt alles zusammen’

De vocale kerkmuziek van Mendelssohn

Wim Kloppenburg

Het was een avontuurlijke reis: slecht weer, veel regen, midden van de monniken, als de ware Saul onder de pro-
hagel en sneeuw, beken die buiten hun oevers traden, weg- feten. Een norse benedictijn naast mij streek op de contra-
geslagen bruggen en overstroomde voetpaden. Vervoer in de bas, een paar anderen op de viool, één van de notabelen
vorm van paard of postkoets was soms helemaal niet beschik- speelde eerste viool, de pater praeceptor stond voor mij,
baar, en je moest maar afwachten of je ergens onderdak kon zong solo en dirigeerde met een armdikke, lange stok, de
vinden. Veel ontberingen dus, maar ook veel muzikale inspi- novicen in hun zwarte pijen vormden het koor, een oude,
ratie! versleten boer speelde mee op een oude, versleten hobo,
Op 23 augustus komt hij in Engelberg aan. Het is eindelijk en heel in de verte zaten er nog twee die zachtjes bliezen
prachtig weer geworden en het dal biedt een schilderachtige op hun grote trompetten met groene kwasten.
aanblik. Felix moet direct aan het toneelstuk Wilhelm Tell van Alles bij elkaar was het eigenlijk heel aandoenlijk; je móest
Schiller denken. Hij stuurt één van de bedienden van het die mensen wel aardig vinden, want ze waren ijverig en
Wirtshaus naar de bibliotheek van het Benedictijner Klooster deden allemaal hun best zo goed als ze konden. Ze deden
Engelberg, om het boek van Schiller te lenen. Wat kan die een mis van Emmerich, iedere toon was bepruikt en be-
man schrijven! Er is geen mooiere taal dan het Duits! poederd; ik speelde nauwgezet continuo uit de becijferde
Als hij het klooster bezoekt om te kijken of hij daar het orgel baspartij, trok van tijd tot tijd als ik mij verveelde een paar
kan bespelen, wordt hij meteen gestrikt om de mis te bege- vette registers bij, speelde ook de responsoriën, improvi-
leiden. seerde op het gegeven thema en moest aan het eind op
verzoek van de prelaat een mars spelen zo hard als het
Heut früh versah ich meinen Organistendienst, da war es orgel het toeliet, en werd eervol van mijn taak ontheven.]
prächtig. Die Orgel ist gleich beim Hochaltar, neben den
Chorstühlen für die patres. So nam ich denn meinen Platz Mendelssohn beschrijft hier met de nodige humor een situ-
mitten unter den Mönchen, der wahre Saul unter den Pro- atie die kenmerkend was voor de kerkmuziek zoals die in
pheten. Neben mir strich ein böser Benediktiner den Contra- die tijd op veel plaatsen werd beoefend. De priester-musicus
baß, einige andere Geige, einer der Honoratioren geigte vor, Wolfgang Joseph Emmerich (1772-1839) was één van de ge-
der pater praeceptor stand vor mir, sang Solo und dirigierte liefde componisten die naar de gangbare mode ‘bepoederde
mit einem armdicken, langen Prügel, die Eleven des Klosters en bepruikte’ kerkmuziek schreven.
machten den Chor in ihren Schwarzen Kutten, ein alter, re-
ducirter Landmann spielte auf einer alten, reducirten Hoboe Tussen kerk en concertzaal
mit, und ganz in der Ferne saßen zwei und tuteten still in
große Trompeten mit grünen Quasten. De geschiedenis van de kerkmuziek in de negentiende eeuw
Und mit alledem war das Ding sehr erfreulich; man mußte wordt voor een belangrijk deel bepaald door het conflict tus-
die Leute liebhaben, denn sie hatten Eifer und arbeiteten alle, sen enerzijds de ‘emancipatie’ van de religieuze muziek, die
so gut sie konnten. Es wurde eine Messe von Emmerich gege- door lengte, concertante bezetting en persoonlijk gekleurde
ben, jeder Ton hatte seinen Zopf und seinen Puder; ich spiel- tekstinterpretatie steeds verder losraakte van haar liturgische
te treulich den Generalbaß aus meiner bezifferten Stimme, kader, en anderzijds de pogingen van de kerkelijke leiders,
setzte von Zeit zu Zeit dicke Blasinstrumente zu, wenn ich zowel in de Rooms-Katholieke als in de Lutherse Kerk, om
mich langweilte, machte auch die Responsorien, phantasierte aan de kerkmuziek des te strengere liturgische eisen te stel-
auf das gegebene Thema, mußte am Ende auf Begehren des len. Zo wordt de nieuwe geestelijke muziek verdreven naar
Prälaten einen Marsch spielen, so hart es mir auf der Orgel de concertzaal, terwijl men in de kerk zijn toevlucht neemt tot
ankam, und wurde ehrenvoll entlassen. historische voorbeelden en modellen (bij Rome het Caecilia-
[Vanmorgen vroeg heb ik mijn organistendienst vervuld, nisme: terug naar het gregoriaans en de Palestrina-polyfonie,
dat was schitterend. Het orgel staat vlak bij het hoogaltaar, en bij de lutheranen de Liturgische Agenden, die weinig ruimte
naast de koorstoelen voor de paters. Ik nam dus plaats te- lieten voor de meerstemmige kerkmuziek).
In dit negentiende-eeuwse dilemma heeft de ‘joodse protes-

&8 Muziek liturgie


tant’ Mendelssohn zijn eigen weg gezocht en zijn eigen ant- was een basso-continuobegeleiding toen nog altijd gebruike-

woorden gegeven. In een brief uit 1835 vraagt hij zich af, of lijk (zoals ook al blijkt uit Mendelssohns brief uit het klooster

het mogelijk zou zijn Engelberg).

‘dat de muziek bij ons een geïntegreerd deel van de litur- Zoals meestal eindigt Bachs cantate met een eenvoudige vier-

gie wordt en niet alleen maar een concert dat misschien stemmige koraalzetting; Mendelssohn begint ermee, maar

enige aandacht en inkeer teweeg kan brengen’. gebruikt een strofe uit een ander lied (Mein Gott du weißt am

allerbesten). De tekst van Bachs openingskoor komt dus over-

Maar in dezelfde brief schrijft hij ook: een met deel 2 van Mendelssohn.

Bij Bach horen we een zelfstandige orkestpartij ter omlijsting

‘maar in Sebastian komt alles bij elkaar’. van de koorzetting van het koraal, waarbij de inzet van de can-

tus firmus in de sopraan steeds imitatorisch wordt voorbereid

Al heel vroeg is Bach zijn grote voorbeeld: bij de beroemde in de andere stemmen.

‘herontdekking’ en uitvoering van de Matthäus-Passion in Mendelssohn behandelt de eerste strofe op een vergelijkbare

1829 is Mendelssohn net twintig! Als hij daarna zelf kerk- manier: het strijkorkest omlijst een koorzetting, alleen ligt de

muziek schrijft, laat hij Bach als het ware over zijn schouder cantus firmus nu niet in de sopraan maar in de bas. Net als bij

meekijken. Kenmerkend is het verhaal over het ontstaan van Bach horen we voorimitaties in de overige stemmen. Eigen-

één van Mendelssohns koraalcantates. lijk is Mendelssohn nog ‘bachser’ dan Bach, want de orkest-

In 1829 schreef hij een cantate over het lied Wer nur den lieben partij is hier niet vrij gecomponeerd, maar ontleent motieven

Gott läßt walten. Hij wist toen nog niet dat er een cantate van aan de liedmelodie:

Bach bestond over hetzelfde thema (BWV 93).

Pas in 1834 kreeg hij van de bevriende zanger Andante con moto                         
Franz Hauser de partituur van Bach. In een brief   
bedankt hij Hauser daarvoor, en schrijft dan:       

‘Dann mußte ich das “Wer nur den lieben Gott p vi.1  vi.2                   
läßt walten” gleich ganz durchlesen, weil ich es 
 va.     

b.c.

noch gar nicht kannte, und deshalb selbst com- 6      p         
poniert hatte, und denk Dir an, daß mir verschie- soprano


dene Stellen im meinigen immer noch ganz gut, Wer nur den lie - ben Gott läßt wal - ten, wer nur den
ja fast besser geschienen haben, (andere dann p
freilich wieder nicht) und daß ich bei einigen gar alto          
mit dem alten Sebastian Ähnlichkeit habe. Ist    
das nicht eine Freude? Aber zeig Du das keinem  
in Leipzig, sie würden mich spießen…’ Wer nur den
[Ik heb Wer nur den lieben Gott läßt walten  lie - ben ben Gott läßt wal -
uiteraard meteen doorgelezen, omdat ik het 
stuk niet kende en daarom zelf al gecom- tenore  p   
poneerd had. En stel je voor: verschillende  
fragmenten van mijn eigen werk vond ik nog  
steeds heel goed, ja, bijna nog beter (andere
daarentegen weer niet), en soms léék het zelfs basso Wer nur den lie - ben Gott läßt

  p

                    Wer
  
         

                  

    


op de oude Sebastian. Is dat niet leuk? Maar 11       f           
zeg het in Leipzig tegen niemand; ze zouden 
me aan het spit rijgen...] 

lie - ben Gott läßt wal - - - ten, wer nur den lie - ben Gott läßt wal - ten,

Aldus Mendelssohn in een charmante menge-             f         



ling van zelfspot en een gezond gevoel van eigen- ten, wer nur den lie - ben Gott läßt wal - - - - ten,
waarde.
             f            

den lie - ben Gott läßt wal - ten, wer nur den lie-ben Gott läßt wal - ten,
wal - ten,

Het is interessant om deze cantates kort te verge-          
lijken. Van Mendelssohns compositie is geen au-
nur den lie - ben Gott läßt wal - ten,
tograaf bewaard gebleven; tot 1974 werd het werk 
als verloren beschouwd. Pas toen ontdekte men                    f             
een kopie in de Hessische Landesbibliothek. De ti- 
tel op het omslag luidt: Wer nur den lieben Gott / 
Cantata / a 4 voci con 2 Violini Viola BCont. / di
                    f          p
     



/ fel. Mendelssohn Bartholdy. ‘BCont’ – blijkbaar

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 9


Nog opvallender is de overeenkomst tussen de aria’s in beide aan het eind:
cantates. Bij Bach is nr. 3 een tenor-aria, bij Mendelssohn een
sopraan-aria. Beide componisten kiezen ter afwisseling een        ! 
majeurtoonsoort, beide noteren een 3/8 maat! De gebruikte    
melodische motieven zijn elkaars spiegelbeeld. De gegeven
liedmelodie staat in mineur. Bach begint met het kopmotief wer kann, Herr, vor dirbl!e i - ben?
van het lied in majeur, Mendelssohn gebruikt de omkering
van dat motief (voor het gemak noteer ik beide stukken op        
dezelfde toonhoogte). Daarna volgt bij beiden een verrassen-  
de sprong naar de verlaagde septiem, bij Bach in maat 5, bij
Mendelssohn in maat 3. wer kann, Herr, vor dir blei - beeen?lnen.ges: 

Bach                    Alleeninhaeuts slsoeitk- onrenaalSünno-dteeneratl 

Mendelssohn               hi-j

Onbekend aauuassus sei - nen Sün-den al -         
len.
Lange tijd was er slechts een klein deel van Mendelssohns sei -nen Sün-denal - -- - len.
kerkmuzikale composities bekend, zoals het geliefde Hör’  - 
mein Bitten (en dan nog alleen in de versie voor sopraan, koor nen Sün-den al -     
en orgel). Maar over het algemeen lieten de toonaangevende sei - 
kerkmusici in de jaren na de Tweede Wereldoorlog Mendels- -- len.
sohns vocale kerkmuziek links liggen. In mijn artikel over  
Willem Mudde, in het vorige nummer van dit blad, refereer-                
de ik aan het feit dat Mudde in de jaren ’70 een aankondi-   
ging over een Cantatedienst met motetten van Mendelssohn
slechts een vermelding waard achtte in de rubriek ‘Gruwel- 15        
berichten’…
 
Aus15tiefer Notstaat in Band I, Chorwerke mitOrgelbegleitung, 
maar er is, behalve bij de korte tenorsolo, helemaal geen 

orgelpartij afgedrukt! Kennelijk was voor Mendelssohn ook 

hier een continuo-begeleiding volstrekt vanzelfsprekend. Die

hoefde in zijn tijd dus nog niet uitgeschreven te worden. Die
wMdiegätene224nn4beserczshetiatmtpinmwgee,nrt,peVnt zoioiojlokmneceeennlloearnuvndadenrKulioictnhgtatraaotbpadhßaet–tdVieeeesbnpaemsrpgeeasrraktniwjgaefaeürnr- 

continuopartij is. Helaas wordt ook op de vrij recente cd met

het complete Chorwerk (een Brilliant-uitgave van Kruidvat) bij

dit stuk geen orgel gebruikt.

Tijdens Mendelssohns leven is slechts een gedeelte van zijn mEMeunos33ri3c3knoivmnegrpsoScsheiitrlivleeicndedieeeinkkeEirnevnednehsesobenttuginitggevvaoneredenisGMeiasgtlnicifhiceaAtboepnuds-  
kerkmuzikale composities in druk verschenen. De meeste 
werken hebben niet eens een opus-nummer. Sommige com- 69 nr. 3 (Mein Herz erhebet Gott, den Herrn). Ik gebruikte
posities zijn pas sinds kort in een moderne uitgave beschik- daarbij altijd de uitgave van Breitkopf & Härtel voor koor a-
baar. Lange tijd werd de belangrijkste bron gevormd door cappella, met Duitse tekst en een cursief gedrukte Engelse
slechts twee Peters-banden: Kirchenmusik I, Chorwerke mit vertaling eronder. Een mooi stuk, maar met enkele onbevre-
Orgelbegleitung en Kirchenmusik a Cappella. Maar die tweede
band begon in elk geval met de grote achtstemmige psalmen dloariggigev44in0o0ndoeerledmzeoohumakneudnntdenanetnidnezidbjneij.gwEeovigooeredng-ldtiojekoEninsrgedleaalttsiieen.tedHkeseettewvreesrtlmeeemoneasdteednne
opus 78: Warum toben die Heiden (Psalm 2), Richte mich Gott
(Psalm 43; met na twintig maten die onvergetelijke inzet op van het stuk al direct duidelijk. In de Duitse bijbelvertalingen
Sende dein Licht!) en Mein Gott, warum hast du mich verlas- begint het Magnificat namelijk met de woorden Meine Seele
sen? (Psalm 22), composities waarin Mendelssohn een over- erhebt den Herren. Mendelssohn heeft: Mein Herz erhebet Gott,
tuigend evenwicht heeft gevonden tussen dienstbaarheid aan den Herrn. Deze ongebruikelijke vertaling heeft alleen zin als
het bijbelwoord enerzijds en persoonlijke expressie ander- je ervan uitgaat dat de Duitse tekst passend gemaakt moest
zijds. Mendelssohn is in deze composities niet zo zeer schat- worden op de ‘Engelse noten’ van My soul doth magnify the
plichtig aan Bach, maar meer aan Schütz, d.w.z. niet voor wat Lord.
de ‘sound’, de klankkleur, de accordiek betreft, maar wel in Ik vond dat vermoeden echter nergens bevestigd, en er bleek
de grote dubbelkorige structuren en in zijn zorgvuldige aan- ook geen enkele opname te bestaan in de Engelse taal. Zelfs
dacht voor de woordschildering. Philippe Herreweghe gaf met zijn Collegium Vocale een uit-
Petersband I begint ook al met een grandioos werk: Aus tiefer voering in het Duits, en ook op de cd-box van het Kruidvat uit
Not schrei ich zu dir. In mijn studietijd werd dit werk door 2002, met het complete vocale oeuvre, wordt het Magnificat
sommigen ‘afgeserveerd’ met de opmerking dat ‘Mendels- in het Duits gezongen. Pas in 2006 verscheen bij Bärenreiter
sohn blijkbaar niets begrepen had van de phrygische melodie een nieuwe partituuruitgave van de motetten opus 69 (Ju-
van dit lied’. En inderdaad, Mendelssohn noteert Luthers ver- bilate, Magnificat en Nunc dimittis), niet alleen in het Engels
sie van Psalm 130 in f-klein, zonder de ‘phrygische secunde’

&10Muziek liturgie


maar ook voorzien van de bijbehorende ori-  p                 cresc.         
ginele orgelbegeleiding. De musicoloog John     
Michael Cooper heeft de ontstaans- en editie- 
geschiedenis van opus 69 vrijwel geheel kun-
nen reconstrueren. De drie motetten blijken Chor I Ky - ri - e e - lei - son, Chri - ste e - lei- son, Ky - ri - e e - le - i - son,

                 e - le - i- son, e - le  - i - son,
     
       



geschreven te zijn na één van Mendelssohns     p                cresc.     
bezoeken aan Engeland. Opdrachtgever was  
de uitgeverij Ewer & Co. Er is zelfs correspon-     
dentie bewaard gebleven over de uitspraak en
de juiste klemtonen van de Engelse tekst! Chor II Ky - ri - e e - lei - son, Chri -  ste e - lei- son, Ky - ri - e e - le - i - son,
De Anthems opus 69 vormen tezamen met het     
                
     


reeds eerder gecomponeerde Te Deum (1832,

herzien 1845) een complete Anglicaanse Service Music voor Kyrie, Gloria en Sanctus voor achtstemmig dubbelkoor. Ook

Morning- en Evensong: hier benut de componist alle mogelijkheden die de dubbelko-

righeid biedt: grote achtstemmige ‘klankblokken’, solokwar-

Morning Service: Evensong: tet tegenover tutti, en cori spezzati: vraag- en antwoordspel

Te Deum Magnificat en echo-effecten tussen de twee koren (zie muziekvoorbeeld

(We praise Thee, o God) (My soul doth magnify the Lord) boven).

Jubilate Nunc dimittis

(O be joyful in the Lord) (Lord, now lettest Thou thy servant) Het totale kerkmuzikale oeuvre van Mendelssohn is tame-

lijk omvangrijk; het meeste moeten we onbesproken laten.

De cd-box van Brilliant-Classics uit 2002, met alle geestelijke

Pas in tweede instantie heeft Mendelssohn de motetten opus koorwerken, bestaat uit tien cd’s: drie latijnse motetten voor

69 voorzien van een Duitse tekst. Daarbij liet hij de orgel- vrouwenkoor en orgel op. 39, verschillende vier- tot achtstem-

begeleiding, die in de Anglicaanse kerkmuziektraditie van- mige motetten zonder opusnummer, vijf grote psalmcanta-

zelfsprekend was, weg. In de Duitse Romantiek had men een tes, acht koraalcantates, drie grote koraalmotetten op. 23, de

sterke voorkeur voor koormuziek a cappella. Door het wegval- Anthems op. 69 voor de anglicaanse liturgie, drie dubbelko-

len van de zelfstandige orgelbegeleiding waren aanpassingen rige psalmen op. 78, zes korte Sprüche zum Kirchenjahr op.

in de vocale partijen noodzakelijk, zoals in het volgende voor- 79, de ‘Deutsche Liturgie’, dertien kleine psalmmotetten, di-

beeld te zien is: verse koraalzettingen. Behalve deze composities die bedoeld

zijn voor de liturgie, of in elk geval binnen een liturgisch

 Engelse versie kader zouden kunnen functioneren, zijn er ook nog de
 meer concertante geestelijke composities, zoals Te Deum
S   Solo         voor solostemmen, twee koren en orkest, een Magnificat
en een Gloria voor solisten, koor en orkest en een grote
  For He hath re - gard - ed the low - li - ness meerdelige compositie over de sacramentshymne ‘Lau-
da Sion salvatorem’, geschreven in opdracht van de kerk
        St.-Martin in Luik, ter gelegenheid van de viering van

      
  


Duitse versie de zeshonderdste Sacramentsdag (1246-1846). Het is
 een bijzonder werk dat zich bevindt op de grens tussen
S    Solo        

A (Hei-lands)SoloDenn er hat die Nie - drig - keit sei - ner Magd kerk en concertzaal. De uitvoering vond plaats in een
para-liturgische setting met een preek en uitstelling van
(Hei- lands) Denn         de hostie (zoals in het Lof), maar omdat het hier geen
eucharistieviering betrof, was Mendelssohn kennelijk
T   Solo er hat die Nie - drig - keit sei - ner Magd tamelijk vrij in het kiezen van de muzikale vormgeving
 en behoefde hij niet te voldoen aan de strenge eisen
        waaraan de liturgische muziek in die tijd moest voldoen.
(Hei- lands) Denn
er hat die Nie - drig - keit sei - ner Magd
B    Solo
  
(Hei- lands)
Denn er,

Toch heeft Mendelssohn ook bij dit concertantere werk

De nieuwe Bärenreiter-uitgave is een dubbele ‘Urtext’-editie, duidelijk gezocht naar evenwicht. Het gebruik van de hym-

waarin de Engelse en de Duitse versie beide zijn opgenomen, ne-melodie geeft het stuk met name in het middendeel een

met een uitgebreide verantwoording van de bronnen. Dat zekere plechtigheid en ‘wijding’, terwijl sommige lichtvoeti-

biedt interessant vergelijkingsmateriaal. Wie de Duitse versie ger gedeelten soms aan de missen van Mozart doen denken.

al kende, zal verrast zijn door de andere kleur en sfeer van de Overigens is het interessant om te zien hoe Mendelssohn

Engelse partituur. de hymne-melodie ‘vervormt’ (veel sterker dan bij Aus tiefer

Die Deutsche Liturgie Not) en ombuigt van mixolydisch naar mineur(!), ten einde
de melodie met negentiende-eeuwse harmonische middelen

Die Deutsche Liturgie is één van Mendelssohns laatste werken. te kunnen bewerken. Desondanks herkennen we de hymne

Het zijn drie ordinariumgezangen voor de lutherse eredienst: ogenblikkelijk en hebben we bij het eerste horen niet eens

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 11


direct door wat er nu eigenlijk met de melodie gebeurd is. Oorspronkelijk was het een werk voor koor en klein orkest.

Vroeger zouden we gezegd hebben: “Hij heeft ook helemaal Helaas is de partituur verloren gegaan, alleen de bewerking

niks van mixolydisch begrepen”. Tegenwoordig denk ik eer- voor achtstemmig koor a cappella is bewaard gebleven.

der: alleen een echte componist kan het materiaal zó naar zijn Van 1833 tot 1835 was Mendelssohn Musikdirektor in Düs-

hand zetten: seldorf; in die functie moest hij niet alleen de koor- en or-

   kestconcerten van de plaatselijke mu-

   Sal - va - to - rem, lau - da     ziekverenigingen leiden, maar was hij

Lau - da Si - on       du - cem et pas - to - rem, ook verantwoordelijk voor de katholieke

            kerkmuziek. ‘In het voetspoor van Her-
  der, Hegel en een romantische purist als
Anton Friedrich Justus Thibaut streefde hij

                   het ideaal van een zuivere en doorzichtige
a cappella-stijl na. De missen van Haydn
noemde hij “schandalig vrolijk”, Lassus,

Opdracht en vrije inspiratie Palestrina, Lotti en natuurlijk Bach waren

zijn voorbeelden.’, aldus Theo Muller.

Mendelssohn was een componist die niet per se een opdracht De Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV deed verschil-

nodig had om een kerkelijke compositie te schrijven. De ko- lende pogingen om Mendelssohn naar Berlijn te halen.

raalmotetten opus 23 (Aus tiefer Not, Mitten wir im Leben sind Vanaf 1843 kreeg hij de leiding van de hofkapel en de kerk-

en Jesus, meine Zuversicht) schreef hij in 1830 tijdens een reis muziek in de Dom. Ondanks alle tegenwerking die hij er

door Italië. De grote cantate over Psalm 42 ontstond tijdens ondervond en ondanks de beperkingen die de al genoemde

zijn huwelijksreis in 1837. Preussische Agende hem oplegde, ontstonden daar enkele

Bij het aanvaarden van kerkelijke compositie-opdrachten van zijn mooiste motetten, zoals de Psalmen opus 78. Ook

maakte het voor hem kennelijk niet zoveel verschil, welke de Deutsche Liturgie is in Berlijn geschreven, in opdracht

kerk of geloofsgemeenschap de opdracht verstrekte. Zo is zijn van koning Friedrich Wilhelm. Die stukken konden er vol-

zetting van Psalm 100, Jauchzet dem Herrn alle Welt, gecom- gens de toenmalige opvattingen nog net mee door, maar

poneerd voor de Joodse Tempelverein in Hamburg, ter gele- het gebruik van een harp in de bewerking van Psalm 98

genheid van de inwijding van de nieuwe synagoge in 1844. vond men toch echt ‘te werelds’… •

Literatuur:
H. Anliker (red.): Felix Mendelssohn. Schweizer Reise 1831. Zürich z.j.
Wulf Konold: Felix Mendelssohn Bartholdy und seine Zeit (met name hoofdstuk X, ‘Die Erneuerung der Kirchenmusik’), Regensburg 1984.
Theo Muller: Mendelssohn en Davids psalmen. Inleidende tekst in het programmaboekje van het Nederlands Kamerkoor, april 1999.
R. Larry Todd: Mendelssohn. A Life in Music. Oxford 2003.
Christian Wildhagen: Zwischen Barock und Romantik. Mendelsohns geistliche Chormusik. Dit is de zéér uitgebreide en lezenswaardige toelich-
ting in het cd-boekje bij:
Mendelssohn Chorwerke, door het Chamber Choir of Europe o.l.v. Nicol Matt, de Württembergische Philharmonie Reutlingen m.m.v. ver-
schillende vocale en instrumentale solisten. Brilliant Classics 99997/4 (tien cd’s in box, te bestellen bij Kruidvat.nl. Prijs: € 28,99).

Wilt u ook adverteren in Muziek & Liturgie?
Neem dan contact op met onze adverten-
tiemanager: Retra PubliciteitsService BV,
Postbus 333, 2040 AH Zandvoort, of bel
023-5718480 en vraag naar de gunstige ad-
vertentietarieven. Ook voor bijsluiters van uw
concertserie of cantatediensten, meehechters
en voordelige advertentie-abonnementen!

&12 Muziek liturgie


signalement

Variabiliteit in de afsluiting van een viering Dirk van Keulen

Wij zijn gewend dat aan het eind van een dienst of een viering en de gemeenschap van de Heilige Geest
een zegen klinkt. Liturgiehistorisch bezien is dat een betrekkelijk zij met u allen.
late traditie. In de eerste tien eeuwen van het bestaan van ‘de’
christelijke liturgie –je kunt eigenlijk nooit over ‘de’ christelijke Ook deze woorden klinken ’s zondags in tal van protestantse
liturgie spreken; er heeft altijd een bonte variëteit op het gebied kerken aan het eind van de dienst.
van de liturgie bestaan– was het nog niet gebruikelijk dat er ter
afsluiting van de dienst een zegen over het ‘volk’ werd uitge- De tijd van uniformiteit in kerk en samenleving is echter voorbij.
sproken. In plaats daarvan sprak de bisschop of de priester de Daarom verwondert het niet dat de laatste jaren in vele kerken
woorden ‘Gaat allen heen in vrede’ om vervolgens, wellicht links ook andere slotzegens klinken. Enkele suggesties staan in het
en rechts de mensen zegenend, de kerkzaal te verlaten. eerste deel van het Dienstboek (pag. 1002). Sommige zijn sober
Pas vanaf ongeveer de twaalfde eeuw kan men in liturgieën van en geënt op formuleringen uit de traditie:
de westerse kerk een zegenbede aan het slot van de dienst vin-
den. Men koos daarvoor een sobere formulering: Zegene en behoede ons
de almachtige en barmhartige Heer,
Benedicat vos omnipotens Deus, Pater et Filius et Vader, Zoon en Heilige Geest’
Spiritus Sanctus
[Zegene u de almachtige God, Vader, Zoon en Heilige Geest] Andere zoeken nieuwe wegen en vormen. Een voorbeeld daarvan
is de volgende formulering, die in afwisseling door voorganger
Daarbij maakte de voorganger het ook nu nog altijd overbekende en gemeente kan worden gesproken:
–denk aan sportwedstrijden!– kruisteken: een beweging met de
rechterhand van het voorhoofd naar de borst, naar de linker- Over onze harten, over onze huizen,
schouder en naar de rechterschouder. De gelovigen in de kerk de zegen van God.
deden mee. Dat is ook nu nog het geval in de rooms-katholieke In ons komen, in ons gaan,
traditie. de vrede van God.
Soms koos men voor een ander gebaar: het opheffen van de In ons leven, in ons geloven,
handen in een zegenend gebaar. Dat doet denken aan het gebaar de liefde van God.
dat Jezus vlak voor zijn hemelvaart maakte: ‘Hij nam hen mee de Aan ons eind en nieuw beginnen,
stad uit, tot bij Bethanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende de barmhartigheid van God
hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opge- om ons te ontvangen en thuis te brengen.
nomen in de hemel’ (Lukas 24:50-51). Kan men zeggen, dat de Amen’.
voorganger zich op dat moment met Christus identificeert? Of
Christus representeert? Een ander voorbeeld hoorde ik ooit in een van de kerken in de
Amsterdamse binnenstad:
Luther bracht in de in de Middeleeuwen gegroeide praktijk ver-
anderingen aan. In 1523 stelt hij als alternatief voor de bovenge- De zegen van de God van Abraham en Sara,
noemde trinitarische formule de Aäronitische zegen uit Numeri de zegen van de Zoon, uit Maria geboren,
6 voor: en de zegen van de Heilige Geest,
die over ons waakt als een moeder over haar kinderen,
De Heer zegene u en behoede u, zij met u allen’
de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;
de Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Weer geheel anders is de zegen van St. Patrick, die tegenwoordig
in allerlei variaties klinkt. De meest basale vorm luidt:
Drie jaar later (1526) kiest hij in zijn Deutsche Messe definitief
voor deze bijbelse formulering als afsluiting van de viering. De Heer is voor u om u de juiste weg te wijzen,
Andere reformatoren namen Luthers suggestie al spoedig over. Achter u om u te bewaren
Ook in Nederland raakte deze wijze om een viering af te sluiten Naast u om u in de armen te sluiten
bekend. De Synode van Dordrecht (1574) schreef voor dat men Onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen
‘de predikatie zou besluiten met de zegen van Numeri 6’. In tal In u om u te troosten als u verdriet heeft
van protestantse kerken klinken daarom ook nu nog aan het eind Boven u om u te zegenen
van de dienst deze woorden. Zo zegene u
In de loop van de tijd zijn ook enkele andere bijbelteksten als Vader, Zoon en Heilige Geest’
slotzegen in gebruik gekomen. De meest bekende komt uit 2
Korintiërs 13:13: Zo is er in korte tijd een bonte variëteit aan formuleringen voor
de slotzegen in gebruik gekomen, en komt ook in de woorden
De genade van onze Heer Jezus Christus waarmee een dienst of viering wordt afgesloten tot uitdrukking
en de liefde van God hoe veelkleurig de kerken zijn geworden. •

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 13


por tret

Aart de Kort, organist van de Kathedraal te Rotterdam, schreef voor dit nummer een kerst-muziek-
bijlage. We laten hem aan het woord over zijn functie, de kerkmuzikale praktijk, liedbundels en het
zwijgen van KDOV en KVOK over de rechtspositie van de r.-k. kerkmusici

‘Er is ontzettend veel te doen hier!’

De Kathedraal in Rotterdam. Foto’s: Aart de Kort

Tijdens de menteel wordt de kathedraal van Rotterdam in twee jaren
jaren van gefaseerd gerestaureerd, is het orgel ingepakt (en wacht dan
mijn orgel- en hopelijk ook een flinke opknapbeurt) en mag ik spelen op
kerkmuziekstu- een klein elektronisch surrogaat. Tegen de instructies in heb
die (jaren ’80) ik toch maar de piano uit de parochiezaal gesleept.
droomden wij Evenals bij het Liedboek voor de Kerken is m.i. ook GvL aan
als studenten een herziening toe. Met alle respect: diepgelovige monniken
van het ver- zijn niet per definitie ook goede componisten. De psalm-
wezenlijken, zettingen uit de abdijliturgie zijn a priori voor die praktijk
ooit, van onze geschreven en laten zich m.i. maar mondjesmaat in de
ideeën. Aan- parochie implementeren. Zet daar maar eens de prachtige
gespoord door beurtzangen van Strategier en Huijbers tegenover en je
onze docen- proeft het verschil.
ten (o.a. Jan
Valkestijn en
Theo Goedhart)
leerden wij het
verschil tussen
goed en niet
zo goed, maakten wij kennis met enorm veel goede kerk-
muziek en raakten wij, misschien wel het allerbelangrijkste,
geëngageerd. Met twee fenomenen hadden we te weinig
rekening gehouden: de inmiddels ingezette secularisatie en
(in r.-k. kringen) het klerikalisme dan wel het min of meer
tegenovergestelde (Jan Salie). Als organist was ik met en-
thousiasme werkzaam in een Haagse parochiekerk, slechts
als organist in een slecht klinkende kerk maar daar stond
een goed orgel tegenover. Toen deze kerk in andere handen
overging, was het tijd te verkassen. Na enkele decepties op
het gebied van sollicitatieprocedures (een onbemind begrip
in kerkmuziekland) kon ik zes jaar geleden, eveneens als
organist, aan de slag in de kathedrale kerk te Rotterdam,
waar een relatief oud en bescheiden parochiekoor (STB) het
merendeel der diensten verzorgt en de, inmiddels nogal
uitgedunde, cantorij op hoog- en feestdagen zingt.
In deze praktijk wordt gewerkt met Gezangen voor Liturgie
(GvL) en incidenteel met het Graduale Romanum. Latijnse
ordinaria zijn van het kaliber Griesbacher, Perosi, Rheinber-
ger (af en toe een driestemmige mis van Strategier com-
penseert veel!) en bij de Nederlandse ordinaria ontmoeten
we Bartelink, Vermulst, De Klerk, De Sutter en Valkestijn.
Gelukkig is er nog ruimte voor het gregoriaans, al wordt
het proprium vaak door slechts drie heren gezongen! Mo-

Aart de Kort voor de Prinzipal 32’ van het orgel in de Dom van München.

&14Muziek liturgie


‘Er is een fusie tot stand

gekomen tussen KNOV

en GOV, maar de r.-k.

Geen opdracht alle eeuwen gezon-

Zijn er nog ‘echte’ componisten voor de kerkmuziek te inte- gen, helaas níet in de collegae staan nog steeds
resseren of blijft het inteelt? In het Duitse tijdschrift Musica liturgie… De belang-
Sacra antwoordde desgevraagd onlangs een aantal min of
meer bekende Duitse componisten op de vraag waarom stelling in Nederland met lege handen’.
ze niet voor de Kerk schreven, dat ze simpelweg nooit een
opdracht krijgen… Op initiatief van ons parochiekoor in voor de Engelse kerk-
Rotterdam heb ik tot twee maal toe een mis geschreven
(de vraag of ik een ‘echte’ componist ben maar even in het muziek wordt steeds
midden latend…). Het honorarium kwam uit de ‘clubkas’!
Geld voor muziek speelt de Kerk altijd parten, zeker de r.-k. groter, maar vindt
kerk. Enkele jaren geleden schreef Richard Bot in Het Orgel
een tamelijk alarmerend artikel over de status quo van de amper een vertaalslag in onze liturgische praktijk. Ook de
hedendaagse r.-k. kerkmuziekpraktijk. Aangestipt werden
o.a. het kwalitatief sterk uiteenlopende instrumentarium en organisatiestructuren zoals die in Duitsland zijn te vinden,
de onwil bij het kader om te komen tot een rechtvaardige
rechtspositie en salariëring. Ik heb nooit een reactie op dit kom ik hier niet tegen: Regionalkantor, Fördervereine für Kir-
nuttige artikel onder ogen gekregen. Er is een fusie tot stand
gekomen tussen KNOV en GOV, maar de r.-k. collegae staan chenmusik, om nog maar te zwijgen van de mogelijkheden
nog steeds met lege handen. Ook de kleine KDOV is niet in
staat ook maar een vuistje te maken. die het instrumentarium in veel Duitse kerken biedt (naast
Ondertussen wordt er steeds meer prachtige kerkmuziek uit
een hoofdorgel vaak een koororgel, kistorgel, klavecimbel

en/of vleugel!).

Als Aart de Kort het allemaal zo helder voor zich ziet,
waarom begint hij er dan niet mee in ‘eigen parochie’? Wel,
dat kan niemand in z’n eentje, daar zijn (onbetaalde, geest-
driftige en gelijkgestemde) helpers voor nodig en uiteinde-
lijk kost het geld (maar dan heb je ook wat) en support van
bovenaf. Vluchten naar het buitenland is ook geen optie. Er
is eigenlijk ontzettend veel te doen hier! •

De Hofstad, Apeldoorn (2006)

Kaat en Tijhuis

Orgelmakers

Neringstraat 8,
8263 BG Kampen
tel. 038 3333797

www.kaatentijhuisorgelmakers.nl
[email protected]

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 Gebr. Van Vulpen BV

Tennesseedreef 16, 3565 CJ Utrecht

Tel. 030 2313541 • fax 030 2315476
www.vulpen-orgel.nl • [email protected]

&Muziek liturgie 15


liedbespreking

Hoewel Aart de Kort een hele ‘Carol-Quiz’ heeft geschreven als muziekbijlage bij dit nummer van M&L, wil ik
me in dit artikel toch uitsluitend bezighouden met de ‘hoofdmelodie’, die we vooral kennen in combinatie met
de tekst O little Town of Bethlehem.

‘A Ploughboy’s Song’ in de Kerstnacht

Wim Kloppenburg

Precies een jaar geleden schreef ik in het oktobernum- In The English Hymnal verbond RVW deze melodie met de
mer van Muziek & Liturgie over Ralph Vaughan Williams tekst van Phillips Brooks (1835-1893), priester (en korte tijd
(1872-1958) en zijn werk aan The English Hymnal. De melo- bisschop) van de Amerikaanse Episcopal Church in Massa-
die van O little town kan als illustratie dienen bij de toen be- chusetts.
schreven werkwijze van de componist, die uit alle mogelijke Zoals ik in het genoemde artikel in oktober 2008 al schreef:
landstreken, zowel in Engeland als op het vasteland van Eu- de relatie tussen tekst en melodie is in het Engelse kerklied
ropa, waardevolle melodieën bij elkaar zocht om het nieuwe veel ‘losser’ dan bij ons. In The English Hymnal is de tekst O
Hymnal, waarvan hij muzikaal redacteur was, te ‘vullen’. little town of Bethlehem gecombineerd met de melodie Forest
Al in 1903 was RVW geïnteresseerd geraakt in het rijke Green, maar ‘concurrerende’ hymnals doen het vaak weer
repertoire van folk tunes, volksliedjes zoals ze met name op anders.
het Engelse platteland nog leefden en mondeling werden
overgeleverd. Net als Béla Bartók en een aantal andere tijdge- Trouwens, ook de muziekbijlage in dit blad is een contrafact.
noten begon hij dergelijke liederen te verzamelen. In de loop Een ster ging op uit Israël van Jan Duin (Gezangen voor Liturgie
van tien jaar noteerde hij er ruim achthonderd. 601) is geen vertaling van O little town, maar een nieuw
Toen hij het redacteurschap van The English Hymnal op zich kerstlied op een oude wijs. Wie een Nederlandse bewerking
nam, besloot hij een aantal van deze melodieën te bewerken van O little town zoekt, kan terecht bij Sytze de Vries. In zijn
tot hymn tune. O little town is één van de zestien volkslied- bundel Tegen het donker staat onder nummer 35 een vrije
melodieën uit zijn verzameling die in het Hymnal werden bewerking van de Engelse tekst. Als voorbeeld geef ik hier de
opgenomen. Het oorspronkelijke lied was een ‘Ploughboy’s eerste strofe. •
Song’, een liedje van een ‘ploeg-jongen’, een boerenknecht
die de paarden of ossen moest leiden bij het trekken van de O little town of Bethlehem,
ploeg. RVW tekende het op in Forest Green in het graaf- how still we see thee lie!
schap Surrey. Naar Engels gebruik werd de ‘name of the tune’ Above the deep and dreamless sleep
dus Forest Green. the silent stars go by.
Als we ervan uitgaan dat RVW’s notatie nauwkeurig was (hij Yet in thy dark streets shineth
ging niet met een fonograaf op pad), en niet bij voorbaat al the everlasting light;
enigszins gestileerd, dan hoefde hij er in dit geval maar wei- the hopes and fears of all the years
nig aan te doen om van de folksong een hymn tune te maken: are met in thee to-night.

          Een diepe nacht houdt Bethlehem
 in dromeloze ban.
Haar straten zwijgen, maar verstild
I am a plough-boy stout and strong as ev - er drove a team. straalt heel het sterrenplan.
Now three years since I slept in bed I had a dread -ful dream. Hoe zwart het nacht’lijk duister,
het donker dat haar dekt
               wordt nu met godd’lijk licht gevuld
 dat haar tot leven wekt.

Now since the dream has done me good I put it down in rhyme

       

that oth - er boys might read and sing when - ev - er they have time.

&16Muziek liturgie


Een ster ging op uit Israël

(a little carol quiz)

tekst: Jan Duin Aart de Kort
melodie: O little town of Bethlehem

         

Hobo (of ander instr.) *       
  
   

     Orgel    


                 

                 
    

          
 

KS.oor             1.   

A. Is - ra - el na       Een
door - ver - teld, een
1. Een ster ging op uit dui - zend en één nacht.   
oud ver - haal werd    lied klonk on - ver -
Br.    
 

  2.                     



wacht.  Dit was het uur  van  on - ze  God, een men - sen - zoon ge -

           

                    


lijk, die    on - ze naam draagt en ons lot; die nacht be - gon zijn Rijk.

              

* Once in royal David's city

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 1


 **         
  
    
   
(Hb.) (Org.)

        

    


           

                        
  

               
 

  Allen     1.  

            daar

2. De her - ders heb - ben het ge - zien in de ge - boor - te - stal:  
was het vre - de en sinds - dien zingt elk dat o - ver -   

              

               
   

2.              

  ar - ge - loos, ver - los - ten wa - ren

al. Daar was het le - ven

             

              
   

** God rest you merry gentlemen

&2 Muziek liturgie


                

zij. Dor hout ging bloei - en als een roos, woes - tijn werd tot een wei.

                
     
            
   

***              

  

(Hb.) 

                       


              

               

      Allen 1    

 

3. Gij mor-gen- ster en
 in de we - reld
      
         

                   
         
*** When shepherds watched
1SABr; gemeente zingt altpartij; hobo speelt met sopraan

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 3


             1.    2.  

  Dan

men - sen - zoon, breng ons de nieu - we tijd, waar - 
wordt be - woond door uw ge - rech - tig -
   heid.
      

        1.      2.    
  
 

       


                 
 
al - len e - ven
  is  uw heil  aan ons ge -schied, u na, dan 
  
   

               
    

            
  

                  
  

zingt de schep - ping weer dit lied tot in de glo - ri - a.

         

          
        

   


&4 Muziek liturgie


thema/intermezzo
Peter Ouwerkerk

De koorwerken van Mendelssohn worden tegenwoordig weer ideeën sloot Wagner aan bij wat al sinds de Franse Verlich-
regelmatig uitgevoerd. Ook zijn orgelwerken staan inmid- ting door diverse intellectuelen werd verkondigd. In 1869
dels weer op het repertoire van elke zichzelf respecterende werd het pamflet nogmaals verspreid, nu onder zijn eigen
organist. Velen weten nog wel dat nog maar enkele decen- naam en behoorlijk uitgebreid (zie afbeelding). De toon was
nia geleden het spelen van Mendelssohn op z’n minst gold nog agressiever geworden; de zeer populaire Meyerbeer was
als verdacht. nu dood, en Wagner trok nóg zelfverzekerder van leer. Zelf
In de brede muziekcultuur is er echter nog steeds slechts was hij inmiddels een gevierd componist van enkele opera’s.
een zeer bescheiden plaats voor de componist Felix Men- Nog steeds wisten vrienden niet wat ze ervan moesten den-
delssohn. Zoeken op de term ‘Mendelssohn’ in de jaar- ken: zelfs zijn vrouw Cosima had grote moeite met de pu-
programmering van het Amsterdamse Concertgebouw blicatie. Het pamflet werd nu door velen gelezen en er kwa-
levert weliswaar zo’n vijftig concerten
op, maar het gaat daarbij wel steeds men ook meer reacties. In de jaren tot zijn
om dezelfde werken: de ouverture tot dood bleef Wagner artikelen schrijven
A Midsummer Night’s Dream, de Ita- waarin hij het Jodendom in het alge-
liaanse en de Schotse Symfonie, het meen en Joodse collega’s in het bijzon-
Vioolconcert en jaarlijks een van zijn der aanviel. Overigens is het merkwaar-
twee grote oratoria. Een schamele dig dat Wagner wél tot zijn dood innige
oogst, wanneer je Mendelssohns vriendschappen onderhield met Joden:
indrukwekkende oeuvre-lijst van zo noemde hij in zijn autobiografie uit
honderden werken in ogenschouw 1865-1870 zijn vriendschap met Sa-
neemt. Op het gebied van Mendels- muel Lehrs zelfs een van de mooiste
sohns kamermuziek wordt overigens vriendschappen van zijn leven. Was
wel steeds gevarieerder geprogram- zijn pamflet wellicht vooral opportunis-
meerd. tisch? Hoe dan ook, in artistieke kring
bewerkstelligde en vergrootte hij een
Al in de negentiende eeuw had Men- achterdochtige houding ten opzichte
delssohns muziek het zwaar te ver- van werken van Joodse componisten
duren. Hij was nauwelijks gestorven, zoals Mendelssohn, culminerend in
of zijn werken werden op agressieve een volstrekt taboe in de periode van
wijze bekritiseerd door Richard Wag- het Derde Rijk.
ner, die in 1850 in het anoniem ge- Na de oorlogsjaren lukte het nauwelijks
publiceerde pamflet Das Judenthum het oeuvre van Mendelssohn weer op
in der Musik zijn mening over Joodse de programma’s te krijgen. Wat zijn or-
musici en componisten niet onder gelwerken betreft hielp de Orgelreform
stoelen of banken stak. De pijlen waren met name gericht en de daarop volgende periode van de
op Giacomo Meyerbeer (1791-1864), hoewel deze niet met
naam wordt genoemd, en Mendelssohn. Orgelbewegung ook niet echt mee. Pas in de jaren ’80 en ’90
De publicatie van 1850, waarvoor veel van Wagners vrien- van de twintigste eeuw werd het spelen van Mendelssohns
den (waaronder Franz Liszt) zich trouwens behoorlijk ge- sonates weer gebruikelijk, en kwam ook Mendelssohns or-
neerden, vond niet veel verspreiding. Overigens was zijn kest- en kamermuziek meer in de belangstelling. Hoewel
gedachtegoed nauwelijks vernieuwend te noemen: met zijn voor organisten inmiddels zijn orgelwerken tot het stan-
daardrepertoire behoren, is dat in de brede muziekcultuur
nog zeker niet het geval met zijn andere composities. •

J.L.van den Heuvel BAROK TOT IN DETAIL
Orgelbouw BV
Henk Klop Baroque Keyboard Instruments
Amstelwijckweg 44
3316 BB Dordrecht Paleisweg 6 • 3886 LC Garderen • The Netherlands
tel.: 078 6179540 PHONE +31 (0)577 461 512 • FAX +31 (0)577 461 787
e-mail: [email protected]
website: www.vandenheuvel-orgelbouw.nl WEB www.klop.info • E-MAIL [email protected]

nieuwbouw en restauratie 12-01-2009 16:37:03 &Muziek liturgie 21
onderhoud en stemmen
gebruikte orgels en opslag

adJvavad hreguvaenl 2g0097.in8dd, n1 r. 5 - oktober 2009


thema
De periode van de Romantiek kenmerkt zich in de kunst door de ‘grote emotie’ en de strijd van de ploete-
rende kunstenaar om zijn subjectieve scheppingen in het marmer, op het papier of op het doek te krijgen.
Immers, de romanticus –en vooral de romantische kunstenaar– streeft naar een ideaal dat per definitie
onbereikbaar is.

Een onvoltooid drieluik –

over de oratoria van Mendelssohn

Peter Ouwerkerk

Mendelssohns lichtvoetige en Mendelssohn wel aansluiting zocht bij Bernhard Joseph Klein (1793-1832)
bijna achteloos klinkende A Midsum- werken van tijdgenoten. In deze wer- componeerde oratoria als Hiob (1822),
mernight’s Dream is muziek van een ken is immers het grote gebaar sterk Jephta (1828) en David (1830); hij koos
geheel andere orde. Hier horen we een aanwezig en staan de dramatische dus vooral oud-testamentische verhalen
geniale puber, wellicht zonder veel le- ontwikkelingen van de ‘held’ centraal, en componeerde in de stijl van Hän-
venservaring maar met een superieure in het geval van de oratoria de profeet del. Persoonlijker van stijl waren de
beheersing van de muzikale taal en de Elias en de apostel Paulus. onvoltooide Lazarus, oder Die Feier der
gave deze in een aansprekende vorm te Auferstehung (1820) van Franz Schubert
gieten. Het genre oratorium was in de Ro- (1797-1828) en van Johann Christian
Het midden van de negentiende eeuw mantiek, vooral na de oprichting van Friedrich Schneider (1786-1853) de
was ook een periode van een fanatieke de vele Sing-Vereine, zeer populair. Ty- oratoria Pharao (1828), Gideon (1829)
muzikale richtingenstrijd, waarbij Men- pisch voor het romantische oratorium en Absalom (1831). De traditie van
delssohn zich niet liet ringeloren. Waar zijn thema’s als bovennatuurlijkheid, de voor de achttiende eeuw typische
anderen probeerden zich los te maken mysterie, fantasie, dood en vertwijfe- oratoria over de Messias werden in
van de traditie, schreef Mendelssohn ling. Ook komen nogal eens apocalyp- de negentiende eeuw voortgezet door
nog bijna in een Mozartiaanse stijl, zij tische scènes en religieuze legendes Schneider (Höllenfahrt des Messias,
het in een zeer persoonlijk idioom. Het voor. Voorbeelden van vroegromanti- 1810) Carl Loewe (1796-1869; Festzeiten,
schijnbare gemak waarmee hij compo- sche apocalyptische oratoria zijn Die 1825-1826) en Franz Liszt (1811-1886;
neerde zal ongetwijfeld jaloerse blikken vier letzte Dinge (1810) van de Oos- Christus, 1862-1867, met liturgische en
van tijdgenoten hebben uitgelokt. Tot tenrijkse componist Joseph Leopold bijbelse teksten in Latijn). Overigens
slot vonden velen zijn bekering tot het Eybler (1765-1846) en Die letzte Dinge werden dergelijke oratoria niet alleen
Lutherse geloof op z’n minst verdacht. (1825-26) van Louis Spohr (1784- nieuw gecomponeerd; ook de oratoria
Jaloezie vertaalt zich, zoals we op de vo- 1859). Legende-oratoria zijn geschre- van Händel en Haydn stonden tijdens
rige pagina bij Wagner zagen, meestal ven over de bevrijding resp. vernieti- concerten regelmatig op het program-
in angst, vermomd in haat. ging van Jeruzalem en de legende van ma.
De meest bekende koorwerken van de Heilige Elizabeth – bekend is het
Mendelssohn zijn de twee oratoria Pau- op dat verhaal gebaseerde oratorium Seculier genre
lus en Elias. Het feit dat veel amateur- van Franz Liszt uit 1862.
oratoriumkoren deze werken op het Terwijl composities als Bachs Passies en
repertoire hebben, heeft hun positie Bijbelse thema’s later Beethovens Messe Solemnis raakten
ongetwijfeld versterkt. Opvallend is ‘losgeweekt’ uit hun oorspronkelijke
dat juist in deze avondvullende werken Oratoria over bijbelse figuren waren liturgische context, zijn de oratoria van
met name in Duitsland zeer populair. meet af aan bedoeld voor concertante

Organist&website Atelier voor restauratie, reparatie
en onderhoud van harmoniums
ontwerpt en realiseert websites voor
organisten en andere musici. Te koop aangeboden: zeldzaam
Professioneel, persoonlijk en Alexandre drukwindharmonium uit
betaalbaar. 1858, 2-spel met percussion, geheel

Jaap Kroonenburg en Rien Donker- gerestaureerd.
sloot kozen al voor Vraagprijs € 2.950,00

Organist&website incl. BTW en vervoer

www.organistenwebsite.nl Schüller Harmoniums, Woerden | Tel. 0348-417707 | www.schueller-harmoniums.nl

&22Muziek liturgie 09-09-2009 14:52:45

adv organistenwebsite.indd 1


Mendelssohn op 36-jarige leeftijd, in 1846 (de periode waarin hij werkte aan zijn orato-
rium Elias) geportretteerd door Edward Magnus.

uitvoering. De term oratorium verwees Het oratorium bij Mendelssohn
oorspronkelijk zelfs naar een seculier Kort voor het schrijven van het orato-
genre. Dit type bleef ook populair: Ro-
bert Schumann (1810-1856) schreef di- rium Paulus had Mendelssohn Bachs
verse seculiere oratoria (zoals Das Para-
dies und die Peri tussen 1841 en 1843 en Mattheus-passie in een eigen versie
Der Rose Pilgerfahrt in 1851), net als Max
Bruch (1838-1920, Odysseus in 1872 en uitgevoerd, en als heruitgever en di-
Arminius in 1875). Tegelijkertijd groeide
het genre van het religieuze oratorium rigent kende hij ook Händels werken
uit tot sacrale opera’s zoals Die Thurm
von Babel (1869), Die Makkabäer (1874), erg goed. Het is niet verwonderlijk dat
Sulamith (1883), Christus (1888) en Mo-
ses (1891) van de Russische maar zeer deze werken een onuitwisbare indruk
door Mendelssohn beïnvloedde com-
ponist Anton Rubinstein (1829-1894). op Mendelssohn maakten. Tussen
Ook Samson et Dalila (1868/1877) van
Camille Saint-Saëns (1835-1921) behoort 1827 en 1832 schreef Mendelssohn
tot dit genre.
Kenmerkend voor het in de negentien- acht koraalcantates, waaruit blijkt dat
de eeuw vernieuwde oratoriumgenre
zijn de kleurrijke orkestratie en de hij ook Bachs kleinere koorwerken
aandacht voor structuren en motieven
die door het hele stuk terugkomen. Het goed kende. In Hora est uit 1828 zien
Leitmotiv, zoals dat in de muziek van
Wagner een dramaturgisch bepalende we een sterke verwijzing naar Bachs
rol zou gaan spelen, komt dus niet
uit de lucht vallen. Programmatische h-moll-Messe, bijvoorbeeld in het
orkestrale pre- en interludes kregen de
functie om de toon te zetten. fugatische Ecce apparebit. Een groot
Mendelssohns Paulus en Elias passen
naadloos in dit genre. Naast die van verschil is echter dat de recitatieven
eerdere oratoria met hun soms profane
oorsprong, is de invloed van de –wel in bij Mendelssohn, anders dan bij Bach, een polyfone schrijfwijze, en niet zel-
een liturgische setting onstane– Passion
onmiskenbaar. Typerend voor de orato- gedepersonaliseerd zijn. De beschrij- den fugatisch. Een andere invloed van
ria van Mendelssohn is het gebruik van
koralen (overigens net als in zijn Or- vende rollen (bij Bach de ‘evangelist’) Bach én Schutz is dubbelkorigheid, zo-
gelsonates – eveneens seculiere werken
met een eigenlijk merkwaardig reli- worden telkens door andere stemtypes als we die aantreffen in Drei Psalmen für
gieus bestanddeel), recitatieven en de
nadruk op het aandeel van het koor. Het gezongen. Op dezelfde manier wordt Doppelchor op. 78, Die Deutsche Liturgie
aantal benodigde orkest- en koorleden
is echter veel groter dan in de zeven- in Paulus de stem van God gezongen uit 1846 (zie ook pag. 11) en delen als
tiende- en achttiende-eeuwse passie.
Een grote rol daarbij speelden de in de door vier vrouwenstemmen (zie mu- Baäl, erhöre uns en Heilig, heilig, heilig ist
negentiende eeuw populair geworden
koorfestivals, waarbij oratoria vaak in ziekvoorbeeld 1). Hoewel dat bij Bach Gott der Herr uit Elias.
massale bezetting werden uitgevoerd.
In die zin houdt de uitvoeringspraktijk ondenkbaar zou zijn, treffen we dat bij Paulus op. 36 (1834-1836)
van de oratoria gelijke tred met het
uitdijende orkest- en koorapparaat in de Händel regelmatig aan.
opera’s van Richard Wagner en later de
symfonieën van Bruckner en Mahler. Ook wanneer Mendelssohn barokke De eerste ideeën voor het oratorium
Met name in Engeland werd, door
uitvoeringen tijdens vele festivals, het vormen in zijn werken adopteert, Paulus kreeg Mendelssohn in december
Duitse oratorium (uiteraard vertaald)
een zeer populair genre. integreert hij deze op een muzikale 1831; in een brief aan zijn vriend en

en persoonlijke wijze in zijn eigen dichter Karl Klingemann (1798-1862)

klankwereld. Recitatieven, waarin schreef hij in dat jaar over ‘een orato-

we nog duidelijk de basso-continuo- rium met als naam die van een apostel’.

begeleiding van een eeuw eerder Hij benaderde zijn vriend Eduard De-

herkennen, worden nu begeleid door vrient (1801-1877), een librettist, acteur

het orkest – Elias begint er zelfs mee. en bariton (hij zong de Christus-rol in

Mendelssohn kende en praktiseerde Mendelssohns uitvoering van Bachs

als organist deze basso-continuoprak- Mattheus-Passion op 11 maart 1829) om

tijk, zoals te lezen is in Sebastiaan ’t het libretto te maken. Deze verwees

Harts artikel in

dit blad. In zijn Sopranen 29  Adagio p             
oratoria kreeg het 
orgel een geheel   die Stadt, da wird man
nieuwe functie, 
namelijk onder-      
steuning van de Alten    Ste - he auf und ge - he in      
koorstemmen. 
Opvallend zijn de       sf pp
turbae-koren, zo-
als we die ook in p      
Bachs Passies te- 
genkomen. Men-            
delssohn breidt    
ze echter uit tot Hout- en pp     
vele pagina’s in
de partituur. Hij  koperblazers        
hanteert in deze  
33 

       

dir sa - gen, was du tun sollst.
 
        
    

  sf dim. pp

    

delen doorgaans Muziekvoorbeeld 1 : Paulus, deel 14, mt. 29-36

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 23


Mendelssohn door naar een gezamen- uitvoerend gezelschap bestond uit te veranderen als je wilt. Ik acht het
lijke vriend die volgens Devrient een
betere bijbelkennis bezat dan hij: Julius 536 uitvoerenden: 106 sopranen, 60 onmogelijk een recitatief goed te
Schubring.
alten, 90 tenoren en 108 bassen en vertalen zonder daarbij noten te ver-
In 1832 waren de grote lijnen van de
plot en de compositie al uitgewerkt. Het een orkest van 172 leden (waarvan 132 anderen, en in dit geval is trouw aan
componeren van de muziek liet echter
op zich wachten. In zijn persoonlijke strijkers). Zo’n duizend toehoorders de woorden en hun uitdrukking veel
leven speelden zich ingrijpende ge-
beurtenissen af, zoals de dood van zijn woonden het concert bij. essentiëler dan de (wens de) noten
mentors Goethe en Zelter in 1832 en de
teleurstellende vergeefse poging de op- zo exact mogelijk te behouden.]
volger van Zelter te worden als dirigent
van de Berlijnse Sing-Academie. Wel De kritieken waren lovend en Men-
werd hij aangesteld als nieuwe directeur
van het Niederrheinische Musikfestival in delssohns status als belangrijkste Mendelssohns Paulus was het eerste
Düsseldorf, waar hij ook stadsmuziek-
directeur werd. componist van zijn tijd was gevestigd. grote oratorium sinds Haydns Die
In 1834 ging Mendelssohn weer aan
het werk met het oratorium, maar pas Op advies van zijn zus Fanny herzag Schöpfung uit 1796-98. Robert Schu-
nadat hij in Düsseldorf de oratoria van
Händel grondig had bestudeerd. Tegen hij enkele gedeeltes van de tweede mann positioneerde het werk als kriti-
het einde van het componeerproces
sloot hij een contract met uitgever N. helft, waarna het werk in 1837, alweer sche antithese van Giacomo Meyerbeers
Simrock te Bonn, die het werk zou
uitgeven. In de zomer van 1835 waren na maandenlange overschrijding van opera (sic!) Les Huguenots (1836), en
drieëntwintig delen, iets meer dan de
helft van het werk, gereed. Intussen de deadline, eindelijk werd uitgege- zelfs Wagner liet zich ontvallen dat het
was zijn aanstelling in Düsseldorf op
een teleurstelling uitgelopen en kreeg ven. Tegelijkertijd ging hij aan het
hij een aanstelling als dirigent bij het
Gewandhausorchester in Leipzig. werk met de Engelse versie, waartoe ‘ein Werk (ist), das uns (...) in aller
Toen hij in het najaar van 1835 het
componeerwerk hervatte, besloot hij Klingemann hem had aangespoord. Vollendung gezeigt hat, welches ein
zijn eerdere plannen voor het oratorium
drastisch te herzien: al voltooide delen Klingemann had op eigen initiatief Zeugniß von der höchsten Blüte der
werden herschreven en andere geheel
geschrapt. Hij was niet tevreden met J. Alfred Novello in Londen bereid Kunst ist und das uns durch die Rück-
het moment waarop de hoofdpersoon
Paulus werd geïntroduceerd en Men- gevonden deze uitgave te verzorgen. sicht, daß es in unseren Tagen geschaf-
delssohn veranderde de structuur van
het begin. Novello had zelf mensen gevonden fen worden ist, mit gerechtem Stolz
De deadline voor het aanleveren van de
muziek moest steeds worden uitgesteld. om het werk aan de Engelse taal aan auf die Zeit, in der wir leben, erfüllt.’
Uiteindelijk werden de eerste helft in
februari 1836 en de tweede helft in te passen –waarbij ook hele delen [(dat het) een werk (is) dat heeft
losse delen in de maanden daarna naar
de drukker gestuurd. Tegelijkertijd ad- zouden vervallen–, maar Mendelssohn getoond met uiterste volmaaktheid
verteerde Simrock al met de definitieve
uitgave en het piano-uittreksel, dat (zo vertrouwde dit alleen Klingemann toe. wat het hoogst bereikbare in de
hoopte hij; naar later bleek tevergeefs)
in juni beschikbaar zou zijn. In een brief, gedateerd op 12 augustus kunst is, en het vervult ons met trots
Na vijf jaar hard werken was de premi-
ère op 19 mei 1836 tijdens het acht- 1836, verzekerde hij deze dat we getuige mogen zijn van haar
tiende Niederrheinische Musikfestival in
Düsseldorf, waar hij toen overigens al voltooiing].
was vertrokken als Musikdirektor. Het
‘daß du un-

beschränkte De alom geuite lof

Vollmacht was niet slechts

hast in den aanmoediging voor

Rezitativen een jonge compo-

etc., so viele nist; feitelijk luidde

Noten zu än- het oratorium Pau-

dern, als Du lus een doorbraak

willst, das van de populariteit

versteht sich van het oratorium-

vom selbst. genre in. Zonder

Ich halte Mendelssohns Pau-

es sogar für lus en de latere Elias

unmöglich, waren de vergelijk-

ein Rezita- bare werken van

tiv gut zu Schumann, Wag-

übersetzen, ner, Liszt, Dvorak,

ohne in den Bruch en Tippett

Noten zu ondenkbaar.

ändern, und In tegenstelling tot

in diesem Autograaf van de eerste pagina van de partituur van de massale uit-
Falle die Paulus (Mus. ms. autogr. F. Mendelssohn Bartholdy voering tijdens de

Treue in den 53, Kraków, Biblioteka Jagiellonska) première in Düssel-

Worten und dorf, bestond Men-

ihrem Ausdruck viel wesentlicher delssohns ideale orkestbezetting uit

als die in den Noten und ihrer vijftien eerste en vijftien tweede violen,

genauen Beobachtung’ [... dat je vijftien altviolen, veertien celli en zeven

de onbeperkte volmacht hebt in contrabassen, dubbelbezette houtbla-

de recitatieven etc. zoveel noten zers en een koor van zo’n twee- tot twee-

&24Muziek liturgie


Wachet auf, ruft taal schrijven. Toen hij in juni 1845 de
uitnodiging van het Birmingham Festival
uns die Stimme, ontving voor een groot koorwerk, liet hij
het libretto vertalen en ging hij aan het
het thema van de werk om het oratorium in augustus van
het jaar daarna in het Engels in premi-
Ouverture, keert ère te kunnen brengen.
Ook in Elias zijn de invloeden van Bach
terug in deel 16 en Händel prominent aanwezig. Met
name Händels oratoria waren, zeker in
waarin Paulus’ Engeland, nooit uit de mode geweest
en Mendelssohn werkte zelf mee aan
ogen worden nieuwe uitgaves en uitvoeringen ervan.
Elias is gecomponeerd voor vier so-
geopend. Ook listen (bas-bariton –de rol van Elia–,
tenor, alt en sopraan), groot symfonie-
andere motieven orkest inclusief trombones, ophicleïde
en orgel en vierstemmig koor (soms
en vooral instru- drie- of achtstemmig zingend). Ook nu
deden aan de première ruim vierhon-
mentaties keren derd uitvoerenden mee; er werden zelfs
twee speciale treinen ingezet om alle
terug op belang- uitvoerenden naar het festivalterrein te
kunnen vervoeren...! De verwachtingen
Mendelssohns orkestplattegrond voor de uitvoering van Paulus in Schwerin onder rijke momenten van het publiek en de critici waren, na
leiding van Julius Stocks (maart 1840). in het verhaal. Zo het succes van Paulus, uiteraard hoog-
Bron van de afbeelding: voorwoord partituur (Bärenreiter Urtext BA 9071, 2007) is voor bijvoor- gespannen.
Mendelssohn maakte, behalve van het
beeld de houtbla- libretto van Julius Schubring, gebruik
van andere auteurs als Karl Klingemann
honderdvijftig stemmen. Opvallend is zers een symbolische rol weggelegd: en Bendemann. Opvallend ten opzichte
van Paulus is de nog grotere dramati-
een orkestplattegrond die Mendelssohn het oratorium vangt aan met Wachet sche impact van het werk, bijvoorbeeld
in de plotselinge en zeer doeltreffende
tekende voor de uitvoering in 1840 in auf, gespeeld door deze instrumenten, stiltes na de wanhopige aanroepingen
van de Baälpriesters aan hun god (Gieb
Schwerin (zie afbeelding hierboven). en telkens wanneer het verhaal een uns Antwort!, deel 13).

Het orkest is in waaiervorm opgesteld, visionaire wending neemt, klinken Es ist genug

waarbij het koor het orkest flankeert. ze als kleurbepalende instrumen- Mendelssohn verwijst in Elias soms
zeer duidelijk naar zijn muzikale
Het is niet duidelijk of tijdens de premi- ten (zie bijvoorbeeld het afsluitende voorbeelden: zo is er een grote over-
eenkomst tussen het vrouwen-terzet
ère in Düsseldorf ook een orgel mee- recitatief van deel 6: ‘Siehe, ich sehe Hebe deine Augen auf zu den Bergen en
gedeeltes voor drie vrouwenstemmen in
speelde. Tijdens de Engelse première den Himmel offen, und des Menschen Mozarts Die Zauberflöte. Ook de invloed
van Bach is evident, getuige de koorfu-
was dat wel het geval: George Smart Sohn zur Rechten Gottes stehn’, en de ga’s en het gebruik van recitatieven. Met
de aria Es ist genug! (nr. 26) citeert Men-
dirigeerde het werk vanachter het orgel. scène (deel 14) waarin Paulus door delssohn zowel in vorm als in muzikale
expressie de aria Es ist vollbracht uit
Er bestaan nog twee deels onvolledige God wordt bevraagd (‘Saul! Saul! Was Bachs Johannes-passie (zie muziekvoor-
beeld 2 op de volgende pagina). Beide
orgelpartijen. Diverse orgelaanduidin- verfolgst du mich?’). Bij de stem uit aria’s dragen het opschrift Adagio (bij
Bach zelfs Molto Adagio), hebben als
gen in de eerste gedrukte partituren be- de hemel (gezongen door vierstem- B-gedeelte een Vivace (bij Mendelssohn
Molto allegro e vivace) en worden afgeslo-
vestigen Mendelssohns wens dat er een mig vrouwenkoor) klinken de (hout-) ten met een reprise van het langzame

orgel meespeelde, maar deze aandui- blazers (zie muziekafbeelding 1 op

dingen komen niet helemaal overeen pagina 23); bij Paulus’ antwoord horen

met beide orgelpartijen. Latere cor- we slechts strijkinstrumenten. Het

recties zijn ook niet in de orgelpartijen recitatief waarin Ananias door God

verwerkt. Mogelijk veranderde Mendels- wordt aangesproken (deel 19, nu door

sohn na de première zijn mening over sopraan-solo), volgt hetzelfde procédé.

het al dan niet inzetten van het orgel. Ook de onlangs gepubliceerde, door

Wachet auf Mendelssohn bij het reviseren verwor-
pen delen bieden een interessante blik

Opvallend zijn vooral de grootschalige op de rol van deze muzikale motieven

koorgedeeltes. De inspiratie hiervoor in het ontstaansproces van het werk.

lag waarschijnlijk vooral in het verhaal Hoewel het gedurende Mendelssohns

zelf, waar voor- en tegenstanders van leven een populair en vaak uitgevoerd

het nieuwe geloof tegenover elkaar werk was, raakte het na zijn dood in

stonden. Dit aspect wordt in de Elias vergetelheid, zeker vergeleken met

nog verder uitgewerkt, ondermeer door Elias.

het inzetten van dubbelkorigheid. Into-

lerantie en fanatisme zijn thema’s die Elias op. 70 (1844-1846)
niet worden geschuwd, waarbij de grote Mendelssohn maakte zijn eerste

koorfuga op de tekst Wie lieblich sind die plannen voor dit werk in de zomer

Boten die den Frieden verkündigen een van 1844, na nogal wat conflicten

niet mis te verstaan statement is. tijdens zijn verblijf in Berlijn. Was

Door het gebruik van Leitmotive en de het toeval dat hij juist toen op het idee

hechte structuur van het werk kan Men- kwam voor het thema van de ruziënde

delssohn worden gezien als pionier; bij volksstammen uit het Elia-verhaal?

tijdgenoten als Wagner werd dit later Hoe dan ook, aanvankelijk wilde hij

een belangrijk stijlkenmerk. Het koraal het werk op een libretto in de Duitse

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 25


Muziekvoorbeeld 2 deze hele het eind van het werk wordt de deur
aria een wijd open gezet naar de komende Mes-
  Adagio    bedoeling: sias, wat duidelijk wordt in het kwartet
hij verbindt in het voorlaatste deel, Wohlan, alle, die
    Violoncello   hier beide ihr dürstig seid, kommt her zum Wasser,
  gedachten kommt her zu ihm!. De librettist Julius
pp                  met elkaar Schubring drong er bij Mendelssohn op
           en laat het aan dit messiaanse thema duidelijker
       naar voren te laten komen, bijvoorbeeld
        door de scène uit Matteüs 17:3, waarin
Elia samen met Mozes aan Jezus en
10 Elias              Nieuwe enkele discipelen verschijnt, in het
 Testament, oratorium op te nemen. Mendelssohn
  met name weigerde dit, wellicht omdat hij toen
de bood- al van plan was het oratorium Christus
  Es  ist ge - nug!   So nimm nun Herr, mei - ne See - le!   schap van de te componeren, waarin deze scène een
       verzoening, plek zou krijgen.
pp              (Vc)  toe in het
            Triomf
     
 De uitvoering in Birmingham werd een
      ware triomf voor de componist, hoewel
in de jaren die volgden sommige critici
Aria ‘Es ist genug’ uit Mendelssohns Elias, maat 1-3 en 10-13 Oudtesta- het werk bestempelden als religieuze
kitsch, met name wanneer het werd ver-
mentische geleken met Bachs en Händels meester-
werken. Overigens gebeurde dat na de
 Molto Adagio   verhaal over Mendelssohn-revival aan het einde van
Elia. In de de vorige eeuw nog steeds. Muziektheo-
   Viola da Gamba  periode dat reticus en pianist Charles Rosen (1927)
Mendels- is weliswaar enthousiast, maar tekent in
                                    sohn met 1995 bij dit werk aan dat
             Elias bezig
B. cont.   was, werd “(Mendelssohns religious music) is desig-
ned to make us feel that the concert hall
5   Alt                     hij geïnspi- has been transformed into a church. The
reerd door music expresses not religion but piety
 de theoloog ... This is kitsch insofar as it substitutes
Friedrich for religion itself the emotional shell of
  Es ist voll - bracht, es ist voll - bracht, o Trost für Wilhelm religion.” [(Mendelssohns religieuze
       Krum- muziek) is bedoeld om ons het gevoel
                          macher te geven dat de concertzaal is getrans-
 (VdG)       (1796-1868), formeerd in een kerk. De muziek drukt
p   die in 1828 geen religie uit, maar devotie (…) Het
 drieëntwin- is kitsch omdat de emotionele uiting
(b.c.) tig preken van religie de plaats van religie zelf
publiceerde inneemt.]
7            onder de
Die Erste Walpurgisnacht op.
 60(1832/1843)

  die ge - kränk - ten See - len, o Trost,    Behalve de twee oratoria voltooide Men-
 delssohn nog twee werken waarin een
              koor en solisten een belangrijk aandeel
hebben. Tussen 1830 en 1832 schreef
          hij Die Erste Walpurgisnacht op. 60, op
een ballade uit 1799 van Johann Wolf-
Aria ‘Es ist vollbracht’ uit Bachs Johannes-Passion, maat 1-2 en 5-7 titel Elias gang von Goethe (1749-1832). Later zou
der Thisbiter Goethe op deze tekst zijn boek Faust
baseren. Goethe had vanaf het begin
(‘Elia de

begin. Mendelssohn werd wellicht op Tisbiet’). Aan het einde van dit preken-

dit idee gebracht door een hymne in het boek wordt de connectie tussen Jezus

Gesangbuch uit 1829, dat in de Berlijnse en Elia benadrukt. In de vierde druk

protestantse kerk werd gebruikt. Hierin van het boek verwijst Krummacher

staan twee liederen naast elkaar; het ene trots naar het feit dat Mendelssohn bij

heet Es ist vollbracht, het andere Es ist het schrijven van Elias zijn werk raad-

genug. pleegde. Met het citaat uit Bachs Jo-

Mendelssohns Es ist genug is een aria hannes-Passion onderstreept Mendels-

van totale verlatenheid. Elia bezingt dat sohn Krummachers idee dat de figuur

zijn leven beter kan worden beëindigd, Elia sterk met Christus is verbonden,

omdat hij niet beter is dan zijn voorva- namelijk als voorloper. Elia’s leven

deren die het verbond met God hebben vertoont immers een aantal opvallende

geschonden en zijn altaren hebben overeenkomsten met dat van Jezus,

vernietigd. Bij Bach is de sfeer totaal an- zoals de opwekking van een gestorven

ders: na een voltooid leven is het einde kind, Elia’s vervolging en veroordeling,

weliswaar daar, maar de held uit Juda is zijn verblijf van veertig dagen en nach-

de overwinnaar. ten in de woestijn, Gods toenadering

Mendelssohn had met het citeren van op een berg en Elia’s hemelvaart. Aan

&26Muziek liturgie


de wens dat Die Erste Walpurgisnacht bariton- en bassolo, koor en orkest. Lobgesang op. 52 (1839-1840)

de basis zou vormen van een koorcan- Na een zeer beeldende ouverture met In 1840 voltooide Mendelssohn zijn

tate. Hij legde het idee eerst voor aan als titel Das slechte Wetter begint het Tweede Symfonie, met als ondertitel

Mendelssohns leraar Karl Friedrich verhaal. De christenen worden als Lobgesang. De aanleiding voor het werk

Zelter (1758-1832), maar deze verwees zeer intolerant beschreven, ze hadden was de herdenking van vierhonderd jaar

Goethe door naar Mendelssohn. Goethe namelijk een verbod op het vieren van boekdrukkunst. Het werk bestaat uit

heeft het werk zelf niet meer kunnen de Walpurgisnacht uitgevaardigd. Het drie instrumentale delen, gevolgd door

beluisteren: pas in 1833, een jaar na verhaal neemt een komische wending een negental delen voor koor, sopraan-

Goethes dood, dirigeerde Mendelssohn wanneer een druïdenpriester het idee en tenorsolist, orkest en orgel. De sym-

de eerste uitvoering in de Sing-Akademie oppert ‘diese dummen Pfaffenchristen...’ fonie kreeg zijn naam vanwege de vo-

in Berlijn. In 1842-1843 reviseerde hij af te schrikken door een maskerade cale tweede helft. Hierin worden vooral

het werk. Bij de première van psalmen geciteerd (respectie-

de tweede versie in Leipzig velijk de Psalmen 50, 33, 145,

waren Schumann en Berlioz 103, 107, 56, 40, en in het

aanwezig; deze laatste werd slotdeel 96 en nogmaals 150.

door de uitvoering geïnspi- Verder gebruikte Mendels-

reerd tot een revisie van zijn sohn teksten uit Efeze 5:14,

eigen Symphonie fantastique Jesaja 21, Romeinen 13:12, I

uit 1830. Kronieken 16:8-10, en laat

Een Walpurgisnacht is een hij het lied Nun danket alle

van oorsprong Scandina- Gott verschijnen.

visch feest dat in de nacht Christus op. 97 (1847)
van 30 april op 1 mei vooral

nog in Duitsland, Zweden Het is bekend dat het Men-

en Finland wordt gevierd. delssohns plan was –al dan

Ze vindt haar oorsprong in Mendelssohn kende Goethe al vanaf jonge leeftijd. Hier speelt hij met drie strijkers niet van meet af aan; daar
diverse voor-christelijke tra- zijn Klavierquartett in d-klein voor het aandachtige oor van Goethe, herfst 1821. ontbreken de bewijzen voor–
dities. Een daarvan is Beltane, De staande figuur naast Mendelssohn is Zelter. een drieluik te componeren
een Keltisch voorjaarsfeest, Houtsnede uit de tweede helft van de achttiende eeuw. over de drie voor hem kern-

gepaard met vreugdevuren. figuren uit de Bijbel: Elia,

De meiboom is er nog een overblijfsel van geesten, demonen en Satan zelf Christus en Paulus. In ieder geval is

van. De naam Walpurgis stamt van de in scène te zetten. De opzet slaagt, de het zeer aannemelijk dat hij tijdens het

christelijke heilige Walburga of Walbur- christenen nemen de benen en het componeren van het tweede oratorium,

gis. Op 1 mei 779, iets meer dan twee feest kan doorgang vinden. Elias, al plannen had voor Christus:

maanden na haar dood, werd ze heilig Voor Mendelssohn waren deze scènes vooruitdenkend aan het derde orato-

verklaard – vandaar de datum van het uiteraard een bron van muzikale inspi- rium wilde hij immers de scène waarin

feest. Volgens het oude volksgeloof was ratie. Het werk biedt een interessant Elia aan Jezus en enkele discipelen

de Walpurgisnacht een nacht vol magie, en merkwaardig contrapunt tegenover verscheen niet in het libretto opnemen.

waarin heksen ten strijde trekken tegen de beide oratoria, waarin we Mendels-

de reinheid van Sint-Walburgis en op de sohn juist leren kennen als de ortho- Van het oratorium Christus bestaan

berg Brocken, in de Harz, een heksen- doxe en bijbelvaste christen die in Die slechts enkele schetsen uit Mendels-

bal houden. Nog steeds wordt in het erste Walpurgisnacht op de hak wordt sohns laatste levensjaar. Vanwege Men-

gebied rond de berg het Walpurgisfeest genomen. Blijkbaar was zijn gevoel delssohns vroege dood op 4 november

elk jaar uitbundig gevierd. voor humor en zelfspot goed ontwik- 1847, als gevolg van een hartaandoe-

In Die erste Walpurgisnacht draait het keld. Echter, ook het sociale aspect ning, kunnen we slechts gissen naar de

vooral om de strijd tussen de ‘oude’ van het verhaal –het ging immers over manier waarop Mendelssohn het leven

druïden en de ‘nieuwe’ en inmiddels een onderdrukte bevolkingsgroep in en lijden van Christus –in navolging

dominant aanwezige christenen. Het een toentertijd bezet land– sprak hem van zijn grote voorbeeld Bach– op mu-

is gecomponeerd voor alt-, tenor-, ongetwijfeld aan. ziek zou hebben gezet. •

Literatuur (selectie)

John Michael Cooper, voorwoord van de Urtext-uitgave van Paulus, Bärenreiter BA 9071 (Kassel etc., 2007)
F.W. Krummacher: Elijah the Tishbite (vert. John Cairns, Londen 1865)
Charles Rosen, The Romantic Generation, Harvard University Press (Cambridge, 1995)
Martin Staehelin (vert. Susan Gillespie): ‘Elijah, Johann Sebastian Bach, and the New Convenant: On the Aria “Es ist genug” in Felix Mendelssohn-
Bartholdy’s Oratorio Elijah’, in R. Larry Todd (ed.): Mendelssohn and his world (Princeton, NJ, 1991)
Richard Wagner, Sämtliche Schriften und Dichtungen, ed. R. Sternfeld en Hans vol Volzogen, (Leipzig 1911)
Christian Wildhagen: Zwischen Barock und Romantik. Mendelsohns geistliche Chormusik, toelichting in het cd-boekje bij Mendelssohn Chorwerke, Brilliant
Classics 99997/4 (2002)

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 27


ingezonden Veelkleurig?

In zijn rubriek getiteld Kleur (augustus-num- gezwungen werden, in einem Gottesdienst psychische en fysieke zelfverwezenlijking
mer) neemt de voorzitter de ‘kerkmuzikale das dilettantische Konsumgebumse einer so van de mens dient. Tot ‘consumptieartikel’
taal’ van de toekomst onder de loep. Deze genannten Band über sich ergehen zu las- daarentegen wordt muziek wanneer zij
kan ‘veelkleurig’ zijn, reikend van de ‘schat sen, dann kann auch das einen Schock aus- is gericht op de uitbuiting van de mens,
der eeuwen’ tot de ‘lichte muziek’. De Ne- lösen, nämlich den, diese Kirche nicht mehr d.w.z. wanneer haar elementen reeds in
derlandse musicoloog K. Ph. Bernet Kempers zu betreten! (...) Aber das Thema unserer het begin van haar genetische ontwikkeling
heeft eens opgemerkt, dat er geen ‘lichte en Zeit ist nun einmal die Konfrontation von op exploitatie van de mens zijn gericht!
zware muziek’ bestaat, wel ‘goede en slechte’, Kultur und Konsum! 'Kultur' ist Musik (und (...) Wij kerkmusici kunnen de wereld niet
waarbij het de vraag is, of de slechte nog met zwar seit Menschengedenken) immer dann, redden, maar wij kunnen (...) in ieder geval
de term muziek moet worden betiteld. wenn sie der geistigen, psychischen und nog opkomen voor een muziek, die de
Het valt te betwijfelen of de z.g. lichte muziek, physischen Selbstverwirklichung des Men- waardigheid van de mens –en niet diens
veelal afhankelijk van het stopcontact en de schen dient. Zum 'Konsum' hingegen wird psychische en fysieke uitbuiting alsmede
microfoon, aan minimale kwaliteitseisen vol- Musik, wenn sie auf die Ausbeutung des verwoesting– tot doel heeft!’].
doet of kan voldoen. In hetzelfde nummer zet Menschen zielt, d.h. wenn ihre Elemente
Dick Koomans overigens ‘vraagtekens bij pop- schon im 'genetischen' Ansatz auf Massen- In een causerie uit 1963 herinnerde Frits
muziek in de kerk’ wegens gebrek aan kwali- profit manipuliert sind! (...) Wir Kirchen- Mehrtens (1922-1975) eraan dat de kerk ‘met
teit. Het gevaar ligt bovendien op de loer dat musiker können die Welt nicht retten, aber het beste geluid moet appelleren aan het gehoor
de kerkdienst tot een ‘muzikale supermarkt’ wir können (...) immerhin noch eintreten van de mens, opdat de mens blijft horen en
verwordt, waarbij de muzikaal ongeschoolde für eine Musik, die die Würde des Menschen daardoor misschien gaat horen’. In het andere
predikant, het kerkenraadslid en het gemeen- - und nicht seine psychische und physische geval, waarin het menselijk oor ‘tot een micro-
telid ‘de toon aangeven’. Het merkwaardige Ausbeutung und Ruinierung - zum Ziel foon wordt gedegradeerd, lijdt u schade aan uw
is dat populariteit in de preektaal niet wordt hat!’ [‘Er moge op gewezen worden dat oor, waarvan Augustinus zei, dat het de toegang
geaccepteerd, maar dat op het gebied van de de kerk ook nog andere shocks kent, kan zijn tot de ziel’.
‘klank’ klaarblijkelijk alles mogelijk is. die men volstrekt niet bedenkelijk acht. Wie bepaalt (uiteindelijk) de ‘verbreding van
Aan een belangrijk aspect, dat in Nederland Wanneer bijvoorbeeld denkende mensen de muzikale smaken en voorkeuren’? Heerst
over het hoofd wordt gezien, heeft de in gedwongen worden in een kerkdienst het er niet een gebrek aan kennis over de ‘schat
Nederland helaas onbekende Duitse ‘diep- dilettantische ‘consumptiegedreun’ van der eeuwen’, aangezien deze in Nederland
zinnige’ (kerk-)componist Helmut Bornefeld een zogeheten band te verdragen, dan in de kerkdiensten niet kon en kan worden
(1906-1990) in 1976 de volgende regels ge- kan ook dat een shock teweegbrengen, gepraktiseerd? Het is bovendien niet een or-
wijd, die ik hier wil herhalen: namelijk die, dit kerkgebouw niet meer te ganistenvereniging die bepaalt welke ‘toon-
betreden. (...) Maar het thema van onze spraak’ in de kerkdienst wordt toegelaten,
‘Es sei hier immerhin daran erinnert, daß es tijd is nu eenmaal de tegenoverstelling maar het moet de synode zijn, onder meer op
in der Kirche auch noch andere Schocks gibt, van cultuur en consumptie. ‘Cultuur’ is basis van het ingevoerde liedboek. Maar ja,
die man durchaus nicht bedenklich zu finden muziek (en wel sinds mensenheugenis) Nederland kennend ...
scheint. Wenn z.B. denkende Menschen altijd dan, wanneer zij de intellectuele,
Herman S.J. Zandt

Gewicht

Naarmate 2012 dichterbij komt, zou de spanning moeten toenemen. Toch heb ik niet het gevoel dat de kolommen van tijd-
schriften en kranten worden gevuld met artikelen over het Nieuwe Liedboek dat in dat jaar wordt uitgebracht. Vanzelfsprekend
heeft M&L in een aantal artikelen mensen aan het woord gelaten over het Liedboek 2012, maar een brede discussie beheerst,
voor zover ik kan waarnemen, niet de kerkmuziekwereld van Nederland.
Is dat erg? Een beetje wel, vind ik. In zijn ingezonden artikel citeert Herman Zandt de musicoloog Bernet Kempers: ‘Er bestaat
geen lichte en zware muziek, wel goede en slechte’. Hij brengt dit in verband met mijn pleidooi voor veelkleurigheid, licht(ere)
muziek daaronder begrepen. Dat pleidooi wordt door hem niet onderschreven.
Ik ga me niet wagen aan een debat over de vraag hoe licht of hoe zwaar muziek moet zijn. Ongeacht het gewicht, pleit ik wel
voor een kwalitatief altijd hoog gehalte. Ons oor wordt pas echt geweld aangedaan als het niet kwalitatief wordt bediend. Flut-
werk is oneerbiedig in mijn ogen. Kwaliteit kan aan verschillende muziekstijlen worden verbonden.
En mag een organisten- en kerkmusici-vereniging wel iets vinden van wat Zandt de ‘toonspraak’ in de kerk noemt? Wat wel en
niet toegelaten mag worden? Daar kan ik kort over zijn: ja, dat mag. Natuurlijk weet ik wel dat de synode als hoogste besluit-
vormer uiteindelijk beslist over het Liedboek 2012. Tegelijk verklap ik geen staatsgeheim als ik zeg dat het gemiddelde syno-
delid zich niet laat voorstaan op zijn of haar grote muzikale deskundigheid. Daar zijn adviseurs voor. Pieter Endedijk beschikt
over een ruime kring van ‘inbrengers’ en ‘toetsers’. Daar mogen we veel van verwachten. We mogen aannemen dat het mode-
ramen een dergelijk belangrijk besluit goed voorbereidt. De moderamenleden zullen willen weten hoe ‘het veld’ erover denkt.
De KVOK behoort tot dat veld. Zeer veel leden zullen in praktische zin te maken krijgen met het nieuwe Liedboek. Juist omdat
het Liedboek op de breedte wordt samengesteld, is het zaak dat we letten op de ‘werkbaarheid’. Zwaar of licht is dan niet het
onderscheidend criterium, maar ondermeer toepasbaarheid (wat beslist niet hetzelfde is als ‘niet vernieuwend’!), kwaliteit,

bestuurveelkleurigheid. Een vereniging als de KVOK mag dus zeker iets vinden van de toonspraak, in de wetenschap dat synodele-
den beslissen en kerkenraden verantwoordelijk zijn voor het kerkmuzikaal beleid in de plaatselijke gemeente. De KVOK moet
gewicht in de synodeschaal leggen, al is het maar om te voorkomen dat het te ‘licht’ wordt.
Rein van der Kluit

&28Muziek liturgie


spelenderwijs

(Pas op! Dit is een reclameboodschap.)

Tutti!

Momenteel bevind ik mij in een interbellum. De zoete oorlog met Hayo is ten einde en een
nieuwe opponent heeft het strijdperk nog niet betreden. Gelegenheid dus om Hayo hartelijk
te danken voor zijn altijd scherpe, directe en desondanks sportieve woorden. Zijn pen is een
venijnige maar niet dodelijke lans. Attaqueren is dan het enige dat helpt. Dank!
Ondertussen overzie ik het strijdperk. Het is rustig. Het wordt steeds stiller. Joehoe! Gebeurt er
nog iets in de kerkmuziek?

Lange tijd geleden liep alle muziek in hetzelfde spoor. Barok was barok, of je nu binnen of
buiten de kerk was. Vanaf het einde van de achttiende eeuw sloegen kerkmuziek en wereld-
lijke muziek verschillende wegen in. Eigentijdse kunstmuziek werd langzamerhand iets voor
de happy few, terwijl de kerkmuziek lange tijd een voor velen verstaanbare taal bleef spreken.
Ondertussen is ook dat laatste niet meer zeker. De evolutie van de kerkmuziek verloopt vrijwel
onafhankelijk van de overige culturele ontwikkelingen. Er is een steeds grotere ongelijktijdig-
heid tussen de doordeweekse traditionele kerkganger en de muziek die deze op zondag hoort
en zingt. De populaire (lichte) muziek is de dominante muziekstroming geworden in onze
contreien. Laatst sprak ik iemand die op zijn werk zijn muzikale voorkeur mocht aangeven. Hij
kon kiezen tussen tien smaken popmuziek en daarnaast uit licht klassiek (André Rieu c.s.) en
zwaar klassiek (Mozart en soortgenoten). Er zijn dus grofweg drie moeilijk begaanbare mu-
zikale wegen: 1) die van de tijdeigen kunstmuziek (kleine actieradius), 2) die van de klassieke
kerkmuziek (met een hoge dosis wereldvreemdheid en amateurisme) en 3) die van de populai-
re muziek (sluit maar matig aan bij de klassieke taal en gewoonten van de kerk). Op zo’n weg
hoop je op een kruising die niet lang op zich laat wachten.

Ons tijdsgewricht wordt op allerlei manieren gekenmerkt door vermenging: overal in het land
worden nieuwe jaren-dertig-woningen gebouwd, Boeddha en Maria staan vrolijk naast elkaar
op de schoorsteenmantel, gregoriaans wordt van een stevige beat voorzien en sommige klas-
genoten van mijn kinderen hebben zó’n opvallend mooie kleur… Dit is een tijd van fusion en
kruisende wegen. Ook als het gaat om muziek in de liturgie. Bovendien heeft de kerk muzikaal
iets extra’s te bieden: ruimten waar het goed musiceren is, een neus voor het schone, sterke
muzikale tradities en de gewoonte om samen muziek te maken – zangers en speellieden, ama-
teurs en professionals. De ideale omgeving om op zoek te gaan naar muziek voor podium en
zaal die tegelijk het beste uit verschillende tradities verenigt; naar altermoderne en interactieve
muziek.

Dat moesten we maar eens gaan uitproberen. Op zaterdagmiddag 10 oktober in de Oude Kerk
van Amsterdam: ‘Tutti!’. Met professionele musici van naam en faam, en met mensen die prik-
kelende uitspraken doen. Met orgel en elektrische gitaar, en met solisten en alle aanwezigen.
Met Pärt en Bach, met psalm en praise en met rap en ringtone. Een zoektocht naar nieuwe vor-
men van muziek in de kerk. Beleefbaar en meeslepend. De deuren open voor een frisse wind.
Van harte welkom. Voor meer informatie, zie: www.oudekerk.nu/tutti.

Is er leven na Hayo? Ik zie uit naar de briefwisseling met Edsilia Rombley, bisschop Eijk of
Bono Vox.

Christiaan Winter

Christiaan Winter is cantor van de Oude Kerk te Amsterdam

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie29


inter view
‘Een levende kerk is een zingende kerk’, is zijn motto. Vanwege het recente uitzonderlijke jubileum van zijn
60-jarig predikantsambt zoek ik de veelzijdige man op, die voor de lezers van dit blad nauwelijks introductie be-
hoeft. Tien jaar geleden volgde ik privé-lessen Latijn bij de geïnterviewde. Vanzelfsprekend voeren wij het gesprek
in het Fries, onze moedertaal, de taal die zo’n centrale rol speelt in het theologische en muzikale werk van dr.
Bernard Smilde. Voor deze publicatie is het gesprek vertaald.

Veelzijdig, gedreven, gedegen en met goede smaak

In gesprek met Bernard Smilde

Oane Reitsma

In het seniorenappartement in Leeu- Smilde L’Organiste van Franck ken- klas met leerlingen die twee onmisbare

warden, waar het echtpaar Smilde sinds nen, evenals de muziek van Karg-Elert. factoren bezaten voor verdere ontwikke-

enkele jaren woont, word ik, als altijd, ‘Misschien is het belangrijkste wat ik ling: interesse en begaafdheid. Smilde

hartelijk ontvangen. Tijdens ons gesprek van hem leerde over de omgang met waardeert deze schooltijd in terugblik als

komen Smilde’s dissertatie uit 1986, muziek: de nadruk op goede smaak.’ een bloeiende tijd. ‘In die tijd bezocht ik

zijn aandeel in de Friese Bijbelverta- In Drachten begeleidde Smilde voor de concerten van George Stam, organist

ling, de vertaling van de Dienstboeken het eerst de Matthäus-Passion. Tus- van de Grote Kerk in Leeuwarden. Stam

van de PKN en zijn predikantswerk in sen 1958 en 1991 speelde hij bij tach- wisselde orgelsoloconcerten af met con-

vijf gemeenten niet aan de orde, hoe be- tig concerten de basso continuo-partij, certen waarin orgel werd gecombineerd

langrijk ook. Er zijn namelijk zóveel an- waarvan verreweg de meeste op zijn met vocale of instrumentale solisten.

dere dingen die de revue wel passeren, klavecimbel. Toch is de muzikale uit- Hierdoor groeide mijn voorkeur voor

dat het ondoenlijk is het samenvoegen van het vocale en

zelfs daarvan een to- instrumentale.’ Rond zijn achttiende

taalbeeld te schetsen. jaar begon Smilde serieus te compo-

Organist neren.
Tijdens de oorlogsjaren ontstonden

Als de zevenen- er vijftien cantates en één oratorium,

tachtigjarige Smilde allemaal in barokstijl, met ontlenin-

begint te vertellen gen aan Bach. Tijdens een publieke

over zijn leven heeft discussie vergeleken de tegenstan-

de muziek, die van ders van zijn werken hem met mees-

huis uit werd gesti- tervervalser Han van Meegeren, die

muleerd, steeds de Vermeers doeken meesterlijk imi-

overhand. Grootvader teerde. De Leeuwarder organist Bein-

van moederskant was tema was echter van mening dat het

onderwijzer (met de imiteren van Bach en Händel in ie-

akte godsdienst), di- der geval van goede smaak getuigde.

rigent en componist, Smildes huidige opvatting over com-

hoewel er van zijn ‘Sinds 2000 heb ik veel gecomponeerd, in totaal meer dan poneren in barokstijl: ‘Het kan wel,
composities weinig is elfhonderd pagina’s partituren’ maar we moeten het niet doen.’

overgebleven. Rein- Ter illustratie pakt Smilde een hand-

hard Teule was Smilde’s eerste muziek- voeringspraktijk altijd een ‘nevenbe- geschreven partituur uit de kast en zingt

docent. Hij liet hem op tienjarige leeftijd drijf’ voor hem geweest, naast lesgeven aan de piano één van de aria’s uit zijn

voor het eerst een kerkdienst begeleiden en later steeds meer componeren en kerstoratorium Bliid Boadskip voor.

en gaf hem op zijn elfde zijn eerste har- artikelen schrijven. Modern klankidioom
monisatielessen. ‘Dat was zelfs enkele
Na het componeren van sololiederen in
jaren voordat Hindemith met zijn me- Meestervervalser?
thode kwam om, tegen de heersende op- Op de mulo in Den Haag en later de laatromantische stijl was het wederom

vattingen in, contrapunt en harmonie- gymnasia van Den Haag en Leeuwar- George Stam die Smilde bewust maakte

leer met elkaar te integreren. Wanneer den ontwikkelde Smilde zich als be- van muziekfilosofische standpunten.

men ze zou splitsen, is dat even onlo- geleider van een vioolspelende leraar, ‘Door de anti-romantische elementen

gisch als wanneer je eerst een jaar met je maar arrangeerde hij ook muziek voor van het Requiem van Fauré te bestude-

linkervoet leert schaatsen en vervolgens een lerares Engels die koordirigente ren, ontdekte ik elementen als versobe-

een jaar met je rechter’. Via Teule leerde was. Een schoolkoor ontstond uit een ring van de melodie, het vermijden van

&30Muziek liturgie


leidtonen en nieuwe harmonische mo- Smilde raakte betrokken bij de verta- gen hand vijf melodieën en twee teksten
gelijkheden op basis van de kerktoon-
soorten. Het tweede werk dat Stam mij ling van de Hervormde Gezangenbun- in het Liedboek. ‘In de redactie werd des-
onder de aandacht bracht, was de Psal-
mus Hungaricus van Kodály. De behan- del uit 1938. In 1955 kwam de eerste tijds gegrapt ‘zeven is voldoende: vijf en
deling van het orkest, de afwijkende me-
lodiek en het ‘exotische’ –dat wat anders Friestalige variant uit, met berijmingen twee’...’ En passant vertelt Smilde dat de
is dan het gewone– brachten mij tot de
logische consequentie om een stap ver- van Fedde Schurer. Schurer, die bekend meeste van zijn melodieën zijn ontstaan
der te zetten dan het impressionisme:
het moderne klankidioom.’ In plaats van werd als Tweede Kamerlid, politicus en op de terugweg in de trein, na de com-
de in Europa gangbare leerschool voor
orkestinstrumentatie volgens de me- journalist, was een niet onbelangrijk missievergaderingen. De mooiste melo-
thode van Berlioz en Richard Strauss,
bestudeerde Smilde de methode die in Friestalige literator, hoewel er vanuit die kwam tot stand in de trein ‘midden
Amerika school maakte: Principals of Or-
chestration van Rimsky-Korsakov. muzikaal en theologisch gezichtspunt tussen een groep feestende Canadezen’.

Examens wel wat viel af te dingen op zijn verta- Wel constateert hij dat de kwaliteit van

Halverwege de jaren vijftig begon Smil- lingen. Niettemin had Smilde een zeer zijn muzikale en tekstuele bijdragen aan
de te schrijven voor Organist & Eredienst,
de voorloper van Muziek & Liturgie. Hij goede verstandhouding met Schurer. het Liedboek met het hele wordingspro-
voelde de behoefte om ook in het veld
van de muziek diploma’s en bevoegdhe- Van 1956 tot 1967 was Smilde één van ces ervan is gegroeid.
den te behalen en ging zich voorberei-
den op het staatsexamen kerkmuziek. de vijf landelijke deputaten van de Ge-
Dit gebeurde allemaal naast zijn werk,
want na de Tweede Wereldoorlog kreeg reformeerde Kerken die tot een lied- Fryske taal
Smilde de mogelijkheid om zijn studie boek moesten komen. Parallel aan de ontwikkeling van de
theologie aan de Vrije Universiteit af te
ronden en inmiddels was hij predikant Nederlandstalige lied-
geworden in Grootegast. Razendsnel
had hij de benodigde vakken voorbereid bundels is Smilde sinds
en hij slaagde met hoge cijfers. In Gro-
ningen bleef hij twee jaar lang studeren 1968 betrokken geweest
voor aanvullende bijzondere eisen. ‘Een
instituut zonder enig systeem, maar een bij het voornemen om
buitengewoon prettige tijd’. Nog tijdens
zijn studietijd aldaar werd hem gevraagd tot een Friestalige kerke-
de vakken liturgiek en hymnologie te do-
ceren. Vervolgens doceerde hij achttien lijke zangbundel te ko-
jaar lang muziekgeschiedenis, liturgiek
en hymnologie aan de Muziekpedagogi- men. Na verloop van tijd
sche Academie (MPA) in Leeuwarden.
In een later stadium kwam daar grego- vormde hij met de ge-
riaans bij. Toen een drietal getalenteerde
studenten opteerde voor de veel zwaar- talenteerde Friese dich-
dere variant, de B-akte, was Smilde één
van de docenten die hen naar een eind- ters Douwe Tamminga
examen met hoge cijfers begeleidde.
en Gerben Brouwer een
Liedboek
driemanschap. Ze had-
Al vanaf 1954 bestond er een Ferbân
fan Fryske Foargongers, een groep Fries- den het voornemen het
talige predikanten die samen preken
bespraken. Ook de Kommisje foar it Frysk gehele Liedboek voor de
yn de Earetsjinst ontstond als een depu-
taatschap vanuit de provinciale synode. Kerken in het Fries te ver-

Smilde achter zijn huisorgel, maart 1992 talen. ‘Daarbij wilden we
zoveel mogelijk gebruik

In 1962 kwam het verzoek aan de Ge- maken van kwalitatief goede vertalingen

reformeerde Kerken om deel te nemen van Fedde Schurer. Het team was klei-

aan het voorgenomen Liedboek voor de ner dan aanvankelijk gepland. Boven-

Kerken. Smilde werd voorzitter van de dien waren we drie totaal verschillende

gereformeerde commissie waarin ook personen.’ Niettemin hebben ze elkaar

ds. Okke Jager, K. de Jong Ozn, cul- positief weten te beïnvloeden, wat tot

tuurfilosoof C. Rijnsdorp en M. Voor- een alom hoog gewaardeerd resultaat

burg zitting hadden. De meerwaarde heeft geleid: in de adventsperiode van

van Smildes lidmaatschap was dat hij 1977 werd de bundel gepresenteerd in

zowel op het terrein van de muziek als de Grote Kerk van Bolsward.

dat van de theologie thuis was en daar- ‘De werkwijze was omgekeerd aan de

door een rol kon spelen in de aandacht Nederlandstalige versie: eerst vertaal-

voor tekstaccenten en melodieën. Van den we de gezangen, daarna pas de

1966 tot 1971 ging deze groep op in psalmen.’ Met name de kwaliteit van de

de Interkerkelijke Commissie. Smil- psalmen vindt hij verbeterd ten opzichte

de vertelt hier uitgebreid over. Wat van de Nederlandstalige versie. Smilde

vooral naar voren komt uit deze tijd wijst met name op de indeling van de

is de waardering voor de verfrissende psalmen in strofen ten opzichte van

invloed van Frits Mehrtens en het ge- de Hebreeuwse tekst. Op verschillende

geven dat Smilde ‘veel geleerd’ heeft plekken wijkt het aantal strofen van een

van onder meer de dichter Jan Wit. psalm dan ook af van het Nederlandsta-

Ook de contacten met Willem Mudde lige Liedboek. Datzelfde geldt voor de ge-

–die vanuit de Lutherse kerk betrokken zangen. Hoewel Smilde meent dat ‘men

was– waardeert Smilde erg positief. geen algemene dingen over een liedboek

Uiteindelijk kwamen van Smildes ei- kan zeggen, omdat het daarvoor te veel-

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 31


omvattende verzamelbundels zijn’, is hij taal vertaald. Dit resulteerde erin dat het gemeenschapsgevoel.’ Dit lied is in
toch van mening dat veel pathetisch aan- bijvoorbeeld prachtige melodieën van Tussentijds opgenomen als nummer 96.
doende negentiende-eeuwse liederen Vaughan Williams kunnen worden ge-
‘frisser’ zijn vertaald dan in het Liedboek zongen, die niet in de Nederlandstalige Wordt vervolgd…
voor de Kerken. Als voorbeeld noemt hij bundel staan. Daarnaast is er een ruim
de beginregel van Gezang 462, Ontwaak, aantal oorspronkelijk Friestalige lie- Is Smildes levensverhaal een afgerond
gij die slaapt en sta op uit de dôon, die Ger- deren, dus van Friese tekstschrijvers.’ verhaal? Geenszins, of beter: integen-
ben Brouwer vertaalde met Oerein út ’e Een goed voorbeeld van deze laatste ca- deel. Zijn hoge leeftijd belet hem niet
sliep en oerein ta de moarn. tegorie is Tuskentiden 226 (zie onder): nog zeer actief te zijn. ‘Ik preek nog
een strofische zetting naar de tekst van zo’n twintig keer per jaar, altijd in het
Tuskentiden Jesaja 35. Dit lied is een goed alternatief Fries. Gelukkig is mijn stem nog goed,
voor het populaire maar voor de gemid- waardoor ik nuances kan aanbrengen en
In 2006 verscheen de Friestalige variant delde gemeente moeilijk zingbare lied goed met de kerkgangers kan communi-
van Tussentijds. Kreeg de Friese verta- De steppe zal bloeien in de toonzetting ceren.’ Deze stem gebruikt Smilde ook
ling van het rode Liedboek een blauwe van Antoine Oomen. Het is zelfs niet nog steeds als tenor in het Leeuwarder
kaft, hier werd de logische omgekeerde ondenkbaar dat een dergelijk lied in Toonkunstkoor Concordia. Hij maakt er
keuze gemaakt: het kaftje is net zo rood het Nederlands vertaald wordt voor het deel uit van de muziekcommissie. ‘Daar-
als zijn Nederlandstalige broertje blauw ‘Liedboek 2012’. naast heb ik het voordeel dat ik door
is – handig voor praktisch gebruik om ze Een andere favoriet van Smilde is Tus- tien jaar bijbelvertaalwerk veel exegese
niet door elkaar te halen. Smilde wijst kentiden 249, een lied dat hij samen paraat heb. Met name het inzicht in de
op een bijzonderheid van deze bundel. met zijn zwager Atze Bosch, een vakbe- theologische en narratieve lijn van een
‘Doordat er geld was overgebleven bij de kwaam vertaler met wie hij veel samen- bijbelboek is van groot belang.’ Dat hij
Friese vertaling van het Liedboek en bo- werkt, vertaalde. De slotinterval van zich geenszins op eerder werk verlaat,
vendien de vertalers geen honorarium een Tsjechische kwart was een vondst blijkt uit het feit dat Smilde nog steeds
vroegen, was er nu ruimte voor tweeën- die hem ineens inviel. ‘Misschien ben iedere keer een nieuwe preek schrijft.
dertig liederen meer. Deze bijlage bevat ik daar weer terug bij de invloed van ‘Vanmorgen ontdekte ik nog dat veel bij-
vertalingen van liederen uit de wereldlite- Kodály’. belvertalingen te gemakkelijk hun peri-
ratuur, die vertaald zijn door de Friestali- ‘De beste melodieën ontstaan snel, als kopen indelen, zoals in Marcus 6, 1-6.
ge Amerikaanse hoogleraar B.J. Fridsma een ingeving. Bij de samenstelling van De laatste zin hoort er wel degelijk bij,
(1905-2005), met wie ik uitgebreid heb het Dienstboek I kreeg ik de tekst Wij omdat Jezus’ werk doorgaat ondanks de
gecorrespondeerd. Die doos vol brieven geloven één voor één van Joke Ribbers reactie van het ondankbare volk in Naza-
ligt inmiddels in het Fries Historisch en opgestuurd. Binnen zeven minuten reth.’ Het is vooral de ervaring waardoor
Letterkundig centrum Tresoar. Zijn ver- had ik de melodie erbij geschreven. De Smilde nog steeds leert – ‘en door een
talingen zijn het Nederlands gepasseerd: terts aan het begin is een expressie van kritische echtgenote!’ die regelmatig
ze zijn direct uit hun oorspronkelijke zijn manuscripten doorleest.
Ander commissiewerk dat Smilde nog
steeds verzet, is zijn lidmaatschap van
de musicologische werkgroep van de
Fryske Akademy. Ook maakt hij deel uit
van de liturgische commissie van de
PKN in Leeuwarden. Zij namen onlangs
het initiatief tot een publicatie waarin de
afschuw van de moderne Friese herta-
ling van Bachs Matthäus-Passion door
Eppie Dam, geïnspireerd door de versie
van Jan Rot, tot uitdrukking komt. Het
zit Smilde nog zichtbaar hoog. ‘Het doet
me pijn te constateren dat goede musici
zo met Bach omgaan. We kunnen het
Eppie Dam nog niet eens kwalijk ne-
men: hij is onder de indruk geraakt van
een taalkunstenaar als Rot, die echter
met taal zo kan manipuleren dat hij de
gemeenste dingen op een mooie manier
kan zeggen’. Vanzelfsprekend is Smilde
in zijn oordeel niet over één nacht ijs ge-
gaan: hij heeft alle koralen van de Passion
geanalyseerd op de verhouding tekst en
harmonisatie. Daarnaast heeft hij bewe-

&32Muziek liturgie


ingezonden

zen dat Bach nooit wereldlijke contrafac- werktafel componeren en partituren Toekomst
ten van geestelijke aria’s maakte, maar uitschrijven. ‘Sinds 2000 heb ik veel
alleen omgekeerd. Een derde argument gecomponeerd, in totaal meer dan elf- Een wens voor de toekomst is om al zijn
was dat Bach bij iedere nieuwe tekst een honderd pagina’s partituren, waaron- wetenschappelijke artikelen van de afge-
nieuw recitatief schreef. ‘Parodieën en der het Oratorium Ruth –dat in 2004 lopen jaren en de artikelen over onder
contrafacten van recitatieven zijn onmo- in Drachten in première ging onder meer Paul Gerhardt, die hij voor een
gelijk bij Bach, vanwege de directe ver- leiding van Oane Wierdsma–, het paas- breder publiek voor het Friesch Dagblad
houding tussen tekst en akkoorden’. oratorium It ljocht fan ’e wrâld (‘Het licht schreef, nog eens te bundelen. Zoveel
Wat Smilde het liefst doet, is aan zijn van de wereld’) en een Markuspassy.’ is duidelijk: Smilde’s werk is nog niet
klaar. Gelukkig maar! •

Reacties n.a.v. artikel ‘Is je deur nog op slot?’

‘Het bovengenoemde artikel van Peter Ouwerkerk (M&L augustus 2009, pag.
44) heb ik enigszins vluchtig gelezen. De heer Ouwerkerk vergeet m.i. dat het
liedje Is je deur nog op slot, wellicht van Elly en Rikkert (?), meer als evangelisa-
tieliedje bedoeld is. Mogen we niet juist blij zijn als het onderwerp evangelisa-
tie ook af en toe doorklinkt in de kerkdiensten?’ Gerard Wentink

‘Als ik zo’n lied mag spelen in een kerkdienst gaat bij mij de hele trukendoos
open en zorg ik ervoor dat men met veel plezier het lied kan zingen. Het is een
eenvoudige melodie die bij een kind blijft hangen – wat wil je nu nog meer!
Ik speel een aantal keren per jaar in kerkdiensten die georganiseerd worden
door de commissie Kerk en School en ik vind het een feest om dat te doen. Je
krijgt dan de meest uiteenlopende melodieën voor je neus. Het je in alle boch-
ten wringen en de leiding nemen in allerlei commissies om zo’n lied maar niet
te hoeven spelen vind ik dan ook zéér zwak!’ Matthijs van der Hout

Reacties? Mail de redactie!

Lied 447 uit de Evangelische Liedbundel,
overgenomen met toestemming van Uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer.

Het Oecumenisch CityPastoraat Nijmegen is een oecumenische gemeenschap, die al 35 jaar wekelijks
vieringen houdt in de Grote of Sint-Stevenskerk te Nijmegen. (zie ook www.ocp-nijmegen.nl)

Wegens het aanvaarden van een functie elders door de huidige cantor is een vacature ontstaan voor een

cantor m/v

voor 5 uur per week

Wij zoeken een enthousiaste kerkmusicus, opleiding conservatorium (of vergelijkbaar) met brede kennis van het kerkelijk liedrepertoire.
Van u wordt gevraagd dat u openstaat voor zowel meer traditionele als nieuwe vormen van liturgie en beschikt over goede contactuele
eigenschappen.
De salariëring zal geschieden volgens de Regeling voor de Kerkmuziek van de PKN.

Voor meer informatie over kunt u contact opnemen met mw dr. L.J. Brouwer, voorzitter van de sollicitatiecommissie, 024 – 355 13 65.
Uw schriftelijke sollicitatie met curriculum vitae kunt u binnen drie weken richten aan
mw dr. L.J. Brouwer, voorzitter van de sollicitatiecommissie,
Egelstraat 7
6531 PH Nijmegen

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 33


liedsuggesties

Pieter Endedijk

Datum en zondag Introïtus Oecumenisch leesrooster Liederen

17 februari 1. Ps 69,17 ot: Amos 5,6-15 ot: T 146, ZG 4-50
Aswoensdag 2. Ps 69:1,3,4 ap: Ps 51 ap: GvL 51-1,2,3, OKG 233, PP 121, ZJ 320
ep: 2 Kor 5,20-6,10 ep: GvL 634, OKG 813
ap: Ps 103,8-12 ap: T 39, GvL 103-II, 103-III, MB 95, VLB 102;
LB Ps 103:3,4
ev: Mat 6,1-6.16-21 ev: ZG 1-10, Tr 141,
zl: T 145 ov: T 147, ZG 1-11, 1-12, 1-14, T 84, GvL 588, 634,
MB 413

21 februari 1. Ps 91,15-16 (GL) ot: Deut 5,6-21 ot: Gz 7, 62, T 26, ZG 4-54, 7-46, DB 38, 39, 40
1e van 40 dagen 2. Ps 91,15 ap: Ps 81 ap: GvL 81
Ps 91:1-3 ep: Rom 10,8-13 ep: Gz 7, 91, 458, ZG 5-64
ev: Luc 4,1-13 ev: Gz 172, T 58, T 63, T 147, ZG 4-13, 6-70
zl: T 147 ov: T 36, T 111, T 145, ZG 1-10 t/m 1-14, 6-65,
alternatief: OKG 802, ZJ 320
ot: Ex 3,1-18 ot: Gz 51, 311, GvL 619, ZG 6-55, 7-42, OKG 563,
802, VO 93, 96, VLB 221, 473, LL 88
ap: Ps 77 ap: C 21
Hallel: Ps 113 Hallel: GvL 113, KK 1-12, DB blz 1037, OKG 264

28 februari 1. Ps 27,8-9 ot: Ex 34,27-35 ot: T 147
2e van 40 dagen (Ps 25,6.2.22) ap: Ps 27,7-14 ap: GvL 27, AK 9-7, WG 12; LB Ps 27:4-7
2. Ps 25,6.22 ep: 1 Kor 13,1-13 ep: Gz 92, T 48, T 62, T 191, T 198, GvL 576,
Ps 25:1-3 ZG 4-26, 5-65, 6-47, VLB 232, 934
ev: Luc 9,28-36 ev: Gz 99, T 147, T 148, T 149, ZG 1-16, 18, 3-10,
4-14, 6-72
zl: Gz 99 ov: ZG 6-33
(altern.) ot: Ex 4,18-31 ot: Gz 36, T 167, ZG 1-16, WL 9
ap: Ps 80,1-8 ap: GvL 80-I, 80-II, Can 103; LB Ps 80:1-3
Hallel: Ps 114 ap: KK 1-22, VLB 108, DB blz 1039

7 maart 1. Ps 25,15-16 ot: Ex 6,1-7 ot: Ps 105, T 75, ZG 8-48
3e van 40 dagen (Ez 36,23.25-26) ap: Ps 103,1-7 ap: GvL 103-1,3, KK 4, MB 95, AK 9-17;
2. Ps 25,15-16 LB Ps 103:1-2
Ps 25:7-10 ep: Rom 5,1-11 ep: Gz 266, 344, 426, 476, T 181, GvL 653,
ZG 1-51, 1-53, 8-58
ev: Luc 13,1-9 ev: Gz 19, AWN 3-15, VO 75
zl: T 150 ov: T 91
alternatief:
ot: Ex 6,2-9.28-7,7 ot: ZG 1-2, 8-48, 8-59, OKG 501, VLB 300, 306
ap: Ps 103,1-7 ap: GvL 103-I, T 39 (GvL 103-II) MB 95, VLB 102,
AK 9-16, KK 4; LB Ps 103:1,2
Hallel: Ps 115 ap: KK 1-29, VLB 110, DB blz 1041

10 maart ot: 2 Kron 1,7-13 ot: Gz 22, ZG 7-55
Biddag gewas ap: Ps 111 ap: OKG 262
ev: Luc 11,1-13 ev: Gz 48, 50, 349, ZG 2-80, VO 52, VLB 434
zl: Gz 351 ov: Gz 17, 287, 350, 489, T 47, WL 116

&34Muziek liturgie


Datum en zondag Introïtus Oec. leesrooster Liederen

14 maart 1. Jes 66,10-11 ot: 2 Kron 36,14-23 ot: T 43
4e van 40 dagen 2. Jes 66,10a.11 ap: Ps 34,1-11 ap: GvL 34, Can 424, OKG 225; LB Ps 34:1-4
ep: 2 Kor 5,14-21 ep: Gz 32, 204, 347 (zie ook T 78), 439, T 87, T 167,
Ps 122 ZG 8-88, GvL 643, OKG 813
ev: Luc 15,11-32 ev: Gz 50, AWN 2-20, ZG 4-13, 6-75, 7-73, 8-35, VO 76,
21 maart 1. Ps 43,1-2 zl: T 151 WL 49
5e van 40 dagen 2. Ps 43,1-2a alternatief:
Ps 43 ot: Ex 7,8-25 ot: Ps 105
ap: Ps 105,23-45 ap: LB Ps 105:8-18
28 maart 1. Mat 21,9 Hallel: Ps 116 ap: KK 1-41, Can 422, MB 32 (20AP 1), C 45, VWW 32,
6e van 40 dagen 2. Mat 21,9b DB blz 1044
ot: Jes 58,7-10
ap: Ps 126 ot: T 146, WL 26
ep: Fil 3,7-14 ap: T 43, GvL 126-2, Can 419, KK 2, OKG 273, 274
ev: Luc 20,9-19 ep: Gz 99, OKG 626
zl: Gz 184 ev: Gz 61, 102, AWN 4-23
alternatief:
ot: Ex 9,13-35 ot: Ps 105
ap: Ps 46 ap: Gz 401, Can 428, OKG 231, MB 505, KK 5-181,
VLB 66, C 18
Hallel: Ps 117 ap: Gz 16, KK 1-51, MB 239 (20AP 3), VLB 113, C 46,
DB blz 1047
GL:
ev: Luc 19,(28)29-40 ev: Gz 42, 60, 120, 121, T 61, T 154, ZG 1-29, 1-30, 5-45,
6-7, 7-14, 8-83, GvL 468, 525, 620, ZLe 19, ZLi 21
ap: Ps 118,1-2.19-29] ap: T 153, GvL 118-1, Can 301, KK 1, MB 11, 157;
LB Ps 118:1,7-10
ot: Jes 50,4-7 ot: Gz 181, GvL 613, OKG 626
(Jes 52,13-53,12) (Gz 105, 179, 181, ZG 1-51, 6-32, OKG 626)
ap: Ps 73,13-20 ap: LB Ps 73:5-7
ep: Fil 2,5-11 ep: T 86
ap: Ps 22,1-22 ap: GvL 22-1, 2, AK 11-11; LB Ps 22:1-8
ev: Luc 22,1-23,56 ev: Gz 178, 179, ZG 1-43
zl: LB Gz 173 ov: GvL 408, 425, ZG 3-11, 6-8, 8-12, ZLe 1
alternatief:
ot: Ex 11 ot: Ps 105
ap: Ps 135 ap: T 41 (GvL 118-III), T 153, KK 1-61, GvL 118-I, Can 301,
Hallel: Ps 118 DB blz 1048

Toelichting op de indeling van de liedsuggesties:

Eerste kolom:
datum en naam van de zondag volgens het Gemeenschappelijk Leesrooster.
Tweede kolom:
1. introïtustekst volgens het Romeinse Missaal;
2. introïtuspsalm volgens de lutherse traditie.
De introïtus-
tekst volgens het Romeinse Missaal wordt als eerste genoemd, want deze ordening toont veel overeenkomsten met het
Gemeenschappelijk Leesrooster. Het laatste kent geen eigen introïtusteksten.
Derde kolom:
Hier worden de gegevens van het Oecumenisch Leesrooster vermeld, eerst die volgens het Gemeenschappe-
lijk Leesrooster; als er een alternatief spoor wordt aangeboden, worden de gegevens daaronder vermeld.
Vierde kolom:
In deze kolom staan mogelijke liederen, gekozen met het oog op de lezingen. Dezelfde afkortingen worden
gebruikt als in de derde kolom. Achter ‘ap’ worden beurtzangen van de antwoordpsalm vermeld. Deze psalm kan ook
berijmd uit het Liedboek gezongen worden. Als een gedeelte van een psalm als antwoordpsalm is aangegeven, worden hier
de corresponderende strofen uit het Liedboek vermeld.
Dat liederen bij lezingen worden vermeld, wil niet zeggen dat deze
liederen alleen maar na of bij deze lezingen gezongen kunnen worden. Vaak is een andere plaats in de liturgie beter. • PE

Voor de afkortingen van de liedbundels: zie M&L augustus 2009, pagina 51.

Jaargang 78, nr. 5 - oktober 2009 &Muziek liturgie 35


Click to View FlipBook Version