Jaargang 43 • Nummer 3 2023 EMOTIE SEEKING Nieuwe inzichten: De clickermethode Symposium NVGH Véél kennis opdoen in twee dagen VERLATINGSANGST DeMartini: Er is hoop! Populaire adviezen onder de loep
5 Gekmakend! Onlangs vroeg een hondeneigenaar me: ‘Hoe kán het toch dat er zoveel tegenstrijdige adviezen worden gegeven in hondenland?’ Met een knipoog antwoordde ik: ‘Heb je even?’. Ook voor ons, instructeurs en gedragstherapeuten, kan het soms gekmakend zijn; helemaal als hoog aangeschreven professionals elkaar tegenspreken. Soms ook nog in onze eigen LosVast! Zelfs in één nummer kunnen grotere en kleinere beweringen haaks op elkaar staan, of die indruk wekken. Zo ook in dit nummer. Dat kan zijn doordat wetenschappelijke onderbouwing (nog) ontbreekt, maar vooral omdat we te maken hebben met mensen van vlees en bloed - zowel aan de kant van de professional als aan de kant van de ontvanger. Individuen met allemaal hun eigen ervaringen, emoties en behoeftes. En hun eigen vakgebied, waardoor zij wellicht ook met nét andere casussen te maken hebben. Een mooi voorbeeld hiervan zijn onze recente artikelen over tuig of halsband. Het artikel uit onze vorige LosVast ging zelfs behoorlijk viraal. Blijkbaar voorzag het in een behoefte. Piepkleine noot: delen mag, maar wél met toestemming en duidelijke bronvermelding. In onze colofon staat: ‘Uitspraken en opvattingen in het redactionele gedeelte komen voor rekening van de auteur of de geciteerde persoon en kunnen afwijken van de visie van O&O’. Hoewel de visie van O&O in grote lijnen duidelijk is, zullen ook individuen binnen O&O hier onderling echt wel héél iets over van mening kunnen verschillen. We zijn immers geen klonen van elkaar. Ook wij, redacteuren van LosVast, fronsen weleens lichtjes de wenkbrauwen wanneer we content doornemen. Dan zijn onze persoonlijke ervaringen nét wat anders. Tegelijkertijd ontvangen we wél dolgraag jullie mening en ervaringen uit het veld. Dus schroom vooral niet om deze met ons te delen; serieus getinte ervaringen, maar óók luchtige anekdotes – voor de broodnodige afwisseling. Een enthousiaste LosVast-lezer bekende me: ‘Sommige artikelen zijn wel heel lang, daar moet ik wel tijd voor vinden’. Yep. Ze zijn lang. Voor een gemiddeld tijdschrift zijn ze zelfs véél te lang! Maar voor een vakblad dat nuance en vooral gedegen onderbouwing belangrijk vindt niet. Zie het als voor jullie zorgvuldig geselecteerde bijscholing, in een vorm waar we best een beetje trots op zijn. En vanaf nu ook nog in een nieuw, sprankelend jasje! Hanneke Reitsma Hoofdredacteur LosVast Voorwoord
7 hét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoeders Een uitgave van O&O (hondenopvoeding.nl) INHOUD Jaargang 43 Nummer 3 2023 3 Voorwoord 6 Emoties, SEEKING 12 Personeelsbeleid, deel 2 16 Seminar NVGH, deel 1 24 Boekbespreking, Mood Matters 28 Malena DeMartini, verlatingsangst 34 Uit de praktijk, SEEKING 40 Boekbespreking, Wereld van de puppy Hét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoeders Coverfoto: Shutterstock 6 46 42 Interview, Hermine Kleve 46 Vroeger en nu: clickermethode 54 Clothier, lichaamstaal mens 62 Het vervolg: tuig of halsband 66 Mueller, Don’t eat that! 72 Seminar NVGH, deel 2 80 Verenigingsnieuws 82 Colofon LosVast is voor leden van (hondenopvoeding.nl) Wil je ook LosVast ontvangen? Wordt dan lid van O&O voor mens en hond via:
8 Foto: Marleen Verheul
9 diverse uitingen; katten doen dit bijvoorbeeld niet zo fanatiek als ratten. Omdat ze ook gevaar te vrezen hebben van andere predatoren moeten ze voorzichtiger en terughoudender te werk gaan. De oriëntatierespons, het reageren op nieuwe of belangrijke stimuli, is ook SEEKING: is er gevaar, is er prooi? Het komt aan de orde als er een beslissing genomen moet worden: hoe los ik dit op, hoe kom ik uit deze situatie? Kan ik dit veilig negeren? SEEKING zet tot op zekere hoogte een rem op angst. Als een dier voldoende hongerig is kan hij ondanks gevaar toch doorgaan met eten zoeken. Vanuit evolutionair oogpunt is het logisch dat dieren een sterke drive hebben om te blijven onderzoeken. Als een sterke verwachting niet uitkomt of het lastig is een belangrijke bron te bemachtigen, kan de hond gefrustreerd raken en is dus – ook – RAGE geactiveerd. SEEKING en voedsel zoeken Een dier op zoek naar eten is altijd in SEEKINGmodus tot hij werkelijk eet. Voedselzoekgedrag verschilt erg per diersoort. Voor grazers is misschien altijd wat eten voorradig, of misschien meer op de ene plaats of in het ene seizoen, dan het andere. Voor jagers is prooi niet altijd of overal beschikbaar en kan er sterke concurrentie zijn. Jagen vraagt heel veel van de zintuigen (ruiken, horen, zien) en ook van het lichaam (sprong, vasthouden et cetera). Daar doen onze huisdieren meestal niets mee: een hond hoeft maar te luisteren naar het openen van Altijd aan! Als je het SEEKING-gebied in het brein van dieren stimuleert gaat het dier op zoek. Hij gaat snuffelen, krabben, al zijn zintuigen gebruiken om te onderzoeken of iets interessant voor hem is. Mensen wiens SEEKING wordt gestimuleerd beschrijven een verwachtingsvol gevoel, een intense interesse, het gevoel van je ergens op verheugen. Proefdieren – ratten, daar heb je ze weer – wilden wel op een hendel drukken om voer of water te krijgen, maar als ze ermee het SEEKING-systeem in hun brein extra konden stimuleren, waren ze veel fanatieker. Ze raakten steeds meer opgewonden en gingen eindeloos door tot ze uitgeput waren. Het SEEKING-systeem staat altijd – enigszins – aan, ook bij alle andere emoties, en zelfs in je (rem) slaap. Zonder SEEKING kom je niet in beweging. Als niets je interesse heeft, hoef je niet je bed uit te komen. Evolutionair gezien heb je SEEKING nodig om eten te gaan zoeken en te exploreren in het algemeen. SEEKING stimuleert onderzoekend gedrag en het maakt het mogelijk om te leren. Zo vindt een dier veel mogelijke ‘beloningen’ (voedsel, spel, seks …), er is echter maar één onderzoeksysteem: SEEKING. Zonder SEEKING kom je niet in beweging SEEKING en gedrag Wanneer SEEKING is geactiveerd om voedsel te zoeken, zie je bij verschillende diersoorten SEEKING Deel 9: SEEKING Emoties bij honden en andere dieren Door: Regine Voort In vorige LosVasts bespraken we al delen van de uitgebreide cursus die Karolina Westlund geeft over emoties bij dieren. Ze baseert zich op de zeven kernemoties van Panksepp: CARE, GRIEF, PLAY, LUST, FEAR, PAIN EN SEEKING. Het belang van emoties als grondslag van het handelen en het welbevinden van honden wordt zo duidelijk. Karolina verschafte ons enkele referentiekaders hiervoor: de Core Affect Space en de polyvagaaltheorie. Als laatste van de zeven kernemoties komt SEEKING aan de orde: dé motor die alles in gang zet.
10 Denk maar aan kinderen op sinterklaasavond: de opwinding is het hoogst bij het uitpakken van een pakje. Als het cadeau is uitgepakt, neemt de opwinding af. Door naar het volgende pakje! SEEKING wordt extra getriggerd door iets nieuws. Varkentjes die midden in stro staan gaan het stro opnieuw onderzoeken als je een beetje nieuw stro toevoegt, of als je het herschikt. En een kind dat al héél veel autootjes heeft, is toch weer heel blij met die ene nieuwe. SEEKING en leren Als je iets leert ben je in SEEKING-modus. Dieronderzoek wijst uit: als er geen sprake is van enige emotionele opwinding vindt géén leren plaats. Maar … als er sprake is van té veel opwinding, neemt het leren af. Dit is waarom nooduitgangen altijd naar buiten openen; als mensen in paniek zijn door brand, duwen ze instinctief naar buiten. de voerverpakking of hooguit even aan een been te krabbelen om zijn eten te verwerven. Het is ook voor onze huishond belangrijk dat hij zijn natuurlijke voedselverwervingsgedrag kan uiten. Een volle voerbak doet weinig voor het SEEKING-systeem; het is wel erg karig en kortdurend. Er zijn zo veel andere manieren om te voeren: in een Kong of een voerbal, in een snuffelmat, verstopt door het huis en tijdens oefeningen of spelletjes. In de dierentuinwereld is het al langer gebruikelijk om zo het leven van de dieren te verrijken, opdat ze niet apathisch worden of stereotype gedragingen gaan vertonen uit vervelling en depressie. Een hond hoeft maar te luisteren naar het openen van de voerverpakking Verlangen en krijgen SEEKING is actief bij het verwerven van de prooi, en heel veel minder bij het consumeren ervan. De verwachting van het verwerven geeft een sterke dopaminepiek in de hersenen: dit is de appetitieve fase. Als dieren de prooi hebben, zakt de dopamine en stijgt het opioïdenniveau in de hersenen; dit is de consumptieve fase. In de praktijk wisselen deze elkaar snel af: hap, genieten, verheugen op volgende hap … Motor patterns Kijk vooral naar de individuele hond: welk onderzoekgedrag heeft hij? Dit hangt ook samen met welke aspecten van de jacht-motorpatronen van de wolf hij heeft behouden. Immers, door sterke selectie bij het fokken hebben we bepaalde elementen versterkt of afgezwakt. Dit zijn de onderdelen van het voedselverwervingsmotorpatroon. De wolf had alle onderdelen. Bij diverse types honden zijn er grote verschillen in welke onderdelen van het patroon (nog) aanwezig of zelfs versterkt zijn: de een speurt graag naar iets, de ander jaagt na, een derde apporteert graag.
14 Personeelsbeleid op je hondenschool of vereniging Deel 2: Werven en Selecteren Door: Hans Schnock In het eerste artikel over personeelsbeleid hebben we gekeken naar wat mensen drijft en motiveert om instructeur te worden en waarom ze soms weer afhaken. Ook zagen we dat personeelsbeleid op hondenscholen en verenigingen meestal nog niet erg ontwikkeld is. In dit tweede deel van de reeks wil ik graag ingaan op het werven van nieuwe instructeurs. Foto: Hanneke Reitsma Net als vroeger is het vaak nog gebruikelijk om instructeurs te werven uit de pool van cursisten die het goed doen met hun eigen hond. Dit heeft zeker een aantal voordelen; je kunt zijn persoonlijkheid al redelijk inschatten, hij heeft zich je methodieken eigen kunnen maken en voelt zich hier waarschijnlijk ook goed bij. De betreffende persoon wordt dan intern of extern opgeleid en gaat vervolgens deel uitmaken van het team. Aan de keuze van de aspirant-instructeur gaat niet altijd een uitgebreide analyse vooraf. Daar wil het achteraf toch nog wel eens misgaan. Een optimale werving en selectie gebeurt doordacht. Een veelgebruikte methodiek hiervoor is de methode van Boyce (1971) die ik hieronder nader zal toelichten. Identificeer In deze eerste stap maak je een analyse van wie je nodig hebt. Is het helder waar je hondenschool of vereniging voor staat en waar je naar toe wilt groeien? Hoeveel mensen heb je nodig om je ambitie te bereiken en belangrijker nog, wat voor type mensen moeten dat dan zijn? Welke beloningsmogelijkheden heb je en hoe sluiten die aan op het gevraagde type? Als je een beeld hebt van het type en je hebt inzichtelijk gemaakt wat je te bieden hebt, ga dan
15 Personeelsbeleid na hoe je deze mensen het beste bereikt. Ervaren instructeurs bereik je bijvoorbeeld via groepen op social media of via vakbladen, en stagiaires of beginnende instructeurs via opleidingsinstituten. Bouw aan een netwerk met deze instituten door bijvoorbeeld stageplekken aan te bieden of als ‘groene cursist’ mee te doen aan praktijklessen voor instructeurs in opleiding, zodat je ze al aan het werk kunt zien. Regelmatig bellen mij bestuursleden of eigenaren van hondenscholen met de vraag: ‘Zit er iemand in je opleiding die bij mij kan werken?’ Op de vraag wat men precies zoekt blijft het vaak bij: ‘Gediplomeerd en moet in team passen’. Behalve dat ‘in team passen’ een nogal breed container-begrip is, is het essentieel dat je een helder beeld hebt van wat maakt dat iemand in je team past. Team versus groep De termen ‘team’ en ‘groep’ worden vaak door elkaar gebruikt en toch zit er een, zeker voor onze branche, wezenlijk verschil in. Onder groep verstaan we een aantal mensen die samen gezamenlijke normen en waarden delen, waarbij persoonlijke verhoudingen belangrijk zijn. Mensen die qua persoonlijkheid en gedrag veelal op elkaar lijken. Vaak zie je in een groep vaste rituelen en standaardgrappen ontstaan. Nieuwkomers worden beoordeeld op hun persoonlijkheid en minder op hun kwaliteiten. Als nieuwkomers te veel afwijken kunnen ze als bedreigend worden gezien. Omdat het handhaven van de goede sfeer in de groep belangrijk is, is het moeilijk om elkaar aan te spreken op handelswijze en gedrag. Dit werkt beperkend en op den duur minder effectief omdat men minder openstaat voor veranderingen en voor de omgeving van de organisatie. Onder team verstaan we een aantal mensen die elkaar versterken. Eigenschappen die één teamlid mist worden aangevuld door een ander teamlid. De kwaliteit van de te leveren dienst staat voorop en is belangrijker dan koste wat kost een goede verstandhouding te handhaven. Teamleden leren elkaar aan te spreken en aan te vullen met steeds een kwaliteitsverbetering als doel. Zowel groepen als teams hebben begeleiding nodig. Zorg er in een groep voor dat mensen niet zomaar wegkijken om de lieve vrede te bewaren en geschikte mensen die ‘buiten de groep vallen’ niet al bij voorbaat afhaken. In een team is het juist belangrijk dat de persoonlijke verschillen worden gerespecteerd. Als bestuurslid of eigenaar moet je er alert op blijven dat teamleden elkaar niet de tent uit jagen omdat ze als persoon niet door een deur kunnen. Een hechte groep lijkt misschien gemakkelijker om mee te werken – gezelligheid troef. Maar daar staat tegenover dat hoe hechter de groep, hoe moeilijker het inpassen van verschillen en inzetten van veranderingen wordt. TEAMLEDEN leren elkaar aan te SPREKEN en AAN TE VULLEN Hoeveel en wanneer? Ga na, rekening houdend met je toekomstplannen en je huidige bezetting, hoeveel nieuwe mensen je nodig hebt en wanneer. Te veel nieuwe, in te werken mensen tegelijk kan onrust geven. Vaak is het beter om gedoseerd uit te breiden. Zo kan je aan elk nieuw teamlid voldoende aandacht schenken en alle stappen van de werving- en selectieprocedure zorgvuldig doorlopen. Persoonlijkheidstype In het vorige artikel hebben we de verschillende motivaties en persoonlijkheidstypes doorgenomen. Ga nu goed voor jezelf na wat je écht zoekt in je nieuwe medewerker. Ben je bijvoorbeeld zelf een Ondernemerstype met een duidelijke visie over hoe er op jouw hondenschool les wordt gegeven (namelijk volgens een door jou bepaalde methodiek), en zoek je een instructeur die zich hierin voegt, dan is het niet verstandig om iemand te werven die veel waarde hecht aan autonomie. Dat laatste zie ik vaak gebeuren, mede omdat de persoonlijkheid (iemand die op je lijkt) je zal aanspreken, maar in de praktijk is dat niet wat je nodig hebt!
18 We hopen toch ALLEMAAL op een LANG en GELUKKIG LEVEN samen
19 Maartje Horvers is medeoprichter, directeur, gedragstherapeut en gedragsbeoordelaar van de HondenCampus. Dit is een centrum voor specialisatie rondom complexe honden en bijtincidenten. Een plek waar honden die betrokken zijn geweest bij een (bijna) bijtincident worden gestabiliseerd, onderzocht en getraind. Zij wordt regelmatig gevraagd als getuige-deskundige bij (politie- en rechts-)zaken die honden betreffen. Ook adviseert zij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Per jaar worden in Nederland ongeveer 150.000 incidenten gemeld waarbij een mens is gebeten door een hond. Daarvan belandden in 2019 tussen de 1100 en 2400 gevallen bij een EHBO-post. Daarvan moeten naar schatting 200 gevallen per jaar worden opgenomen in het ziekenhuis. Over hond-hondbijtincidenten bestaan geen cijfers. Impact Er worden per jaar tussen de 60 en 90 honden in beslag genomen. Na een inbeslagname moet worden ingeschat hoe groot het risico is op herhaling van het incident. Hoe kan zowel de veiligheid voor de maatschappij als het welzijn van de hond worden gewaarborgd? Er bestaan verschillende bijtimpactschalen (onder andere van Ian Dunbar en Cara Shannon); zij variëren in heftigheid van een hap in de lucht via een beet waarbij de huid niet is doorboord (blauwe plek) tot bijtincidenten met dodelijke afloop. De impact die het bijtincident heeft gehad speelt een zeer grote rol. Zelfs als de kans op herhaling van het incident niet zo groot, maar de toegebrachte schade wel heel groot is, zal men moeten ingrijpen. Maartje laat ons meerdere zeer schokkende beelden zien. Een daarvan is gefilmd door de brievenbus; een vrouw ligt kermend hevig bloedend op de grond, terwijl twee grote honden die haar aanvielen nog in zeer hoge opwinding om haar heen lopen. Deze honden konden alleen maar via de brievenbus door de politie worden doodgeschoten. Je kunt wel beoordelen hoe het stressniveau oploopt bij de hond Risico-inventarisatie Een risico-inventarisatie moet zeer zorgvuldig worden gedaan om alle aspecten van een incident te kunnen beoordelen, zelfs tot mogelijk een reconstructie van het incident toe. Natuurlijk wordt er niet doorgegaan tot het daadwerkelijke bijten, NVGH seminar NVGH Seminar Dag 1: Diepduiken! Door: Iris Lammers De Nederlandse Vereniging van Gedragstherapeuten voor Honden (NVGH) bestaat inmiddels 25 jaar. Daarom organiseerde zij op 2 en 3 juni een zeer uitgebreid tweedaags seminar. Dit was niet alleen voor kynologisch gedragstherapeuten, maar ook voor dierenartsen en andere hondenprofessionals bijzonder de moeite waard! Af en toe ging het behoorlijk de diepte in. We starten met het verslag van dag 1; verderop in dit nummer vind je dag 2. Maartje Horvers: Herplaatsen na bijtincidenten
20 prikkelgevoeligheid scoren ook hoog op de lijst van bijtincidenten. Voor de behandeling is er de keuze uit een aantal opties: - Oplosbaar bij eigenaar middels intensieve therapie en begeleiding. - Herplaatsen: als het probleem voornamelijk is gekoppeld aan de eigenaar/context kan dit een optie zijn, maar alleen als heel duidelijk is dat je het risico niet mee verplaatst. - Euthanasie: als de veiligheid van de maatschappij niet in balans te brengen is met het welzijn van de hond vanwege de beperkingen die hem levenslang moeten worden opgelegd. Een oplossing bij de eigenaar vergt wel nogal wat van de eigenaar en zijn omgeving. Heeft de eigenaar voldoende controle, verantwoordelijkheidsgevoel richting de omgeving, voldoende kennis en kunde en kan hij voorzien in de natuurlijke behoeften van de hond? Zijn er kinderen, andere dieren of veel bezoekende mensen in de omgeving van de hond? En zo zijn er eerst nog vele vragen te beantwoorden. Er is in 2019 een uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaken en preventie van bijtincidenten door Jolanda Pluijmakers, Jonathan Bowen en Jaume Fatjo. Je kunt het googelen op: The safe dog project. Meer info over Maartje Horvers en haar werk, kun je vinden op: https://www.hondencampus.nl/ maar je kunt wel beoordelen hoe het stressniveau oploopt bij de hond. Los van de grootte en bijtkracht van de hond in kwestie, wordt de kans op herhaling groter naarmate meer van de volgende criteria optreden: - Snelle escalatie - Gebrek aan waarschuwingssignalen - Herhaaldelijk bijten zonder pauzes - Vasthouden en/of schudden en scheuren - Richten op de kwetsbare delen van het mensenlichaam - Hoge focus op het slachtoffer - Moeilijk te interrumperen - Moeilijk los te krijgen van het slachtoffer - Voorafgaand een stille focus en/of hoge opwinding Therapie Bij eventuele therapie ga je niet meteen focussen op het bijtgedrag, maar eerst op de basisbehoeften van de hond: gezondheid, welzijn, geen (chronische) stress, natuurlijke behoeften, rasgebonden behoeften. En, niet te vergeten: houderschap en omgeving. Rasgebonden eigenschappen worden genoemd als een van de belangrijkste oorzaken van heftige bijtincidenten en dan met name rassen/typen die geselecteerd zijn op territoriale eigenschappen (erf- en kuddebewakers), vechten en prooivanggedrag. Daarbinnen zijn er dan ook nog foklijnen aan te wijzen met verhoogde werkdrift en agressie in de familielijn. Rassen met veel medische afwijkingen en hoge Niki Tudge: Motiverende gespreksvoering Niki Tudge is de grondlegger en president van The Pet Professional Guild, het DogNostics Career Center en The DogSmith. Zij heeft ontelbare artikelen gepubliceerd over hondengedrag en -training. Haar lezing bevatte zoveel lastig vertaalbare terminologie, dat ik deze kort heb samengevat. Wie meer wil weten over haar onderwerp, kan even googelen op: Motivational Interviewing. Verandering is moeilijk voor mensen. Je kunt mensen niet dwingen om te veranderen, mensen moeten zelf intrinsiek gemotiveerd raken om te willen veranderen. Als mensen zich bewust worden van een discrepantie of gemis in hun leven, kunnen ze zich ervoor in gaan zetten om dat gemis op te vullen. Dit gaat uit van het principe dat mensen het beste
26 Dat honden net als wij emoties kennen is de laatste jaren niet meer omstreden. Maar dat er iets voorafgaat aan een emotie, iets dat die emotie kleurt – de stemming – daar werd nog weinig expliciete aandacht aan besteed. Karin Pienaar beschrijft hoe je de stemming van een hond kunt peilen en welke invloed dit heeft op hoe je training en therapie invult. Want stemming is van belang, oftewel: Mood Matters. In de eerste twee hoofdstukken van het boek wordt geschetst hoe het belang van emoties van dieren (eindelijk) werd onderkend in de wetenschap. Natuurlijk komt Panksepps werk hier uitgebreid aan de orde – zijn zeven kernemoties en hun effect op het gedrag van dieren. De aanpak die in dit boek beschreven wordt, MHERA, is hier in belangrijke mate op gefundeerd. Want STEMMING is van belang, oftewel: MOOD MATTER In hoofdstuk 3 wordt de MHERA-aanpak uitgebreider besproken; dit is de kern van het boek. MHERA staat voor: • Mood State Assessment: onderzoek van de stemming • Hedonic Budget Assessment: onderzoek in hoeverre aan de behoeften van het dier tegemoetgekomen wordt • Emotional assesment: welke emoties spelen er • Reinforcement Assessment: welke emoties worden er bekrachtigd door het gedrag dat het dier laat zien (bijvoorbeeld: opluchting!) Wie hierin de EMRA-aanpak herkent waarover Neville en Falconer Taylor eerder een (ook in het Nederlands vertaald) boek schreven, heeft gelijk: Pienaar werkt al sinds jaar en dag met hen samen. Met haar aanpak is ze geleidelijk meer aandacht gaan besteden aan het belang van het gemoed. Immers: als je in een plezierige ontspannen stemming bent, na bijvoorbeeld een vakantie, komt een kleine tegenslag heel anders binnen dan na een lange en stressvolle werkweek (‘ook dat nog!’). Je hond zal dit in zijn gedrag ook tonen. Het uitgangspunt van dit boek is dat als een hond zich ‘onwenselijk’ gedraagt, hij dit doet om een emotioneel probleem op te lossen. Als je iets aan zijn gedrag wilt doen, doe je dit door de onderKarin Pienaar Mood Matters Door: Regine Voort. Afbeeldingen uit het boek Slechts honderd pagina’s telt ‘Mood Matters’; een sober uitgevoerd (Engelstalig) boek, maar stampvol wetenschappelijke kennis, ontwikkeling en tientallen jaren praktijkervaring. Met de stemming van de hond als uitgangspunt bij therapie en training kiest de schrijfster een wezenlijk vernieuwende invalshoek.
27 Welke behoefte? (Hedonic budget) Als volgende stap kijkt Pienaar waar de hond behoefte aan heeft om zich zo goed mogelijk te voelen. Deels gaat het om vereiste dingen (eten, slaap) en deels om nodige dingen. Deze verschillen per hond: de een heeft veel meer behoefte dan de ander aan spelen met andere honden of werken met zijn mens. Uitgaande van de kernemoties van Panksepp, zoals SEEKING, CARE en PLAY, vul je samen met de eigenaar in in hoeverre de hond behoefte heeft aan iets, in hoeverre die behoefte al ingevuld wordt, en waar je actief naar toe wilt werken. In het boek staat een uitgewerkt voorbeeld van de behoefte aan SEEKING voor een Border Collie die nu lichten/bewegingen najaagt, waarin duidelijk wordt wat hij mist. Hiermee kun je met de eigenaar samen een plan maken om meer tegemoet te komen aan deze behoefte. Je kunt door zijn STEMMING te verbeteren ook al een HEEL EIND komen Mooi aan deze aanpak is dat je soms in dit stadium al duidelijk kunt maken dat je een gedragsprobleem niet altijd expliciet hoeft aan te pakken. Je kunt door zijn stemming te verbeteren (door het wijzigen van de omstandigheden) ook al een heel eind komen. Als gedragstherapeut of trainer voelde je dat misschien al wel aan je water, maar als je dit samen met de eigenaar bepaalt, is de kans dat deze dit ook ziet natuurlijk groter. Emotional assessment Een stemming (mood) is in feite een voortvloeisel uit de verschillende emotionele toestanden waarin een hond over een bepaalde periode verkeerd heeft. Die emoties zijn ook over de vier kwadranten van de CAS-matrix weer te geven. De positieve emoties zitten in de rechterkant, de negatieve in de linkerkant, en afhankelijk van hun intensiteit wat hoger of lager. liggende emotie te herkennen en dáár iets mee te doen. Dat voegt iets toe aan de gebruikelijke gedragstherapie. Vertrekpunt: persoonlijkheid en stemming Alles begint bij hoe de hond zich voelt, niet in een ‘probleemsituatie’ maar gewoon door de dag. In gesprek met de eigenaar bepaal je het vertrekpunt (‘hedonic set point, niet te verwarren met ‘Hedonic budget assessment). Dit kun je vergelijken met ‘persoonlijkheid’ bij mensen. Is hij optimistisch of pessimistisch? Dit wordt onder andere beïnvloed door het ras van de hond. En heeft hij misschien door eerdere ervaringen een ‘cognitive bias’, een irrationele verwachting? Een hond die een nare ervaring gehad heeft met herders kan zijn hele leven extra op zijn hoede zijn bij herders, zonder dat die daar aanleiding toe hoeven te geven. Los hiervan kan zijn stemming ook worden beïnvloed door recente ervaringen: een hond die een blessure heeft en al een maand niet mag zwemmen of spelen kan zich somberder voelen dan gewoonlijk. Pienaar maakt dit visueel in een Core Affect Space matrix (CAS), waarin je de intensiteit van de emoties zichtbaar maakt op de Y-as (opwinding van laag naar hoog) en het plezier (‘valence’) van links (onplezierig) naar rechts (plezierig): Zulke plaatjes maken ook voor eigenaren inzichtelijk waar een hond zich emotioneel bevindt, voorafgaand aan dat je met hem gaat werken. Boekbespreking
31 Verlatingsangst Webinar Malena DeMartini Veel hoop voor honden met verlatingsangst Door: Anita Kiers Malena DeMartini werkt al met verlatingsgerelateerde gedragsproblemen sinds zij 22 jaar geleden begon als hondenprofessional. Daarnaast is zij ervaringsdeskundige. Die ervaring maakt dat ze écht begrijpt en invoelt wat het is om te leven met een hond met verlatingsangst. Ik kan met haar meepraten: het is een ramp! Maar er is heel veel meer hoop en kennis dan in de tijd dat mijn hond in paniek alles liet lopen en moord en brand schreeuwde als ze ook maar even alleen was. Graag delen we in dit artikel een aantal feiten met je die jij weer hoopvol kunt overbrengen naar jouw cursisten. Malena DeMartini was al zo’n tien jaar professioneel bezig toen zij de 9 weken oude Tini DeMartini in huis haalde. ‘Het was onmiddellijk duidelijk dat ze aan me vastgeklampt zat en dat ik zelfs niet uit haar zicht kon verdwijnen, ongeacht of mijn man thuis was of niet. Gelukkig heb ik een aantal geweldige collega’s en ik heb bijna iedereen gevraagd: “Wat moet ik doen?” Ze lachten en zeiden: “Wacht eens even, ben jij niet de specialist in deze kwestie?”. Het is fascinerend wat ik heb geleerd door met Tini te werken. Voor hondeneigenaren zijn de beslissingen die je van dag tot dag neemt veel moeilijker dan wanneer je de hondenprofessional bent in het scenario. Professionals kunnen emotioneel een stapje terugzetten en gewoon kijken naar de lichaamstaal en de feiten om de meest efficiënte en effectieve criteria en keuzes te maken voor die hond en zijn verzorger.’ Kennelijk vond het universum dat zij niet genoeg ervaring had opgedaan met Tini. Ze adopteerde Mabel tijdens de pandemie die ook ‘een beetje last heeft van separatiegerelateerde gedragsproblemen’. Nog meer ervaring die Malena met ons kan delen, zoals tijdens dit webinar van het Pet’s Professional Guild. Serieuze welzijnsproblemen Verlatingsangst is in de afgelopen vier decennia het meest besproken en onderzochte topic in hondenland. Het is een fobie! Een fobie is per definitie extreem irrationeel voor degenen die er géén last van hebben. Maar helaas wel heel echt voor de persoon of hond met de fobie. Verlatingsangst uit zich onder andere in slopen, zelf-toegebracht trauma, vocalisaties en vervuiling van het huis – dé typische indicatoren, ook al zijn er heel veel honden die zich heel uniek presenteren met dit probleem. Heel veel honden kampen dus met serieuze welzijnsproblemen! Honden met verlatingsangst vormen een aanzienlijk deel van de caseload bij gedragspraktijken, variërend van 5% tot 40% alleen al in Noord-Amerika. Maar nog belangrijker: 22% tot 55% van de ‘algemene hondenpopulatie’ vertoont een aantal tekenen van verlatingsangst. Heel veel honden kampen dus met serieuze welzijnsproblemen! Als de hond niet plast en poept, als er geen of minimaal sloopgedrag is en als niemand de hond hoort vocaliseren, wordt verlatingsangst vaak niet eens opgemerkt! De realiteit is dus dat die 22% tot 55% een onderschatting kan zijn. Categorisatie Het fenomeen ‘categorisatie’ is voor Malena een belangrijk stukje in de complexe puzzel die verlatingsangst heet. Wij mensen, als soort, houden ervan om dingen te categoriseren, te labelen. A, B of C. Maar bij verlatingsangst schijnt dat niet echt helpend te zijn. Vaak bellen mensen Malena en zeggen ze: ‘Mijn hond heeft de meest ernstige
32 gen leidt. Malena sprak ooit op een conferentie en vroeg aan haar publiek: ‘Hoeveel van jullie zijn bereid om te werken met de gemakkelijkere gevallen van verlatingsangst?’ Een groot deel van het publiek stak de hand op. Toen ze vroeg ‘hoeveel van jullie zijn bereid om te werken met de echt ernstige gevallen?’, verdween de zee van opgestoken handen. Maar het uiterlijk van de ernst is niet gekoppeld aan de moeilijkheid of de duur van de therapie. Elke hond die angst ervaart als hij alleen gelaten wordt, vraagt zijn eigen aanpak. Daniel Mills concludeert in zijn onderzoek bovendien dat het nooit te laat is en dat een ‘geval’ nooit te slecht is om behandeling te overwegen, omdat deze factoren de prognose niet lijken te beïnvloeden. Hoera! Maanden, weken, jaren Niet zinvol dus, dat categoriseren, maar kan het ook schaden? Malena denkt dat er drie gevallen zijn die problemen kunnen veroorzaken. Als je tegen een cliënt zegt dat de verlatingsangst van zijn hond wel heel ernstig is, zou hij kunnen denken dat hij het probleem wellicht niet zou kunnen overwinnen met zijn hond, dat het te moeilijk is. Aan de andere kant, als je zegt dat het zo erg nog niet is, wek je wellicht de valse verwachting dat de therapie makkelijk en snel zal verlopen. Ook richting dierenartsen kan het risicovol zijn als je een classificatie koppelt aan een honds verlatingsangst. Als je zegt dat ‘hier sprake is van ernstige verlatingsangst’, kan dat de beslissing van de dierenarts beïnvloeden. Hetzelfde geldt als je zegt dat het om een vrij mild geval lijkt te gaan. Malena: ‘Het is absoluut in ons belang om alleen waarneembare, meetbare gedragsnotities te delen met een dierenarts, zodat deze de optimale keuze kan maken voor het protocol van die individuele hond rond medicatie en andere medische interventies’. Als laatste zegt Malena dat categoriseren ons kan schaden als we tijdlijnen proberen te voorspellen. Honden die er enorm slecht aan toe lijken te zijn, kunnen in korte tijd gigantisch veel vooruitgang boeken. En honden bij wie de problematiek relatief mild lijkt, kunnen juist veel tijd nodig hebben. Als mensen om een tijdsindicatie vragen, is Maleverlatingsangst die iemand ooit heeft gezien.’ Dat zal absoluut zo worden gezien en gevoeld, maar Malena ziet gevaren in onze drang om te ‘categoriseren’. Nood is nood Stel je drie verschillende individuen voor die bang zijn voor spinnen. De eerste is Alice. Als zij een spin ziet, gilt ze de longen uit haar lijf. Maar wanneer Betty een spin ziet, grijpt ze alle voorwerpen waar ze maar bij kan en gooit die naar de spin. Tot slot hebben we Carol; als ze een spin ziet begint ze stilletjes te huilen en sluit ze zichzelf op in een andere kamer tot iemand haar komt redden. Wie van deze drie personen is het meest bang voor spinnen: A, B of C? Wie ervaart het hoogste niveau van angst of terreur? Misschien A. Of toch B. Nee, C! Helaas, we hebben geen manier om de interne angst te meten of de gevoelens die zich voordoen in elk van deze individuen te vergelijken. Nood is nood. Er is geen concurrentie als het gaat om fobieën en de angst die daarmee gepaard gaat. We hebben geen manier om de interne angst te meten Terug naar honden. De eerste is Ace, een vocalist. Hij jankt en jankt consequent tijdens elke duur van een afwezigheid. Buddy pakt het anders aan; hij is een sloper. Buddy vernielt de deurpost en maakt er een behoorlijke puinhoop van als hij alleen is. Tot slot hebben we Charlie. Charlie plast en poept in huis als hij alleen is en omdat verlatingsangst vaak gepaard gaat met ijsberen, doet hij dat door het hele huis. Kunnen we zeggen dat een van deze drie meer in paniek, angstig of doodsbang is dan een van de andere? Nee! Het is echt belangrijk om te begrijpen dat de uiterlijke verschijningsvorm van verlatingsangst niet noodzakelijkerwijs een indicatie is van de ernst van de angst. Nood is nood! Ernstige gevallen In de praktijk is bovendien gebleken dat de mate waarin verlatingsangst ernstig lijkt, geen invloed hoeft te hebben op het tempo waarin het verlatingsangstprotocol (de therapie) tot verbeterin-
37 in de praktijk SEEKING in de praktijk Populaire adviezen Door: Hanneke Reitsma Het SEEKING-systeem. In dit nummer wordt volop beschreven hoe dit werkt. SEEKING is wat de hond drijft, én waar veel eigenaren mee worstelen: de hond wil bijvoorbeeld harder lopen dan zij, dús hij trekt aan de lijn. Wat te doen? Andere populaire adviezen die voor verwarring kunnen zorgen: laat ‘m snuffelen, de route bepalen. En, je mag vooral niet meer ballen gooien! Ook de hond zonder extreme werkkwaliteiten wordt dagelijks vaak belet bij zijn onderzoekende gedrag. Bij zo’n beetje alles wat hij wil doen: deuren, schuttingen en de lijn waaraan we hem uitlaten. En dan vinden wij hier ook nog iets van; op tafel springen om kruimeldief te spelen, prullenbakken openen en gewoon even een kuil graven om lekkerder te liggen – in de bank. Werkt prima Het valt voor ons allemaal onder ongewenst of fout gedrag. Ik merk dat vooral veel eigenaren die enorm gedisciplineerd zijn en het écht perfect willen doen, vaak op het randje van overspannen zijn bij hun jonge hond. Mede door ál die tegenstrijdige adviezen van hondenprofessionals, ouders en buurmannen: ‘Bij mijn hond werkte het prima; ik ben een keer ontzettend boos geworden, heb ‘m in zijn nekvel gepakt en daarna heeft hij nooit meer van tafel gegeten!’, aldus de buurman. Bij Cesar Millan en zijn volgers lijkt ook altijd alles goed te werken, vooral die wonderlijntjes hoog in de nek - het slikken-of-stikkenprincipe. Heb je een niet al te hoog gemotiveerde hond, wellicht met een wat passievere copingstrategie, dan ‘werken’ veel methodes, zowel die op beloning gebaseerd als de correctieve vaak goed. Heb je echter een Red Bulltypetje, mét vleugels, ga er dan maar aanstaan! Zo’n hond kan zijn mensen aardig tot wanhoop drijven. Zijn eigenaren hebben vaak ‘alles’ al geprobeerd, vaak heel diverse methodes, en zien het soms niet meer zitten. Al vóór de geboorte wordt het SEEKING-systeem actief. Direct na de geboorte gaat een vitale pup op zoek naar warmte en de tepel - meestal één en dezelfde bron. Niet zoveel later begint hij met zijn neus en bekkie ook zijn nestgenootjes te verkennen. Allemaal SEEKING. Ken je deze uitspraak nog: ‘Kijken doe je met je oogjes!’? Nou de pup bekijkt álles met neus en bek. Als ik met jonge pups op straat loop, probeer ik me te verplaatsen in hun wereld; al die geuren, beelden en geluiden waarmee ze worden gebombardeerd. Voortdurend is dat koppie bezig met: is dit leuk, eng of eetbaar? Ha, een takje - leuk voor thuis!; een peuk – bah; een brommer - eng! Hij valt al onderzoekend van de ene emotie in de andere. Onderwijl is zijn nieuwbakken eigenaar druk in de weer met dingen uit de bek wurmen en vraagt zich af of zijn jonge onderzoeker óóit gaat gehoorzamen. Ook het SEEKING-systeem van de eigenaren maakt vaak overuren Ook dat lopen aan de lijn: het is hollen of stilstaan. En je mag niet rukken, moet de lijn slap houden, terwijl anderen je op het hart drukken dat je wél direct streng moet zijn. Ook het SEEKING-systeem van de eigenaren maakt vaak overuren. Beletten Werkhonden, de types met een extra drive, zijn extra gepassioneerde SEEKERS. Die ‘dope’ hè, dat doet het ‘m. Worden ze geremd of belet, kan er juist bij dat soort types snel frustratie ontstaan.
38 stopt en dan pas weer door. Weer anderen gaan uiteindelijk toch over tot die slip hoog in de nek of het antitrektuig. Of blijven rukken vanuit eigen frustratie of op advies van de buurman – bij wie dat natuurlijk wél fantastisch werkt bij zijn hond. (Over welzijn hebben we het dan even niet.) Het is sowieso fijn als je op cruciale momenten aandacht kan krijgen, vóórdat de emoties te hoog oplopen. Wanneer jij de hond van iets voorziet wat hij leuk vindt en wat kan opwegen tegen enerverende prikkels in de omgeving - bijvoorbeeld een speeltje of voertjes -, dan heeft hij meer aandacht. Maar ook zonder die hulpmiddelen kunnen vooral de samenwerkende types, eenmaal volwassen, prima meelopen door goed stemgebruik en lichaamstaal van hun geleider. Trekken aan de lijn is over het algemeen bij de minder hoog gemotiveerde, passievere types sneller ‘af te leren’. Bij het Red Bulltype echter zal het advies ‘steeds stilstaan als hij trekt’ vooral frustratie opwekken – bij hond én zijn mens. Al helemaal bij het aangelijnde stukje vanaf de auto naar het bos of het strand. Zo’n type heeft een doel: hij wil dáár heen! En het liefst zo snel mogelijk. Iedere keer opnieuw. Pas als de jaren gaan tellen gaat de vaart eruit. Binnen het gezin ligt men vaak ook niet op één lijn. Super generaliserend: de man houdt niet zo van een softe aanpak (bij hem is RAGE dan actief, wellicht mede vanuit CARE - voor zijn gezin), maar de vrouw wil het met voertjes wel proberen. En de pubers in het gezin … die zijn al druk genoeg binnen hun eigen bubbel. Heb je echter een Red Bulltypetje, mét vleugels ... Laten we eens wat huidige adviezen, gerelateerd aan de onderzoeksdrang van de hond, bij langs gaan: Hij mag niet trekken. Dan moet je … Natuurlijk trekken veel honden aan de lijn, dat ding is immers nooit lang genoeg. Ik vind het dan ook logisch dat mensen vaak voor een rollijn kiezen (of zoals ik laatst iemand hoorde zeggen: slurplijn), maar we weten allemaal dat dit niet altijd en overal handig is. Dus ja, die eeuwig trekkende hond. Duizend-enéén verschillende adviezen worden gegeven: volgens sommige loop je ‘simpelweg’ onvoldoende in contact met je hond. Volgens anderen moet je stelselmatig gaan stilstaan, wachten tot ie En dan gaan stilstaan, tot ie niet meer trekt ...
42 Een puppymens was Alexandra nooit echt; het gezin Horowitz bestond naar grote tevredenheid uit drie mensen, twee (wat ouder geadopteerde) volwassen honden en een kat. Maar op een onbewaakt moment plantte zich een zaadje in Alexandra’s hoofd. In navolging van ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget die als ouder én wetenschapper zijn eigen kinderen observeerde, vroeg Alexandra zich af of ook zij niet een wetenschappelijke bijdrage zou kunnen leveren aan de ontwikkelingspsychologie van honden met als extraatje: een pup in haar leven. Vanaf dat moment waren de hormonen niet meer te stoppen. Het verhaal begint op het moment dat een jonge hond, Maize, bij een asiel wordt afgeleverd nadat haar eigenaren erachter kwamen dat zij jongen zou krijgen. Daar kwamen zij kennelijk nogal laat achter, omdat de hond al ‘over tijd’ was toen ze aankwam bij haar gastouder Amy. De dag na aankomst worden er maar liefst 11 pups geboren. Uitgebreid beschrijft Horowitz de bevalling. Ongelooflijk wat voor een natuurtalenten honden zijn in het liefdevol ter wereld brengen van hun pups en precies doen wat nodig is! Interessante feitjes passeren de revue zoals: het kneed- en zuigritme van de pups bij de tepels van hun moeder activeert haar beloningscentrum, net zoals cocaïne kan doen. Wetenschappers ontdekten bij laboratoriumratten dat zij liever bij hun jongen bleven dan dat ze een hendeltje indrukten om cocaïne te krijgen. Ook bij honden geldt: kennelijk zijn pups zélf de beloning. ONGELOOFLIJK wat voor een NATUURTALENTEN honden zijn Deel 1 Ieder volgend hoofdstuk van deel 1 beschrijft de ontwikkeling van de pups in het nest per week. Wat gebeurt er in de hersenen en het zenuwstelsel? Hoe ontwikkelt de zintuigelijke waarneming van de pup zich, en zijn motoriek en vocalisaties? Wanneer experimenteert hij met welk sociaal gedrag en hoe vormen zijn sociale relaties zich? Alsof dat nog niet interessant genoeg is: je kunt parallel meeleven met de ontwikkeling van een nest met pups van dezelfde leeftijd dat is voorbestemd om werkhond te worden, bijvoorbeeld als speurhond naar menselijke resten of om kanker te signaleren bij mensen. Wekelijks heeft Horowitz videocontact (ze schrijft het boek in coronatijd) Alexandra Horowitz De wereld van de puppy Door: Anita Kiers Het is alweer twintig jaar geleden dat Alexandra Horowitz’ bestseller De wereld van de hond verscheen. Onlangs was daar dan eindelijk de opvolger: De wereld van de puppy. Een verslag van de sociale en cognitieve mijlpalen in het leven van de pup. Hoewel ik elke keer weer struikel over ‘de puppy’, (moet dat niet zijn: ‘het’ of ‘een’?), hervind ik mijn balans gelukkig weer bij de geweldige inhoud van dit unieke boek in haar soort.
44
45 Interview Hermine Kleve van hobbyist naar professional en weer terug naar liefhebber Door: Anita Kiers In 1979 startte Hermine Kleve met lesgeven en in de jaren daarna werkte ze als professional in hondenland. Maar nu is ze weer terug naar alleen liefhebber van honden. Velen van jullie zullen haar kennen van DogVision, waarvan Hermine in 1995 medeoprichter was en waaraan zij leiding heeft gegeven totdat zij haar bedrijf in 2019 verkocht. Ook heeft ze vele voetstappen binnen O&O afgelegd. Welke veranderingen heeft ze de revue zien passeren? Van welke ‘waarheden’ heeft ze in de loop van haar carrière afscheid genomen en wat heeft ze gaandeweg verworven maar ook verloren? We blikken terug op héél veel hondenervaring! Van huis uit was Hermine een paardenmeisje. ‘Mijn moeder vertelde mij dat ik in de box stond te joelen en de planten van de vensterbank trok als de melkboer met zijn paard en wagen in aantocht was. Ja, lang geleden. Ik vond honden ook leuk, maar mijn ouders wilden geen dieren in huis hebben. Ik kan mij nog levendig voor de geest halen hoe blij ik was toen ik als vijfjarig meisje het Poedeltje van de beheerder van het treinstation even mocht vasthouden.’ Instructeurs zonder kennis van zaken Pas toen ze ging studeren en met Jan woonde, kwam de eerste hond: een Duitse Herderreu die absoluut zijn mannetje stond. ‘Dat was echt mijn man Jans hond. Zonder ook maar enige kennis van zaken hadden we hem aangeschaft. De reu was heel gehoorzaam; hij kon prima loslopen maar hij trok wel erg aan de lijn. In het Stadspark in Groningen werden G&G-lessen gegeven die Jan ging volgen. Als deze hond niet zo had getrokken, was ik nooit in de kynologie terechtgekomen. Bij die training was een slipketting nog verplichte kost. Eerlijk is eerlijk: dat hielp fantastisch tegen het trekken. Een jaar na de intrede van de reu kreeg ik mijn eigen hond, een Duitse Herderteef. Ik trainde met de verplichte slipketting, maar had in mijn andere hand een balletje. Daarvoor werd ik in die tijd voor gek versleten. Asta was supergehoorzaam en ik mocht direct na het volgen van de beginnerscursus instructie gaan geven. In die tijd bestond er nog geen instructeursopleiding en er waren weinig boeken beschikbaar over opvoeding of training van honden.’ Daarvoor werd IK in die tijd VOOR GEK versleten O&O voortrekkersrol Langzaam maar zeker kwam er een bredere informatiestroom op gang. Hermine: ‘O&O heeft hierin een grote voortrekkersrol vervuld. Ik zoog die kennis op als een spons. Ik had al gemerkt dat niet elk ras op dezelfde manier getraind kon worden als een herder. En eigenlijk ook al dat elke hond een eigen benadering vraagt. Mijn eerste honden, beide herders, verschilden als dag en nacht in karakter. Alleen ontbrak het mij nog aan de tools om hierop goed in te spelen. Ik volgde de instructiecursus van Jo Lubbers, vervolgens de basisinstructiecursus en de puppyinstructiecursus. Toen ik hoorde van O&O’s cursus gedragsbegeleiding bij honden wist ik: dit MOET ik gaan doen! Tijdens het lesgeven in gedrag en gehoorzaamheid was het me allang duidelijk dat een
46 die de hond leuk vindt. Het schaadt het welzijn van de hond als je hem in een richting wilt duwen die niet bij hem past. Regelmatig zie ik nog dat mensen een hond aanschaffen voor een bepaald trainingsdoel of vanwege zijn uiterlijk en dan teleurgesteld in hun hond zijn als het anders uitpakt dan verwacht. Zien ze dan de kwaliteiten die de hond wél heeft nog wel voldoende, bijvoorbeeld dat hij een fantastische huishond is? We stellen soms wel erg hoge eisen aan onze honden. Ze moeten onderdeel van het gezin uitmaken en alle drukte die daarbij kan horen zoals allemaal onbekende kinderen over de vloer maar gewoon tolereren. Of heel lang alleen zijn als de eigenaar aan het werk is. Niet iedere hond kan dit. Het is fijn dat de hond ons maatje is geworden, maar of zijn welzijn altijd voorop staat, vraag ik mij soms echt af.’ Precies op dat PUNT ben ik bezig geweest als PROFESSIONAL Verloren Dat komt ook naar voren als we het hebben over wat Hermine gaandeweg is verloren tijdens haar hondencarrière. Zonder twijfel antwoordt ze: ‘Mijn onbevangenheid en hoop. Als je nog niet zoveel weet, ga je gemakkelijk en spontaan met honden om. Maar hoe meer je weet, hoe meer risico’s en gevaren je gaat zien. Echt een vorm van beroepsdeformatie, die je bij jezelf een beetje moet kanaliseren.’ ‘De enorme populariteit van hoogrisicohonden helpt daarbij niet mee. Er zitten fantastische exemplaren tussen, maar van een afstandje kan ik niet zien hoe het dier van binnen geprogrammeerd is en hoe hij zich gedraagt naar andere honden. En kan ik niet inschatten of mijn honden een risico lopen. Dat haalt regelmatig de glans van mijn wandelingen af.’ groot deel van het (probleem)gedrag van honden niet op het lesveld kon worden bijgestuurd. Wat begon als hobby, mondde uit in mijn beroep!’ De enorme kennistoename in de kynologie vindt Hermine wel de grootste verworvenheid van de afgelopen decennia. ‘Het is geweldig om te zien hoeveel we ondertussen te weten zijn gekomen over gedrag, leerprocessen, emoties en zoveel meer. Het aantal boeken over training en gedrag is enorm toegenomen en het internet staat inmiddels bol met kennis. Er is tegenwoordig haast een overkill aan informatie, waardoor het ook niet altijd makkelijk is om je weg te vinden wat je met het gedrag van je hond aan moet. Precies op dat punt ben ik bezig geweest als professional. Hoe beoordeel je als hondeneigenaar op welke manier je jouw hond gaat opvoeden en trainen? Wat past goed bij de hond en wat past goed bij de eigenaar? Dat heb ik geprobeerd om mijn cursisten te leren.’ Hermine heeft op veel manieren zelf kennis verworven en op veel manieren die kennis overgedragen. Zij hoopt dan ook dat ze wat ‘steentjes heeft verlegd’ voor vooral de honden van haar cursisten. Gewoon lekker geurtjes opsnuiven Ook is er door de jaren een grote verschuiving in de omgang met honden te zien. Na de slipketting en competitief trainen voor diploma’s en wedstrijden, is er gelukkig ook ruimte gekomen om voor je plezier met je hond te trainen. ‘Ik hoop alleen dat die “funbenadering” niet doorschiet. Je hond goed opvoeden blijft noodzakelijk voor een goed functioneren in onze maatschappij. En ik hoop ook dat honden, naast de kunstjes die ze aanleren, nog gewoon lekker geurtjes mogen opsnuiven tijdens de wandeling of andere dingen doen
49 Vroeger en nu In 1984 verscheen Don’t shoot the dog. The new art of teaching and training van Karen Pryor. Haar methode van trainen met de clicker waaide in de jaren negentig van de vorige eeuw over naar Nederland. Daar werd deze omarmd door Martin Gaus die radicaal zijn training met behulp van een slipketting in de ban deed en met evenveel enthousiasme en fanatisme de clickermethode in de markt zette als ‘de beste en bovendien positieve manier om honden te trainen’. Nu, dertig jaar later, worden op hondenscholen en tijdens cursussen nog steeds tal van honden met de clicker getraind, al is er een waaier aan variaties ontstaan in de manier waarop. Vroeger: het behaviorisme Karen Pryor Karen Pryor (geboren 1932) slaagde er op ruim vijftigjarige leeftijd in om de praktijkkennis die ze als dolfijnentrainer in de jaren zestig had opgedaan te verbreiden onder een groot publiek: dat van hondenbezitters. Daarbij greep ze, zoals ze zelf toegaf, terug op de kennis van het echtpaar Keller en Marian Breland, die in de jaren veertig een bedrijf begonnen waren, Animal Behavior Enterprises, waar honderden dieren van allerlei soorten getraind werden voor uiteenlopende commerciële doelen. Ook dolfijnen. Pryors methode was dan ook veel minder ‘nieuw’ dan het leek. De Brelands waren begin jaren veertig enkele jaren student van de fameuze Burrhus Frederic Skinner die als theoreticus, onderzoeker en – van 1948-1973 – als hoogleraar psychologie op de prestigieuze Harvard University een enorm stempel heeft gedrukt op het onderzoek naar operante conditionering bij dieren. Pryors clickertraining is dan ook volledig geënt op zijn behavioristische visie op diergedrag. Het ging volgens hen om een aangeleerde reactie op externe prikkels Geen denkproces Het behaviorisme was een van de belangrijkste stromingen in de cognitieve (dier) psychologie, die zich vanaf het begin van de twintigste eeuw ontwikkeld had in een reactie op de door veel (huis)dierenbezitters en ook wetenschappers gekoesterde gedachte dat ‘hogere dieren’, zoals katten, honden en paarden, een met mensen vergelijkbare aangeboren intelligentie hadden. Volgens de behavioristen echter was al dit ‘zogenaamd intelligente gedrag’, zoals deuren openmaken, de weg terugvinden of voor de deur gaan zitten blaffen/miauwen om te worden binnengelaten, niet het gevolg van een intrinsiek denkproces. Het ging volgens hen om een, meestal door toeval, aangeleerde reactie op externe prikkels waardoor de dieren waren Vroeger en nu, deel 2 De clickermethode Door: Elian Hattinga van ’t Sant De clicker, wie kent ‘m niet? De huidige generatie hondentrainers is er vaak groot mee geworden. In deze aflevering gaat Elian in op de wetenschappelijke achtergrond van de clickermethode. Op welke gedachten over gedrag van honden is deze gegrond? En, heeft ‘de clickermethode’ haar beloften waargemaakt?
57 Lichaamstaal Webinar Suzanne Clothier Deel 1: Aan het andere einde van de lijn Door: Iris Lammers Voor sociale dieren is het uiterst belangrijk om te weten hoe de ander in zijn vel zit. Door velen wordt nog onderschat hoe geweldig goed onze hond ons bestudeert en hoeveel hij zich bewust is van onze gemoedstoestand. Hoe meer je je ervan bewust bent wat je uitstraalt, hoe beter je relatie met je hond wordt. Suzanne Clothier verzorgt online trainingen en webinars, via Relationship Centered Training, om deze relatie te helpen versterken. soon zit daar als een zoutzak. Je vraagt een paar keer of er wat aan de hand is en de persoon zegt dat ze zich prima voelt, het uitermate naar haar zin heeft, maar zit bijna te snikken terwijl ze dat zegt. Er komt dan een punt waarop je voorstelt naar huis te gaan; zij heeft het niet naar haar zin en jij dus ook niet. Met je lichaamstaal kun je je hond helpen of hinderen Dit doen we voortdurend met onze honden! We gaan ergens heen waar wij ons niet goed of niet veilig voelen en vertellen onze hond: niks aan de hand, maak je geen zorgen, ik heb kaas voor je. We vinden dat onze honden er maar aan moeten wennen dat ze in situaties worden gebracht waar ze zich niet prettig voelen. Hoe zien honden aan ons dat we gespannen zijn en waardoor gaan zij zich dan dus (ook) bezorgd voelen? Zeker een toch al nerveuze en sensitieve hond, kan dan compleet in paniek raken. Als wij ons ergens echt op concentreren of focussen, bijvoorbeeld om te zien of de hond iets goed doet, maken we vaak ongewild een strak, boos, fronsend gezicht met strakke kaaklijn/lippen. Onze ogen knipperen in een andere frequentie, we staren/focussen, we richten ons naar voren met ons lichaam, onze handen strak gespannen en onze ademhaling stokt. Wanneer jij een hond met die houding ziet focussen, loop je niet vrolijk op hem af! Hoe vaak hoor je niet: ‘Hij doet het tijdens de trainingen prima, maar op de wedstrijd bakt hij er niks van’. Als jij gespannen bent, kan je hond bezorgd raken en het spannend vinden om in je nabijheid te zijn. Naast de geur van je emotie – wij schijnen ruim 80 verschillende geurbeelden te produceren waar de hond onze gemoedstoestand aan kan ruiken –, vertelt ook onze lichaamshouding veel meer dan wij ons bewust zijn. Overigens communiceren wij zelf als mensen onderling ook veel meer met onze lichaamstaal (én geur) dan we ons realiseren – dat verklaart waarom je vaak iemand op het eerste gezicht wel of niet mag. Storingen Wij, instructeurs, zijn opgeleid om iedere nuance van de hondenlichaamstaal te leren kennen, maar we weten allemaal dat we uiteindelijk meer de mensen trainen dan de honden. Je kunt vaak aan de hond wel zien hoe de geleider in zijn vel zit. Wat zou het mooi zijn als we onze cursisten ook kunnen leren hoe ze hun eigen lichaamstaal effectiever kunnen inzetten om hun hond te helpen. Honden zijn als sociale dieren meesters in communicatie met lichaamstaal. Ze verwachten dat wij, als hun sociale partners, daar ook bewust mee bezig zijn; daardoor ontstaan veel storingen op de lijn van onze communicatie. Want met je lichaamstaal kun je je hond helpen of hinderen. Stel je voor, je gaat samen met iemand iets leuks doen. Jij bent er helemaal op voorbereid, hebt je erop verheugd en geniet ervan en de andere per-
58 bijvoorbeeld lezen, computeren of staren naar je mobieltje. Rondom het punt waar je op focust is het beeld niet scherp. Hoe scherper je focust, hoe minder je er omheen ziet (peripheral vision). Je gaat een beetje knijpen met je ogen, fronsen, je gezicht ziet er gespannen uit, je leunt een beetje naar voren en je ademhaling verandert. Om te herkennen hoe deze complete focus er bij je hond uitziet, wacht je tot hij helemaal relaxed is en dan kreukel je met een plastic zakje. Dan zie je goed hoe zijn gezicht verandert. Als je je ogen zacht maakt, heb je een veel breder zichtveld – zij het minder gedetailleerd. De gemiddelde hond heeft nog een 30% breder zichtveld dan de mens en hij ziet jou dus ook als je hem niet ziet. Kijk eens of dat wat doet met je hond op een wedstrijd? Hoofdhouding Wij houden ons hoofd in verschillende posities waarmee we de betekenis van onze woorden kunnen veranderen. Kijk maar eens goed naar met name reclames op TV. Als het hoofd naar beneden en naar voren wijst, worden de woorden benadrukt of zelfs wat dreigend afhankelijk van wat men doet. In deze hoofdhouding fluisteren, kan intimiteit uitdrukken. Het hoofd wat schuin opzij wil zeggen dat je de ander minder serieus neemt of ontspannener bent. Oefen eens met verschillende overdreven hoofdhoudingen of juist een stijve nek. In de communicatie met je hond kun je beter het hoofd een fractie schuin houden. Kijk eens of dat wat doet met je hond op een wedstrijd? Bij de oefening hierkomen houden we ons lichaam vaak helemaal strak; een hond moet dus eerst leren dat dat niet betekent dat er wat voor hem zwaait ... Vergelijk dat eens met wat je doet op een puppyles: je beweegt helemaal, gaat door je hurken en roept je pup met een vrolijke stem en uitnodigende losse vrolijke gebaren. Ogen Met je ogen kun je de hond zoveel vertellen. We leerden vroeger allemaal dat je een hond nooit recht moet aankijken, maar het maakt natuurlijk veel uit of je een hond met een harde of zachte blik aankijkt, de hond kan dat heel goed onderscheiden. Zelfs puppy’s kunnen je al heel goed en graag in je ogen kijken, zonder dat ze dat bewust is aangeleerd. Op het moment dat je blik verstrakt en stopt met knipperen weet de hond heel goed wat je bedoelt – honden doen dit onderling uiterst subtiel. Je kunt dit gebruiken bij de oefening spelen en los. Je blik hoeft maar een fractie te verstrakken tijdens het spel en veel pups zullen het speeltje loslaten. Wees je er dus van bewust dat de blik in je ogen de boodschap bevat die je wilt overbrengen naar je hond. Als je werkt met angstige honden, die je niet aan kan kijken, kijk gewoon naar zijn borst en zijn tenen. Je kunt dan vrij goed zien wat hij doet. Bedenk eens hoeveel uren van een normale dag je bezig bent met focussen van je ogen, Afbeelding: Clothier Afbeelding: Clothier
59 Lichaamstaal hond het commando ‘naast’ gegeven. Ze ging keurig zitten waar ze normaal ging zitten als ik met mijn gezicht naar haar toe had gestaan, maar dat was dus aan mijn rechterkant met haar neus in de richting van mijn bips. De instructeurs die daar destijds bij stonden refereren daar soms nóg aan en vooral hoe hard we toen gelachen hebben. Je schouders vertellen veel over je emoties, en spanning in je torso vertelt de hond veel over hoe je ademt. De ademhaling vertelt een hond zo veel over je op zoveel verschillende niveaus! Ik had eens een vreemde ervaring met mijn hond. We waren lekker aan het hooperen en ineens stopte ze ermee en liep van me weg … Dat had ze nog nooit gedaan. De instructeur, die ik nog altijd dankbaar ben voor haar opmerkzaamheid, vertelde dat ik had gezucht toen de hond (of ik) een foutje maakte. Ik was me daar totaal niet van bewust, maar voor de hond was dat het signaal: doei! Sindsdien let ik nóg meer op de lichaamstaal van cursisten. Torso & schouders De richting waarin je torso en je schouders wijzen, vertellen de hond welke kant je op wilt gaan, dat weet elke agility-handler. Bij ongeveer alle andere dieren wijzen de schouders in de richting van waar ze heen gaan, maar bij de mens kunnen de schouders een andere kant op wijzen dan waar we heen gaan, omdat wij op twee benen lopen. Dat kan zorgen voor veel verwarring bij andere dieren als de hond; alsof je je linker richtingaanwijzer aan zet, terwijl je toch rechtsaf gaat. Als een hond een verbaal signaal hoort wat conflicteert met de lichaamstaal van de handler, zullen de meeste honden reageren op de lichaamstaal, tenzij ze heel zorgvuldig zijn getraind (bijvoorbeeld in dogdance) om de conflicterende lichaamstaal te negeren. Probeer je hond maar eens te laten zitten of liggen terwijl jij op je buik in het gras ligt en dus niet je normale lichaamstaal kunt gebruiken. Ik ben eens achterstevoren gaan staan en heb toen mijn
65 Elma: ‘De keuze tuig versus halsband is en blijft maatwerk. Als fulltime dierenfysiotherapeut/ chiropractor gezelschapsdieren moet ook ik bij elke patiënt een afweging maken. Bij een grote groep van mijn patiënten is de keuze echter snel gemaakt: ik kom namelijk bij 80% van de honden die ik onder behandeling krijg lichte tot forse bewegingsbeperkingen in de nek tegen. Vaak als toevalsbevinding. Compensatoire problemen treden vaak ter hoogte van overgang nek-borstwervelkolom op. Chiropractisch moet ik naast dit niveau ook vaak het niveau onder de halsband (C4/C5) en de beweeglijkheid van de atlas corrigeren. Bewegingsbeperking van de atlas kan door een trauma worden veroorzaakt (bijvoorbeeld tegen hek/lantaarnpaal aanlopen), maar kan ook samenhangen met bijvoorbeeld het gebruik van de vangstok bij buitenlandse honden. Ook kom ik in de anamnese steeds vaker het gebruik van de (Cesar Millan) antitrek- dan wel correctielijn (de dunne jachtlijn die heel hoog, strak, in de nek wordt vastgezet - al dan niet met lus om de snuit, red.) als quick fix tegen. Pijn Bewegingsbeperking veroorzaakt niet alleen functievermindering maar ook pijn. Helaas geeft een hond de eerste stadia van nekpijn slecht aan. De eerste symptomen kunnen erg vaag zijn: de hond gaat misschien wat meer snuffen, legt de kop liever op een verhoging, is mogelijk minder speels en verdraagzaam. Ook het uitlaten wordt uiteindelijk als minder leuk ervaren. In latere stadia kunnen struikelen, schouderkreupelheid en uitvalsverschijnselen optreden. Omdat het ruggenmerg op cervicaal (hals)niveau veel ruimte heeft, zullen uitvalsverschijnselen pas in een laat stadium optreden. Pijn blijft daarom heel lang op de voorgrond staan; de hond kan gilpijn hebben, maar ook een continue pijn ervaren. Pijn die tot vermijding en zelfs tot agressie bij het aanlijnen kan leiden. De eerste SYMPTOMEN kunnen erg VAAG zijn Dat wij als eigenaar bij het aanlijnen impact hebben op de hond is duidelijk. En dat dit afhankelijk is van het gebruikte materiaal en de toegepaste kracht/snelheid is ook duidelijk. Het is echter zeker ook afhankelijk van de plaats van aanlijnen. Ten gevolge van de hefboomwerking ten opzichte van het zwaartepunt van de hond, hebben we bij aanlijnen aan een halsband veel meer controle over onze hond. Anatomie De anatomie van de halswervelkom is echter behoorlijk verschillend van de anatomie van de borstwervelkolom. De halswervelkolom bestaat uit 7 wervels (C1 tot en met C7), waarbij de eerste en tweede halswervel (atlas en axis) een duidelijk andere bouw en vorm hebben dan de overige wervels. tuig of halsband Het vervolg ... Tuig of halsband? door de bril van een chiropractor/dierenfysiotherapeut Door: Elma Bakker, Dft chiropractor De discussie tuig of halsband is hot - óók onder hondenproffesionals. We plaatsten over dit onderwerp inmiddels meerdere artikelen, en vooral dat uit LosVast 2 2023 heeft het een en ander losgemaakt. En terecht, volgens chiropractor Elma Bakker. Er wordt nog vaak te snel en zonder kennis van zaken voor een hulpmiddel gekozen. Ook omdat een quick fix bij de opvoeding van de hond veel eigenaren aanspreekt.
66 Op de röntgenfoto’s een geïntubeerde Staffordshire Bull Terrier, in zij- en in rugligging. De afwijkende bouw van atlas en axis, alsmede de enorme ruimte tussen axis en atlas is op deze foto’s duidelijk zichtbaar. NB Zie ook hoe oppervlakkig de luchtpijp ligt. Op het niveau van de atlas en axis is de halswervelkolom het meest beweeglijk in rotatierichting en bij het zijwaarts bewegen. De lagere niveaus zijn het meest beweeglijk in buig/strekrichting. Tussen alle wervels (per segment) treden zenuwen uit die naar huid/spieren/gewrichten/organen gaan. Het niveau van C0 (achterhoofd)-C2 is een niveau waar zenuwen uittreden die onder andere naar de diepe halsspieren/kaakspieren gaan, maar waar ook hersenzenuwen uittreden. Daarbij kan de hersenstam zelfs tot C2 reiken. Vanaf C5 tot en met Th2 (2e borstwervel) treedt de plexus brachialis (grote zenuwbundel die naar de voorpoot gaat) uit. Belangrijke structuren liggen onbeschermd in de nek. Door de vleugels van de atlas geeft correctie op C0/C1-niveau door hefboomwerking een fors draaimoment. Er is tevens een verschil in bespiering zichtbaar tussen links en rechts. Deze hond was links schouderkreupel als gevolg van een stokincident. Borstwervelkolom, met hieronder een niveau met spondylose. Spondylose is een slijtageproces waarbij progressief haakvorming optreedt. Borstwervelkolom In het gebied van de borstwervelkolom kom ik uiteraard ook bewegingsbeperkingen tegen; compensatoir ten gevolge van problemen in de achterhand/lendenwervelkolom, maar ook op zichzelf staand. Landen, springen, remmen, bij spel zijwaarts in elkaar
69 Don’t eat that Don’t eat that: Begrijp en help je stofzuigerhond Door: Anita Kiers Je kent Simone Mueller waarschijnlijk vooral als specialist in de aanpak van predatiegedrag. Maar onlangs verzorgde ze voor de Pet Professional Guild het webinar ‘Don’t eat that! Dwangvrije voedingsvermijdingstraining voor stofzuigerhonden’. Voor het trainen van honden die erin gespecialiseerd zijn om ieder kruimeltje dat op straat ligt te lokaliseren en inhaleren. Ik heb ervan gesmuld! De Duitse hondengedragsadviseur en auteur van inmiddels drie boeken, Simone Mueller, is vooral gepassioneerd bezig met en gespecialiseerd in anti-predatietraining. Het webinar (en gelijknamige boek) Don’t eat that! lijkt daarmee een beetje een vreemde eend in de bijt te zijn. Maar toch ook weer niet. Bij predatie zie je een specifieke volgorde van jachtgedragingen (zie ook de vorige LosVast, en bij het SEEKING-artikel in dit nummer). Aaseters of stofzuigerhonden zitten ook in jachtmodus, maar op een heel laag niveau. Dit wordt in de biologie ‘appetent behavior’ genoemd, afgeleid van het Latijnse ‘appetentia’ wat betekent: ergens naar verlangen. In dit geval: het verlangen naar iets om op te eten. (Het SEEKING-systeem staat dus volop aan, red.) De drijvende factor achter scharrelend op zoek gaan naar iets eetbaars, is dopamine. Dopamine is een neurotransmitter die het individu een goed gevoel geeft waaraan je verslaafd kunt raken. Zelf als een hond nog nooit succes heeft gehad: het voelt goed, er zou succes kunnen zijn. En als ze eenmaal succes hebben gehad, is het hek helemaal van de dam. Dopamine! En, waarom zou je achter een hert aanrennen als er pizza op de grond ligt? Honger! Waarom scharrelen onze honden zo graag naar voedsel? Allereerst omdat het in een basisbehoefte voorziet; voedsel vinden is essentieel – het is lekker! Ook al krijgen ze twee keer per dag een volle voerbak, de behoefte om voedsel te zoeken blijft bestaan. Een andere belangrijke drijfveer is honger. Veel mensen denken dat hun hond buitengewoon gulzig is, maar in feite zijn veel honden altijd wel een beetje hongerig. Honden scharrelen ook graag omdat dopamine vrij komt in het lichaam. Als ze dan iets hebben gevonden, daalt de dopamine en komt er serotonine en endorfine vrij; feel good-hormonen. ‘Scharrelen’ is ook genetisch verankerd. Volgens een van de vele theorieën evolueerden wolven in honden toen ze zich vestigden in de buurt van het afval van mensen. Ze hadden een voordeel ten opzichte van de wilde wolven die puur afhankelijk waren van de jacht voor hun voedsel. Een andere reden waarom honden zoveel scharrelen is uit gewoonte. Honden die op straat leefden, wisten precies hoe laat het vuilnis werd buitengezet bij restaurants en gingen er op dat tijdstip naartoe. Dat gaf hun leven structuur. Werklustige, energieke honden die onvoldoende gestimuleerd worden, kunnen soms gaan scharrelen uit verveling. Je bent de hele dag weggeweest, komt thuis en gaat met je hond aan de wandel. Je kijkt naar je telefoon en je hond verzint een hobby voor zichzelf: lekker scharrelen. Om het gemakkelijk te maken, kan de enorme behoefte aan scharrelen ook voortkomen uit overprikkeling. Het geeft ze een beter gevoel. Probeer er dus altijd achter te komen of er sprake is van stress, bijvoorbeeld door pijn of te veel opwinding in hun dagelijks leven.
70 speer naar de dierenarts moeten gaan. Diverse aandoeningen in het spijsverteringskanaal en ook sommige parasieten (bijvoorbeeld giardia, red.) zorgen ervoor dat ze zich ongemakkelijk voelen in hun maag. Door te eten zoeken ze verlichting. Een speciale aandoening is pica; honden eten dan (dwangmatig) dingen die geen voedsel zijn, bijvoorbeeld plastic, kiezels, hout, of iets anders dat niet voedzaam is. Volgens onderzoek kan dit voortkomen uit stress, angst of verveling, maar het kan ook te maken hebben met een fysiek probleem in hun spijsverteringsstelsel. Je moet dus zeker naar de dierenarts gaan om dat uit te sluiten. Oorzaak bekend: en dan? Voor zover je dat al van plan was: het is niet acceptabel om een hond die graag en veel scharrelt te straffen. Helaas gebeurt dat wel, vaak uit onmacht en frustratie. Het is smerig of zelfs ronduit gevaarlijk. Niet zelden overlijdt een hond door gif van hondenhaters of ter verdelging van slakken of ongedierte. Logisch dat je niet wilt dat je hond van straat eet, maar als je hem hiervoor straft, leert hij drie dingen. Eén: ik moet mijn buit sneller doorslikken, twee: ik moet wegwezen met Kunstmatige selectie heeft ervoor gezorgd dat sommige rassen per ongeluk zijn gefokt om iets snel te verorberen. Hounds (denk aan Beagles, red.) bijvoorbeeld leven traditioneel in grote groepen. Ze worden samen gevoerd op een niet al te prettige manier: er wordt wat eten in de kennel gegooid en iedereen pakt wat hij kan krijgen. En dit zit er nog steeds in: ik moet dit snel opeten, want anders wordt het afgepakt. In sommige jachthondenrassen zoals de Labrador, Flatcoated en Golden Retriever is er zelfs een ontbrekend deel van een gen gevonden, gemaand POMC. Dat blijkt invloed te hebben op eetlust, vetopslag en bovenal op het gevoel van verzadiging. Ze kunnen eten, eten, eten, maar hebben nooit echt het gevoel dat ze vol zitten. Ze kunnen eten, eten, eten, maar hebben nooit echt het gevoel dat ze vol zitten Als laatste kan er een medische aandoening ten grondslag liggen aan scharrelgedrag. Vooral bij maniakaal voedselzoekende honden zou je als een De meute verscheurt gezamenlijk een pens, zonder elkaar te verscheuren. Foto: Hanneke Reitsma
MODULE B VAN O&O VOOR MENS EN HOND Train de hond Zoals jullie al eerder in LosVast hebben kunnen lezen, is er het afgelopen jaar hard gewerkt aan het aanvullen, verbeteren en herschrijven van onze cursussen. Module B - Train de hond is een spiksplinternieuwe module die met een brede blik kijkt naar training en hondensport. Wanneer je onze module A - Ken de hond hebt gevolgd en daar o.a. de basiskennis over de leerprincipes hebt geleerd, kun je deze theoretische kennis in de praktijk brengen in module B - Train de hond. Op leuke en speelse wijze zul je ontdekken welke aspecten allemaal een rol spelen bij het trainen van de hond. Deze module is enerzijds ontwikkeld om de mensen die verder willen met de opleiding tot kynologisch instructeur goed voor te bereiden op de laatste module van deze opleiding, module C - Train de mens. De module C - Train de mens kan zich daardoor nog beter richten op het leren lesgeven, de groepsdynamiek en het leren hondeneigenaren/-begeleiders te helpen met hun honden in de dagelijkse praktijk. Anderzijds is deze module ontwikkeld voor mensen die geen ambitie hebben om les te geven maar wel lekker met hun hond aan de slag willen. Een hond leert zijn hele leven lang dus is het belangrijk dat dat leren op een voor begeleider én hond veilige en prettige manier gebeurt. Je leert in de module B - Train de hond welke informatie een hond nodig heeft van zijn begeleider om te begrijpen welk gedrag hem het meeste oplevert. En wat nog belangrijker is, je leert te zien wat jóuw hond nodig heeft en op welke manieren jij hem dat kan geven. Module B - Train de hond is een trainingsmodule die bestaat uit één dag theorie en twee praktijkdagen. Deze module heeft geen examen; je krijgt na afloop een certificaat van deelname. Deelnemers die doorwillen naar module C - Train de mens, krijgen een persoonlijk advies over wat ze eventueel nog kunnen doen om uiteindelijk goed beslagen ten ijs aan de start van die module te verschijnen. Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nl naar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!
74
75 Functionele neurologie Het brein van mensen en (andere) zoogdieren is exact hetzelfde, behalve dat de frontale kwab van mensenhersenen groter is. Bij een functionele neurologische stoornis zijn er problemen met zien, horen, vocaliseren en/of bewegen; er gaat iets mis met de signalen van de hersenen naar delen van het lichaam. Functionele neurologie is een specialiteit die helpt bij het diagnosticeren en revalideren van eenvoudige en complexe neurologische aandoeningen zonder medicijnen of chirurgie. Veelvoorkomende problemen bij een functionele neurologische stoornis zijn: - Spierzwakte - Spierspasme (trillen of schokkende bewegingen) of spierverlamming - Ongevoeligheid voor pijn - Problemen met vocaliseren, horen, zien of slikken - Geheugenproblemen - Concentratieproblemen Chiropractie Gedrag is sterk afhankelijk van het centrale zenuwstelsel. Chiropractie gaat niet over botten, maar is een fantastisch middel om contact te maken met het brein. Als je een vinger van je hand beweegt zo ver als hij kan, is dat het actieve bereik van dat lichaamsdeel. Als je met je andere hand die vinger nog een stukje verder duwt, is dat het passieve bereik. Het gebied van het uiterste punt waar je die vinger naartoe kunt duwen totdat hij echt breekt, wordt het paraplastisch gebied genoemd. In dat gebied werkt de chiropractie. Chiropractie werkt met korte, snelle, kleine beweging in de richting van het gewricht, vandaar dat dat in de volksmond kraken wordt genoemd. Een chiropractische blessure kan ontstaan doordat je bijvoorbeeld per ongeluk in een gat (onder het gras) stapt. Het brein kan je ledematen dan niet helpen je propriocepsis of balans te corrigeren. Het gevolg is: strakke banden (tight ligaments), pijn en artritis. Diagnose stellen Voor de diagnose laat Maja altijd de hond samen met de eigenaar een aantal malen heen en weer lopen; daaraan kun je al heel veel zien. Een hond die bijvoorbeeld zwaar loopt, ook met de tenen uitgespreid, heeft vaak een neurologisch probleem. Daarbij maakt het gewicht niet uit; een zwaar persoon kan toch heel licht en dansend lopen en een licht persoon kan heel zwaar lopen. De hond kan bijvoorbeeld de staart naar één kant houNVGH seminar NVGH Seminar Dag 2 Door: Iris Lammers Dag twee van het zeer informatieve NVGH-seminar werd verzorgd door de Deense Maja Guldborg, dierenarts specialisatie orthopedie, acupuncturist en chiropractor. Ze heeft de twee hoogste graden in (humane) functionele neurologie. Er zijn maar twee mensen in heel Europa die een dergelijke combinatie van specialismen in zich verenigen. Dit stelt haar in staat zowel gedrags- als fysieke problemen te verhelpen die een hele reeks dierenartsen en specialisten daarvoor niet hebben kunnen oplossen. In haar praktijk onder Kopenhagen behandelt ze vooral honden, katten en paarden. Maja Guldborg: Functionele Neurologie
76 Ogen en nekspieren De ogen zijn verbonden met de nekspieren, dus als de hond daar een probleem heeft, kan een oog scheef getrokken worden. Een hondje dat Maja heeft behandeld voor niet willen/kunnen lopen (waarschijnlijk vanwege een hernia), maar die ook een scheef oog en een asymmetrie in de kaak had, liep al na twee behandelingen als een gek door de tuin te scheuren. Ook stonden zijn oog en kaak meteen een heel stuk rechter. Indalen testes Problemen met indalen van de testes, kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een probleem in de rug. De testes bevinden zich na de geboorte vlak achter de nieren en dalen dan via een buisje naar beneden, waar ze uiteindelijk in het scrotum zullen landen als alles goed gaat. De testes hangen echter aan bespierde kanaaltjes, dat is ook waarom mannen hun testes kunnen optrekken als het erg koud is. Deze spiertjes krijgen hun ‘opdrachten’ van zenuwen in het ruggenmerg. Dus als er sprake is van vastzittende lendenwervels en als gevolg daarvan aangespannen spieren in die regio, dan kunnen de testes niet indalen. Dan is er sprake van een functioneel cryptorchide pup. Hoe eerder zo’n pup chiropractisch behandeld kan worden voor de vastzittende lendenwervels, des te beter de resultaten en hoe groter de kans dat de testes alsnog zullen indalen. Als een testikel niet indaalt, adviseert Maja ze chirurgisch te laten verwijderen. Testikels zijn niet gemaakt om in 38°C te verblijven en daardoor kunnen allerhande hormoongerelateerde gedragsproblemen ontstaan. Álle sensorische input heeft een motorische output Sympathisch of parasympathisch zenuwstelsel Het brein is het best beschermde lichaamsdeel dat we hebben. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg, het perifere zenuwstelsel bestaat uit een somatisch (willekeurig) en autonoom onwillekeurig (sympathisch of parasympathisch) zenuwstelsel. Het onwillekeurige systeem bestuurt alles in ons lichaam waar we den – ook een indicatie van een onbalans in het bewegingsapparaat. Ze laat de honden aan beide kanten van de eigenaar lopen. Honden hebben vaak een voorkeurskant waar ze het liefste naast de eigenaar lopen en dat kán te maken hebben met pijn of onbalans in het lichaam – wanneer dit niet aangeleerd is. Honden hebben vaak een voorkeurskant Maja kijkt naar heel veel verschillende dingen als ze een bewegende hond moet diagnosticeren: - Van beide kanten, paslengte, evenredigheid van de passen, verlammingen, de mate van uitzwaaiing, het afzetten voor de pas en de schokabsorptie - Rugfunctie in beweging - Het gebruik van hoofd, nek en staart in de beweging - Loopt hij een rechte lijn, zwabbert hij een beetje, is de basis waar hij zijn voeten plaatst breed of smal, loopt hij in telgang? - Balans en kracht - Coördinatie - Gedrag Daarna volgt de palpatie in beweging en een neurologisch onderzoek. Als je een hond uit balans ziet, met de ene heup hoger dan de andere, hoe weet je dan welke kant je moet behandelen? Een hond kan namelijk de gekwetste plek zowel in de hoge als in de lage heup fixeren. Dat kun je alleen maar zien als de hond in beweging is. De heup met de minste beweging is degene die het probleem heeft. Alles hangt met elkaar samen. Een hond met een vertebraal subluxatiecomplex, toont eerst verminderde reikwijdte van de beweging (range of motion) door verkramping (hypertoniciteit) van de spieren. Daaruit volgt een verandering in de zenuwimpulsen (pijn), dan verlies van spierfunctie, vervolgens veranderingen in de bloedcirculatie, veranderingen in de weefsels (verstrakken van de gewrichtsbanden) en uiteindelijk verlies van communicatie met de hersenen, pijn en artrose.
82 Wie o wie komt ons bestuur versterken? Lida, Gisela, Marian en Ingrid kijken uit naar een vijfde bestuurslid. Ben jij dat? Interesse? Neem dan contact op met Lida Kalmeijer via: [email protected] Nieuws van de vereniging O&O en LosVast IN EEN NIEUWE JAS O&O, Nederlandse Vereniging voor instructeurs in hondenopvoeding en -opleiding. Hoe kwámen we er ooit op? Erg praktisch is die naam in ieder geval nooit geweest; onze volledige naam was lang en zorgde voor verwarring over wat we nou precies deden. Toen onze statuten recentelijk moesten worden aangepast, grepen we meteen de kans om onze naam te veranderen. Het is nu: Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond, kortweg O&O voor mens en hond. Compleet met nieuw logo voor op de website, onder onze e-mails, in de cursusboeken en het lesmateriaal, LosVast etc. Dat laatste is je misschien al opgevallen; in deze LosVast zijn de nieuwe naam, het logo en de kleuren al doorgevoerd. Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond: dáár staat O&O voor!
HR-hond op jouw hondenschool (VIP-traject) BEN JE KYNOLOGISCH INSTRUCTEUR? EN BEN JE ER HELEMAAL KLAAR VOOR? Je hebt je ongelooflijk goed verdiept in de mogelijke problematiek die een hoog-risicohond met zich kan meebrengen in de maatschappij. Je kunt de lichaamstaal van de honden tot in detail lezen en weet dat je direct moet ingrijpen wanneer – of nog beter: vóórdat - de opwinding of stress oploopt. Voorbereiding: check! Maar zijn de omstandigheden op jouw hondenschool ook volledig ingesteld op het lesgeven aan zogenoemde hoog-risicohonden? Daarover ga je je intensief buigen tijdens deze eendaagse theore tische O&O-module ‘HR-hond op jouw hondenschool’. - Datum/locatie: 2 december 2023 in Woudenberg. Meer informatie en de toelatingseisen vind je ook op onze website: https://hondenopvoeding.nl/ cursussen/hr-hond-op-jouw-hondenschool. 83 Help jij ons als kascommissielid? Om onze boekhouding te controleren zijn we één vrijwilliger nodig die alvast mee kan kijken met de huidige vrijwilliger. Het is kleine klus van grote betekenis voor O&O. Je hoeft niet financieel onderlegd te zijn, natuurlijk mag het wel. Informatie opvragen & aanmelden kan via [email protected] CURSUSLOCATIE 2023 WOUDENBERG Vanwege de sluiting van Dogcenter in Kerkwijk konden we onze lessen die in 2023 op locatie gegeven worden verplaatsen naar Woudenberg. Zie voor meer info www.hondenopvoeding.nl.
84 Bestuur O&O Voorzitter Lida Kalmeijer [email protected] Secretaris Marian Knip [email protected] Penningmeester Gisela Alserda [email protected] Algemeen bestuurslid Ingrid Giesen [email protected] Ereleden Loes van den Bogaard-Mutze † Martin Brouwer Maud Grevelink Gré Hooijmeijer Quirine Potter van Loon Service-adressen Cursusbureau Maud Grevelink 06-12113055 (09:30-14:00 uur) [email protected] Ledenadministratie Christa de Ruiter [email protected] Opleidingen Ingrid Giesen [email protected] Nieuwsbrief Anita Kiers [email protected] Website (internet) Inloggen op het ledendeel: Gebruikersnaam: ***** Wachtwoord: ***** Vakblad LosVast Redactie: Hanneke Reitsma (hoofdredacteur) Dorien Evers-Damstra (eindredactie) Iris Lammers Anita Kiers Regine Voort Contact: [email protected] Adreswijzigingen/opzegging lidmaatschap: Inloggen Mijn O&O (via www.hondenopvoeding.nl) Een lidmaatschapsjaar is gelijk aan een kalenderjaar. Opzeggen doe je vóór 1 december. Financiën Betalingen aan O&O altijd o.v.v. jouw lidnummer IBAN-nummer NL94INGB0005276292 ten name van Opleiding en Ontwikkeling voor mens en hond. Contributie Per kalenderjaar, voor leden € 30,00 voor leden / € 15,00 voor gezinsleden Nieuwe (gezin)leden betalen eenmalig € 5,00 inschrijfgeld Leden buiten NL betalen € 11,00 toeslag t.b.v. porto LosVast Start het lidmaatschap na 1 juli, dan betaal je: € 20,00 voor leden (incl. inschrijfgeld) € 12,50 voor gezinsleden (incl. inschrijfgeld) € 5,50 toeslag voor leden buiten NL t.b.v. porto LosVast Vragen over jouw contributie? Mail (met jouw lidnummer) naar: [email protected] Doordat O&O voor mens en hond met vrijwilligers werkt, zijn we beperkt bereikbaar. We doen ons best om iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn. Het vakblad LosVast wordt uitgegeven door Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond O&O is opgericht 8 maart 1980 - Kamer van Koophandel nummer 40479415 Colofon LosVast is een uitgave van de vereniging O&O voor mens en hond. Het doel van het blad is het bevorderen van communicatie binnen de vereniging en kwaliteitsverbetering van hondentrainingen door het verzorgen van informatie op het gebied van hondenopvoeding en -training. Uitspraken en opvattingen in het redactionele gedeelte komen voor rekening van de auteur of de geciteerde persoon en kunnen afwijken van de visie van O&O voor mens en hond. Het bestuur is verantwoordelijk voor de inhoud van de rubriek Verenigingsnieuws. Verschijnt 4 maal per jaar in maart, juni, september en december. Overname van artikelen/foto’s alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie en/of auteur/fotograaf. Vormgeving en druk: De Mediagraaf (demediagraaf.nl)
85 Omgaan met over-de-top gedrag MODULE A KEN DE HOND Basiskennis: een stevige theoretische basis vereist voor elke opleiding bij O&O 4 dagen (op locatie) of 8 dagdelen (online) of een combinatie hiervan MODULE B TRAIN DE HOND Dé trainingsmodule voor iedereen die meer wil leren van en met honden. Leer kijken met een heel brede blik naar training en hondensport. 1 dag theorie en 2 dagen praktijk (op locatie) MODULE C TRAIN DE MENS Lesgeven in de praktijk; vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan eigenaren. Sluit aan op module A en B. Met goed gevolg afgelegd? Dan ontvang je het diploma kynologisch instructeur 9 dagen: 8 dagen praktijk op locatie en 2 dagdelen theorie (online) WIL JIJ GRAAG MEER WETEN OVER HONDEN VOLGENS DE NIEUWSTE INZICHTEN? Dan ben je bij O&O voor mens en hond aan het juiste adres! We hebben onze modules en website vernieuwd. Neem een kijkje op: www.hondenopvoeding.nl Bijscholingen Trainen is leuk!? 2-daagse workshop HR-hond op jouw hondenschool (onderdeel van het VIP-traject) 1-daagse module Lezingen Mét accreditatiepunten – 2 keer per jaar - voor O&O-leden gratis Meer informatie? Kijk op de O&O website www.hondenopvoeding.nl Inschrijven? Ga naar Inloggen/ Mijn O&O, log in en ga naar Activiteiten. O&O is een door CKI / RvB en SPPD geaccrediteerde opleider voor kynologisch instructeurs.