1Omgaan met over-de-top gedragfifffflffiflflJUBILEUMNUMMERJaargang 46 • Nummer 2 2026Lezing‘Doe ff normaal!’Dutch Cell DogsSeminarEduardo FernandezVan LIMA naar LIFEConfrontatiestussen wolf en hond voorkomenTrainen met voerhulpmiddel of hindernis?webmail.hostingserver.nl 5.184×3.140 pixels 13-02-2023 21:31https://webmail.hostingserver.nl/?_task=mail&_mbox=INBOX&_uid=30388&_part=2&_action=get&_extwin=1&_framed=1&_mimewarning=1&_embed=1 Pagina 1 van 1MODULE AKEN DE HONDBasiskennis:een stevige theoretische basis vereist voor elke opleiding bij O&O 4 dagen (op locatie) of 8 dagdelen (online) of een combinatie hiervanMODULE BTRAIN DE HONDDé trainingsmodule voor iedereen die meer wil leren van en met honden. Leer kijken met een heel brede blik naar training en hondensport. 1 dag theorie en 2 dagen praktijk (op locatie)MODULE CTRAIN DE MENSLesgeven in de praktijk; vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan eigenaren.Sluit aan op module A en B. Met goed gevolg afgelegd? Dan ontvang jehet diploma kynologisch instructeur 9 dagen: 8 dagen praktijk op locatie en 2 dagdelen theorie (online)WIL JIJ GRAAG MEER WETEN OVER HONDENVOLGENS DE NIEUWSTE INZICHTEN?Dan ben je bij O&O voor mens en hond aan het juiste adres!We hebben onze modules en website vernieuwd.Neem een kijkje op:www.hondenopvoeding.nlBijscholingen Trainen is leuk!? 2-daagse workshop HR-hond op jouw hondenschool (onderdeel van het VIP-traject) 1-daagse module Lezingen Mét accreditatiepunten – 2 keer per jaar - voor O&O-leden gratis Meer informatie? Kijk op de O&O website www.hondenopvoeding.nlInschrijven? Ga naar Inloggen/ Mijn O&O, log in en ga naar Activiteiten.O&O is een door CKI / RvB en SPPD geaccrediteerde opleider voor kynologisch instructeurs.O&O Module B.indd 1 05-09-2023 08:28Vroeger en nu:Belonen met voer- LosVast omslag juni 2026.indd 1 01-06-2026 13:17
3Lekker(s) in training‘Zag ik dat nou goed? Gaf jij je hond een koekje toen ze blafte?’, vroeg m’n buurvrouw aan me. We stonden op straat te kletsen en ineens spotte IJslander Tyra een buurkat eerder dan ik. Gevolg: een woeste hond, waarmee ik direct achteruit wegliep van de kat, én waar ik zo snel mogelijk een stuk gedroogde long in stopte. Tyra’s ogen spuwden nog steeds vuur, maar ze was wel stil. En na nog een paar keer een stukkie gegooid te hebben, kalmeerde ze enigszins terwijl de ‘tijger’ (mét middelvinger omhoog, ik weet het zeker) uit het zicht liep. Maar goed, terug naar de buuf: ‘Maar dan beloon je haar toch voor verkeerd gedrag?’ Nee, want: Tyra’s gedrag stopte door de koek. En nee, ze reageert hierdoor de volgende keer ook niet heftiger. Terwijl ze onze eigen katten als haar kids behandelt (Tyra Tutje), háát ze deze kat (Tyra Tetteraar). En ze ruikt of ziet het ‘monster’ altijd eerder dan ik, óók als ik er niet bij ben. In dit nummer besteden we extra veel aandacht aan voedselgebruik in de training. Nog voor het ooit wetenschappelijk werd onderzocht, wisten we al wat eten met en vóór ons kan doen. Voor sommigen is trainen met behulp van voer vooral een technisch verhaal over primaire en secundaire bekrachtigers, timing, schema’s en legio afkortingen. Het seminar van Eduardo Fernandez (een verslag in twee delen in dit nummer) voorzag hier rijkelijk in. Anderen daarentegen zijn allergisch (geworden). Voor voergebruik. Het idee dat honden het altijd alleen voor ons moeten doen – omdat we anders geen baas zijn -, waart nog steeds hardnekkig rond. Lekkers als beloning, bekrachtiger of emotieregulator. Je verwacht het misschien niet, maar lekkers in de training kán ook nadelen hebben. Zoals altijd gaat het namelijk ook over welke emoties iets oproept, en dat kan zelfs per moment verschillen. Liselot Boersma geeft in dit nummer daarom adviezen over motiveren zónder voer. En Elian Hattinga vertelt in Vroeger en Nu over de ontwikkeling door de jaren heen van trainen met, naar zonder, en weer terug naar trainen met voer. Of niet. Wanneer je lekkers, voedsel delen, gaat zien als iets wat aan een beter gemoed en prettig samenzijn kan bijdragen, ga je het misschien wéér met andere ogen bekijken. Onze eigen ervaringen en referentiekader spelen hierbij een enorme rol. Wij: emotionele wezens met onze eigen voorkeuren, vooroordelen en behoeften. Verdacht weinig ‘trainofielen’ kiezen bijvoorbeeld voor zichzelf bewust voor een Basset, Afghaan of Chow ... maar wél voor een BC, Aussie of Mechelaar. Sowieso, waardoor ben of word je een echte trainofiel? Uiteindelijk gaat het steeds om onze keuzes voor onszelf, in ons werk. Als hondeneigenaar. Mens. In de vorige eeuw liep ik nog vrolijk – op advies van de instructeur - met een stukje kaas in mijn mond rond, op het veld bij de KC. Met mijn Malamute ‘vol aanbidding’ naar me opkijkend, volgend als een zonnetje. Tot ik het uitspuugde en zij het bliksemsnel op kon vangen ... (Tegelijkertijd droeg ze óók een slipketting.) Samen zullen we alles delen. Ook in LosVast ; -) Veel leesplezier!Hanneke ReitsmaHoofdredacteur LosVastVoorwoord
Lekkerengezondvoor katen hondwww.bestbuddy-pets.nlmaak kennis met ons trainingspakket!50% korting met code VDQWZSWX SCAN DE CODEtot 1 september Dé specialist in trainingssnacksGeschikt voor dieren metvoeding-gerelateerde overgevoeligheidEen uitgebreid assortiment snacks en voedingVakkundig en persoonlijk contactLevering binnen 3 werkdagen (binnen NL)5hét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoedersEen uitgave van O&O (hondenopvoeding.nl)INHOUD Jaargang 46 Nummer 2 20263 Voorwoord6 Vroeger en nu: Trainen met voer14 Webinar: Muzzlemovement18 Column: Of je worst lust20 Creatief motiveren zonder voer24 Boekbespreking: Bijou26 Seminar: Fernandez, dag 134 Wolf en hond40 Webinar: Effectief trainen44 Noodpakket, deel 250 Boekbespreking: Passie 56 Overdenkingen gebruik lekkersHét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoedersCoverfoto: Shutterstock64 Lezing: Doe ff normaal!70 Column: Voergevoelig72 Neuzen in de wetenschap76 Boekbespreking: Gouden draad80 Seminar: Fernandez, dag 284 Nieuws van de vereniging86 ColofonLosVast is voor leden van(hondenopvoeding.nl)Wil je ook LosVast ontvangen? Word dan lid van O&O voor mens en hond via: 145672
6
7Vroeger en nu Vroeger 1920-1940: de training van politie- en oorlogshonden De gehoorzaamheidstraining in groepsverband voor gewone huishonden op de hondenschool zoals wij die nu kennen, is een ‘uitvinding’ van de twintigste eeuw. In Duitsland had de training van politie- en oorlogshonden een grote vlucht genomen, nadat in de Eerste Wereldoorlog was gebleken dat deze succesvol konden worden ingezet. Ze werden vooral gebruikt voor de bewaking van militaire posten en voor het overbrengen van boodschappen dwars door de vijandige linies heen, waar vanuit de loopgraven met zwaar geschut werd geschoten. Door dit succes richtten de Duitsers tussen de twee wereldoorlogen een speciaal instituut op waar politie- en oorlogshonden van staatswege werden getraind. Zodoende kon het Duitse leger, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, beschikken over 200.000 goed getrainde Diensthunde.De honden werden getraind volgens een methode die ontwikkeld was door kolonel Most, een voormalig politiecommissaris, de voorzitter van de Dobermann Pinscher Vereniging en, onder Hitler, ‘Reichsminister des Heereshundewesens’ bij het ministerie voor Oorlog. Vroeger: de parforce-methodeEeuwen voordat Pavlov de klassieke conditionering beschreef en Skinner de vier principes van operante conditionering een naam gaf – positieve en negatieve bekrachtiger of correctie – hadden professionele hondentrainers al lang nauwkeurige kennis van deze principes. Ze gebruikten deze systematisch in hun trainingsmethodes. Een van die methodes, die in Duitsland in de achttiende en negentiende eeuw was geperfectioneerd, was de parforce-methode voor staande jachthonden. Hierbij werden honden volgens de principes van negatieve bekrachtiging letterlijk met geweld (parforce) getraind om te gehoorzamen. Hiertoe gebruikte men een heel arsenaal aan dwangwerktuigen: een wurghalsband, een Dressurhalsband met naar binnen gerichte pinnen, een zweep, een katapult en een leren zweep (Ledergerte).Most onderbouwde zijn praktijkkennis van deze parforce-training met toenmalige wetenschappelijke theorieën over conditionering, zoals die van Pavlov.Vroeger:negatieve bekrachtigingMost beschouwde honden als ‘lagere’ wezens zonder moreel besef, die uitsluitend vanuit hun instinct reageerden op aangename en onaangename prikkels. Dwang, mits emotieloos en rationeel toegepast, was volgens hem een absolute noodzaak om een betrouwbare politieof oorlogshond te krijgen. Hij was van mening dat een hond alleen goed gehoorzaamde als Vroeger en nu, deel 13 Belonen met voerDoor: Elian Hattinga van ‘t SantDat je je hond iets lekkers geeft als hij braaf doet wat je zegt, is tegenwoordig volstrekt normaal. Er is zelfs een hele industrie die voor veel geld minuscule stukjes gedroogd lam, hart of eend verkoopt als beloningsbrokjes. Of veelkleurig; mensen willen immers ook dat hun beloningen er gezellig uitzien. Op het trainingsveld heeft bijna iedereen ze bij zich en als dat niet zo is, wordt er vreemd opgekeken of een beetje wantrouwig geïnformeerd waarom niet. Het is namelijk wel eens anders geweest, vooral in tijden dat een harde aanpak populair was. Daardoor wordt tegenwoordig door veel trainers het niet (willen) geven van voerbeloningen beschouwd als ouderwets of hond-onvriendelijk. Reden om de achtergrond en het effect van het (niet) geven van voerbeloningen bij de gehoorzaamheidstraining vroeger en nu eens nader te bekijken.
8onbekende mensen. Een ongewenste situatie, omdat de rassen die Most van staatswege tot officiële oorlogshonden had bestempeld – de Duitse Herder, de Dobermann, de Rottweiler en de Airedale Terrier – veel fysieke schade konden aanrichten. Most had, net als de latere ethologen, een hekel aan de destijds vrij gangbare, begripsvolle behandeling van honden alsof het mensen waren. Een dergelijke aanpak zou volgens hem alleen maar tot opstand leiden. De parforce-methode beschouwde Most als de enige die goed werkte, omdat honden daarbij niet werden vermenselijkt. Vroeger. 1920: einde aan lekkers als beloningMost maakte daarmee een einde aan een methode die eind negentiende eeuw door trainers van staande jachthonden óók werd toegepast: een hond behandelen als een Freund en vanaf de puppyleeftijd van twaalf weken speelsgewijs trainen met liefde, zoete woordjes en lekkers. Vanaf 1920 tot 1945 werden politiehonden en oorlogshonden, maar ook blindengeleidehonden, in het staatsinstituut Grünheide opgeleid volgens de inzichten van Most. Met trekken en rukken aan de lijn, met hij daarmee iets onprettigs, of iets dat nog veel onprettiger was dan wat hij moest doen, kon voorkomen. Bij deze aanpak had het pijn doen van de hond niet de functie van een straf als vergelding, maar was het een systematische leermethode waarbij de hond door het principe van negatieve bekrachtiging het ongewenste blijvend zou vermijden. De honden werden overigens verder vriendelijk behandeld, goed gehuisvest in een aparte kennel en kregen goed voer.Dwang, mits emotieloos en rationeel TOEGEPAST, was volgens hem een absolute NOODZAAKDaarnaast was Most als rechtgeaard nazi van mening dat honden die niet permanent onder de duim werden gehouden, zoals álle inferieure wezens – waaronder ook mensen van andere ‘rassen’ en ‘klassen’ – vanuit hun aangeboren geldingsdrang in opstand zouden komen tegen hun Führer. Daarbij zouden ze een gevaar gaan vormen voor hun geleider, maar ook voor Uit: Von Stephanitz, Der Deutsche Schäferhund in Wort und Bild. 1921
13Omgaan met over-de-top gedragIn 2026 organiseren we opnieuw het Dierenwelzijnscongres: een inspirerende dag voor professionals die hun kennis willen verdiepen en nieuwe perspectieven op dierenwelzijn willen ontdekken. Deze editie staat alles in het teken van pijn; een cruciaal, maar vaak complex onderwerp voor het verbeteren van dierenwelzijn.Het congres biedt een mix van:• Lezingen en praktijkgerichte sessies die laten zien hoe veelzijdig en invloedrijk pijn is binnen het dierenwelzijn.• Inzichten van experts over het herkennen van pijn, het helder uitleggen hiervan aan eigenaren en het ondersteunen van eigenaren bij het maken van weloverwogen keuzes voor hun dier.• Interactieve momenten om met andere professionals van gedachten te wisselen en samen te verkennen hoe pijnherkenning en pijnbestrijding verder geprofessionaliseerd kunnen worden.Zaterdag14NovScan de QR code voor het complete programma en sprekers.
14Van noodoplossing naar basisvaardigheidThe Muzzle Movementbreekt lans voor standaard muilkorftrainingDoor: Anita KiersIn de praktijk komen muilkorven meestal pas in beeld wanneer er al iets misgaat. Er is een incident geweest, gedrag escaleert of er ontstaat een veiligheidsrisico. Je werkt met een hond die al onder spanning staat. De eigenaar voelt druk. De omgeving verwacht snel resultaat. En ondertussen probeer jij een hulpmiddel te introduceren dat voor veel mensen beladen is.Spreker Annie Dowell-Caffrey is in The Muzzle Movement verantwoordelijk voor educatie en community engagement. Telkens ziet zij in opvang, training en dierenartspraktijken hetzelfde patroon terug. Een hond laat gedrag zien dat zorgen oproept. Er wordt gesproken over veiligheid. En ergens in dat proces valt het woord ‘muilkorf’. Dat moment is zelden ideaal.
15MuilkorftrainingDe hond heeft mogelijk al negatieve associaties met stressvolle situaties. De eigenaar voelt zich aangesproken of zelfs beoordeeld. De training wordt dan al snel functioneel en doelgericht: de muilkorf moet op en het moet werken. Nu! Dat leidt vaak tot te snelle stappen en onvoldoende conditionering. De stress bij hond én eigenaar neemt toe en de kans op weerstand tegen de muilkorf groeit. Onderdeel van goede zorgWanneer je muilkorftraining standaard opneemt in je training, maakt de hond er kennis mee in een ontspannen context. De eigenaar ervaart het niet als ‘laatste redmiddel’, maar als onderdeel van goede zorg. De training krijgt de ruimte om zorgvuldig opgebouwd te worden. Het resultaat is niet alleen een hond die een muilkorf accepteert, maar een hond die begrijpt wat er van hem verwacht wordt en geen stress koppelt aan het dragen. En dat maakt een enorm verschil op het moment dat je de muilkorf daadwerkelijk nodig hebt. Annie stelt voor om in plaats van te vragen ‘Heeft deze hond een muilkorf nodig?’ jezelf de vraag te stellen: ‘Zou deze hond baat hebben bij muilkorftraining?’ Vanuit professioneel standpunt is het antwoord volgens haar bijna altijd ja. Niet omdat elke hond een muilkorf moet dragen, maar omdat elke hond kan profiteren van de vaardigheid om er ontspannen mee om te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de hond die alles van straat eet. Een hond die pijn ontwikkelt door ouderdom. De hond die meegaat op reis naar een land waar muilkorven verplicht zijn. Of de hond die ogenschijnlijk stabiel is, maar één negatieve ervaring opdoet en daarna anders reageert.Muilkorven en welzijn: waar het vaak misgaatVeel problemen ontstaan niet door de muilkorf zelf, maar door hoe hij gebruikt wordt. De meest voorkomende fouten zijn een te strakke muilkorf, onvoldoende ruimte om te hijgen, een snelle en onzorgvuldige introductie en gebruik uitsluitend in stressvolle situaties. Vooral dat laatste is belangrijk. Als een muilkorf alleen verschijnt vlak voor of tijdens een dierenartsbezoek of een spannende training, wordt hij automatisch een voorspeller van stress. Dat wil je voorkomen.Hoe jij over MUILKORVENpraat, ze inzet en zichtbaar maakt in alledaagse, ontspannen situaties, bepaalt in GROTE MATE hoe eigenaren ernaar kijkenPijnPijn speelt een belangrijke rol in gedrag en daarmee in de inzet van muilkorftraining. Veel honden die in eerste instantie als ‘sociaal veilig’ worden gezien, krijgen in de loop van hun leven te maken met lichamelijke klachten. Denk aan orthopedische problemen zoals artrose bij grotere rassen, of chronische aandoeningen zoals ademhalingsproblemen, huid- en oorproblemen en neurologische klachten bij kleinere en kortsnuitige rassen. Deze vormen van ongemak zorgen er vaak voor dat de tolerantie van een hond afneemt en dat hij gevoeliger reageert op aanraking, benadering of bepaalde handelingen.In zulke situaties kan een muilkorf een belangrijk hulpmiddel zijn als ondersteuning van veiligheid en rust. Wanneer een hond al gewend is aan het dragen van een muilkorf, voorkom je dat je die nog moet introduceren op het moment dat de hond pijn heeft en daardoor minder belastbaar is. Dat geeft ruimte om medische zorg of noodzakelijke handelingen op een meer ontspannen en gecontroleerde manier uit te voeren, voor zowel hond als mens.
18De VRAATZUCHTmaakt op trainingsgebied ZOVEEL MOGELIJK
19ColumnOf je worst lustDoor: Gerdien Averink Ik heb een héél zwaar leven ... Want wat heb ik het moeilijk met mijn niet-voergerichte puber. Die momenteel ook nog eens haar hersenen heeft ingeruild voor marshmallows. Of heeft zij een zwaar leven, met een mens die niet haar niet begrijpt? Die denkt dat élke pup een lekker voertje als beloning op prijs stelt?Natuurlijk heeft zij het zwaarder dan ik! Want ik zou met mijn ervaring in de hondensport en -training beter moeten weten. Niets is minder waar. Ik ben weer leek, terug bij af, zoekende! Met weemoed kijk ik terug op de jaren met terriërs en leen-Border Collie, waar focus en motivatie, met als hoofdwapen voer (en speeltjes) een vanzelfsprekendheid leek. Wat hadden we een plezier in de hondensport (UK obedience en behendigheid). Dit dus: ‘In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.’ Kiki de Airedale deed met acht weken haar intrede in ons huis, net als haar voorgangers. Een gezonde, nieuwsgierige pup met een voor mij onbekend en behoorlijk desastreus trekje: ze is matig tot niet geïnteresseerd in eten. Vreet van haar maaltijd nét genoeg. En neen, geen giardia.Of je worst lust? Nee dus. En dat voor een Airedale; ik ken ze als behoorlijk vraatzuchtig. Een zakje kaas of worst mee en de volle aandacht was er, zelfs bij jachtgedrag. Ja, ik kon mijn terriërs zélfs terugroepen van konijnen, galopperende paarden ... Nou heeft Kiki gelukkig niet veel jachtpassie, maar wel véél interesse in collega-hondjes. Die zijn altijd leuker dan ik. Gelukkig kan ze wel uitstekend overweg met honden, leest ze goed, respecteert grenzen - heel blij mee.Binnenshuis een voertje als beloning voor Kiki werkt best goed, al zou ik haar graag gretiger zien. Buitenshuis is alles zó leuk en spannend dat een hand worst na twee stapjes/hapjes niet meer interessant is. Voer haalt het niet bij alles wat ze spannend of leuk vindt. Vooral honden. ‘Korte stukjes, terug vóór de emmer vol is!’ Ja, ik doe m’n best! Maar zodrá we buiten zijn, kun je je worst op je buik schrijven, en je wilt toch iets verder lopen ...Dus speeltje mee: dat geeft meer succes, maar ook opwinding. Wat mis ik de focus en rust die je krijgt bij een wél-voergerichte hond. En ja, ik weet: bij de Airedale krijg je de ‘focus op zijn mens’ er niet bij cadeau. Maar meestal wél de vraatzucht, wat zó veel op trainingsgebied mogelijk maakt.Ondertussen word ik gék van al die filmpjes van diverse toptrainers die alleen maar voer gebruiken ...Voor mij is de recall het allerbelangrijkste. Je kunt er zoveel mee en zoveel mee voorkomen. Ik vind bijvoorbeeld niets fijner dan wandelen in de natuur met mijn loslopende hond. Deze recall trainen we nu door veel weg te rennen, verstoppertje te spelen, speeltjes erbij. VVV: vaak, variatie, vrolijk. Gelukkig werpt dat wel vruchten af. Deze überpuber gaat het (hopelijk) wel leren, die recall. En misschien de focus ook wel.Mijn vriend heeft veel meer geduld dan ik, en doet het super met haar. Samen komen we er wel, is mij verteld. We houden vol! n
20
21Creatief motiverenNatuurlijk zitten in mijn tas ook weleens voedselvormen waar je honden mee kunt motiveren - van brokjes tot gedroogd vlees, worst, smeersels en kleine kluifjes -, maar dat is vaak maar een klein deel. Het grootste deel bestaat uit speelgoed (knuffeltjes, piepspeeltjes met een touw eraan vastgeknoopt zodat je ze op afstand ‘tot leven kunt wekken’ en trekspeeltjes) en andersoortige ‘rommel’ zoals oude theedoeken of een kapotte spijkerbroek.Wanneer liever geen voerEr zijn veel omstandigheden waarin ik liever geen voer inzet. Soms wil ik zien hoe de hond zich gedraagt als er géén verwachting van voertjes is. Soms wil ik risico op hoge opwinding of frustratie voorkomen. En soms wil ik dat de hond uitgebreid informatie kan verwerken over de omgeving, zonder dat voer de focus verstoort. Ook ben ik terughoudend en voorzichtig met voer wanneer ik inschat dat er risico bestaat op conflictgevoelens: de hond wil wel voer scoren, maar heeft tegelijkertijd ook negatieve verwachtingen over de situatie. Uiteraard is voer ook niet bruikbaar als de hond geen interesse toont, maar dan onderzoek ik graag waarom; is er bijvoorbeeld sprake van spanning, verzadiging of fysiek ongemak? Denk NIET ALLEEN aan woorden, maar ook aan KLANKEN: kusgeluidjes, klik-klak, fluitenMijn belangrijkste reden om voer weg te laten: het scoren van voer sluit niet altijd aan op wat de hond op dat moment nodig heeft. Zeker in gedragstherapie draait het vaak om andere behoeftes, zoals sociale geruststelling, lichamelijk comfort en de behoefte aan informatie en veiligheid. Daarom vraag ik mij eerst af: heeft deze hond nu echt behoefte aan eten, of kunnen we hem/haar beter helpen met een andere vorm van ondersteuning die óók motiverend kan zijn?Praktische, motiverende alternatieven voor voerVerbale feedback & geluidVeel honden reageren sterk op vriendelijk, opgewekt stemgeluid. Korte, staccatoklanken kunnen tempo en actie aanjagen; langgerekte geluiden kunnen juist vertragen en rust geven. Denk niet alleen aan woorden, maar ook aan klanken: kusgeluidjes, klik-klak, fluiten. Dikwijls fungeren dergelijke geluiden als signalen en als secundaire bekrachtigers (waarna de hond alsnog een primaire bekrachtiger verwacht), maar soms zie je dat honden er losstaand ook écht door gemotiveerd kunnen raken. Zo trainde ik ooit met een Sharpei-mix die zijn neus ophaalde voor stukjes worst, maar als je een hoge stem opzette en de hond hiermee aanmoedigde kreeg je een waanzinnig gemotiveerde, vriendelijke reactie en wilde de hond heel graag met je samenwerken.BewegingBewegen is voor veel honden op zichzelf al prettig en kan daardoor motiverend werken; zeker als het past bij je trainingsdoel, zoals bij hier-komen Creatief motiverenHet hoeft niet altijd met voer!Door: Liselot Boersma Wanneer ik op bezoek ga bij gezinnen neem ik soms een tas vol verrassingen mee, nietvoedselgerelateerd. Dat wekt nieuwsgierigheid. Als ik iets uit mijn tas tevoorschijn haal, is de hond vaak meteen geïnteresseerd. Soms heb ik heel bewust géén voer bij me, omdat ik wil voorkomen dat de hond na het besnuffelen van mij en mijn tas direct in de voedsel-scoren-modus schiet. Dat is voor mijn werk namelijk lang niet altijd wenselijk.
22Bij mijn eigen hond merkte ik dat verzorgende handelingen (zoals lichamelijke inspectie) veel beter gingen als ik ze combineerde met knuffelen/massage. Met voer erbij werd ze juist wantrouwig: ze wilde het voer wel, maar verwachtte tegelijk ‘gedoe’; een klassiek conflict.SAMEN SPELEN kan bovendien de band VERSTERKEN en zelfvertrouwen VERGROTENSpel & speelse overwinningenSpel kan honden enorm motiveren: ontdekken, achtervolgen, vangen, vasthouden en overwinnen van uitdagingen. Samen spelen kan bovendien de band versterken en zelfvertrouwen vergroten, zeker als er een uitdagend element in zit (iets verstoppen, iets bemachtigen, elkaar uitdagen). Belangrijk is dat je eerst uitzoekt welke speelstijl de hond het liefst heeft. Bijvoorbeeld trekken/sjorren, achtervolgen, bezitten of juist zonder speelgoed zachtjes stoeien, samen rennen enzovoort.Voor honden met jachtdrift kan het mogen jagen op- en vangen van jachtspeeltjes vaak veel sterker motiveren dan losse voertjes. Een voorbeeld: een Vizsla die bij het zien van wilde konijnen direct omdraaide naar het gezinslid. Op die momenten ‘toverde’ zij namelijk altijd een konijnenvachtdummy tevoorschijn die ‘tot leven’ werd gewekt met een touwtje. Die dummy kon de hond wél snel vangen en ‘doodschudden’ en dat sloot dus perfect aan op de behoefte van die hond op dat moment.Autonomie – vrijheid en zelfbekrachtigingVrijheid of toestemming om iets te doen wat de hond écht wil, kan enorm motiveren. Denk aan oogcontact waarna jij een deur opent, of rustig stilstaan waarna je de lijn los klikt. Je verzoekt eerst een haalbare oefening, waarna de hond zichzelf kan belonen met iets dat aansluit bij de eigen behoefte. Dit wordt ook wel een functionele beloning genoemd. Het sluit tevens aan bij het bekende Premack principe waarbij gedrag wat of samen afstand nemen van prikkels (wild, vee, ruiters, of als je tijdig afstand wil nemen van iets dat de hond mogelijk spannend vindt). Probeer eens: roep je hond en ren daarna vrolijk samen een stukje weg, in plaats van te voeren. Of loop/hup samen luchtig en geruststellend weg van een situatie. Ook het uitvoeren van bekende bewegingsoefeningen kan belonend zijn. Zo vertelde een instructeur mij eens dat ze tijdens een les ontdekten dat een hondje dolgelukkig werd van met de voorpoten op een krukje mogen staan; dat gedrag werd vervolgens ingezet als bekrachtiging voor andere oefeningen.Vertrouwde aanrakingVoor veel honden is liefdevolle, vertrouwde aanraking een krachtige motivator, mits je goed afstemt op wat de hond prettig vindt (en op dát moment wil). Juist zonder voer kun je beter ontdekken welke aanraking de hond zelf opzoekt: massage, kroelen, kriebelen, zachte klopjes, en op welke plekken. Let steeds op toenadering versus afwenden en blijf alert en blijf testen, want voorkeuren kunnen per situatie verschillen.Bij sommige honden helpt rustige aanraking bovendien om opwinding te reguleren of spanning te verlagen (bijv. zachte massage op borst en schouders). Tip: leer een knuffel-cue aan, zodat je het contact aankondigt en de hond kan aangeven of het welkom is.
24Bij haar komst bij Has en Wiwi is Bijou nog sterk gestrest en overprikkeld. Volgens de fokker zou dat het gevolg zijn van haar verleden met pups, maar al snel blijkt er meer aan de hand: naast een pijnlijke oorontsteking wordt ook ongeneeslijke kanker vastgesteld. Has en Wiwi besluiten niet terug te deinzen voor die realiteit. Ze hebben a gezegd en zeggen dus ook b. Onder het motto ‘We doen er alles aan om nog zoveel mogelijk leven aan haar resterende tijd toe te voegen’, starten zij een traject van palliatieve zorg. En dat doen ze met volledige toewijding. Langzaam maar zeker ontstaat er meer rust. In huis, maar ook tijdens de kleine wandelingetjes die ze samen maken. Het vertrouwen groeit, evenals de ontspanning. Bijou leeft uiteindelijk als een prinsesje.Praktische tipsHet echtpaar besluit zich grondig te verdiepen in de ziekte van Bijou. Dat blijkt een moeizame zoektocht. Naast professionele informatie vinden zij nauwelijks toegankelijke uitleg of praktische tips die hen kunnen helpen in het dagelijks leven met een ernstig zieke hond. Vanuit die ervaring ontstaat het idee om hun eigen ontdekkingstocht op papier te zetten, in dagboekvorm. Daarbij schetsen ze een breed beeld van Bijou, haar achtergrond en haar laatste levensfase. Niet alleen om andere hondeneigenaren te ondersteunen, maar ook als onderdeel van hun eigen verwerking.Geen somber verslagHet boek is nadrukkelijk geen somber verslag van ziekte en afscheid. Integendeel: de liefde en het plezier spatten van de pagina’s. Has en Wiwi genieten zichtbaar van Bijou, en dat genoegen is overduidelijk wederzijds. Dagelijkse belevenissen, dierenartsbezoeken en onderzoeksuitslagen wisselen zij af met een grote hoeveelheid hondenweetjes. Zo komen onder meer beroemde honden aan bod - zoals Hachiko, die jarenlang vergeefs op zijn overleden eigenaar bleef wachten bij een treinstation in Tokio -, maar ook aan honden verwante soorten zoals de dingo en de coyote. Verder schrijven zij over stresssignalen bij honden, trekken aan de lijn, de geschiedenis van halsbanden, feromonen en tal van andere onderwerpen. Vrijwel alles wat met honden te maken Has en Wiwi SwengerBijou, ons dappere Engelse Cockertje Door: Anita KiersNa een leven lang met honden te hebben samengeleefd, komt een ouder echtpaar met een zwak voor oudere herplaatshonden in aanraking met Bijou: een bijna tien jaar oude Engelse Cockerspaniel en voormalig fokteefje, voor wie een nieuw thuis wordt gezocht. Na het overlijden van hun vorige hond én met hun eigen lichamelijke beperkingen in gedachten, is de keuze voor een oudere hond een logische en passende stap voor hen.
26in 1948 (Neurenberg Code). Dit werd pas later aangescherpt in de Declaration of Helsinki (1964), toen er naast toestemming ook onafhankelijke ethische toetsing bij kwam.In de dierwetenschappen ontwikkelde zich eveneens geleidelijk een moreel kader. In beginsel vooral voor veedieren en proefdieren. Neem bijvoorbeeld The Five Freedoms, geïntroduceerd door Brambell en de Farm Animal Welfare Council (1965/1979). Dit kwam voort uit de wens voor het waarborgen van productiviteit, want boerderijdieren met verslechterd welzijn leveren minder op voor de mensen. Het was primair gericht op Fernandez positioneert zichzelf nadrukkelijk als reward-based academic en reward-based trainer.Straffen werkt, stelt hij, maar alleen effectiviteit als criterium is onvoldoende. De impact op welzijn en de relatie tussen diersoort en trainer zou onderdeel moeten zijn van het afwegingskader.Ethiek als fundament: van Five Freedoms naar Five DomainsFernandez start met een historisch perspectief op ethiek. In de humane medische wereld werd vrijwillige toestemming voor het ondergaan van behandelingen pas expliciet vastgelegd Door: Liselot BoersmaTijdens de eerste seminardag nam Eduardo Fernandez ons mee in zijn ontwikkeling van een nieuw ethisch en functioneel kader voor diertraining: LIFE, wat staat voor Least Inhibitive, Functionally Effective. Wat begon als een historisch-ethische inleiding, eindigde met een ‘crash course’ Applied Behavior Analysis (ABA), waarin data, functionaliteit en welzijn centraal stonden.Seminar Eduardo Fernandez: Van LIMA naar LIFE Dag 1: over ethiek, gedragsanalyse en meetbare training
27Seminar Eduardo Fernandezexperimenten, op zo’n manier dat het proefdier zo min mogelijk wordt aangetast in het welzijn. Voor dieren die in gevangenschap leven en daarmee afhankelijk zijn van de verzorging van mensen, wordt inmiddels veel gewerkt met The Five Domains, een uitgebreid welzijnsmodel van Mellor (2016, 2017), waarin positieve ervaringen en levenskwaliteit, ‘a life worth living’ centraal staan. Mede dankzij het Five Domains-model is training een onderdeel van welzijn geworden (het is een klein onderdeel van domain 4: behavioural interaction). Hoe het dier zich voelt staat in dit model centraal. Hiermee verschuift de vraag ‘werkt het?’ naar ‘wat doet het met het individu?’.het voorkomen van negatieve ervaringen (vrij van o.a. honger, dorst, ziekte, pijn, stress en vrij om natuurlijk gedrag te vertonen).Een ander voorbeeld dat aangehaald wordt zijn Festing & Wilkinson, die in 2007 The Three R’s: Replacement, Reduction, Refinement uitwerkten tot ethische richtlijnen voor proefdieren. Vrij vertaald kun je Three R’s vertalen naar drie V’s: vervanging, vermindering en verfijning. Vervanging staat hierbij voor het vermijden van dierproeven door deze te vervangen met alternatieve onderzoeksmethodes. Vermindering doelt op het gebruiken van zo min mogelijk dieren voor een onderzoek. Verfijning staat voor het fine-tunen van de opzet van Highlights:• Eduardo Fernandez introduceert LIFE (Least Inhibitive, Functionally Effective) als alternatief voor LIMA. LIFE focust op trainingsinterventies die effectief zijn zonder het gedragsrepertoire van het dier onnodig te beperken.• Training wordt benaderd vanuit Applied Behavior Analysis (ABA): gedrag begrijpen via functionele analyse (ABC) en interventies baseren op objectieve, meetbare data.• Fernandez plaatst training binnen een modern welzijnskader, onder andere geïnspireerd door het Five Domains Model, waarin de impact van training op welzijn en levenskwaliteit centraal staat.• Hij waarschuwt voor de risico’s van aversieve methoden en straf en pleit voor een systematische, reward-based trainingsaanpak die zowel effectief als welzijnsbevorderend is.Bron van deze afbeelding van Five Domains: N.J. Kells. (2022) Review: The Five Domains model promoting positive welfare in pigs. Animal Volume 16. https://doi.org/10.1016/j.animal.2021.100378
29Seminar Eduardo FernandezUit: Fernandez, Eduardo (2024) The Least Inhibitive, Functionally Effective (LIFE) Model: A New Framework for Ethical Animal Training Practices. Journal of Veterinary Behavior 71:63-68. DOI:10.1016/j.jveb.2023.12.001.
34
35Wolf en hondMaatje of maaltje, hangt af van de situatieVoor jou is je hond een huisdier. Een maatje, onderdeel van je gezin. Voor de wolf kán je hond een mogelijke partner zijn, een concurrent of een prooi.In zeldzame gevallen kan de wolf de hond zien als partner en dit kan zelfs leiden tot paring tussen wolf en hond. Dat komt niet vaak voor, maar het laat wel zien hoe dicht ze gedragsmatig bij elkaar staan. In andere situaties ziet een wolf de hond als concurrent; een dier die zich in zijn territorium bevindt en mogelijk een bedreiging vormt.En soms ... ziet hij de hond als prooi. Vooral als die hond kleiner is, alleen, of zich vluchtend gedraagt. Want bij roofdieren geldt: wat beweegt en wegloopt, nodigt uit tot achtervolgen. Welke van deze interpretaties het wordt, hangt af van de behoefte van die wolf op dat moment én de situatie. Dat maakt het complex - maar ook grotendeels beïnvloedbaar.Maar als je beter KIJKT, zie je dat die TOENAME samenhangt met GEDRAG van mensen en OMSTANDIGHEDENMeer wolven = meer kans op contactIn Nederland leven ongeveer 1,7 miljoen honden. Tegelijkertijd groeit het aantal wolven. Dan is het logisch dat die twee elkaar vaker tegenkomen.Dat betekent niet dat wolven gevaarlijker worden. Het is simpelweg een kwestie van statistiek. In Finland zag men bijvoorbeeld dat het aantal gedode honden toenam toen de wolvenpopulatie groeide. Maar als je beter kijkt, zie je dat die toename samenhangt met gedrag van mensen en omstandigheden. In Nederland zijn de afgelopen jaren meerdere incidenten gemeld waarbij honden betrokken waren bij interacties met (vermoedelijk) wolven. Die variëren van korte confrontaties tot ernstige verwondingen of dodelijke afloop. Toch is het belangrijk om te onthouden: de meeste ontmoetingen verlopen zonder problemen. In onderzoek zie je dat slechts een klein deel van de interacties daadwerkelijk uitmondt in contact of verwondingen. Afstand maakt het verschilAls er één factor belangrijk is, dan is het dat de afstand tussen jou en je hond het risico bepaalt. Hoe verder je hond van je is verwijderd, hoe groter de kans op een interactie met een wolf. Dat heeft een simpele reden. Wolven zijn van nature voorzichtig en vermijden mensen. Zolang je hond dicht bij je blijft, valt hij onder jouw ‘bescherming’. Maar een hond die losloopt en ver vooruit gaat of ver achterblijft, is voor een wolf ineens iets anders. Die hond staat er alleen voor. Dat zie je bijvoorbeeld bij jachthonden. Die werken vaak op afstand en zijn actief bezig met Confrontaties tussen wolf en hond helpen voorkomenAdvies voor eigenaren én instructeursTekst en foto’s: Debbie Rijnders Voor veel mensen is de terugkeer van de wolf iets spannends. Er is nieuwsgierigheid, maar ook onzekerheid. Want wat betekent het eigenlijk voor onze honden? Mensen vragen vaak: ‘Is de wolf gevaarlijk?’ Een betere vraag is: ‘In welke situaties ontstaat risico, en wat kun je daar zelf aan doen?’Net als bij veel gedragsproblemen bij honden geldt ook hier: gedrag ontstaat niet zomaar. Het ontstaat in een bepaalde context. En als je die context begrijpt, kun je het risico beïnvloeden.
36duidelijke keelbeet. Nu is de kans op zo’n incident statistisch klein, maar het zal je maar overkomen dat je je hond op zo’n afschuwelijke manier verliest. Als ERGENS makkelijk voedsel te vinden is, én het RISICO is laag ...Niet willekeurigWat uit onderzoek steeds weer naar voren komt, is dat risico dus niet willekeurig is. Het ontstaat door een combinatie van factoren:• afstand tussen jou en je hond;• mate van controle; • wat je hond aan het doen is;• de omgeving en het tijdstip. Met andere woorden: niet de aanwezigheid van wolven bepaalt het risico, maar de situatie waarin jij en je hond zich bevinden. En die situatie wordt grotendeels bepaald door jouw gedrag.Niet elke activiteit met je hond brengt hetzelfde risico met zich mee. Een rustige wandeling met je hond dicht bij je is relatief veilig. Zeker als je niet gaat wandelen in gebieden waar een wolvenroedel woont. Maar wandel je wél in wolvengebied en laat je je hond zelfstandig speuren of achtervolgen. Juist die honden lopen meer risico. Voor jou als eigenaar - en zeker als instructeur - is dit een van de belangrijkste dingen om uit te leggen.Veel mensen denken dat het risico vooral in afgelegen natuurgebieden zit. Maar probleemsituaties in het buitenland laten zien dat er juist veel incidenten dichter bij huis zijn. In tuinen. Op erven. Vlak bij bebouwing. Dat komt doordat wolven opportunisten zijn. Als er ergens gemakkelijk voedsel te vinden is, en het risico is laag, dan maken ze daar gebruik van. En dat gebeurt vaak ‘s avonds en ‘s nachts. Dan is het rustig en kunnen wolven zich dichter bij mensen begeven zonder opgemerkt te worden. Een hond die in het donker buiten ligt of even zijn behoefte mag doen in de tuin loopt dan een groot risico. Begin 2026 is een vijfjarige Leonbergerteef in Klazienaveen waarschijnlijk door een wolf om het leven gebracht. De hond mocht net als altijd nog even in de afgezette tuin haar behoefte doen. Het was donker en de eigenaar woont afgelegen in het buitengebied. De hond kwam niet binnen na geroepen te zijn en werd 500 meter bij het huis vandaan helaas dood teruggevonden met een
40Webinar Louise Stapleton-FrappellEffectief trainen begint ná de beloningDoor: Anita KiersMisschien heb je er wel nachtmerries aan overgehouden na module A: dat schema van bekrachtigingen en correcties. Lange tijd lag de focus rond gedrag vooral op operante conditionering en dan liefst op de positief bekrachtigende kant ervan. Gewenst gedrag = voerbeloning geven en klaar is Kees? Zo simpel is het niet, bleek uit het webinar ‘Beyond the Treat- Understanding Reinforcement, Not Just Rewards’ van Louise Stapleton-Frappell.In hondentrainingsland vormt bekrachtiging de basis van vrijwel elke moderne trainingsmethode. Tegelijkertijd ontstaat juist daar vaak verwarring, legt Louise uit. In de praktijk verschuift de aandacht namelijk snel naar wat de trainer doet: het juiste moment van clicken, het aanbieden van voer, het kiezen van een ‘goede’ beloning. Helaas, bekrachtiging wordt niet bepaald door die handelingen. Wel door het effect dat daarop volgt. Een beloning is wat je aanbiedt. Bekrachtiging beschrijft wat dat aanbod doet met gedrag.Als gedrag sterker wordt en in de toekomst vaker optreedt, is er sprake van bekrachtiging. Gebeurt dat niet, dan heeft er ondanks alle goede bedoelingen geen bekrachtiging plaatsgevonden. Niet de intentie van de trainer is dus leidend, maar de uitkomst bij de hond.Gedrag valt in duigenVeel trainingsmomenten voelen als een succesje. De hond reageert vlot, de trainer werkt zorgvuldig en de sessie verloopt zonder zichtbare problemen. Toch blijkt vaak dat gedrag buiten die specifieke situatie minder stabiel is. Wat in de trainingsruimte soepel gaat, valt op straat of in een nieuwe omgeving in duigen.Dat komt doordat gedrag niet losstaat van context. Een hond die binnen betrouwbaar zit en buiten niet reageert, laat geen gebrek aan goede wil zien. De functie van het gedrag is veranderd.
41Na beloningBinnen levert zitten misschien direct iets op: voer, rust, voorspelbaarheid. Buiten kan hetzelfde gedrag leiden tot verlies van toegang tot interessante prikkels, zoals geuren of beweging.En hoewel de vorm van het gedrag hetzelfde blijft, verandert de betekenis. Voor de hond is het dus geen herhaling van dezelfde taak, maar een andere situatie met andere consequenties. Dit onderscheid tussen vorm en functie is essentieel. Het voorkomt dat gedrag te snel wordt geïnterpreteerd als ‘hij luistert niet’ en verschuift de aandacht naar de leeromgeving.Leren in fases: van ontdekken naar behoudenGedrag ontwikkelt zich in herkenbare fases, die richting geven aan trainingskeuzes. In de eerste fase, de verwerving (acquisition), ontdekt de hond welk gedrag effect heeft. De kernvraag is simpel: wat loont? In deze fase draait alles om duidelijkheid en frequent succes.Daarna verschuift de focus naar vloeiendheid (fluency). Gedrag moet niet alleen optreden, maar ook soepel en zonder aarzeling worden uitgevoerd. Kleine vertragingen of inconsistenties laten zien dat het gedrag nog niet stabiel genoeg is.Vervolgens komt de fase van generalisatie. Hier leert de hond dat gedrag ook in andere contexten werkt. Dat vraagt om een zorgvuldige opbouw, omdat nieuwe omgevingen andere prikkels en dus andere concurrentie met zich meebrengen.In de onderhoudsfase draait het om duurzaamheid (maintenance). Gedrag moet blijven bestaan, ook wanneer beloningen minder frequent worden. Dat vraagt om strategisch bekrachtigen in plaats van simpelweg afbouwen.Blijft het onder vergelijkbare omstandigheden bestaan?Beslismodel: push, stay, dropEen van de grootste valkuilen in training is het beoordelen van succes op basis van eigen handelen, aldus Louise. Trainers kijken naar hun timing, hun beloningskeuze en hun uitvoering. Maar gedrag is de enige betrouwbare indicator. Blijft het gedrag bestaan? Blijft het onder vergelijkbare omstandigheden bestaan? Dat zijn de vragen die ertoe doen.Een praktische manier om dit te sturen is werken met korte evaluatiemomenten. Wanneer gedrag consequent goed verloopt, kun je het criterium iets verhogen. Bij twijfel blijft het gelijk. Wanneer het regelmatig misgaat, verlaag je het criterium. Je beslist dus op basis van data: 5/5 goed →criteria verhogen (push), 3/5 goed →
44Even een voorafje Voordat ik de activiteiten ga beschrijven, eerst even het volgende: we mogen ook wel eens aandacht besteden aan de plaats van de hond in huis.Zoals ik in het vorige deel liet blijken, wandel ik actief met mijn hond en zijn wij samen op pad. Zo geldt dat voor mij ook in huis: in huis maakt mijn hond onderdeel uit van mijn gezin, of ik nu alleen ben of met mijn kinderen of kleinkinderen. Zij maken allen deel uit van mijn dagelijks doen en laten, zo ook Soof. Ik laat haar altijd weten wat ik aan het doen ben, wat ik ga doen en wat we samen doen.Door: Rosemarijn GelauffHeb je binnen je eigen kring al gevraagd wie een noodpakket heeft? Zowel gericht op eerste hulp als op activiteiten? Zoals in het vorige nummer is beloofd; in deel twee de activiteiten voor binnenshuis, voor als jullie niet naar buiten kunnen vanwege bijvoorbeeld verminderde mobiliteit van jou of je hond. Of als het buiten bar en boos is, zoals bij een weeralarm code oranje of rood. Dan is het fijn wanneer je wat activiteiten uit je hoge hoed kunt toveren waarmee je hond toch zijn energie kwijt kan. PS: wanneer ik hier schrijf ‘jij en jouw hond’, vertaal dat dan naar jouw cursisten en hun honden.Het noodpakket ook voor je hond?Deel 2
Gooi eens een open vraag in de groep ‘welke plek heeft je hond in het gezin?’ Er is geen goed of fout, het zou mooi zijn, als je er naartoe probeert te werken dat jouw hond gelijke rechten heeft zoals ieder ander die in jouw gezin rondloopt.Op je plaats‘Op je plaats’ hoor ik maar al te vaak wanneer ik in een huis kom, waar een hond onderdeel uitmaakt van het gezin. Te pas en te onpas wordt de hond naar zijn plaats gewezen. Of het nu is als de deurbel gaat, er gekookt of gegeten wordt, als er bezoek is, als we gaan stofzuigen, noem maar op. En dan hoor ik er achteraan: ‘Wat luistert hij goed, hè?’ Ik vraag soms weleens gekscherend: ‘Is dat jullie gezamenlijke stopwoord?’ Ik heb daar een leuke anekdote over. Een dochter van goede vrienden kwam naar mij toe en zei: ‘Mijn vader heeft een nieuw commando voor ‘op je plaats ‘, dat is nu ‘potverdorie’. Ik moest daar natuurlijk om glimlachen, maar ik begrijp ook dat het stopwoord daar ook ‘op je plaats’ is, maar niet snel genoeg gehoorzaamt naar zijn idee.Actief binnenshuis in een beperkte ruimteGeef je cursisten aan dat je mogelijk weleens beperkt bent in de ruimte die je je hond kunt geven. Wanneer je hond een blessure heeft, waardoor hij niet veel mag lopen, is het handig om in huis de ruimte voor hem af te zetten met bijvoorbeeld een puppyren. In een training boots ik dat weleens na door iedereen een kleed mee te laten nemen. Dat kleed wordt de beperkte ruimte waarop we activiteiten gaan doen.Impulscontrole en hersenwerkWaar je niet veel ruimte (in meters) voor nodig hebt, is impulscontrole en hersenwerk. Ik hoor je nu denken ‘is impulscontrole dan geen hersenwerk?’ Inderdaad, het is beide, maar ik maak er toch onderscheid in. Ik benoem ze apart omdat impulscontrole echt stap voor stap, in ministapjes opgebouwd wordt. Dat wil niet zeggen dat impulscontrole niet speels aangeboden kan worden, dat kan met alle oefeningen. Het is de intonatie van jouw stem die er een vrolijke activiteit van maakt.Bij impulscontrole heb ik een duidelijk doel, denk bijvoorbeeld aan dat je hond zich even moet beheersen voordat hij in actie mag komen. Bij impulscontrole moet ik niet een stapje verder gaan als mijn hond het nog niet beheerst, want dan ben ik weer terug bij af en kan ik weer opnieuw beginnen. Bij hersenwerk maak ik er gewoon een andere speelse oefening van, als iets niet lukt of niet begrepen wordt.HersenwerkStel eens de vraag in je groep ‘wat als je binnen in huis al wat zoekspelletjes gedaan hebt, maar je hond vraagt toch wat meer, welke alternatieven heb je dan?’ Een ervan is hersenwerk, dat we inmiddels allemaal wel kennen. Maar hoe en waarom zetten wij dat in?Hersenwerk voor honden is een fantastisch middel om de verbinding tussen jou en je hond nog sterker te maken. Tegelijkertijd vraagt het ook energie van je hond. Je maakt een hond niet mentaal moe door hem eindeloos naast een fiets te laten rennen of met jou mee te laten joggen. Een hond wordt pas echt mentaal moe wanneer je zijn hersenen aan het werk zet. In het kort komt het erop neer dat je met huis-, tuin- en keukenmaterialen (dus zonder aanschaf van dure hondenspeeltjes) mooie nieuwe uitdagingen en een leuke ontspanning biedt. Hoe uitdagender jij het maakt en de zintuigen van je hond stimuleert, afgestemd op wat hij leuk vindt, Noodpakket45
50gaat, maar vooral over de vraag: wat gaat er in de hond om. Zo richt óók de stroming van positief trainen zich nog op het manipuleren van het gedrag, bewust of onbewust. Het leren en de opvoeding van honden gaat in essentie over samenleven, elkaar begrijpen en vertrouwen. Daarbij geeft ze herkenbare praktijkvoorbeelden.Een flink deel van het boek (hoofdstuk 3 tot en met 5) is gericht op de ontwikkeling van een jonge hond. De grote impact van de eerste levensfase, waarbij rust en warmte bieden en betrouwbaar zijn bepalender zijn dan veel nieuwe ervaringen opdoen en vaardigheden aanleren. Als je bijvoorbeeld de verwachting creëert dat je altijd weer terugkomt, hoef je ‘alleen zijn’ niet specifiek te trainen. In dit gedeelte weerlegt ze ook oude opvattingen. Echte zelfstandigheid ontwikkelt een pup uitsluitend vanuit een veilig uitgangspunt. Op dit moment is een trend gaande om pups al snel ‘overprikkeld’ te vinden en (bench)rust voor te schrijven. De meeste (niet alle) pups kunnen zelf goed aangeven wanneer ze rust nodig hebben. Ze is geen voorstander van al te strakke trainingsprotocollen die vooral de nieuwe Suzanne Welling:Passie voor honden, samenleven in verbondenheidDoor: Regine VoortBegin juni 2026 verschijnt: ‘Passie voor honden, samenleven in verbondenheid’ van Suzanne Welling. De ondertitel is een goede indicatie van wat je kunt verwachten. Het is geen trainingsboek, maar het is gebaseerd op alle actuele kennis en op het idee dat opvoeding en begeleiding vooral als doel heeft een vertrouwensvol en gelukkig individu te worden. Lijkt dat op de opvoeding van kinderen? Klopt. Suzanne Welling is kinderpsycholoog, instructeur voor assistentiehonden en gedragstherapeut, tevens docent, en ze heeft lange tijd een hondenschool gehad. Haar boek zou je in één keer kunnen uitlezen, gezien de warme, liefdevolle manier waarop ze al haar kennis over honden naar voren brengt. Een tweede keer lezen daarna is aanbevolen om de inhoud recht te doen. ‘Passie voor honden’ is een praktisch-filosofisch boek over hoe wij ons verhouden tot honden, waarbij training ondergeschikt is aan het opbouwen van vertrouwen en wederzijds (!) begrip. In wezen net zoals het opbouwen van een vertrouwensband en opvoeden tot zelfstandigheid bij kinderen vóór scholing komt. Ze beschouwt honden als ‘op zielsniveau gelijkwaardig’. Zij oriënteert zich op schrijvers als De Waal, Panksepp en Bekoff die het gevoelsleven van honden onderkennen. Daarbij richt ze zich zowel tot hondeneigenaars als trainers.VeranderdIn het eerste deel van het boek beschrijft ze hoe onze opvattingen over hoe je met honden omgaat in de laatste twintig jaar veranderd zijn. Vooral het inzicht dat het niet alléén om gedrag
MODULE AVAN O&O VOOR MENS EN HONDKen de hond Iedereen die een hond heeft en hobbymatig of professioneel met honden werkt, heeft basiskennis nodig. De Module A - Ken de hond verschaft je dat fundament. Ook fokkers, mensen die werken bij een hondenuitlaatservice, hondentrimmers en pensionhouders kunnen hun hart ophalen bij deze module! En voor wie de vervolgcursussen bij O&O wil gaan volgen, is de Module A - Ken de hond verplichte kost. Alles wat je als een beetje hondeneigenaar wilt weten, komt in deze module aan bod, zoals:• Afstamming en de gevolgen daarvan• Ontwikkelingsfasen en levensbehoeften• Leren bij honden • Houdingscommunicatie en gedragsherkenning• Emoties en welzijn• Oorzaken van gedrag• Rasspecifieke eigenschappen• Gezondheidsleer• En nog veel meer! Dus of je nu instructeur wilt worden of niet: na het volgen van Module A weet je waarover het écht gaat in hondenland.Module A – Ken de hond maakt een verplicht onderdeel uit van het diploma kynologisch instructeur. Wanneer je in het bezit bent van het certificaat van de Module A - Ken de hond plus het bewijs van deelname aan Module B - Train de hond én het certificaat van Module C - Train de mens, dan voldoe je in ruime mate aan de eindtermen die door de Raad van Beheer zijn gesteld aan een ‘kynologisch instructeur’ en ontvang je het bijbehorende diploma.Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: Advertentie Nieuwe Module A.indd 1 27-11-2023 12:0053
MODULE BVAN O&O VOOR MENS EN HONDTrain de hond Module B - Train de hond is een spiksplinternieuwe module die met een brede blik kijkt naar training en hondensport. Wanneer je onze module A - Ken de hond hebt gevolgd en daar o.a. de basiskennis over de leerprincipes hebt geleerd, kun je deze theoretische kennis in de praktijk brengen in module B - Train de hond. Op leuke en speelse wijze zul je ontdekken welke aspecten allemaal een rol spelen bij het trainen van de hond. Deze module is enerzijds ontwikkeld om de mensen die verder willen met de opleiding tot kynologisch instructeur goed voor te bereiden op de laatste module van deze opleiding, module C - Train de mens. De module C - Train de mens kan zich daardoor nog beter richten op het leren lesgeven, de groepsdynamiek en het leren hondeneigenaren/-begeleiders te helpen met hun honden in de dagelijkse praktijk. Anderzijds is deze module ontwikkeld voor mensen die geen ambitie hebben om les te geven maar wel lekker met hun hond aan de slag willen. Een hond leert zijn hele leven lang dus is het belangrijk dat dat leren op een voor begeleider én hond veilige en prettige manier gebeurt.Je leert in de module B - Train de hond welke informatie een hond nodig heeft van zijn begeleider om te begrijpen welk gedrag hem het meeste oplevert. En wat nog belangrijker is, je leert te zien wat jóuw hond nodig heeft en op welke manieren jij hem dat kan geven.Module B - Train de hond is een trainingsmodule die bestaat uit één dag theorie en twee praktijkdagen. Deze module heeft geen examen; je krijgt na afloop een certificaat van deelname. Deelnemers die doorwillen naar module C - Train de mens, krijgen een persoonlijk advies over wat ze eventueel nog kunnen doen om uiteindelijk goed beslagen ten ijs aan de start van die module te verschijnen. Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: Advertentie Nieuwe Module B.indd 1 27-11-2023 12:0154
MODULE BVAN O&O VOOR MENS EN HONDTrain de hond Module B - Train de hond is een spiksplinternieuwe module die met een brede blik kijkt naar training en hondensport. Wanneer je onze module A - Ken de hond hebt gevolgd en daar o.a. de basiskennis over de leerprincipes hebt geleerd, kun je deze theoretische kennis in de praktijk brengen in module B - Train de hond. Op leuke en speelse wijze zul je ontdekken welke aspecten allemaal een rol spelen bij het trainen van de hond. Deze module is enerzijds ontwikkeld om de mensen die verder willen met de opleiding tot kynologisch instructeur goed voor te bereiden op de laatste module van deze opleiding, module C - Train de mens. De module C - Train de mens kan zich daardoor nog beter richten op het leren lesgeven, de groepsdynamiek en het leren hondeneigenaren/-begeleiders te helpen met hun honden in de dagelijkse praktijk. Anderzijds is deze module ontwikkeld voor mensen die geen ambitie hebben om les te geven maar wel lekker met hun hond aan de slag willen. Een hond leert zijn hele leven lang dus is het belangrijk dat dat leren op een voor begeleider én hond veilige en prettige manier gebeurt.Je leert in de module B - Train de hond welke informatie een hond nodig heeft van zijn begeleider om te begrijpen welk gedrag hem het meeste oplevert. En wat nog belangrijker is, je leert te zien wat jóuw hond nodig heeft en op welke manieren jij hem dat kan geven.Module B - Train de hond is een trainingsmodule die bestaat uit één dag theorie en twee praktijkdagen. Deze module heeft geen examen; je krijgt na afloop een certificaat van deelname. Deelnemers die doorwillen naar module C - Train de mens, krijgen een persoonlijk advies over wat ze eventueel nog kunnen doen om uiteindelijk goed beslagen ten ijs aan de start van die module te verschijnen. Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: Advertentie Nieuwe Module B.indd 1 27-11-2023 12:01MODULE CVAN O&O VOOR MENS EN HONDTrain de mens Op veel hondenscholen draait het in de puppy- en/of basiscursus nog veelal om het aanleren van oefeningen als zit, lig, volgen en hierkomen. In diverse boeken en op YouTube zijn hier de stappenplannen voor te vinden en veel instructeurs-in-de-dop kennen die methoden al voor ze met de opleiding tot kynologisch instructeur beginnen. De vernieuwde praktijkmodule C – Train de mens gaat nog meer dan voorheen in op het kunnen leveren van maatwerk. Wil je de mens-hondcombinatie die voor je staat écht kunnen helpen, dan begint dat met heel goed kijken.Wat vertelt deze hond? Wat heeft déze combinatie nodig, welke informatie kun je deze mens geven om het deze hond gemakkelijker te maken, niet alleen op het trainingsveld maar dagelijks. Wanneer gebruik je nu zo’n basisoefening en - misschien nog belangrijker - wanneer níet? In de vernieuwde Module C –Train de mens komt dit uitgebreid aan bod.Hoe kun je deze combinatie verder helpen als stap één van je stappenplan niet eens lukt? En wat kun je een combinatie bieden die de laatste stap van je stappenplan al volledig beheerst? Je creativiteit wordt aangesproken in deze module en je krijgt volop de gelegenheid om je kennis- en kunderugzak te vullen. En je gaat oefenen met hoe je dat als instructeur overbrengt op een manier die bij díe mens past. Best een klus! Daar is de module C - Train de mens alleen natuurlijk veel te kort voor. Maar wij zorgen met de drie modules A, B en C samen voor een solide basis!Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: Advertentie Nieuwe Module C.indd 1 27-11-2023 12:0255
56Het vooruitzicht op voedsel verhoogt vaak de opwinding.
57Ga d’r maar aanstaan als instructeur: trainen met zoveel verschillende individuen, honden én mensen. Natuurlijk kies je als instructeur voor een bepaalde visie. Eentje die zo hondvriendelijk mogelijk is. Volgens recente inzichten. En voor een methode die te doen is voor een groot deel van de eigenaren en de honden – óók nog in een groep. Gebruik maken van iets lekkers voor de training is dan voor de hand liggend. Iets lekkers kan gedrag bekrachtigen en/of als beloning worden ervaren. Het kán je emoties over een situatie of persoon positief beinvloeden. Maar iets dat je héél graag wilt hebben, zoals lekkers (of een bal), kan je óók over je grenzen laten gaan. Of, het niet (snel genoeg) krijgen van lekkers terwijl je het wél verwacht, kan behoorlijk frustreren. Kortom, met voedsel werken kán helaas ook gepaard gaan met negatieve emoties – bij de hond en zijn eigenaar. Ondanks al je kennis en enorme inspanningen, kan het toch zijn dat iemand afhaakt, en later bij een (andere) instructeur of gedragstherapeut belandt. Gebruik van lekkersOverdenkingen bij het gebruik van lekkersDoor: Hanneke ReitsmaEn we kwamen al van zo ver! Van ‘hij moet het voor jou doen’ en ‘hij heeft niks te willen’ tot: ‘jij werkt toch ook niet voor niets?’. En dan nu: ... hmmmm, is het gebruik van lekkers in de training en opvoeding altijd wel zo positief? Lastig hoor! We proberen je te helpen: in dit artikel neem ik veel gehoorde adviezen onder de loep en geef ik praktische handvatten en (mensen)voorbeelden. Sommige honden gaan heel ver voor een minihapje.
58Om het nóg complexer te maken: een wat meer flexibel, weerbaar typetje kan juist door het tóch te doen (al dan niet achter dat voertje aan), ook al vond-ie het eventjes spannend, ervaren dat-ie het kon! Dat het helemaal niet zo eng was. En dát is waar we natuurlijk op hopen.Als goede instructeur probeer je op al die facetten te letten, maar besef dat eigenaren je adviezen soms te letterlijk nemen of thuis te fanatiek opvolgen. Omdat zij niet dat inzicht hebben.Kauwen om te ontladenUit onderzoek is gebleken dat kauwen ertoe kan bijdragen dat je brein meer tot rust kan komen en dat je je beter kunt concentreren. Studenten mogen om die reden vaak kauwgum kauwen tijdens examens. Daarom raad ik in bepaalde situaties, bijvoorbeeld om in noodgevallen af te leiden of juist even spanning te ontladen na een lastige prikkel, voor sommige honden juist veel grotere, meer kauwbare voerbeloningen aan – denk aan een gedroogde pensstaaf. In plaats van een hapslikwegkoekje. Overigens hebben vele honden, ook pups al, van nature al prima coping skills: zij pakken na iets stressvols uit zichzelf een takje van de grond waar ze even op kauwen of aan gaan scheuren.Communicatie + voedsel?Veel huishonden zijn over het algemeen beter in het lezen van ons dan van hun eigen soortgenoten. Ze communiceren en verwachten dat ook terug – dat kan non-verbaal en verbaal. Daarom maak ik bewust een verschil tussen opvoeden en trainen. Opvoeden is dynamisch en zie ik vooral als het communiceren over sociaal wenselijk gedrag - vaak in huis -, terwijl training vaak gericht is op het aanleren van nieuw of ombuigen van specifiek gedrag.Daarom kan het een bewuste keuze zijn om bij de opvoeding, met name bij de sociale interactie tussen de eigenaar en de (gemiddelde) hond, geen voedselbeloningen te gebruiken.Saai + lekker = minder vervelendVan de zondagse autoritjes met mijn opa en oma, in mijn jeugd, kan ik me niet veel meer herinneren dan dat ik ze behoorlijk saai vond, maar de smaak en substantie van de snoepjes van mijn oma kan ik voor de geest halen alsof ik ze gisteren at. Oranje boterballetjes en kaneelkussentjes (van de markt, uit een wit papieren zakje) maakten die ritjes beduidend aangenamer - thuis hadden we die niet.Uitlokken met voedselDe pup leren te volgen achter een voertje aan; uitlokken met lekkers om even mee te lopen; afleiden, even bezig houden, in de groep met een snuffelmat. Het werkt vaak snel en het lijkt ook een superlogische, gemakkelijke en prettige manier. Achter een voertje aan door drukke straten, langs iets ‘gevaarlijks’ of over ‘enge’ obstakels ...? Héél graag voedsel willen scoren kán de bewuste ervaring, zoals bij socialisatie, in de weg zitten. Een pup die enorm graag eet, hongerig is, kan het door de afleiding van voedsel volledig zijn ontgaan langs wie of wat hij is gelopen, wat er rondom hem gebeurde, omdat hij té veel focus op het lekkers had. Waardoor hij op een later moment, in ogenschijnlijk dezelfde situatie, ineens veel banger of heftiger reageert dan verwacht.
63HR-HOND OP JOUW HONDENSCHOOL Omgaan met over-de-top gedragEENDAAGSE MODULE VAN O&O VOOR MENS ÉN HONDJe voorbereiding is op orde:• Je weet wat een hoogrisicohond is.• Je leest signalen feilloos.• Je grijpt in vóór het misgaat.Maar… is jouw hondenschool ook op voorbereid op het verantwoord lesgeven aan honden van dit kaliber?Tijdens deze verdiepende theoriedag (zonder hond) duik je in de praktijk.Na deze dag weet je:• Hoe je veilig werkt met hr-honden• Welke materialen en ruimtes je nodig hebt• Hoe je een intake goed aanpakt• Wat je juist wél of níet aanleert• Hoe je verwachtingen bijstuurt• Wanneer je extra expertise inschakeltJe zet al jouw kennis om in een stevig, werkbaar lesplan.Alles gericht op veiligheid en welzijn. Voor wie?• Gediplomeerde kynologisch instructeurs die hr-honden begeleiden• KI VIP-deelnemers (preventie, begeleiding en veiligheid)Geef jouw hondenschool de juiste basis.Schrijf je in voor ‘HR-hond op jouw hondenschool’ via Mijn O&O of lees meer over de dag op:www.hondenopvoeding.nl/cursussen/hr-hond-op-jouw-hondenschool of scan de QR code.Advertentie HR-hond.indd 1 12-08-2025 12:49
64
65Doe ff normaalLezing Minna Yrjana, Dutch Cell Dogs‘Doe ff normaal!’ Panisch over normaal gedragDoor: Esther de GrootTegenwoordig wordt veel normaal gedrag van honden gezien als atypisch. We zijn panisch voor uitingen van agressie of het aangeven van grenzen. We willen honden controleren en beheersen, vaak onder het motto van ‘beschermen’, maar schieten daarin door. Minna nam ons in haar lezing mee in normaal, abnormaal en rastypisch gedrag.Wat is normaal?Normaal gedrag is niet altijd gewenst. En abnormaal gedrag is niet altijd óngewenst. Om te weten wat normaal is, begin je bij wat een hond nodig heeft voor overleving:• Exploreren/fourageren: de omgeving ontdekken en verkennen, eten vinden. Dit vinden wij ineens ongewenst als ze een kippenpootje op straat vinden.• Jagen: elke hond is een jager, maar per rasgroep hebben we selectief gedrag uitvergroot of verkleind. Toch verwachten veel mensen dat hún hond goed bij katten, konijnen of andere kleine huisdieren kan.• Sociaal zijn: honden hebben behoefte aan sociaal contact, maar zijn daar van nature selectief in. Wij verwachten dat ze in een speeltuin leuk doen tegen iedereen en vriendjes maken. Een hond die dit niet kan of wil vinden we niet normaal. Social media creëren hierin bijzondere verwachtingen. Maar niet alle honden spreken dezelfde taal of spelen op dezelfde manier. Daarnaast hebben honden verschillende behoeften in de mate van sociaal contact.• Voortplanten: tegenwoordig zetten we rijgedrag vaak weg als ‘spanning’, maar het kan ook gewoon hitsigheid zijn. We vinden voortplantingsgedrag vaak gênant en niet normaal: ruiken in het kruis, speekselen bij een geur.• Territorium beschermen: het is een fijn idee dat de hond het huis beschermt. Maar we vinden het abnormaal als de hond óók de tuin of zelfs de hele wijk beschermt. Hoe groot is het leefgebied van dieren in het wild?• Rusten: hier hebben we tegenwoordig heel veel aandacht voor. Rust, rust, rust. We schieten hier regelmatig in door, waardoor honden te weinig actie krijgen. Dat leidt tot ongewenst gedrag.• Agonisme: zelf zijn we geregeld gefrustreerd of boos. Maar bij een hond willen we geen agressie zien. Angst accepteren we iets beter.WTF?Vraag je bij gedrag daarom altijd af: WFT? Oftewel: what’s the function? Al het normale gedrag heeft een functieZelf zijn we geregeld gefrustreerd of boos. Maar bij een hond willen we geen agressie zienWat is abnormaal?Soms laat een hond gedrag zien in een situatie waarin het geen functie meer heeft. Denk aan honden die hun staart of schaduw najagen, of die hun kauwstaaf beschermen tegen hun eigen achterpoot. Andere voorbeelden zijn automutilatie, ijsberen en denkbeeldige vliegen happen. De kans is groot dat dit medische oorzaken heeft.
66FCI-rasgroep 2: • Pinchers en SchnauzersDit zijn waakse, felle en alerte honden (met name de kleinere). Pinchers kunnen ook erg gevoelig zijn, waar Schnauzers stugger en moediger zijn. Ze zijn intelligent en zelfstandig. Niet geschikt voor een eigenaren die een volgzame hond willen.• Dogachtigen en berghondenDit zijn zeer zelfstandige honden die rustig en zelfverzekerd horen te zijn. Helaas zien we steeds meer onzekere honden in deze groep. Ze zijn waakzaam, territoriaal en beschermend. Agressie naar vreemden is voor deze honden niet raar.• Zwitserse SennenhondenDit zijn intelligente en veelzijdige honden, vaak ingezet als boerderij- of waakhonden. Van nature zijn het ook lasthonden. Minna: ‘Maar als je een huidige Berner Sennen een kar laat trekken, dan valt die hond binnen honderd meter uit elkaar.’ Deze honden zijn vaak waaks, waarbij met name de Appenzellers erg veel blaffen. Ze zijn terughoudend naar vreemden, maar horen niet angstig te zijn. Helaas zie je bij steeds meer Berners dat ze onzeker zijn. Ze hebben veel kracht, maar kunnen geen spagaat of pirouetteFCI-rasgroep 3: TerriersMensen denken vaak dat kleine terriers leuke gezelschapshondjes zijn die graag spelen met andere honden. Maar dit is de rasgroep ‘die graag andere dieren vermoordt’. Ze hebben veel energie en zijn extreem taakgericht. Dit betreft niet altijd de taak die wij in gedachten hebben. Terriers zijn alert en sommigen zijn ook waaks, met name de grotere types (Airedales en American stafford). Ze zijn moedig en vastberaden. De kleine terriers zijn bovendien snel en wendbaar. Minna: ‘De grote terriers zijn de Arnold Schwarzeneggers. Ze hebben veel kracht, maar kunnen geen spagaat of pirouette.’Mensengedrag versus hondengedragMensen dansen (sociaal gedrag), zijn intiem (voorplantingsgedrag) en sommige zijn dol op kickboksen. Dat vinden we normaal. We vinden het wel abnormaal als mensen elkaar zomaar slaan. Weten we waar die lijn exact ligt? Waar ligt die lijn bij honden? Wat mag een hond die geboren is als kickboxer?Weten we nog wat rastypisch gedrag is?Hoe een hond zich zou moeten gedragen koppelen we vaak los van het ras. Weten we nog wel wat de voorkeuren en kenmerken van de rassen zijn? Rastypisch gedrag laat een hond van nature zien. Een veedrijver oefent niet eerst op een speelgoedschaap, maar vaart op zijn instinct. Op dezelfde manier hangen veel terrierpups als piranha’s in je broekspijpen wanneer je een stap in de ren zet. En in het andere uiterste verschuilen hondeneigenaren zich soms achter rastypisch gedrag: ‘Dat doet hij nou eenmaal’.Laten we even de rastypische kenmerken bekijken:FCI-rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers(behalve Zwitserse veedrijvers)Dit zijn vaak uitermate actieve honden, met zowel focus op de omgeving als op de ‘werkgever’. Deze honden worden gezien als zeer intelligent, al is daarbij de vraag wat je onder intelligentie verstaat. Intelligentie wordt vaak verward met ‘doen wat wij zeggen’.Minna: ‘Ik kan mijn herder eenvoudig iets aanleren. Maar als ik van grote hoogte een bal naar beneden zou gooien, dan gaat ze erachteraan. Hoe slim ben je dan?’ Tot slot zijn deze honden waaks, alert en taakgericht. Ze zijn zeer selectief sociaal en hebben een lage bijtdrempel. Je kunt herders vergelijken met kickboksers: het zijn adrenalinejunks. Is dat een reden om nooit iets te doen wat adrenaline oppompt? Dat zou oneerlijk zijn, want ze zijn ervoor gemaakt. Maar je moet het wél kanaliseren en controleren. Met deze honden moet gewerkt worden.
70 R’ooyak met 10 weken. NB De groene oren waren het gevolg van de tatoeage. (Er werd nog niet gechipt.)R’ooyak
Omgaan met over-de-top gedrag71ColumnVoergevoeligDoor: Hanneke ReitsmaBij het openen van de voordeur zag ik direct aan zijn gedrag en blik dat ie - weer - iets geflikt had. O nee! Niet wééér! Niet nu! Dit keer waren het de verse appelkoeken ik die ochtend voor de feestelijke afsluiting van de basiscursus ’s avonds had gekocht. Voor de eigenaren, wel te verstaan. Op de tegels lagen de trieste restanten; kruimels en wat uitgekauwde papiertjes van veertig koeken. Dit was écht niet de eerste keer. Daarom stond deze doos op een bijna twee meter hoge plank. Hij moet het met een sprong via het aanrecht hebben gepakt.Alaskan Malamute R’ooyak was van goede komaf, maar als pup van acht weken al vrat-ie alsof-ie nooit wat kreeg. Nog geen drie maanden oud was hij toen hij plots weg sjeesde, het parkje uit, naar het weekmarktje. Ik erachteraan. Buiten adem aangekomen, zag ik een mevrouw die aan een zak kaiserbolletjes trok, terwijl pupmans probeerde om ze met plastic netje en al schrokkend naar binnen te werken. Verwijtend riep ze me toe: ‘Is deze hond van u? Dit is niet gezond, hoor!’ Alles waar maar de geur van eten aan zat ... heb je enig idee hoeveel zakjes met boterhammen de jeugd in de bosjes flikkert? Alles ging met zakje en al naar binnen. Frietvorkjes waar nog saus aan zat. Vetbollen voor de vogels op meer dan twee meter hoogte: hap, slik, weg. De helft van een nieuwe 15 kg-zak hondenvoer (ton open weten te maken). Regelmatig stonden we bij de dierenarts, voor wéér een braakprik. In Frankrijk zaten we na een fijne bergwandeling op een terrasje uit te puffen, met de honden half onder de tafel liggend. Een argeloze ober liep voorbij met onder zijn arm stokbroden, vers van de bakker. Er vloog een grijze schicht door de lucht, griste het uit zijn armen - voordat wij door hadden dat dit onze lobbes betrof. Terwijl R’ooyak de broden naar binnen schrokte en ik op ‘m dook, stamelde ik in mijn beste Frans een excuus. En het hield niet op ... Vier dagen op de ic door een vergiftiging, mét vervroegd ontslag omdat-ie zo gilde en wild stond te springen als andere dieren eten kregen. Twee keer een bijna doorgezette maagtorsie. Zelfs na al die vervelende behandelingen bij de dierenarts sprong hij ongevraagd, met zijn vijftig kilo, zó de behandeltafel weer op. Omdat hij dáár altijd een koekje kreeg. Ondanks extra sperziebonen, light voer: áltijd die extreme honger. Zijn voorouders hebben het in Alaska waarschijnlijk erg zwaar gehad ...Het was ook de tijd van de overgang naar positief trainen, met clicker. Ondoenlijk met R’ooyak; als hij wist dat je iets eetbaars (in zijn geval: zijn supersaaie brokken) bij je had, was hij niet voor rede vatbaar. Hij bleef hysterisch springen. Een heel ervaren trainer die me niet geloofde, probeerde het ook, met veeeel geduld. Inderdaad. Niet te doen. Toch is hij vrolijk dertien jaar oud geworden. Ik zou een boek over hem kunnen schrijven, met vele verhalen die, achteraf, supergrappig zijn.R’ooyak kwam in 1993 in m’n leven, sindsdien heb ik wel iets bijgeleerd. Regelmatig vraag ik me af of dingen wellicht anders hadden gelopen als ik hem wél van pup af aan continu met voer zou hebben getraind. Of, zou hij dan zo obsessief op mij zijn gefocust dat hij geen ander, ‘natuurlijk’ gedrag, meer zou hebben vertoond? We zullen het nooit weten. n
72Eerdere wetenschappelijke publicaties en onderzoeken deelden dat honden zich hechten aan hun verzorgers op vergelijkbare manieren als hoe kinderen zich hechten aan hun ouders & verzorgers. Net als kinderen zoeken honden de nabijheid op van hun verzorgers. Ook laten ze in vergelijkbare experimenten vergelijkbaar gedrag zien bij scheiding en bij de terugkomst van hun verzorgers. Verzorgers kunnen een veilige haven vormen en honden kunnen, net als kinderen, ondersteuning zoeken en vinden bij hun verzorgers in stressvolle situaties.In onderstaande korte samenvattingen belichten we twee recente publicaties over de beoordeling van hechting tussen hond en mens.Publicatie 1: Gedragstest lijkt niet overeen te komen met invulling van enquêteTwee veelgebruikte onderzoeksmethodes naar hechting bij honden zijn gecontroleerde gedragsexperimenten in gecontroleerde omgevingen en rapportages van eigenaren via enquêtes. Onderzoekers vroegen zich af of deze verschillende methodes vergelijkbare resultaten zouden opleveren bij dezelfde honden en mensen. Voor dit onderzoek werden 29 volwassen (ouder dan 1 jaar) gecastreerde Golden Retrievers onderzocht. Zij vergeleken de resultaten uit een sterk gecontroleerd ‘Scheiding en begroetings-experiment’ met gegeven antwoorden van de eigenaren op de bekende C-BARQ enquête (die veel gebruikt is in onderzoeken en gecontroleerd is op mate van betrouwbaarheid). Hoewel het gedragsexperiment wel herkenbare hechtings-reacties opleverde bij de honden, bleken die resultaten niet overeen te komen met wat de eigenaren zelf hadden beantwoord op vragen over hechting, contact zoeken en gedrag bij scheiding in de C-BARQ enquête. Bij de C-BARQ enquête leken eerder de vragen die gingen over trainbaarheid overeenkomsten (een wisselwerking) te tonen met de mate van hechting die uit de gedragsexperimenten naar voren kwam. De onderzoekers concluderen op basis hiervan dat de mate van trainbaarheid dan mogelijk een expressie zou kunnen zijn van de mate van hechting tussen hond en mens.Neuzen in de wetenschap Tekst: Liselot BoersmaVoor deze rubriek selecteerden we weer een aantal zeer recent gepubliceerde artikelen met bevindingen over honden. We delen hieronder beknopte samenvattingen.Beoordeling van hechting bij honden: meer onderzoek nodig!
73NeuzenPublicatie 2: Biedt trainbaarheid een betrouwbare indicatie van hechting?Kort na bovenstaande publicatie verscheen een andere publicatie waarin kritisch bevraagd werd of trainbaarheid de mate van hechting vertegenwoordigt. De hoogtepunten van deze publicatie zijn als volgt (vrij vertaald):• Trainbaarheid zegt wel iets over de mate waarin de hond geneigd is zijn/haar aandacht op de verzorger te richten (kijken), maar dit zegt niets over de mate van hechting.• Er zou bewijs zijn voor een gebrek aan betrouwbaarheid van de vragen over hechting in de C-BARQ enquête.• Wat eigenaren rapporteren over het gedrag van hun honden, komt geregeld niet overeen met dat wat uit gecontroleerde gedragsexperimenten naar voren komt.• De mate van aandacht die de hond toont voor eigenaren kan het betrouwbaar inschatten en interpreteren van de mate van hechting die de hond heeft met eigenaren bemoeilijken.• Voor een betrouwbare beoordeling van hechting zijn er aanzienlijk bredere, multimodale benaderingen en verschillende vormen van onderzoek nodig.Kritische noot: Bij de eerste publicatie is slechts een klein aantal honden onderzocht van slechts één ras. Ook betreft het een sterk gecontroleerd experiment, waarbij je je kunt afvragen in hoeverre dat de omstandigheden in het dagelijks leven vertegenwoordigt. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een enquête. Je kunt je afvragen in hoeverre de bevindingen een betrouwbaar beeld geven. De tweede publicatie waarschuwt dat zowel resultaten uit gedragsexperimenten als enquêtes mogelijk géén betrouwbaar beeld geven van de mate van hechting. Zij adviseren een bredere kijk en multidimensionale onderzoeksopzet voor het inschatten van hechting en de mate van binding tussen mens en hond. Er lijkt aanzienlijk meer mee te spelen dan alleen de mate waarin de hond contact opzoekt, reageert op scheiding in experimenten en de mate van trainbaarheid. Kortom: er is duidelijk meer onderzoek nodig!Bronnen:• Publicatie 1: Robert E. Wray, Sophie A. Barton, Erin E. Hecht (2026). Assessing canine attachment: Divergence between C-BARQ scores and observed behavior in a laboratory test. Applied Animal Behviour Science. Volume 299, June 2026. 106959. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2026.106959• Publicatie 2: Muhammad Fadhlirrahman Latief, Baharuddin Baharuddin, Amelia Ramadhani Anshar (2026). Is trainability a proxy for attachment? Revisiting construct validity in canine–human bond research. Applied Animal Behaviour Science. Volume 300. July 2026, 107007. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2026.107007Onderzoek naar relatie tussen slaapduur en hondenwelzijnSlaap is een belangrijk biologisch proces dat essentieel is voor lichamelijk herstel, emotieregulatie en cognitief functioneren. Toch is er nog maar beperkt bekend over de invloed van slaap op het welzijn van honden. In deze publicatie is onderzoek gedaan naar de relatie tussen de door verzorgers ingeschatte slaapduur en het welzijn van honden.Om het welzijn in te schatten is gebruik gemaakt van de Animal Welfare Assessment Grid (AWAG), een enquête die is getoetst op betrouwbaarheid en die veel gebruikt wordt door dierenartsen en welzijnsdeskundigen en soms ook door eigenaren. Welzijn wordt hierbij beoordeeld aan de hand van factoren zoals fysieke- en psychische gezondheid, leefomgeving en verzorging. Voor dit onderzoek zijn gegevens geanalyseerd van 77 honden, waarvan de slaap tussen januari en maart 2025 is bijgehouden door hun verzorgers. De groep bestond uit 40 honden uit asielen, 25 honden die als gezelschapsdier in huis leefden en 12 hulphonden.
76dood. Een veld waarin dieren spreken. Waarin rituelen fluisteren. Waarin jouw eigen ademhaling weer een thuis vindt.Liefhebben tot voorbij de vorm -rouw, liefde en het dier dat nooit echt weg isEr is een vorm van rouw die geen verzet meer kent. Die geen vragen stelt en ook geen vuisten meer balt. Een rouw die niet zegt: waarom heb je mij dit aangedaan?, maar die fluistert: hoe wonderlijk dat ik jou ooit mocht vasthouden, ruiken, aanraken. Een rouw die niets meer wil veranderen aan het verleden, maar die het heden zacht maakt, omdat daarin iets voortleeft dat ooit lijflijk was. Nadieh heeft dit boek vanuit zachtheid geschreven. Niet vanuit een verlangen om afscheid ‘beter te begrijpen’ of ‘sneller te verwerken’, maar vanuit een diepe buiging voor dat wat ooit zo fysiek, zo tastbaar, zo levend was en dat nu is omgevormd tot herinnering, geur, ritme, licht.Wanneer een dier heengaat, sterft er iets in ons, maar wordt er ook iets nieuws geboren.In deze sacrale gids neemt Nadieh Cuijten je mee op een reis door de lagen van rouw, herinnering en heling. Niet als een handleiding, maar als een veld. Een veld van liefde dat niet eindigt bij de Nadieh Cuijten:De Gouden draad Een helend boek na het overlijden van je dierDoor: Gisela AlserdaToen Hanneke tijdens het redactie-overleg vroeg wie dit boek wilde bespreken, resoneerde ik op de titel van het boek en zei ja. Met in mijn achterhoofd: dat wordt misschien een uitdaging. Hoe kijken de lezers naar het sterven van een dierbare, en wat voelen ze er bij? Sommigen zullen het boek misschien ‘zweverig’ of onwetenschappelijk vinden. (Een wetenschappelijke achtergrond vind je in werken van onderzoeksjournalist Lynne McTaggart.) Ons perspectief wordt gevormd door ons bewustzijn en dat kan gedurende het leven veranderen, zelfs groeien, waardoor het perspectief dat logischerwijs ook doet.Getriggerd door de openingsboodschap over rouw, liefde en het dier dat nooit echt weg is heb ik de stap gezet dit boek te lezen voor jullie (en mezelf). Nadieh Cuijten is schrijver, veldbewaker, visionair teacher en spiritueel opleider. Haar werk met dieren is geworteld in het besef dat dieren geen ‘dieren’ zijn, maar oude zielen, healers en gidsen die op aarde komen om ons te helpen herinneren wie we werkelijk zijn. Dit boek heeft ze geschreven als een liefdesbrief aan de band tussen mens en dier. Een ode aan afscheid, aan aanwezigheid, aan het mysterie van het sterven en aan de liefde die niets en niemand ooit kan wegnemen.
80Door: Regine VoortOp dag twee van het seminar gaat Eduardo Fernandez verder met zijn ‘crash course’ Applied Behavior Analysis (ABA); de leerstof van tien academische modules wordt in één dag behandeld. Daardoor is het niet zinvol om alles te willen bespreken. Daarbij: O&O-ers zijn doorgaans bekend met het variëren van antecedenten, gedragsobservaties en consequenties – zij het niet in de mate van detail en precisie waarmee Fernandez de materie behandelt. Daarom bespreken we vooral de opmerkingen, tips en waarschuwingen die hij hierbij geeft vanuit zijn grote ervaring. Seminar Eduardo Fernandez: Van LIMA naar LIFE Dag 2Nieuw gedrag aanlerenDoor de uitgangssituatie, het antecedent, te veranderen kun je nieuw gedrag aanleren. Je houdt rekening met wat op dat moment belonend is (voer is niet belonend als de hond al vol zit). Deze aanpak heeft altijd ethische consequenties: wat doet het met een hond als je de toegang tot iets blokkeert met een hekje, of als je hem ‘een worst voorhoudt’? Je kunt middels shaping vrijwel alles stapsgewijs aanleren, maar belangrijk hierbij is: een plan met goed gedefinieerde stappen. (Bijvoorbeeld: hoeveel stapjes ga je terug als het niet lukt, en hoe vaak?) Afwijken van het plan en ‘op gevoel werken’ is vrijwel altijd minder succesvol; alleen met veel ervaring én kennis van de diersoort waar je mee werkt kun je dit doen. Belangrijk bij shaping is en blijft: véél belonen. Veel belonen leidt tot veel proberen! NB: Vloeibaar voedsel is heel geschikt, want prima te doseren.Sommige mensen gebruiken hierbij een ‘no reward marker’. Hoe dit wordt ontvangen, ligt aan het dier. Of het als een straf uitpakt hangt af van hoe het dier erop reageert, niet van hoe je het bedoelt! Geen aanrader dus bij heel gevoelige of snel gefrustreerde dieren.Shaping kan zoals bekend voorwaarts (steeds iets erbij) of achterwaarts (begin bij de laatste stap, doe een stap ervoor en beloon na beide).
81Seminar Eduardo FernandezVoorwaarts is natuurlijk, achterwaarts heeft altijd een beloning op het einde. Men denkt vaak dat achterwaarts effectiever is, maar bij meting blijkt eigenlijk geen verschil. Bekijk het per geval.Met lokken kun je gedrag uitlokken, maar het is vaak onduidelijk wat de hond eigenlijk leert. Het is wel een nuttig in te zetten hulpmiddel als een dier moeilijk tot de eerste stap te bewegen is.Afnemen van gedrag zonder te straffen Hierbij verander je de consequenties van het gedrag. Als je verandering wilt bereiken door het gedrag te laten uitsterven (extinctie) of door het gedrag te negeren, is de kans op ongewenste neveneffecten groot: een extinction burst (het wordt eerst erger), spontaan terugkomen van het gedrag. Negeren van gedrag kan negeren van de hond zijn met onbedoelde negatieve emotionele effecten. Een effectievere aanpak is differentiële beloning: je beloont tenminste één ander gedrag, terwijl je het ongewenste gedrag negeert. Hiermee kun je de ongewenste neveneffecten van extinctie/negeren voorkomen: er is altijd iets te belonen. De verschillende vormen van beloning, bekende afkortingen:- DRA: differential reinforcement of alternative (je beloont een specifiek andere respons)- DRO: differential reinforcement of other behaviour: je beloont elk willekeurig ander gedrag (ook: niets doen)- DRI: diffferential reinforcement of incompatible behaviour: je beloont gedrag dat onverenigbaar is met het ongewenste- DRL: differential reinforcement of low rates of behaviour: je beloont als het ongewenste gedrag minder vaak of minder intens voorkomt.Welk alternatief je kiest om te belonen is een studie waard; zo moet bij DRA het te belonen gedrag gemakkelijker zijn dan het ongewenste gedrag; het moet vaak genoeg voorkomen om te belonen. Je kiest iets met een soortgelijke functie voor het dier.DRO, elk ander gedrag belonen, is volgens Fernandez de meest ethische vorm van straf (!). Je onthoudt het dier de beloning als hij het probleemgedrag laat zien (negatieve straf). DRL, belonen bij lagere frequentie van probleemgedrag; heeft natuurlijk als nadeel dat je het probleemgedrag soms nog wel beloont, maar soms is iets anders niet haalbaar.Tegenwoordig denkt men dat het ook in dat geval om focus op voer ging en niet om ‘geconditioneerd bijgeloof ’Veranderen van de antecedenten kan ook gebruikt worden om probleemgedrag te verminderen. Counterconditioning is een voorbeeld hiervan: je verandert het gedrag dat volgt op een stimulus (blaffen als de bel gaat) door op de bel een beloning te laten volgen. Hier gaat het eigenlijk om een CER (weer zo’n afkorting), een geconditioneerde emotionele respons. Op het emotionele karakter van zo’n interventie gaat Eduardo niet in: hij kiest zoals gezegd voor het zichtbare en meetbare, zonder het bestaan van emoties te ontkennen. (Systematische) desensitisatie is volgens hem een vorm van counterconditionering.Hij waarschuwt overigens tegen het schermen met termen, die zijn niet zo belangrijk ...Een bijzondere is non-contingent reinforcement:belonen op vaste (of variabele) tijden, onafhankelijk van het vertoonde gedrag. Merkwaardig genoeg heeft dit enig effect op veel diersoorten zoals honden en beren, maar ook op mensen. Bij een experiment met honden in een asiel was de veronderstelling dat een voedseldispenser die op geregelde tijden voer afgaf de focus op het voer legde en daarom afleidde van het blafgedrag. Hier is weinig theorie over. Het doet denken aan wat ‘geconditioneerd bijgeloof’ werd genoemd bij duiven die hun pikgedrag afstemden op een toevallige stimulus, niet gerelateerd op de beloning. Tegenwoordig denkt men dat het ook in dat geval om focus op voer ging en niet om ‘geconditio-
84Nieuws van de verenigingSave the date: 12 september 2026Opnieuw: Lezing Jachtgedrag onder controle!Omdat vele leden de lezing van Nicky Gootjes niet (tijdig) konden bijwonen door demonstraties op de snelweg, organiseren we de lezing Jachtgedrag onder controle opnieuw!We zijn heel blij dat Nicky bereid is om deze lezing, gebaseerd op haar boek ‘Mijn hond kan los’, nogmaals voor onze leden te komen geven. NB De boekbespreking kun je terugvinden in LosVast 4 2025 (pagina 22 en 23). Datum: 12 september 2026Tijd: 09:30-12:30 uur (inloop vanaf 09:00 uur)Locatie: Sportcafé de Camp, Bosrand 15-17, 3931 AP WoudenbergAccreditatie: CKI 15 (Cat A) 15 - NVGH 2 puntenKosten: Gratis voor leden, aanmelden via Mijn O&ONiet-leden € 15,00 - aanmelden via onze website (link: zie NIEUWS).Meer info: https://www.hondenopvoeding.nl/nieuws en de nieuwsbrief deze maand.Voor de deelnemers aan de lezing geeft Nicky een workshop. De eerste twee workshops zijn al gegeven! Heb jij de lezing op 25 april gevolgd en heb je je nog niet aangemeld voor de workshop, zet jezelf op de wachtlijst via Mijn O&O. Zodra we voldoende aanmeldingen hebben, plannen we een datum en nemen contact met je op over de mogelijkheden.Dutch Cell Dogs seminar: Anders kijken naar veerkrachtTijdens dit tweedaagse seminar ReFraming Resilience, op 21&22 november 2026, georganiseerd door Dutch Cell Dogs, neemt internationaal spreker en gedragsdeskundige Bobbie Bhambree je mee in een vernieuwde kijk op veerkracht. Als lid van O&O kun je inschrijven met € 25,00 korting. Wil je meer weten over het seminar kijk dan in onze Nieuwsbrief van deze maand (daarin vind je de kortingscode) of kijk voor informatie op https://dutchcelldogs.nl25%LEDENKORTING!
Ook een exemplaar hebben? Deze is te bestellen via https://hondenopvoeding.nl/lidmaatschap/ledenvoordeelTRAINENmet een TwistLaat handlers lachenen maak honden blijOnder dat motto maakte Judith Lissenberg voor LosVast artikelen over creatief lesgeven.De eerste twintig zijn gebundeldin een boek: ‘Trainen met een Twist’. Het bevat uitgebreide uitleg van de oefeningen, een recept voor viskoekjes en het is lekker kleurig, geheel in stijl van Judith.1/2 pagina Trainen met een Twist 2023.indd 1 04-09-2023 10:12(ADVERTENTIE)85Cursusdata najaar 2026 online• Module A – Ken de hond (MA019 in Woudenberg & online) start zaterdag 10 oktober• Module B – Train de hond (MB12 Volkel) start vrijdag 23 oktober• Module B – Train de hond (MB11 Volkel) start vrijdag 24 oktober• Module C – Train de mens (MC34 Volkel) start vrijdag 18 september• HR-hond op jouw hondenschool (HRH05 Woudenberg) is op zaterdag 21 novemberInschrijven? Kijk via Mijn O&O of er op de module van jouw keuze nog ruimte is.We wensen jullie een relaxte zomer(vakantie)
86Bestuur O&OVoorzitterLida [email protected] Rosemarijn [email protected] [email protected] bestuurslidMarian [email protected] bestuurslidIngrid [email protected] van den Bogaard-Mutze †Martin BrouwerMaud GrevelinkGré HooijmeijerQuirine Potter van LoonService-adressenCursusbureauMaud Grevelink Tel 06-12113055 (09:30-14:00 uur)[email protected] de [email protected]ördinator opleidingenIngrid [email protected] (internet)Inloggen op het ledendeel:Gebruikersnaam: ********Wachtwoord: ********Vakblad LosVastRedactie:Hanneke Reitsma (hoofdredacteur)Belinda Janssen (eindredactie) Liselot BoersmaAnita KiersRegine VoortContact: [email protected]/opzegging lidmaatschap:Inloggen Mijn O&O (via www.hondenopvoeding.nl)Een lidmaatschapsjaar is gelijk aan een kalenderjaar.Opzeggen doe je vóór 1 december.FinanciënBetalingen aan O&O altijd o.v.v. jouw lid- en of factuurnummer naar IBAN-nummer NL94 INGB 0005 2762 92tnv Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond.ContributiePer kalenderjaar:€ 30,00 voor leden / € 15,00 voor gezinsledenNieuwe (gezins)leden betalen eenmalig € 5,00 inschrijfgeldLeden wonend in Europa (buiten NL) betalen € 13,00 toeslag t.b.v. porto LosVast.Start het lidmaatschap na 1 juli en voor 1 december, dan betaal je: € 20,00 voor leden (incl. inschrijfgeld)€ 12,50 voor gezinsleden (incl. inschrijfgeld)Leden wonend in Europa (buiten NL) betalen € 6,50 toeslag t.b.v. porto LosVast.Vragen over jouw contributie?Mail (met jouw lidnummer) naar: [email protected] Doordat O&O voor mens en hond met vrijwilligers werkt, zijn we beperkt bereikbaar. We doen ons best om iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn.Het vakblad LosVast wordt uitgegeven door Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond O&O is opgericht 8 maart 1980 - Kamer van Koophandel nummer 40479415ColofonLosVast is een uitgave van de vereniging O&O voor mens en hond. Het doel van het blad is het bevorderen van communicatie binnen de vereniging en kwaliteitsverbetering van hondentrainingen door het verzorgen van informatie op het gebied van hondenopvoeding en -training. Uitspraken en opvattingen in het redactionele gedeelte komen voor rekening van de auteur of de geciteerde persoon en kunnen afwijken van de visie van O&O voor mens en hond. Het bestuur is verantwoordelijk voor de inhoud van de rubriek Verenigingsnieuws. Verschijnt 4 maal per jaar in maart, juni, september en december. Overname van artikelen/foto’s alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie en/of auteur/fotograaf. De in LosVast geplaatste foto’s komen, tenzij anders vermeld, uit eigen archief, Shutterstock of van een andere rechtenvrije bron. Vormgeving en druk: De Mediagraaf (demediagraaf.nl)
88fifffflffiflflJUBILEUMNUMMERJaargang 46 • Nummer 2 2026Lezing‘Doe ff normaal!’Dutch Cell DogsSeminarEduardo FernandezVan LIMA naar LIFEConfrontatiestussen wolf en hond voorkomenTrainen met voerhulpmiddel of hindernis?webmail.hostingserver.nl 5.184×3.140 pixels 13-02-2023 21:31https://webmail.hostingserver.nl/?_task=mail&_mbox=INBOX&_uid=30388&_part=2&_action=get&_extwin=1&_framed=1&_mimewarning=1&_embed=1 Pagina 1 van 1MODULE AKEN DE HONDBasiskennis:een stevige theoretische basis vereist voor elke opleiding bij O&O 4 dagen (op locatie) of 8 dagdelen (online) of een combinatie hiervanMODULE BTRAIN DE HONDDé trainingsmodule voor iedereen die meer wil leren van en met honden. Leer kijken met een heel brede blik naar training en hondensport. 1 dag theorie en 2 dagen praktijk (op locatie)MODULE CTRAIN DE MENSLesgeven in de praktijk; vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan eigenaren.Sluit aan op module A en B. Met goed gevolg afgelegd? Dan ontvang jehet diploma kynologisch instructeur 9 dagen: 8 dagen praktijk op locatie en 2 dagdelen theorie (online)WIL JIJ GRAAG MEER WETEN OVER HONDENVOLGENS DE NIEUWSTE INZICHTEN?Dan ben je bij O&O voor mens en hond aan het juiste adres!We hebben onze modules en website vernieuwd.Neem een kijkje op:www.hondenopvoeding.nlBijscholingen Trainen is leuk!? 2-daagse workshop HR-hond op jouw hondenschool (onderdeel van het VIP-traject) 1-daagse module Lezingen Mét accreditatiepunten – 2 keer per jaar - voor O&O-leden gratis Meer informatie? Kijk op de O&O website www.hondenopvoeding.nlInschrijven? Ga naar Inloggen/ Mijn O&O, log in en ga naar Activiteiten.O&O is een door CKI / RvB en SPPD geaccrediteerde opleider voor kynologisch instructeurs.O&O Module B.indd 1 05-09-2023 08:28Vroeger en nu:Belonen met voer- LosVast omslag juni 2026.indd 1 01-06-2026 13:17