The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.

Teaser LosVast nr 1 maart 2026

Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search

LosVast nr 1 maart 2026

Teaser LosVast nr 1 maart 2026

3Omgaan met over-de-top gedragfifffflffiflflJUBILEUMNUMMERJaargang 46 • Nummer 1 2026Verslagen:JUBELDAGO&O 45 jaarAlle reden om te jubelen!Seminar Ken RamirezEen trainer in hart en nierenDierenwelzijnscongres 2025Thema AgressieVroeger en nu:OpvoedingEen noodpakket voor je hond?


3D’r mag ook helemaal niks meer! Dat is het gevoel dat je tegenwoordig als hondeneigenaar kan bekruipen. Zo worden steeds meer natuurgebieden afgesloten voor honden, vanwege stikstofproblematiek/kwetsbare planten en dieren, of de aanwezigheid van de wolf. We leven dan ook in een supervol kikkerlandje, met veel mensen, veel honden en relatief weinig natuur. In dezelfde periode lanceerde de overheid het meldpunt bijtincidenten. Mét een online formulier dat iedereen kan en mag invullen – wij, professionals, de eigenaar zelf, of gewoon die eeuwig boze hondenhatende buurman. Het gaat daarbij niet alleen om bijtincidenten, maar ook om ‘een hond die zich dreigend of agressief gedraagt’ ..? Voor sommige mensen is het al genoeg als een hond er eng uitziet, of (vriendelijk bedoeld) naar ze opspringt. Weer anderen bagatelliseren soms ernstige bijtincidenten, vooral als het de eigen hond betreft of een incident binnen het gezin. Als gedragstherapeut heb ik veel te maken met al die facetten van honden- en mensengedrag. Wat verstaan we eigenlijk onder agressie? (Daarover op diverse plekken meer in dit nummer.) En, is het eigenlijk niet heel normaal dat je, ook als hond, niet per se iedereen, en altijd, even aardig vindt? Een grommetje (laat me met rust) of uithaal richting een lompe soortgenoot (sodemieter op!) is toch gewoon communicatie? Er mag ook niks meer ...Aan de andere kant is het logisch dat de overheid wat meer inzicht wil krijgen in welke honden wat doen, en in welke context. Want als het gaat om hondenincidenten krijgen we via de media geen compleet beeld. Neemt niet weg dat sommigen dit meldpunt als ‘kliklijn’ ervaren. Intussen hoorde ik onlangs een nieuwe kreet: de duikbootouder. Na de helikopter- dan wel curlingouder, tijgermamma’s en ikhebgeenideewaarmijnkind(hond)is-ouder is dit wel een verfrissende. Definitie: duikbootouder (de, -s) ouder die weliswaar betrokken is bij zijn kind, maar dat voldoende ruimte biedt om zichzelf volledig te ontplooien, zelfs als die houding het risico inhoudt dat het kind geconfronteerd wordt met kleine tegenslagen, waarmee het zelf moet zien om te gaan. Mij spreekt dat wel aan – vooral die ‘ruimte om te ontplooien’. Ook als het gaat om onze honden. Wel binnen kaders natuurlijk, want sommige individuen kunnen te veel ruimte innemen ten koste van anderen. En niet te vergeten: andere hondenopvoeders vinden er ook wat van. Er mag vaak niet zoveel. Dat opvoeden (en dat is écht iets anders dan trainen) niet altijd gemakkelijk is en discussie hierover niet iets van de laatste tijd is, vinden we terug in deze Vroeger en nu. Elian, ‘onze eigen’ wetenschapshistoricus, is hier weer uitvoerig voor ons ingedoken. Verder vind je in dit nummer wederom meerdere zorgvuldige verslagen van interessante seminars en webinars. Altijd fijn voor als je er zelf niet bij kon zijn of als naslagwerk. Kortom, genoeg leesvoer om lekker mee in de prille lentezon te zitten lezen met je hond. En, om er wat van te vinden. Want dát mag dan weer wel!Veel leesplezier!Hanneke ReitsmaHoofdredacteur LosVastVoorwoord


5hét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoedersEen uitgave van O&O (hondenopvoeding.nl)INHOUD Jaargang 46 Nummer 1 20263 Voorwoord6 Vroeger en nu: Opvoeding17 Seminar Ken Ramirez, deel 124 Interview Dutch Cell Dogs28 Dierenwelzijnscongres: Elian Hattinga32 Het noodpakket, deel 140 Dierenwelzijnscongres: Maartje Horvers44 Waar woon je dan: Het platteland52 Neuzen in de wetenschap58 Verslag Jubileumdag, 45 jaar O&O68 Dierenwelzijnscongres: Liselot Boersma72 Aggression in Dogs Conf.: Goede doodHét vakblad voor hondeninstructeurs, -trainers en -opvoedersCoverfoto: Shutterstock78 Seminar Ken Ramirez, deel 288 Nieuws van de Vereniging90 ColofonLosVast is voor leden van(hondenopvoeding.nl)Wil je ook LosVast ontvangen? Word dan lid van O&O voor mens en hond via: 243244


6Ook vroeger leefden sommige honden in huis, als metgezel, én mochten sommige op de stoel of bank liggen.


7Vroeger en nu Honden vroeger: grote variëteit Bij een terugblik op het verleden worden vaak bepaalde trends of toevallig overgeleverde verhalen als representatief beschouwd voor de wijze waarop honden vroeger werden behandeld. Ook denkt men vaak dat het vroeger allemaal anders en vooral slechter was. Dat beeld klopt niet. Natuurlijk, hondenhaters zijn er altijd geweest en ook vroeger waren veel mensen bang voor honden, meer nog doordat hondsdolheid nog lang niet van het toneel was verdwenen. Historisch onderzoek laat echter – weliswaar fragmentarisch – zien dat de manier waarop men omging met honden niet zo heel anders was en even gevarieerd als nu. Ook nu zijn er nog tal van honden die worden mishandeld, altijd aan de lijn worden gehouden of het grootste deel van de tijd opgesloten zitten in kleine ruimtes. Misstanden zijn er altijd geweest. Maar vroeger waren er evengoed honden die werden geadoreerd, die mochten mee-eten aan tafel en in het bed van hun mensen sliepen. De Engelse koning Henry VIII (1491-1547) verordonneerde bijvoorbeeld dat zijn hovelingen hun honden tijdens het diner geen botten en brood meer mochten toestoppen, omdat steeds meer honden op tafel sprongen en aan zelfbediening gingen doen. En over de Franse koning Lodewijk XI (1423-1483) werd geklaagd dat hij zijn favoriete honden, die altijd bij hem in bed sliepen, boven mensen stelde. In alle eeuwen zijn er dan ook mensen geweest die bij de dood van hun geliefde hond meer verdriet voelden dan voor een mens en soms ontroostbaar bleven. Daarmee is nog niet gezegd dat mensen hun hond als een kind beschouwen, zoals vaak wordt gezegd. De gedragsdierenarts Victoria Voith formuleerde het correcter: ‘People know that a dog is a dog, but feel about it as a person’.Honden en kinderen vroeger: de corrigerende tikVanaf de negentiende eeuw werd dankzij op schrift gestelde handboeken steeds beter zichtbaar wat er van een goed opgevoede huishond verwacht werd, althans bij de hogere standen. Dat was min of meer hetzelfde als wat van goed opgevoede kinderen werd geëist: ze mochten gezien worden, maar niet gehoord. Luidruchtigheid in de vorm van geblaf en gejank werd niet gewaardeerd, evenmin als druk, rusteloos of opgewonden gedrag. Het was een teken van beschaving van de eigenaar én de hond als deze gehoorzaam was en zich goed gedroeg. Zo werden honden bijvoorbeeld geacht netjes los naast hun baas over straat te lopen. Gelukkig, zo stelde de Engelse hondenexpert Hugh Dalziel in 1879, kon slecht gedrag grotendeels worden afgeleerd. Net zoals bij kinderen vond men daarvoor de corrigerende tik en in erge gevallen een pak slaag een acceptabel middel om een hond bij te sturen en ‘respect’ bij te brengen, als deze na zijn puppytijd willens en wetens ongehoorzaam was. Vroeger en nu, deel 12 OpvoedingDoor: Elian Hattinga van ‘t SantDe manier waarop mensen hun honden opvoeden kent al sinds eeuwen een overlap met de manier waarop kinderen worden opgevoed - met behulp van beloning en straf. De laatste decennia hebben strengere en bestraffende opvoedmethodes, bij zowel kinderen als honden, grotendeels plaatsgemaakt voor positieve en meer permissieve methodes. Sinds het begin van deze eeuw wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de uitwerking hiervan op gedrag en welzijn. Reden om een kijkje te nemen in de wereld van de manieren van opvoeden vroeger en nu en hun effect op het welzijn van de hond.


8behandelen als kinderen, niet als slaven, werd gezegd, want het waren intelligente en gewillige leerlingen. Honden vroeger: de hond wordt wolfAan deze relatief milde kijk op hondenopvoeding kwam een vrij abrupt einde na de Tweede Wereldoorlog. De vanuit de ethologie benadrukte visie dat de hond een gedomesticeerde wolf was en in niets op een kind leek, zorgde voor heel andere en hardere opvoedmethodes. De hond kwam namelijk ineens in een heel ander daglicht te staan. Niet langer per definitie de liefste, trouwste, goedwillende metgezel en beschermer van de mens, maar een potentieel gevaarlijk roofdier: als wolf. Toen ethologen zich intensief gingen bezighouden met de hondentrainingen die rond 1980 voor huis-tuin-en- keukeneigenaren gegeven werden, liepen de wegen van de opvoeding van kinderen en honden daardoor ineens uiteen. Honden vroeger: onmiddellijke gehoorzaamheid Door het taboe op antropomorfiseren was het vergelijken van de opvoeding van honden met die van kinderen per definitie voor de ethologen een no-go area. Vanuit de dominantiegedachte dat honden, net als wolven, er van nature altijd op uit waren om de baas te worden over anderen, moest de hond onder de duim worden gehouden. Altijd. Hondeneigenaren werd na 1980 stelselmatig op kynologenclubs en de eerste commerciële hondenscholen geleerd om de hond geen vinger ruimte geven, want daar zou hij misbruik van maken. Onmiddellijke gehoorzaamheid werd nu een absolute eis. Gaandeweg verloor de hond alle eerdere privileges die huishonden eerder hadden gehad: in bed slapen, op schoot zitten of op de voeten of de bank van zijn baas liggen, mee-eten of zijn bakje krijgen voordat zijn mensen aan tafel gingen. Een hond de hele tijd laten toekijken hoe mensen aten voor hij zijn bakje kreeg, was het dier onnodig kwellen, schreef Toepoel nog kort voor de Tweede Wereldoorlog. Maar nu was er nog maar één plaats waar de hond mocht liggen: zijn mand. Moést liggen. En eten mocht hij pas Pedagogen waren het erover eens dat slaan, ook bij honden, alleen gebruikt mocht worden om slecht gedrag te corrigeren. De straf moest in verhouding staan tot het vergrijp en je mocht nooit je zelfbeheersing verliezen, want dat was een teken van gebrek aan beschaving. Een strenge vermaning werd meestal voldoende geacht om een jonge hond tot inkeer te brengen. Beloningen voor goed gedrag, in de vorm van aaien, prijzende woorden en vaak ook iets lekkers, zoals brood of stukjes lever, waren van meet af aan de manier waarop men honden duidelijk maakte dat ze iets goed deden en voerden de boventoon in de opvoeding. Daarna moesten honden (en kinderen misschien nog wel meer) natuurlijk wel doen wat ze hadden geleerd en wat hen werd opgedragen. Anders kregen ze straf. Honden vroeger: voetstukTot ongeveer 1960 stonden honden op een voetstuk te midden van de andere gedomesticeerde dieren. Ze werden beschouwd als de beste, nuttigste en meest trouwe kameraden van de mens. Huishonden, vroeger ook wel ‘luxehonden’ genoemd, kenden een hoge mate van vrijheid, net zoals boerderijhonden. Ze vergezelden hun mensen of lieten zichzelf uit. Hun opvoeding zou niet misstaan in menig veel recenter boekje over positief en spelenderwijs opvoeden en goed socialiseren, ook al noemde men het toen nog niet zo. Een pup iets leren met lekkers of een bal en hem aan allerlei situaties laten wennen was heel normaal. Je mocht NOOIT je zelfbeheersing verliezen, want dat was een teken van GEBREK aan BESCHAVINGIn het algemeen was er veel begrip voor pups en jonge honden en de dingen die ze deden. Perfectie en onmiddellijke gehoorzaamheid werden niet geëist, een harde hand werd vaak wreed bevonden en de nadruk lag op kalme, vriendelijke vastberadenheid. Men moest honden


16


17Ken RamirezDe eerste dag staan er drie thema’s op zijn agenda: zijn trainingsfilosofie, non-foodbekrachtigers en het behalen van succes onder allerlei omstandigheden via generaliseren en desensitiseren. Eén overtuiging staat bij deze man centraal: training zou in dienst moeten staan van welzijn. Trainen staat voor samenwerken, elkaar begrijpen en elkaar leren wat je belangrijk vindt.‘Training is teaching. We are teaching them how to live safely in our world’ Gedrag als onderdeel van welzijnAls we besluiten dieren te houden, dan hebben we de verantwoordelijkheid om ze te helpen om veilig én met kwaliteit van leven te kunnen functioneren. Dat vraagt om een filosofische en ethische manier van samenwerken. Daarom wil Ramirez aan de start van het seminar eerst zijn trainingsfilosofie met ons delen. Ramirez benoemt vier belangrijke fundamenten:1. Goed afgestemde gezondheidszorg.2. Goed afgestemde voeding.3. Geschikte leefomgeving (inclusief passende sociale structuur).4. Gedragsmanagement: training en verrijking.Dat vierde punt wordt in de praktijk nog te vaak onderschat. Wij mensen voorzien onze huisdieren grotendeels in hun behoeftes. En daarmee verdwijnen een hoop uitdagingen en zo ook mentale stimulatie en kansen om vaardigheden te ontwikkelen die flexibiliteit en weerbaarheid aanwakkeren. De gevolgen kunnen desastreus zijn; in de Verenigde Staten worden jaarlijks meer dan drie miljoen honden geëuthanaseerd vanwege gedragsproblemen, aldus Ramirez. Verveling, frustratie en gebrek aan behoeftevoorziening spelen vaak mee. Training gebaseerd op positieve bekrachtiging vormt een krachtig middel om het welzijn van dieren in gevangenschap te verbeteren. Het stimuleert fysieke beweging, mentale uitdaging en vrijwillige samenwerking rondom de verzorging.Ook stelt Ramirez: de wetten van gedragsleer (leerprincipes) zijn toepasbaar op álle diersoorten. In de eerste plaats is hij een man van de praktijk, maar hij onderschat niet de waarde en het grote belang van theorieën en wetenschappelijke bevindingen. Onderdeel van het leven Een veelgehoorde misvatting is dat positieve trainers zouden geloven in een wereld zonder negatieve/onaangename prikkels. De kern van positieve training gaat niet over het elimineren Seminar Ken RamirezDag 1:Motiveren, generaliseren en trainen onder alle omstandighedenDoor: Liselot BoersmaTijdens een tweedaags seminar in Nederland, georganiseerd door Dutch Cell Dogs, deelt internationaal gerenommeerd trainer Ken Ramirez (USA) zijn visie op training. Zijn jarenlange (50+) ervaring in het trainen van zeezoogdieren, exotische diersoorten en werk- en hulphonden, zorgt dat hij een boeiende mix van theorie en praktisch vakmanschap met zich meebrengt. Het verslag van dag 2 vind je verderop in LosVast, op pagina 78.


18Hoe ga je dan te werk?Daarom benadrukt Ramirez het belang van het systematisch aanleren van reinforcement substitutes: aangeleerde bekrachtigers. Denk aan:• geluid (klappen/applaus, verbaal enthousiasme)• speelgoed• tactiele beloningen (kriebels, klopjes)• opvolging met een lonende activiteit zoals bijvoorbeeld spel (Premack-principe)Let op: dat wat wij mensen veronderstellen als beloningswaarde is dikwijls niet de daadwerkelijke beloningswaarde voor de hond. Een hond rent misschien graag achter een bal aan, maar waarin zit het plezier precies? In het achtervolgen? In het vangen? Het vasthouden? Het erop kauwen/slopen? Een speeltje is wat Ramirez betreft geen primaire bekrachtiger, maar een secundaire bekrachtiger. Om die reden moet een trainer dergelijke bekrachtigers ook uitgebreid testen, verfijnen, opbouwen en blijvend onderhouden.De relatie met de trainer kan grote invloed hebben op de waarde van de bekrachtigerNiet-voedselbekrachtigers Ramirez maakt onderscheid tussen een aangeleerde bekrachtiger en een secundaire bekrachtiger die een bekrachtiger aankondigt (bijvoorbeeld een click of een ‘yes’). Vier factoren spelen mee bij het wel of niet behalen van succes:1: Bekrachtigingsgeschiedenis (er moet een grote bekrachtigingsgeschiedenis zijn).2: Relatie tussen dier en trainer (er moet sprake zijn van veiligheid, vertrouwen en positieve verwachtingen).3: Implementatie van de techniek (consequent, goede timing en volgorde).4: Ervaring van de trainer (kennis, inzicht en vaardigheden in observeren en evalueren).Ramirez deelt een stappenplan om een geluidsstimulus, zoals klappen, om te zetten in een aangeleerde niet-voer-bekrachtiger. De hond leert dat het waarnemen van de stimulus een primaire bekrachtiger voorspelt. Wanneer er een van alles wat mogelijk onaangenaam zou kunnen zijn, maar over de bewuste keuze om gedrag te beïnvloeden met aangename gevolgen.Het fundament van Ramirez’ aanpak sluit aan bij Susan Friedmans Hierarchy of BehaviorChange Procedures (2013): wanneer je gedrag wil beïnvloeden, zorg dan dat je in de eerste plaats zoekt naar de meest effectieve strategie die het minst ingrijpend is voor het dier. Als positieve straf nodig lijkt te zijn, dan is dat vaak omdat onze bekrachtigers niet krachtig genoeg zijn en niet omdat het door ons gewenste gedrag zonder straf niet trainbaar zou zijn met positieve bekrachtiging. Dieren zijn zeer goed in staat om te leren zonder straf.Ramirez’ doel is dan ook om anderen te helpen om honden vele verschillende vormen van bekrachtiging als maximaal lonend te laten ervaren. Zo wordt de kans dat je geen succes kunt behalen met positieve bekrachtiging nóg kleiner.Bekrachtigen zonder voerVoer is een primaire bekrachtiger. Intrinsiek motiverend, omdat het in een biologische behoefte voorziet. Maar alleen voer gebruiken beperkt trainers in situaties waarin voedsel niet altijd beschikbaar of effectief is. Neem bijvoorbeeld een dier dat met spoed een medische behandeling moet ondergaan, maar op dat moment geen behoefte heeft aan voer (omdat hij bijvoorbeeld misselijk of verzadigd is). Ken en Marlin


24


25Dutch Cell DogsBetty en medeoprichter Marlies de Bats ontmoet-ten elkaar in de hondenwereld, tijdens de opleiding tot gedragstherapeut. ‘Marlies zat altijd vooraan in de klas. Ik achteraan. Twee modules doorliepen wij zo samen. ’ Het echte contact kwam later, bij de opleiding voor gedragskeurmeester. ‘Toen dacht ik: hé, daar heb je Marlies! Zal ik eens naast haar gaan zitten? Zo zijn we gestart met kletsen en dat is nooit meer gestopt.’Marlies kwam in 2007 met het idee dat leidde tot Dutch Cell Dogs. ‘Ze zei: ik heb in Amerika een programma gezien. Daarbij laten ze asielhonden trainen in gevangenissen. ’Betty weet nog hoe snel ze ‘ja!’ zei. ’Ik dacht: wat leuk. Dat zou ik wel iets mee willen opzetten. Dat lijkt me supergaaf.’ De weg naar de praktijk liep via eindeloos praten. ‘Ik kende iemand in de gevangenis in Vught en die heeft ons geïntroduceerd. De anderhalf jaar daarna hebben we alleen maar gesprekken gevoerd. Best taai, maar daarna mochten we in 2009 in één keer starten.’‘In één keer was er een klik’Het begin voelde meteen raak, zegt Betty. ‘Dat was te gek. Die honden en de gedetineerden begrepen elkaar gewoon direct. In één keer was er een klik.’ Ze vertelt over een bijzonder moment: ‘Een afdelingsdirecteur kwam naar ons toe. Zij zei: “We hebben een probleem”. Ik dacht: dan is het klaar, we moeten stoppen. Maar ze zei: “Normaal kom ik op de afdeling binnen en dan loopt iedereen van mij weg. Iedereen vindt mij irritant, want als ik kom volgen er sancties. Nu kom ik op Dutch Cell Dogs zet steeds meer op potenTrainen achter slot en grendelTekst: Anita Kiers / Foto’s: Dutch Cell DogsDutch Cell Dogs brengt asiel- en ex-laboratoriumhonden samen met mensen in detentie en andere gesloten instellingen. Onder begeleiding van professionele instructeurs van Dutch Cell Dogs trainen de deelnemers gedrag dat adoptie gemakkelijker maakt én vaardigheden die persoonlijke groei en re-integratie versterken. Oprichter Betty Buijtels vertelt hoe het programma ontstond, hoe de aanpak door de jaren heen groeide, en waarom één en één bij Dutch Cell Dogs opvallend vaak veel meer is dan twee.de afdeling en laten ze mij het Dogs-programma bijhouden over hun hond en foto’s zien die ze ontvangen van nieuwe eigenaren als hun hond wordt geadopteerd. Ze zijn zo blij en zo trots.”’‘Als je de deelnemer in zijn KRACHT zet, heeft dat vanzelf een POSITIEF effect op de hond’Onder de radarIn het begin profileerde Dutch Cell Dogs zich bewust niet actief. Betty: ‘We zeiden: laten we eerst maar even onder de radar blijven.’ Ze kregen begeleiding van binnenuit. ‘Van begeleiders van de gevangenis, en gesprekken met psychologen. Wat zien wij bij deze jongens? Wat zien jullie?’In de beginjaren lag de focus van Dutch Cell Dogs nog primair bij de hond. Tegen de deelnemers was de boodschap: ‘Leuk dat jullie er zijn, maar het gaat ons vooral om de honden en we hebben jullie nodig als trainer.’ Langzaam schoof dat perspectief op. ‘Het welzijn van de hond staat nog altijd voorop, maar het welzijn van de deelnemers ook. ’Betty legt uit waarom dat belangrijk is: ‘Als je de deelnemer in zijn kracht zet, heeft dat vanzelf positief effect op de hond. Maar als ik de hond in zijn kracht zet, groeit die deelnemer niet altijd mee.’Geen maskerWelke eigenschappen maken iemand geschikt als Dutch Cell Dogs-instructeur? Betty Buijtels noemt


28Door: Liselot BoersmaTijdens haar lezing ‘Wetenschappelijke denkbeelden achter de praktijk’, op het Dierenwelzijnscongres van Edupet in november vorig jaar, houdt wetenschapshistoricus dr. Elian Hattinga van ’t Sant haar publiek een spiegel voor. Wie in de praktijk werkt met honden (trainers, instructeurs, gedragstherapeuten) leunt bijna altijd op kennis die afkomstig is uit de wetenschap. Maar die wetenschap staat niet los van haar eigen geschiedenis. Integendeel, onder moderne ideeën liggen nog altijd oude denkpatronen verscholen, soms onzichtbaar, maar wel degelijk invloedrijk. Volgens Elian is het daarom essentieel om je te verdiepen in wetenschapsgeschiedenis. Alleen dan kun je beter begrijpen waar onze huidige aannames vandaan komen, en waarom bepaalde praktijken, theorieën of misvattingen zo hardnekkig blijven voortbestaan.Dierenwelzijnscongres 2025Elian Hattinga van ‘t SantWetenschappelijke denkbeelden achter de praktijkInterpreteren vanuit aangeleerde kennis‘Professionals kijken heel erg naar gedrag van honden vanuit wat ze daarover geleerd hebben‘. Opvallend, maar eigenlijk heel logisch, stelt ze. Om te illustreren hoe diep onze aangeleerde kennis onze blik beïnvloedt, toont Elian het Foto: Janette Haring


29Dierenwelzijnscongres 2025(1903-1989) en Niko Tinbergen (1907-1988) zijn daarin onvermijdelijk. Beiden werden ze iconische grondleggers van de gedragsbiologie. Ondanks hun verschillende achtergrond - Lorenz was overtuigd nazi; Tinbergen bracht een groot deel van de oorlog door in gevangenschap - waren ze bevriend en werkten ze nauw samen. Ze hebben een enorme stempel gedrukt op hoe we het gedrag van andere diersoorten interpreteren.In de vroege ethologie (rond 1950) werd het gedrag van andere diersoorten beschouwd als wezenlijk anders dan dat van mensen. Onderzoekers dachten dat dieren op een automatische, mechanische manier handelden vanuit vaste, aangeboren instincten. Daarom gingen ze ervan uit dat het gedrag van dieren in het wild en dieren in gevangenschap niet verschilde. Emoties, omgevingsinvloeden, leerervaringen, verschillen in leefomstandigheden waren volgens de theorieën van die tijd niet zo relevant voor het begrijpen van de soort. Ethologen werkten met ethogrammen: nauwgezette inventarisaties die volgens hen geldig waren voor alle dieren van een soort. Gedragselementen werden neutraal en waardevrij beschreven, zodat ze door iedereen konden worden begrepen en geturfd. Zo werd grommen bijvoorbeeld nuchter omschreven als ‘some sort of buzzing sound’. Gedrag mocht niet beschreven worden met woorden die gebruikt werden voor wat zij beschouwden als exclusief menselijke eigenschappen, zoals spelen, denken, boos zijn. Mensen waren dieren, maar dieren waren geen mensen. Antropomorfiseren was een wetenschappelijke doodzonde.De bestudering van gedrag stond in het licht van het kunnen overleven in de strijd om het bestaan. Men was van mening dat dieren van dezelfde soort voortdurend met elkaar in strijd waren om voedsel, om partners, om territorium. Dat ze misschien ook samenwerkten of vriendschappen sloten om conflicten te vermijden, kreeg in die tijd nauwelijks aandacht. publiek enkele foto’s. Een ongeschoolde hondenbezitter ziet op een bepaalde foto misschien ‘een gezellige hond die even over iemand heen hangt’. De professional ziet daarbij vaak ook allerlei risico’s, zoals bijvoorbeeld spanning of potentieel dreigend gedrag, signalen die een ongeschoold oog misschien niet ziet.Mensen, zegt Elian, kijken bijna nooit alleen vanuit hun eigen ervaring. In tegenstelling tot andere diersoorten beschikken we over een enorme hoeveelheid actief verworven kennis. We lezen boeken, volgen opleidingen, absorberen theorieën. Daardoor denken we iets te zien vanuit wat we geleerd hebben te verwachten. Het menselijk oog is dus eigenlijk nooit onbevangen.‘Onze inzichten zijn altijd gekleurd door het gedachtegoed waarin we zijn opgeleid’Een voorbeeld uit haar praktijk van vele jaren geleden maakt dat pijnlijk duidelijk. Ze werd gebeld over een Flatcoated Retriever die zijn eigenaren als ze thuiskwamen grommend in de gang opwachtte. De hond had tijdens een training een keer gegromd toen de eigenaar hem in de zitpositie wilde duwen. Elian vermoedde vanuit haar eigen kennis (o.a. postgraduaat Toegepast Diergedrag) en ervaring als groot Flatcoatliefhebber dat de hond daarbij per ongeluk pijn was gedaan. Hun trainer had een ander idee: de hond was dominant. De eigenaren hadden vervolgens het advies gekregen om de hond dagelijks te alpha rollen, zodat hij wist wie de baas was. Ze hadden dit advies braaf opgevolgd en de hond geregeld op de rug gedwongen, met als gevolg dat de hond uit wantrouwen en angst naar hen was gaan grommen. Het advies van deze trainer kwam rechtstreeks voort uit de theorieën die híj had geleerd. Zo werkt het volgens Elian voortdurend: onze inzichten zijn altijd gekleurd door het gedachtegoed waarin we zijn opgeleid.Erfenissen uit de ethologie: Lorenz en TinbergenVeel moderne hondenkennis wortelt in de klassieke ethologie. De namen van Konrad Lorenz


32Hetgeen ik hier beschrijf, is beslist niet wetenschappelijk onderbouwd, maar zijn puur een aantal weetjes uit mijn jarenlange praktijkervaring. Ik zou zeggen, doe er je voordeel mee.Alternatieve training?Geef je die weleens? Denk aan een leuke sportochtend tijdens de zomer, een gezellige groepswandeling of een training met leuke kerst- of paasactiviteiten? Helemaal goed! Maar zet je de cursist ook weleens zélf aan het denken over wat hij tijdens een wandeling, of in huis, aan activiteiten met z’n hond kan doen? Tijdens een theorie-avond besteedde ik graag een les aan het noodpakket. En dat was heel praktisch: wat zit er in de EHBO-doos? Maar ook: welke activiteiten heb jij in je hoge hoed voor tijdens de wandeling of binnenshuis? Maar gaat het ons NU om succes tijdens de TRAINING of ook om een GOEDE baas-hondrelatie?Ook gaf ik ieder jaar aan een nieuwe jachttrainingsgroep een alternatief: ‘actief wandelen met je hond’. Tijdens de gehele wandeling maakte ik gebruik van de omgeving en deden we geen enkele trainingsoefening. Aan het einde noemde een van de cursisten het ‘de beste training die ik ooit gehad heb’. Dit was een jager die met zijn nieuwe jonge hond kwam trainen. Hij had zelf al jaren op hoog niveau getraind en wedstrijden gelopen en een van zijn honden werd ooit zelfs uitgeroepen tot beste jachthond van het jaar. Mooi dat juist zo iemand ook de waarde inziet van het actief met je hond wandelen.Kortom, laten wij als instructeurs af en toe eens afstappen van onze trainingsmodus. Het is een open deur om te zeggen dat goede baashondrelatie de basis is voor succes tijdens de trainingen. Maar gaat het ons nu om succes tijdens de training of ook om een goede baashondrelatie? Wanneer je je cursisten eens een alternatieve training geeft, zul je zien dat de baashondrelatie zéker verbetert bij hen die dit actief oppakken.Veel tips hieronder zullen jullie herkenbaar voorkomen, maar bespreek jij ze ook wel eens met jouw cursisten? Je zult zien dat je daarmee óók ideeën van cursisten binnenhaalt en jullie gezamenlijk een mooie bibliotheek kunnen samenstellen voor binnen- en buitenactiviteiten.Actief met je hond buitenshuisActief wandelen met je hond! Hoe weinig zie ik Door: Rosemarijn GelauffJa, ja, nu denk je natuurlijk dat hier een opsomming volgt voor het noodpakket dat in huis moet halen voor je hond - zoals voor onszelf in alle media wordt aangeraden. Dát dus niet. In dit artikel wil ik aandacht besteden aan een alternatief pakket voor je hond, of die van jouw cursisten. Want, wat kun je met je hond doen als:- je minder mobiel bent en je wilt je hond toch zijn beweging geven;- er vanwege weersomstandigheden geen training wordt gegeven;- jouw hond een bewegingsbeperking heeft vanwege een blessure of anderszins;- er een dik pak sneeuw ligt of hittegolf is?Om tegemoet te komen aan ideeën bij minder mobiliteit van jou of je hond heb ik de tips opgesplitst in twee delen. Deel 1: voor buiten, in deel 2 (in het volgende nummer): voor binnen, en het échte noodpakket, want uiteraard is het slim om dat in huis te hebben.Het noodpakket ook voor je hond?Deel 1


33dat tijdens mijn wandelingen gebeuren. En zeker wanneer je minder mobiel bent om wat voor reden dan ook, is het superfijn als je de wandeling wat actiever maakt in plaats van heel lange wandelingen te maken. En je zult zien dat jouw hond meer van jou geniet tijdens een actieve wandeling.Je kunt bij het actief wandelen met je hond ludieke onderdelen combineren met een speelse manier van werken aan de vaardigheden die je straks weer kunt gebruiken in je training. Een leuk voorbeeld daarvan is de brokjesboom (ludiek) en steadyness (vaardigheid). Misschien bij velen van jullie bekend, maar voor de enkeling die het nog niet weet, beschrijf ik het hier nog even: Brokjesboom en steadyness We zoeken een boom op waar veel dik schors op zit en we verstoppen daarin lekker wat brokjes. Eerst wat lager in de boom en daarna wat hoger, kortom we bouwen de moeilijkheidsgraad wat op. Maar ook bouwen we moeilijkheid op in het wel of niet zien van het verstoppen van de brokjes.Het ultieme is uiteraard wanneer je hond helemaal niet heeft gezien dat er brokjes verstopt gaan worden. Dat kun je natuurlijk bewerkstelligen door iemand te vragen om even aan de wandel te gaan met jouw hond, terwijl jij brokjes verstopt.Maar je kunt het ook combineren met een vaardigheid die je straks kunt toepassen in je training. Op de foto hieronder zie je Soof heel steady zitten. Zij mag gewoon kijken naar wat ik aan het doen ben, maar het vraagt van haar heel veel om hierbij te blijven zitten, want zij kan niet wachten op die voertjes! Straks de brokjes mogen zoeken in de boom is voor haar de ultieme beloning. Ik heb weer even gewerkt aan steadyness, en wat vooral belangrijk is: we hebben samen plezier! Tip: verstop in het begin één snoepje tegelijk, zo voorkom je onduidelijkheid en daarmee onnodige frustratie omdat de hond niet weet of er nog meer te zoeken is – vooral omdat de geur van het voertje nog aanwezig is. Daarna pas twee tegelijk verstoppen, et cetera. Wanneer je dit ook benoemt: ‘Zoek 1/ 2’, kan een heel slimme hond ook nog leren tellen! Vertel ‘m ook weer wanneer er niets meer te vinden is door bijvoorbeeld ‘Op/Klaar’. Dit klinkt enorm voor de hand liggend, toch zien we dat veel mensen er niet aan denken of bij stilstaan.Training


MODULE A Omgaan met over-de-top gedragVAN O&O VOOR MENS EN HONDKen de hond Iedereen die een hond heeft en hobbymatig of professioneel met honden werkt, heeft basiskennis nodig. De Module A - Ken de hond verschaft je dat fundament. Ook fokkers, mensen die werken bij een hondenuitlaatservice, hondentrimmers en pensionhouders kunnen hun hart ophalen bij deze module! En voor wie de vervolgcursussen bij O&O wil gaan volgen, is de Module A - Ken de hond verplichte kost. Alles wat je als een beetje hondeneigenaar wilt weten, komt in deze module aan bod, zoals:• Afstamming en de gevolgen daarvan• Ontwikkelingsfasen en levensbehoeften• Leren bij honden • Houdingscommunicatie en gedragsherkenning• Emoties en welzijn• Oorzaken van gedrag• Rasspecifieke eigenschappen• Gezondheidsleer• En nog veel meer! Dus of je nu instructeur wilt worden of niet: na het volgen van Module A weet je waarover het écht gaat in hondenland.Module A – Ken de hond maakt een verplicht onderdeel uit van het diploma kynologisch instructeur. Wanneer je in het bezit bent van het certificaat van de Module A - Ken de hond plus het bewijs van deelname aan Module B - Train de hond én het certificaat van Module C - Train de mens, dan voldoe je in ruime mate aan de eindtermen die door de Raad van Beheer zijn gesteld aan een ‘kynologisch instructeur’ en ontvang je het bijbehorende diploma.Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: 37


MODULE BVAN O&O VOOR MENS EN HONDTrain de hond Module B - Train de hond is een spiksplinternieuwe module die met een brede blik kijkt naar training en hondensport. Wanneer je onze module A - Ken de hond hebt gevolgd en daar o.a. de basiskennis over de leerprincipes hebt geleerd, kun je deze theoretische kennis in de praktijk brengen in module B - Train de hond. Op leuke en speelse wijze zul je ontdekken welke aspecten allemaal een rol spelen bij het trainen van de hond. Deze module is enerzijds ontwikkeld om de mensen die verder willen met de opleiding tot kynologisch instructeur goed voor te bereiden op de laatste module van deze opleiding, module C - Train de mens. De module C - Train de mens kan zich daardoor nog beter richten op het leren lesgeven, de groepsdynamiek en het leren hondeneigenaren/-begeleiders te helpen met hun honden in de dagelijkse praktijk. Anderzijds is deze module ontwikkeld voor mensen die geen ambitie hebben om les te geven maar wel lekker met hun hond aan de slag willen. Een hond leert zijn hele leven lang dus is het belangrijk dat dat leren op een voor begeleider én hond veilige en prettige manier gebeurt.Je leert in de module B - Train de hond welke informatie een hond nodig heeft van zijn begeleider om te begrijpen welk gedrag hem het meeste oplevert. En wat nog belangrijker is, je leert te zien wat jóuw hond nodig heeft en op welke manieren jij hem dat kan geven.Module B - Train de hond is een trainingsmodule die bestaat uit één dag theorie en twee praktijkdagen. Deze module heeft geen examen; je krijgt na afloop een certificaat van deelname. Deelnemers die doorwillen naar module C - Train de mens, krijgen een persoonlijk advies over wat ze eventueel nog kunnen doen om uiteindelijk goed beslagen ten ijs aan de start van die module te verschijnen. Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: 38


MODULE C Omgaan met over-de-top gedragVAN O&O VOOR MENS EN HONDTrain de mens Op veel hondenscholen draait het in de puppy- en/of basiscursus nog veelal om het aanleren van oefeningen als zit, lig, volgen en hierkomen. In diverse boeken en op YouTube zijn hier de stappenplannen voor te vinden en veel instructeurs-in-de-dop kennen die methoden al voor ze met de opleiding tot kynologisch instructeur beginnen. De vernieuwde praktijkmodule C – Train de mens gaat nog meer dan voorheen in op het kunnen leveren van maatwerk. Wil je de mens-hondcombinatie die voor je staat écht kunnen helpen, dan begint dat met heel goed kijken.Wat vertelt deze hond? Wat heeft déze combinatie nodig, welke informatie kun je deze mens geven om het deze hond gemakkelijker te maken, niet alleen op het trainingsveld maar dagelijks. Wanneer gebruik je nu zo’n basisoefening en - misschien nog belangrijker - wanneer níet? In de vernieuwde Module C –Train de mens komt dit uitgebreid aan bod.Hoe kun je deze combinatie verder helpen als stap één van je stappenplan niet eens lukt? En wat kun je een combinatie bieden die de laatste stap van je stappenplan al volledig beheerst? Je creativiteit wordt aangesproken in deze module en je krijgt volop de gelegenheid om je kennis- en kunderugzak te vullen. En je gaat oefenen met hoe je dat als instructeur overbrengt op een manier die bij díe mens past. Best een klus! Daar is de module C - Train de mens alleen natuurlijk veel te kort voor. Maar wij zorgen met de drie modules A, B en C samen voor een solide basis!Inschrijven? Ga op onze vernieuwde website www.hondenopvoeding.nlnaar Inloggen > Mijn O&O > log in > ga naar Activiteiten en schrijf je in!Meer informatie over deze module vind je hier: 39


Door: Liselot BoersmaTijdens het dierenwelzijnscongres gaf Maartje Horvers, directeur van Hondencampus, kynologisch instructeur, gedragstherapeut, gedragsbeoordelaar en getuige-deskundige (LDM), een indringende lezing over agressie bij honden. Niet alleen de cijfers en casuïstiek maakten indruk, maar vooral haar oproep aan professionals: neem verantwoordelijkheid, analyseer zorgvuldig en wees eerlijk over wat wel en niet beheersbaar is.Dierenwelzijnscongres 2025Maartje HorversAgressie bij honden: van analyse tot aanpakBijtincidenten: geen randverschijnselBijtincidenten door honden zijn in Nederland al jaren een serieus probleem. Uit data uit 2006–2007 blijkt dat jaarlijks naar schatting zo’n 150.000 bijtincidenten plaatsvinden. Hoewel deze cijfers gedateerd zijn, is er weinig aanleiding om aan te nemen dat het probleem sindsdien wezenlijk is afgenomen. Integendeel: in 2023 luidden plastisch chirurgen opnieuw de noodklok vanwege de ernst en frequentie van verwondingen, met aanzienlijke maatschappelijke en politieke impact tot gevolg.40


41Dierenwelzijnscongres 2025Verantwoordelijkheid ligt bij de mensVolgens Horvers begint elke analyse bij een fundamenteel uitgangspunt: wij mensen zijn verantwoordelijk. We verwachten veel van honden in een samenleving die daar niet vanzelfsprekend bij past. Waar honden vroeger duidelijke taken hadden, liggen ze nu vaak werkloos op de bank. We verlangen dat ze zich probleemloos aanpassen aan een drukke, prikkelrijke wereld, terwijl we vergeten dat welzijn begint bij het mogen zijn wie ze zijn.‘Wij zouden fysiek en mentaal gezonde honden moeten creëren die passen bij de wereld die wij met elkaar hebben ingericht’, stelt Horvers. Veel probleemgedrag kan al verminderen door beter te voorzien in de welzijnsbehoeften van de hond. Denk aan beweging, voorspelbaarheid, autonomie, sociale interactie en mentale uitdaging, vaak weergegeven in een piramide van basisbehoeften (vanuit de bekende piramide van Maslow).Risicofactoren: een samenspel, geen enkelvoudige oorzaakEen bijtincident is zelden het gevolg van één enkele factor. Sommige invloeden, zoals genetische aanleg, zijn niet te veranderen. Ook vroege socialisatie, of het ontbreken daarvan speelt een grote rol en is achteraf niet te corrigeren. Het Safe Dog Project (onderzoeksrapport uit 2019 door Pluijmakers, Bowen en Fatjo) wordt door Horvers genoemd als waardevolle bron voor wie zich verder wil verdiepen in alle mogelijke risicofactoren.Kenmerkend zijn de zogenoemde ‘dat doet hij anders nooit’-honden. Plots kunnen meerdere risicofactoren onverwacht samenkomen: een hond met verminderd zicht door staar; een eigenaar die de lijn niet goed kan vasthouden; een kind verkleed met een speelgoedwapen; een andere hond die vlakbij opgewonden speelt. Elk van die factoren afzonderlijk hoeft geen probleem te zijn, maar samen kunnen ze leiden tot een incident.Voor professionals is het essentieel om al deze factoren systematisch te wegen:Dat leidde in datzelfde jaar tot voorstellen van toenmalig minister Adema om het beleid rond bijtincidenten aan te scherpen. Daarmee blijft de vraag bestaan hoe we als samenleving, en zeker als professionals, omgaan met honden die (ernstige) agressie vertonen.Casuïstiek: als agressie ontspoortOm de ernst van sommige situaties te illustreren, deelt Horvers een casus uit haar werk als deskundige bij een dierenopvangcentrum. Mata, een Presa Canario-reu van 3,5 jaar oud viel vanuit zijn kennel een vrijwilliger aan. In deze aangrijpende zaak, waarover een informatieve video is gemaakt die gebruikt wordt voor training van hulpverleners, werd een vrijwillige asielmedewerker levensbedreigend aangevallen en zeer ernstig verwond. De hond werd geëuthanaseerd. Pas later kwam aan het licht dat de vorige eigenaar van deze hond een drugscrimineel was en dat de hond mogelijk als wapen was gebruikt. Zelfs de naam van de hond bleek betekenisvol: Mata bleek het Spaanse woord voor ‘moord’ te zijn. Het onderstreept hoe beperkt onze kennis soms is van de voorgeschiedenis van een hond en hoe groot de gevolgen kunnen zijn.De rol van de professionalDe meeste professionals krijgen niet te maken met extreme zaken die in de media verschijnen, maar met incidenten van lagere impact: bijten binnen de huiselijke sfeer, waarschuwingen die net misgaan of situaties waarin het risico duidelijk oploopt, maar een ernstig incident nog voorkomen kan worden. Juist daar ligt een belangrijke preventieve rol.Horvers benadrukt daarbij een cruciale vraag: kun en wil je dit als professional zelf aangaan? Niet iedere situatie is geschikt om alleen op te lossen. Tijdig gespecialiseerde hulp inschakelen is geen falen, maar professioneel handelen.‘Wij zouden fysiek en mentaal gezonde honden moeten creëren die passen bij de wereld die wij met elkaar hebben ingericht’


44Mooi in het hooi. Soms vraag je je af hoe je hond daar is beland. Door haar schutkleur zag ik haar eerst niet.


45Waar woon jeWonen in het buitengebiedNatuurlijk begrijp ik waarom velen met hond graag buitenaf willen wonen. Er is doorgaans veel meer ruimte en rust – geen gedoe met buren. Niet om iedere bocht een hond, kat of fietser. Of herrie. Doorgaans veel minder prikkels. Doordat onze dieren (honden, katten, kippen en pony’s) op het platteland veel ruimte en tijd kregen om te exploreren, lieten ze óók ander gedrag zien dan mijn vorige honden toen ik nog in een woonwijk woonde en vrijwel alles aldoor voor ze bepaalde. Het is enorm leerzaam om hun natuurlijke (niet door ons aangestuurde of beperkte) gedrag te observeren. Zo leer je de wereld om je heen écht anders bezien.Zo leef je op het platteland ook veel bewuster in de seizoenen doordat je veel buiten bent. Je voelt de gure wind die dwars door je kleren waait, je verwondert je over de prachtige wolkenluchten – mét roofvogels. En bent je bewuster van ontluikende lente, door de eerste katjes aan de elzen. Ook leer je dat het gewas écht van het land moet wanneer de condities goed zijn. Nu! Vandaag, geen dag later! De landbouwvoertuigen knallen dan dag én nacht oerend hard over de weg. Alles moet dan letterlijk en figuurlijk wijken. Volop dierenIedere morgen verbaasde ik me weer over de zichtbare sporen van nachtelijke erfbezoekers: katten, wezels, reeën, vos, bunzing ... Ook leerde ik de geluiden van koeien herkennen, zoals dat van een koe die haar kind of vriendin roept. En, dat na de geboorte van een kalf op het land, ergens een nageboorte kan liggen ... (‘Heerlijk!’ volgens Malaman, toen iemand ooit het hek van de tuin open had laten staan). Maar ook spontane bezoeken: reeën, vechtende hazen of groepen ganzen die ineens tot aan je tuin komen, tot groot plezier van de honden. Sommige HONDEN raken gemakkelijk GETRIGGERDdoor dat SCHICHTIGE gedragJe leert dat je altijd voorbereid moet zijn, hoe rustig en vredig het land ook lijkt. Die ene haas die je nét te laat ziet omdat hij eerst zat weggedoken in het hoge gras, en dan ineens wegschiet. Taadaaa ... je hond, die wekenlang heerlijk los bij je in de buurt bleef, er vliegensvlug achteraan. Dwars door de blubberige akkers en stinkende sloten en die dan uiteindelijk, het lijken uren, pikzwart weer terugkomt. Honden ontwikkelen een neus voor eetbaars op het land, net zoals ooievaars en meeuwen hier oog voor hebben. Wanneer het gras net is gemaaid, liggen er vaak vele kikkers, muizen, jonge hazen of vogels. Zie het maar als opruimen en uit het lijden verlossen ...Of, er blijkt verderop ineens een kudde schapen te zijn geplaatst voor nabegrazing, achter één stroomdraadje. Gisteren stonden ze er nog Waar woon je dan?Leven met honden op het plattelandDoor: Hanneke Reitsma‘Als ik toch een boerderij had ...’, hoor ik regelmatig verzuchten. Het platteland, met zo’n woonboerderijtje of dat ‘hutje op de hei’, lijkt dé ultieme woonplek voor hondenliefhebbers. Is dat ook zo? Omdat ik dertien jaar met mijn honden op het platteland heb mogen wonen, en ook door mijn werk vaak bij boeren of andere buitengebiedbewoners thuis kom, heb ik vele aspecten van het platteland leren kennen waar ik vroeger, als ‘stadse’, geen idee van had. Handige weetjes voor instructeurs en gedragstherapeuten over de voor- én nadelen (ja, die zijn er) over het wonen op het platteland.


46Malamutes, Husky’s en andere kilometervretende, jagende en makkelijk uitbrekende typetjes zijn over het algemeen minder geschikt als boerenerfhond samen met loslopende kippen en veel vrijheid. Mijn laatste Malamute, Shiroi alias Malaman, was écht een uitzondering op de regel. Dat zou met zijn voorgangers (twee Malamutes die gedreven jagers waren) een veel complexer verhaal zijn geworden! Vooral omdat men het tuinhek weleens open liet staan ... Onze Mastin, IJslander en Grote Kees deden het op zich prima in die leefomgeving. Bob en Bill, twee oudere Shih Tzu-kruisingen, ‘oppashondjes’ die uiteindelijk vier jaar bij ons woonden, deden het prima als erfhondjes. Alleen die vachten ... als ze weer eens door het stro hadden gestruind.Gelukkig was ik er SNEL bij en konden ernstige VERWONDINGEN worden voorkomenAanslaanAls je hond een keer blaft of jankt, staan er niet gelijk zeurende buren aan de deur. Sterker nog, aanslaan is handig; vooral als jijzelf ergens achter op het terrein bezig bent. (En reken maar dat er ook vaak gespuis rondrijdt.) Ook omdat men op het platteland gewend is – vaak onaangekondigd - om bij elkaar ‘achterom’ te komen, het huis binnen te lopen en dan pas ‘Vollek!’ te roepen. Ongeacht of je nu een hond hebt of niet. Overigens liet Malaman een wrrrhoeeewhoehoehoren bij bekend volk, maar was hij stil bij onbekenden, terwijl onze andere honden juist bij onbekenden aansloegen – en IJslander Tyra (met haar drijverskwaliteiten) ook weer bij hun vertrek. Startende auto’s, dichtslaande deuren en vooral een ‘doei’ triggeren haar nog steeds. Vooral omdat ik er niet continu zelf bij was om een en ander direct in de juiste banen te leiden. niet! Schapen die net nieuw op een plek staan, helemaal van samengestelde kuddes, voelen zich nog enorm onveilig en vliegen bij het minste of geringste alle kanten uit. Sommige honden raken gemakkelijk getriggerd door dat schichtige gedrag – altijd stevig aangelijnd houden dus!Hoe een koe een haas vangt? Door het gedrag van de buurkoeien, wist ik dat er ‘iets’ in het gras moest zitten. Jonge haasjes wachten tot hun moeder terugkomt. Gelukkig had ik de honden op dat moment niet bij me.Ongewenste konijnen of kippen - vooral hanen – worden vaak ergens op het platteland gedumpt (net als grofvuil overigens). En voor je het weet, ben je een opvang en heb je er tig. Waar twee wonen, kunnen ook drie ... of vier ...Kippen zijn ongelofelijk leuke en interessante dieren, vooral als ze de vrijheid hebben om kip te zijn. En, dat vinden je honden ook. Daar moeten ze dus veilig mee leren omgaan. Hennen (of hanen) met kuikens kunnen prima helpen bij het opvoeden; een overmoedige pup wordt direct door ze afgestraft. Overigens is menig aanval op de kippen van bovenaf (door buizerd, valk) door onze honden verijdeld. Kip, ik heb je! Bill, een van onze oppashondjes, was altijd dol op wat er uit kippen valt. De haan laat merken dat-ie te dichtbij komt.


51HR-HOND OP JOUW HONDENSCHOOL Omgaan met over-de-top gedragEENDAAGSE MODULE VAN O&O VOOR MENS ÉN HONDJe voorbereiding is op orde:• Je weet wat een hoogrisicohond is.• Je leest signalen feilloos.• Je grijpt in vóór het misgaat.Maar… is jouw hondenschool ook op voorbereid op het verantwoord lesgeven aan honden van dit kaliber?Tijdens deze verdiepende theoriedag (zonder hond) duik je in de praktijk.Na deze dag weet je:• Hoe je veilig werkt met hr-honden• Welke materialen en ruimtes je nodig hebt• Hoe je een intake goed aanpakt• Wat je juist wél of níet aanleert• Hoe je verwachtingen bijstuurt• Wanneer je extra expertise inschakeltJe zet al jouw kennis om in een stevig, werkbaar lesplan.Alles gericht op veiligheid en welzijn. Voor wie?• Gediplomeerde kynologisch instructeurs die hr-honden begeleiden• KI VIP-deelnemers (preventie, begeleiding en veiligheid)Geef jouw hondenschool de juiste basis.Schrijf je in voor ‘HR-hond op jouw hondenschool’ via Mijn O&O of lees meer over de dag op:www.hondenopvoeding.nl/cursussen/hr-hond-op-jouw-hondenschool of scan de QR code.


52Nederlandse wetenschappers Pascalle Roulaux en Ineke van Herwijnen voerden een (in de Journal of Veterinary Behavior gepubliceerd) enquêteonderzoek uit naar de effecten van chemische castratie op reuen.Om de enquête ingevuld te krijgen, werd onder andere gebruik gemaakt van oproepen via social media. Er konden 404 enquêtes gebruikt worden voor het onderzoek. Opvallend: het overgrote merendeel van de mensen die de enquête hadden ingevuld was vrouw (97%) met een leeftijd van tussen de 50 en 60 jaar oud en het merendeel was theoretisch opgeleid. De honden waarover informatie was ingevuld waren van vele verschillende rassen en typen. Iets meer dan 60% van de honden had een stamboom. Bijna een op de zes honden betrof een mix/kruising (iets meer dan 16%).Vraagstukken die in de enquête aan bod kwamen, waren onder andere de effecten van de chemische castratie op gedrag en gezondheid en de redenen voor chemische castratie. Ook werd gevraagd naar de leeftijd waarop de chemische castratie plaatsvond en of de hond daarna intact werd gelaten of dat er later nogmaals een chemische of een permanente chirurgische castratie had plaatsgevonden. Indien een Neuzen in de wetenschap Tekst: Liselot BoersmaVoor deze rubriek selecteerden we drie recent gepubliceerde artikelen met bevindingen over hondengedrag. Het betreft openbaar toegankelijke artikelen die de moeite waard zijn om op te zoeken en door te nemen. We delen hieronder beknopte samenvattingen.Eigenaren rapporteren over de reden van chemische castratie, effecten op gedrag en gezondheid en gelijkenissen met een daaropvolgende chirurgische castratie.Chemische versus chirurgische castratie


53chirurgische castratie had plaatsgevonden, werd gevraagd naar de gevolgen in vergelijking met de eerdere chemische castratie.Opvallend: meer dan de helft van de honden was ouder dan anderhalf jaar op het moment van de eerste chemische castratie. De voornaamste reden voor chemische castratie was het willen testen van de mogelijke invloed van castratie op het gedrag van de hond. De daarna meest gekozen reden was het willen testen van mogelijke effecten van castratie op de gezondheid van de hond. Wanneer de chemische castratie was geadviseerd door dierenartsen en/of gedragstherapeuten waren de mensen eerder tevreden over het effect op gedrag. In bijna de helft van de gevallen was de chemische castratie echter helemaal niet op aanraden van een professional uitgevoerd.Na de chemische castratie besloot bijna de helft van de mensen om de hond vervolgens intact te laten. De meest genoemde reden hiervoor was dat de chemische castratie een negatief effect had gehad op het gedrag van hun hond en daarna werden negatieve gevolgen op de gezondheid genoemd als reden om de hond toch intact te laten. Meer dan 80% van de mensen die na een chemische castratie besloten om de hond chirurgisch te laten castreren, gaven aan dat de effecten van beide vormen van castratie op hun honden grotendeels of geheel gelijk waren. Dit suggereert dat chemische castratie een goede voorspeller zou kunnen zijn voor de mogelijke effecten van een chirurgische castratie.Is een CHEMISCHE castratie een goede voorspeller voor de mogelijke effecten van een CHIRURGISCHE castratie?Kritische noot: Alle resultaten zijn gebaseerd op informatie die door eigenaren zelf zijn ingevuld in enquêtes. Dit kan de gebruikte gegevens minder betrouwbaar maken. Daarnaast is het belangrijk om mee te wegen dat vrouwen (die overigens vaker oververtegenwoordigd zijn in onderzoeken naar de relatie tussen mensen en andere diersoorten) enquêtes mogelijk op een andere manier invullen dan andere genderidentiteiten dat zouden doen.Bron: Pascalle E.M. Roulaux, Ineke R. van Herwijnen (2025). Chemical castration of male dogs: Owner-reported effects on behavior and health, reasons for chemical castration, and similarities with subsequent surgical castration. Journal of Veterinary Behavior. Volume 83, January-February 2026. Pages 14-19. Https://doi.org/10.1016/j.jveb.2025.11.006WetenschapGenetisch onderzoek naar gedragsaanleg van Golden Retrievers wijst genen aan die ook een rol spelen bij menselijke aanleg voor temperament, mentale gezondheid en denkvermogen.Vergelijkend onderzoek Goldens en mensenNet als mensen verschillen honden onderling sterk in temperament en gedrag. Ook bij honden zien we variatie in aanleg voor angst, agressie, trainbaarheid en gevoeligheid. Bij zowel honden als mensen zijn dit soort gedrags- en temperamentkenmerken in hoge mate erfelijk. Welke genen hier precies verantwoordelijk voor zijn, is echter nog maar gedeeltelijk bekend.In deze studie voerden onderzoekers 14 zogeheten genome-wide association studies (GWAS) uit naar verschillende gedragskenmerken bij ongeveer 1.000 Golden Retrievers. Het gedrag van deze honden werd in kaart gebracht met behulp van de Canine Behavioral Assessment and Research Questionnaire (C-BARQ), een veelgebruikte vragenlijst voor hondengedrag.De onderzoekers vonden 12 genetische locaties


58aan instructeurs en het aantrekken van nieuwe instroom, zo was de boodschap. Meer dan 200 hondenprofessionals zaten klaar voor de eerste en met hoge verwachtingen aangekondigde lezing van de dag: Paul Mandigers over de gezondheid en genetica van de hedendaagse hond.Jubileumdag 45 jaar O&OGrote variëteit aan sprekers én een groot succes!Tekst: Belinda Jansen45 jaar O&O is gevierd met een dag vol wetenschap, kennis en informatie, workshops en masterclasses. De Schildkamp in Asperen zat ramvol op 15 november 2025. Er lag dan ook een bijzonder interessante en informatieve dag in het verschiet voor iedereen die met honden werkt, en voor iedereen die van honden houdt. fifffffflDe dag werd geopend met een speciaal dankwoord aan een keur aan ereleden van O&O die zich al jaren inzetten. Sinds de oprichting in maart 1980 is er veel werk verzet. En dat moet zo blijven, dus moet er de komende tijd onder meer aandacht worden besteed aan het tekort Lezing Paul Mandigers Wat is wijsheid: een designerras, superbastaard of toch een rashond?‘Het is geen leuk verhaal’, zo begon Dr. Paul Mandigers zijn filosoferende lezing over gezondheid en genetica. Gelukkig werd het dat uiteindelijk toch wel, door de aanstekelijke en met broodnodige humor doorspekte vertelstijl van deze bekende veterinair neuroloog. Zelf noemt hij zich ‘een superspecialist’. Met een disclaimer als een knipoog voor de aanwezigen: ‘Misschien is alles al bekend, maar dat is dan jammer.’


59Jubileumdag O&OPaul Mandigers is veterinair neuroloog, wetenschapper en universitair hoofddocent op het gebied van neurologie en genetica. Zijn onderzoeksgebieden zijn onder meer epilepsie en genetica van neurologische aandoeningen. Op www.veterinair-neuroloog.nl vind je meer over zijn werk.Dat bleek evenwel zeker niet het geval. Mandigers begon met zijn verhaal over de evolutie van de wolf tot de hond, een lange weg die 60 miljoen jaar geleden begon. Met vele zijsporen die hebben geleid tot het dier wat nu bij menigeen in huis of op het erf woont. Waarbij er heel veel is wat we wél weten, maar ook heel veel wat we niét weten. Wat we in elk geval wel zeker weten is dat de inmenging van de mens niet alleen goede dingen heeft gebracht voor de gezondheid van de hond. Zo noemde hij de eerste hondenshow in Engeland in 1859, het moment waarop de eerste stamboeken werden gemaakt. ‘Vanaf toen ging het mis.’ Ook omdat volgens Mandigers door de administratieve veranderingen ‘niet meer kon worden gesjoemeld; vroeger kon je nog wel eens een andere vader opgeven.’Wat is nu eigenlijk een hond?Het concept ‘hond’ is er een van vele vormen, maten en variaties, met dieren tussen de 1 en 100 kilo. Uitschieters die volgens Mandigers onmogelijk gezond kunnen zijn, zoals hij illustreerde met een veelzeggende afbeelding van een gigantische dog en een minuscule Chihuahua. Op wat oertypes na die wat dichter bij de wolf staan, staat het merendeel van de hedendaagse honden daar tegenwoordig mijlenver vanaf. ‘Die honden hebben wij zelf gemaakt.’ Of, zoals hij het breder trekt: ‘Ook de Golden Retriever is een designer breed.’En zo ontstonden er hondenrassen die gemaakt zijn om bijvoorbeeld te jagen, om te hoeden of om te beschermen. Mandigers noemde daarbij zijn eigen hond Zoef, een 14-jarige Whippet die ondanks haar gevorderde leeftijd nog altijd het liefst plankgas achter de konijnen aangaat. ‘Daar is ze immers op voorgeprogrammeerd’. Hij vergeleek het FOKKEN van honden met BALANCEREN op een koord: ‘Je kunt het niet snel GOED doen.’Maakbaarheid zorgt voor problemenMaar met die maakbaarheid zijn ook de problemen gekomen, onder meer door een gebrek aan genetische variëteit, die alleen maar afneemt. Dat roept vragen op als: is de hedendaagse rashond gezond? Is een designerbreed dan beter? En hoe zit het met de superbastaards? Het werd bij de aanwezigen ook nog eens getoetst met wat interactieve vragen, waarbij bleek dat bij menigeen al snel de twijfel toesloeg bij het beantwoorden daarvan. Ingewikkelde materie dus, die door Mandigers in een luchtige, goed te behappen vorm werd gegoten. Zo deelde hij sheets met genetische studies met daarop een opsomming aan ziektes en afwijkingen waar hij in zijn eigen praktijk vaak tegenaan loopt. EpilepsieZoals epilepsie, geïllustreerd met een filmpje van een Labradoodle die hieraan lijdt. Een onderzoek dat verrassende conclusies laat zien. Epilepsie is een nare aandoening, legde Manders uit, waarbij erfelijkheid bij veel rassen vermoedelijk een grote rol speelt. Wat zou er dan gebeuren wanneer je twee rassen kruist, die allebei in het DNA-risicogebied verkeren, zoals de Labradoodle, een bewuste mix van Labrador en Poedel? Het antwoord is iets optimistischer dan je misschien zou verwachten. Weliswaar komen bij die dieren ziektes voor die de founders ook kregen, maar soms minder invasief en beter te behandelen. Ook kwamen criteria als kwaliteit van leven aan bod, en hoe verschillende eigenaren deze heel anders ervaren en ermee kunnen omgaan als het gaat om kwalen en kosten. Mandigers had de


60(‘Je moet vriendjes met mij willen worden’.) Volgens Mandigers moeten de criteria van verantwoord fokken ‘gezond’ en ‘sociaal’ zijn. ‘‘Mooi’ moet geen selectiepunt zijn.’ Hij vergeleek het fokken van honden met balanceren op een koord: ‘Je kunt het niet snel goed doen.’ Hij noemde daarbij het Fit2Breed-programma, waarin data worden opgeslagen die verantwoord fokken met de meest optimale combinaties gemakkelijker maken. Alvorens vragen te beantwoorden van de aanwezigen, sloot hij zijn uiterst leerzame en verhelderende lezing met een knipoog naar politicus Rob Jetten af: ‘Het kan wel!’lachers op zijn hand met verhalen over eigenaren met cabrio’s en naaldhakken of juist een paar stevige stappers. De superbastaardEn dan de superbastaard. Door een grotere genetische variatie en natuurlijke selectie een lagere kans op rasspecifieke ziektes, maar ook onvoorspelbaar in eigenschappen. Al met al kon hij niet concluderen dat de superbastaard per se gezonder is dan andere honden. En legde hij de vraag of iemand een mogelijk ongezonde rashond wilde ook bij de eigenaar zelf: ‘Kun je het betalen? Als je per se een kleine Dwergkees wil, en die wordt ziek, dan kom je uiteindelijk bij mij’. Workshop Corrie JansenRally-O(bedience)Corrie Jansen, kynologisch instructeur, voedingsdeskundige voor honden en fitnesstrainer heeft een enorme passie voor Rally-O, een mix van gehoorzaamheidsoefeningen en agility. Corrie Jansen is kynologisch instructeur, voedingsdeskundige voor honden en fitnesstrainer. Ze geeft workshops voor hondenliefhebbers én instructeurs die zich willen toeleggen op Rally-O. Op www.rally-o.nl vertelt ze daar meer over.Laagdrempelige sportDe sport vindt zijn oorsprong rond 2001 in Amerika, en is sinds die tijd wereldwijd omarmd in de hondensport. Vanaf 2005 ook in Nederland, maar na enige tijd helaas inactief. Sinds 2021 is Rally Obedience Nederland terug van weggeweest. Een nieuwe hondensport dus, maar ook weer niet helemaal nieuw. Met zo’n tweehonderd instructeurs een veelzijdige en laagdrempelige sport om serieus te nemen.Parcours en set-upsOm die stelling bij te zetten, legde Corrie de basisprincipes van Rally-O uit met behulp van verschillende set-ups. Handler en hond dienen een parcours af te leggen dat uit 12 tot 22 oefeningen bestaat. Die oefeningen staan op gesealde A4’tjes - bevestigd op paaltjes in het veld -, waardoor deelnemers tijdens het parcours precies weten wat hen te doen staat.Er zijn momenteel vijf klassen en na het behalen van een brevet stromen hond en baas door naar een hogere klasse. Foto’s en filmpjes illustreerden haar verhaal, dat duidelijk maakt dat deze sport voor eigenlijk alle hondenrassen geschikt is, van groot tot klein en voor alle leeftijden. Plezier en samenwerken staat voorop, en de sport is een mooi alternatief voor obedience: minder strak en aanmoedigen mag, net als fysieke en verbale aanwijzingen geven.


61Jubileumdag O&OOm enig idee te geven van Rally-O gaven Petra en Chevy een vrolijke demonstratie op het kleine podium. Creatieve thema’sDie wat lossere vorm liet Corrie ook zien aan de hand van een paar voorbeeldparcours, waarin thema’s als Kerst, Halloween, Pasen of Ik hou van Holland verwerkt zitten, of in de vorm van een Kind met Hond parcours. Wie maar creatief genoeg is, ziet in alles een potentieel parcours. Kortom: alles is mogelijk, je kunt het zo gek niet maken en zoals Corrie het zelf zegt: Rally Obedience is FUN! Workshop Naomi den Hartog Van prikkel naar kracht: weerbare honden in een drukke wereldNaomi den Hartog trapte het middagprogramma van de jubileumdag af met de workshop Van prikkel naar kracht. Een meer dan actueel onderwerp waar veel honden - en hun eigenaren - mee te maken hebben. Naomi den Hartog is instructeur, gedragsdeskundige en fitness master trainer voor honden (en mensen). Op www.cleverdogtraining.nl en naomidenhartog.nl presenteert ze diverse disciplines en methodes die gericht zijn op een waardevolle connectie tussen hond en baas. Steeds drukkere maatschappijDe maatschappij wordt immers steeds drukker en dat vraagt niet alleen veel van mensen, maar zeker van honden. Hoe maak je je hond weerbaar wanneer drukte, opwinding en stress de kop opsteken? Den Hartog legde uit dat honden op hun eigen manier vertellen hoe ze de wereld ervaren. ‘En daarbij is een dotje opwinding of stress oké, dat hoort bij het leven.’ Het kan zelfs functioneel zijn, indien strategisch toegevoegd. Zo kunnen honden leren om met moeilijkere situaties en mentale uitdagingen om te gaan. Maar hoe gaat dat dan? Bij honden is het in een drukkere wereld zaak om te schakelen tussen hogere en lagere opwinding. Naomi presenteerde de nodige voorbeelden om te laten hoe je van die stortlading aan externe prikkels juist een kracht kunt maken. Daarvoor heeft ze een paar terugkerende tips. Zo moet de hond, in het begeleidende filmpje hond Rio, de prikkel die triggert wel kunnen zien, dus dan moet de eigenaar ‘m niet meteen afleiden. Eigenaar als toegangspoortKonijnen, strand, luchtjes op de hei, het zijn allemaal dingen die ervoor kunnen zorgen dat je als eigenaar nu eenmaal niet altijd het leukste bent voor de hond, dus zie hem of haar dan nog maar eens te bereiken. Bovendien wil je je hond de kans om zelf dingen te observeren en daardoor te begrijpen niet ontnemen. Laat je hond dus kijken naar de mensen, dieren of andere prikkels. Naomi:


62‘Je bent niet leuker dan de afleiding, maar je bent wel een toegangspoort.’ Afleidingen en prikkels zijn volgens Naomi juist kansen. Opwinding zorgt voor activatie van het zenuwstelsel, en veel opwinding zorgt voor spierspanning en een verhoogde hartslag. Overdag wisselt die mate van opwinding af, maar daar kun je zelf ook mee aan de slag in de training. Schakelen tussen hoge en lage opwinding, zodat de hond vervolgens weer tot rust komt, is daarbij key. Belonen mag uiteraard, en geluidjes als ‘prrr prrr’ zorgen voor decompressie waardoor de opwinding daalt. Ook noemt ze haar methode Wereldkijken en laat deze in een filmpje zien, zodat de hond alles wat er om hem heen gebeurt in zich op kan nemen. Afstand en timingNaomi laat nog wat filmpjes met tips & tricks zien, en maakt ruimte voor vragen uit de zaal. ‘Afstand en timing zijn je beste vriend. Net als voorkomen dat je je hond overvraagt.’ Haar motto en conclusie: laat die afleidingen vooral vóór je werken.Workshop Jennifer Finkelnberg Steady Leash TechniqueEen goede lijnvoering is cruciaal als verbindingspunt tussen eigenaar en hond. Jennifer Finkelnberg heeft ruim 25 jaar ervaring met (asiel)honden van hoog kaliber, veelal met coping issues,angst en agressie. In de loop der tijd heeft ze zich toegelegd op de Steady Leash Technique. Want die werkt volgens haar als een tierelier, zowel voor trekkende als uitvallende honden.Jennifer Finkelnberg zet zich als trainer en gedragscoach al jaren in voor de onbegrepen hond. Dit doet ze samen met het team van Serious Dog Trainers en via haar site www.kynohulp.nlCommunicatie via de lijn Met de lijn communiceer je immers met je hond, vaak ook onbewust. ‘En dat is nooit neutraal’, zegt Jennifer. ‘Ik heb in de loop der jaren mogen ervaren wat de invloed is van de lijn op gedragingen van de hond.’ De grootste hulpvraag van eigenaren is volgens haar het trekken aan de riem. Elke vorm van spanning, hoe minimaal ook, wordt immers geregisteerd door het zenuwstelsel. Door de druk op de lijn kan een hond vervolgens uitvallen. Ook is er vaak sprake van tegendruk, net als bij een paard. (Des te harder je trekt, des te harder trekt het dier terug.) Iets wat veel hondeneigenaren wel weten, maar zich daar niet altijd bewust van zijn. ‘Een oplossing ga ik jullie niet geven, maar wel hoe ermee om te gaan.’Interactieve vragenOm die stelling kracht bij te zetten, stelde


63Jubileumdag O&OOntspanning, rust en regulatieDaarbij volgt het actief teruggeven van ontspanning, voor rust en regulatie. Wat heeft het voor effect als je op een andere manier de lijn gaat voeren? ‘Je ziet dat ze hier nu zelf de keuze maakt om verder te lopen’, vertelde Jennifer bij een filmpje waarin hond Benthe lossere lijn krijgt, waar eerder zichtbare spanning was. Tuig of halsbandJennifer vertelde in reactie op een vraag uit het publiek waarom ze in veel gevallen een voorstander is van een halsband. ‘Ik ben niet tegen een tuig, ik vind het vooral belangrijk dat het voor de hond lekker zit. Maar wees je ervan bewust waar je loopt en waartoe je hond in staat is, dat het veilig is. Zorg dat er geen spanning op staat. Er zijn heel veel honden die een contrareactie hebben ontwikkeld op een tuig. Het is ook hoe het individu het ervaart.’ Ze vertelde onder grote hilariteit hoe ze een van haar eigen honden, een pitbull herplaatser, desnoods boven haar hoofd houdt als de situatie het vraagt. (Daarbij - snel moeten ingrijpen en veilig houden – is volgens Jennifer een halsband ook veiliger dan een tuig.)Jennifer haalde vervolgens eigenaar Joost met zijn hond Zoë – een combi die we ook al op filmpjes zagen - op het podium. Ze werkt al enige tijd met hen samen en ze hebben inmiddels de nodige stappen gemaakt. Volgens Joost zijn de uitvalsmomenten van zijn viervoeter naar andere honden met zo’n 70 tot 80% afgenomen dankzij de Steady Leash Methode – en natuurlijk de begeleiding van Jennifer.Meer rust door ontspanningJennifer vervolgde haar verhaal met nog wat tips en voorbeelden over hoe je met kleine aanpassingen meer rust creëert bij de hond. Die begint - als altijd - bij de eigenaar. Want: ‘Als je geen ontspanning geeft, zul je het ook nooit terugkrijgen ...’ ze een aantal interactieve vragen aan de aanwezigen in de zaal. Geen test, maar een stukje bewustwording: ‘Wie gebruikt dagelijks een lijn bij het uitlaten?’, en: ‘Wie voegt bewust wel eens een positieve straf toe om gedrag te verminderen of te stoppen?’, en: ‘Wie gebruikt er wel eens een negatieve bekrachtiging om bijvoorbeeld het trekken te stoppen?’. Al snel bleek dat we allemáál weleens het een zeggen en het ander doen, wat voor de nodige hilariteit in de zaal zorgde. Aldus Jennifer: een hond kan niet trekken of spanning zetten zonder lijn, want die lijn is áltijd de toevoeging van de mens. Het is dus de mens zelf die zorgt voor spanning, omdat die de lijn vasthoudt. Wie zich dit realiseert, kan ze meenemen in haar leerproces. Om haar uitspraken te illustreren, toonde ze wat filmpjes die inzichtelijk maken hoe subtiel het allemaal werkt. Ook liet ze zien hoe geen druk of juist wel (heel kort) wat druk functioneel kan werken, en veiligheid en voorspelbaarheid kan bieden.Al snel bleek dat we ALLEMÁÁL weleens het één ZEGGEN en het ander DOEN


64Lezing Daniëlle Hartman Giardia en gedragGiardia is een hardnekkige en zeer besmettelijke maag-darmparasiet. Maar deze parasiet zorgt niet alleen voor fysieke problemen zoals pijn en ongemak; honden kunnen er bijterig en onrustig van worden, of juist lusteloos. Danielle Hartman is dierenarts en kynologisch gedragstherapeut. Ze combineert haar kennis om eigenaren te helpen met diverse problemen met hun hond. Tevens informeert en adviseert ze collega-dierenartsen en gedragstherapeuten over de inzet van psychofarmaca bij honden en katten.Giardia: de cijfersDierenarts Daniëlle Hartman doet al jaren onderzoek naar de invloed van giardia op de gezondheid en het gedrag van honden. Ze begon haar lezing met wat harde cijfers, want hoe vaak komt deze vervelende parasitaire infectie nu eigenlijk voor? Dat ligt onder meer aan de omgeving van het dier: ongeveer 8% van de honden, dat wil zeggen de gemiddelde huishond heeft giardia. Hetzij met symptomen, hetzij zonder symptomen. In shelters en asiels en andere situaties waarin honden in groepen leven, ligt dat percentage flink hoger, zo’n 21%. Zaken als het microbioom van moederhonden spelen een rol, evenals weerstand. Maar, zo stelde ze: ‘We weten nog niet waarom sommige honden gevoeliger zijn voor giardia.’ SymptomenDat giardia van grote invloed is op het welzijn en de gezondheid van de hond, is evident. Buikpijn, diarree, verlies van eetlust, koorts, braken en lethargie zijn maar enkele van de symptomen. En in sommige gevallen zijn er dus helemaal geen duidelijke symptomen. ‘Soms merken eigenaren het omdat hun honden een uur in de wind stinken, enorme scheten laten.’Daniëlle legde uit hoe je giardia kunt detecteren, door middel van diverse testen, waaronder de SNEP-test. Dat begint bij het verzamelen van ontlasting. Cysten en antigenen zijn volgens haar al in de ontlasting van één dag zichtbaar. Dus één dag ontlasting is genoeg om te testen, in tegenstelling tot de drie dagen die vaak worden genoemd. OntstekingsreactiesIn het maagdarmstelsel is te zien wat giardia doet: ontstekingsreacties op de infectie. Daniëlle toonde met een aantal tekeningen aan hoe dat in zijn werk gaat. En hoe giardia momenteel wordt aangepakt: vaak met Panacur of Metronidazol, gericht gebruik van probiotica en uiteraard de nodige hygiënemaatregelen.ProbioticaMet name het gebruik van probiotica is nog in een verkennende fase. Daniëlle: ‘Er zijn nog geen onderzoeken naar of probiotica überhaupt werkt. En zo ja, welke stammen we daarvoor


65jubileumdag in Asperen. Met een lading aan informatie, kennis en nieuwe inzichten, evenals een propvolle goodiebag (met dank aan de vele sponsoren!) keerde iedereen huiswaarts. nmoeten gebruiken. Dus het is lastig om daar goed onderbouwd advies voor te geven.’ Datzelfde geldt volgens haar voor het gebruik van psylliumvezels. Ook een mogelijk gebrek aan vitamine B12 is volgens Daniëlle niet aantoonbaar gerelateerd aan giardia. Wel stipte ze aan dat een chronische maagdarminfectie ervoor kan zorgen dat bijvoorbeeld B12 niet goed wordt opgenomen. Er is dus nog veel onderzoek nodig naar giardia om precies te weten waar we mee te maken hebben, en hoe we het kunnen bestrijden. Geslaagde jubileumdagMet een goed gevulde dag aan gevarieerde lezingen en workshops kwam er met als afsluiter een gezellige borrel, een einde aan de Jubileumdag O&O1Met dank aan de vele sponsoren!


66


67fifffffflWe vierden ons 45-jarig jubileum met een jubeldag op 15 november 2025.Een dag met enthousiaste bezoekers en inspirerende sprekers.Alle handouts van de lezingen zijn beschikbaar! Je vindt ze in het ledendeel van onze site.Jubileumdag O&O


68Door: Liselot BoersmaIn mijn werk als welzijnsdeskundige (inmiddels ruim acht jaar) begeleid ik gezinnen met hulpvragen rondom hondengedrag en welzijn. Naar schatting betreft ongeveer 80 tot 90 procent van deze hulpvragen gedrag dat onder de veelgebruikte parapluterm agressie valt. Agressie is een onderwerp waarover veel wordt gedeeld, maar dat tegelijkertijd vaak wordt versimpeld. Juist omdat er over deze term zo vaak en zo stellig wordt gecommuniceerd, is nuance essentieel. In deze lezing deelde ik hoe agressie begrepen zou kunnen worden vanuit verschillende invalshoeken.Dierenwelzijnscongres 2025Liselot BoersmaAgressie bij honden genuanceerdWat bedoelen we eigenlijk met agressie?Wanneer we spreken over agressie, is de eerste en misschien wel belangrijkste vraag: wat bedoelen we daar precies mee? Zowel hondenliefhebbers als professionals hanteren uiteenlopende definities. Dit kan leiden tot misverstanden en discussies waarin men feitelijk langs elkaar heen praat.Persoonlijk hanteer ik graag de definitie die ik leerde kennen via Daniel Mills, onder andere beschreven in het boek Dog Bites (2017). Vrij vertaald luidt deze: “Agressie refereert aan alle vormen van gedrag waarbij de waarnemer bespeurt dat er sprake is van een risico op het toebrengen van schade aan anderen.”


69Dierenwelzijnscongres 2025gezien als biologisch functioneel.Offensieve agressie kan een rol spelen bij het bemachtigen van prooi en voedsel, het verdedigen van andersoortige waardevolle bronnen, of het actief beschermen van zichzelf, nakomelingen of gezinsleden. Deze aanvallende vorm van agressie brengt echter risico’s met zich mee: verwonding of zelfs overlijden van het individu is mogelijk.Geritualiseerde agressie daarentegen heeft als functie om dreiging tijdig te signaleren en escalatie te voorkomen. Hierbij waarschuwt de hond subtiel, dreigt gecontroleerd met als doel om conflicten te sussen. Deze vorm van agressie vergt flinke beheersing en is sterk gekoppeld aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden en emotieregulatie. De vraag die we ons hierbij mogen stellen is of honden die in door mensen gecontroleerde omgevingen leven, voldoende mogelijkheden, tijd en ruimte krijgen om deze vaardigheden te ontwikkelen.De predatiegedragsketen: vaststaand of beïnvloedbaar?Een veelbesproken gedragssysteem afkomstig uit de gedragsbiologie is de predatiegedragsketen: een reeks gedragingen die vaak in dezelfde volgorde voorkomen bij roofdieren, zoals scannen, fixeren, besluipen, opjagen, bijten en doden. Dit gedragspatroon wordt vaak als instinctief, vaststaand en moeilijk beïnvloedbaar beschreven.Het is belangrijk te benadrukken dat dit voornamelijk is gebaseerd op observaties en ethogrammen. Goed opgezet hersenonderzoek naar vaststaande predatiepatronen bij honden is schaars en ethisch complex. In een publicatie uit 2022 (Neurocircuitry of Predatory Hunting, Zheng-Dong et al.) staat omschreven dat tijdens predatiegedrag heel veel verschillende hersengebieden actief zijn (waaronder ook de amygdala). Daarnaast is te lezen dat, hoewel er zeker genetische en instinctieve gedragssequenties lijken te bestaan, individuele motivatie en leerervaringen het gedrag wel degelijk kunnen beïnvloeden. De predatiegedragsketen is vermoedelijk dus ook Deze definitie maakt agressie expliciet subjectief: het gaat om een inschatting van risico door de waarnemer. Wanneer ik dus het gevoel heb dat het gedrag een risico vormt op het toebrengen van schade, fysiek en wat mij betreft ook mentaal, dan valt dat gedrag met deze definitie onder agressie. Dat betekent echter niet dat deze inschatting altijd betrouwbaar is. Agressie is in deze benadering geen vaststaand gedragsfenomeen, maar eerder een interpretatiekader en een parapluterm voor een breed scala aan gedragingen.Wat bedoelt iemand als hij of zij over agressie spreekt?Een consequentie hiervan is dat ook gedrag wat niet altijd als agressie wordt bestempeld er wel onder kan vallen. Gaat een hond fanatiek, vol plezier een doodsbenauwde haas achterna met als doel om deze dood te bijten, dan schaar ik dit gedrag persoonlijk zonder twijfel onder agressie. Er is immers een zeer groot risico op het toebrengen van schade aan een ander, in dit geval de haas. Tegelijkertijd zijn er ook professionals en ethologen die dergelijk predatiegedrag absoluut niet onder agressie willen scharen. Dit onderstreept het belang van expliciete definities: stel altijd vragen en verhelder wat iemand precies bedoelt wanneer hij of zij over agressie spreekt.Agressie begrijpen: individu, context en biologieAgressief gedrag kan niet los worden gezien van de hond als individu, de context waarin het gedrag plaatsvindt en kennis over biologie in de breedste zin van het woord: van evolutiebiologie tot gedragsbiologie tot neurobiologie tot en met moleculaire biologie (waar o.a. epigenetica onder valt). Hoe meer kennis beschikbaar is over deze drie pijlers (individu, context en biologie), hoe beter gedrag verklaard en begrepen kan worden.Offensieve en geritualiseerde agressieVanuit gedragsbiologie wordt vaak onderscheid gemaakt tussen offensieve agressie en geritualiseerde agressie. Beide vormen worden


72Ergens in het buitenland, achterin een winkel ontwaarde ik onder een tafel twee honden. Het beeld – bijna een schilderachtig stilleven - ontroerde me. Des te meer toen de eigenaar me vertelde dat de ruwharige hond stervende was en de ander, altijd al zijn maatje, bij hem waakte. Natuurlijk vroeg ik toestemming voor het maken van deze foto.Foto: Hanneke ReitsmaAggression in Dogs ConferenceHelen St. PierreEen goed leven, dan ook een goede doodDoor: Regine VoortDe lezing van Helen St.Pierre was een vreemde eend in de bijt bij de Aggression in Dogs Conference. Helen verving op het laatste moment Sarah Fisher, over wie we helaas kort daarna vernomen dat ze overleden was. Maar dit onderwerp – je geliefde hond een goede dood gunnen – is relevant voor iedereen die een hond heeft. De lezing werd dan ook goed ontvangen. Immers, menige trainer wordt wel eens gevraagd: ‘wanneer moet ik hem nou laten gaan?’ en iedere hondeneigenaar probeert hier een goede afweging in te maken. Helen geeft onomwonden aan in hoe je de situatie eerlijk en in het belang van de hond kunt beoordelen.


73alle lichaamsprocessen tot stilstand zijn gekomen. Daarom blijft ze bij een hond - ze praat ertegen en gaat er soms naast liggen - tot ze zeker weet dat hij écht ‘weg’ is. Stadia van stervenWe kennen allemaal het verloop van een geboorte, maar van de stadia van het sterven hebben de meeste mensen nooit gehoord – dit blijkt ook in de zaal. Als een dood natuurlijk verloopt, bij oudere dieren/mensen, kent het stervensproces drie stadia:Het vroegste stadium, de transitiefase, is een periode waarin lichaamsprocessen vertragen. De hond (of de mens) heeft minder behoefte aan eten, beweegt minder. Dit is niet pijnlijk, maar het kan wel moeilijk zijn om aan te zien. Dit kan maanden duren.Het middelste stadium kenmerkt zich doordat de hond geen contact meer zoekt, hij trekt zich terug en reageert minder op de omgeving. Soms is hij helder, dan weer helemaal teruggetrokken. Hij lijkt nog wel te zien en te horen wat zich afspeelt in zijn omgeving. Dit kan een proces van weken zijn.In het laatste stadium, het actieve stervensproces, vallen de lichaamsfuncties uit. De bloedcirculatie vertraagt, de darmen werken niet meer, soms wordt de hond incontinent. Dit kan dagen duren. Het is dus niet zo dat een hond of een mens rustig in slaap valt en niet meer wakker wordt – de systemen vallen geleidelijk uit tot er niets meer werkt.‘Old dogs go to Helen’ is de bijzondere naam van een opvang die Helen St.Pierre heeft voor oude honden. Voorheen werkte Helene vele jaren in asiels en met rescuestichtingen. Ze is gedragstherapeut met een legertje titels en ze is gecertificeerd rouwbegeleider voor mens en dier. Als kind groeide ze niet met dieren op, maar Helen besteedt nu de rest van haar leven aan ze - ‘om de schade in te halen’. Dat zoveel mensen niet kunnen omgaan met het overlijden van hun hond, heeft er alles mee te maken dat ons in onze westerse samenleving niet expliciet geleerd wordt om met de dood om te gaan. We leren er pas iets over als iemand overlijdt – terwijl je ook in de rouw bent. Deze lezing gaat niet over rouw, maar over hoe het proces van doodgaan eruit ziet en hoe je dat zo goed mogelijk kunt begeleiden.Daarom blijft ze bij een hond tot ze zeker weet dat hij écht ‘weg’ isAls een hond wordt geëuthanaseerd, wordt hij dood verklaard als de ademhaling is gestopt. Er is nieuw bewijs dat het leven, in het bijzonder de hersenwerking, nog tien tot twintig minuten na het stoppen van de ademhaling kan doorgaan. Helen beschouwt een hond dus pas als ‘dood’ als Aggression in Dogs ConferenceTijdens haar eerste baantje in een asiel werd ze gelijk met de harde werkelijkheid geconfronteerd: als het asiel vol zat en er werden nieuwe honden binnengebracht (door de Animal Control dienst – zij moesten ze verplicht opnemen) werden de oudste, ziekste en minst aansprekende honden van dat moment uitgezocht en vervolgens geëuthanaseerd. Al snel werd ze verantwoordelijk voor de dieren en ook voor hun euthanasie. Ze maakte ook vaak mee dat mensen hun oude hond ‘inleverden’ omdat ze zelf geen euthanasie wilden laten plegen. Omdat Helen weleens een oud hondje meenam om hem een goede laatste levensperiode en een goede dood te gunnen, ontstond ‘Old dogs go to Helen’. Inmiddels weten veel mensen met oude, (bijna) stervende honden haar te vinden en sommige van deze honden neemt ze op in haar opvang. Ze heeft er momenteel een stuk of 15. Helen toont ons een foto van een huiskamer vol honden, en met een vloer volledig bedekt met puppypads.


78


79Alle dieren hebben een agressierepertoire, zelfs vlinders. Het is een functionele strategie en ontstaat vanuit drie bronnen: genetische aanleg, leerervaringen en ‘reactief’ (als reactie op iets wat er zojuist gebeurde). Die bronnen lopen voortdurend door elkaar. Succesvolle agressie werkt bekrachtigend. Mislukte agressie werkt aversief.‘Succes laat sporen na in het zenuwstelsel én in toekomstige keuzes’Ramirez kiest voor een brede werkdefinitie van agressie: elk ongewenst agonistisch gedrag. Dat omvat bijten, grommen, uitvallen, resource guarding en ook gedrag dat vaak wordt aangeduid als ‘reactief’. Staar je niet blind op labels, maar focus op functie, context en leermechanismen, bepleit Ramirez. Geen ‘ongehoorzaamheid’, ‘dominantie’ of ‘onwil’, maar gedrag dat ooit succes heeft gehad. En succes laat sporen na in het zenuwstelsel en in toekomstige keuzes.Dit perspectief heeft gevolgen voor jouw rol als trainer; je bestrijdt geen fout, maar herontwerpt een strategie. En dat kan alleen als je begrijpt welke variabelen het gedrag in stand houden: Ramirez is een trainer in hart en nieren. Tijdens zijn optredens op de vele Clicker Expo’s kreeg hij telkens dezelfde vraag voorgeschoteld: wat is volgens jou het beste beloningsgerichte trainingsprotocol voor de behandeling van agressie? Zijn antwoord: ‘Ik gebruik heel veel strategieën’. Hij besloot ze te gaan beschrijven. Want werken met reactieve honden, agressie of extreme gevoeligheid vraagt veel van een trainer. Zelfs ervaren clickertrainers lopen tegen grenzen aan. In de afgelopen jaren verschenen tal van methoden om met deze problematiek om te gaan. Denk aan counterconditionering, CAT, CTC, BAT, LAT om maar een paar letters uit het alfabet te noemen. Elke aanpak introduceert eigen termen en accenten. Dat maakt kiezen lastig. Hoe verhouden deze methoden zich tot elkaar? Welke wetenschappelijke principes gebruiken ze? En wanneer past welke aanpak het best? Dat stond op het menu van dag twee van het congres. Succesvolle agressieWaar het om draait, is de betekenis. De kern zit in wat het gedrag oplevert voor het dier. Agressie werkt omdat het functioneel is. Het vergroot afstand, stopt dreiging en geeft controle in situaties waarin het dier die controle als schaars ervaart. Ken RamirezSeminar Ken RamirezDag 2:Agressie en angst: geen problemen, maar strategieënDoor: Anita KiersDag twee van het congres van Dutch Cell Dogs met niemand minder Ken Ramirez draaide volledig om complex gedrag. In het eerste deel nam hij agressie onder de loep als leerproces met een functie. Gedrag werkt, anders zou het niet blijven bestaan. Aan de trainer de taak te analyseren: wat levert dit gedrag op, welke geschiedenis zit eronder, en hoe ontwerp je een alternatief dat beter past? Daarna verschoof de aandacht naar dieren die zich juist terugtrekken: verlegen, schrikachtig, ogenschijnlijk ‘niet meewerkend’. Maar of het nu gaat om uitvallen of vermijden, de rode draad is hetzelfde: begrijp de functie, werk systematisch en bouw gedrag én emotie stap voor stap opnieuw op.


80is dat trainers ‘klassiek’ óf ‘operant’ werken. In werkelijkheid leren dieren voortdurend via beide processen, ook wanneer je bewust één invalshoek kiest. Beide perspectieven leveren essentiële informatie. Gedrag fungeert als meetinstrument. Het laat zien of je onder de drempelwaarde blijft, of je criteria kloppen en of het dier werkelijk ontspant. Wie gedrag terzijde schuift zolang de emotie verandert, schakelt dat meetinstrument uit.Andersom geldt hetzelfde. Wie uitsluitend naar uitvoer kijkt, mist subtiele signalen van stress, conflict of overspoeling. Het probleem ontstaat wanneer één perspectief structureel buiten beeld raakt. Dan verdwijnen analyse en context naar de achtergrond en verschuift agressietraining van onderbouwde keuze naar persoonlijke voorkeur.Agressie als leerhistorieRamirez’ visie op agressie als aangeleerd repertoire maakt het mogelijk om verschillen tussen honden te begrijpen zonder ze te verabsoluteren. Niet elke agressieve hond is hetzelfde. Niet elke reactie ontstaat op dezelfde manier. Wel werken dezelfde leerwetten in alle gevallen. Ramirez benoemde drie ontwikkelingsroutes:• reactieve agressie, vaak gekoppeld aan prikkelgevoeligheid en lage frustratietolerantie;• genetische factoren die drempels beïnvloeden;• geleerde agressie, waarin gedrag consequent succes oplevert.Diagnostiek blijft belangrijk, maar mag geen excuus worden om te blijven analyseren zonder te trainen. Tegelijkertijd mag training nooit losraken van context en geschiedenis.De plaats van strafRamirez’ benadering van straf is behoorlijk neutraal, lees: professioneel. Hij ontkent het effect niet: goed toegepaste straf vermindert gedrag, per definitie. Maar hij maakt wel duidelijk waarom hij het mijdt: niet uit ideologie, maar uit risicomacontext, trigger, consequenties en emotionele staat.Langs elkaar heen pratenRamirez ging uitgebreid in op terminologie, omdat dit vaak op praktische problemen stuit. Hij benoemde drie bronnen van verwarring die je wellicht zult herkennen:• trainers zonder wetenschappelijke achtergrond die werken met termen die ze ‘zo hebben geleerd’;• opleiders die nieuwe woorden verzinnen om een idee beter te laten landen bij hun publiek;• hybride technieken die ontstaan in de praktijk, maar nooit een formele naam kregen.Het gevolg is dat discussies niet meer gaan over wat iemand doet, maar over hoe het genoemd wordt. Daarmee verdwijnt de inhoud naar de achtergrond en ontstaat polarisatie. Ramirez’ oplossing: geen nieuwe terminologie, maar een ordening om zichtbaar te maken welk leerprincipe eronder ligt. Hij maakt onderscheid tussen drie niveaus: brede leerprocessen, wetenschappelijke principes en praktische procedures. Pas daarna volgt de discussie. Dat alleen al zou veel methodestrijd overbodig maken.‘Discussies gaan zelden over wat trainers doen, maar over hoe ze het noemen’Klassiek en operant zijn geen kampenEen hardnekkig misverstand in het werkveld


88Nieuws van de verenigingSave the date:25 april 2026 in Woudenberg• Algemene ledenvergadering O&O Alle vergaderstukken vind je medio april in het ledendeel van onze website (https://hondenopvoeding.nl/inloggen).• Lezing: Jachtgedrag onder controle, door Nicky Gootjes VOLDe lezing is gebaseerd op het door Nicky geschreven boek Mijn hond kan los.In LosVast 4 2025 (pagina 22 en 23) vind je de boekbespreking. Voor de deelnemers aan de lezing geeft Nicky binnenkort een workshop, kom jij naar de lezing en heb je je nog niet aangemeld voor de praktijk workshop, kijk dan snel of er nog een plekje vrij is of zet je op de wachtlijst via Mijn O&O.Clubkledingmet nieuw logoIn 2025 is er voor de docenten van O&O nieuwe kleding besteld met daarop het huidige logo. Vanaf dit voorjaar kunnen de deelnemers de kleding bewonderen. Oproep O&O-docent worden? Vele reacties! Op onze oproep is goed gereageerd. Er zijn al meerdere stagiaires van start gegaan.


Ook een exemplaar hebben? Deze is te bestellen via https://hondenopvoeding.nl/lidmaatschap/ledenvoordeelTRAINENmet een TwistLaat handlers lachenen maak honden blijOnder dat motto maakte Judith Lissenberg voor LosVast artikelen over creatief lesgeven.De eerste twintig zijn gebundeldin een boek: ‘Trainen met een Twist’. Het bevat uitgebreide uitleg van de oefeningen, een recept voor viskoekjes en het is lekker kleurig, geheel in stijl van Judith.1/2 pagina Trainen met een Twist 2023.indd 1 04-09-2023 10:12(ADVERTENTIE)89We wensen jullie een fleurig en geurig voorjaar 2026Voorjaarscursussen gestartWil je een volgende ronde meedoen? Scan dan QR-code en vul in waarover je geïnformeerd wilt worden.De volgende LosVast (nummer 2) wordt bezorgd in week 25 (16 t/m 20 juni) 2026.


90Bestuur O&OVoorzitterLida [email protected] Rosemarijn [email protected] [email protected] bestuurslidMarian [email protected] bestuurslidIngrid [email protected] van den Bogaard-Mutze †Martin BrouwerMaud GrevelinkGré HooijmeijerQuirine Potter van LoonService-adressenCursusbureauMaud Grevelink Tel 06-12113055 (09:30-14:00 uur)[email protected] de [email protected]ördinator opleidingenIngrid [email protected] (internet)Inloggen op het ledendeel:Gebruikersnaam: *******Wachtwoord: *******Vakblad LosVastRedactie:Hanneke Reitsma (hoofdredacteur)Belinda Janssen (eindredactie) Liselot Boersma Anita KiersRegine VoortContact: [email protected]/opzegging lidmaatschap: Inloggen Mijn O&O (via www.hondenopvoeding.nl)Een lidmaatschapsjaar is gelijk aan een kalenderjaar.Opzeggen doe je vóór 1 december.FinanciënBetalingen aan O&O altijd o.v.v. jouw lid- en of factuurnummer naar IBAN-nummer NL94 INGB 0005 2762 92 tnv Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond.ContributiePer kalenderjaar:€ 30,00 voor leden / € 15,00 voor gezinsledenNieuwe (gezins)leden betalen eenmalig € 5,00 inschrijfgeldLeden wonend in Europa (buiten NL) betalen € 13,00 toeslag t.b.v. porto LosVast.Start het lidmaatschap na 1 juli en voor 1 december, dan betaal je: € 20,00 voor leden (incl. inschrijfgeld)€ 12,50 voor gezinsleden (incl. inschrijfgeld)Leden wonend in Europa (buiten NL) betalen € 6,50 toeslag t.b.v. porto LosVast.Vragen over jouw contributie?Mail (met jouw lidnummer) naar: [email protected] Doordat O&O voor mens en hond met vrijwilligers werkt, zijn we beperkt bereikbaar. We doen ons best om iedereen zo snel mogelijk van dienst te zijn.Het vakblad LosVast wordt uitgegeven door Opleiding & Ontwikkeling voor mens en hond O&O is opgericht 8 maart 1980 - Kamer van Koophandel nummer 40479415ColofonLosVast is een uitgave van de vereniging O&O voor mens en hond. Het doel van het blad is het bevorderen van communicatie binnen de vereniging en kwaliteitsverbetering van hondentrainingen door het verzorgen van informatie op het gebied van hondenopvoeding en -training. Uitspraken en opvattingen in het redactionele gedeelte komen voor rekening van de auteur of de geciteerde persoon en kunnen afwijken van de visie van O&O voor mens en hond. Het bestuur is verantwoordelijk voor de inhoud van de rubriek Verenigingsnieuws. Verschijnt 4 maal per jaar in maart, juni, september en december. Overname van artikelen/foto’s alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie en/of auteur/fotograaf. De in LosVast geplaatste foto’s komen, tenzij anders vermeld, uit eigen archief, Shutterstock of van een andere rechtenvrije bron. Vormgeving en druk: De Mediagraaf (demediagraaf.nl)


1Omgaan met over-de-top gedragMODULE AKEN DE HONDBasiskennis:een stevige theoretische basis vereist voor elke opleiding bij O&O 4 dagen (op locatie) of 8 dagdelen (online) of een combinatie hiervanMODULE BTRAIN DE HONDDé trainingsmodule voor iedereen die meer wil leren van en met honden. Leer kijken met een heel brede blik naar training en hondensport. 1 dag theorie en 2 dagen praktijk (op locatie)MODULE CTRAIN DE MENSLesgeven in de praktijk; vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan eigenaren.Sluit aan op module A en B. Met goed gevolg afgelegd? Dan ontvang jehet diploma kynologisch instructeur 9 dagen: 8 dagen praktijk op locatie en 2 dagdelen theorie (online)WIL JIJ GRAAG MEER WETEN OVER HONDENVOLGENS DE NIEUWSTE INZICHTEN?Dan ben je bij O&O voor mens en hond aan het juiste adres!We hebben onze modules en website vernieuwd.Neem een kijkje op:www.hondenopvoeding.nlBijscholingen Trainen is leuk!? 2-daagse workshop HR-hond op jouw hondenschool (onderdeel van het VIP-traject) 1-daagse module Lezingen Mét accreditatiepunten – 2 keer per jaar - voor O&O-leden gratis Meer informatie? Kijk op de O&O website www.hondenopvoeding.nlInschrijven? Ga naar Inloggen/ Mijn O&O, log in en ga naar Activiteiten.O&O is een door CKI / RvB en SPPD geaccrediteerde opleider voor kynologisch instructeurs.


Click to View FlipBook Version