Opdracht: Je krijgt precies drie minuten om onderstaande lijst uit het hoofd te leren.
De volgorde van de woorden is niet van belang.
Bank, leeuw, geld, detective, kat, overval, tijger, tyrannosaurus,
gangster, dinosaurus, biljetten, krokodil, iguanodon, alarm,
pentaceratops, revolver, luipaard
Welk methode gebruikte je om de woorden te onthouden?
………………………………………………………………………….………….……………
…………………………………………………………………………………………………..
Ezelsbruggetjes
Wat te onthouden? Trucje Uitleg
De volgorde van de ROGGBIV rood – oranje – geel –
kleuren van de regenboog groen – blauw – indigo –
violet
De vier windstreken Nooit Oorlog Zonder noord – oost – zuid – west
Wapens
Volgorde van bewerkingen Het Mannetje Wint Van De haakjes – machtverheffing
Oude Aap – worteltrekking –
vermenigvuldiging – delen
– optellen - aftrekken
Gebruik kleine stukjes om iets te onthouden
Leer volgend telefoonnummer uit je hoofd: 0475568820
Leer volgend telefoonnummer uit je hoofd: 0499 36 63 97
Wanneer kon je het telefoonnummer het best onthouden? ……………………………
Besluit: Telefoonnummers kan je gemakkelijker onthouden als je ze opsplitst in
kleinere delen. 0474 587 698 of 0474 58 76 98 is voor je hersenen gemakkelijker te
onthouden dan 0474587698.
51
Geef getallen een andere betekenis
Stel je voor dat je wilt onthouden dat Albert Einstein in 1879 geboren werd. Als je
eraan denkt dat je zus 18 jaar oud is en je oma 79 jaar oud, dan is het misschien
gemakkelijker om dit jaartal te onthouden.
Stel: je gaat op reis en je wilt jouw vluchtnummer ‘KL1774’ onthouden. Verzin een
een verhaaltje of een zin om dit nummer te onthouden.
Bv. ………………………………………..…………………………………………………….
………………..…………………………………………………………………………………
………….……………………………………………………………………………………….
Vertel verhaaltjes
Iedereen houdt van verhaaltjes, en bovendien zijn het ideale kapstokken om
informatie te onthouden. Stel dat je de vijf klassen van de gewervelde dieren moet
onthouden. Bovendien moet je bij elke groep twee
voorbeelden kunnen geven. Dan kan je deze informatie in
een verhaaltje gieten.
Bv. Ik ging met mijn zus naar de zoo en eerst zagen we een
leeuw en een aap (zoogdieren), daarna brachten we een
bezoekje aan de uilen en de pinguïns (vogels). Mijn zus nam
vele foto’s van de salamanders en kikkers (amfibieën). In het reptielengebouw was
mijn zus bang van de slangen en de hagedissen. In de aquariums zagen we vele
vissen zoals een baars. Bij het zien van een haai rende mijn zus weg.
52
Beter onthouden door middel van muziek
Je kunt ritme en muziek gebruiken als hulpmiddel bij het leren.
Door de informatie op muziek te zetten is het makkelijker te
onthouden. Je hersenen zijn namelijk erg goed in het linken van
muziek en taal. Denk maar aan het liedje om het alfabet te
onthouden. Niet voor iedereen zal deze geheugentechniek goed
werken, maar het is zeker het uitproberen waard; ook voor mensen die geen
muzikale aanleg hebben.
Bron: http://educatie-en-school.infonu.nl/
7.2. Zelf aan de slag! Trucjes Uitleg
Noteer hier je eigen trucjes.
Wat te onthouden?
53
54
55
LEERSTIJL
TEST
Stap 1
Noteer bij iedere stelling een nummer. Kies wat voor jou het best past:
3 = wat jij het meest doet
2 = daartussen
1 = wat jij het minst doet
1. Mijn GSM-toestel installeer ik het liefst door:
….. de uitleg van iemand te horen.
….. te kijken in de handleiding.
….. zelf te ontdekken hoe het werkt.
2. Uit mijn lagere schooltijd herinner ik me nog:
….. hoe de speelplaats eruitzag.
….. hoe ik me voelde op de speelplaats.
….. de stem van de juf/meester.
3. Ik:
….. ben gewoon aan de geluiden uit mijn omgeving.
….. weet in welke kleding ik mij het best voel.
….. weet welke kleuren mooi zijn in mijn kamer.
56
4. Ik baseer belangrijke beslissingen op:
….. hoe iets voelt voor mij.
….. wat voor mij het beste klinkt.
….. wat er voor mij het beste uitziet.
5. In mijn omgang met anderen vind ik belangrijk:
….. hoe ik me voel.
….. hoe ik me kleed en eruitzie.
….. hoe de toon van mijn stem is.
6. Ik onthoud nieuwe dingen het makkelijkst wanneer:
….. ik dit lees.
….. anderen mij dit vertellen.
….. ik het zelf kan toepassen.
7. Als ik aan iemand denk, dan:
….. krijg ik een bepaald gevoel.
….. hoor ik de stem van die persoon.
….. zie ik hem/haar voor me staan.
8. Als er een liedje speelt:
….. vind ik het belangrijk om de clip erbij te zien.
….. kom ik onmiddellijk in een bepaalde sfeer.
….. hoor ik dit het liefst via de radio.
57
Stap 2
Schrijf de antwoorden van de test op de lijnen.
1._____ H 2._____ Z 3. _____ H 4._____ V
_____ Z _____ H _____ V _____ H
_____ V _____ V _____ Z _____ Z
5._____ V 6._____ Z 7._____ V 8._____ Z
_____ Z _____ H _____ H _____ V
_____ H _____ V _____ Z _____ H
Stap 3
Zet de cijfers in onderstaande tabel en tel op.
Z HV
1
2
3
4
5
6
7
8
TOTAAL _________ _________ _________
= = =
ZIE- HOOR- VOEL-
TYPE TYPE TYPE
58
JE STUDEERT NIEUWE WOORDEN OF DEFINITIES DOOR:
JE STUDEERT EEN GROTERE HOEVEELHEID LEERSTOF DOOR:
JE ZAL IN DE KLAS:
JE ZAL NIEUWE LEERSTOF:
JE CHECKT OF JE DE LEERSTOF KENT DOOR:
ZIE- TYPE
ze te zien in je hoofd
een eigen samenvatting te maken
vooral je ogen naar het bord te richten
onderstrepen en kleuren met fluo
leerstof opnieuw na te kijken
HOOR-TYPE
ze luidop te zeggen
ze enkele keren luidop te lezen
vooral naar je leraar te luisteren
inspreken op een geluidsopname
deze opnieuw op te zeggen
VOEL-TYPE
ze op te schrijven
een eigen samenvatting te maken
door actief bezig te zijn met de leerstof (praktijk)
op eigen overzichtskaartjes brengen
een eigen opgestelde toets te maken
59
Geen van deze drie leerstijlen is de beste. Ze zijn alle drie even
belangrijk. Van nature uit gaat je voorkeur wellicht naar één van
deze drie. De uitdaging is om jezelf zoveel mogelijk deze drie
types aan te leren.
Dus als je nog beter wil studeren, gebruik je best al je zintuigen!
60
Extraatje
Wat is de beste manier om iets te onthouden?
• Wanneer mensen iets lezen en je vraagt ze na een week wat ze zich daar nog
van kunnen herinneren, blijkt dat ze heel veel vergeten zijn. Ze hebben maar 10%
onthouden van wat ze hebben gelezen!
• Wanneer mensen luisteren naar een verhaal en je vraagt na een week wat ze er
nog van weten, dan is dat ook nog niet erg veel, namelijk maar 20%.
• Wanneer mensen iets zien, dan weten ze daar na een week nog 30% van. En als
je tegelijk iets hoort en ziet, bijvoorbeeld bij tv kijken, dan blijft al wat meer informatie
hangen: 50%.
Wat werkt wel goed? Als je een tekst die je bijvoorbeeld hebt gelezen
of hebt gehoord met anderen bespreekt, weet je na een week nog 75%
van alles wat je hebt gezegd. Maar het kan nog beter, je onthoudt
maar liefst 90% van wat je uitlegt aan anderen.
Dit kunnen leerlingen ook toepassen op hun schoolwerk!
Bron: http://wp.digischool.nl/studiebegeleiding/files/2011/12/Onthouden.pdf
61
62
63
CONCENTRATIE
1. FOCUS
1.1 Inleiding
Om te studeren is je focussen onontbeerlijk! Dit is je aandacht richten op iets
waardoor je tot actie komt. Als je bijvoorbeeld op het voetbalveld staat, ben je
gefocust op de bal. Als je een muziekinstrument bespeelt, gaat de focus naar de
notenbalk. Zo zal je bij het studeren je focus leggen op de inhoud waardoor je je
deze eigen kan maken.
Natuurlijk is dat niet eenvoudig. De ene dag lukt dit al beter dan de andere. Het is
dus belangrijk dat je op ieder moment je aandacht kan focussen op je studie. Het
resultaat zal zijn dat je sneller én efficiënter kan werken.
1.2 Zelf aan de slag!
Je leerkracht zal enkele woordreeksen dicteren. Noteer deze woordreeksen. Tracht
geconcentreerd te blijven, wat er ook gebeurt.
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………..
64
Reflectie
Heb je alle woorden kunnen noteren? ……………………………………………………...
Waarom kon je bepaalde woorden niet noteren? ………………………………………....
…………………………………………………………………………………………………..
Noteer hieronder enkele tips om gefocust te blijven.
………………...…………...……………………………………………………………
……..……………………………………………………………………………………
………………………………...………………………………………………….……..
1.3 Breng jezelf in de focus
Soms is het moeilijk om je aandacht erbij te houden als je aan het studeren bent. Hier volgen
enkele tips:
Als je positieve gedachten hebt, ben je aandachtiger.
Probeer je negatieve gedachten om te zetten in positieve gedachten.
Zoek voor jezelf positieve gedachten die jou motiveren om verder te werken.
Bv. Ik krijg het af.
Ik start mijn huiswerk om snel vrije tijd te hebben.
65
CONCENTRATIE
2. PRIKKELS OM BETER TE STUDEREN
Opdracht: Lees onderstaande studietips. Markeer de tips die jij zeker wil uittesten.
Eet een ontbijt. Leg je Stel vragen.
smartphone weg
Laat je lichaam als je aan het Heb
bewegen. studeren bent. zelfvertrouwen.
Slaap Zet een leuke Durf fouten
voldoende. foto als maken.
bureaublad op je
Neem voldoende computer. Werk samen.
pauze.
Wees creatief. Wees trots op
Zorg dat je graag jezelf.
naar school Drink voldoende
gaat. water. Voel je goed in
je vel.
Denk regelmatig Vind
na over later. rolmodellen. Gebruik post-its.
Geef jezelf tijd. Daag jezelf uit.
66
67
68
RESULTATEN
1. RAPPORT
1.1. Persoonlijk Werk (PW)
Een PW heb je vier keer per jaar.
Dit omvat:
vakresultaten: per vak krijg je een percentage dat toetsen, voorbereidingen,
studieopdrachten, opzoekingswerk en andere taken omvat.
aandacht & medewerking: dit geeft je werkkracht en je motivatie weer.
De beoordeling gebeurt met de categorieën: zwak, onvoldoende, matig, goed
en zeer goed.
orde & stiptheid: dit omvat stiptheid, regelmaat en ordelijk werken.
De beoordeling gebeurt met categorieën:
ZG De leerling werkt zeer ordelijk en nauwkeurig. Hij/zij is bijzonder stipt bij
het maken en het inleveren van taken, toetsen en voorbereidingen. Het
uitgevoerde werk is volledig en verzorgd. De leerling is ook in staat om
met toenemende zelfstandigheid te werken.
G De leerling werkt goed. Het werk is over het algemeen stipt, nauwkeurig
en ordelijk.
M De leerling werkt voldoende, maar op één of meer terreinen (orde,
stiptheid, nauwkeurigheid, volledigheid, zelfstandigheid) dient nog
gesleuteld te worden aan de aanpak.
OV Er zijn meer negatieve dan positieve kanten aan de studieaanpak, bv. de
leerling is regelmatig niet in orde en levert taken en voorbereidingen
vaak te laat in.
69
ZW De leerling slaagt er niet in om in orde te zijn. De leerling levert taken en
voorbereidingen steeds te laat in. Het uitgevoerde werk is onvolledig en
niet verzorgd.
commentaar van de vakleerkracht.
1.2 Examens
Er zijn drie examens per jaar.
Dit omvat:
het resultaat van een groot stuk leerstof (trimester).
deelresultaten (voor sommige vakken).
basis en verdieping. Voor Frans, Nederlands en wiskunde wordt de leerstof
opgesplitst in twee niveaus:
Basis is het niveau dat mag verwacht en verlangd worden van elke leerling.
Het betreft dus de normale realisatie van de basisdoelstellingen.
Verdieping is het niveau dat verder gaat dan het gemiddelde. Het gaat wel
om dezelfde doelstellingen, maar hier worden moeilijkere toepassingen en
oefeningen gevraagd. Het kan zijn dat dit niet voor iedereen haalbaar is.
een leerstofbeheersing bij elk vak, dit geeft aan in welke mate je de
leerdoelstellingen beheerst.
Zeer goed (ZG) De leerling staat sterk in de verwerking van de leerstof en de
beheersing van de leerdoelstellingen.
Goed (G) Er zijn geen problemen bij de verwerking van de leerstof en de
beheersing van de leerdoelstellingen.
Matig (M) Er is geen cijfermatig tekort. Dit resultaat wijst er echter op dat
een aantal leerinhouden niet voldoende beheerst worden.
Waakzaamheid is dus geboden om verdere kansen te vrijwaren.
Onvoldoende Een aantal leerinhouden worden niet bereikt. Een extra
(OV) inspanning is nodig.
Zwak (ZW) Teveel leerinhouden worden niet bereikt. De leemten zijn zeer
verontrustend.
70
RESULTATEN
2. EXAMENS: GEEN PANIEK
Examens willen nagaan of je een groot stuk
van de leerstof echt hebt verworven. Het
volstaat niet dat je enkele losse stukjes
leerstof beheerst. De leerstof van een vak
vormt immers een groot geheel waarin elk
deel voortbouwt op de voorgaande delen.
2.1 Leren voor examens
Leren voor examens betekent niet dat je van
nul begint. Tenminste wanneer je in de loop
van de voorgaande maanden dagelijks je
lessen leerde en je taken maakte. De
sleutel tot een geslaagd examen ligt dus
in je dagelijks werk.
2.2 Examenplanning
Je kan de maandschema’s in je schoolagenda (bv. p. 42 - 43 = november, p. 50 -51
= december ) gebruiken om per dag aan te geven voor welk vak(ken) je zal studeren.
Je leerkracht kan je ook schema’s bezorgen om een examenplanning te maken.
71
2.3 De examens naderen
Stap 1: Vraag je eerst af wat je precies moet kennen. Gebruik hiervoor ook je
Stap 2: leerstofoverzicht.
Een tweetal weken voor de examens herhaal je reeds zoveel mogelijk de
Stap 3: leerstof van de verschillende vakken. Voorzie extra tijd voor vakken die
moeilijk zijn voor jou. Door deze tijdige aanpak kan je zien of er iets is wat
je niet begrepen hebt zodat je nog uitleg kan vragen. Kijk ook na of je
cursussen in orde zijn!
De dag voor de examens:
Kijk na over hoeveel tijd je beschikt.
Verdeel de leerstof over de beschikbare tijd.
Eindig je studiedag met ‘in vogelvlucht’ overlopen van de hele
leerstof.
72
2.4 De gouden regels bij het maken van een toets
1. Lees eerst alle opgaven.
2. Los de vragen één na één op.
3. Als je het antwoord op een vraag niet
onmiddellijk weet, blijf er dan niet te lang bij
stilstaan. Sla ze voorlopig over en kom
erop terug als je de andere vragen hebt
beantwoord.
4. Bij grondige twijfel geef je best de voorkeur
aan je eerste antwoord.
5. Kijk alles goed na voor je afgeeft.
Herhaal vooraf zeker de vakken die moeilijk zijn voor jou.
Plan nuchter en logisch.
Plan minimum een ½ uur en maximum 1 à 1 ½ uur herhalingstijd.
Raadpleeg ook je ouders i.v.m. je
activiteitenkalender.
Let op moeilijke examendagen, bv. wanneer je
twee tekstvakken te leren hebt.
Probeer zelf eens een toetsje op te stellen dat je
kan gebruiken als herhaling van je leerstof.
Besteed voor je examens ook voldoende
aandacht aan je toetsen.
Wie regelmatig herhaalt, heeft geen enkel reden tot paniek.
Ga niet te laat slapen en eet gezond tijdens de examens.
Neem voldoende ontspanning tijdens het studeren.
73
RESULTATEN
3. STAND VAN ZAKEN
Sta regelmatig even stil met wat je aan het doen bent. Als je een stand van zaken
maakt, krijg je een goed beeld van hoe de zaken gaan. Zie je dat het goed gaat, kan
je zo verder doen. Wanneer je merkt dat je resultaten anders zijn dan verwacht,
wordt het hoog tijd om iets te veranderen.
Stand van zaken na eerste examens
Na ieder rapport neem je toetsen, taken, oefeningen van
verschillende vakken onder de loep. Bekijk de resultaten.
Ontdek de reden voor je behaalde resultaten.
Vakken met goede resultaten Reden van het goede resultaat
Vak Resultaat
74
Vakken met minder goede resultaten Wat ik volgende keer beter zal doen
Vak Resultaat
Laat je inspireren door onderstaand lijstje:
1. Ik heb (niet) voldoende geleerd.
2. Ik heb de vraag (niet) begrepen.
3. Ik heb (niet) ordelijk gewerkt.
4. Ik wist (niet) hoe ik dit vak moest aanpakken.
5. Ik begreep (niet) alles.
6. Ik wist (niet) wat ik moest kennen/kunnen voor deze toets.
7. Ik heb het studeren (niet) goed gepland.
Vul zelf aan:
8. …………………………...……………………………………………………………...
9. ………………………...……………………………………………………………..….
10. ………………………...…………………………………………………………...……
Vraag ook naar de mening van je leraar en/of ouders hierover. De
vakcommentaren op je rapport kunnen je ook helpen.
75