The words you are searching are inside this book. To get more targeted content, please make full-text search by clicking here.
Discover the best professional documents and content resources in AnyFlip Document Base.
Search
Published by mjongkoen, 2020-09-29 08:51:42

Genealogie Eppings uit Sudlohn Versie 3 29/09/2020

20200927 Eppings Totaal.docx

DE VESTING ’s-HERTOGENBOSCH.

Als op de avond van de 22e februari 1744 de Militaire Hoornblazer van de vesting
’s-Hertogenbosch het signaal TAPTOE geeft, betekent dit niet alleen het einde van de dienst van de
hier gelegerde troepen voor deze dag, maar het vormt ook een afsluiting van een periode waarin de,
in de stad gelegerde militairen, ingekwartierd werden in de huizen van de Bossche Burgerij.

’s-Hertogenbosch bezat in die periode geen kazernes ter legering van de hier verblijvende militairen.
Indien nodig werden deze ingekwartierd bij de burgers van onze stad. De bevolking van de vesting ’s-
Hertogenbosch was verplicht de militairen in hun woningen op te nemen. In een bepaling
daaromtrent staat alleen, dat de burgers hun eigen bedstede niet af hoefden te geven. Voor de
voeding moesten de soldaten zèlf zorgen; zij kregen van het stadsbestuur servies of servitiegeld
voor de aanschaf hiervan. De burgers ontvingen van de stad logiesgeld, dat de stad op haar beurt dan
weer in rekening kon brengen bij de regering.
De hoogte van het logiesgeld, dat de burger ontving, was afhankelijk van de rang van de
ingekwartierde militair.

Klasse 1 was voor een Luitenant – Generaal.
Klasse 8 was voor een Korporaal of soldaat.

In die tijd was er ( nog ) geen dienstplicht. Bij oorlogsdreiging of anderszins huurde men in een
bepaald land een leger in variabele sterkte. Zo is het dan ook verklaarbaar, dat onze stad binnen haar
muren troepen heeft gehad uit: Wallonië; Spanje; Albanië; Zwitserland; etc.
De normale sterkte van het Bossche garnizoen in vredestijd was in die tijd zo tussen de twee tot drie
duizend militairen. In tijden van oorlog beliep dit getal, volgens sommige lezingen, wel tot het
dubbele, soms zelfs tot het driedubbele. We moeten er echter bij vertellen, dat dit getal niet alleen
bestond uit strijdkrachten; met de militairen trokken meestal vrouwen en kinderen mee. Vaak
werden zij ook nog vergezeld van een grote groep personen, die de soldaten allerlei diensten
hadden aan te bieden.

Om de burgerij toch enigszins te ontlasten van deze inkwartieringen was de stadsregering zo rond
1600 al begonnen met het bouwen van enkele zeer sober ingerichte barakken op de stadswallen
bestemd voor een deel van de hier aanwezige manschappen
In 1743 werd ’s-Hertogenbosch door de landelijk overheid verplicht om kazernes te bouwen,
waardoor aan de inkwartieringen bij de burgers een einde kwam.
Weliswaar voor de burgerij een vooruitgang, maar daar tegenover stonden extra belastingen voor de
inwoners waaruit deze bouwkosten betaald moesten worden.
Ook de militairen zèlf moesten meebetalen aan hun huisvesting, namelijk een halve stuiver per week.
In de loop der jaren zijn er heel wat militairen, behorende tot de diverse onderdelen van de
krijgsmacht, gehuisvest geweest in de in 1744 gebouwde barakken.
Het betrof hier de navolgende barakken, die na een lange voorbereidingstijd op 22 februari 1744
werden aanbesteed door:



DE GECOMMITTEERDEN van de MAGISTRAET der HOOFT STADT van
’s-HERTOGENBOSCH ALS DAERTOE GEAUTHORISEERT BIJ DE RESOLUTIE
van HEEREN SCHEPENEN, GESWOORENS EN RAEDEN der voorseide STADT.

A. Het bouwen van baracquen in de Tolbrugstraat.

Een block dubbele baracken

Lengte 159 voet, breedte 42 voet en 6 duim
Indeling: begane grond, eerste verdieping, generale zolder.
Een block enkele baracken
Lengte 189 voet en 7 duim, breedte 24 voet en 3 duim
Indeling: begane grond, eerste verdieping, generale zolder.
Dubbel block kleine baracken
Lengte 182 voet en 6 duim, breedte 31 voet en 9 duim
Indeling: begane grond, eerste verdieping, generale zolder.

Laagste inschrijver was aannemer Adrianus van Wolfsbergen voor de somme van
Fl. 41.500,--

B. Het bouwen van baracquen op Sint – Jacobskerkhof.

Een dubbel block baracken

Lengte 274 en een kwart voet, breedte 43 en een kwart voet
Indeling: begane grond, eerste en tweede verdieping, generale zolder.

Laagste inschrijver was aannemer Adrianus van Wolfsbergen voor de somme van
Fl. 35.770.--

C. Het bouwen van een enkele block baracquen met twee
vleugelen tegen malkander overstaende en het binnen Front naer
de wal siende.

Buiten omtrek langs de Bärenwoutstraat; 110 en een halve voet

Buiten omtrek langs de Bogaert; 65 en drie kwart voet.

Laagste inschrijver was aannemer Jan Migaloski voor de somme van Fl. 15.000,--

D. Het bouwen van Baracquen in de Mortel.

Lengte 220 voet, breedte 43 en een kwart voet
Indeling: begane grond, eerste en tweede verdieping, generale zolder.

Laagste inschrijver was aannemer Adrianus van Wolfsbergen voor de somme van
Fl. 27.795,--

Het toezicht op het onderhoud van deze barakken gebeurde door de stadsarchitect
Johannes Verhellouw , waarvoor hij jaarlijks van de stadsregering een bedrag ontving van 160
gulden.

Een bekende onderhoudsaannemer in die jaren was Willem Hubert; die regelmatig
onderhoudscontracten afsloot voor de tijd van zes jaren. Overigens voerde deze Willem Hubert niet
alleen timmer en metselwerken uit, maar hij belastte zich ook met het:

Repareren, bezorgen, onderhouden en reinigen der matrassen, koppeuluwen,
dekens, lakens, handdoeken, stroozakken, etc.

In latere tijden geschiedde het onderhoud door de Dienst der Fortificatiën.
In de voornaamste vestingsteden waren Oudste of Eerstaanwezend Ingenieurs aanwezig, die
belast waren met alle maatregelen en voorzieningen welke nodig waren om de militaire gebouwen
en verdedigingswerken in stand te houden.
Aan het hoofd van een aantal vestingsteden ( district of departement ) stond een Directeur als
Hoofd van Fortificatiën.
Een lange tijd heeft ’s-Hertogenbosch zowel de Eerstaanwezend als de Directeur binnen haar
stadsmuren gehad.
Op gezette tijden moest de Eerstaanwezend een rapportage aan zijn Directeur uitbrengen met daarin
een opsomming van de militaire gebouwen en werken in zijn standplaats; alsmede de staat waarin zij
verkeerden en waarvoor zij op dat moment gebruikt werden.

Jaar 1748.
Staet van Memorie van ’s-Lands – gebouwen.
Tolbrug baracquen.

40 Kamers met 6 bedsteden zonodig 7 bedsteden
48 Kamers met 3 bedsteden, ook op de zolder kan gelogeerd worden.

Jaar 1806.

De Kapitein Eerstaanwezend – Ingenieur der Genie rapporteert aan zijn Directeur:

In de aanwezige baracquen in de vestig ’s-Hertogenbosch kunnen geborgen
worden: 3000 man.
Indien nodig bij de burgerij nog 4000 man.

Jaar 1827.

Rapport van de Eerstaanwezend – Ingenieur:

Grootste Kazerne van de vesting ’s-Hertogenbosch: de TOLBRUGKAZERNE,
waarin vertoeven:

7 Compagnieën ter sterkte van 568 hoofden van het Zwitsersche Legioen.

In 1892 verloor de Tolbrugkazerne haar militaire functie en werd zij afgestoten door het Ministerie
van Oorlog. Een deel van de inventaris, met name de keukeninrichting, werd overgebracht naar de
Citadelkazerne.

In de leeggekomen gebouwen van de Tolbrugkazerne ( met nieuwbouw aan de Mathildestraat )
vestigde zich na een grondige verbouwing de Stoomschoenfabriek Van den Bergh.
Deze fabriek heeft hier gezeten tot aan haar liquidatie in de dertiger jaren van de vorige eeuw.
Tijdens de mobilisatieperiode 1939 – 1940 werd de leegstaande fabriek weer gebruikt voor legering
van militairen. Tijdens de oorlogsjaren bood het onderdak aan de Nederlandse Arbeidsdienst; een
organisatie door de Duitse bezettingsmacht in het leven geroepen.. In de gebouwen aan de
Mathildestraat waren gevestigd de kantoren en op de begane grond, in èèn van de hallen, de
uitrusting van deze eenheid: een transportkar met twee Friesche paarden.
Na de oorlog werd een deel van deze voormalige kazerne, eerder in gebruik bij Stoomschoenfabriek
Van den Bergh, in gebruik genomen door de confectie – industrie Lambooij – Klunder, welke daar
een aantal jaren haar bedrijvigheden heeft uitgeoefend.
In een van de drie barakken is tot aan de sloop ook gevestigd geweest het garage en veembedrijf
Beekwilder.

In de tweede helft van de vijftiger jaren werd met de nieuwe opzet van het TOLBRUGKWARTIER ook
de laatste overblijfselen van de Tolbrugkazerne gesloopt.
Daarmede wordt het boek over twee eeuwen “ Baracquen in de Tolbrug “ dichtgeslagen.



HET BESTECQ VAN DE BARACQUEN IN DEN TOLBRUG.

Bestecq tot het bouwen van een enkele en twee dubbele blocken
baracquen in den Tolbrugstraet

Zo begint de tekst op de omslag van het, met de handgeschreven, bestek van voorwaarden en
bepalingen inzake de bouw van een kazerne op het terrein aan de Tolbrugstraat, waar voorheen een
klooster had gestaan van het: “ Convent van de derde regel van Sint Franciscus “ ook wel
genaamd “ Sint Elisabeth’s Bloemenkamp “
Deze Zusters Franciscanessen waren in onze stad sinds 1452 gehuisvest op de Windmolenberg. Met
toestemming van de Prins Bisschop van Luik ( Lodewijk van Bourbon ) vestigden zij zich op 12
oktober 1459 in een klooster aan de Tolbrugstraat.
Uit een beschrijving van 16 januari 1571 blijkt, dat deze kloostergemeenschap toen bestond uit 55
zusters, benevens en 25 tal novicen en werkzusters.
Wat de gebouwen betreft, wordt er melding gemaakt van een bovenkerk en een slotklooster met
kerkhof. Daarnaast schrijft men over: een coehuijs met de coupoort aan de straat, een
waterpoort, een brouwhuijs en enige cleijne huijskens.
Over de bezittingen aan gronden luidt de tekst:: een hoff; een koolthuijn; een beempt.

Met de inname van ’s-Hertogenbosch door de troepen van Frederik Hendrik in 1629 ging het
klooster, mede door het verbod op uitoefening van de Katholieke Godsdienst en het verbeurd
verklaren van hun bezittingen, snel bergafwaarts en zijn ondergang tegemoet. De Raad van Brabant
opperde in januari 1674 het idee om het slotklooster in stallen te veranderen.
Op 20 februari 1691 gaf de Raad van Staten der Verenigde Nederlanden het gewezen klooster “
Sint Elisabeth’s Bloemenkamp “ in eigendom aan de stad om daar een tuchthuis voor geboefte te
vestigen. Waarschijnlijk heeft het stadsbestuur daar geen gebruik van gemaakt, gezien het feit, dat
op 27 oktober 1707 door Johan, Baron van Leefdael, Heer van Deurne, Raad en Rentmeester
van Episcopale en andere Geestelijke Goederen, het genoemde klooster met de daarbij behorende
huizen en grond door hem in 8 kopen aan de meestbiedende werd geoffreerd.
Eigenaars door èèn of meerdere kopen werden Michiel Samuel Rosendael, Koopman te ’s-
Hertogenbosch en Cornelis Harel uit Rotterdam.
Zij bezaten door deze koopakten de navolgende goederen uit het gewezen klooster:
De Kerck; zes afsonderlijke huijsjes; een Hoveniershuijsje; en diverse tuijnen.
Na dit alles enige jaren in bezit te hebben gehad verkochten zij deze eigendommen weer en wel op
13 januari 1744 aan de stadsregering van ’s-Hertogenbosch. Die zouden een gedeelte van de grond
gaan benutten voor de bouw van barakken te legering van het garnizoen.

De eerste bladzijde van het hierboven genoemde bestek begint met de reeds aangehaalde tekst:

De Gecommitteerden van de Magistraet der Hooft Stadt van
’s-Hertogenbosch als daertoe geauthoriseert bij de Resolutie van
Heeren Schepenen, Gesworens en Raeden der voorstelde Stadt

sullen aanbesteden:

Het maken en bouwen van een Block dubbelde baracquen, bestaende in een lengte
van honderd negen en vijftigh voet en ter breedte van twee en veertigh voet en ses
duim, alles buitenwerks gerekend, verdeeld in ses kamers lengte dus aan de twee
sijden twaalf kamers; en twee verdiepinge hoogte, waarvan de eerste verdiepinge

mede een gelijk getal kamers soo als de onderste sullen moeten hebben. De tweede
verdiepinge sal moeten wesen een generale solder over alle de kamers, soo dat dit
gehele gebouw sal bestaen in vierentwintgh kamers, verdeeld met zijn separate muren
en trappen volgens het plan.

Item alsnog het bouwen van een Block enkelde baracquen bestaende in een lengte van
honderd negen en tachtigh voet en seven duim, ter breedte van vier en twintigh voet
en drie duim, bestaende uit agt kamers lengte en twee verdiepinge hoogte, waarvan
de eerste verdiepinge mede een gelijk getal kamers soo als de onderste sullen moeten
hebben, soodat dit tweede gebouw mede sal bestaen uit sestien kamers. De tweede
verdiepinge sal een generale solder moeten wesen.

Item dubbelde Block kleijne baracquen bestaende in een lengte van honderd twee en
tachtigh voet en ses duim en ter breedte van een en dertigh voet en negen duim,
verdeeld in twaalf kamers lengte, dus voor de twee sijden vier en twintgh kamers en
twee verdiepinge hoogte. De tweede verdiepinge sal moeten wesen een generale solder.
De eerste verdiepinge gelijk getal kamers soo als onder gelijk de grond, soodat dit
gebouw sal bestaen uit agt en veertigh kamers.

Deese drie bijsondere Blockken baracquen sullen gebouwd moeten worden in den Hoff
en op het Terijn van het gewesen Clooster in den Tolbrugstraat.

Het eerste Block opgemelde baracquen sal gebouwd moeten worden omtrent midden
in den Hoff van het gewesen Clooster en delings in de Tolbrugstraat uijtkomende.

Het tweede Block enkele baracquen sal gebouwd moeten worden ten suijden in de
voormalige Hoff met het Front naar het eerste gebouw en bij naer parallel met het
selve staende.

Het derde Block dubbelde kleijne baracquen sal gebouwd moeten worden ten noorden
van het eerste block op de fundamenten van het gemelde Clooster.

Soo en als deselve ten dien einde afgebakend en ieder des begerende tijdig voor de
besteding sal aangewezen worden.

Dan vervolgt de opsteller van dit bestek met een groot aantal omschrijvingen omtrent de aard der
werkzaamheden en de te gebruiken materialen.
Een selectie van deze bepalingen hebben we eruit genomen, waarbij met name opvalt, dat de
bouwgrond in ’s-Hertogenbosch niet best lijkt.
We volgen het bestek op de voet inzake grondwerk en fundamenten.





Alles wel in het waterpas en in sijn vierkant gelijk en egael graven; sonder nogthans
eenige grond op den bodem der grippen onnodig los te maken of uit te graven. De
uitkomende grond en steen en puin sal hij noch gebruiken daer waer de grond te los
is en waer geen fundamenten van der voorheen gestaen hebbende huijsen gevonden
worden. Het groffe steenpuin moet 4 tot 5 duim dik egael in de bodem der grippen
worden gebraght, hetselve met een swaere handleij met twee man vast mede stampen
en andermael overstampen en dan noch een dunne laag van het selve puin daer over
heen brengen en weer als voors over moeten stampen en dan met zand egaliseren en
water daer over gieten, dat alle holligheden verzwolgen zijn.
Alles wel en effen en egael en waterpas.
De aarde welke hij te kort mogte komen bij deese aanhoginge die sal hij moete
haelen ’t einde der Tolbrugstraat tusschen de Boompjes off aan de soogenaemde Zeel
– Drajersbaan.

Er komt duidelijk een probleem voor de stadsregering naar voren in dit bestek; men weet totaal niet
wat er vroeger op deze plek heeft gestaan. Een archief van bouwtekeningen was er in die tijd nog
niet; men probeert nu dit genmis te ondervangen door de navolgende tekst aan het bestek toe te
voegen.

Onverhoopt in het graven van deezen fundamenten de grond niet vast en goed
werden bevonden, hetzij door gewesene kelders, privaten of andere holligheden,
of al te losse grond, of anders, welke men van te voren niet heeft kunnen
ontdekken en met geen sekerheijt dit gebouw daer op souden durven
vertrouwen, soo sal in die gevallen hetgeen men meerdere oordeelt tot
welwesen en sekerheit van dit werk aan deze fundamenten ten laste komen van
de Stadt.

Om welke redenen dan ook, wellicht uit geldelijk voordeel, wordt de aannemer verplicht bij het
bouwen van het dubbelde blok kleine barakken gebruik te maken van de fundamenten van het daar
gestaan hebbende klooster. Gezien de voorschriften en de bepalingen blijft het de vraag of de
stadsarchitect er wel zo verstandig aan doet.

Bouwen op deszelve fundamentmuuren van het gewesen Clooster, welke 10 tot
11 lagen in omtrek boven de gemene grond sullen blijven staen. De buiten
fundament – muuren van dit gewesen Clooster sal hij - de aannemer - alwaer
zich op plaetsen openinge of bogen sijn of hebben geweesen of gediend
hebben, om in de kelders te komen of voor ligt te scheppen, sal hij deze na
deszelve overleg tot ongeveer 5 voet of naer bevinding iets meer of iets
minder diepte naer de grond ter zake maken.
Alle losse steenen en andere gebreeken in de geheele omtrek van het gewesen
Clooster moeten van goede fundamentmuuren worden voorzien.
Bijsonders geldt dit voor de fundamenten ten noordwesten alwaer voorheen een water
loop is geweest, sal hij - de aannemer - deze naer bevinding en aanwijsinge moeten
uijtbreeken en herstellen.

Aan het einde van het bestek komen we nog een aantal bepalingen tegen omtrent de tijdsduur van
het werk; de betalingen; de wijze van aanbesteding; borgen; e.d.

Wijze van aanbesteding.

De meeste van deze aanbestedingen geschieden bij inschrijving met gesloten briefjes.
Het was gebruikelijk dat, als de briefjes geopend waren, de laagste inschrijver een premie van 50
gulden ontving van de stadsrekening voor zijn moeite om dit werk uit te rekenen.
Vervolgens werd door de stad deze aanbesteding opnieuw opgehangen en gepresenteerd.
In het onderhavige geval van de barakken in de Tolbrug was de presentatie als volgt:

Laagste inschrijver na het openen der gesloten briefjes:

ADRIANUS van WOLFSBERGEN
Voor de somme van Fl. 41.500,--

In opdracht van de stadsregering werd daarna een tweede bijeenkomst belegd die openbaar was.
Het werk aan de barakken in de Tolbrug werd door de voorzitter ingezet op
Fl. 28.000.-- Vervolgens werd dit bedrag telkens met een vaste geldsom verhoogd, totdat èèn van
de aanwezige aannemers in de zaal: “ m ij n “ riep. In zo’n geval was hij degene die het werk ging
uitvoeren. Was er niemand van de aanwezigen, die belangstelling had voor het werk, dan bleef de
opdracht voorbehouden aan de laagste inschrijver van de genoemde barakken: Adrianus van
Wolfsbergen voor een bedrag Fl. 41.500. --

Toen men op deze openbare aanbesteding geklommen was tot het bedrag van FL 40.500.--was het
de aannemer Adrianus van Wolfsbergen die “ m ij n “ riep.
Hij kreeg weliswaar de opdracht van de stad ’s-Hertogenbosch voor de bouw van deze barakken,
maar hij had wel met zijn oorspronkelijke prijs moeten dalen.

Betalingen.

De betalingen inzake het bedrag volgens aanneming zullen geschieden
door de Politie – Rentmeester der Stadt in drie termijnen en wel op de
volgende momenten.

1e deel
Wanneer alle buiten en binnen fundamentmuren op hoogte zijn gebracht; en de helft
van de stenen welke men nodig heeft bij de hand en aan het werk zal staan.

2e deel
Alle binnen en buitenmuren op volkomen hoogte zijn gebracht.
Alle balken zal hebben gelegd en de kap voor het grootste deel zal zijn gesteld, en de
benodigde pannen bij het werk zal hebben.

3e deel
Het werk in een complete staat en volkomen zal hebben opgeleverd.

Tijdsduur.

De tijdsduur van het werk stond als volgt omschreven:

Droog onder het dak: laatste September dees jaer 1744

Oplevering binnenwerks: laatste December dees jaer 1744

Boete.

Boete voor te late oplevering bedroeg: 5 gul;den en 5 stuivers per dag.

Onderhoud.

Nadat het gebouw gevisiteerd is, blijft de aannemer verantwoordelijk voor het
onderhoud gedurende 1 jaar. Hij zal moeten instaan en verantwoordelijk zijn
voor alle fouten die zich zullen openbaren in deze periode en welke dan ook te
zijne laste zullen komen. Als zekerheid wordt een bedrag van Fl. 2.800,-- op
de aannemingssom ingehouden.

Borgen.

De aannemer moet beschikken over twee sufficante borgen. Zij zullen: een voor
allen en allen tezamen moeten beloven deze genoemde conditiën in alle pointes
en delen te zullen nakomen en volbrengen en zich gezamenlijk zullen
onderwerpen aan de voorwaarden van de Rade van Brabant en de Hoven van
Gelderland en Holland.

De twee borgen bij de bouw van de Tolbrugkazerne waren:
Cornelis Snijers en Hendrik Laurens van Linden.

Opslag materialen.

De aannemer mag voor opslag van zijn materialen gebruik maken van het
hoekhuis ten noord – oosten van het gewesen Clooster.

Toen de barakken klaar waren moest hij dit huis afbreken, waarbij de materialen aan de
aannemer vervielen.

Overige aanbestedingen Tolbrugkazerne.

Op 14 juni 1745 werden aanbesteed:
Het graven en maken van een stenen waterput, plaats zijdelings middelste
baracque.
Plaatsen van een pomp aan voorsijde deszelve gebouw op ongeveer 18
Rijnlandsche voeten van de waterput.

Aangenomen voor de somme van Fl. 300,-- en uitgevoerd door aannemer Gerardus van
Santvoort.

Op 6 juli 1745 werd aanbesteed:
Te bouwen bij de middelste baracque: een Secreet en een Aschbak.

Aangenomen voor de somme van Fl. 1.700,-- en uitgevoerd door de aannemer Jacob van
Vechel.

Op 6 juli 1745 werd aanbesteed
Het kasteijen van twee straeten of toegangen tusschen de drie blocken
baracquen; alsmede noch een straet benoorden buijten het dubbele block;
alsmede een gang ten suijden van het enkele block:
met straetstenen door stadsweeghe geleverd.

De laagste inschrijver was Jacob van Vechel tegen een somme van 2 gulden en 10
stuivers de roeij.

Uitbreiding Gebouwen nabij de Tolbrugkazerne.

De grond van het gewezen Clooster strekte zich in grote lijnen uit vanaf het punt waar het

einde van de Korte Tolbrugstraat ( gezien vanaf de markt ) een verbinding had met de Lange

Tolbrugstraat tot aan de Boompjes. ( ongeveer het verlengde van de voormalige Hooge

Nieuwstraat )

Deze oppervlakte was slechts gedeeltelijk bebouwd met de hiervoor besproken barakken.

Op het onbebouwde gedeelte, dat in latere jaren op kaarten werd aangeduid met
“ varkensmarkt “ ( door de Bosschenaren ook wel “ kippenmarkt “ genoemd ) stonden nog
een of meerdere “ huijse “. die in 1786 ten behoeve van ’s-Lands - Fortificatiën werden

gesloopt.

Door de Dienst der Fortificatiën werd hier een loods gebouwd voor opslag van militaire
goederen. Deze ” houtloods “ werd in eerste aanleg hoofdzakelijk gebruikt voor berging van

constructiehout; palissaden; etc.

In 1889 zou deze loods verbouwd zijn tot berging van voertuigen. Een tweede verbouwing in

1899 maakte deze loods geschikt tot berging van tuig ten behoeve van de artillerie.

Over de ouderdom van deze oorspronkelijke houtloods bestaan twijfels.
De Eerstaanwezend – Ingenieur der Genie heeft alleen na kunnen gaan, aldus het

garnizoensboek uit het jaar 1901, dat deze loods niet vòòr het jaar 1786 is gebouwd.

Wèl heeft hij een aantal bijzonderheden kunnen achterhalen:

De grond waarop deze loods staat grenst in het Zuid – westen en ten
Noord – westen aan particuliere terreinen, ten Zuid – oosten aan de Tolbrug en
ten Noord – oosten aan de Nieuwstraat.

Het gebouw heeft een lengte van 40.26 meter

een breedte van 15,42 meter

een hoogte onder de nok van 11,86 meter

een indeling: begane grond en zolder

Bouwtechnisch: Houten zijwanden op stenen voet en gemetselde eindgevels.

De houtloods, die in sommige bestekken en op tekeningen ook Affuitloods of Rijksmagazijn
werd genoemd, zou aan het begin van deze eeuw als militair gebouw zijn afgestoten door de
Krijgsmacht.
In de laatste jaren van zijn bestaan tot aan de sanering van het Tolbrugkwartier in de vijftiger
jaren was hij in gebruik als opslagplaats voor kolen van de Firma Schippers.

Brandspuithuisje.

Op de hierboven omschreven bouwgrond was ook nog aanwezig een “ brandspuithuisje “ uit
1841 en eigendom van het garnizoen. Tussen de houtloods en dit brandspuithuisje was ruimte
gemaakt voor het opslaan van de brandweerladders.



In 1898 werd het brandspuithuisje door de Dienst der Fortificatiën verbouwd tot
Geniemagazijn voor opslag van schoonmaakartikelen.

Het gebouw was: lang 11 meter.
breed 6 meter.
hoogte nok 6,75 meter.
Indeling: begane grond en zolder.

Over het Geniemagazijn is niet bekend tot welk jaar het als zodanig dienst heeft gedaan,
Volgens ingewijden zou het pand een aantal jaren na de eerste wereldoorlog door de Dienst
der Genie zijn afgestoten. Tot aan de al eerder genoemde sanering van het Tolbrugkwartier
zou het voor verschillende doeleinden zijn gebruikt.

Verdeelplaats voor blikgroenten voor werklozen in de crisisjaren.

Huub van Zambeek zou er gezeten hebben met zijn werkplaats voor
reparatie en onderhoud van motoren.

Magazijn van een handelaar in lompen en oude metalen.

Maar wat er ook van waar is, voor loods en magazijn geef ik mijn geschreven mening graag
voor een betere.

Het Klooster van de Zusters van St. Elisabeth’s Bloemenkamp.

Het genoemde klooster stond bekend onder verschillende namen, zoals:

Klooster der Nonnen achter de Tolbrug

Maagdenklooster van den derden regel van de H. Franciscus

Het Convent van de H. Elisabeth en Agnes

Klooster van de Zusters van St. Elisabeth’s Bloemenkamp

De stichting van hun orde in 1452 werd mede mogelijk gemaakt dank zij de milddadigheid
van Jonkvrouwe Johanna van Vlierden.
De eerste huisvesting van het klooster was gelegen aan de Windmolenberg.
Na enige jaren hier vertoefd te hebben, verkochten zij dit gebouw aan de Zusters
Augustinessen. Zij vroegen aan de Bisschop van Luik, Lodewijk van Bourbon
toestemming om zich te vestigen achter de Tolbrug en tevens om er een kerk te bouwen en
een kerkhof in te richten.
Bij schrijven van 12 oktober 1459 gaf de genoemde Bisschop hiervoor toestemming, maar
drong er wel op aan, dat dit klooster gebaseerd zou zijn op de regels van een slotklooster.
De zusters van dit klooster zouden dezelfde voorrechten genieten als de Nonnen van de derde
regel van de H. Franciscus in het Bisdom Luik.

De Bisschoppen van ’s-Hertogenbosch bezochten, evenals hun collega van het bisdom Luik,
deze kloostergemeenschap regelmatig, o.a.;

In 1585 door Bisschop Crabeels
In 1588 door Bisschop Crabeels.
In 1596 door Bisschop Masius.

Zij schreven bij hun bezoeken heilzame verordeningen voor om de kloostertucht goed te
onderhouden.
De zusters kozen zelf hun rector, welke verantwoordelijk was voor de geestelijke zorg aan de
zusters. Deze rector was als regel afkomstig uit de Geestelijkheid van het Fraterhuis te
’s-Hertogenbosch.

Ten gevolge van de inname van de stad in 1629 ging het klooster zijn onvermijdelijke
ondergang tegemoet.
Krachtens artikel: vier van de Capitulatie - voorwaarden bleven de religieuzen in onze stad
hun Convent bewonen en werden uit de opbrengst van hun bezittingen onderhouden. ( Er
mochten echter gèèn nieuwe religieuzen in een orde intreden.)

Bisschop Ophovius noemt in zijn dagboek over de gebeurtenissen omtrent de inname van
’s-Hertogenbosch door de troepen van Frederik Hendrik het St. Elisabeth’s Bloemenkamp
Klooster met name door het navolgende voorval op te tekenen:

Op donderdag 30 Augustus 1629 is een non, welke in het koor van de
kerk zat te bidden, door een granaat uit het vijandelijk kamp getroffen.
Zij verloor haar beide benen en overleed ter plaatse.

De twee laatste zusters die dit klooster bevolkten waren: Hester van den Heuvel en
Magdalena van Esch.
Zij droegen met toestemming van de Apostolische Vicaris in 1685 de roerende goederen
van het klooster Tolbrugstraat over aan het klooster van dezelfde orde te Oisterwijk; onder
voorwaarde, dat zij en de rector tot de dood toe daaruit zouden worden onderhouden.
De laatste rector van dit klooster was Johannes van Ravesteijn.
Hij werd bij het opstellen van het testament door de beide zusters zo goed bedacht, dat:
” hij een zeer gezegende oude dag had. “

Na de opheffing van het klooster zijn de gebouwen, gelegen langs de Tolbrugstraat,verbouwd
tot burgerwoningen.
Op de grond waar de Kerk, de Brouwerij en een gedeelte van het Klooster stonden zijn in
1743 de barakken van de Tolbrugkazerne gebouwd.
Tot het jaar 1786 was nog èèn gebouw in stand gebleven op de grond bij de barakken. Nadat
dit gesloopt was, werd op dezelfde plaats een “ Krijgsvoorraadhuis “ gebouwd.

Bronnen.

Stadsarchief ’s-Hertogenbosch.
Oud = archief der Gemeente ’s-Hertogenbosch.
Inventaris 1379 C 9.

Brabants Historisch Informatie Centrum te ’s-Hertogenbosch.
Archief van de Dienst der Genie in de provincie Noord - Brabant. 1735 = 1979
Archief van het Provinciaal Bestuur van Noord - Brabant. 1814 = 1920.
Archief van het St. Elisabeth’s Klooster achter de Tolbrug.

Publicaties.
C.J. Gudde. Vier eeuwen geschiedenis van het Garnizoen ’s-Hertogenbosch..
L. H. C. Schutjes, De Geschiedenis van het Bisdom ‘s-Hertogenbosch..
H. Bruggeman. De Baracquen van de Mortel aanbesteed op 22 februari 1744.
H. Bruggeman. De Vesting ’s-Hertogenbosch genoemd in de brieven van de

Directiën der Fortificatiën en de Dienst der Genie in Noord -
Brabant.



























In aanvulling op de 1 februari 2010 gestuurde familiegegevens, de volledige genealogie Eppings (16
februari 2004). In de eerder toegezonden gegevens vind je alleen de familie in de rechte lijn
(stamreeks/vader op zoon), maar in deze tref je aan:

* Mogelijke 1e vier generaties (ca. 1581 - 1696) w.o. JOHAN (BERNHARD) Henricus Ebbinck
(Südlohn 1696 - 's-Hertogenbosch < 1747) x 's-Hertogenbosch 1730 Johanna van

Handel ('s-Hertogenbosch ca. 1701 - > 1760)onder IV-C. Zijn doop en
(voor)ouders (III-D en eerder)zijn geen harde gegevens. Zie de eraan
voorafgaande

toelichting en hierna.
* Uitgestorven takken na 1730.
* Utrechtse Tak.

* De oudste generaties (I t/m IV) zijn voor een groot deel ontleend aan een
bijgevoegd hoofdstuk van een te schrijven boek door Andreas Eppink. In 2000

kwam ik via het internet met hem in contact. Hij woonde/woont in Portugal
of Spanje en onderzoekt al vanaf zijn 12e of 16e jaar families
Ebbing/Epping

(volgens hem zijn/waren er een 8-tal). Daarbij geïnspireerd door zijn oom
Johan Thoben. De laatste keer, dat ik contact met hem had is

mogelijk al 6 jaren geleden. Het boek had hij op de lange baan geschoven,
want in door zijn oom verzamelde gegevens zat een fundamentele fout. Hier-

door was hij samen met hem (ca. 85 jaar) alles nog opnieuw aan na lopen.
Hij meldde toen, dat zijn familie afstamde van een familie Bettink.

* Winterswijk duikt in de Genealogie Eppings voor het eerst bij een huwelijk
op 16 juli 1643 op. In december 1959 verhuisden wij (familie Jongkoen-

Lagerwerf) van Havikhorst 22C te Rotterdam naar Helderkampstraat 20 te
Winterswijk. In de eerste jaren woonden we naast een familie Bettink en

tegenover een familie Fi(e)ring-Ebbing (zie 3e bijlage). Ria ging begin
jaren '70 werken/wonen in Middelburg en trouwde 24 december 1982 met Frans

Eppings (Middelburg 5 april 1955).

Onderstaand op internet aangetroffen vermeldingen van de familie Eppings.

http://de-wit.net/bronnen/tel1915/pag/684.htm
Telefoonboek 1915[UTRECHT - vervolg]
2819 Liefdewerk "Oud Papier", Voorz. F, Eppings, tel. no. 1457

STICHTING BEGELEIDING BUITENLANDSE WERKNEMERS (BBW),
VANAF 1975 STICHTING REGIONAAL CENTRUM BUITENLANDERS
(RCB) http://www.iisg.nl/archives/en/files/s/10853439full.php

ALGEMEEN

72 Agenda's en notulen van vergaderingen van het bestuur en het dagelijks bestuur. Met
bijlagen. 1966-1975, 1977, 1980. 1 map.
73-75 Ingekomen stukken en kopieën van uitgaande stukken. 1967-1973. 3 mappen.

73 1966-1969.
74 1970-1973.
75 1973. N.B. Afkomstig van F. Eppings, coördinator.
76 Aantekeningen van Th. L. van Son betreffende zijn werkzaamheden. 1969-1970, 1972-
1973, 1975-1984. 1 map.
77 Jaarverslagen en periodieke verslagen van de Stichting Regionaal Centrum Buitenlanders
Zuid-Holland-West (RCB). 1973-1979. 1 omslag.
EPPINGS-ERADUS

http://www.sdnl.nl/recht-e.htm
C.M.T., geboren mrt 1950; Mw.
NLRM 87 88/89
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Amsterdam 28 sep 1982
Rechter idem 11 okt 1984

Café Top 100
De beste Café's in Nederland met adres en gastheer/gastvrouw.
37. Le Journal Neude 32 3512 AG Utrecht Jaap Hovenkamp en Valeria Eppings

http://74.125.77.132/search?q=cache:o2VpZk5gTsIJ:www.horecagids.nl/cafetop100-
2004.phtml+Eppings&cd=258&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

Al is de (tri)atleet nog zo snel, Sinclairdata achterhaalt
hem wel

door: E. Knis

http://people.zeelandnet.nl/cn.dynamica/clubblad/51/eknis51.shtml

Miniscuul

Eigenlijk is de tijdwaarneming van Sinclairdata een uit de hand gelopen hobby. Rond 1982,
toen iedereen een homecomputer wilde hebben, werd een miniscuul computertje
aangeschaft van het merk Sinclair voor ca. zeshonderd gulden met het voor die tijd
gigantische geheugen van 16 K, later uitgebreid tot 48 K (niet lachen a.u.b.). Een klein TV-tje
fungeerde als monitor en als opslagmedium diende een normale casetterecorder. Wat moet
je met zo’n ding? Spelletjes, vooral zelf over tikken uit de vele computerbladen uit die tijd. In
die spelletjes liep nog al eens de tijd mee en dat bracht Sinke op het idee daar een
stopwatch van te maken. En dat lukte. Een programma van een paar regels was voldoende
om met een druk op de knop de tijd te kunnen printen, wat uitgetest werd bij de toenmalige
20-km loop van Zeeland Sport. Dat liep goed, maar het was toch wel handig om er ook
namen bij te hebben, want die moesten er nog handmatig bij gezet worden. Van lieverlee
werd het systeem uitgebreid tot drie programma’s: invoer, tijd en uitslag, nodig om met het
beperkte geheugen toch nog 500 deelnemers te kunnen verwerken en zelfs meer dan
duizend bij de schooltriatlon.

Vervolgens werden de programma’s aangepast voor de triatlons, wat zijn hoogtepunt
kende in 1986 op het eerste NK-triatlon dat door Frans Meijer voor Zeeland Sport werd
georganiseerd in Kamperland. De grote computer faalde; de kleine Sinclair, bediend door
de leken Deutekom en Eppings, want Sinke deed zelf mee, leverde de uitslag op een
rolletje papier van 12 cm breed.

Kelk van Frans Eppings (1907 –2001) geschonken door familie en parochie bij
priesterwijding op 19/12/1931 thans in museum Catharijnenconvent.
http://books.google.nl/books?id=Fm29QAgHj-
cC&pg=PA18&lpg=PA18&dq=Eppings&source=bl&ots=nfS0zoc9zi&sig=JutFUA3nN8piYjtVpi7j
Uxl3uug&hl=nl&ei=i3FuS7OxBIWd-
gbCoKj8Aw&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=9&ved=0CCAQ6AEwCDhG#v=onepag
e&q=Eppings&f=false



Processie -

Kerkplein op het Linnaeushof (H.H.Martelaren van Gorcum) met processiestoet.
Op de foto o.a. pastoor Nolet met monstrans, kapelaan Eppings, acolieten Ad
Smiers en dhr.Somers, kerkmeester Spit en dhr.Rozestraten. Foto is uit 1933 en
is afkomstig van dhr.Ad Smiers.

http://74.125.77.132/search?q=cache:WQBDCdJ2QToJ:www.geheugenvanoost.nl/page/190
5/nl+Eppings&cd=256&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

Vredenburch 75

De geschiedenis van onze roemrijke vereniging.

http://74.125.77.132/search?q=cache:8dA90ABRiKIJ:www.krsv-
vredenburch.nl/%3Fpagina%3Dvredenburch75+Eppings&cd=154&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

Bron: "Vredenburch 75 jaar", een uitgave van Stichting Rijswijkse Historische Projecten.
Auteurs: Willem van der Ende en Jan Eijken, omgezet in html door Peter Kok
Dit is het concept van het boek zoals het in 2006 definitief is verschenen. Hoewel na de
vervaardiging hiervan deze is ontdaan van type- en taalfouten en er inmiddels correcties en
aanvullingen in zijn aangebracht, houden wij ons aanbevolen voor uw op- en aanmerkingen.

KRVC - Vredenburch 1931-2006

Einde 1934 is er wel een merkwaardig conflict. Kapelaan Eppings, de G.A. van 'De Jonge
Wacht' en de Verkenners, vindt dat als jongens 12 jaar zijn geworden ze naar de Verkenners
of De Jonge Wacht moeten. Als ze 'op voetbal' gaan, mist hij de contributie. Zijn collega

Verkley zit in een lastig parket. De zaak wordt geschikt. De penningmeester van K.R.V.C. zal
jaarlijks de gemiste contributie aan kapelaan Eppings overmaken.

1. Inventaris Archief van de Parochie van de Heilige Martelaren van ...

F.M.H.J. Eppings, kapelaan 1944 1955
https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/inventaris/1031.nl.html

De Sint-Laurentiuskerk van Ulvenhout

http://www.parochie-bavel-ulvenhout.nl/historie/gebouwen/10000095670f3a122.html

Geschiedenis in het kort
Tot 1792 hadden de parochianen een gastvrij onderdak gevonden in een “kerkschuere” bij het slotje Grimhuysen in Ulvenhout.
Toen in 1780 grote herstelwerkzaamheden nodig waren werd een nieuwe kerkschuur gebouwd die op 26 januari 1792 werd
ingewijd. Resten van de oude Grimhuysen schuur bevinden zich nog in de tuin van de pastorie. Doordat de gebouwen rond de
eeuwwisseling van 1900 volstrekt niet meer aan de eisen van de tijd voldeden werd besloten een nieuwe kerk te bouwen.

In april 1903 gaat de eerste spa in de grond voor de bouw van de huidige kerk, naar een ontwerp van architect Cornelis van Hoof
en op 25 juni van dat jaar wordt de eerste steen gelegd door bouwpastoor Fick. Op 25 juli 1904 wordt door bisschop Mgr. P. Leijte
de kerk gewijd. Door deze kerkwijding werd het gebouw aan profaan gebruik ontrokken en aan God toegewijd.

Het bovenstaande leert ons dat de Laurentius kerk in 2004 haar honderd jarig bestaan heeft gevierd. Ter gelegenheid hiervan is
door de Heemkundekring Paulus van Daesdonck Nieuw-Ginneken een boekje uitgegeven “Sint Laurentiuskerk Ulvenhout 1904-
2004”. In dit boekje wordt ingegaan op vele facetten van het kerkgebouw en zijn gebruikers. Voor diegene die graag meer willen
weten over het mooiste gebouw van Ulvenhout is dit boekje voor € 3,- te koop.
Op de volgende adressen zolang de voorraad strekt:elke woensdag van 14.00 tot 16.00 uur in het museum van Paulus van
Daesdonckelke doordeweekse dag op het parochiesecretariaat van 10.00 tot 12.00 uur

De invloed van enkele pastoors op de kerk

Pastoor Eppings (1958-1976)
In 1962 werd door pastoor Eppings een definitief verzoek tot complete renovatie van de
kerk ingediend bij het bisdom. Deze vernieuwingsdrang kwam voort uit datgene wat toen
binnen de Rooms Katholieke kerk leefde. Pastoor Eppings liep hiermee vooruit op datgene
wat centraal ston tijdens het Vaticaans Concilie (1962-1965).
Pastoor Eppings had de menig dat de scheiding tussen priesters en leken niet meer kon.
Afstandscheppende zaken zoals preekstoel en de priester die met de rug naar zijn gelovigen
staat moesten verdwijnen. Als eerste liet hij daartoe de pachtplaatsen bij het altaar vervallen
in 1959 en als tweede in 1960 plaatste hij een houten altaar plaatsen op ongeveer de
huidige plaats. Zijn verzoek aan het Bisdom om een permanent sacramentsaltaar te mogen
plaatsen werd gepareerd met het aanbod om dan de hele kerk maar aan te pakken.
Dat liet hij zich geen twee keer zeggen en met architect Alfons Siebers werden de plannen
gemaakt die tussen april en november 1963 werden uitgevoerd. Hier ontstond de kerk zoals
we heden ten dage kennen.

Toespraak 11/5/1960 F.J. Eppings – Nieuw-Ginneken/Bavel
http://www.stadsarchief.breda.nl/index.php?option=com_memorix&Itemid=64&task=topvi
ew&CollectionID=1&RecordID=57772&PhotoID=ng-h487

Bron: www.bndestem.nl
Die buitenjongens, die konden wel tegen de kou
http://www.breda-en-alles-daaromheen.nl/die-buitenjongens-die-konden-wel-

tegen-de-kou.htm
Tot in de negentiende eeuw moeten Ulvenhoutse kinderen naar Ginneken,

Bavel, Heusdenhout of Galder om onderwijs te kunnen volgen.

Theo Höngens bij De Rosmolen, de school waar hij bijna 25 schoolhoofd was.
Het beeld “stoeiende kinderen” van C.H. Lous werd in 1969 geplaatst bij de
opening van het nieuwe pand.
Foto: Charlotte Akkermans/het fotoburo.

Het team dat in 1969: 254 leerlingen lesgeeft.
Staand vlnr de heren Jansen, Höngens en Wick, juffrouw Vermeulen en pastoor

Eppings.
Knielend de heer Kools tussen de juffen Dekkers (l) en Simonis (r).

Carnavalsmis

zaterdag 20 september 2008 13:53

In 1972 haalde het Bosuilse carnaval plots de nationale pers en televisie. Niet
bewust uitgelokt, zeker niet als we bedenken dat de aanleiding ertoe de
carnavalsmis was.In die jaren Ieek het even of het jaar 1673 was teruggekeerd. Het
betrekken van de kerk bij het carnavalfeest werd door velen van de hand gewezen.
Anderen evenwel wisten haarfijn aan te geven dat carnaval en kerk bij elkaar
hoorden. Met pastoor Eppings ging Prins Bert mee voor in de kerkdienst in de
Laurentiuskerk.
http://www.bosuilendorp.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=56&Itemid=
68

http://www.online-familieberichten.nl/naamindex/_EPP.asp

Bidprentjes

Overledene

Hendrik Nicolaas Eppings

74 jaar
wed./wednr. van Jeanne Maria Cornelia Tuerlings

10-06-1877 01-11-1951
Utrecht Doetinchem

(390878)

BN De Stem 21-11-2001

Overleden

Franciscus Maria Hendricus Jos Eppings

94 jaar

09-10-1907 17-11-2001
Aerdenhout

(83077)

BD Den Bosch 31-03-2005

Overleden

Elisabeth Maria Antonia (zr. Alfons Eppings

96 jaar

06-01-1909 27-03-2005
Middelburg Aerdenhout

(199806)

GENERATIE 1

Franciscus van GULICK

geboren op ca 1723 te Maastricht

overleden op te

zoon van
gehuwd op 09-04-1752 te ‘s-Hertogenbosch

gehuwd met Anne Maria EPPINGS
geboren op 19-12-1731 te ‘s-Hertogenbosch

overleden te

dochter van Henricus EPPINGS en Johanna van HANDEL

Franciscus van Gulick, RK, was soldaat in het regiment van den Heere Major Deutz onder de

compagnie van de Heer Capitein Franken in het garnizoen te 's-Hertogenbosch,

ondertrouwt/trouwt te 's-Hertogenbosch 25-3-1752 en 9-4-1752 Anne Maria Eppings. Naam

komt in de doopboeken ook voor als: Eppens, Eppinck en Heppings, geb. 's-Hertogenbosch

19-12-1731, RK, dr. van Henricus Eppings en Johanna van Handel

ouders van
1. Anne Maria Elisabetha van GULICK, geboren op 01-03-1753 te ’s-Hertogenbosch
2. Jacobus van GULICK, geboren op 17-07-1756 te ’s-Hertogenbosch
3. Wilhelmus van GULICK, geboren op 02-12-1759 te ’s-Hertogenbosch
4. Maria van GULICK, geboren op 10-6-1762 te ’s-Hertogenbosch
5. Reinerus van GULICK, geboren op 21-6-1763 te ’s-Hertogenbosch
6. Anna Catharina van GULICK, geboren op 31-7-1765 te ’s-Hertogenbosch
7. Ambrosius van GULICK, geboren op 31-1-1768 te ’s-Hertogenbosch
8. Gertrudis van GULICK, geboren op 08-05-1770 te ’s-Hertogenbosch
9. Maria Magdalena van GULICK, geboren op 11-3-1772 te ’s-Hertogenbosch

GENERATIE 1

Franciscus van GULICK

http://74.125.77.132/search?q=cache:yOnmgeUf5u0J:home.kpn.nl/ct55/van%2520Gulic

k.htm+Eppings&cd=251&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

geboren op ca 1723 te Maastricht

overleden op te

zoon van
gehuwd op 09-04-1752 te ‘s-Hertogenbosch

gehuwd met Anne Maria EPPINGS
geboren op 19-12-1731 te ‘s-Hertogenbosch

overleden te

dochter van Henricus EPPINGS en Johanna van HANDEL

Franciscus van Gulick, RK, was soldaat in het regiment van den Heere Major Deutz onder de

compagnie van de Heer Capitein Franken in het garnizoen te 's-Hertogenbosch,

ondertrouwt/trouwt te 's-Hertogenbosch 25-3-1752 en 9-4-1752 Anne Maria Eppings. Naam

komt in de doopboeken ook voor als: Eppens, Eppinck en Heppings, geb. 's-Hertogenbosch

19-12-1731, RK, dr. van Henricus Eppings en Johanna van Handel

ouders van
1. Anne Maria Elisabetha van GULICK, geboren op 01-03-1753 te ’s-Hertogenbosch
2. Jacobus van GULICK, geboren op 17-07-1756 te ’s-Hertogenbosch
3. Wilhelmus van GULICK, geboren op 02-12-1759 te ’s-Hertogenbosch

4. Maria van GULICK, geboren op 10-6-1762 te ’s-Hertogenbosch
5. Reinerus van GULICK, geboren op 21-6-1763 te ’s-Hertogenbosch
6. Anna Catharina van GULICK, geboren op 31-7-1765 te ’s-Hertogenbosch
7. Ambrosius van GULICK, geboren op 31-1-1768 te ’s-Hertogenbosch
8. Gertrudis van GULICK, geboren op 08-05-1770 te ’s-Hertogenbosch
9. Maria Magdalena van GULICK, geboren op 11-3-1772 te ’s-Hertogenbosch

Married 1828/06/07 's- Marriage:
Hertogenbosch

Joanna EPPINGS

Profession:

Werkster (1828),

arbeidster (1835),

fruitverkoopster

(1839, 1841, 1849,

1853, 1860),

arbeidster (1865),

fruitverkoopster

's- (1869) . Baptism:

Hertogenbosch RK, peter:

Born 's- Mattheus Honings, Died 1888/03/04 's-
Bapt. 1809/02/26 Hertogenbosch meter: Joanna Hertogenbosch

St.Jan- Cornelissen

St.Pieter Daughter of

Henricus Eppings,

kleermaker (1828),

born ±1772 in 's-

Hertogenbosch,

died 1841/07/08 in

's-Hertogenbosch,

and Gertrudis

Honings, died

>1841/07/08.

http://www.valkenburgh.nl/ped-parent2.html

Burgers, broeders en bazen

Het maatschappelijk middenveld van
’s-Hertogenbosch in de zeventiende en achttiende eeuw

http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2007-1214-203657/

http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2007-1214-203657/full.pdf

Een register uit 1775 van alle mensen die een ondersteuning uit de algemene armenfondsen
ontvingen, kan misschien uitsluitsel bieden.304 Het register bevat 960 namen
van bedeelde hoofden van huishoudens, 20% van de stadsbevolking. Er wordt
slechts één bedeelde ‘meester’ genoemd, een ‘leideckersbaas’. Van 47 bedeelden wordt
een zelfstandig beroep vermeld, veelal uit de textielsector zoals kleermaker en lintwerker.
Het is moeilijk na te gaan of deze bedeelden ingeschreven stonden als meester van
een gilde. Slechts van een aantal gilden zijn de meesterboeken bewaard gebleven, zoals
dat van het kramersgilde. De acht bedeelden die gekwalificeerd werden als koopvrouw,
respectievelijk koopman en kramer komen niet voor in het meesterboek, behalve Jan
Jacob Robbeson die mogelijk vermeld staat als J.J. Robyon en Willem Eppings, die
volgens het meesterboek vanaf 1765 niet meer bijdroeg aan de kas van de kramers.305

305 Vgl. Knevel, Burgers in het geweer, 1994, p. 139.

http://www.meertens.knaw.nl/nfb/detail_naam.php?info=kaart2007&t=rel&zw=cs&gba_
naam=Eppings&nfd_naam=Eppings&operator=eq&taal=

http://www.hetutrechtsarchief.nl/zoeken/?q=Eppings&s=

http://88.159.165.240/wwwpondes/hoofdscherm.php?nm=Eppings&nummer=1

http://74.125.77.132/search?q=cache:qSBpNXxcb1oJ:members.casema.nl/sve/home/kw
artierstaat%2520van%2520egmond-faber.htm+Eppings&cd=99&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

2. VAN EGMOND, Nicolaas, geb. Woubrugge 26-2-1910, overl. Delft 21-2-1988,
vleeshouwer/slager, later plaatwerker/stoker gasfabriek Delft, huwt 1e Delft 3-2-1937
en scheidde 1-6-1954, huwt 2e Delft 26-10-1955 en scheidde 2-8-1983:
3. FABER, Arnolda Antonetta, geb. Den Bosch 25-8-1917.

6. FABER, Johannes Jacobus, geb. Den Bosch 4-4-1892, overl. Veenendaal 12-8-1960,
(zus Josephina Johanna huwt Eindhoven 1921met Joseph v.d. Heijden),
huwt Den Bosch 14-5-1915:
7. CHAMBON, Wilhelmina Maria, geb. ca. 1890, overl. Veenendaal 7-12-1977.
(14-4-1915 trouwt zus Henrica Joanna Maria met Anthonius Fredericus Hendriks.)

12. FABER, Johannes Josephus Cornelis, geb. Den Bosch 8-12-1865,
overl. Den Bosch 13-9-1938, huwt Den Bosch 13-11-1886:
13. BROECKS(X), Antonia, geb. Den Bosch 24-1-1866, overl. Den Bosch 9-10-1944.

26. BROECKS, Mathijs, geb. Den Bosch 26-3-1826, overl. Den Bosch 16-4-1898,
huwt Den Bosch 28-7-1849:
27. HEERES. Jacoba Francisca, geb. Den Bosch 22-5-1825, overl. Den Bosch 7-4-1893.

54. HEERES, Johannes, overl. Den Bosch 15-6-1852, huwt:
55. EPPINGS, Henrica, ged. Den Bosch 13-7-1792, overl. Den Bosch 28-1-1857,
zij huwt 1e 6-8-1814 met Henricus Knellesen uit Zevenaar.

110. EPPINGS, Franciscus, huwtˇ:
111. DE LEE, Joanna, ged. Den Bosch 19-6-1765.

Boschboombladeren De volkstelling van 1822

TOLBRUGSTRAAT No. 5 WIJK A

http://de-wit.net/bronnen/s-hertogenbosch-volkstelling-1822.pdf

413 Eppings Henricus Kleermakersknecht 50 Rooms Den Bosch 5

http://www.vijn-vanhout.nl/pgjan%20thvan%20hout/pgjan%20thvan%20hout.htm#BM5596

VI.83 Maria Elisabeth van den Hout.
Dochter van Everardus van Hout (zie V.20) en Johanna van den Ouwelant (V.21).
Geboren 1809 te Oosterhout.
Overleden op 22-01-1897 te Rotterdam.
Gehuwd op 03-05-1843 te Utrecht.
Echtgenoot is Franciscus Eppings (VI.82).
Zoon van Hendricus Eppings en Geertruij Honings.
Geboren op 13-10-1817 te 's-Hertogenbosch.
Overleden op 03-03-1884 te Utrecht.
Uit dit huwelijk:

1. Franciscus Matthijs Hendrikus Eppings (VII.160).
Geboren 1844 te Utrecht.
Overleden op 10-11-1917 te Utrecht.
Gehuwd op 04-08-1869 te Utrecht.
Echtgenote is Arnolda Elisabeth Kok (VII.161).
Dochter van Nicolaas Kok en Arnolda Verheul.
Geboren 1844 te Utrecht.
Overleden op 18-11-1904 te Utrecht.

2. Johanna Sybilla Eppings (VII.163).
Geboren 1848 te Utrecht.
Overleden op 18-08-1915 te Utrecht.
Gehuwd op 23-11-1870 te Utrecht.
Echtgenoot is Antonie Marinus Rovers (VII.162).
Zoon van Marinus Rovers en Anna E Verlegh.
Geboren op 28-07-1837 te Terheijden.
Overleden op 24-01-1909 te Utrecht.

3. Evernardus Hendrikus Eppings (VII.164).
Geboren 1848 te Utrecht.
Overleden op 03-08-1848 te Utrecht.

4. Elisabeth Johanna Eppings (VII.165).
Geboren 1849 te Utrecht.
Overleden op 06-09-1850 te Utrecht.

5. Franciscus Eppings (VII.166).
Geboren 1859 te Utrecht.
Overleden op 18-12-1889 te 's-Hertogenbosch.

http://74.125.77.132/search?q=cache:cecdM4orLkkJ:www.fmavanschaik.nl/GAB
g03.htm+Eppings&cd=185&hl=nl&ct=clnk&gl=nl

Petrus Anthonius van Boxtel 1, 2 was born 3, 4 calculated 1863/1864 in Utrecht. He
died 5 on 15-2-1941 in Utrecht.

Petrus
marrie
d 2, 3 (1)
Maria
Elisabe
th Sips

1

daught
er of
Godefri
dus
Sips
and
Anthon
ia Ligt
on 7-
11-
1893 in
Drieber
gen.
Maria
was
born 4
calcula
ted
1864 in
Rotter
dam.

Petrus married 2 (2) Elisabeth Maria Eppings 1 daughter of Franciscus Matthijs Hendrikus
Eppings and Arnolda Elisabeth Kok on 5-7-1906 in Utrecht. Elisabeth was born 3
calculated 1871 in Utrecht.

http://www.graftombe.nl/plaatsen.php?plaats=1287&beginletter=e

Utrecht Informatie:
St.Barbara

[ ] DSC01685 Elisabeth J.M. Eppings 27-02-1912 13-06- Details
1964

[] DSC02835 Franciscus Bartholomeus Eppings 21-08- 23-09- Details
1873 1941

[] SANY2550 Franciscus C.I.M. Eppings 19-09- 29-04-
1946 1995

[] DSC09693 Franciscus Hendrikus Maria Eppings 22-07- 04-09- Details
1910 1988

[] SANY2848 Franciscus Mattheus Eppings 17-07- 10-11- Details
Hendricus 1844 1917

[] DSC01286 Gertruda J.M.A. Eppings 11-11- 28-04- Details
1902 1976


Click to View FlipBook Version