Module 1a, Biologie Hond
GENETICA
TAB 17
Opleiding Gedragstherapie bij Honden
Margit Bossard, gedragsdeskundig dierenarts
Lesopzet Erfelijkheid
Algemene erfelijkheid
Genetische sommen maken
Achtergrond erfelijke aandoeningen
Belang erfelijkheid op gedrag
les 5.3, Genetica 2
Erfelijkheidsleer
Charles Darwin:
1859, survival of the fittest
Ontstaan der soorten, natuurlijk selectie
Mendel:
1865, monnik, erwtenplanten
o.a. Ontdekking dominante eigenschappen
De Vries: verklaarde plotse veranderingen in
soort: mutaties
Watson & Crick: ontrafeling DNA
les 5.3, Genetica 3
Chromosomen
In kern van elke cel, opgebouwd uit DNA
Dragers van erfelijke eigenschappen
les 5.3, Genetica 4
Chromosomen
In paren in gewone lichaamscellen:
gelijk in vorm en afmetingen
Mens: 46 chromosomen ≈ 23 paar
Hond: 78 chromosomen ≈ 39 paar
Karyogram
les 5.3, Genetica 5
Hond:
Lichaamscel = Somatische cel
Hond: 78 chromosomen, 39 paar (2n)
Geslachtscel (= Gameet): eicel/ spermacel
Enkel aantal chromosomen (n),
zodat bij versmelting eicel met spermacel weer 2n
les 5.3, Genetica 6
Hond verv.
Elke somatische cel:
38 paar gewone chromosomen
1 paar geslachtschromosomen
Reu: XY Teef: XX
Geslachtscellen: 39 enkele chromosomen
(38 gewone en 1 geslachtschromosoom)
Reu: heeft OF een X OF een Y in spermacel
Teef: XX
les 5.3, Genetica 7
Mitose - Meiose
Mitose = gewone celdeling:
uit moedercel 2 identieke dochtercellen
Meiose = reductiedeling:
bij aanmaken geslachtscellen (gameten)
→ van 2n naar n chromosomen
(Na samensmelting dan weer 2n)
les 5.3, Genetica 8
les 5.3, Genetica 9
Mitose:
gewone celdeling
les 5.3, Genetica 10
Meiose (reductie- of geslachtsdeling)
les 5.3, Genetica 11
DNA
= Desoxyribo Nucleic Acid
Spiraal van 2 strengen ≈ wenteltrap
Stijlen van koolhydraten en fosfaten
Treden van stikstofbasen:
unieke codes voor eiwitaanmaak
Adenine – Thymine: A - T of T – A
Guanine – Cytosine: G – C of C – G
les 5.3, Genetica 12
DNA
les 5.3, Genetica 13
DNA: genen, allelen
Gen = stukje DNA met een specifieke volgorde
Allel = stukje corresponderend gen op het
andere chromosoom
les 5.3, Genetica 14
Eigenschappen individu
Bepaald door:
1. Genen: erfelijk materiaal, nature
1 Gen: Enkelvoudige overerving
Meerdere genen: meervoudige overerving
2. Invloeden van buitenaf, nurture
les 5.3, Genetica 15
Genotype / Fenotype
GENOTYPE: genen-typering
totaal erfelijke info in chromosomen
FENOTYPE =
dat wat aan dier waarneembaar is
Fenotype = genotype + milieu
Vb: hond kleiner dan rasstandaard door ondervoeding
les 5.3, Genetica 16
Inleiding sommen
Erfelijke eigenschap benoemd met letter
Als meerdere genen: combinatie van letters
P: ouders
F1: kinderen; F2: kleinkinderen
Kruisingsschema’s:
mogelijke geslachtscellen op assen
les 5.3, Genetica 17
Dominant - Recessief
Dominant = overheersend gen
Vb B: gen voor zwarte vacht
Recessief = onderdrukte gen
Vb b: gen voor levervacht (chocola, bruin)
les 5.3, Genetica 18
Homozygoot - Heterozygoot
Homozygoot = fokzuiver
bijv. BB: homozygoot dominant
bijv. bb: homozygoot recessief
Heterozygoot = fok-onzuiver
bijv. Bb
les 5.3, Genetica 19
Enkelvoudige en meervoudige kruisingen
Enkelvoudige (monogene) kruising
Eigenschap wordt bepaald door 1 gen
Meervoudige kruising
Meerdere eigenschappen tegelijk verschillend
les 5.3, Genetica 20
Intermediaire overerving
= Mengvererving: geen dominant gen
Mendel: rode x witte erwten→ roze
nakomellingen
Blue merle-tekening:
MM = merle, sublethaal
Mm: blue merle tekening
mm: geen wit
les 5.3, Genetica 21
Mutaties
Veranderingen in (stukje) chromosoom
ALLEEN als in gameten (geslachtscellen):
mutatie overgaand op nageslacht
Spontaan ontstaan
Gunstig: Bijv berkespanner-vlinder Engeland
Aanpassing aan vervuiling berkenbast
Ongunstig: kanker
les 5.3, Genetica 22
Mutaties
Spontaan ontstaan
Gunstig: Berkespanner-vlinder Engeland
Ongunstig: kanker
Grotere kans op mutatie bij veel celdelingen
Door omgevingsinvloeden
UV, Rӧ, radioactief, chemica, medicijnen
DNA recombinanttechnieken, genetische
manipulatie
les 5.3, Genetica 23
Erfelijke aandoeningen
Zeer vele aandoeningen:
veranderlijk, door fokbeleid
Welke manier van overerven ‘t gemakkelijkst
foktechnisch te beinvloeden?
Dominant of recessief
Leeftijd van openbaring
DNA onderzoek: steeds meer
Geslachtsgebonden aandoeningen
les 5.3, Genetica 24
Erfelijkheidsgraad
1. Veel kenmerken door meerdere genen
bepaald: polygenetisch
niet gemakkelijk te beinvloeden
2. Meeste eigenschappen niet puur genetisch:
invloed omgeving groot vb. HD
Voor gedrag geldt allebei: lastig!
les 5.3, Genetica 25
Aanbevolen
Vd Molen –
Elementaire Kynologische Kennis
Alex Gouch & Alison Thomas –
Breed Predispositions to Disease in Dogs & Cats
Boeken echter snel achterhaald!
Info van Rasverenigingen
(Raad van Beheer)
Rashonden Wijzer (st. Dier en Recht)
Internet!!!
Snelst nieuwe info over DNA-testen
les 5.3, Genetica 26